CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

lop-eijsden-def-kl

* Raadsvergaderingen 26 september 2023, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Landschapsfonds en subsidieverordening aanplantregeling Landschapselementen18.518 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De gemeente Eijsden-Margraten kan hier als stimulator optreden, teneinde de omschakeling naar agrarisch natuurbeheer in de beheersgebieden en de functiewijziging naar natuur en de bestemming natuur in nieuwe natuurgebieden te realiseren. Daarnaast is het voor het goed functioneren van de ecologische structuur van belang dat bij het behouden en realiseren van de EHS samenwerking wordt gezocht met de omringende gemeenten in Nederland en België. De natuur houdt niet op bij de grenzen. Naast het realiseren van de EHS wordt als uitgangspunt gehanteerd dat ook de Provinciale Ontwikkelingzone Groen (POG) zoveel mogelijk gerealiseerd wordt. Primair houdt dit in dat behoud, herstel en aanleg van kleine landschapselementen gestimuleerd wordt. Op een aantal plekken wijkt de ecologische structuur echter af van de POG. Dit heeft te maken met de keuzes die gemaakt zijn met betrekking tot het behoud van ontwikkelingsperspectief voor de landbouwsector en de begrenzing van zoekgebieden voor bosbouw en energieteelten met houtige gewassen. Deze zoekgebieden zijn tot stand gekomen met als nevendoel een duurzame bescherming te bieden tegen het dichtslibben van het buitengebied rond Eijsden met bebouwing en infrastructuur, zowel aan de zijde van Maastricht als aan de zijde van Visé. Daarnaast hebben de percelen met productiehout een wezenlijke ecologische nevenfunctie.

Ook wordt met de zoekgebieden voor bos invulling gegeven aan de wens voor uitbreiding van het recreatief uitloopgebied van Eijsden en Maastricht. Behoud en ontwikkeling Natura2000-gebieden Door het Rijk, maar ook de Waalse en Vlaamse overheid zijn Vogel- en Habitatrichtlijngebieden aangewezen, de zogenaamde Natura2000gebieden, die op Europees niveau Natuurpareltjes vormen en extra bescherming genieten. Naast algemene doelen, zoals behoud van biologische diversiteit en behoud van de ecologische samenhang van de gebieden, zijn voor deze gebieden specifieke natuurdoeltypen en soorten aangegeven. Het doel is de natuurdoeltypen te behouden, uit te breiden en/of kwalitatief te verbeteren. Voor de soorten is het doel de

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

71

uitbreiding van de verspreiding van de soorten te realiseren, de omvang van de populatie te behouden en/of uit te breiden en de kwaliteit van het leefgebied van de soorten te behouden, te verbeteren en/of uit te breiden. Voor het landschapsontwikkelingsplan wordt voorgesteld nieuwe ontwikkelingen in of in de omgeving van deze Natura2000-gebieden, die een bufferende of versterkende werking hebben op de Natura2000gebieden te stimuleren. Voorbeelden hiervan zijn het realiseren van ecologisch waardevolle overgangen tussen de bossen en het omringende agrarische gronden en het stimuleren van extensivering van het agrarisch gebruik in de omgeving. In de Natura2000-gebieden, met name het Savelsbos, is een toeristischrecreatieve structuur van wegen en paden aanwezig. Daarnaast bevinden zich in de natura2000-gebieden diverse geologische en archeologische monumenten, waaronder de vuursteenmijnen van Rijckholt-Sint Geertruid. Ook speelt de agrarische sector op dit moment nog een rol in het grondgebruik binnen de Natura2000-gebieden. Die rol is echter beperkt. De Natura2000-gebieden spelen een belangrijke rol in het landschappelijk karakter van de gemeente Eijsden-Margraten en voor het Nationaal Landschap Zuid-Limburg als geheel.

Daarom is het van belang om ook in de toekomst ruimte te kunnen bieden aan meervoudig ruimtegebruik, zoals agrarisch natuurbeheer en toeristischrecreatief medegebruik. Met name dit laatste is van belang teneinde de in de gebieden aanwezige monumenten bereikbaar te houden voor de inwoners en bezoekers van de gemeente Eijsden-Margraten. In hoofdstuk 6 wordt waar nodig/mogelijk ingegaan op de manier waarop dit meervoudig ruimtegebruik vorm kan krijgen. Goed nabuurschap - ontwikkeling van mantel- en zoomvegetaties in bosranden De in de voormalige gemeente Eijsden aanwezige bossen en bosjes grenzen bijna alle direct aan de aanliggende agrarische gronden, zonder vorm van overgang tussen de boomlaag en de aangrenzende weide of akker. Uit discussie met de klankbordgroep is gebleken dat hier kansen liggen voor enerzijds het beperken van de schaduwwerking en vochtonttrekking door bomen voor de agrariër en anderzijds voor het stimuleren van de ontwikkeling van biodiversiteit door middel van de ontwikkeling van mantel- en zoomvegetaties. Deze toename van structuurdiversiteit is voor diverse diersoorten, zoals insecten (waaronder dagvlinders), grotere en kleine zoogdieren, zoals de Das en de Eikelmuis en voor diverse vogelsoorten van groot belang, omdat deze schuil- en nestgelegenheden biedt.

Op plekken waar dorpen in de nabijheid van het bos aanwezig zijn, kan dit ook gerealiseerd worden door het aanleggen van kleine landschapselementen, zoals hoogstamfruitboomgaarden omzoomd met hagen. Hierdoor wordt tevens een buffer gecreëerd waardoor (negatieve) invloeden als gevolg van bijvoorbeeld vermesting, verzuring en verdroging vanuit omringende gebieden op de bossen wordt verminderd. Hiertegenover staat dat door de mantel- en zoomvegetaties de agrariërs in de omringende gebieden wellicht meer overlast als gevolg van bijvoorbeeld bramen en distels zullen ondervinden. Over het beheer van de overgangszones dient dan ook voor de aanleg ervan duidelijke afspraken tussen de diverse betrokkenen te worden gemaakt. In dit landschapsontwikkelingsplan zijn zoekgebieden voor bosbouw gedefinieerd. Bij realisatie van nieuw bos dient rekening te worden gehouden met het creëren van mantel- en zoomvegetaties, zodat ecologisch gezien de grootste winst wordt behaald. Daarnaast is een

72

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

goede communicatie met omliggende grondeigenaren wenselijk, om problemen bij de ontwikkeling van het bos te voorkomen. Ook beheer en onderhoud dienen goed te worden vastgelegd, zodat de mantel- en zoomvegetatie zich niet uiteindelijk toch tot bos ontwikkelen. Behoud en versterking (grensoverschrijdende) ecologische hoofd- en nevenverbindingen Om de ecologische structuur goed te laten functioneren wordt als uitgangspunt voor het landschapsontwikkelingsplan gehanteerd dat de (grensoverschrijdende) ecologische hoofd- en nevenverbindingen behouden en verder versterkt dienen te worden, zodat uitwisseling van flora- en fauna tussen natuurgebieden kan plaats vinden. Met name de oost-west georiënteerde nevenverbindingen vragen om aandacht als het gaat om het mogelijk maken van uitwisseling tussen populaties van zoogdieren, amfibieën, vissen en reptielen. Dit is mede ingegeven vanuit het Meerjarenprogramma Ontsnippering van het Rijk en de Provincies. In hoofdstuk 6 wordt per deelgebied aangegeven op welke wijze deze verbindingen het beste gerealiseerd kunnen worden. Bij het realiseren, behouden en versterken is het niet alleen van belang dat in deze verbindingszones de juiste ecotopen en/of habitats aanwezig zijn voor de fauna, die van deze verbindingen gebruik moet maken.

