CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[21.27643] - Delegatiebesluit Omgevingsplan gemeente Eersel

Raadsvergadering 19 april 2022, gemeente EerselBij agendapunt: Delegatie fysieke leefomgeving, bindend adviesrecht en verplichte participatie in het kader van de implementatie van de Omgevingswet24.622 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

21.27643

6

Er dient te worden aangetoond dat er geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn dan wel dat de bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 7 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. 8 De bouwhoogte van de woningen mag niet meer bedragen dan 9 m. Dijkhof tussen 6 en 12, Dijkhof naast 35 en Kerkstraat naast 26 d. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone wijzigingsgebied 2’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de nieuwbouw van maximaal twee woningen per wijzigingsgebied. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 2 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 3 De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 4 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 5 Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 6 Er dient te worden aangetoond dat er geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn dan wel dat de bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 7 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd.

8 De bouwhoogte van de woningen mag niet meer bedragen dan 9 m. Nieuwstraat achter Markt 2-8 e. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone wijzigingsgebied 3’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de nieuwbouw van maximaal drie woningen. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 2 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 3 De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 4 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 5 Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 6 Er dient te worden aangetoond dat er geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn dan wel dat de bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 7 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. 8 De bouwhoogte van de woningen mag niet meer bedragen dan 9 m. Zuiderpark f. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone wijzigingsgebied 4’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de nieuwbouw van een school met bijbehorende groen- en verkeersvoorzieningen.

Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 2 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 3 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 4 Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 5 Er dient te worden aangetoond dat er geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn dan wel dat de bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 6 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. 7 De bouwhoogte van de school mag niet meer bedragen dan 8 m. Eersel-West g. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied 5’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de vestiging van/nieuwbouw voor maatschappelijke en dienstverlenende functies met bijbehorende groen- en verkeersvoorzieningen of de uitbreiding van bestaande maatschappelijke en dienstverlenende functies. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 Geluidsgevoelige objecten zijn niet toegestaan. 2 Het groene karakter van de gronden binnen het gebied dient behouden te blijven.

3 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 4 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 5 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 6 Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit).

21.27643

7

Er dient te worden aangetoond dat er geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn dan wel dat de bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 8 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. 9 De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m. Nieuwstraat zuidzijde (25a, 27, 29, 29a, 31, 31a, 33, 35, 35a, 35b, 35c en 35d h. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied 6’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van (nieuwbouw voor) functies die binnen de bestemming ‘Gemengd’ zijn toegestaan. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 2 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 3 Eventuele woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 4 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 5 Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 6 Er dient te worden aangetoond dat er geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn dan wel dat de bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 7 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. Voortseweg 12 i.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied 7’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de nieuwbouw van maximaal 10 woningen met bijbehorende groen- en verkeersvoorzieningen. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 2 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 3 De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 4 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 5 Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 6 Er dient te worden aangetoond dat er geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn dan wel dat de bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 7 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. 8 De bouwhoogte van de woningen mag niet meer bedragen dan 12 m. Woonzorgcomplex de Wiekenborg j. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied 8’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van (nieuwbouw voor) het woonzorgcentrum, met maximaal 60 woningen en bijbehorende groen- en verkeersvoorzieningen.

Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 2 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 3 De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 4 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 5 Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 6 Er dient te worden aangetoond dat er geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn dan wel dat de bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 7 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. 8 De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m. Buurtwinkelcentrum Lindestraat l. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied 10’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van (nieuwbouw voor) de functies die binnen de bestemming ‘Gemengd’ zijn toegestaan. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 2 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen.

3 Eventuele woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 4 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 5 Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 6 Er dient te worden aangetoond dat er geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn dan wel dat de bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd.

21.27643

7 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. Mortelveld m. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied 11’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de aanleg van een parkeervoorziening. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De openheid van de gronden binnen dit gebied dient behouden te blijven. 2 Niet meer dan 50% van de gronden binnen het wijzigingsgebied mag de bestemming ‘VerkeerVerblijfsgebied’ krijgen. 3 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 4 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-landschappelijk oogpunt. 5 Er moet rekening worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 6 Er dient te worden aangetoond dat er geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn dan wel dat de bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 7 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. Postakkers 2 en 4 n. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied 12’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van (nieuwbouw voor) de functies die binnen de bestemming ‘Centrum’ zijn toegestaan.

Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 2 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 3 Eventuele woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 4 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 5 Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 6 Er dient te worden aangetoond dat er geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn dan wel dat de bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 7 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. 8 De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m. Willibrorduslaan 8 p. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone wijzigingsgebied 14’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de uitbreiding van de supermarkt en de uitbreiding van het parkeerterrein. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De supermarkt mag worden vergroot met een bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 400 m². 2 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken.

3 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 4 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 5 Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 6 Er dient te worden aangetoond dat er geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn dan wel dat de bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 7 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd.

