20250930 08b BP Breusterstraat Eijsden - Motivering
Tekst van het document
Zowel de realisering van passende woningen als het voorkomen van verdere leegstand van deze in onbruik geraakte opstallen vormen een maatschappelijke meerwaarde voor de omgeving. Hierdoor voldoet het plan aan dit criterium. Criterium 2: het plan is planologisch aanvaardbaar Een plan is (ruimtelijk) planologisch aanvaardbaar als het voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (Besluit ruimtelijke ordening, artikel 3.1.6, lid 2) voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte nodig is: - criterium 2a: het plan sluit aan bij de kwantitatieve behoefte; - criterium 2b: het plan sluit aan bij de kwalitatieve behoefte. Toetsing criterium 2 Woonmonitor 2021 (provincie Limburg) De provincie Limburg stelt elk jaar de Woonmonitor vast. Dit is een rapportage waarin de relevante en actuele ontwikkelingen op de Limburgse woningmarkt geschetst worden aan de hand van de meest recente beschikbare cijfers. De meest recente Woonmonitor 2021 biedt een verscherpt en geactualiseerd beeld van de situatie op de Limburgse woningmarkt. Helder is dat in Limburg met name sprake is van een kwalitatieve woonopgave. De ingezette lijn van de Limburgse Agenda Wonen 2020-2023 “Versnellen, versterken en doorzetten” wordt daarmee verder bekrachtigd.
Het blijft dus TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Breusterstraat 20 Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 24 -
Motivering
zaak om plannen die voorzien in een urgente behoefte (voor senioren, starters, internationale werknemers, studenten, spoedzoekers, in de sociale en middeldure huur) met voorrang te realiseren en de bestaande woningvoorraad toekomstbestendig te transformeren. De hoofdpunten en d belangrijkste cijfers van de nieuwe Woonmonitor zijn als volgt. De Limburgse bevolking telt op 1-12021 bijna 1.116.000 inwoners en is in 2020 (met een afname van ruim 1.000 personen) gedaald. De laatste 10 jaar is er sprake van een licht schommelende stabilisatie (gemiddelde afname van 700 personen per jaar c.q. -0,6% in 10 jaar tijd). In 2020 is sprake geweest van oversterfte en een lagere buitenlandse migratie (mede) door toedoen van Corona. De binnenlandse migratie is daarentegen gestegen. Dat is een trend die al vijf jaar gaande is en die mogelijk versterkt wordt door het thuis werken en studeren vanwege de Coronapandemie. Op basis van de huishoudensprognoses wordt (vanwege het groeiende aantal één- en tweepersoonshuishoudens) vooralsnog uitgegaan van een extra woningbehoefte van bijna 9.000 tot circa 11.000 extra woningen in circa 10 jaar tijd, waarna een daling van de woonbehoefte verwacht wordt. Aanvullend hierop zijn 3.000 extra reguliere woningen nodig voor de (long-stay) internationale werknemers.
In de afgelopen 5 jaar zijn in Limburg per saldo (toevoegingen minus onttrekkingen) gemiddeld circa 2.350 woningen per jaar gerealiseerd. Kijkend naar Limburg als geheel is de kwantitatieve woonopgave dus te overzien. Dat neemt niet weg dat de woonopgave op lokaal niveau of in specifieke woonsegmenten aanzienlijk kan zijn. Er zijn (volgens de regionale woningbehoefteonderzoeken) tot circa 2030 ruim 40.000 woningen nodig voor specifieke doelen en doelgroepen, zoals woonconcepten voor starters, ouderen en speciale doelgroepen, middenhuur en sociale huur. Ook is er behoefte aan meer verschillende soorten van huisvesting, op daarbij passende locaties, ook voor tijdelijke bewoning. Dit betekent niet dat er zomaar 40.000 woningen extra gerealiseerd moeten worden. Naast het tekort aan geschikte woningen is er namelijk in 2030 naar verwachting ook een overschot van bijna 40.000 woningen die (nog) niet passen bij de toekomstige woonbehoefte. Het toekomst- en levensloopbestendig maken van bestaande woningen ligt dus meer voor de hand. Op basis van de Woonmonitor en het gemeentelijk beleid kan worden geconcludeerd dat er behoefte is aan seniorenwoningen. Aan dit criterium kan worden voldaan.
Criterium 3: het plan is (sub)regionaal afgestemd Het derde criterium betreft subregionale afstemming, zodat gezamenlijke oordeelsvorming plaatsvindt en het gemeenschappelijk belang voorop blijft staan (geen onderlinge concurrentie en overschotten op subregionaal niveau). De subregio bepaalt of het plan aan de subregionale woningmarktprogrammering wordt toegevoegd. Het plan is regionaal afgestemd en akkoord bevonden. Op grond van deze beleidsregel, zou voor de realisatie van onderhavig plan gecompenseerd moeten worden als bedoeld in Beleidsafspraak VI van de SVWZL. Echter doordat de noodzaak aan dit segment binnen de kern Eijsden op grond van de concept-resultaten van het woonbehoefteonderzoek onderbouwd kan worden, kan dit plan op grond van voornoemde beleidsregel als ‘goed’ worden gekwalificeerd en is compensatie niet aan de orde. Dit dient echter afgestemd te worden met de subregio. 3.4.3 Conclusie Het voorliggende bouwplan voldoet aan de uitgangspunten van het regionaal beleid.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Breusterstraat 20 Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 25 -
Motivering
3.5 Beleid Waterschap 3.5.1 Waterschapsverordening
d
Sinds de invoering van de Omgevingswet geldt de Waterschapsverordening van het Waterschap Limburg. In deze verordening zijn ook de regels van de voormalige Keur opgenomen. Deze regels gaan over gedoogplichten, geboden en verboden op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kunstwerken. De Waterschapsverordening bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhoud- en beschermingszones. Deze zijn opgenomen in bijlage I van de Waterschapsverordening. Voor het voorliggende besluitgebied zijn in genoemde bijlage geen specifieke uitgangspunten vastgelegd, aangezien in en om de projectlocatie geen watergangen, waterkeringen et cetera gelegen zijn. 3.5.2 Provinciaal Waterprogramma 2022-2027 Het waterbeleid van de provincie Limburg voor de jaren 2022-2027 staat in het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027, dat op 17 december 2021 door Provinciale Staten is vastgesteld. Het is de opvolger van het Provinciaal Waterprogramma 2016-2021. Het Provinciaal Waterprogramma is een uitwerking van de Omgevingsvisie Limburg en bevat de doelstellingen die de provincie Limburg de komende periode met haar partners wil bereiken op het gebied van water. Centraal staat hierbij het realiseren van een duurzaam, robuust en ecologisch gezond watersysteem dat kan omgaan met wateroverlast en droogte en dat voorziet in voldoende water van goede kwaliteit.
Voor het besluitgebied kent dit beleid geen specifieke uitgangspunten. 3.5.3 Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027 Op 8 december 2021 heeft het Waterschap Limburg het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. Hierin zijn de Limburgse wateropgaven voor de toekomst bepaald. Het Waterschap Limburg is verantwoordelijk voor het beheer van het regionale oppervlaktewater in Limburg. elke zes jaar leggen waterschappen vast welke aanpak en welke maatregelen op hoofdlijnen nodig zijn om het watersysteem en de waterkeringen op orde te brengen en te houden. Met het Waterbeheerprogramma geeft het waterschap richting aan het waterbeheer in de periode 20222027. De verplichting om elke zes jaar een nieuw waterbeheerprogramma vast te stellen is vastgelegd in de Omgevingswet. Het Nationale Waterprogramma en het Provinciaal Waterprogramma hebben dezelfde looptijd en bieden de kaders voor het waterbeheerprogramma. Het Provinciaal Waterprogramma geeft onder andere kaders voor het strategisch grondwaterbeheer, de regionale normering wateroverlast, de functietoekenning voor de oppervlaktewateren en de waterkwaliteitsdoelen voor de KRW-waterlichamen (Kader Richtlijn Water) en de overige wateren. Het Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027 geeft hier de regionale invulling aan. Voor het besluitgebied kent dit beheerprogramma geen specifieke uitgangspunten.
