[21.27643] - Delegatiebesluit Omgevingsplan gemeente Eersel
Tekst van het document
Delegatiebesluit Omgevingsplan gemeente Eersel De raad van de gemeente Eersel; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 januari 2022; gelet op het artikel 156 van de Gemeentewet; gelet op het bepaalde in artikel 2.8 Omgevingswet; gelet op afdeling 10.1.2 Algemene wet bestuursrecht; besluit vast te stellen het volgende delegatiebesluit: Delegatiebesluit Omgevingsplan gemeente Eersel 1.
het vaststellen van delen van het Omgevingsplan te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders voor de volgende gevallen: a. b. c.
d.
e. f. g. h. i.
j. k. l.
2. a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m. n.
implementeren van hogere wet- of regelgeving zonder beleidsvrijheid; het toevoegen en of wijzigen van begripsbepalingen voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben; het verwerken van kaderstellend beleid, indien de gemeenteraad bij vaststelling van dat beleid akkoord is gegaan met uitwerking van het betreffende beleid door het college; het wijzigen van het omgevingsplan voor aanvragen van omgevingsvergunningen die in strijd zijn met het omgevingsplan, waardoor het omgevingsplan gewijzigd moet worden, maar die niet zijn opgenomen in de lijst bindend adviesrecht voor de gemeenteraad ten behoeve van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten; aanpassingen van technische aard; aanpassingen van de toelichting; aanpassingen van de begrenzing van de bebouwde kom; verwerken van omgevingsvergunningen die onherroepelijk zijn; gebruik maken van de wijzigingsbevoegdheden zoals die golden in de bestemmingsplannen op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, conform bijgevoegde lijst (deze lijst wordt aangevuld met wijzigingsbevoegdheden in bestemmingsplan die na 22 februari 2022 worden vastgesteld); het corrigeren van verschrijvingen en verkeerde verwijzingen; het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten; het toevoegen van die onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen die beleidsneutraal overgeheveld worden naar
het omgevingsplan; de besluiten met betrekking tot delegatie van: Experimentenwet Stad en Milieu; Huisvestingswet; Wet bodembescherming; Wet geluidhinder; Wet milieubeheer; Wet op de stads- en dorpsvernieuwing; Woningwet; Wet op de Ruimtelijke Ordening; Wet ruimtelijke ordening; Ontgrondingenwet; Wegenverkeerswet 1994; Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer; Wegenwet; Boswet;
21.27643
o. Natuurbeschermingswet 1998; p. Wet agrarische verkeer grondverkeer; q. Wet op de openluchtrecreatie; r. Wet vervoer gevaarlijke stoffen; vervallen op het moment dat de laatste procedure doorlopen is op basis van de betreffende wetgeving; 3.
dat het delegatiebesluit van kracht wordt op de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt;
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van 19 april 2022 De raad van de gemeente Eersel
de griffier, J.W.G. van Bree
de voorzitter, drs. W.A.C.M. Wouters
21.27643
Bijlagen overzicht wijzigingsbevoegdheden Algemeen: Onderstaande lijst bevat alleen de wijzigingsbevoegdheden die toegepast kunnen worden. De wijzigingsbevoegdheden die niet meer toegepast kunnen worden zijn niet in dit overzicht opgenomen. Achter de plannaam staat de vaststellingsdatum. Bestemmingsplannen die geen wijzigingsbevoegdheden hebben zijn grijs gemarkeerd. Bestemmingsplannen die geen actieve wijzigingsbevoegdheden meer hebben zijn grijs gemarkeerd en onderstreept. Als het gaat om concrete locaties staan deze voor de wijzigingsbevoegdheid benoemd. Deze zijn als volgt weergegeven:
Straatnaam Nummeraanduiding
De lijst lijkt veel herhaling te bevatten, maar de bevoegdheid kan in details verschillen. In het bestemmingsplan Vessem zijn geen wijzigingsbevoegdheden opgenomen voor de bouw van één woning, sinds de vaststelling van het bestemmingsplan op 23 maart 2021. De besluitvorming met betrekking tot de onderstaande gevallen blijft een collegebevoegdheid. Kom Steensel 26-5-2009 Artikel 3 Agrarisch (A) 3.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen ten behoeve van het vergroten van het bouwvak onder de volgende voorwaarden: a. Wijziging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘intensief veehouderijbedrijf’ op de verbeelding. b. De vergroting mag niet meer dan 15% van het bestaande bouwvlak bedragen. c. Vergroting is uitsluitend toegestaan in het kader van dierenwelzijn. Eindhovenseweg 50 Artikel 5 Bedrijf-1 (B-1) 5.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om voor het op de verbeelding aangeduide ‘gebied met wijzigingsbevoegdheid 3’ het plan te wijzigen ten behoeve van de nieuwbouw van maximaal 2 woningen. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: a. De nieuwbouw mag worden gerealiseerd na bedrijfsbeëindiging. b. De goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 7 respectievelijk 10 m. c.
