CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

lop-eijsden-def-kl

* Raadsvergaderingen 26 september 2023, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Landschapsfonds en subsidieverordening aanplantregeling Landschapselementen18.518 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

1

Landschapsontwikkelingsplan ‘Buitengewoon Eijsden’ 5 februari 20 3

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten





© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Landschapsontwikkelingsplan ‘Buitengewoon Eijsden’

Opgesteld door Bureau VERBEEK in opdracht van de gemeente Eijsden-Margraten.

1

1

Projectnummer EM-20 . 00

1

Datum 5 februari 20 3 Auteurs Martijn Blaas Jeroen Verbeek Layout en kaart(bewerkingen) Rob Smeets

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten



Ambtelijke werkgroep Edo Lemmens (projectleider) Joep Mertens Hein Luth Mirriam Schmitz



© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

5

Inleiding

7

1

11

Inventarisatie en analyse van het landschap

1.1 Abiotische structuur

11

1.2 Biotische structuur

15

1.3 Antropogene structuur

23

2

37

Vigerend beleid 2.1 Rijksbeleid

37

2.2 Provinciaal beleid

39

2.3 Beleid Waterschap Roer en Overmaas

47

2.4 Gemeentelijk beleid

49

3

Kernkwaliteiten van het landschap

55

4

Integrale visie ‘Buitengewoon Eijsden’

63

5

Visie per functie en in samenhang

65

5.1 Algemene visie natuurlijke kwaliteit - landschappelijke onderlegger

67

5.2 Algemene visie natuurlijke kwaliteit - ecologische structuur

71

5.3 Algemene visie culturele kwaliteit - cultuurhistorie

75

5.4 Algemene visie gebruikskwaliteit - wonen

79

5.5 Algemene visie gebruikskwaliteit - agrarische sector

83

5.6 Agemene visie gebruikskwaliteit - verkeerswegenstructuur

91

5.7 Algemene visie gebruikskwaliteit - toerisme en recreatie

95

5.8 Algemene visie visueel-ruimtelijke belevingskwaliteit

99

6

Uitgewerkte visie en streefbeelden per deelgebied

103

6.1 Herkenradergrub

105

6.2 Maasdal

111

6.3 Maasdalterrassen

117

6.4 Voerdal en Caestertveld

125

Literatuurlijst

131

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten



Gronsveld

Rijckholt

Oost

Maarland

Breust Eijsden Mariadorp

Hoog Caestert Laag Caestert

Withuis Mesch



© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Inleiding Aanleiding en doel In 2009 is door de toenmalige gemeente Margraten het Landschapsontwikkelingsplan ‘Buitengewoon Margraten’ vastgesteld. Gekoppeld aan dit landschapsontwikkelingsplan (LOP) is een operationeel programma op basis waarvan de toenmalige gemeente budgetten heeft gereserveerd voor de realisatie van de doelstellingen. Op 1 januari 2011 zijn de gemeenten Margraten en Eijsden gefuseerd tot de gemeente Eijsden-Margraten. De huidige gemeente heeft het beleid ten aanzien van de realisatie van de doelstellingen uit het LOP ‘Buitengewoon Margraten’ overgenomen van de voormalige gemeente Margraten. Teneinde eenduidig beleid te kunnen voeren in het landelijk gebied van de totale gemeente Eijsden-Margraten heeft de Raad in 2011 besloten om op basis van het Groenstructuurplan voor het buitengebied van de gemeente Eijsden (2003) een LOP op te stellen voor het grondgebied van de voormalige gemeente Eijsden. Naar aanleiding hiervan heeft Bureau VERBEEK opdracht gekregen samen met de gemeente Eijsden-Margraten een landschapsvisie op te stellen voor het buitengebied (inclusief buurtschappen) van de voormalige gemeente Eijsden-Margraten.

Het voorliggende Landschapsontwikkelingsplan ‘Buitengewoon Eijsden’ geeft een integrale visie op het landschap van de voormalige gemeente Eijsden die uitgaat van de bestaande kernkwaliteiten van het landschap en waarin de gewenste ontwikkelingen worden vastgelegd. Deze visie is afgestemd op de visie uit het LOP ‘Buitengewoon Margraten’, zodat een eenduidig beeld bestaat van de gewenste ontwikkelingen in het buitengebied van de gemeente Eijsden-Margraten. Het LOP ‘Buitengewoon Eijsden’ creëert daarmee een kader aan de hand waarvan de toekomstige ontwikkelingen in het buitengebied van de voormalige gemeente Eijsden kunnen worden getoetst. Daarnaast dient het landschapsontwikkelingsplan als kader voor uitwerkingsprojecten. Werkwijze Voor het buitengebied van de voormalige gemeente Eijsden is reeds een groenstructuurplan beschikbaar. Dit plan is in 2003 opgesteld door de voormalige gemeente Eijsden in samenwerking met de Provincie Limburg en Stichting het Limburgs Landschap. Ten behoeve van het opstellen van dit groenstructuurplan is tevens een klankbordgroep geraadpleegd bestaande uit actoren uit het buitengebied, waaronder de natuurbeherende organisaties en de LLTB. De nadruk in het groenstructuurplan ligt op de ontwikkeling van de groenstructuur van het buitengebied en daarmee samenhangend de ecologische structuur.

De doelstellingen uit het groenstructuurplan waren als volgt: • Het geven van een duurzame bescherming tegen verdere dichtslibbing van het buitengebied rond Eijsden met infrastructuur en bebouwing, zodat de (voormalige) gemeente Eijsden een landelijke schakel blijft in de stedelijke zone Maastricht-Visé-Luik. • Het geven van invulling aan de Provinicale Ontwikkelingszone Groen, alsmede aan de bosambities die vanuit de Bosnota Limburg aan de regio Maastricht gekoppeld zijn. • Het tegemoet komen aan de behoefte voor meer groen recreatief uitloopgebied.

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten



Ten behoeve van de omvorming van het groenstructuurplan naar het LOP ‘Buitengewoon Eijsden’ zijn de thema’s cultuurhistorie, toerisme en recreatie nader onderzocht.Tevens is het vigerende beleid onderzocht, zodat een actueel beeld bestaat van de wensen van de verschillende overheden ten aanzien van de ontwikkeling van het buitengebied in de voormalige gemeente Eijsden. Voor het LOP ‘Buitengewoon Margraten’ is reeds uitgebreid onderzocht welke ontwikkelingen en vernieuwingen in het buitengebied van belang zijn. Deze zullen daarom in dit LOP niet nogmaals worden uitgelicht. Hier wordt slechts volstaan met de verwijzing naar deel I van het LOP ‘Buitengewoon Margraten’ uit 2009. Teneinde tot een binnen de gemeente Eijsden-Margraten gedragen document te komen is intensief samengewerkt met de ambtelijke werkgroep. In combinatie met inventarisatie en analyse van het buitengebied, het vigerende beleid en expert judgement van Bureau VERBEEK is zodoende inzicht verkregen in de kernkwaliteiten van het buitengebied en de wensen ten aanzien van de ontwikkeling van dat buitengebied. Op basis daarvan is de visie op de gewenste ontwikkeling van het landschap opgesteld. Opbouw Bij de opbouw van het Landschapsontwikkelingsplan ‘Buitengewoon Eijsden’ is gekozen voor een indeling in twee delen.

De verschillende onderzoeksfases met hun specifieke aanpak, inhoud en resultaten komen achtereenvolgens in de verschillende delen van het landschapsontwikkelingsplan aan de orde. Het voorliggende onderdeel van het Landschapsontwikkelingsplan ‘Buitengewoon Eijsden’ betreft de inventarisatie en analyse van het bestaande landschap in de voormalige gemeente Eijsden. Hieronder volgt de opbouw van dit deel, evenals de globale opbouw van beide andere delen. •

•

•

•



© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Hoofdstuk 1 - Kwalitatieve en kwantitatieve inventarisatie en analyse landschap: In dit hoofdstuk zijn de voor de planvorming relevante gegevens over de voormalige gemeente Eijsden geïnventariseerd en geanalyseerd. Voor het opstellen van het landschapsontwikkelingsplan is het namelijk noodzakelijk om eerst te inventariseren welke kwaliteiten, eigenschappen en waarden reeds aanwezig zijn. Ten behoeve van het groenstructuurplan uit 2003 was reeds een uitgebreide inventarisatie uitgevoerd, die in dit LOP is overgenomen en waar nodig is geactualiseerd op basis van veldbezoek, literatuuronderzoek en overleg met de ambtelijke werkgroep. Hoofdstuk 2 -Vigerend beleid en bestaande plannen: In dit hoofdstuk wordt het vigerende beleid met betrekking tot het buitengebied van de voormalige gemeente Eijsden en de aangrenzende gebieden bestudeerd op zowel Rijks-, provinciaal als gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 3 - Kernkwaliteiten van het landschap: Op basis van de inventarisatie en analyse uit hoodstuk 1 en 2 worden in dit hoofdstuk de kernkwaliteiten van het landschap van de voormalige gemeente Eijsden benoemd en wordt een landschapstypering gegeven.