Het is tevens van belang dat waar mogelijk knelpunten door de aanwezigheid van infrastructuur of bebouwing worden opgelost door de realisatie van bijvoorbeeld faunapassages (zie ook volgende kop ‘Opheffen barrières als gevolg van infrastructuur en bebouwing’). Tot slot wordt voorgesteld de bermen langs de wegen in het buitengebied als ecologische verbindingen voor insecten en kleine zoogdieren in te richten en het beheer hierop af te stemmen. Dit heeft tot gevolg dat de uitstraling van de bermen zal veranderen. Hierover zal dan ook goede voorlichting aan de bevolking moeten worden gegeven.Voorgesteld wordt in ieder geval een informatiebrochure omtrent aangepast, ecologisch bermbeheer te maken en te verspreiden. Dit ecologische bermbeheer heeft wellicht tot gevolg dat de agrariërs in de omringende gebieden (meer) overlast als gevolg van bijvoorbeeld distels zullen ondervinden. Over het beheer van de bermen dienen dan ook voor de aanleg en omvorming van het beheer ervan duidelijke afspraken tussen de diverse betrokkenen te worden gemaakt. Opheffen barrières als gevolg van infrastructuur en bebouwing In de voormalige gemeente Eijsden bevindt zich een tweetal knelpunten uit het Meerjarenprogramma Ontsnippering. Het ene knelpunt bevindt zich aan de zuidzijde van het bedrijventerrein Eijsden-Maastricht en het tweede knelpunt bevindt zich aan de Voer.

Uitgangspunt voor het landschapsontwikkelingsplan is deze barrières op te heffen door passages voor klein wild, zoals Dassen, amfibieën en reptielen aan te leggen en deze passages duurzaam in stand te houden.

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

73

Gronsveld

Rijckholt

Oost

Maarland

Breust Eijsden Mariadorp

Hoog Caestert Laag Caestert

Withuis Mesch

74

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

5.3

Algemene visie culturele kwaliteit - cultuurhistorie Het totale (cultuur)landschap van de gemeente Eijsden-Margraten is een zeer belangrijk cultuurhistorisch fenomeen, dat bepalend is voor de identiteit van de gemeente en een uniek cultuurlandschap vormt binnen Nederland. In dit cultuurlandschap is nog duidelijk de relatie te zien tussen de bodem en de wijze waarop de mens daarvan gebruik heeft gemaakt. Dit ‘historische’ gebruik heeft geleid tot het huidige, door velen zeer gewaardeerde en unieke landschapsbeeld. Dit unieke landschapsbeeld speelt op zijn beurt weer een belangrijke rol voor het huidige gebruik van het buitengebied. Zo is het bijvoorbeeld aantrekkelijk voor recreatief medegebruik en daardoor van groot belang als inkomstenbron voor de toeristisch-recreatieve sector. Belangrijkste uitgangspunt is dan ook dat dit cultuurlandschap in totaliteit als harmonieus en afleesbaar geheel dient te worden behouden en waar nodig versterkt (zie ook paragraaf 5.8 Algemene visie visueel-ruimtelijke belevingskwaliteit). Binnen het cultuurlandschap van de voormalige gemeente Eijsden zijn nog altijd diverse markante en cultuurhistorisch waardevolle parels aanwezig.

Voorbeelden hiervan zijn onder andere de monumentale kastelen, zoals kasteel Eijsden en kasteel Rijckholt, maar ook schans Navagne, kloosters, boerderijen, kruisen en vuursteenmijnen, die verspreid over de gemeente te vinden zijn, de historische kernen en het nog grotendeels aanwezige historische wegenpatroon. In het veld is daarnaast geconstateerd, dat deze elementen soms een (groene) uitstraling ontberen, dat in de ruimtelijke inrichting van de directe omgeving van het object geen verwijzing naar het historische karakter daarvan is opgenomen of, dat cultuurhistorisch waardevolle objecten onbereikbaar en/of ontoegankelijk zijn voor inwoners, toeristen en recreanten.Voor het behouden en versterken van het cultuurlandschap en de identiteit van de gemeente Eijsden-Margraten is het noodzakelijk dat op basis van het landschapsontwikkelingsplan de oude kernen, de historische wegen en de (ensembles van) historische plekken, gebouwen en objecten worden geaccentueerd. Daarnaast is het uitgangspunt deze objecten, zoals de verschillende kastelen, boerderijen, groeves en vuursteenmijnen beter bereikbaar en/of toegankelijk te maken voor toeristen en recreanten, zodat de belevingswaarde daarvan omhoog gaat. Deze doelstellingen zijn hieronder vertaald in algemene uitgangspunten met betrekking tot het behoud, het herstel en de ontwikkeling van cultuurhistorische elementen.

In hoofdstuk 6 zijn deze uitgangspunten vervolgens uitgewerkt in specifieke streefbeelden per deelgebied. Opwaarderen inbedding kernen in het landschap De randen van de kernen in de voormalige gemeente Eijsden vallen voor het ruimtelijke beeld voor een groot deel weg in de grote oppervlakte (hoogstam)fruitweides rondom de kernen. In de inventarisatie en analyse is naar voren gekomen dat in de huidige situatie niet elke kern even goed ligt ingebed tussen deze boomgaarden. Van oudsher waren rond de kernen fruit- en vruchtdragende bomen aanwezig op erven en in huisweides, die tevens als boomgaard in gebruik waren. In de loop der tijd is een groot aantal hoogstamboomgaarden vervallen of zelfs verdwenen, vanwege het wegvallen van de economische factor achter het hoogstamfruit. Het laatste decennium geeft daarin een ommekeer te zien als gevolg van de beschikbaarheid van subsidies voor de aanplant van nieuwe hoogstamfruitweides. Dit heeft echter nog niet geleid tot een volwaardig herstel van de landschappelijke inbedding van de verschillende dorpen.

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

75

Datzelfde geldt voor meer opgaande landschapselementen nabij de kernranden, zoals graften. Daarnaast is bij de gebruikelijke, alleen op de voorkant/straatzijde gerichte nieuwbouw niet altijd aandacht besteed aan een adequate inbedding van de achterkanten van de bebouwing in het landschap. Hierdoor zijn her en der visueel storende bebouwingsranden ontstaan met ontsierende achtergevels met aanbouwen, een chaotische verzameling van tuinafscheidingen, tuinhuisjes en schuurtjes en nietinheemse beplanting. De doelstelling van het landschapsontwikkelingsplan is, om waar nodig in te zetten op versterking van de inbedding van de kernranden in het landschap, door bijvoorbeeld het aanbrengen van bomenrijen, struwelen, parken, solitaire nutsbomen (bijvoorbeeld Walnoot), nieuwe hoogstamboomgaarden en het verjongen van oude vervallen boomgaarden op erven, in huisweides en langs woonbuurten, zodat dorp en buitengebied weer als één harmonieus geheel beleefbaar zijn. In deze groene rand kunnen functies worden geïntegreerd, zoals een openbare boomgaard en/of een pluktuin. Het aanbrengen van opgaand groen betekent overigens niet dat de kernen geheel ingepakt dienen te worden.

De kernranden dienen een zekere openheid te behouden of te krijgen, zodat niet alleen de bebouwing vanuit het landschap zichtbaar en ervaarbaar blijft, maar zodat ook vanuit de kern contact blijft bestaan met het omringende landschap. Daarnaast dient bij uitbreidingsplannen nadrukkelijk aandacht besteed te worden aan een cultuurhistorisch verantwoorde inbedding in het landschap. Bij het herstellen,dan wel nieuw aanplanten van hoogstamfruitboomgaarden dient waar mogelijk gewerkt te worden met fruitrassen die van oudsher in de voormalige gemeente Eijsden werden toegepast. Benadrukken en ontwikkelen historische wegen In de voormalige gemeente Eijsden zijn verschillende typen historische wegen aanwezig in de vorm van heerwegen, bronkroutes, verbindingen tussen hoofdkernen en ontginningskernen en een groot aantal onverharde veldwegen.Algemeen uitgangspunt is dat de historische wegen op plekken waar deze als zodanig nog herkenbaar zijn in het landschap worden benadrukt. Daarbij dient de inrichting van de historische wegen op een integrale wijze bekeken te worden, zodat het gewenste beeld in totaliteit kan worden gerealiseerd. Aangezien de historische wegen verschillend van karakter zijn, wordt hiervoor in hoofdstuk 6 een gebiedspecifieke uitwerking gegeven. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met de huidige functie van de wegen in de verkeerswegenstructuur.

