[22.18301] - begr2023 Totaaldocument begroting 2023-2026 (gewijzigd conform aanvullend raadsvoorstel)
Tekst van het document
Investeringsprogramma uitvoeringsjaar 2023
Dekking uit reserves, voorzieningen en/of overige
Projecten Vrijetijdseconomie
216.000
216.000
0
Innovatie
75.000
75.000
0
Totaal investeringen
291.000
291.000
0
Investeringen
Dekking kapitaallasten uit exploitatie
Exploitatie Programma: Economische structuur Productgroep
Rekening
Begroting
2021
2022
Begroting 2023 - 2026 2023
2024
2025
2026
LASTEN Bevord. econ. bedrijvigheid
155.327
94.810
97.947
97.947
97.947
97.947
Privaatrecht. eigendommen
1.567.318
396.480
168.109
168.109
168.109
168.109
139.045
163.691
196.625
196.625
196.625
196.625
1.861.690
654.981
462.681
462.681
462.681
462.681
Toerisme en recreatie
Totaal lasten (excl. kap.lst. & app.kst.) BATEN Bevord. econ. bedrijvigheid
54.171
271
238
238
238
238
Privaatrecht. eigendommen
2.130.038
633.637
462.836
462.836
462.836
462.836
Toerisme en recreatie
21.467
Totaal baten (excl. besch.res. i.v.m. kap.lst)
2.205.676
633.908
463.074
463.074
463.074
463.074
Lasten minus baten
-343.986
21.073
-393
-393
-393
-393
Kapitaallasten
348.032
508.498
34.439
34.439
34.439
34.439
Apparaatskosten
207.414
207.679
220.053
220.053
220.053
220.053
555.446
716.177
254.492
254.492
254.492
254.492
314.513
473.975
314.513
473.975
-103.053
263.275
254.099
254.099
254.099
254.099
Overige lasten
Overige baten Beschikking res ivm kaplst
Saldo programma
De onderstaande analyse van de belangrijkste financiële afwijkingen 2023 ten opzichte van 2022 gaat alleen over de externe kosten, dus zonder apparaatskosten, kapitaallasten en onttrekkingen aan de reserves (voor zover deze directe relatie hebben met kapitaallasten/afschrijvingen).
Bevorderen economische bedrijvigheid Binnen deze productgroep zijn geen significante afwijkingen. Privaatrechtelijke eigendommen Deze productgroep laat een positieve afwijking van € 57.570,-- zien ten opzichte van de begroting 2022. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door een toename van de huuropbrengsten van het gemeentelijk onroerend goed (Markt 29). Ook is er in 2022 een incidenteel budget groot € 17.500,-verstrekt voor stimulering gebruik niet-chemische alternatieven voor onkruidbestrijding. Toerisme en recreatie Deze productgroep laat een negatieve afwijking van € 32.934,-- zien ten opzichte van de begroting 2022. Dit wordt grotendeels veroorzaakt doordat er conform format voorjaarsnota 2023-2026 een structureel budget van € 30.750,-- voor vrijetijdseconomie is opgenomen in de begroting 20232026. 66
Beleidsdocumenten • • • • • • • • • •
Kempenvisie en Uitvoeringsprogramma Vrijetijdseconomie de Brabantse Kempen 20222026 Masterplan Vrijetijdseconomie 2014-2030 Toetsingskader dag- en verblijfsrecreatie De Kempen Kempische Detailhandelsvisie Regionale Detailhandelsvisie MRE Eerselse Detailhandelsvisie Kempenvisie Bedrijventerreinen Uitvoeringsprogramma Kempenvisie Bedrijventerreinen Kempische Industrie Agenda Nota grondbeleid
67
9. Bestuur en organisatie Door het uitvoeren van de activiteiten in dit programma willen we het volgende maatschappelijke effect realiseren: “Invulling geven aan een 21e-eeuwse cultuur waarin we als gemeente ruimte geven aan de netwerksamenleving. Samen met partners stimuleert gemeente Eersel een duurzame, dynamische en innovatieve cultuur waarin initiatieven uit de kernen en uit de regio leidend zijn, met als doel betere dienstverlening.” Toelichtingen op ontwikkelingen/speerpunten 2023 Samenwerking Kempengemeenten, strategische agenda In 2022 heeft u het document 'Richting door de raden' vastgesteld om samen op te trekken met de Kempengemeenten in de Strategische Kempenagenda. Tweede helft van 2022 heeft u een eerste Kempencongres gehad. Het doel van de samenwerking is om gezamenlijk te bouwen aan inhoud en proces. Waar gewenst vindt er gezamenlijke beeld- en oordeelsvorming plaats. Dit draagt bij aan beter geïnformeerde besluitvorming in de individuele raden en een sterkere positie van de Kempen in de regio. Doelstelling is, zoals reeds eerder benoemd, klein te beginnen met de Kempencongressen. Maar ook wordt gestreefd naar congressen die de ruimte geven om te inspireren en te verdiepen op specifieke thema’s die juist voor de gezamenlijke Kempengemeenten van belang zijn.
Daarmee worden congressen beoogd die zowel qua vorm als qua inhoud aantrekkelijk zijn voor de deelnemers. Opnieuw verbinden Begin 2021 is de gemeenteraad geïnformeerd over de haalbaarheidsonderzoeken en planning in het kader van “Opnieuw verbinden”. Het jaar 2022 zal gericht zijn op de implementatie en realisatie van de plannen en de formele besluitvorming waarmee de plannen van 2021 worden geëffectueerd. De plannen dienen te zijn gerealiseerd voor 1 januari 2023. Vanaf 2023 ontstaan er een aantal nieuwe samenwerkingsvormen naar aanleiding van Opnieuw Verbinden van de GRSK: • Vanaf 2023 is de GRSK opnieuw verbonden als beleidsarme bedrijfsvoeringsorganisatie met een andere bestuursvorm en wordt samen gewerkt met 5 gemeenten op het gebied van SSC (Shared Service Center), MD (Maatschappelijke Dienstverlening), VTH op het gebied van vergunningverlening en handhaving met 3 gemeenten (Oirschot, Reusel-de Mierden en Eersel) zonder beleid en juridisch; • Vanaf 2023 heeft de gemeente Eersel een informele samenwerking op het gebied van P&O met de gemeente Reusel-de Mierden; • Vanaf 2023 heeft de gemeente Eersel een informele samenwerking op het gebied van beleid en juridische zaken, milieu en afval. Het betreft de partners de gemeente Reusel-de Mierden voor afval, milieu en juridische zaken en Oirschot voor wat betreft milieu en afval.
Organisatievisie / uitbreiding formatie Een zelfstandige gemeente vraagt ook om een sterke eigen organisatie om alle wensen van de bevolking en de dienstverlening waar te maken. Er moet een evenwicht zijn in de ambities, (externe) ontwikkelingen en de daarbij horende capaciteit. De organisatievisie geeft richting aan de structuur, cultuur en ontwikkeling van de organisatie. De gemeente Eersel heeft een gemeentelijke bezetting in fte’s per 1.000 inwoners van 4,7 (rapport A&O fonds). Vergelijkbare gemeenten tot 20.000 hebben gemiddeld een bezetting van 6,6 fte’s per 1.000 inwoners en alle gemeenten in totaal hebben gemiddeld een bezetting van 8,9 fte’s per 1.000 inwoners. De gemeente Eersel is in 2022 gegroeid naar meer dan 20.000 inwoners, die groei zet zich de komende jaren door. De organisatie zal in lijn met deze groei mee moeten groeien om het met inwoneraantal meegroeiende aantal werkzaamheden te kunnen blijven beheersen. Om op dit moment de kwaliteit te kunnen borgen en het bovengenoemde Opnieuw verbinden in de huidige organisatie te kunnen verwerken is in 2023 een inhaalslag nodig. Die is enerzijds afhankelijk van een vergroting van het aantal fte’s en anderzijds van voldoende geschikte kandidaten uit de overspannen arbeidsmarkt. Uitvoering coalitieakkoord In het coalitieakkoord worden diverse doelstellingen benoemd waar geen concrete budgetten/kredieten voor zijn.
