CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[25.17352] Bijlage 1 - Begroting 2026-2029 Definitief

Raadsvergadering 6 november 2025, gemeente EerselBij agendapunt: Begroting 2026-202942.396 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

44.409.460

44.668.226

44.418.085

Saldo programma (baten - lasten)

De onderstaande analyse van de belangrijkste financiële afwijkingen 2026 ten opzichte van 2025 gaat over de kosten exclusief apparaatskosten, kapitaallasten en onttrekkingen aan de reserves (voor zover deze een directe relatie hebben met de kapitaallasten/afschrijvingen). Algemene dekkingsmiddelen Per saldo is binnen deze productgroep sprake van een negatief effect van 2026 ten opzichte van 2025 van C 717.584,-. Dit wordt met name veroorzaakt door de volgende afwijkingen: -

-

67

Hogere opbrengst onroerendzaakbelasting 2026 (C 128.000,-) in verband met indexering van de inflatiecorrectie van 2,70Zo0Zo. Hogere opbrengst toeristenbelasting en forensenbelasting 2026 (C 100.000,-). Er is een hogere algemene uitkering gemeente fonds geraamd (C 1.586.000,-). Indien rekening wordt gehouden met de extra rijksmiddelen uit de meicirculaire 2025 voor het jaar 2025, welke in de 2e bestuurlijke rapportage nog moeten worden meegenomen, dan is de hogere uitkering C 402.000,-. Geraamde dividenduitkering BNG is voor 2026 C 39.000,- hoger geraamd dan in 2025. Het geraamde resultaat voor de bouwgrondexploitatie in 2026 is C 536.000,- Ten opzichte van het geraamde resultaat in 2025 ad C 290.000,- is dit C 246.000,- hoger dan in de begroting 2025 is verwerkt. Voor een gedetailleerde toelichting zie paragraaf 7 grondbeleid. Het geraamde begrotingssaldo over 2025 inclusief bijstellingen tot en met juli 2025 bedraagt negatief C 870.847,-. Het positief geraamde begrotingssaldo over 2026 bedraagt C 1.609.867,-. Het

-

-

1.

verschil bedraagt C 2.480.714,-. Dus in 2026 betreft het een storting in de algemene reserve en een onttrekking in 2025 in verband met het negatieve resultaat. Vanaf 2026 wordt er de vennootschapsbelasting verwerkt als incidentele last welke wordt gedekt door een beschikking over de algemene reserve bouwgrondexploitatie. De geraamde Vpb voor 2026 bedraagt C120.000,Op de totale stelposten (inclusief “onvoorzien) is per saldo sprake van een voordelige afwijking van afgerond C 121.000,- ten opzichte van de begroting 2025. Voor de stelposten is het van belang wat er in het begrotingsjaar is opgenomen. Mutaties op de stelposten lopen altijd vai een raadsbesluit. In het onderdeel stelposten bij het hoofdstuk “Algemene dekkingsmiddelen en stelposten” treft u een specificatie van de opbouw van de opgenomen posten in 2026 en verder aan.

Overzicht algemene dekkingsmiddelen

De volgende tabel biedt een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen. Algemene dekkingsmiddelen Bedragen afgerond op ŝ 1.000 Begroting 2025 Begroting 2026

Rekening 2024 Lokale heffingen: - onroerende zaakbelastingen - toeristenbelasting *3 - forensenbelasting *3 - precariobelasting - reclamebelasting - doorbelasting vervolgingskosten

4.101.000 1.040.000 105.00 35.000 46.000 43.000

4.752.000 726.000 51.000 31.000 51.000 35.000

4.880.000 826.000 52.000 32.000 53.000 35.000

Algemene uitkering gemeentefonds *1

38.321.000

38.402.000

39.988.000

304.000

261.000

300.000

Dividend BNG

Totaal algemene dekkingsmiddelen *2 43.890.000 44.309.000 46.166.000 *1 In begrotingscijfer 2025 is de hoger uitkering ad C 1.184.000 uit de meicirculaire 2025, cfm rib nog niet verwerkt. *2 Excl. incidentele dekkingsmiddelen: zoals saldi bouwgrondexploitaties, vrijval voorzieningen en mutaties betreffende reserves. *3 De werkelijke opbrengsten in 2024 bedroegen voor toeristenbelasting C 723.750 en voor forensenbelasting C 68.101. Doordat de opbrengsten hoger waren dan het nog te ontvangen bedrag wat vanuit 2023 was opgevoerd geeft dit technisch een hogere opbrengst weer bij de jaarrekening 2024. Lokale heffingen Op deze plaats wordt voor bovenstaande belastingen verwezen naar de paragraaf “Lokale heffingen”. Algemene uitkering gemeentefonds De raming van de algemene uitkering 2026 is gebaseerd op de meicirculaire 2025. Op grond van de meicirculaire 2025 wordt de algemene uitkering voor de meerjarenbegroting 2026-2029 geraamd op (bedragen x C 1.000): (bedragen x ŝ 1.000) Algemene uitkering meicirculaire Correctie Algemene uitkering

bij

rib

2026 39.923

2027 39.706

2028 38.862

2029 39.252

65 39.988

62 39.768

43 38.905

15 39.267

In de raadsinformatiebrief bij de meicirculaire 2025 hebben wij u raad geïnformeerd over de financiële consequenties. Voor 2025, 2026 en 2027 kwam er landelijk in totaal ca. C 3 miljard bij, waarvan twee keer C 400 miljoen voor het dempen van de korting op het gemeentefonds en ruim C 2 miljard voor Jeugd. De extra middelen voor Jeugd lopen deels door in 2028 en verder, maar daar staat tegenover dat er vanaf 2028 extra taakstellingen zijn ingeboekt, waaronder het invoeren van een eigen bijdrage. Per saldo verbetert de financiële situatie van gemeenten vanaf 2028 niet. In de begroting 2026 zijn enkele maatstaven op basis van actuelere informatie aangepast, waardoor voor de jaren 2026 tot en met 2029 de uitkering ten opzichte van de raadsinformatiebrief stijgt met respectievelijk afgerond C 65.000,-, C 62.000,-, C 43.000,- en C 15.000,-.

68

2.

Stelposten

In de begroting 2026 is naast de stelposten voor onvoorziene uitgaven en lasten van het meerjarig investeringsprogramma, tevens een aantal overige stelposten opgenomen. De in de begroting 2026-2029 opgenomen stelposten zijn in het volgend overzicht opgenomen. Stelposten (bedragen in ŝ) Onvoorzien Stelpost lasten investeringsprogramma 2027-2029 Subtotaal Overige stelposten: Zorgplicht bibliotheek

2026

2027

2028

2029

10.000 0

10.000 304.317

10.000 462.323

10.000 372.248

10.000

314.317

472.323

382.248

100.000

100.000

100.000

250.000

300.000

650.000

100.000

Versterken lokale teams conform Kem­ pisch Meerjarenbeleidskader Deflatie tot gecombineerde index

100.000

Onderuitputting BCF mc 2025

-300.000

-300.000

-300.000

-300.000

0

300.000

506.327

506.327

-100.000 -90.000

350.000 664.327

606.327 1.078.650

956.327 1.338.575

Stelpost Herijking gemeentefonds Totaal overige stelposten Totaal stelposten Toelichting op de stelposten:

Stelpost onvoorzien Voor onvoorziene omstandigheden is er een stelpost opgenomen van C 10.000,- per jaar. Stelpost lasten investeringsprogramma 2027-2029 Vanaf 2026 zijn de lasten van het investeringsprogramma 2026-2029 voor het jaar 2026 direct verwerkt op de desbetreffende programma’s. Aangezien deze kredieten bij vaststelling van de begroting direct beschikbaar worden gesteld hoeven de hierop betrekking hebbende kapitaallasten niet meer zoals voorheen via een begrotingswijziging overgeboekt te worden van deze stelpost naar desbetreffende programma. De kapitaallasten voor de investeringen vanaf 2027 worden niet beschikbaar gesteld bij de vaststelling van de begroting en blijven derhalve op deze stelpost geraamd. Stelpost zorgplicht bibliotheek De ontwikkelingen met betrekking tot een wetsvoorstel waarin de zorgplicht voor gemeenten en provin­ cies naar de bibliotheek worden vastgelegd, volgen wij op de voet. In overleg met de participerende ge­ meenten en de bibliotheek wordt een beleidsnota opgesteld waarin de gevolgen voor de gemeenten na­ der worden uitgewerkt. De kosten die hier eventueel uit voort vloeien kunnen worden gedekt uit het bedrag van C 100.000,-- dat in 2025 en in 2026 beschikbaar is gesteld door het rijk en die in een stelpost zijn gereserveerd (septem­ bercirculaire 2024). Naar verwachting treedt de nieuwe wet in 2026 in werking.

