CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20250218 07b Bijlage Integrale verordening NW

* Raadsvergaderingen 18 februari 2025, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Integrale Verordening Sociaal Domein24.003 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijlage: Integrale verordening sociaal domein gemeente Eijsden-Margraten 2025

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding verordening sociaal domein gemeente Eijsden-Margraten Hoofdstuk 2. Van hulpvraag tot besluit Hoofdstuk 3. Werk en Participatie Hoofdstuk 4. Gezond en veilig opgroeien Hoofdstuk 5. Wonen in een veilige en gezonde omgeving Hoofdstuk 6. De vorm van de ondersteuning Hoofdstuk 7. Inkomen en schulden Hoofdstuk 8. Afspraken tussen inwoner en gemeente Hoofdstuk 9. Inwonersparticipatie Hoofdstuk 10. Kritiek op de uitvoering Hoofdstuk 11. Kwaliteit, inkoop en aanbesteding Hoofdstuk 12. Van oud naar nieuw Hoofdstuk 13. Begrippen

1

Hoofdstuk 1. Inleiding verordening sociaal domein gemeente EijsdenMargraten Deze verordening geeft gemeentelijke regels over de volgende onderwerpen: • • • • • •

Werken en participeren; Uitkeringen; Schuldhulpverlening; Gezond en veilig opgroeien; Gelijke ontwikkelkansen voor ieder kind Wonen in een veilige en gezonde omgeving;

1.1 Waarom deze regels? In Nederland vinden we het belangrijk dat: • • • • • • •

u mee kunt doen aan het maatschappelijk leven en/of aan het werk kunt gaan; u in ieder geval een minimum inkomen hebt; u uw financiën op orde hebt; u zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunt wonen en voor uzelf kunt zorgen u een geschikte en schone woonruimte hebt waar u veilig kunt wonen u een goede kwaliteit van leven heeft. uw kind gezond en veilig kan opgroeien en veilig naar de school kan gaan die bij hem/haar past.

Het is onze taak u hierbij te helpen. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te bereiken. Het gaat om de: •

• • • • • •

Participatiewet (Pw), de Inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk ongeschikte werknemers (IOAW), de Inkomensvoorziening ouderen en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), Besluit bijstandverlening voor zelfstandigen (Bbz); Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs); Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo); Jeugdwet (Jw); Wet Inburgering 2021 (Wib); Gemeentewet (Gw); Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Soms zijn er nog extra regels nodig waarin bepaalde zaken worden uitgewerkt. Die regels noemen wij “nadere regels”. Dan kan ook een beleidsregel zijn.

1.2 Artikel en Wet Deze verordening is gebaseerd op de bovenstaande wetten. Die wetten vormen de wettelijke basis voor de artikelen in deze verordening. Maar niet voor alle artikelen geldt dat in iedere wet daarover iets is terug te vinden. Dat verschilt per artikel. Daarom is per artikel aangegeven op welke wetten dat artikel is gebaseerd. Waar in deze verordening Gemeentewet als grondslag wordt genoemd, wordt daarmee de algemene regelingsbevoegdheid van de gemeenteraad bedoeld (artikel 121 Gemeentewet). Bij een aantal artikelen wordt ook ‘Awb’ (de Algemene wet bestuursrecht) genoemd. Die verwijzing staat erin wanneer er in de Awb specifieke bepalingen zijn opgenomen die op dat artikel van toepassing zijn.

1.3 Uitgangspunten De regels in deze verordening zijn geschreven vanuit een aantal uitgangspunten. De regels: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

zijn bedoeld om de in 1.1. genoemde doelen te realiseren; zijn goed leesbaar; regelen niet meer dan nodig is; houden uw en onze administratieve lasten zo laag mogelijk; kunnen goed uitgevoerd worden en zijn voor iedereen duidelijk; zijn onderling afgestemd op elkaar;

2

7. respecteren de wetten, maar wijken daar soms vanaf als dat nodig is om de doelen van de wetgever te realiseren of belangrijke internationale regels na te komen; 8. worden binnen de beschikbaar gestelde budgetten uitgevoerd. Voorstel:

1.4 Kernwaarden sociaal domein Bij het toepassen van de regels uit deze Integrale Verordening houden wij rekening met de doelen van de wetten die hierboven genoemd zijn en relevante beleidsdoelen. Wij gaan daarbij uit van de volgende samenhangende kernwaarden: 1. Wij ondersteunen u in een (tijdelijke) kwetsbare situatie, zodat u goede kwaliteit van leven kunt hebben en naar vermogen in de samenleving kunt meedoen. Wat betekent (tijdelijke) kwetsbare situatie? Het is mogelijk dat u in een situatie verkeert waarin ondersteuning nodig is om een zinvol bestaan te kunnen leiden. Deze ondersteuning kan tijdelijk zijn om daarna zelfstandig weer verder te kunnen, maar ondersteuning kan ook blijvend zijn, bijv. door gebruik van een rolstoel. Daarbij geld het principe: niet meer, maar ook niet minder ondersteuning dan noodzakelijk. Goede kwaliteit van leven betekent dat: • u passend kunt wonen in de vertrouwde omgeving met het eigen netwerk; • u ondersteund kunt worden; • u gehoord en begrepen wordt met uw hulpvraag; • u kunt doen wat u fijn vindt en wat u leven betekenis geeft; • u tijdig wordt geholpen wanneer de situatie thuis achteruitgaat of onveilig wordt; • uw kinderen veilig en gezond kunnen opgroeien; • u en uw kinderen gelijke kansen hebben om zich te ontwikkelen en deel te nemen aan de samenleving; • u een gezonde financiële huishouding kunt voeren. 2.

Wij bekommeren ons om u. Het gaat ons om uw situatie en uw hulpvraag en niet om de voorzieningen. 3. Wij werken integraal vanuit uw hulpvraag. Integraal Wij helpen om uw hulpvraag goed in beeld te brengen. Wij benaderen de hulpvraag vanuit een brede aanpak, waarbij wij aandacht hebben voor mogelijke (achterliggende) hulpvragen op meerdere leefgebieden. Wij gaan uit van eigen regie: wij vullen de mogelijke hulpvraag niet voor u in. Het initiatief voor de hulpvraag ligt bij u. 4. De meest kwetsbaren helpen wij zo snel mogelijk, het liefst zonder wachttijden. Mocht uw hulpvraag urgent zijn dan helpen wij u met voorrang De meest kwetsbaren zijn mensen die het op eigen kracht het niet kunnen redden en om verschillende reden geen familie, vrienden en sociale netwerk hebben. Denk aan daklozen, personen met verward gedrag, mensen met zware psychische en/of lichamelijke beperkingen. 5. We denken in oplossingen en niet in problemen. We zijn creatief en in staat onze eigen normen los te laten. We houden bij het bieden van oplossingen wel rekening met de verschillende belangen die er zijn en zorgen voor een professionele en proportionele afweging 6. We ondersteunen u met het oog op uw zelfredzaamheid. En wij gaan uit van eigen kracht.

3

Zelfredzaamheid betekent: Zelfredzaam is (zelf) problemen en tegenslagen kunnen oplossen en verwerken. Dat betekent dan ook dat u bij problemen die u zelf niet kunt oplossen, op tijd hulp kunt vragen. Eigen kracht betekent: Wij ondersteunen waar nodig en gaan ervan uit dat u eerst zelf oplossingen vindt voor problemen, bijvoorbeeld met ondersteuning van uw familie, vrienden en bekenden (sociaal netwerk) of door gebruik te maken van algemene voorzieningen, dat zijn algemeen gebruikelijke en algemeen toegankelijke voorzieningen. Een algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening die: • niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking; • gewoon verkrijgbaar is; • niet veel duurder is dan vergelijkbare producten; • een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en of participatie; • waarover iedereen in dezelfde omstandigheden ook zou kunnen beschikken, • financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimum niveau. Een algemeen toegankelijke voorziening is een voorziening die: zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden toegankelijk is. 7. Wanneer eigen kracht en algemeen toegankelijke voorzieningen niet toereikend zijn, kunnen wij ondersteuning-op-maat inzetten. 8. We maken ondersteuning gemakkelijk bereikbaar. 9. Wij werken vanuit het gedachtengoed van positieve gezondheid.