Hoofdstuk 4 - Integrale visie Buitengewoon Eijsden: In dit hoofdstuk wordt op basis van de kernkwaliteiten, bestaande ontwikkelingen en vigerend beleid de integrale visie op het landschap van het buitengebied van de voormalige gemeente Eijsden weergegeven.

•

•

Hoofdstuk 5 - Algemene visie per functie en op samenhang: Binnen de in het vorige hoofdstuk verwoorde integrale visie, kan aan de hand van de in hoofdstuk 3 geformuleerde kernkwaliteiten en landschapstypering, per functie, sector of structuur een algemeen geldende visie worden opgesteld. Om een landschap te behouden en te ontwikkelen, waarin functionaliteit in harmonie staat met schoonheid, dienen deze functiegerichte visies echter ook op elkaar te zijn afgestemd. In dit hoofdstuk wordt dan ook naast de visie per functie een visie op de samenhang tussen de verschillende functies verwoord. Dit hoofdstuk geldt daarnaast als globaal toetsingskader voor toekomstige ontwikkelingen in de gemeente EijsdenMargraten. Hoofdstuk 6 - Uitgewerkte visie en streefbeelden per deelgebied:Aan de hand van de integrale visie uit hoofdstuk 4, de algemene visie per functie en op de samenhang uit hoofdstuk 5 en de spreiding van de kernkwaliteiten van het landschap binnen de voormalige gemeente Eijsden, is een aantal deelgebieden met een eigen karakteristiek te onderscheiden. Voor elk deelgebied zijn de integrale en algemene visie uitgewerkt en zijn specifieke streefbeelden opgesteld. Bij de beschrijving van de streefbeelden per deelgebied is gekozen voor het schrijven van op zichzelf staande teksten, die ook los van de algemene visie in hoofdstuk 4 gelezen kunnen worden.

Door de verwerking van die visie in de streefbeelden voor de verschillende deelgebieden zijn herhalingen onvermijdelijk. Echter de leesbaarheid van de teksten per deelgebied wordt nu niet belemmerd door talloze verwijzingen, die bij een andere tekstopbouw noodzakelijk zouden zijn. Daarnaast vormt dit hoofdstuk waar nodig een specificering van het globaal toetsingskader voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Eijsden-Margraten, zoals dat in hoofdstuk 5 is verwoord.

Operationeel programma Aan de hand van de streefbeelden voor de verschillende deelgebieden is een operationeel programma opgesteld. Hierin zijn voor de verschillende onderdelen van de streefbeelden (pilot)projecten, maatregelen en/of stimuleringsregelingen opgenomen, die er toe leiden dat de gestelde doelstellingen en uitgangspunten verwezenlijkt worden. Aan deze projecten zijn prioriteiten en globale kostenramingen gekoppeld. Het operationeel programma is opgesteld als kaderuitwerking van het LOP en als een losse bijlage bij dit landschapsontwikkelingsplan gevoegd.

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten



10

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

1

Inventarisatie en analyse van het landschap

1.1

Abiotische structuur - Reliëf

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

11

Abiotische structuur - Geomorfologie

12

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Abiotische structuur - Bodem

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

13

14

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

1.2

Biotische structuur

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

15

16

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Biotische structuur Op nevenstaande pagina is een kaart afgebeeld van de in de voormalige gemeente Eijsden aan te treffen bijzondere flora, terwijl op de volgende pagina een kaart is afgebeeld met de aan te treffen fauna. De op beide kaarten opgenomen soorten betreffen vrijwel uitsluitend Rode Lijstsoorten en/of wettelijk strenger beschermde soorten. Voor elk deelgebied is een aantal karakteristieke of aansprekende soorten geselecteerd. Er is daarbij niet gestreefd naar volledigheid, noch wat betreft het aantal soorten dat per deelgebied is opgenomen, noch wat betreft de verspreiding van een bepaalde soort over het plangebied. Wel kan als vuistregel worden aangenomen dat naarmate voor een deelgebied meer soorten zijn geselecteerd, het deelgebied hogere natuurwaarden heeft. De kaart illustreert daarmee de aanwezigheid van bijzondere flora en fauna op het grondgebied van de voormalige gemeente Eijsden, zonder daarbij aanspraak te maken op volledigheid. Op beide kaarten zijn 15 deelgebieden geïdentificeerd. Twaalf deelgebieden zijn geheel of grotendeels gelegen binnen de grenzen van de voormalige gemeente Eijsden. De drie resterende deelgebieden, te weten Vroendaal en het in twee delen opgesplitste Savelsbos-complex, zijn grotendeels buiten de grenzen van de voormalige gemeente Eijsden gelegen.

Planten en dieren hebben aan deze voormalige gemeentegrenzen echter niet zoveel boodschap en ‘grensoverschrijdingen’ door flora maar vooral fauna komen regelmatig voor, reden om deze deelgebieden toch op de kaart op te nemen. In het onderstaande worden de op de kaart geïdentificeerde deelgebieden kort beschreven. Ze zijn daartoe gerangschikt in drie groepen.Ten eerste de natuurgebieden, waar uit de aard der zaak de meeste bijzondere planten en dieren voorkomen en waaraan de meeste aandacht wordt besteed. Ten tweede het cultuurlandlandschap, met name bestaand uit buitengebied met een meer of minder intensief agrarisch gebruik en waar met name de diverse kleine landschapselementen een rol spelen voor flora en fauna. En tenslotte stromend water, dat weliswaar nauw verweven is met het cultuurlandschap, maar door zijn geheel eigen karakter toch een afzonderlijke bespreking krijgt. Natuurgebieden Eijsder Beemden/Pietersplas Het rivieroeverreservaat Eijsder Beemden bestaat uit een afwisseling van graslanden, plassen, struwelen, wilgenbossen. Aan de noordzijde van het gebied ligt een groot grindgat, de Pietersplas. Het gebied wordt extensief jaarrond begraasd door koniks en galloways. Deze brengen door hun graasgedrag een grote variatie aan in de vegetatie.

Door de grote variatie in bodem- en vochtomstandigheden en door de invloed van de grazers vinden vele planten en dieren geschikte leefomstandigheden in het gebied. In het gebied zijn meer dan 370 plantensoorten gevonden, waaronder landelijk zeldzame soorten als Gulden sleutelbloem, Rijstgras, Rode ogentroost en Wilde marjolein. De Bloemrijke graslanden trekken vele vlindersoorten, waaronder het Klaverblauwtje en het Bruin blauwtje. Ook het Boswitje is er waargenomen. De wilgenbossen vormen een broedgebied voor de Groene specht, terwijl de Koekoek zijn ei kwijt kan in de nesten van Bosrietzangers of Grasmussen die broeden in de struwelen en oeverruigtes in het gebied. De Pietersplas vormt in de wintermaanden het domein van grote aantallen watervogels, waaronder Tafeleend en Nonnetje. Zoogdieren tenslotte zijn in het

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

17

18

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Biotische structuur gebied met 26 soorten vertegenwoordigd. De Das gebruikt het natuurontwikkelingsgebied als foerageergebied, evenals diverse soorten vleermuizen waaronder de Watervleermuis. Een relatieve nieuwkomer is de Bever, wiens aanwezigheid men veelal het eerst bemerkt door de aanwezigheid van aan- en omgeknaagde bomen en struiken langs de waterkant. Het Tiende Vrij Het Tiende Vrij is een oude stortlocatie die nu wordt omgevormd tot een natuurrijk park. Hiertoe is het gebied afgedekt met een laag lemige grond, waarna beplanting van jong bos en singels is aangebracht. Daartussen bevinden zich bloemrijke ruigtes en graslanden, met plaatselijk nog steeds pionierbegroeiingen. In enkele oude bosschages broedt de Groene specht, terwijl de Das hier een grote burcht heeft. De bloemrijke ruigtes en graslanden vormen een paradijs voor vele insecten, waaronder het Bruin blauwtje. Een andere bijzondere insectensoort is de Blauwvleugelsprinkhaan, die zich bij voorkeur ophoudt op weinig begroeide, kale bodems waar de temperaturen in de zomermaanden hoog op kunnen lopen. In een dergelijke pionierbegroeiing werd recent een groeiplaats van de in Limburg uiterst zeldzame Zomerbitterling ontdekt. Savelsbos-complex Het Savelsbos is een circa zes kilometer lang complex van hellingbossen gelegen tegen de oostgrens van het plangebied.

