CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20250218 07b Bijlage Integrale verordening NW

* Raadsvergaderingen 18 februari 2025, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Integrale Verordening Sociaal Domein24.003 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

6.1 Hulp in natura [Jeugdwet, Wib 2021, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gw] 1. Hulp in natura is een dienst of een product, tenzij in de wet of in deze verordening anders is bepaald. Gaat het om een product, dan wordt dit in bruikleen, huur of in eigendom verstrekt. 2. Wij zetten ons ervoor in dat de aanbieder van een product: a. de wettelijke regels over garantie naleeft; en b. u informeert over alles wat belangrijk is om te weten over de dienst of het product. In het hoofdstuk Kwaliteit, inkoop en aanbesteding is daarover meer geregeld.

6.2 Hulp in geld [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gw, Awb] 1. U kunt hulp in de vorm van geld krijgen, als dat in de wet, in deze verordening of in een andere regeling van de gemeente zo is bepaald. Hulp in geld kan bijvoorbeeld gegeven worden voor: a. (rolstoel)taxikosten; b. een autoaanpassing; c. een tegemoetkoming in verhuiskosten; d. aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel; e. een woningaanpassing; f. het bezoekbaar maken van een woning. 2. Ondersteuning in de vorm van geld kan een voorschot zijn of een bedrag ‘om niet’ (hoeft niet terugbetaald te worden, tenzij in de wet of in deze verordening anders is bepaald. 3. Wij zorgen ervoor dat wij u de betaling doen binnen 6 weken nadat wij een besluit hebben genomen over de vergoeding. 4. De betaling wordt gedaan op het bankrekeningnummer dat u hebt doorgegeven, tenzij het doel van de betaling alleen maar op een andere manier kan worden bereikt. Dan kunnen wij het geld op een andere manier, in een andere vorm betalen of aan een andere persoon betalen. Het kan bijvoorbeeld gaan om een betaling aan een leverancier 5. Wij kunnen beslissen om het geld niet te betalen, maar te verrekenen met een bedrag dat u moet terugbetalen (vordering), wanneer dit volgens de wettelijke regels kan. Het moet gaan om een vordering op grond van een van de wetten waarop deze verordening is gebaseerd.

Wij kunnen een besluit nemen om betalingen te doen, zonder dat u daarover met een brief wordt geïnformeerd. Wij stellen u dan op een andere geschikte manier op de hoogte van het betalingsbesluit.

6.3 Persoonsgebonden budget (pgb) [Jeugdwet, Wmo)

6.3.1 Voorwaarden- algemeen 1. U kunt kiezen voor een pgb. U moet wel voldoet aan de volgende voorwaarden: a. u kunt voldoende voor uw eigen belangen opkomen. U kunt de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier uitvoeren, eventueel met hulp van iemand uit uw persoonlijke netwerk, of met iemand die u vertegenwoordigt; b. u kunt duidelijk maken waarom u een pgb wilt ontvangen; 22

c. de hulp is van goede kwaliteit, veilig, doeltreffend en passend. 2. U maakt in een budgetplan duidelijk dat aan de voorwaarden is voldaan. In het plan staat ook: a. hoe u de hulp wil organiseren; b. wie deze hulp gaat leveren; c. wat de kosten zijn; d. op welke manier de kwaliteit van de hulp en uw veiligheid zijn gegarandeerd; e. dat de hulpverlener calamiteiten meldt bij onze toezichthouder en meewerkt aan een onderzoek door deze toezichthouder naar de rechtmatigheid, kwaliteit en veiligheid van de hulp; en f. het budgetplan dat wij moeten goedkeuren. 3. Wij kunnen een pgb in elk geval weigeren wanneer: a. u het pgb wil laten beheren door de aanbieder die ook de hulp biedt; b. wij eerder een maatwerkvoorziening of een pgb hebben toegekend, en dit besluit is herzien of ingetrokken, omdat u: • onjuiste of onvolledige gegevens heeft doorgegeven; • zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden die bij het pgb horen; of • het pgb voor een ander doel heeft gebruikt. c. wanneer er sprake is van een spoedeisende situatie; d. u en uw hulpverlener geen Verklaring omtrent het gedrag (VOG) kunnen laten zien; e. de kosten van een pgb hoger zijn dan de kostprijs voor een maatwerkvoorziening in natura. 4. Het pgb is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan: a.

kosten voor administratie, bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; b. looncompensatie; c. gebruik van algemeen toegankelijke voorzieningen; d. lidmaatschap vereniging; e. ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; f. kosten bewindvoering of kosten curator; g. huiswerkbegeleiding; h. oppas; i. leerlingenvervoer; j. leermiddelen; k. lesgeld en ouderbijdragen; l. overheadkosten; m. kosten voor een feestdagenuitkering of een cadeau aan de hulpverlener(s); n. kosten aanvragen Verklaring omtrent gedrag (VOG), en o. reistijd en reiskosten. 5. Het pgb kent een vrij besteedbaar bedrag van 1,5 % van het (kalender)jaarbudget met een minimum van 60 euro en een maximum van 1250 euro.

6.3.2 Professionele of niet-professionele hulp [Jeugdwet, Wmo] 1. Om de hoogte van het pgb voor een dienst vast te stellen, wordt onderscheid gemaakt tussen professionele en niet-professionele hulp. 2. U kunt het pgb besteden aan professionele hulp. Dat is hulp door een hulpverlener die: a. in dienst is van een zorgaanbieder die staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (volgens de eisen van de Handelsregisterwet 2007); of die b. als medisch professional staat ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG); of die c. als zelfstandige zonder personeel (zzp’er) beroepsmatig hulpverleent. 3. U kunt het pgb besteden aan hulp door een niet-professionele hulpverlener, wanneer die hulpverlener: a. aannemelijk heeft gemaakt dat de hulp niet tot overbelasting leidt b. dat hij kwalitatief goede hulp kan bieden en/of een opleiding heeft afgerond die nodig is om de betreffende hulp te kunnen verlenen; en 23

c.

4.

een Verklaring omtrent gedrag natuurlijke personen (VOG - specifiek screeningsprofiel 45) kan overleggen. De verklaring mag niet ouder zijn dan 3 maanden voor de datum van de aanvraag.

Een pgb voor ondersteuning vanuit het sociale netwerk verstrekken wij alleen wanneer: a. b. c. d.

de ondersteuning de gebruikelijke hulp overstijgt; de ondersteuning structureel van een behoorlijke omvang is; de geboden ondersteuning passend, adequaat en veilig is; de persoon uit het sociale netwerk die de ondersteuning gaat verlenen, zich voldoende op de hoogte heeft gesteld van de verantwoordelijkheden die aan het bieden van de ondersteuning verbonden zijn, e. er bij de persoon uit het sociale netwerk die de hulp gaat bieden geen sprake is van overbelasting of dreiging daarvan; Indien overbelasting dreigt, dan vragen wij eventueel een medisch advies aan. Wij kunnen (tijdelijk) ondersteuning inzetten om overbelasting te voorkomen. f. de persoon uit het sociaal netwerk op basis van opleiding en/of ervaring in staat moet zijn de vereiste dienstverlening te realiseren; g. de persoon uit het sociaal netwerk beschikt over een actuele Verklaring omtrent het gedrag, tenzij de persoon een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad is;

6.3.3 Hoogte en tarief pgb [Jeugdwet, Wmo] 1. U maakt een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het pgb-plan. Hierin staat welke ondersteuning u met het pgb wilt betalen en door wie de ondersteuning wordt gegeven of welke ondersteuning u met het pgb wilt aanschaffen. Wij moeten het plan goedkeuren en zullen daarna het pgb vaststellen. 2. De hoogte van het pgb wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee u veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, producten en andere maatregelen kunt contracteren. 3. Wij stellen de hoogte van het pgb vast op ten hoogste de kostprijs voor de goedkoopste vorm van hulp in natura. 4. Voor bepaalde vormen van professionele en niet-professionele hulp zijn vaste tarieven vastgesteld. Die staan in de bijlagen 1 en 2 bij deze verordening. De bedragen in die bijlage worden jaarlijks aangepast, met ingang van 1 januari. Dat gebeurt aan de hand van het consumentenprijsindexcijfer van het CBS (alle huishoudens - reeks 2024=100). Wij gaan daarbij uit van de ontwikkeling van dit prijsindexcijfer over de periode van een jaar, gerekend vanaf 1 juli het jaar daarvoor. Die wijziging wordt afgerond op één decimaal. 5. Wij stellen de hoogte van het pgb vast op basis van het goedgekeurde budgetplan en/of door ons opgevraagde offerte(s). 6.

