Bijlage 1 Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2024-2038 gemeente Eersel
Tekst van het document
10. Renovatie kan een duurzamer scenario zijn dan nieuwbouw. Ten aanzien van renovatie wordt aangesloten op het voorstel van PO-raad, VO-raad en VNG, zoals omschreven in paragraaf 2.2.1. Renovatie wordt door dit wetsvoorstel als volwaardig alternatief voor nieuwbouw gezien. Renovatie dient daarbij te leiden tot een startconditie van het schoolgebouw en een minimale levensduurverlenging van 25 jaar. 11. Per project wordt een afweging gemaakt of nieuwbouw of renovatie de beste oplossing is voor de betreffende school. Daarbij worden onder andere de volgende aspecten meegenomen in de afweging (willekeurige volgorde): a. Er wordt rekening gehouden met de onderwijskundige functionaliteit van de gebouwen. Past de huisvesting bij het onderwijsconcept, nu en in de toekomst? Is de huisvesting voldoende flexibel aanpasbaar voor gebruik in de toekomst? Is het mogelijk om middels renovatie ervoor te zorgen dat de huisvesting weer past bij het onderwijsconcept? Dan is renovatie een optie.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 20 van 55
3. Analyse onderwijs- en opvanglandschap In dit hoofdstuk wordt het huidige en toekomstige aanbod aan onderwijs in de gemeente Eersel beschreven. Daarnaast gaat dit hoofdstuk in op de methodiek om te komen tot een eerste prioritering (kwalitatieve analyse) en is er voor elke school een capaciteitsanalyse opgesteld (kwantitatieve analyse). Voor de kinderopvang is een inventarisatie gedaan van het huidige aanbod.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 21 van 55
3.1. Huidig aanbod onderwijs en opvang
Tabel 3.1: overzicht aanwezige scholen in de gemeente Eersel
Primair onderwijs
Schoolnaam
Bestuur
Onderwijs
De Disselboom Lambertus Meester Gijbels Sinte Lucij Wereldwijs (KC Eersel) Jacobus (KC Eersel) Sint Jan ’t Busseltje
Veldvest Veldvest Veldvest Veldvest KempenKind
PO PO PO PO PO
Leerlingen (1 oktober 2023) 179 136 99 107 274
KempenKind
PO
277
KempenKind RBOB De Kempen
PO PO
129 334
Rythovius College
OMO
VO
1.052
10.416 (excl. gym)
De Groote Aard
KempenKind
SO/VSO
115
2.748
In de gemeente Eersel is een breed aanbod aan primair onderwijs-scholen. De scholen verschillen van denominatie, onderwijsconcept en omvang. Per kern is minimaal één school aanwezig. In deze kern hebben ouders een grotere keuze tussen onderwijsvormen. Ouders uit de andere kernen zijn beperkt tot de keuze van één basisschool, tenzij de keuze gemaakt wordt om buiten het verzorgings- of postcodegebied naar school te gaan. Gezamenlijk hebben de schoolbesturen en gemeente zeven schoolgebouwen waarin acht scholen gehuisvest zijn en verzorgen zij het onderwijs voor ruim 1.500 leerlingen. Voortgezet onderwijs
In de gemeente Eersel is één VO-school aanwezig, namelijk het Rythovius College. Hier worden de volgende niveaus aangeboden: mavo, havo en vwo. Daarnaast heeft de school een rijk aanbod aan verdiepingsprogramma’s. Er worden vijf talentstromen aangeboden, namelijk Engels, Science, Sport, Ondernemerschap en Kunst. Het Rythovius College heeft een verzorgingsgebied dat groter is dan de gemeentegrens. Binnen de regio liggen onder andere Pius X-College (Bladel), Sondervick College (Veldhoven) en Scholengemeenschap Were Di (Valkenswaard). (Voortgezet) speciaal onderwijs
In de gemeente Eersel is een gecombineerde SO- en VSO-school aanwezig, namelijk De Groote Aard. De Groote Aard biedt onderwijs aan kinderen met complexe ondersteuningsbehoeften. Er is een grote diversiteit aan leerlingen op de school. Van kinderen met een laag IQ tot kinderen die 'sociaal emotioneel een lager ontwikkelingsniveau hebben, ook wel de zogenoemde zmlk (zeer moeilijk lerende kinderen). Daarnaast biedt de school ook onderwijs aan de groep ernstig meervoudig beperkte leerlingen. Omdat er zowel leerlingen van basisschoolleeftijd als van middelbare schoolleeftijd aanwezig zijn, is het onderwijs erg gevarieerd.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Aanwezige bvo (m²) 1.496 1.574 640 1.261 3.288 (totaal KC) 3.288 (totaal KC) 1.211 1.800
Kinderopvang In de gemeente Eersel zijn drie kinderopvangorganisaties actief, waarvan één organisatie ook daadwerkelijk in schoolgebouwen gevestigd is. De andere twee organisaties zijn in eigen gebouwen gevestigd. Per locatie is het aantal kindplaatsen in kaart gebracht. Er is onderscheid gemaakt tussen kinderdagopvang, peuterprogramma en buitenschoolse opvang.
Pagina 22 van 55
Tabel 3.2: overzicht aanwezige kinderopvangorganisaties in de gemeente Eersel
3.3. Prognoses
Kinderopvang Kiboekoe Knegsel
Organisatie Kiboekoe
Kids World (Eersel)
Kids World
KC Eersel
Nummereen
’t Busseltje
Nummereen
Het uitgangspunt voor het voorliggende IHP is de prognose die is opgesteld in maart 2024 en gebaseerd is op de leerlingenaantallen per teldatum 1 oktober 2023. Het meest recente woningbouwprogramma 2024-2034 is input geweest voor deze leerlingenprognoses. De bekende woningbouwontwikkelingen zijn opgenomen in deze prognose, zijnde 1.210 woningen met een plancapaciteit van 1.433. Een deel van de groei zit hiermee in deze prognose. Echter, keuzes die nog gemaakt moeten worden bij onder andere de Kempische visie op wonen en de Bestuursopdracht Ontwikkelstrategie De Kempen, maken hier uiteraard nog geen onderdeel van uit.
Dalemsedijk MFA Rosdoek
Nummereen Nummereen
MFA Smis
Nummereen
Sinte Lucij
Nummereen
Lambertus
Nummereen
Type opvang kdv bso kdv bso kdv/ppr bso kdv/ppr bso kdv kdv/ppr bso kdv ppr bso kdv bso kdv ppr bso
Kindplaatsen 48 30 44 12 48 110 26 100 74 16 22 16 8 22 16 33 16 15 33
Middels dit programma sorteert de gemeente voor op de schaalsprong tot 2030. In de prognose zijn de ontwikkelingen na 2030 nog niet verwerkt. Indien daarin wijzigingen of aanvullingen zijn en daarmee de onderwijsbehoefte wijzigt, dienen leerlingenprognoses herijkt te worden. De ruimtebehoeften kunnen op dat moment ook direct herijkt worden, zodat de consequenties in beeld gebracht kunnen worden.
Schaalsprong Middels de leerlingenprognose wordt de groei van de gemeente inzichtelijk. Als procesafspraak is opgenomen dat de leerlingenprognose jaarlijks wordt herijkt. In de scenariovorming (hoofdstuk 4)
3.2. Bewegingsonderwijs In dit IHP wordt niet ingegaan op de capaciteit van de aanwezige gymvoorzieningen. Bij de gemeente Eersel zijn deze gegevens bekend. Er ligt wel een vraagstuk aangaande de gymfaciliteiten voor ’t Busseltje. ’t Busseltje heeft als enige school in de gemeente Eersel geen gymzaal in de directe nabijheid van de school en maakt gebruik van de gymzaal van De Groote Aard (op loopafstand) en De Kraanvogel. De gemeente verzorgt bij uitzondering het leerlingenvervoer van ’t Busseltje naar De Kraanvogel. Indien uit de scenariovorming blijkt dat de aanwezige gymvoorziening ook vervangen dient te worden, wordt deze opgenomen in de financiële doorrekening van dit IHP. Daarnaast is het van belang om bij aanvang van projecten te kijken of er voldoende gymcapaciteit beschikbaar is bij de dichtstbijzijnde sportvoorziening en of de reisafstand hierbij realistisch en acceptabel is. Indien dit niet het geval is, is het noodzakelijk dat er aanvullende gymcapaciteit gerealiseerd wordt. In de verordening staan de kaders hiervoor omschreven.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
wordt per locatie benoemd of de schaalsprong invloed heeft op het scenario.