3.5.4 Conclusie Het plan kent geen aandachtspunten vanuit de Waterschapsverordening dan wel het waterbeleid. De reguliere waterparagraaf (vanuit de instructieregel ex artikel 5.37 Bkl) is opgenomen in paragraaf 4.8 van deze motivering.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Breusterstraat 20 Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 26 -
Motivering
3.6 Gemeentelijk beleid d
3.6.1 Omgevingsvisie
De gemeenten Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem en Vaals maken samen een gezamenlijke omgevingsvisie voor de drie gemeenten. De drie gemeenten noemen zich samen de ‘Lijn 50-regio’, geïnspireerd op de busverbinding die de drie gemeenten doorkruist. Deze visie is nog in opbouw en derhalve nog niet gereed voor bestuurlijke besluitvorming. De uiterste datum voor vaststelling van de Omgevingsvisie is 1 januari 2027 (KB 10.07.2023). 3.6.2 Strategische visie 2022 In deze gemeentelijke beleidsvisie is een aantal hoofdthema’s benoemd (wonen, recreatie en ondernemen), dat in de jaren tot en met 2022 – maar ook daarna – van cruciaal belang is voor de verdere ontwikkeling van de gemeente Eijsden-Margraten. In algemene zin is relevant dat de gemeente wil inzetten op een passende woning in een passende woonomgeving voor elke inwoner. Daarbij geldt dat nieuwe woningen in principe in de kernen moeten worden gebouwd en dat het buitengebied zoveel mogelijk gevrijwaard blijft van verstening. Daarnaast ligt ook een accent op de kwalitatieve versterking van het toerisme en de recreatiesector, met name initiatieven die de beleving van het landschap en de karakteristieke dorpen voor de toerist vergroten. Uitgangspunt is wel dat het (im)materieel erfgoed wordt beschermd. Het voorliggende bouwplan wordt gerealiseerd in de kern Eijsden is daarmee in lijn met de uitgangspunten van deze visie.
3.6.3 Bestuursakkoord 2022-2026 “Goed leven in elke kern” Het bestuursakkoord “Goed leven in elke kern” betekent voor de gemeente Eijsden-Margraten dat zij samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties blijft investeren in de gemeenschappen van alle kernen. Samen wordt gezorgd voor een aantrekkelijke woonomgeving waarin met respect voor het landschap en de natuur, tradities en cultuur voor zowel de huidige als toekomstige inwoners een thuis wordt geboden. Het woon- en leefklimaat in de gemeente EijsdenMargraten is van hoog niveau en dit moet zo blijven. De gemeente Eijsden-Margraten staat evenwel voor een groot aantal opgaven op het gebied van sociaal domein, duurzaamheid en energie, natuur en landschap, de landbouw en wonen. De gemeente wil de komende jaren werken middels de onderstaande vijf programmalijnen: 1) Kwaliteit van leven; 2) Landbouw, landschap en plattelandseconomie; 3) Duurzaamheid en klimaatverandering; 4) Wonen en leefomgeving; 5) Bestuur en dienstverlening. Deze vijf programmalijnen vormen de koers voor de komende bestuursperiode. De gemeente gaat aan de slag met de inwoners en de gemeenteraadslenen om samen succesvolle stappen te zetten en zichtbare zaken te realiseren die recht doen aan wat de inwoners, gemeenschappen en leefomgeving nodig hebben.
Wonen en leefomgeving Eijsden-Margraten is gezien haar ligging in de directe nabijheid van het stedelijk gebied, de landschappelijke kwaliteiten en aanwezige voorzieningen een aantrekkelijke woonomgeving en wil dit graag blijven. De gemeente streeft naar een passende woningvoorraad met passende woningen voor haar inwoners, in een leefomgeving die gezond, veilig en prettig is om in te wonen. Kwaliteit en duurzaamheid zijn daarbij belangrijke uitgangspunten.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Breusterstraat 20 Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 27 -
Motivering
Volgens diverse modellen blijft het aantal huishoudens tot 2030 stijgen. De meeste groei wordt verwacht in de groep alleenstaande 65-plussers. De groep tweepersoonshuishoudens 65-plussers groeit beperkt. De groep 23-65 jarigen neemtd naar verwachting beperkt af. De verwachting is tevens dat in elk segment van de koopsector de behoefte toeneemt. Met name in de prijsklasse € 325.000€ 450.000 en boven € 450.000. Uit het recentelijk uitgevoerde woningbehoefteonderzoek volgt een opgave tot 2030 van circa 710 woningen, waarvan 610 koopwoningen en 100 huurwoningen. Rekening houdend met een gewenste schaarste dient uitgegaan te worden van in totaal circa 600 woningen, waarvan circa 465 koopwoningen en circa 135 huurwoningen. Woningbouw naar behoefte in elke kern De grote vraag naar woningen vraagt om een versnelling van nieuwbouw in de hele gemeente. Er wordt daarbij gestreefd naar een gevarieerd aanbod in alle kernen dat aansluit bij de behoefte. Insteek is het behoud van vitale kernen en dat inwoners van de gemeente Eijsden-Margraten zoveel mogelijk in hun eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. focus komt primair te liggen op het realiseren van betaalbare en duurzame woningen voor starters. Daarnaast wordt middels nieuwbouw ingezet op het bevorderen van de doorstroming in de woningmarkt door levensloopgeschikte woningen te realiseren.
Onderhavig plan Het plan is in overeenstemming met het Bestuursakkoord 2022-2026. Het plan sluit aan bij de ambitie om meer koopwoningen toe te voegen aan de woningvoorraad, met name voor senioren in Eijsden-Margraten die in hun eigen woonomgeving willen blijven wonen. 3.6.4 Woonvisie Eijsden-Margraten ‘Samen bouwen aan de toekomst’ 2019-2025 In de lokale Woonvisie ‘Samen bouwen aan de toekomst’ is het woningbouwbeleid voor de periode 2019-2025 vastgelegd. In Eijsden-Margraten wordt ingezet op een duurzame woningvoorraad met passende woningen voor zowel starters als senioren. Hierdoor zal de doorstroming moeten worden bevorderd. Inwoners wonen daarbij in een gezonde, veilige en prettige woon- en leefomgeving, waarbij duurzaamheid en kwaliteit belangrijke uitgangspunten zijn. Hierbij heeft de herbestemming en transformatie van bestaande (leegstaande) gebouwen bijzondere aandacht. De woonambities, zoals ook vertaald in het vastgestelde gemeentelijke bestuursakkoord ‘Anders durven doen 2018-2022’, zijn geformuleerd in speerpunten van beleid. Daarbij richt het beleid zich op relevante doelgroepen en thema’s. Concreet betreft het: de doelgroep starters waarvoor de gemeente meer toegang wil creëren binnen de bestaande woning- en/of planvoorraad, met als doel dat het aantal koopwoningen voor starters te verhogen.