Bij de hoogte van het pgb voor een product houden wij rekening met de levensduur van het product en met de kosten voor onderhoud en verzekering. Wanneer het gaat om een tweedehands product wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de overgebleven afschrijvingstermijn. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb houden wij ook rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds- en verzekeringskosten.

6.3.4 Verantwoording en uitbetaling pgb [Jeugdwet, Wmo] 1. Wij kunnen u vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp u heeft gehad. U bent dan verplicht die informatie te geven. Wij kunnen daarvoor een formulier vaststellen. 2. Als u een pgb krijgt, wordt alleen de hulp uitbetaald die feitelijk geleverd is. Het pgb wordt uitbetaald door de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

24

6.3.5 Opschorten pgb [Jeugdwet, Wmo] 1. Wij kunnen aan de SVB vragen om de uitbetaling uit het pgb helemaal of gedeeltelijk stop te zetten totdat een besluit is genomen om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kunnen wij doen als wij een sterk vermoeden hebben dat: a. u onjuiste of onvolledige informatie hebt verstrekt, terwijl het verstrekken van juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van ons; b. u niet voldoet aan de voorwaarden die bij een pgb horen; c. u het pgb niet of voor een ander doel hebt gebruikt.

6.4 Bijdrage in de kosten [Wmo] 1. U betaalt een vaste bijdrage in de kosten voor Wmo-hulp in de vorm van een maatwerkvoorziening, zolang u gebruik maakt van die hulp of voor de periode waarvoor een pgb is verstrekt. De bijdrage, of het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, maar maximaal het bedrag dat betaald moet worden op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. U betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). 2. Gaat het om de kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige, dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage. Die verplichting geldt ook voor degene die samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige inwoner, maar die niet zelf een ouder is. 3. Wij vragen geen bijdrage voor: • een (sport)rolstoel en het onderhoud daarvan; • een vaste tegemoetkomingen en vervoer (forfaitaire bedragen); 4. De kostprijs voor een maatwerkvoorziening wordt voor het vaststellen van de eigen bijdrage bepaald door een aanbesteding, of na het raadplegen van aanbieders of na overleg met de aanbieder. 5. De hoogte van de bijdrage voor collectief vervoer (Omnibuzz) is gelijk aan het OV-tarief. Het actuele tarief wordt kenbaar gemaakt op de website van Omnibuzz. U betaalt deze bijdrage aan de vervoerder. 6.

De hoogte van de bijdrage voor een hulpmiddel, woningaanpassing en de in lid 5 genoemde vervoersvoorziening overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 7. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan de kosten die wij voor die maatwerkvoorziening zelf maken. 8. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.

25

Hoofdstuk 7. Inkomen en schulden Wij bieden een financieel vangnet wanneer u een laag inkomen en geen of weinig vermogen heeft om de dagelijkse kosten te betalen: een maandelijkse bijstandsuitkering. Bent u in een lastige financiële situatie dan kunt u bij ons een aantal aanvullende uitkeringen en toeslagen aanvragen. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste extra’s geregeld. Voor een aantal extra’s wordt een inkomensgrens genoemd. Daarnaast geven we enkele basisregels voor de ondersteuning die wij kunnen bieden bij een schuldenprobleem. Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, gelden voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarden: 1. wij zetten ons in om armoede en schulden te voorkomen; 2. wij zorgen voor een financieel vangnet; 3. wij leveren maatwerk aan de hand van uw persoonlijke situatie.

7.1 Armoedebeleid [PW, Gw, Wgs] In deze paragraaf wordt beschreven waar wij rekening mee houden bij het maken en uitvoeren van beleid om armoede en schulden in onze gemeente te voorkomen en tegen te gaan.

7.1.1 Wat willen wij? [PW, Gw, Wgs] 1. Wij willen dat u uw noodzakelijke bestaanskosten kunt betalen en kunt meedoen aan de samenleving. Ook wanneer u een laag inkomen en geen goede financiële buffer hebt. 2. Wij ondersteunen u bij het op orde krijgen van uw financiën, wanneer u moeite hebt om rond te komen of wanneer u schulden hebt. Het doel van die ondersteuning is dat u blijvend een gezonde financiële huishouding krijgt. 3. Wij werken zoveel mogelijk samen met andere organisaties. Wij stimuleren initiatieven van inwoners en organisaties die helpen met het tegengaan van armoede en schulden. 4. indien nodig ondersteunen wij in ieder geval de volgende groepen financieel: a. kinderen; b. inwoners met een inkomen tot 110% boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm; c. inwoners die extra kosten moeten dragen vanwege een beperking. 5. Wij bekijken uw ondersteuningsvraag integraal met ook andere leefdomeinen, zoals onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp.

7.2 Bijzondere bijstand [PW] Bijzondere bijstand is voor ons een belangrijk hulpmiddel om u financieel te ondersteunen. Hier beschrijven wij de uitgangspunten waarmee wij rekening houden bij het toepassen van de regels over bijzondere bijstand uit de Participatiewet.

7.2.1 Vangnet [PW] 1. Wij bieden bijzondere bijstand aan als een financieel vangnet wanneer u onvoldoende geld heeft om noodzakelijke en bijzondere kosten te betalen. 2. Wij bieden alleen bijzondere bijstand aan wanneer u geen beroep kan doen op eigen mogelijkheden of op andere voorzieningen. 3. Bijzondere bijstand is bedoeld om bijzondere en noodzakelijke uitgaven te kunnen betalen. Het gaat dan om uitgaven die niet uit het maandelijkse inkomen kunnen worden betaald en waarvoor u niet heeft kunnen sparen. 4. Bij het beoordelen van een aanvraag voor bijzondere bijstand hanteren wij de waarden die bij artikel 7.1.1 beschreven zijn. 5. U hoeft bijzondere bijstand niet terug te betalen, tenzij de wet dat verplicht.

26

7.3 Studietoeslag [PW] Studenten die door een structureel aanwezige ziekte of gebrek niet in staat zijn om naast hun studie inkomsten te verwerven, kunnen in aanmerking komen voor een studietoeslag. In deze paragraaf wordt aangegeven aan welke voorwaarden u moet voldoen om voor deze studietoeslag in aanmerking te komen.

7.3.1 Doelgroep [Pw] U komt in aanmerking voor de studietoeslag wanneer u: a. als rechtstreeks gevolg van een ziekte of gebrek structureel niet in staat bent naast de studie inkomsten te verwerven; b. studiefinanciering ontvangt op grond van de Wet studiefinanciering (WSF) of een tegemoetkoming krijgt op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS). Het levenlanglerenkrediet van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten valt niet hieronder; c. geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wajong.

