CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20250930 07c Bijlage Motivering

* Raadsvergaderingen 30 september 2025, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Vaststellen TAM omgevingsplan Ursulinenconvent Eijsden24.291 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het betreft daarmee geen afdwingbare bouwof sloopopgave. In de regio zijn de volgende afspraken gemaakt: - schrappen van programma dat geen toegevoegde waarde meer heeft; - transformatieopgave tweejaarlijks vaststellen per gemeente; - herinvulling waardevol bestaand vastgoed (zoals monumenten) heeft prioriteit; - compensatie verplicht bij nieuwe initiatieven (in deze volgorde): 1. slopen; 2. financiële compensatieregeling; 3. gemeente neemt sloopverplichting over en voert deze uit binnen raadstermijn; 4. schrappen bestaande plancapaciteit: 1 nieuwe woning tegen 4 bestaande woningen. 3.4.2 Beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021’ In vervolg op de SVWZL hebben de Zuid-Limburgse gemeenten gezamenlijk de beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021’ opgesteld. Elke gemeente heeft deze beleidsregel separaat vastgesteld. De strekking van deze beleidsregel is dat ‘goede woningbouwplannen’ niet meer hoeven te worden gecompenseerd.

Woningbouwplannen worden beschouwd als goede plannen als zij voldoen aan alle drie de onderstaande criteria: Criterium 1: het plan heeft maatschappelijke meerwaarde Een woningbouwplan heeft maatschappelijke meerwaarde wanneer sprake is van één van de volgende situaties: - aantoonbare verbetering van de leefbaarheid in centra en kernen; - herstructurering/vervangingsbouw van woningen; - hergebruik van winkels of (ander) bestaand waardevol vastgoed met passende woningbouw; - aantoonbare bijdrage aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad; - er wordt voorzien in woningen waaraan een evidente behoefte is, dat zijn met name woonwagens en sociale en middeldure huur- en koopwoningen voor de doelgroep starters en senioren. Met koopwoningen in deze categorie wordt specifiek bedoeld: woningen die vallen binnen de kostengrens van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG: prijspeil 2025: € 450.000 v.o.n.).

TAM-Omgevingsplan Ursulinenconvent Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 29 -

Motivering

Toetsing criterium 1 In het onderhavige plan is sprake van de transformatie van een cultuurhistorisch waardevol en als Rijksmonument aangewezen kloostergebouw. d Het oorspronkelijke kloostergebouw blijft – mede dankzij de opbrengsten van het onderhavige bouwplan - behouden en de in een later stadium aangebouwde bouwdelen worden gesloopt. Vervolgens worden in het oorspronkelijke kloostergebouw 10 nieuwe appartementen gerealiseerd. De overige 30 appartementen worden gerealiseerd in een nieuwbouwgedeelte dat aan de noordzijde van het oorspronkelijke kloostergebouw wordt aangebouwd. Gesteld kan worden dat het onderhavige bouwplan een aantoonbare bijdrage levert aan de transformatie van de woningvoorraad, waarbij bovendien een toekomstbestendige functie wordt gegeven aan cultuurhistorisch waardevolle, Rijksmonumentale bebouwing. Criterium 2: het plan is planologisch aanvaardbaar Een plan is (ruimtelijk) planologisch aanvaardbaar als het voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (Besluit ruimtelijke ordening, artikel 3.1.6, lid 2) voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte nodig is: - criterium 2a: het plan sluit aan bij de kwantitatieve behoefte; - criterium 2b: het plan sluit aan bij de kwalitatieve behoefte.

Toetsing criterium 2 Zoals in paragraaf 3.2.2 van deze motivering reeds aangegeven, past het onderhavige woningbouwplan binnen de actuele woningbehoefte. Er wordt immers (grotendeels) voorzien in koopappartementen voor senioren in diverse prijsklassen. Uit de Woonmonitor 2023 blijkt dat er nog steeds grote behoefte bestaat aan woningen voor senioren en dat deze behoefte in de komende jaren alleen maar groter zal worden. Bovendien worden de woningen zodanig vormgegeven dat deze zorggeschikt zijn, waarmee tevens wordt aangesloten op het woonzorgbeleid dat steeds meer aanstuurt op het langer thuis kunnen laten wonen van senioren. Criterium 3: het plan is (sub)regionaal afgestemd Het derde criterium betreft subregionale afstemming, zodat gezamenlijke oordeelsvorming plaatsvindt en het gemeenschappelijk belang voorop blijft staan (geen onderlinge concurrentie en overschotten op subregionaal niveau). De subregio bepaalt of het plan aan de subregionale woningmarktprogrammering wordt toegevoegd. Het plan is regionaal afgestemd en akkoord bevonden. Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige bouwplan voldoet aan de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg en aan de beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen’. 3.4.3 Conclusie Het voorliggende bouwplan voldoet aan de uitgangspunten van het regionaal beleid.

TAM-Omgevingsplan Ursulinenconvent Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 30 -

Motivering

3.5 Beleid Waterschap 3.5.1 Waterschapsverordening

d

Sinds de invoering van de Omgevingswet geldt de Waterschapsverordening van het Waterschap Limburg. In deze verordening zijn ook de regels van de voormalige Keur opgenomen. Deze regels gaan over gedoogplichten, geboden en verboden op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kunstwerken. De Waterschapsverordening bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhoud- en beschermingszones. Deze zijn opgenomen in bijlage I van de Waterschapsverordening. Voor het voorliggende besluitgebied zijn in genoemde bijlage geen specifieke uitgangspunten vastgelegd, aangezien in en om de projectlocatie geen watergangen, waterkeringen et cetera gelegen zijn. 3.5.2 Provinciaal Waterprogramma 2022-2027 Het waterbeleid van de provincie Limburg voor de jaren 2022-2027 staat in het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027, dat op 17 december 2021 door Provinciale Staten is vastgesteld. Het is de opvolger van het Provinciaal Waterprogramma 2016-2021. Het Provinciaal Waterprogramma is een uitwerking van de Omgevingsvisie Limburg en bevat de doelstellingen die de provincie Limburg de komende periode met haar partners wil bereiken op het gebied van water. Centraal staat hierbij het realiseren van een duurzaam, robuust en ecologisch gezond watersysteem dat kan omgaan met wateroverlast en droogte en dat voorziet in voldoende water van goede kwaliteit.

Voor het besluitgebied kent dit beleid geen specifieke uitgangspunten. 3.5.3 Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027 Op 8 december 2021 heeft het Waterschap Limburg het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. Hierin zijn de Limburgse wateropgaven voor de toekomst bepaald. Het Waterschap Limburg is verantwoordelijk voor het beheer van het regionale oppervlaktewater in Limburg. elke zes jaar leggen waterschappen vast welke aanpak en welke maatregelen op hoofdlijnen nodig zijn om het watersysteem en de waterkeringen op orde te brengen en te houden. Met het Waterbeheerprogramma geeft het waterschap richting aan het waterbeheer in de periode 20222027. De verplichting om elke zes jaar een nieuw waterbeheerprogramma vast te stellen is vastgelegd in de Omgevingswet. Het Nationale Waterprogramma en het Provinciaal Waterprogramma hebben dezelfde looptijd en bieden de kaders voor het waterbeheerprogramma. Het Provinciaal Waterprogramma geeft onder andere kaders voor het strategisch grondwaterbeheer, de regionale normering wateroverlast, de functietoekenning voor de oppervlaktewateren en de waterkwaliteitsdoelen voor de KRW-waterlichamen (Kader Richtlijn Water) en de overige wateren. Het Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027 geeft hier de regionale invulling aan. Voor het besluitgebied kent dit beheerprogramma geen specifieke uitgangspunten.