Het betreft een merendeels smalle strook van hellingbossen, met van noord naar zuid respectievelijk de Riesenberg, de Trichterberg, het Savelsbos s.s., de Schoone grub en het Eijsderbosch. Het gebied heeft een complexe geologie en is bovendien al erg oud. De ondergroei is daarom bijzonder gevarieerd, en er komen opvallend veel soorten bosplanten voor, waaronder zeldzaamheden als Zwartblauwe rapunzel, Vogelnestje en Amandelwolfsmelk. Laatstgenoemde soort is in ons land alleen in het Savelsbos inheems. De bosfauna is eveneens rijk; bekend is vooral de grote populatie Dassen. Enkele in het bos aanwezige verlaten mergelgrotten zijn van belang voor diverse vleermuissoorten, waaronder de Ingekorven vleermuis. Daarnaast is het Savelsbos, in samenhang met enkele aangrenzen gelegen hoogstamboomgaarden, één van de twee laatste gebieden in ons land waar de Eikelmuis voorkomt. De grote omvang van oud bos biedt een uitstekende bestaansbasis voor vele vogelsoorten van oude bossen, waaronder Grauwe vliegenvanger, Groene specht en de zeldzame Middelste bonte specht. Een markante insectensoort tenslotte is het Vliegend hert, die zijn eitjes bij voorkeur legt in de directe nabijheid van oude eikenstobben.

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

19

Cultuurlandschap Het cultuurlandlandschap bestaat met name uit buitengebied dat een meer of minder intensief agrarisch gebruik kent als weiland, akkerland of boomgaard. Hier zijn het met name de diverse kleine landschapselementen zoals hoogstamboomgaarden, meidoornhagen, poelen, holle wegen en grubben die een rol spelen voor flora en fauna. Een kenmerkende vogel van het kleinschalig cultuurlandschap is de Patrijs. In de hoogstamboomgaarden broeden holenbroeders als Steenuil en Groene specht, terwijl de Dassen die hun burchten hebben in het Savelsbos of in de taluds van holle wegen hier een belangrijk voedselgebied hebben. De laatste decennia zijn echter veel van de heggen, houtwallen en hoogstamboomgaarden verloren gegaan. Het kleinschalig cultuurlandschap is nog het best behouden gebleven in het flauw hellend gebied tussen het Savelsbos en de kernen van Gronsveld en Rijckholt. Dit gebied is rijk aan monumentale hoogstamboomgaarden. Naast de reeds genoemde Steenuil en Groene specht broedt hier ook de Kramsvogel. Heel bijzonder is de aanwezigheid van de Eikelmuis die hier en in het aangrenzend gelegen Savelsbos voorkomt. Langs holle wegen en in grubben groeien plaatselijk kalkminnende plantensoorten zoals Wilde marjolein en Borstelkrans, terwijl nabij de voet van de Riesenberg het in ons land uiterst zeldzame Wild kattenkruid voorkomt.

Op dergelijke plaatsen kan ook worden uitgekeken naar de heimelijk levende Hazelworm, terwijl in een enkele poel ook de Alpenwatersalamander voorkomt. Van oudsher komen dergelijke landschapselementen reeds meer voor in het door de verschillende maasterrassen reliëfrijkere oostelijke deel van het gebied dan in het vlakkere Maasdal of op het hoger gelegen eveneens vlakke plateau. De reeds genoemde nivellering van het agrarisch landschap in de afgelopen decennia heeft dit patroon verder versterkt. Een kenmerkende soort van open landbouwgebieden zoals die voorkomen op het Caestertveld of bij Withuis/Mesch is de Veldleeuwerik. Een bijzonder akkergebied vormt het deelgebied Vroendaal, met name van belang door de aanwezigheid van een kleine populatie van de Hamster. Ook Patrijs en Veldleeuwerik komen hier voor, terwijl in extensief gebruikte akkerranden bijzondere akkeronkruiden groeien zoals Blauw walstro, Akkerleeuwenbek en Spiesleeuwenbek. Eveneens tot het cultuurlandschap hoort het bebouwd gebied. Bijzondere flora en fauna zijn hier met name aanwezig bij de oudere gebouwen en oudere dorpskernen, vaak nauw verweven met het omringend veelal kleinschalig cultuurlandschap. Als voorbeeld wordt hier Kasteel Eijsden genomen, een 17e eeuws kasteel omringd door een slotgracht en een kasteeltuin. De oude muren vormen een groeiplaats voor diverse muurplanten.

Of de bijzondere Muurbloem hier nog steeds voorkomt is onzeker, maar deze groeit in elk geval nog op een oud muurtje in de nabijgelegen kom van Eijsden. De omringende graslanden en boomgaarden horen eveneens tot het landgoed. Deze zijn doorsneden door statige lanen of bomenrijen en vormen een foerageergebied voor onder andere de Das en diverse vleermuizen, waaronder de Watervleermuis.Van de hier voorkomende vogelsoorten kunnen Groene specht en Koekoek worden genoemd, terwijl in één van de lanen een broedkolonie van de Roek aanwezig is.

20

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Stromend water Maas De rivier de Maas vormt de westelijke begrenzing van het plangebied. De rivier functioneert als transporteur van zaden en als migratieroute voor trekvogels en vissen. De rivier is faunistisch van belang als leefgebied voor minder algemene vissoorten zoals Elrits, Kopvoorn en Rivierdonderpad.Ten zuiden van Eijsden is de oeverbestorting verwijderd, zodat zich hier een natuurlijke oever ontwikkelt met een afwisseling van grindbanken, wilgenstruweel en oeverruigten. De rivieroever vormt hier een broedgebied voor een groot aantal struweel- en ruigtevogels, waaronder de fraaie Buidelmees. Ook de Bever komt hier voor. De rivierbegeleidende graslanden en ruigten kunnen erg bloemrijk zijn. Een kenmerkende plantensoort is hier de Wilde marjolein. Voer Het riviertje de Voer doorkruist het zuidelijke deel van het gebied van oost naar west. In het oostelijk deel van het gebied heeft dit snelstromend riviertje haar natuurlijk karakter behouden en meandert hier door een afwisselend cultuurlandschap. Tussen Withuis en Caestert is de Voer genormaliseerd en stroomt hier door een betonnen bak. Kenmerkend is de talrijke aanwezigheid van de Vlottende waterranonkel, een soort waarvan het voorkomen in ons land beperkt is tot enkele snelstromende beken en riviertjes.

Aan de oevers kan men de Grote gele kwikstaart aantreffen, een soort die langs de Voer bij voorkeur lijkt te broeden in of bij oude watermolens. Tot slot is de Voer van belang als leefgebied voor diverse minder algemene vissoorten zoals Elrits, Kopvoorn en Rivierdonderpad, al lijkt hun aanwezigheid beperkt tot het meest benedenstroomse deel van het riviertje.

