CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20250218 07b Bijlage Integrale verordening NW

* Raadsvergaderingen 18 februari 2025, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Integrale Verordening Sociaal Domein24.003 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

11.1 Kwaliteit (Wmo, Jeugdwet, PW, Wib, Gw) 1. Alle diensten en producten die wij in het kader van deze verordening aanbieden moeten van goede kwaliteit zijn, zodat het gewenste effect voor u wordt bereikt. 2. Wij zorgen voor een goede prijs-kwaliteitverhouding door: a. een vaste prijs te bepalen. Die prijs geldt dan voor inschrijving op een aanbesteding en voor een daaropvolgende overeenkomst met een aanbieder; of b. een reële prijs vast te stellen. 3. Wij houden voor een goede prijs-kwaliteitverhouding bij het vaststellen van de tarieven voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken; b. de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg. 4. Wij houden in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven voor door derden te leveren vrij toegankelijke hulp in het kader van jeugdhulp, in ieder geval rekening met: a. de marktprijs van de voorziening; en b.

de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de aanbieder worden gevraagd, zoals verplichte deelname aan samenwerkingsverbanden, zoals het sociale team. 5. De diensten en producten: a. passen bij uw behoefte; b. zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor u; c. voldoen aan normen en eisen die door de beroepsgroep of in het vakgebied algemeen zijn aanvaard; en d. worden afgestemd op andere diensten of producten die aan u worden geleverd. 6. Naast de genoemde kwaliteitseisen, kunnen wij aanvullende kwaliteitseisen en andere voorschriften vaststellen. Wij controleren of deze eisen door aanbieders worden nageleefd.

11.2. Veiligheid en rechtmatigheid 11.2 Inkoop en aanbesteding (Wmo, Jeugdwet, Pw, Wib, Gw) 1. Bij inkoop en aanbesteding toetsen wij of aanbieders rekening houden met de voorwaarden uit artikel 9.1, het vijfde lid. 2. Wij houden bij het vaststellen van prijzen rekening met: a. de soort dienst of product; 44

b. het salaris en andere arbeidsvoorwaarden van werknemers; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. andere personeelskosten die niet direct met de dienstverlening te maken hebben, zoals kosten voor werkoverleg, bijscholing, ziekte en verlof van werknemers; e. eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van een dienst, waaronder de kwaliteit van de beroepskracht; f. reis- en opleidingskosten van werknemers; g. het jaarlijks aanpassen van de reële prijs in verband met wijziging van de kosten; h. andere kosten die het gevolg zijn van verplichtingen voor aanbieders, zoals rapportage- en administratieve verplichtingen.

45

Hoofdstuk 12 Van oud naar nieuw In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. Hier wordt geregeld welke verordeningen vervangen worden door deze verordening en wanneer deze verordening ingaat. Hier is ook opgenomen dat wij bepalingen uit deze verordening kunnen uitwerken of verder invullen, dat met regelmaat beoordeeld wordt of de verordening nog goed werkt, wat de officiële naam is van deze verordening en dat wij van deze verordening kunnen afwijken wanneer dit echt nodig is. Kernwaarden: 1. Wij handelen professioneel en nemen u serieus. 2. Wij werken efficiënt en doelgericht. 3. Wij stemmen de ondersteuning op uw situatie en behoefte af.

12.1 Onderzoek naar de werking van de verordening [Gw] 1. Wij onderzoeken met een zekere regelmaat of de verordening voldoende bijdraagt aan de doelen die wij willen bereiken. 2. De gemeenteraad bespreekt een verslag van dit onderzoek en past de verordening aan wanneer dat nodig is.

12.2 Uitvoeringsregels [Gw] Wij kunnen uitvoeringsregels maken over de onderwerpen die in deze verordening zijn geregeld. Deze uitvoeringsregels kunnen de vorm hebben van beleidsregels of van een (nadere) regeling. Beleidsregels geven aan hoe wij met een bepaalde bevoegdheid omgaan. Met een (nadere) regeling worden bepaalde regels van de verordening verder uitgewerkt. De mogelijkheid om deze uitvoeringsregels te maken wordt begrensd door de wet.