Door deze specifieke uitwerking kan het unieke karakter van deze wegen het beste worden behouden en/of hersteld en daarmee de identiteit van de gemeente Eijsden-Margraten worden versterkt. De heerwegen vormen in dit kader door hun lengte en karakter unieke elementen. Het betreft de historische transportroute op de oostoever van de Maas en de heerweg tussen Maastricht en ‘s Gravenvoeren.Voor deze wegen wordt voorgesteld deze samen met de oorspronkelijk aan deze wegen gekoppelde historische objecten als parelsnoeren in het landschap te benadrukken en weer als één route beleefbaar te maken. Gezien het oorspronkelijke bovenregionale en dus gemeenteoverstijgende karakter wordt voorgesteld om met de omringende gemeenten samen te werken, zodat het eenduidige routekarakter ook daar kan worden doorgezet. Tevens wordt bij het versterken van deze bovenregionale historische wegen voorgesteld om zoveel mogelijk per route een eigen karakter te ontwikkelen, dat gebaseerd is op de route specifieke historische en landschappelijke achtergrond van de wegen.

76

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

De relatie tussen de hoofdkernen in de voormalige gemeente Eijsden en de ontginningskernen op de plateaus in de voormalige gemeente Margraten wordt gevormd door de verbindingswegen die nog voor een groot deel bestaan als (onverharde) veldwegen. Het voorstel is om de continuïteit van deze wegen in het landschap te herstellen en de landschappelijke inbedding van de wegen waar nodig te versterken. Daarmee wordt de basis gelegd voor thematische wandel- en fietsroutes waarbij de ontginningsgeschiedenis van de plateaus het hoofdthema is. Ditzelfde geldt voor de bronkroutes.Vergelijkbaar met de bronkroute van Gronsveld wordt voorgesteld om ook de bronkroute van ’s Gravenvoeren op te pakken als toeristische route om zodoende op bijzondere wijze het landschap en de daarin aanwezige monumenten onder de aandacht te brengen. Creëren en opwaarderen ensembles van historische plekken, gebouwen en objecten In de inventarisatie en analyse van de historische structuur zijn markante historische plekken, gebouwen en objecten aangegeven (niet limitatief). Deze waardevolle historische elementen, zoals monumentale boerderijen, kastelen en kloosters, liggen vaak als eilandjes verscholen in een landschap, dat niet meer als de oorspronkelijke context van het relict is ingericht. Het is dan ook belangrijk duidelijkheid te scheppen in de relatie tussen deze eilandjes en hun omgeving.

Dit kan gerealiseerd worden door het waar mogelijk en op een evenwichtige manier herstellen van de oorspronkelijke relatie tussen deze waardevolle objecten en hun omgeving. Daarnaast kan worden gekozen voor het verzachten van de overgang tussen de objecten en hun omgeving, of door het geheel afschermen van de waardevolle relicten van de visueel storende omgeving. Afhankelijk van de situatie wordt in het landschapsontwikkelingsplan voor de deelgebieden een keuze gemaakt voor één van deze principes. Gestreefd wordt echter naar het opheffen van de geïsoleerde ligging van de historisch waardevolle elementen en het creëren en opwaarderen van historische ensembles. Hiervoor is het noodzakelijk, dat de relatie van deze ensembles en van de losse waardevolle elementen met de omgeving worden verbeterd en op deze plekken boeiend en bloeiend groen wordt aangebracht, dat voor wat betreft de vorm, het ritme en de soort verwijst naar het historische karakter. Voorbeelden hiervan zijn het behouden, versterken en herstellen van parken en tuinen bij de verschillende kastelen, monumentale boerderijen en kloosters. Hierbij dient de inrichting rond waardevolle historische objecten als integraal geheel bekeken te worden, zodat in totaliteit het gewenste beeld wordt gerealiseerd en daarmee de identiteit van het cultuurlandschap en de gemeente benadrukt wordt.

Om beheer en onderhoud aan deze cultuurhistorische objecten ook voor de toekomst te blijven stimuleren is het van belang dat deze elementen zoveel mogelijk worden verbonden met de toeristisch-recreatieve infrastructuur in de gemeente Eijsden-Margraten. Behoud en herstel wegkruisen en kapellen Net als in de voormalige gemeente Margraten kent de voormalige gemeente Eijsden een groot aantal wegkruisen en kapellen. Het onderhoudsniveau verschilt van kruis tot kruis. Diverse kruisen en de meeste kapellen zijn in particulier beheer. Doelstelling van de gemeente Eijsden-Margraten is zorg te dragen voor de kruisen op gemeentelijk eigendom. Daarbij moet gedacht worden aan het vrijzetten van kruisen in de beplanting en onderhoud aan markante boom/bomen die veelal bij een wegkruis aanwezig zijn. Daarnaast stimuleert de gemeente

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

77

particulieren om de op hun eigendom aanwezige kruisen en kapellen goed te onderhouden, zodat deze bijdragen aan de landschappelijke kwaliteit van de gemeente als geheel. Archeologische objecten en monumenten Verspreid over de voormalige gemeente Eijsden zijn vondsten gedaan uit het verre verleden. Enkele van deze locaties groot belang voor de vroege bewoningsgeschiedenis van de regio, maar ook voor Nederland. Dit betreft de vuursteenmijnen van Rijckholt - Sint Geertruid en de vondstlocaties op de Steenberg en de Schelberg bij Mesch. Doelstelling vanuit het LOP is het herkenbaar maken van deze locaties voor bezoekers, zodat de uitgebreide historie van het menselijk ingrijpen in het landschap inzichtelijk wordt gemaakt. In het reliëf zijn nog diverse sporen uit de recentere historie te ontdekken, zoals de grondvorm van kasteel de Cloppenburg nabij Oost, maar ook de restanten van schans Navagne. Doelstelling is, om op basis van nader onderzoek een keuze te maken wat betreft het zichtbaar maken/ reconstrueren van grondwerken en/of gebouwen, zodat de historie weer tot leven komt en deze objecten weer een bijdrage gaan leveren aan het inzichtelijk maken van de historie van het landschap van de voormalige gemeente Eijsden.

78

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

5.4

Algemene visie gebruikskwaliteit - wonen Uit de inventarisatie en analyse komt naar voren dat het gebruik van het landschap voor wonen in de vorm van pittoreske kernen een belangrijk onderdeel vormt van het cultuurlandschap. Woonbebouwing kan echter met een visueel storende bebouwingsrand ook een minder esthetische bijdrage leveren aan het landschapsbeeld. Gezien deze beeldbepalende invloed wordt in deze paragraaf aangegeven op welke manier het wonen een bijdrage kan leveren aan de kwaliteit van het landschap. Vanuit het landschapsontwikkelingsplan wordt gekozen voor een beleid ten aanzien van woonbebouwing, dat zich conformeert aan het gemeentelijke en provinciale beleid daaromtrent. Op enkele punten worden aanvullende randvoorwaarden gesteld. In onderstaande tekst wordt ingegaan op de algemene visie met betrekking tot woonbebouwing binnen de contour en buiten de contour. Woonbebouwing binnen de contour Binnen de voormalige gemeente Eijsden bezitten de dorpen Eijsden, Gronsveld, Rijckholt, Oost-Maarland en Mesch een rode contour die is vastgelegd door de provincie Limburg in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2006 (actualisatie 2011). Buiten deze contour mag in beginsel niet worden gebouwd. Dit wil echter niet zeggen, dat binnen de contour daarom alle beschikbare ruimte dient te worden volgebouwd.

