CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[25.17352] Bijlage 1 - Begroting 2026-2029 Definitief

Raadsvergadering 6 november 2025, gemeente EerselBij agendapunt: Begroting 2026-202942.396 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Risico’s voortvloeiend uit voor de gemeente autonome ontwikkelingen: Ontwikkeling algemene uitkering Gemeentefonds De laatste jaren was er diverse malen onzekerheid over de hoogte van het accres, echter door afschaffing van de systematiek van "samen trap op trap af” is een belangrijke fluctuatie hiermee weggenomen. Hiervoor in de plaats wordt de uitkering bijgesteld op basis van een volumeontwikkeling op basis van een 8-jaars gemiddelde van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (Bbp) en een prijsontwikkeling van het lopende jaar Bbp. Daarentegen zijn er nog diverse zaken waar onzekerheid over is en derhalve een risico vormen. In de meicirculaire 2025 is het accres bijgesteld als gevolg van de voorjaarsnota van het rijk. Gemeenten worden in deze circulaire gecompenseerd voor de lasten met name in de jeugdzorg voor de jaren 2026 en 2027. Vanaf 2028 resteert nog steeds een forse terugval in de hoogte van de algemene uitkering. Daarnaast is er een risico inzake het btw compensatiefonds BTW-compensatiefonds In de algemene uitkering houdt het rijk rekening met een ingeschatte declaratie btw compensatie door de gemeenten voor hun overheidstaken. In de meicirculaire t+1 rekent het rijk af het verschil tussen de inschatting en de werkelijke gedeclareerde btw.

Vanaf 2026 wordt gebruikt gemaakt van de mogelijkheid om de onderuitputting BCF zoals in de meicirculaire 2025 is afgerekend over 2024, vanaf 2026 structureel te ramen. Door rekening te houden met onderuitputting, is het risico dat het BCF-afrekening nog positief uit pakt, kleiner dan indien geen rekening wordt gehouden met onderuitputting. Jaarlijks moet het bedrag van onderuitputting waarmee structureel in de begroting rekening wordt gehouden worden bijgesteld conform de afrekening in de meicirculaire t-1. Vooralsnog wordt voor de algemene uitkering totaal rekening gehouden met een jaarlijks risico van C 150.000,-. Prijsstijging In de begroting wordt rekening gehouden met een prijsstijging. De inflatie en daaruit voortvloeiende prijsstijging is onzeker en daarmee lastig te ramen. Vooralsnog wordt rekening gehouden met en jaarlijks risico van C 100.000,-. 87

Renteontwikkeling Indien de rente op de geld- en kapitaalmarkt zich ongunstig ontwikkelt ten opzichte van de percentages die in de begroting zijn opgenomen, moeten we mogelijk rekening houden met extra rentelasten (zie ook de treasuryparagraaf). De ontwikkeling van de rente is moeilijk in te schatten. Gemeente Eersel zal binnen enkele jaren geldleningen moeten gaan aantrekken ter financiering van de lopende kredieten. Voor nieuwe investeringen wordt op dit moment gerekend met 3,40Zo rentelast. Dit ligt in lijn met de huidige rente voor langlopende geldleningen (juni 2025). Echter het tijdstip waarop de geldlening daadwerkelijk moeten worden aangetrokken en de werkelijke rente op dat moment zijn onzeker. Ondanks dat we financieel anticiperen op de gestegen rente blijft er een risico. De ontwikkeling van de rente is moeilijk in te schatten. Vooralsnog wordt dit risico (dus naast het voorziene) financieel ingeschat op C 50.000,- per jaar. Wateroverlast De afgelopen 2 jaar werd er veel wateroverlast in Wintelre ervaren. Het riool blijkt dan onvoldoende in staat te zijn om deze wateroverlast te voorkomen. Met nieuwe kennis over de onderliggende oorzaak Z probleem van de wateroverlast, alsook de gewenste verbreding van de scope gaan we proberen de wateroverlast te verminderen. Niettemin zal er bij wateroverlast schade ontstaan waarvoor ook de gemeente aan de lat staat.

Hierbij kan gedacht worden aan reparaties van wegen, extra investeringen in het riool en toename groenonderhoud Z bomen vervangen. De financiële consequenties hiervan zijn lastig in te schatten. Vooralsnog wordt voor de wateroverlast totaal rekening gehouden met een jaarlijks risico van C 100.000,-. Kengetallen In de begroting worden een aantal financiële kengetallen opgenomen. Naast de kengetallen wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. De kengetallen beoordeling zijn enerzijds bedoeld om de financiële positie inzichtelijker te maken. Anderzijds zijn de kengetallen bedoeld om gemeenten met elkaar te vergelijken. Conform Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) nemen we de volgende kengetallen op: netto schuldquote; netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen; solvabiliteitsratio; structurele exploitatieruimte; grondexploitatie; belastingcapaciteit. In onderstaande tabel wordt per kengetal aangeven in welke categorie de gemeente Eersel zit. De categorieën bestaan uit: A s Goed B s Voldoende C s Onvoldoende Hierbij wordt enkel het kengetal in het begrotingsjaar als waarde genomen voor de toekenning van de categorie.