12.3 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule) [Gw] Wij kunnen afwijken van een bepaling uit deze verordening wanneer toepassing van die bepaling een onredelijke uitkomst heeft voor u of voor een ander die direct bij het besluit betrokken is. Een uitkomst is in ieder geval onredelijk wanneer de doelen van de in 1.1 genoemde wetten of de doelen van deze verordening door het toepassen van de regels juist niet worden gehaald.

12.4 Overgangsrecht [Gw] 1. Een maandelijkse voorziening of uitkering die op grond van een ingetrokken of buiten werking gestelde verordening wordt verstrekt, blijft ook na de ingangsdatum van deze verordening doorlopen. Deze voorziening of uitkering loopt door totdat wij een nieuw besluit over die voorziening of uitkering hebben genomen. 2. Een aanvraag die u heeft ingediend vóór de ingangsdatum van deze verordening en waarover wij pas later een besluit nemen, handelen wij af volgens deze verordening. Voor een aanvraag op grond van de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ die is ingediend vóór de ingangsdatum geldt juist dat wij deze afhandelen volgens de buiten werking gestelde verordening. Maar wanneer een besluit volgens de nieuwe verordening gunstiger uitpakt voor u, passen wij deze verordening toe. 3. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van een ingetrokken of buiten werking gestelde verordening, passen wij die ingetrokken of buiten werking gestelde verordening toe. 4. Beleidsregels en nadere regels die hun grondslag vinden in één of meer van de genoemde ingetrokken of buiten werking gestelde verordeningen of in besluiten bij of krachtens deze verordeningen, en die onherroepelijk waren op het moment van inwerkingtreding van deze Verordening, worden aangemerkt als beleidsregels die hun grondslag vinden in deze Verordening.

46

12.6 Ingangsdatum, citeertitel en intrekken of buitenwerking stellen oude verordeningen 1. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening sociaal domein gemeente Eijsden- Margraten 2025. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De volgende verordeningen worden ingetrokken: • Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2019, versie 2022; 4. De volgende verordeningen worden buiten werking gesteld: • Verordening re-integratie Participatiewet Maastricht- Heuvelland 2023; • Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ Maastricht- Heuvelland 2016; • Verordening Wet inburgering gemeente Maastricht. • Verordening Jeugdhulp versie 2019 Maastricht Heuvelland Eijsden Margraten; • Verordening cliëntenparticipatie participatiewet 2015 • Verordening cliëntenparticipatie participatiewet Maastricht heuvelland 2017 e.v. • Verordening handhaving participatiewet IOAW en IOAZ Maastricht Heuvelland 2015.

47

Hoofdstuk 13 Begrippenlijst In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst? Soms worden bepaalde begrippen in meerdere wetten gebruikt en hebben ze in die wetten een verschillende betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is. Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat zoveel mogelijk is aangesloten bij het normale, dagelijkse taalgebruik. Ook staan er voor de duidelijkheid enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar hier in andere woorden zijn omschreven. Ten slotte worden in deze verordening ook begrippen gebruikt die niet zijn terug te vinden in de wetten. Ook die zijn hier omschreven. Omnibuzz-vervoer: vervoer met een besloten (school)bus, taxi, treintaxi of bustaxi Algemene voorziening: een voorziening waarop u een beroep kan doen, anders dan maatwerkvoorziening. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor u.

Dat kan een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening, of voorzieningen als alimentatie en toeslagen. Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die: a. b. c. d. e.

niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking; die gewoon verkrijgbaar is; niet veel duurder is dan vergelijkbare producten; een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en of participatie; waarover iedereen in dezelfde omstandigheden ook zou kunnen beschikken, en financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimum niveau.