Uitgangspunt voor de toekomst van het landschap direct rond de dorpen met een contour is, dat een voor elke kern kenmerkende afwisseling van bebouwing en ruimtes tussen deze bebouwing behouden dient te blijven. Hierdoor blijven de kernen herkenbaar en wordt hun specifieke identiteit behouden. Woonbebouwing buiten de contour Indien bij de afweging naar voren komt dat de kenmerkende afwisseling tussen bebouwing en open ruimtes met nieuwbouw niet behouden kan worden, dan dient bouwen buiten de contour overwogen te worden. Vanuit het provinciale en gemeentelijke beleid gezien is bouwen buiten de contour slechts onder voorwaarden mogelijk en alleen als dit een kwaliteitsverbetering ter plekke en een kwaliteitsverbetering in groter verband oplevert. De randvoorwaarden hiervoor worden opgenomen in het Gemeentelijke Kwaliteitsmenu. Uitgangspunt voor het bouwen buiten de contour is, dat dit te allen tijden dient te worden getoetst aan het vigerende beleid ter plekke, zoals het bestemmingsplan en dit landschapsontwikkelingsplan, en dat de kwaliteitsverbetering die wordt gevraagd voor het landschap een meerwaarde geeft aan de reeds bestaande context van de bouwlocatie en het geheel harmonieus is ingepast.

Stimuleren bouwen met kwaliteit Uit de hierboven genoemde uitgangspunten en de inventarisatie en analyse komt naar voren dat het belangrijk is dat de visueel esthetische kwaliteit van bestaande en nieuw te bouwen bebouwing in het landschap wordt gewaarborgd. Om deze gewenste kwaliteit voor bebouwing te behouden en te verkrijgen, dient de gemeente Eijsden-Margraten bij initiatieven dan ook als bewaker en als stimulator op te treden. Daarbij dient de handreiking, die Bureau VERBEEK in de publicatie ‘Bouwen met kwaliteit. Beleidsideeën voor bouwen op bestaande erven in het buitengebied’ (Provincie Limburg, 2005) heeft beschreven, gebruikt te worden. De kerngedachte in deze handreiking is dat een bouwwerk zich voegt in de omgeving als dit bouwwerk zich voegt in de ordonnantie,

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

79

80

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

de verhoudingen van die omgeving. Het zijn de verhoudingen in de maten, de verhoudingen in de vormen en kleuren die bepalen of een gebouw zich voegt in zijn omgeving. Met andere woorden; speelt het nieuwe gebouw als nieuw instrument mee in het muziekstuk dat de reeds aanwezige elementen, instrumenten tezamen spelen. Dit betekent niet een nostalgisch teruggrijpen op vormen en middelen van onze voorouders, maar het, met respect voor de reeds aanwezige cultuur van onze voorgangers, op een eigentijdse wijze, met de middelen en inzichten van nu, aansluiten bij en voortbouwen op die reeds aanwezige cultuur. Hiermee wordt voor het nageslacht uiteindelijk de continuïteit van cultuurhistorische ontwikkelingen in het landschap ervaarbaar.

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

81

Gronsveld

Rijckholt

Oost

Maarland

Breust Eijsden Mariadorp

Hoog Caestert Laag Caestert

Withuis Mesch

82

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

5.5

Algemene visie gebruikskwaliteit - agrarische sector Uit de inventarisatie en analyse komt naar voren dat het grondgebruik in het buitengebied voornamelijk de agrarische sector betreft en in beperkte mate ook de toeristische sector. Dit grondgebruik is van grote invloed op het landschapsbeeld. Het waardevolle cultuurlandschap is zelfs onlosmakelijk verbonden met het eeuwenlange agrarische gebruik. Aangezien de agrarische sector een groot deel van het landschap beheert en zodoende zorgt voor de duurzame instandhouding daarvan, achten de gemeente Eijsden-Margraten en de deelnemers aan de klankbordgroep het van belang de agrarische sector de kans te geven ook in de toekomst als beheerders van het landschap op te kunnen treden. In deze paragraaf zijn de uitgangspunten weergegeven ten aanzien van het behoud van agrarische ontwikkelingsperspectief in de voormalige gemeente Eijsden. Behoud ontwikkelingsperspectief agrarische sector Ondanks het feit dat er steeds minder agrariërs actief zijn op het grondgebied van de voormalige gemeente Eijsden is het van belang dat de agrarische sector ontwikkelingsperspectief behoudt. Door het behoud van ontwikkelingsperspectief wordt de agrarische sector voor de toekomst behouden en wordt de agrarische sector de kans gegeven om ook in de toekomst als beheerders van het landschap op te treden.

Om de landschappelijke karakteristieken in de gemeente Eijsden-Margraten te behouden en te versterken is het wel van belang dat de grondgebonden landbouw wordt gestimuleerd. Rondom Eijsden (Panneslager, Caerstertveld) kunnen relatief grote functionele gebruiksruimten worden nagestreefd, zodat schaalvergroting en specialisatie plaats kan vinden. De genoemde gebieden lenen zich daarvoor, omdat daar het landschap reeds relatief grootschalig van karakter is. Doel voor deze agrarische gebieden is wel, om waar dat gewenst is, te streven naar een combinatie van landschappelijke verfraaiing en erosiepreventie, zodat een landschappelijk kader ontstaat waarbinnen de agrarische ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. In het overgrote deel van de voormalige gemeente Eijsden dient echter het kleinschalige karakter van het landschap te worden gerespecteerd. In deze gebieden is schaalvergroting dan ook minder vanzelfsprekend, omdat daarmee het kleinschalige karakter wordt aangetast. Het versnipperde grondbezit draagt hier overigens aan bij. Hier passen beter agrarische bedrijven die zich specialiseren, verbreden, verdiepen, zoeken naar herfundering en een multifunctioneler karakter hebben. Zo wordt in de concentratiegebieden voor fruitteelt niet alleen de teelt van appels, peren, kersen en pruimen gestimuleerd, maar bestaat ook ruimte voor specialistische teelten als bessen en bramen.

Om de landschapskwaliteiten in het gebied van oude Maasarmen ten zuiden van Eijsden te behouden en te versterken wordt hier gestreefd naar behoud van de veehouderij. In de EHS liggen kansen voor extensivering en verbreding van de landbouw. Dit betekent wel dat de agrariërs hiertoe gefaciliteerd dienen te worden, bijvoorbeeld door als gemeente hulp te bieden bij kavelruil. Het behoud van het kleinschalige landschap kan ook gerealiseerd worden door nieuwe vormen van agrarische bedrijvigheid aan te trekken, die juist de behoefte hebben aan een kleinschalig landschap en die dit landschap kunnen onderhouden, zoals de paardenhouderij, en die een brugfunctie kunnen vervullen tussen stad en platteland, tussen agrarisch gebruik en recreatie. Teneinde ook nieuwe vormen van grondgebruik te faciliteren, zijn in dit LOP een aantal zoekgebieden voor bosbouw en energieteelten met houtige gewassen begrenst. De doelstelling is om binnen deze

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

83

zoekgebieden de planologische beperkingen in relatie tot deze teelten zoveel mogelijk te slechten, zodat omschakeling naar deze teelten vereenvoudigd wordt. Met bovenstaande voorstellen kunnen met het agrarische gebruik de kwaliteiten van het landschap van de gemeente Eijsden-Margraten behouden en verder versterkt worden. Paardenhouderij Een ontwikkeling die zichtbaar is in de dorpsranden van Maarland en Hoog Caestert is de toename van het aantal paardenweides.Ten behoeve van de landschappelijke inbedding van de dorpen is het wenselijk dat ook de paardenweides zich voegen naar de landschappelijke karakteristiek van het agrarische gebied. Dit houdt in, dat ook bij een paardenweide de karakteristieke inrichting als hoogstamfruitweide omzoomd door een haag gewenst is. Voor paarden geldt echter een aantal aandachtspunten om te voorkomen dat problemen met koliek, vergiftiging of onbedoelde vernieling van de landschapselementen ontstaat (KNHS, 2008). • Hagen: Diverse soorten die behoren tot het sortiment van de karakteristieke Limburgse haag zijn geschikt als omheining voor paardenweides. Dit betreft vooraleerst Meidoorn (jong uitlopers zijn bijzonder geliefd bij paarden), maar daarnaast ook Veldesdoorn, Haagbeuk, Kornoelje, Hulst, Wilde appel en Sleedoorn. Rozen komen veelal door uitzaaiing in hagen terecht. Rozen zijn echter evenmin schadelijk voor het paard.