Als dit (financieel) onmogelijk blijkt dat zullen deze woningen worden gerealiseerd via nieuwe capaciteit waarvoor gecompenseerd wordt om een bijdrage te kunnen leveren aan het transformeren van de woning- en/of planvoorraad; de doelgroep oudere doorstromers waarvoor woningen gerealiseerd worden binnen de kernen en binnen het bestaand vastgoed of op locatie waar een dergelijke herbestemming ruimtelijke en volkshuisvestelijk verantwoord is; het bieden van goede faciliterende mogelijkheden om de woningen voor de doelgroep langer thuiswoners levensloopbestendig te maken en voor de doelgroep die niet meer langer kan thuis wonen geclusterde woonzorgvormen creëren binnen het bestaand vastgoed, passend binnen het gemeentelijke woonzorgbeleid. het realiseren van voldoende kwalitatief aanbod van betaalbare huurwoningen voor de bijzondere doelgroepen (waaronder statushouders, woonurgenten, gehandicapten en ggzpatiënten), bij voorkeur binnen het bestaande vastgoed binnen de kernen en waar nodig en mogelijk deze realiseren via bijzondere (tijdelijke) huisvesting. het invulling geven aan de stimulerende, faciliterende en waar mogelijk sturende rol ten aanzien van de verduurzaming van de woningvoorraad; de instandhouding van leefbare kernen waarbij de gemeente goede burger-wooninitiatieven zo veel mogelijk faciliteert.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Breusterstraat 20 Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 28 -
Motivering
De gemeente schakelt over van een ‘bouwvisie’ naar een ‘transformatievisie’ want de groei van de woningvoorraad voor eigen additionele behoefte is de komende jaren weliswaar groeiende maar de woonvraag wijzigt (o.a. naar meer één- en tweepersoonshuishoudens). Inbreiding gaat daarbij voor d uitbreiding en vraaggericht gaat voor op aanbodsturing. Met uitzondering van de in uitvoering zijnde plancapaciteit, is bijkomende nieuwbouw op nieuwe locaties ondergeschikt aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad. Waar mogelijk worden bestaande woningen vervangen en additionele woningen worden gerealiseerd in bestaand vastgoed. De herbestemming van cultureel of beeldbepalend vastgoed dat leegkomt of al leeg staat, krijgt hierbij prioriteit. Nieuwe woningbouwinitiatieven ontwikkelen op onbebouwde percelen is pas een alternatief, als binnen de bestaande woningvoorraad of ander leegstaand vastgoed niet kan worden voldaan aan de haalbaarheid van de gewenste woonkwaliteiten. Onderhavig plan Middels de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan wordt de realisering van tien appartementen mogelijk gemaakt. De toevoeging van tien appartementen in het duurdere koopsegment stimuleert de doorstroming op de woningmarkt en past daarmee binnen de regionale en gemeentelijke beleidsuitgangspunten aangaande woningbouw.
3.6.5 Conclusie Het voorliggende plan voldoet aan de Strategische Visie, het bestuursakkoord 2022-2026 en het gemeentelijke woonbeleid.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Breusterstraat 20 Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 29 -
Motivering
4 Fysieke leefomgeving d
4.1 Beschermen van de gezondheid 4.1.1 Wettelijk kader In artikel 1.3 Ow zijn de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet aangegeven. De wet, zo is beschreven, is gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b. op het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze bij de beoogde buitenplanse omgevingsplanactiviteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. De vraag die daarbij wordt gesteld is of de vaststelling van deze omgevingsplanwijziging leidt tot (mogelijk) ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid. In de navolgende paragrafen 4.2 t/m 4.12 komen de aspecten die hierbij een rol spelen aan de orde.
4.2 Milieubelastende activiteiten Volgens artikel 1 Ow en de daarbij behorende bijlage is een milieubelastende activiteit een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit. Regels over milieubelastende activiteiten zijn opgenomen in het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving), het Bkl (in de vorm van (instructieregels) en in de bruidsschat (afdeling 22.3 van het Tijdelijk Omgevingsplan van de gemeente Eijsden-Margraten). Instructieregels In paragraaf 5.1.4 van het Bkl zijn instructieregels opgenomen van milieuhygiënische aard. Het befreft de aspecten geluid door activiteiten, geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen, luchtkwaliteit, trillingen, windturbines, bodemkwaliteit en geur. In het kader van het voorliggende plan zijn relevant: - paragraaf 5.1.4.2 Bkl (geluid door activiteiten): zie hiervoor paragraaf 4.3; - paragraaf 5.1.4.2a Bkl (geluid door wegen): zie hiervoor paragraaf 4.3; - paragraaf 5.1.4.1 Bkl (luchtkwaliteit): zie hiervoor paragraaf 4.4; - paragraaf 5.1.4.5 Bkl (bodemkwaliteit): zie hiervoor paragraaf 4.5. In paragraaf 5.1.2 van het Bkl zijn instructieregels opgenomen inzake veiligheid (externe veiligheid); zie hiervoor paragraaf 4.6.
De overige aspecten uit de instructieregels (geluid door spoorwegen en industrieterreinen, trillingen, windturbines en geur) zijn niet relevant voor dit omgevingsplan. Bruidsschat TOP Ten aanzien van het voorliggende plan is er geen sprake van milieubelastende activiteiten waarvoor in het Bal noch in de bruidsschat van het tijdelijke omgevingsplan specifieke regels zijn opgenomen.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Breusterstraat 20 Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 30 -
Motivering
4.3 Geluid 4.3.1 Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Voor belangrijke geluidbronnen zoals wegen, spoorwegen en industrieterreinen zijn via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De geluidregels hebben een tweezijdige werking, zowel voor het realiseren van geluid veroorzakende functies en activiteiten als voor het realiseren van geluidgevoelige functies en activiteiten. Onderhavig plan De locatie ligt weliswaar in het geluidaandachtsgebied van gemeentewegen, maar valt buiten het toepassingsbereik van paragraaf 5.1.4.2a van het Besluit kwaliteit leefomgeving, daar binnen een afstand van 100 meter er geen 30 km/uur-wegen met een verkeersintensiteit hoger dan 1.000 motorvoertuigen/etmaal zijn gelegen. De locatie ligt eveneens niet binnen een aandachtsgebied van andere (spoor-)wegen en/of industrieterreinen. 4.3.2 Geluid door activiteiten Bij het ontwikkelen van een ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid vindt zijn grondslag in de Omgevingswet en in het Bkl. In deze subparagraaf wordt het aspect geluid door activiteiten behandeld.
Het gaat dan om geluid afkomstig van bestaande activiteiten die in de nabijheid van de geprojecteerde woning plaatsvinden en die mogelijk een belemmering vormen voor een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de geprojecteerde woningen. Daarbij prevaleren de bestaande rechten van de aanwezige activiteiten boven de nieuwe woningen. Mocht er sprake zijn van overschrijding van normen vanwege de bestaande activiteiten op de beoogde woonfunctie dan zal het plan voor de woonfunctie moeten worden aangepast. Onderhavig plan Geluid van omliggende functies op de beoogde woning Bij het beoordelen van de invloedsfeer van geluidbronnen onder de oude Wro vormde de VNGpublicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) een hulpmiddel. Deze publicatie geeft richtlijnen over de aan te houden afstanden van (bedrijfs)functies ten opzichte van geluidgevoelige bestemmingen. Deze VNG-publicatie biedt handvatten om te bepalen of de geluidbelasting die wordt gegenereerd vanuit nieuwe activiteiten belemmeringen oplevert voor een goed woon- en leefklimaat voor de omliggende woningen. deze VNG-publicatie is sinds invoering van de Omgevingswet niet meer bruikbaar voor nieuwe omgevingsplannen onder de Omgevingswet.