3.5.4 Conclusie Het plan kent geen aandachtspunten vanuit de Waterschapsverordening dan wel het waterbeleid. De reguliere waterparagraaf (vanuit de instructieregel ex artikel 5.37 Bkl) is opgenomen in paragraaf 4.8 van deze motivering.

TAM-Omgevingsplan Ursulinenconvent Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 31 -

Motivering

3.6 Gemeentelijk beleid d

3.6.1 Omgevingsvisie

De gemeenten Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem en Vaals maken samen een gezamenlijke omgevingsvisie voor de drie gemeenten. De drie gemeenten noemen zich samen de ‘Lijn 50-regio’, geïnspireerd op de busverbinding die de drie gemeenten doorkruist. Deze visie is nog in opbouw en derhalve nog niet gereed voor bestuurlijke besluitvorming. De uiterste datum voor vaststelling van de Omgevingsvisie is 1 januari 2027 (KB 10.07.2023). 3.6.2 Strategische visie 2022 In deze gemeentelijke beleidsvisie is een aantal hoofdthema’s benoemd (wonen, recreatie en ondernemen), dat in de jaren tot en met 2022 – maar ook daarna – van cruciaal belang is voor de verdere ontwikkeling van de gemeente Eijsden-Margraten. In algemene zin is relevant dat de gemeente wil inzetten op een passende woning in een passende woonomgeving voor elke inwoner. Daarbij geldt dat nieuwe woningen in principe in de kernen moeten worden gebouwd en dat het buitengebied zoveel mogelijk gevrijwaard blijft van verstening. Daarnaast ligt ook een accent op de kwalitatieve versterking van het toerisme en de recreatiesector, met name initiatieven die de beleving van het landschap en de karakteristieke dorpen voor de toerist vergroten. Uitgangspunt is wel dat het (im)materieel erfgoed wordt beschermd. Het onderhavige bouwplan wordt gerealiseerd in de kern Eijsden en is daarmee in overeenstemming met de uitgangspunten van de visie.

3.6.3 Bestuursakkoord 2022-2026 “Goed leven in elke kern” Het bestuursakkoord “Goed leven in elke kern” betekent voor de gemeente Eijsden-Margraten dat zij samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties blijft investeren in de gemeenschappen van alle kernen. Samen wordt gezorgd voor een aantrekkelijke woonomgeving waarin met respect voor het landschap en de natuur, tradities en cultuur voor zowel de huidige als toekomstige inwoners een thuis wordt geboden. Het woon- en leefklimaat in de gemeente EijsdenMargraten is van hoog niveau en dit moet zo blijven. De gemeente Eijsden-Margraten staat evenwel voor een groot aantal opgaven op het gebied van sociaal domein, duurzaamheid en energie, natuur en landschap, de landbouw en wonen. De gemeente wil de komende jaren werken middels de onderstaande vijf programmalijnen: 1) Kwaliteit van leven; 2) Landbouw, landschap en plattelandseconomie; 3) Duurzaamheid en klimaatverandering; 4) Wonen en leefomgeving; 5) Bestuur en dienstverlening. Deze vijf programmalijnen vormen de koers voor de komende bestuursperiode. De gemeente gaat aan de slag met de inwoners en de gemeenteraadslenen om samen succesvolle stappen te zetten en zichtbare zaken te realiseren die recht doen aan wat de inwoners, gemeenschappen en leefomgeving nodig hebben.

Wonen en leefomgeving Eijsden-Margraten is gezien haar ligging in de directe nabijheid van het stedelijk gebied, de landschappelijke kwaliteiten en aanwezige voorzieningen een aantrekkelijke woonomgeving en wil dit graag blijven. De gemeente streeft naar een passende woningvoorraad met passende woningen voor haar inwoners, in een leefomgeving die gezond, veilig en prettig is om in te wonen. Kwaliteit en duurzaamheid zijn daarbij belangrijke uitgangspunten.

TAM-Omgevingsplan Ursulinenconvent Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 32 -

Motivering

Volgens diverse modellen blijft het aantal huishoudens tot 2030 stijgen. De meeste groei wordt verwacht in de groep alleenstaande 65-plussers. De groep tweepersoonshuishoudens 65-plussers groeit beperkt. De groep 23-65 jarigen neemtd naar verwachting beperkt af. De verwachting is tevens dat in elk segment van de koopsector de behoefte toeneemt. Met name in de prijsklasse € 325.000€ 450.000 en boven € 450.000. Uit het recentelijk uitgevoerde woningbehoefteonderzoek volgt een opgave tot 2030 van circa 710 woningen, waarvan 610 koopwoningen en 100 huurwoningen. Rekening houdend met een gewenste schaarste dient uitgegaan te worden van in totaal circa 600 woningen, waarvan circa 465 koopwoningen en circa 135 huurwoningen. Woningbouw naar behoefte in elke kern De grote vraag naar woningen vraagt om een versnelling van nieuwbouw in de hele gemeente. Er wordt daarbij gestreefd naar een gevarieerd aanbod in alle kernen dat aansluit bij de behoefte. Insteek is het behoud van vitale kernen en dat inwoners van de gemeente Eijsden-Margraten zoveel mogelijk in hun eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. focus komt primair te liggen op het realiseren van betaalbare en duurzame woningen voor starters. Daarnaast wordt middels nieuwbouw ingezet op het bevorderen van de doorstroming in de woningmarkt door levensloopgeschikte woningen te realiseren.

Onderhavig plan Het plan is in overeenstemming met het Bestuursakkoord 2022-2026. Het plan sluit aan bij de ambitie om meer koopwoningen toe te voegen aan de woningvoorraad, met name voor senioren in Eijsden-Margraten die in hun eigen woonomgeving willen blijven wonen. 3.6.4 Woonvisie Eijsden-Margraten ‘Samen bouwen aan de toekomst’ 2019-2025 In de lokale Woonvisie ‘Samen bouwen aan de toekomst’ is het woningbouwbeleid voor de periode 2019-2025 vastgelegd. In Eijsden-Margraten wordt ingezet op een duurzame woningvoorraad met passende woningen voor zowel starters als senioren. Hierdoor zal de doorstroming moeten worden bevorderd. Inwoners wonen daarbij in een gezonde, veilige en prettige woon- en leefomgeving, waarbij duurzaamheid en kwaliteit belangrijke uitgangspunten zijn. Hierbij heeft de herbestemming en transformatie van bestaande (leegstaande) gebouwen bijzondere aandacht. De woonambities, zoals ook vertaald in het vastgestelde gemeentelijke bestuursakkoord ‘Anders durven doen 2018-2022’, zijn geformuleerd in speerpunten van beleid. Daarbij richt het beleid zich op relevante doelgroepen en thema’s. Concreet betreft het: de doelgroep starters waarvoor de gemeente meer toegang wil creëren binnen de bestaande woning- en/of planvoorraad, met als doel dat het aantal koopwoningen voor starters te verhogen.