Denk hierbij aan genoemde onderwerpen op gebied Welzijn en Gezondheid, onderzoek haalbaarheid samenbrengen beoogde nieuwe zwembad en/of Rythovius College en/of het gemeentehuis en/of de Muzenval in één gebouw aan de rand van Eersel, initiatieven 68
burgerparticipatie, projectleiding voor diverse zaken, etc. Bij het raadsvoorstel in september 2022 komen we hier concreet op terug. Dienstverlening De primaire taak van gemeenten is dienstverlening. Ontwikkelingen zoals de participatiesamenleving, digitalisering, netwerksamenleving en datagedreven werken zijn van invloed op onze dienstverlening. De gemeente wil ruimhartig ruimte geven aan initiatieven en kansen van inwoners. Laagdrempelig en servicegericht. Bij onze visie op dienstverlening “De mens centraal” horen 3 belangrijke uitgangspunten en resultaten: 1. We verplaatsen ons in de belevingswereld van onze inwoners; 2. We communiceren duidelijk en eenvoudig; 3. We werken intern en extern samen in het belang van onze inwoners. Samen met inwoners werken we aan de ontwikkeling van de gemeente als een aantrekkelijke en veilige woongemeente. Inwoners leveren waardevolle input over de leefbaarheid en openbare ruimte op het gebied van afval, verkeer en veiligheid in de vorm van meldingen openbare ruimte. We blijven onze dienstverlening op het gebied van meldingen openbare ruimte verbeteren.
Wat mag het kosten?
Investeringen
Investeringsprogramma uitvoeringsjaar 2023
Dekking uit reserves, voorzieningen en/of overige
250.000
250.000
Uitvoering coalitieakkoord *1)
Dekking kapitaallasten uit exploitatie
0
250.000 250.000 0 Totaal investeringen *1) Deze investering wordt op 27 september 2022 in uw raad besproken en mogelijk heeft uw raad dit krediet dan al beschikbaar gesteld. Exploitatie Programma: Bestuur en organisatie Productgroep
Rekening
Begroting
2021
2022
2023
Begroting 2023 - 2026 2024
2025
2026
LASTEN Bestuursorganen
1.130.923
1.167.199
1.167.071
1.170.571
1.166.571
1.204.071
Maatschappelijke registratie
117.446
83.288
101.761
144.780
145.808
145.197
Totaal lasten (excl. kap.lst. & app.kst.)
1.248.369
1.250.487
1.268.832
1.315.351
1.312.379
1.349.268
BATEN Bestuursorganen
17.545
Maatschappelijke registratie
242.449
181.445
228.672
299.356
303.765
301.145
Totaal baten (excl. besch.res. i.v.m. kap.lst)
259.994
181.445
228.672
299.356
303.765
301.145
Lasten minus baten
988.375
1.069.042
1.040.160
1.015.995
1.008.614
1.048.123
2.059
17.000
Overige lasten Kapitaallasten Apparaatskosten
454.476
516.914
541.191
541.191
541.191
541.191
456.535
533.914
541.191
541.191
541.191
541.191
Overige baten 69
Beschikking res ivm kaplst
Saldo programma
2.059
17.000
2.059
17.000
0
0
0
0
1.442.851
1.585.956
1.581.351
1.557.186
1.549.805
1.589.314
De onderstaande analyse van de belangrijkste financiële afwijkingen 2023 ten opzichte van 2022 gaat alleen over de externe kosten, dus zonder apparaatskosten, kapitaallasten en onttrekkingen aan de reserves (voor zover deze directe relatie hebben met kapitaallasten/afschrijvingen).
Bestuursorganen Binnen deze productgroep zijn per saldo geen significante afwijkingen. Maatschappelijke registratie Deze productgroep laat een positieve afwijking zien van € 28.754,-- zien ten opzichte van de begroting 2022. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door een stijging in de opbrengsten van leges voor reisdocumenten ten opzichte van 2022. Hierin zitten over de jaren gezien bepaalde patronen omdat de geldigheid van reisdocumenten in het verleden is gewijzigd qua termijn.
Beleidsdocumenten • • •
Organisatievisie Dienstverleningsvisie “De mens centraal” Toekomstvisie 2030
70
10.
Algemene baten en lasten
Het programma algemene baten en lasten is een specifiek programma dat geen maatschappelijk effect beoogt, maar de algemene dekkingsmiddelen en de stelposten. De algemene dekkingsmiddelen zijn met name de algemene uitkering uit het Gemeentefonds, de gemeentelijke belastingen en de deelnemingen. Daarnaast zijn de stelposten voor onvoorziene uitgaven en lasten van het investeringsprogramma 2023-2026 opgenomen.
Wat mag het kosten? Het programma bestaat uit de volgende productgroep: 1. Algemene dekkingsmiddelen; Exploitatie Programma: Algemene baten en lasten Productgroep
Rekening
Begroting
2021
2022
2023
Begroting 2022 - 2025 2024
2025
2026
Algemene dekkingsmiddelen
17.129.288
6.477.164
2.574.909
2.627.985
2.928.021
1.812.080
Totaal lasten (excl. kap.lst. & app.kst.)
17.129.288
6.477.164
2.574.909
2.627.985
2.928.021
1.812.080
Algemene dekkingsmiddelen
49.033.483
41.342.261
37.731.915
37.646.925
37.780.607
36.726.926
Totaal baten (excl. besch.res. i.v.m. kap.lst)
49.033.483
41.342.261
37.731.915
37.646.925
37.780.607
36.726.926
LASTEN
BATEN
Lasten minus baten -31.904.195 -34.865.097 -35.157.006 -35.018.940 -34.852.586 -34.914.846 Overige lasten Kapitaallasten
58.634
4.047
4.047
4.047
4.047
4.047
Apparaatskosten
214.056
213.013
232.535
232.535
232.535
232.535
272.690
217.060
236.582
236.582
236.582
236.582
577.658
813.265
799.213
799.213
799.213
799.213
577.658
813.265
799.213
799.213
799.213
799.213
Overige baten Beschikking res ivm kaplst
Saldo programma
-32.209.163 -35.461.302 -35.719.637 -35.581.571 -35.415.217 -35.477.477
De onderstaande analyse van de belangrijkste financiële afwijkingen 2023 ten opzichte van 2022 gaat alleen over de externe kosten, dus zonder apparaatskosten, kapitaallasten en onttrekkingen aan de reserves (voor zover deze directe relatie hebben met kapitaallasten/afschrijvingen).
Algemene dekkingsmiddelen Per saldo is binnen deze productgroep sprake van voordelig effect van 2023 ten opzichte van 2022 van € 291.909,--. Dit wordt met name veroorzaakt door de volgende afwijkingen: -
Hogere opbrengst onroerendzaakbelasting 2023 (€ 40.000,--) in verband met areaaluitbreiding. De algemene uitkering vanaf 2023 is geraamd op basis van de meicirculaire 2022 waarover uw raad in juni middels een raadsinformatiebrief is geïnformeerd. Er is een hogere algemene uitkering 2023 ten opzichte van de geraamde algemene uitkering 2022 (afgerond € 2.235.354,--). Hierbij wordt opgemerkt dat de uitkering over 2022 nog is geraamd op basis van de decembercirculaire 2021 zoals gemeld in de 1e bestuursrapportage 2022. 71
-
-
-
-
Geraamde dividenduitkering BNG is voor 2023 € 55.000,-- lager geraamd dan in 2022, doordat vooralsnog voor dit bedrag de uitkering als incidenteel is geraamd conform hetgeen in de 1e bestuursrapportage 2022 is gemeld. Het geraamde begrotingssaldo over 2022 inclusief bijstellingen tot en met juli 2022 bedraagt positief € 165.327,--. Het positief geraamde begrotingssaldo over 2023 bedraagt € 1.223.163,--. Het verschil bedraagt € 1.057.836,--. Op de totale stelposten (inclusief “onvoorzien) is per saldo sprake van een nadelige afwijking van afgerond € 823.000,-- ten opzichte van de begroting 2022 (zie ook het onderdeel stelposten bij het hoofdstuk “Algemene dekkingsmiddelen en stelposten”). Dit bedrag is als volgt opgebouwd: • Kapitaallasten MIP 2023 € 180.000,-• Stelpost GRSK € 50.000,-• Stelpost wijkteams € 32.000,-• Stelpost corona 2022 € -285.000,-• Stelpost wet open overheid € 16.000,-• Stelpost extra capaciteit BOA’s € 32.000,-• Stelpost indexering als gevolg van inflatie € 500.000,-• Stelpost capaciteitsuitbreiding conform VJN 2023-2026 € 308.000,-• Overige kleine stelposten € -10.000,-€ 823.000,-In 2022 is er (conform raadsbesluiten) per saldo een beschikking over de algemene reserve geraamd (exclusief beschikking ter dekking van kapitaallasten) van totaal afgerond € 59.000,-- en in 2023 niet, hetgeen een nadeel is van € 59.000,--.