AOW-leeftijd: leeftijd waarop de AOW ingaat. Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan. Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling of het leveren van een tegenprestatie, als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet, artikel 37 IOAW en artikel 37 IOAZ. Benadelingsbedrag: Het bedrag dat belanghebbende over een bepaalde periode ten onrechte of te veel aan uitkering heeft ontvangen. Beperking: de vermindering van mogelijkheden als gevolg van een lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke, psychische of psychosociale handicap die het functioneren op sociaal of maatschappelijk gebied belemmert. Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van uw woon- en leefsituatie en van uw leeftijd. Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. CAK: Centraal Administratie Kantoor.

48

Cliëntondersteuner: hulp aan u door een onafhankelijke professional in de vorm van informatie, advies en algemene ondersteuning. De hulp aan u is gericht op het benutten van diensten die door gemeenten en andere organisaties worden geleverd op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen (artikel 1.1.1 van de Wmo). Collectief (taxi)vervoer: vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd). Duurzaam: voor lange tijd en het maximale voor u bereiken. Duurzaam werk: dat een uitkeringsgerechtigde gedurende een periode van ten minste een halfjaar onafgebroken aan het werk is. Eigen kracht: Wij ondersteunen waar nodig en gaan ervan uit dat u eerst zelf oplossingen vindt voor problemen, bijvoorbeeld met ondersteuning van uw familie, vrienden en bekenden (sociaal netwerk) of door gebruik te maken van algemene voorzieningen, dat zijn algemeen gebruikelijke en algemeen toegankelijke voorzieningen. Eigen vervoermiddel: een vervoermiddel dat u zelf bezit of dat hij mag gebruiken. Daaronder valt ook een vervoermiddel dat de gebruiker ter beschikking staat, zoals een deel-, leen-of lease-auto. Effect: het resultaat of het doel. Financiële buffer: vermogen.

Een goede financiële buffer is een vermogen op of boven de vermogensgrens bedoeld in artikel 34, lid 3 van de Participatiewet. (Forfaitaire) loonkostensubsidie: Loonkostensubsidie compenseert het verschil tussen de arbeidsproductiviteit van een werknemer (loonwaarde) en het wettelijk minimumloon. Dat laatste gaat namelijk uit van 100% arbeidsproductiviteit. Kan een werknemer met een arbeidshandicap niet alle taken uitvoeren die bij zijn of haar functie horen? Dan kan een werknemer dankzij de loonkostensubsidie toch deze Fraude: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt. Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet wordt met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld. Gemeente: de gemeente Eijsden-Margraten. Gesprek: gesprek waarin de u uw hulpvraag, uw persoonlijke situatie en het effect dat u wil bereiken bespreekt.

Gezin: de gehuwden met de tot hun last komende kinderen dan wel de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kinderen; Geldig identiteitsbewijs: een document waarmee de u zich kan identificeren. Dit kan per voorziening verschillen. Gesprek: gesprek waarin u uw hulpvraag, uw persoonlijke situatie en het effect dat u wil bereiken bespreekt.

49

Goede kwaliteit van leven. Dit betekent dat: • U passend kunt wonen in de vertrouwde omgeving met het eigen netwerk; • U ondersteund kunt worden; • U gehoord en begrepen wordt met uw hulpvraag; • U kunt doen wat u fijn vindt en wat u leven betekenis geeft; • U tijdig wordt geholpen wanneer de situatie thuis achteruitgaat of onveilig wordt; • Uw kinderen veilig en gezond kunnen opgroeien; • U en uw kinderen gelijke kansen hebben om zich te ontwikkelen en deel te nemen aan de samenleving; • U een gezonde financiële huishouding kunt voeren. Goedkoopst en passend: goedkoopst adequaat, als bedoeld in de Wmo. Hulp: zie Ondersteuning Inburgering: Mensen die voor lange tijd met een verblijfsvergunning in Nederland komen wonen, moeten Nederlands leren en weten hoe de samenleving in elkaar zit. Inburgeringsplichtige: de inwoner die volgens artikel 3 van de Wet inburgering 2021 inburgeringsplichtig is. Inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Participatiewet. Inspraak: inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet. Met inspraak wordt in hoofdstuk 9 van deze verordening ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen. Integraal: Wij helpen om uw hulpvraag goed in beeld te brengen. Wij benaderen de hulpvraag vanuit een brede aanpak, waarbij wij aandacht hebben voor mogelijke (achterliggende) hulpvragen op meerdere leefgebieden.