7.3.2 Overige regels studietoeslag Voor de overige regels van studietoeslag hanteren wij de bepalingen van artikel 36b van de Participatiewet.

7.4 Individuele inkomenstoeslag [PW] Voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen, is de inkomenstoeslag bedoeld. Dat is een extra bedrag dat jaarlijks kan worden aangevraagd en waarmee het inkomen wordt aangevuld. Hier is beschreven voor wie de inkomenstoeslag is bedoeld en welke aanvullende voorwaarden er gelden.

7.4.1 Doelgroep [PW] 1. De individuele inkomenstoeslag is bedoeld voor mensen die op de peildatum: a. een leeftijd hebben vanaf 21 jaar tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd; en b. die geen vermogen hebben; en c. die tijdens de referteperiode een langdurig laag inkomen hebben; en d. die geen uitzicht hebben op inkomstenverbetering. 2. U mag zelf aangeven per welke datum wij moeten controleren of u voldoet aan alle voorwaarden voor de individuele inkomenstoeslag. Deze datum heet de peildatum. De peildatum mag niet vóór de aanvraagdatum liggen. 3. Wij mogen, in overleg met u, de peildatum verschuiven naar de datum waarop u voldoet aan de voorwaarden van individuele inkomenstoeslag. 4. De referteperiode is de periode tot 36 maanden voorafgaand aan de peildatum. 5. Wij berekenen uw inkomen en vermogen op basis van de artikelen 31, 32, 33 en 34 van de Participatiewet. 6. U heeft een langdurig laag inkomen wanneer u tijdens de toetsperiode, een periode van 36 maanden vóór de bijstandsaanvraag, waarin wordt gekeken of de aanvrager geld, werk of hulp heeft gehad die invloed heeft op het recht op bijstand, een inkomen heeft gehad die niet hoger is geweest dan de bijstandsnorm die in deze periode voor u zou gelden. De kostendelersnorm telt niet mee. 7. U heeft geen uitzicht op inkomstenverbetering wanneer u tijdens de toetsdperiode: a.

er niet in bent geslaagd om een inkomen te verwerven hoger dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm; en b. u voldoende hebt meegewerkt aan de arbeids- en re-integratieplicht van de Participatiewet; en c. u niet voldoet aan een van de uitsluitingsgronden. 27

7.4.2 Hoogte van de toeslag [PW] 1. De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a. voor een alleenstaande: 28% van de gehuwdennorm (art. 21 sub b Pw); b. voor een alleenstaande ouder: 35% van de gehuwdennorm (art. 21 sub b Pw); c. voor gehuwden: 39% van de gehuwdennorm (art. 21 sub b Pw); 2. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt jaarlijks in januari bepaald op grond van de bijstandsnorm voor gehuwden (art. 21 sub b Pw) die geldt op 1 januari van dat jaar. 3. Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op inkomenstoeslag heeft op basis van artikel 11 of 13 lid 1 Pw, de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder krijgt. 6. De gezinssituatie op de peildatum is bepalend voor de hoogte van de toeslag. 7. De procentuele berekening van de hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt naar boven afgerond op hele euro’s.

7.4.3 Individuele inkomenstoeslag voor niet-bijstandsgerechtigden [PW] Ook wanneer u niet onder de arbeids- en re-integratieverplichting van de Participatiewet valt gelden voor u dezelfde criteria als voor iemand die wel onder de Participatiewet valt. Wanneer u tijdens de referteperiode als zelfstandige hebt gewerkt wordt aangenomen dat u heeft voldaan aan de arbeids- en re-integratieverplichting van de Participatiewet.

7.4.4 Uitsluiting [PW] Van het recht op de individuele inkomenstoeslag ben u in ieder geval uitgesloten wanneer u op de peildatum of in de referteperiode: a. een maatregel opgelegd hebt gekregen omdat u zich niet hebt gehouden aan de arbeids- en reintegratieverplichting; b. een studie volgt waarbij recht op WTOS of WFS bestaat; c. in detentie bent verbleven, met uitzondering van bijzondere detentie; d. langer dan de op basis van de Participatiewet toegestane periode in het buitenland bent verbleven. In het geval van bijzondere omstandigheden kunnen wij afwijken van bovenstaande uitsluitingsgronden en alsnog de individuele inkomenstoeslag aan u toekennen

7.5 Kindbudget [Gw] Kinderen vormen een belangrijke én kwetsbare groep waar wij ons verantwoordelijk voor voelen. Wij vinden dat alle kinderen moeten kunnen meedoen, zeker op school. Daarom hebben wij een kindbudget. In deze paragraaf zijn de voorwaarden benoemd die gelden voor het kindbudget.

7.5.1 Doelgroep [Gw] 1. Het kindbudget is bedoeld voor ouders die: a. inschreven staan in de gemeente Eijsden-Margraten; b. een inkomen hebben van maximaal 110 % van de van toepassing zijnde bijstandsnorm; c. een vermogen hebben van beneden de van toepassing zijnde vermogensgrens zoals benoemd in artikel 34 derde lid van de Participatiewet; d. schoolgaande kinderen in het voortgezet onderwijs hebben in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar. 2. Vermogen van een eigendomswoning die door de ouder(s) zelf wordt bewoond telt niet mee in de berekening van het vermogen voor het kindbudget.

28

7.5.2 Aanvraag [Gw, Awb] 1. Het aanvragen van het kindbudget kan alleen door gebruik te maken van het aanvraagformulier; 2. De aanvraag van het kindbudget kan worden ingediend tot 1 augustus van het lopende schooljaar.

7.5.3 Peildatum [Gw] 1. De peildatum is de datum waarop wij toetsen of u voldoet aan alle voorwaarden van het kindbudget. Voor het kindbudget kennen wij twee peildata: a. de peildatum voor de bepaling van het inkomen en vermogen is 1 juli voorafgaand aan het huidige schooljaar; b. de peildatum voor de overige voorwaarden is gelijk aan de aanvraagdatum.

7.5.4 Hoogte van de bijdrage [Gw] 1. De bijdrage is € 155,00 per kind per schooljaar; 2. De hoogte van de bijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd. Dat gebeurt op 1 januari aan de hand van het consumentenprijsindexcijfer van het CBS (alle huishoudens - reeks 2025=100). Wij gaan daarbij uit van de ontwikkeling van dit prijsindexcjifer over de periode van een jaar, gerekend vanaf 1 januri van het jaar daarvoor. Die wijziging wordt afgerond op één decimaal. 3. De bijdrage is niet overdraagbaar aan een ander lid van het huishouden.

7.5.5 Bestedingsdoel, controle en terugvordering [Gw] 1. Het kindbudget dient besteed te worden aan kosten die gemaakt moeten worden voor het volgen van voortgezet onderwijs. Daarmee worden ook de kosten bedoeld die voortvloeien uit activiteiten die samenhangen met het voortgezet onderwijs. 2. Wij kunnen de ontvanger van het kindbudget vragen aan te tonen dat de bijdrage is uitgegeven aan het bestedingsdoel. 3. Wij kunnen de bijdrage van u terugvorderen wanneer: a. er sprake is van onjuiste verstrekking van informatie met als gevolg dat de uitbetaling van het kindbudget heeft plaatsgevonden; of b. wanneer achteraf blijkt dat het kindbudget niet is gebruikt voor het bestedingsdoel.

7.5.6 Uitzondering [Gw] 1. Van het vereiste, dat deze regeling geldt voor kinderen op het voortgezet onderwijs met een leeftijd van 12 tot en met 17 jaar kan slechts in één uitzonderingssituatie worden afgeweken, en wel indien er sprake is van een leerling die een klas heeft overgeslagen.