Versterking lokale teams conform Kempisch Meerjarenbeleidskader De Hervormingsagenda Jeugd zet in op stevige lokale teams als onderdeel van een meer integraal en preventief jeugdhulpstelsel. Deze teams moeten domein overstijgend werken, multidisciplinair zijn, met voldoende expertise en tijd om integraal naar de situatie van jeugdigen en gezinnen te kijken. De agenda benadrukt het belang van een structurele investering in de lokale teams om ze te versterken en te professionaliseren. Het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, dat zich richt op een eenvoudigere, gezinsgerichte aanpak, benadrukt het belang van deze teams. Het MeerJarenBeleidsKader Jeugd 2026-2029 geeft richting aan het verstevigen van het lokale team binnen de Kempen. Dit met als doel laagdrempelig ondersteuning te kunnen bieden vanuit het lokale team zodat de geïndiceerde, specialistische jeugdhulp beschikbaar blijft voor de meest kwetsbare. Vanuit de meicirculaire 2025 zijn middelen vrijgekomen ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda. Zoals in de raadsinformatiebrief bij de meicirculaire 2025 is aangegeven, wordt vanaf 2026 C 100.000,- als 69

stelpost gereserveerd om uitvoering te kunnen geven aan dit onderdeel van het MeerJarenBeleidsKader Jeugd. Stelpost onderuitputting BCF De gemeenten mogen sinds 2003 bij uitvoering van overheidstaken de btw declareren bij het rijk. Hiervoor heeft het rijk het BTW-compensatiefonds, welke wordt gevoed vanuit het gemeentefonds. Jaarlijks houdt het rijk rekening met een bedrag waarmee het gemeentefonds wordt gekort en welke wordt gestort in het btw-compensatiefonds. In de meicirculaire t+1 wordt het verschil tussen de werkelijke declaraties door gemeenten en de onttrekking uit het gemeentefonds verrekend met het gemeentefonds in jaar t+1. Vaak is de onttrekking hoger dan de werkelijke declaraties, waardoor er een terug storting in het gemeentefonds plaatsvindt. De hoogte van dit bedrag wordt ook wel de onderuitputting bcf genoemd. Vanuit het rijk en provincie is het toegestaan om in de begroting t+1 maximaal de onderuitputting over t-1 in het jaar t te ramen. Dit betekent voor de begroting 2026 dat de onderuitputting BCF in de meicirculaire 2025 over 2024 als structurele baten mogen worden geraamd. In het ombuigingstraject bij de gemeente Eersel is besloten hiervan gebruik te maken. De onderuitputting die vanaf 2026 structureel geraamd mag worden bedraagt C 300.000,-.

In de voorjaarsnota 2026 werd rekening gehouden met C 90.000,- omdat C210.000 werd gereserveerd voor eventuele dekking voor wegvallende suppletieuitkering herijking gemeentefonds (zie ook toelichting volgende stelpost). Aangezien het rijk heeft aangegeven deze suppletieuitkering tot en met 2026 te handhaven wordt de volledige onderuitputting bcf geraamd. Stelpost herijking gemeentefonds Sinds 2023 hebben de gemeenten te maken met de effecten van herijking van het gemeentefonds per 1­ 1-2023. Als gevolg van deze herijking ontvangt gemeente Eersel als nadeelgemeente nog een suppletie uitkering van C 506.327,-. Deze suppletieuitkering is een overbruggingsuitkering om het nadelig effect van de herijking niet direct te laten landen in de exploitatie van de gemeente. Het ministerie van binnenlandse zaken geeft aan dat tot 2027 deze suppletieuitkering niet wordt afgebouwd. Vanaf 2027 moet rekening worden gerekend worden met een extra last van C 300.000,- en de resterende suppletieuitkering ad C 206.327,- zal in 2028 worden geschrapt. Dit betekend dat de in eerdere begrotingen al voorziene stelpost ad C 300.000 vanaf 2026 voor 2026 komt vrij te vallen en dat in 2027 deze eerder geraamde stelpost blijft gehandhaafd en vanaf 2028 de stelpost wordt verhoogd naar C 506.327.

70

11. Overhead Om de raad meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie, schrijft het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voorschriften voor, dat in de begroting een apart overzicht moet worden opgenomen van de kosten van de overhead. Dit overzicht presenteren we in dit programma. In de programma’s 0 tot en met 10 staan alleen de kosten van de medewerkers van een bepaalde afdeling die direct verband houden met het betreffende taakveld (en daarom ook niet centraal moeten worden begroot). Deze kosten verdelen we op basis van productieve uren en rekenen we vervolgens toe aan de programma’s/taakvelden. Om te kunnen vaststellen welke kosten verband houden met de sturing en ondersteuning van het primaire proces, en zodoende gerekend kunnen worden tot de overhead, hanteert het BBV een definitie van de overhead2. Door deze definitie te gebruiken kan een eenduidig inzicht worden gegeven in de kosten die direct zijn toe te rekenen aan bepaalde taakvelden en welke kosten geen betrekking hebben op het primaire proces. Deze laatste kosten worden niet in de programma’s 0 tot en met 10 geraamd, maar komen centraal als overheadkosten in programma 11. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan management (-ondersteuning), financiën, huisvesting, juridische zaken, documentaire informatievoorziening en communicatie.

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? ORGANISATIE Indicator

Realisatie

Norm

42. Formatie (verplicht)

2024: 6,0 2023: 6,0 2022: 4,5

Norm: 4,8 - 6,1

2024: 5,6 2023: 5,0 2022: 4,5

Norm: 4,5 - 6,1

2024: C 664*1)

Norm:*2)

Begrote bezetting in fte per 1.000 inwoners 43. Bezetting (verplicht) Werkelijke bezetting in fte per 1.000 inwoners 44. Apparaatskosten (verplicht) Kosten per inwoner (apparaatskosten betreffen de salariskosten van het ambtelijk apparaat en de noodzakelijke middelen die nodig zijn voor het inzetten van personeel, huisvestings-, materieel- en automatiseringskosten.)

Raming begroting 2025: C 724 2026: C 747

*1) zowel de norm 2024 als de realisatie zoals hier gepresenteerd wijkt af van hetgeen in de jaarrekening 2024 is weergegeven. De berekeningswijze sluit nu beter aan bij de definitie beleidsindicatoren van de VNG *2) vanaf2026 wordt geen norm meer gepresenteerd. Elke norm die wordt weergegeven is discutabel. In de 2e bestuurlijke rapportage 2025 is een indexering van de werkelijke kosten uit de jaarrekening t-2 voorgesteld, echter hierbij ontbreekt dan de volumegroei door o.a. uitbreiding van taken. De nu gepresenteerde realisatie over 2024 en geraamde kosten over 2025 en 2026 geven weer een verloop van de apparaatskosten in tijd.

45. Externe inhuur (verplicht) Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen 46. Overhead (verplicht) % van totale lasten

71

2024: 25,30Zo 2023: 26,0Zo 2022: 26,30Zo

Norm: á 20Z

2024: 5,90Zo 2023: 6,00Zo 2022: 7,2Z

Norm: á 1507o

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? Wat gaan we daarvoor doen? Het continueren van het uitvoeren van de Organisatievisie; Het invullen van vacante posities met (nieuwe) medewerkers in dienst van de gemeente; Monitoren van bovenstaande indicatoren aan de hand van gegevens die beschikbaar komen vanuit het A&O-fonds

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? COMMUNICATIE Indicator 47. Waardering inwoners communicatie en voorlichting (eigen indicator)

Realisatie 2024 Eersel: 6,7 Nederland: 6.3

Uitgedrukt in rapportcijfer

2022 Eersel: 6,7 Nederland: 6,3

Norm *Norm: S 6.3

Wat gaan we daarvoor doen? Door focus op communicatie aan te brengen, inwoners voornamelijk meenemen in onderwerpen die ‘buiten’ leven; Inwoners tijdig betrekken door participatietrajecten te doorlopen in minimaal vijf projecten; Inzet van een breed aanbod aan (toegankelijke) communicatiemiddelen om elke doelgroep te voorzien van de benodigde informatie. * Norm is aangepast naar landelijke gemiddelde. De waardering van inwoners voor communicatie en voorlichting van onze gemeente, beweegt mee met het landelijke gemiddelde. Ons gemiddelde ligt wel altijd hoger dan het landelijke gemiddelde van ge­ meenten van dezelfde grootte. De afgelopen vijfjaar is het landelijke gemiddelde gedaald. Het is dan on­ realistisch om voor onze gemeente een juist hogere norm van 6,9 in stand te houden.