Wij gaan uit van eigen regie: wij vullen de mogelijke hulpvraag niet voor u in. Het initiatief voor de hulpvraag ligt bij u. Interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek. Inwoner: De persoon die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3 Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft. Gaat het om Wmo-hulp, dan betreft het de ingezetene van de gemeente als bedoeld in artikel 1.2.1 van de Wmo en de ingezetene van Nederland die zich bij de gemeente meldt voor maatschappelijke opvang. Gaat het om schuldhulpverlening, dan betreft het degene die in de basisregistratie personen van de gemeente als ingezetene is ingeschreven. Voor de toepassing van de hoofdstukken 8 en 10 wordt onder inwoner ook verstaan: de persoon die ondersteuning van de gemeente heeft gehad maar zijn woonplaats daar niet meer heeft. Onder rechtmatig verblijf wordt verstaan: verblijf dat geen wettelijke belemmering oplevert voor ondersteuning door de gemeente. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jobcoach: door een erkende deskundige geboden ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk. Jongere: de inwoner in de leeftijd tot 27 jaar.

50

Jongerenwerk: basisaanbod van sociaal-culturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tiener- en jongerenwerk, sportbuurtwerk en jongereninformatie. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die stimulering van de ontwikkeling of het voorkomen van problemen bij jongeren tot doel hebben. Kalenderjaar: een kalenderjaar vangt aan op 1 januari om 0:00:00 uur en eindigt op 31 december om 23:59:59 uur. Kind: een ten laste komend kind als bedoeld in de Participatiewet. Kindpakket: een pakket van voorzieningen in natura, dat wij voor gezinnen met een laag inkomen beschikbaar stellen. Het doel van het pakket is te voorkomen dat kinderen die opgroeien in armoede niet mee kunnen doen aan sportieve, culturele, educatieve, sociale activiteiten en activiteiten van school. Kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering volgens artikel 22a van de Participatiewet. Naarmate meer inwoners in een huis wonen, ontvangt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering omdat meer inwoners de kosten kunnen delen. Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen. Leverancier: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert tegen betaling. Loonwaardemeting: Met de loonwaarde wordt aangegeven hoeveel loon de werkgever moet betalen.

Vaak zal bij de meting blijken dat de werknemer door een lagere arbeidsproductiviteit niet in staat is om het volledige minimumloon te verdienen. Dan kan de werkgever een tegemoetkoming in de loonkosten krijgen. Mantelzorg: Mantelzorg is onbetaalde en vaak langdurige zorg voor zieke familieleden of vrienden. Dit kan verzorging zijn of hulp bij dagelijkse activiteiten. De mantelzorger en de cliënt hoeven niet per se in één huis te wonen. Meedoenbudget is een geldbedrag voor inwoners met een laag inkomen. Het doel van het pakket is om te voorkomen dat inwoners met een laag inkomen niet mee kunnen doen aan sportieve, culturele, educatieve en sociale activiteiten en hierdoor in een sociaal isolement geraken. Natura: ondersteuning in natura wil zeggen dat wij de ondersteuning voor u regelen. Wij geven opdracht aan de leverancier, waarna deze het product of de dienst bij u aflevert c.q. uitvoert. Nederlander: hieronder verstaan wij ook een hier te lande woonachtige vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf houdt. Omgekeerde Toets: een uitvoeringsmethodiek die recht doet aan de doelstellingen van wetten in het Sociaal Domein en uitgaat van een integrale aanpak bij de uitvoering van de wetten. Ouders: ouders, voogden of verzorgers van een jongere. Ook pleegouders vallen onder dit begrip.