7.5.7. Inkomen en vermogen Voor de vaststelling van de hoogte van het inkomen en vermogen wordt aangesloten bij de bepalingen in de Participatiewet.

7.6. Meedoenbudget [Gw] Wij vinden het belangrijk dat iedereen mee kan doen aan maatschappelijke activiteiten zoals sport, recreatie, kunst & cultuur, lidmaatschap van de bibliotheek enzovoort. Daarom is er het meedoenbudget. In deze paragraat staan de voorwaarden benoemd van het meedoenbudget.

29

7.6.1 Doelgroep [Gw] 1. Het meedoenbudget is bedoeld voor personen die: a. inschreven staan in de gemeente Eijsden-Margraten; b. een inkomen hebben van maximaal 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm; c. een vermogen hebben van beneden de van toepassing zijnde vermogensgrens zoals benoemd in artikel 34 derde lid van de Participatiewet. 2. Het meedoenbudget geldt ook voor kinderen van personen die voldoen aan bovenstaande voorwaarden en die op de peildatum 4 jaar of ouder zijn, tenzij dit kind voor het kindbudget in aanmerking komt. 3. Vermogen van een eigendomswoning die door de ouder(s) zelf wordt bewoond telt niet mee in de berekening van het vermogen voor het meedoenbudget.

7.6.2 Aanvraag [Gw] 1. Het aanvragen van het meedoenbudget kan alleen door gebruik te maken van het aanvraagformulier.

7.6.3 Peildatum [Gw] 1. De peildatum is de datum waarop wij toetsen of u voldoet aan alle voorwaarden van het meedoenbudget. Voor het meedoenbudget gelden drie peildata: a. de peildatum voor de bepaling van het inkomen en vermogen is de maand januari van het huidige kalenderjaar; b. als peildatum voor de bepaling van een in aanmerking komend kind geldt 1 januari van het huidige kalenderjaar; c. de peildatum voor de overige voorwaarden is gelijk aan de aanvraagdatum.

7.6.4 Hoogte van de bijdrage [Gw] 1. De bijdrage in 2025 is € 150,00 per persoon per jaar. 2. De hoogte van de bijdrage wordt jaarlijks worden geïndexeerd. Dat gebeurt op 1 januari aan de hand van het consumentenprijsindexcijfer van het CBS (alle huishoudens - reeks 2025=100). Wij gaan daarbij uit van de ontwikkeling van dit prijsindexcjifer over de periode van een jaar, gerekend vanaf 1 januari van het jaar daarvoor. Die wijziging wordt afgerond op één decimaal. 3. De bijdrage is niet overdraagbaar aan een ander lid van het huishouden.

7.6.5 Bestedingsdoel, controle en terugvordering [Gw] 1. Het meedoenbudget dient besteed te worden aan kosten die gemaakt moeten worden voor maatschappelijke activiteiten. Hieronder wordt verstaan: a. het lidmaatschap en daarmee samenhangende kosten van jeugd-, sport-, of ontspanningsverenigingen en verenigingen voor amateurkunstbeoefening; b. seizoensabonnementen, meerbadenkaarten en maandkaarten van het gemeentelijk zwembad (losse kaartjes zijn uitgesloten); c. activiteiten van een vereniging, stichting of organisatie op het gebied van maatschappelijk welzijn; d. bibliotheeklidmaatschap; e. kindervakantiewerk; f. peuterspeelzaalwerk en VVE; g. activiteiten in het kader van meer bewegen voor ouderen; h. cursussen in het kader van volwasseneducatie; i. cursussen van de GGD; j. deelname aan eenmalige sociaal-culturele of sportieve activiteiten; k. Telefoon abonnement en /of internet abonnement. 30

2. Wij kunnen de ontvanger van het meedoenbudget vragen aan te tonen dat de bijdrage is uitgegeven aan het bestedingsdoel. 3. Wij kunnen de bijdrage van u terugvorderen wanneer: a. er sprake is van onjuiste verstrekking van informatie met als gevolg dat de uitbetaling van het meedoenbudget heeft plaatsgevonden; of b. wanneer achteraf blijkt dat het meedoenbudget niet is gebruikt voor het bestedingsdoel.

7.6.6 Inkomen en vermogen Voor de vaststelling van de hoogte van het inkomen en vermogen wordt aangesloten bij de bepalingen in de Participatiewet.

7.7 Zorgverzekeringsbudget [Gw] Wij vinden zorg belangrijk. Sommige mensen hebben meer zorgkosten dan anderen. Om tegemoet te komen aan onze inwoners met hoge zorgkosten hebben wij het zorgverzekeringsbudget. In deze paragraat staan de voorwaarden benoemd van het zorgverzekeringsbudget.

7.7.1 Doelgroep [Gw] 1. Het zorgverzekeringsbudget is bedoeld voor personen van 18 jaar of ouder die: a. inschreven staan in de gemeente Eijsden-Margraten; b. een inkomen hebben van maximaal 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm; c. een vermogen hebben van beneden de van toepassing zijnde vermogensgrens zoals benoemd in artikel 34 derde lid van de Participatiewet; d. een aanvullende zorgverzekering hebben afgesloten. 2. Vermogen van een eigendomswoning die door de ouder(s) zelf wordt bewoond telt niet mee in de berekening van het vermogen voor het zorgverzekeringsbudget.

7.7.2 Hoogte van de bijdrage [Gw] 1. De bijdrage is € 100,00 per persoon van 18 jaar of ouder per verzekerd kalenderjaar; 2. De bijdrage wordt alleen betaald wanneer de premie zorgverzekering aantoonbaar wordt betaald; 3. Bedraagt de premie van de aanvullende zorgverzekering minder dan € 100,00 per verzekerd kalenderjaar, dan worden de daadwerkelijk gemaakte kosten vergoed.

7.7.3 Aanvraag [Gw] 1. Het aanvragen van het zorgverzekeringsbudget geschiedt per verzekerd kalenderjaar; 2. Het aanvragen van het zorgverzekeringsbudget kan alleen door gebruik te maken van het aanvraagformulier;

7.7.4 Terugvordering [Gw] Wij kunnen de bijdrage van u terugvorderen wanneer er sprake is van onjuiste verstrekking van informatie met als gevolg dat de uitbetaling van het zorgverzekeringsbudget heeft plaatsgevonden.

7.7.5 Inkomen en vermogen Voor de vaststelling van de hoogte van het inkomen en vermogen wordt aangesloten bij de bepalingen in de Participatiewet.

31

7.8 Reisbudget [Gw] Iedere inwoner moet kunnen meedoen aan het maatschappelijk verkeer. Daarom kunt u gebruik maken van Omnibuzz-vervoer U kunt tot 1500 kilometers per jaar gebruik maken van het Omnibuzz-vervoer tegen een gereduceerd tarief in het kader van de Wmo2015. Als u meer wilt reizen met het Omnibuzz-vervoer kan zou u een commercieel tarief moeten betalen. In sommige gevallen kunt u in aanmerking komen voor het reisbudget.

7.8.1 Doelgroep De volgende personen behoren tot de doelgroep van het reisbudget: a. u bent inwoner van onze gemeente en staat hier ingeschreven; b. uw inkomen is maximaal 110% van de geldende bijstandsnorm; c. uw vermogen is niet hoger dan de geldende vermogensgrens op basis van de Participatiewet. Vermogen gebonden in de door aanvrager bewoonde eigendomswoning wordt voor het recht op het reisbudget niet meegerekend; d. u maakt gebruik van collectief vervoer op basis van de Wmo2015; e. u heeft het aantal aan u toegekende reiszones volledig gebruikt en komt niet langer in aanmerking voor het gereduceerde tarief van collectief vervoer.