Kom Eersel, herziening Bisschop Rythoviusweg 13 27-5-2014 Koemeersdijk, Slikdijk 7 27-5-2014 Artikel 5 Algemene aanduidingsregels 5.1 Geluidzone - vliegveld grondgeluid 5.1.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming op onderdelen wijzigen teneinde de aanduiding "geluidzone - vliegveld grondgeluid" te verplaatsen ten behoeve van een nieuw vastgestelde of vast te stellen geluidzone grondgeluid van het vliegveld. Koemeersdijk, herziening groen 28-4-2015 Duizel-Noord 7-7-2015 Schadewijkstraat ong. 29-9-2015 Artikel 5 Waarde - Archeologie 6 5.6 Wijzigingsbevoegdheid

21.27643

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen teneinde de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Kom Eersel, herziening Kapelweg-Hoolstraat 17-11-2015 Herziening Koemeersdijk 17-11-2015 De Poelenloop, eerste herziening 23-2-2016 Steensel, herziening uitbreidingen 19-4-2016 Kom Eersel, herziening Dreef 8 12-7-2016 Hoogstraat 11-10-2016 Artikel 5 Wonen 5.5 Wijzigingsbevoegdheid 5.5.1 Toevoegen van woningen in combinatie met wijzigen woningtypologie Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen en toe te staan dat het maximum aantal woningen meer bedraagt dan bepaald in artikel 5.2.1 onder b., alsmede een andere woningtypologie toe te staan dan bepaald in artikel 5.2.2 onder b, met dien verstande dat: a. deze wijzigingsbevoegdheid niet mag worden toegepast ter plaatse van de aanduiding ‘wetgevingzone wijzigingsgebied’; b. maximaal 3 woningen mogen worden toegevoegd, uitsluitend op basis van de 'Beleidsregels ruimte voor ruimte 2006'; c. hoofdgebouwen uitsluitend mogen worden gerealiseerd als vrijstaand of als twee-aaneen; d.

de regels uit artikel 5.1 tot en met 5.4 in acht worden genomen, met uitzondering van het bepaalde in artikel 5.2.1 onder b. en artikel 5.2.2 onder b.; e. de ontwikkeling geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt wordt; f. er geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen; g. voldoende rekeningen wordt gehouden met de kwalitatieve en kwantitatieve waterhuishoudkundige situatie; h. er geen overige waarden worden aangetast; i. de economische haalbaarheid is gegarandeerd. Kerkebogten 2016 18-4-2017 Artikel 12 Algemene wijzigingsregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de grenzen van de bestemmingen 'Verkeer - Verblijfsgebied' en 'Groen' te wijzigen ten behoeve van een andere inrichting van de openbare ruimte, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de groene uitstraling van de openbare ruimte dient te worden gehandhaafd; b. de functionaliteit van het water(bergings)systeem mag niet worden aangetast; c. wijziging is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen - afschermend groen’.

Kom Knegsel, herziening dorpshart 30-5-2017 Duizel-Noord, eerste herziening 17-4-2018 Kom Eersel, herziening LPG-zone 17-4-2018 Koemeersdijk, vierde herziening 17-4-2018 Kerkebogten 2016, eerste herziening 29-5-2018 Buitengebied 2017 3-7-2018 Artikel 3 Agrarisch 3.9 Wijzigingsbevoegdheid 3.9.1 Wijziging t.b.v. vergroting/ vormverandering agrarisch bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming op onderdelen wijzigen ten behoeve van vergroting en/of vormverandering van de aanduiding 'bouwvlak', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de aanduiding 'bouwvlak', gelegen ter plaatse van de aanduiding of nabij de aanduiding 'overige zone natuurnetwerk brabant ecologische verbindingszone' mogen uitsluitend worden uitgebreid, mits het

21.27643

b. c.

d.

e.

f.

g. h. i. j. k. l.

gebied niet minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van de verbindingszone; de vergroting en/of vormverandering van de aanduiding 'bouwvlak' is niet gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - natuurnetwerk brabant'; de vergroting en/of vormverandering dient noodzakelijk te zijn uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling waaronder begrepen het kunnen plaatsen van permanente teeltondersteunende voorzieningen ter plaatse van de op te nemen aanduiding 'bouwvlak'; voor een overig agrarisch bedrijf gelden de volgende bepalingen: 1 er is een uitbreiding toegestaan naar maximaal 1,5 ha in totaal; 2 ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' de vergroting en/of vormverandering een bijdrage levert aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken; voor een veehouderij gelden de volgende bepalingen: 1 er is een uitbreiding toegestaan naar maximaal 1,5 ha in totaal; 2 de ontwikkeling is niet gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij'.