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

21

22

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

1.3

Antropogene structuur - Tranchot 1820

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

23

24

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Antropogene structuur - 1925

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

25

26

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Antropogene structuur - 1975

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

27

28

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Antropogene structuur - 2004

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

29

Antropogene structuur - Cultuurhistorische elementen

30

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Antropogene structuur - Archeologie

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

31

Antropogene structuur - Infrastructuur

32

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Antropogene structuur - Bebouwingsranden

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

33

34

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Antropogene structuur - Toerisme en recreatie

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

35

Sus se

r

De Torentjes

Jeke r

Pl 11

Apostelhoeve

LouwbergkluisApostelgroeve

C an

at t ra lds ve Ha

Cannerberg

n

Gp 68 Gp 70

Maas

MAAS 10

(Psych Z

Kasteel Neer-Canne

Gp 69

Gp 67 Gp n 65 en 66 Gp 64

Neerkanne

Gp 61

Gp n 62 en 63 Gp n 59 en 60

D'n Observant

Kanne

RD

Gp 55

Gp 58

Gp 54

Gp 56 en 57

Pl 9

Gp 49

n

r aat

De Hoogenweerth

Cementfabr

Gp Gp

Jachthaven

Pl 10

Mergelgroeve

Gp 72 Gp 71

Lichtenberg

Encibos

os c h

Gp 73

St Rochuskapel

St Pietersberg

ner b

Gp

ge

Merge lweg

Millenniumbos

Cannerberg

Keel, Groeve deGp 74

Slavante

Voorm Franse Batterij

Gp 76

rg

g

be

nw e

Nekum

ner w

n i ze Mu

Montenaken

Gp Gp 75

Heu

Zonneberg

C an

Gp 78

oenhoven

St Pieter

eg

Rijksbeleid - NaturaGp2000 (inclusief België) 77

11

Schietbaan

9

Pietersplas

n

Gp 50 t/m 53

Cau t hen ber g st

Opkanne w l ex

Plattenberg

Caester

eg

Pl 8

Si

Gd

Jachthaven

Petit-Lanaye De Oase

n Tra

Eben-Emael

we

Eben-Emael

Oosterdriessen

Gemeente

de

Em aele r

Fort

ée

Zussen

ch

St Pierre

Tier de Caste

r

er Ge

Strand Oost

g

Jachthaven Kasteel Oost

Gp 48

Ca

Gp 48

ste r

Sluis van Lanaye (Sch sln)

Eijsder

eg

Mergelgroeve R ue

oosburg

tuur en

Maasveld

Pl 6

Montagne

Trich

terweg

Beemden er

De Bak

Laumont

de

C am p ine

Jalma

Romont 173000

Eijsderweid

Eben 174000

175000

MAAS

nw

Ge

le Wa

176000

Legenda

177000

ONTWERPKAART

HR (95 ha) Natura2000 Natura2000 Beschermd Natuurmonument HR + NB (138enha) Natura2000 Vlaanderen Totale oppervlakte = 233 ha Natura2000 Wallonië HR groeves buiten bovengronds begrensd gebied

behorende bij het ontwerpbesluit van het Natura 2000-gebied

Schaal 1 : 25 000 (A3)

Ander Natura 2000-gebied (indicatief) HR in aangrenzend België (indicatief)

0

250

500

1000

1500 meter

HR = Habitatrichtlijngebied NB = Beschermd natuurmonument

krechten zijn voorbehouden daster, Emmen, 2008

36

Bestaande bebouwing, erven, tuinen, verhardingen en hoofdspoorwegen maken geen deel uit van het aangewezen gebied, tenzij expliciet wel bij de aanwijzing betrokken, zie verder nota van toelichting bij het besluit.

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

deze kaart

2.1

Vigerend beleid

Rijksbeleid - Ontwerp structuurvisie infrastructuur en ruimte Meerjarenprogramma Ontsnippering

LI-23 Rijckholt Doelsoorten: Kamsalamander, Eikelmuis, Levendbarende hagedis, Hazelworm, Boswitje. Locatie: westelijk van Rijckholt Infrastructuur: A2 en spoorlijn Voorzieningen bij spoorlijn zijn gereed. LI-2 Eijsden 4

2

Doelsoorten: Hazelworm, Das, Waterspitsmuis, Kopvoorn. Locatie: ter hoogte van Voer Infrastructuur: A2 en spoorlijn

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

37

38

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

2.2

Provinciaal beleid - Provinciaal Omgevingsplan Limburg

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

39

Provinciaal beleid - POL Kristallen waarden

40

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Provinciaal beleid - POL Groene waarden

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

41

Provinciaal beleid - POL Blauwe waarden

42

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Provinciaal beleid - Natuurbeheerplan

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

43

44

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Provinciaal beleid - Landschapsvisie Zuid-Limburg

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

45

Beleid Waterschap Roer en Overmaas - Wateratlas Waterketen

46

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

2.3

Beleid Waterschap Roer en Overmaas - Wateratlas Watersysteem

*

* de betreffende buffers intussen gerealiseerd.

zijn

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

47

48

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

2.4

Gemeentelijk beleid - Groenstructuurplan Eijsden

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

49

Gemeentelijk beleid - Ontwerp Structuurvisie Eijsden-Margraten 2030

50

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Gemeentelijk beleid - Gebiedsvisie Maastricht-Eijsden

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

51

Gemeentelijk beleid - Landschapsontwikkelingsplan Margraten

52

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Gemeentelijk beleid - Woningbouwontwikkeling Poelveld

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

53

54

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Kernkwaliteiten van het landschap

3

Op basis van de inventarisatie van de verschillende aspecten van het landschap en het beleid ten aanzien van het landschap, worden in dit hoofdstuk de (kern)kwaliteiten van het landschap beschreven voor het buitengebied van de voormalige gemeente Eijsden. Door het gebruik van deze zogenaamde kernkwaliteiten van het landschap wordt aangesloten op een methodiek die, in het kader van ‘Landschap Ontwikkelen met Kwaliteit’, door het Rijk (zie publicatie Landschap Ontwikkelen met Kwaliteit, Ministerie van LNV) en de Provincie Limburg wordt gehanteerd. Uitgangspunt van deze methodiek is, dat de genoemde algemene (kern)kwaliteiten binnen alle landschappen van Nederland van toepassing zijn. Deze methodiek is ook in het LOP Buitengewoon Margraten toegepast. In de onderstaande tabel worden de volgende globale (kern)kwaliteiten kort toegelicht. Lagenbenadering landschap Abiotische structuur

(Kern)kwaliteiten

Biotische structuur

Natuurlijke kwaliteit

Antropogene structuur

Culturele kwaliteit

Antropogene structuur

Gebruikskwaliteit

Visueel-ruimtelijke structuur

(Visueel- esthetische) belevingskwaliteit

Tabel 1:

Natuurlijke kwaliteit

Aspecten die (kern)kwaliteiten bepalen (niet limitatief) • ���������������������������������������� Landschappelijke onderlegger (geologie, geomorfologie, waterhuishouding, bodem). • ������������������������������ Natuur, opgaande begroeiingen. • ��������������������������������� Ecologie, ecologische structuur. • ��������������������������������������� Historische ontwikkeling / historische geografie. • ���������������������������������� Waardevolle historische elementen. • ����������� Archeologie • ������������������ Agrarisch gebruik. • ���������������� Wonen en werken. • ������� Natuur. • ��������������� Infrastructuur. • ���������������������� Toerisme en recreatie. • ���������������������� Identiteit, eigenheid. • �������������������������������������� Diversiteit, verscheidenheid, harmonie • ��������� Gaafheid.

(Kern)kwaliteiten en aspecten, die deze (kern)kwaliteit bepalen.

In de tabellen op de volgende pagina’s zijn deze (kern)kwaliteiten voor het landschap van het buitengebied van de voormalige gemeente Eijsden beschreven. Tevens zijn de sterkten en zwakten met betrekking tot de (kern)kwaliteiten weergegeven.

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

55

Sterkten/potenties

Zwakten/bedreigingen

Landschappelijke onderlegger: • Terrassenlandschap met plateau, middenterras, laagterras en Maas. • Terrasranden, hellingen, droogdalen, beekdal Voer, graften en holle wegen als karakteristieke elementen in het terrassenlandschap. • Hoofdzakelijk l�ssbodems. Daarnaast jonge rivierklei op het laagterras, oude rivierklei op het middenterras zuidelijk van Eijsden en hellinggronden langs de oostrand.

Landschappelijke onderlegger: • Maasdal: Duidelijke ruimtelijke afbakening door hellingen Plateau van Sint Pieter en hellingen Savelsbos. Herkenbare rand tussen middenen laagterras en tussen laagterras en Maas. • Reliëf: Reliëf in combinatie met (agrarisch) grondgebruik is bepalend voor de visueel-esth tische beleving van het landschap en het Maasdal in het bijzonder. • Geschiktheid ondergrond: De terrassen en flauwe hellingen zorgen in comb natie met de l ssen rivierkleibodems voor een zeer geschikte uitgangssituatie voor de landbouw.