7.8.2. Vergoeding extra reiszones 1. Wij vergoeden alleen de reiszones waarvoor u commercieel tarief betaalt en; 2. Wij vergoeden alleen de reiszones die naar ons oordeel bijdragen aan deelname aan maatschappelijke activiteiten. 3. Wij vergoeden het verschil tussen het gereduceerde en commerciële tarief per reiszone.

7.8.3. Aanvraag 1. U dient het reisbudget aan te vragen door gebruik te maken van het daarvoor bestemde aanvraagformulier. 2. U kunt het reisbudget aanvragen tot en met 3 maanden nadat de kosten zijn gemaakt (terugwerkende kracht). 3. De kosten moeten aantoonbaar zijn voldaan om voor vergoeding in aanmerking te komen.

7.8.4 Peildatum 1. De peildatum is het moment waarop wij toetsen of uw inkomen en vermogen voldoen aan de voorwaarden van het reisbudget. 2. De peildatum is gelijk aan de maand waarin de kosten zich voordoen. 3. Wanneer de kosten zich spreiden over meerdere maanden dan wordt het gemiddelde van het inkomen over deze maanden genomen.

7.8.5. Inkomen en vermogen Voor de vaststelling van de hoogte van het inkomen en vermogen wordt aangesloten bij de bepalingen in de Participatiewet.

7.8.6 Terugvordering Wij kunnen de bijdrage van u terugvorderen wanneer er sprake is van onjuiste verstrekking van informatie met als gevolg dat de uitbetaling van het reisbudget heeft plaatsgevonden.

7.9 Kindpakket [Gw] Kinderen vormen een belangrijke én kwetsbare groep waar wij ons verantwoordelijk voor voelen. Wij hebben maatregelen genomen om armoede onder kinderen tegen te gaan en kinderen te helpen mee te doen aan sportieve, culturele, educatieve en sociale activiteiten, alsmede activiteiten voor school. Deze maatregelen zijn opgenomen in het kindpakket. Wij informeren u actief over het kindpakket.

32

7.10 Schuldhulpverlening [Wgs] Wij hebben de taak om inwoners met schuldproblemen te ondersteunen. U kunt ons daarom om ondersteuning vragen bij het vinden van een oplossing voor uw schulden. Hieronder zijn de belangrijkste uitgangspunten genoemd die wij toepassen wanneer u om hulp vraagt.

7.10.1 Samenwerking en toegang [Wgs] 1. Wij werken samen met andere organisaties om te voorkomen dat u problematische schulden opbouwt. 2. Wij zorgen ervoor dat u op een eenvoudige manier om ondersteuning kunt vragen bij het vinden van een oplossing voor schulden. 3. Wij informeren u over de ondersteuning die wij kunnen aanbieden en zorgen ervoor dat die ondersteuning ook echt beschikbaar is. 4. Wij sluiten niemand bij voorbaat uit van ondersteuning. Een uitzondering op die regel is wanneer u geen geldige verblijfstitel hebt.

7.10.2 Schuldhulpverlening [Wgs] Wij zorgen ervoor dat wanneer u ondersteuning kunt krijgen bij het oplossen van schulden, u deze zo snel mogelijk krijgt.

7.10.3 Besluit [Wgs] 1. Wanneer u ondersteuning kunt krijgen, informeren wij u over de manier waarop de ondersteuning wordt gegeven. 2. Wanneer u geen ondersteuning kunt krijgen, sturen wij u een brief, waarin staat waarom er geen ondersteuning wordt gegeven.

33

Hoofdstuk 8 Afspraken tussen U en ons Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop wij met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop wij ons gedragen tijdens ons werk en wat wij van u verwachten. Wanneer u als inwoner rechten heeft, dan staan daar plichten tegenover. Houdt u daar onvoldoende rekening mee, dan kunnen wij de hulp in bepaalde gevallen wijzigen, beëindigen en/of terugvorderen. Hieronder staan de hoofdregels die daarvoor gelden. Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, gelden voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarden: 1. Wij zijn volwaardige gesprekspartners. 2. Wij zijn helder over wat u van ons mag verwachten. 3. Wij geven elkaar de informatie en medewerking die nodig is.

8.1

Hoe gaan we met elkaar om?

8.1.1 De rol van de gemeente [Jeugdwet, Wmo, PW, Wib, Bbz, IOAW, IOAZ, Wgs, Gw, Awb] 1. Wij zoeken samen met u naar een oplossing voor uw probleem. Wij gaan daarbij op een respectvolle manier met elkaar om. Wij zorgen ervoor dat: a. het duidelijk is wie er namens ons contact met u onderhoudt. Wij houden het aantal contactpersonen zo beperkt mogelijk; b. om een probleem te bespreken heeft u altijd recht op één gesprek met een medewerker. c. wij helpen u waar nodig om het probleem bij een andere organisatie te bespreken, wanneer het bieden van hulp bij dit probleem een taak is voor die organisatie; d. wij zorgen voor eenvoudige aanvraagformulieren. Het is voor u duidelijk waar die aanvraagformulieren verkrijgbaar zijn; e. wij informeren u over procedures die worden gevolgd. Wij zorgen ervoor dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn. 2. Wij maken binnen de wettelijke mogelijkheden gebruik van gegevens die al binnen de gemeente aanwezig zijn. Wij vragen alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van uw hulpvraag. 3. Wij tolereren geen onacceptabel gedrag zoals schelden, dreigen, schreeuwen, discriminerende en intimiderende taal. Wij reageren op professionele wijze op onacceptabel gedrag. Wij volgen hierbij ons geldend agressieprotocol.

8.1.2 De rol van U [Jeugdwet, Wmo, PW, Wib, Bbz, IOAW, IOAZ, Wgs, Gw, Awb] 1. U bent de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van uw probleem. Wij ondersteunen daarbij en vullen uw mogelijkheden aan wanneer dat nodig is. U zorgt voor het volgende: a. U gaat eerst na welke mogelijkheden u heeft om samen met uw netwerk het probleem op te lossen. b. U werkt mee aan de oplossing van uw probleem. c. U doet wat nodig is om onze hulp tot een minimum te beperken en zo kort mogelijk te laten duren. 2. U werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier het probleem zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: a. U informeert ons direct over alles wat van belang is voor het beoordelen van de hulpvraag, uw persoonlijke situatie en uw rechten en plichten. Dit geldt ook wanneer de hulp al is toegekend. b. U houdt zich aan termijnen die wij stellen om alle informatie aan te leveren. c. U brengt ons direct op de hoogte van veranderingen in uw situatie, wanneer die van belang kunnen zijn voor onze hulp. 3. Wij gaan op een respectvolle wijze met elkaar om. Dit betekent dat u zich houdt aan onze huisregels.

34

8.2 Afspraken en verplichtingen 8.2.1 Wanneer wordt de uitkering verlaagd? [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. Wij verlagen een uitkering wanneer dat volgens de regels van de wet en deze verordening past bij uw houding of het gedrag. 2. Wanneer wij besluiten om de uitkering te verlagen, houden wij altijd rekening met: a. de ernst van het gedrag dat tot het verlagen van de uitkering heeft geleid; b. de mate waarin u het gedrag verweten kan worden; en c. uw persoonlijke situatie. 3. Voordat een uitkering wordt verlaagd, geven wij u de kans om uw mening te geven. U kunt dat doen per e-mail, met een brief of in een gesprek.