Dit geldt niet indien er sprake is van een grondgebonden veehouderij; 3 er zijn maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij; 4 de ontwikkeling is vanuit een goede leefomgeving inpasbaar in de omgeving; 5 de maatregelen als bedoeld onder 3., in ieder geval voldoen aan de door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant gestelde nadere regels Verordening ruimte 2014 Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV), zoals deze gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag, met dien verstande dat, indien deze regels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging; 6 er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan de genoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke tenminste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; 7 er is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 ìg/m³; 8 de landschappelijke inpassing omvat

tenminste 10% van de omvang van het bouwperceel; 9 er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de ontwikkeling; 10 In aanvulling op het bepaalde onder 1. tot en met 9. is binnen het stalderingsgebied de vestiging van of de omschakeling naar een hokdierhouderij alleen toegestaan als bewijs is overlegd dat:  binnen het stalderingsgebied bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming waarbij het gebruik als dierenverblijf juridisch en feitelijk is beëindigd;  de oppervlakte van de sanering zoals hiervoor bedoeld tenminste 110% bedraagt van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen;  de sanering zoals hiervoor bedoeld plaatsvindt in directe samenhang met het oprichten of in gebruik nemen van een gebouw als dierenverblijf en dat voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een andere regeling; 11 de vestiging van, de uitbreiding van, de omschakeling naar en een toename van de oppervlakte dierenverblijf van geitenhouderijen is niet toegestaan, tenzij het verbod zoals opgenomen in de provinciale verordening is opgeheven; voor een glastuinbouwbedrijf gelden de volgende voorwaarden: 1 uitbreiding is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel'; 2 er is een uitbreiding toegestaan naar 4 ha in totaal waarvan maximaal 3 ha netto glas

in totaal; 3 er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de ontwikkeling; het dient om een concreet plan te gaan, waarbij onder andere milieutechnische gegevens worden overlegd; er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming; het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieuwetgeving; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van het woon- en leefmilieu; er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie; bij vergroting van de aanduiding 'bouwvlak' kan hieromtrent advies worden ingewonnen bij het waterschap; er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Hiertoe kan de bestemming Artikel 12 Groen - Landschappelijke inpassing worden opgenomen of verschoven;

21.27643

m. er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. 24 augustus 2012 (Bijlage 2) of een vergelijkbaar door de gemeenteraad van Eersel vastgesteld document. 3.9.2 Wijziging t.b.v. realisatie ruwvoervoorziening Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te voorzien van een aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – ruwvoervoorziening’ ten behoeve van de realisatie van ruwvoervoorzieningen aansluitend aan de aanduiding 'bouwvlak', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de ruwvoervoorziening moeten noodzakelijk zijn voor de agrarische bedrijfsvoering; b. aangetoond dient te worden dat de voorzieningen niet binnen het bouwvlak gerealiseerd kunnen worden; c. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 5.000 m²; d. de hoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; e. de oppervlakte van het bouwperceel bedraagt na de wijziging ten hoogste 2 hectare; f. de waterhuishoudkundige belangen mogen niet onevenredig worden aangetast; g. de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; h. vooraf kan advies ingewonnen worden bij de AAB en bij het waterschap; i. de gronden zijn niet gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - natuurnetwerk brabant ecologische verbindingszone' of 'overige zone - natuurnetwerk brabant'; j.

er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. 24 augustus 2012 (Bijlage 2) of een vergelijkbaar door de gemeenteraad van Eersel vastgesteld document. 3.9.4 Wijziging naar Bos en/of Natuur Burgemeester en wethouders kunnen gronden wijzigen in de bestemming Artikel 9 Bos en/of Artikel 16 Natuur, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de ontwikkeling van deze gebieden geschiedt enkel op basis van vrijwillige medewerking van de landeigenaren; b. de inrichting dient zodanig te zijn dat de nabijgelegen agrarische bedrijven geen onevenredige overlast ondervinden in de bedrijfsontwikkeling; c. de bestaande cultuurhistorische waarden worden niet onevenredig aangetast; d. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieuwetgeving; e. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; f. uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; g. advies kan worden ingewonnen bij het waterschap; h. het nieuwe bestemmingsvlak wordt ingetekend in het wijzigingsplan.

Artikel 4 Agrarisch met waarden - Landschappelijke en natuurlijke waarden 4.9 Wijzigingsbevoegdheid 4.9.1 Wijziging t.b.v. vergroting/ vormverandering bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming op onderdelen wijzigen ten behoeve van vergroting en/of vormverandering van een aanduiding 'bouwvlak', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de vergroting en/of vormverandering van de aanduiding 'bouwvlak' is niet gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - natuurnetwerk brabant'; b. de aanduiding 'bouwvlak', gelegen ter plaatse van de aanduiding of nabij de aanduiding 'overige zone natuurnetwerk brabant ecologische verbindingszone' mogen uitsluitend worden uitgebreid, mits het functioneren van de verbindingszone niet onevenredig wordt aangetast; c. vergroting van de aanduiding 'bouwvlak' ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - natuurparel' is niet toegestaan; d. de vergroting en/of vormverandering dient noodzakelijk te zijn uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling; e. voor een overig agrarisch bedrijf gelden de volgende bepalingen: 1 er is een uitbreiding toegestaan naar maximaal 1,5 ha in totaal; 2 ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' de vergroting en/of vormverandering een bijdrage levert aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken; f.

voor een veehouderij gelden de volgende bepalingen: 1 er is een uitbreiding toegestaan naar maximaal 1,5 ha in totaal; 2 de ontwikkeling is niet gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij'. Dit geldt niet indien er sprake is van een grondgebonden veehouderij; 3 er zijn maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij; 4 de ontwikkeling is vanuit een goede leefomgeving inpasbaar in de omgeving;