72
11. Overhead Om de raad meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie, schrijft het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voorschriften voor, dat in de begroting een apart overzicht moet worden opgenomen van de kosten van de overhead. Dit overzicht presenteren we in programma 11. In de programma’s 0 tot en met 10 staan alleen de kosten van de medewerkers van een bepaalde afdeling die direct verband houden met het betreffende taakveld (en daarom ook niet centraal moeten worden begroot). Deze kosten verdelen we op basis van productieve uren en rekenen we vervolgens toe aan de programma’s/taakvelden. Om te kunnen vaststellen welke kosten verband houden met de sturing en ondersteuning van het primaire proces, en zodoende gerekend kunnen worden tot de overhead, introduceert het BBV een definitie van de overhead. Door deze definitie te gebruiken kan een eenduidig inzicht worden gegeven in de kosten die direct zijn toe te rekenen aan bepaalde taakvelden en welke kosten geen betrekking hebben op het primaire proces. Deze laatste kosten worden niet in de programma’s 0 tot en met 10 geraamd maar komen centraal als overheadkosten in programma 11. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan management, financiën, huisvesting en documentaire informatievoorziening en communicatie.
Door de kosten van overhead voortaan centraal te begroten en te verantwoorden, is het niet langer noodzakelijk dat deze informatie in de paragraaf bedrijfsvoering wordt opgenomen. Hierdoor neemt ook de vergelijkbaarheid toe van de kosten van overhead en de kosten van het primair proces.
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? Beleidsterrein/su bdoel Organisatie
Indicator / Norm
Realisatie
Wat gaan we daarvoor doen?
Formatie in fte per 1.000 inwoners
2021: 4,5 2020: 4,5 2019: 4,3 2017: 4,0 (Vensters voor bedrijfsvoering)
*Organisatievisie uitvoeren;
Norm: 4,8 – 6,1
Bezetting in fte per 1.000 inwoners (verplicht) Norm: 4,5 – 4,8
2020: Gemeenten ≤ 50.000 inwoners: 6,7 2021: 4,6 2020: 4,8 2019: 4.3 2017: 4,1 (Vensters voor bedrijfsvoering) 2020: Gemeenten ≤ 50.000 inwoners: 6,5
Apparaatskosten per inwoner (verplicht)
2021: € 526 2020: € 520 2019: € 480 2017: € 428
73
*Monitoren aan de hand van Vensters voor bedrijfsvoering en A&O-fonds
Norm: ≤ € 526
Organisatie
Kosten inhuur externen als percentage van de totale loonsom + kosten inhuur externen (verplicht) Norm: ≤ 20%
Overheadkosten als percentage van de totale lasten (verplicht) Norm: ≤ 15% Communicatie
Waardering inwoners communicatie en voorlichting uitgedrukt in rapportcijfer
(Vensters voor bedrijfsvoering) Gemeenten ≤ 50.000 inwoners: € 623 (2020) 2021: 21,7% 2020: 17,7% 2019: 17,2% 2018: 18,6% 2017: 17,6% (Vensters voor bedrijfsvoering) Gemeenten ≤ 50.000 inwoners: 17,7% (2020) 2021: 7,4% 2020: 8,80% 2019: 11,32% 2018: 10,66% 2017: 8,22%
2020 Eersel: 6,9 Nederland: 6.7 2018 Eersel: 6.8 Nederland: 6.6
(eigen indicator) Norm: ≥ 6.9
2016 Eersel: 6,6 Nederland: 6,7 (burgerpeiling waarstaatjegemeente)
*Inzet van een breed aanbod aan communicatiemiddelen om elke doelgroep te voorzien van de benodigde informatie; * Inwoners tijdig betrekken door participatietrajecten te doorlopen in minimaal vijf projecten; * Door focus op communicatie aan te brengen, inwoners voornamelijk meenemen in onderwerpen die ‘buiten’ leven.
Toelichtingen op ontwikkelingen/speerpunten 2023 Communicatie Als een beleidsonderwerp geschikt is voor participatie, maken we gebruik van de zogenoemde Factor C-methode. De Factor C-methode bestaat uit drie stappen: krachtenveldanalyse, kernboodschap en communicatiekalender. Door deze methode te volgen, stellen we vast in welke fase, met wie, op welk niveau, waarover en wanneer communicatie en/of participatie gewenst is. Dit jaar richten we ons op het toegankelijker maken van deze methode, zodat projectleiders hier ook zelfstandig mee aan de slag kunnen bij kleinere projecten. In 2021 zijn we gestart met de pilot ‘focus op communicatie’. Door met zorg onderwerpen te kiezen die zowel bestuur, organisatie als inwoners aangaan, kunnen we meer focus aanbrengen op een aantal onderwerpen. Door keuzes te durven maken kun je inwoners beter en voor lange tijd meenemen in een verhaal dat hen interesseert. Voordeel is dat we onze inwoners en de gemeente dichter bij elkaar kunnen brengen, omdat we in de ogen van het publiek ons bezighouden met zaken die zij belangrijk vinden. Dit draagt bij aan het vertrouwen in de politiek. In 2023 zetten we methodiek voort en bepalen we opnieuw onderwerpen in samenspraak met bestuur, organisatie en inwoners. 74
Nu de communicatie tussen gemeente en inwoner steeds meer digitaal verloopt, is het meer dan ooit van belang dat de website toegankelijk is voor iedereen. Dus ook voor mensen met een (functie)beperking. Wij leggen in de toegankelijkheidsverklaring op de website verantwoording af over waar we staan en welke stappen we ondernemen. We blijven continue monitoren op onze toegankelijkheid. Begin 2022 hebben we de resultaten ontvangen van ons grootschalig onderzoek naar communicatiebehoeften. Met een vragenlijst hebben we het gebruik en de waardering van de huidige communicatiemiddelen gemeten, en of deze nog voldoende aansluiten bij de informatiebehoefte van onze inwoners. Daarnaast hebben we onderzocht aan welke informatie de meeste behoefte is en via welke middelen we het beste kunnen inspelen op de wensen van onze inwoners. Uit de resultaten blijkt dat onze huidige strategie werkt. De inhoud van communicatie wordt goed beoordeeld, maar we blijven ons inzetten op heldere communicatie door het aanbieden van schrijftrainingen. Als het gaat om de vorm van communicatie (communicatiemiddelen) blijven we verleende omgevingen publiceren in de Hint als service en blijven we ruim inzetten op social media. Aandachtspunt is de zoekmachine van de website die we dit jaar verder optimaliseren.
Informatiebeveiliging/gebouwenbeheer De gemeente dient maatregelen te treffen om de gemeentelijke (informatie-) systemen zo goed mogelijk te beveiligen. Onder deze maatregelen, zoals verplicht in de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), valt het beveiligen van de fysieke toegang tot het gemeentehuis. Het huidige systeem is verouderd en wordt vervangen door een nieuw systeem dat voldoet aan de maatregelen zoals gesteld in de BIO en BORG, waardoor onbevoegde toegang tot gemeentelijke informatie en (persoons)gegevens zo goed mogelijk geweerd wordt. Vervanging materieel buitendienst (overig) In 2023 worden de loader en de vrachtauto vervangen. Deze investeringen zijn 5 c.q. 3 jaar later dan gepland vervangen. Bij vervanging staan kwaliteit en duurzaamheid samen voorop.
Wat mag het kosten?