Als dit (financieel) onmogelijk blijkt dat zullen deze woningen worden gerealiseerd via nieuwe capaciteit waarvoor gecompenseerd wordt om een bijdrage te kunnen leveren aan het transformeren van de woning- en/of planvoorraad; de doelgroep oudere doorstromers waarvoor woningen gerealiseerd worden binnen de kernen en binnen het bestaand vastgoed of op locatie waar een dergelijke herbestemming ruimtelijke en volkshuisvestelijk verantwoord is; het bieden van goede faciliterende mogelijkheden om de woningen voor de doelgroep langer thuiswoners levensloopbestendig te maken en voor de doelgroep die niet meer langer kan thuis wonen geclusterde woonzorgvormen creëren binnen het bestaand vastgoed, passend binnen het gemeentelijke woonzorgbeleid. het realiseren van voldoende kwalitatief aanbod van betaalbare huurwoningen voor de bijzondere doelgroepen (waaronder statushouders, woonurgenten, gehandicapten en ggzpatiënten), bij voorkeur binnen het bestaande vastgoed binnen de kernen en waar nodig en mogelijk deze realiseren via bijzondere (tijdelijke) huisvesting. het invulling geven aan de stimulerende, faciliterende en waar mogelijk sturende rol ten aanzien van de verduurzaming van de woningvoorraad; de instandhouding van leefbare kernen waarbij de gemeente goede burger-wooninitiatieven zo veel mogelijk faciliteert. TAM-Omgevingsplan Ursulinenconvent Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 33 -

Motivering

De gemeente schakelt over van een ‘bouwvisie’ naar een ‘transformatievisie’ want de groei van de woningvoorraad voor eigen additionele behoefte is de komende jaren weliswaar groeiende maar de woonvraag wijzigt (o.a. naar meer één- en tweepersoonshuishoudens). Inbreiding gaat daarbij voor d uitbreiding en vraaggericht gaat voor op aanbodsturing. Met uitzondering van de in uitvoering zijnde plancapaciteit, is bijkomende nieuwbouw op nieuwe locaties ondergeschikt aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad. Waar mogelijk worden bestaande woningen vervangen en additionele woningen worden gerealiseerd in bestaand vastgoed. De herbestemming van cultureel of beeldbepalend vastgoed dat leegkomt of al leeg staat, krijgt hierbij prioriteit. Nieuwe woningbouwinitiatieven ontwikkelen op onbebouwde percelen is pas een alternatief, als binnen de bestaande woningvoorraad of ander leegstaand vastgoed niet kan worden voldaan aan de haalbaarheid van de gewenste woonkwaliteiten. Onderhavig plan Middels de vaststelling van het voorliggende TAM-omgevingsplan wordt de realisering van 40 appartementen mogelijk gemaakt. De toevoeging deze 40 appartementen in diverse prijsklassen stimuleert de doorstroming op de woningmarkt en past daarmee binnen de regionale en gemeentelijke beleidsuitgangspunten aangaande woningbouw.

3.6.5 Conclusie Het voorliggende plan voldoet aan de Strategische Visie, het bestuursakkoord 2022-2026 en het gemeentelijke woonbeleid.

TAM-Omgevingsplan Ursulinenconvent Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 34 -

Motivering

4 Fysieke leefomgeving d

4.1 Beschermen van de gezondheid 4.1.1 Wettelijk kader In artikel 1.3 Ow zijn de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet aangegeven. De wet, zo is beschreven, is gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b. op het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze bij de beoogde buitenplanse omgevingsplanactiviteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. De vraag die daarbij wordt gesteld is of de vaststelling van deze omgevingsplanwijziging leidt tot (mogelijk) ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid. In de navolgende paragrafen 4.2 t/m 4.14 komen de aspecten die hierbij een rol spelen aan de orde.

4.2 Milieubelastende activiteiten Volgens artikel 1 Ow en de daarbij behorende bijlage is een milieubelastende activiteit een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit. Regels over milieubelastende activiteiten zijn opgenomen in het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving), het Bkl (in de vorm van (instructieregels) en in de bruidsschat (afdeling 22.3 van het Tijdelijk Omgevingsplan van de gemeente Eijsden-Margraten). Instructieregels In paragraaf 5.1.4 van het Bkl zijn instructieregels opgenomen van milieuhygiënische aard. Het befreft de aspecten geluid door activiteiten, geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen, luchtkwaliteit, trillingen, windturbines, bodemkwaliteit en geur. In het kader van het voorliggende plan zijn relevant: - paragraaf 5.1.4.2 Bkl (geluid door activiteiten): zie hiervoor paragraaf 4.3; - paragraaf 5.1.4.2a Bkl (geluid door wegen): zie hiervoor paragraaf 4.3; - paragraaf 5.1.4.1 Bkl (luchtkwaliteit): zie hiervoor paragraaf 4.4; - paragraaf 5.1.4.5 Bkl (bodemkwaliteit): zie hiervoor paragraaf 4.5. In paragraaf 5.1.2 van het Bkl zijn instructieregels opgenomen inzake veiligheid (externe veiligheid); zie hiervoor paragraaf 4.6.

De overige aspecten uit de instructieregels (geluid door spoorwegen en industrieterreinen, trillingen, windturbines en geur) zijn niet relevant voor dit omgevingsplan. Bruidsschat TOP Ten aanzien van het voorliggende plan is er geen sprake van milieubelastende activiteiten waarvoor in het Bal noch in de bruidsschat van het tijdelijke omgevingsplan specifieke regels zijn opgenomen.

TAM-Omgevingsplan Ursulinenconvent Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 35 -

Motivering

4.3 Geluid 4.3.1 Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Voor belangrijke geluidbronnen zoals wegen, spoorwegen en industrieterreinen zijn via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De geluidregels hebben een tweezijdige werking, zowel voor het realiseren van geluid veroorzakende functies en activiteiten als voor het realiseren van geluidgevoelige functies en activiteiten. Onderhavig plan Het besluitgebied ligt in het geluidaandachtsgebied van 100 meter van de Kennedylaan. Deze weg betreft een 30 km/uur-weg. De overige wegen 30 km/uur-wegen rondom het besluitgebied hebben een verkeersintensiteit van minder dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal en kennen derhalve geen geluidaandachtsgebied. Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige bouwplan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek is het aspect wegverkeerslawaai onderzocht. De resultaten van het onderzoek zijn beschreven in subparagraaf 4.3.3 van deze motivering. De locatie ligt niet binnen een aandachtsgebied van andere (spoor-)wegen en/of industrieterreinen. 4.3.2 Geluid door activiteiten Bij het ontwikkelen van een ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen.

De beoordeling van het aspect geluid vindt zijn grondslag in de Omgevingswet en in het Bkl. In deze subparagraaf wordt het aspect geluid door activiteiten behandeld. Het gaat dan om geluid afkomstig van bestaande activiteiten die in de nabijheid van de geprojecteerde woning plaatsvinden en die mogelijk een belemmering vormen voor een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de geprojecteerde woningen. Daarbij prevaleren de bestaande rechten van de aanwezige activiteiten boven de nieuwe woningen. Mocht er sprake zijn van overschrijding van normen vanwege de bestaande activiteiten op de beoogde woonfunctie dan zal het plan voor de woonfunctie moeten worden aangepast. Onderhavig plan Geluid van omliggende functies op de beoogde woningen Bij het beoordelen van de invloedsfeer van geluidbronnen onder de oude Wro vormde de VNGpublicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) een hulpmiddel. Deze publicatie geeft richtlijnen over de aan te houden afstanden van (bedrijfs)functies ten opzichte van geluidgevoelige bestemmingen. Deze VNG-publicatie biedt handvatten om te bepalen of de geluidbelasting die wordt gegenereerd vanuit nieuwe activiteiten belemmeringen oplevert voor een goed woon- en leefklimaat voor de omliggende woningen. deze VNG-publicatie is sinds invoering van de Omgevingswet niet meer bruikbaar voor nieuwe omgevingsplannen onder de Omgevingswet.