Landschappelijke onderlegger: • Erosiegevoelig: Door het aanwezige reliëf in com binatie met het agrarisch gebruik en onverharde holle wegen is het gebied erosiegevoelig .�

r­

e­

ö

56

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

­

r­

i­

­

­

Groenstructuur: • Schaalvergroting: Kleine landschapselementen staan door schaalve groting en functieverlies onder druk. • Ouderdom hoogstamfruit: Ondanks aanplant jonge fruitbomen kan het wegvallen van oude boomgaarden tot een kaalslag in de groenstructuur leiden. • Hagen:Van oudsher waren hoogstamfruitboomgaarden omgeven door hagen. De hagen zijn in de huidige situatie op veel plekken Groenstructuur: verdwenen. • Schaalcontrast open • Beheer en onderhoud: Het en besloten: weidse huidige beheer van holle vergezichten op de wegen en graften leidt open akkergebieden, niet altijd tot de duurzame uitzichten tussen de instandhouding van de voor fruitboomgaarden, beboste de landschapselementen steile hellingen, ingesneden karakteristieke beplantingskleinschalige (droog)dalen, samenstelling. besloten holle wegen en • Ooibossen: De hoogstamfruitconcentraties. ontwikkeling van • Groene karakter: ooibossen langs de Maas Aanwezigheid van de voor belemmert het zich op die het Nationaal Landschap Maas. Daarnaast blijft bij karakteristieke groenhoogwater veel afval in de structuur. bomen hangen. • Beheer: Cultuurhistorisch landschapsbeheer draagt bij aan de waarde van de natuur, vanwege het pos tieve effecten die dit beheer heeft op de soo ten diversiteit. i­

����������

ö

��������������� ���������������������

Groenstructuur: • Bossen en (kalk)gras landen op steile hellingen, graften en holle wegen op flauwere hellingen en middenterras, ooibossen en populierenweides langs de Maas, bomenstructuren langs enkele wegen, hoogstamboomgaarden rondom dorpen, enkele gebieden met laagstam fruitboomgaarden.

­

Bepalende aspecten

�����������������������

Kern kwaliteiten Natuurlijke kwaliteit

Ecologische structuur: • Veel unieke soorten aan wezig (fauna:Vroedmeester pad, vleermuizen, Hamster, Hazelworm; flora: kalkgraslandsoorten en ooibossoorten). • Aaneengesloten unieke grensoverschrijdende natuurgebieden EHS / Natura2000 (Savel bos, Maasbedding), waardevol agrarisch cultuurlandschap met beheersgebieden (nieuwe EHS en POG) en ecol gische verbindingszones (POG).

Ecologische structuur: • Hoge natuurwaarden Maasdal: Hier zijn een aantal goed ontwikkelde ooibossen aanwezig en potentieel leefgebied van Otter en Bever. • Hoge natuurwaarden hellingvoet Savelsbos: Aanwezigheid afwisseling van landbouwgronden met bijzondere vegetaties en omvangrijke dassenpopulatie. Aan noordzijde Gronsveld is populatie Hamsters aanwezig. • Vistrappen Roer: In de Voer liggen enkele vistrappen die de migratie van vissen vereenvoudigen. • Oost-West verbindingen: De aanwezigheid van buitengebied tussen de dorpen biedt kansen voor de realisatie van ecologische oost-west verbindingen tussen het Maasdal en het Savelsbos.

Ecologische structuur: natuur • Negatieve invloeden: (in potentie) negatieve in vloeden mogelijk (vermes ting, verdroging, verz ring, vervu ling, verst ring) vanuit de omgeving op waardevolle natuur gebieden. • Barrières: Aanwezigheid enkele barrières in eco logische verbindingen zoals A2 en spoorlijn. • Voer: De beek is gekanaliseerd en is voorzien van stuwen ten behoeve van de watermolens. Dit beperkt migratiemogelijkheden voor waterleven. • Natuurdoeltypen: Afwezig heid van gewenste natuur doeltypen in enkele eco logische verbinding zones. • Overgangen en randlengte: De meeste bos- en natuurgebieden hebben door hun situering op hellingen en in dalen een scherpe overgang naar het agrarisch gebied en een grote randlengte. • Problematiek a.g.v. recreatie: (In potentie) verstoring van gevoelige natuur door recreatief medeg bruik in natuurgebieden. • Balans tussen natuur, cultuurhistorie:Vanwege natuu ontwikkeling worden historische ontginningspatronen en elementen niet altijd gerespecteerd, ondanks de waarde die deze patronen en eleme ten vertegenwoordigen in het landschap. ­

u­

s­

­

­

­

­

­

o­

i­

e­

n­

r­

­

s­

o­

­

Zwakten/bedreigingen

­

Sterkten/potenties

������������������������

Bepalende aspecten

����������������������

Kern kwaliteiten Natuurlijke kwaliteit

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

57

• Knelpunt afleesbaarheid: Door het wegvallen van de economische functie van kleine landschap elementen vervallen of verdwijnen deze en is / wordt de geschiedenis minder goed afleesbaar. • Beheer objecten: door achterstallig onderhoud en leegstand kunnen monumentale panden vervallen. • Binding met ondergrond: Door technologische vooruitgang worden steeds minder streekeigen mat rialen gebruikt, waar door de oorspronk lijke binding met de onde grond verloren gaat. • Toegankelijkheid en beleefbaarheid: Beperkte to gankelijkheid en beleef baarheid van meerdere historische elementen en archeologische objecten.

­

­

o­

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

­

­

r­

e­

e­

e­

­

n­

­

­

ö

n­

i­

n­

­

r­

)­

������������������������� ��������������������� ������������������������ ������������������������ ������������������������

58

s­

• Waardevol cultuu land schap: Waardevol cultuur landschap met pittoreske dorpjes en karakteristieke kleine landschapseleme ten. • Relatie tussen natuurlijke condities en menselijk gebruik: In het nu nog vrij oorspronkelijke cultuur landschap is de relatie tussen de natuurlijke con d ties en het menselijke gebruik van dat landschap tastbaar en zichtbaar aanwezig. • Waterbeheersing Voer: De Voer vormt in Eijsden door de hoge ligging een uniek voorbeeld van waterbeheersing ten behoeve van watermolens. • Cultuurhistorische elementen: Aanwezigheid van veel elementen die van belang zijn voor de identiteit van de gemee te. • Streekeigen materialen: Door het gebruik van streekeigen materialen (bijv. mergel, uit l ss en klei gebakken steen) in het ver leden hebben oude hoeves een duidelijke relatie met de ondergrond. • Archeologische monumten: Aanwezigheid en bijzon dere archeol gische monumenten die kansen bieden voor toeristischrecreatieve ontsluiting. ­

• Bijzonder cultuurlan schap met pittoreske dorpjes. • Karakteristieke en waardevolle historische eleme ten, zoals monumentale hoeves, kastelen, watermolens, (weg kruisen, vuu steen groeves en fot Navangne. • Aanwezigheid industriële objecten als de vml Zinkwitfabriek en het fabrieksdorp Mariadorp. • Aanwezigheid van een grotendeels historische wegenstructuur, maar ook van historische routes in de vorm van de bronkroutes. • Historisch grondgebruik in de vorm van met name fruitteelt, maar ook graanteelt. • Gebruik van streekeigen materialen in historische elementen. • Archeologische objecten zijn niet ruim voorhanden, maar hebben wel bijzonder hoge ouderdom.

r­

Zwakten/bedreigingen

d­

Sterkten/potenties

����������������������������

Bepalende aspecten

��������������������������

Kern kwaliteiten Culturele kwaliteit

Wonen: • Geconcentreerd: Hoofd zakelijk geconcentreerd in dorpen, waardoor het buitengebied nagenoeg vrij van bebo wing is. • Dorpse uitstraling: Dorpse en landelijke uitstraling met visueel esthetische groene randen van de meeste dorpen.

Wonen: • Relatie met landschap pelijke onderlegger: Oor spronk lijke binding met onde grond bij uitbreiding verl ren gegaan. • Inbedding kernen: Enkele visueel storende b bo wingsranden. ­

e­

r­

u­­

e­

o­

Werken - landbouw: • Erosiegevoeligheid: Com binatie van gebruik, hel lingen en bodem kunnen erosie veroorzaken. • Beperking bedrijfsvoering landbouw: Door doelstellingen Natura2000, mogelijk beperking van de agrarische bedrijf voering. ­

u­

­

������������������������

Werken - landbouw: • Verscheidenheid in agra risch grondgebruik. Relatief veel particuliere percelen met hoogstamfruit en kleinschalig agrarisch grondgebruik.

­

Wonen: • Hoofdzakelijk geconcen treerd in dorpen.