21.27643

5

de maatregelen als bedoeld onder 3., in ieder geval voldoen aan de door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant gestelde nadere regels Verordening ruimte 2014 Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV), zoals deze gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag, met dien verstande dat, indien deze regels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging; 6 er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan de genoemde percentagesmaatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke tenminste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; 7 er is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 ìg/m³; 8 de landschappelijke inpassing omvat tenminste 10% van de omvang van het bouwperceel; 9 er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de ontwikkeling; 10 In aanvulling op het bepaalde onder 1. tot en met 9.

is binnen het stalderingsgebied de vestiging van of de omschakeling naar een hokdierhouderij alleen toegestaan als bewijs is overlegd dat:  binnen het stalderingsgebied bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming waarbij het gebruik als dierenverblijf juridisch en feitelijk is beëindigd;  de oppervlakte van de sanering zoals hiervoor bedoeld tenminste 110% bedraagt van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen;  de sanering zoals hiervoor bedoeld plaatsvindt in directe samenhang met het oprichten of in gebruik nemen van een gebouw als dierenverblijf en dat voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een andere regeling; 11 de vestiging van, de uitbreiding van, de omschakeling naar en een toename van de oppervlakte dierenverblijf van geitenhouderijen is niet toegestaan, tenzij het verbod zoals opgenomen in de provinciale verordening is opgeheven; g. voor een glastuinbouwbedrijf gelden de volgende voorwaarden: 1 uitbreiding is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel'; 2 er is een uitbreiding toegestaan naar 4 ha in totaal waarvan maximaal 3 ha netto glas in totaal; 3 er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de ontwikkeling; h.

het dient om een concreet plan te gaan, waarbij onder andere milieutechnische gegevens worden overlegd; i. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van de bestemming van de deze bestemming; j. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieuwetgeving; k. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie; bij vergroting van de aanduiding 'bouwvlak' kan hieromtrent advies worden ingewonnen bij het waterschap; l. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; m. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Hiertoe kan de bestemming Artikel 12 Groen - Landschappelijke inpassing worden opgenomen; n. er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. 24 augustus 2012 (Bijlage 2) of een vergelijkbaar door de gemeenteraad van Eersel vastgesteld document. 4.9.2 Wijziging t.b.v.

realisatie ruwvoervoorziening Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te voorzien van een aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – ruwvoervoorziening’ ten behoeve van de realisatie van ruwvoervoorzieningen aansluitend aan de aanduiding 'bouwvlak', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de ruwvoervoorziening moeten noodzakelijk zijn voor de agrarische bedrijfsvoering; b. aangetoond dient te worden dat de voorzieningen niet binnen het bouwvlak gerealiseerd kunnen worden; c. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 5.000 m²; d. de hoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; e. de oppervlakte van het bouwperceel bedraagt na de wijziging ten hoogste 2 hectare; f. de waterhuishoudkundige belangen mogen niet onevenredig worden aangetast; g. de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; h. vooraf kan advies ingewonnen worden bij de AAB en bij het waterschap; i. de gronden zijn niet gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - natuurnetwerk brabant ecologische verbindingszone' of 'overige zone - natuurnetwerk brabant';

21.27643

j.

er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. 24 augustus 2012 (Bijlage 2) of een vergelijkbaar door de gemeenteraad van Eersel vastgesteld document.

4.9.4 Wijziging naar Bos en/of Natuur Burgemeester en wethouders kunnen gronden wijzigen in de bestemming Artikel 9 Bos en/of Artikel 16 Natuur, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de ontwikkeling van deze gebieden geschiedt enkel op basis van vrijwillige medewerking van de landeigenaren; b. de inrichting dient zodanig te zijn dat de nabijgelegen agrarische bedrijven geen onevenredige overlast ondervinden in de bedrijfsontwikkeling; c. de bestaande cultuurhistorische waarden worden niet onevenredig aangetast; d. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieuwetgeving; e. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; f. uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; g. advies kan worden ingewonnen bij het waterschap; h. het nieuwe bestemmingsvlak wordt ingetekend in het wijzigingsplan; i. er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. 24 augustus 2012 (Bijlage 2) of een vergelijkbaar door de gemeenteraad van Eersel vastgesteld document.

Artikel 5 Agrarisch met waarden - Landschappelijke waarden 5.9 Wijzigingsbevoegdheid 5.9.1 Wijziging t.b.v. vergroting/ vormverandering agrarisch bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming op onderdelen wijzigen ten behoeve van vergroting en/of vormverandering van de aanduiding 'bouwvlak', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de vergroting en/of vormverandering van de aanduiding 'bouwvlak' is niet gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - natuurnetwerk brabant'; b. de aanduiding 'bouwvlak', gelegen ter plaatse van de aanduiding of nabij de aanduiding 'overige zone natuurnetwerk brabant ecologische verbindingszone' mogen uitsluitend worden uitgebreid, mits het gebied niet minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van de verbindingszone; c. de vergroting en/of vormverandering dient noodzakelijk te zijn uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling waaronder begrepen het kunnen plaatsen van permanente teeltondersteunende voorzieningen ter plaatse van de op te nemen aanduiding 'bouwvlak'; d.