De eerste paar jaar na aanplant dient een haag uitgerasterd te zijn om te voorkomen dat de planten opgegeten worden. Een goed ontwikkelde haag vormt een prima afscheiding voor paardenweides, waardoor de weinig fraaie afzetlinten die nu te zien zijn in het buitengebied achterwege kunnen blijven. • Fruitbomen: Paarden in een hoogstamfruitweide laten weiden is geen probleem, maar vergt wel enige oplettendheid. Niet alle paarden kunnen in de bloesemperiode namelijk even goed tegen de aanwezigheid van grote aantallen bijen en wespen die de bloesem bestuiven. Het laten liggen van valfruit kan tevens koliek veroorzaken. Dit probleem kan echter voorkomen worden door het fruit te plukken of te verzamelen. • Bomen: Taxus en Valse acacia (Robinia) zijn giftig voor paarden en dienen dan ook achterwege te blijven in de aanplant rondom een paardenweide. De meeste inheemse boomsoorten kunnen echter zonder grote problemen worden aangeplant. Beuken (de nootjes) en Eiken (groene eikels, blad en bast) kunnen, na het eten van (zeer) grote hoeveelheden wel narigheid veroorzaken bij paarden. Voor buitenpaarden zal dit echter weinig problemen opleveren, omdat deze paarden eromheen eten. Voor binnenpaarden is het risico hier het grootst, vanwege de onbekendheid met de bomen. • Bestrijding insecten: Diverse insectensoorten kunnen paarden het leven aardig zuur maken. Denk daarbij aan horzels en dazen.

Door het creëren van broedgelegenheid voor vogels, zoals Zwaluwen, maar ook Mezen en bijvoorbeeld Gekraagde roodstaart, wordt huisvesting geboden voor natuurlijke insectenbestrijders. Vleermuizen dragen ook bij aan het opruimen van insecten. Alle vleermuissoorten in Nederland zijn insecteneters. Door ze huisvesting te bieden in oude holle bomen, onder de dakrand of in speciale vleermuiskasten wordt bijgedragen aan het verlagen van de insectenstand in de stal en of de weide, wat gunstig is voor het paard.

84

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Geconcludeerd kan worden dat paardenhouderij en het karakteristieke Zuid-Limburgse landschap goed samengaan. Wel dient gewerkt te worden aan een stukje bewustwording om het draagvlak voor de instandhouding en ontwikkeling van kleine landschapselementen in en om de paardenweides te vergroten. Landschappelijke inpassing hagelnetten en teeltondersteunende voorzieningen Het behouden van het ontwikkelingsperspectief voor de agrarische sector houdt in dat het plaatsen van hagelnetten en teeltondersteunende voorzieningen mogelijk moet zijn en blijven. Door het kenmerkende reliëf in het buitengebied van de gemeente Eijsden-Margraten kunnen deze voorzieningen echter duidelijk zichtbaar zijn en het karakteristieke landschapsbeeld verstoren. De provincie Limburg heeft daarom een Beleidsregel Hagelnetten en een Beleidsregel Teeltondersteunende voorzieningen vastgesteld, waarin algemene criteria omtrent de plaatsing en de landschappelijke inpassing ervan zijn opgenomen. Deze criteria worden in het landschapsontwikkelingsplan overgenomen. Plaatsing en inpassing van teeltondersteunende voorzieningen en hagelnetten vraagt altijd om maatwerk. Erosiepreventie Het landschap van de gemeente voormalige gemeente Eijsden is gevoelig voor bodemerosie, door het aanwezige reliëf, het type bodem en het huidige landgebruik. Het is daarom van belang erosie te bestrijden, te voorkomen.

In gebieden waar zich erosieknelpunten voordoen in de openbare ruimte zal de gemeente Eijsden-Margraten zich actief opstellen om samen met grondeigenaren tot een duurzame oplossing te komen. In de (toekomstige) natuurgebieden blijven erosiebeperkende maatregelen achterwege met uitzondering van locaties waar bodemerosie in een natuurgebied overlast veroorzaakt voor verkeer, bewoners en agrariërs buiten het natuurgebied door afzetting van afgespoeld bodemmateriaal en opstuwing van afstromend hemelwater. Stimuleren erfbeplanting rond agrarische bedrijfsgebouwen Verspreid in het buitengebied van de voormalige gemeente Eijsden zijn meerdere grote agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig. Uit de inventarisatie en analyse komt naar voren dat deze gebouwen niet altijd optimaal liggen ingebed in het omringende landschap. Om deze inbedding te verbeteren, wordt voorgesteld om het aanbrengen van erfbeplanting, bijvoorbeeld in de vorm van bomenrijen, houtkanten of hoogstamboomgaarden, te stimuleren. Hierbij is het niet de bedoeling de gebouwen geheel met beplanting ‘in te kapselen’, maar gedeeltelijk opgaande beplanting aan te brengen, bijvoorbeeld langs maximaal twee zijden of langs gedeelten van de zijden, zodat de verhoudingen van de gebouwen beter aansluiten op de verhoudingen in de omgeving.

Hierdoor blijft de agrarische functie van de gebouwen zichtbaar en het contact met het omringende landschap behouden. De toe te passen soorten dienen daarbij te verwijzen naar de landschappelijke ligging op de helling of op het plateau. Bij eventuele nieuwbouw en uitbreiding van agrarische bedrijven dient het aanbrengen van erfbeplanting integraal onderdeel uit te maken van de landschappelijke inpassing.

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

85

Agrarische nieuwbouw buiten de contour Behoud van het agrarische ontwikkelingsperspectief voor de agrarische sector kan samengaan met de noodzaak tot het uitbreiden of het nieuw bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen. Realisatie van nieuwe grootschalige agrarische bedrijven is maatwerk en dient van geval tot geval te worden bekeken. De landschappelijke inpasbaarheid is daarbij van groot belang. Het wensbeeld is, om deze bedrijven slechts in het oosten van de gemeente Eijsden-Margraten toe te staan. Grootschalige agrarische bedrijven passen hier namelijk binnen de grote maatverhoudingen van de landschappelijke karakteristiek. In de beekdalen en de droogdalen is de plaatsing niet wenselijk vanwege de kleine schaal van het landschap aldaar. Hier ligt uitbreiding van bestaande bedrijven voor de hand, in plaats van nieuwbouw. Op uitbreiding en nieuwvestiging van agrarische bedrijvigheid is net als voor woningbouw het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu van toepassing (Arcadis, 2012). Tot slot is het net als bij het bouwen van (nieuwe) woningen van belang dat de visueel esthetische kwaliteit van bestaande en nieuw te realiseren bebouwing van agrarische bedrijven in het landschap wordt gewaarborgd. Om deze gewenste kwaliteit voor bebouwing te behouden en te verkrijgen, dient de gemeente Eijsden-Margraten bij initiatieven dan ook als bewaker en als stimulator op te treden.

Daarbij dient de handreiking, die Bureau VERBEEK in de publicatie ‘Bouwen met kwaliteit - Beleidsideeën voor bouwen op bestaande erven in het buitengebied’ (Provincie Limburg, 2005) heeft beschreven, gebruikt te worden. De kerngedachte in deze handreiking is dat een bouwwerk zich voegt in de omgeving als dit bouwwerk zich voegt in de ordonnantie, de verhoudingen van die omgeving. Stimuleren agrarisch natuur- en landschapsbeheer Uit de beschrijving van de ontwikkelingen en vernieuwingen in het LOP Buitengewoon Margraten is naar voren gekomen dat agrarisch natuur- en landschapsbeheer een vorm van verbreding van agrarische bedrijvigheid is die de kwaliteit van het kleinschalige cultuurlandschap ten goede komt.Voorgesteld wordt daarom natuur- en landschapsbeheer door agrariërs te stimuleren in de vorm van bloemrijke akkerranden en bermen, kleine landschapselementen en agroforestry. Het aanleggen en onderhouden van bloemrijke akkerranden en bermen wordt gestimuleerd. Naast de ecologische waarde levert dit tevens een belangrijke bijdrage aan de aantrekkelijkheid van het gebied voor recreanten.Voorgesteld wordt om als eerste het aanleggen van bloemrijke akkerranden en bloemrijke bermen langs de kernontsluitingswegen te stimuleren, omdat van deze wegen het meest gebruikt worden door bewoners en bezoekers.