Investeringen
Investeringsprogramma uitvoeringsjaar 2023
Dekking uit reserves, voorzieningen en/of overige
147.000
0
147.000
147.000
0
147.000
Vervanging materieel buitendienst (overig) Totaal investeringen
Dekking kapitaallasten uit exploitatie
Exploitatie Programma: Overhead Productgroep
Rekening
Begroting
2021
2022
Begroting 2023 - 2026 2023
2024
2025
2026
LASTEN Overheadkosten
21.885.134
23.681.962
21.547.374
21.452.257
21.359.287
21.351.029
Totaal lasten
21.885.134
23.681.962
21.547.374
21.452.257
21.359.287
21.351.029
BATEN Overheadkosten
712.705
445.847
214.606
208.006
208.006
208.006
Totaal baten
712.705
445.847
214.606
208.006
208.006
208.006
21.172.429
23.236.115
21.332.768
21.244.251
21.151.281
21.143.023
-4.367.666
-4.899.383
-2.730.619
-2.730.619
-2.730.619
-2.730.619
-11.472.542
-12.730.498
-12.689.597
-12.689.597
-12.689.597
-12.689.597
Lasten minus baten Overige lasten Doorbelasting Kapitaallasten Doorbelasting Apparaatskosten
75
-15.840.208 -17.629.881 -15.420.216 -15.420.216 -15.420.216 -15.420.216
Overige baten Beschikking res ivm kaplst
Saldo programma
254.010 254.010
0
0
0
0
0
5.078.211
5.606.234
5.912.552
5.824.035
5.731.065
5.722.807
In onderstaande tabel zijn de totale (netto-)overheadkosten nader gespecificeerd en geven we aan welke overhead we toerekenen aan de programma’s: Toerekening Resteert ten laste Overheadkosten Totaal aan van programma programma’s “Overhead” Lonen en salarissen incl. overige personeelskosten Bijdragen (SK: MO/VTH én Kempenplus) Subtotaal bruto uitgaven personeel Bijdragen en detacheringen Storting in algemene reserves m.b.t. Kempenplus A. Totaal netto overhead personeel Overhead organisatiekosten Indirecte personeelskosten incl. P&O ICT (incl. SSC en excl. kapitaallasten) Huisvestingkosten (excl. kapitaallasten) Facilitaire zaken/inkoop/administratie/ verzekeringen Materieel/werf buitendienst (excl. kapitaallasten) Kapitaallasten ICT/werf/vervoermiddelen/ gemeentehuis Overige kapitaallasten (programma’s) Renteresultaat Doorbelasting werf/vervoermiddelen Algemene kosten Toerekening overhead aan bouwgrondexploitatie (programma 3 verrekencategorie 7.5) Subtotaal bruto uitgaven organisatiekosten Bijdragen en huuropbrengsten B. Totaal netto-overhead organisatie Totaal overheadskosten (A+B)
8.259.070
5.702.261
2.556.809
6.681.597 14.940.667 -66.959
6.681.597 12.383.858 0
0 2.556.809 -66.959
88.000
0
88.000
14.961.708
12.383.858
2.577.850
660.473 1.941.133 240.623
0 0 0
660.473 1.941.133 240.623
491.306
0
491.306
165.411
161.971
3.440
277.642
89.983
187.659
2.730.620 -131.618
2.730.620
98.215
0
0 -131.618 0 98.215
53.784
-53.784
6.473.805
3.036.358
3.437.447
-102.745 6.371.060 21.332.768
0 3.036.358 15.420.216
-102.745 3.334.702 5.912.552
Bij de netto-overhead, welke ten laste blijft van het programma ‘Overheadkosten’, is rekening gehouden met het feit dat volgens het BBV het is toegestaan om de kosten van overhead op een indirecte wijze toe te rekenen aan de bouwgrondexploitatie (programma 3). Dit geschiedt middels een separate verrekencategorie (7.5) welke als negatieve last is geraamd in het programma ‘Overheadkosten’ voor een bedrag van € 53.784,-- (1.315 productieve uren x € 40,90). Ook merken we op dat voor de tarieven van de afvalstoffenheffing, rioolheffing en de leges geen toerekening van overhead heeft plaatsgevonden, maar deze conform het BBV extra-comptabel worden berekend. De totale overheadkosten zijn gedeeld door de totale productieve uren. Hierdoor is er sprake van een (extra-comptabel) uurtarief van € 40,90 welke vervolgens is vermenigvuldigd met de geraamde productieve uren voor de genoemde lokale heffingen. Deze becijferde overhead wordt dus niet toegerekend aan de programma’s, maar wordt wél meegenomen in de tariefberekeningen. Dit laatste blijkt ook uit het feit dat in de voorgeschreven tabellen in de 76
paragraaf ‘Lokale heffingen’ de overheadkosten, welke niet zijn geraamd in het desbetreffende programma/ taakveld, afzonderlijk worden vermeld. Verschillenanalyse apparaatskosten en kapitaallasten 2023/2022 Ten opzichte van de begroting 2022 is er een voordelig resultaat van € 1.903.347,--. Rekening houdend met de beschikkingen over de reserves ten behoeve van de kapitaallasten van de programma’s 0 tot en met 10 resteert een nadelig resultaat van totaal afgerond € 115.000,--. Dit nadeel wordt veroorzaakt door het volgende: Apparaatskosten • Per saldo hogere loonkosten (voornamelijk cao-ontwikkeling) € 311.000,-• Overige personeelskosten, o.a. opleidingskosten en arbodienst € 53.000,-• Lagere kosten ICT € -35.000,-• Hogere lasten GRSK/Kempenplus € 23.000,-• Diverse € -4.000,-Totaal € 348.000,-Kapitaallasten De netto kapitaallasten (rente en afschrijving), welke worden toegerekend aan de exploitatie worden voor 2023 geraamd op afgerond € 1.643.000,--. Deze kapitaallasten zijn in eerste instantie als last geraamd in het programma “Overhead” en worden vervolgens grotendeels als negatieve last geraamd/doorbelast aan de programma’s 0 tot en met 11. Ten opzichte van de begroting 2022 (inclusief begrotingswijzigingen tot en met juli 2022) is sprake van een daling van de (netto-) kapitaallasten met afgerond € 157.000,--. Dit voordeel ontstaat o.a. door vrijvallende kapitaallasten.
Daarnaast wordt er via de renteomslag aan de investeringen een afgerond rentepercentage van toegerekend. Dit genereert een renteresultaat van € 76.000,--. Het totale resultaat op de kapitaallasten bedraagt derhalve € 233.000,--. Nadere toelichting op de overheadskosten 2023 Lonen en salarissen De loonkosten inclusief overige personeelskosten (voornamelijk reis- en verblijfskosten) van alle medewerkers die in dienst zijn van de gemeente Eersel. Deze kosten zijn mede gestegen door caoontwikkelingen en premie stijging ABP. De loonkosten zijn deze lasten € 311.000,-- hoger ten opzichte van de begroting 2022. GRSK en Kempenplus De structurele lasten van de bijdrage aan de GRSK voor de afdeling Maatschappelijke begeleiding, Vergunningverlening en Handhaving en de bijdrage aan Kempenplus worden hier geraamd. Per saldo zijn deze € 213.000,-- lager ten opzichte van de begroting 2022. De incidentele lasten voor onze exploitatie geven een nadeel van € 236.000,--. De totale lasten van Kempenplus en GRSK zijn € 23.000,-- hoger ten opzichte van de begroting 2022 (€ 236.000 -/- € 213.000). Indirecte personeelskosten Onder de indirecte personeelskosten worden de kosten van salarisadministratie, opleidingen, arbo, ondernemingsraad en bedrijfshulpverlening verantwoord. Ook wordt hieronder de bijdrage aan P&O geraamd. ICT Deze raming betreft hoofdzakelijk de bijdrage aan het SSC.
Het overige bedrag heeft betrekking op de kosten voor bijvoorbeeld software, welke niet zijn opgenomen in de begroting van het SSC. Huisvestingskosten Deze uitgaven hebben betrekking op het beheer en onderhoud van het gemeentehuis, zoals energiekosten, schoonmaak, storting onderhoudsvoorziening en inventaris. Facilitaire zaken/inkoop/administratie/verzekering Het betreft hier de kosten van papier- en drukwerk, portokosten, catering, vakinformatie, inkoopbureau, accountantskosten en verzekeringen.
77
Materieel werf buitendienst De directe exploitatielasten van de gemeentewerf en het materieel van de buitendienst inclusief het beheer en onderhoud van de personenauto’s. Algemene kosten Onder algemene kosten worden de uitgaven geraamd voor communicatie, representatiekosten, landelijke ombudsman en planning & control (ondernemerspeiling en Vensters Voor Bedrijfsvoering). Inkomsten Het betreft hier voornamelijk geraamde inkomsten wegens verhuur gedeelte gemeentehuis.
78
OVERZICHT VAN ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN STELPOSTEN
1.
Overzicht algemene dekkingsmiddelen
De volgende tabel biedt een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen. Algemene dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000) Rekening 2021 Begroting 2022 Lokale heffingen: - onroerende zaakbelastingen - toeristenbelasting - forensenbelasting - precariobelasting - reclamebelasting
Begroting 2023
4.024 591 39 0 0
4.082 450 35 26 48
4.122 450 35 26 48
29.834
30.564
32.799
Dividend BNG
219
219
220
Rente eigen financieringsmiddelen (bespaarde rente ten gunste van de exploitatie)
72
0
0
34.779
35.424
37.700
Algemene uitkering gemeentefonds incl. Integratie-uitkering (IU) Sociaal domein
Totaal algemene dekkingsmiddelen
Lokale heffingen Op deze plaats wordt voor bovenstaande belastingen verwezen naar paragraaf 1 “Lokale heffingen”. Algemene uitkering gemeentefonds De raming van de algemene uitkering 2023 is gebaseerd op de meicirculaire 2022. Op grond van de meicirculaire 2022 wordt de algemene uitkering voor de meerjarenbegroting 2023-2026 geraamd op (bedragen x € 1.000):
Algemene uitkering
2023 32.799
2024 32.142
2025 32.256
Beleidsdocumenten - Communicatieonderzoek 2021 RAPPORT - Rib Conclusies en aanbevelingen communicatieonderzoek in het kader van het ‘Onderzoeksplan doelmatigheid en doeltreffendheid 2021’
79
2026 30.010
2.
