Bijlage 1 Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2024-2038 gemeente Eersel
Tekst van het document
Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024 -2038 Gemeente Eersel
Opdrachtgever Gemeente Eersel Datum 17 mei 2024 Referentie 1707601-0092.v1 Auteur(s) de heer ir. B.G. Verkerk mevrouw ir. M.A.C. Kools
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Statenlaan 8
5223 LA 's-Hertogenbosch
T 073 - 6 409 409
info@hevo.nl
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
KvK Brabant 16029774
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Burg. Roelenweg 40
8021 EW Zwolle
T 038 - 4 258 101
ISO 9001-gecertificeerd
BTW 0011.60.461.B01
Samenvatting De gemeente Eersel heeft sinds 2000 een Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor onderwijs, dat invulling geeft aan de gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Het IHP is een strategisch instrument dat de kwaliteit van onderwijshuisvesting en leerlingenprognoses analyseert en strategische keuzes maakt, zowel op korte als lange termijn. Het stelt de gemeente in staat om een meerjarenperspectief af te stemmen op haar eigen investeringsbeleid en ervoor te zorgen dat de onderwijshuisvesting aansluit bij een breed beleidskader. Het IHP houdt rekening met juridische kaders, waaronder de zorgplicht van de gemeente voor onderwijshuisvesting. Daarnaast anticipeert het IHP op mogelijke weten regelgevingswijzigingen, waaronder het wetsvoorstel voor stelselwijziging, wijzigingen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en ontwikkelingen in de kinderopvang. Ook regionale ontwikkelingen zijn vertaald binnen het voorliggend IHP. De verwachte groei van de Brainport-regio gaat invloed hebben op de leerlingenpopulatie en daarmee de omvang van schoolgebouwen. Het IHP is ontwikkeld in vijf stappen: visie en beleid, analyse, scenario, financiële vertaling en van IHP naar planvorming.
Visie op onderwijs en opvang ‘De gemeente Eersel, onderwijs en kinderopvang willen een omgeving met alle benodigde faciliteiten en voorzieningen bieden voorwaarden bieden zodat jeugdigen zich optimaal kunnen ontwikkelen tot gezonde, evenwichtige, verantwoordelijke en sociale volwassenen. Van elementair belang daarvoor is een doorlopend, sterk en samenhangend aanbod van voorzieningen van onderwijs, opvang, welzijn, gezondheidszorg, sport en cultuur’.
De gemeente en schoolbesturen streven naar het versterken van de inhoudelijke samenhang tussen onderwijs, opvang en zorg, waarbij het kind altijd centraal staat. Dit wordt gefaciliteerd door bredere en gestructureerde samenwerkingsvormen, waarbij onderwijs, opvang en zorg idealiter dicht bij elkaar zijn gelegen.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
De school van de toekomst wordt gezien als het hart van de wijk/kern, waar maatschappelijke voorzieningen geïntegreerd zijn of in de nabijheid zijn en iedereen zich welkom voelt. Door een goede afstemming tussen onderwijs, opvang en andere partners is er in de gemeente Eersel een compleet aanbod; kinderen krijgen zo passend mogelijk onderwijs en opvang; er kan worden ingezet op eventuele zorgbehoeften; en er wordt verbinding gelegd met cultuur, sport en de wijk, buurt of kern. Bouwstenen voor onderwijs- en opvanghuisvesting De uitgangspunten voor onderwijs- en opvanghuisvesting zijn verdeeld in drie hoofdthema's: kaders en uitgangspunten, vraag en aanbod, en kwaliteit en duurzaamheid. Kaders en uitgangspunten: De gemeente en de schoolbesturen delen de verantwoordelijkheid voor de schoolgebouwen. De gemeente is in principe verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreidingen, terwijl de schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor het onderhoud en de instandhouding van de onderwijshuisvesting. Er wordt gestreefd naar een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de huisvesting van scholen. Beide partijen zien kansen om de gescheiden geldstromen samen te voegen, wat kan leiden tot het behalen van gezamenlijke ambities die de kwaliteit van de onderwijshuisvesting kunnen vergroten.
Het IHP is het investeringskader voor de onderwijshuisvesting en geeft voor de gehele looptijd inzicht in de benodigde investeringen. Met de vaststelling van het IHP is ook het uitvoeringsprogramma voor de eerste vier jaar vastgesteld.
Vraag en aanbod: De gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties streven naar een goed gespreid en passend aanbod van onderwijs en opvang. Dit is belangrijk voor de bereikbaarheid van scholen en kinderopvang en moet aansluiten op het aantal leerlingen in het voedingsgebied. In de gemeente Eersel is er een goede geografische spreiding van scholen en kinderopvang, met minimaal één school en kinderopvanglocatie per kern.
Pagina 2 van 55
Kwaliteit en duurzaamheid: De gemeente en schoolbesturen streven naar kwalitatief goede en duurzame onderwijshuisvesting. Ze volgen het Klimaatakkoord en streven naar energieneutraliteit (ENG) binnen de vernieuwingsopgave van het IHP. Duurzaamheid wordt breder gedefinieerd dan alleen energiebesparing en CO2-reductie, met aandacht voor onderwijskundige functionaliteit, gezondheid, circulariteit, toekomstbestendigheid en buitenruimte. Opgave gemeente Eersel De gemeente Eersel staat op het gebied van onderwijshuisvesting voor een vervangings- en uitbreidingsopgave. Op basis van diverse analyses is het scholenlandschap in kaart gebracht. Zo zijn de leerlingenprognoses gekoppeld aan de capaciteitsanalyse en zijn alle gebouwen kwalitatief in kaart gebracht middels een Quickscan. De Quickscan geeft naast bouwkundige staat ook inzicht in de onderwijskundige functionaliteit, binnenmilieu, exploitatie, veiligheid en uitstraling van een gebouw.
Voortvloeiend uit de verschillende analyses worden de volgende projecten concreet opgenomen in het voorliggende IHP. • Vervangingsopgave binnen 10 jaar: Rythovius College (inclusief vernieuwbouw 2 gymzalen), De Groote Aard (inclusief gymzaal), Sint Jan en Sinte Lucij. • Uitbreidingsopgave: richting 2033 wordt bij ’t Busseltje, Kindcentrum Eersel (Wereldwijs en Jacobus) en Meester Gijbels een normatief ruimtetekort verwacht van meer dan 90 m². Deze scholen hebben daarmee recht op structurele uitbreiding. Ten behoeve van de uitbreidingsvragen wordt in het voorliggende IHP rekening gehouden met: nieuwe school kern Eersel, nieuwe gymzaal kern Eersel en uitbreiding door middel van verdieping op Meester Gijbels. • Algeheel bekeken is er een groei aan leerlingen in Eersel. Het actuele woningbouwprogramma loopt tot 2034. De verwachting is dat de groei daarna verder doorzet. De schaalsprong is voor de eerste termijn van het IHP geborgd. Bij de herijking van het IHP wordt hier opnieuw naar gekeken. • Te verwachten is dat de vraag naar kinderopvang toeneemt. Financiële vertaling Op basis van de scenario’s is een financiële vertaling gemaakt. Het kostenkengetal waarmee gerekend is in het IHP, is bepaald aan de hand van het beoogde kwaliteitsniveau. De stichtingskosten zijn daarnaast vergeleken met de VNG normbedragen.