88

Kengetal

Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028

Begroting 2029 Bandbreedte

Beoordeling Eersel begrotingsjaar (2026)

Cat A < 90/ Netto schuldquote

46,95%

52,37/

115,92/

123,85/

Cat B ^0 s130/

A

Cat C > 130/ Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Cat A s 90/ 46,92%

52,35/

115,91/

123,85/

Cat B ^0 s130/

A

Cat C > 130/ Cat A > 50/ Solvabiliteitsratio

51,51/

51,70/

39,94/

37,740/

Cat B ^0 s50/

B

Cat C s 20/ Cat A > 0/ Structurele exploitatieruimte

2,44/

0,56/

-3,03/

-4,14/

Cat B 0/

A

Cat C s 0/ Cat A > 20/ Grondexploitatie

-1,83/

-1,28/

0,00/

0,00/

Cat B > 20 s35/

A

Cat C > 35/ Cat A s 95/ Belastingcapaciteit

91,03/

91,03/

91,03/

91,03Z

Cat B > 95 s 105/

A

Cat C > 105/

Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in de verhouding van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van het totaal van de baten. Het geeft derhalve een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 1300Zo als norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Voor de jaren 2026 en 2027 is dit kengetal in categorie A. Dit betekent relatief lage financieringslasten voor deze jaren. Voor de jaren 2028 en 2029 gaat dit kengetal naar de B categorie. Dit wordt met name veroorzaakt door de enerzijds de nog te financieren lopende investeringen (restantkredieten) en anderzijds investeringen die nu in het MIP zijn opgenomen. Ter voorkoming van overschrijding van de door VNG geadviseerde norm (13007o), is het verstandig om bij de toekomstige investeringen rekening te houden met deze schuldquote. Bij overschrijding van de norm is het verstandig dat er perspectief is om weer uit de schulden te komen. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of deze allen worden terugbetaald, wordt de netto schuldquote zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden berekend. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekend voor de schuldenlast.

Omdat wij weinig leningen hebben verstrekt wijken de percentage slechts zeer beperkt af van de Netto schuldquote. Solvabiliteitsratio Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente haar bezittingen heeft gefinancierd met eigen vermogen. Het solvabiliteitsratio wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het balanstotaal. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van Eersel. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Op dit onderdeel scoren we in categorie B. De terugloop van de solvabiliteit heeft enerzijds te maken met de financiering van de restantkredieten en anderzijds met de investeringen die in de toekomst worden begroot en de invloed die dit heeft op het balanstotaal. Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen.

De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (exclusief mutaties reserves). Het wordt in een percentage uitgedrukt. Voor het begrotingsjaar 2026 en 2027 is er een positief saldo. Vanaf 2028 wordt het saldo negatief. Hierdoor zijn aanpassingen in het financiële beleid vooralsnog niet nodig. Het is echter wel belangrijk hier aandacht aan te blijven besteden zodat de meerjarige structurele tekorten niet verder op lopen. Grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, 89

brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10oZo of hoger wordt in beginsel beschouwd als kwetsbaar. Op dit onderdeel scoren we in categorie A. Dit betekent dat de bestaande grondexploitaties geen groot risico vormen voor de gemeente. Belastingcapaciteit Dit cijfer geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Wanneer de percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt, is een beleidskeuze. Onder de woonlasten wordt verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsheffing (afvalstoffenheffing) voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit wordt daarom berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishoudens in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1. Dit wordt uitgedrukt in een percentage. Voor het begrotingsjaar 2026 is het percentage 9107o. We zitten als gemeente onder het landelijk gemiddelde.

90

3. Onderhoud kapitaalgoederen Wat zijn kapitaalgoederen? Kapitaalgoederen zijn belangrijk voor de openbare ruimte en het beheer en behoud daarvan is een taak voor ons. Wanneer we dit niet goed onderhouden, is de kans groot dat we veel klachten krijgen. Dit kan leiden tot ad hoc maatregelen en extra grote uitgaven. Dat noemen we ook wel kapitaalvernietiging. Via beheersplannen zorgen we ervoor dat het onderhoud systematisch gedaan wordt. Wegen Beleidskader Op grond van de Wegenwet zijn wij als wegbeheerder verantwoordelijk voor onderhoud en beheer van gemeentelijke wegen. Het gaat om wegen binnen de bebouwde kom en wegen buiten de bebouwde kom die op de wegenlegger als openbare weg zijn aangegeven. Ook de aanliggende bermen, sloten en even­ tuele kunstwerken (bruggen en/of viaducten) horen bij de weg. Het verhardingsoppervlak (asfalt en elementverhardingen) in onze gemeente is ongeveer 1,9 miljoen vierkante meter. De vervangingswaarde hier­ van bedraagt ± C 192 miljoen. Beheer Het wegenbestand (asfalt, beton, elementverhardingen, inclusief civiele kunstwerken) houden we in stand met gebruik van risico-gestuurd onderhoud. Hierbij maken we gebruik van een wegbeheerprogramma en tweejaarlijkse weginspecties. Deze inspectie wordt in 2026 weer uitgevoerd.