Stelposten
In de begroting 2023 is naast de stelposten voor onvoorziene uitgaven en lasten van het meerjarig investeringsprogramma, tevens een aantal overige stelposten opgenomen. De in de begroting 2023-2026 opgenomen stelposten zijn in het volgend overzicht opgenomen.
Stelposten 2023
2024
2025
2026
Onvoorzien
40.000
40.000
40.000
40.000
Stelpost kapitaallasten investeringsprogramma 2023-2026
180.288
354.737
532.605
617.622
Subtotaal
220.288
394.737
572.605
657.622
26.500 50.000 11.000
26.500 50.000 11.000
26.500 50.000 11.000
26.500 50.000 11.000
32.000 45.000 22.000
32.000 45.000 22.000
32.000 45.000 22.000
32.000 45.000 22.000
15.800
26.800
38.800
38.800
Uitgaven overige stelposten: Stelpost armoedebestrijding Stelpost GRSK Stelpost Wet verplichte Geestelijke GezondheidsZorg Stelpost Wijkteams Stelpost salarislasten sociaal domein Stelpost robuust rechtsbeschermingssyteem Stelpost Wet Open Overheid Stelpost klimaatakkoord
181.000
Stelpost extra capaciteit BOA’s Stelpost indexering a.g.v. inflatie
32.000 500.000
32.000 500.000
32.000 500.000
32.000 500.000
Stelpost capaciteitsuitbreiding conform voorjaarsnota 2023-2026 Subtotaal uitgaven overige stelposten
307.733
307.733
307.733
307.733
1.042.033
1.053.033
1.065.033
1.065.033
512.250
471.750
325.500 -300.000
0
512.250
471.750
25.500
Totaal Overige stelposten
1.042.033
540.783
593.283
1.039.533
Totaal stelposten
1.262.321
935.520
1.165.888
1.697.155
Inkomsten overige stelposten: Stelpost uitkomst onderzoek jeugdzorg Stelpost herijking gemeentefonds Subtotaal inkomsten overige stelposten
Toelichting op de overige stelposten: Stelpost armoedebestrijding In de decembercirculaire 2016 was voor 2017 een bedrag van € 100.000.000,-- opgenomen voor de armoedebestrijding van kinderen. In de begroting 2018-2021 werden deze middelen voor Eersel gereserveerd door het opnemen van een stelpost van € 52.000,-- per jaar. Van deze stelpost resteert nog € 26.500,--. Bij de tweede bestuursrapportage 2020 heeft uw raad middels een amendement besloten om geen mutatie te doen op deze stelpost. 80
Stelpost Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten Vanaf 2023 wordt de restende stelpost van € 50.000,-- (aandeel gemeente Eersel) aangehouden om verwachte structurele lasten op te vangen welke door de GRSK incidenteel zijn geraamd. Hierbij wordt opgemerkt dat dit niet wegneemt dat er nog diverse overige posten niet structureel zijn vertaald. Stelpost Wet verplichte Geestelijke Gezondheids Zorg (Wvggz) Per 1 januari 2020 trad de Wet verplichte Geestelijke Gezondheids Zorg in werking. In dat kader krijgen gemeenten de volgende verplichtingen: ◦ Inrichten van een meldingsfunctie voor inwoners; ◦ Inrichten van een onderzoeksfunctie; ◦ Inrichten hoorplicht burgemeester (onderdeel crisismaatregel); ◦ Organiseren van samenhang tussen ‘randvoorwaarden voor deelname maatschappij’; ◦ Organiseren van gegevensdeling en overlegstructuur Regionaal overleg Wvggz. De GRSK voert mede deze taak uit en heeft tot en met 2021 hiervoor middelen opgenomen. Afhankelijk van een evaluatie zal deze taak worden voortgezet. Van de ontvangen rijksmiddelen wordt vanaf 2022 een resterende stelpost aangehouden ter hoogte van € 11.000,--. Stelpost wijkteams Vanaf 2022 ontvangen we € 32.000,--. In 2022 wordt dit ingezet voor inhuur Wmo-consulenten. Vanaf 2023 wordt € 12.000,-- ingezet als dekking voor formatie-uitbreiding Wmo consulenten (conform voorjaarsnota 2023-2026).
Het resterende bedrag wordt vooralsnog gereserveerd voor de mogelijke verlening van de pilot inzet Wijk GGZ'er. Stelpost salarislasten sociaal domein, onderdeel Wmo Het betreft hier rijksmiddelen uit decembercirculaire 2021. Deel van jeugd is ingezet aangezien MD hiermee rekening heeft gehouden ook in de 1e berap. Voor Wmo geldt dit nog niet, vandaar de stelpost voor dit gedeelte nog aanhouden, conform rapportage van afdeling Maatschappelijke Dienstverlening. Stelpost robuust rechtsbeschermingssysteem De Toeslagenaffaire laat zien dat rechtvaardige dienstverlening en goede rechtsbescherming geen vanzelfsprekendheden zijn. Alle overheidsdiensten, zeker ook de gemeenten, voelen de urgentie om de dienstverlening aan mensen in kwetsbare posities te verbeteren en het geschade vertrouwen in de overheid te herstellen. Op dit moment moet nog worden onderzocht in hoeverre de gemeente Eersel hieraan uitvoering kan geven. Derhalve wordt voorgesteld de ontvangen rijksmiddelen (2022: € 20.000,-- en vanaf 2023 € 22.000,--) vooralsnog te reserveren. Stelpost Wet open overheid Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden, met uitzondering van een deel van de bepalingen over actieve openbaarmaking (artikel 3.3 Woo). De Woo heeft als doel een meer transparante en actief openbaar makende overheid.
De Woo kent daarom de verplichting om (op termijn) uit eigen beweging elf categorieën informatie openbaar te maken met het Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI). Daarnaast bevat de Woo de verplichting voor bestuursorganen om maatregelen te treffen ten behoeve van het duurzaam toegankelijk maken van de digitale documenten die onder onze gemeente berusten (artikel 6.1 Woo). Het op orde brengen en houden van de informatiehuishouding van de gemeente is een belangrijke voorwaarden voor het actief openbaar maken van de elf informatiecategorieën. De bepaling uit de Archiefwet dat overheden documenten in een goede, geordende en toegankelijke staat moeten bewaren, wordt daarom herhaald in de Woo. Gemeente Eersel ontvangt voor de uitvoering van deze wet zowel incidentele als structurele middelen. Deze bedragen voor de jaren 2022 t/m 2025 respectievelijk € 96.000,-- , € 108.000,--, € 119.000,-- en € 131.000,--. In de 1e bestuurlijke rapportage 2022 is € 92.200,-structureel ingezet voor het aantrekken van 1 fte. De resterende rijksmiddelen worden vooralsnog in deze stelpost gereserveerd. Stelpost extra capaciteit BOA’s Het werkveld van de boa’s is erg aan het verbreden in taken en bevoegdheden van domein 1. Dit geeft een verhoogde werkdruk voor de bestaande formatie, omdat er ook steeds meer specialistisch werk is in de verschillende wetsgebieden.
Door deze middelen effectief in te zetten zal meer toezicht gehouden kunnen worden in de openbare ruimte. In afwachting van een goed voorstel aan uw raad wordt voorgesteld om deze rijksmiddelen in een stelpost te reserveren. 81
Stelpost indexering a.g.v. inflatie Door de coronabeperkingen met gevolgen op de beschikbaarheid van grondstoffen stonden prijzen al enige tijd onder druk. De oorlog in Oekraïne heeft dit effect nog eens enorm versterkt en prijzen staan hierdoor onder druk. Denk hierbij aan de stijgingen van de prijzen van materialen voor grond en wegenbouw, utiliteitsbouw en vervoer. Als gevolg hiervan staan een aantal exploitatiebudgetten op dit moment fors onder druk. Omdat we nog willen afwachten in hoeverre deze (extra) stijging van de prijzen ook structureel is stellen we voor om de exploitatiebudgetten vooralsnog niet structureel op te hogen maar hiervoor vanuit de meicirculaire een bedrag te reserveren in een stelpost. We hebben hiervoor een inschatting gemaakt van € 500.000. We zullen bij de eerste bestuursrapportage 2023 hier bij uw raad op terug komen, als dan duidelijk is dat budgetten te laag geraamd zijn zullen we voorstellen deze budgetten op te hogen. Stelpost capaciteitsuitbreiding VJN 2023-2026 In de voorjaarsnota 2023-2026 is een uitbreiding van de vaste formatie opgenomen met 3.94 fte. Indien uw raad instemt met deze uitbreiding middels vaststelling van de begroting zullen deze lasten worden overgeheveld naar de kostenplaatsen van desbetreffende teams. Stelpost uitkomst onderzoek jeugdzorg De extra jeugdzorggelden zijn in de meicirculaire 2022 toegekend tot en met 2023.