Positieve gezondheid is een werkwijze die niet de ziekte, maar een betekenisvol leven van mensen centraal stelt. De nadruk ligt op de veerkracht, eigen regie en het aanpassingsvermogen van de mens en niet op de beperkingen of ziekte. 10. Wij zijn kostenbewust, zodat hulp en ondersteuning beschikbaar en betaalbaar kan blijven. Wij zetten de goedkoopst- adequate hulp en ondersteuning in. Wij helpen om uw hulpvraag goed in beeld te brengen. Wij benaderen de hulpvraag vanuit een brede aanpak, waarbij wij aandacht hebben voor mogelijke (achterliggende) hulpvragen op meerdere leefgebieden. Wij gaan uit van eigen regie: wij vullen de mogelijke hulpvraag niet voor u in. Het initiatief voor de hulpvraag ligt bij u. Deze kernwaarden zijn van toepassing voor het hele sociale domein. Per hoofdstuk kunnen nog specifieke kernwaarden worden benoemd. De begrippen die in deze verordening worden gebruikt, worden toegelicht in hoofdstuk 13.

4

Hoofdstuk 2. Van hulpvraag tot besluit Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop u aan ons hulp kunt vragen wanneer het gaat om één of meer van de onderwerpen uit deze verordening. Hierin beschrijven wij hoe u een hulpvraag kunt voorleggen, hoe de afhandeling hiervan in zijn werk gaat en wat u van ons kunt verwachten en wat wij van u verwachten. Uitgangspunt is dat u alle hulpvragen die u heeft in één keer kunt stellen en dat er één procedure is. Dit is de standaardprocedure. Maar soms geldt voor bepaalde hulpvragen een bijzondere route. Dit wordt aan het einde van dit hoofdstuk genoemd.

2.1 Melding 2.1.1 De hulpvraag [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs,] 1. U kunt bij ons terecht met hulpvragen of probleem. U kunt deze schriftelijk, mondeling, telefonisch of digitaal aan ons voorleggen. Het is mogelijk dat iemand anders uw vraag of probleem aan ons voorlegt. Daar is dan wel een machtiging voor nodig. 2. De eerste verkenning van uw hulpvraag wordt telefonisch gedaan. 3. De verkenning van uw hulpvraag kan leiden tot een melding. Dat betekent dat wij uw gegevens en hulpvraag registreren in onze systemen. In overleg met u wordt de noodzaak van een vervolggesprek bepaald om uw situatie en of hulpvraag nader te onderzoeken. 4. Het vervolggesprek kan bij u thuis plaatsvinden maar kan in overleg met u ook elders op locatie plaatsvinden. 5. Wij informeren u over de gratis hulp van een onafhankelijke cliëntondersteuner. 6. Wij informeren u dat een jeugdige en/of (pleeg)ouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon. 7. Voor een vervolggesprek kunt u een ondersteuner meenemen. Deze ondersteuner kan iemand uit uw omgeving zijn of een onafhankelijke cliëntondersteuner. 8. Voor het vervolggesprek kunt een plan opstellen waarin u uw persoonlijke situatie en mogelijke oplossingen in kaart brengt. Dat plan noemen wij een persoonlijk plan.

2.1.2 Gegevens 1. Wij verzamelen de gegevens die nodig zijn voor het vervolggesprek om de hulpvraag en persoonlijke situatie verder te kunnen onderzoeken. 2. Wij vragen u om gegevens die wij niet zelf kunnen inzien binnen een bepaalde termijn aan te leveren. Bij de uitnodiging voor het vervolggesprek geven wij aan welke gegevens dat zijn. 3. Wij verwachten dat u alle gegevens aan ons geeft die nodig zijn.

2.2 Vervolggesprek na de melding [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs]

2.2.1 Procedure vervolggesprek [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs] 1. Binnen 5 werkdagen na de melding nemen wij contact met u op en maken indien nodig een afspraak voor het vervolggesprek. 2. Wij zetten ons ervoor in dat dit vervolggesprek zo snel mogelijk en maximaal binnen 6 weken na de melding plaats vindt, behalve bij spoedeisende gevallen. Zie art. 2.5.1 van deze verordening 3. Voordat het gesprek van start gaat vragen wij u en eventuele anderen die aanwezig zijn bij het gesprek om een geldig identiteitsbewijs. 4. U kunt een persoonlijk plan meenemen naar het vervolggesprek, zie artikel 2.1.1. lid 7. 5. Onze ondersteuning kan bestaan uit algemeen toegankelijke voorziening(en), maatwerkvoorziening(en) of een combinatie daarvan. Voor ondersteuning met een maatwerkvoorziening dient u een aanvraag in. Dan vragen wij u de gegevens die nodig zijn om de

5

aanvraag te beoordelen binnen 14 dagen in te leveren. Voor de beoordeling kunt u worden verwezen voor een (medisch) advies.

2.2.2 Inhoud vervolggesprek en onderzoek [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs] 1. Wij gaan met u in gesprek om een goed beeld te krijgen van het probleem en hoe dat probleem opgelost kan worden. Wij helpen u indien gewenst uw situatie goed in beeld te krijgen. 2. In het vervolggesprek onderzoeken wij samen met u: a. uw situatie, uw behoeften en voorkeuren, veiligheid, ontwikkelingskansen; b. het gewenste effect van ondersteuning. Daarbij kijken wij niet alleen naar de situatie nu maar ook naar de langere termijn; c. de mogelijkheden om zelf, met hulp van vrienden, familie of via algemeen toegankelijke voorzieningen passende hulp en ondersteuning te krijgen; d. de behoefte aan ondersteuning van uw mantelzorger; e. de mogelijkheden om in samenwerking met andere organisaties te komen tot passende hulp en ondersteuning met het oog op zelfredzaamheid en participatie; f. de mogelijkheden om te kiezen voor zorg in natura of een persoonsgebonden budget (pgb), waarbij wij in begrijpelijke bewoordingen de gevolgen van die keuze bespreken. 3. Wanneer uw hulpvraag en de situatie ons al bekend is, dan kunnen wij in overeenstemming met u, afzien van het vervolggesprek. 4. Wanneer u reeds een persoonlijk plan heeft gemaakt, dan voeren wij het vervolggesprek vanuit dat plan. 5. Wij zetten ons ervoor in om in één gesprek mogelijke meerdere hulpvragen in beeld te brengen. 6.

Om de hulpvraag goed te kunnen onderzoeken kunnen wij u vragen dat uw huisgenoten die mogelijk een bijdrage kunnen leveren aanwezig zijn bij het gesprek. U en de huisgenoten moeten de gegevens en informatie die nodig zijn voor de beoordeling van de hulpvraag verstrekken. 7. Voordat het gesprek van start gaat laat u een geldig identiteitsbewijs zien.

2.2.3 Ondersteuningsplan en verslag [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs]: 1. Binnen 6 weken na het (vervolg)gesprek sturen wij u een verslag van de uitkomsten van het onderzoek naar uw hulpvraag en naar uw situatie. 2. In dit verslag staat wat er nodig is om het probleem op te lossen en hoe dat aan te pakken. Dit verslag kan ook uw ondersteuningsplan bevatten. Uw eventuele opmerkingen of latere aanvullingen naar aanleiding van het verslag worden in het verslag verwerkt. 3. Wanneer u een aanvraag wilt indienen voor een maatwerkvoorziening dan beschouwen wij het geretourneerde, door u ondertekende verslag als de aanvraag. 4. Wanner u door ons wordt verwezen naar een andere organisatie of een andere voorziening, bv algemeen toegankelijke voorziening, dan kunt u het verslag voor kennisgeving aannemen. 5. Wanneer u het niet eens bent met de conclusie van het verslag en in te zetten ondersteuning, dan kunt u dat op het verslag aangeven en het verslag aan ons retourneren.

2.2.4 Second opinion [Wmo, Jeugd, PW] Wanneer u het niet met ons eens bent over de in te zetten ondersteuning, kunt u eenmalig vragen om een second opinion. Dat houdt in, dat een andere medewerker of een onafhankelijk deskundige opnieuw uw situatie beoordeelt. Als die heroverweging leidt tot een aanpassing van de hulp, dan stellen wij u daarvan schriftelijk op de hoogte.