8.2.2 Geen verlaging [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. Wij verlagen de uitkering niet wanneer: a. uw gedrag niet verwijtbaar is; b. er meer dan 1 jaar ligt tussen het gedrag en het moment waarop wij deze gedraging vaststellen; c. wij daarvoor dringende redenen zien. 2. Wanneer wij afzien van een verlaging vanwege dringende redenen, ontvangt u hiervan een brief.

8.2.3 Bekendmaking besluit verlaging [PW, IOAW, IOAZ, Awb] Wij sturen u een besluit wanneer de uitkering wordt verlaagd. In dit besluit staat in ieder geval: a. waarom de uitkering wordt verlaagd; b. hoe groot de verlaging is; c. wanneer de verlaging ingaat; d. hoe lang de verlaging duurt; en e. waarom wij afwijken van de hoofdregels, wanneer dat het geval is.

8.2.4 Ingangsdatum en periode verlaging [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. De verlaging gaat in op de eerste dag van de kalendermaand na de datum van het besluit. 2. Het is mogelijk dat de verlaging al in dezelfde maand of over eerdere maanden wordt toegepast. 3. Soms kunnen wij de uitkering niet of maar voor een deel verlagen omdat deze wordt beëindigd. Dan zullen wij het overgebleven deel van de verlaging alsnog opleggen wanneer u binnen zes maanden na de beëindiging opnieuw een uitkering gaat ontvangen.

8.2.5 Berekening verlaging [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. De uitkering wordt verlaagd met een percentage van de uitkeringsnorm. De uitkeringsnorm is de uitkering die u in uw situatie maximaal kunt krijgen. Ontvangt u bijstand, dan gaat het om de bijstandsnorm. Ontvangt u een IOAW- of IOAZ-uitkering, dan is het de grondslag uit de IOAW of IOAZ. Hieronder staat met welk percentage de uitkeringsnorm verlaagd wordt. 2. De verlaging wordt berekend over de uitkeringsnorm die geldt in de maand(en), waarin de verlaging wordt toegepast. 3. De verlaging kan ook berekend worden op de bijzondere bijstand wanneer; a. u deze ontvangt op basis van artikel 12 van de Participatiewet; of b. uw verwijtbare gedraging in relatie met het recht op bijzondere bijstand daartoe aanleiding geeft. 35

8.2.6 Niet nakomen wettelijke (geüniformeerde) arbeidsverplichtingen [PW, Awb] 1. Wij verlagen de bijstandsuitkering met een maand met 100% van de uitkeringsnorm, wanneer u een verplichting uit artikel 18, vierde lid, aanhef en onderdeel a, b, c, d, e, f, g en h van de Participatiewet niet nakomt. 2. De verlaging wordt in gelijke stukken verdeeld over de maand van oplegging en de twee daaropvolgende kalendermaanden, wanneer wij vinden dat er sprake is van bijzondere omstandigheden.

8.2.7A Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen Participatiewet (nietgeüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling) [PW, Awb] Gedragingen waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a, 55 en 56a van de Participatiewet niet of onvoldoende wordt nagekomen worden onderscheiden in de volgende categorieën: 1. eerste categorie: het niet of onvoldoende nakomen van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 17, tweede lid van de Participatiewet. 2. tweede categorie: a. het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet; b. het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of 55 van de Participatiewet, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet 3. derde categorie: het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet.

8.2.7B Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen IOAW en IOAZ (nietgeüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling) [IOAW, IOAZ, Awb] We onderscheiden de volgende categorieën gedragingen, waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 20, 37 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 20, 37 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet of onvoldoende wordt nagekomen: 1. Eerste categorie; Voor dit artikel is de eerste categorie niet van toepassing. 2. tweede categorie: a. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; b. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door ons aangeboden voorziening als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 36, eerste lid, en artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening; 3. derde categorie: a.

het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen;

36

b. gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren, waaronder het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; c. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening. d. het door eigen toedoen verliezen van algemeen geaccepteerde arbeid waarbij aan deze beëindiging van de dienstbetrekking een dringende reden zoals bedoeld in artikel 678 van boek 7 van het burgerlijk wetboek ten grondslag ligt en dit u verweten kan worden of de dienstbetrekking is beëindigd op uw eigen verzoek tenzij voortzetting van deze dienstbetrekking redelijkerwijs niet van u kan worden gevergd.

8.2.8 Hoogte en duur verlaging [PW, IOAW, IOAZ Awb] 1. Wij verlagen de uitkering bij de gedragingen als bedoeld in artikel 8.2.7A en 8.2.7.B, met: a. 10% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie; b. 50% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie; c. 100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie. 2. In afwijking van het eerste lid kunnen wij bij gedragingen van de eerste of tweede categorie een waarschuwing opleggen.

8.2.9 Te weinig besef van verantwoordelijkheid [PW, Awb] 1. Wij verlagen uw uitkering wegens te weinig besef van verantwoordelijkheid. De verlaging stemmen we af op de hoogte van het benadelingsbedrag. 2. De verlaging wordt vastgesteld op: a. 10% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00; b. 20% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,00 tot c. € 2.000,00; d. 40% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000,00 tot e. € 4.0000,00; f. 40% van de uitkeringsnorm gedurende twee maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000,00 tot € 8.000,00; g. 40% van de uitkeringsnorm gedurende vier maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 8.0000,00 tot € 10.000,00; h. 40% van de uitkeringsnorm gedurende zes maanden bij een benadelingsbedrag van € 10.000,00 of hoger.

8.2.10 Zeer ernstige misdragingen [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. Wij verlagen uw uitkering wanneer u zich zeer ernstig misdraagt gedraagt tegenover personen en instanties die de Participatiewet, de IOAW- of IOAZ uitvoeren. a. De uitkering wordt gedurende één maand verlaagd met 100% van de uitkeringsnorm bij het gebruik van fysiek geweld tegen personen en bij mondelinge en schriftelijke bedreigingen tegen personen.

37

b. De uitkering wordt gedurende één maand verlaagd met 50% van de uitkeringsnorm bij het gebruik van fysiek geweld tegen materiële zaken.

8.2.11 Niet nakomen van andere verplichtingen [PW, Awb] Wanneer u een door ons opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, wordt de bijstandsuitkering verlaagd. De verlaging wordt vastgesteld op: a. 20 % van de uitkeringsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot arbeidsinschakeling of verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand; b. 40 % van de uitkeringsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot vermindering van de bijstand; c. 100 % van de uitkeringsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot beëindiging van de bijstand.

8.2.12 Niet meewerken aan inburgering [Pw, Wib] 1. Wanneer u als inburgeringsplichtige een bijstandsuitkering ontvangt en u niet houdt aan verplichtingen en afspraken uit het Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP), waarin de nadruk ligt op het bevorderen van participatie en het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt, vindt bij voorkeur verlaging van de bijstandsuitkering plaats op grond van artikel 18 Participatiewet en hoofdstuk 8 paragraaf 2 van deze verordening. Het gaat hierbij om verplichtingen en afspraken anders dan in het aanbod in de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). Wij leggen voor dezelfde gedraging dan geen bestuurlijke boete op grond van de Wet inburgering 2021 op. 2. Wanneer u als inburgeringsplichtige een bijstandsuitkering ontvangt en u niet houdt aan verplichtingen en afspraken in het PIP, waarin de nadruk ligt op het vergroten van de taalbeheersing en aan overige afspraken en verplichtingen in het PIP, leggen wij bij voorkeur een boete op grond van de Wet inburgering 2021 op. Wij verlagen in dat geval voor dezelfde gedraging de bijstandsuitkering niet. 3.