De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. d. Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. e. De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. f. De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundigruimtelijk oogpunt. g. Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en kwantiteit). h. Wijziging mag pas plaatsvinden, nadat een deskundig onderzoek is verricht waarin de archeologische waarden van het terrein zijn vastgesteld en beschreven. De resultaten van dit onderzoek moeten in de afweging met betrekking tot de wijziging worden betrokken. i. De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd.
Korte Reen 4, Jan Hagelaersweg naast St. Lucyweg 27, Korte Kerstraat naast 1b, Eindhovenseweg naast 40 (allen voor 1 woning) Artikel 17 Wonen-1 (W-1) 17.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om voor de gebieden op de verbeelding aangeduid met ‘wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van nieuwbouw woningen’ de bebouwingsmogelijkheden te wijzigen ten behoeve van de nieuwbouw van woningen met bijbehorende bijgebouwen. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: a. Het op de verbeelding aangeduide maximum aantal nieuw te bouwen woningen mag niet worden overschreden.
21.27643
b. c. d. e. f. g. h.
i.
Het bepaalde in deze bestemming ‘Woondoeleinden-1’ is van overeenkomstige toepassing. De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundigruimtelijk oogpunt. Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en kwantiteit). Wijziging mag pas plaatsvinden, nadat een deskundig onderzoek is verricht waarin de archeologische waarden van het terrein zijn vastgesteld en beschreven. De resultaten van dit onderzoek moeten in de afweging met betrekking tot de wijziging worden betrokken. De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd.
Artikel 24 Algemene wijzigingsbevoegdheid Hoogeind 1, 3, 5 en 7 en Weverstraat 2, 4, 6, 8, 10 en 12 a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om voor het op de verbeelding aangeduide ‘gebied met wijzigingsbevoegdheid 1’ het plan te wijzigen ten behoeve van de nieuwbouw van maximaal 16 woningen. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1. De goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m. 2. De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 3. Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 4. De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 5. De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundigruimtelijk oogpunt. 6. Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 7. Wijziging mag pas plaatsvinden, nadat een deskundig onderzoek is verricht waarin de archeologische waarden van het terrein zijn vastgesteld en beschreven. De resultaten van dit onderzoek moeten in de afweging met betrekking tot de wijziging worden betrokken. 8. De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. Eindhovenseweg 26 b.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om voor het op de verbeelding aangeduide ‘gebied met wijzigingsbevoegdheid 2’ het plan te wijzigen ten behoeve van de nieuwbouw van maximaal 9 woningen. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1. De nieuwbouw mag worden gerealiseerd na bedrijfsbeëindiging. 2. De goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m. 3. De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 4. Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 5. De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 6. De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundigruimtelijk oogpunt. 7. Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 8. Wijziging mag pas plaatsvinden, nadat een deskundig onderzoek is verricht waarin de archeologische waarden van het terrein zijn vastgesteld en beschreven. De resultaten van dit onderzoek moeten in de afweging met betrekking tot de wijziging worden betrokken. 9. De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. Rosheuvel - Boksheidsedijk, Eersel 1-4-2010 Boterbocht II, Steensel Zuid 30-9-2010 Koemeersdijk Wintelre 5-10-2010 bestemmingsplan Kom Knegsel 31-3-2011 Artikel 25 Algemene wijzigingsregels a.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduiding ‘veiligheidszone – lpg’ te veranderen of te verwijderen indien de lpg-cirkel wijzigt of indien het aanwezige vulpunt wordt beëindigd.\ Tussen Het Groen 14 en 16 b. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone wijzigingsgebied 1’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de nieuwbouw van maximaal 1 woning. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1. De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 2. De ontwikkeling mag niet tot gevolg hebben dat onvoldoende parkeergelegenheid ontstaat voor de naastgelegen horecagelegenheid.