2.2.5 Advisering [Awb Jeugdwet, Wmo, PW, Bbz, Wib, IOAW, IOAZ, Awb, Wgs] Wij zorgen dat de medewerker die een melding of aanvraag behandelt deskundig is om deze melding of aanvraag goed te kunnen behandelen. Wanneer de medewerker specifieke deskundigheid niet heeft, zorgen wij voor externe advisering, Dit advies (deskundig oordeel) betrekken wij bij de beoordeling van de melding of de aanvraag. 6

2.3 Aanvraag 2.3.1 Aanvraag ondersteuning-op-maat [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Awb Wgs] 1. Een aanvraag kunt u ook indienen via een aanvraagformulier dat u kunt vinden op onze website. 2. Wanneer het door u ondertekende verslag bij ons binnenkomt wordt dit verslag aangemerkt als een aanvraag, zie artikel 2.2.3. 3. Melding en aanvraag kunt u meestal op hetzelfde moment doen wanneer het gaat om een uitkering voor inwoners van 27 jaar of ouder, bijzondere bijstand en/of een maatwerkvoorziening van de Jeugdwet. Soms is een vervolggesprek nodig nadat de aanvraag is ingediend. 4. In overleg met u kunnen wij besluiten dat u ook voor bepaalde andere vormen van ondersteuningop-maat de melding en de aanvraag op hetzelfde moment kunt doen. 5. Ontvangt u op 1 december van een kalenderjaar van ons een uitkering, dan ontvangt u informatie over de mogelijke regelingen en voorzieningen voor u en uw kinderen . 6. De (potentiële) werkgever kan een aanvraag voor ondersteuning-op-maat voor u doen, die gericht is op arbeidsinschakeling en die past bij uw mogelijkheden en omstandigheden. Het indienen van een aanvraag door u is dan niet verplicht. 7. Op de aanvraag nemen wij een besluit.

2.3.2 Voorwaarden ondersteuning-op-maat [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs] 1. Vraagt u ondersteuning-op-maat aan, dan gelden in ieder geval de volgende voorwaarden: a. de ondersteuning is noodzakelijk om (één van) de doelen van de in 1.1 genoemde wetten te bereiken; b. u heeft geen mogelijkheden om het gewenste effect op eigen kracht te bereiken. U kunt dit effect ook niet op andere manieren bereiken, zoals met de inzet van huisgenoten (gebruikelijke hulp), met mantelzorg, met hulp vanuit het persoonlijk netwerk, met algemeen gebruikelijke voorzieningen of met behulp van andere mogelijkheden of andere organisaties; en c. met de voorziening wordt het probleem effectief opgelost (het gewenste effect). 2. Bij het beoordelen van eigen kracht wegen wij in elk geval de volgende belangen af: • de behoeften en mogelijkheden van de cliënt of een jeugdige; • de benodigde ondersteuningsintensiteit en de duur daarvan; • de mogelijkheden, draagkracht en de belastbaarheid van de cliënt of de ouders; • de samenstelling van het gezin en de woonsituatie. 3. Aan sommige vormen van ondersteuning zijn er in de wet of in deze verordening extra voorwaarden gesteld. 4. De ondersteuning-op-maat is niet duurder dan nodig en duurt niet langer dan nodig. Wij kiezen daarom voor de goedkoopste voorziening waarmee het probleem effectief opgelost of verminderd kan worden.

2.3.3 Reden voor afwijzing ondersteuning-op-maat [Jeugdwet, Wmo] 1. Wij kunnen ondersteuning-op-maat weigeren wanneer: a. u geen inwoner bent van onze gemeente, met uitzondering van beschermd wonen, opvang en het bezoekbaar maken van één woning voor cliënten met een Wlz-indicatie die in een instelling wonen; b. u iets (niet) hebt gedaan waardoor u de hulpvraag zelf heeft veroorzaakt en/of u deze had kunnen voorzien; c. u de gevraagde ondersteuning op het moment van indiening van de aanvraag reeds heeft ingezet, tenzij wij u daarvoor toestemming hebben gegeven; d. de hulpvraag ook opgelost kan worden met hulp uit een andere regeling zoals bijvoorbeeld de zorgverzekering; e. u op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van persoonlijke netwerk het probleem kunt oplossen of verminderen; 7

f. de gebruikelijke helper niet overbelast is; g. het niet gaat om professionele hulp; h. er geen medische contra-indicaties zijn; i. de gevraagde ondersteuning algemeen gebruikelijk is; j. geen noodzaak voor ondersteuning-op-maat is vastgesteld; k. de gevraagde ondersteuning niet met name bedoeld is voor uzelf; l. de gevraagde ondersteuning niet langdurig noodzakelijk is. 2. Wanner de weigering betekent dat u grote problemen zult krijgen (onevenredig nadeel), dan kunnen wij de ondersteuning-op-maat alsnog toekennen.

2.3.4 Vervangen maatwerkvoorziening [Jeugdwet, Wmo] Wij kunnen een maatwerkvoorziening vervangen wanneer: a. b. c. d.

de eerder afgegeven voorziening verloren is gegaan, zonder dat dit u te verwijten is; u geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten; de eerder afgegeven voorziening geen oplossing meer is voor het probleem; de verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt.

2.3.5 Verval van aanspraak [Jeugdwet, Wmo] De aanspraak op ondersteuning vervalt wanneer u niet binnen 9 maanden na het besluit begint met het gebruikmaken van ondersteuning, tenzij dit u niet te verwijten valt.

2.4 Besluit 2.4.1 Inhoud besluit [Jeugdwet, Wmo, Wib, PW, Bbz, IOAW, IOAZ, Wgs, Awb] 1. Wij nemen een besluit en dit sturen we u per brief toe. Het doel van dit besluit is dat u weet of er wel of geen ondersteuning wordt gegeven. Wanneer wij ondersteuning geven, staat in het besluit ook of de ondersteuning in natura, in de vorm van een pgb, in geld of op een andere manier wordt gegeven. 2. Geven wij de ondersteuning-op-maat in natura, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: a. wat de ondersteuning inhoudt en waarvoor de ondersteuning bedoeld is; b. wanneer de ondersteuning ingaat en hoelang de ondersteuning duurt; c. hoe en door wie de ondersteuning wordt gegeven; d. welke voorwaarden en verplichtingen er voor de ondersteuning gelden; e. wanneer de ondersteuning-op-maat afwijkt van de aanvraag, wat de reden is van afwijking; f. welke mogelijke andere ondersteuning of voorziening relevant is, of kan zijn; en g. wat de reden is van eventuele afwijzing van de aanvraag. 3. Geven wij de ondersteuning-op-maat in de vorm van een pgb, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: a. waarvoor het pgb bedoeld is; b. hoe hoog het pgb is; c. wanneer het pgb ingaat en wanneer het pgb eindigt; d. hoe de besteding van het pgb verantwoord wordt; en e. welke voorwaarden en verplichtingen er gelden. 4.

Geven wij ondersteuning in de vorm van geld, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: a. voor welk doel het geld wordt gegeven; b. hoe vaak het geld wordt betaald; en c. welke voorwaarden en verplichtingen er gelden.

8

2.4.2 2.4.3 Beslistermijn Jeugdwet, Wmo, PW, Bbz, IOAW, IOAZ, Wgs, Awb 1. Wij beslissen zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 8 weken nadat de aanvraag is ontvangen. Gaat het om een aanvraag in het kader van de Wmo dan beslissen wij binnen 8 weken na de melding. 2. Gaat het om een aanvraag in het kader van het Bbz, dan beslissen wij binnen 13 weken nadat de aanvraag is ontvangen. 3. Wij kunnen de beslistermijn verlengen. Wanneer wij een besluit niet binnen de vastgestelde termijn kunnen nemen, dan noemen wij een nieuwe, redelijke termijn waarbinnen het besluit zal worden genomen. Hier moet u schriftelijk van op de hoogte worden gesteld.