Toelichtingen op ontwikkelingen/speerpunten 2026 Personeel & Organisatie Een zelfstandige gemeente vraagt om een sterke eigen organisatie om alle wensen van onze inwoners en de dienstverlening waar te maken. Er moet een evenwicht zijn in de ambities, (externe) ontwikkelingen en de daarbij horende capaciteit. Gemeente Eersel bereikt bovenstaande door de organisatievisie te integreren in het dagelijks werk van alle medewerkers. Gemeenten krijgen steeds meer taken toebedeeld vanuit het Rijk. In tijden van groei in werkzaamheden is onze organisatievisie van groot belang. De organisatievisie biedt een duidelijke focus, is een bindmiddel en geeft houvast in tijden van (snelle) veranderingen. Iedereen kan zich hierdoor verbinden aan vernieuwing, aan een set van waarden en een bijdrage leveren aan resultaten. In het door ontwikkelen van mens en organisatie, is ervoor gekozen de cultuurwaarden ‘open en respectvol’ en de speerpunten ‘duurzaamheid en innovatie’ de komende jaren leidend te maken. Samen dragen ze bij aan de identiteit van onze organisatie. Een identiteit waaraan iedereen zich kan verbinden. Door de bekende arbeidskrapte probeert gemeente Eersel de medewerkers te binden aan de organisatie. Gemeente Eersel is een inclusieve en betrokken werkgever, die de ontwikkeling van medewerkers centraal heeft staan.

De eventuele vacatures die desondanks toch uitgezet worden, worden steeds vaker bezocht. Het aandachtspunt blijft wel dat de inwerktijd van nieuwe medewerkers voor langere doorlooptijd zorgt in projecten. Ook ziet gemeente Eersel een trend dat steeds jonge(re) kandidaten zich melden op de vacatu­ res. Gemeente Eersel geeft deze kandidaten graag een kans. Dit zorgt ervoor dat gemeente Eersel het opleidingsbudget volledig benut om (junior) medewerkers op te leiden. Daar tegenover staat ook dat senior medewerkers vaak meer tijd kwijt zijn met het inwerken van de nieuwe medewerkers. Dit zorgt er dan ook voor dat gemeente Eersel extern personeel inhuurt om de eerste periode van een nieuwe medewerker te overbruggen.

72

Uitbreiding formatie Projectleiders Ter vervanging van langdurige inhuur, wordt in afstemming met het presidium voorgesteld, twee projectlei­ ders in vaste dienst te nemen (team uitvoering en beheer en ruimtelijke ontwikkeling). De kosten drukken voor 200Zo op de exploitatie en 8007o op projecten. Gemeentebalie Bij de gemeentebalie zien we dat we de processen de afgelopen jaren hebben geoptimaliseerd en steeds meer digitaal zijn gaan werken. De formatie is niet toegenomen sinds 2012 terwijl de bevolking wel is toege-nomen. De laatste jaren zien we dat de casussen complexer worden door o.a. verschillen van herkomst, waardoor de doorlooptijd toeneemt. Daarnaast zijn we verantwoordelijk voor adressenonderzoek. Daar komen we op dit moment onvoldoende aan toe. Hierdoor is uitbreiding van de formatie nodig met 0,67 FTE. WMO Bij WMO zien we de komende jaren nog een toename van het aantal casussen. Deze ontwikkeling loopt door tot ongeveer 2035 door o.a. een ouder wordende doelgroep. We zijn verantwoordelijk geworden voor de procesregie zorg en we zien dat we rekening moeten houden met steeds complexere casuïstiek. Ook hier is capaciteitsuitbreiding met 0,67 FTE noodzakelijk. Communicatie Een gemeente werkt aan heel veel projecten.

Hoe communiceren we dit nou naar inwoners, zonder ze te overstelpen met informatie, waar ze soms ook helemaal niet op zitten te wachten? We werken in Eersel met de methode ‘Focus op communicatie'. Een methodiek die we nu vier jaar inzetten. We kiezen onder­ werpen die leven in onze samenleving, die concreet worden voor onze inwoners en die politieke prioriteit hebben. Door keuzes te durven maken kunnen we communicatie beter inzetten voor het maatschappelijke belang. Voordeel is dat we onze inwoners en de gemeente dichter bij elkaar kunnen brengen, omdat we werken met maatschappelijke relevante thema’s. Dit draagt bij aan het vertrouwen in de overheid. In maart 2026 zijn de gemeenteraadsverkiezingen, waarin communicatie een rol heeft in de voorbereiding en uitvoering. Vervolgens is het van belang dat we met de (nieuwe) wethouders een plan opstellen om zowel de organisatie als onze inwoners te informeren over zijn of haar portefeuille en ambities. Ook kijken we samen met het college of politieke prioriteiten veranderd zijn. Hierop passen we dan de thema’s van focus op communicatie aan. Eind 2026 staat de inwonerspeiling op het programma. Deze voeren we één keer per twee jaar uit. We bouwen voort op de nieuw geïntroduceerde peiling uit 2024, zodat vergelijking in de tijd mogelijk wordt. In de tussentijd onderzoeken we of we kunnen gaan werken met flitspeilingen.

Zo kunnen we snel naar de mening van onze inwoners vragen over een bepaald onderwerp. Verder kijken we hoe we het geïntroduceerde platform met resultaten (www.eersel.nl/inwonerspeiling) door kunnen ontwikkelen. Ook op het gebied van toegankelijkheid. Want digitale toegankelijkheid is een continu proces. We laten de website regelmatig toetsen, zodat we weten waar we dan staan. Zo kunnen we een plan van aanpak maken over hoe we hier nog verder in kunnen groeien. Participatie De manier waarop we inwoners, ondernemers en instellingen betrekken is ontzettend belangrijk. Hoe creeren we een zo groot mogelijk draagvlak voor onze plannen? Op welk moment betrekken we onze belang­ hebbenden? En wat is dan onze vraag? Soms kun je alleen informeren, om in een volgende fase het project/ plan echt samen vorm te geven. Als organisatie willen we onze projecten/ plannen zoveel als mo­ gelijk laten aansluiten bij de behoefte van de omgeving. Waarbij we vooraf helder zijn over de wettelijke of ruimtelijke kaders waarin participatie mogelijk is. De methode die we hiervoor gebruiken is van Relevant Gesprek® (dit is een methode om participatiegesprekken te voeren): een simpele en gestructureerde werk­ wijze om te bepalen hoe je de omgeving betrekt bij jouw vraagstuk. Belangrijk: het gaat hierbij om partici­ patie op gemeentelijke initiatieven.

We hebben in 2024 hiermee een start gemaakt en in 2025 de methode verder geïntegreerd. We gaan nu aan de slag met een participatieverordening, zodat inwoners op een duidelijke en eerlijke manier kunnen meedenken over besluiten die hen raken. In de verordening staat wanneer en op welke manier inwoners mee kunnen doen, en hoe we terugkoppelen wat er met hun ideeën gebeurt. Digitale dienstverlening De dienstverlening aan inwoners verloopt steeds meer digitaal. Hoewel inwoners nog zelf kunnen kiezen hoe ze informatie op- of aanvragen bij de gemeente, moet de gemeente haar processen digitaal inrichten voor de inwoners die graag digitaal communiceren. Voorbeelden hiervan zijn het doorontwikkelen van de 73

digitale handtekening en communicatie via de digitale Berichtenbox ipv fysieke post. De gemeente moet ervoor zorgen dat informatie goed wordt opgeslagen en beheerd, zodat deze later gemakkelijk weer terug te vinden is en we inwoners snel van de gevraagde informatie kunnen voorzien. Dit uitvoeringsbeleid is vastgelegd in een bewaarstrategie en het informatiebeheerplan. Datagedreven werken We werken aan een visie op datagedreven werken om te bepalen hoe datagedreven werken kan bijdra­ gen aan meer inzicht in dienstverleningsbehoeftes, efficiëntere inrichting van werkprocessen en het ma­ ken van effectieve beleidskeuzes. Besluiten kunnen dan steeds meer gebaseerd worden op en onderbouwd worden met analyses over de (feitelijke) informatie en kennis over en verwachte ontwikkeling van onze gemeente. Het doel is om ook in 2026 te kunnen voldoen aan de groeiende vraag binnen de organi­ satie naar informatie op basis van data. Bestuursopdracht Combinatiekansen Het streven is om in de raadsvergadering van januari 2026 een voorstel voor te leggen in het kader van de Bestuursopdracht Combinatiekansen. De bestuursopdracht bestaat uit 4 deelopdrachten: 1. Combinatiekansen Maatschappelijke voorzieningen: Programma van Eisen voor Rythovius College, Muzenval, bibliotheek en muziekschool/JAM met een globale raming. 2.