Het is toegestaan (toestemming van onze provinciaal toezichthouder) om in de begroting vanaf 2024 rekening houden met de extra jeugdzorggelden. Gelet op onzekerheden in de nog in te vullen taakstelling (hervormingsagenda jeugd) heeft de gemeente Eersel voor circa 60% rekening gehouden met deze extra rijksmiddelen. Stelpost herijking gemeentefonds Voor 2026 is het nadeel van de herijking vooralsnog bevroren op hetzelfde bedrag als 2025. Dit bedrag kan nog wijzigen. Immers op basis van het nadeel van € 63,-- per inwoner, wordt er vooralsnog een aanvullende suppletie uitkering verstrekt voor de hoger lasten dan € 37.50 per inwoner. Voor 2026 is het echter nog de vraag het rijk tot het maximale nadeel van € 37,50 blijft herverdelen. Om die reden stellen wij conform de voorjaarsnota 2023 voor om voor het jaar 2026 een stelpost van € 300.000,-- beschikbaar te houden om een stijging van € 15 per inwoner voor dat jaar op te kunnen vangen. Beschikking over de kapitaaldekkingsreserve rente en afschrijving (bruto-methode) In programma 10 worden de totale beschikkingen over de kapitaaldekkingsreserve rente en afschrijving geraamd. Deze inkomsten betreffen de dekking van de kapitaallasten van geactiveerde uitgaven. Middels de bruto-methode blijven deze geactiveerde uitgaven wel zichtbaar in de exploitatie en op de balans.
Het effect voor de exploitatie is nihil aangezien de kapitaallasten en de beschikking over de reserve budgettair neutraal verlopen. De beschikking over de kapitaaldekkingsreserve voor de rente en afschrijving voor 2023 is geraamd op € 799.213,--.
82
Paragrafen
83
84
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud Kapitaalgoederen Treasury Befrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid
85
86
1.
LOKALE HEFFINGEN
Wat zijn lokale heffingen? Lokale heffingen zijn inkomsten die de gemeente ontvangt op grond van publiekrechtelijke regels. In de meeste gevallen zijn dit belastingen, heffingen en retributies die de overheid heft op grond van wettelijke bepalingen. Bij de lokale lasten maken we een onderscheid tussen zuivere belastingen, heffingen en retributies: 1. Zuivere belastingen zijn algemene dekkingsmiddelen. Ze dienen ter uitvoering van: - Collectieve vormen van dienstverlening zoals plantsoenen, verlichting en wegen; - Individuele vormen van dienstverlening zonder duidelijke relatie tussen dienstverlening en belasting. Denk hierbij aan onroerendezaakbelasting (OZB), toeristenbelasting, forensenbelasting en precariobelasting. 2. Heffingen dekken de kosten die gemaakt worden voor de uitvoering van publiekrechtelijke dienstverlening. Inwoners betalen dit ook als hij/zij de dienst niet wenst. Denk hierbij aan afvalstoffenheffing en rioolheffing. 3. Retributies zijn vergoedingen voor individuele dienstverlening van typische overheidsdiensten van publiekrechtelijke aard. Voorbeelden hiervan zijn de leges voor paspoort en rijbewijs. Beleid Voor de hoogte van de lokale lasten gelden de volgende uitgangspunten: 1. Voor de overige heffingen en retributies streven we ernaar een tarief vast te stellen dat de kosten zo veel mogelijk dekt. 2.
De legestarieven stijgen gelijk met de inflatiecorrectie voor de uitgaven. Voor de OZB wordt geen inflatiecorrectie toegepast voor het jaar 2023 zoals door de meerderheid van de raad is aangedragen tijdens de behandeling van de voorjaarsnota 2023-2026. Financieel overzicht In onderstaand overzicht staan de geraamde inkomsten (afgerond) van de lokale heffingen voor 2022 en 2023. Ook de gerealiseerde opbrengsten uit 2021 staan in het overzicht. ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Onroerende zaakbelasting Toeristenbelasting Forensenbelasting Precariobelasting Reclamebelasting * TOTAAL ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN NIET ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Afvalstoffenheffing Rioolheffing Leges Vermakelijkhedenretributie TOTAAL NIET ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN
Werkelijk 2021 4.024.431 410.331 38.890 nihil nihil 4.473.652
Begroting 2022 4.082.000 450.000 35.000 nihil nihil 4.567.000
Begroting 2023 4.122.000 450.000 35.000 26.000 47.500 4.680.500
1.194.530 2.194.748 934.141 5.757
1.223.690 2.204.927 900.540 91.500
1.264.340 2.249.025 949.981 93.330
4.329.176
4.420.657
4.556.676
De precariobelasting en reclamebelasting over 2021 en 2022 zijn nihil. Het college heeft besloten deze beide belastingen in te trekken voor deze jaren in verband met de coronamaatregelen voor ondernemers. *Zoals uit de toelichting blijkt wordt deze opbrengst volledig uitgekeerd aan het SPE zodat deze belasting in feite geen algemeen dekkingsmiddel Onroerende zaakbelasting OZB De totale geraamde OZB-opbrengst 2023 is ten opzichte van 2022 gestegen met 1% areaaluitbreiding. Voor de jaren 2024 en 2025 is er nog 1,5% OZB verhoging opgenomen.
87
Toeristenbelasting De geraamde opbrengst voor 2023 bedraagt € 450.000,-- (raming 2022: € 450.000,--). Forensenbelasting De geraamde opbrengst voor 2023 bedraagt € 35.000,-- (raming 2022: € 35.000,--). Precariobelasting De geraamde opbrengst voor 2023 bedraagt € 26.000,-- (raming 2022: nihil ivm coronamaatregelen). Reclamebelasting De geraamde opbrengst voor 2023 bedraagt € 47.500,-- (raming 2022: nihil ivm coronamaatregelen). Jaarlijks wordt de bijdrage aan de SPE (Stichting Promotie Eersel) uitgekeerd. Afvalstoffenheffing Het tarief van de afvalstoffenheffing 2023 dient nog te worden vastgesteld. Bij het afzonderlijk raadsvoorstel behorende bij de vaststelling van de tarieven 2023 worden de begrotingscijfers afvalverwijdering 2023 – indien nodig - geactualiseerd. Overzicht verdeling kosten afval Doordat we de kosten van de overhead centraal begroten, kunnen we alle kosten voor deze tarieven niet langer uit de taakvelden (voorheen producten) in een keer uit de uitvoeringsinformatie afleiden. Daarom is het belangrijk dat we met de begroting laten zien hoe we de tarieven berekenen en welke keuzes we hierbij maken. In onderstaande tabel staat een uiteenzetting hierop. We hebben de gegevens verzameld in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording (BBV). Het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval zijn de grootste kostenposten.
Voor het taakveld overhead begroten we € 40.000,--. Deze kosten worden gemaakt door de sturing en ondersteuning. We ramen ze op het nieuwe verplichte hoofdstuk ‘Overhead’. We baseren de kosten op de totale niet doorbelaste overheadskosten gedeeld door de totale productieve uren. Deze kosten mogen we- evenals de BTW component – (extra-comptabel) meenemen in de berekening van de kostendekkende afvalstoffenheffing. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer voor de inzameling van het afval van huishoudens mogen we een afvalstoffenheffing invoeren. Deze mag maximaal kostendekkend zijn en daar is binnen onze gemeente ook sprake van. Dit komt mede doordat we poorttarieven van de Milieustraat en vergoedingen voor Plastic, Metaal en Drinkkartons ontvangen. De totale inkomsten hiervan zijn € 453.000,--. De compensabele BTW en de niet-doorbelaste overhead verdisconteren we in de tarieven. Kostendekkendheid van de Begroot 2023 afvalstoffenheffing Kosten taakveld afval -1.350.000 Kosten taakveld verkeer en vervoer -74.000 Inkomsten taakveld afval (exclusief heffingen) 453.000 Netto kosten taakveld -971.000 Toe te rekenen kosten Overhead -40.000 BTW -253.000 Totale kosten taakveld afval -1.264.000 Opbrengst heffingen 1.264.000 Dekkingspercentage 100% Rioolheffing Het tarief van de rioolheffing 2023 dient nog te worden vastgesteld.