De volgende ambities zijn vertaald in het kengetal voor IHP kwaliteit: • Energieneutrale gebouwen (ENG) om te voldoen aan het klimaatakkoord • Toekomstbestendigheid verhogen; hergebruik en herindeelbaarheid mogelijk maken door gebruik van kolommenstructuur. Daarnaast wordt ook ingezet op intensiever ruimtegebruik in de verkeersruimte. • Gezonde onderwijshuisvesting realiseren door een optimum aan Frisse Scholen (energie, lucht, temperatuur, licht en geluid) klassen aan te houden. • Circulair bouwen stimuleren (toeslag niveau 1 groen beton)
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 3 van 55
Termijn 1 2024 - 2028 Termijn 2 2029 - 2033 Termijn 3 2034 - 2038 TOTAAL Uitbreidingen & eerste inrichting Nieuwe school Eersel Rythovius College Totaal
IHP Kwaliteit € 32.546.000 € 14.657.000 € 5.940.000 € 53.143.000 Aanvullende kosten (termijn 1) € 2.045.000 € 483.000 € 2.358.000 € 4.886.000
Voor de projecten in de 2e termijn is een klein gedeelte van de investering naar de eerste termijn geschoven als voorbereidingskrediet. Hierdoor is het mogelijk al te starten met een haalbaarheidsonderzoek en kan er eventueel geanticipeerd worden op wat er in de tweede termijn gepland staat. Bijvoorbeeld: Sinte Lucij overweegt om de Vernieuwbouw gefaseerd uit te voeren en daarmee eerder te starten met verduurzamingsmaatregelen. Van IHP naar planvorming De verankering van het IHP kan verdeeld worden over het strategisch, tactisch en operationeel niveau. • Op strategisch niveau dient het IHP als beleidskader voor uitgaven aan onderwijshuisvesting en als toetsingskader voor het opstarten van projecten. • Op tactisch niveau wordt met het vaststellen van het IHP ook het uitvoeringsprogramma voor de komende 4 jaar vastgesteld. De voortgang van het uitvoeringsprogramma wordt gemonitord en vastgesteld in het OOGO. • Op operationeel niveau worden per gedefinieerd project acties uitgevoerd en keuzes gemaakt. Dit omvat het actualiseren van de projectkaders bij aanvang van een project.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 4 van 55
Inhoudsopgave 1. 1.1. 1.2. 1.3.
Inleiding Doelstelling IHP Aanpak Leeswijzer
6 7 7 7
2. 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.
Kaders en visie Huidige juridische kaders Ontwikkelingen in stelsels Regionale ontwikkelingen Visie op onderwijs en opvang Bouwstenen voor onderwijs- en opvanghuisvesting
8 9 10 12 13 15
3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5.
Analyse onderwijs- en opvanglandschap Huidig aanbod onderwijs en opvang Bewegingsonderwijs Prognoses Analyse onderwijshuisvesting Opgave gemeente Eersel
21 22 23 23 25 26
4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6. 4.7.
Scenariovorming Eersel Duizel Knegsel Steensel Vessem Wintelre Scenarioverkenning
27 28 31 31 32 32 33 34
5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4.
Routekaart onderwijs Klimaatdoelstellingen CO2MPAS Resultaten Conclusie
35 36 36 36 37
Referentie: 1707601-0083.0.3.
6. 6.1. 6.2. 6.3. 6.4. 6.5.
Financiële vertaling Kostenbenadering Investeringskosten Overige kosten termijn 1 Kapitaallasten Budgetbenadering
38 39 41 43 44 44
7. 7.1. 7.2. 7.3. 7.4. 7.5.
Van IHP naar planvorming Verankering Strategisch niveau Tactisch niveau Operationeel niveau Wijzigingen wet- en regelgeving
46 47 47 47 48 48
Bijlage 1: Kwaliteitsmatrix Frisse scholen
49
Bijlage 2: Kostenkengetal IHP-kwaliteit PO/VO/(V)SO
50
Bijlage 3: Kostenkengetal gebouwmaatregel
53
Bijlage 4: Kostendemarcatie
54
Pagina 5 van 55
1. Inleiding We starten met een algehele toelichting op de doelstelling van het Integraal Huisvestingsplan (hierna IHP) en een toelichting op de wijze waarop het IHP is opgesteld.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 6 van 55
1.1. Doelstelling IHP De gemeente Eersel maakt al sinds 2000 een IHP voor onderwijs. Ze geeft hiermee invulling aan de gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting en de wens om dat op basis van een meerjarenplanning aan te pakken. Het IHP heeft een strategisch karakter, waarbij vanuit visie en beleid, de analyse van de kwaliteit van onderwijshuisvesting en leerlingenprognoses, strategische keuzes zijn gemaakt. Het IHP is een proactief middel op onderwijshuisvestingsbeleid, waarin gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties zich conformeren aan de vernieuwingsopgave van het onderwijsvastgoed. Het IHP zorgt ervoor dat: • Er strategische keuzes gemaakt kunnen worden vanuit de gemeente, de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties, zowel op de korte als de lange termijn. • Het meerjarenperspectief afgestemd kan worden op het eigen (investerings-) beleid. • Onderwijshuisvesting gaat aansluiten bij een breed beleidskader.
5.
Van IHP naar planvorming: de projecten die benoemd worden in het IHP, zullen na vaststelling van het IHP tot uitvoering gebracht worden. In deze stap is verkend welke procesafspraken en randvoorwaarden hiervoor noodzakelijk zijn.
1.3. Leeswijzer Na dit eerste inleidende hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de juridische kaders en de ontwikkelingen daarbinnen. Ook worden in dit hoofdstuk de beleidskaders voor dit IHP beschreven. In de hoofdstukken 3 en 4 wordt ingezoomd op de opgaven die zijn gedefinieerd voor de onderwijshuisvesting en opvang in de gemeente Eersel. In hoofdstuk 5 is doorgerekend wat de CO2-reductie is die de opgave bewerkstelt. Hoofdstuk 6 voorziet de opgaven uit hoofdstukken 3 en 4 van financiële uitgangspunten en een financiële vertaling. In hoofdstuk 7 zijn een aantal processtappen en uitgangspunten vermeld waar rekening mee dient te worden gehouden bij de uitvoering van het IHP.
1.2. Aanpak Het voorliggende IHP is in (grofweg) vijf stappen tot stand gekomen. Tijdens meerdere overleggen zijn de stappen doorlopen met een afvaardiging van zowel gemeente als schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. De verschillende stappen staan hieronder kort toegelicht: 1. Visie en beleid: om te komen tot een gezamenlijke visie en beleidsuitgangspunten is met alle schoolbesturen en kinderopvangorganisaties die actief zijn in de gemeente Eersel gesproken over de toekomst van onderwijs- en opvanghuisvesting. De uitkomsten zijn vastgelegd in de visie op onderwijs en opvang en in bouwstenen. 2. Analyse: voor iedere school in de gemeente Eersel is een kwalitatieve en kwantitatieve analyse uitgevoerd. Op basis van deze gegevens is het scholen- en opvanglandschap van de gemeente in kaart gebracht. 3. Scenario: op basis van de uitgevoerde analyses is er gekeken naar de mogelijke scenario’s om het scholen- en opvanglandschap in de gemeente Eersel te versterken. Vervolgens zijn de scenario’s programmatisch vertaald. 4. Financiële vertaling: de voorkeursscenario’s zijn in een vervolgstap financieel vertaald. Op basis van deze vertaling is een meerjareninvesteringsplanning opgesteld.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 7 van 55
2. Kaders en visie Dit hoofdstuk gaat in op de juridische kaders en relevante ontwikkelingen, waaronder de wettelijke taak van de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. Vervolgens is in gezamenlijkheid het beleidsrijke kader bepaald. Allereerst wordt er ingegaan op de visie op onderwijs en opvang. Vervolgens worden de bouwstenen besproken. De bouwstenen geven inzicht in de visie ten aanzien van de onderwijshuisvesting (onder andere kwaliteit en duurzaamheid) en er wordt benoemd welke afspraken hierover worden gemaakt (onder andere vraag en aanbod).
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 8 van 55
2.1. Huidige juridische kaders Onderwijshuisvesting is veelal vastgelegd in wet- en regelgeving. In deze paragraaf wordt ingegaan op de huidige juridische kaders bij onderwijshuisvesting en kinderopvang.
indienen, behoudens calamiteiten (bijvoorbeeld een niet-voorziene toename van het aantal leerlingen) en voorzieningen die op grond van nieuwe wet- en regelgeving in deze periode moeten worden uitgevoerd.
2.1.3 Eigendom 2.1.1 Zorgplicht onderwijshuisvesting Gemeenten hebben op het gebied van onderwijshuisvesting de zogeheten zorgplicht. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente dient te voorzien in voldoende en adequate onderwijshuisvesting voor het primair onderwijs (PO), (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO) en voortgezet onderwijs (VO), voor zover dat van toepassing is in de gemeente. De voorzieningen in onderwijshuisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding en herstel van constructiefouten. Het onderhoud (binnen- en buitenkant) en de exploitatie van schoolgebouwen zijn de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen.