In figuur 3.1 is de prognose voor het PO weergegeven. Hierin is te zien dat er in de komende jaren een toename is in leerlingenaantallen. In deze prognose is ook een afvlakking te zien na 2033. De leerlingenprognose van het VO laat eenzelfde toename in leerlingen zien (zie figuur 3.2). De stijging houdt stand tot het einde van de prognose (lees: 2041). Het (V)SO kent een relatief stabiel leerlingenaantal (tussen de 115 en 130), zie figuur 3.3. Het leerlingenaantal hangt sterk af van de regionale ontwikkelingen op het gebied van speciaal onderwijs. Als referentiejaar voor het voorliggende IHP is 2033 aangehouden. De leerlingenaantallen bij dit jaar worden gebruikt om de toekomstige ruimtebehoefte te berekenen. In 2033 zijn de voorgenomen woningbouwontwikkelingen gerealiseerd. De trendlijn voor het PO laat na 2033 ook een stabilisering zien. Bij het VO is er na 2033 een groei
Pagina 23 van 55
zichtbaar. Bij het VO is het belangrijk dat de mogelijkheid tot uitbreiding wordt meegenomen. Voor de kinderopvang is geen prognose opgesteld. Dit is een taak van de kinderopvangorganisaties. Wel kan het volgende gesteld worden: • Door personele krapte ervaren de kinderopvangorganisaties een beperkt aantal kindplaatsen. • De prognose voor de kinderopvang kent minimaal dezelfde groeicurve als het PO. • De prognose voor de kinderopvang loopt vooruit op de leerlingenprognose van het PO.
Figuur 3.2: leerlingenprognose voortgezet onderwijs (VO)
Figuur 3.1: leerlingenprognose primair onderwijs (PO)
Figuur 3.3: leerlingenprognose (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO)
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 24 van 55
3.4. Analyse onderwijshuisvesting In de basis (vanuit de verordening-methodiek) worden schoolgebouwen op kwaliteit en kwantiteit beoordeeld. In de volgende paragrafen worden de methodes inclusief conclusies beschreven. In de analyse is deels ook gekeken naar de ruimten van de kinderopvang, indien deze onderdeel zijn van het schoolgebouw.
Bij de quickscans zijn de voor onderwijs bestemde delen beoordeeld. In sommige gevallen hebben de kinderopvangdelen dezelfde kwaliteit, echter dit is niet in alle gevallen zo. De score voor het onderwijsgedeelte zal leidend zijn in de eerste prioritering. Bij de scenariovorming kan nader gespecificeerd worden of en hoe de kinderopvangruimten verbeterd kunnen worden, in relatie tot de GGD-eisen voor de kinderopvang.
3.4.1 Kwalitatieve analyse Voor het ontwikkelen van scenario’s is inzicht in de kwaliteit van de huidige scholen een belangrijk uitgangspunt. Dit inzicht geeft richting aan de prioritering en toekomstperspectieven van de scholen in de gemeente. Voor het IHP is het niet alleen de vraag of een pand een kwalitatief goed gebouw is, maar of het pand een kwalitatief goed schoolgebouw is. In de beoordeling van het gebouwenbestand is daarom naast de bouwkundige staat ook gekeken naar onderwijskundige functionaliteit, binnenmilieu, veiligheid, exploitatie en uitstraling van de schoolgebouwen.
In de onderstaande tabel 3.3 zijn de quickscanscores van de schoolgebouwen in de gemeente Eersel weergegeven. Deze scores en het bijbehorende advies voor termijnen waarbinnen vernieuwing zou moeten worden uitgevoerd geven een eerste prioritering. Uit de tabel is af te lezen dat er in de termijn 0-5 jaar één school toe is aan vernieuwing, namelijk het Rythovius College. In de termijn 5-10 jaar zijn drie scholen toe aan vernieuwing, namelijk De Groote Aard, Sint Jan en Sinte Lucij. De overige scholen zijn over 10 jaar of later pas toe aan vernieuwing. Tabel 3.3: uitkomsten quickscananalyse
Op basis van de door HEVO ontwikkelde en veelvuldig toegepaste methodiek is elk gebouw middels een quickscan op deze criteria beoordeeld en voorzien van een gewogen score. De totaalscore geeft op uniforme wijze richting aan de mate van urgentie tot een levensduurverlengende ingreep in relatie tot de gebouwkwaliteit: • • • •
Bij <57 punten: Bij 57-63 punten: Bij 63-69 punten: Bij >69 punten:
binnen 0-5 jaar (rood) binnen 5-10 jaar (oranje) binnen 10-20 jaar (lichtgroen) na 20 jaar (donkergroen)
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 25 van 55
3.4.2 Kwantitatieve analyse Voor alle schoolgebouwen is de beschikbare capaciteit voor het onderwijs geanalyseerd. De capaciteitsanalyse maakt een normatief ruimtetekort of -overschot per gebouw inzichtelijk. De ruimtebehoefte van het onderwijs wordt bepaald door het type onderwijs, de leerlingentelling en de prognose te vertalen naar ruimtebehoefte. Deze ruimtebehoefte wordt vergeleken met het aantal m² dat beschikbaar is: de brutovloeroppervlakte (bvo). Op basis van de leerlingenaantallen kan voor ieder schoolgebouw de normatieve ruimtebehoefte bepaald worden. Voor het primair onderwijs kan de onderstaande formule gebruikt worden: Normatieve ruimtebehoefte = aantal leerlingen * 5,03 + 200 In deze berekening is 5,03 het aantal vierkante meters waar een PO-school per kind recht op heeft, daarbovenop krijgt iedere PO-school eenmaal een ‘vaste voet’ van 200 m² toebedeeld. Uitzondering op deze berekening is basisschool Wereldwijs. Wereldwijs heeft een achterstandsscore. De achterstandsscore drukt de kans op een onderwijsachterstand van een leerling uit. De achterstandsscore leidt tot een toeslag op de ruimtebehoefte, dit is meegenomen in de capaciteitsberekening. Tabel 3.4: capaciteitsberekening per schoolgebouw op basis van leerlingenaantallen
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Voor SO, VSO en VO wordt een andere ruimtebehoeftebepaling toegepast. In het SO en VSO wordt de ruimtebehoefte bepaald door het type leerlingen waaraan onderwijs wordt geboden. Bij het VO is de ruimtebehoeftebepaling afhankelijk van de onderwijsniveaus die op de school gegeven worden. Opmerking: dit is een genormeerde ruimtebehoefteberekening. In de praktijk zijn er efficiëntere en minder efficiënte gebouwen. Wanneer een school bijvoorbeeld veel gangen heeft, of een grote aula, kan er een genormeerd ruimteoverschot zijn, terwijl dit niet zo wordt ervaren. Er is relatief immers minder effectieve onderwijsruimte. Ook wordt in de praktijk gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot medegebruik of verhuur van ruimten. In het IHP is vanwege het beleidsrijke karakter ruimte voor nuance op de resultaten uit de ruimtebehoefteberekening.
3.5. Opgave gemeente Eersel De uitgevoerde analyses geven inzicht in de opgave voor de gemeente Eersel voor de komende jaren. Op basis van de analyses kunnen de volgende conclusies getrokken worden, als input voor de scenariovorming: • Vier schoolgebouwen zijn van mindere kwaliteit en zijn binnen 10 jaar toe aan vernieuwing. Dit betreft het Rythovius College, De Groote Aard, Sint Jan en Sinte Lucij. • Richting 2033 wordt bij ’t Busseltje, Kindcentrum Eersel (Wereldwijs en Jacobus) en Meester Gijbels een normatief ruimtetekort verwacht van meer dan 90 m². Deze scholen hebben daarmee recht op structurele uitbreiding. Voor de kern Eersel worden deze ruimtebehoeftevraagstukken in samenhang bekeken. • Algeheel bekeken is er een groei aan leerlingen in Eersel. Het actuele woningbouwprogramma loopt tot 2034. De verwachting is dat de groei daarna verder doorzet. Ook de keuzes in de Kempische visie op wonen en de Bestuursopdracht Ontwikkelstrategie De Kempen kunnen in de toekomst invloed hebben op het leerlingenaantal. De schaalsprong is daarmee voor de eerste termijn van het IHP geborgd. Bij de herijking van het IHP wordt hier opnieuw naar gekeken. • Te verwachten is dat de vraag naar kinderopvang toeneemt.
Pagina 26 van 55
4. Scenariovorming Dit hoofdstuk borduurt verder op de opgave uit het voorgaande hoofdstuk. Per kern wordt bekeken wat de problematiek is, welke verkenningen gedaan zijn en wat het scenario is voor het onderwijs en de opvang in de desbetreffende kern.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 27 van 55
4.1. Eersel In de kern Eersel zijn meerdere scholen gevestigd. Op dit moment zijn er drie basisscholen (gevestigd in twee gebouwen), een voortgezet onderwijs-school en een speciaal onderwijs-school inclusief voortgezet speciaal onderwijs. In deze kern hebben ouders keuze qua basisschool. Elk schoolgebouw kent haar eigen problematiek. In deze paragraaf wordt per locatie ingegaan op de programmering, de uitbreidingsmogelijkheden in relatie tot de schaalsprong, de afweging renovatie of nieuwbouw en daarmee het beoogde toekomstperspectief. Het betreft een voorkeursscenario, dat in een haalbaarheidsonderzoek nader verkend dient te worden.