Combinatiekansen Buitensportvoorzieningen: Programma van Eisen voor Atletiekvereniging DES, Hockeyclub Eersel, Voetbalvereniging E.F.C., Toer- en wielerclub De Contente en Ten­ nis- en Padelvereniging Eresloch met een globale raming. 3. Nieuw gemeentehuis: Programma van Eisen met een globale raming. 4. Vrijkomende locaties: Ontwerp vrijkomende locaties met een globale raming. Het resultaat van de 4 deelopdrachten worden samengebracht in één voorstel. Afhankelijk van de besluit­ vorming hierover wordt vervolgens verdere uitvoering gegeven aan de deelprojecten. Dekking voor het Rythovius College is via het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs gemeente Eer­ sel 2024-2038 voorzien. Aanvullende investeringskosten van deze bestuursopdracht zijn pas bij het voor­ stel inzichtelijk en zijn dus niet vertaald in deze begroting. Visie op dienstverlening aan medewerkers en burgers Eind 2025 wordt een hernieuwde visie geschreven op dienstverlening aan medewerkers en inwoners. In 2026 zal deze geïmplementeerd worden. Kosten die hieruit voortvloeien ten behoeve van systeemaanpas­ singen, personele inzet en mogelijk gebouwelijke aanpassingen zullen ter besluitvorming voorgelegd wor­ den aan de Raad.

74

Toelichtingen op investeringen 2026

Wat mag het kosten? Hieronder worden de investeringen van 2026 toegelicht en tevens de afwijkingen in de exploitatiekosten ten opzichte van de begroting 2025 van boven de C 25.000. Investeringen (bedragen in ś)

Investerings­ programma uitvoeringsjaar 2026

Dekking uit reserves, voorzieningen en/of overige

Dekking kapitaallasten uit exploitatie

Vervanging materieel buitendienst (overig)

60.000

0

60.000

Totaal investeringen

60.000

0

60.000

Vervanging materieel buitendienst (overig) Dit betreft een nieuwe werkbus ter vervanging van de huidige oude werkbus, deze is afgeschreven.

Exploitatie Het programma bestaat uit de volgende productgroep: 1. Overheadkosten. Programma: Overhead Productgroep

Rekening

Begroting 2026 - 2029

Begroting

|

2024

2025

2026

2027

2028

2029|

Kapitaallasten en apparaatskosten incl. overhead

28.033.244

29.764.127

29.386.787

29.634.122

30.599.458

31.759.016

Totaal lasten BATEN

28.033.244

29.764.127

29.386.787

29.634.122

30.599.458

31.759.016

Baten incl. beschikking reserves t.b.v kapitaallasten

2.683.533

(bedragen in C) LASTEN

Totaal baten Saldo (baten - lasten)

|

| 4.367.507

2.846.419

2.479.526

2.690.930

3.096.930

2.683.533

4.367.507

2.846.419

2.479.526

2.690.930

3.096.930

-25.349.711

-25.396.620

-26.540.368

-27.154.596

-27.908.528

-28.662.086

OVERIGE LASTEN

|

Kapitaallasten

-3.437.995

Apparaatskosten

-15.486.169

correctie beschikking dekkingsreserve 0-10

3.024.881

1.676.437

1.620.906

2.026.685

2.431.783

Doorbelasting kaptiaallasten programma 0-10

-4.595.749

-3.842.408

-4.134.479

-4.710.784

-5.029.893

Doorbelasting apparaatskosten programma 0-10

-16.268.510

-16.895.526

-16.860.526

-16.869.526

-16.872.526

-322.789

-413.944

-413.944

-413.944

-413.944

55.209

318.814

17.794

-540.239

-1.448.395

-18.924.163

-18.106.958

-19.156.627

-19.770.249

-20.507.808

-21.332.975

Beschikking reserve i.v.m. kapitaallaster

175.637

0

0

0

0

0

Totaal overige baten

175.637

0

0

0

0

0

-6.249.911

-7.289.662

-7.383.741

-7.384.347

-7.400.720

-7.329.111

Doorbelasting naar kapitaaldienst Doorbelasting renteresultaat taalveld 05 naar progr.10 Totaal overige lasten OVERIGE BATEN

Saldo programma overhead

|

In de tabel op de volgende pagina worden de totale loonkosten incl. (aandeel GRSK+Kempenplus) en overheadskosten weergegeven uit de programma’s 0-11. Zo wordt inzicht verstrekt van de totale lasten 75

gemeente breed, waarbij de toelichting hierop centraal wordt verstrekt. Conform het Besluit Begroting en Verantwoording worden de lasten die geen betrekking hebben op het taakveld overhead doorbelast naar de programma’s 0 t/m 10. Dit is een budgettair neutrale boeking, behoudens de doorbelasting naar projecten. Deze boeking betreft immers een ontlasting van de exploitatie, omdat hierbij o.a. ambtelijke inzet (projectleiding) wordt toegerekend aan bestaande kredieten, waarvan de kapitaallasten al geraamd zijn in de exploitatie.

Overheadkosten

Begroting 2026

Begroting 2025

Verschil 2026-2025

11.426.752 8.844.764 20.271.516

10.850.108 8.301.090 19.151.198

576.644 543.674 1.120.318

505.515 2.489.491 212.173 560.287 244.703 106.572 4.118.741 24.390.257

701.988 2.380.408 303.383 526.115 192.565 201.572 4.306.031 23.457.229

-196.473 109.083 -91.210 34.172 52.138 -95.000 -187.290 933.028

Kapitaallasten Beschikking reserves tbv kapitaallasten Renteresultaat

4.145.362 -1.676.437 -318.814

5.136.481 -3.141.881

Rentelasten mbt bouwgrondexploitatie C. Totaal kapitaallasten Totaal apparaatskosten, overheadkosten en kapitaallasten (A+B+C) Doorbelasting apparaatskosten aan progr. 0-10 Doorbelasting kapitaallasten incl. beschik res. aan progr. 0-10 Doorbelasting apparaatskosten aan projecten

0 2.150.111

-55.209 0 1.939.391

-991.119 1.465.444 -263.605

26.540.368

25.396.620

-16.895.526

-16.268.510

-2.165.971

-1.570.868

-413.944

-322.789

318.814

55.209

7.383.741

7.289.662

(bedragen in f) Lonen en salarissen Bijdragen (GRSK aid. MD-VTH én KempenPlus) A. Totaal apparaatskosten personeel Overhead organisatiekosten Indirecte personeelskosten incl. P&O ICT (incl. SSC en excl. kapitaallasten) Huisvestingkosten (excl. kapitaallasten) Facilitaire zaken/inkoop/administratie/ verzekeringen Materieel/werf buitendienst (excl. kapitaallasten) Algemene kosten B. Totaal overhead organisatie Apparaatskosten en Overheadkosten (A+B)

doorbelasting renteresultaat taakveld 05 naar progr. 10 Totaal lasten minus baten programma 11

0 210.720 1.143.748

-91.155

Toelichting begroting 2026 ten opzichte van 2025 A. Apparaatskosten personeel Lonen en salarissen Dit betreffen de loonkosten inclusief overige personeelskosten (voornamelijk reis- en verblijfskosten) van alle medewerkers die in dienst zijn van de gemeente Eersel. Deze kosten stijgen jaarlijks mede als gevolg van cao-ontwikkelingen. De omvang van de personeelslasten stijgen in 2026 met C 576.644,- ten opzichte van de begroting 2025. GRSK en Kempenplus De structurele lasten van de bijdrage aan de GRSK voor de afdeling Maatschappelijke Dienstverlening, Vergunningverlening en Handhaving en de bijdrage aan Kempenplus worden hier geraamd. Het betreft hier de uitvoeringskosten van deze gemeenschappelijke regeling. Per saldo zijn deze C 544.000,- hoger ten opzichte van de begroting 2025. Deze lasten waren al meegenomen het geactualiseerd saldo bij de voorjaarsnota 2026-2029.

76

B.