Er is in 2022 een VNG-brochure ‘Concept servicedocument Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet’ uitgebracht die als tijdelijke leidraad kan worden gebruikt tot het moment dat de definitieve nieuwe VNG-uitgave er is. Concept servicedocument Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet (2022) Activiteiten en milieuzonering is een hulpmiddel waarmee kan worden ingeschat of een activiteit voor wat betreft de benodigde gebruiksruimte voor geluid (en geur) in een bepaald gebied inpasbaar is en anderzijds of een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaatbaar is, gelet op de gebruiksruimte van een aanwezige, bestaande activiteit. In deze publicatie is aangegeven dat deze zich richt op: - rustige woonwijk (overwegend of uitsluitend woonfuncties), waarbij slechts incidenteel nietwoonfuncties plaatsvinden en

TAM-Omgevingsplan Ursulinenconvent Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 36 -

Motivering

-

gemengde gebieden met wonen (stedelijke gebieden waar sprake is van functiemenging door de aanwezigheid van andere functies zoals detailhandel, maatschappelijke functies, zorg, horeca of onderwijs). d

In het onderstaand figuur is de ligging van de verschillende zones ten opzichte van een rustige woonwijk en gemengd gebied weergegeven:

Systematiek milieuzonering

Gelet op de aanwezigheid van recreatieve functies ((buiten-)zwembad), horeca en het cultureel centrum aan de Treffersteeg en de bestemming ‘Gemengd’ (Ursulinenklooster) wordt de gebiedsfunctie ‘Gemengd gebied’ verdedigbaar geacht. In het akoestisch onderzoek is een uiteenzetting van aspect milieuzonering opgenomen. De resultaten van het akoestisch onderzoek zijn beschreven in de navolgende subparagraaf. 4.3.3 Akoestisch onderzoek Akoestisch onderzoek toelaten van een geluidgevoelig gebouw Ursulinenklooster, TAM-IMRO, aan de Breusterstraat 25/27 in Eijsden, Spider Monkey Consultancy, rapportnummer ROIV230706, d.d. 29.06.2024

Samenvatting en conclusie Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor het toelaten van een geluidgevoelig gebouw, TAMIMRO, deels nieuwbouw en deels binnen de bestaande bebouwing aan de Breusterstraat 25/27 in Eijsden. Om het plan te realiseren, wordt het tijdelijk omgevingsplan van de gemeente EijsdenMargraten gewijzigd middels de vaststelling van voorliggend TAM-omgevingsplan. Plan Het plan strekt tot het ontwikkelen van in totaal 40 woningen, 30 in de nieuwbouw en 10 in de bestaande bouw; een gedeelte van het bestaande gebouw wordt hiervoor gesloopt. Enkele functies die nu in het oorspronkelijke klooster aanwezig zijn, blijven gehandhaafd onder de functie “Gemengd”. Wegverkeer, Besluit kwaliteit leefomgeving De locatie ligt in het geluidaandachtsgebied van 100 meter van de Kennedylaan, een 30 km/uur-weg. De overige 30 km/uur-wegen hebben een verkeersintensiteit lager dan of gelijk aan 1.000 per etmaal en behoeven, gelet op artikel 5.87 lid 1 onder c van het Besluit kwaliteit leefomgeving, geen toetsing aan de standaardwaarden onder artikel 5.78t en grenswaarden onder artikel 5.78u. De geluidbelasting vanwege het wegverkeer is berekend

TAM-Omgevingsplan Ursulinenconvent Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 37 -

Motivering

volgens bijlage IVe van de Omgevingsregeling. Hiervoor is gebruik gemaakt van de software Geomilieu. Uit de resultaten volgt dat de geluidbelasting vanwege de gemeentewegen aan de standaardwaarde van 53 Lden voldoet. d Activiteiten en Milieuzonering Gelet op de aanwezigheid van de bestemmingen Recreatie/(buiten-)zwembad, Horeca/Cultureel centrum aan de Treffersteeg en Gemengd/Ursulinenklooster wordt de gebiedsfunctie “Gemengd gebied” verdedigbaar geacht. 1. Impact van de omgeving op het plan Een eerste beschouwing van de geluidssituatie is uitgevoerd volgens Activiteiten en milieuzonering. Hieruit volgt dat het geluidgevoelige gebouw binnen de geluidszone ligt van het buitenzwembad, maar buiten de geluidszone van het overdekt zwembad, het cultureel centrum Treffersteeg 21/23 en activiteiten onder “Gemengd” binnen het besluitgebied. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.2. Voor de terrasfunctie onder de nieuwe horecabestemming aan de zijde van het park/zuidzijde geldt dat een terrasfunctie niet opgenomen is in de lijst met geluidszones. Aan de noordzijde is ook een buitenruimte met overkapping aanwezig die gebruikt kan worden als terras. Daar kan geen geluidhinder van worden ondervonden aangezien deze alleen uitziet op gevels op gesloten gevels, dan wel gevels waar een algemene verkeersruimte aan grenst.

Slotsom van deze toets is dat de feitelijke geluidssituatie dient te worden onderzocht vanwege het gebruik van het buitenzwembad en het gebruik van het terras aan het park/zuidzijde. 2. Feitelijke geluidssituatie buitenzwembad Het buitenzwembad De Treffer heeft openingstijden in de dag van 10:00 tot 18:00 uur; maar wordt bij uitzondering ook in de avonduren gebruikt, onder meer voor zwemtrainingen en waterpolotoernooien. Intensief gebruik is alleen in de dag; er zijn gemiddeld 10 drukke dagen per jaar met 800 à 1.200 gebruikers. Voor het onderzoek is uitgegaan van een representatieve bedrijfssituatie van 1.000 gebruikers, met gemiddeld 314 gebruikers per uur aanwezig bij het buitenzwembad tussen 10:00 en 18:00 uur. Het geluidonderzoek is uitgevoerd conform bijlage IVh van de Omgevingsregeling; hiervoor is gebruik gemaakt van een rekenmodel in Geomilieu. Uit de rekenresultaten volgt dat de waarde van 50 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT in de avond wordt overschreden en de waarde van 65 dB(A) in de avond voor het maximale geluidniveau LAmax (geluidpieken). Het toelaten van een geluidgevoelig gebouw is mogelijk als het bevoegd gezag, de gemeente Eijsden-Margraten, met een grondige motviering de waarden aanvaardbaar acht. Een grondslag voor een grondige motviering hiervan is opgenomen in paragraaf 3.3 van het onderzoeksrapport.

Deze grondslag is gebaseerd op stedenbouwkundige argumenten, hinderbeleving, de onwenselijkheid van maatregelen in de overdracht, de borging van het binnenniveau, de beoordeling onder het Besluit kwaliteit leefomgeving en de trade off die eventuele kopers van koopwoningen aan de westgevel maken. Het buitenzwembad wordt niet ingeperkt door het toelaten van het geluidgevoelige gebouw: menselijk stemgeluid dat maatgevend is voor het geluid, wordt onder artikel 5.73, eerste lid onder b. uitgezonder voor het toetsen van waarden. 3. Feitelijke geluidssituatie terras aan de parkzijde/zuidzijde Voor dit terras is uitgegaan van een bezetting van in totaal 164 personen, die gemiddeld 8 uur in de dag en 2 uur in de avond aanwezig zijn. Er wordt geen muziekgeluid gevoerd. Uit de rekenresultaten volgt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau L Ar,LT, aan de gevels van woningen in het plan en bestaande woningen in de omgeving, voldoet aan de waarde van 50 en 45 dB(A) in de dag, respectievelijk de avond; het maximale geluidniveau LAmax (piekgeluid) op deze beoordelingspunten voldoet aan de waarde van 65 dB(A) in de avond.