21.27643
3. 4. 5. 6. 7.
Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). Er dient te worden aangetoond dat geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn, dan wel dat bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. De bouwhoogte van de woning mag niet meer bedragen dan 10 m.
8. 9. Pastorietuin e. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone wijzigingsgebied 4’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de nieuwbouw van maximaal 9 woningen met de daarbij behorende groen- en verkeersvoorzieningen. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1. De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 2. Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 3. De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 4. De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 5. Er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de cultuurhistorische waarden van het complex van kerk, pastorie en pastorietuin. Ter beoordeling hiervan dient vooraf advies te worden ingewonnen bij een deskundige commissie op het gebied van cultuurhistorie en monumenten. 6. Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 7. Er dient te worden aangetoond dat geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn, dan wel dat bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 8. De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. 9. De bouwhoogte van de woning mag niet meer bedragen dan 7 m.
Naast Zandoerleseweg 17 i. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone wijzigingsgebied 8’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de nieuwbouw van maximaal 1 woning. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1. De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 2. Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 3. De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 4. De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 5. Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 6. Er dient te worden aangetoond dat geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn, dan wel dat bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 7. De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. 8. De bouwhoogte van de woning mag niet meer bedragen dan 10 m. 9. Er dient voldoende zicht op het achterliggende bosgebied behouden te blijven.
Locatie Steensel-Noord 30-6-2011 Kom Wintelre 26-1-2012 Artikel 3 Agrarisch 3.7 Wijzigingsbevoegdheid 3.7.1 Wijziging ten behoeve van vergroting/ vormverandering agrarisch bouwvlak Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het bestemmingsplan wijzigen ten behoeve van vergroting en/of vormverandering van het agrarische bouwvlak, met dien verstande dat: a. de vergroting en/of vormverandering noodzakelijk dient te zijn uit het oogpunt van een doelmatige bedrijfsvoering en/of –ontwikkeling; b. voor grondgebonden agrarische bedrijven en gemengde bedrijven, niet zijnde intensieve veehouderijen, vergroting tot een omvang van 1,5 ha is toegestaan; c. er sprake dient te zijn van een concreet plan, waarbij onder andere milieutechnische gegevens worden overgelegd; d. er geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van de landschappelijke waarden van de gronden; e. het gebruik niet mag leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkeling van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; f. het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig mag worden aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt;
21.27643
g.
er geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie; bij vergroting van het bouwvlak wordt hieromtrent advies ingewonnen bij het waterschap; h. er sprake dient te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. 3.7.2 Wijziging naar wonen/ ten behoeve van woningsplitsing Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het bestemmingsplan ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’ te wijzigen in een woonbestemming, waarbij na bedrijfsbeëindiging het gebruik van de voormalige bedrijfswoning voor wonen kan worden toegestaan. Tevens kan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – cultuurhistorisch waardevolle bebouwing’ splitsing van de woonboerderij worden toegestaan, met dien verstande dat: a. agrarisch hergebruik redelijkerwijs niet mogelijk is; b. splitsing is toegestaan indien de inhoud van het hoofdgebouw vóór splitsing minimaal 700 m³ bedraagt; c. de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderij (inclusief de inpandige stal / het inpandig deel) niet mag worden vergroot; d. de agrarische verschijningsvorm van de voormalige boerderij niet mag worden aangetast; e. de bestaande situering van de bebouwing niet mag worden gewijzigd; f. bij woningsplitsing in maximaal 2 woningen mag worden gesplitst; g.
uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; h. voldaan dient te worden aan de bepalingen bij of krachtens de Wet geluidhinder; i. voldaan dient te worden aan de geurnormen krachtens de Wet geurhinder en veehouderij, dan wel krachtens een op deze wet gebaseerde verordening; j. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; k. er geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van de landschappelijke waarden van de gronden; l. het gebruik niet mag leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkeling van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; m. het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig mag worden aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; n. er sprake dient te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. 3.7.3 Wijziging naar wonen in combinatie met inpandige statische opslag Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het bestemmingsplan ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’ te wijzigen in een woonbestemming met, naast het gebruik van de voormalige bedrijfswoning voor wonen, gebruik van de voormalige bedrijfsbebouwing voor inpandige statische opslag, met dien verstande dat: a.