Bij de keuze tussen i) handhaving op grond van de Participatiewet door een verlaging van de bijstandsuitkering en ii) handhaving op grond van de Wet inburgering 2021 via een boete wegen wij ook af welke wijze van handhaving, rekening houdend met de gevolgen hiervan voor u als inburgeringsplichtige, naar ons oordeel het best bijdraagt aan het beoogde effect, te weten het succesvol voltooien van het inburgeringstraject. 4. In de brief (beschikking) aan u vermelden wij of er een boete op grond van de Wet inburgering 2021 wordt opgelegd of dat de bijstandsuitkering wordt verlaagd op grond van de Participatiewet. 5. Wanneer u als inburgeringsplichtige een boete op grond van de Wet inburgering 2021 wordt opgelegd in de periode dat wij verantwoordelijk zijn voor het financieel ontzorgen op grond van artikel 56a Participatiewet, dan kunnen wij de boete met de bijstandsuitkering verrekenen. Wij houden hierbij rekening met een fictieve draagkracht van 5 procent van de bijstandsnorm die van toepassing is, inclusief vakantietoeslag.”

8.2.13 Samenloop van gedragingen [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. Gedrag waardoor u meerdere verplichtingen uit dit hoofdstuk niet nakomt, leidt tot één verlaging. De grootste verlaging die van toepassing is voor het gedrag geldt dan, en ook de duur die bij die verlaging hoort. 2. Wanneer sprake is van meerdere gedragingen die ertoe leiden dat één of meer verplichtingen niet worden nagekomen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig of - wanneer dat niet mogelijk is - na elkaar opgelegd. 3. Wanneer u één verplichting uit dit hoofdstuk niet nakomt, wordt geen verlaging opgelegd als voor die schending een bestuurlijke boete wordt opgelegd.

38

4. Wanneer sprake is van meerdere gedragingen die ertoe leiden dat één of meer verplichtingen niet worden nagekomen, waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende niet verantwoord is.

8.2.14 Herhaling (recidive) [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. De duur van de verlaging wordt verdubbeld wanneer de uitkering binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee de verlaging is opgelegd, opnieuw wordt verlaagd. De duur wordt ook verdubbeld wanneer wij de eerdere verlaging vanwege dringende redenen hebben vastgesteld op € 0,-. 2. Een herhaalde verlaging op grond van artikel 8.2.6 kan maximaal drie maanden duren.

8.3 Terugvorderen uitkering 8.3.1 Terugvordering en incasso [PW, IOAW, IOAZ, Bbz] 1. Wij vorderen gemeentelijke uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven en doen dat volgens de regels van de wet. Wij vorderen niet terug wanneer terugvordering voor u onaanvaardbare gevolgen heeft. 2. Bij een klein bedrag (€ 50,-) kunnen wij besluiten dit niet terug te vorderen, wanneer dit ons te veel geld kost. 3. Bij de incasso zorgen wij ervoor dat u een inkomen blijft houden dat past bij uw persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval gelijk aan de beslagvrije voet. 4. In beleidsregels wordt uitgewerkt hoe wij inhoud geven aan onze bevoegdheid om gemeentelijke uitkeringen terug te vorderen.8.4 Beëindigen en terugvorderen van voorziening

8.4. Beëindiging voorziening [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs, Gw] 1. Wij kunnen een toegekende voorziening geheel of gedeeltelijk beëindigen wanneer dat in de wet of deze verordening is aangegeven worden beëindigd, vanaf het moment dat: a. de voorziening niet langer passend of nodig is; b. u zich niet houdt aan de voorwaarden en verplichtingen die aan de vorm van de ondersteuning zijn verbonden de voorziening is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van u; c. wij niet langer kunnen beoordelen of u in aanmerking komt voor ondersteuning, omdat u onvoldoende of onjuiste informatie geeft, u onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de die ondersteuning; d. de ondersteuning is verstrekt op basis van onjuiste of onvolledige gegevens. e. de ondersteuning voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld is; f. u niet binnen de vastgestelde termijn van 9 maanden gebruik hebt gemaakt van de toegekende ondersteuning, tenzij u dat niet te verwijten is. g. ons beleid is gewijzigd en u daarom niet meer in aanmerking komt voor ondersteuning. Wij houden dan wel rekening met een redelijke overgangsperiode. 2. De ondersteuning kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken). De ondersteuning kan ook gedeeltelijk worden ingetrokken (herzien). In dat geval blijft de ondersteuning vanaf een bepaalde datum voor een deel in stand.

8.4.1 Terugvordering voorziening [Wmo, Jeugdwet, PW, Bbz, IOAW, IOAZ, Burgerlijk Wetboek, Gw] Wij kunnen de voorziening of de waarde daarvan van u terugvorderen. Dat kan vanaf het moment waarop voldaan aan één of meer van de intrekkingsgronden genoemd in artikel 8.4.1. 39

8.5 Hoe controleren wij of de ondersteuning nog zinvol is? 8.5.1 Controle op ontwikkelingen [Jeugdwet, Wib, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz] 1. Wij controleren regelmatig of u recht hebt op ondersteuning en of u de juiste ondersteuning hebt aangevraagd of ontvangt. Wij vinden het belangrijk dat de ondersteuning nog zinvol en dus: a. u de ondersteuning nog nodig heeft, b. de doelen van de ondersteuning nog worden bereikt, en of c. de ondersteuning op de juiste manier wordt gegeven. 2. Wij kunnen dit op de volgende manieren controleren: a. huisbezoeken: onze medewerkers gaan bij u langs en kijken in en om de woning. Wij kunnen een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet. b. heimelijke waarnemingen: onze medewerkers verzamelen gegevens over u zonder dat u hierover vooraf bent geïnformeerd. c. buurtonderzoek: wij ondervragen uw buren. d. bestandsvergelijkingen: wij vergelijken uw gegevens met de gegevens die bekend zijn over u bij andere organisaties, zoals bij UWV, de Belastingdienst en andere gemeenten; e. signalen en tips van organisaties of particulieren; f. andere passende onderzoeksmethoden. 3. Bij het toepassen van deze controlemiddelen kijken wij wat passend, proportioneel en noodzakelijk is in de situatie. 4. Bij de controle van ondersteuning zorgen wij ervoor dat de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten worden nageleefd. 5.

Bij beëindiging van de ondersteuning op uw verzoek, onderzoeken wij wat de reden is van de beëindiging. Wij gaan ook na of de ondersteuning tot de einddatum terecht is verstrekt.

8.5.2 Voorkomen van fraude [Jeugdwet, Wmo, Wib; PW, IOAW, IOAZ, Bbz ] Wij streven ernaar om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeren wij u op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van onze ondersteuning.

8.5.3 Beleidsplan handhaving en beleidsverslag [Jeugdwet, Wmo, Wib, PW, IOAW, IOAZ, Bbz ] 1. De gemeenteraad stelt één keer per vier jaar een beleidsplan vast hoe wij fraudebestrijding aanpakken en ervoor zorgen dat u zich zo goed mogelijk aan de regels houdt. 2. In het beleidsplan, bedoeld in het eerste lid, staat in ieder geval: a. wat wij precies met fraudepreventie bedoelen; b. wanneer en hoe wij u informeren over rechten en plichten (voorlichting); c. welke onderzoeksmethoden wanneer kunnen worden ingezet; en d. hoe wij samenwerken met andere organisaties om fraude tegen te gaan. 3. Wij stellen na afloop van de periode waarvoor het beleidsplan handhaving is bedoeld, een beleidsverslag vast. Daarin beschrijven wij of de gestelde doelen voor dat jaar zijn behaald en de redenen waarom dat wel of niet is gebeurd.