Als we uitgaan van 100% kostendekking en rekening houden met een indexering (2%) betekent dit een verhoging van de geraamde opbrengst rioolheffing voor 2023 naar € 2.249.026,--. Overzicht verdeling kosten riolering Onderstaande tabel geeft een uiteenzetting over de kosten van de riolering (in overeenstemming met het BBV). We hebben de kosten geraamd op basis van het in 2015 vastgestelde en op 3 juli 2018 geactualiseerde Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP 2016-2021). Op dit moment 88
wordt er gewerkt aan een nieuw vGRP. Daarnaast hebben we € 182.000,-- begroot voor het taakveld overhead. Deze kosten worden gemaakt door de sturing en ondersteuning. We ramen ze op het verplichte hoofdstuk ‘Overhead’. We baseren de kosten op de totale niet doorbelaste overheadskosten gedeeld door de totale productieve uren. Deze kosten mogen we- evenals de BTW component – (extra-comptabel) meenemen in de berekening van de kostendekkende rioolheffing. De compensabele BTW en de niet-doorbelaste overhead verdisconteren we in de tarieven. Kostendekkendheid van de riolering
Begroot 2023
Kosten taakveld riolering Inkomsten taakveld riolering (exclusief heffingen) Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten Overhead BTW Egalisatie taakveld riolering Totale kosten taakveld riolering Opbrengst heffingen Dekkingspercentage
-1.441.000 0 -1.441.000 -182.000 -271.000 -355.000 -2.249.000 2.249.000 100%
Leges We heffen de leges over een aantal verschillende rechten ter zake van het genot van, door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. De geraamde opbrengst voor 2023 bedraagt € 950.000,--. In 2023 verwachten we € 1.019.000,-- aan kosten te maken om deze diensten te kunnen verrichten. Om deze kosten transparant te maken splitsen we eerst uit op welke taakvelden we deze kosten maken. Kostendekkendheid van de leges
Begroot 2023
Kosten taakveld burgerzaken Kosten taakveld verkeer en vervoer Kosten taakveld wonen en bouwen Kosten taakveld openbare orde en veiligheid Netto kosten taakvelden Toe te rekenen kosten Overhead Totale kosten taakvelden Opbrengst leges (titel 1 t/m 3) Dekkingspercentage
-165.000 -9.000 -624.000 -115.000 -913.000 -106.000 -1.019.000 950.000 93%
In artikel 229 b eerste lid van de gemeentewet is bepaald dat de legestarieven zodanig vastgesteld moeten worden dat de geraamde baten van de rechten niet uitgaan boven de geraamde lasten. De legesverordening is verdeeld in 3 titels, te weten: Titel 1 Algemene dienstverlening: denk hierbij met name aan paspoorten, rijbewijzen, burgerlijke stand, naturalisatie e.d.; Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning: denk hierbij met name aan de omgevingsvergunning; Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning. De naamgeving van deze titel is wellicht wat verwarrend, maar hieronder vallen de evenementenvergunning, vergunning in kader Drank- en Horecawet en gebruiksvergunningen. Binnen titel 1 is kruissubsidiëring toegestaan. Zo mag bijvoorbeeld het tarief voor huwelijksvoltrekkingen meer dan kostendekkend worden vastgesteld ter compensatie van een niet kostendekkend tarief voor paspoorten. Ook binnen titel 2 is kruissubsidiëring toegestaan. Bij de invoering van de omgevingsvergunning in 2010 was het weliswaar de wens van de wetgever dat alleen binnen de omgevingsvergunning kruissubsidiëring zou worden toegepast en niet met dienstverlening daarbuiten. Maar inmiddels 89
heeft de rechter geoordeeld dat kruissubsidiëring tussen titel 1 en titel 2 niet verboden is. Niet kostendekkende tarieven voor de diensten die vallen onder titel 1 mogen dus gecompenseerd worden door meer dan kostendekkende tarieven voor de omgevingsvergunning. Op grond van de Europese Dienstenrichtlijn is binnen titel 3 kruissubsidiëring niet toegestaan. Voor elk van de tarieven van titel 3 geldt de norm van maximaal 100% kostendekking. Het onderstaand overzicht geeft de mate van kostendekkendheid van de leges weer: Kostendekkendheid per titel
Titel 1 Titel 2 Titel 3 Kostendekkendheid totale tarieventabel
Lasten 2023
Baten 2023
280.000 624.000 115.000 1.019.000
150.000 735.000 65.000 950.000
Kostendekking per titel 54% 118% 56% 93%
Wat betekent het voor uw portemonnee? Hieronder staat per belastingsoort beschreven hoe we de inkomsten voor het begrotingsjaar 2023 berekenen. Uitgedrukt in de tarieven leiden deze opbrengsten voor een gemiddeld gezin tot de lastendruk. Bij deze indicatieve berekening zijn alleen die belastingen betrokken die nagenoeg voor iedereen van toepassing zijn. Het tarief voor de afvalstoffenheffing 2023 moet nog worden vastgesteld. Bij onderstaand overzicht voorlopig/indicatief is uitgegaan van 100% kostendekking. Voor de berekening wordt jaarlijks bij de begroting uitgegaan van een gezin bestaande uit 4 leden (man, vrouw en 2 kinderen), die in een eigen woning wonen. Voor de berekening van de lastendruk voor de OZB is aansluiting gezocht bij de lokale lasten calculator van coelo.nl. Die gaat in 2022 uit van een last van € 309,-- per huishouden gebaseerd op een gemiddelde WOZ-waarde van € 400.200,-- en het vastgestelde tarief van 0,0771% voor 2022. De lokale lastendruk is dan: OZB (geen verhoging) Rioolheffing (conform vGRP 2016-2021 en actualisering d.d. 3 juli 2018: 2% inflatieverhoging) Afvalstoffenheffing Totaal lastendruk
2022 309,00 291,62
2023 309,00 297,45
148,43 749,05
150,66 757,11
Beleid en beleidsdocumenten Het beleid betreffende de lokale lasten is opgenomen in: - De diverse belastingverordeningen; Het raadsbesluit ‘Afbakening belastinggebied, waarvoor kwijtschelding kan worden aangevraagd en vaststelling maximumbedrag aan kwijtschelding voor de afvalstoffenheffing’
90
2.
WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING
Wat is weerstandsvermogen en risicobeheersing? Het gemeentelijk weerstandsvermogen geeft de mate aan waarin we in staat zijn financiële tegenvallers op te vangen. Om dit te kunnen moeten we beschikken over een zekere mate van vrije ruimte binnen de begroting en/of de vermogenspositie. Deze vrije ruimte heet ook wel de weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen bestaat uit de verhouding tussen: - De weerstandscapaciteit: dit zijn de middelen waarover we beschikken of kunnen beschikken om niet begrote kosten te dekken; - Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Om risico’s goed te kunnen relateren aan de weerstandscapaciteit, benoemen we de risico’s in kwantitatieve grootheden. Niet alle risico’s zijn relevant voor de weerstandscapaciteit. Niet relevant zijn: - Concrete of reguliere risico’s (afdekken middels voorziening of verzekering); - Risico’s lager dan € 25.000,-- (vallen onder reguliere bedrijfsvoering); - Zeer zeldzame en grote risico’s met extreme gevolgen, zoals natuurrampen. Op 18 december 2007 is de nota weerstandsvermogen en risicomanagement vastgesteld. Hierin is bepaald dat bij ieder relevant risico naar de volgende punten wordt gekeken: 1. Omschrijving van het risico; 2. Inschatting van de kans dat een gebeurtenis optreedt.
Hierbij wordt aangegeven hoe vaak een risico zich voordoet. De meerjarenbegroting is voor vier jaar gemaakt. De kans kan dus variëren van: ▪ Vierjaarlijks risico (factor 1); ▪ Driejaarlijks risico (factor 1,33); ▪ Tweejaarlijks risico (factor 2); ▪ Jaarlijks risico (factor 4). 3. Uitspraak over hoe het financiële gevolg van een risico is in te schatten: goed, redelijk, slecht of niet. 4. Een inschatting van de mogelijke financiële gevolgen als het risico zich voordoet. Hierbij onderscheiden we een zestal categorieën, namelijk: ▪ Risico’s met een indicatie > € 25.000,-- < € 50.000,-- (€ 37.500,--); ▪ Risico’s met een indicatie > € 50.000,-- < € 250.000,-- (€ 150.000,--); ▪ Risico’s met een indicatie > € 250.000,-- < € 750.000,-- (€ 500.000,--); ▪ Risico’s met een indicatie > € 750.000,-- < € 1.250.000,-- (€ 1.000.000,--); ▪ Risico’s met een indicatie > € 1.250.000,-- (geschat indicatief risico); ▪ Risico’s waarvoor geen indicatie is aan te geven (PM) Tussen haakjes ziet u hoe het financiële gevolg wordt meegenomen in de berekening. Het aangegeven bedrag vermenigvuldigen we met de risicofactor (zie punt 2). 5.