2.5 Uitzonderingen [Wmo, Jeugdwet, PW, Wgs, Awb]

2.5.1 Spoedeisende gevallen [Jeugdwet, Wmo, PW, Wgs] In afwachting van de uitkomst van het onderzoek kunnen wij met spoed (tijdelijk) maatwerkvoorziening inzetten. Het kan gaan om de volgende situaties: 1. 2. 3. 4. 5.

hulp aan ouders met kinderen; het vragen van een machtiging aan de kinderrechter voor gesloten jeugdhulp; ondersteuning bij een crisissituatie of bij een terminale ziekte; schuldhulpverlening; en een voorschot op een uitkering die nog niet is toegekend.

2.5.2 Second opinion (Wmo, Jeugdwet, PW) Wanneer onze medewerker en u het niet eens kunnen worden over welke hulp er precies nodig is, kunt u eenmalig vragen om een second opinion. Dat houdt in dat een andere medewerker of een onafhankelijk deskundige opnieuw kijkt welke hulp passend is. Als die heroverweging leidt tot een aanpassing van de hulp, dan stellen wij u daarvan schriftelijk op de hoogte.

2.5.3. Ondersteuning jeugdigen 1. Wij zorgen ervoor dat een jeugdige ondersteuning krijgt wanneer de huisarts, jeugdarts, medisch specialist, gecertificeerde instelling of jeugdreclassering doorverwijst naar een jeugdhulpaanbieder. 2. Wij maken afspraken met de jeugdartsen, huisartsen, de medisch specialisten gecertificeerde instelling of jeugdreclassering en de zorgverzekeraars over zulke verwijzingen. 3. Wij sturen over de ondersteuning een besluit per brief, wanneer jij of je ouders daarom vragen. Dit besluit voldoet aan dezelfde eisen wanneer het besluit op een aanvraag die bij ons zelf is ingediend.

9

Hoofdstuk 3. Participatie voor iedereen [Wmo, PW, IOAW, IOAZ] Iedereen moet kunnen participeren en naar vermogen meedoen in de samenleving. Of dat nou is door het verrichten van betaald of onbetaald werk, ofwel door het ontmoeten van vrienden en familie, dan wel het deelnemen aan een vereniging. Wij helpen daar waar nodig, maar het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van u als inwoner, van ons en van de samenleving waarin wij naar elkaar omkijken. Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, gelden voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarden: 1. Betaald werk gaat voor onbetaald werk en inkomensondersteuning van de gemeente. 2. Wij kijken naar oplossingen op lange termijn. 3. Wanneer betaald werk niet mogelijk is, dan zijn er andere passende activiteiten om stappen te maken naar betaald werk. 4. Mensen met beperkingen en mantelzorgers hebben onze specifieke aandacht.

3.1 Doelgroep [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij ondersteunen u op weg naar werk wanneer u: a. met een gemeentelijke uitkering niet op eigen kracht en met de hulp van uitzendbureaus of andere organisaties de weg naar werk kunt vinden; b. geen hulp kan krijgen van andere instanties, zoals UWV, SVB of werkgevers. Per geval beoordelen wij welke vorm van ondersteuning wordt gegeven; en c. jonger bent dan 27 jaar en geen werk en geen havo of vwo-diploma of mbo-diploma vanaf niveau 2 hebt. Wij ondersteunen u in het vinden van een passende opleiding of passend werk, of leiden u naar hulpverlening of zorg.

3.2 Samenwerking [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij werken samen met UWV, Sociale Zaken Maastricht-Heuvelland en andere organisaties om u te ondersteunen passend en duurzaam werk te vinden. 2. Wij zorgen ervoor dat werkgevers ondersteund worden als zij inwoners die onder onze doelgroep vallen, werk willen aanbieden.

3.3 Budget [PW, IOAW, IOAZ] Wij kunnen voor verschillende soorten voorzieningen budgetplafonds vaststellen. Een budgetplafond is het maximale bedrag dat wij aan een bepaalde soort voorziening per kalenderjaar kunnen uitgeven. Wanneer dit plafond bereikt is verstrekken wij in dat kalenderjaar geen voorziening meer waarvoor dit plafond geldt. Voor wettelijke loonkostensubsidie en beschut werk kan geen budgetplafond worden vastgesteld.

3.4 Voorzieningen – werk [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij beoordelen per persoon of het zinvol is om een voorziening in te zetten. Wanneer dit het geval is, beoordelen wij welke voorziening wij inzetten en voor hoe lang. Daarbij kijken wij naar een aantal factoren, zoals uw omstandigheden, uw eventuele beperkingen, de zorg voor kinderen tot 5 jaar, mantelzorg en wettelijke verplichtingen. Ook kunnen wij kijken naar de beschikbaarheid van voldoende budget. 2. Wij stemmen de ondersteuning af op uw positie op de arbeidsmarkt. Wanneer u een grote kans op betaald werk hebt, wordt andere ondersteuning ingezet dan wanneer u een kleine kans op betaald werk hebt .

10

3.4.1 Detacheringsbaan [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen u via een andere organisatie laten werken bij een werkgever. Dit heet detachering. Die detachering wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen u, ons, de werkgever en de andere organisatie. 2. Het doel van een detacheringsbaan is dat u na afloop in dienst komt van de werkgever.

3.4.2 Proefplaatsing [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen u bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uitkering laten werken bij een werkgever. 2. Het doel van de proefplaatsing is om werkgevers te helpen een beeld te krijgen van uw geschiktheid voor het werk. De proefplaatsing wordt uitsluitend ingezet wanneer er gerede twijfels zijn over uw geschiktheid voor het werk. 3. Een voorwaarde is dat de proefplaatsing leidt tot een dienstverband van minimaal 6 maanden, wanneer u geschikt blijkt te zijn voor het werk. Wij kunnen hiervan afwijken, indien bijzondere omstandigheden in het individuele geval hiervoor aanleiding geven. 4. De proefplaatsing is alleen mogelijk als de werkgever u goed begeleidt tijdens de proefplaatsing. Wanneer de proefplaatsing niet wordt omgezet in een dienstverband, moet de werkgever uitleggen wat hij heeft gedaan om u te begeleiden. 5. De proefplaatsing wordt zo kort mogelijk en niet langer dan nodig is, ingezet. Dit kan voor de duur van 3 maanden zijn, met een mogelijke verlenging van maximaal 3 maanden. 6. De proefplaatsing kan ook in het kader van de praktijkroute worden ingezet om te onderzoeken hoe productief u kunt zijn op de werkplek (loonwaarde) en of er nog een andere vorm van ondersteuning nodig is. 7. Na de inzet van de proefplaatsing is het niet meer mogelijk forfaitaire loonkostensubsidie in te zetten. 8.

Op de proefplaatsing kunnen tegelijkertijd persoonlijke begeleiding of andere voorzieningen worden ingezet.

3.4.3 Werkervaringsplaats [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen u een werkervaringsplaats aanbieden. De werkervaringsplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen u, ons en de werkgever. 2. Het doel van een werkervaringsplaats is om u met behoud van uitkering op een werkplek werkervaring op te laten doen. De werkzaamheden zijn vooral gericht op ontwikkeling en in mindere mate op de productieve arbeid. 3. Een werkervaringsplaats duurt maximaal 3 maanden. Wanneer het nodig wordt geacht en de kans op uitstroom naar betaalde arbeid wordt vergroot, kan deze periode met maximaal zes maanden worden verlengd. 4. De werkervaringsplaats is alleen mogelijk wanneer de werkgever u goed begeleidt tijdens de werkervaringsplaats. De werkgever zorgt ervoor dat u meer vaardigheden of kennis van het vakgebied opdoet.

3.4.4 Sociale activering [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen u verwijzen naar zinvolle activiteiten die een eerste stap richting betaald werk kunnen zijn. Dit heet sociale activering. Vrijwilligerswerk kan zo’n activiteit zijn. 2. Sociale activering is niet vrijblijvend en zetten wij in om u te helpen moeilijkheden op weg naar betaald werk te overwinnen. 3. Het doel van sociale activering is om eventueel sociaal isolement te doorbreken, het (verder) ontwikkelen van sociale en/of werknemersvaardigheden en/of u in de gelegenheid te stellen werkritme op te doen.