­

Zwakten/bedreigingen

­

Sterkten/potenties

�����������������������

Bepalende aspecten

­

­

Werken - landbouw: • Cultuurlandschap: Eeuwenlang beheer van het landschap heeft geleid tot het huidige, door velen Werken - industrie: gewaardeerde landschaps• De voormalige Zinkwit beeld. produceert onder de naam • Verscheidendheid agr risch Umicore nog steeds zinkwit gebruik: De ve sche den en deelt het terrein met PS heid in het agr rische Werken - bedrijventerrein: Silicas, een producent van gebruik zorgt voor een • Landschappelijke inbedding: silicaten en zeoliet. afwisselend en aa tre kelijk Beperkte kwaliteit landschapsbeeld. landschappelijke inbedding. • Fruitboomgaarden: De aanwezigheid van veel fruitboomgaarden zorgt in het voorjaar voor een zeer uitbundig en bloeiend landschap. �����������������������

Werken - bedrijventerrein: • Bedrijvigheid geconcen treerd op twee bedrijventerreinen

s­

­

i­

k­

n­

a­

r­

a­

����������������������

n­

­

Werken - bedrijventerrein: • Concentratie bedrijven op twee terreinen: Door conce tratie van bedrijven is het overige landschap gevrijwaard van bedrijven.

1

Werken-industrie: • De Zinkwit: Umicore is een wezenlijk onderdeel van de recentere historie van Eijsden. Het terrein is sinds 9 5 nauwelijks in grootte gewijzigd. De voormalige stort is intussen een parkbos. 1

Kern kwaliteiten Gebruiks kwaliteit

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

59

Sterkten/potenties

Zwakten/bedreigingen

Infrastructuur: • Aanwezigheid van een spinnenweb van toegankelijke landelijke wegen; • Hoofdinfrastructuur is nagenoeg geheel noordzuid gericht.

Infrastructuur: • Aanwezigheid bermen: Bermen van landelijke wegen bieden in potentie mogelijkheid tot het ont wi kelen van een spinnen web van groene verbin dingen in het agrarisch gebied; • Zichtbaarheid en beleefbaarheid:Vanaf verschillende wegen wordt een bijzonder uitzicht geboden over het Maasdal.

Infrastructuur: • Oost-West ontsluiting: met name voor langzaamverkeer ontbreken verbindingen over de A2 ter hoogte van Eijsden.

­

­

k­

­

���������������������

Bepalende aspecten

�����������������������

Kern kwaliteiten Vervolg gebruiks kwaliteit

­

­

­

e­

s­

60

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

­

r­

g­

g­

r­

e­

e­

���������������������

n­

r­

­

������������������

­

��������������������������

Toerisme en recreatie: • Op de landschappelijk geo riënteerde wandel- en fiets recreant (‘zachte’ recreant) toegespitste recreatieve structuur. • Grote oppervlakte aaneengesloten unieke Toerisme en recreatie: toegankelijke grensover • Aantrekkelijk landschap: schrijdende natuu gebieden, Het agrarische cultuur die door enkele grote landschap dt wordt terrei beh rende instanties gedomineerd door de worden beheerd. fruitteelt en de vele daarin • Intensieve recreatie aanw zige voorzi ningen, concentreert zich rondom cultuu hi torische beziens de Pietersplas. waardi heden en routes vormen de belan rijkste elementen waa door recre anten naar de gemeente Eijsden komen. • Watersport: Duidelijke relatie Eijsden met de Maas door aanwezigheid jachthavens, strand en watergerelateerde activiteiten op de Pietersplas.

Toerisme en recreatie • Digitalisering landschap: Voor de jonge generaties ontbreken digitale media die de kwaliteit van het Eijsdense landschap inzichtelijk maken. • Bevaarbaarheid Maas: De rondvaartboten van Stiphout kunnen vanwege de waterdiepte en de aanwezigheid van Natura2000-gebied niet verder varen als de jachthaven aan de noordzijde van Eijsden. • Beleefbare Maas: Door de aanwezigheid van ooibossen is de Maas slechts op een beperkt aantal plekken zichtbaar vanaf wandel- en fietspaden. • Kwaliteit routes: Op het middenterras ontbreken rond veel boomgaarden de hagen, waardoor de beleving van het karakteristieke landschap niet volledig is.

• Uniek landschap: Eijsden is • Ontkoppeling: met recht (deels) onderdeel Herkenbaarheid staat onder van het Nationaal druk door ontko peling Landschap Zuid-Limburg van functies en ondergrond en bezit alle kernkwaliteiten en door ligging grens van dit landschap. stedelijke dynamiek. • Reliëf: Het reliëf is een • Zichtbaarheid: stabiele factor in de karak Kwetsbaarheid van het teristiek van het gebied, die landschapsbeeld doordat niet snel door veranderend allerlei storende eleme ten gebruik verloren zal gaan. zichtbaar zijn in het open • Karakteristieke groene landschap. elementen: Aanwezigheid • Kleine landschapselemenvan veel verschillende ten: Door het wegvallen karakteristieke groene van economisch nut en elementen die zorgen voor ouderdom van beplantingen een sterke identiteit. De staan de karakteristieke fruitteelt vormt daarin een kleine landschapselementen belangrijke factor. onder druk. Het • Afleesbaar landschap: betreft met name de Oorspronkelijke ordening hoogstamfruitweides. van elementen, functies en gebruik op basis van de ondergrond o.m. door de aanwezigheid van het reliëf zorgt voor een afleesbaar landschap en een goede oriëntatie in tijd en ruimte.

• Gaafheid landschap: Bijzondere gaafheid, doordat in het nu nog vrij oorspronk lijke cultuur landschap de relatie tu sen de natuurlijke cond ties en het menselijk gebruik van dat landschap tastbaar en zichtbaar aa w zig is. • Rust, ruimte, harmonie: Naast visuele factoren die bepalend zijn voor het al dan niet waarderen van een landschap zijn hierbij ook andere factoren, zoals geluid, lawaai, en geur van belang. Tevens spelen gevoelens van vrijheid en ruimte en het zich opge nomen voelen in de vr dige natuurlijke omgeving een belangrijke rol. In de hele gemeente Margraten is het gevoel van rust, ruimte en harmonie te bereiken door de natuu lijke, landelijke uitstraling. n­

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

6

1

­

r­

­

­

e­

­

e­

i­

s­

e­

n­

r­

­

­

­

­

t­

­

d­

������������������������� ��������������������������� ���������������������������

Zwakten/bedreigingen

p­

• Sterke identiteit en eigen heid door kenmerkend reliëf Maasdal; • Uniek terrassenlandschap met contrast tussen wei se vergezichten op de open terrassen, beboste hellingen en ingesneden kleinschalige (droog)dalen en holle wegen; • Sterke identiteit en eigen heid door contrast tussen agrarische landelijke ui straling met fruitteelt en natuurlijke, beboste hellingen. • Sterke identiteit en eigen heid door aanwezigheid cultuurhistorische elemen ten die een duidelijke rela tie hebben met de onder grond. • Aanwezigheid van een afwisselend kleinschalig en grootschaliger cultuu land schap. ­

Sterkten/potenties

���������������������������

Bepalende aspecten

���������������������

Kern kwaliteiten (Visueelruimtelijke) belevings kwaliteit

62

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

4

Integrale visie ‘Buitengewoon Eijsden’ In het vorige hoofdstuk zijn de kwaliteiten en de aspecten, die bepalend zijn voor deze kwaliteiten, weergegeven. Daaruit komt naar voren dat de (visueel-esthetische) kwaliteit van het landschap van de voormalige gemeente Eijsden wordt bepaald door het aanwezige reliëf van de Maasterrassen, de Maas, de aanwezigheid van (hoogstam)fruitteelt, de aanwezigheid van cultuurhistorische elementen en de diversiteit in het ruimtegebruik. Het algemene doel van het landschapsontwikkelingsplan is om deze kwaliteiten en aspecten duurzaam te behouden en waar nodig te versterken en/of nieuw te ontwikkelen. Dit gebeurt onder het motto:

Buitengewoon Eijsden Buitengewoon, omdat: • Het Maasdal riante uitzichten biedt, afgewisseld met de beslotenheid van fraaie dorpen, karakteristieke fruitboomgaarden en bijzondere natuurgebieden, waardoor het een buitengewoon aantrekkelijk landschap is om te zien en te beleven. De kwaliteit van het landschap dient dan ook gewaarborgd te blijven. • Nog vele buitengewone cultuurhistorische en archeologische waarden aanwezig zijn en nog altijd een kader vormen voor ontwikkelingen. Dit kader voor ontwikkelingen dient behouden te blijven en waar nodig te worden hersteld. • Nog altijd een bijzonder grote oppervlakte hoogstamfruitweides aanwezig is, aangevuld met laagstamfruitpercelen, die bepalend is voor de buitengewoon fruitige identiteit van Eijsden. Daarnaast vormt de oppervlakte fruitbomen in de bloesem- en fruitperiode tot een ware lust voor het oog, iets dat door vele bewoners en toeristen gewaardeerd wordt. De fruitteelt dient daarom door de gemeente te worden gekoesterd. • het in de voormalige gemeente buitengewoon heerlijk vertoeven is, zowel op het water, aan het water als op de kant. Het Maasdal biedt voor ieder wat wils om de vrije tijd te besteden. Doelstelling is om binnen de voormalige gemeente Eijsden een breed spectrum aan toeristisch-recreatieve activiteiten te behouden en verder te ontwikkelen.