Rythovius College Het Rythovius College (hierna Rythovius) is gebouwd in de jaren 60 en door de jaren heen aan verschillende zijden uitgebreid. De uitbreidingen verschillen van bouwjaar, uitvoeringsvorm en kwaliteit. Dit maakt het schoolgebouw complex in gebruik en in beoordeling van de kwaliteit. Bij de kwalitatieve beoordeling is het gebouw als geheel beschouwd. Bij een haalbaarheidsonderzoek kan gekeken worden naar een (eventuele) verdere verfijning/beoordeling van bouwdelen. De school faciliteert daarnaast gedeeltelijk de samenwerking met de jeugdcoach en een jeugdhonk. Het is de wens van het schoolbestuur dat een dergelijke faciliteit terugkomt in de nieuwe situatie. Fysiek kan deze faciliteit gehuisvest worden in multifunctionele ruimten. Daarnaast is de toevoeging van de jeugdcoach afhankelijk van de bekostiging hiervan.
Figuur 4.1: scholenlandschap Eersel
In het VO vormt sportonderwijs een belangrijk deel van het curriculum. Bij het Rythovius is op dit moment veel ruimte voor sport, zowel binnen als buiten. De wens van het schoolbestuur is om het sportaanbod binnen én buiten te behouden in de toekomst. In aanvulling op het IHP is voor het Rythovius een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek is het huidige gebouw beoordeeld en is de afweging gemaakt tussen renovatie met een levensduurverlenging van 40 jaar of nieuwbouw (al dan niet op een andere locatie).
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 28 van 55
Voorkeursscenario • Programmering: termijn 1 (op basis van quickscan). • Voorkeur: nieuwbouw op huidige locatie. Het schoolbestuur ziet mogelijkheden om de nieuwbouw te positioneren (deels) naast het huidige gebouw. In deze afweging is/wordt ook de impact op de omgeving en tijdelijke huisvesting meegenomen. De gymzalen worden behouden op de huidige locatie, waarbij wordt uitgegaan van renovatie van de twee oudste gymzalen. De twee andere gymzalen en multifunctionele ruimte zijn van recentere datum. Het ‘cluster’ sport staat los van de school, waardoor medegebruik beter te faciliteren is. • Tijdelijke huisvesting: met de huidige inzichten worden er geen kosten voor tijdelijke huisvesting verwacht. Dit vraagt nog nader onderzoek, onder andere de positie van het nieuwe gebouw en de fasering van het bestaande complex. • Schaalsprong: in ruimtebehoefte is gerekend met peiljaar 2033. Tijdens het ontwerp worden uitbreidingsmogelijkheden (ruimtelijk) meegenomen. Er wordt toegewerkt naar een integraal ontwerp. Tijdens het ontwerp wordt verkend of de uitvoering volledig of in fasen wordt gerealiseerd. Dit is mede afhankelijk van de leerlingenprognose (jaarlijks actualiseren).
De Groote Aard De prognose van De Groote Aard laat een stabiel leerlingenaantal zien voor de komende jaren. Er wordt echter wel een verschuiving verwacht in het speciaal onderwijs. De zorgvraag voor kinderen in de regio neemt toe en andere locaties beginnen vol te raken. Hierdoor is het mogelijk dat De Groote Aard een grotere toestroom aan leerlingen gaat krijgen in de toekomst. Het huidige gebouw van De Groote Aard is nog toereikend voor het aantal leerlingen, maar is niet ideaal ingedeeld en is vooral kwalitatief een aandachtspunt. Naast het onderwijs is er in het gebouw ook een zorggroep van Lunet zorg aanwezig. Lunet zorg biedt voor kinderen vanaf 0 jaar een dagprogramma aan. Dit is bedoeld voor kinderen die een ontwikkelingsachterstand of verstandelijke beperking hebben. De samenwerking tussen de school en Lunet zorg zorgt ervoor dat er veel specialistische kennis aanwezig is en er snel geschakeld kan worden wanneer er zorgen zijn bij een kind.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Voorkeursscenario • Programmering: termijn 2 (op basis van quickscan). • Voorkeur: het gebouw biedt mogelijkheden om te renoveren. Daarnaast wordt de functionele indeling gezien als kans. De lokalen zijn voor de groepsgrootte qua omvang voldoende. Tevens zijn er voldoende nevenruimten aanwezig, onder andere voor overleg en een time-out-ruimte. De omvang van het gebouw biedt mogelijkheden om te groeien en tussentijds eventueel zorgpartners toe te voegen. Daar zet het schoolbestuur nu al op in door enkele ruimten te verhuren aan Lunet zorg. Het vraagt een verkenning op welke wijze het budget nu al ingezet moet worden om in te spelen op de ‘groei’. De doelgroep is zeer gebaat bij een prikkelvrije leeromgeving. Tijdens de bouw zal ingezet moeten worden op tijdelijke huisvesting. • Schaalsprong: met de mogelijkheden om te groeien binnen het bestaande gebouw kan hierop ingespeeld worden. Bij de uitwerking van het voorkeurscenario zal het capaciteitsvraagstuk meegenomen worden.
‘t Busseltje Openbare basisschool ’t Busseltje blijft naar verwachting groeien in leerlingenaantallen. Het huidige gebouw en de omvang van het perceel zijn hiervoor niet toereikend. In 2022 is de laatste uitbreiding geweest in vierkante meters. Het gebouw is in verschillende termijnen gebouwd en de bouwdelen verschillen van kwaliteit. Binnen het gebouw zijn naast de school ook de GGD en kinderdagopvang aanwezig. De samenwerking met de kinderopvangorganisatie wordt als zeer wenselijk beschouwd. Samenwerking tussen de school en de GGD komt minder voor vanwege de AVG-wetgeving. Er zal voor ’t Busseltje een korte- en een lange termijnscenario gedefinieerd moeten worden. Daarbij wordt gekeken naar een structurele oplossing voor het primair onderwijs in de kern Eersel (lees: nieuw schoolgebouw). De korte termijn oplossing wordt gezocht in tijdelijke huisvesting.
Pagina 29 van 55
Voorkeursscenario • Programmering: termijn 3 (op basis van quickscan). • Voorkeur: het gebouw heeft onlangs een renovatie ondergaan, maar enkele delen blijven in kwaliteit achter. Intentie is om het ruimtetekort tot 2028 met een tijdelijke oplossing in te vullen. Deze school groeit door de huidige woningbouwontwikkelingen en is mede afhankelijk van de verdere ontwikkeling van de schaalsprong. De huidige locatie kent haar beperkingen; ruimtelijk en verkeerskundig (bereikbaarheid). Binnen het IHP wordt dit nader verkend onder de locatie ‘Nieuw schoolgebouw’. • Tijdelijke huisvesting: los van dit IHP is een aanvraag gedaan voor tijdelijke huisvesting, aangezien het ruimtetekort een actueel en urgent knelpunt is. In deze aanvraag wordt uitgegaan van een extra tijdelijk klaslokaal aanvullend op de twee tijdelijke lokalen die al toegekend zijn. • Schaalsprong: binnen het IHP wordt dit nader verkend onder de locatie ‘Nieuw schoolgebouw’.
Nieuw schoolgebouw In dit IHP wordt toegewerkt naar een structurele oplossing voor de kern Eersel. Met inachtneming van de groei op basis van de prognose en de beperkte uitbreidingsmogelijkheden binnen de percelen van de betreffende basisscholen, is een ‘Nieuw schoolgebouw’ op een nader te bepalen locatie in deze kern de meest wenselijke oplossing, inclusief kinderopvang. Voorkeursscenario • Programmering: termijn 1 (op basis van capaciteitstekort). Het normatieve ruimtetekort van ’t Busseltje en Kindcentrum Eersel is in totaal circa 1.300 m² bvo, dit is nog exclusief de mogelijkheid voor het huisvesten van kinderopvang. • Voorkeur: nieuwbouw op een locatie in de kern Eersel. Dit vraagt om een locatieverkenning en een verkenning onder de schoolbesturen met betrekking tot de mogelijke verdeling van de groepen van de verschillende scholen.
Kindcentrum Eersel In 2017 is het Kindcentrum Eersel (gedeeltelijk) gerenoveerd naar de huidige vorm. In het gebouw zijn sinds 2017 twee basisscholen gevestigd, namelijk Wereldwijs en Jacobus, en een kinderopvangorganisatie. Kijkend naar de prognose en de normatieve ruimtebehoefte is er op dit moment nog voldoende ruimte aanwezig in het gebouw voor beide basisscholen. Het schoolbestuur ervaart echter krapte in het gebouw. Voorkeursscenario • Programmering: termijn 3 (op basis van quickscan). Ruimtelijk gezien is er in 2033 een tekort van 704 m² bvo. • Voorkeur: het gebouw is voorzien van een (gedeeltelijke) renovatie. Kwalitatief scoort het gebouw nog voldoende, maar enkele delen blijven in kwaliteit achter. Gezien de stijging in leerlingenaantal is er een capaciteitsvraagstuk voor onderwijs en kinderopvang. De huidige locatie kent haar beperkingen (ruimtelijk). Binnen het IHP wordt dit nader verkend onder de locatie ‘Nieuw schoolgebouw’. • Tijdelijke huisvesting: mede afhankelijk van de doorlooptijd van het voorkeursscenario, zal mogelijk ingezet moeten worden op tijdelijke huisvesting. • Schaalsprong: binnen het IHP wordt dit nader verkend onder de locatie ‘Nieuw schoolgebouw’.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 30 van 55
4.2. Duizel
4.3. Knegsel
Basisschool Sint Jan is oorspronkelijk gebouwd in 1959. In 1979 heeft de school een uitbreiding gehad en in 2002 en 2016 hebben er renovaties plaatsgevonden. Sinds 2011 maakt Sint Jan onderdeel uit van MFA Duizel. In het gebouw is onder andere een kinderdagopvang aanwezig, die fysiek verbonden is met de basisschool.