Hoe we met het risico omgaan in termen van vermijden, verminderen, overdragen of accepteren; ▪ Vermijden: beleid waardoor een risico ontstaat wordt beëindigd of op een andere manier vormgegeven; ▪ Verminderen: risico wordt afgedekt met een verzekering, een voorziening of een ander budget in de programmabegroting; ▪ Overdragen: het beleid dat een risico met zich meebrengt, laten uitvoeren door een andere partij, die daarbij ook de financiële risico’s overneemt; ▪ Accepteren: wanneer het risico niet beïnvloedbaar is en niet op een andere wijze wordt afgedekt, dient eventuele financiële schade volledig middels de weerstandscapaciteit afgedekt te worden. 6. Het ‘reële’ financiële gevolg (kans maal geschat financieel gevolg) van de niet-reguliere risico’s.
91
Beleid en beleidsdocumenten De volgende beleidsuitgangspunten gelden: - Om risico’s en tegenvallers op te vangen, hebben we een buffer nodig. Anders is de kans groot dat dekkingsmiddelen in de exploitatiesfeer wegvallen. Het is voor een gezond financieel beleid noodzakelijk dat we een minimale omvang voor de algemene reserve vaststellen; - Om de algemene reserve te verruimen, voegen we op te heffen reserves en voorzieningen hieraan toe; - Om onvoorziene risico’s met betrekking tot de bouwgrondexploitatie op te vangen hebben we een afzonderlijke buffer nodig. Daarom is het voor een gezond financieel beleid noodzakelijk dat we een minimale omvang voor de algemene reserve bouwgrondexploitatie bepalen. Conform de vastgestelde beleidsnota Reserves en voorzieningen dient de gemeente om onvoorziene risico’s met betrekking tot de grondexploitatie op te vangen een afzonderlijke buffer te hebben. De hoogte van deze reserve wordt jaarlijks beoordeeld en eventueel aangepast bij de begroting en jaarrekening (paragraaf grondbeleid). In de grondnota welke uw raad in december 2017 heeft vastgesteld is vanaf 2017 een nieuwe methodiek besproken. Deze nieuwe methodiek sluit beter aan op de financiële risico’s waarvoor een voorziening wordt getroffen.
De minimale omvang van de buffer wordt jaarlijks opnieuw berekend waarbij er een minimale omvang van 2,5 miljoen wordt gehanteerd conform de grondnota. In paragraaf 7 grondbeleid staat een verdere toelichting / onderbouwing. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is de verzamelterm van alle bronnen waaruit we niet voorziene financiële tegenvallers bekostigen. Het gaat om buffers in de exploitatie of het eigen vermogen die we vrijmaken om niet begrote kosten te dekken, zonder dat we de programmabegroting en het beleid aan hoeven te passen. Bij de exploitatie gaat het om de volgende posten: - De stelpost onvoorzien; - Saldo van de jaarschijven; Bij de vermogenspositie (de balans) zijn de volgende zaken van belang: - De omvang van de algemene reserve. Exploitatie Stelpost voor onvoorzien Saldo jaarschijf Weerstandcapaciteit in exploitatiesfeer Vermogen Stand reserves per Algemene reserve zonder beslaglegging Bestemmingsreserves zonder beslaglegging* Weerstandscapaciteit in vermogenssfeer
2023 40.000 1.223.163 1.263.163
2024 40.000 1.090.790 1.130.790
2025 40.000 1.200.958 1.240.958
2026 40.000 -1.638.310 -1.598.310
1-1-2023 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025 31-12-2026 15.350.240 6.902.142 6.128.369 5.409.862 4.968.355 2.041.000
2.041.000
2.041.000
2.041.000
2.041.000
17.391.240
8.943.142
8.169.369
7.450.862
7.009.355
* Op grond van de Financiële verordening gemeente Eersel 2021 (artikel 15 lid 2d) kan de raad besluiten om ook eventuele bestemmingsreserves mee te nemen bij het bepalen van het weerstandsvermogen indien benodigd. Op basis hiervan wordt voorgesteld de bestemmingsreserve sociaal domein, waarop geen concreet beslag is gelegd, ook mee te nemen in de beoordeling. Zonder de bestemmingsreserve sociaal domein zakt de ratio meerjarig naar 0,77, nu wordt dit 1,13.
92
Risicobeheersing In onderstaande tabel staan risico’s. De risico’s zijn vertaald in de mate van inschatbaarheid, beheersing risico en ‘reëel’ financieel gevolg (= kans x financieel gevolg). Het totaal resulteert in een totaal benodigde weerstandscapaciteit. Welke we vervolgens gebruiken voor de berekening van de ratio weerstandsvermogen.
Risico Het eigen beleid: Onderwijshuisvesting Prijsstijgingen
Geschat financieel Reëel Mate van gevolg bij Beheersing financieel Kans inschatbaarheid voordoen risico gevolg
1 1
Slecht Redelijk
1.000.000 Accepteren 1.000.000 Accepteren
1.000.000 1.000.000
4 4 2 2
Redelijk Slecht Redelijk Slecht
37.500 150.000 37.500 150.000
Accepteren Accepteren Accepteren Accepteren
150.000 600.000 75.000 300.000
4
Slecht
150.000 Accepteren
600.000
1 1 1
Slecht Slecht Slecht
150.000 Accepteren 150.000 Accepteren 150.000 Accepteren
150.000 150.000 150.000
4
Slecht
150.000 Accepteren
600.000
Het beleid van hogere overheden: WMO Jeugdhulp Bijzondere bijstand Verontreinigde grond Samenwerking met andere gemeenten of instanties: Verbonden partijen Leverplicht aan Attero huishoudelijk restafval Gemeentelijke overeenkomsten Informatiebeveiliging Risico’s voortvloeiend uit voor de gemeente autonome ontwikkelingen: Algemene uitkering
Totaal benodigde weerstandscapaciteit
4.775.000
Conclusie De ratio weerstandsvermogen is berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit per jaar te delen door de benodigde weerstandscapaciteit (€ 4.775.000,--). Onderstaande ratio’s voldoen meerjarig aan de gestelde norm qua weerstandsvermogen zoals is vastgelegd in de Financiële Verordening (we streven naar een ratio tussen 1 en 2). De ratio loopt meerjarig af doordat de beslaglegging op de algemene reserve voor kredieten toeneemt conform het meerjarig investeringsprogramma en doordat 2026 een negatief exploitatiesaldo heeft. Risico’s voortvloeiend uit eigen beleid Ratio weerstandsvermogen
2023 2,14
2024 1,95
2025 1,82
2026 1,13
Onderwijshuisvesting Eind 2022/begin 2023 staat gepland dat het geactualiseerde Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2023-2037 gemeente Eersel vastgesteld wordt. Hierin worden kleinere en grotere huisvestingsvraagstukken opgenomen. Op projectniveau worden de investerings- en kapitaallasten inzichtelijk gemaakt. Daarmee is het ook inzichtelijk in hoeverre het onderwijsbudget toereikend zal zijn om de komende jaren aan onze verplichtingen met betrekking tot onderwijshuisvesting te kunnen voldoen. Bij de vaststelling van het IHP wordt het onderwijsbudget overeenkomstig bijgesteld. De hoogte van de bijstelling is nu nog niet inzichtelijk. 93
Prijsstijgingen Conform voorstel voorjaarsnota 2023-2026 wordt € 1.000.000,-- extra weerstandsvermogen gereserveerd om lopende kredieten in de komende periode te kunnen bijstellen als gevolg van de forse prijsstijgingen waar we op diverse vlakken mee te maken hebben. Risico’s voortvloeiend uit het beleid van hogere overheden Wet maatschappelijke ondersteuning Voor alle Wmo maatwerkvoorzieningen geldt dat sprake is van een open-eind regeling. De hoogte van de uitgaven is afhankelijk van het aantal voorzieningen Wmo dat uiteindelijk wordt toegekend en dus lastig te ramen. Evenals in de jaren 2019, 2020 en 2021 wederom sprake geweest van een stijging van het aantal aanvragen, met name voor hulp bij het huishouden en begeleiding, vooral ook veroorzaakt door de introductie van het abonnementstarief vanaf 1 januari 2019. Eind 2021 hebben de landelijke regerende partijen in het regeerakkoord aangegeven te willen toewerken naar een eerlijkere eigen bijdrage voor hulp bij het huishouden met landelijke normen. Wanneer dit voornemen daadwerkelijk wordt geëffectueerd is nog niet duidelijk. Ook is nog niet duidelijk of gemeenten volledig worden gecompenseerd voor de meerkosten van het abonnementstarief. Afbouw Wet sociale werkvoorziening (Wsw) op aantallen en prijs Vanaf 1 januari 2015 is de instroom van de Wsw stopgezet.