op de locatie geen sloop van bedrijfsgebouwen heeft plaatsgevonden met gebruikmaking van de ‘Regeling Beëindiging Veehouderijtakken’ of de regeling ‘Ruimte-voor-ruimte’; b. agrarisch hergebruik redelijkerwijs niet mogelijk is; c. voor de wijziging naar de woonfunctie de voorwaarden gelden zoals opgenomen in lid 3.7.2; d. het hergebruik voor inpandige opslag dient te passen in de omgeving; e. het in opzet en ontwikkelingsperspectief dient te gaan om een kleinschalige activiteit, met in beginsel slechts enkele werknemers; f. de activiteit plaats dient te vinden binnen de aanwezige gebouwen; er mag geen uitbreiding van bebouwing plaatsvinden ten behoeve van de activiteit; g. voor de inpandige statische opslag een vloeroppervlakte van maximaal 1.000 m² is toegestaan; overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt, tenzij het cultuurhistorisch waardevolle panden betreft; h. de opslag niet mag plaatsvinden in kassen; i. er geen opslag buiten de gebouwen mag plaatsvinden; j. detailhandel ten behoeve van deze activiteit is niet toegestaan; k. de verkeersaantrekkende werking van de activiteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; l. het gebruik niet mag leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkeling van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; m.
het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig mag worden aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; n. er sprake dient te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. 3.7.4 Wijziging ten behoeve van recreatieve activiteiten Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het bestemmingsplan ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’ te wijzigen in een recreatieve bestemming, teneinde hergebruik van de bebouwing toe te staan voor dag- en verblijfsrecreatieve activiteiten, met dien verstande dat: a. agrarisch hergebruik redelijkerwijs niet mogelijk is; b. hergebruik voor dagrecreatie kan worden toegestaan in of bij vrijkomende agrarische bebouwing, waarbij de navolgende doeleinden kunnen worden toegestaan: kinderboerderij, theeschenkerij en qua aard en omvang overeenkomstige bedrijven;
21.27643
c.
hergebruik voor verblijfsrecreatie kan worden toegestaan in de vorm van vakantieappartementen en groepsaccommodatie (zoals een kampeerboerderij of kamphuis), kampeermiddelen, stacaravans en trekkershutten; d. het hergebruik dient te passen in de omgeving; e. ten behoeve van de recreatieve activiteiten ondersteunende horeca is toegestaan; f. per bedrijf maximaal 5 vakantieappartementen zijn toegestaan; g. per appartement een vloeroppervlak van maximaal 60 m² is toegestaan; h. ten behoeve van groepsaccommodatie per bedrijf een inhoud van maximaal 1.000 m³ mag worden gebruikt; i. het in opzet en ontwikkelingsperspectief dient te gaan om een kleinschalige activiteit, met in beginsel slechts enkele werknemers; j. de activiteit plaats dient te vinden binnen de aanwezige gebouwen; er mag geen uitbreiding van bebouwing plaatsvinden ten behoeve van de activiteit. In afwijking van het voorgaande is een bebouwde oppervlakte van maximaal 500 m² aan nieuwe gebouwen toegestaan, mits daarbij alle aanwezige gebouwen worden gesloopt; k. in een bedrijfsplan dient te worden aangetoond welke bedrijfsgebouwen noodzakelijk zijn voor de hergebruikfunctie; overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, die niet voor de nieuwe functie wordt gebruikt, dient te worden gesloopt, tenzij de gebouwen een bijzondere cultuurhistorische waarde hebben; l.
er geen opslag buiten de gebouwen mag plaatsvinden; m. de verkeersaantrekkende werking van de activiteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; n. op eigen terrein dient te worden voorzien in de parkeerbehoefte; o. het gebruik niet mag leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkeling van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; p. het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig mag worden aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; q. er sprake dient te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Artikel 18 Waarde – Archeologie 3 18.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1. naar ligging wordt verschoven; 2. naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3. wordt verwijderd; 4. van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. b.
Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Artikel 19 Waarde – Archeologie 4.1 19.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1 naar ligging wordt verschoven; 2 naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3 wordt verwijderd; 4 van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. b. Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Artikel 20 Waarde – Archeologie 4.2 20.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1 naar ligging wordt verschoven; 2 naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3 wordt verwijderd; 4 van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft.
21.27643
b.
Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
Artikel 21 Waarde – Archeologie 5.1 21.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1 naar ligging wordt verschoven; 2 naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3 wordt verwijderd; 4 van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. b. Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Artikel 22 Waarde – Archeologie 5.2 22.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1 naar ligging wordt verschoven; 2 naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3 wordt verwijderd; 4 van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. b.
Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Artikel 27 Algemene wijzigingsregels a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduiding ‘geluidzone – vliegveld grondgeluid’ te veranderen of te verwijderen indien de geluidzone wijzigt of niet langer aanwezig is. Kekkeneind 12 b. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone wijzigingsgebied 1’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de splitsing van de bebouwing in maximaal 2 woningen binnen het bestaande bouwvlak en de bestaande goot- en bouwhoogte. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone wijzigingsgebied 1’ aanwezige bedrijfs- en detailhandelsactiviteiten dienen te worden beëindigd. 2 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 3 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 4 De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 5 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 6 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd.
7 De cultuurhistorische waarden van het pand mogen niet onevenredig worden aangetast door de splitsing. Ter beoordeling hiervan dient vooraf advies te worden ingewonnen bij een deskundige commissie op het gebied van cultuurhistorie en monumenten. Willibrordusstraat 2 en Willibrordusstraat 43 c. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter plaatse van de aanduidingen: – ‘wro-zone – wijzigingsbevoegdheid 2’; – ‘wro-zone – wijzigingsbevoegdheid 6’; het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de splitsing van de bebouwing in maximaal 2 woningen binnen het bestaande bouwvlak en de bestaande goot- en bouwhoogte. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 2 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 3 De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 4 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 5 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. 6 De cultuurhistorische of monumentale waarden van het pand mogen niet onevenredig worden aangetast door de splitsing. Ter beoordeling hiervan dient vooraf advies te worden ingewonnen bij een deskundige commissie op het gebied van cultuurhistorie en monumenten.
Everstraatje tussen 4 en 6 en Everstraatje tussen 3a en 5, Wintelre e. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter plaatse van de aanduidingen: – ‘wro-zone - wijzigingsgebied 4’;
21.27643
– ‘wro-zone - wijzigingsgebied 5’; het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de nieuwbouw van maximaal 1 woning per wijzigingsgebied. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 2 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 3 De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 4 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 5 Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 6 Er dient te worden aangetoond dat geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn, dan wel dat bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 7 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. 8 De bouwhoogte van de woning mag niet meer bedragen dan 10 m. 9 Er dient te worden voorzien in een fysieke of financiële investering in het landschap zoals opgenomen in artikel 2.2 van de Verordening Ruimte van de provincie Noord-Brabant. Willibrordusstraat 43 f.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone wijzigingsgebied 7’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de nieuwbouw van maximaal 7 woningen met de daarbij behorende groen- en verkeersvoorzieningen. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 2 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 3 De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 4 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 5 Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 6 Er dient te worden aangetoond dat geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn, dan wel dat bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 7 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. 8 De goothoogte van de woningen mag niet meer bedragen dan 3 m. 9 De bouwhoogte van de woningen mag niet meer bedragen dan 8 m.
10 Er dient te worden voorzien in een fysieke of financiële investering in het landschap, zoals opgenomen in artikel 2.2 van de Verordening Ruimte van de provincie Noord-Brabant, indien en voor zover de ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt buiten het bestaande stedelijke gebied, zoals begrensd in de Verordening Ruimte. Willibrordusstraat 49 g. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone wijzigingsgebied 8’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de nieuwbouw van maximaal 2 woningen. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 2 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 3 De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 4 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 5 Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 6 Er dient te worden aangetoond dat geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn, dan wel dat bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 7 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. 8 De bouwhoogte van de woningen mag niet meer bedragen dan 10 m. Akkerweg 13 h.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter plaatse van de aanduidingen: – ‘wro-zone - wijzigingsgebied 10’; het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de nieuwbouw van maximaal 1 woning per wijzigingsgebied. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 2 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 3 De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 4 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 5 Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 6 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. 7 De bouwhoogte van de woning mag niet meer bedragen dan 10 m. Slikdijk 10, 12 en 14
21.27643
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone wijzigingsgebied 11’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de nieuwbouw van maximaal 3 bedrijfswoningen. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 Per bedrijf is één bedrijfswoning toegestaan, met dien verstande dat het totaal aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan 3. 2 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 3 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 4 De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 5 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 6 Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 7 Er dient te worden aangetoond dat geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn, dan wel dat bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 8 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. 9 De bouwhoogte van de bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan 7 m. Mostheuvel ten zuiden van 4 j.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone wijzigingsgebied 12’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de nieuwbouw van maximaal 2 woningen en de herinrichting/kwaliteitsverbetering van de agrarische gronden. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De wijziging ten behoeve van woningbouw mag uitsluitend plaatsvinden in het noordelijke deel van het wijzigingsgebied, op de gronden binnen een afstand van 32 meter van de noordelijke grens van de aanduiding ‘wro-zone - wijzigingsgebied 12’; 2 De wijziging ten behoeve van woningbouw mag uitsluitend plaatsvinden indien op het agrarisch perceel ten zuiden van de nieuwe woningen wordt voorzien in een landschappelijke kwaliteitsverbetering; 3 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 4 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 5 De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 6 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 7 Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit).