11

3.4.5 Participatieplaats [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen u, wanneer u een uitkering ontvangt, u 27 jaar of ouder bent en weinig kans hebt op betaald werk, een participatieplaats aanbieden. Een participatieplaats kan gecombineerd worden met scholing, opleiding en/of andere activiteiten die tot doel hebben de uitstroom naar betaald werk te bevorderen. De participatieplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen u, ons en de werkgever. Wij kunnen u een participatieplaats aanbieden wanneer: • u een uitkering ontvangt; • u 27 jaar of ouder bent en • u weinig kans op werk hebt 2. Het doel van een participatieplaats is om de kans op betaald werk te vergroten. U kunt langdurig met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek werken en doet zo werkervaring op. Het moet gaan om werkzaamheden die passend zijn en speciaal voor u zijn bedacht. 3. U kunt na iedere 6 maanden een premie van € 150,00 ontvangen. Deze premie wordt halfjaarlijks achteraf uitgekeerd indien u voldoende hebt meegewerkt aan het vergroten van uw kans op werk. Wij beoordelen dit.

3.4.6 Beschut werk [PW] 1. Wij bieden u een beschutte werkplek aan, wanneer het UWV heeft vastgesteld dat u alleen kan werken wanneer het werk en de werkplek zijn aangepast aan uw mogelijkheden. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd. 2. Het doel van beschut werk is u, wanneer u alleen onder aangepaste omstandigheden kunt werken, een veilige werkplek te bieden. 3. Wij zetten ons ervoor in het aantal beschutte werkplekken dat wij volgens het rijk jaarlijks moeten realiseren, ook daadwerkelijk te realiseren. 4. Wij richten een wachtlijst in wanneer het aantal verplichte beschutte werkplekken voor dat jaar is gerealiseerd. Als u op de wachtlijst staat krijgt u in het volgende kalenderjaar met voorrang een beschutte werkplek 5. Wij bieden de volgende voorzieningen aan, zodat u beschut kan werken: a. aanpassing van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; c. aanpassingen in het werktempo, de arbeidsduur of de werkbegeleiding. 6. Wij kunnen u, wanneer u in aanmerking komt voor beschut werk, een voorziening aanbieden die de stap naar beschut werk makkelijker maakt. Het gaat om sociale activering of vrijwilligerswerk.

3.4.7 Persoonlijke begeleiding bij werk en inburgering [PW, IOAW, IOAZ] 1. Interne werkbegeleiding a. Wij kunnen u interne werkbegeleiding aanbieden om u te helpen uw werk goed te doen. b. Wij spreken met uw werkgever af hoe deze wordt ingezet en leggen dit vast in een overeenkomst met uw werkgever. 2. Jobcoach a. Wij kunnen u een jobcoach aanbieden voor maximaal 3 jaar. De jobcoach geeft u methodische ondersteuning bij het vinden en behouden van werk. b. De intensiteit van de jobcoaching wordt bepaald op basis van een jobcoach-plan, waarin in elk geval wordt het aantal uren, de doelen en de contactmomenten worden vastgelegd. c. De jobcoaching bestaat het eerste jaar uit 10%, het tweede jaar uit 5% en het eventuele derde jaar uit 3% van uw contracturen.

12

3.4.8 Inburgering [Wib] 1. Wij begeleiden de inburgeringsplichtige tijdens het inburgeringstraject. 2. Wij zetten ons ervoor in dat de inburgeringsplichtige zo snel mogelijk kan starten met het inburgeringstraject (tijdige start). 3. De inburgeringsplichtige rondt het inburgeringstraject binnen de termijn van drie jaar af. Wij letten erop dat het traject niet langer duurt dan nodig is (snelheid). 4. Wij stellen voor iedere inburgeringsplichtige een passend traject vast (maatwerk). a. Wij nodigen iedere inburgeringsplichtige binnen 4 weken na inschrijving in onze gemeente uit voor een gesprek. Dit is de brede intake. b. Na de brede intake wordt een leerbaarheidstoets afgenomen door een uitvoeringspartner. c. Na de leerbaarheidstoets wordt in samenspraak met de inburgeringsplichtige het plan inburgering en participatie vastgesteld. Dit doen wij binnen 10 weken na inschrijving in onze gemeente. d. In het plan inburgering en participatie staat wat de inburgeringsplichtige moet doen om aan de inburgeringsplicht te voldoen. e. Na het vaststellen van het plan inburgering en participatie start de inburgeringstermijn. 5. De inburgeringsplichtige combineert zoveel mogelijk activiteiten gericht op het leren van de Nederlandse taal en op meedoen in de maatschappij (dualiteit). 6. Wij kunnen de inburgeringsplichtige aanmelden voor een voorziening gericht op het meedoen in de maatschappij.

7. Wij stellen eisen aan de kwaliteit en continuïteit van het aanbod. 8. Wij zetten ons in om twee keer per jaar in een persoonlijk gesprek de voortgang van het inburgeringstraject te bespreken.

3.4.9 Reiskostenvergoeding [Pw, Awb] 1. Wij verstrekken geen bijzondere bijstand voor reiskosten bij afstanden tot aan 5 kilometer voor een enkele reis, tenzij: a. u door medische redenen aangewezen bent op openbaar vervoer; b. u nooit hebt geleerd om te fietsen. 2. De afstand wordt vastgesteld aan de hand van uw woonadres en het adres van de plek waar het traject of onderwijs wordt gevolgd. 3. Wij verstrekken bijzondere bijstand voor reiskosten aan: a. inwoners die deelnemen aan een inburgeringstraject; b. inwoners die deelnemen aan n re-integratietraject; c. ouders van schoolgaande kinderen die deelnemen aan basisonderwijs en die in het kader van de taakstelling zijn geplaatst in een gemeentekern waar geen basisonderwijs beschikbaar is. 4. Reiskosten worden vergoed voor de duur van: a. maximaal 36 maanden in geval van een inburgeringstraject; b. het re-integratietraject. 5. De reiskostenvergoeding is gelijk aan de goedkoopst adequate optie met het openbaar vervoer gebaseerd op de afstand tussen uw woonadres en het adres van de plek waar het traject of onderwijs wordt gevolgd. 6. Bij een reisafstand van minder dan 5 kilometer verwachten wij dat u zonder gebruik van het openbaar vervoer kan reizen. Bijvoorbeeld door te lopen of te fietsen.

Heeft u geen fiets? Dan kunnen wij u een vergoeding geven van € 20,00 zodat u een fiets kan aanschaffen bij stichting wereldwijd of anderszins. 7. U dient de reiskostenvergoeding aan te vragen via het daarvoor bestemde aanvraagformulier. 8. Voor de beoordeling van de reiskostenvergoeding gelden, in aanvulling op dit artikel, de voorwaarden die gelden voor bijzondere bijstand. 9. U kunt bijzondere bijstand voor reiskosten tot en met drie maanden achteraf aanvragen (terugwerkende kracht).

13

3.4.10 Kostencompensatie werkgever (tijdelijke loonkostensubsidie) [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. Wij kunnen een werkgever die u in dienst neemt een tijdelijke loonkostencompensatie geven. 2. Het doel van deze loonkostencompensatie is werkgevers te stimuleren om u, als u een kleine kans op werk heeft, in dienst te nemen en de extra kosten die werkgevers maken voor uw begeleiding te vergoeden. 3. Bij een voltijds dienstverband van ten minste een half jaar bedraagt de loonkostencompensatie eenmalig maximaal € 3.000 4. De hoogte van de loonkostencompensatie wordt naar rato berekend op basis van de omvang van het dienstverband en wordt uitbetaald na afloop van het dienstverband.

3.4.11 Uitstroompremie [Pw, IOAW, IOAZ] Zelfstandig ondernemers 1. Wanneer u betaald werk gaat verrichten, heeft u recht op een uitstroompremie onder de volgende voorwaarden: a. U heeft een gemeentelijke uitkering die wordt beëindigd vanwege het werk. b. U heeft een arbeidsovereenkomst getekend voor de duur van minimaal 6 maanden. c. U heeft gedurende 6 aaneengesloten maanden algemeen geaccepteerde arbeid verricht. d. De premie kan worden aangevraagd vanaf 6 maanden na de start van de betaalde baan. 2. De premie bedraagt € 500,00 en wordt in één keer uitgekeerd. 3. De uitstroompremie dient te worden aangevraagd via het daarvoor bestemde aanvraagformulier. 4. De aanvraag om de uitstroompremie toe te kennen dient door ons te zijn ontvangen binnen 3 maanden nadat het recht op premie is ontstaan.