Overhead organisatie

Indirecte personeelskosten Onder de indirecte personeelskosten worden de kosten van salarisadministratie, opleidingen, inhuur bij ziekte, Arbo, ondernemingsraad en bedrijfshulpverlening verantwoord. Deze kosten zijn ten opzichte van de begroting 2025 gedaald met C 196.000,-. Dit komt grotendeels door een verlaging van het budget voor vervanging tijdens ziekte. In de begroting 2025 zijn hier incidenteel hogere uitgaven geraamd. ICT Deze raming betreft de ICT-lasten inclusief de bijdrage aan het SSC en heeft betrekking op de kosten voor bijvoorbeeld software, welke niet zijn opgenomen in de begroting van het SSC. Deze lasten zijn C 109.000,- hoger dan geraamd in 2025. Huisvestingskosten Deze uitgaven hebben betrekking op het beheer en onderhoud van het gemeentehuis, zoals energiekosten, schoonmaak, storting onderhoudsvoorziening en inventaris. Ook huurbaten als gevolg van het beschikbaar stellen van werkplekken (o.a. aan GRSK afd. VTH en staf). Per saldo zijn de lasten met C 91.000,- gedaald ten opzichte van de begroting 2025. Dit komt met name door de gestegen vergoeding voor werkplekken die wij ontvangen voor het huisvesten van de collega’s van de GRSK. Facilitaire zaken/inkoop/administratie/verzekering Het betreft hier de kosten van papier- en drukwerk, portokosten, catering, vakinformatie, inkoopbureau, accountantskosten en verzekeringen.

Deze geraamde kosten zijn C 34.000,- hoger dan geraamd in de begroting 2025. Dit betreft voornamelijk de hogere premies voor verzekeringen. Materieel werf buitendienst De directe exploitatielasten van de gemeentewerf en het materieel van de buitendienst inclusief het beheer en onderhoud van de personenauto’s. Deze geraamde lasten zijn C 52.000,- hoger dan geraamd in de begroting 2026. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door stijging van de verwerkingskosten afval en vervanging/onderhoud inventaris. Algemene kosten Onder algemene kosten worden de uitgaven geraamd voor communicatie, representatiekosten, landelijke ombudsman en planning & control). De geraamde lasten in 2026 zijn C 95.000,- lager dan geraamd in 2025 voornamelijk door incidenteel geraamde inhuur personeel in 2025. C. Kapitaallasten De bruto kapitaallasten worden deels gedekt middels beschikking over de reserves, waarna de netto kapitaallasten resteren. De netto kapitaallasten (rente en afschrijving), welke worden toegerekend aan de exploitatie, worden voor 2026 geraamd op afgerond C 2.150.000,-. Deze kapitaallasten zijn in eerste instantie als last geraamd in het programma “Overhead” en worden vervolgens grotendeels doorbelast aan de programma’s.

Ten opzichte van de begroting 2025 (inclusief begrotingswijzigingen tot en met juli 2025) is sprake van een stijging van de netto kapitaallasten met afgerond C 211.000,-. Deze stijging wordt veroorzaakt door extra kapitaallasten uit het MIP en beperkte vrijval van kapitaallasten. D. Doorbelasting apparaatskosten aan projecten In programma 11 worden de totale overheadkosten verantwoord welke vervolgens grotendeels worden doorbelast naar de programma’s. Deze doorbelasting is budgettair neutraal behoudens de doorbelasting aan de kredieten. In 2026 wordt afgerond C 414.000,- (6.413 uren) doorbelast aan kredieten. Dit is afgerond C 91.000,- meer dan in 2025.

Beleidsdocumenten -

77

Organisatievisie gemeente Eersel

PARAGRAFEN

78

1. Lokale heffingen Wat zijn lokale heffingen? Lokale heffingen zijn inkomsten die de gemeente ontvangt op grond van publiekrechtelijke regels. In de meeste gevallen zijn dit belastingen, heffingen en retributies die de overheid heft op grond van wettelijke bepalingen. Bij de lokale lasten maken we een onderscheid tussen zuivere belastingen, heffingen en retributies: 1. Zuivere belastingen zijn algemene dekkingsmiddelen. Ze dienen ter uitvoering van: - Collectieve vormen van dienstverlening zoals plantsoenen, verlichting en wegen; - Individuele vormen van dienstverlening zonder duidelijke relatie tussen dienstverlening en belasting. Denk hierbij aan onroerendezaakbelasting (OZB), toeristenbelasting, forensenbelasting en precariobelasting. 2. Heffingen dekken de kosten die gemaakt worden voor de uitvoering van publiekrechtelijke dienstverlening. Inwoners betalen dit ook als hij/zij de dienst niet wenst. Denk hierbij aan afvalstoffenheffing en rioolheffing. 3. Retributies zijn vergoedingen voor individuele dienstverlening van typische overheidsdiensten van publiekrechtelijke aard. Voorbeelden hiervan zijn de leges voor paspoort en rijbewijs. Beleid Voor de hoogte van de lokale lasten gelden de volgende uitgangspunten: 1. Voor de overige heffingen en retributies streven we ernaar een tarief vast te stellen dat de kosten zo veel mogelijk dekt. 2.

De legestarieven stijgen met een inflatiecorrectie voor de uitgaven. Op basis van de voorjaarsnota 2026-2029 wordt uitgegaan van een inflatie van 2,707o. Financieel overzicht In onderstaand overzicht staan de geraamde inkomsten (afgerond) van de lokale heffingen voor 2025 en 2026. Ook de gerealiseerde opbrengsten uit 2024 staan in het overzicht. ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN (bedragen in t) Onroerende zaakbelasting Toeristenbelasting *3 Forensenbelasting *3 Precariobelasting Reclamebelasting *1 Totaal algemene dekkingsmiddelen Niet algemene dekkingsmiddelen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Leges Vermakelijkhedenretributie Totaal niet algemene dekkingsmiddelen

Werkelijk 2024 4.109.905 1.040.207 105.288 34.823 46.097 4.872.356

Begroting 2025 4.751.790 725.824 51.100 31.185 51.457 5.611.356

Begroting 2026 4.880.088 825.825 52.480 32.000 52.850 5.843.243

1.232.650 2.265.352 914.027 87.980 4.500.009

1.577.400 2.436.414 902.342 102.200 3.440.956

1.704.000 2.502.198 1.209.825 115.000 3.827.023

*Zoals uit de toelichting blijkt, wordt deze opbrengst volledig uitgekeerd aan het SPE zodat deze belasting in feite geen algemeen dekkingsmiddel is.

*3 De werkelijke opbrengsten in 2024 bedroegen voor toeristenbelasting E 723.750 en voor forensenbelasting E 68.101. Doordat de opbrengsten hoger waren dan het nog te ontvangen bedrag wat vanuit 2023 was opgevoerd geeft dit technisch een hogere opbrengst weer bij de jaarrekening 2024. Onroerende zaakbelasting OZB De totale geraamde OZB-opbrengst 2026 wordt ten opzichte van 2025 verhoogd met de inflatiecorrectie van 2,70Zo. Toeristenbelasting De geraamde opbrengst voor 2026 bedraagt E 825.825,- (raming 2025: E 725.824,-). Uit het ombuigingstraject welke vertaald is in de voorjaarsnota 2026-2029 wordt verwacht dat de opbrengst van de toeristenbelasting circa E 100.000,- hoger zal zijn dan geraamd in 2025. De tarieven voor de toeristenbelasting blijven ongewijzigd. Forensenbelasting De geraamde opbrengst voor 2026 bedraagt E 52.480,- (raming 2025: E 51.100,-). 79

Precariobelasting De geraamde opbrengst voor 2026 bedraagt C 32.000,- (raming 2025: C 31.185,-). Reclamebelasting De geraamde opbrengst voor 2026 bedraagt C 52.850,- (raming 2025: C 51.457-). Jaarlijks wordt hiervan een bijdrage aan de SPE (Stichting Promotie Eersel) uitgekeerd. Afvalstoffenheffing Het tarief van de afvalstoffenheffing 2026 dient nog te worden vastgesteld. Bij het afzonderlijk raadsvoorstel behorende bij de vaststelling van de tarieven 2026 worden de begrotingscijfers afvalverwijdering 2026, indien nodig, geactualiseerd. Overzicht verdeling kosten afval Onderstaande tabel is een uiteenzetting van de tarieven die worden gehanteerd voor de afvalstoffenheffing en de keuzes die daarbij worden gemaakt. Daarbij zijn de gegevens verzameld in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval zijn de grootste kostenposten. Voor het taakveld overhead wordt C 98.000,- begroot. Deze kosten worden gemaakt door de sturing en ondersteuning. De kosten worden gebaseerd op de totale niet doorbelaste overheadskosten, gedeeld door de totale productieve uren. Deze kosten mogen, evenals de btwcomponent, (extra-comptabel) worden meegenomen in de berekening van de kostendekkende afvalstoffenheffing. De compensabele btw en de niet-doorbelaste overhead worden verwerkt in de tarieven.

Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer voor de inzameling van het afval van huishoudens mag een gemeente een afvalstoffenheffing invoeren. Deze mag maximaal kostendekkend zijn en daar is binnen onze gemeente ook sprake van. Dit komt mede doordat we poorttarieven van de Milieustraat en vergoedingen voor, papier, plastic, metaal en drinkkartons ontvangen. De totale inkomsten hiervan zijn C 460.000,-. De compensabele btw en de niet-doorbelaste overhead verdisconteren we in de tarieven. Kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing (bedragen in ś) Kosten taakveld afval Inkomsten taakveld afval (exclusief heffingen) Netto kosten taakveld

Begroot 2026 -1.845.000 460.000 -1.385.000

Toe te rekenen kosten Overhead Compensabele btw Egalisatievoorziening Totale kosten taakveld afval

-98.000 -289.000 68.000 -1.704.000

Opbrengst heffingen Dekkingspercentage

1.704.000 10007o

Rioolheffing Het tarief van de rioolheffing 2026 dient nog te worden vastgesteld. De ontvangst van de rioolheffing 2026 wordt geraamd op C 2.502.000,-. Daarbij is rekening gehouden met 2,70Zo inflatiecorrectie. Overzicht verdeling kosten riolering Onderstaande tabel geeft een uiteenzetting over de kosten van de riolering (in overeenstemming met het BBV). De kosten zijn geraamd op basis van het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan, vastgesteld op 1 november 2022 (vGRP 2023-2027). Daarnaast is C 254.000,- begroot voor het taakveld overhead. Deze kosten worden gemaakt door de sturing en ondersteuning. Deze zijn geraamd op het verplichte hoofdstuk ‘Overhead’. Daarbij zijn de kosten gebaseerd op de totale niet doorbelaste overheadskosten gedeeld door de totale productieve uren. Deze kosten mogen, evenals de btw-component, (extra-comptabel) meegenomen worden in de berekening van de kostendekkende rioolheffing.

80

Kostendekkendheid van de riolering (bedragen in ś) Kosten taakveld riolering Inkomsten taakveld riolering (exclusief heffingen) Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten Overhead Compensabele btw Egalisatie taakveld riolering Totale kosten taakveld riolering

Begroot 2026 -2.143.000 0 -2.143.000 0 0 -254.000 -311.000 205.000 -2.502.000

Opbrengst heffingen

2.502.000

Dekkingspercentage

10007o

Wat betekent het voor de portemonnee van onze inwoners? Hieronder staat per belastingsoort beschreven hoe de lasten voor het begrotingsjaar 2026 worden berekend. Bij deze indicatieve berekening zijn alleen die belastingen betrokken die nagenoeg voor iedereen van toepassing zijn. Het tarief voor de afvalstoffenheffing 2026 moet nog worden vastgesteld. In onderstaand overzicht is uitgegaan van 100Zo kostendekking. Voor de berekening wordt jaarlijks bij de begroting uitgegaan van het gemiddeld aantal ledigingen. Voor 2026 is dat gemiddeld 7,41 GFT ledigingen en 4,44 restafval ledigingen. Voor de berekening van de lastendruk voor de OZB is aansluiting gezocht bij de lokale lasten calculator van coelo.nl. Die gaat in 2025 uit van een last van C 389,- per huishouden gebaseerd op een gemiddelde WOZ-waarde van C 545.578,- en het vastgestelde tarief van 0,0713Zo voor 2025. Doordat de OZB met 2,707o wordt verhoogd stijgt de gemiddelde last naar C 3 99,50 in 2026. De lokale lastendruk (bedragen in ś) OZB (verhoging van 2,70Zo) Rioolheffing (verhoging van 2,70Zo) Afvalstoffenheffing (verhoging van 6Z) Totaal lastendruk

2025

2026

389,00 322,00 215,00 926,00

399,50 331,00 228,00 958,50

Leges We heffen de leges over een aantal verschillende rechten ter zake van het genot van, door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. De geraamde opbrengst voor 2026 bedraagt C 1.334.000,-. In 2026 worden C 1.582.000,- aan kosten verwacht om deze diensten te kunnen verrichten. Om deze kosten transparant te maken worden de kosten hieronder uitgesplitst per taakveld.

81

Kostendekkendheid van de leges (bedragen in ś) Kosten taakveld burgerzaken (titel 1) Kosten taakveld wonen en bouwen (titel 2) Kosten taakveld openbare orde en veiligheid (titel 3) Netto kosten taakvelden

Begroot 2026 -406.000 -921.000 -25.000 -1.352.000

Toe te rekenen kosten Overhead Totale kosten taakvelden

-230.000 -1.582.000

Opbrengst leges (titel 1 t/m 3) Dekkingspercentage

1.334.000 847

In artikel 229 b eerste lid van de gemeentewet is bepaald dat de legestarieven zodanig vastgesteld moeten worden dat de geraamde baten van de rechten niet uitgaan boven de geraamde lasten. De legesverordening is verdeeld in 3 titels, te weten: Titel 1 Algemene dienstverlening: denk hierbij met name aan paspoorten, rijbewijzen, burgerlijke stand, naturalisatie e.d.; Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning: denk hierbij met name aan de omgevingsvergunning; Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning. De naamgeving van deze titel is wellicht wat verwarrend, maar hieronder vallen de evenementenvergunning, vergunning in kader Drank- en Horecawet en gebruiksvergunningen. Binnen titel 1 is kruissubsidiëring toegestaan. Zo mag bijvoorbeeld het tarief voor huwelijksvoltrekkingen meer dan kostendekkend worden vastgesteld ter compensatie van een niet kostendekkend tarief voor paspoorten. Ook binnen titel 2 is kruissubsidiëring toegestaan. Bij de invoering van de omgevingsvergunning in 2010 was het weliswaar de wens van de wetgever dat alleen binnen de omgevingsvergunning kruissubsidiëring zou worden toegepast en niet met dienstverlening daarbuiten. Maar inmiddels heeft de rechter geoordeeld dat kruissubsidiëring tussen titel 1 en titel 2 niet verboden is.

Niet kostendekkende tarieven voor de diensten die vallen onder titel 1 mogen dus gecompenseerd worden door meer dan kostendekkende tarieven voor de omgevingsvergunning. Op grond van de Europese Dienstenrichtlijn is binnen titel 3 kruissubsidiëring niet toegestaan. Voor elk van de tarieven van titel 3 geldt de norm van maximaal 1000Zo kostendekking. De kostendekkendheid voor gemeenteleges in Eersel bedraagt 840Zo. De kostendekking van gemeenten ligt gemiddeld tussen de 700Zo en 900Zo. Het onderstaand overzicht geeft de mate van kostendekkendheid van de leges weer per titel: Kostendekkendheid per titel (bedragen in ś) Titel 1 Titel 2 Titel 3 Kostendekkendheid totale tarieventabel

Lasten 2026 609.079 948.764 25.162 1.583.005

Baten 2026 483.955 830.000 20.000 1.333.955

Kosten­ dekkendheid 790Zo 870Zo 79Z 8407o

Beleid en beleidsdocumenten Het beleid betreffende de lokale lasten is opgenomen in: De diverse belastingverordeningen; Het raadsbesluit ‘Afbakening belastinggebied waarvoor kwijtschelding kan worden aangevraagd en vaststelling maximumbedrag aan kwijtschelding voor de afvalstoffenheffing’.

82

2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Wat is weerstandsvermogen en risicobeheersing? Het gemeentelijk weerstandsvermogen geeft de mate aan waarin we in staat zijn financiële tegenvallers op te vangen. Om dit te kunnen moeten we beschikken over een zekere mate van vrije ruimte binnen de begroting en/of de vermogenspositie. Deze vrije ruimte heet ook wel de weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen bestaat uit de verhouding tussen: De weerstandscapaciteit: dit zijn de middelen waarover we beschikken of kunnen beschikken om niet begrote kosten te dekken; Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Om risico’s goed te kunnen relateren aan de weerstandscapaciteit, benoemen we de risico’s in kwantitatieve grootheden. Niet alle risico’s zijn relevant voor de weerstandscapaciteit. Niet relevant zijn: Concrete of reguliere risico’s (afdekken middels voorziening of verzekering); Risico’s lager dan C 25.000,- (vallen onder reguliere bedrijfsvoering); Zeer zeldzame en grote risico’s met extreme gevolgen, zoals natuurrampen. Leidend in het bepalen van de risico’s is de nota weerstandsvermogen en risicomanagement. Hierin is bepaald dat bij ieder relevant risico naar de volgende punten wordt gekeken: 1. Omschrijving van het risico; 2. Inschatting van de kans dat een gebeurtenis optreedt.