In 2015 is MFA De Leenhoef in gebruik genomen. In de MFA zijn onder andere basisschool Meester Gijbels, Gemeenschapshuis De Leenhoef en sporthal De Ladder gevestigd. In de MFA werd een peuterprogramma aangeboden maar op dit moment is er geen kinderdagopvang meer aanwezig. De kinderopvangorganisatie in Knegsel is elders gesitueerd. Qua kwaliteit voldoet het schoolgebouw aan de huidige eisen. Echter ontstaat er wel een capaciteitstekort op de school.
Het huidige gebouw van Sint Jan kent beperkingen. Zowel op bouwkundig vlak als op energetisch vlak kan het gebouw profiteren van een vernieuwingsslag. Voorkeursscenario • Programmering: termijn 2 (op basis van quickscan). • Voorkeur: het huidige gebouw heeft beperkte mogelijkheden om de indeling aan te passen ten behoeve van het onderwijs en om de samenwerking met de kinderopvangorganisatie te stimuleren. Het perceel biedt mogelijkheden om het gebouw logisch te positioneren en de samenwerking met de kinderopvangorganisatie en de MFA-partners te versterken. • Schaalsprong: binnen het bestaande gebouw zijn er mogelijkheden om hier op in te spelen. Bij de uitwerking van het voorkeurscenario zal het capaciteitsvraagstuk meegenomen worden.
Figuur 4.2: scholenlandschap Duizel
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Naar verwachting zal in de kern Knegsel de schaalsprong ook gaan spelen. Knegsel ligt in een natuurrijk gebied waar weinig extra woningen gebouwd mogen worden. Wel is het mogelijk dat ouders uit Veldhoven gaan kiezen voor basisschool Meester Gijbels.
Voorkeursscenario • Programmering: vervangende nieuwbouw valt buiten de scope van dit IHP (15 jaar e.v.). In termijn 1 dient wel rekening gehouden te worden met een structurele uitbreiding. In 2033 is er bij de Meester Gijbels een tekort van 143 m² bvo. • Voorkeur: tijdens de bouw van de school is rekening gehouden met de eventuele toevoeging van een verdieping. De wens is om te voorzien in een uitbreiding van minimaal 2 lokalen. • Schaalsprong: met de uitbreiding wordt hier deels op ingespeeld. Vanuit integraliteit en kostenefficiëntie is het raadzaam om de gehele verdieping toe te voegen (lees: circa 240 m²).
Figuur 4.3: scholenlandschap Knegsel
Pagina 31 van 55
4.4. Steensel
4.5. Vessem
In de kern Steensel is basisschool Sinte Lucij gevestigd. Sinte Lucij is oorspronkelijk gebouwd in 1980. In 2002 en 2013 hebben er renovaties plaatsgevonden die niet levensduurverlengend waren. In het gebouw zit naast de school nog een kinderopvangorganisatie. Kwalitatief gezien is het gebouw toe aan vernieuwing. Kwantitatief gezien heeft de school momenteel een ruimteoverschot. Door middel van de SUVIS-regeling is het binnenmilieu deels aangepakt (wat heeft geleid tot een hogere score in de quickscan). Een deel van de investering dient nog gedaan te worden en is geparkeerd in afwachting van het IHP. In 2020 is een principeakkoord gegeven op de levensverlengende renovatie van Sinte Lucij. In dit akkoord is opgenomen dat de renovatie in het eerstvolgende IHP wordt ingebracht.
Basisschool Lambertus bevindt zich in een relatief jong gebouw dat kwalitatief goed is (bouwjaar 2004). Er is in het gebouw voldoende ruimte aanwezig. De overmaat neemt in de komende jaren wel af. Eventueel kan er verkend worden of de overmaat ingezet kan worden voor andere doeleinden, bijvoorbeeld uitbreiding van kinderopvang of toevoeging van nieuwe partners.
Voorkeursscenario • Programmering: termijn 2 (op basis van QS), met de afspraak om voortijdige investeringen te doen vanwege het gestelde eind termijn van de SUVIS regeling (lees: augustus 2025 uitvoering gereed) en vertraging van dit IHP. • Voorkeur: zoals reeds in het principeakkoord bepaald, staan gemeente en schoolbestuur achter de mogelijkheid tot Renovatie. Renovatie of vernieuwbouw moet leiden tot minimaal 25 jaar levensduurverlenging. Naast investering vanwege de SUVIS regeling overweegt Het schoolbestuur om in te spelen op het verhogen van de isolatiewaarde ten gunste van de exploitatieverlaging. Het is wenselijk om dit scenario te verkennen en toe te werken naar een integraal ontwerp, dat in uitvoering gefaseerd kan plaatsvinden. • Schaalsprong: binnen het bestaande gebouw zijn mogelijkheden om hier op in te spelen. Bij de uitwerking van het voorkeurscenario zal Figuur 4.4: scholenlandschap Steensel het capaciteitsvraagstuk meegenomen worden, onder andere het behoud van de overmaat.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Voorkeursscenario • Programmering: buiten de scope van dit IHP (15 jaar e.v.). • Voorkeur: Lambertus verkeert nog in een kwalitatief goede staat. Daarnaast is er geen capaciteitsvraagstuk bij de school. Voor Lambertus wordt in dit IHP daarom geen scenario opgenomen. • Schaalsprong: binnen het bestaande gebouw zijn mogelijkheden om hier op in te spelen. Vooralsnog is de overmaat geen urgent knelpunt.
Figuur 4.5: scholenlandschap Vessem
Pagina 32 van 55
4.6. Wintelre Basisschool De Disselboom is gehuisvest in MFA De Rosdoek, met onder andere een fysio, gymzaal en kinderdagopvang. Het gebouw dateert uit 1966. Door de jaren heen zijn er verschillende aanpassingen gedaan aan de MFA. Kwalitatief voldoet het gebouw aan de huidige eisen. Normatief gezien is er geen structureel tekort bij De Disselboom, echter wordt er door de school en de kinderopvang wel een tekort ervaren. Op het perceel zijn er weinig tot geen uitbreidingsmogelijkheden Op dit moment zijn er grote lokalen aanwezig en is er weinig ruimte buiten het lokaal om te kunnen differentiëren in het onderwijs. Hierdoor voelt het onderwijsgedeelte van het gebouw krap aan, dit staat nog los van de schaalsprong. Voorkeursscenario • Programmering: buiten de scope van dit IHP (15 jaar e.v.). • Voorkeur: de school is kwalitatief in orde, daarnaast is er normatief geen capaciteitsvraagstuk bij de school. Om het ervaren ruimtetekort op te lossen, kan gekeken worden naar samenwerking met de MFA en de mogelijkheden om ruimten te delen. Dit is geen onderdeel van het IHP. • Schaalsprong: nader onderzoek naar de samenwerking binnen de MFA, kritisch kijken naar de beoogde ketenpartners op deze locatie en verkennen van de alternatieve mogelijkheden binnen deze kern. Op basis van de jaarlijkse leerlingenprognose monitoren van de groei van onderwijs en opvang.
Figuur 4.6: scholenlandschap Wintelre
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 33 van 55
4.7. Scenarioverkenning In de tabel zijn per locatie het scenario en het tijdspad benoemd. Daarbij is rekening gehouden met de programmering conform de quickscanscore en met de capaciteitsvraagstukken. Voor locaties in termijn 1 en een enkele in termijn 2 is het voorkeursscenario aangegeven. Tevens is het capaciteitsvraagstuk vanuit onderwijs en opvang benoemd. Figuur 4.7: scenario programmering op basis van quickscanscore QS score Scenario Rythovius College inclusief gymzalen
56
Nieuw schoolgebouw
n.v.t.
Meester Gijbels
n.v.t.