3.4.12 Wettelijke loonkostensubsidie [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. Wij kennen de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toe wanneer u wel kunt werken, maar niet het wettelijk minimumloon kunt verdienen. 2. Het doel van deze subsidie is werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en werkgevers een vergoeding te geven voor productieverlies. 3. Wij stellen vast of u in staat bent het wettelijk minimumloon te verdienen. Om te bepalen hoe productief u op de werkplek zult zijn (welke loonwaarde u heeft), wordt een zogenaamde loonwaardemeting uitgevoerd. 4. De loonkostensubsidie kan worden toegekend, zonder dat er nog een loonwaardemeting heeft plaatsgevonden. Dit heet forfaitaire loonkostensubsidie. 5. Bij het verstrekken van de loonkostensubsidie volgen wij het preferente proces loonkostensubsidie. 6. Wanneer u verhuist, dan wordt de loonkostensubsidie doorbetaald.

3.4.13 Scholing [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen u om de stap naar duurzaam en passend werk te maken scholing aanbieden. 2. De scholing moet leiden tot een erkend diploma of certificaat. 3. Wij bepalen de vorm en de duur van de scholing. De scholing wordt afgestemd op uw mogelijkheden en positie op de arbeidsmarkt. Wij wegen in de besluitvorming ook mee in hoeverre het beroep waarvoor u wordt opgeleid al dan niet een goed toekomstperspectief heeft.

3.4.14 Verdringing [PW, IOAW, IOAZ] Een voorwaarde voor elke ondersteuning-op-maat is dat werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. Dit is van toepassing bij de instrumenten proefplaatsing, participatieplaats, tijdelijke loonkostensubsidie en sociale activering.

14

3.4.15 Nazorg [PW, IOAW, IOAZ] Wij zorgen ervoor dat u, wanneer u aan het werk gaat, gedurende een termijn van 3 maanden nadat de uitkering is beëindigd, ondersteund en begeleid wordt, wanneer dit nodig is om het werk te kunnen doen.

3.4.16 Ondersteuning bij leer-werktraject [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen ondersteuning aanbieden als u 16 tot en met 27 jaar bent en dreigt uit te vallen op school, maar met een leer-werktraject alsnog een startkwalificatie kan behalen zoals beschreven in artikel 10f van de Participatiewet. 2. De duur van de ondersteuning is niet langer dan de duur van het leer-werktraject. Tijdens dit traject vinden tussentijdse evaluaties plaats, waarin ook wordt meegewogen of ondersteuning nog nodig is.

3.4.17 Kinderopvang [Wko, Wib, PW] Wij zorgen ervoor dat er passende kinderopvang beschikbaar is, indien u: a. meedoet aan een activiteit die nodig is om dichter bij de arbeidsmarkt te komen of aan het werk te gaan en opvang niet mogelijk is binnen uw sociale netwerk; b. u een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke en/ of psychische beperking hebt en is vastgesteld dat een of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken; c. is vastgesteld dat kinderopvang noodzakelijk is voor een goede en gezonde ontwikkeling van uw kind.

3.4.18 Andere voorzieningen en vergoedingen [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen andere voorzieningen inzetten wanneer dat nodig is om de kans op werk te vergroten. U of uw werkgever kan daarvoor een aanvraag indienen. Wij beoordelen de aanvraag en nemen een besluit uiterlijk binnen 13 weken na de aanvraag. Hierbij kunnen wij een deskundig advies inwinnen. 2. Wij kunnen de kosten vergoeden die u moet maken bij deelname aan een voorziening of bij betaald of onbetaald werk. Hierbij stellen wij voorwaarden aan de werkgever over de duur van de arbeidsovereenkomst en het aantal uren dat u werkt. De betaling vindt achteraf plaats na overlegging van een betalingsbewijs. Indien nodig, kunnen wij een voorschot verstrekken.

3.4.19 Weigering van een voorziening [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen een voorziening weigeren wanneer: a. u niet behoort tot de doelgroep van de wet; b. u onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is; c. u op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van uw persoonlijke netwerk de beperkingen kunt wegnemen of verminderen; d. u gebruik kunt maken van algemene voorzieningen; e. de voorziening algemeen gebruikelijk is; f. u gebruik kunt maken van een voorziening op basis van een andere regeling (voorliggende voorziening); g. wij vinden dat de voorziening onvoldoende bijdraagt op weg naar werk; h. u niet voldoet aan de voorwaarden van deze verordening om in aanmerking te komen voor die voorziening; i. u de gevraagde voorziening na de melding maar vóór het besluit heeft ingeroepen of ingekocht, tenzij wij daarvoor schriftelijk toestemming hebben gegeven of wij de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf kunnen beoordelen; j. u geen inwoner ben van de gemeente Eijsden-Margraten, met uitzondering van beschermd wonen en maatschappelijke opvang; k. de verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt;

15

l.

de voorziening niet noodzakelijk was geweest als u rekening had houden met uw reeds bestaande beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan.

3.5 Meedoen voor mensen met beperkingen [Wmo] Voor mensen met een beperking of met psychische of psychosociale klachten is meedoen niet vanzelfsprekend. Wanneer mensen dit zelf niet kunnen regelen, dan kunnen wij ze ondersteunen.

3.5.1 Begeleiding [Wmo] 1. U kunt in aanmerking komen voor professionele begeleiding bij groepsactiviteiten wanneer u: a. de dag niet goed zelf kunt invullen; en/of b. de normale dagelijkse activiteiten niet zelf kunt doen; en c. niet (voldoende) geholpen bent met algemeen toegankelijke activiteiten. 2. De begeleiding is gericht op bevordering, behoud en/of compensatie van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Daarbij wordt eerst gekeken naar het meedoen aan sociale, recreatieve of andere activiteiten die worden aangeboden in onze gemeente en algemeen toegankelijk zijn. Voorbeelden hiervan zijn huiskamers of vrijwilligerswerk.

3.5.2 Individuele begeleiding [Wmo] 1. Wanneer u niet in staat bent de normale dagelijkse activiteiten te doen, kunt u ondersteuning-opmaat krijgen. De ondersteuning-op-maat houdt in dat u professioneel begeleid wordt bij deze activiteiten (individuele begeleiding). De begeleiding is gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. 2. De begeleider neemt deze activiteiten niet (volledig) over. De focus ligt hierbij op trainen en coachen. Voor zover mogelijk is de individuele begeleiding erop gericht toe te werken naar een situatie waarin deze niet meer nodig is en u ten behoeve van participatie en zelfredzaamheid gebruik kan maken van algemene voorzieningen. 3. De individuele begeleiding vindt plaats in de dagelijkse leefomgeving. Dit kan ook een werk(ervarings)plek zijn.

3.5.3 Contact met anderen en mobiliteit [Wmo] 1. U kunt in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening, wanneer u door een beperking in de mobiliteit onvoldoende contact met anderen kan hebben of noodzakelijke activiteiten niet kunt doen en geen gebruik kunt maken van het openbaar vervoer. Wij kunnen u helpen met het vervoer om en nabij de woning in eigen omgeving. Dit betekent dat u in een straal van 25 kilometer rond de eigen woning moet kunnen reizen.’ 2. Wij kijken eerst of een vervoersprobleem opgelost kan worden met collectief vervoer. Dit heet primaat van collectief vervoer. U kunt dan gebruik maken van collectief vervoer ‘Omnibuzz'. 3. Met ‘Omnibuzz’ kunt u voor een laag klanttarief reizen. Er geldt een maximum reisbudget van 590 zones per kalenderjaar per reiziger. In bijzondere gevallen kan een hoger reisbudget worden toegekend. 4. Wanneer u geen gebruik maakt van ‘Omnibuzz’, dan kunnen wij u ondersteunen met een andere vervoersvoorziening, zoals een scootmobiel, rolstoel of andere voorziening passend bij uw situatie. 5. Wanneer u graag wilt sporten en dat niet kan zonder een sportvoorziening, dan kunt u eens in de 3 jaar in aanmerking komen voor een sportrolstoel of een andere sportvoorziening. 6. U kunt in aanmerking komen voor een bijdrage in het onderhoud van de sportrolstoel of andere sportvoorziening. Deze bijdrage wordt eens in de 3 jaar verstrekt.