2.1.2 Verordening De uitvoering van de zorgplicht wordt geregeld via een juridisch instrument, de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs (hierna verordening). Op grond van de Gemeentewet (artikel 149), de Wet op het primair onderwijs (artikel 102), de Wet op de expertisecentra (artikel 100) en de Wet op het voortgezet onderwijs (artikel 76) is de gemeenteraad verplicht een verordening vast te stellen. Deze verordening bevat de basis van het onderwijshuisvestingsbeleid en regelt uitgangspunten voor onder andere de voorzieningen die schoolbesturen jaarlijks kunnen aanvragen bij een gemeente, criteria voor het toetsen van deze aanvragen en procedurele afspraken. De verordening van Eersel is voor het laatst vastgesteld op 7 juli 2015 door de gemeenteraad. Sinds 2000 stelt de gemeente Eersel IHP op, waarmee de gemeente invulling geeft aan de gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Middels het IHP werkt de gemeente toe naar een beleidsrijk meerjarenplanning met een langere termijnvisie. In dat kader maakt de gemeente, in afwijking van de verordening en in lijn met het wetsvoorstel (zie paragraaf 2.2.1), bindende afspraken met de schoolbesturen over de uitvoering en realisering van de in de eerste vier jaren van het IHP opgenomen voorzieningen.
Met de schoolbesturen is de afspraak gemaakt dat zij gedurende de eerste vier jaren van het IHP geen nieuwe verzoeken (op basis van de verordening)
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Schoolbesturen hebben in de gemeente Eersel soms wel en soms niet het juridisch eigendom van een schoolgebouw met de daarbij behorende ondergrond. Als ze wel juridisch eigenaar zijn, houdt dit in dat een schoolbestuur als eigenaar van een schoolgebouw en ondergrond juridisch aansprakelijk is. Wanneer een schoolbestuur geen gebruik meer maakt van het gebouw, valt het gebouw in juridisch eigendom terug aan de gemeente. De reden hiervoor is dat de gemeente het gebouw en de ondergrond heeft bekostigd. De gemeente heeft dus het economisch eigendom/claimrecht. Indien het schoolbestuur geen juridisch eigenaar is, vindt er een verrekening plaats (conform reeds gemaakte overeenkomsten). Schoolbesturen kunnen een gedeelte van het gebouw in medegebruik geven aan instellingen die uit de openbare kas worden bekostigd met een ideëel doel (onder andere culturele, maatschappelijke instellingen) of verhuren (commerciële instellingen). In alle gevallen dient de gemeente daar toestemming voor te geven. De schoolbesturen zijn juridisch eigenaar van de volgende scholen: • Schoolbestuur KempenKind: • Wereldwijs en Jacobus in Kindcentrum Eersel (het gedeelte van de kinderopvangorganisatie is eigendom van de gemeente). • Sint Jan in MFA Duizel (de overige ruimten zijn eigendom van de gemeente). • De Groote Aard in Eersel. • Schoolbestuur Veldvest: • Sinte Lucij in Steensel. • Lambertus in Vessem.
• Schoolbestuur OMO: • Rythovius College in Eersel.
Pagina 9 van 55
Van een aantal scholen is niet het schoolbestuur maar de gemeente juridisch eigenaar: • Schoolbestuur Veldvest: • De Disselboom in MFA De Rosdoek in Wintelre. • Meester Gijbels in MFA De Leenhoef in Knegsel. • Schoolbestuur RBOB De Kempen: • ’t Busseltje.
2.1.4 Verantwoordelijkheden en bekostiging onderwijs In het huidige stelsel is de gemeente verantwoordelijk voor de voorzieningen betreffende onder andere nieuwbouw, uitbreiding en constructiefouten en ontvangen zij hiervoor een (ongeoormerkte) vergoeding in het gemeentefonds. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het in stand houden van de onderwijshuisvesting (onder andere middels onderhoud, schoonmaak en energieverbruik) en ontvangen hiervoor een lumpsum vergoeding. Dit stelsel vertoont een aantal tekortkomingen (lees: hiaten in regelgeving, zie figuur 2.1). Daarnaast geeft het stelsel beperkingen als het gaat om investeringen, tenzij deze van belang zijn in het verlagen van de exploitatiekosten.
2.1.5 Kinderopvangstelsel De rijksoverheid stelt dat de ontwikkeling van het kind in de kinderopvang bijdraagt aan een goede start in het basisonderwijs en de samenleving. Sinds 1 januari 2018 is de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk en een deel van de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang (Wet IKK) in werking. Binnen de kinderopvang wordt onderscheid gemaakt naar de volgende vormen: • 0-4-jarigen, inclusief slaapvertrekken. • 2-4-jarigen, eventueel in combinatie met VVE; voor- en vroegschoolse educatie. • Buitenschoolse opvang, volgtijdelijk op het onderwijs. Per 1 augustus 2020 zijn gemeenten verplicht om per week ten minste 16 uur voor- en vroegschoolse educatie (VVE) aan te bieden aan kinderen van 2 tot 6 jaar die risico lopen op een onderwijsachterstand. Kinderen vanaf 2 jaar met een (risico op een) onderwijsachterstand door omgevingskenmerken kunnen voor- en vroegschoolse educatie volgen in de gemeente Eersel. Peuters zijn dan spelenderwijs bezig met taal, voorbereidend rekenen, motoriek en sociaal-emotionele vaardigheden. Door voor- en vroegschoolse educatie op de kinderopvang kunnen deze kinderen een betere start maken op de basisschool. Hiervoor hebben de gemeenten extra budget van de rijksoverheid gekregen, de OAB-middelen.
2.2. Ontwikkelingen in stelsels Net als andere wet- en regelgeving is ook het onderwijshuisvestings- en kinderopvangstelsel onderhevig aan wijzigingen. Daarnaast zijn er ook nationale ontwikkelingen die invloed hebben op onderwijshuisvesting. In de volgende paragrafen worden deze nader toegelicht.
2.2.1 Wetsvoorstel stelselwijziging
Figuur 2.1: stelsel onderwijshuisvesting, inclusief enkele hiaten in regelgeving
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Reeds in december 2016 hebben PO-raad, VO-raad en VNG een voorstel gestuurd aan toenmalig staatssecretaris Sander Dekker om de tekortkomingen in het huidige onderwijshuisvestingsstelsel op te lossen. Belangrijke oplossingen uit het voorstel zijn: • De in de wet beschreven jaarcyclus voor aanvragen onderwijshuisvesting wordt vervangen door een langere periode, waarin gemeenten na overleg met betrokken schoolbesturen het onderwijshuisvestingsbeleid en het investeringsprogramma voor een periode van 5 jaar vastleggen in een meerjarenprogramma (IHP), met
Pagina 10 van 55
•
•
•
een doorkijk tot ten minste het 20e jaar. De schoolbesturen worden verplicht om een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) vast te stellen. De mogelijkheid om renovatie als volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw in te kunnen zetten. Renovatie moet worden opgenomen als voorziening in de wet. Renovatie dient daarbij te leiden tot een startsituatie (of startconditie) die in functioneel en kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw en gericht is op een levensduurverlenging van ten minste 25 jaar. Het investeringsverbod voor het PO en SO wordt zodanig aangepast dat het overeenkomt met de betreffende bepalingen uit de Wet op het voortgezet onderwijs. PO- en SO-besturen krijgen daarmee de mogelijkheid om in onderwijshuisvesting te investeren. De concretisering van het huisvestingsvoorstel van de sectorraden en de VNG gaat uit van het handhaven van de huidige financieringsstromen. Aanvullend kan de versoepeling van het investeringsverbod leiden tot een gezamenlijke financiering die de kwaliteit van onderwijshuisvesting kan vergroten dan wel het moment van investeren kan vervroegen.
Vooruitlopend op dit wetsvoorstel wordt hier door gemeenten en schoolbesturen al op ingespeeld en zijn er mogelijkheden om het investeringsverbod te rechtvaardigen. Een schoolbestuur kan bijvoorbeeld investeren in exploitatie verlagende maatregelen met een redelijke terugverdientijd. Stand van zaken wetsvoorstel Het concept wetsvoorstel onderwijshuisvesting is door het ministerie gepubliceerd middels een internetconsultatie (begin 2023). In de consultatie worden de zaken uit het wetsvoorstel omarmd. Daarnaast wordt tevens gesproken over de zorgplicht voor een gezond binnenklimaat vanuit de voorziening (verantwoordelijkheid gemeente) en vanuit de instandhouding tijdens de exploitatie (verantwoordelijkheid schoolbestuur). Er zijn geen wettelijke eisen gesteld aan een gezond binnenklimaat.