Ondersteuning: ondersteuning bij de arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, artikel 36 van de IOAW en artikel 36 van de IOAZ, bijstand als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, een uitkering als bedoeld in artikel 5 van de IOAW en een uitkering als bedoeld in artikel 5 van de IOAZ, ondersteuning als bedoeld in artikel 2 lid 1 en artikel 2 lid 2 van het BBZ 2004, maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo, jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de Wgs, of een vervoersvoorzienig als bedoeld in hoofdstuk 3 (vervoer naar school).

51

Ondersteuning-op-maat of maatwerkvoorziening: een op u afgestemde voorziening. • • • • • •

Wanneer het gaat om een voorziening in het kader van de Wmo: een maatwerkvoorziening. Wanneer het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet: een voorziening bij de arbeidsinschakeling, bijstand in de kosten van levensonderhoud of bijzondere bijstand. Wanneer het gaat om een voorziening in het kader van de IOAW en IOAZ: ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of een uitkering. Wanneer het gaat om ondersteuning in het kader van het Bbz 2004: bijstand in de kosten van levensonderhoud en bijstand ter voorziening in de behoefte van bedrijfskapitaal. Wanneer het gaat om schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: op u afgestemde hulp bij het aflossen van schulden. Wanneer het gaat om een voorziening in het kader van de Jeugdwet: een voorziening die op een jeugdige of zijn ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet.

Ondersteuningsplan: een plan van aanpak dat de wij opstellen, waarin de knelpunten staan die de u in het maatschappelijk leven ervaart, waarin de gewenste hulp wordt geïnventariseerd en wij mogelijke oplossingen aandragen. Ondersteuningsvraag: de behoefte aan ondersteuning die u bij de melding heeft. Openbaar vervoer: voor eenieder openstaand personenvervoer per bus, trein, metro, tram, veerdienst of een andere vorm van openbaar vervoer, zoals bijvoorbeeld de regiotaxi. Ouders: ouders, voogden of verzorgers van de jeugdige. Passend: op maat, doelmatig en doel- en resultaatgericht. Passend werk: werk dat past bij wat u kunt en weet. Peildatum: de datum die wordt gebruikt om te bepalen of u voldoet aan voorwaarden van een bepaalde regeling. Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken u die van belang zijn, inclusief de behoefte van u en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging. Pgb: persoonsgebonden budget, een geldbedrag waarmee iemand zelf hulp(middelen) in kan kopen. Pgb-plan: een plan van aanpak dat de u opstelt over de hulp die u nodig heeft en die u met het pgb wil inkopen. In het plan geeft u onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd worden.

PIP: het Plan Inburgering en Participatie, bedoeld in artikel 15 van de Wet inburgering 2021. Positieve gezondheid: een werkwijze die niet de ziekte, maar een betekenisvol leven van mensen centraal stelt. De nadruk ligt op de veerkracht, eigen regie en het aanpassingsvermogen van de mens en niet op de beperkingen of ziekte. Praktijkroute: dit is een extra toegangsroute om inwoners met een arbeidsbeperking in het doelgroepregister van de banenafspraak op te nemen. Via deze route wordt op de werkplek vastgesteld of iemand vanwege zijn beperkingen zelf in staat is om het wettelijk minimumloon (WML) te verdienen. Lukt dat niet, dan wordt diegene opgenomen in het doelgroepregister en is een beoordeling door het UWV niet meer nodig.