De Groote Aard Sint Jan Sinte Lucij Basisschool 't Busseltje Basisschool Wereldwijs (KC Eersel) Daltonbasisschool Jacobus (KC Eersel) Basisschool de Disselboom Meester Gijbelsschool Sint Lambertusschool
Termijn* 0-5 jaar
Nieuwbouw inclusief renovatie 2 gymzalen 0-5 jaar Nieuwbouw 0-5 jaar Uitbreiding verdieping
57 Renovatie of nieuwbouw 58 Renovatie of nieuwbouw 60,5 Renovatie (op voorsorteren in termijn 1*) 64 Renovatie of nieuwbouw
5-10 jaar 5-10 jaar 5-10 jaar 10-20 jaar
64 Renovatie of nieuwbouw
10-20 jaar
64 Renovatie of nieuwbouw
10-20 jaar
69 Renovatie of nieuwbouw
> 20 jaar
77 Renovatie of nieuwbouw
> 20 jaar
77 Renovatie of nieuwbouw
> 20 jaar
*Het schoolbestuur overweegt om voortijdig te investeren in een renovatie van de buitenschil (voorfinanciering door het schoolbestuur). Dit heeft ook te maken met de vertraging van het IHP en de specifieke uitkering ventilatie in scholen (SUVIS) die Sinte Lucij heeft ontvangen waarvoor de werkzaamheden voor 1 augustus 2025 afgerond moeten zijn.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 34 van 55
5. Routekaart onderwijs De gemeente Eersel heeft, net als andere gemeenten, de verplichting om voor 2050 aan de klimaatdoelstellingen te voldoen. In dit hoofdstuk wordt gekeken of, door het uitvoeren van de projecten zoals omschreven in hoofdstuk 4, deze doelen behaald worden.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 35 van 55
5.1. Klimaatdoelstellingen In het Klimaatakkoord van Parijs is gesteld dat men in 2030 de uitstoot van CO2 wil verminderen met 55% ten opzichte van de uitstoot in 1990; en verder terugdringen in 2050 met 95%. Aangestuurd vanuit het rijk zijn tal van sectoren gestart met het maken van plannen en het uitvoeren daarvan, om bij te dragen aan deze klimaatdoelen. Ook de gemeente Eersel heeft doelstellingen op dit gebied. Het energie- en CO2-neutraal maken van de schoolgebouwen in Eersel staat niet op zichzelf; op sectorniveau hebben de PO-raad, de VO-raad en de VNG routekaarten opgesteld om te komen tot verduurzaming van schoolgebouwen in Nederland. Daarbij is een oproep gedaan aan schoolbesturen om - in geval van nieuwbouw - minimaal voor energieneutraal (ENG), Nul op de Meter (NOM) met een gezond binnenklimaat te kiezen.
5.2. CO2MPAS Het CO2MPAS is een door HEVO ontwikkeld model om op strategisch niveau inzichtelijk te maken welke inspanningen nodig zijn voor een gemeente om de klimaatdoelstellingen te behalen. In het model kunnen per schoolgebouw een aantal scenario’s gekozen worden, onder andere renovatie BENG, nieuwbouw ENG of (duurzame) ingrepen. Door meerdere variaties van scenario’s langs elkaar te zetten kunnen de consequenties in relatie tot het klimaatakkoord in beeld worden gebracht. Als onderligger voor het model zijn van elk schoolgebouw de verbruiksgegevens (elektra en gas), het bouwjaar en het brutovloeroppervlak gebruikt. Daarbij is 2017 als referentiejaar gebruikt.
5.3. Resultaten Vervanging middels het IHP Dit IHP gaat uit van een doorkijk over 15 jaar (tot circa 2038), daarmee wordt inzichtelijk of de klimaatdoelstellingen van 2030 worden gehaald. In het vorige hoofdstuk zijn de verschillende ‘gebouwmaatregelen’ per locatie benoemd. In de CO2reductieberekening zijn deze projecten opgenomen en doorgerekend. Hierbij zijn twee varianten doorgerekend, namelijk: • Variant 1: projecten BENG uitvoeren. • Variant 2: projecten ENG uitvoeren. De onderstaande figuren laten zien dat, ongeacht de keuze voor BENG of ENG, voor de geplande projecten er meer gedaan zal moeten worden om de klimaatdoelstellingen van 2050 te behalen.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 36 van 55
5.4. Conclusie Om de klimaatdoelstellingen van 2030 te behalen dienen projecten uit latere termijnen naar voren gehaald te worden, ongeacht de keuze BENG of ENG. De variant waarbij projecten ENG uitgevoerd sluiten beter aan bij de klimaatdoelstellingen van 2030 en 2050. Om de doelstellingen van 2050 te behalen dient minimaal ENG het streven te zijn en dienen daarnaast de projecten buiten de scope van dit IHP ook verduurzaamd te worden. Indien er voor BENG wordt gekozen, dan moeten deze projecten vóór 2050 alsnog naar ENG omgezet worden. Dit is een extra investering, wat ook het (integrale) ontwerp niet ten goede komt. De vraag is of het omzetten van BENG naar ENG technisch mogelijk is. De geschetste opties om de doelstellingen van 2050 te behalen zijn deels ook afhankelijk van wijzigingen in het Bbl. Op dit moment richt het Bbl zich nog op BENG bij nieuwbouw. In de toekomst (mogelijk bij de volgende herijking) verandert dit mogelijk naar ENG. Gemeente en schoolbesturen kunnen ervoor kiezen om voor te sorteren op de mogelijke wijziging in het Bbl en samen te streven naar ENG. Dit streven is tweeledig. Voor schoolbesturen betekent deze extra investering een verlaging van de exploitatiekosten (energieverbruik). De gemeente heeft een voorbeeldfunctie in het verduurzamen van de gebouwde omgeving.
Verduurzaming tussentijds Met inachtneming van het toekomstperspectief bestaat daarnaast de mogelijkheid voor schoolbesturen en gemeente om de onderwijshuisvesting tussentijds te verduurzamen. Deze maatregelen spelen in op de eerdergenoemde ambities, zoals het verlagen van de exploitatiekosten en de voorbeeldfunctie. Daarnaast kan worden voorgesorteerd op het toekomstperspectief renovatie. Dit gaat vooral op wanneer wordt geïnvesteerd in het ‘maximaal’ isoleren van de buitenschil of wanneer de luchtverversing tussentijds vervangen dient te worden. Belangrijke onderlegger daarvoor is het MJOP om daarmee het natuurlijke vervangingsmoment vast te stellen.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 37 van 55
6. Financiële vertaling In dit hoofdstuk worden de beschreven scenario’s voorzien van een financieel kader. Er wordt eerst ingegaan op het kwaliteitsniveau en de kostenverdeling. Vervolgens wordt de budgetbenadering benoemd en worden de kosten vergeleken met de beschikbare dekkingsmogelijkheden.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 38 van 55
6.1. Kostenbenadering 6.1.1 Kwaliteitsniveau Om het kwaliteitsniveau van de schoolgebouwen te verkennen is onderstaande vergelijking gemaakt. Daarbij is gebruik gemaakt van de kostenconfigurator van HEVO (kengetal benadering). Met de benadering kan de koppeling worden gemaakt tussen ambitie en realisme (lees: werkelijke kosten). • Vergoeding VNG-norm: jaarlijks actualiseert de VNG de normvergoeding, de verschillen met de kostenconfigurator kunnen ook jaarlijks verschillen. Dit jaar (prijspeil 1 januari 2024) heeft de VNG de prijsontwikkelingen van het afgelopen jaar grotendeels ingehaald. Vanuit de VNG worden geen kwalitatieve eisen gesteld aan de onderwijshuisvesting. • IHP-kwaliteit: er is verkend welk kwaliteitsniveau past bij de ambities van dit IHP. Daarbij is toegewerkt naar een optimum in prijs en kwaliteit, met oog voor kwalitatieve en toekomstbestendige schoolgebouwen.
6.1.2 VNG-kwaliteit Zoals vermeld, worden er vanuit de VNG geen kwalitatieve eisen gesteld aan de normbedragen en daarmee aan de onderwijshuisvesting. Binnen de verordening zijn uitsluitend formules opgesteld en worden de bedragen jaarlijks geactualiseerd (advies VNG). Daarbij speelt mee dat de kengetal benadering van HEVO een andere systematiek kent, daardoor lastig te vergelijken is en jaarlijks kan verschillen. Voor de vergelijking is gekeken naar de totale portefeuille en is een vergelijking gemaakt met de VNG-normbedragen middels de kostenconfigurator (beide prijspeil 1 januari 2024).
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Daarmee kan onderstaand kwaliteitsniveau benaderd worden: • Bbl school BENG. • Dragende binnenwanden (niet flexibel). • Frisse Scholen klasse C, behalve energie en lucht (B). • Afwerking en esthetische kwaliteit (niveau 1), zie afbeelding. Dit kwaliteitsniveau past niet bij de beleidsambitie van dit IHP en voldoet niet aan de klimaatdoelstellingen.