16

3.5.4 Aanpassing of vervanging vervoermiddel, rolstoel of sportvoorziening [Wmo] Wanneer een vervoermiddel, (sport)rolstoel of sportvoorziening aangepast of vervangen moet worden, dan doen wij dit als: a. de normale afschrijvingstermijn is verstreken; of b. die voorziening onbruikbaar is geworden en dat niet verwijtbaar is; of c. die voorziening geen oplossing meer is voor uw hulpvraag; of als d. u de kosten van vervanging geheel of gedeeltelijk zelf betaalt. 

Hoofdstuk 4. Gezond en veilig opgroeien Jeugdigen in Nederland moeten zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de ouders, jeugdigen en hun netwerk. Wanneer zij daarbij ondersteuning nodig hebben, dan kunnen zij een beroep doen op ondersteuning door ons. Deze ondersteuning wordt zo vroeg mogelijk aangeboden, om het beroep op dure, gespecialiseerde hulp te beperken. Daarbij staat het versterken van de eigen kracht van de jeugdige en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving voorop. Met jeugdigen bedoelen we in deze verordening kinderen en jeugdigen tot 18 jaar en jongvolwassenen van 18 tot 23 die al jeugdhulp ontvingen toen zij 18 waren en die deze hulp vanaf hun 18e nog nodig hebben. Met jeugdigen bedoelen we in deze verordening kinderen en tieners tot 18 jaar, en in bepaalde situaties tot 23 jaar. Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, gelden voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarden: 1. Jeugdigen groeien zo ‘thuis’ mogelijk op. 2. De hulp aan jeugdigen is zo dichtbij, zo licht en zo kort mogelijk. 3. Gezond en veilig opgroeien is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van ouders, jeugdigen en hun netwerk. 4. Ieder kind heeft gelijke ontwikkelkansen.

4.1 Uitgangspunten bij het bieden van ondersteuning [Jeugdwet] 1. Alle ondersteuning is gericht op het versterken van uw eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen en uw sociale netwerk. 2. Wij betrekken uw wensen bij de keuze welke ondersteuning wordt ingezet. 3. Wanner het gewenste effect van de ondersteuning niet op eigen kracht of met het sociale netwerk bereikt kan worden, maar wel met ondersteuning die vrij toegankelijk is, dan wordt die ondersteuning ingezet. Het gaat dan bijvoorbeeld om ondersteuning door jeugdgezondheidszorg of door een (jeugd)welzijnsorganisatie. Kan het gewenste effect niet bereikt worden met die ondersteuning, dan wordt ondersteuning-op-maat ingezet. 4. Pleegouders kunnen voor ondersteuning in eerste instantie bij de pleegzorgorganisatie terecht. Wanneer het nodig is kan de pleegzorgorganisatie extra ondersteuning vragen aan ons. 5. Bij het bieden van ondersteuning houden wij rekening met uw geloof, levensovertuiging en culturele achtergrond.

4.2 Verantwoordelijkheid ouders [Jeugdwet] 1. Als ouders heeft u een zorgplicht voor uw kinderen. Dit houdt het volgende in: het zorgen voor hun mentale en lichamelijke welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid. Als ouders heeft u de plicht de tot uw gezin behorende kinderen te verzorgen, op te voeden en hen toezicht te bieden, ook wanneer er sprake is van een kind met een ziekte, aandoening of beperking. In het Burgerlijk Wetboek is de plicht (en het recht) van de ouder om zijn minderjarige kind te verzorgen en op te voeden verankerd. 2. Uitgangspunt van de Jeugdwet en deze verordening is dat wij alleen een voorziening inzetten wanneer u met uw kind en het sociale netwerk er op eigen kracht niet uitkomt. Dat u als ouders meer 17

zorg moet verlenen dan bij een kind zonder beperkingen het geval zou zijn, betekent niet dat wij verplicht zijn ondersteuning te verlenen. Nadat wij in kaart hebben gebracht welke ondersteuning nodig is, wordt onderzocht of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van u als ouder(s) en van het sociale netwerk voldoende zijn om zelf de nodige ondersteuning te bieden. Alleen voor zover de eigen mogelijkheden onvoldoende zijn, verlenen wij ondersteuning. Als ouders heeft u een actieve rol om in eerste instantie de problemen die u ervaart zelf of met behulp van het sociale netwerk op te lossen.

4.3 Preventieve maatregelen [Jeugdwet] We werken aan de beste randvoorwaarden voor een positieve ontwikkeling van onze jeugd, mede door een integrale aanpak en de versterking van de algemeen toegankelijke voorzieningen. Om dat te bereiken ondersteunen wij alle jeugdigen, hun ouders en hun sociale netwerk in ieder geval met: a. het versterken van de opvoed-, en opgroeiomgeving, waarin gezinnen, wijken, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen samenwerken en elkaar aanvullen; b. informatie, advies en trainingen; c. jeugdgezondheidszorg (GGD, consultatiebureau, schoolarts); d. activiteiten voor jongeren die hun talenten ontwikkelen; e. opvoedondersteuning; f. een vertrouwenspersoon; g. schoolmaatschappelijk werk; h. Kindertelefoon; i. advies- en meldpunt Veilig Thuis; j. jeugd- en jongerenwerk. Wij zorgen ervoor dat signalen over zorgen bij opgroei-, en opvoedingsproblemen zo vroeg mogelijk worden opgevangen en dat daar ook zo vroeg mogelijk ondersteuning wordt geboden.

4.4 Ondersteuning-op-maat [Jeugdwet] 1. Wij kunnen in ieder geval de volgende ondersteuning-op-maat bieden: a. ondersteuning bij het opvoeden en opgroeien in de vorm van persoonlijk advies en specifieke cursussen; b. een plek in een pleeggezin of verblijf in instelling. Pleegzorg heeft hierbij de voorkeur; c. specialistische jeugdhulp, in de vorm van begeleiding, ondersteuning of behandeling; d. begeleidende verzorging; e. vervoer van de jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdzorg wordt aangeboden; f. crisisinterventie; g. jeugd GGZ; h. semi- en residentiële zorg; i. intramurale hulp; j. jeugdzorg plus; k. jeugdreclassering; l. jeugdbescherming. Deze ondersteuning is niet vrij toegankelijk. Uw kind of u als ouders heeft daarvoor een besluit van ons nodig of een verwijzing van een huisarts, jeugdarts of medisch specialist. 2. Het advies- en meldpunt Veilig Thuis biedt 24 uur per dag 7 dagen per weekadvies en ondersteuning aan iedereen die direct en indirect is betrokken bij huiselijk geweld en kindermishandeling.

18

4.5 Overgang naar volwassenheid (18- naar 18+) [Jeugdwet] 1. Wanneer uw kind ondersteuning op maat krijgt, zorgen we ervoor dat de overgang van 18- naar 18+ soepel verloopt. Wij zorgen voor een plan voor uw kind op alle belangrijke leefgebieden. Dit plan wordt door uw kind in samenspraak met de jeugdhulpaanbieder opgesteld. 2. Dit plan besteedt in ieder geval aandacht aan de volgende onderwerpen: a. scholing, werk of participatie; b. wonen; c. inkomen; d. zorg en ondersteuning; e. vrije tijd; f. het netwerk van uw kind. 3. Het is mogelijk dat de ondersteuning wordt verlengd. Dit kan maximaal tot de dag dat uw kind 23 jaar wordt. Deze verlenging is dan onderdeel van het plan. 4. Het is ook mogelijk dat ten behoeve van uw kind ondersteuning op grond van de Wmo of zorg op grond van de Zorgverzekeringswet wordt verleend. Dit dient ook in het plan, bedoeld in het tweede lid, te worden vermeld, alsook de financiële gevolgen die een beroep op deze voorzieningen met zich meebrengen, waaronder het wettelijk verplichte eigen risico en de eigen bijdrage Wmo. 5. Wanneer er sprake is van pleegzorg, dan wordt deze ingezet tot de dag dat de jongere 21 jaar wordt, tenzij de jongere 18 jaar of ouder is en heeft aangegeven op eigen benen te willen staan. De ondersteuning kan eventueel verlengd worden totdat de jongere 23 jaar wordt.