8 Er dient te worden aangetoond dat geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn, dan wel dat bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 9 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. 10 De bouwhoogte van de woningen mag niet meer bedragen dan 10 m. 11 Indien twee woningen worden gerealiseerd, dienen deze woningen in één langgerekte, rechthoekige bouwmassa te worden gebouwd, waarbij de lange zijde gericht is naar de Mostheuvel. i.
Kom Steensel, herziening Eindhovenseweg 31 31-5-2012 Kom Duizel 27-9-2012 Artikel 20 Waarde – Archeologie 3 20.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1 naar ligging wordt verschoven; 2 naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3 wordt verwijderd; 4 van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. b. Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Artikel 21 Waarde – Archeologie 4.1 21.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1 naar ligging wordt verschoven; 2 naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3 wordt verwijderd; 4 van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft.
21.27643
b.
Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
Artikel 22 Waarde – Archeologie 4.2 22.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1 naar ligging wordt verschoven; 2 naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3 wordt verwijderd; 4 van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. b. Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Artikel 23 Waarde – Archeologie 5.1 23.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1 naar ligging wordt verschoven; 2 naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3 wordt verwijderd; 4 van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. b.
Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Artikel 24 Waarde – Archeologie 5.2 24.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1 naar ligging wordt verschoven; 2 naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3 wordt verwijderd; 4 van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. b. Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Artikel 29 Algemene wijzigingsregels Akkerstraat tussen 1a en 3, Groenstraat tussen 15 en 17, Meerstraat tussen 12 en 14, Oude Kerkstraat naar 28 en Wolverstraat tussen 6b en 8 a.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter plaatse van de aanduidingen: – ‘wro-zone - wijzigingsgebied 1’; – ‘wro-zone - wijzigingsgebied 2’; – ‘wro-zone - wijzigingsgebied 4’; – ‘wro-zone - wijzigingsgebied 7’; – ‘wro-zone - wijzigingsgebied 9’; het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de nieuwbouw van maximaal 1 woning per wijzigingsgebied. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 2 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 3 De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 4 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 5 Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 6 Er dient te worden aangetoond dat geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn, dan wel dat bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 7 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. 8 Het hoofdgebouw dient zodanig te worden gesitueerd dat de op de verbeelding aangeduide gevellijn niet naar de wegzijde en/of naar de zijde van openbaar groen wordt overschreden;
21.27643
9
De afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens mag aan beide zijden niet minder bedragen dan 3 m; ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone - wijzigingsgebied 4’ mag de afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens aan beide zijden niet minder bedragen dan 2 m. 10 De bouwhoogte van de woning mag niet meer bedragen dan 10 m. Smitseind 38 b. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone wijzigingsgebied 5’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de nieuwbouw van een parochiecentrum. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 2 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 3 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 4 Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 5 Er dient te worden aangetoond dat geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn, dan wel dat bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 6 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. 7 De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4 m. 8 De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 150 m². Kruisstraat naast 19 c.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone wijzigingsgebied 6’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de nieuwbouw van maximaal 2 woningen. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 2 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 3 De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 4 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 5 Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 6 Er dient te worden aangetoond dat geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn, dan wel dat bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 7 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. 8 De hoofdgebouwen dienen zodanig te worden gesitueerd dat de op de verbeelding aangeduide gevellijn niet naar de wegzijde wordt overschreden. 9 De afstand van een vrijstaand hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens mag aan beide zijden niet minder bedragen dan 3 m; de afstand van een twee aaneengebouwd hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens mag aan één zijde niet minder bedragen dan 3 m.