voor een overig agrarisch bedrijf gelden de volgende bepalingen: 1 er is een uitbreiding toegestaan naar maximaal 1,5 ha in totaal; 2 ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' de vergroting en/of vormverandering een bijdrage levert aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken; e. voor een veehouderij gelden de volgende bepalingen: 1 er is een uitbreiding toegestaan naar maximaal 1,5 ha in totaal; 2 de ontwikkeling is niet gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij'. Dit geldt niet indien er sprake is van een grondgebonden veehouderij; 3 er zijn maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij; 4 de ontwikkeling is vanuit een goede leefomgeving inpasbaar in de omgeving; 5 de maatregelen als bedoeld onder 3., in ieder geval voldoen aan de door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant gestelde nadere regels Verordening ruimte 2014 Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV), zoals deze gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag, met dien verstande dat, indien deze regels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging; 6 er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en

in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan de genoemde percentagesmaatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke tenminste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; 7 er is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 ìg/m³; 8 de landschappelijke inpassing omvat tenminste 10% van de omvang van het bouwperceel; 9 er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de ontwikkeling;

21.27643

10 In aanvulling op het bepaalde onder 1. tot en met 9. is binnen het stalderingsgebied de vestiging van of de omschakeling naar een hokdierhouderij alleen toegestaan als bewijs is overlegd dat:  binnen het stalderingsgebied bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming waarbij het gebruik als dierenverblijf juridisch en feitelijk is beëindigd;  de oppervlakte van de sanering zoals hiervoor bedoeld tenminste 110% bedraagt van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen;  de sanering zoals hiervoor bedoeld plaatsvindt in directe samenhang met het oprichten of in gebruik nemen van een gebouw als dierenverblijf en dat voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een andere regeling; 11 de vestiging van, de uitbreiding van, de omschakeling naar en een toename van de oppervlakte dierenverblijf van geitenhouderijen is niet toegestaan, tenzij het verbod zoals opgenomen in de provinciale verordening is opgeheven; f. voor een glastuinbouwbedrijf gelden de volgende voorwaarden: 1 uitbreiding is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel'; 2 er is een uitbreiding toegestaan naar 4 ha in totaal waarvan maximaal 3 ha netto glas in totaal; 3 er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de ontwikkeling; g.

het dient om een concreet plan te gaan, waarbij onder andere milieutechnische gegevens worden overlegd; h. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming; i. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieuwetgeving; j. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van het woon- en leefmilieu; k. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie; bij vergroting van de aanduiding 'bouwvlak' kan hieromtrent advies worden ingewonnen bij het waterschap; l. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Hiertoe kan de bestemming Artikel 12 Groen - Landschappelijke inpassing worden opgenomen of verschoven; m. er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. 24 augustus 2012 (Bijlage 2) of een vergelijkbaar door de gemeenteraad van Eersel vastgesteld document. 5.9.2 Wijziging t.b.v.

realisatie ruwvoervoorziening Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te voorzien van een aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – ruwvoervoorziening’ ten behoeve van de realisatie van ruwvoervoorzieningen aansluitend aan de aanduiding 'bouwvlak', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de ruwvoervoorziening moeten noodzakelijk zijn voor de agrarische bedrijfsvoering; b. aangetoond dient te worden dat de voorzieningen niet binnen het bouwvlak gerealiseerd kunnen worden; c. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 5.000 m²; d. de hoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; e. de oppervlakte van het bouwperceel bedraagt na de wijziging ten hoogste 2 hectare; f. de waterhuishoudkundige belangen mogen niet onevenredig worden aangetast; g. de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; h. vooraf kan advies ingewonnen worden bij de AAB en bij het waterschap; i. de gronden zijn niet gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - natuurnetwerk brabant ecologische verbindingszone' of 'overige zone - natuurnetwerk brabant'; j. er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. 24 augustus 2012 (Bijlage 2) of een vergelijkbaar door de gemeenteraad van Eersel vastgesteld document.

5.9.4 Wijziging naar Bos en/of Natuur Burgemeester en wethouders kunnen gronden wijzigen in de bestemming Artikel 9 Bos en/of Artikel 16 Natuur, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de ontwikkeling van deze gebieden geschiedt enkel op basis van vrijwillige medewerking van de landeigenaren; b. de inrichting dient zodanig te zijn dat de nabijgelegen agrarische bedrijven geen onevenredige overlast ondervinden in de bedrijfsontwikkeling; c. de bestaande cultuurhistorische waarden worden niet onevenredig aangetast; d. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieuwetgeving; e. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; f. uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; g. advies kan worden ingewonnen bij het waterschap;