Door het onderhoud op het juiste moment uit te voeren voorkomen we kapitaalvernietiging en daarmee wordt het onderhoud goedko­ per dan bij planmatig onderhoud. Het benodigde budget is berekend met het beheerprogramma. Jaarlijks wordt hiervoor een bedrag in de voorziening ‘Onderhoud wegen’ gestort. Door iedere twee jaar alle verhardingen te laten inspecteren, een onderhoudsprognose op te stellen en dit te verwerken in het beheerprogramma, houden we een actueel wegbeheerplan en inzicht op het door de Raad vastgestelde onderhoudsniveau’s en het risico gestuurd onderhoud. Naast de jaarlijkse toevoeging aan de voorziening ‘Onderhoud wegen’ storten we ook de inkomsten uit de degeneratievergoedingen van nutsbedrijven in de voorziening. Deze inkomsten zijn vergoedingen die wor­ den uitgekeerd aan de wegbeheerder als compensatie voor levensduurvermindering van het verhardings­ oppervlak. Dit door het uitvoeren van graafwerkzaamheden ten behoeve van het leggen van leidingen onder verhardingsconstructies. Op 1 januari 2025 was de stand van de voorziening ‘Onderhoud wegen’ C 2.737.074,-. De gerealiseerde onderhoudsuitgaven 2025 bedragen plusminus 1,2 miljoen euro. De storting in de voorziening ‘Onderhoud wegen’ (inclusief de zojuist genoemde degeneratievergoeding) wordt voor 2026 geraamd op C 545.000,-. Voor 2026 is de prognose dat we ± C 500.000 aan de voorziening zullen onttrekken.

Dit bedrag is lager dan in 2025, omdat vanaf 2026 de toplagen van wegen geactiveerd worden. In de voorjaarsnota 2026 is deze wijziging opgenomen als ombuigingsmaatregel. Uitvoering beheerplan wegen Uit de laatst uitgevoerde weginspecties blijkt dat de gemiddelde kwaliteit van onze wegverhardingen ligt tussen B- en C niveau. Dit past in de lijn met de gedifferentieerde onderhoudsniveau ’s die we hanteren binnen de gemeente. De inspectie kunstwerken is in 2025 uitgevoerd met het bijbehorende maatregelenplan. Maatregelen wor­ den in 2026 uitgevoerd. Verhardingen binnen de bebouwde kom Vanuit kostenefficiëntie kiezen wij ervoor om vervanging van wegverharding en riolering waar mogelijk gelijktijdig te doen; we maken werk met werk. Omdat riolering globaal 1,5 keer langer mee gaat dan straat­ werk, is het onvermijdelijk dat de kwaliteit van de wegen langzaam achteruit gaat. Dit geldt met name voor rijbanen en parkeerplaatsen. Hier accepteren we C-niveau. Trottoirs en voetpaden houden we op een zo hoog mogelijk kwaliteitsniveau (minimaal B) door steeds meer klein onderhoud uit te voeren. Dit vanwege beloopbaarheid, toegankelijkheid en lagere risicoaansprakelijkheid. Verminderde kwaliteit van rijbanen en parkeerplaatsen binnen woonwijken is acceptabel aangezien de snelheden hier laag zijn en de verkeers­ veiligheid niet in het geding is.

Het is minder comfortabel en na regenval is er meer plasvorming. Met klinkerverhardingen is daarnaast ook geen sprake van kapitaalvernietiging. Straatstenen van goede kwali­ teit zijn altijd herbruikbaar. 91

Verhardingen buiten de bebouwde kom Hier liggen de risico’s heel anders. De wegen buiten de bebouwde kom zijn hoofdzakelijk van asfalt en de snelheden die hier gereden worden zijn veel hoger. De onderhoudsplanning voor deze wegen is erop ge­ richt om de verkeersveiligheid te allen tijde te waarborgen en kapitaalvernietiging te voorkomen. Door tijdige (groot) onderhoudsmaatregelen uit te voeren, kunnen we met relatief lage jaarlijkse kosten de levensduur van asfaltwegen verlengen. Zolang de jaarlijkse onderhoudskosten voor een weg lager zijn dan de kapitaallasten van rehabilitatie is dit ook financieel verantwoord. Al onze wegen in het buitengebied zijn ver­ keersveilig. Uit de inspectie 2024 volgt dat de kwaliteit van onze asfaltwegen sinds 2022 is verbeterd. Beheerplan wegen 2026-2030 In 2025 wordt het beheerplan wegen behandeld in de Raad. Hierin is opgenomen het risicogestuurd beheer met de daaraan gekoppelde vastgestelde kwaliteitsniveau's. Met de weginspectie in 2026 wordt het maat­ regelenpakket voor de komende periode bepaald. De financiële consequenties hiervan worden verwerkt in de begroting 2027 en verder. Dagelijks onderhoud (exploitatiebegroting) Naast het planmatig onderhoud met behulp van het wegbeheerprogramma voeren we nog diverse onder­ houdstaken uit op basis van inspectierondes en vaste onderhoudscycli.