Deze integrale visie ‘Buitengewoon Eijsden’, wordt in het volgende hoofdstuk 5 in een algemeen geldende visie per functie en in samenhang met andere functies verder uitgewerkt. Daarbij wordt ingegaan op de natuurlijke kwaliteit, de culturele kwaliteit, de gebruikskwaliteit en de (visueel-esthetische) belevingskwaliteit. De doelstellingen uit het groenstructuurplan 2003 zijn daarin overgenomen en waar nodig op basis van huidige inzichten geactualiseerd. In hoofdstuk 6 wordt de integrale visie in sfeerbeelden per deelgebied uitgewerkt.

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

63

64

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

Visie per functie en in samenhang

5

Binnen de in het vorige hoofdstuk verwoorde integrale visie ‘Buitengewoon Eijsden’, kan aan de hand van de in hoofdstuk 3 geformuleerde kernkwaliteiten en landschapstypering, per functie, sector of structuur een algemeen geldende visie worden opgesteld. Om een landschap te behouden en te ontwikkelen waarin functionaliteit in harmonie staat met schoonheid, dienen deze functiegerichte visies echter ook op elkaar te zijn afgestemd. Schoonheidsbelevingen zijn immers niet gebaseerd op een optelling van allerlei losse elementen maar op de totaliteit en de daarbinnen aanwezige harmonie tussen de verschillende elementen. In dit hoofdstuk wordt dan ook naast de visie per functie een visie op de onderlinge samenhang tussen de functies uitgewerkt. In de opeenvolgende paragrafen komen de volgende algemene visies per functie en op de samenhang tussen de functies aan de orde. Dit zijn in: • • • • • • • •

paragraaf 5.1 de natuurlijke kwaliteit in de vorm van de landschappelijke onderlegger, paragraaf 5.2 de natuurlijke kwaliteit in de vorm van de ecologische structuur, paragraaf 5.3 de culturele kwaliteit in de vorm van de cultuurhistorie, paragraaf 5.4 de gebruikskwaliteit wonen, paragraaf 5.5 de gebruikskwaliteit werken, paragraaf 5.6 de gebruikskwaliteit in de vorm van de verkeerswegenstructuur, paragraaf 5.7 de gebruikskwaliteit in de vorm van toerisme en recreatie, paragraaf 5.8 de visueel ruimtelijke belevingskwaliteit.

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

65

Gronsveld

Rijckholt

Oost

Maarland

Breust Eijsden Mariadorp

Hoog Caestert Laag Caestert

Withuis Mesch

66

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

5.1

Algemene visie natuurlijke kwaliteit - landschappelijke onderlegger Op basis van de landschappelijke onderlegger kan worden geconcludeerd dat deze een bepalende factor was en is voor de identiteit van de gemeente. Voor het behouden en versterken van de identiteit van de gemeente Eijsden-Margraten is het noodzakelijk dat de onderdelen van de landschappelijke onderlegger beter beleefbaar worden gemaakt in het buitengebied. In deze paragraaf worden hiervoor de algemene uitgangspunten beschreven. Deze zijn verder uitgewerkt in specifieke sfeerbeelden voor de deelgebieden in hoofdstuk 6. Accentueren karakteristieken verschillende delen landschappelijke onderlegger Uit de inventarisatie en analyse is naar voren gekomen dat verschillende onderdelen in de landschappelijke onderlegger te onderscheiden zijn, die elk een eigen landschappelijke karakteristiek hebben. Om er voor te zorgen dat het landschap van de gemeente Eijsden-Margraten duidelijk herkenbaar is en blijft, dienen de verschillende onderdelen van de onderlegger te worden benadrukt: • Plateaus: Om het verschil te benadrukken, dienen de plateaugebieden zoveel mogelijk grootschalig van karakter te blijven door deze zoveel mogelijk vrij te houden van opgaande beplanting en bebouwing.

Uitzondering hierop vormen de laagstamboomgaarden en de directe omgeving rondom de dorpen waar veelal (restanten van) hoogstamboomgaarden aanwezig zijn. Tevens wordt hierop een uitzondering gemaakt voor grootschalige agrarische bedrijven, die een zichtbare en functionele relatie met de omgeving hebben. Landschappelijk gezien wordt niet voorgestaan om nieuw bos op de plateaus aan te planten, bijv. in het kader van compensatie of natuurontwikkeling; • Droogdalen: Binnen de droogdalen zijn twee typen te onderscheiden. Enerzijds zijn dit droogdalen die worden gekenmerkt door een diepe insnijding, steile hellingen en de aanwezigheid van veel opgaande beplanting, zoals de Schone grub. Het besloten karakter van deze diepe grubben dient dan ook behouden en waar mogelijk versterkt te worden door aanplant van bos en struweel. Anderzijds zijn dit droogdalen die worden gekenmerkt door zachte glooiingen, graslanden en akkers afgewisseld met kleine landschapselementen (graften, hagen, hoogstamboomgaarden), zoals de Herkenradergrub. In deze zacht glooiende droogdalen dient dit afwisselende karakter behouden te worden en waar mogelijk versterkt met kleine landschapselementen.

Hierbij dient zo veel mogelijk aansluiting te worden gezocht bij andere functies, zoals water (buffers), recreatie (wandel- en/of fietspaden) en natuur (ecologische verbindingen); • Beekdal: Voor het beekdal van de Voer is het voorstel de beekbegeleidende beplantingen te behouden en waar nodig aan te vullen. Tussen Mesch en de Maas bij Laag Caestert ligt de Voer niet in een beekdal en wordt deze als cultuurlijk element behandeld; • Hellingen: Uit de inventarisatie en analyse komt naar voren dat de hellingen aan weerszijden van een dal verschillende landschappelijke karakteristiek bezitten. De hellingen aan met name de noordzijde zijn in het algemeen steil tot zeer steil, geëxponeerd op het zuiden en veelal sinds zeer lange tijd bebost. Aan de zuidzijde zijn de hellingen vaak minder steil en in agrarisch gebruik. Ze worden gekenmerkt door de aanwezigheid van steilranden, grubben, (restanten van) graften en andere kleine landschapselementen. Om de landschappelijke onderlegger zichtbaar en herkenbaar / afleesbaar te houden is het van belang dit contrast tussen steile en flauwe hellingen te behouden en waar mogelijk te versterken. Bij het aanvullen van de kleine landschapselementen gaat het voornamelijk

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

67

•

•

•

om het herstellen van grubben en graften op reeds bestaande steilranden.Voor het versterken van de bossen geldt dat de gebieden op de hellingen die van bijzonder belang zijn als (kalk)grasland of bijzondere potenties bieden voor het ontwikkelen van (kalk)grasland uitgezonderd dienen te blijven van bebossing; Terrassen: De terrassen worden gekenmerkt door de afwisseling van grotere en kleinere agrarische percelen, waarbij de oppervlakte hoogstam- en laagstamfruit opvallend is. Een duidelijk onderscheid tussen het laagterras en het middenterras is er niet. Doelstelling voor de terrassen is om de (hobbymatige) fruitteelt te behouden, omdat deze een groot deel van de identiteit van de voormalige gemeente Eijsden bepaalt. Terrasranden: In het Maasdal bevinden zich de randen tussen het midden- en laagterras en tussen het laagterras en de rivierbedding. Deze randen zijn op diverse locaties als markante hellingen in het landschap aanwezig en worden beleefd, doordat ze zichtbaar zijn en bijdragen aan het uitzicht over het Maasdal. Het behouden van het uizicht vanaf de bovenzijde van de terrasrand geldt hier als uitgangspunt, evenals het behouden van de beleefbaarheid van de continuïteit van de lengterichting van de helling.