21.27643

h. het nieuwe bestemmingsvlak wordt ingetekend in het wijzigingsplan.  Postelseweg 173, Eesel 5.9.5 Wijziging uitbreiding bebouwde oppervlakte 'specifieke vorm van recreatie - 9' Burgemeester en wethouders kunnen de gronden, nabij de bestemming Recreatie ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - groepsaccommodatie', kadastraal bekend gemeente Eersel, sectie L, nummer 230, wijzigen naar de bestemming Recreatie, teneinde een grotere bebouwde oppervlakte voor het recreatiebedrijf toe te staan ten behoeve van groepsaccommodatie, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. voldaan moet worden aan de maatvoeringseisen uit 17.2.5; b. de bebouwde oppervlakte bedraagt niet meer dan 1800 m², tezamen met de bebouwde oppervlakte binnen de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - groepsaccommodatie'; c. er dient sprake te zijn van (zekerheidsstelling omtrent de) sloop van het bestaande gebouw op perceel, kadastraal bekend gemeente Eersel, sectie L, nummer 218; d. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; e. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieuwetgeving; f.

het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; g. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Hiertoe kan de bestemming Artikel 12 Groen - Landschappelijke inpassing worden opgenomen; h. er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. 24 augustus 2012 (Bijlage 2) of een vergelijkbaar door de gemeenteraad van Eersel vastgesteld document. Artikel 10 Cultuur en ontspanning 10.4.1 Wetgevingzone – wijzigingsgebied 1 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om voor het gebied ter plaatse de aanduiding ‘wetgevingzone – wijzigingsgebied 1’ het maximaal toelaatbaar aantal bedrijfswoningen te wijzigen. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: a. Het totaal aantal bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan 4. b. De noodzaak voor meer bedrijfswoningen dient middels een bedrijfsplan te zijn aangetoond. c. De geldende maatvoeringen en het bestaande bouwvlak blijven van toepassing. d. De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. e. Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. f.

De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. g. Er zal een schriftelijk advies van het waterschap worden ingewonnen. h. De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. i. er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. 24 augustus 2012 (Bijlage 2) of een vergelijkbaar door de gemeenteraad van Eersel vastgesteld document. Artikel 12 Groen - Landschappelijke inpassing 12.5 Wijzigingsbevoegdheid 12.5.1 Wijziging naar Agrarische bestemming Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming wijzigen teneinde uitbreiding van de aanduiding 'bouwvlak' in een aangrenzende Agrarische bestemming mogelijk te maken, zoals opgenomen in 3.9.1, 5.9.1, of 4.9.1, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de uitbreiding van de aanduiding 'bouwvlak' zal gepaard gaan met een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Hiertoe wordt de bestemming Groen - Landschappelijke inpassing opgenomen; b. er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. 24 augustus 2012 (Bijlage 2) of een vergelijkbaar door de gemeenteraad van Eersel vastgesteld document; c.

de regels van Artikel 3 Agrarisch, Artikel 5 Agrarisch met waarden - Landschappelijke waarden respectievelijk Artikel 4 Agrarisch met waarden - Landschappelijke en natuurlijke waarden worden van overeenkomstige toepassing verklaard. Artikel 15 Maatschappelijk 15.7 Wijzigingsbevoegdheid  Achter Berkvenseweg, Duizel 15.7.1 Wetgevingzone – wijzigingsgebied 2 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om voor het gebied ter plaatse de aanduiding ‘wetgevingzone – wijzigingsgebied 2’ de bestemming ‘Maatschappelijk’ te wijzigen in de bestemming ‘Cultuur en ontspanning’ dan wel om de maatvoeringen binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ te wijzigen ten behoeve van de herontwikkeling van de gronden. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: a. (Bedrijfs)woningen zijn niet toegestaan.

21.27643

b. c. d. e. f. g. h. i.

De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. Er mag geen sprake zijn van belemmeringen uit oogpunt van archeologie. De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. Er zal een schriftelijk advies van het waterschap worden ingewonnen. De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. De geldende maatvoeringen en het bestaande bouwvlak blijven van toepassing. er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. 24 augustus 2012 (Bijlage 2) of een vergelijkbaar door de gemeenteraad van Eersel vastgesteld document.

Artikel 17 Recreatie 17.9 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeesters en wethouders kunnen de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm recreatie vakantiecentrum 4' wijzigen ten behoeve van een tweede bedrijfswoning, indien de noodzaak daartoe wordt aangetoond. Op de voorbereiding van de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Artikel 33 Waarde - Archeologie 2 33.6 Wijzigingsbevoegdheid 33.6.1 Vervallen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen teneinde de dubbelbestemming Artikel 33 Waarde - Archeologie 2 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Artikel 34 Waarde - Archeologie 3 34.6 Wijzigingsbevoegdheid 34.6.1 Vervallen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen teneinde de dubbelbestemming Artikel 34 Waarde - Archeologie 3 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

Artikel 35 Waarde - Archeologie 4.1 35.6 Wijzigingsbevoegdheid 35.6.1 Vervallen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen teneinde de dubbelbestemming Artikel 35 Waarde - Archeologie 4.1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Artikel 36 Waarde - Archeologie 4.2 36.6 Wijzigingsbevoegdheid 36.6.1 Vervallen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen teneinde de dubbelbestemming Artikel 36 Waarde - Archeologie 4.2 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Artikel 37 Waarde - Archeologie 5.1 37.6 Wijzigingsbevoegdheid 37.6.1 Vervallen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen teneinde de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 5.1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

Artikel 38 Waarde - Archeologie 5.2 38.6 Wijzigingsbevoegdheid 38.6.1 Vervallen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen teneinde de dubbelbestemming Artikel 38 Waarde - Archeologie 5.2 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