Deze onderhoudstaken omvatten onder andere het vegen van de wegen, afgraven en aanvullen bermen, onderhoud wegmarkeringen, on­ derhoud zandwegen, calamiteitenonderhoud verhardingen, onkruidbestrijding op verhardingen, onderhoud straatmeubilair, uitdiepen bermsloten en het onderhoud aan de duikers onder de wegen. Deze kosten zijn opgenomen in de jaarlijkse exploitatiebegroting. We zien een gestage groei van de kosten voor dagelijks onderhoud, mede ten gevolge van weersextremen en snelle stijging van prijzen in de GWW (Grond-, Weg- en Waterbouw). Vervanging van wegen/ rehabilitatie Binnen de voorziening (onderhoud) wegen houden we geen rekening met vervangingskosten aan het einde van de levensduur van een weg. De maximale levensduur van een weg op zandgronden zoals in Eersel is ± 40 jaar. Gedurende deze levensduur voeren we twee of drie keer groot onderhoud uit. Aangezien een groot deel van de wegen in het buitengebied van Eersel is aangelegd tussen 1950 en 1970, houden we rekening met een structurele toename van de benodigde kosten voor het vervangen van de wegen. Wij vervangen de wegconstructie pas als de gemiddelde jaarlijkse onderhoudskosten voor een weg hoger wor­ den dan de kapitaallasten voor de vervanging van deze weg, of als de verkeersveiligheid in gevaar komt.

Hiernaast is in de voorjaarsnota de ombuiging opgenomen om de bestemmingsreserve rehabilitatie wegen vrij te laten vallen en de kapitaallasten van investeringen volledig ten laste te brengen van de exploitatie. Tot 2026 was de storting in de bestemmingsreserve rehabilitatie wegen hoger dan de onttrekking. Door de bestemmingsreserve op te heffen levert dit de komende jaren een voordeel op in de exploitatie. Met de reeds beschikbare middelen en jaarlijkse toevoeging aan de onderhoudsvoorziening kunnen we onze asfaltwegen, trottoirs en fietspaden op korte en middellange termijn goed in stand houden. Riolering Beleidskader Aanleg en beheer van riolering zijn gemeentelijke taken. Dit staat zo omschreven in de Wet milieubeheer. Wij zijn op grond van deze wet verplicht om een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) op te stellen. In het verbreed GRP 2023-2027 is weergegeven hoe we de rioleringstaak in de komende planperiode vormgeven. Hierbij houden we rekening met de gevolgen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Wet gemeentelijke watertaken (Wgw). In het bijbehorende kostendekkingsplan staat hoe we alle kosten door middel van een rioolheffing dekken. De totale riolering houden we in stand door middel van klein en groot onderhoud. De totale onttrekking uit de voorziening riolering is voor 2026 becijferd op C 236.771,-.

Ongeveer 5007o van de inkomsten dekt de kapitaallasten van (toekomstige) vervangingen. Globaal wordt de andere helft gebruikt voor jaarlijks onder­ houd (exploitatiebegroting). In de verre toekomst zal deze verhouding verschuiven naar 2/3 - 1/3.

92

Beheer Op grote lijnen is de leeftijd van riolering bepalend voor de vervanging van riolering. Riolering gaat tussen de 60 en 80 jaar mee. De eerste vervangingspiek ligt vanaf 2030. Om een zo goed mogelijk inzicht te krijgen in kwaliteit van de riolering, vinden er jaarlijks camera-inspecties plaats. De inspectiecyclus is 10 jaar. Op basis hiervan passen wij het theoretische vervangingsplan riolering aan. Dit doen we in combinatie met maatregelen in het wegbeheer. Uitvoering beheerplan Binnen het beschikbare budget in de begroting voeren we deze noodzakelijke herstelmaatregelen uit. An­ dere onderhoudsmaatregelen die we jaarlijks uitvoeren zijn onder andere kolken zuigen, reinigen gemalen, inspectie, maaien wadi’s (waterafvoer drainage en infiltratie) en onderhoud van pompen van de gemalen, randvoorzieningen en mechanische riolering. Meten en monitoren Om goed inzicht te krijgen in het functioneren van de riolering meten we, in samenwerking met het water­ schap de Dommel, de overstorten. Het betreft kwantitatieve metingen. Om inzicht te krijgen in de grondwa­ terstanden hebben we in 2014 een basismeetnet ingericht. De grondwaterdata wordt geleverd aan de BRO (Basisregistratie Ondergrond). Openbare Verlichting Beleidskader In 2025 is het beleidsplan Openbare verlichting 2025 - 2029 vastgesteld.

Hoofddoel is om te komen tot een goed vervangingsplan/schema om het onderhoud zo efficiënt mogelijk in te richten en het verlichtingsniveau in woonwijken op de norm te brengen. Beheer We beschikken momenteel over 5.447 lichtmasten. Plusminus 1.525 daarvan waren lichtmasten met SOXarmaturen welke volgens het beleidsplan 2014-2024 zijn vervangen door LED. Dit is een heel belangrijke stap geweest in onze duurzaamheidsambitie met betrekking tot energiebesparing. In nieuwbouwplannen worden standaard alleen nog maar LED-armaturen geplaatst. Ook bij vervangingen gebruiken we nu uit­ sluitend nieuwe LED-armaturen Hoofduitgangspunt bij het onderhoud is zorgen dat we de uitval beperken. Oudere lampen gaan maximaal drie tot vier jaar mee. Daarom vervangen we al deze ± 3.400 lampen gefaseerd eens in de drie jaar. We noemen dit groepsremplace. De meerkosten voor de vervroegde vervanging wegen ruimschoots op tegen het extra storingen rijden. Met het gebruik van LED-armaturen gaan we nu naar een levensduur van twaalf jaar, en we besparen zo jaarlijks ± C 5,- per mast per jaar remplacekosten. In 2026 vervangen we 2.210 oude armaturen met PLL-lampen door nieuwe LED-armaturen. De PLL lam­ pen worden vanaf 2024 niet meer geproduceerd en zijn al moeilijk verkrijgbaar. De totale kosten van ver­ vanging worden geactiveerd en afgeschreven ten laste van de exploitatie.

De voordelen hiervan zijn groot: vermindering energiegebruik, lagere remplacekosten, beter verlichtingsniveau en gelijkmatigheid, en min­ der uitval. Na deze vervanging is ongeveer 8007o van onze openbare verlichting verduurzaamd.

Groen Beleidskader Als groene gemeente hebben we relatief veel openbaar groen. Het groen binnen de bebouwde kommen leggen we vast in de geldende bestemmingsplannen. In 2017 heeft de gemeenteraad voor alle kommen het beleidsplan Groen Loont! Integraal beleidsplan Landschap, Natuur & Groen - Gemeente Eersel 2017­ 2033 vastgesteld. In dit plan worden de groenstructuren van de zes dorpen vastgelegd en nieuwe kaders voor de gewenste inrichting van zowel het gebied binnen als het gebied buiten de bebouwde kom gesteld. In 2023 is het Bomenbeleidsplan vastgesteld voor een goede bescherming en instandhouding van het huidige bomenbestand. Het beleidsplan ‘natuurlijk spelen’ hanteren we voor de speelterreinen. Voor de sportaccommodaties geldt het accommodatiebeleid. In dit beleidsplan staat aangegeven wat basisvoorzie­ ning is (wat wij onderhouden) en wat niet (onderhoud door sportverenigingen).

93

Groenbeheer Het beheer van gemeentelijk openbaar groen binnen de kom wordt geheel uitbesteed op basis van meer­ jarige bestekken. De totale beheerkosten voor groen binnen de bebouwde kom (exclusief apparaatskosten) bedragen in 2026: C 992.075,-. Voor dit bedrag worden de evenemententerreinen, speelterreinen, plant­ soenen en gazons binnen de kom onderhouden. Het beheer van gemeentelijk openbaar groen buiten de kom besteden we voor een deel uit (maaien sloten en bermen) op basis van meerjarige bestekken. Het andere deel doet de buitendienst. De totale beheer­ kosten voor groen buiten de bebouwde kom (exclusief apparaatskosten) bedragen voor 2026 C 47.500,Beheer Bossen Het beheer van de gemeentelijke bossen en natuurterreinen besteden we geheel uit op basis van meerja­ rige bestekken. De kosten die we hier maken moeten worden afgedekt door de inkomsten. We hebben een bestemmingsreserve om calamiteiten zoals bosbranden en boomziekten te kunnen herstellen. We streven naar een geleidelijke groei van deze bestemmingsreserve tot een bedrag van maximaal C 250.000,-. Met een dergelijk bedrag kunnen we onze grootste risico’s afdekken. Deze aanvulling op de reserve genereren we jaarlijks uit het verschil tussen de onderhoudsuitgaven en de inkomsten (van de houtverkoop).

Beheer landschapselementen (LSE) Door intensieve inzet van de afgelopen jaren, waarin onder andere in 2022 een forse inhaalslag en een structurele budgetverhoging zijn gerealiseerd, zijn de landschapselementen inmiddels weer op peil. Vanaf 2026 gaan we over op cyclisch beheer, waarbij het onderhoud structureel en planmatig wordt uitge­ voerd. We streven ernaar dit beheer zoveel mogelijk samen met aangrenzende grondeigenaren vorm te geven. Zij kunnen hiervoor in aanmerking komen voor een beheervergoeding. Beheer Ecologische VerbindingsZones (EVZ’s) Ecologische verbindingszones zijn een optelsom van bosjes, beekdalen en landschapselementen die door hun strategisch plaats samen voor een verbinding kunnen zorgen tussen grote natuurgebieden (zoals NatuurNetwerk Brabant, Landschotseheide, Buikheide/Groot en Kleinmeer). Met ingang van het begrotings­ jaar 2024 hebben we hiervoor een separate begrotingspost opgenomen. Beheer natuurgrassportvelden Het onderhoud van de natuurgras -sportvelden is uitbesteed aan een externe partij. De totale beheerkosten voor de sportvelden in 2026 bedraagt C 120.860,-. Beheer bomen De bomen (binnen en buiten de kom) worden grotendeels beheerd door externen. Dit op basis van een snoeiplan. Klein snoeiwerk of het oplossen van incidentele problemen worden uitgevoerd door de buiten­ dienst.

De gemeente Eersel heeft globaal 22.000 individueel te beheren bomen in het areaal. Het reguliere on­ derhoud aan (laan)bomen voor 2026 ramen we op C 226.340,- (exclusief apparaatskosten). Speelvoorzieningen De speeltoestellen worden voor een deel onderhouden door de buitendienst en voor deel door derden op basis van een inspectie. Het budget voor het beheer aan de speelvoorzieningen in 2025 ramen we op C 23.250,-. Vanaf 2026 wordt C 40.000,- geraamd. Deze verhoging is noodzakelijk voor de toenemende onderhoudkosten van onze gedateerde speelvoorzieningen. Hiermee kunnen we de jaarlijkse verplichte in­ specties, klein onderhoud en de vervanging van een enkel speeltoestel betalen. Op deze wijze waarborgen we het onderhoud van de speelvoorzieningen op verantwoorde wijze. Dit budget is evenwel onvoldoende om speeltoestellen aan het einde van hun levensduur te kunnen vervangen. Naar verwachting komt er in 2025 een nieuw beleid voor spelen, bewegen en ontmoeten.