Er is in 2022 een VNG-brochure ‘Concept servicedocument Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet’ uitgebracht die als tijdelijke leidraad kan worden gebruikt tot het moment dat de definitieve nieuwe VNG-uitgave er is. Concept servicedocument Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet (2022) Activiteiten en milieuzonering is een hulpmiddel waarmee kan worden ingeschat of een activiteit voor wat betreft de benodigde gebruiksruimte voor geluid (en geur) in een bepaald gebied inpasbaar is en anderzijds of een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaatbaar is, gelet op de gebruiksruimte van een aanwezige, bestaande activiteit. In deze publicatie is aangegeven dat deze zich richt op: - rustige woonwijk (overwegend of uitsluitend woonfuncties), waarbij slechts incidenteel nietwoonfuncties plaatsvinden en - gemengde gebieden met wonen (stedelijke gebieden waar sprake is van functiemenging door de aanwezigheid van andere functies zoals detailhandel, maatschappelijke functies, zorg, horeca of onderwijs).
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Breusterstraat 20 Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 31 -
Motivering
In het onderstaand figuur is de ligging van de verschillende zones ten opzichte van een rustige woonwijk en gemengd gebied weergegeven: d
Systematiek milieuzonering
De voorliggende projectlocatie kan, gelet op de dominante aanwezigheid van woonfuncties, het best worden geclassificeerd als een ‘rustige woonwijk’. In de onmiddellijke omgeving van het plan is het pand Breusterstraat 23 gelegen. Dit is een concertzaal c.q. feestzaal en wordt gerangschikt onder discotheek/muziekcafé waardoor de richtafstand geluid zone 1 (van 30 meter) moet worden aangehouden tot woningen. De hier aangeduide feestzaal is gelegen op een afstand kleiner dan 30 meter. Aan de straatzijde (aan de zijde van de beoogde nieuwe woningen) bevinden zich echter uitsluitend vergaderruimtes, een biljartruimte en een café. Het gebouw is alleen geopend tijdens activiteiten en is als zodanig niet vergelijkbaar met een discotheek c.q. muziekcafé. Hierdoor kan de afstand voor café orden aangehouden en die functie is geschikt voor functiemenging. Ook is er een detailhandelsvestiging aan de Breusterstraat 17 te Eijsden. Deze is eveneens geschikt voor functiemenging en vormt daardoor ook geen belemmering voor de woningbouwontwikkeling. De milieuzonering voor het aspect ‘geur’ in het kader van het Servicedocument is opgenomen in paragraaf 4.12 van deze motivering. 4.3.3 Conclusie Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en geluid door activiteiten vormen geen belemmering voor de beoogde woningbouwontwikkeling.
4.4 Kwaliteit van de buitenlucht 4.4.1 Wettelijk kader De regelgeving rondom de luchtkwaliteitseisen is opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. De overheid beoordeelt vanuit de Omgevingswet vooral de luchtkwaliteit van aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO 2) of fijnstof (PM10). Deze aandachtsgebieden zijn aangewezen in artikel 5.51 lid 2 en 3 Bkl. De gemeente EijsdenMargraten valt niet onder deze aandachtsgebieden. Omgevingswaarden Bkl In artikel 2.4 Bkl staan de omgevingswaarden voor stikstofdioxide. Hiervoor gelden de volgende ten hoogste toelaatbare concentraties: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Breusterstraat 20 Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 32 -
Motivering
-
200 μg/m³ uurgemiddelde, dat ten hoogste achttien maal per kalenderjaar wordt overschreden; en 40 μg/m³ als kalenderjaargemiddelde. d
In artikel 2.5 Bkl staan de omgevingswaarden voor stikstofdioxide. Voor PM10 gelden de volgende ten hoogste toelaatbare concentraties: - 50 μg/m³ als 24-uurgemiddelde, dat ten hoogste 35 maal per kalenderjaar wordt overschreden; en - 40 μg/m³ als kalenderjaargemiddelde. Blootstellingscriterium Het bevoegd gezag toetst en monitort de luchtkwaliteit op plaatsen waar representatieve blootstelling is. Alleen als de blootstelling voldoende lang of 'significant' is, moet het bevoegd gezag de omgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof toetsen. Die omgevingswaarden zijn er om de gezondheid van mensen te beschermen op plaatsen waar zij verblijven. Dit uitgangspunt heet ook wel het ‘blootstellingscriterium’. Bij de blootstellingsduur gaat het om de gemiddelde verblijftijden van personen op een plek. Daarin is geen onderscheid naar hooggevoelige groepen zoals kinderen, zieken of ouderen of het type verblijf. Het bevoegd gezag toetst niet als de blootstellingsduur kort is vergeleken met de middelingstijd van de omgevingswaarde. Dan is er geen significante blootstelling. Deze middelingstijd hangt af van de omgevingswaarde waarvoor een toets nodig is. Uitgaande van de omgevingswaarden vanuit het Bkl is voor stikstofdioxide (NO2) de jaargemiddelde norm bepalend. De middelingstijd voor NO2 is daarom vrijwel altijd een jaar. Voor fijnstof (PM10) is de daggemiddelde norm bepalend.
De vraag is dus of de beoogde gebruiksduur in verhouding tot een jaar respectievelijk een dag significant is. Als voorbeeld van ‘significant ten opzichte van een jaar’ kan gedacht worden aan: - woningen, andere voor wonen bestemde gebouwen en woonboten; - kinderopvang; - basisscholen en scholen voor middelbaar en hoger onderwijs; - verzorgings- en bejaardentehuizen; - revalidatie-instellingen; - gebouwen waar personen langdurig verblijven (met uitzondering van werkplekken of kantoorgebouwen). Denk bijvoorbeeld aan gevangenissen en asielzoekerscentra. Als voorbeeld van ‘significant ten opzichte van een dag’ kan gedacht worden aan: - tuinen bij woningen en bij andere voor wonen bestemde gebouwen; - recreatiewoningen en campings; - sport- en recreatieterreinen zoals buitenzwembaden, speelplaatsen, parken en pretparken; - havens voor recreatievaartuigen; - badinrichtingen in oppervlaktewater. Omdat woningen significant ten opzichte van een jaar worden geacht dient getoetst te worden aan de omgevingswaarden. NIBM: in hoeverre verslechtert de nieuwe activiteit de luchtkwaliteit Toetsen aan de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit is volgens artikel 5.53 Bkl niet nodig als een project of activiteit weinig bijdraagt aan luchtverontreiniging (‘niet in betekende mate’ ofwel NIBM).