10 De bouwhoogte van de woningen mag niet meer bedragen dan 10 m. Hoek Smitseind-Gildestraat d. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone wijzigingsgebied 8’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van in totaal maximaal 5 woningen. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 2 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 3 De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 4 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 5 Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 6 Er dient te worden aangetoond dat geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn, dan wel dat bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 7 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. 8 De bouwhoogte van de woningen mag niet meer bedragen dan 10 m. 9 Aan de Gildestraat mogen maximaal 3 nieuwe woningen worden gebouwd. 10 Aan het Smitseind mogen de 2 bestaande woningen worden herbouwd. 11 De hoofdgebouwen dienen zodanig te worden gesitueerd dat de op de verbeelding aangeduide gevellijn niet naar de wegzijde wordt overschreden.
12 De afstand van een vrijstaand hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens mag aan beide zijden niet minder bedragen dan 3 m; de afstand van een twee aaneengebouwd hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens mag aan één zijde niet minder bedragen dan 3 m. 13 Het openbaar gebied in de Gildestraat dient verbreed te worden met 1 tot 2 m. 14 De bestaande garage aan de Gildestraat dient verplaatst te worden. Ganzestaartsedijk tegenover 4
21.27643
e.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone wijzigingsgebied 10’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de uitbreiding van het bedrijventerrein. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 2 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 3 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 4 Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit). 5 Er dient te worden aangetoond dat geen archeologische belemmeringen aanwezig zijn, dan wel dat bescherming van de aanwezige archeologische waarden voldoende is gewaarborgd. 6 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. 7 De goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan 9 m. 8 De gebruiks- en bouwregels van de bestemming ‘Bedrijf – 2’ zijn van toepassing.
KLG Europe Logistics Meerheide 28-3-2013 Meerheide, uitbreiding Becx 28-3-2013 Kom Knegsel, herziening woonbos 30-5-2013 Meerheide 27-6-2013 Artikel 5 Bedrijf 5.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van het toestaan van bouwpercelen die groter zijn dan 5.000 m², met dien verstande dat: a. het uitsluitend mag gaan om de uitbreiding van een bedrijf dat reeds op het bedrijventerrein is gevestigd en niet om de nieuwvestiging van een bedrijf; b. de grootte van het bouwperceel maximaal 10.000 m² mag bedragen; c. het financieel, juridisch of feitelijk onmogelijk is om op het in gebruik zijnde bouwperceel tegemoet te komen aan de ruimtebehoefte door middel van zorgvuldig ruimtegebruik; d. er aantoonbare ruimtelijk-economisch belangen voor de lange termijn aanwezig zijn, die de uitbreiding noodzakelijk maken; e. de financiële, juridische en feitelijke mogelijkheden ontbreken om het bedrijf te verplaatsen of te vestigen op: 1 een bedrijventerrein in een nabij gelegen stedelijk concentratiegebied; 2 een nabijgelegen (boven)regionaal bedrijventerrein zoals het Kempisch Bedrijvenpark; f. De ontwikkeling geen nadelige invloed mag hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte mag veroorzaken. g.
De ontwikkeling inpasbaar dient te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. h. De belangen van derden niet onevenredig worden aangetast. Artikel 14 Waarde – Archeologie 2 14.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1 naar ligging wordt verschoven; 2 naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3 wordt verwijderd; 4 van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. b. Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Artikel 15 Waarde – Archeologie 3 15.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1 naar ligging wordt verschoven; 2 naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3 wordt verwijderd; 4 van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft.
21.27643
b.
Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
Artikel 16 Waarde – Archeologie 4.1 16.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1 naar ligging wordt verschoven; 2 naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3 wordt verwijderd; 4 van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. b. Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Artikel 17 Waarde – Archeologie 6 17.4 Wijzigingsbevoegdheid c. Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 5 naar ligging wordt verschoven; 6 naar omvang wordt vergroot of verkleind; 7 wordt verwijderd; 8 van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. d.
Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Artikel 22 Algemene wijzigingsregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduiding 'veiligheidszone - bevi' te veranderen of te verwijderen indien de PR 10-6 contour wijzigt ten gevolge van een andere situatie op het bedrijfsperceel of ten gevolge van wijzigingen in de wet- en regelgeving. Bestemmingsplan De Poelenloop 29-8-2013 Kom Eersel, eerste herziening 26-9-2013 Artikel 11 Centrum 11.7 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduiding ‘horeca’ te verwijderen, indien de aanwezige horecavestiging wordt beëindigd. b. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduiding ‘horeca’ te verplaatsen indien de aanwezige horecavestiging wordt beëindigd, naar de locatie van een nieuwe horecavestiging in de categorieën A, B, C, of D, onder de volgende voorwaarden: 1 Nieuwvestiging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘nieuwvestiging horeca 1’. 2 Het aantal horecavestigingen ter plaatse van de aanduiding ‘nieuwvestiging horeca 1’ en het perceel Hint 23 mag in totaal niet meer bedragen dan 14. 3 De nieuwe horeca mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken.
4 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen 5 De kwaliteit van het beschermd dorpsgezicht dient behouden te blijven. c. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de toevoeging van woningen in de vorm van aanvullende nieuwbouw of woningsplitsing. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De bouwmogelijkheden op het bouwperceel mogen niet worden verruimd. 2 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 3 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 4 De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 5 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 6 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd. Artikel 12 Gemengd 12.8 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduiding ‘horeca’ te verwijderen, indien de aanwezige horecavestiging wordt beëindigd.
21.27643
Carquefouplein b. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduiding ‘horeca’ te verplaatsen indien de aanwezige horecavestiging wordt beëindigd, naar de locatie van een nieuwe horecavestiging in de categorieën A, B, C, of D, onder de volgende voorwaarden: 1 Nieuwvestiging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘nieuwvestiging horeca 2’. 2 Het aantal horecavestigingen ter plaatse van de aanduiding ‘nieuwvestiging horeca 2’ mag niet meer bedragen dan 4. 3 De nieuwe horeca mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 4 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. c. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de toevoeging van woningen in de vorm van aanvullende nieuwbouw of woningsplitsing. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De bouwmogelijkheden op het bouwperceel mogen niet worden verruimd. 2 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 3 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 4 De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 5 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt.
6 De economische haalbaarheid dient te zijn gegarandeerd.
Artikel 30 Waarde – Archeologie 2 30.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1 naar ligging wordt verschoven; 2 naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3 wordt verwijderd; 4 van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. b. Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Artikel 31 Waarde – Archeologie 3 31.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1 naar ligging wordt verschoven; 2 naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3 wordt verwijderd; 4 van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. b.
Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Artikel 32 Waarde – Archeologie 4.1 302.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1 naar ligging wordt verschoven; 2 naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3 wordt verwijderd; 4 van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. b. Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Artikel 33 Waarde – Archeologie 4.2 33.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1 naar ligging wordt verschoven; 2 naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3 wordt verwijderd;
21.27643
4
b.
van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
Artikel 34 Waarde – Archeologie 5.1 34.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1 naar ligging wordt verschoven; 2 naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3 wordt verwijderd; 4 van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. b. Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Artikel 35 Waarde – Archeologie 5.2 35.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1 naar ligging wordt verschoven; 2 naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3 wordt verwijderd; 4 van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. b.
Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Artikel 36 Waarde – Archeologie 6 36.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1 naar ligging wordt verschoven; 2 naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3 wordt verwijderd; 4 van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. b. Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Artikel 41 Algemene wijzigingsregels a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduiding ‘veiligheidszone – lpg’ te veranderen of te verwijderen indien de lpg-cirkel wijzigt of indien het aanwezige vulpunt wordt beëindigd. b. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de grenzen van de bestemmingen 'Verkeer', 'Verkeer Verblijfsgebied' en 'Groen' te wijzigen ten behoeve van een andere inrichting van de openbare ruimte.
Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De groene uitstraling van de openbare ruimte dient te worden gehandhaafd. 2 Wijziging is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen afschermend groen’. Bisschop Rythoviusweg 11, Duizelseweg naast 7, Hint tussen 24a en 24b, Kerkstraat naast 14, Quackelaer tussen 31 en 33, Schadewijkstraat naast 40, Rogge naast 14 en Zanger tussen 20 en 24 c. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone wijzigingsgebied 1’ het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de nieuwbouw van maximaal één woning per wijzigingsgebied. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1 De ontwikkeling mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 2 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 3 De woningbouw dient te passen binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. 4 De ontwikkeling dient inpasbaar te zijn vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt. 5 Er dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit).