CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5.1 130926 Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening bij zienswijze 2

Raadsvergadering 7 juli 2026, gemeente EerselBij agendapunt: Omgevingsvergunning Bisschop Rythoviusweg Eersel - realiseren van 5 levensloopbestendige woningen31.300 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Meerheide

Hapert

Steensel

Duizel

Eersel Riethoven

Bergeijk

Kernen in landelijk gebied

Zoekgebied verstedelijking

Gemengd landelijk gebied

Kerngebied groenblauw

Groenblauwe mantel

Uitsnede Structurenkaart (Structuurvisie Ruimtelijke Ordening provincie Noord-Brabant)

Op de Structurenkaart van de SVRO is de kern Eersel aangeduid als ‘kern in het landelijk gebied’. Ten zuiden en westen van Eersel zijn gebieden aangeduid als ‘zoekgebied verstedelijking’. Het agrarisch gebied rond Eersel is aangemerkt als ‘gemengd landelijk gebied’. De N284 (Hapertseweg) is ter hoogte van Eersel aangeduid als ‘af te waarderen’. Dit hangt samen met de aanleg van een nieuwe hoofdweg (met aansluiting op de A67) ten zuiden van Hapert, in samenhang met de realisering van het Kempisch Bedrijvenpark.

Croonen Adviseurs

22

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

3.2.2

Gemeente Eersel

Verordening Ruimte In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is vastgelegd hoe de bevoegdheden op het gebied van ruimtelijke ordening zijn verdeeld tussen rijk, provincies en gemeenten. De provincie kan door middel van een planologische verordening regels formuleren waarmee gemeenten bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening moeten houden. De provincie Noord-Brabant heeft hiertoe de Verordening Ruimte opgesteld. De Verordening Ruimte is in 2010/2011 gefaseerd in werking getreden en wordt jaarlijks geactualiseerd. In de Verordening Ruimte zijn onder andere regels opgenomen met betrekking tot stedelijke ontwikkeling, ecologische hoofdstructuur (EHS), waterberging, intensieve veehouderij, glastuinbouw en Ruimte-voor-Ruimte-ontwikkelingen. Daarnaast bevat de Verordening Ruimte regelingen voor onder meer grondwaterwinning, windturbines, bovenregionale detailhandel/leisure en hoogwaterbescherming. De regels zijn een doorvertaling van het provinciaal beleid zoals dat is opgenomen in de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening. Een belangrijk onderdeel van de Verordening Ruimte is de zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit. In samenhang hiermee bevat de Verordening Ruimte regels voor ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied. Bij dergelijke ontwikkelingen dient inzichtelijk te worden gemaakt hoe de ontwikkeling gepaard gaat met kwaliteitsverbetering van het landschap.

De regels van de Verordening Ruimte zijn er, in lijn met het beleid van de SVRO, op gericht om het leeuwendeel van de stedelijke ontwikkelingen plaats te laten vinden in de stedelijke regio’s en in het bestaand stedelijk gebied. De begrenzingen van de stedelijke en landelijke regio’s zijn vastgelegd in de kaarten behorende bij de Verordening Ruimte. In de verordening zijn ook het bestaand stedelijk gebied, de zoekgebieden voor stedelijke ontwikkeling en de ecologische hoofdstructuur begrensd.

Bestaand stedelijk gebied

Ecologische hoofdstructuur

Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling

Attentiegebied EHS Zoekgebied voor ecologische verbindingszone

Kaartbeelden Verordening Ruimte: stedelijk gebied en ecologische hoofdstructuur

Croonen Adviseurs

23

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

Gemeente Eersel

Het grootste gedeelte van het plangebied van voorliggend bestemmingsplan is op de kaarten behorende bij de Verordening Ruimte aangeduid als ‘bestaand stedelijk gebied’. Een aantal gebieden langs de randen van het plangebied is aangewezen als ‘zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling’. Het betreft onder meer de agrarische percelen ten westen van de Markt en het Hint, de gronden tussen de Postelseweg, de Dalemsedijk en de A67 (locatie Eersel-West) en de percelen in het driehoekige gebied tussen de Postelseweg en de Rosheuvel. Daarnaast zijn, buiten het plangebied van dit bestemmingsplan, relatief grote gebieden ten zuiden en ten westen van Eersel aangewezen als zoekgebied voor stedelijke ontwikkelingen. In het noordelijk deel van het plangebied, ten westen en ten oosten van bedrijventerrein De Haagdoorn, liggen verschillende (bos)percelen die deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur. In de Verordening Ruimte zijn regels opgenomen waaraan ruimtelijke plannen dienen te voldoen. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen dienen in principe plaats te vinden in bestaand stedelijk gebied of in een zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling. Binnen de grenzen van het stedelijk gebied zijn gemeenten vrij om te voorzien in stedelijke ontwikkeling, met inachtneming van de aanvullende regels die de verordening stelt (onder andere op het gebied van de plancapaciteit voor woningbouw).

Kwaliteitsverbetering van het landschap/rood-met-groen-koppeling De Verordening Ruimte bevat een regeling voor de kwaliteitsverbetering van het landschap, die de voorheen geldende rood-met-groen-koppeling heeft vervangen. De regeling heeft als doel dat stedelijke ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied gepaard gaan met kwaliteitsverbetering van het landschap. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied dient inzichtelijk te zijn dat de realisering gepaard gaat met verbetering van de kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het ontwikkelingsgebied en/of de omgeving. Indien kwaliteitsverbetering niet is verzekerd, dient een financiële bijdrage aan een landschapsfonds te worden geleverd. In de gemeentelijke beleidsnota Rood-met-Groen, die op 12 februari 2009 is vastgesteld, is invulling gegeven aan de rood-met-groen-koppeling. In deze beleidsnota is aangegeven op welke wijze gemeentelijke fondsen kunnen worden ingezet ten behoeve van investeringen in het buitengebied.

In de beleidsnota is aangegeven dat de roodmet-groen-compensatie op twee manieren plaats kan vinden: — compensatie binnen het plangebied: de kosten van de compensatiemaatregel komen in dat geval rechtstreeks ten laste van de grondexploitatie of worden opgenomen in het exploitatieplan; — compensatie buiten het plangebied: bij uitbreidingsplannen wordt per m² uitgeefbare grond een bedrag geïnvesteerd in het rood-met-groenfonds. In het ‘Landschapsontwikkelingsplan gemeente Eersel, van Structuurvisieplus naar landschapsontwikkeling’ is een landschapsontwikkelingskaart opgenomen, waarop een aantal gebieden is aangewezen waar investeringen in het buitengebied plaats kunnen vinden.

Croonen Adviseurs

24

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

Gemeente Eersel

In de beleidsnota Rood-met-Groen is een aantal concrete zoekgebieden voor compensatie aangewezen, waar mogelijkheden zijn voor natuur- en landschapsontwikkeling. Het rood-met-groenfonds wordt ingezet ten behoeve van kwaliteitsverbetering van het buitengebied in deze gebieden.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Op 3 april 2012 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie 2011 vastgesteld. In de structuurvisie is het bestaande ruimtelijke beleid bijeengebracht en zijn de sectorale visies met elkaar verbonden, zodat ze in onderlinge samenhang tot uitvoer kunnen worden gebracht. Een belangrijk onderdeel van de structuurvisie is de bijdrage van nieuwe stedelijke ontwikkelingen aan de landschappelijke kwaliteit, doordat de structuurvisie een relatie legt tussen de stedelijke ontwikkelingsmogelijkheden en de voorgenomen ruimtelijke verbeteringsprojecten in het buitengebied. De StructuurvisiePlus, die is vastgesteld op 17 december 2002, maakt integraal deel uit van de Structuurvisie 2011. Ook het Landschapsontwikkelingsplan, dat is vastgesteld op 15 mei 2007, maakt deel uit van de nieuwe structuurvisie. De ruimtelijke visie zoals vastgelegd in de StructuurvisiePlus en het Landschapsontwikkelingsplan blijft daardoor richtinggevend voor de komende jaren. In de StructuurvisiePlus (2002) heeft het gemeentebestuur haar integrale visie heeft weergegeven voor de meest wenselijke ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De structuurvisie heeft als doel de ruimtelijke kwaliteiten van de gemeente te behouden, maar tegelijkertijd ook ruimte te bieden voor nieuwe duurzame ontwikkelingen.

De volgende items zijn verder uitgewerkt en onderbouwd in de StructuurvisiePlus: — Voor de realisering van nieuwe woningbouw in de kernen ter voorziening in de behoefte voor eigen aanwas tot 2015 bestaan in alle kernen voldoende mogelijkheden. — Voorzieningen spelen een belangrijke rol in de leefbaarheid van de kernen. — Realiseren van voorzieningen voor intramurale zorg in de kernen Eersel en Vessem. — Uitbreiding van de bedrijventerreinen Meerheide in Eersel en Hoefseweg in Vessem. (Nader bepaald dat van ontwikkeling Hoefseweg wordt afgezien). — Ontwikkeling van gebied Eersel-West voor maatschappelijke en dienstverlenende functies. — Voldoende mogelijkheden voor landbouw. — Ontwikkeling van een landschappelijk raamwerk in delen van de gemeente en inzetten op de realisatie van natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones. — Recreatieve voorzieningen mogen kwalitatief worden verbeterd. — Er zijn voldoende locaties voorhanden voor de ontwikkeling van Ruimte-voorRuimte-locaties voor extra woningbouw op grotere kavels. — Veel zorg voor water. Voor de bedrijventerreinen in de gemeente Eersel geldt dat de invulling zowel qua aard als qua omvang van de bedrijven zeer divers is.

Croonen Adviseurs

25

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

Gemeente Eersel

Er komen zowel grootschalige (> 5.000 m² bvo) als minder grootschalige bedrijven voor. Het provinciaal en gemeentelijk beleid is erop gericht om de schaal van de bedrijvigheid aan te passen op de omgeving. 3.3.2

Centrumvisie Eersel Op 14 september 2004 is hoofdstuk 2 van de Centrumvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Dit hoofdstuk diende als uitgangspunt voor het bestemmingsplan ‘Kom Eersel’ en daarmee ook voor voorliggend bestemmingsplan ‘Kom Eersel, eerste herziening’. De Centrumvisie is sterk geënt op het aanwezige basiskapitaal van het centrumgebied. Dit kapitaal bestaat uit elementen van de waardevolle cultuurhistorische onderlegger met een aantal duurzame landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische kenmerken van de omgeving. Met de Centrumvisie zet de gemeente in op de continuïteit van bewezen (ruimtelijke, functionele en cultuurhistorische) waarden. Naast het behoud en onderhoud van de bestaande waarden wordt ook ingezet op ontwikkeling van delen die in de loop der tijd hun oorspronkelijke rol en betekenis verloren hebben en waarvoor een nieuw toekomstperspectief is gewenst. De visie ziet voor het centrumgebied een samenhangend systeem van grotere eenheden die ieder een eigen specifieke rol en betekenis voor het totaal hebben. Voor deze componenten geldt het volgende perspectief: — Behoud van de cultuurhistorische waardevolle ‘pit’, met een rol als beelddrager van Eersel in de regio en als economisch vitaal kloppend hart met een sterk toeristisch recreatief profiel. — Behoud van de groene flanken direct achter de historische pit.

— Versterking van de Nieuwstraat als volwaardig onderdeel van het centrumgebied, ook in ruimtelijke zin, met een specifiek functioneel profiel als vitale winkelstraat. — Op lange termijn het verminderen van de barrièrewerking van de provinciale weg met een ruimtelijke en functionele betekenis als een hoofdstructuurlijn door en van het dorp, in plaats van een regionale verbinding langs het dorp. — Het in samenhang ontwikkelen van twee landschappelijke restfragmenten aan de noordzijde van het centrumgebied als volwaardig onderdeel van de kern. — Behoud van het open landschap ten westen van de kern vanwege de unieke en directe relatie tussen het centrumgebied en het landschap. Op de korte termijn zet de visie met name in op de aanleg van parkeertuinen in enkele clusters dicht in de buurt van het centrum in combinatie met vermindering van het aantal parkeerplaatsen op de Markt en invoering van een blauwe zone voor parkeerduurbeperking. De gemeente Eersel stelt zich op het standpunt dat bij inbreiding primair wordt gedacht aan een hernieuwde invulling binnen bestaand stedelijk gebied, bijvoorbeeld woningen op een bedrijfslocatie. Eersel wil uitdrukkelijk niet elke open of groene locatie invullen, omdat hierdoor het dorpse karakter te zeer wordt aangetast. Dit om verblijfswaarde van het gebied te verbeteren.

Croonen Adviseurs

26

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

Gemeente Eersel

Op de lange termijn voorziet de visie in de volgende elementen: — Herstel van de aansluiting Hint en Hertstraat/Akkerstraat. — Ontwikkeling van het gebied Hertstraat en omgeving met groene en rode functies. 3.3.3

Volkshuisvestingsbeleid Het gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid borduurt voor op het rijksbeleid en het provinciaal ruimtelijk beleid. In grote lijnen komt dit beleid neer op concentratie van woningbouw in stedelijke netwerken of stedelijke regio’s. Stedelijke regio’s zoals Eindhoven-Helmond zijn de zoekgebieden voor stedelijke ontwikkeling. De gebieden daarbuiten, de zogenaamde landelijke regio’s, zijn gereserveerd voor laagdynamische functies als natuur, recreatie en landbouw. Woningbouw vindt in deze gebieden alleen plaats voor de eigen behoefte. Er is ruimte voor zoveel woningen als nodig voor de natuurlijke bevolkingsgroei (‘bouwen voor migratiesaldo-nul’). Voor het aanwijzen van locaties geldt dat inbreiding voor uitbreiding gaat. Dat houdt in dat eerst de mogelijkheden binnen het bestaand stedelijk gebied moeten worden bekeken, voordat uitbreiding in het buitengebied plaatsvindt. In het Uitwerkingsplan Zuidoost-Brabant heeft voor wat betreft de locaties voor woningbouw een bovengemeentelijke afweging plaatsgevonden op schaal van de vijf Kempengemeenten. De uitbreidingsgebieden zijn, voor zover nog relevant, in de Verordening Ruimte overgenomen als zoekgebieden voor stedelijke ontwikkeling. Afspraken over het woningbouwprogramma zijn vastgelegd in het regionaal woningbouwprogramma van de SRE.

3.3.4

Woonvisie ‘Werkelijk en wenselijk wonen’ In de gemeentelijke woonvisie wordt prioriteit gegeven aan de beschikbaarheid van woningen voor starters en jonge gezinnen in de kernen. Ook speelt de woonvisie in op de vergrijzing, waarbij het accent ligt op woningen die specifiek voor zorg geschikt zijn. Directe gemeentelijke invloed op de bestaande woningvoorraad is beperkt, met name doordat het grootste deel van de woningvoorraad in handen van particulieren is. Waar nieuwbouw aan de orde is, moet levensloopbestendig bouwen worden bevorderd. In de nabijheid van voorzieningen dienen nieuw te bouwen zorgwoningen te worden gerealiseerd, om de vergrijzing op te vangen. Dit betekent concentratie van voor zorg geschikte woningen in Eersel en, in mindere mate, in Vessem. Door gerichter toewijzen van huurwoningen, door strategische nieuwbouw en ervoor te zorgen dat deze woningen ook beschikbaar blijven voor de beoogde doelgroep, moeten de financieel minder draagkrachtige starters aan bod komen. De gemeente streeft ernaar de ontwikkelingen in de kernen nader af te stemmen op de leefbaarheid. Dit betekent dat niet langer ingezet wordt op een evenredige verdeling van de woningbouw over de kernen, maar op realisatie van woningbouw op projectbasis. Op dit moment worden extra mogelijkheden voor de vijf kleine kernen onderzocht.

Bij deze plannen worden niet alleen woningen maar ook andere voorzieningen betrokken. Sinds februari 2001 is op het terrein van zorg, welzijn en wonen een gemeentelijke werkgroep huisvesting ouderen, gehandicapten en chronisch zieken actief.

Croonen Adviseurs

27

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

Gemeente Eersel

Deze werkgroep adviseert het gemeentebestuur van Eersel gevraagd en ongevraagd inzake de invulling van de kwalitatieve en kwantitatieve vraag naar voorzieningen op het gebied van wonen en zorg en de daarbij behorende noodzakelijke welzijnsvoorzieningen voor de doelgroepen senioren, gehandicapten en chronisch zieken in de gemeente Eersel. In 2002 heeft de werkgroep het eerste deel van de notitie ‘Voorzieningen op het gebied van wonen, welzijn en zorg in de gemeente Eersel’ vastgesteld, waarin een berekening van de vraag en het aanbod seniorenhuisvesting gecombineerd met zorg en welzijn is opgenomen. 3.3.5

Woningbouwprioritering 2011-2020 Op 29 maart 2012 heeft de gemeenteraad de woningbouwprioritering voor de periode 1 januari 2011 t/m 1 januari 2020 vastgesteld. Door middel van deze prioritering van woningbouwplannen wordt de plancapaciteit afgestemd op de provinciale prognoses. In de provinciale prognose (januari 2012) is voor de gemeente Eersel in de periode van 1-1-2011 tot en met 1-1-2020 een totaal van 806 woningen opgenomen. Afgezet tegen de harde plancapaciteit van 516 woningen (zijnde de woningbouw in vastgestelde bestemmingsplannen), is nog ruimte voor de toevoeging van 290 woningen. Gezien de totale zachte plancapaciteit van 496 woningen is prioritering noodzakelijk. Op basis van een Multi Criteria Analyse (MCA) zijn de projecten in de zachte plancapaciteit geprioriteerd. De gehanteerde criteria hebben betrekking op locatie, programma, volkshuisvesting, financiën en ruimtelijke kwaliteit. Om te komen tot een definitieve prioritering zijn de resultaten van de MCA afgezet tegen de woningbehoefte per kern. Op basis hiervan zijn de beschikbare woningen verdeeld over de zachte plannen in de gemeente. In totaal zijn 187 woningen toegewezen. De overige 103 woningen kunnen worden gebruikt om knelpunten in de kernen op te lossen of om contingent beschikbaar te stellen indien daar vanwege ruimtelijke kwaliteit om gevraagd wordt.

3.3.6

Leefbaarheid Een belangrijk speerpunt van het gemeentelijk beleid, maar vooral ook van de inwoners van de gemeente, is het streven naar leefbaarheid in de verschillende kernen. Leefbaarheid is echter een containerbegrip, wat wil zeggen dat een veelvoud aan thema’s onder het begrip wordt geschaard. Een heldere definitie van het begrip is dan ook essentieel voor een heldere afbakening. Leefbaarheid rust op drie peilers: fysieke omgeving, sociale omgeving en voorzieningenniveau. Definities van leefbaarheid bestaan over het algemeen uit een abstracte beschrijving van het begrip en een meer concrete operationalisatie. Algemeen geldt: ‘Leefbaarheid is de mate waarin het wonen in een bepaalde buurt door de bewoners ervan als bevorderend voor hun welzijn wordt ervaren.’ De aspecten die bepalend zijn voor de leefbaarheid vallen uiteen in ruimtelijke elementen en niet-ruimtelijke elementen als veiligheid, bevolkingssamenstelling, overlast, uitstraling en voorzieningen. Hoewel het begrip leefbaarheid dus verder reikt dan het beschikken over voldoende voorzieningen in de directe nabijheid van de woning, is dit ruimtelijk gezien wel het belangrijkste aspect.

Croonen Adviseurs

28

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

Gemeente Eersel

Ook de fysieke omgeving is van belang, wat met name speelt in inrichtingsvraagstukken. Over het algemeen wordt het in stand houden van medische, sportieve, culturele, sociale, maatschappelijke en detailhandelvoorzieningen gezien als het essentiële middel gezien om de leefbaarheid te waarborgen. Op dit moment doet zich in de kleinere kernen van de gemeente Eersel een ontwikkeling voor die niet ten goede komt aan de leefbaarheid. Door stagnatie in de bevolkingsontwikkeling en een toenemende noodzaak tot schaalvergroting, neemt het draagvlak voor allerlei voorzieningen steeds verder af. Om deze ontwikkeling een halt toe te roepen, moet ingespeeld worden op de volgende zaken: — klantentrouw: in kleine kernen speelt de individuele aantrekkingskracht van de winkels sterk; — ondernemers willen graag blijven; — kernen beschikken over voldoende in- en uitbreidingslocaties om het inwonertal op peil te houden; — door toerisme wordt het draagvlak in bepaalde seizoenen versterkt; — basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg (huisarts, thuiszorg, etc.), een gemeenschapshuis, onderwijs, kinderopvang en dergelijke worden steeds vaker op een efficiënte manier geclusterd in het zogenaamde ‘brede schoolconcept’. De gemeente Eersel heeft in 2002 een leefbaarheidsonderzoek uitgevoerd.

Hierop volgend is een werkwijze ontwikkeld waarbij burgers, locale instellingen en gemeente samen knelpunten oplossen. In 2005 is dit leefbaarheidsonderzoek herhaald. Voor verdere informatie over de resultaten wordt verwezen naar dit onderzoek. 3.3.7

Regionale beleidsvisie Dag- en Verblijfsrecreatie De Kempen (2008) De gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden hebben een regionale beleidsvisie opgesteld op het gebied van dag- en verblijfsrecreatie. De genoemde gemeenten vormen een toeristische eenheid in de Kempen. Vanwege de toeristische eenheid wordt gestreefd naar één toekomstbeeld en naar eenheid in instrumenten van beleid. Het toeristisch beleid, zoals dat is opgenomen in de Regionale beleidsvisie, beoogt te sturen op ontwikkeling. De toeristisch-recreatieve sector kan groeien met inachtneming van andere belangen: natuur, cultuurhistorie, bewoners en andere economische sectoren. Op basis van de analyse van de huidige toeristisch-recreatieve structuur zijn ontwikkelingskaders voor de toeristisch recreatieve sector opgesteld, die kunnen worden vertaald in bestemmingsplannen. Het toekomstbeeld van de toeristische regio De Kempen bouwt voort op de huidige (toeristische) identiteit van de regio. De wortels van De Kempen zijn de landbouw, natuur, water en bos- en heidegebieden. Om bezoekers naar de regio te halen en deze aan de regio te binden, moeten accenten worden verlegd. Het toekomstig recreatief profiel van De Kempen bestaat uit: — een grotere rol voor dagrecreatie met als doel een meer volledig toeristisch product en verblijfsklimaat.

Croonen Adviseurs

29

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

— — — — — —

Gemeente Eersel

De relatieve groei van de dagrecreatie komt tot stand door zowel nieuwe (kleinschalige) initiatieven, evenementen, themaprojecten, als door uitbreiding van bestaande bedrijven en meer gebruik van het bestaande aanbod; een prominentere rol van de kernen; een groter aanbod bestaande uit samenwerking tussen bedrijven: meer arrangementen en cross-overs (innovatieve verbindingen); meer samenhang in het aanbod (waardeketen); een betere spreiding van de bezoekers over de seizoenen; een betere profilering van De Kempen als gebied voor de zakelijke markt: vergaderingen, productpresentaties, kleinschalige congressen/workshops; een grotere diversiteit in de verblijfsrecreatie door het verlenen van medewerking aan vernieuwing van bestaande bedrijven en passende nieuwe bedrijvigheid toe te laten.

Op basis van dit gewenste profiel is een algemene ruimtelijke visie gemaakt, waarin een zonering is aangebracht. Voor de kernen geldt dat deze een prominentere rol gaan spelen in het toerisme. De historische authentieke omgeving van de dorpen met hun kleinschalige structuur, natuur en zweem van boerenleven spelen een belangrijke rol voor een dag- of kortverblijf. Niet alleen de bijzondere (historische) panden, plekken en bezienswaardigheden, maar ook de kwaliteit, inrichting en sfeer van de openbare ruimte zijn hierbij van belang. In de dorpen is genoeg ruimte voor recreatieve accommodaties in ‘stedelijke’ sfeer, waaronder speciaalzaken, kleine film- en toonzalen, kookstudio’s en biologische markten. Nieuwe kleinschalige (verblijfs)accommodaties met een meer landelijk karakter zijn op beperkte schaal mogelijk, ook binnen de kleinere kernen. De omgeving van de kernen Eersel, Duizel, Knegsel, Vessem en Wintelre is aangewezen als kansrijk extensief landelijk gebied. Nieuwe dagrecreatieve voorzieningen en uitbreiding van bestaande voorzieningen is hier mogelijk. Ook grootschalige extensieve verblijfsrecreatie en kleinschalige intensieve verblijfsrecreatie zijn hier passend. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om kleinschalige extensieve accommodaties, trekkershutten of groepsappartementen.

Kleinschalige dag- en verblijfsvoorzieningen (boerenkamer, natuurcamping, boerderijwinkel, boerderijterras) passen in deze gebieden. 3.3.8

Integraal Horecabeleid Gemeentelijk horecabeleid beoogt een bijdrage te leveren aan een woon- en leefklimaat, waarin een evenwicht wordt bereikt tussen de belangen van de horecaexploitanten, de bewoners, de gemeente en de politie. De nota omvat het integrale horecabeleid voor de gemeente Eersel, waarin zaken als terrassenbeleid, kansspelbeleid, veiligheid, parkeerbeleid en milieubeleid in onderlinge samenhang aandacht krijgen. Naast de al genoemde onderwerpen komt ook het ruimtelijke beleid aan bod. Hierin wordt per kern aangegeven welke aspecten aandacht dienen te krijgen in het betreffende bestemmingsplan.

Croonen Adviseurs

30

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

3.3.9

Gemeente Eersel

Verkeersveiligheidsplan 2012-2016 Op 28 juni 2012 heeft de gemeenteraad het Verkeersveiligheidsplan 2012-2016 vastgesteld. In het Verkeersveiligheidsplan zijn kaders en uitgangspunten vastgelegd die het gemeentelijk beleid in de periode tot 2016 bepalen. De gemeente Eersel sluit aan op de principes van Duurzaam Veilig, wat zich onder meer uit in het hanteren van een wegcategorisering zoals vastgelegd in het Verkeersveiligheidsplan uit 2005. De wegcategorisering (indeling in stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen type I en type II) is het uitgangspunt voor de uitwerking van het Verkeersveiligheidsplan 2012-2016 en voor de inrichting van het wegennet in de gemeente. Bij de inrichting van wegen speelt, naast de verkeersveiligheid, ook de leefbaarheid een belangrijke rol. De weginrichting en beeldkwaliteit van de wegen zijn van belang voor de mate van leefbaarheid/aantrekkelijkheid van de omgeving. Uitgangspunten voor de weginrichting zijn daarom, naast een verkeersveilige inrichting, ook het aansluiten bij de 'geest van de plek', het benadrukken van het historische karakter van de omgeving en het benadrukken van bijzondere plekken. Voor stroomwegen is minder ruimte voor beeldkwaliteit, maar speelt de verkeerskundige invalshoek de belangrijkste rol.

Bij gebiedsontsluitingswegen is het scheiden van verkeerssoorten en het streven naar uniformiteit en herkenbaarheid van groot belang. Bij de inrichting van erftoegangswegen en verblijfsgebieden speelt beeldkwaliteit een rol binnen de verkeerskundige component.

Wegcategorisering

Grootschalige infrastructurele projecten in de komende jaren zijn de Grenscorridor N69, de N284 (en Kempisch Bedrijvenpark), inclusief afwaardering N284 ter hoogte van Eersel en de ontsluiting Eersel - Bergeijk. Voor de overige wegen geldt dat in de komende jaren wordt ingezet op het continueren van de inrichting van het wegennet overeenkomstig de wegencategorisering en dat de 30 km/h zones en 60 km/h zones worden gecompleteerd.

Croonen Adviseurs

31

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

Gemeente Eersel

3.3.10 Groenstructuurplan Eersel Op 9 februari 1999 is de gemeenteraad akkoord gegaan met het groenstructuurplan voor de gehele gemeente Eersel. Met het opstellen van het groenstructuurplan heeft de gemeente zich vier doelen en wensen gesteld met betrekking tot het groen in de bebouwde kom. Deze doelen zijn: — het bepalen en vastleggen van de duurzame groenstructuur (lanen); — het beheren van de openbare ruimte, groen en verharding. zonder bestrijdingsmiddelen; — het geven van indicaties van kosten voor het realiseren van het groenstructuurplan; — het inzichtelijk maken van veiligheidsaspecten voor het openbaar groen. Gemeentelijk groenbeleid is noodzakelijk. Groen is investeren in de toekomst, want groen heeft een lange ontwikkelingstijd en levensduur. Groen heeft tijd nodig om zich aan te passen aan de standplaats en te ontwikkelen tot een duurzame groenstructuur. Daarvoor is een continu beheer over een langere tijd noodzakelijk. In het groenstructuurplan is het beheer van openbaar groen zonder gif een belangrijk onderwerp. Aangegeven wordt waar en op welke wijze natuurvriendelijke beheer mogelijk is. 3.3.11 Kadernota ‘Groen denken is groen doen’ In 2004 is de kadernota ‘Groen denken is groen doen’ opgesteld. De nota geeft de gemeentelijke visie op het gebied van groen weer en stelt kaders op dit gebied.

Het groen op het grondgebied van Eersel draagt in hoge mate bij aan het prettige woon-, werk- en recreatief verblijfsklimaat en bepaalt het karakter en de identiteit van de zes dorpen. Dit klimaat en karakter dienen gehandhaafd te blijven. Met name voor de entrees, de dorpscentra en het buitengebied geldt dat het groen aantrekkelijk moet zijn. Er dient rekening gehouden te worden met natuur- en cultuurhistorie, milieu, veiligheid en volksgezondheid. In de kadernota worden verschillende thema’s met betrekking tot groen en groenbeleid uitgezet. Het openbaar groen zal hoofdzakelijk conform het parkmodel worden ingericht. De randen van de kernen worden als ecologisch model ingericht, waarbij te denken valt aan houtsingels, bosjes en houtwallen. 3.3.12 Speelruimtebeleid Door de gemeenteraad is in 2007 een beleidsnota Speelruimtebeleid vastgesteld. Hierin is onder andere vastgelegd dat bij het ontwerpen en onderhouden van openbaar groen, openbaar water en wegen en pleinen in woongebieden rekening gehouden moet worden met een mogelijkheid om er (veilig) te kunnen spelen.

De belangrijkste uitgangspunten uit het speelruimtebeleid zijn: — behoud van het landelijke karakter en de daarbij passende beeldkwaliteit voor buitengebied en bebouwde kom; — het openbaar groen moet zodanig zijn ingericht dat de mogelijkheid voor spelen aanwezig is; — schoolpleinen die openbaar zijn, kerkpleinen en dorpspleinen voorzien in de behoefte aan speelruimte in de openbare ruimte;

Croonen Adviseurs

32

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

Gemeente Eersel

— kernspecifieke kwaliteiten zoals een dorps karakter, groene leefomgeving, informele speelruimte zijn kwaliteiten waarbij aansluiting gezocht wordt; — speelruimtes zijn gevarieerd en worden ingericht volgens het principe van ‘natuurlijk spelen’; — de bestemmingsplannen voor gebieden met woonfunctie bieden de voorschriften de mogelijkheid om speelplekken te realiseren. 3.3.13 Waterplan Eersel Het beleid van de gemeente Eersel voor wat betreft de waterhuishouding sluit aan op het landelijke en provinciale beleid. Het belangrijkste uitgangspunt is dat nieuwe ontwikkelingen geen belemmering mogen vormen voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water in het deelstroomgebied. Daarnaast is het van belang dat bij inpassing wordt voorkomen dat afwenteling op andere delen van het deelstroomgebied plaatsvindt. Nieuwe rioolstelsels van enige omvang dienen als verbeterd gescheiden te worden uitgevoerd. Verder dient bij nieuwe ontwikkelingen hemelwater, afkomstig van ‘schoon’ afvoerend oppervlak, waar mogelijk, geïnfiltreerd te worden. Op 18 september 2001 is door de gemeenteraad van Eersel ingestemd met het ‘Waterplan Eersel’.

In dit rapport, dat is opgesteld door Iwaco, staan enkele relevante beleidsuitgangspunten: — water als ordenend principe; — stedelijke ontwikkelingen bij voorkeur op meest geschikte plekken (op hogere plekken tussen de beekdalen) en het ont- en afwateringssysteem richten op infiltratie van afstromend hemelwater. Bouwen op ongeschikte plekken voorkomen (sturend daarvoor is: kaart 11, Iwaco, 2001); — revitalisering van het natuurlijk watersysteem; — waterafvoer en retentie ten behoeve van tegengaan wateroverlast op regionale schaal (in relatie tot De Dommel). In het Streekplan Noord-Brabant 2002 (inmiddels de Interimstructuurvisie) en het Integraal Hydrologisch Streefbeeld zijn voor Eersel drie zoekgebieden voor waterberging langs de Kleine Beerze, de Run en de Gender aangewezen; — verbetering waterkwaliteit om te voldoen aan de aan de waterlopen toegekende functies en om de potenties voor natte natuurontwikkeling te vergroten; — tegengaan lokale wateroverlast als gevolg van te geringe afvoercapaciteit van het rioolstelsel en het oppervlaktewaterstelsel; — organisatie waterbeheer: goede samenwerking tussen betrokken partijen. Het waterplan Eersel vormt de basis voor de toekomstige koers op het gebied van water in de gemeente Eersel. 3.3.14 Handhavingsbeleid Handhaving is nodig omdat naleving van regels niet vanzelfsprekend is.

Onze samenleving kan echter alleen functioneren indien democratisch geformuleerde regels op een verantwoord niveau worden nageleefd. Dit kan alleen worden bereikt indien zij door de overheid ook consequent worden gehandhaafd.

Croonen Adviseurs

33

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

Gemeente Eersel

Integraal handhavingsbeleid is wenselijk om een aantal redenen. Zo moet er een ambitieniveau voor handhaving worden geformuleerd. Daarnaast moet worden vastgelegd hoe dit ambitieniveau kan worden gerealiseerd en wel op een zo effectief en efficiënt mogelijke wijze. Het gaat dan vooral om de organisatie en toedeling van middelen. Ook moeten er inhoudelijke beleidsregels worden vastgelegd die aangeven hoe de gemeente op de verschillende handhavingsgebieden concreet optreedt. Tenslotte dient dit alles te worden gecommuniceerd zodat voor iedereen duidelijk is wat de gemeente Eersel op het gebied van handhaving wil realiseren. Op 9 februari 2010 heeft de gemeenteraad de nota ‘Handhavingsbeleid 2010 - 2013’ vastgesteld. In de nota zijn de visie, doelstellingen, uitgangspunten en strategieën op het gebied van handhaving beschreven. 3.3.15 Relatie bestemmingsplan - welstandsnota/(beeld)kwaliteitplan Welstandsnota In het bestemmingsplan ‘Kom Eersel, eerste herziening’ worden de functie en het gebruik van de gronden en de maatvoering van de bebouwing geregeld. Het bestemmingsplan vormt daarmee de basis voor de stedenbouwkundige opzet van de kern. De architectonische verschijning wordt gewaarborgd door middel van de gemeentelijke welstandsnota, die in juli 2009 is vastgesteld door de gemeenteraad.

De hoofdlijnen van het welstandsbeleid zijn: — sport-, recreatie- en zorgterreinen worden geheel welstandsvrij; — bos- en natuurgebieden worden welstandsvrij met een excessenregeling; — achterkanten en zijkanten die met betrekking tot de invloed op het publieke domein vergelijkbaar zijn met achterkanten, worden welstandsvrij met een excessenregeling; — een licht toetsniveau in ‘gewone’ woonwijken; — een licht toetsniveau en deels welstandsvrij met een excessenregeling voor bedrijventerreinen; — een kritisch toetsniveau voor het buitengebied; — een streng toetsingsniveau voor de historische kernen, lintbebouwingen en monumenten; — ruime sneltoetscriteria voor veel voorkomende bouwwerken. Daarnaast worden voor de gebieden en/of locaties waarvoor de gemeenteraad een hoog ambitieniveau heeft, beeldkwaliteitsplannen opgesteld, die prevaleren boven de gebiedsgerichte criteria uit de welstandsnota. In de welstandsnota wordt, voor de gebieden die niet welstandsvrij zijn, gewerkt met sneltoetscriteria en gebiedscriteria. Voor bouwwerken die niet kunnen worden afgedaan met de sneltoetscriteria, zijn de gebiedsgerichte criteria van toepassing. Binnen de gemeente worden zeven deelgebieden onderscheiden. Per deelgebied is een welstandsniveau aangegeven, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen een licht, een kritisch en een streng toetsniveau.

Bouwplannen in een gebied met licht welstandsniveau worden slechts getoetst aan de in de welstandsnota benoemde hoofdaspecten (zoals situering en massavorm).

Croonen Adviseurs

34

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

Gemeente Eersel

Voor bouwplannen in een gebied met kritisch toetsniveau worden ook de deelaspecten (waaronder gevelindeling en vormgeving gevelelementen) beoordeeld. In gebieden met een streng toetsniveau wordt bovendien getoetst aan detailaspecten (zoals materialen, kleur en detaillering van onderdelen). Als ‘vangnet’ zijn tenslotte algemene criteria opgenomen, die voor elk nieuw bouwwerk gelden.

Deelgebieden in Eersel

In de welstandsnota zijn de volgende deelgebieden opgenomen. — H Historische kernen en bebouwingslinten (streng); — G Gemengde bebouwing (streng); — W Woonwijk (licht); — BT Bedrijventerreinen (licht, deels welstandsvrij met excessenregeling); — SR Sport-, recreatie- en zorgterrein (welstandsvrij); — BU Boerenerven (agrarisch buitengebied) (kritisch, deels licht); — BN Bos- en natuurgebied (welstandsvrij met excessenregeling).

Croonen Adviseurs

35

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

Gemeente Eersel

Van elk deelgebied is een korte algemene beschrijving opgenomen en zijn de belangrijkste kenmerken benoemd. Bouwplannen dienen, naar oordeel van de Welstandscommissie, te passen binnen de in de welstandsnota opgenomen kenmerken en het in de welstandsnota geformuleerde beleid voor het betreffende deelgebied. (Beeld)kwaliteitsplan gemeente Eersel In de beeldkwaliteitsplannen, die prevaleren boven de gebiedsgerichte ambities uit de welstandsnota, wordt de richting van de gemeentelijke ambitie aangegeven en wordt aangegeven welke kwaliteiten daarbij horen. Beeldkwaliteitsplannen hebben betrekking op de bebouwde en de onbebouwde omgeving en kunnen zowel worden opgesteld voor nieuw te ontwikkelen gebieden als voor (delen van) het bestaand stedelijk gebied. Om de kwaliteit van de belangrijkste (historische) straten, pleinen en linten in de gemeente Eersel te behouden is het (beeld)kwaliteitsplan gemeente Eersel opgesteld. Het hoofddoel van het BKP is het borgen van de ruimtelijke kwaliteit en de samenhang van de dorpen om daarmee de identiteit en leefbaarheid te versterken. Het BKP vormt enerzijds een inspiratiebron voor initiatiefnemers en anderzijds een toetsingskader voor beleidsmedewerkers bij de gemeente en welstand. In deel 1 van het BKP zijn tien verschillende dorpsruimtes onderscheiden en beschreven, waaronder linten, kerkpaden, plaatsen en pleinen/markten.

Per dorp is op een kaart inzichtelijk gemaakt op welke wegen en straten het BKP van toepassing is en welke types dorpsruimte hier worden onderscheiden. De bestaande karakteristieken van de dorpsruimtes zijn uitgebreid geanalyseerd. In het BKP zijn staalkaarten van de openbare ruimte opgenomen, waarin voor zowel voor de 'groene bouwstenen' (zoals bomen, hagen en gazons) als voor de 'harde bouwstenen' (zoals verharding, straatmeubilair en verlichting) uitgangspunten zijn benoemd. Daarnaast is in het BKP ingegaan op de wijze waarop erven en gebouwen langs de dorpsruimtes kunnen worden vormgegeven. Hierbij zijn verschillende typen gebouwen/erven langs de historische wegen en straten onderscheiden. Er zijn zeven handvatten voor de architectuur geformuleerd: — straat, erf, gebouw; — positionering op het erf; — woonhuistype; — massa en compositie; — kleur en materialisering; — vorm en stijl; — details. Deze zeven punten formuleren de opgave waar burgers, gemeentelijke overheid en initiatiefnemers mee aan de gang kunnen. Het belangrijkste uitgangspunt is de inpassing van nieuwbouw in de eenvoudige, sobere Kempische architectuur. In deel 2 van het BKP worden de Kempische bouwstenen die zijn geformuleerd in deel 1 gespecificeerd per dorp en per straat. Voor ontwikkelingslocaties worden daarbij nadere uitgangspunten geformuleerd.

Croonen Adviseurs

36

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

3.4

Gemeente Eersel

Beleid waterschap Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. Het beleid van Waterschap De Dommel is gericht op het zo lang mogelijk vasthouden van gebiedseigen water, met name in perioden van regenval, gecombineerd met het zoveel mogelijk scheiden van het schone en het verontreinigde water. In deze paragraaf is het beleid van het waterschap kort opgenomen. Voor een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied wordt verwezen naar paragraaf 7.6. Waterschap De Dommel heeft op 16 december 2009 het Waterbeheerplan III ‘Krachtig Water’ vastgesteld. Het waterbeheerplan is op 22 december 2009 goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Dit waterbeheerplan beschrijft de doelen en inspanningen van Waterschap De Dommel voor de periode 2010-2015. Hierbij is de volgende indeling in thema’s gehanteerd: — droge voeten; — voldoende water; — natuurlijk water; — schoon water; — schone waterbodem; — mooi water. Droge voeten Voor het thema Droge voeten legt het Waterschap gestuurde waterbergingsgebieden aan, zodat de kans op regionale wateroverlast in 2015 in bebouwd gebied en een deel van de kwetsbare natuurgebieden acceptabel is. In beekdalen die in zeer natte perioden van oudsher overstromen, wordt geen overstromingsnorm toegepast.

Voldoende water Voor Voldoende water worden de plannen voor het gewenste grond- en oppervlakteregime (GGOR) in zowel landbouw- als natuurgebieden uiterlijk in 2015 vastgesteld. Met de realisatie van maatregelen in de belangrijkste verdroogde natuurgebieden (Topgebieden) gaat het Waterschap aan de slag. Natuurlijk water Voor het thema Natuurlijk water richt het Waterschap zich op de inrichting en het beheer van watergangen en op het halen van de ecologische doelen uit de Europese Kaderrichtlijn Water en de functies ‘waternatuur’ en ‘verweven’ uit het Provinciaal Waterplan. Om deze doelen te halen gaat het Waterschap verder met beekherstel, de aanleg van ecologische verbindingszones en het opheffen van barrières voor vismigratie. Deze maatregelen worden zoveel mogelijk uitgevoerd per gebied, in één samenhangend maatregelenpakket met herstel van Topgebieden en verbetering van de water(bodem)kwaliteit. Schoon water Voor Schoon water zet het Waterschap het proces van samenwerking met gemeenten in de waterketen door.

Croonen Adviseurs

37

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

Gemeente Eersel

Gezamenlijk worden optimalisatiestudies uitgevoerd en worden afspraken vastgelegd in afvalwaterakkoorden. Verder wil het Waterschap een deel van de rioolwaterzuiveringen vergaand verbeteren om te voldoen aan de Kaderrichtlijn Water. Bron- en effectgerichte maatregelen om kwetsbare gebieden te beschermen worden genomen. Schone waterbodems Bij het thema Schone waterbodems pakt het Waterschap vervuilde waterbodems aan in samenhang met beekherstel. Afhankelijk van de soort verontreiniging gaan het Waterschap saneren, beheren of accepteren. Mooi water Voor Mooi water wordt bij inrichtingsprojecten de waarde van water voor de mens vergroot. Dit kan door ruimte te bieden aan recreatiemogelijkheden, landschap en cultuurhistorie. Binnen de kerntaken van het Waterschap, kiest Waterschap De Dommel ervoor om twee onderwerpen met hoge prioriteit aan te pakken: — het voorkómen van wateroverlast; — het herstellen van het watersysteem van Natura 2000-gebieden. De notitie Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk van Waterschap De Dommel en Waterschap Aa en Maas maakt inzichtelijk welke hydrologische consequentie(s) ruimtelijke ontwikkelingen kunnen hebben op het watersysteem. Tevens geeft het document de uitgangspunten en randvoorwaarden bij hydrologisch neutraal bouwen.

Croonen Adviseurs

38

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

Gemeente Eersel

4 Ruimtelijke en functionele structuur In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke en functionele structuur van Eersel. Hierbij wordt onder meer aandacht besteed aan de historische ontwikkeling van de kern en aan de huidige bebouwings-, verkeers- en groenstructuur.

4.1

Historische ontwikkeling De stedenbouwkundige structuur van Eersel vindt zijn basis in de Markt, van oudsher de centrale ruimte van de kern. Straten als de Voortseweg, Oude Postelseweg, Duizelseweg, Hint en Nieuwstraat komen hierop uit. Deze linten kernmerken zich door hun typische ongelede profielen, waarin de lanen als structurerend element dienen. Ook de bebouwing heeft zich lange tijd geconcentreerd rond de Markt/Hint. Ter plaatse van het huidige Carquefouplein lag een buurtschap. Tussen deze buurtschap en de Markt ontstond in de loop van de tijd een bebouwingslint langs de Dijk en de Kerkstraat. Langs andere doorgaande wegen werd geleidelijk aan eveneens lintbebouwing gesitueerd. Langs de Nieuwstraat ontstond een lint van monumentale villa’s.

Eersel rond 1890

De sterke naoorlogse groei van Eersel heeft de authentieke structuur deels onderbroken. De omgeleide Postelseweg, de provinciale weg N284, de Schadewijkstraat en de route Nieuwstraat-Willibrorduslaan-Bergeijksedijk vormen tegenwoordig belangrijke dragers van de stedenbouwkundige structuur.

Croonen Adviseurs

39

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

Gemeente Eersel

Ten oosten en ten zuiden van de Markt hebben grootschalige uitbreidingen plaatsgevonden. Het historische karakter van het dorp is echter goed bewaard gebleven, dankzij de goed bewaarde authentieke staat van de Markt en zijn omgeving en doordat de nieuwbouw op enige afstand van de oude kern is gesitueerd. De Markt en zijn groene omgeving vormen een authentiek historisch ensemble. De naoorlogse uitbreidingen hebben een planmatige opzet, waarbij elke woonbuurt zijn eigen kwaliteiten heeft. Door de onderling verschillende opzet van de woonbuurten zijn de tijdsperioden waarin de uitbreidingen zijn gerealiseerd, herkenbaar.

Eersel rond 2000

4.2

Ruimtelijke structuur Bebouwingsstructuur De uitbreiding ten oosten van de oude kern is met zijn eenvoudig verkavelingspatroon de eerste naoorlogse uitbreiding. Verder naar het oosten ligt de Molenakkers, een wijk met een groene, ruime opzet die dateert uit de jaren 60 van de vorige eeuw. Eersel Zuid is de woonwijk ten zuiden van de Kapelweg en de Kerkstraat. Deze wijk heeft een zeer strakke opzet en is gebouwd in de jaren 70 van de vorige eeuw. In het zuidwesten van de kern ligt De Dijken, een uitbreiding met een typische woonervenstructuur en een organisch, informeel stratenpatroon.

Croonen Adviseurs

40

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

Gemeente Eersel

Kortkruis ligt ten westen van de Postelseweg en heeft een heldere structuur door de overzichtelijke opbouw van het stratenpatroon. De nieuwe woonwijk Kerkebogten, in het zuidoosten van Eersel, maakt geen deel uit van het plangebied van dit bestemmingsplan.

Bestaand Ruimtelijk Structuurbeeld Eersel (bron: Duurzaam Ruimtelijk Structuurbeeld)

De bebouwingsranden van Eersel hebben in het westen en zuiden een groen en landelijk karakter. De bebouwingsranden bestaan hier voornamelijk uit achterkantsituaties die door de grote diepte van de kavels en brede groenstroken goed in het omringende landschap zijn ingepast. Door de geringe bebouwingshoogte binnen de kern gaat de bebouwing voor een groot deel schuil achter het groen. Hierdoor heeft Eersel vanaf het buitengebied een dorps aanzien. In het noorden en oosten wordt de begrenzing van de kern gevormd door de A67 respectievelijk de N284 en de N397. De randen worden hier begeleid door bomen en andere opgaande begroeiing waardoor de kern wordt afgeschermd van deze drukke wegen. Op de overgang tussen de kern en het buitengebied bestaan enkele waardevolle zichtrelaties. Vanaf de Bergeijksedijk, de Schadewijkstraat en de bebouwingsrand van de wijk Eersel Zuid is door de openheid van het landschap zicht op de beekdalzone van de Run. Vanaf het park in de wijk Molenakkers is er een visuele relatie met het oostelijk buitengebied. De Postelseweg geeft zicht op de historische groene ruimten rond de Markt.

Croonen Adviseurs

41

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

Gemeente Eersel

Tevens is vanaf de Postelseweg en de wijk Kortkruis zicht op het open landschap ten westen van de kern. Ter plaatse van de rotonde ‘t Stuivertje in het noordoosten biedt de open ruimte zicht op de entree van Eersel. Niet overal is er sprake van een open landschap. Met name in het zuidelijk buitengebied is veel losse bebouwing gesitueerd, waardoor het landschap is verdicht. Daarnaast kent Eersel veel laanbeplanting. Het is denkbaar dat de lindelanen in Eersel hun oorsprong vinden in de tijd van Karel de Grote. Hij beval om op grote schaal lindebomen te planten als structureringselement in de woongemeenschappen. Het zijn daarmee historische dragers die zeer beeldbepalend zijn voor de dorpen. De stedenbouwkundige groei van de dorpen is gestructureerd langs deze lindelanen. Beschermd dorpsgezicht Rondom de Markt en het Hint ligt het historische dorpscentrum van Eersel. De ruimtelijke kwaliteiten van de Markt en het Hint zijn de dragers van de cultuurhistorisch waardevolle dorpskern. Mede dankzij deze ‘historische pit’ onderscheidt Eersel zich van de andere kernen in de regio. Het dorpscentrum kenmerkt zich door een dubbele identiteit, waarin ‘rode’ en ‘groene’ elementen complementair zijn en elkaar versterken.

De kwaliteiten van het ‘rode’ gebied worden bepaald door de karakteristieke openbare ruimte van de Markt en het Hint en de architectonische kwaliteiten van de beeldbepalende bebouwing langs dit plein. Het marktplein heeft echter niet alleen een stenig karakter, maar heeft door de aanwezigheid van een groot aantal monumentale linden ook een belangrijke groene kwaliteit. Aan weerszijden van de Markt en het Hint bevinden zich groene gebieden, die worden gevormd door de diepe achtertuinen van de kavels aan de Markt en Hint en open gebieden met een agrarische functie of een functie als openbaar groen. In het westen grenzen de bebouwde percelen aan de Markt en het Hint nog rechtstreeks aan het buitengebied van Eersel. Ten oosten van de Markt, tussen de Nieuwstraat in het noorden en de Postakkers in het zuiden, ligt een groen gebied dat is opgenomen in de bebouwde kern. Door dit gebied lopen enkele langzaam verkeerspaden die de Markt bereikbaar maken en van groot belang zijn voor de toegankelijkheid en belevingswaarde van het groen. In dit gebied is een groen ingerichte parkeervoorziening aanwezig. Het marktplein in Eersel heeft, in tegenstelling tot de pleinen in de meeste andere Kempische nederzettingen, een langgerekte vorm.

Gelegen op een zandrug tussen de riviertjes de Run en de Beerze, lijkt de ruimte die is samengesteld uit twee delen, het Hint en de Markt, een verbrede noord-zuidgerichte straat met een grootste breedte van circa 45 meter. Door de vroegere hoofdweg Eindhoven-Turnhout, die nu Duizelseweg en Nieuwstraat heet, wordt de fraai begroeide ruimte in twee delen gesplitst.

Croonen Adviseurs

42

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

Gemeente Eersel

De kenmerkende lintbeplanting is op de Markt het best bewaard gebleven. Drie rijen linden verdelen het marktveld in een aantal banen, waardoor de lengte-indeling nog wordt geaccentueerd. Op het Hint staat nog gedeeltelijk een bomenrij vlak langs de huizen. De aan weerszijden van het Hint gelegen boerderijen en dorpswoningen zijn door hun onderlinge samenhang als totaalbeeld van belang. Opmerkelijk is de eenvoudige bakstenen buurtkapel die op de Markt staat. Uit de situering van het bescheiden bedehuis blijkt duidelijk de grote betekenis die het voor de gemeenschap had. Ook het Nederlands Hervormde kerkje en de hardstenen pomp op de Markt dragen bij aan het schilderachtige dorpsbeeld. De hiervoor beschreven onderdelen vormen samen een dorpsbeeld dat zowel historisch als stedenbouwkundig van betekenis is. De cultuurhistorische waarde van het dorpscentrum is als geheel beschermd door de formele aanwijzing als beschermd dorpsgezicht (1967). Naast deze bescherming is een aantal panden aangewezen als rijksmonument of gemeentelijk monument. De aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht beoogt overigens niet een algehele bevriezing van de situatie, maar heeft tot doel het treffen van zodanige stedenbouwkundige maatregelen als noodzakelijk zijn om het behoud en het voortbestaan van deze karakteristieke situatie te waarborgen.

Bebouwingstypologie en goothoogte In de bebouwingstypologie van Eersel is onderscheid te maken tussen verschillende deelgebieden. De bebouwingsstructuur aan de noord- en oostrand is zeer open. Hier zijn voornamelijk vrijstaande woningen op grote kavels gesitueerd. In het noordelijk deel van de kern staan met name vrijstaande woningen en twee-onder-eenkapwoningen. Aan de Markt en de Nieuwstraat en verspreid over het noordelijk deel van de kern liggen ook enkele clusters met een meer gesloten bebouwingsstructuur, die bestaat uit geschakelde en aaneengebouwde woningen. Op enkele locaties, met name langs de Nieuwstraat, zijn gestapelde woningen aanwezig. In de woongebieden in het zuidelijk en zuidwestelijk deel van de kern komen, naast vrijstaande en halfvrijstaande woningen, relatief veel aaneengebouwde woningen voor, waardoor sprake is van een gesloten bebouwingsstructuur. De bebouwingsstructuur in de woongebieden wordt op een aantal locaties onderbroken door open, groen ingerichte, gebieden. Het belangrijkste onderscheid in bebouwingsstructuur betreft het verschil tussen de bebouwing aan de (historische) dorpslinten en de bebouwing in de woongebieden. De dorpslinten worden gekenmerkt door een grote variatie aan bebouwing in een relatief open structuur. De architectuur en uitstraling van de woningen is divers en er is sprake van verspringende rooilijnen.

In de woongebieden is sprake van een meer uniform bebouwingsbeeld en, in veel gevallen, minder variatie in architectuur en uitstraling. Langs de linten staat tussen de oude bebouwing veel nieuwbouw. Toch zijn de linten niet echt verdicht waardoor de van oorsprong open bebouwingsstructuur voor een belangrijk deel is gehandhaafd. De kavels langs de linten zijn over het algemeen zeer diep.

Croonen Adviseurs

43

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

Gemeente Eersel

Eersel kan worden gekarakteriseerd als laagbouwkern. Op een aantal uitzonderingen na bestaat de bebouwing uit grondgebonden woningen van één tot twee bouwlagen met kap. Op enkele locaties in de kern zijn grotere bouwmassa’s aanwezig, in de vorm van bijvoorbeeld het gemeentehuis en de appartementengebouwen (al dan niet met winkelruimtes op de begane grond) langs de Nieuwstraat. Opvallend is dat het historisch centrum geen prominent aanwezige kerk heeft. Wel is er aan de zuidzijde van de Markt een kleine kerk gesitueerd en staat midden op de Markt een kapel. De Sint Willibrorduskerk aan het Carquefouplein is de grootste kerk van de kern.

4.3

Verkeersstructuur Autoverkeer De hoofdontsluiting van de kern Eersel wordt gevormd door de autosnelweg A67 (Eindhoven - Antwerpen). De A67 ligt ten noorden van het plangebied en is de interregionale en internationale ontsluitingsweg voor de hele gemeente Eersel. De A67 is vanaf Eersel bereikbaar via de provinciale weg N284. In westelijke richting vormt de N284 een regionale ontsluitingsweg richting Hapert, Bladel en Reusel. Bedrijventerrein De Haagdoorn heeft een rechtstrekse aansluiting op de N284. Op de rotonde ‘t Stuivertje sluit de provinciale weg N397 aan op de N284. De N397 vormt in zuidelijke richting een verbinding met Bergeijk en Valkenswaard. Onderdeel van de aanleg van nieuwe het Kempisch Bedrijvenpark, zuidelijk van Hapert, is de realisering van een nieuwe aansluiting op de A67. Hierdoor hoeft verkeer van en naar Hapert, Bladel en Reusel niet langer gebruik te maken van de afslag Eersel, maar is een directere route tussen de A67 en deze kernen ontstaan. De N284 ter hoogte van Eersel zal ten gevolge van deze ontwikkeling minder verkeer te verwerken krijgen en wordt afgewaardeerd van een 80 km/h weg tot een 60 km/h weg. De weg is inmiddels verlegd en heeft een ander profiel gekregen.

De belangrijkste wijkontsluitingswegen in Eersel zijn de Postelseweg, die vanaf de N284 richting het Belgische Postel loopt, en de route bestaande uit de Nieuwstraat, de Willibrorduslaan en de Bergeijksedijk. De Bergeijksedijk vormt vanuit Eersel een directe verbinding met Bergeijk. De wijkontsluitingswegen worden met elkaar verbonden via de Laaghuizerweg, Voortseweg, Kapelweg en Kerkstraat. Hierdoor is sprake van een lus die op twee plaatsen (Postelseweg en Nieuwstraat) aansluit op de N284. De verschillende woonwijken en het centrumgebied zijn bereikbaar vanaf deze lus. Fietsverbindingen De belangrijkste fietsverbindingen in Eersel zijn gekoppeld aan de hoofdwegenstructuur. Langs de provinciale weg N284, de Postelseweg, een gedeelte van de Nieuwstraat, de Willibrorduslaan en de Bergeijksedijk liggen aan weerszijden vrijliggende fietspaden. De Markt en de Nieuwstraat zijn voorzien van fietssuggestiestroken.

Croonen Adviseurs

44

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

Gemeente Eersel

Daarnaast komen in de kern enkele vrijliggende langzaam verkeersvoorzieningen voor. De belangrijkste zijn de verbinding tussen de Markt en de Postelseweg, tussen de Oude Postelseweg en de Postelseweg en tussen de Markt en de Quackelaer. In de woongebieden maken fietsers gebruik van de rijbaan. Parkeren In de kern liggen enkele parkeerterreinen. De meeste liggen in en om het centrumgebied, nabij voorzieningen en winkels. Zo zijn rond het gemeentehuis en de Muzeval en bij een aantal winkels aan de Nieuwstraat parkeervoorzieningen geclusterd. Aan de oostzijde van de Markt, in het gebied tussen de Nieuwstraat en de Postakkers, bevinden zich parkeerterreinen ten behoeve van het zwembad en ten behoeve van de bezoekers van de horeca- en winkelvoorzieningen aan de Markt, het Hint en de Nieuwstraat. Daarnaast wordt er geparkeerd op de pleinruimte van de Markt en het Hint. In de woongebieden vindt parkeren zowel in de openbare ruimte als op eigen terrein plaats. Veel vrijstaande en halfvrijstaande woningen hebben parkeergelegenheid op eigen terrein. Daarnaast is er ruimte voor parkeren in het straatprofiel. Op bedrijventerrein De Haagdoorn vindt parkeren met name plaats op eigen terrein. Het aantal parkeerplaatsen in de openbare ruimte is hier beperkt. Openbaar vervoer De kern Eersel heeft enkele busverbindingen.

Via de provinciale weg N284 lopen twee sneldiensten tussen Eindhoven en Reusel. Een derde busverbinding tussen Eindhoven en Reusel loopt door de kern via de Monseigneur De Haasstraat, de Kerkstraat, de Kapelweg, de Voortseweg en de Postelseweg. Ook is er een busverbinding via de Schadewijkstraat en de N397 naar Bergeijk. Ter hoogte van de kruising van de Nieuwstraat en de N284, in het noordoosten van Eersel, is een klein transferium/busstation gesitueerd.

4.4

Groen- en waterstructuur Eersel ligt op hoge zandgronden, op de scheiding van de watersystemen van de Dommel en de Beerze. Hierdoor zijn er geen structurerende waterlopen in de kern aanwezig. Het water in de kern beperkt zich tot de waterpartijen in het Wethouder Poeliejoepark, een vijver in het bosgebied ten oosten van de Markt en een aantal watergangen en waterpartijen in de wijk Kortkruis. Dit water heeft op dorpsniveau slechts een geringe structurerende betekenis. Het plangebied wordt gekenmerkt door een groen en landelijk karakter, met name dankzij het vele historische groen in en rond het centrumgebied. De groene ruimten tussen de Postelseweg en het oude centrum zijn van groot belang voor het authentieke karakter van de Markt en omgeving. Hier is onder andere het gildeterrein gesitueerd. Ook de groene ruimte ten oosten van de Markt en het Wethouder Poeliejoepark ten zuiden van het gemeentehuis versterken het groene karakter.

Croonen Adviseurs

45

Bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening

Gemeente Eersel

De naoorlogse woonwijken hebben ieder hun eigen groenstructuur. De groenplekken bestaan uit kleine separate veldjes, grotere groenelementen en laanbeplanting. De kleine veldjes hebben een functioneel karakter en zijn overwegend ingericht als speelplek. De grotere groenelementen staan in veel gevallen in contact met het buitengebied waardoor de relatie tussen de kern en het buitengebied wordt versterkt. Deze groengebieden zijn daarom van belang voor de groenstructuur. Veel maatschappelijke voorzieningen, zoals scholen, zijn aan de grotere groenvoorzieningen gesitueerd. De laanbeplanting in Eersel bevindt zich vooral langs de ontsluitingswegen. Deze beplanting speelt een belangrijke rol in de groenstructuur van de kern, met name vanwege de oriënterende werking. De oorsprong van de lanen betekent dat ze kunnen worden aangemerkt als beeldbepalende historische dragers. Het groengebied aan de Bergeijksedijk, tussen de Kerkstraat en de Aelenstraat vormt een ensemble met de Sint Willibrorduskerk en versterkt de herkenbaarheid en het dorpse karakter ter plaatse. Het Mortelveld aan de Provinciale weg is een groot open veld in het noordoosten van het plangebied. Deze locatie vormt de ‘entree van de Kempen’ en geeft bij binnenkomst meteen de sfeer van het dorp weer. Ook worden hier een aantal keer per jaar evenementen gehouden.

4.5

Functionele structuur De bebouwing in Eersel heeft overwegend een woonfunctie. Bedrijvigheid is geconcentreerd op bedrijventerrein De Haagdoorn, ten noorden van de N284. In het centrumgebied, aan de Markt en het Hint en aan de Nieuwstraat zijn niet-woonfuncties (detailhandel, horeca, dienstverlening) geconcentreerd. Daarnaast komen verspreid over de kern diverse niet-woonfuncties voor. Bedrijven De meeste bedrijven in het plangebied bevinden zich op bedrijventerrein De Haagdoorn, ten noorden van de kern Eersel. De Haagdoorn ligt aan de provinciale weg en heeft een regionaal karakter. Bij veel bedrijven is een bedrijfswoning aanwezig. Aan de noordzijde van de A67 ligt het bedrijventerrein Meerheide, waar een groot deel van de (zwaardere) Eerselse bedrijvigheid is gevestigd. Aan de zuidzijde van de N284, tussen de Monseigneur Haasstraat, de Mortel en de Kuilenhurk, ligt het bedrijventerrein Molenakkers Noord. Dit terrein wordt voor een groot deel in beslag genomen door een sigarenfabriek. In de zuidoostelijke hoek van dit bedrijventerrein, op de hoek van de Mortel en de Kuilenhurk, is een bouwmarkt gevestigd. Daarnaast bevinden zich op dit bedrijventerrein twee garagebedrijven. Binnen de kern bevinden zich daarnaast enkele bedrijven, die tussen de woningen en andere functies in de kern zijn gesitueerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=f7c066f1-ae98-42ed-bc67-721fcedc8f5e