2.2.2 Wijzigingen Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) 1in relatie tot normbedragen VNG Per 1 januari 2021 is de wijziging met betrekking tot bijna energieneutrale gebouwen (BENG) uit het Bbl in werking getreden. De verplichting van BENG heeft gevolgen voor de kosten van onderwijshuisvesting. Hierdoor heeft de VNG de normbedragen in de Model Verordening in november 2020 aangepast. In de opvolgende jaren zijn de normbedragen geïndexeerd. De verhoging van de normbedragen heeft (nog) geen invloed gehad op de algemene uitkering voor onderwijshuisvesting in het gemeentefonds. De rijksoverheid is een Interdepartementaal Beleidsonderzoek gestart waarbij wordt onderzocht welke opgaven er liggen op het gebied van onderwijshuisvesting (BENG, veroudering, verduurzamingsopgave etc.) en hoe hieraan voldaan kan worden.
2.2.3 Landelijke ontwikkelingen kinderopvang Het kabinet verkent de mogelijkheden om kinderopvang gratis te maken, minimaal vanaf 2 jaar. Er was als doel gesteld om de systemen die hiervoor nodig zijn klaar te hebben in de zomer van 2023, zodat het nieuwe kinderopvangsysteem in 2025 zou kunnen ingaan. Dit traject heeft vertraging opgelopen en is uitgesteld naar 2027. Het streven is dat meer ouders gebruik kunnen gaan maken van de kinderopvang en het aantal kinderen dus kan toenemen. De haalbaarheid wordt op dit moment nog onderzocht, denk hierbij aan ruimten, personeel en kwaliteit voor de VVE-kinderen.
2.2.4 Energie en klimaatakkoord Voortvloeiend uit het Klimaatakkoord hebben de PO-raad en de VO-raad sectorale routekaarten opgesteld, behorende bij de klimaatopgave om toe te werken naar een CO2-arme gebouwvoorraad. HEVO heeft deze doorrekening - in opdracht van de POraad en de VO-raad - uitgevoerd. Deze doorrekening richt zich enerzijds op de effectiviteit van mogelijke scenario’s op de totale reductie van gebouwgebonden CO2productie. Anderzijds richt de doorrekening zich op de kosteneffectiviteit van de verschillende maatregelen die op de gebouwenvoorraad kunnen worden toegepast.
1 Voorheen het bouwbesluit
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 11 van 55
Op het gebied van de te behalen doelstellingen is de opdracht aan de sectoren om: • Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 49% in 2030 ten opzichte van de situatie in 1990, hetgeen overeenkomt met 44% ten opzichte van de situatie in 2017 (referentiejaar). • Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 95% in 2050 ten opzichte van de situatie in 2017 (referentiejaar). Medio 2021 is de Europese Klimaatwet aangescherpt. Nederland werkt nu nationaal aan 49% minder uitstoot. Nederland wil, als andere landen meedoen, de Europese doelstelling verhogen. Niet 49% minder uitstoot van broeikasgassen in 2030, maar 55%. Dit is nationaal nog niet verankerd, daarmee wordt nu nog vastgehouden aan de nationale doelstelling van 49% reductie. De doelstellingen zijn als volgt: Tabel 2.1: doelstellingen Klimaatakkoord van Parijs
Doelstelling CO2-reductie 2030 CO2-productie 2030 CO2-reductie 2050 CO2-productie 2050
Referentiejaar 1990 49,0% 51,0% 95,0% 5,0%
Referentiejaar 2017 44,0% 56,0% 94,5% 5,5%
Naast de doelstellingen op het gebied van CO2-reductie, hebben de beide sectorraden (PO-raad en VO-raad) daaraan toegevoegd dat een duurzaam schoolgebouw een schoolgebouw is dat optimaal ten dienste staat van het onderwijs dat erin aangeboden wordt. Een goed binnenklimaat resulteert in een hoger leerrendement en minder ziekteverzuim. Een schoolgebouw is daarmee niet alleen duurzaam voor wat betreft de CO2-uitstoot of het energieverbruik; het is een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, past bij het aantal leerlingen en toekomstbestendig is bij veranderingen.
2.3. Regionale ontwikkelingen Naast nationale kaders en ontwikkelingen heeft de gemeente Eersel ook haar eigen beleidsdocumenten. Daarnaast zijn er ook andere regionale factoren die invloed hebben op het onderwijs en de opvang in de gemeente Eersel. Hieronder worden de hoofdlijnen hiervan benoemd.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
2.3.1 Ontwikkeling Brainport-regio De gemeente Eersel ligt in de Brainport regio. De verwachting is dat er in de Brainportregio een groei aan werknemers komt. Alleen al ASML zal naar verwachting met circa 70.000 werknemers groeien in de komende 10 jaar. Deze groei wordt vaak de schaalsprong genoemd en heeft ook consequenties voor de gemeente Eersel. Door de economische groei van de regio neemt de woningbehoefte (vestigingsklimaat), en daarmee ook de behoefte aan voorzieningen, de komende jaren toe. Ten tijde van het opstellen van dit IHP is er nog geen beleids-/ontwikkelstrategie gevormd op deze ontwikkeling. Het is nog niet vertaald in concrete consequenties voor de gemeente Eersel en de regio. Bij het opstellen van de leerlingenprognoses is rekening gehouden met de woningbouwontwikkelingen die de komende jaren zijn geprogrammeerd. Binnen het IHP wordt per locatie benoemd in hoeverre de kans bestaat of de schaalsprong invloed kan hebben op de leerlingenpopulatie en daarmee de omvang van een schoolgebouw en in hoeverre daarop geanticipeerd kan worden. De schaalsprong heeft niet alleen invloed op het leerlingenaantal, maar ook op bijvoorbeeld de leerlingenpopulatie doordat een steeds groter aantal kinderen zal bestaan uit nieuwkomers vanwege de expats die in de Brainportregio werken. Wat betreft kinderopvang mag worden uitgegaan van een toenemende vraag vanuit ouders.
Dit vloeit voort uit het voornemen van de overheid om opvang voor alle ouders toegankelijk te maken. Ongeacht de keuze, de gemeente Eersel zal verder gaan groeien. Met inachtneming van de schaalsprong en de mogelijke keuzes, wordt er regionaal binnen verschillende dossiers verkend wat de consequenties zijn. Op gemeentelijk niveau, maar ook onderling tussen de verschillende schoolbesturen.
2.3.2 Lokaal beleid Onderstaand enkele verwijzingen uit het coalitieakkoord 2022-2026 en daarmee aanknopingspunten voor dit IHP: • Sportparken, scholen, zwembad, speeltuinen in woonwijken en gemeenschapshuizen zijn plaatsen waar onze dorpelingen elkaar ontmoeten. Waar initiatieven ontstaan en worden gerealiseerd. Waar mensen kunnen meedoen. Kortom, deze faciliteiten beschouwen wij als ‘ankerplaatsen’ voor de dorpen. • Hieronder wordt onder andere verstaan:
Pagina 12 van 55
•
•
•
• •
•
Sportparken, scholen, zwembad, speeltuinen in woonwijken en gemeenschapshuizen worden nog meer in hun kracht als sociale ontmoetingsplaats gezet. Waar mogelijk combineren van (deze) faciliteiten, zodat ‘jong en oud’ elkaar onderling meer ontmoeten, faciliteiten volop worden benut en onnodige leegstand wordt voorkomen. Onderzoeken van de haalbaarheid of het beoogde nieuwe zwembad en/of het Rythovius College en/of het gemeentehuis en/of de Muzenval in één gebouw aan de rand van Eersel kunnen worden samengebracht. Het gebruik van voorzieningen wordt laagdrempeliger gemaakt door bijvoorbeeld gratis gebruik door inwoners. De realisatie van sportinnovaties, zoals padel, trampolinepark en het toegankelijk maken van sport voor mensen met een beperking worden gesteund. Alles gericht op een vitaal gemeenschapsleven en zodoende bijdragen aan een samenleving van ontmoeten en meedoen.