21.27643

Artikel 39 Waarde - Archeologie 6 39.6 Wijzigingsbevoegdheid 39.6.1 Vervallen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen teneinde de dubbelbestemming Artikel 39 Waarde - Archeologie 6 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Artikel 42 Waarde - Natura 2000 42.5 Wijzigingsbevoegdheid Voor zover ingevolge de gronden waarmee de onderhavige bestemming samenvalt, medewerking aan een wijziging ex artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening wordt gegeven dienen bij de criteria voor verlening of medewerking tevens de volgende eisen in acht te worden genomen: a. de wijziging mag geen significant nadelige effecten hebben op de belangen die, getuige de instandhoudingsdoelstellingen, door aanwijzing als Natura-2000-gebied worden beschermd; b. van het bepaalde onder a mag worden afgeweken indien aangetoond wordt dat er geen redelijk alternatief voorhanden is en er tevens sprake is van een dwingende reden van openbaar belang.

Artikel 47 Algemene aanduidingsregels 47.4 Geluidzone - luchtvaart grondgeluid 47.4.2 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming op onderdelen wijzigen teneinde de aanduiding 'geluidzone - luchtvaart grondgeluid' te verplaatsen ten behoeve van een nieuw vastgestelde of vast te stellen geluidzone grondgeluid van het vliegveld. 47.25 Overige zone - reservering waterberging 47.25.5 Wijzigingsbevoegdheid waterbergingsgebied Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduiding ‘overige zone - reservering waterberging’ te wijzigen in de dubbelbestemming Waterstaat - Waterbergingsgebied‘ ten behoeve van het waterbergingsgebied, indien dit gebied door het daartoe bevoegd gezag wordt aangewezen als waterbergingsgebied. 47.28 Veiligheidszone - leiding 47.28.2 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming op onderdelen wijzigen teneinde de aanduiding 'veiligheidszone - leiding' te wijzigen in die zin dat: a. de aanduiding 'veiligheidszone - leiding' vervalt, indien uit nader onderzoek is gebleken dat de risicovolle inrichting buiten werking is gesteld; b.

de aanduiding 'veiligheidszone - leiding' wordt verkleind, indien uit onderzoek is gebleken dat door een wijziging van de bedrijfsvoering in de risicovolle inrichting de plaatsgebonden risicocontour kleiner is geworden of dat door aangepaste wet- en regelgeving, nieuwe inzichten, danwel nieuwe rekenmethoden een kleinere plaatsgebonden risicocontour geldt. 47.29 Veiligheidszone - lpg 47.29.2 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming op onderdelen wijzigen teneinde de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' te wijzigen in die zin dat: a.

de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' vervalt, indien uit nader onderzoek is gebleken dat de risicovolle inrichting buiten werking is gesteld; b. de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' wordt verkleind, indien uit onderzoek is gebleken dat door een wijziging van de bedrijfsvoering in de risicovolle inrichting de plaatsgebonden risicocontour kleiner is geworden of dat door aangepaste wet- en regelgeving, nieuwe inzichten, danwel nieuwe rekenmethoden een kleinere plaatsgebonden risicocontour geldt. 47.30 Veiligheidszone - munitie 47.30.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming op onderdelen wijzigen teneinde de aanduiding 'veiligheidszone - munitie B' en/of de aanduiding 'veiligheidszone - munitie C' te wijzigen in die zin dat: a. de aanduiding 'veiligheidszone - munitie B' en/of de aanduiding 'veiligheidszone - munitie C' vervalt, indien uit nader onderzoek is gebleken dat de risicovolle inrichting buiten werking is gesteld; b. de aanduiding 'veiligheidszone - munitie B' en/of de aanduiding 'veiligheidszone - munitie C' wordt verkleind, indien uit onderzoek is gebleken dat door een wijziging van de bedrijfsvoering in de risicovolle inrichting de plaatsgebonden risicocontour kleiner is geworden of dat door aangepaste wet- en regelgeving, nieuwe inzichten, danwel nieuwe rekenmethoden een kleinere plaatsgebonden risicocontour geldt.

47.31 Veiligheidszone - overige inrichtingen 47.31.2 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming op onderdelen wijzigen teneinde de aanduiding 'veiligheidszone - overige inrichtingen' te wijzigen in die zin dat: a. de aanduiding 'veiligheidszone - overige inrichtingen' vervalt, indien uit nader onderzoek is gebleken dat de risicovolle inrichting buiten werking is gesteld;

21.27643

b.