Concreet betekent dit dat indien het toelaten van activiteiten leidt tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 μg/m³ of minder (tenzij het gaat om een veehouderij). In artikel 5.54 Bkl zijn de standaardgevallen NIBM aangewezen. Het bouwen van woningen behoort tot deze standaardgevallen. Bij één ontsluitingsweg geldt een ondergrens van 1.500 woningen, dat wil zeggen dat de bouw van 1.500 woningen NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit en dat daarvoor dus geen toetsing hoeft plaats te vinden.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Breusterstraat 20 Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 33 -
Motivering
4.4.2 Onderzoek Het bovenstaande in ogenschouw nemende dkan voor de te realiseren woning het volgende worden aangegeven. Bestaande situatie: luchtkwaliteit projectlocatie De actuele luchtkwaliteit op en rond de projectlocatie is raadpleegbaar in de Atlas Leefomgeving. Uit de Atlas Leefomgeving volgt dat de concentraties luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de directe omgeving van de projectlocatie lager liggen dan de grenswaarden die voor deze stoffen zijn vastgesteld (voor NO2 4,53 µg/m³, ‘Goed’, Atlas Leefomgeving d.d. 28.05.2024) en voor PM10 2,63 µg/m³ (‘Goed’, Atlas Leefomgeving d.d. 25.05.2024). Deze concentraties liggen (ver) beneden de grenswaarden. Hiermee kan geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen zijn voor wat betreft de actuele luchtkwaliteit in de omgeving van de projectlocatie. NIBM: nieuwe activiteit In de in het voorgaande beschreven ‘regeling niet in betekenende mate’ is in artikel 5.54 Bkl vastgelegd dat het ‘omslagpunt’ voor wat betreft de verslechtering van de luchtkwaliteit ligt bij de realisering van 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg. Aangezien op de voorliggende projectlocatie slechts tien woningen worden gebouwd, kan worden geconcludeerd dat deze NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties ten aanzien van dit plan. 4.4.3 Conclusie Middels de vaststelling van het voorliggende TAM-Omgevingsplan wordt de realisering van tien nieuwe woningen mogelijk gemaakt, die ontsloten worden via één ontsluitingsweg. Het omslagpunt voor wat betreft de verslechtering van de luchtkwaliteit ligt op de toevoeging van 1.500 bij één ontsluitingsweg. Gesteld kan dan ook worden dat de realisering van tien nieuwe woningen niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit ter plaatse. Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
4.5 Bodemkwaliteit 4.5.1 Wettelijk kader Voorafgaand aan het volgen van een ruimtelijke procedure dient te worden nagegaan of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik. Het belangrijkste uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreinigingen geen onaanvaardbare risico’s opleveren voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Ter bescherming van de gezondheid zijn in het Bkl instructieregels voor de bodemkwaliteit opgenomen. Deze inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het Aanvullingsbesluit bepaalt daarbij voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De gemeente stelt als bevoegd gezag de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. Dit is opgenomen in bijlage Vb van het Bkl. Deze toelaatbare kwaliteit is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Breusterstraat 20 Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 34 -
Motivering
4.5.2 Onderzoek Onderhavig plan d Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige bouwplan is door Aelmans een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. In het navolgende zijn de conclusies die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen beschreven. Aelmans, Verkennend bodem- en asbestonderzoek Breusterstraat 20 Eijsden, rapportnummer E222847.011/HWO, d.d. 14.09.2022 (separate bijlage 1). Conclusies Het te onderzoeken perceel betreft een voormalige boerderij gelegen op de hoek c.q. kruising van de Schoolstraat / Breusterstraat. Ter plaatse van het te onderzoeken perceel (950 m²) zijn een 11-tal boringen in combinatie met inspectiegaten systematisch verdeeld over het terrein. Dieseltank/bestrijdingsmiddelenopslag De boringen 1 en 2 zijn alhier geplaatst en analytisch onderzocht op minerale olie en OCB in de grondmonsters 1 en 2. Uit de resultaten blijkt, dat voornoemde grond niet verontreinigd is met voornoemde stoffen. Op basis van vorenstaande kunnen we concluderen, dat voornoemde bedrijfsactiviteiten geen invloed hebben gehad op de bodemkwaliteit ter plaatse. Bovengrond De oorspronkelijk bovengrond van onderhavig perceel is analytisch onderzocht in een vijftal grondmengmonsters (nrs. 2, 3, 4, 5 en 6). Uit de analyseresultaten van voornoemde grondmengmonsters (2, 3, 4 en 5) blijkt, dat deze bodemlagen verontreinigd zijn met diverse zware metalen en PAK.
Daarnaast overschrijden de concentraties koper, lood en/of zink teven de bodemindex en zelfs de interventiewaarden. De alhier aangetroffen overschrijdingen zijn van dien aard, dat deze verontreinigingen veelvuldig worden aangetroffen binnen de oude dorpskern van de voormalige gemeente Eijsden. Ondanks dat de concentraties zink de interventiewaarde overschrijden, betreft dit gebiedseigen verontreinigingen die in eerste instantie geen belemmeringen opleveren voor de beoogde bestemmingsplanwijziging. De bovengrond van de inpandige boringen (nrs. 6, 8 en 10) is analytisch onderzocht in grondmengmonster 6. Uit de resultaten van dit betreffende grondmengmonster blijkt, dat de concentraties kobalt, koper en zink de achtergrondwaarden overschrijden doch niet de bodemindex en/of interventiewaarden. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit kan deze bodemlaag als klasse wonen grond bestempeld worden. Ondergrond De visuele schone ondergrond is analytisch onderzocht in grondmengmonster 7. Uit de analyseresultaten van dit betreffende grondmengmonster blijkt, dat geen van de onderzochte parameters de achtergrondwaarden (AW2000) overschrijden. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit kan deze ondergrond al klasse AW2000 grond bestempeld worden.
In grondmengmonster 8 is een afwijkende laag onderzocht welke ter plaatse van boring 09 is aangetroffen. Voornoemde bodemlaag is licht verontreinigd met diverse zware metalen. Daarnaast overschrijdt de concentratie zink tevens de interventiewaarde. De alhier aangetroffen overschrijdingen zijn te wijten aan de bodemvreemde bijmengingen met baksteenresten en silex. Waarschijnlijk hebben alhier in het verleden graafwerkzaamheden TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Breusterstraat 20 Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 35 -
Motivering
plaatsgevonden, waardoor de grond is vermengd c.q. materialen zijn aangebracht ten behoeve van het aanvullen nabij het riool en een relatieve kleine mestkelder. d Asbest Tijdens het verrichten van het bodemonderzoek, zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetoond. Uit de bevindingen van dit onderzoek blijkt dat analytisch geen verontreinigingen zijn aangetroffen. Toetsing hypotheses Grond en grondwater De hypothese “diffuus verdacht” wordt op basis van de onderzoeksresultaten bevestigd, de geconstateerde verontreinigingen liggen in de lijn der verwachting en wijken niet af van het geen op dergelijke percelen binnen het grondgebied van de oude woonkern van de gemeente Eijsden worden aangetroffen. Asbest Op basis van de bevindingen van voornoemd zintuiglijk bodemonderzoek en het analytisch asbestonderzoek, kan de hypothese “onverdacht” met betrekking tot asbest worden bevestigd. Resumé Resumerend kan gesteld worden, dat de bovengrond van het buitenterrein grotendeels sterk met zink is verontreinigd. Voornoemde overschrijdingen vormen geen directe belemmeringen voor de beoogde bestemmingsplanwijziging in samenhang met de beoogde bouwplannen.
- vanwege de sterk verontreinigde bodemlagen dient men er wel rekening mee te houden, dat voor eventuele graafwerkzaamheden te allen tijde een BUS-melding of saneringsplan dient te worden opgesteld; - indien de vrijkomende grond niet in dezelfde hoedanigheid kan worden herschikt, dient deze afgevoerd te worden naar een daartoe erkend verwerker; - vanwege de diversiteit in bodemlagen, dient bij graafwerkzaamheden milieukundige begeleiding aanwezig te zijn en dienen graafwerkzaamheden uitgevoerd te worden onder de BRL 6000/7000; - graafwerkzaamheden in de bebouwing c.q. opstallen zijn vrijgesteld van voornoemde procedures daar alhier geen sprake is van sterk verontreinigde bodemlagen. 4.5.3 Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de realisering van het bouwplan, mits rekening wordt gehouden met de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport. De initiatiefnemer dient er rekening mee te houden dat het deel van de (tot op heden) agrarische bestemming onder de Omgevingswet gesaneerd dient te worden.
