CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[21.21405] - Visie Buitengebied 2.0

Raadsvergadering 2 november 2021, gemeente EerselBij agendapunt: Visie buitengebied 2.028.477 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Zonering – recreatieve schakelzone

Wenselijk

Mogelijk

Ongewenst

Agrarische bedrijven

Natuurinclusieve landbouw.

Grondgebonden vormen. Nieuwe vormen.

Intensief

Agrarische verwante bedrijven

In bestaande bebouwing

Agrarisch technische hulpbedrijven

In bestaande bebouwing

Ambachtelijke bedrijven

Ambachten, museumfuncties

Zakelijke dienstverlening

Overige productiebedrijven met milieucategorie 1-2 Vergader- en kantoorlocaties (beperken publieksaantrekking).

Dagrecreatie

Experience, ondersteuning toerisme en routegebonden recreatie.

Grootschalig

Verblijfsrecreatie

Kleinschalig, hoogwaardig, uiteenlopend aanbod.

Grootschalig

Horeca

Ondergeschikt bij recreatie / agrarische functie.

Grootschalig

Detailhandel

Als nevenactiviteit.

Wonen

Ruimte voor Ruimte, landgoed, splitsing van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, omzetten bedrijfswoning naar burgerwoning.

Sociale / culturele / educatieve / zorgvoorzieningen

Galerie, tentoonstellingen, museumfunctie

Seniorenzorg, kinderopvang, intramuraal, dagbesteding, zorgtoerisme.

Opslag

Gerelateerd aan ambachten, statische opslag.

Zonnepark

Mogelijk mits passend binnen beleidskader.

21

LEGENDA Gebiedsindeling Recreatieve schakelzone

Algemeen Plangebied ondergrond: BGT en BRK (datum: 17-07-2019)

Figuur 2.7 Recreatieve schakelzones N

STARTDATUM

GEMEENTE EERSEL

AUGUSTUS 2019

Visie Buitengebied STATUS

Kaart 2: Zoneringskaart_Recreatieve schakelzone

DATUM BESLUITNR.

PLANSTATUS

22

Primair agrarisch gebied In het verleden waren binnen de gemeente landbouw­ ontwikkelings­gebieden (LOG’s) aangewezen. Het ging om drie gebieden: ten noorden van Wintelre, ten noordoosten van Duizel en ten zuiden van Eersel. Dit betreft veelal grootschalige (jonge) heideontginningen. De LOG’s zijn inmiddels vervallen. De gebieden met de functiezone primair agrarisch gebied zijn in deze visie verkleind ten opzichte van de Structuurvisie Eersel 2011 omdat in de loop der jaren functiemenging heeft plaatsgevonden. In veel gebieden is dan ook geen sprake meer van primair agrarisch gebied. Er zijn nog twee gebieden (ten zuiden van Vessem en ten noordoosten van Wintelre) over gebleven met de functiezone primair agrarisch gebied. Binnen

Zonering – primair agrarisch gebied

Wenselijk

Agrarische bedrijven

Primaat niet-grondgebonden vormen. Nieuwe vormen.

Agrarische verwante bedrijven

CHECK

Agrarisch technische hulpbedrijven

CHECK

Ambachtelijke bedrijven

deze gebieden wordt, binnen bestaande wet- en regelgeving, maximaal de ruimte geboden aan agrarische ontwikkeling, met name aan niet grondgebonden landbouw. Aangezien in deze gebieden de landbouw het primaat heeft, wordt hier selectief omgegaan met functieontwikkelingen: landbouw en daaraan gerelateerde functies krijgen maximaal de ruimte. Bedrijfs­ont­ wikkeling dient samen te gaan met een goede landschappelijke inpassing van erven en bebouwing. In onderstaande tabel is voor de functiezone primair agrarisch gebied aangegeven welke functies we als wenselijk, mogelijk en als ongewenst zien.

Mogelijk

Ongewenst

CHECK

Zakelijke dienstverlening

CHECK

Dagrecreatie

Routegebonden recreatie

Verblijfsrecreatie

Als nevenactiviteit.

Horeca

Als nevenactiviteit.

Detailhandel

Als nevenactiviteit.

Wonen

CHECK

Sociale / culturele / educatieve / zorgvoorzieningen

Als nevenactiviteit.

Opslag

Bij voorkeur landbouw gerelateerd, statische opslag.

Zonnepark

Mogelijk mits passend binnen beleidskader.

23

LEGENDA Gebiedsindeling Primair agrarisch gebied

Algemeen Plangebied ondergrond: BGT en BRK (datum: 17-07-2019)

Figuur 2.8 Primair agrarisch gebied N

STARTDATUM

GEMEENTE EERSEL

AUGUSTUS 2019

Visie Buitengebied STATUS

Kaart 2: Zoneringskaart_Primair agrarisch gebied

DATUM BESLUITNR.