94

Gebouwen Beleidskader Het gaat hier om de gebouwen die bij de gemeente in onderhoud zijn. Er zijn drie soorten onderhoud voor deze gebouwen te onderscheiden: Het dagelijks onderhoud dat tot doel heeft om het gebouw en de installaties in een toestand te houden die voor de dagelijkse functievervulling noodzakelijk is. In de exploitatiebegroting wordt hier elk jaar een post voor opgenomen; Het periodiek onderhoud waarbij in de regel geen vernieuwing plaatsvindt, zoals buitenschilder­ werk. Dit betreft terugkerend onderhoud met een zekere cyclus; Het groot onderhoud, waarbij veelal onderdelen van het gebouw of de installaties moeten worden vervangen (zoals vernieuwing van het dak of vervanging van de Cv-installatie). De kosten van het periodiek en groot onderhoud hebben we in een meerjaren onderhoudsplan opgenomen. Op basis van dit plan hebben we de stortingen en onttrekkingen uit de voorzieningen berekend. Hiermee hebben we al het noodzakelijk onderhoud aan het onroerend goed in financiële zin afgedekt. Uiteraard moet regelmatig herijking plaatsvinden. Nieuwe investeringen voor aanpassingen of uitbreidingen nemen we in het meerjarig-investeringsprogramma op. In het accommodatiebeleid staat wat we verstaan onder een basisvoorziening. Voor de gebouwen die val­ len onder het accommodatiebeleid betekent dit dat alleen de basisvoorzieningen door ons worden onder­ houden.

Wij dragen dan zorg voor het groot onderhoud inclusief de installaties. Voor het dagelijks onder­ houd zijn de verenigingen of stichtingen zelf verantwoordelijk. De vereniging kan het onderhoud waar wij verantwoordelijk voor zijn (basisvoorziening), onder bepaalde voorwaarden, ook zelf uitvoeren (privatisering). De verenigingen ontvangen daarvoor financiële bijdragen, gebaseerd op de gemiddelde onderhoudslast over tien jaar. Naast de gebouwen die in het accommodatiebeleid staan, hebben we ook de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van andere gebouwen. Denk hierbij aan binnensportaccommodaties, de brandweerkazer­ nes, de gemeentewerf en het gemeentehuis. Voor deze gebouwen hebben we ook meerjaren onderhouds­ plannen opgesteld. Wij zijn hier verantwoordelijk voor het totale onderhoud. Beheer Het onderhoud gebeurt volgens een meerjaren onderhoudsprogramma en jaarlijkse na-inspecties. Deze meerjaren onderhoudsprogramma’s actualiseren we jaarlijks per gebouw. Ze geven een overzicht van het geplande onderhoud voor de eerstvolgende 10 jaar (eerste jaar is het begrotingsjaar). De hoogte van stor­ ting in de begroting bedraagt het gemiddelde van de totale geraamde onderhoudskosten in genoemde periode van 10 jaar.

Aardgasloos maken gemeentelijke gebouwen Het beleid van de Rijksoverheid is erop gericht om in 2050 van het aardgas af te zijn, vanzelfsprekend geldt dit ook voor de gemeentelijke gebouwen. Via het Ontzorgingsloket van de provincie Noord-Brabant zijn er daarom energiescans uitgevoerd. In deze scans wordt per gebouw in kaart gebracht hoe de gebouwen van het aardgas af kunnen en welke werkzaamheden en investeringen daarmee samenhangen (routekaarten naar aardgasloos). Deze scans moeten vertaald worden naar een uitvoeringsplan cq naar duurzame on­ derhoudsplannen, zodat de investeringen zoveel mogelijk op natuurlijke momenten worden meegenomen. In de begroting zijn middelen voorzien om te komen tot een uitvoeringsprogramma, Dit programma wordt te zijner tijd aan uw raad voorgelegd. In de begroting 2026 wordt een bedrag van C 100.000 beschikbaar gesteld. Deze kosten kunnen worden gedekt door de subsidie tijdelijke regeling capaciteit decentrale over­ heden voor klimaat-en energiebeleid (CDOKE). Per saldo zijn deze kosten budgetneutraal. Schoolgebouwen Vanaf 1 januari 2015 zijn de verantwoordelijkheden (en daarmee het budget) voor het buitenonderhoud en de aanpassing van schoolgebouwen in het primair en speciaal onderwijs van gemeenten naar schoolbe­ sturen overgeheveld.

Schoolbesturen zijn vanaf dat moment verantwoordelijk voor het gehele onderhoud, van zowel de binnen- als de buitenzijde van schoolgebouwen. Wij zijn nog verantwoordelijk voor bekosti­ ging van voorzieningen als nieuwbouw, uitbreiding en constructiefouten. De verwachting is dat het begrip renovatie wordt toegevoegd aan de voorzieningen in de huisvesting waar de gemeente voor verantwoor­ delijk is. De invoeringsdatum van deze wetswijziging is al een aantal keer niet gehaald. De verwachting is nu 2026. Het geactualiseerde Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2038 gemeente Eersel (2 juli 2024) is de basis voor uitvoering van de verantwoordelijkheden. 95

Bij MFA’s waar wij eigenaar zijn van het volledige gebouw, inclusief onderwijs, dragen wij ook zorg voor het onderhoud van het totale gebouw. Dit moet op basis van de verdeling van verantwoordelijkheden (en budget) verrekend worden.