4.6 Omgevingsveiligheid 4.6.1 Wettelijk kader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en de Aandachtsgebieden. Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Breusterstraat 20 Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 36 -
Motivering
transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Bij het vaststellen van het omgevingsplan moeten gemeenten voldoen d aan regels over externe veiligheid. Enerzijds moeten ze in het omgevingsplan een grenswaarde in acht nemen voor het plaatsgebonden risico. Dit speelt bij het toelaten van milieubelastende activiteiten en bij het toedelen van locaties voor kwetsbare gebouwen en locaties en zeer kwetsbare gebouwen. Daarnaast moeten gemeenten in het omgevingsplan voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties rekening houden met de standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico. Anderzijds gelden er aandachtsgebieden voor bepaalde activiteiten met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden In de externe veiligheid worden drie aandachtsgebieden onderscheiden: brandaandachtsgebieden, explosieaandachtsgebieden en gifwolkaandachtsgebieden. Binnen een aandachtsgebied moet de gemeente rekening houden met het groepsrisico. Ook gaat het om het afwegen van beschermende maatregelen voor mensen die in dat gebied wonen, werken of recreëren. De aandachtsgebieden gelden zodra de activiteit wordt verricht. Het bevoegd gezag kan in een omgevingsplan een locatie waar een brand- of explosieaandachtsgebied geldt, aanwijzen als een brand- of explosievoorschriftengebied.
Binnen de voorschriftengebieden gelden dan bouwvoorschriften voor nieuwe bouwwerken bovenop de standaard bouweisen. Het gaat daarbij om bouweisen die extra beschermen tegen de gevolgen van een van buiten komende brand of explosie. Deze extra bouweisen gelden dan alleen voor nieuwbouw. Het aanwijzen van een voorschriftengebied is verplicht als op die locatie ook zeer kwetsbare gebouwen (zoals ziekenhuizen en kinderdagverblijven) zijn toegelaten. In Bijlage VI van het Bkl onder C. sub a. is aangegeven dat een woning een kwetsbaar gebouw is en dat het aspect externe veiligheid een rol kan spelen in de planvorming. 4.6.2 Onderzoek Door Adromi B.V. is het onderzoek ‘Ontwikkeling gebouw met appartementen aan de Breusterstraat 20 te Eijsden’ uitgevoerd (separate bijlage 2). In dit onderzoek zijn alle risicobronnen die van invloed zijn op deze planontwikkeling geïnventariseerd. Het gaat om de volgende risicobronnen: - basisnetroute weg, Rijksweg A2; - basisnetroute spoor, traject 100Q.1; - basisnetroute water (Maas en Albertkanaal); - buisleiding Z-500-18, Gasunie; - LPG-tankstations; - overige risicobronnen. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (A2) De Rijksweg (autosnelweg) A2 is gelegen op 1.480 meter van het besluitgebied.
Aandachtsgebied Vóór het in werking treden van de Omgevingswet op 1 januari 2024 bedroeg het invloedsgebied, volgens tabel 4-2 van de Handleiding Risicoberekeningen Bevt (HART) v1-2, 4.000 meter. Deze afstand werd veroorzaakt door het vervoer van toxische gassen. Onder de Omgevingswet is er geen sprake meer van een invloedsgebied, maar van aandachtsgebieden. In bijlage VII van het Bkl zijn onder C de afstanden van de aandachtsgebieden voor wegen, spoorwegen en binnenwateren aangewezen. Deze betreffen voor het brandaandachtsgebied 30 meter en voor het explosieaandachtsgebied 200 meter. Het besluitgebied is niet binnen het explosie- of brandaandachtsgebied gelegen. Voor het gifwolkaandachtsgebied is nog geen afstand vastgesteld. De gemeente Eijsden-Margraten sluit daarom aan bij artikel 5.12 lid 4 van het Bkl waarin staat dat een gifwolkaandachtsgebied begrensd is door een afstand van 1.500
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Breusterstraat 20 Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 37 -
Motivering
meter. Het besluitgebied is daardoor volgens het gemeentelijke beleid binnen het gifwolkaandachtsgebied gelegen. d Plaatsgebonden risico In het Basisnet is opgenomen dat voor de Rijksweg A2 ter hoogte van de gemeente EijsdenMargraten geen PR 10-6 bestaat. Het besluitgebied, de geprojecteerde ontwikkeling, bevindt zich op 1.600 meter van de A2. Deze ruimtelijke ontwikkeling valt buiten de contour voor het plaatsgebonden risico. Groepsrisico Aangezien de rijksweg A2 op minder dan 1.500 meter van het besluitgebied is gelegen, dient het groepsrisico volgens het Uitvoeringsbeleid externe veiligheid van de gemeente Eijsden-Margraten (vastgesteld op 17 december 2019) en het Besluit externe veiligheid transportroutes verantwoord te worden (zie onder subparagraaf 4.6.3). Vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor (spoorweg Maastricht – Visé (B)) Op een afstand van circa 500 meter van het besluitgebied bevindt zich de spoorweg Maastricht – Visé. Aandachtsgebied Vóór het in werking treden van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is voor het spoor Maastricht – Visé het invloedsgebied bepaald. Het transport van toxische gassen was maatgevend. Het invloedsgebied bedroeg, volgens tabel 4-2 van de Handleiding Risicoberekeningen Bevt (HART) v1-2, 995 meter. Onder de Omgevingswet is er geen sprake meer van een invloedsgebied, maar van aandachtsgebieden.
In bijlage VII van het Bkl zijn onder C de afstanden van de aandachtsgebieden voor wegen, spoorwegen en binnenwateren aangewezen. Deze betreffen voor het brandaandachtsgebied 30 meter en voor het explosieaandachtsgebied 200 meter. Het plangebied is niet binnen het explosie- of brandaandachtsgebied gelegen. Voor het gifwolkaandachtsgebied is nog geen afstand vastgesteld. De gemeente Eijsden-Margraten sluit daarom aan bij artikel 5.12 lid 4 van het Bkl waarin staat dat een gifwolkaandachtsgebied begrensd is door een afstand van 1.500 meter. Het besluitgebied ligt derhalve binnen het gifwolkaandachtsgebied van het spoor. Plaatsgebonden risico Uit de regeling basisnet volgt dat de 10-6 -contour voor de spoorweg 0 meter bedraagt. Hiermee ligt het besluitgebied niet binnen de plaatsgebonden risicocontour. Groepsrisico De locatie is volgens bijlage VII van het Bkl uitsluitend binnen het gifwolkaandachtsgebied van het spoor gelegen. Een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico is dan ook op basis van het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.15) niet noodzakelijk. Volgens de gemeente EijsdenMargraten dient echter wel de standaard verantwoording voor het groepsrisico te worden opgenomen, omdat het besluitgebied binnen 1.500 meter van de spoorweg is gelegen.
Hiervoor is gebruik gemaakt van de standaard verantwoording overeenkomstig het Uitvoeringsbeleid externe veiligheid van de gemeente Eijsden-Margraten (vastgesteld op 17-12-2019), zie subparagraaf 4.6.3. Vervoer van gevaarlijke stoffen over het water (Maas en Albertkanaal) Op respectievelijk circa 3.700 en 1.300 meter ten noordwesten van het plangebied zijn de vaarroutes Maas en Albertkanaal (België) gelegen. Aandachtsgebied De invloedssfeer van vaarwegen die aangewezen zijn als basisnetroutes reikt maximaal tot 1.070 meter en is afhankelijk van de getransporteerde stofcategorie (tabel 4-2 HART). Onder de Omgevingswet is er geen sprake meer van een invloedsgebied, maar van aandachtsgebieden. In TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Breusterstraat 20 Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 38 -
Motivering
bijlage VII van het Bkl zijn onder C de afstanden van de aandachtsgebieden voor wegen, spoorwegen en binnenwateren aangewezen. Deze betreffen voor het brandaandachtsgebied 30 meter en voor het explosieaandachtsgebied 200 meter. dHet besluitgebied is niet binnen het explosie- of brandaandachtsgebied gelegen. Voor het gifwolkaandachtsgebied is nog geen afstand vastgesteld. De gemeente Eijsden-Margraten sluit daarom aan bij artikel 5.12 lid 4 van het Bkl waarin staat dat een gifwolkaandachtsgebied begrensd is door een afstand van 1.500 meter. Het plangebied is daardoor volgens het Bkl en het gemeentelijke beleid binnen het gifwolkaandachtsgebied van het Albertkanaal gelegen. Plaatsgebonden risico De Maas maakt onderdeel uit van de Maascorridor, waarover structureel transporten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Uit de Regeling basisnet blijkt dat de Maas is gecategoriseerd als vaarroute met een CEMT (bevaarbaarheids)-klasse 5. De vaarweg heeft geen PR 10-6 -contour die buiten de oever ligt. Ter hoogte van Eijsden gaat de scheepvaart over het westelijk gelegen Albertkanaal, op Belgisch grondgebied. Het Albertkanaal is gecategoriseerd als vaarroute CEMT (bevaarbaarheids)-klasse 6. Voor een vaarweg CEMT-klasse 6 geldt conform de Handleiding risicoanalyse transport dat de PR 106 -contour niet buiten de oever zal liggen.