PLANSTATUS

24

Agrarisch overgangsgebied Dit betreft veelal gronden in een zone tussen de woonkernen en primair agrarisch gebied en bos- en natuurgebieden. Deze gronden maken vaak deel uit van oude ontginningsgronden. In deze gebieden, ligt het primaat bij het agrarisch gebruik, maar bestaan ook mogelijkheden voor functiemenging bijvoorbeeld bij VAB’s of in bebouwingsconcentraties. Wel dient daarbij behoud van reële ontwikkelingsmogelijkheden voor de agrarische sector doorslaggevend te zijn bij de toetsing van functieveranderingen. Deze bedrijfsontwikkeling dient samen te gaan met een goede landschappelijke inpassing van erven en bebouwing en behoud

Zonering – agrarisch overgangsgebied

van de landschappelijke karakteristieken. Dicht bij de kernen zijn de ontwikkelingsmogelijkheden voor niet-agrarische functies het ruimst. De voorkeur gaat uit naar functies die een meerwaarde hebben voor de kernen, zoals: wonen, agrarisch verwante bedrijvigheid (bv. hovenier, dierenpension) en ambachtelijke dienstverlening (milieukundig ‘lichte’ bedrijven met maximaal milieucategorie 2). In onderstaande tabel is voor de functiezone agrarisch overgangsgebied aangegeven welke functies we als wenselijk, mogelijk en als ongewenst zien.

Wenselijk

Mogelijk

Agrarische bedrijven

Primaat bij grondgebonden vormen. Nieuwe vormen.

Overige vormen.

Agrarische verwante bedrijven

CHECK

Agrarisch technische hulpbedrijven

CHECK

Ambachtelijke bedrijven

CHECK

Zakelijke dienstverlening

Kantoor- en vergaderlocaties (beperken publieksaantrekking).

Dagrecreatie

Experience, ondersteuning uitloop en routegebonden recreatie.

Verblijfsrecreatie

Kleinschalig, hoogwaardig, hotelfuncties.

Horeca

Ondergeschikt bij recreatie / agrarische functie

Detailhandel

Als nevenactiviteit

Wonen

Landgoed, splitsing van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, omzetten bedrijfswoning naar burgerwoning.

Ongewenst

Ruimte voor Ruimte

Sociale / culturele / educatieve / zorgvoorzieningen

Seniorenzorg, wooncombinaties, intramuraal, dagbesteding, zorgtoerisme.

Opslag

Bij voorkeur gerelateerd aan landbouw, statische opslag.

Zonnepark

Mogelijk mits passend binnen beleidskader.

25

LEGENDA Gebiedsindeling Agrarisch overgangsgebied

Algemeen Plangebied ondergrond: BGT en BRK (datum: 17-07-2019)

Figuur 2.9 Agrarisch overgangsgebied N

STARTDATUM

GEMEENTE EERSEL

AUGUSTUS 2019

Visie Buitengebied STATUS

Kaart 2: Zoneringskaart_Agrarisch overgangsgebied

DATUM BESLUITNR.

PLANSTATUS

26

Lokaal dorpsovergangsgebied Dit betreft gronden, gelegen rondom woonkernen op de overgang naar het buitengebied waar vaak al sprake is van functiemenging. Deze gronden maken vaak onderdeel uit van kleinschalige oude ontginningen. De nadruk ligt hier op een kwalitatief hoge woonomgeving. Hier wordt versterking van het woon- en voorzieningenniveau van de woonkern voorgestaan. In aanvulling op de reguliere ontwikkelingen in de kern, biedt het gebied kansen voor functiemenging van kleinschalige functies op het gebied van wonen, agrarisch verwante bedrijvigheid,

Zonering – dorpsovergangsgebied

Wenselijk

hoogwaardig zorgaanbod, kleinschalige voorzieningen op gebied van detailhandel, horeca, kunst, cultuur en sport/recreatie. Het is niet de bedoeling om het volledige gebied dat is aangeduid als lokaal dorpsovergangsgebied te verstenen. Wel is het zo dat de uitbreidingslocaties voor woningbouw (Duizel-Noord, Koemeersdijk en Postels Huufke) onderdeel uitmaken van dit gebied. In onderstaande tabel is voor de functiezone lokaal dorpsovergangsgebied aangegeven welke functies we als wenselijk, mogelijk en als ongewenst zien.

Mogelijk

Ongewenst

Agrarische bedrijven

Akkerbouw. Natuurinclusieve landbouw. Nieuwe vormen.

Intensieve veehouderij

Agrarische verwante bedrijven

CHECK

Agrarisch technische hulpbedrijven

CHECK

Ambachtelijke bedrijven

CHECK

Zakelijke dienstverlening

Kantoor- en vergaderlocaties (beperken publieksaantrekking).

Dagrecreatie

Experience, ondersteuning uitloop en routegebonden recreatie.

Verblijfsrecreatie

Kleinschalig, hoogwaardig.

Horeca

Ondergeschikt bij recreatie / agrarische functie.

Detailhandel

Als nevenactiviteit.

Wonen

Landgoed, splitsing van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, omzetten bedrijfswoning naar burgerwoning.