8.5.4 Toezichthouders [Jeugdwet, Wmo, Wib; PW, Bbz, IOAW, IOAZ, Awb] 1. Wij kunnen één of meer ambtenaren aanwijzen die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten en de bijbehorende regels worden nageleefd. Voor Wmo- hulp geldt dat wij verplicht zijn toezichthouders aan te wijzen. 2. Toezicht en handhaving gericht op rechtmatigheid wordt verricht door de gemeentelijke Sociale Recherche. Wij treffen ertoe hiertoe een nadere regeling. 40

Hoofdstuk 9. Inspraak en inwonerparticipatie Het beleid dat wij maken en uitvoeren is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kunnen ons beleid wanneer dat nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. Ook is geregeld dat er een adviesraad is die ons kan adviseren over beleid. Ten slotte is hier ook geregeld op welke manier inwoners met leveranciers, zoals zorgaanbieders, kunnen overleggen over diensten en producten die bedoeld zijn voor inwoners met een beperking of een psychosociaal probleem. Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, geldt voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarde: 1. De gemeente en de inwoner zijn volwaardige gesprekspartners.

9.1 Inspraak van inwoners [Jeugdwet, Wmo, PW, Wib, Bbz, IOAW, IOAZ, Gw] 1. Wij kiezen ervoor om u inspraak te geven in de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. 2. U kunt inspraak hebben bij: a. plannen voor beleid en regels (verordeningen); b. de manier waarop de wij beleid en regels uitvoeren; c. de manier waarop onze medewerkers omgaan met u (bejegening); d. de manier waarop aanbieders van hulp hun taken uitvoeren. 3. Inspraak houdt ook in het doen van voorstellen voor ander beleid, andere regels of een andere uitvoering. 4. Wij kunnen u op verschillende manieren inspraak geven: a. via de Adviesraad Sociaal Domein gemeente Eijsden-Margraten; b. door inwoners en belangenorganisaties te raadplegen; 5. Wij zetten ons ervoor in dat, wanneer u een klacht of bezwaar heeft ingediend u zich gehoord voelt.

9.2 Adviesraad Sociaal Domein [Jeugdwet, Wmo, PW, Wib, Bbz, IOAW, IOAZ, Gw] Wij zetten ons ervoor in dat er een Adviesraad Sociaal Domein is. De Adviesraad heeft als taak om het college gevraagd of ongevraagd te adviseren over de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van het gemeentelijk beleid binnen het sociaal domein. De werkzaamheden en de samenstelling van de Adviesraad kunnen in een afzonderlijke regeling worden vastgesteld.

9.2.1 Inspraak bij aanbieders [Jeugdwet, Wmo, PW, Wib, IOAW, IOAZ, Gw] 1. Aanbieders zijn verplicht om inwoners die gebruik maken van hun diensten of producten, inspraak te geven over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn en daarover regels vast te stellen. Aanbieders zorgen ervoor dat deze regels onder de aandacht komen bij de gebruikers. 2. Wij zien erop toe dat de aanbieder de regels over inspraak naleeft. Wij overleggen regelmatig met deze aanbieders over de dienstverlening en laten de klanttevredenheid onderzoeken.

41

Hoofdstuk 10. Kritiek op de uitvoering Wanneer u niet tevreden bent, vinden wij dit een belangrijk signaal. Wij zetten ons er dan voor in om de kritiek met u te bespreken en na te gaan of er een passende oplossing is. Wanneer dat niet lukt, bestaat de mogelijkheid om een klacht in te dienen of bezwaar te maken. In dit hoofdstuk staan enkele regels over de mogelijkheid om een klacht in te dienen of bezwaar te maken. Dit hoofdstuk sluit aan bij de visie op klachtbehandeling van de Nationale ombudsman. Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, gelden voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarden: 1. 2. 3. 4.

wij wijzen u op uw rechten. wij handelen professioneel en nemen uw kritiek serieus. wij ondersteunen u om op een toegankelijke manier uw mening te geven. de klachten- en bezwaarprocedure is eenvoudig en helder.

10.1 Doelen klacht- en bezwaarprocedure [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Gw] 1. Wij zien een klacht als een mogelijkheid om de dienstverlening te verbeteren en eventuele vertrouwensbreuk te herstellen. Bij een bezwaar kijken wij nogmaals of het juiste besluit is genomen. 2. U krijgt de gelegenheid om de klacht of bezwaar mondeling toe te lichten. 3. Wij zorgen ervoor dat klachten en bezwaren zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen de wettelijke termijnen, worden afgehandeld. 4. Wij zetten ons ervoor in dat u, wanner u een klacht of bezwaar heeft ingediend, zich gehoord voelt.

10.2 Klachtenprocedure (Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Gw) 1. U kunt een klacht indienen over het gedrag van bestuursorganen en/ of onze medewerkers bij de uitvoering van hun taak. Uw klacht kan gaan over: a. Het gedrag van onze medewerkers en de wijze waarop zij u bejegenen. b. De manier waarop wij meldingen en aanvragen hebben afgehandeld. c. De manier waarop wij onze voorzieningen en diensten hebben uitgevoerd. d. Het schenden van gedragsregels. 2. Wij behandelen uw klacht volgens de Algemene wet bestuursrecht en onze klachtenregeling. Ook zijn wij aangesloten bij de Nationale Ombudsman.

10.3 Klachten over andere personen of organisaties [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Gw, ) 1. Wanneer u een klacht heeft over het gedrag van een medewerker van een organisatie die namens ons hulp verleent, kunt u een klacht indienen bij die organisatie. De organisatie moet een klachtenregeling hebben en deze met ons hebben gedeeld. 2. Wanneer u niet tevreden bent over de manier waarop de klacht door de gecontracteerde persoon of organisatie is afgehandeld, verwijst de aanbieder u door naar ons. U kunt dan bij ons een klacht indienen. 3. Als u geraakt wordt door calamiteiten, geweld of ander strafbaar gedrag van personen of van een organisatie die, die hulp verlenen op grond van een besluit van ons, kunt u dit bij ons melden. Wij bepalen hoe die melding wordt behandeld.

10.4 Bezwaar [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Gw. Awb) 1. Wanneer wij een besluit nemen, informeren wij u in het besluit over de manier waarop u bezwaar kunt maken tegen dat besluit. 2. Wanneer u het niet eens bent met een besluit kunt u daartegen bezwaar maken volgens de regels die zijn beschreven in de Algemene wet bestuursrecht. 3. Nadat wij een bezwaarschrift hebben ontvangen, neemt een medewerker telefonisch contact op met u om het bezwaar te bespreken. De medewerker geeft uitleg over het besluit en informeert naar argumenten, feiten en omstandigheden die van belang zijn voor de beoordeling van het bezwaar. Dit 42

gesprek is gericht op verbetering van onze besluitvorming en kan leiden tot een heroverweging van het besluit.

43

Hoofdstuk 11. Kwaliteit, inkoop en aanbesteding De diensten en producten die wij en aanbieders leveren, horen van goede kwaliteit te zijn. Diensten moeten aansluiten bij uw behoeften. Producten moeten veilig, degelijk en goed bruikbaar zijn voor u. Voor ons gelden een aantal regels bij de inkoop van diensten en producten. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van diensten en producten. Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, gelden voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarden: 1. Onze diensten en producten zijn kwalitatief goed en passend. 2. Onze diensten en producten zijn niet duurder dan nodig is. 3. Onze diensten en producten van de zijn gericht op versterking van eigen kracht en zelfredzaamheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=8c1710a6-4b47-4844-8552-dd11fd3132b5