2.4. Visie op onderwijs en opvang Bij het vorige IHP is stilgestaan bij de visie op onderwijs en opvang. Dit gedachtegoed is nog steeds van toepassing en zal daarmee bij dit IHP wederom leidend zijn. De citaten (kaders) zijn afkomstig uit het vorige IHP en vormen nog steeds de basis voor Eersel. ‘De gemeente Eersel, onderwijs en kinderopvang willen een omgeving met alle benodigde faciliteiten en voorzieningen bieden voorwaarden bieden zodat jeugdigen zich optimaal kunnen ontwikkelen tot gezonde, evenwichtige, verantwoordelijke en sociale volwassenen. Van elementair belang daarvoor is een doorlopend, sterk en samenhangend aanbod van voorzieningen van onderwijs, opvang, welzijn, gezondheidszorg, sport en cultuur’.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
2.4.1 Onderwijs en opvang In de gemeente Eersel heeft elke school haar eigen identiteit, denominatie en onderwijsvisie. Alle scholen samen bieden een breed aanbod aan onderwijs aan, aan hun eigen doelgroep/verzorgingsgebied. Ouders en kinderen in de gemeente Eersel hebben hierdoor een ruime keuze qua onderwijsaanbod. Onderwijsorganisaties hebben een belangrijke taak in de ontwikkeling van kinderen. Daarnaast zorgen ook andere (maatschappelijke) organisaties ervoor dat kinderen zich kunnen ontwikkelen tot evenwichtige, verantwoordelijke en sociale volwassenen. Denk hierbij aan kinderopvang (voor de doelgroep 0-4-jarigen), voor- en vroegschoolse educatie (2-4 jarigen), buitenschoolse opvang, jeugdzorg, culturele instellingen en sportverenigingen. ‘Onderwijs, opvang en zorg werken idealiter vanuit één pedagogische visie samen met de ouders (opvoeders) en kinderen om kansrijk opgroeien en doorgaande ontwikkeling voor alle kinderen te realiseren. Er is een (inclusief) aanbod met sport, cultuur en welzijn (inclusief minima-regelingen), zodat deelname voor alle kinderen mogelijk is.
2.4.2 Doorlopende ontwikkellijnen De betrokken onderwijs-/kindpartners en de gemeente pleiten voor het handhaven en waar mogelijk verbeteren van de inhoudelijke samenhang tussen het aanbod van onderwijs, opvang en zorg. Het kind staat altijd centraal. De ondersteuningsstructuur dient voor alle betrokkenen (voor- en vroegschoolse voorzieningen, school, buitenschoolse opvang, ouders, zorgen gespecialiseerde hulpverlening) helder en effectief te zijn en zoveel mogelijk preventief te werken. Er is aandacht voor maatwerk en talentontwikkeling. Een doorlopende ontwikkellijn beperkt zich niet enkel tot onderwijs-/opvangtijden. Ook buiten deze tijden dient er vanuit de maatschappij aandacht te zijn voor de ontwikkelingsmogelijkheden. Bij bijzondere leer- of zorgvragen kan de expertise uit het netwerk ingezet worden om eraan bij te dragen dat het kind in de eigen omgeving of de nabijheid daarvan geholpen kan worden.
Pagina 13 van 55
‘Het project ‘Samen doen’ met het Centrum voor Jeugd en Gezin (hierna CJG+) is hier een concreet voorbeeld van in de gemeente Eersel. De samenwerking met deze partners is geen doel op zich en dient per casus bekeken en verkend te worden.’ Om een doorlopende ontwikkellijn nog beter te faciliteren, zoekt men bredere en gestructureerde samenwerkingsvormen. Inhoudelijke samenwerking en het aanbieden van arrangementen (regulier/speciaal, voor-/naschools) is essentieel om de juiste dienstverlening aan het kind te kunnen bieden. Om deze samenwerking vloeiend te laten verlopen zouden onderwijs, opvang en zorg idealiter in elkaars nabijheid gesitueerd worden en kunnen bijvoorbeeld het gezamenlijk overleg en het opleiden van personeel bijdragen aan het zijn van één team rondom het kind. Ook een structureel (multidisciplinair) overleg kan hier aan bijdragen. Deskundige zorg ‘in huis’ is een grote meerwaarde in de signalering en ondersteuning van het kind en levert maatschappelijk rendement op. Het uitwisselen van expertise en kennis tussen alle partners zorgt voor de juiste ondersteuning van ieder kind. ‘Integraal en interprofessioneel werken aan doorgaande ontwikkeling is gemakkelijker te realiseren vanuit één locatie/accommodatie. Gemeente, onderwijsstichtingen en opvangorganisaties bevorderen samenwerking vanuit één accommodatie.’ Samenwerking vraagt tijd en aandacht.
Om elkaar beter te leren kennen, om elkaar te helpen en om de opgebouwde band te versterken en onderhouden. Er wordt samenwerking gezocht op meerdere vlakken (kinderopvang-onderwijs, onderwijsonderwijs, onderwijs-zorg, onderwijs-bedrijfsleven etc.). In een tijd van hoge werkdruk en personeelstekorten is een efficiënte vorm van samenwerking noodzakelijk.
2.4.3 Inclusie In de gemeente Eersel is naast regulier onderwijs ook (voortgezet) speciaal onderwijs aanwezig, namelijk De Groote Aard. Op De Groote Aard zitten niet alleen kinderen uit Eersel, maar ook kinderen uit een groter regionaal voedingsgebied. Er wordt onderwijs gegeven aan kinderen met een leer- en ontwikkelachterstand die extra ondersteuning behoeven in hun leerproces. Kinderen op De Groote Aard worden opgeleid om zoveel als mogelijk zelfstandig te werken/leven wanneer zij volwassen zijn. In 2014 is de Wet op passend onderwijs ingevoerd. De wetgeving is erop gericht om passend onderwijs te bieden aan alle kinderen en jongeren waarbij inclusiviteit en thuis nabij belangrijke kernwaarden zijn. De scholen in Eersel zijn aangesloten bij de volgende samenwerkingsverbanden: SWV PO De Kempen en RSV PVO Eindhoven. Gezamenlijk zorgen de scholen voor een dekkend netwerk. De leerlingen in het reguliere onderwijs krijgen zoveel mogelijk de ondersteuning die zij nodig hebben op hun eigen school. In de praktijk betekent dit voor een aantal kinderen dat er samenwerking is van de reguliere scholen met andere organisaties (zoals jeugdhulp en gespecialiseerd onderwijs) en dat ook intern in de school of binnen een bestuur expertise aanwezig is die ondersteuning biedt aan de onderwijsprofessionals en/of de leerlingen.
Als het reguliere onderwijs onvoldoende kan aansluiten bij de behoeften van een kind, kan plaatsing in het (V)SO of SBO nodig zijn. Ook dit gespecialiseerde onderwijs werkt ‘In lijn met de Wetgeving Passend Onderwijs en jeugdhulp wordt aan kinderen en ouders zoveel als mogelijk dichtbij huis een passend arrangement van onderwijs, opvang en zorg geboden. Dit bevordert de inclusie. Daarbij in het oog houdend dat ouders keuzevrijheid ervaren.’ volop samen met netwerkpartners, zoals zorgspecialisten en stagebedrijven.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 14 van 55
2.4.4 Samen met alle dorpen
2.5. Bouwstenen voor onderwijs- en opvanghuisvesting
De school van de toekomst is het hart van de wijk/kern, waar maatschappelijke voorzieningen (zoals cultuur, sport en ontmoetingsfuncties) geïntegreerd of in de nabijheid zijn en iedereen zich welkom voelt: wijkbewoners, ouders en kinderen. De school staat centraal in de wijk en is toegankelijk voor iedereen. Het is een plek waar een breed palet aan partners zich inzet voor de ontwikkeling van kinderen en integraal met elkaar samenwerkt. Zo worden ook lokale ondernemers betrokken bij het onderwijs en is er aandacht voor de woningbouwontwikkelingen. De ontwikkeling van het kind staat centraal door het brede onderwijsaanbod en de mogelijkheid tot talentontwikkeling voor ieder individu.