52

Preferent proces loonkostensubsidie: een landelijk werkproces voor loonkostensubsidie dat het voor werkgevers makkelijker maakt om mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen. Professionele hulpverlener: persoon die beroepsmatig hulp verleent en voldoet aan de eisen die daaraan zijn gesteld. Samenwonenden: inwoners die een gemeenschappelijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet. Sociaal isolement: een situatie waarin een persoon of een kleine groep personen afgezonderd leeft van anderen. Sociaal netwerk: huisgenoten of andere personen met wie u een sociale relatie onderhoudt (inclusief mantelzorgers). SVB: Sociale verzekeringsbank. Te weinig besef van verantwoordelijkheid: Volgens de wet bent u zelf verantwoordelijk voor de kosten van uw eigen leven. U moet dus zorgen dat u zo min mogelijk bijstand nodig heeft. Heeft u bijstand nodig, terwijl u dat (nog) had kunnen voorkomen? Dan heeft u niet genoeg besef van verantwoordelijkheid voor uw eigen levensonderhoud. Toezicht (houder): Een toezichthouder is iemand die namens het bestuursorgaan kijkt of wetten en regels worden nageleefd. Zijn/ haar bevoegdheden zijn vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarin staan regels voor het uitoefenen van toezicht op de naleving van bestuursrechtelijke wet- en regelgeving. a.

Wmo; de directeur van de GGD-Zuid Limburg is aangewezen als toezichthouder Wmo b. Jeugd; de inspectie Gezondheidszorg en jeugd is de toezichthouder c. Participatiewet: de functie van toezichthouder is belegd bij de sociaal rechercheur. (Tijdelijk) kwetsbare situatie: Het is mogelijk dat u in een situatie verkeert waarin ondersteuning nodig is om een zinvol bestaan te kunnen leiden. Deze ondersteuning kan tijdelijk zijn om daarna zelfstandig weer verder te kunnen, maar ondersteuning kan ook blijvend zijn, bijv. door gebruik van een rolstoel. Daarbij geld het principe: niet meer, maar ook niet minder ondersteuning dan noodzakelijk. U, of uw: de inwoner die een direct belang heeft bij een besluit van de gemeente (artikel 1:2., lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht). Wanneer de inwoner een ondersteuningsvraag heeft ingediend die nog niet heeft geleid tot een verzoek om besluit te nemen of tot feitelijk handelen van de gemeente, dan wordt met ‘u, uw of jullie ’ bedoeld: degene die als ingezetene in de basisregistratie van de gemeente is ingeschreven en feitelijk in deze gemeente verblijft, of, wanneer het gaat om hulp op grond van de Participatiewet, de IOAW of IOAZ: degene die woonplaats heeft in de gemeente, volgens de regels van artikel 10 lid 1en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

Uitkering: de bijstandsuitkering, de IOAW- of de IOAZ-uitkering, alsmede de bijzondere bijstand die is verleend met toepassing van artikel 12 van de Participatiewet. Uitkeringsnorm: de maximale hoogte van een uitkering in de persoonlijke situatie u; dit is de toepasselijke bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Vermogen: totaal aan bezit in geld en goederen; het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet. Voorziening: hulp in de vorm van een dienst, activiteit, product, pgb of geldbedrag. Voortgezet onderwijs: onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs. 53

Vrij toegankelijke ondersteuning: hulp die beschikbaar is zonder verwijzing van een huisarts, medisch specialist, jeugdarts of besluit van de gemeente. Werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie. Werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de Participatie met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is. Wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht, de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Gemeentewet. Wettelijk minimumloon: het minimumloon per maand, zoals dit is omschreven in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Wanneer het om een werknemer jonger dan 21 jaar gaat, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, zoals het is omschreven in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van die wet. De vorige zin geldt niet bij het toepassen van artikel 7.3.3 van deze verordening (studietoeslag). Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Wmo-hulp: de maatschappelijke ondersteuning, zoals bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo, Woning: hoofdverblijf. Woningaanpassing: het begrip woningaanpassing wordt gebruikt ter aanduiding van zowel een bouwkundige ingreep (d.w.z. een verbouwing) als een woontechnische ingreep in of aan een woonruimte (dat wil zeggen het aanbrengen van speciale voorzieningen, bijvoorbeeld een traplift in de woning zonder aantasting van het gebouw). Losse voorzieningen, zoals een tillift of een douchestoel vallen hier niet onder. Alleen wanneer het gaat om een voorziening die echt wordt aangebracht aan de woning is het dus een woontechnische ingreep aan een woonruimte en dan is het dus een woningaanpassing. WSF: Wet studiefinanciering WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten Zelfredzaamheid: is (zelf) problemen en tegenslagen kunnen oplossen en verwerken. Dat betekent dan ook dat u bij problemen die u zelf niet kunt oplossen, op tijd hulp kunt vragen.