Toelichting onderwerpen kostenconfigurator Met behulp van de kostenconfigurator van HEVO (door PO-raad en VO-raad erkende instrumenten ter bepaling van de investeringskosten) zijn de geldende investeringsniveaus per vierkante meter bepaald. Deze methodiek maakt onderscheid naar type onderwijs (PO/VO/(V)SO) en gebouwgrootte (aantal leerlingen). De ervaring leert dat het kostenkengetal van een kleine school hoger ligt dan van een grote school (schaalvoordelen en aantal bouwlagen; compact bouwen). De kostenconfigurator is een actueel rekenmodel dat rekening houdt met de verschillende wet- en regelgevingen binnen de onderwijshuisvesting en ambities binnen het IHP. Het kengetal is opgedeeld naar diverse posten en keuzemogelijkheden: •
Vaste kosten: •
Energieneutraal en aardgasvrij.
•
Flexibele gebouwen (geen dragende binnenwanden en benutting van de verkeersruimte als leeromgeving).
•
Toeslag ten aanzien van gebouwspecifieke toevoegingen is afhankelijk van de (gezamenlijke) ambitie van gemeente en/of schoolbesturen: •
Kosten Frisse Scholen.
•
Kosten exploitatiegericht bouwen.
•
Kosten duurzaam bouwen.
•
Kosten verhogen kwaliteitsniveau.
Pagina 39 van 55
6.1.3 IHP-kwaliteit Met de schoolbesturen en de gemeente Eersel is verkend wat wordt verstaan onder de verschillende niveaus en is benoemd wat passend is ten aanzien van het beoogde beleid voor de onderwijshuisvesting en daarmee voor de leer- en werkomgeving van het kind en de docenten. Daarin is benoemd dat de uitgangspunten verder gaan dan het wettelijk verplichte kwaliteitsniveau. De argumentatie daarvoor is als volgt: • Met de huidige BENG-eis voldoet het schoolgebouw niet aan de klimaatdoelstellingen van 2050. Om investeringen in de toekomst te voorkomen is het raadzaam om de keuze ENG nu te maken, wat bijdraagt aan een integraal ontwerp en een optimum in prijs en kwaliteit. • Aansluitend op de visie en ambitie is benoemd welke eisen ten aanzien van het Programma Frisse Scholen hoger zijn. Gezonde onderwijshuisvesting van kinderen en docenten dient een randvoorwaarde te zijn voor een goed schoolgebouw. Tevens verhoogt dit de leerprestaties en leidt dit tot minder ziekteverzuim bij kinderen en docenten. • Onderdelen van de omschreven kwaliteitsambities komen eveneens ten goede aan de geformuleerde visie en integrale definitie van duurzaamheid: gezonde, exploitabele en toekomstbestendige schoolgebouwen. Schoolgebouwen waarin verschillende onderwijsvisies een plek kunnen krijgen, die aanpasbaar zijn naar de toekomst en waar een comfortabele ontwikkelomgeving verzekerd is.
Op basis van deze argumentatie is er gezocht naar de IHP-kwaliteitsambitie voor de gemeente Eersel. De IHP-kwaliteit past bij de gestelde ambitie en het niveau dat nagestreefd wordt. Bij nieuwbouw van een schoolgebouw worden de volgende gezamenlijke ambities nagestreefd: • Energieneutraal: voldoen aan klimaatakkoord (routekaart PO/VO). • Toekomstbestendige gebouwen verhogen de restwaarde en mogelijkheden voor hergebruik/herindeling door uit te gaan van een kolommenstructuur (geen dragende wanden) én door in te zetten op intensiever ruimtegebruik in de verkeersruimte, onder andere benutting als leeromgeving (extra binnenklimaat). • Programma Frisse scholen: kiezen voor een optimum in prijs en kwaliteit, slimme keuzes in combinatie met ENG. Hiervoor wordt uitgegaan van slimme keuzes in combinatie met ENG (zie bijlage 1). • Toeslag circulair bouwen: minimaal niveau 1 (groen beton).
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Naast de gezamenlijke ambities kunnen er ook ambities vanuit het schoolbestuur of de gemeente zijn. Deze ambities zorgen voor verhoging van de kosten. Denk aan: • Extra eisen vanuit omgeving. • Aanvullende ambities ten aanzien van duurzaam en circulair bouwen. • Extra kwaliteit vanuit exploitatieverlagende maatregelen. Per project wordt verkend wat het kwaliteitsniveau gaat zijn, waarbij minimaal wordt uitgegaan van ‘IHP-kwaliteit’. Extra toevoegingen kunnen door schoolbesturen of gemeente overwogen worden, inclusief de benodigde investering.
6.1.4 Kwaliteitsniveau opvang Het kwaliteitsniveau van opvang is minimaal vergelijkbaar met onderwijs en op onderdelen kan deze worden aangescherpt met de eisen vanuit de GGD. Onderstaande aanvullingen zijn benoemd als aanvulling op het kwaliteitsniveau IHPkwaliteit voor het onderwijs: • Met of zonder slaapvertrekken. In geval van slaapvertrekken nemen de eisen vanuit de GGD toe. In het kengetal is daar geen rekening mee gehouden. • Het delen van centrale voorzieningen, onder andere verkeersruimte, entree, toilet, vergaderruimte. • Toevoegingen vanuit veiligheid: • Transparantie. • Klim- en valgevaar. • Detaillering vaste inrichting. • Specifieke zaken in het technisch Programma van Eisen, onder andere hoogte stopcontact, deurklink, vaste inrichting en sanitair.
Pagina 40 van 55
Kostenkengetal nieuwbouw De bepaling van de kwaliteitsambitie leidt tot indicatieve stichtingskosten per m² brutovloeroppervlakte (bvo)3. De kostenkengetallen zijn berekend via de HEVO kostenconfigurator. De kosten zijn per m² bepaald op prijspeil 1 januari 2024 inclusief btw4. Dit kostenkengetal is - in opbouw en benadering - gelijk aan de normbekostiging volgens de VNG. In de tabellen (figuren 6.2, 6.3 en 6.4) is toegewerkt naar een kengetal voor nieuwbouw op basis van de kostenconfigurator, waarbij onderscheid is gemaakt naar PO, VO en (V)SO. In bijlage 2 is de volledige benadering opgenomen. Door het kostenkengetal te vermenigvuldigen met de benodigde vierkante meters bvo voor onderwijs, worden de stichtingskosten bepaald.
UITGANGSPUNTEN (cat. A / cat. B)1 Aantal leerlingen: Uitgangspunt bouwlagen: Norm brutovloeroppervlak (BVO) [m²]: RESUMÉ Kosten vaste kosten, basis Kosten vaste kosten, overig Kosten Frisse Scholen Kosten exploitatiegericht bouwen Kosten duurzaam bouwen Kosten verhogen kwaliteitsniveau Kosten speciaal onderwijs specifiek Subtotaal: Prijsindicator, marktwerking en/of regiotoeslag (t.o.v. regio 's-Hertogenbosch)2 TOTAALKOSTEN:
SO - A 100
SO - B 100
1 1.250
<-- invoervelden
6.1.5 Kostenkengetal per gebouwmaatregel
0%
VSO - A 200
1 1.750
€ € € € € € € € €
3.096 229 296 38 3.659 -
€ € € € € € € € €
€
3.659 €
3.049 226 278 36 3.589 -
VSO - B 200
2 2.810
€ € € € € € € € €
3.589 €
2.758 227 250 25 3.260 -
2 3.470
€ € € € € € € € €
2.721 226 249 24 3.220 -
3.260 €
3.220
Figuren 6.2 t/m 6.3 kengetallen voor nieuwbouw op basis van de kostenconfigurator PO, VO en (V)SO 2
Op basis van de huidige inzichten is er géén rekening gehouden met een marktwerking of
regiotoeslag. Kengetal voor nieuwbouw PO UITGANGSPUNTEN Aantal leerlingen: Aantal leerlingen indien SBO: Uitgangspunt bouwlagen: Norm brutovloeroppervlak (BVO) [m²]:
200 130 1 703
<-- invoervelden
RESUMÉ Kosten vaste kosten, basis Kosten vaste kosten, overig Kosten Frisse Scholen Kosten exploitatiegericht bouwen Kosten duurzaam bouwen Kosten verhogen kwaliteitsniveau Subtotaal: Marktwerking en/of regiotoeslag (t.o.v. regio 's-Hertogenbosch)1 TOTAALKOSTEN:
100 62
0%
€ € € € € € € € €
3.250 227 292 42 3.811 3.811
300 199
1 1.206
€ € € € € € € € €
3.096 222 279 38 3.635 3.635
400 267
2 1.709
€ € € € € € € € €
2.801 225 258 27 3.311 3.311
2 2.212
€ € € € € € € € €
2.758 223 253 26 3.260 3.260
Kengetal voor nieuwbouw VO UITGANGSPUNTEN Voortgezet Onderwijs: Uitgangspunt bouwlagen: Uitgangspunt brutovloeroppervlak (BVO) [m²]:
0%
€ € € € € € € € €
2.594 217 237 23 3.071 3.071
vmbo/ havo/vwo
havo/vwo
2 5.000
<-- invoervelden
RESUMÉ Kosten vaste kosten, basis Kosten vaste kosten, overig Kosten Frisse Scholen Kosten exploitatiegericht bouwen Kosten duurzaam bouwen Kosten verhogen kwaliteitsniveau Subtotaal: Prijsindicator, marktwerking en/of regiotoeslag (t.o.v. regio 's-Hertogenbosch)2 TOTAALKOSTEN:
vmbo1
3 8.000
€ € € € € € € € €
2.411 217 225 20 2.873 2.873
Kostenkengetal overige gebouwmaatregelen In de voorgaande tabellen is toegewerkt naar een kengetal voor nieuwbouw op basis van de kostenconfigurator. In dit IHP is ook toegewerkt naar kengetallen voor de andere gebouwmaatregelen. In bijlage 3 zijn deze overige kostenkengetallen verantwoord.