Daarnaast wordt voorgesteld het beheer van kleine landschapselementen door agrariërs te stimuleren. Dit kan gerealiseerd worden door bijvoorbeeld het inzetten van groenblauwe diensten. In ieder geval wordt er naar gestreefd op structurele basis geld vrij gemaakt worden voor het onderhoud van kleine landschapselementen, zodat het landschappelijke kader van het buitengebied van de gemeente Eijsden-Margraten behouden blijft. In dit verband worden ook initiatieven zoals het aangaan van convenanten, samenwerkingsverbanden tussen agrariërs en ondernemers uit andere sectoren, zoals de recreatie, toegejuicht. Dit omdat deze samenwerkingsverbanden de mogelijkheid bieden om de relatie tussen de boer als producent en de burger als consument te herstellen en de betrokkenheid van burgers bij natuur- en landschapsbescherming in de directe omgeving te vergroten.

86

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Tot slot wordt voorgesteld om agroforestry in het buitengebied van de voormalige gemeente Eijsden te stimuleren. Agroforestry is een combinatie van bomen en landbouwgewassen of veeteelt, of een combinatie van bomen en andere activiteiten, bijvoorbeeld recreatie. Afhankelijk van de gekozen vorm kan agroforestry bijdragen aan erosiepreventie, de biodiversiteit aan insecten en vogels verhogen en bijdragen aan een fraai landschap. Voor agrariërs is het echter ook een aantrekkelijke landbouwvorm. Bomen leveren vruchten, hout, schors en dergelijke, de bomen verankeren de grond, sommige soorten zorgen voor het mobiliseren van stikstof in de bodem en bomen kunnen het onderstaande gewas beschermden tegen schadelijke weersinvloeden. Voorgesteld wordt in eerste instantie agroforestry te stimuleren in de vorm van begrazing onder hoogstamfruitbomen en in de vorm van het telen van zachtfruit, zoals bramen en frambozen. Op deze manier kan de inbedding van de kernen, zoals is voorgesteld in paragraaf 5.3 Algemene visie culturele kwaliteit - cultuurhistorie, (economisch) versterkt worden. Tevens kan op deze manier ruimte worden geboden aan fruittelers en kunnen de benodigde teeltondersteunende voorzieningen goed in het landschap worden ingepast.

Verstrekken van agro-info De agrariërs zijn samen met natuurbeherende instanties de belangrijkste beheerders van het landschap van de gemeente Eijsden-Margraten. Zij hebben met hun agrarische activiteiten door de geschiedenis heen het cultuurlandschap gevormd zoals dat nu zichtbaar is.Voor de beleving en de leesbaarheid van het landschap van de gemeente Eijsden-Margraten is het van belang dat bewoners en bezoekers geïnformeerd worden over de wijze waarop agrariërs niet alleen in het verleden, maar vooral ook in het heden het landschap benutten en beheren. Hiertoe wordt een aantal voorstellen gedaan. Als eerste wordt voorgesteld om gekoppeld aan agrarische bedrijven, wandel- en fietspaden en recreatieve start- en rustpunten informatiepanelen te plaatsen waarop uitleg wordt gegeven over diverse agrarische onderwerpen, zoals gewassen, bewerkingsmethoden, bedrijfsprocessen en vernieuwingen (energie). Hierbij dient zoveel mogelijk een koppeling gezocht te worden met de andere aspecten die een rol spelen in het landschap, zoals water (erosie), recreatie en natuur. Belangrijk is dat de borden een uniforme en aansprekende vormgeving krijgen, zodat aan de borden af te lezen is dat het om de gemeente Eijsden-Margraten gaat.

Om verrommeling van het landschapsbeeld te voorkomen is het tevens zeer belangrijk dat de borden niet her en der lukraak in het landschap worden neergezet, maar dat de plaatsing ervan zorgvuldig gebeurd. Dit kan gerealiseerd worden door bijvoorbeeld de borden te combineren met recreatieve rust- en/of startpunten. Daarnaast wordt voorgesteld om informatiepunten met betrekking tot de in de gemeente Eijsden-Margraten voorkomende typen agrarische bedrijven (akkerbouw, veeteelt, fruitteelt, gemengd bedrijf) te realiseren. Hiertoe kunnen agrariërs gestimuleerd worden hun bedrijf open te stellen voor publiek en zo bewoners en bezoekers van de gemeente Eijsden-Margraten te vertellen over hun bedrijf.

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

87

88

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Plaatsing van windmolens Naast de opwekking van energie uit biomassa is windenergie op dit moment de meest kosteneffectieve bron van duurzame energieopwekking. Uit de beschrijving van de economische vernieuwing van het landschap in het LOP Buitengewoon Margraten komt naar voren dat de provincie Limburg sterk achter loopt bij de rest van Nederland en dat uitbreiding van het windmolenpark zeer gewenst is. De huidige windmolens zijn echter zeer hoog en vormen daardoor opvallende blikvangers in het landschap. Gezien het belang van de gemeente Eijsden-Margraten en de regio als Nationaal Landschap en de grote invloed van windmolens op het landschapsbeeld, dient plaatsing van deze objecten in het landschap op landelijk, provinciaal en/of Euregionaal niveau te worden bekeken. De volgende aspecten dienen daarbij een rol te spelen. Het meest logische is de windmolens te plaatsen op plekken waar de meeste wind is, bijvoorbeeld aan de kust, zodat een duidelijke relatie tussen de plaats en de benodigde wind voor het aandrijven van de molens ontstaat. Dit kan vergeleken worden met de mergelgroeves in de gemeente EijsdenMargraten. Deze groeves zijn ook juist in gebruik genomen op plaatsen waar mergel in de directe ondergrond aanwezig was.

Daarnaast dienen windmolens op zodanige wijze geplaatst te worden dat deze de minste inbreuk plegen op een landschap en waar mogelijk zelfs het landschap versterken. Een lange rij windmolens langs een kanaal kan bijvoorbeeld het langgerekte, rechte karakter van een kanaal versterken. Dit zou in Limburg betekenen dat windmolens langs onder andere het Julianakanaal geplaatst dienen te worden. Op deze manier kan het Nationaal Landschap van de gemeente Eijsden-Margraten gevrijwaard worden van windmolens, die de karakteristiek van het landschap beïnvloeden. Echter, als onderzoek uitwijst, dat een goed geplaatste en vormgegeven solitaire windmolen een meerwaarde voor het (nationaal) landschap betekent, dan kan de gemeente Eijsden-Margraten plaatsing alsnog in overweging nemen.

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

89

Gronsveld

Rijckholt

Oost

Maarland

Breust Eijsden Mariadorp

Hoog Caestert Laag Caestert

Withuis Mesch

90

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

5.6

Algemene visie gebruikskwaliteit - verkeerswegenstructuur In het landschapsontwikkelingsplan wordt de in het buitengebied van de gemeente Eijsden-Margraten aanwezige hiërarchie in de verkeerswegenstructuur benadrukt, zodat de uitstraling van de gemeente als geheel, de uitstraling van de kernen afzonderlijk en de oriëntatie binnen de gemeente wordt vergroot. Daarnaast kan de verkeerswegenstructuur met behulp van een gepaste groene begeleiding benut worden om de relatie van de kernen met het omringende landschap te versterken en beleefbaar te maken. In onderstaande algemene visie wordt voor de verschillende delen van de verkeerswegenstructuur aangegeven welke uitgangspunten worden gehanteerd. 5.7.1 Hoofdinfrastructuur De voormalige gemeente Eijsden wordt in noord-zuid richting doorsneden door zowel de A2 als de spoorlijn Maastricht-Luik. Door hun ligging in het landschap is het landschap van het Maasdal goed te beleven. Door het internationale karakter van zowel de A2 als het spoor vormt het landschap van de voormalige gemeente Eijsden de eerste kennismaking met Nederland.