Groepsrisico Conform de Handleiding risicoanalyse transport geldt dat de drempelwaarde van 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico alleen wordt overschreden indien er sprake is van hoge vervoersaantallen en extreem hoge populatiedichtheden. Dit is in de directe omgeving van het Albertkanaal ter hoogte Eijsden niet het geval. Daarnaast wordt op basis van de gegevens uit tabel 3 geconcludeerd dat het besluitgebied binnen het gifwolkaandachtsgebieden van het Albertkanaal valt. De (standaard) verantwoording voor het groepsrisico is voor de vaarwegen dan ook aan de orde (zie subparagraaf 4.6.3). Buisleidingen (Z-500-18, Gasunie) Op circa 550 meter van het besluitgebied is de buisleiding Z-500-18 van de Gasunie gelegen. Aandachtsgebied Volgens het Uitvoeringsbeleid Externe Veiligheid van de gemeente Eijsden-Margraten bedraagt de 1% letaliteitsgrens van de buisleiding 50 meter en de 100% letaliteitsgrens 30 meter. Het besluitgebied is buiten het invloedsgebied en buiten de 100% letaliteitsgrens gelegen. Onder de Omgevingswet is er geen sprake meer van een invloedsgebied, maar van aandachtsgebieden. In bijlage VII van het Bkl is onder D2 aangegeven dat de afstand van aandachtsgebieden een te berekenen afstand betreft. Het brandaandachtsgebied betreft volgens het REV circa 50 meter. Een explosieaandachtsgebied is in het REV niet aanwezig.
Een aardgastransportleiding kent geen gifwolkaandachtsgebied. Groepsrisico Binnen de in het omgevingsplan aangegeven aanduiding ‘veiligheidszone-leiding’ (gelegen op de 1% letaliteitsgrens) en binnen aandachtsgebieden geldt een verantwoordingsplicht van het groepsrisico. Het plangebied is niet binnen de ‘veiligheidszone leiding’ of een aandachtsgebied gelegen, waardoor er geen verantwoordingsplicht voor het groepsrisico geldt. Risicovolle inrichtingen (LPG-stations) Op circa 1.700 en 1.800 meter afstand zijn twee LPG-tankstations langs de Rijksweg A2 gelegen. Aandachtsgebied Vóór het in werking treden van de Omgevingswet bedroeg het invloedsgebied van een LPG tankstation 150 meter. Volgens het Uitvoeringsbeleid externe veiligheid van de gemeente EijsdenTAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Breusterstraat 20 Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 39 -
Motivering
Margraten (vastgesteld op 17 december 2019) dient rekening gehouden te worden met een effectzone van 160 meter voor zeer kwetsbare objecten en van 60 meter voor beperkt kwetsbare objecten. Het besluitgebied is niet binnen het d invloedsgebied noch binnen de effectzones gelegen. Onder de Omgevingswet is er geen sprake meer van een invloedsgebied, maar van aandachtsgebieden. In bijlage VII van het Bkl zijn onder A1a de afstanden van de aandachtsgebieden voor tanken van LPG aangewezen. Voor het brandaandachtsgebied betreft dit 60 meter en voor het explosieaandachtsgebied 160 meter. Dit komt overeen met het gemeentelijk beleid. Plaatsgebonden risico De afstand van het plaatsgebonden risico 10-6 bedraagt volgens tabel 4.472 van het Besluit activiteiten leefomgeving maximaal 40 meter vanaf het vulpunt. Deze ruimtelijke ontwikkeling valt buiten de contour voor het plaatsgebonden risico. Groepsrisico Aangezien de LPG-tankstations buiten de aandachtsgebieden liggen hoeft het groepsrisico volgens het Uitvoeringsbeleid externe veiligheid van de gemeente Eijsden-Margraten (vastgesteld op 17 december 2019) niet bepaald te worden. Er geldt ook geen verantwoordingsplicht voor het groepsrisico. Overige risicobronnen In de omgeving van het besluitgebied zijn nog vier risicobronnen gelegen. Twee daarvan zijn gasontvangststations (aan de Bellefeur en de Ir.
Rocourtstraat), die beide een veiligheidsafstand van 15 meter hebben (op basis van het Bal) maar dei op meer dan 600 meter van het besluitgebied zijn gelegen. Deze stations vormen daarmee geen belemmering voor het plan. Op een afstand van circa 1 kilometer is het bedrijf Everzinc Nederland B.V. (verder Everzinc) gelegen. Everzinc is een Seveso-inrichting waarvoor volgens bijlage VII E6 de afstand van het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden moet worden berekend. Volgens de RUD Limburg (advies van 28 oktober 2022, met zaaknummer 2022-054223) leidt de opslag van zinkoxide niet tot de verplichting voor het opstellen van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) en is de QRA enkel kwalitatief uitgevoerd. De externe veiligheidsrisico’s van de activiteiten van Everzinc vormen volgens dit advies geen belemmering voor het besluitgebied. Op een afstand van circa 850 meter is het bedrijf PQ Silicas B.V. (verder PQ) gelegen. PQ verricht activiteiten met te berekenen afstanden voor het plaatsgebonden risico met vergunningplicht. Binnen het bedrijf vindt opslag plaats van salpeterzuur in opslagtanks, geclassificeerd als acuut toxisch. Volgens bijlage VII E4 moet de afstand van het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden worden berekend. Hiervoor is een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) opgesteld.