TAM-Omgevingsplan Ursulinenconvent Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 38 -

Motivering

Indirecte akoestische effecten, verkeersaantrekkende werking De geluidbelasting bedraagt ten hoogste 44 dB(A) etmaalwaarde bij de woning Breusterstraat 26; er wordt ruim voldaan aan de standaardwaarded van 53 dB. Eindconclusie: realisatie van het plan Het geluidgevoelig gebouw wordt toelaatbaar geacht, mits het bevoegd gezag, de gemeente EijsdenMargraten, gemotiveerd, het geluid van het buitenzwembad aanvaardbaar acht. Een grondslag voor motivering is opgenomen in paragraaf 5.3 van het onderzoeksrapport. Het buitenzwembad wordt niet ingeperkt in gebruiksmogelijkheden door het toelaten van het nieuwe geluidgevoelige gebouw. De rapportage van het akoestisch onderzoek is als separate bijlage 1 bij deze motivering opgenomen. Aanpassing bouwplan Gaandeweg het traject is het bouwplan aangepast. Op de derde verdieping zijn twee appartementen vervallen, zodat er in totaal 5 in plaats van 7 appartementen op de derde verdieping aanwezig zullen zijn. In het kader van deze planaanpassing is door Spider Monkey Consultancy een oplegnotitie opgesteld, waarin de gevolgen van de planaanpassing voor wat betreft het aspect geluid zijn uitgewerkt. De conclusie die uit de oplegnotitie naar voren komt, is in het onderstaande beschreven. Notitie ‘Beschouwing onderdeel geluid voor aanpassing bouwplan’, Spider Monkey Consultancy, kenmerk N ROIV230706-3 Breusterstraat 25 Eijsden, d.d.

17.04.2025 Conclusie De aanpassingen in het bouwplan zijn niet relevant voor het aspect geluid en leiden hierom niet tot een andere conclusie voor wat betreft geluid. Voor de zorgvuldigheid is in tabel 10 van het rapport van 29 juni 2024 de nummering van de appartementen aangepast, omdat twee niet geluidbelaste appartementen zijn komen te vervallen. Omdat het menselijk stemgeluid is uitgezonderd van het vaststellen en/of toetsen van waarden, onder artikel 5,73, eerste lid, onder b., van het Besluit kwaliteit leefomgeving, alsmede de Bruidsschat, leidt dit niet tot een noodzakelijke aanpassing van andere documenten. De oplegnotitie is als separate bijlage 7 bij deze motivering opgenomen. 4.3.4 Conclusie Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en geluid door activiteiten vormen geen belemmering voor de beoogde woningbouwontwikkeling, mits het bevoegd gezag (in dezen de gemeente Eijsden-Margraten) motiveert dat het geluid afkomstig van het buitenzwembad aan de Treffersteeg aanvaardbaar wordt geacht. Het buitenzwembad wordt niet ingeperkt in gebruiksmogelijkheden door het toelaten van het nieuwe geluidgevoelige gebouw.

4.4 Kwaliteit van de buitenlucht 4.4.1 Wettelijk kader De regelgeving rondom de luchtkwaliteitseisen is opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. De overheid beoordeelt vanuit de Omgevingswet vooral de luchtkwaliteit van aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO 2) of fijnstof (PM10). Deze aandachtsgebieden zijn aangewezen in artikel 5.51 lid 2 en 3 Bkl. De gemeente EijsdenMargraten valt niet onder deze aandachtsgebieden.

TAM-Omgevingsplan Ursulinenconvent Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 39 -

Motivering

Omgevingswaarden Bkl In artikel 2.4 Bkl staan de omgevingswaarden voor stikstofdioxide. Hiervoor gelden de volgende ten hoogste toelaatbare concentraties: d - 200 μg/m³ uurgemiddelde, dat ten hoogste achttien maal per kalenderjaar wordt overschreden; en - 40 μg/m³ als kalenderjaargemiddelde. In artikel 2.5 Bkl staan de omgevingswaarden voor stikstofdioxide. Voor PM10 gelden de volgende ten hoogste toelaatbare concentraties: - 50 μg/m³ als 24-uurgemiddelde, dat ten hoogste 35 maal per kalenderjaar wordt overschreden; en - 40 μg/m³ als kalenderjaargemiddelde. Blootstellingscriterium Het bevoegd gezag toetst en monitort de luchtkwaliteit op plaatsen waar representatieve blootstelling is. Alleen als de blootstelling voldoende lang of 'significant' is, moet het bevoegd gezag de omgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof toetsen. Die omgevingswaarden zijn er om de gezondheid van mensen te beschermen op plaatsen waar zij verblijven. Dit uitgangspunt heet ook wel het ‘blootstellingscriterium’. Bij de blootstellingsduur gaat het om de gemiddelde verblijftijden van personen op een plek. Daarin is geen onderscheid naar hooggevoelige groepen zoals kinderen, zieken of ouderen of het type verblijf. Het bevoegd gezag toetst niet als de blootstellingsduur kort is vergeleken met de middelingstijd van de omgevingswaarde. Dan is er geen significante blootstelling.

Deze middelingstijd hangt af van de omgevingswaarde waarvoor een toets nodig is. Uitgaande van de omgevingswaarden vanuit het Bkl is voor stikstofdioxide (NO2) de jaargemiddelde norm bepalend. De middelingstijd voor NO2 is daarom vrijwel altijd een jaar. Voor fijnstof (PM10) is de daggemiddelde norm bepalend. De vraag is dus of de beoogde gebruiksduur in verhouding tot een jaar respectievelijk een dag significant is. Als voorbeeld van ‘significant ten opzichte van een jaar’ kan gedacht worden aan: - woningen, andere voor wonen bestemde gebouwen en woonboten; - kinderopvang; - basisscholen en scholen voor middelbaar en hoger onderwijs; - verzorgings- en bejaardentehuizen; - revalidatie-instellingen; - gebouwen waar personen langdurig verblijven (met uitzondering van werkplekken of kantoorgebouwen). Denk bijvoorbeeld aan gevangenissen en asielzoekerscentra. Als voorbeeld van ‘significant ten opzichte van een dag’ kan gedacht worden aan: - tuinen bij woningen en bij andere voor wonen bestemde gebouwen; - recreatiewoningen en campings; - sport- en recreatieterreinen zoals buitenzwembaden, speelplaatsen, parken en pretparken; - havens voor recreatievaartuigen; - badinrichtingen in oppervlaktewater. Omdat woningen significant ten opzichte van een jaar worden geacht dient getoetst te worden aan de omgevingswaarden.

NIBM: in hoeverre verslechtert de nieuwe activiteit de luchtkwaliteit Toetsen aan de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit is volgens artikel 5.53 Bkl niet nodig als een project of activiteit weinig bijdraagt aan luchtverontreiniging (‘niet in betekende mate’ ofwel NIBM). Concreet betekent dit dat indien het toelaten van activiteiten leidt tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 μg/m³ of minder (tenzij het gaat om een veehouderij). In artikel 5.54 Bkl zijn de standaardgevallen NIBM aangewezen. Het bouwen van woningen behoort tot deze standaardgevallen. Bij één ontsluitingsweg geldt een ondergrens van 1.500 woningen, dat wil zeggen dat de bouw van 1.500

TAM-Omgevingsplan Ursulinenconvent Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 40 -

Motivering

woningen NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit en dat daarvoor dus geen toetsing hoeft plaats te vinden. d 4.4.2 Onderzoek Het bovenstaande in ogenschouw nemende kan voor de te realiseren woning het volgende worden aangegeven. Bestaande situatie: luchtkwaliteit projectlocatie De actuele luchtkwaliteit op en rond de projectlocatie is raadpleegbaar in de Atlas Leefomgeving. Uit de Atlas Leefomgeving volgt dat de concentraties luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de directe omgeving van de projectlocatie lager liggen dan de grenswaarden die voor deze stoffen zijn vastgesteld (voor NO2 4,53 µg/m³, ‘Goed’, Atlas Leefomgeving d.d. 28.06.2024) en voor PM10 2,63 µg/m³ (‘Goed’, Atlas Leefomgeving d.d. 28.06.2024). Deze concentraties liggen (ver) beneden de grenswaarden. Hiermee kan geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen zijn voor wat betreft de actuele luchtkwaliteit in de omgeving van de projectlocatie. NIBM: nieuwe activiteit In de in het voorgaande beschreven ‘regeling niet in betekenende mate’ is in artikel 5.54 Bkl vastgelegd dat het ‘omslagpunt’ voor wat betreft de verslechtering van de luchtkwaliteit ligt bij de realisering van 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg.