6.2. Investeringskosten 6.2.1 Toelichting In het IHP worden de stichtingskosten voor de huisvesting van het onderwijs en bewegingsonderwijs doorgerekend voor de komende 15 jaar. Voor termijn 1 (0-4 jaar) is het belangrijk om ook de overige kosten te benoemen, denk aan tijdelijke huisvesting.
3 13.000
€ € € € € € € € €
2.381 215 219 19 2.834 2.834
Kengetal voor nieuwbouw (V)SO
3 Het kengetal in de tabel is een plafondbedrag (maximum), het is mogelijk om het kengetal te interpoleren. In een
Stichtingskosten onderwijs bewegingsonderwijs (incl. doorkijk)
Investeringskosten termijn 1
Overige kosten Figuur 6.5: schematische weergave, verhouding kan verschillen, is projectspecifiek
haalbaarheidsonderzoek wordt het bedrag exacter berekend en daarmee kaderstellend voor de verdere uitwerking. Alle genoemde kosten in deze rapportage zijn inclusief btw
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 41 van 55
•
6.2.2 Stichtingskosten incl. doorkijk Door het kostenkengetal IHP-kwaliteit te vermenigvuldigen met de ruimtebehoefte worden de stichtingskosten per locatie verkregen. Onderstaand de uitgangspunten voor de stichtingskosten onderwijs en bewegingsonderwijs: • Er is voor de ruimtebehoefte bij de doorrekening van de kosten uitgegaan van het leerlingenaantallen zoals bij de scenario’s in hoofdstuk 4 is aangegeven. • Het kengetal is per project specifiek benaderd middels interpolatie (inschatting van het kengetal als tussenliggende waarde van het kengetal in omvang). • Voor Rythovius (termijn 1) is een afweging gemaakt in het haalbaarheidsonderzoek (advies nieuwbouw). In het IHP is rekening gehouden met nieuwbouw voor het onderwijs. Voor de gymzalen van het Rythovius wordt rekening gehouden met renovatie van 2 gymzalen en behoud van de overige gymzalen, daarbij zijn de VNG-normbedragen gehanteerd. • Voor het Nieuwe schoolgebouw (termijn 1) in de kern Eersel is rekenkundig uitgegaan van de ruimtebehoefte in het referentiejaar 2033, waarbij de capaciteitstekorten van ’t Busseltje en KC Eersel zijn meegenomen • Sinte Lucij gaat uit van een renovatie, aangezien het schoolbestuur hierop wil voorsorteren. Schoolnaam TERMIJN 1 Rythovius College
BVO huidig 10416
Sector
Scenario
VO
Nieuw bouw
Gymzalen Rythovius 2x*
VO
Renovatie***
Nieuw schoolgebouw kern Eersel
PO
Nieuw bouw
Gymzaal 1x*
BVO 2033 Jaartal
224.800
€
186.400
€
186.400
€
46.600
€
46.600
1.840.000
€
13.838.000
1261
PO
Renovatie***
904
2031
€
De Groote Aard
2748
SO
Nieuw bouw
1701
2031
€
Sint Jan
1211
PO
Nieuw bouw
985
2031 2031
PO
Nieuw bouw
3288
2039
PO
Nieuw bouw
1452
> 20 jaar
Sint Lambertusschool
1574
PO
Nieuw bouw
1206
> 20 jaar
Meester Gijbelsschool
640
PO
Nieuw bouw
783
> 20 jaar
TOTAAL
4.655.000
€
€
1496
3.313.000
€
224.800
2027
3288
€
€
3.313.000
Basisschool de Disselboom
22.738.000
899.200
4.189.000
BUITEN IHP KC Eersel
32.546.000
€
€
€
2034
€
899.200
€
1800
Optim um Frisse Toeslag circulair scholen bouw en € 271.400 € 271.400
€
2028
Nieuw bouw
Toekom stbestendig € 1.085.600
20.490.000
2027
PO
Kosten ENG 1.085.600
1304
1800
In onderstaande tabel is samengevat wat de stichtingskosten zijn voor onderwijs en het bewegingsonderwijs per termijn, met onderscheid naar VNG norm en de toeslagen voor IHP Kwaliteit. Daarbij is uitgegaan van de onderstaande termijnen: • Termijn 1: 2024 t/m 2028 • Termijn 2: 2029 t/m 2033 • Termijn 3: 2034 t/m 2038
€
€
TERMIJN 3 Basisschool 't Busseltje
•
29.832.000
2028
Nieuw bouw
•
€
TERMIJN 2** Sinte Lucij
Gymzaal 1x*
•
VNG Norm
7895
Nieuw bouw
•
In geval van het scenario Renovatie is gerekend met een kengetal voor vernieuwbouw, conform bijlage 3. Voor alle overige locaties is uitgegaan van het kengetal nieuwbouw, waarbij de afweging renovatie/nieuwbouw nog gemaakt moet worden (lees: in volgend IHP). Voor het bewegingsonderwijs PO en (V)SO is uitgegaan van 2 gymzalen, in termijn 1 (kern Eersel) en 2 (De Groote Aard). In de programmering van de termijn 2 e.v. is uitgegaan van het middelste jaartal, de jaartallen worden bij de herijking vastgesteld. De kostendemarcatie van de stichtingskosten (lees: projectbudget) is opgenomen in bijlage 4.
€
81.900
€
1.840.000
81.900
€
14.657.000
€
327.600
€
327.600
2.790.000
€
5.888.000
€
101.200
€
101.200
€
25.300
€
25.300
€
3.043.000
92.800
€
92.800
€
23.200
€
23.200
€
€
3.320.000
€
6.120.000
133.600
€
133.600
€
33.400
€
33.400
€
€
1.840.000
3.654.000
€
€
5.539.000
€
160.400
€
160.400
€
40.100
€
40.100
€
1.840.000 5.940.000
€
5.539.000
€
160.400
€
160.400
€
40.100
€
40.100
€
5.940.000
€
49.209.000
€
1.573.600
€
1.573.600
€
393.400
€
393.400
€
53.143.000
* Budgetbenadering conform verordening en daarmee geen aanvullende toeslag
Let wel, enkele toeslagen hebben verband met elkaar
** Voorbereidingskrediet termijn 2 opnemen in termijn 1
Figuur 6.6: Stichtingskosten incl. doorkijk
€
IHP Kw aliteit
***Vernieuwbouw is het uitgangspunt en daarmee 90% van nieuwbouw
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 42 van 55
•
6.2.3 Toeslagen IHP kwaliteit Met de eerder genoemde argumenten in paragraaf 6.1.3 ‘IHP Kwaliteit’ is benoemd waarom gemeente en schoolbesturen dit kwaliteitsniveau willen nastreven. Met dit kwaliteitsniveau worden desinvesteringen in de toekomst voorkomen. De genoemde toeslagen betreft deels een integraal pakket. Zo nemen de kosten voor Frisse Scholen toe wanneer ENG niet worden gekozen en andersom. Op de portefeuille niveau is het verschil tussen de VNG normbedragen en IHP Kwaliteit benaderd op ca. 10%. In de doorrekening van figuur 6.6 is dit % niet terug te herleiden en kan per project verschillen. Dit komt mede doordat de VNG normbedragen en de kostenconfigurator (lees: kengetal benadering voor IHP Kwaliteit) een andere rekensystematiek kennen. Daarnaast is de benadering van de VNG normbedragen niet gebaseerd op een kwaliteitsniveau. Met de jaarlijkse indexering speelt de VNG deels in op de prijsstijgingen in de bouw, echter blijft de vergelijking met de kostenconfirgurator lastig.