Beleid en beleidsdocumenten Het beheer geschiedt op basis van beleid - en beheerplannen: Verbreed GRP 2023-2027 Beheerplan wegen 2025-2029 Beheerplan Openbare verlichting 2027-2024 Gemeente Eersel Beleidsplan “Groen Loont” (2017-2033) Beleidsplan gemeentelijke bos- en natuurterreinen Bomenbeleidsplan 2023-2033 Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2038 gemeente Eersel

96

4. Treasury Algemeen In de wet Financiering decentrale overheden (wet Fido) staat de treasuryfunctie centraal en is de treasuryparagraaf zowel bij de begroting als bij het jaarverslag verplicht gesteld. In de vergadering van december 2015 heeft de gemeenteraad het geactualiseerde treasurystatuut vastgesteld (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-4154.html). Hierin zijn de noodzakelijke aanpassingen als gevolg van wijziging van de wet Fido, de RUDDO (Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden) en de Wet Verplicht schatkistbankieren verwerkt. Deze ‘Treasuryparagraaf’ bevat de volgende onderdelen: 4.1 Risicobeheer; 4.2 Gemeentefinanciering; 4.3 Uitzettingen; 4.4 Kasbeheer. 4.1 Risicobeheer Conform de eisen van de wet Fido moet de uitvoering van de treasuryfunctie uitsluitend de publieke taak dienen. Het beheer dient behoudend te zijn en moet voldoen aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Enkel voor de uitoefening van de publieke taak worden er, conform de bepalingen in de wet Fido en het treasurystatuut, geldleningen gesloten en garanties uitgezet. Het beleid is gericht op het maximaliseren van het rendement op het belegde vermogen en het minimaliseren van de kosten. 4.1.1 Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is opgenomen in de uitvoeringsregeling van de wet Financiering decentrale overheden.

Deze limiet stelt een grens aan het opvangen van liquiditeitstekorten van lopende uitgaven middels kortlopende financieringen. Een gemeente mag slechts een beperkt deel van de begroting met kort geld financieren. Een langere vastlegging van de geleende middelen zorgt voor een beter voorspelbare rentelast. De bovengrens is gesteld op een bedrag ter grootte van een percentage (8,50Zo) van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente, met een minimum van C 0,3 miljoen. De kasgeldlimiet was voor 2026 afgerond C 5,7 miljoen. Dit is 8,507o van het totaal van de jaarbegroting 2026 (C 67,4 miljoen). Het college van burgemeester en wethouders kan op grond van artikel 17 van de “Financiële verordening gemeente Eersel 2024” de benodigde financieringsmiddelen aantrekken, hetgeen, gelet op het verwacht financieringsoverschot, niet nodig zal zijn in 2026. De programma’s (inclusief de investeringen) zijn dus binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te voeren. Vanuit de Rijksoverheid is een Handreiking Treasury opgesteld als hulpmiddel voor gemeenten om meer inzicht te geven in de berekening en toetsing van de kasgeldlimiet. Onderstaande berekeningsmethodiek is opgenomen vanuit deze handreiking en hieruit blijkt nogmaals dat er voldoende ruimte aanwezig is om kortlopende schulden te kunnen financieren.

97

(x e 1.000,-) 67.434 5.732 8,50/ 5.732 -3 -3 0 0 40.107 11 40.096 0

Toets kasgeldlimiet Omvang begroting per 1-1 ^ grondslag) 1. Toegestane kasgeldlimiet - in procenten van de grondslag - in bedrag 2. Omvang vlottende korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening-courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar 3. Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening-courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar 4. Toets kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet (1) Totaal netto vlottende schuld (2)-(3) Ruimte ^/Overschrijding (-)

5.732 -40.110 45.842

4.1.2 Renterisiconorm In de wet Fido en in artikel 4 van het treasurystatuut staat dat de we onder de renterisiconorm moeten blijven. De norm is een bedrag ter grootte van een percentage (20/) van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente, met een minimum van C 2,5 miljoen. Deze norm is ingevoerd ter beperking van het renterisico op de vaste schuld. Het renterisico betreft het risico van ongewenste veranderingen in de financiële resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Spreiding van dit risico bereiken we onder meer door bij het afsluiten van geldleningen te kiezen voor afwijkende looptijden en een vaste rente over de hele looptijd. Voor 2026 is de renterisiconorm afgerond C 13,5 miljoen (20o7o van C 67,4 miljoen). In onderstaande tabel, uit de Handreiking Treasury, is de meerjarig berekende renterisiconorm weergegeven en de toetsing aan deze norm. Uit de berekening blijkt dat de gemeente Eersel meerjarig voldoende ruimte heeft onder de renterisiconorm om dit risico op te vangen.