de aanduiding 'veiligheidszone - overige inrichtingen' wordt verkleind, indien uit onderzoek is gebleken dat door een wijziging van de bedrijfsvoering in de risicovolle inrichting de plaatsgebonden risicocontour kleiner is geworden of dat door aangepaste wet- en regelgeving, nieuwe inzichten, danwel nieuwe rekenmethoden een kleinere plaatsgebonden risicocontour geldt. 47.32 Veiligheidszone - luchthaven 47.32.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming op onderdelen wijzigen teneinde de aanduiding 'veiligheidszone - vliegveld 10-5' en/of 'veiligheidszone - vliegveld 10-6' te wijzigen in die zin dat: a. de aanduiding 'veiligheidszone - vliegveld 10-5' en/of 'veiligheidszone - vliegveld 10-6' wordt verkleind, indien uit onderzoek is gebleken dat door een wijziging van de bedrijfsvoering in de risicovolle inrichting de plaatsgebonden risicocontour kleiner is geworden of dat door aangepaste wet- en regelgeving, nieuwe inzichten, danwel nieuwe rekenmethoden een kleinere plaatsgebonden risicocontour geldt.  Plangebied Donk 2-4, Vessem 47.35 Wetgevingzone - wijzigingsgebied 3 Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 3' kunnen gronden met de bestemming 'Agrarisch' wijzigen in de bestemming 'Wonen' teneinde het bouwen van één woning inclusief bijgebouwen mogelijk te maken, mits wordt voldaan aan gestelde voorwaarden.

 Plangebied Donk 2-4, Vessem 47.36 Wetgevingzone - wijzigingsgebied 4 Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'wetgevingzone – wijzigingsgebied 4' kunnen gronden met de bestemming 'Agrarisch' wijzigen in de bestemming 'Tuin'. Artikel 49 Algemene wijzigingsregels 49.2 Waterstaat - Waterbergingsgebied Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de vergroting, verkleining en/of vormverandering van de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterbergingsgebied’ en/of het opnemen van de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterbergingsgebied' ten behoeve van het waterbergingsgebied, indien de gronden door het daartoe bevoegd gezag worden aangewezen als waterbergingsgebied. 49.3 'overige zone - reservering waterberging' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de vergroting, verkleining en/of vormverandering van de gebiedsaanduiding ‘overige zone - reservering waterberging' en/of het opnemen van de gebiedsaanduiding ‘overige zone - reservering waterberging’ ten behoeve van het reserveringsgebied waterberging, indien de gronden door het daartoe bevoegd gezag worden aangewezen als reserveringsgebied waterberging. Buitengebied, herziening Tasbroekwegje 4 3-7-2018 Artikel 3 Agrarisch - Overig agrarisch bedrijf 3.8 Wijzigingsbevoegdheid 3.8.1 Wijziging t.b.v.

vormverandering agrarisch bouwvlak Het bevoegd gezag kan deze bestemming op onderdelen wijzigen ten behoeve van vormverandering van de aanduiding "bouwvlak", mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de vormverandering dient noodzakelijk te zijn uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling waaronder begrepen het kunnen plaatsen van permanente teeltondersteunende voorzieningen ter plaatse van de op te nemen aanduiding "bouwvlak"; b. het dient om een concreet plan te gaan, waarbij onder andere milieutechnische gegevens worden overlegd; c. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming; d. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; e. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van het woon- en leefmilieu; f. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie; bij vergroting van de aanduiding "bouwvlak" wordt hieromtrent advies ingewonnen bij het waterschap; g. de vervorming van het bouwvlak mag enkel plaatsvinden wanneer het Natuurnetwerk Brabant niet wordt aangetast; h. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing.

Hiertoe kan de bestemming Artikel 5 Groen - Landschappelijke inpassing worden opgenomen of verschoven. Artikel 5 Groen - Landschappelijke inpassing 5.5 Wijzigingsbevoegdheid 5.5.1 Wijziging naar Agrarische bestemming Het bevoegd gezag kan deze bestemming wijzigen ten behoeve van vormverandering van de aanduiding "bouwvlak" zoals opgenomen in 3.8.1, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

21.27643

a.

b. c.

de vormverandering van de aanduiding "bouwvlak" zal gepaard gaan met een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Hiertoe wordt de bestemming Artikel 5 Groen - Landschappelijke inpassing opgenomen; de regels van Artikel 3 Agrarisch - Overig agrarisch bedrijf van overeenkomstige toepassing verklaard. de vormverandering van het bouwvlak mag enkel plaatsvinden wanneer het Natuurnetwerk Brabant niet wordt aangetast;

Artikel 7 Waarde - Archeologie 4.1 7.6 Wijzigingsbevoegdheid Het bevoegd gezag is bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen teneinde de dubbelbestemming Artikel 7 Waarde - Archeologie 4.1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Artikel 8 Waarde - Archeologie 5.1 8.6 Wijzigingsbevoegdheid Het bevoegd gezag is bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen teneinde de dubbelbestemming Artikel 8 Waarde - Archeologie 5.1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Artikel 9 Waarde - Archeologie 6.1 9.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen teneinde de dubbelbestemming Artikel 9 Waarde - Archeologie 6.1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Kom Eersel, herziening Willibrorduslaan – Gebroeders Hoeksstraat 25-9-2018 Artikel 4 Waarde - Archeologie 3 4.4 Wijzigingsbevoegdheid a.

Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1 naar ligging wordt verschoven; 2 naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3 wordt verwijderd; 4 van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. b. Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Parapluplan parkeren 25-9-2018 Vessemseweg - Kreiel – Buikheide 31-12-2018

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=34f1213b-eb04-4945-bbea-d7cfc792e172