De visie op onderwijs en opvang vormt de basis voor het voorliggende IHP. Echter zijn voor deze visie nog geen uitgangspunten bepaald waar de huisvesting voor onderwijs en opvang aan moet voldoen. In de onderstaande paragrafen wordt ingegaan op een drietal thema’s.
2.5.1
1.
Dit IHP is in lijn met het voorstel van PO-raad, VO-raad en VNG om IHP’s in de wetgeving te verankeren. In de geest van de nieuwe wet wordt het IHP vastgesteld als langetermijnplan waar gemeente en schoolbesturen zich aan committeren. Met name voor de projecten op de korte termijn is commitment van belang.
2.
De gemeente en de schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de schoolgebouwen. In basis is de gemeente verantwoordelijk voor onder andere nieuwbouw en uitbreidingen en zijn de schoolbesturen verantwoordelijk voor het in stand houden van de onderwijshuisvesting (onder andere middels onderhoud, schoonmaak en energieverbruik), al dan niet via een verrekening. De schoolbesturen zijn ook verantwoordelijk voor het onderwijsaanbod en de kwaliteit daarvan. In het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) vindt de afstemming van deze verantwoordelijkheden plaats door middel van gezamenlijk overleg (minimaal jaarlijks). Deze samenwerking overstijgt de samenwerking op basis van de verordening. Voor het onderwijshuisvestingsbeleid wordt in eerste instantie voor alle betrokken partijen het IHP leidend, voordat er wordt teruggevallen op de verordening. In het geval dat huisvestingsvraagstukken een regionaal karakter hebben vindt, indien noodzakelijk, afstemming plaats met het regionale OOGO en/of samenwerkingsverbanden.
3.
Gemeente en schoolbesturen zien de gezamenlijke verantwoordelijkheid. Gemeente en schoolbesturen zien een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor (de kwaliteit van) de huisvesting van scholen. Met inachtneming van het huidige stelsel zien beide partijen kansen om de gescheiden geldstromen (lees: investering door gemeente en exploitatie door schoolbesturen) samen te voegen.
Om de volgende redenen kan een samenwerking met maatschappelijke partners worden overwogen: 1. Versterking van de ontwikkeling van de kinderen. 2. Sociaal-maatschappelijke functie in de kern/wijk vervullen. 3. Multifunctioneel gebruik van het gebouw bevorderen. Door een goede afstemming tussen onderwijs, opvang en overige partners is er in de gemeente Eersel een compleet aanbod; krijgen de kinderen zo passend mogelijk opvang en onderwijs; kan ingezet worden op een eventuele zorgbehoefte; én wordt de verbinding gelegd met cultuur, sport en de wijk, buurt of kern.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Kaders en uitgangspunten
Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente en schoolbesturen omgaan met dit IHP.
Pagina 15 van 55
Dit kan leiden tot het behalen van de gezamenlijke ambities die de kwaliteit van onderwijshuisvesting kunnen vergroten, onder andere in exploitatie verlagende maatregelen of extra kwaliteit voor het onderwijs. 4.
5.
6.
7.
Het IHP wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Het IHP is opgesteld in nauwe samenwerking tussen schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en gemeente. Het IHP werkt met termijnen (cycli) van 4 jaar en een scope van 15 jaar. Het IHP geeft inzicht in de projecten voor de looptijd van het IHP, waarbij de eerste termijn van 4 jaar het meest concreet is en de latere termijnen steeds meer indicatief zijn (doorkijk). Het actualiseren van het IHP duurt circa een jaar voor voorbereiding, ontwikkeling IHP en besluitvorming (2024). De eerste termijn is dus de periode 2024 tot 2027. Drie jaar na vaststelling van het IHP (2027) dient het IHP geactualiseerd te worden. De gemeente neemt het initiatief om de schoolbesturen uit te nodigen voor het herijken van het IHP. Actuele prognose leerlingenaantallen. Uitgangspunt voor het IHP zijn de actuele leerlingenprognoses voor het primair, voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs. De gemeente Eersel maakt onderdeel uit van een groeiende regio en op dit moment is nog niet duidelijk hoe deze groei (schaalsprong) in de gemeente zal uitpakken. Daarom zijn in het IHP bij iedere school de mogelijkheden en onmogelijkheden van een eventuele groei van de school (en kinderopvang) inzichtelijk gemaakt en of daarop wordt geanticipeerd of niet. Jaarlijks wordt de leerlingenprognose herijkt. Het IHP is het investeringskader voor de onderwijshuisvesting.
Het IHP geeft voor de gehele looptijd (15 jaar) inzicht in de benodigde investeringen. In het IHP wordt de prioritering van huisvestingsprojecten in de eerste termijn bepaald. Het IHP wordt opgesteld met het prijspeil van het moment van opstellen. Jaarlijks wordt, bij het maken van de begroting, rekening gehouden met indexering van de VNG (onderwijshuisvesting). Omdat de begroting eerder vastgesteld wordt dan de indexering van de VNG bekend wordt gemaakt, wordt voor het jaar van de begroting geïndexeerd met de gemeentelijke prijsindex. De investeringen in het IHP worden omgerekend naar kapitaallasten (rente en afschrijving). Voor de
Referentie: 1707601-0083.0.3.
gemiddelde kapitaallasten uit het IHP (over een periode van 15 jaren) wordt, rekening houdend met het saldo van de bestemmingsreserve onderwijshuisvesting, een structureel budget in de begroting opgenomen op basis van het prijspeil in de begroting. 8.
Met vaststelling van het IHP is tevens het uitvoeringsprogramma voor de eerste vier jaar vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma geeft zekerheid voor gemeente en schoolbesturen voor de komende vier jaar. Zodra een project actueel is, wordt het getoetst aan de randvoorwaarden als omschreven in het vastgestelde IHP. Denk hierbij aan wet- en regelgeving en leerlingenprognoses. Indien noodzakelijk, worden de gestelde randvoorwaarden uit dit IHP nog geactualiseerd wanneer er bijvoorbeeld tussentijdse wetswijzigingen of wijzigingen in de bouwregeling en beleid zijn of als de werkelijke aantallen niet in de pas lopen met de leerlingenprognoses.
9.
De kredieten voor de investeringen in onderwijshuisvesting worden jaarlijks opgenomen in het onderwijshuisvestingsprogramma (OHP). Bij het vaststellen van het OHP (zijnde een jaarschijf van het IHP) aan het einde van het jaar voor het daarop volgende jaar, wordt uitgegaan van de VNG-normvergoeding voor dat jaar. In de eerstvolgende bestuursrapportage worden eventuele verschillen tussen de VNG-norm van dat jaar en de gemeentelijke prijsindex meegenomen. Omdat de investeringen passen binnen het vastgestelde IHP, wordt de uitwerking van de investering gedelegeerd naar het College van B&W.
10. Het IHP prevaleert voor het aanvragen van voorzieningen boven de verordening en vervangt daarmee, in de toekomst, de aanvraagprocedure voor nieuwbouw of renovatie en overige voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen (artikel 2.a lid 1 t/m lid 8 van de verordening). Er zijn echter uitzonderingen zoals het voorzien in huisvesting voor een nieuw te stichten school conform de verordening of aanvragen door onvoorziene omstandigheden. Op dergelijke onvoorziene omstandigheden na, is de afspraak dat er geen gebruik wordt gemaakt van de route via de verordening. Aanvragen voortkomend uit het IHP worden impliciet geacht een aanvraag te zijn op grond van de verordening. De reeds aangevraagde voorzieningen zijn meegenomen in dit IHP.
Pagina 16 van 55
2.5.2
Vraag en aanbod
3.