Om die reden is het van groot belang om zorg te dragen voor een representatieve landschappelijke inpassing die enerzijds een visitekaartje vormt voor Nederland, maar anderzijds de regio presenteert als aantrekkelijke woonomgeving, aantrekkelijke vestigingslocatie voor bedrijven, maar ook als aantrekkelijk vakantiebestemming: Voor de landschappelijke inpassing gelden daarom de volgende uitgangspunten: • A2: Behouden afwisseling tussen groene afscherming en vergezichten, zodat de beleving van het Maasdal en de fruitteelt optimaal is. De landschappelijke inpassing van de verzorgingsplekken is nog jong, maar van voldoende omvang om zorg te dragen voor een harmonieuze inbedding in het omringende landschap. • spoorlijn: De spoorlijn ligt in de voormalige gemeente Eijsden nagenoeg geheel op maaiveld. Met uitzondering van Umicore is van een groene afscherming geen sprake. De bedrijventerreinen Zoerbeemden en Maastricht-Eijsden liggen met de achterzijde naar het spoor en hebben daar verder geen relatie mee in de vorm van overslaglocaties. De inrichting van de bedrijfspercelen aan de spoorzijde heeft een wisselend karakter en mist samenhang met het omringende landschap van het buitengebied.

Het is daarom wenselijk om de spoorzijde van de bedrijventerreinen landschappelijk in te passen, zodat de beleving van de bedrijventerreinen vanuit de trein verbeterd wordt, maar ook vanuit het omringende landschap. Het onderliggende wegennet kruist de A2 en de spoorlijn op diverse locaties. Mede naar aanleiding van discussies in de klankbordgroep is het voorstel om na te gaan of alle onderdoorgangen in de A2 en de spoorlijn nog afdoende gedimensioneerd zijn voor de huidige grootte van landbouwverkeer. Daarnaast is het vanuit cultuurhistorisch en recreatief oogpunt wenselijk om voor fietsers en wandelaars een verbinding over of onder de A2 te realiseren ter plekke van de Hoolstraat - Uit de Pateel, wat tevens bijdraagt aan het verbeteren van de verkeersveiligheid op de Sint Geertruiderweg die daardoor ontlast wordt. Daarnaast dienen op een aantal locaties ontsnipperende maatregelen te worden getroffen teneinde de uitwisseling van fauna tussen beide zijden van de spoorlijn/ A2 mogelijk te maken.

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

91

5.7.2

Gemeentelijke ontsluitingswegen

Kernontsluitingswegen Uit de inventarisatie en analyse van de verkeerswegenstructuur komt naar voren dat de kernontsluitingswegen buiten de kernen van belang zijn voor de uitstraling van de gemeente omdat bewoners en bezoeker veelvuldig van deze wegen gebruik maken. Deze wegen hebben in de huidige situatie vrijwel alle een bij het gebied passend landelijk karakter. Uitgangspunt voor het landschapsontwikkelingsplan is dan ook dit landelijk karakter te behouden en waar mogelijk te versterken. Langs de kernontsluitingswegen buiten de bebouwde kom wordt het aanbrengen of achterwege laten van beplanting bepaald door de ligging van deze wegen binnen de landschappelijke opbouw of, in het geval van de Rijksweg, de cultuurhistorische achtergrond van de weg. De aanwezige kernkwaliteiten van het omringende landschap zijn daarbij bepalend voor de al of niet groene inbedding van de weg. Om het onderscheid met de andere wegen te vergroten en daardoor de oriëntatie te verbeteren wordt voorgesteld om langs alle kernontsluitingswegen bloemrijke bermen te ontwikkelen. Daarnaast wordt voorgesteld om ter verbetering van de oriëntatie van de gebruikers de kruisingen tussen kernontsluitingswegen zowel verkeerstechnisch, als door bebording en het aanbrengen van markant groen te accentueren.

In enkele van de kernontsluitingswegen is het van belang om ontsnipperende maatregelen te treffen zodat de uitwisseling tussen faunapopulaties aan weerszijden van deze wegen wordt bevorderd. Erftoegangswegen Naast gemeentelijke ontsluitingswegen in de vorm van kernontsluitingswegen, zijn in de gemeente Eijsden-Margraten ontsluitingswegen in de vorm van erftoegangswegen aanwezig. Net als de kernontsluitingswegen hebben de erftoegangswegen in de huidige situatie vrijwel alle een bij het gebied passend landelijk karakter. Gezorgd dient te worden dat dit karakter behouden blijft en waar mogelijk wordt versterkt. Hiertoe wordt hetzelfde uitgangspunt met betrekking tot het aanbrengen of achterwege laten van beplanting gehanteerd als voor de kernontsluitingswegen. Dat wil zeggen dat het aanbrengen of achterwege laten van beplanting bepaald wordt door de ligging van deze wegen binnen de landschappelijke opbouw. In beginsel komt het neer op de volgende tweedeling: de wegen op de plateaus en de flauwere hellingen kennen geen opgaande begeleidende beplanting en de wegen op de overige onderdelen van de landschappelijke onderlegger kennen een bij de context van het landschap passende opgaande beplanting in de vorm van hagen, struweel en/of bomen.

Het onderscheid tussen de erftoegangswegen en de kernontsluitingswegen wordt bepaald door de afwijkende dimensionering van de weg en de sobere vormgeving van kruisingen. Een bijzonder aandachtspunt zijn de wegverbindingen tussen de gemeenten Eijsden-Margraten en Voeren. Om te komen tot directe verbindingen tussen Mesch, Mheer en Noorbeek enerzijds en ‘s Gravenvoeren anderzijds is het wenselijk om te onderzoeken of barrières aan de grens opgeheven kunnen worden, zoals in de Grijzegraaf bij Mesch. Ook kunnen verbindingen verbeterd worden door weggedeeltes te verharden, bijvoorbeeld ten behoeve van autoverkeer, maar ook ten beheove van de schoolgaande jeugd. Veldwegen In het buitengebied van de voormalige gemeente Eijsden zijn vele vaak onverharde veldwegen aanwezig. Gezorgd dient te worden, dat de van

92

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

oudsher langs deze wegen aanwezige landschappelijke beplantingen en kruidenrijke bermen behouden blijven en waar nodig worden hersteld. Daarnaast dient gezorgd te worden, dat waar nodig nieuwe beplantingen worden aangebracht, zodat de visueel-ruimtelijke belevingskwaliteit en de landschappelijke inbedding van deze wegen worden verbeterd. Tot slot wordt voor de onverharde veldwegen als uitgangspunt gehanteerd dat deze onverhard blijven en zodanig onderhouden worden, dat zij hun ecologische en visueel-ruimtelijke belevingswaarde behouden. Holle wegen Verspreid over het landschap van de gemeente Eijsden-Margraten zijn, binnen de verschillende wegcategorieën, holle wegen/weggedeeltes aanwezig. Voorgesteld wordt, om de karakteristieke beplanting op de flanken van de holle wegen te behouden, te herstellen en waar nodig verder te ontwikkelen. Daarbij dient het beheer gericht te zijn op het behoud en de ontwikkeling van biodiversiteit in de vegetaties. Dit houdt in de praktijk in, dat bij voorkeur overgegaan dient te worden op een traditioneel hakhoutbeheer, waarbij eens in de zoveel jaar de boomen struikvormers worden afgezet. Op die wijze wordt voorkomen dat door schaduwwerking de kruidlaag uitdunt en het risico op erosie in de taluds van de holle weg toeneemt.