Rivierbedding Maas en inundatiegebied: Dit respectievelijk permanent en periodiek watervoerende deel van het Maasdal is herkenbaar aan de aanwezigheid van voornamelijk weides/ hooilanden, ooibossen en populierenopstanden. In het reliëf zijn de karakteristieke vormen zichtbaar van oude Maasarmen en grindgaten. Uitgangspunt ten aanzien van de rivierbedding van de Maas is te komen tot een harmonieuze afwisseling van ooibosvegetaties en gras/kruidenvegetaties, zodat de Maas op fraaie wijze bijdraagt aan de beleving van het Maasdal. Het gedeelte van het inundatiegebied dat in agrarisch gebruik is, behoudt haar landschappelijke karakteristiek. Het voorstel is wel om herstel van hoogstamfruitboomgaarden en haagstructuren te stimuleren.

Naast de ruimtelijke karakteristiek is in de verschillende delen van de landschappelijke onderlegger ook onderscheid te maken in soortensamenstelling van de beplanting. Uitgangspunt voor het landschapsontwikkelingsplan is dan ook de plantensoorten toe te passen op de plateaus, de hellingen en de terrassen die op de daar aanwezige bodems van nature voorkomen: • Op de plateaus kunnen bijvoorbeeld bomen worden toegepast, die refereren aan een voedselrijke bodem en droge omstandigheden, zoals Eiken, Iepen, Lindes, Beuken en Zoete kersen. Hoewel het ‘Eiland van Banholt’ en de schiervlakte onderdeel zijn van de plateaus, hebben zij een iets voedselarmere bodem (minder leem en aanwezigheid van grind en vuursteen). Van oorsprong kunnen daarom naast de eerder genoemde soorten ook nog Berken in deze gebieden worden toegepast; • Op de hellingen en in de droogdalen vindt, afhankelijk van de aanwezige bodemomstandigheden, een overgang plaats naar het toepassen van Eiken, Essen, Haagbeuken, Iepen en Zoete kersen; • Op de natste gedeelten, de beekdalen en in kwelzones langs de middenterrasrand, kan worden gekozen voor bomen als Essen, Elzen, Populieren,Vogelkersen en/of Wilgen. • Op de jaarlijks overstroomde delen van de rivierbedding groeit zachthoutooibos. Karakteristiek zijn hier Schietwilg en Zwarte populier.

Daarnaast kan gekozen worden voor andere soorten uit de wilgenfamilie, zoals Amandelwilg, Katwilg, Bittere wilg, Kraakwilg, Grauwe wilg, Rossige wilg of Boswilg.

68

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

•

Op de incidenteel overstroomde delen van de rivierbedding en het inundatiegebied groeit van nature hardhoutooibos. Zodoende kan bij aanplant van bomenstructuren en KLE’s gekozen worden voor Gladde iep, Fladderiep, Gewone vogelkers, Spaanse aak en stuiksoorten als Een- en tweestijlige meidoorn, Wegedoorn, Rode kornoelje, Sleedoorn en diverse wilde rozen. Bij toepassing van de hierboven genoemde soorten dient bij voorkeur gebruik gemaakt te worden van autochtoon plantmateriaal. In hoofdstuk 6 wordt deze algemene visie met betrekking tot de landschappelijke onderlegger verder uitgewerkt. Versterken beleefbaarheid watersysteem Het terrassenlandschap van de gemeente Eijsden-Margraten, dat bestaat uit een complex patroon van glooiingen, hellingen en dalen is gevormd door erosie- en afzettingsprocessen. Hoewel water van groot belang is geweest bij de vorming van het landschap van de gemeente EijsdenMargraten, is dit nu slechts in beperkte mate afleesbaar. Dit komt, omdat het water hoofdzakelijk tijdelijk aanwezig is en niet als permanent stromend oppervlaktewater, met uitzondering van de Noor en de Voer. Onopvallend, maar wel aanwezig is de Zeep. Deze watergang voert in droge periodes geen tot weinig kwel- en bronwater, terwijl ze in natte periodes afstromend hemelwater afvoert. Op het midden- en laagterras zijn diverse hemelwaterbuffers aanwezig.

Dit betreft enerzijds buffers van het watersysteem van de Termaardergrub en de Herkenradergrub en anderzijds buffers die het afstromend hemelwater van het Savelsbos, maar ook de A2 opvangen. Uitgangspunt voor het landschapsontwikkelingsplan is het versterken van de beleefbaarheid van het watersysteem als geheel. Dit kan gerealiseerd worden door de verschillende onderdelen van het watersysteem op een integrale wijze vorm te geven. Zo wordt voorgesteld de buffers van de Termaardergrub en de Herkenradergrub door middel van struinpaden met daarlangs verspreid kleine landschapselementen, zoals een solitaire boom, een boomgroep of een stuk haag, met elkaar te verbinden. Op deze manier wordt de lengte van het watersysteem en de ligging in de lage delen van het landschap benadrukt en beter beleefbaar. Daarnaast wordt waar dat aansluit op de ecologische structuur (zie paragraaf 5.2.Algemene visie natuurlijke kwaliteit - ecologische structuur) een combinatie gezocht met het realiseren van ecologische verbindingen. Tevens wordt voorgesteld de buffers een natuurlijke en minder geometrische vorm te geven, die aansluit op de glooiingen in het reliëf ter plaatse. Hoewel de huidige vormgeving van de buffers een duidelijk statement van menselijk ingrijpen vormt, is deze vorming slechts functioneel en vrij eenzijdig gericht op het voorkomen van water- en modderoverlast.

Een aangepaste vormgeving sluit beter aan bij het meer integrale karakter dat bij de combinatie van het watersysteem met recreatie en natuur wordt nagestreefd. Met betrekking tot de Voer is het voorstel in het landschap herkenbaar te maken waar de oorspronkelijke beekbedding lag en ontstaat tevens de mogelijkheid om hemelwater af te voeren bij hoogwater calamiteiten in de Voer. Daardoor kan duidelijk worden gemaakt op welke ingenieuze wijze de mens sinds 1200 het watersysteem van de Voer naar eigen hand heeft weten te zetten. Dit wordt nader uitgewerkt in deelgebied Voerdal en Caestertveld. Tot slot wordt voorgesteld op enkele plaatsen informatiedragers te plaatsen waarop de werking en de landschapsvormende rol van het watersysteem worden toegelicht. Hierbij dient zo veel mogelijk een combinatie te worden gezocht met andere bezienswaardigheden en (knooppunten in de) routes in de recreatieve structuur.

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

69

Gronsveld

Rijckholt

Oost

Maarland

Breust Eijsden Mariadorp

Hoog Caestert Laag Caestert

Withuis Mesch

70

© bureau verbeek / gemeente eijsden-margraten

5.2

Algemene visie natuurlijke kwaliteit - ecologische structuur Het landschapsontwikkelingsplan is mede gericht op het verder ontwikkelen van de ecologische structuur. Hieronder wordt ingegaan op de wijze waarop hiermee in het landschapsontwikkelingsplan wordt omgegaan. Behoud en realisatie (grensoverschrijdende) waardevolle natuurgebieden In de gemeente Eijsden-Margraten zijn bijzondere en waardevolle ecologische gebieden aanwezig. Voor de aanwezige bijzondere flora en fauna in deze gebieden en de biodiversiteit is het dan ook van belang om (de natuurwaarden van) deze gebieden te behouden en te versterken. Hiertoe is door het ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie de realisatie van de totale Ecologische Hoofdstructuur (EHS) voorzien in de periode tot 2018. Om dit te bewerkstelligen zijn in het provinciaal Natuurbeheerplan 2013 (Provincie Limburg, 2012) voor de verschillende natuurgebieden natuurdoelen aangegeven. Het is de bedoeling van het Rijk, om de gebieden die binnen de EHS vallen aan de hand van de na te streven natuurdoelen om te vormen tot natuurgebieden of beheersgebieden. In het geval van beheersgebieden kan nog sprake zijn van extensief agrarisch gebruik. Voor de realisatie van de EHS zijn door het Rijk reeds gelden gereserveerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=f86ecfa8-460e-4355-ab18-5ea2d13a31b1