Aangezien binnen het onderhavige besluitgebied slechts 40 woningen worden gerealiseerd, kan worden geconcludeerd dat deze NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties ten aanzien van dit plan. 4.4.3 Conclusie Middels de vaststelling van het voorliggende TAM-Omgevingsplan wordt de realisering van 40 nieuwe woningen mogelijk gemaakt, die ontsloten worden via één ontsluitingsweg. Het omslagpunt voor wat betreft de verslechtering van de luchtkwaliteit ligt op de toevoeging van 1.500 bij één ontsluitingsweg. Gesteld kan dan ook worden dat de realisering van 40 nieuwe woningen niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit ter plaatse. Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de vaststelling van het voorliggende TAM-omgevingsplan.

4.5 Bodemkwaliteit 4.5.1 Wettelijk kader Voorafgaand aan het volgen van een ruimtelijke procedure dient te worden nagegaan of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik. Het belangrijkste uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreinigingen geen onaanvaardbare risico’s opleveren voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Ter bescherming van de gezondheid zijn in het Bkl instructieregels voor de bodemkwaliteit opgenomen. Deze inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het Aanvullingsbesluit bepaalt daarbij voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De gemeente stelt als bevoegd gezag de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het TAM-Omgevingsplan Ursulinenconvent Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 41 -

Motivering

blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. Dit is opgenomen in bijlage Vb van het Bkl. Deze toelaatbare kwaliteit is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde. d 4.5.2 Onderzoek Onderhavig plan Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige bouwplan is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. In het navolgende zijn de conclusies die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen beschreven. Verkennend bodemonderzoek Breusterstraat 27 te Eijsden, Geonius Milieu B.V., rapportnummer MA230543.R01.V1.0, d.d. 13.09.2023 Conclusies en aanbevelingen Conclusies Na uitvoering van het verkennend bodemonderzoek blijkt het volgende: de aanwezige fundatie bestaande uit sintels betreft een niet vormgegeven bouwstof. Deze niet vormgegeven bouwstof is op basis van de indicatieve toetsing als ‘niet toepasbare bouwstof’ aangemerkt en kan derhalve niet worden hergebruikt; de baksteen- en zinkhoudende fundering betreft indicatief een toepasbare bouwstof te zijn en mag derhalve op de locatie worden hergebruikt; de gehele bovengrond ter plaatse van de onderzoekslocatie kan als sterk verontreinigd worden beschouwd. Alhier zijn interventiewaarde overschrijdingen aanwezig met diverse zware metalen (met name zink). Daarnaast zijn licht tot matig verhoogde gehalten aanwezig bestaande uit diverse zware metalen, PAK en/of minerale olie.

Aangezien meer dan 25 m³ sterk verontreinigde grond aanwezig is, is sprake van een overschrijding van de waarde van voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor een bodemgevoelig gebouw; in de ondergrond zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan kobalt, nikkel en zink aangetroffen. Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de ondergrond aan bodemkwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde’ en ‘Industrie’; er is met voldoende betrouwbaarheid vastgesteld dat op de locatie geen asbest in de bodem aanwezig is. Vervolgonderzoek en maatregelen zijn niet noodzakelijk; de resultaten van het bodemonderzoek zijn tevens getoetst aan de in de CROW400 gehanteerde SRCarbo. Op basis van de resultaten zijn er verhoogde gehalten gemeten die de 75% van Ernst Risico Waarde (SRC) overschrijden. Voor de onderzoekslocatie is (deels) de veiligheidsklasse ‘rood, niet-vluchtig’ van toepassing; het opstellen van een Veiligheid- en Gezondheidsplan bij graafwerkzaamheden is vanwege de verhoogde veiligheidsklasse noodzakelijk. Aanbevelingen Voor graafwerkzaamheden (in sterk verontreinigde bodemlagen) binnen de onderzoekslocatie dient een melding milieubelastende activiteit saneren en een melding milieubelastende activiteit graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit te worden gedaan.

In beide gevallen is de gemeente Eijsden-Margraten het bevoegd gezag en zullen deze meldingen, net zoals eventuele andere meldingen, via het Omgevingsloket moeten worden ingediend. Indien er voornemens zijn om de grond af te voeren op basis van het uitgevoerde onderzoek, wordt geadviseerd om voorafgaande aan de saneringswerkzaamheden een PFAS-onderzoek uit te voeren ten behoeve van de afzetmogelijkheden van de grond. De rapportage van het verkennend bodemonderzoek is als separate bijlage 2 bij deze motivering opgenomen.

TAM-Omgevingsplan Ursulinenconvent Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 42 -

Motivering

4.6.3 Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmeringd voor de realisering van het bouwplan, mits rekening wordt gehouden met de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport.

4.6 Omgevingsveiligheid 4.6.1 Wettelijk kader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en de Aandachtsgebieden. Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Bij het vaststellen van het omgevingsplan moeten gemeenten voldoen aan regels over externe veiligheid. Enerzijds moeten ze in het omgevingsplan een grenswaarde in acht nemen voor het plaatsgebonden risico. Dit speelt bij het toelaten van milieubelastende activiteiten en bij het toedelen van locaties voor kwetsbare gebouwen en locaties en zeer kwetsbare gebouwen.

Daarnaast moeten gemeenten in het omgevingsplan voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties rekening houden met de standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico. Anderzijds gelden er aandachtsgebieden voor bepaalde activiteiten met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden In de externe veiligheid worden drie aandachtsgebieden onderscheiden: brandaandachtsgebieden, explosieaandachtsgebieden en gifwolkaandachtsgebieden. Binnen een aandachtsgebied moet de gemeente rekening houden met het groepsrisico. Ook gaat het om het afwegen van beschermende maatregelen voor mensen die in dat gebied wonen, werken of recreëren. De aandachtsgebieden gelden zodra de activiteit wordt verricht. Het bevoegd gezag kan in een omgevingsplan een locatie waar een brand- of explosieaandachtsgebied geldt, aanwijzen als een brand- of explosievoorschriftengebied. Binnen de voorschriftengebieden gelden dan bouwvoorschriften voor nieuwe bouwwerken bovenop de standaard bouweisen. Het gaat daarbij om bouweisen die extra beschermen tegen de gevolgen van een van buiten komende brand of explosie. Deze extra bouweisen gelden dan alleen voor nieuwbouw. Het aanwijzen van een voorschriftengebied is verplicht als op die locatie ook zeer kwetsbare gebouwen (zoals ziekenhuizen en kinderdagverblijven) zijn toegelaten. In Bijlage VI van het Bkl onder C. sub a.

is aangegeven dat een woning een kwetsbaar gebouw is en dat het aspect externe veiligheid een rol kan spelen in de planvorming. 4.6.2 Onderzoek Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (A2) Op een afstand van circa 1.400 meter ten oosten van het besluitgebied is de autosnelweg A2 (Maastricht-Luik) gelegen. Het besluitgebied ligt niet binnen het brandaandachtsgebied (30 meter) en het explosieaandachtsgebied (200 meter) van deze weg. Voor het gifwolkaandachtsgebied is nog geen afstand vastgelegd. De gemeente Eijsden-Margraten sluit daarom aan bij artikel 5.12 lid 4 van het Bkl waarin staat dat een gifwolkaandachtsgebied begrensd is door een afstand van 1.500 meter.