De omvorming van het beheer zal gefaseerd uitgevoerd worden, zodat het landschapsbeeld niet in een keer rigoureus op de schop gaat, maar gewenning kan plaats vinden aan de wijze waarop holle wegbeplantingen op duurzame wijze in stand worden gehouden. Het beheer dient overigens wel afgestemd te zijn op de verkeersveiligheid. Daarbij dient tevens rekening te worden gehouden met de huidige dimensionering van landbouwvoertuigen. 5.7.3 Entrees Aangezien de entrees de visitekaartjes van de kernen en de hele gemeente vormen, is het noodzakelijk de entrees van de kernen een herkenbare en representatieve vormgeving binnen de toekomstige structuur van het buitengebied te geven. Hiervoor bestaat een aantal verkeerstechnische en landschappelijke ingrepen, zoals het creëren van een min of meer vanzelfsprekende verkeersremmende werking door middel van het aanbrengen van beplanting, het aanbrengen van een karakteristieke verharding, gebruikmaking van de aanwezige landschappelijke waarden en het toepassen van niet meer dan de hoogstnoodzakelijke bebording.

Enkele voorbeelden zijn het toepassen van laanbeplanting, die vanuit het buitengebied binnen de kern doorloopt, hagen, die - als teken van menselijke activiteit - de weg reeds voor de kern, in het buitengebied, begeleiden of bermbeplanting, die naar de kern toe een steeds bloemrijker en cultuurlijker karakter te geven door aanplant van bloeiende sierheesters en bollen. De groene aankleding dient daarbij samen te gaan met de verkeerstechnische aankleding van de entree, waarbij beide elkaar dienen te versterken, zodat een integraal vormgegeven entree ontstaat, een verkeersremmende entree en een visitekaartje voor de kern en de gehele gemeente. Doelstelling voor de vormgeving is daarbij een duidelijk verschil aan te brengen tussen de hoofdentrees van de dorpen en de overige entrees van zowel de dorpen als de buurtschappen. De eerste dienen een duidelijke herkenbare uniforme representatieve vormgeving te hebben. Het tweede type entrees kan volstaan als in het landschap ingebedde eenheden, waar de entree een natuurlijke overgang vormt tussen buitengebied en dorp of buurtschap. Verkeerstechnische ingrepen zijn hierbij zodanig vormgegeven, dat ze passen in de totale context van het landschap ter plekke.

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

93

Gronsveld

Rijckholt

Oost

P themaroute vuursteenmijnen

the m frMaarland uit arou tee te lt

Breust Eijsden

ntg te o Mariadorp arou them

themaroute archeologie

ng

inni

zoekgebied wandelfietsroute Maasoever Hoog Caestert Laag Caestert

themaroute watermolens Withuis te Voer

Ma fiet asrout sro e ute

ou themar

themaroute Voer en Berwinne

0

1000m

4

9

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Mesch

5.7

Algemene visie gebruikskwaliteit - toerisme en recreatie In de algemene visie voor het toerisme en de recreatie als onderdeel van de gebruikskwaliteit wordt aangegeven hoe wordt omgegaan met de invloed die recreatie en toerisme op het landschapsbeeld heeft. Anderzijds vormt het aantrekkelijke cultuurlandschap van de gemeente Eijsden-Margraten het economische basiskapitaal van deze sector. Het is dan ook belangrijk om binnen het landschap mogelijkheden voor ontwikkelingen met betrekking tot recreatie en toerisme te bieden en te streven naar een kwalitatief hoogwaardige inrichting op het gebied van recreatie en toerisme. Het landschapsontwikkelingsplan wordt daarom aangewend om de kwaliteit van recreatieve structuur in de gemeente Eijsden-Margraten te behouden en verder versterken. Hierbij is niet alleen het streven de recreatieve mogelijkheden voor bewoners te verbeteren, maar ook voor bezoekers, zodat zij de indruk krijgen dat de gemeente Eijsden-Margraten een bijzondere locatie is en de moeite waard is om naar terug te komen. Verbeteren uitstraling en toegankelijkheid bezienswaardigheden Uit de inventarisatie en analyse komt naar voren dat de voormalige gemeente Eijsden net als de voormalige gemeente Margraten een groot aantal bezienswaardigheden bezit.

Verspreid over de voormalige gemeente zijn diverse (restanten van) monumentale hoeves, kastelen, kloosters, watermolens, kerken, (weg)kruisen, kalk- en vuursteengroeves, archeologische en geologische monumenten, natuurgebieden en andere objecten aanwezig. Een groot aantal cultuurhistorische en natuurlijke objecten is echter niet of beperkt toegankelijk en/of beleefbaar voor het publiek en/of mist een aantrekkelijke uitstraling. Met betrekking tot het vergroten van de aantrekkelijkheid van de gemeente Eijsden-Margraten als toeristisch-recreatief interessante gemeente is het van belang deze objecten een kwalitatief hoogwaardige uitstraling te geven, toegankelijk en/of beleefbaar te maken en aan te sluiten op de bestaande of nieuw te vormen recreatieve routes. Bij de streefbeelden voor de verschillende deelgebieden wordt nader ingegaan op het beleefbaar maken van de cultuurhistorische en natuurlijke objecten. Verbeteren aantrekkelijkheid en realisatie nieuwe recreatieve routes en rust- en startpunten in de voormalige gemeente Eijsden zijn diverse wandel- en fietsroutes aanwezig waarlangs diverse rust- en startpunten aanwezig zijn.

Daar staat tegenover dat de aantrekkelijkheid en veiligheid van de routes en de start- en rustpunten niet overal optimaal is, routes voor ruiters ontbreken en enkele voor de hand liggende verbindingen naar de omringende gemeenten en naar België ontbreken. Ook is het aantal rust- en startpunten op diverse plekken beperkt en ontbreekt op meerdere plaatsen een bord met informatie omtrent de omgeving, terwijl de bijzonderheid van de plek daar wel om vraagt. Om de aantrekkelijkheid van het buitengebied voor bewoners, recreanten en toeristen te verbeteren, wordt allereerst voorgesteld om de landschappelijke aankleding van de bestaande routes te verbeteren door het waar nodig aanbrengen van kleine landschapselementen, zoals een gemengde haag, een solitaire boom of een boomgroep. Daarnaast wordt voorgesteld om een (knooppunten)netwerk van ruiterroutes en de ontbrekende schakels in de overige routes te realiseren. Ook kan ingespeeld worden op nieuwe fenomenen, zoals de elektrische fiets en scooter. Op strategische punten, bij horeca of bezienswaardigheden, kunnen bijvoorbeeld oplaadpunten gerealiseerd worden.

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

95

Bij het realiseren van nieuwe paden dient een combinatie met andere aspecten te worden gezocht, zoals het terugbrengen van verdwenen voetpaden, de aanwezigheid van archeologische elementen, het maken van ecologische verbindingen en het zichtbaar maken van het watersysteem. Op deze manier worden de paden landschappelijk aantrekkelijk en ontstaat een meerwaarde. In dit kader wordt tevens voorgesteld om meer zogenaamde thematische wandel- en/of fietsroutes te creëren. Een voorbeeld hiervan is de bronkroute van Gronsveld. Hiervoor hoeven niet noodzakelijkerwijs nieuwe paden gerealiseerd te worden. Dit kan namelijk ook door middel van een beschreven wandeling of fietstocht of een app op de smartphone. Om het buitengebied aantrekkelijker te maken, dient ook waar mogelijk de veiligheid van routes te worden verbeterd. Zo dient op wegen die intensief gebruikt worden door zowel bewoners als toeristen en waarop zowel autoverkeer, de fietsers en voetgangers voorkomen nagegaan te worden hoe verkeersveilig ze zijn. Van de Sint Geertruiderweg en de Heiweg is reeds bekend dat het wenselijk is de verkeersveiligheid te vergroten. Op knelpunten waar voldoende ruimte is kan dit bijvoorbeeld gerealiseerd worden door een vrij liggend wandel- of voetpad aan te leggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=f86ecfa8-460e-4355-ab18-5ea2d13a31b1