6.3. Overige kosten termijn 1 Onderstaand de uitgangspunten voor de indicatieve kosten die voor termijn 1 zijn verkend, waarbij onderscheid is gemaakt in algemene en project specifieke kosten. Onderstaand de algemene kosten. • Er wordt gerekend met een post onvoorzien: nieuwe inzichten op basis van de overige kosten, denk aan werkelijke verhuiskosten. • Er is rekening gehouden met tijdelijke huisvesting voor: t Busseltje en KC Eersel. Overige kosten termijn 1*
BVO
Jaartal
UITBREIDINGEN 143
2025
€
1.402.000 677.000
Tijdelijke huisvesting 't Busseltje
226
2024
€
410.000
Tijdelijke huisvesting KC Eersel
170
2026
€
315.000
EERSTE INRICHTING Eerste inrichting Nieuw schoolgebouw
1304
Eerste inrichting gymzaal
€
643.000
2028
€
242.000
2027
€
67.000
Eerste inrichting Meester Gijbels
143
2025
€
50.000
Eerste inrichting 't Busseltje
226
2028
€
54.000
170
2028
Eerste inrichting KC Eersel Onvoorzien
stelpost
TOTAAL * Budgetbenadering conform verordening
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Onderstaand de kosten die zijn opgenomen voor de project specifieke kosten van het Rythovius en Nieuwe schoolgebouw (termijn 1): • Sloopkosten incl. bouwrijp maken voor, zijn uitsluitend opgenomen voor Rythovius. • Kosten voor de terreininrichting, incl. waterberging (Natuurwet). Voor Rythovius is rekening gehouden met de sportvelden en plek van het huidige gebouw. Voor het Nieuwe schoolgebouw is een aanname gedaan in omvang. • Beperkte kosten voor parkeren voor Rythovius. Er wordt uitgegaan van huidige aantallen op het eigen terrein, mogelijke wel enkele aanpassingen tijdens de bouw, o.a. locatie invalideparkeerplaats. Voor het Nieuwe schoolgebouw is gerekend met een stelpost voor o.a. parkeervoorzieningen en infrastructurele aanpassingen. • De tijdelijke huisvesting van Rythovius is mede afhankelijk van de definitieve locatie, vooralsnog zien gemeente en schoolbestuur mogelijkheden om deze kosten te beperken. Wel zijn er faseringskosten, denk aan afsluiten installaties en bouwkundige werken en bouwrouting. Het Nieuwe schoolgebouw maakt gebruik de bestaande huisvesting en de tijdelijke huisvesting in figuur 6.7. Overige kosten termijn 1
BVO
Kosten
NIEUW SCHOOLGEBOUW
Kosten €
Uitbreiding Meester Gijbels
Voor de vergoedingen voor de Eerste inrichting en Uitbreidingen is uitgegaan van de VNG-normbedragen.
€
50.000
€
180.000
€
2.045.000
Kosten voor de terreininrichting
2500
Infrastructurele werkzaamheden
stelpost
€
Faseringskosten Onvoorzien
stelpost
RYTHOVIUS COLLEGE
€
483.000
45 €
113.000
€
200.000
€
50.000
€
120.000
€
2.358.000
Sloopkosten incl. bouwrijp maken
10416
€
80 €
833.000
Kosten voor de terreininrichting
21000
€
45 €
945.000
Beperkte kosten voor parkeren
stelpost
€
50.000
Faseringskosten
stelpost
€
350.000
Onvoorzien
stelpost
€
180.000
€
2.841.000
TOTAAL
Figuur 6.8: Project specifieke kosten Rythovius en het Nieuwe schoolgebouw
Figuur 6.7: Overige kosten termijn 1
Pagina 43 van 55
Aspecten waar nu geen zicht op is (lees: onvoorzien) en daarmee geen kosten voor zijn opgenomen: • Er is geen rekening gehouden met grondkosten voor de locatie(s) van het ‘Nieuwe schoolgebouw’. • Kosten voor specifieke (bezwaar)procedures ten behoeve van de Omgevingswet (uitgangspunt is een reguliere aanvraag). • Stikstof- en PFAS-maatregelen. • Asbest- , grondsanering en archeologische vondsten. • Netwerkcongestie. • Locatie specifieke voorzieningen, zoals geluidwerende maatregelen en flora fauna. • Aanvullingen vanuit nieuwe wet- en regelgeving. • In het IHP wordt uitgegaan van referentiejaar 2033. De kans bestaat dat na 2033 een structurele ruimtebehoefte ontstaat en daarmee recht geeft op een permanente uitbreiding. Vooruitlopend daarop kunnen constructieve- en installatietechnische voorbereidingen getroffen worden. • De personele en organisatorische ondersteuning vanuit gemeente (VAT) geen onderdeel van deze doorrekening. Denk aan: ambtelijke kosten, inclusief projectleider gemeente indien schoolbestuur bouwheer is (minus leges).
6.4.2 Voorbereidingskrediet termijn 2 Met in achtneming van de groei van de gemeente (lees: capaciteitstekorten o.b.v. huidige prognose en schaalsprong) is het wenselijk om vooruit te blijven kijken naar de onderwijslocaties die in termijn 2 gepland staan. Voor deze locaties is afgesproken dat schoolbesturen (in termijn 1) onderzoek doen naar de afweging Renovatie/Nieuwbouw en daarnaast verkennen op welke wijze de capaciteitstekorten opgelost kunnen worden. Dit geldt voor de volgende locaties: De Groote Aard, Sint Jan en Sinte Lucij. In het voorbereidingskrediet zijn advieskosten opgenomen voor het haalbaarheidsonderzoek en de ontwerpkosten. Procesafspraak De investeringskosten zijn opgenomen in de kapitaallasten berekening. Specifiek voor termijn 2 is ca. 5% van het krediet naar voren gehaald als voorbereidingskrediet (2024-2027).
6.5. Budgetbenadering 6.5.1 Investeringen door gemeente
6.4.1 Meerjaren doorkijk
Zoals verwoord in hoofdstuk 2 zijn gemeenten verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreiding van scholen. Dit moeten zij bekostigen uit de bijdrage die zij ontvangen uit het gemeentefonds. De middelen zijn niet geoormerkt. Vanuit de VNG wordt geadviseerd welk normbedrag gekoppeld kan worden aan de benodigde voorziening. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd en stelt geen eisen aan het kwaliteitsniveau.
Daarbij wordt rekening gehouden met de geldende rente/ afschrijvingstermijn, de resterende boekwaarde en een jaarlijkse indexering van de bouwkosten.
6.5.2 Bijdrage schoolbestuur
6.4. Kapitaallasten
Het IHP 2024-2038 is doorgerekend op basis het prijspeil 2024. In de begroting worden deze investeringen jaarlijks geraamd op basis van het prijspeil van het begrotingsjaar. De kredieten worden op basis van het IHP beschikbaar gesteld waarbij geïndexeerd wordt naar actuele jaar. Het jaar van beschikbaarstelling is leidend voor de vergoeding aan het schoolbestuur. Indexering van de normbedragen vindt plaats op basis van de VNG-normvergoeding. Voor de overige vergoedingen wordt de prijsindexering uit de begroting gehanteerd. Voor de kinderdagopvang zijn geen kapitaallasten opgenomen, het uitgangspunt is dat de dekking van de kinderopvang wordt ondervangen met een huurcontract.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud en de exploitatie van onderwijshuisvesting. Als verantwoordelijke hiervoor en als gebruiker van de schoolgebouwen zijn schoolbesturen gebaat bij de kwaliteitsambitie. Voor het leveren van een bijdrage kunnen schoolbesturen gebruik maken van de vergoeding voor materiële instandhouding die zij ontvangen van het rijk (lumpsum vergoeding). Een deel van de kwaliteitsambitie kan bijvoorbeeld gefinancierd worden vanuit een besparing op onderhoud aan het bestaande gebouw voorafgaand aan een nieuwbouwopgave (besparing op investeringen in het lopende MJOP) of door duurzame keuzes te maken in het ontwerp (besparen in de exploitatie). Voor de eerste vorm dienen tijdig afspraken gemaakt te worden over de teruglevering van het gebouw aan de gemeente, en welke conditiescores acceptabel zijn. Het is mogelijk dat de bijdrage per m² bvo bij aanvang van de investering in één keer wordt ingebracht alsook dat het bedrag kan worden teruggestort vanuit de exploitatie.
Pagina 44 van 55
De schoolbesturen geven aan dat zij voorzichtig zijn in het toezeggen van bijdragen aan Total Cost of Ownership (TCO). Daarvoor zijn de volgende argumenten benoemd: • De aanzienlijke tekorten op de vergoeding voor materiële instandhouding. • De onzekerheid over het overheidsbeleid ten aanzien van de vergoeding voor materiële instandhouding. • De positieve effecten van één nieuw gebouw zijn benodigd voor de negatieve exploitatie van de gehele portefeuille. • De hoogte van de onderhoudskosten voor energieneutrale gebouwen (ENG) is nog onvoldoende gebenchmarkt. • In de huidige situatie is er, in het primair onderwijs, nog sprake van een investeringsverbod. Ook in de verwachte wijziging van de wet op dit onderdeel mogen schoolbesturen alleen onder strikte voorwaarden investeren in onderwijshuisvesting. Bijdrage PO schoolbesturen Door de schoolbesturen is een notitie opgesteld waarin de bereidheid tot een bijdrage nader staat uitgeschreven. Alle schoolbesturen hebben de intentie om bij te dragen aan de kwaliteit van onderwijshuisvesting. De geldende wet- en regelgeving geeft die ruimte echter niet of slechts beperkt. Schoolbesturen kunnen uitsluitend investeren in exploitatie verlagende maatregelen welke binnen een redelijk termijn worden terugverdiend. Hierop wordt toegezien door de accountant.