TAM-Omgevingsplan Ursulinenconvent Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 43 -

Motivering

Het besluitgebied is daardoor volgens het gemeentelijke beleid binnen het gifwolkaandachtsgebied gelegen. d Plaatsgebonden risico In het Basisnet is opgenomen dat voor de Rijksweg A2 ter hoogte van de gemeente EijsdenMargraten geen PR 10-6 bestaat. De plaatsgebonden risicocontour van deze weg vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Groepsrisico Aangezien de rijksweg A2 op 1.400 meter van het besluitgebied is gelegen, dient het groepsrisico volgens de signaleringskaart Register Externe Veiligheid te worden verantwoord conform de standaardverantwoording voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en over het spoor. Vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor (spoorweg Maastricht – Visé (B)) Ten oosten van het besluitgebied, op een afstand van circa 375 meter, is de spoorlijn MaastrichtVisé gesitueerd. Over deze spoorlijn vindt in beperkte mate vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De hoogte van deze risico’s worden onder andere beïnvloed door de aard en intensiteit van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Vóór het in werking treden van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is voor het spoor Maastricht – Visé het invloedsgebied bepaald. Het transport van toxische gassen was maatgevend. Het invloedsgebied bedroeg, volgens tabel 4-2 van de Handleiding Risicoberekeningen Bevt (HART) v1-2, 995 meter.

Onder de Omgevingswet is er geen sprake meer van een invloedsgebied, maar van aandachtsgebieden. In bijlage VII van het Bkl zijn onder C de afstanden van de aandachtsgebieden voor wegen, spoorwegen en binnenwateren aangewezen. Deze betreffen voor het brandaandachtsgebied 30 meter en voor het explosieaandachtsgebied 200 meter. Het besluitgebied is binnen het explosie- en brandaandachtsgebied gelegen. Er dient derhalve een standaardverantwoording (verantwoording 1) plaats te vinden. Voor het gifwolkaandachtsgebied is nog geen afstand vastgesteld. De gemeente Eijsden-Margraten sluit daarom aan bij artikel 5.12 lid 4 van het Bkl waarin staat dat een gifwolkaandachtsgebied begrensd is door een afstand van 1.500 meter. Plaatsgebonden risico Uit de regeling basisnet volgt dat de 10-6 -contour voor de spoorweg 0 meter bedraagt. Hiermee ligt het besluitgebied niet binnen de plaatsgebonden risicocontour. Groepsrisico De locatie is volgens bijlage VII van het Bkl niet binnen een aandachtsgebied gelegen. De aanwezigheid van het spoor levert dan ook geen belemmering op voor de beoogde ontwikkeling en nader onderzoek en/of een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico is dan ook op basis van het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.15) niet noodzakelijk.

Volgens de gemeente EijsdenMargraten dient echter wel de standaard verantwoording voor het groepsrisico te worden opgenomen, omdat het besluitgebied binnen 1.500 meter van de spoorweg is gelegen. Hiervoor is gebruik gemaakt van de standaard verantwoording overeenkomstig het Uitvoeringsbeleid externe veiligheid van de gemeente Eijsden-Margraten (vastgesteld op 17 -12-2019). Vervoer van gevaarlijke stoffen over het water (Maas en Albertkanaal) Op respectievelijk circa 460 meter en circa 1.200 meter ten westen van het besluitgebied zijn de Maas en het Albertkanaal (België) gelegen. De invloedssfeer van vaarwegen die aangewezen zijn als basisnetroutes reikt maximaal tot 1.070 meter en is afhankelijk van de getransporteerde stofcategorie (tabel 4-2 HART). Onder de Omgevingswet is er geen sprake meer van een invloedsgebied, maar van aandachtsgebieden. In bijlage VII van het Bkl zijn onder C de afstanden van de aandachtsgebieden voor wegen, spoorwegen en binnenwateren aangewezen. Deze betreffen TAM-Omgevingsplan Ursulinenconvent Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 44 -

Motivering

voor het brandaandachtsgebied 30 meter en voor het explosieaandachtsgebied 200 meter. Het besluitgebied is dus niet binnen het explosie- of brandaandachtsgebied gelegen. Voor het gifwolkaandachtsgebied is nog geen afstand d vastgesteld. De gemeente Eijsden-Margraten sluit daarom aan bij artikel 5.12 lid 4 van het Bkl waarin staat dat een gifwolkaandachtsgebied begrensd is door een afstand van 1.500 meter. Het besluitgebied is daardoor volgens het Bkl en het gemeentelijke beleid buiten alle aandachtsgebieden gelegen. Plaatsgebonden risico De Maas maakt onderdeel uit van de Maascorridor, waarover structureel transporten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Uit de Regeling basisnet blijkt dat de Maas is gecategoriseerd als vaarroute met een CEMT (bevaarbaarheids)-klasse 5. De vaarweg heeft geen PR 10-6 contour die buiten de oever ligt. Ter hoogte van Eijsden gaat de scheepvaart over het westelijk gelegen Albertkanaal, op Belgisch grondgebied. Het Albertkanaal is gecategoriseerd als vaarroute CEMT (bevaarbaarheids)-klasse 6. Voor een vaarweg CEMT-klasse 6 geldt conform de Handleiding risicoanalyse transport dat de PR 10-6 contour niet buiten de oever zal liggen. Aandachtsgebied De invloedssfeer van vaarwegen die aangewezen zijn als basisnetroutes reikt maximaal tot 1.070 meter en is afhankelijk van de getransporteerde stofcategorie (tabel 4-2 HART).

Onder de Omgevingswet is er geen sprake meer van een invloedsgebied, maar van aandachtsgebieden. In bijlage VII van het Bkl zijn onder C de afstanden van de aandachtsgebieden voor wegen, spoorwegen en binnenwateren aangewezen. Deze betreffen voor het brandaandachtsgebied 30 meter en voor het explosieaandachtsgebied 200 meter. Het besluitgebied is niet binnen het explosie- of brandaandachtsgebied gelegen. Voor het gifwolkaandachtsgebied is nog geen afstand vastgesteld. De gemeente Eijsden-Margraten sluit daarom aan bij artikel 5.12 lid 4 van het Bkl waarin staat dat een gifwolkaandachtsgebied begrensd is door een afstand van 1.500 meter. Het besluitgebied is daardoor volgens het Bkl binnen het gifwolkaandachtsgebied gelegen. Groepsrisico Conform de Handleiding risicoanalyse transport geldt dat de drempelwaarde van 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico alleen wordt overschreden indien er sprake is van hoge vervoersaantallen en extreem hoge populatiedichtheden. Dit is in de directe omgeving van het Albertkanaal ter hoogte Eijsden niet het geval. Daarnaast wordt op basis van de gegevens uit tabel 3 geconcludeerd dat het besluitgebied buiten het voormalige invloedsgebied en de huidige aandachtsgebieden van vaarwegen valt. Deze risicobron vormt dan ook geen belemmering voor het besluitgebied.

De (standaard) verantwoording voor het groepsrisico is voor de vaarwegen dan ook niet aan de orde. Buisleidingen (Z-500-18, Gasunie) Ten zuiden van het besluitgebied, op een afstand van circa 55 meter, ligt een hogedruk aardgastransportleiding van de Gasunie. Deze buisleiding (Z-500-18-KR-007/008) heeft een werkdruk van 40 bar en een diameter van 4 inch. Aandachtsgebied Volgens het Uitvoeringsbeleid Externe Veiligheid van de gemeente Eijsden-Margraten bedraagt de 1% letaliteitsgrens van de buisleiding 50 meter en de 100% letaliteitsgrens 30 meter. Het besluitgebied is buiten het invloedsgebied en buiten de 100% letaliteitsgrens gelegen. Onder de Omgevingswet is er geen sprake meer van een invloedsgebied, maar van aandachtsgebieden. In bijlage VII van het Bkl is onder D2 aangegeven dat de afstand van aandachtsgebieden een te berekenen afstand betreft. Het brandaandachtsgebied betreft volgens het REV circa 50 meter. Een explosieaandachtsgebied is in het REV niet aanwezig. Een aardgastransportleiding kent geen gifwolkaandachtsgebied.