Hierbij wordt aangegeven hoe vaak een risico zich voordoet. De meerjarenbegroting is voor vier jaar gemaakt. De kans kan dus variëren van: ^ Vierjaarlijks risico (factor 1); ^ Driejaarlijks risico (factor 1,33); ^ Tweejaarlijks risico (factor 2); ^ Jaarlijks risico (factor 4). 3. Uitspraak over hoe het financiële gevolg van een risico is in te schatten: goed, redelijk, slecht of niet. 4. Een inschatting van de mogelijke financiële gevolgen als het risico zich voordoet. Hierbij onderscheiden we een zestal categorieën, namelijk: ^ Risico’s met een indicatie > C 25.000,- < C 50.000,- (C 37.500,-) ^ Risico’s met een indicatie > C 50.000,- < C 250.000,- (C 150.000,-) ^ Risico’s met een indicatie > C 250.000,- < C 750.000,- (C 500.000,-) ^ Risico’s met een indicatie > C 750.000,- < C 1.250.000,- (C 1.000.000,-) ^ Risico’s met een indicatie > C 1.250.000,- (geschat indicatief risico) ^ Risico’s waarvoor geen indicatie is aan te geven (PM) Tussen haakjes ziet u hoe het financiële gevolg wordt meegenomen in de berekening. Het aangegeven bedrag vermenigvuldigen we met de risicofactor (zie punt 2). 5.

Hoe we met het risico omgaan in termen van vermijden, verminderen, overdragen of accepteren; ^ Vermijden: beleid waardoor een risico ontstaat wordt beëindigd of op een andere manier vormgegeven; ^ Verminderen: risico wordt afgedekt met een verzekering, een voorziening of een ander budget in de programmabegroting; ^ Overdragen: het beleid dat een risico met zich meebrengt, laten uitvoeren door een andere partij, die daarbij ook de financiële risico’s overneemt; ^ Accepteren: wanneer het risico niet beïnvloedbaar is en niet op een andere wijze wordt afgedekt, dient eventuele financiële schade volledig middels de weerstandscapaciteit afgedekt te worden. 6. Het ‘reële’ financiële gevolg (kans maal geschat financieel gevolg) van de niet-reguliere risico’s. Beleid en beleidsdocumenten De volgende beleidsuitgangspunten gelden: Om risico’s en tegenvallers op te vangen, hebben we een buffer nodig. Anders is de kans groot dat dekkingsmiddelen wegvallen. Het is voor een gezond financieel beleid noodzakelijk dat we een minimale omvang voor de algemene reserve vaststellen.; Om de algemene reserve te verruimen, voegen we op te heffen reserves en voorzieningen hieraan toe; 83

-

Om onvoorziene risico’s met betrekking tot de bouwgrondexploitatie op te vangen hebben we een afzonderlijke buffer nodig. Daarom is het voor een gezond financieel beleid noodzakelijk dat we een minimale omvang voor de algemene reserve bouwgrondexploitatie bepalen.

De gemeente dient om onvoorziene risico’s met betrekking tot de grondexploitatie op te vangen een afzonderlijke buffer te hebben. De hoogte van deze reserve wordt jaarlijks beoordeeld en eventueel aangepast bij de begroting en jaarrekening (paragraaf grondbeleid). De minimale omvang van de buffer wordt jaarlijks opnieuw berekend waarbij er een minimale omvang van C 2,5 miljoen wordt gehanteerd conform de grondnota. In paragraaf 7 grondbeleid staat een verdere toelichting/onderbouwing. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is de verzamelterm van alle bronnen waaruit we niet voorziene financiële tegenvallers bekostigen. Het gaat om buffers in de exploitatie of het eigen vermogen, die we vrijmaken om niet begrote kosten te dekken, zonder dat we de programmabegroting en het beleid aan hoeven te passen. Bij de exploitatie gaat het om de volgende posten: De stelpost onvoorzien Saldo van de jaarschijven Bij de vermogenspositie (de balans) zijn de volgende zaken van belang: De omvang van de algemene reserve vrij besteedbaar De omvang van de algemene reserve weerstandsvermogen De omvang van de bestemmingsreserves zonder beslaglegging Exploitatie (bedragen in ś) Stelpost voor onvoorzien Saldo jaarschijf excl.

bouwgrondexploitatie Weerstandcapaciteit in exploitatiesfeer Vermogen Stand reserves per Algemene reserve vrij besteedbaar Algemene reserve weerstandvermogen Bestemmingsreserves zonder beslaglegging* Weerstandcapaciteit in vermogenssfeer Weerstandscapaciteit

2026

2027

2028

2029

10.000

10.000

10.000

10.000

1.609.867

346.490

-1.832.144

-2.514.412

1.619.867

356.490

-1.822.144

-2.504.412

31-12-2026

31-12-2027

31-12-2028

31-12-2029

17.832.879

17.832.879

17.832.879

17.832.879

4.250.000

4.250.000

4.250.000

4.250.000

0

0

0

0

22.082.879

22.082.879

22.082.879

22.082.879

23.702.746

22.439.369

20.260.735

19.578.467

*Op grond van de Financiële verordening gemeente Eersel 2024 (artikel 18 lid 2c) kan de raad besluiten om ook eventuele bestemmingsreserves mee te nemen bij het bepalen van het weerstandsvermogen indien benodigd

84

Risicobeheersing In onderstaande tabel staan risico’s. De risico’s zijn vertaald in de mate van inschatbaarheid, beheersing risico en ‘reëel’ financieel gevolg ^ kans x financieel gevolg). Het totaal resulteert in een totaal benodigde weerstandscapaciteit. Welke we vervolgens gebruiken voor de berekening van de ratio weerstands­ vermogen. Risico

(bedragen in ś) Kans Het beleid van hogere overheden: Wet maatschappelijke ondersteuning 4 Jeugdhulp 4 Bijzondere bijstand 4 Verontreinigde grond 2 WW-verplichting 2 anties: Verbonden partijen 4 Gemeentelijke overeenkomsten 1 Informatiebeveiliging 1 Stroomaansluiting zwembad 1 Risico’s voortvloeiend uit voor de gemeente autonome ontwikkelingen: Algemene uitkering 4 Prijsstijgingen 4 Renteontwikkeling 4 Wateroverlast 4

Geschat Mate van financieel inschatbaar gevolg bij Beheersing heid voordoen risico

Reëel financieel gevolg

Redelijk Slecht Redelijk Slecht Slecht

37.500 200.000 37.500 150.000 50.000

Accepteren Accepteren Accepteren Accepteren Accepteren

150.000 800.000 150.000 300.000 100.000

Slecht Slecht Slecht Slecht

150.000 150.000 150.000 100.000

Accepteren Accepteren Accepteren Accepteren

600.000 150.000 150.000 100.000

Slecht Slecht Redelijk Redelijk

150.000 100.000 50.000 100.000

Accepteren Accepteren Accepteren Accepteren

600.000 400.000 200.000 400.000

Totaal benodigde weerstandscapaciteit

ÜB

Conclusie De ratio weerstandsvermogen is berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit per jaar te delen door de benodigde weerstandscapaciteit (C 4.100.000,-). De ratio weerstandsvermogen 2026 bedraagt 5,78 (C 23.702.746,- gedeeld door C 4.100.000,-). Voor de jaren 2027 tot en met 2029 bedraagt de ratio respectievelijk 5,47, 4,94 en 4,78. Dit ratio voldoet aan de gestelde norm qua weerstandsvermogen zoals is vastgelegd in de Financiële Verordening (een gezond ratio ligt tussen 1 en 2). Deze ratio’s liggen hoger dan de ratio’s zoals vermeld in de begroting 2025, voornamelijk als gevolg van de stijging van het weerstandsvermogen/ algemene reserve vrij besteedbaar. Zodra de algemene reserve vrij besteedbaar wordt aangesproken zal dit invloed hebben op dit ratio. Risico’s voortvloeiend uit eigen beleid Combinatiekansen Het resultaat van de 4 deelopdrachten zoals beschreven in programma 1 onder ontwikkelingen/speerpun­ ten 2026, worden samengebracht in één voorstel. Afhankelijk van de besluitvorming hierover wordt ver­ volgens verdere uitvoering gegeven aan de deelprojecten. Dekking voor het Rythovius College is via het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs gemeente Eersel 2024-2038 voorzien. Aanvullende investeringskosten van deze bestuursopdracht zijn pas bij het voorstel inzichtelijk en zijn dus niet vertaald in deze begroting.