De QRA maakt onderdeel uit van de revisievergunning van 2 juli 2020 (kenmerk 2020127798, zaaknummer 2020-201342). Hieruit volgt dat het plangebied buiten de PR 10-6 contour en PR 10-30 contour (begrenzing van het invloedsgebied) is gelegen. Deze risicobron vormt dan ook geen belemmering voor het plangebied. Conclusie In de beoogde situatie zal er vanwege het plan sprake zijn van een toename van personen binnen het plangebied. Gebleken is dat het plangebied in het invloedsgebied (gifwolkaandachtsgebied) van de spoorlijn Lutterade-Vise (B) is gelegen. Hiervoor is gebruik gemaakt van de standaard verantwoording overeenkomstig het Uitvoeringsbeleid externe veiligheid van de gemeente EijsdenMargraten (vastgesteld op 17 -12-2019). Voor de andere risicobronnen behoeft geen (standaard) verantwoording voor het groepsrisico te worden opgenomen.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Breusterstraat 20 Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 40 -
Motivering
4.6.3 Te treffen maatregelen Verantwoording groepsrisico spoor, weg en water d De ruimtelijke ontwikkeling ligt op meer dan 200 meter van het spoor, maar binnen het invloedsgebied van 1.500 meter. Datzelfde geldt voor het Albertkanaal en de A2. Vanwege het transport met gevaarlijke stoffen over het spoor, weg en water wordt gekeken naar maatgevende scenario’s die effect hebben op de omgeving. Een belangrijk scenario vanwege het transport over het spoor, weg en water is de toxische wolk. In het geval van een calamiteit zullen de aanwezige personen in eerste instantie worden gewaarschuwd met de instructie schuilen waarbij het advies luidt ramen en deuren gesloten houden en de ventilatie afschakelen. Deze waarschuwing verloopt met het waarschuwings-en alarmeringssysteem (WAS), dan wel met NL-Alert. Een groot deel van het besluitgebied is momenteel bij alarmeren gedekt via het waarschuwings-en alarmeringssysteem (WAS). De WAS voorziening is gelegen in het besluitgebied en het gehele besluitgebied valt binnen het dekkingsgebied. Het beleid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie is om met ingang van 1 januari 2020 het WAS uit te faseren. Dit betekent dat het WAS met ingang van deze datum niet meer gehandhaafd en onderhouden wordt door het Ministerie van Veiligheid en Justitie. In plaats hiervan zal gebruik worden gemaakt van NL-Alert.
NL-Alert is een alarmmiddel van de overheid voor alarmering via de mobiele telefoon. Met NL-Alert kan de overheid gericht mensen met een tekstbericht informeren. NL-Alert is met name bedoeld voor noodsituaties. In het bericht staat wat er aan de hand is en het handelingsperspectief van de personen in de directe omgeving van het incident. NL-alert wordt momenteel steeds vaker ingezet als (aanvullend) alarmmiddel. Daarnaast zijn de personen in het besluitgebied in het algemeen als zelfredzaam te beschouwen en de bereikbaarheid van het besluitgebied is goed. De ontvluchting van het gebied en de toegang voor hulpdiensten is hiermee gewaarborgd. Opgemerkt wordt dat de kans op een dergelijk ongeval dusdanig klein is dat het verwaarloosbaar wordt geacht. 4.6.4 Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het plan.
4.7 Natuur 4.7.1 Wettelijk kader Vanuit Europa is de bescherming van soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn (Richtlijn 79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/33/EEG). Deze richtlijnen hebben de bescherming van soorten en hun natuurlijke habitats tot doel. Elke EU-lidstaat is verplicht speciale beschermingszones aan te wijzen, die samen één Europees netwerk van natuurgebieden vormen: ‘Natura 2000’. In de Omgevingswet zijn zowel de gebiedsbescherming als de soortenbescherming in Nederland geregeld. Conform deze wet zijn de provincies het bevoegd gezag binnen hun grondgebied en zorgen zij voor eventueel noodzakelijke vergunningen en ontheffingen. De regels die in het Bkl zijn opgenomen zijn regels voor de gebiedsbescherming van de Natura 2000gebieden, regels voor de soortenbescherming (flora en fauna) en regels ter bescherming van houtopstanden. Er zal eerst een voortoets moeten worden uitgevoerd. Deze bestaat uit een stikstofdepositieberekening (eventueel aangevuld met een ecologische voortoets) en een flora- en fauna onderzoek. Indien - na uitvoering van deze voortoets - sprake is van overschrijding van normen ten aanzien van de gebiedsbescherming wordt de activiteit tevens aangemerkt als een Natura 2000activiteit en dient hiervoor een vergunning te worden aangevraagd ex artikel 5.1 lid 1 sub e Ow.
In afdeling 8.6 Bkl is het beoordelingskader opgenomen voor omgevingsvergunningen voor Natura 2000-activiteiten. TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Breusterstraat 20 Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 41 -
Motivering
4.7.2 Onderzoek Gebiedsbescherming d Ten oosten van het besluitgebied ligt het Natura2000-gebied ‘Savelsbos’. De kortst gemeten afstand tussen dit natuurgebied en het besluitgebied bedraagt circa 2,4 kilometer. Ten westen van het besluitgebied is het Natura2000-gebied ‘Maas bij Eijsden’ gelegen op een afstand van circa 380 meter van het besluitgebied. Op het onderstaande kaartje is het besluitgebied bij de rode pijl aangeduid. De genoemde Natura 2000-gebieden zijn middels een groene kleur weergegeven:
Kaartje Natura2000-gebieden
Stikstofdepositie De stikstofdepositie die ontstaat als gevolg van bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen kan een probleem vormen voor zowel de verwezenlijking van de instandhoudingsdoelstellingen voor de stikstofgevoelige habitattypen en soorten in veel Natura 2000-gebieden als voor het mogelijk maken van economische ontwikkelingen die stikstofdepositie veroorzaken op deze gebieden. Een te hoge achtergronddepositie zorgt voor een stikstofdeken, die tot gevolg heeft dat in veel Natura 2000gebieden de zogenoemde kritische depositiewaarden voor de aangewezen habitattypen ruim worden overschreden. Een overschrijding van de kritische depositiewaarde brengt het risico met zich mee dat de kwaliteit van habitattypen worden aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van stikstofdepositie. Deze negatieve effecten worden veroorzaakt door de uitstoot van stikstof en ammoniak. Deze stoffen komen vrij bij alle verbrandingsprocessen en door ammoniakemissies in de landbouw. De voornaamste bronnen zijn verkeer, industrie en landbouw. Voor omgevingsvergunningen en ruimtelijke plannen is een berekening van de stikstofdepositie in de gebruiksfase en de aanleg-/bouwfase noodzakelijk. Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige bouwplan is door Antea Group een AERIUSstikstofdepositieberekening uitgevoerd (separate bijlage 4).
Uit het opgestelde AERIUS-model blijkt dat de beoogde ontwikkeling in de realisatiefase niet zal leiden tot een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar op enig Natura 2000-gebied. In de gebruikersfase is tevens een depositie van 0,00 mol/ha/jaar berekend. Hierbij staat het onderwerp stofdepositie verdere besluitvorming niet in de weg. Soortenbescherming Ten aanzien van de soortenbescherming is door Ecoplanning een quickscan natuurwaarden uitgevoerd (separate bijlage 5a). De conclusies van dit onderzoek zijn als volgt:
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Breusterstraat 20 Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 42 -
Motivering
Op basis van het literatuuronderzoek en het veldbezoek uitgevoerd op 17 juni 2022 is geconstateerd dat de steenmarter aanwezig is in de woning en stal. Daarnaast is er potentieel functioneel leefgebied aanwezig van vleermuizen en gierzwaluw in de schuur en woning en broedvogels waarvan d het nest is beschermd is tijdens het broedseizoen ter plaatse van de schuur, stal en woning. De werkzaamheden veroorzaken (mogelijk) een negatief effect op het potentieel functioneel leefgebied van vleermuizen, gierzwaluw, steenmarter en broedvogels, waardoor er een risico is op het overtreden van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb) artikelen 3.1, 3.5 en 3.10. Bovenstaande betekent dat conform de Wet natuurbescherming (Wnb) nader onderzoek naar vleermuizen en gierzwaluw noodzakelijk is, omdat het vermoeden bestaat dat het besluitgebied onderdeel uitmaakt van het functioneel leefgebied. Afhankelijk van de onderzoeksresultaten is een ontheffing Wnb voor vleermuizen en gierzwaluw nodig. Er is geen nader onderzoek nodig naar de steenmarter, omdat het zeker is dat deze soort in het besluitgebied een functioneel leefgebied heeft. Een ontheffing Wet natuurbescherming is voor deze soort niet noodzakelijk, indien de werkzaamheden plaatsvinden tussen 15 augustus en februari.