TAM-Omgevingsplan Ursulinenconvent Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 45 -

Motivering

Groepsrisico Binnen de in het omgevingsplan aangegeven aanduiding ‘veiligheidszone-leiding’ (gelegen op de 1% letaliteitsgrens) en binnen aandachtsgebieden d geldt een verantwoordingsplicht van het groepsrisico. Het besluitgebied is niet binnen de ‘veiligheidszone leiding’ of een aandachtsgebied gelegen, waardoor er geen verantwoordingsplicht voor het groepsrisico geldt. Risicovolle inrichtingen (LPG-stations) In de directe omgeving van het besluitgebied zijn geen risicovolle bedrijven gesitueerd. De dichtstbijzijnde risicovolle bedrijven betreffen twee tankstations langs de autosnelweg A2. Deze tankstations (Esso Knuvelkes, Rijksweg 231 B te Eijsden en Tankstation Patiel, Uit de Pateel 1 te Eijsden) zijn op 1,58 kilometer respectievelijk 1,49 kilometer ten oosten van het besluitgebied gesitueerd. Aandachtsgebied Vóór het in werking treden van de Omgevingswet bedroeg het invloedsgebied van een LPG tankstation 150 meter. Volgens het Uitvoeringsbeleid externe veiligheid van de gemeente EijsdenMargraten (vastgesteld op 17 december 2019) dient rekening gehouden te worden met een effectzone van 160 meter voor zeer kwetsbare objecten en van 60 meter voor beperkt kwetsbare objecten. Het besluitgebied is niet binnen het invloedsgebied noch binnen de effectzones gelegen. Onder de Omgevingswet is er geen sprake meer van een invloedsgebied, maar van aandachtsgebieden.

In bijlage VII van het Bkl zijn onder A1a de afstanden van de aandachtsgebieden voor tanken van LPG aangewezen. Voor het brandaandachtsgebied betreft dit 60 meter en voor het explosieaandachtsgebied 160 meter. Dit komt overeen met het gemeentelijk beleid. Plaatsgebonden risico De afstand van het plaatsgebonden risico 10-6 bedraagt volgens tabel 4.472 van het Besluit activiteiten leefomgeving maximaal 40 meter vanaf het vulpunt. Deze ruimtelijke ontwikkeling valt buiten de contour voor het plaatsgebonden risico. Groepsrisico Aangezien de LPG-tankstations buiten de aandachtsgebieden liggen hoeft het groepsrisico volgens het Uitvoeringsbeleid externe veiligheid van de gemeente Eijsden-Margraten (vastgesteld op 17 december 2019) niet bepaald te worden. Er geldt ook geen verantwoordingsplicht voor het groepsrisico. Conclusie In de beoogde situatie zal er vanwege het plan sprake zijn van een toename van personen binnen het besluitgebied. Gebleken is dat het besluitgebied in het invloedsgebied (gifwolkaandachtsgebied) van de spoorlijn Lutterade-Vise (B) is gelegen. Hiervoor is gebruik gemaakt van de standaard verantwoording overeenkomstig het Uitvoeringsbeleid externe veiligheid van de gemeente EijsdenMargraten (vastgesteld op 17-12-2019). Voor de andere risicobronnen behoeft geen (standaard) verantwoording voor het groepsrisico te worden opgenomen.

4.6.3 Te treffen maatregelen Verantwoording groepsrisico spoor De ruimtelijke ontwikkeling ligt buiten 200 meter van het spoor, maar binnen het invloedsgebied van 1.500 meter. Vanwege het transport met gevaarlijke stoffen over het spoor wordt gekeken naar maatgevende scenario’s die effect hebben op de omgeving. Een belangrijk scenario vanwege het transport over het spoor is de toxische wolk. In het geval van een calamiteit zullen de aanwezige personen in eerste instantie worden gewaarschuwd met de instructie schuilen waarbij het advies luidt ramen en deuren gesloten houden en de ventilatie afschakelen. Deze waarschuwing verloopt met het waarschuwings-en alarmeringssysteem (WAS), dan wel met NL-Alert. Een groot deel van het besluitgebied is TAM-Omgevingsplan Ursulinenconvent Eijsden Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 46 -

Motivering

momenteel bij alarmeren gedekt via het waarschuwings-en alarmeringssysteem (WAS). De WAS voorziening is gelegen in het besluitgebied en het gehele besluitgebied valt binnen het dekkingsgebied. Het beleid van het Ministerie d van Veiligheid en Justitie is om met ingang van 1 januari 2020 het WAS uit te faseren. Dit betekent dat het WAS met ingang van deze datum niet meer gehandhaafd en onderhouden wordt door het Ministerie van Veiligheid en Justitie. In plaats hiervan zal gebruik worden gemaakt van NL-Alert. NL-Alert is een alarmmiddel van de overheid voor alarmering via de mobiele telefoon. Met NL-Alert kan de overheid gericht mensen met een tekstbericht informeren. NL-Alert is met name bedoeld voor noodsituaties. In het bericht staat wat er aan de hand is en het handelingsperspectief van de personen in de directe omgeving van het incident. NL-alert wordt momenteel steeds vaker ingezet als (aanvullend) alarmmiddel. Daarnaast zijn de personen in het besluitgebied in het algemeen als zelfredzaam te beschouwen en de bereikbaarheid van het besluitgebied is goed. De ontvluchting van het gebied en de toegang voor hulpdiensten is hiermee gewaarborgd. Opgemerkt wordt dat de kans op een dergelijk ongeval dusdanig klein is dat het verwaarloosbaar wordt geacht.

Verantwoording groepsrisico autosnelweg A2 De beoogde ontwikkeling ligt buiten de afstand van 200 meter van de wegas, maar binnen het gifwolkaandachtsgebied van 1.500 meter. Vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over de weg wordt gekeken naar maatgevende scenario’s die effect hebben op de omgeving. Het scenario betreft een toxische wolk. In het geval van een calamiteit zullen de aanwezige personen in eerste instantie worden gewaarschuwd met de instructie schuilen, waarbij het advies luidt om ramen en deuren gesloten te houden en ventilatie uit te schakelen. Nieuwe bouwwerken zijn veelal goed geïsoleerd, waardoor nieuwe woningen voor tenminste 4 uur na het incident een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van een toxisch gas. De personen in het plangebied zijn in het algemeen als zelfredzaam te beschouwen. De bereikbaarheid van het plangebied is goed. De ontvluchting van het gebied en de toegang voor de hulpdiensten is gewaarborgd. Het plangebied is momenteel bij alarmeren gedekt via het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Het plangebied valt binnen het dekkingsgebied. Het WAS-systeem is vanaf 1 januari 2020 uitgefaseerd. In plaats hiervan wordt gebruik gemaakt van NLAlert. Dit is een alarmeringssysteem van de overheid voor alarmering via de mobiele telefoon. Met NL-Alert kan de overheid gericht mensen met een tekstbericht informeren.

NL-Alert is met name bedoeld voor noodsituaties. In het bericht staat wat er aan de hand is en het handelingsperspectief van de personen in de directe omgeving van het incident. Opgemerkt wordt dat de kans op een dergelijk incident dusdanig klein is dat het verwaarloosbaar wordt geacht. Gezien het voorgaande vormt het aspect omgevingsveilgheid geen belemmering voor de besluitvorming. 4.6.4 Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor het plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=38576e72-b75e-47cc-9455-2bd104378e38