Risico’s voortvloeiend uit het beleid van hogere overheden: Wet maatschappelijke ondersteuning Voor alle Wmo maatwerkvoorzieningen geldt dat sprake is van een open-eind regeling. De hoogte van de uitgaven is afhankelijk van het aantal Wmo-voorzieningen dat uiteindelijk wordt ingezet en is dus lastig te ramen. Sinds 2019 zien we een stijging van de inzet van Wmo-voorzieningen. Deze stijging zien we met name voor hulp bij het huishouden en begeleiding, vooral ook veroorzaakt door de introductie van het abonnementstarief per 1 januari 2019. Eind 2021 hebben de landelijke regerende partijen in het regeerak­ koord aangegeven te willen toewerken naar een eerlijkere eigen bijdrage voor hulp bij het huishouden met landelijke normen. Inmiddels wil het rijk naar een inkomensafhankelijk bijdrage voor alle Wmo 85

voorzieningen. Verwacht wordt dat deze bijdrage per 1 januari 2027 wordt ingevoerd. Vooralsnog wordt rekening gehouden met een jaarlijks risico van C 37.500,-. Jeugdhulp Landelijke budgetten vanuit het Rijk zijn structureel te laag. Om die reden zijn de rijksmiddelen verhoogd, waarbij het rijk er rekening mee houdt dat deze verhoging deels tijdelijk is, dit in relatie tot de hervormingsagenda Jeugd, waarin diverse maatregelen zijn opgenomen om de jeugdzorgkosten te verlagen. In lijn met de landelijke ontwikkelingen zien we ook binnen de Kempengemeenten een trend van stijgend jeugdhulpgebruik en stijgende kosten. Zowel de indexatie van tarieven, het aantal cliënten als de duur van de trajec­ ten is daar debet aan. Voor jeugd geldt overigens, net als bij de Wmo taken, dat sprake is van een open­ eind regeling. Voor jeugd geldt bijkomend dat de gemeente niet de enige verwijzer is. Huisartsen kunnen bijvoorbeeld ook verwijzen naar specialistische jeugdhulp; hierop heeft de gemeente geen directe invloed. Om die reden is inmiddels in Kempenverband een pilot met huisartsen gestart om de samenwerking te bevorderen. Voor de specialistische jeugdzorg zijn we als gemeente afhankelijk van enkele essentiële zorgaanbieders. Als deze aanbieders in financiële problemen komen, raakt dit direct de gemeente als afnemer. Deze kwets­ baarheid is derhalve een risico.

Vooralsnog wordt rekening gehouden met een jaarlijks risico van C 150.000,-. Bijzondere bijstand Gemeenten hebben een taakstelling om statushouders te huisvesten. Door de toestroom van vluchtelin­ gen uit met name Syrië is deze taakstelling toegenomen. Statushouders die nieuw worden gehuisvest doen vaak een beroep op bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtings­ kosten. Door de toegenomen taakstelling nemen de kosten van bijzondere bijstand aanzienlijk toe. Ook wordt een stijging verwacht van het aantal aanvragen bijzondere bijstand en minimaregelingen als gevolg van de koopkrachtdaling en inflatie. Daarnaast bestaat er tevens een aanzienlijke kans dat de in­ flatie effect zal hebben op de hoogte van de bijdragen in het kader van de bijzondere bijstand. Voorals­ nog wordt rekening gehouden met een jaarlijks risico van C 37.500,-. Verontreinigde grond In Zuidoost Brabant is de kans op bodemverontreiniging in de openbare ruimte groot. In het verleden zijn in deze regio vaak zinkassen gebruikt als funderingsmateriaal voor wegen. Naast financiële risico’s voor het (mogen) bewerken, verwerken, opslag en afvoer van vervuilde grond zijn er ook risico’s op het gebied van ARBO.

Het laatste is redelijkerwijze beheersbaar door het (laten) uitvoeren van onderzoeken, het op de juiste manier beschrijven in de uitvoeringsbestekken en het verzorgen van toezicht hierop. Uiteindelijk is de gemeente als opdrachtgever altijd eindverantwoordelijk voor de (financiële) gevolgen van werken met verontreinigde grond. De risico’s zijn beperkt. De in de regio werkzame aannemers zijn goed op de hoogte van de regelgeving. In de projectramingen voor het MIP zijn de bodemonderzoeken opgenomen in de voorbereidingskosten. Over de afgelopen jaren zijn deze kosten flink toegenomen. Kosten voor eventuele sanering proberen we op voorhand in te schatten met de bodemkwaliteitskaart. Zo nodig nemen we extra saneringskosten op in de projectraming. Het is echter altijd mogelijk dat verontreinigingen bij de steekproeven niet worden aangetroffen. Dit veroorzaakt dan overschrijdingen op het project. Deze zijn dan per definitie fors. Vooralsnog wordt er rekening gehouden met een tweejaarlijks risico van C 150.000,-. WW-verplichtingen De gemeente is risicodrager voor extra WW-verplichtingen dus mogelijk wordt de gemeente vanuit het UWV aangesproken op de WW-verplichting. Vooralsnog wordt er rekening gehouden met één risico in de tweejaren van C 50.000,-.

Risico’s voortvloeiend uit samenwerking met andere gemeenten en instanties: Verbonden partijen We kunnen worden geconfronteerd met financiële tegenvallers van verbonden partijen waarin we onszelf verplichten bij te dragen in eventuele nadelige saldi. Hierop hebben we niet altijd directe invloed. Indien in de loop van een jaar een nadelig saldo ontstaat, leggen we hiervoor separate voorstellen voor aan de raad. Een onderdeel van de verbonden partijen zijn de gemeenschappelijke regelingen. Ons uitgangspunt is dat de gemeenschappelijke regelingen in eerste instantie zelf moeten zorgdragen voor dekking. Ten aanzien van de begroting gaan we zoveel mogelijk uit van de loon- en prijsstijgingen zoals de deelnemende gemeenten deze zelf ook hanteren. Naast dit algemene risico ten aanzien van verbonden partijen, kunnen 86

er ook specifieke risico’s ten aanzien van één partij zijn. Vooralsnog wordt dit risico financieel jaarlijks ingeschat voor C 150.000,- . Informatiebeveiliging en privacy De gemeente verwerkt en beheert voor de uitvoering van haar taken informatie en persoonsgegevens. Informatie moet beschikbaar en betrouwbaar zijn. Daarnaast mogen informatie en persoonsgegevens al­ leen voor bevoegden inzichtelijk zijn. Door het nemen van passende beveiligingsmaatregelen verlagen we het risico op beveiligingsincidenten en beperken we mogelijke negatieve impact van dergelijke inci­ denten op privacy en de gemeentelijke informatievoorziening, in de vorm van imago en/of financiële schade. De hoogte van de eventuele financiële consequenties is op voorhand niet in de te schatten. De gemeente en de GRSK werken op het gebied van digitale veiligheid integraal en privacy samen om beveiligingsrisico’s te verlagen. Er worden technische maatregelen genomen om dreigingen te monitoren en in geval van een calamiteit snel de juiste expertise in te kunnen schakelen. Daarnaast is er aandacht voor de organisatorische kant van informatiebeveiliging en privacy, waarbij we maatregelen vanuit de BIO (Ba­ seline Informatiebeveiliging Overheid) en de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) uit­ werken in beleid, procedures en werkafspraken.

Daarnaast is er veel aandacht voor het vergroten van bewustzijn en kennis voor informatiebeveiliging en privacy. Dat doen we aan de hand van bewustwor­ dingscampagnes via ons Kempenbrede platform ‘Digibewust in de Kempen’. Vooralsnog wordt dit risico ingeschat voor C 150.000 eens in de vier jaar. Gemeentelijke (privaatrechtelijke) overeenkomsten De gemeente Eersel gaat diverse (privaatrechtelijke) overeenkomsten aan. Er kunnen zich in de uitvoering hiervan situaties voordoen waardoor een risico ontstaat op niet (volledige) nakoming van deze overeen­ komsten door partijen. Vooralsnog wordt dit risico ingeschat voor C 150.000,- eens in de vier jaren. Stroomaansluiting zwembad Wij hebben voor nu een 3x 80 ampère stroomaansluiting gekregen en een gasaansluiting. Hiermee kunnen wij totdat wij een grote aansluiting krijgen het gebruik gebruiken met een “hybride systeem”. Als de grote aansluiting verkregen en gerealiseerd is en wij het juiste contractvermogen krijgen, dan kan het omgezet worden naar een all electric systeem. Enexis kan op dit moment nog niet aangeven wanneer wij dit kunnen verwachten. Vooralsnog wordt rekening gehouden met een eenmalig risico van C 100.000,-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=1d46d439-3663-4421-b7bd-3c3d59731199