Er wordt gestreefd naar een optimale afstemming tussen vraag en aanbod. Daarbij gaat het om het voorkomen van zowel normatieve ruimteoverschotten als ruimtetekorten. Daarvoor zijn een aantal uitganspunten geformuleerd: a. Nieuwe gebouwen flexibel en aanpasbaar ontwerpen, om verbouwingen en uitbreidingen in de toekomst mogelijk te maken. Uitgangspunt daarbij is dat dragende wanden alleen op strategische plekken in een gebouw geplaatst worden (bijvoorbeeld gekoppeld aan blijvende gebouwfuncties zoals verticaal verkeer). Gebouwen dienen toekomstbestendig gemaakt te worden, waarbij eventuele functiewisselingen mogelijk zijn. b. Verhuur of medegebruik van ruimte kan, na toestemming van de gemeente, een (tijdelijke) oplossing zijn voor een normatief ruimteoverschot. Eventueel kan er ook een deel van het gebouw afgestoten worden wanneer er een structureel ruimteoverschot is. c. De groei van een school mag er niet toe leiden dat de kinderopvangorganisatie moet wijken uit het gebouw2. In dat geval gelden de afspraken over verhuur (zie punt 4). d. Verhuizen van groepen leerlingen biedt mogelijkheden bij ruimtetekorten, op de korte termijn. Voor een langere termijn is dit geen oplossing. Verhuizing van groepen leerlingen kan ertoe leiden dat het gevoel van verbondenheid met de school vermindert. Per situatie zal beoordeeld moeten worden wat voor termijn de verhuizing betreft1. e.
Een leerlingenstop dient zoveel mogelijk vermeden te worden, maar kan in extreme gevallen een tijdelijke oplossing bieden. Als er een leerlingenstop komt, dienen leerlingen verwezen te worden naar een school die binnen een realistische reisafstand ligt en veilig te bereiken is. Voor het openbaar onderwijs kan er alleen verwezen worden naar openbare basisscholen, binnen de eigen gemeente. Anders dient de gemeente leerlingenvervoer te verzorgen.
4.
Afspraken over verhuur en/of medegebruik in schoolgebouwen. Multifunctioneel gebruik van een schoolgebouw leidt veelal tot een hogere bezetting en daarmee tot een duurzamer gebruik van gebouwen. Samenwerking met verschillende typen gebouwgebruikers onder één dak vergroot de flexibiliteit; als de ene gebruiker minder ruimte nodig heeft, kan de andere gebruiker deze
Deze bouwsteen geeft aan welk aanbod de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties nastreven. Het gewenste aanbod van onderwijs en opvang is bepalend voor de huisvestingsoplossingen. 1.
Het is van belang om een goede spreiding van onderwijs en opvang te hebben. Een goede spreiding van school- en opvanglocaties is belangrijk voor de bereikbaarheid van scholen/kinderopvang. School- en opvanggrootte en spreiding moeten aansluiten op het leerlingenaantal in het voedingsgebied. In de gemeente Eersel is er geografisch gezien een goede spreiding van scholen en kinderopvang, met minimaal één school en kinderopvanglocatie per kern. Bij het ontwikkelen van nieuwe scholen/opvang of herpositioneren van bestaande scholen dient er aandacht te zijn voor de geografische spreiding van locaties: a. Een goede spreiding van het PO en de opvang is van belang voor de leefbaarheid van de kernen/wijken. Een school functioneert als een ‘spil in de kern’. Daarnaast is het voor ouders en kinderen belangrijk dat onderwijs en opvang nabij thuis aanwezig zijn. b. Voor het VO is het van belang om zowel op plaatselijke schaal als op regionale schaal te kijken naar de optimale spreiding en bereikbaarheid (inclusief openbaar vervoer). Het VO trekt immers ook leerlingen uit de regio aan. c. Het (V)SO heeft een regionaal karakter. Spreiding en aanbod wordt op regionale schaal afgestemd.
2.
De schoolbesturen streven naar een omvang van de school die past bij de vraag. De ‘ideale’ schoolgrootte bestaat niet. Het gaat niet zozeer om omvang, maar om kwaliteit en het in de toekomst kunnen meebewegen met de behoefte. Schoolbesturen maken daarbij zelf de afweging of de kwaliteit van hun onderwijs bij een bepaalde omvang (van de organisatie en de huisvesting) gegarandeerd kan worden. Kinderopvangorganisaties streven ook naar een omvang die past bij de situatie in de kern en/of school. Om te komen tot een gezonde verhouding van groepen onderwijs en opvang, wordt er per situatie een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd om te komen tot het beste en meest duurzame scenario.
2 Dit is een afwijking op de geldende verordening.
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Pagina 17 van 55
vastgesteld. Uitgangspunt is dat de gemeente in geval van verhuur de huur ontvangt van de betreffende ruimten, minus de exploitatielasten.
ruimte wellicht gaan huren. Op die manier kan leegstand (tijdelijk) intern opgevangen worden. Indien ruimten in onderwijshuisvesting in gebruik worden gegeven aan partijen anders dan het onderwijs (bijvoorbeeld een kinderopvangorganisatie en/of andere maatschappelijke partners) wordt, conform de onderwijswetgeving, ofwel ‘verhuur’ ofwel ‘medegebruik’ toegepast. Voorwaarde voor medegebruik is dat het gaat om het gebruik door (uit de openbare kas bekostigd) onderwijs of voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. Het is aan het College van B&W om te bepalen welke activiteiten behoren tot culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden en of partijen vallen onder ‘verhuur’ of ‘medegebruik’. Doordat onderwijshuisvesting wordt gerealiseerd met maatschappelijk geld, ziet de gemeente medegebruik in scholen als meerwaarde. Hiermee wordt gestreefd naar een optimale bezettingsgraad van schoolgebouwen.
Dergelijke afspraken dienen te volgen uit de inhoudelijke afspraken die aan de samenwerking ten grondslag liggen. Bij de planvorming van nieuwe gebouwen dient men hier bij aanvang al over na te denken, te concretiseren en te formaliseren. 5.
Medegebruik ontstaat bij leegstand in bestaande schoolgebouwen en bij het gezamenlijk gebruik van onderwijsruimten (bijvoorbeeld handenarbeid, aula, leerplein etc.). Bij medegebruik kan er sprake zijn van ‘exclusief gebruik van ruimten’ of ‘volgtijdelijk gebruik van ruimten’. Bij medegebruik wordt geen vergoeding voor de investeringslasten in rekening gebracht, maar uitsluitend een gebruiksvergoeding (bijdrage aan de exploitatie). De vaststelling hiervan is maatwerk.
2.5.3
Referentie: 1707601-0083.0.3.
Kwaliteit en duurzaamheid
Deze bouwsteen geeft aan welke kwaliteitsambities gemeente en schoolbesturen nastreven op het gebied van kwaliteit en duurzaamheid. Het betreft ambities die afhankelijk zijn van de budgettaire ruimte die beschikbaar is. Dit onderdeel komt later in het IHP aan de orde. 1.
Gemeente en schoolbesturen zien het realiseren van kwalitatief goede en duurzame onderwijshuisvesting als een maatschappelijke, gezamenlijke verantwoordelijkheid. Een kwalitatief goed en duurzaam gebouw heeft een positief effect op het onderwijs én op het leefklimaat voor de toekomstige generaties. Ook heeft het impact op de betaalbaarheid van de exploitatie van het gebouw.
2.
De gemeente Eersel volgt het Klimaatakkoord. Om de doelstellingen uit het klimaatakkoord te kunnen behalen, is ENG binnen de vernieuwingsopgave een noodzakelijke ambitie binnen dit IHP. Deze ambitie is kostenverhogend. In hoofdstuk 6 worden de kosten voor deze ambitie inzichtelijk gemaakt. Per situatie zal er gekeken worden naar een gezonde balans tussen kwaliteit, duurzaamheid en de (financiële) middelen (kosten-batenanalyse). Per locatie dient in aanvullende onderzoeken, zoals een haalbaarheidsonderzoek, toegewerkt te worden naar een
In het geval van ‘verhuur’ wordt een huurtarief afgesproken dat voldoet aan de verplichtingen van de Wet Markt en Overheid. Indien dit in nieuwe projecten leidt tot een situatie waarbij geen enkele kinderopvangorganisatie een sluitend haalbaarheidsonderzoek heeft, zal gezocht worden naar een maatwerkoplossing. Met name in de kleinere kernen is het van belang dat het bestaande onderwijs- en opvangaanbod minimaal behouden blijft om de leefbaarheid te waarborgen. Zowel binnen de bestaande gebouwen als bij nieuwe gebouwen worden afspraken gemaakt over zaken als looptijd overeenkomst, eigendomsverhouding, beheersvorm en samenwerkingsafspraken, exploitatie en financiële geldstromen (huuropbrengsten en exploitatielasten). Deze afspraken worden in overleg met gemeente, schoolbesturen en/of kinderopvangorganisaties besproken en
Ruimte voor sport en beweging is onderdeel van de kwaliteit van het onderwijs. Het bewegingsonderwijs is volgend op het IHP en daarmee de programmering van de locaties. Indien een school vervangen wordt, dient verkend te worden of de gymzaal gelijktijdig vervangen gaat worden. Daarbij is het van belang om tevens te kijken naar de capaciteit voor het bewegingsonderwijs. In de verordening staan de kaders hiervoor omschreven. Per termijn wordt dit inzichtelijk gemaakt.