4.6 Afstemming met andere vormen van jeugdhulp [Jeugdwet] Wij zorgen ervoor dat de ondersteuning aansluit bij andere vormen van ondersteuning die aan uw kind of aan u als ouders wordt gegeven. Om dat te bereiken maken wij afspraken met hulpverleners, instellingen, zorgverzekeraars en andere personen of organisatie. De afspraken gaan over: a. procedures die gelden bij doorverwijzing naar ondersteuning; b. communicatie met andere organisaties; c. afbakening van taken en verantwoordelijkheden; d. aansluiting tussen de vrij toegankelijke ondersteuning en de ondersteuning-op-maat. De afspraken worden vastgelegd in een verslag.

19

Hoofdstuk 5 Wonen in een veilige en gezonde omgeving Inwoners met een beperking en/of met langdurige psychosociale problemen hebben soms hulp nodig om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. Wij hebben de taak om u te ondersteunen wanneer u niet in staat bent om zelf oplossingen te vinden voor knelpunten in uw woning, bij normale dagelijkse activiteiten en in de huishouding. Wij moeten ook maatregelen nemen die erop zijn gericht zijn u te ondersteunen wanneer u een beperking heeft, zodat u zo lang mogelijk voor uzelf kunt zorgen (zelfredzaamheid). Wij kijken hierbij niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar de te verwachten ontwikkelingen. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen over de hulp die de wij aan u kunnen geven. Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, gelden voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarden: 1. U kunt zo lang mogelijk zelfstandig in de eigen leefomgeving blijven wonen; 2. U bent zo lang mogelijk zelfredzaam; 3. Wij ondersteunen u in de verbetering van kwaliteit van leven.

5.1 Geschikte woning [Wmo] 1. Wij zorgen ervoor dat u ondersteuning-op-maat kunt krijgen wanneer het normale gebruik van uw woning als gevolg van een beperking niet mogelijk is. U moet wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.3.2. 2. De ondersteuning-op-maat houdt in dat de woning bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar wordt gemaakt. Wanneer dit noodzakelijk is gebeurt dit door een aanpassing van de woonkamer en/of slaapkamer, keuken, badkamer, berging en de gang(en), hal of overloop in de woning. 3. Wanneer een aanvraag voor een woningaanpassing wordt ingediend, dan onderzoeken wij eerst of u kunt verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning. 4. Wij verstrekken niet altijd ondersteuning-op-maat in de vorm van een woonvoorziening. Wij geven geen ondersteuning-op-maat in de volgende situaties: a. Uw beperkingen zijn het gevolg van de materialen die in de woning zijn gebruikt. b. U verblijft in een hotel of pension, een tweede woning, een trekkerswoning, een klooster, een vakantiewoning, een recreatiewoning, een ADL-clusterwoning of een woonruimte waarvoor u geen huurtoeslag kan krijgen. c. U woont in een woning die specifiek gericht is op een bepaalde groep mensen waartoe de inwoner behoort, bijvoorbeeld een seniorencomplex en de voorziening is bedoeld voor in een gemeenschappelijke ruimte, zoals elektrische deuropeners. d.

Het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder veel meerkosten meegenomen hadden kunnen worden. e. U bent zonder dringende reden verhuisd vanuit een woonruimte waar u geen problemen had bij het normale gebruik van de woning. f. U heeft een indicatie voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wet langdurige zorg. g. U bent verhuisd naar een woning die niet de meest geschikte woning is om uw beperkingen te verminderen of weg te nemen, tenzij wij daar schriftelijk toestemming voor hebben verleend. h. U heeft uw hoofdverblijf niet of zult uw hoofdverblijf niet hebben in de woning waarvoor u de woonvoorziening heeft gevraagd, behalve wanneer het gaat om het bezoekbaar maken van één woning. 5. Een woonvoorziening die een eerder verstrekte woonvoorziening vervangt, kan alleen worden verstrekt, wanneer: a. de eerder verstrekte woonvoorzienig technisch is afgeschreven; b. de eerder verstrekte woonvoorziening verloren is gegaan buiten uw schuld om; of wanneer c. de huidige woonvoorziening geen oplossing meer is voor de woonproblemen die u ervaart.

20

5.2 Een schone en leefbare woning [Wmo] 1. Wij zorgen ervoor dat u ondersteuning-op-maat kunt krijgen wanneer u als gevolg van een beperking uw woning niet zelf schoon en leefbaar kunt houden, geen beroep kunt doen op huisgenoten (gebruikelijke hulp) en uw sociaal netwerk en er geen andere passende alternatief is. Een passend alternatief kan bijvoorbeeld een programma zijn om u in eigen kracht te zetten. 2. De ondersteuning-op maat houdt in dat u de voorziening huishoudelijke hulp en/of praktische thuisondersteuning kunt krijgen. 3. Wanneer er in uw huishouden minderjarige kinderen zijn, dan kan de ondersteuning-op-maat ook uit het overnemen van de gebruikelijke zorg voor deze kinderen inhouden. Deze hulp is vooral bedoeld om de periode tot er andere hulp is te overbruggen.

5.3 Beschermd wonen [Wmo] U kunt in aanmerking komen voor beschermd wonen, als uw beperking gevolg is van psychische of psychosociale problemen. Het gaat niet om problematiek die voortkomt uit een (acute) crisissituatie waarin wij nog geen noodzaak voor beschermd wonen kunnen vaststellen. Daarvoor is de voorziening maatschappelijke opvang beschikbaar (zie artikel 5.4). Deze voorziening Beschermd Wonen wordt uitgevoerd door de centrumgemeente Maastricht. Voor beschermd wonen zijn het geldende beleid en de regels van de gemeente Maastricht van toepassing.

5.4. Maatschappelijke opvang [Wmo] 1. U kunt in aanmerking komen voor tijdelijke (maatschappelijke) opvang, als u dakloos bent en opvang nodig heeft, omdat u zich niet op eigen kracht kan redden in de samenleving. Bijvoorbeeld door psychische of psychosociale problemen of als er huiselijk geweld dreigt. 2. De opvang is erop gericht, dat u zich weer kan redden in de samenleving. De opvang wordt pas aangeboden, als andere voorzieningen niet geschikt zijn om dat doel te bereiken. 3. Deze voorziening wordt uitgevoerd door de centrumgemeente Maastricht. Voor maatschappelijke opvang is het geldende beleid en de regels van de gemeente Maastricht van toepassing.

5.5. Mantelzorgwaardering [Wmo] 1. Wij zorgen voor een jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers van inwoners van onze gemeente. 2. De mantelzorgwaardering kunt u én keer per jaar aanvragen en is een geldbedrag van maximaal € 200 per huishouden. 3. U dient de mantelzorgwaardering aan te vragen met het daarvoor bestemde aanvraagformulier. 4. U als zorgvrager komt in aanmerking voor een mantelzorgwaardering wanneer: a. u inwoner bent van onze gemeente; b. u mantelzorg ontvangt voor tenminste 8 uur per week en langer dan 3 aaneengesloten maanden hulp, of er is sprake van terminale zorg.

21

Hoofdstuk 6. De vorm van de hulp [Jeugdwet, Wib, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gw] Als wij u hulp toekennen, dan moet in overleg ook worden bepaald in welke vorm de hulp wordt gegeven. Die hulp is in principe ‘in natura’: wij zorgen ervoor dat hulp wordt ingezet. Dat kan een product of dienst zijn. In bepaalde gevallen kan de hulp in de vorm van geld worden gegeven of als een persoonsgebonden budget. Dit hoofdstuk regelt in welke vorm de hulp wordt ingezet en welke voorwaarden daarvoor gelden. Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, geldt voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarde: 1. Een vorm van ondersteuning moet bijdragen aan zelfredzaamheid en mogelijkheid om eigen regie te kunnen voeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=8c1710a6-4b47-4844-8552-dd11fd3132b5