2026 0 0 0 807 5 802 802 13.487 12.685 0

2027 0 0 0 862 6 856 856 12.669 11.813 0

2028 0 0 0 1.440 6 1.434 1.434 12.982 11.548 0

(x e 1.000,-) 2029 0 0 0 1.960 6 1.954 1.954 13.196 11.242 0

67.434 20/ 13.487

63.344 20/ 12.669

64.908 20/ 12.982

65.978 20/ 13.196

Renterisiconorm 1a 1b 1 2a 2b 2 3 4

Renteherziening op vaste schuld o/g Renteherziening op vaste schuld u/g Netto renteherziening op vaste schuld Te betalen aflossing Te ontvangen aflossing Netto aflossing Renterisico Renterisiconorm Ruimte onder rente risiconorm Overschrijding rente risiconorm \Berekening rente risiconorm Begrotingstotaal jaar T Percentage regeling Renterisiconorm

(1a -/- 1b)

(2a -/- 2b) (1 t 2) (4 ” 3) (3 ” 4)

4.1.3 Rentevisie De gemiddelde marktrente voor vaste geldleningen lag per medio 2025 (looptijd 20 jaar, gelijke aflossing en zonder renteaanpassing) op afgerond 34/0. Wat de rente voor de toekomst zal doen is nog ongewis. In de begroting 2026-2029 hanteren we - conform de uitgangspunten bij de voorjaarsnota/begroting 2026 en het nieuwe BBV - een rentevoet van 3,4/.

98

4.2 Gemeentefinanciering Het artikel 7 van het treasurystatuut beoogd door primair gebruik te maken van interne financieringsmiddelen dat de financiering voor een periode langer dan één jaar met externe middelen zoveel mogelijk minimaal blijft. Tevens is in lid 2 van artikel 7 opgenomen dat uitsluitend gebruik gemaakt wordt van onderhandse leningen. In de begroting 2026 houden we bij de berekening van de renteomslag volledig rekening met de uitgaven vanwege de al beschikbaar gestelde kredieten. We hebben ook nog geen rekening gehouden met de nog te voteren kredieten 2026 ingevolge het investeringsprogramma 2026-2029. Het renteomslagpercentage 2026 bedraagt 0,00Zo. De rentebaten zijn in 2026 als gevolg van een positief liquiditeitssaldo hoger dan de rentelasten op onze geldleningen. Dit zou een negatieve renteomslag betekenen, echter in het Besluit Begroting en verantwoording is bepaald dat bij negatieve rente de omslagpercentage op 0,00Zo uit komt. Mede hierdoor is er in programma 11 een renteresultaat, zie ook het schema in paragraaf 4.4. Bij het investeringsprogramma 2026-2029 is 3,40Zo toegerekend aan de investeringen. Voor het eerste jaar - conform de financiële verordening gemeente Eersel - wordt rekening gehouden met een half jaar rente.

De geldleningen-portefeuille van de gemeente Eersel bestaat per 1 januari 2026 uit twee vaste geldleningen, een afgesloten bij de Bank voor Nederlandse Gemeenten en een bij de Nederlandse Waterschapsbank. Het totale schuldrestant per 1 januari 2026 bedraagt C 4,7 miljoen en per 31 december 2025 bedraagt dit nog C 3,9 miljoen. Het totaal te betalen rentebedrag over 2026 wordt geraamd op C 186.381 en afgezet tegen het hiervoor genoemde schuldrestant per 1 januari 2026, resulteert dit in een gemiddeld rentepercentage van 3,990Zo. Voor de lopende vaste geldleningen is geen vervroegde buitengewone aflossing toegestaan. 4.3

Uitzettingen

4.3.1 Uitzettingen op lange termijn Gemeente Eersel heeft geld vastgelegd in aandelen bij de onderstaande instanties. Deze aandelen zijn tegen verkrijgingsprijs opgenomen in de financiële vaste activa. ^ BNG (121.021 aandelen) C 807.776 ^ Brabant Water (36 aandelen) C 1.634 4.3.2 Uitzettingen op korte termijn Voor wat de uitzettingen op korte termijn betreft is in het treasurystatuut aangegeven door middel van welke producten en bij welke financiële instellingen overtollige gelden mogen worden belegd. Als gevolg van de invoering van de Wet Verplicht Schatkistbankieren zijn uitzettingen alleen nog toegestaan in de vorm van leningen bij en tussen decentrale overheden onderling. De wet Ruddo bepaalt echter, dat het terug uitzetten van tijdelijk overtollige aangetrokken vaste financieringsmiddelen t.b.v. projectfinanciering altijd dient te geschieden bij de financiële instelling, die de vaste financieringsmiddelen heeft verstrekt. 4.4 Kasbeheer Nagenoeg al het betalingsverkeer vindt plaats via onze huisbankier de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Onze banktegoeden zijn zoveel mogelijk bij hen geconcentreerd. Wat het chartale geldverkeer betreft houdt de gemeente de contante middelen in de kassalades en de kluis zo laag mogelijk: Het streven is erop gericht dat betalingen zoveel mogelijk giraal geschieden en daarnaast wordt het ‘pinnen’ aanbevolen.

99

Renteschema

Schema rentetoerekening begroting (bedragen in ę) a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering b. De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -/c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken ^ projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend +Z+

-/-

186.381 505.195 -318.814İ

0 0

0 0 -318.814İ

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen

+/+ +/+

0 0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-/-

-318.8141 0

f. Renteresultaat op het taakveld Treasury

100

VOORDEEL

-318.814

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=1d46d439-3663-4421-b7bd-3c3d59731199