54

Bijlage Tarieven persoonsgebonden budget dienstverlening Wmo en Jeugd 2025 In de tabel hieronder staan de tarieven op grond waarvan een pgb wordt berekend. Hierbij geldt dat het PGB niet hoger mag zijn dan de kostprijs van de voorziening in natura. Als de werkelijke kosten van de voorziening lager zijn dan dit tarief, kennen wij een pgb toe ter hoogte van de werkelijke kosten. De hoogte van het PGB is gerelateerd aan het uurloon van de hoogste periodiek van de geldende collectieve arbeidsovereenkomst (Cao), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. Cliënten mogen hulp inkopen die duurder is dan onderstaande tarieven. In dat geval moeten ze zelf het verschil tussen het ingekochte tarief en het maximumtarief bijbetalen aan de SVB. PGB--tarieven 2025 Wmo nieuwe cliënten Niet professionele (informele) hulp Wmo Dienstverlening

Tariefbepaling

2025

Huishoudelijke hulp

per uur

€ 20,99

Individuele begeleiding

per uur

€ 24,42

Persoonlijke verzorging

per uur

Groepsbegeleiding

per dagdeel

€ 23,79

Kortdurend verblijf

per etmaal

€ 35,66

€ 24,42

Voor de formele PGB-tarieven hanteren we steeds het gemiddeld uurloon van het geldend cao-loon als grondslag. Professionele (formele) hulp Wmo Dienstverlening

Tariefbepaling

2025

Huishoudelijke hulp

per uur

€ 29,00

Persoonlijke verzorging

per uur

€ 32,35

Individuele begeleiding

per uur

Groepsbegeleiding

per dagdeel

€ 43,99 € 52,84 € 58,27 met vervoer

Kortdurend verblijf

per etmaal

€ 120,07

55

PGB tarieven Jeugd nieuwe cliënten Niet professionele (informele) jeugdhulp Dienstverlening

Tariefbepaling

2025

Individuele begeleiding

Max per uur

€ 25,65

Persoonlijke verzorging

Max per uur

€ 25,65

Groepsbegeleiding

Per dagdeel

€ 25,65

Kortdurend verblijf (logeren)

Per dagdeel

€ 29,46

Professionele (formele) jeugdhulp Dienstverlening

Tariefbepaling

2025

Individuele begeleiding

Max per uur

€ 25,65

Persoonlijke verzorging

Max per uur

€ 25,65

Groepsbegeleiding

Per dagdeel

€ 25,65

Kortdurend verblijf (logeren)

Per dagdeel

€ 29,46

Professionele jeugdhulp door zzp-er Dienstverlening

Tariefbepaling

2025

Individuele begeleiding

Max per uur

€ 71,86

Persoonlijke verzorging

Max per uur

€ 33,69

Groepsbegeleiding

Max per dagdeel

€ 39,46

Kortdurend verblijf

Max per dagdeel

€ 157,91

Behandeling HBO opgeleid

Max per uur

€ 81,82

Behandeling WO opgeleid

Max per uur

€ 115,78

Niet-professionele hulp (informele hulp) Niet-professionele hulp (informele hulp)voor behandeling is niet mogelijk. Behandeling dient altijd te geschieden door een professionele hulpverlener met opleiding, ervaring en een SKJ of BIG-registratie. ZZP-tarief Het tarief voor formele hulp geleverd door een ZZP’er of een instelling met minder dan 5 personen is bepaald op 85% van het instellingstarief vanwege lagere overheadkosten. De instellingstarieven zijn vastgesteld op basis van de geldende tarieven voor hulp in natura Jeugdhulp 2025 Zuid-Limburg.

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=8c1710a6-4b47-4844-8552-dd11fd3132b5