Pagina 18 van 55
optimale balans tussen de diverse criteria passend bij het schoolgebouw en de omgeving. 3.
Gemeente en schoolbesturen definiëren duurzaamheid breder dan alleen energiebesparing en CO2-reductie. De ambitie reikt verder dan de verordening voorschrijft. De ambities zullen kostenverhogend zijn (in hoofdstuk 6 worden de kosten per thema inzichtelijk gemaakt). Echter zijn er positieve effecten aan de onderstaande thema’s die niet in directe opbrengsten zijn uit te drukken, maar wel kunnen bijdragen aan een gezond leef-, leer- en werkklimaat. De volgende thema’s kunnen een bijdrage leveren: a. Ten aanzien van goed onderwijs gaat het om onderwijskundige functionaliteit: nieuwe en gerenoveerde schoolgebouwen dienen onderwijsconcepten goed te faciliteren. Het gebouw dient aan te sluiten bij het onderwijsconcept van de school. Wanneer kindpartners (zoals kinderopvang, jeugdzorg en dergelijke) ook in het gebouw gehuisvest worden, dienen deze goed gefaciliteerd te worden. b. Ten aanzien van gezondheid wordt rekening gehouden met de Frisse Scholen-thema’s lucht, temperatuur, licht en geluid (naast energie) om een prettig en gezond klimaat voor kinderen en medewerkers te realiseren. Voor de Frisse Scholen-thema’s kan worden gekozen voor een slimme mix van eisen per subonderdeel. Een goed binnenmilieu draagt bij aan minder ziekteverzuim bij leerlingen en docenten. Daarnaast heeft een beter binnenmilieu een positief effect op de leerprestaties van kinderen. c.
Ten aanzien van circulariteit wordt ernaar gestreefd bewust om te gaan met de toegepaste materialen en waar mogelijk gebruik te maken van natuurlijke, herbruikbare materialen. In het geval van nieuwbouw wordt gelet op de basisprincipes van circulariteit, zoals de toekomstige losmaakbaarheid van de gebouwelementen. d. Ten aanzien van toekomstbestendigheid wordt ingezet op maximale flexibiliteit (onder andere het vermijden van dragende binnenwanden en de mogelijkheid tot uitbreiding op het perceel en binnen het gebouw) om ervoor te zorgen dat de schoolgebouwen in de toekomst ook andere onderwijsconcepten kunnen faciliteren. Het definitieve kwaliteitsniveau en de verdeling van de kosten worden nader geconcretiseerd binnen de budgettaire kaders. e. Ten aanzien van de buitenruimte is de ambitie om groene schoolpleinen te realiseren. Dit zijn schoolpleinen waar veel groen is geïntegreerd ter
Referentie: 1707601-0083.0.3.
stimulering van de biodiversiteit en waar extra aandacht wordt besteed aan waterinfiltratie. 4.
Naast bouwkundige kwaliteit van schoolgebouwen is er in het IHP expliciet aandacht voor andere (strategische) kaders voor vastgoedbeleid: onderwijskundige functionaliteit, binnenmilieu, exploitatie en uitstraling. Ook hebben de thema’s sport en buitenruimte invloed op keuzes.
5.
Onderstaande duurzaamheidsprincipes kunnen worden toegepast bij de vernieuwingsopgave van het scholenbestand. De principes van Trias Energetica/Materialica bieden hierin houvast: a. Voorkomen van onnodig energieverbruik (bijvoorbeeld isolatie). b. Gebruik van duurzame energiebronnen (bijvoorbeeld zonnepanelen). c. Indien nodig, efficiënt gebruik van fossiele brandstoffen (bijvoorbeeld gas). d. Zo min mogelijk materiaalgebruik en hernieuwbare of herbruikbare materialen.
6.
Het IHP geeft schoolbesturen en gemeente inzicht in de vernieuwingstermijn van hun gebouwen. Het IHP biedt schoolbesturen de mogelijkheid om de instandhouding (onder andere onderhoud, schoonmaak en energieverbruik) en investeringen af te stemmen op de vernieuwingstermijn van de onderwijshuisvesting. Deze investeringen kunnen gekoppeld worden aan terugverdientijden, zodat er bewust omgegaan wordt met maatschappelijke gelden.
7.
Schoolgebouwen dienen veilig en integraal toegankelijk te zijn. Conform Bbl dienen schoolgebouwen in de gemeente Eersel voor iedereen toegankelijk te zijn. De gebouwen dienen ruim van opzet te zijn en bij meerdere bouwlagen is de aanwezigheid van een lift noodzakelijk (conform Bbl). Kinderen en medewerkers van de school met een beperking kunnen op deze manier zelfstandig door het gebouw bewegen, zonder hulp van derden. Toegankelijkheid betekent ook dat het gebouw geschikt is voor diverse gebruikersgroepen; hierbij hoort een streven naar bijvoorbeeld meer samenwerking tussen primair onderwijs en speciaal onderwijs. Daarnaast moet de school ook veilig te bereiken zijn, hetzij met de fiets, hetzij lopend of met gemotoriseerde voertuigen. Mindervalide personen kunnen het gebouw op een passende manier bereiken en op een acceptabele afstand tot de entree parkeren.
Pagina 19 van 55
b. 8.
Investeringen in duurzaamheid dienen gerelateerd te worden aan de gehele levenscyclus van gebouwen. Daarbij is een afstemming tussen de verantwoordelijkheden van gemeente en schoolbesturen van belang. Liever gezamenlijk goed investeren in deugdelijke maatregelen dan nadelige gevolgen te ondervinden in bijvoorbeeld exploitatie en onderhoud tijdens de levensduur van een gebouw.
c. d.
9.
Schoolbesturen en gemeente verkennen tijdens het IHP-traject de principes van Total Cost of Ownership (TCO). Bij TCO dragen schoolbesturen mogelijk bij aan een deel van de stichtingskosten van een nieuwbouw- of renovatieopgave. Deze investering komt de duurzaamheid en het binnenmilieu van het gebouw op het gebied van onderhoud, exploitatie en gezondheid ten goede, waardoor een investering aan de voorkant een besparing kan opleveren tijdens het gebruik van het gebouw. Een integrale afweging tussen investering en onderhouds- en exploitatiekosten is daarbij van belang. Schoolbesturen maken voor hun bijdrage gebruik van de lumpsum vergoeding die zij ontvangen van het rijk. In het IHP wordt rekening gehouden met het op dit moment nog geldende investeringsverbod voor het PO en de (exploitatie)tekorten die het PO (net als de gemeente) ervaart in de bekostiging.
e. f. g.
h.
Er wordt rekening gehouden met een goede bezetting van gebouwen. Een schoolgebouw wordt (bij voorkeur) niet gerenoveerd als er sprake is van een significant ruimtetekort dan wel -overschot, tenzij de eventuele overmaat kan worden toebedeeld aan andere gebouwgebruikers, kan worden afgestoten of kan worden benut ten behoeve van de verwachte leerlingengroei. Er wordt rekening gehouden met de culturele en maatschappelijke waarde en stedenbouwkundige uitstraling in samenhang met de omgeving. Er wordt rekening gehouden met mogelijkheden om de gestelde duurzaamheidsambities te bereiken. De kosten en mogelijkheden voor tijdelijke huisvesting worden meegenomen in de afweging voor nieuwbouw of renovatie. De toekomstige exploitatie- en onderhoudsfasen worden meegewogen bij de afweging. Er wordt rekening gehouden met de bouw- en installatietechnische staat van het schoolgebouw; is renovatie een (financieel) haalbare en aantrekkelijke optie? Benoemen van de renovatievarianten, waaronder een gelijkwaardig alternatief voor nieuwbouw (vernieuwbouw) en alle andere varianten zoals een duurzame renovatie met een kortere levensduur.