Sociale / culturele / educatieve / zorgvoorzieningen

Seniorenzorg, kinderopvang, intramuraal, dagbesteding, zorgtoerisme.

Opslag

Bij voorkeur gerelateerd aan ambachten, statische opslag.

Zonnepark

Ruimte voor Ruimte

Mogelijk mits passend binnen beleidskader.

27

LEGENDA Gebiedsindeling Dorpsovergangsgebied

Algemeen Plangebied ondergrond: BGT en BRK (datum: 17-07-2019)

Figuur 2.10 Dorpsovergangsgebied N

STARTDATUM

GEMEENTE EERSEL

AUGUSTUS 2019

Visie Buitengebied STATUS

Kaart 2: Zoneringskaart_Dorpsontwikkeling

DATUM BESLUITNR.

PLANSTATUS

28

Woonzorginstelling Binnen de gemeente is sprake van één woonzorginstelling, Lunetzorglocatie De Donksbergen. Deze instelling ligt ten zuidwesten van Duizel. Deze locatie heeft een specifieke

functiezone gekregen. Deze functiezone is vanwege de specifieke locatie niet omschreven. Ontwikkelingen op deze locatie zijn altijd maatwerk en worden integraal afgewogen.

LEGENDA Gebiedsindeling Zorginstelling

Algemeen Plangebied ondergrond: BGT en BRK (datum: 17-07-2019)

Figuur 2.11 Zorginstelling N

STARTDATUM

GEMEENTE EERSEL

AUGUSTUS 2019

Visie Buitengebied STATUS

Kaart 2: Zoneringskaart_Zorginstelling

DATUM BESLUITNR.

PLANSTATUS

29

3. Maatwerk en kwaliteiten 3.1 Inleiding

We hebben te maken met een buitengebied in transitie. Steeds meer agrarische bedrijven kunnen niet langer voortbestaan. Omdat het slopen van alle vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing geen optie is wordt vaak gezocht naar een andere vorm als economische drager. Dit vraagt in sommige gevallen een maatwerk beoordeling over wat op een bepaalde locatie een passende invulling is. Vanuit een “ja, mitshouding” staat de gemeente open voor maatwerk. Maar het is van groot belang dat er plannen worden ingediend die bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. In dit hoofdstuk willen we ter inspiratie aangeven wat de gemeente Eersel verstaat onder kwaliteiten. Dat betekent dat een plan dat in kwaliteit voorziet eerder kan rekenen op een positieve grondhouding. De in dit hoofdstuk genoemde kwaliteiten zijn geen garantie dat we altijd mee werken aan een plan als men aan de uitgangspunten voldoet. Immers blijft dat ook van de aard en omvang van de activiteiten die op een locatie worden gevestigd afhankelijk en van de specifieke omgeving van een locatie.

3.2 Werkmethode kwaliteitspunten

De beoogde manier van werken rondom maatwerk is een nieuwe aanpak. Dit leidt tot een zoektocht naar de juiste methode. Het beoordelen van de kwaliteiten van een plan is geen exacte wetenschap. Het is dan ook niet meetbaar en kan niet in cijfers worden uitgedrukt. Om die reden is het van belang afspraken te maken hoe plannen ambtelijk op een zorgvuldige manier worden beoordeeld. In het regieteam Eersel beschouwen we ruimtelijke verzoeken/ vragen op een integrale manier. Het regieteam is een overleggroep waarin alle disciplines van de gemeente die betrokken zijn bij de leefomgeving vertegenwoordigd zijn waaronder natuur, milieu, wonen, bedrijvigheid, vrijetijdseconomie en zorg. De ruimtelijke initiatieven bespreken we in het regieteam waarna een ambtelijke reactie op een initiatief volgt. De initiatiefnemer kan op basis hiervan een principeverzoek indienen bij het College van Burgemeester en Wethouders of ervoor kiezen het plan aan te passen. Er zijn twee vereisten waaraan sowieso voldaan moet worden bij plannen waarvoor maatwerk nodig is: 1. Door de omgeving gedragen Open communicatie is in alle gevallen een vereiste. Niet alleen tussen initiatiefnemer en gemeente, maar ook tussen initiatiefnemer en belanghebbenden en/of tussen gemeente en belanghebbenden.

Transparant aangeven waarom je voor of tegen een ruimtelijk initiatief bent, komt de kwaliteit van de besluitvorming ten goede. Voor plannen waarvoor maatwerk

nodig is moet door de initiatiefnemer gedurende het proces om te komen tot een herontwikkeling, overleg met de omgeving plaats vinden over het planvoornemen (omgevingsdialoog). Aangetoond moet worden dat dit is gedaan (bijvoorbeeld door een verslag) en wat de reactie van de omgeving was en wat daarmee is gedaan. Dit betekent niet dat het plan door de omgeving gedragen moet zijn (bij voorkeur wel natuurlijk). De omgeving moet gehoord zijn en eventueel wordt het plan aangepast naar aanleiding van de omgevingsdialoog. 2. Toekomstbestendigheid Een duurzame en toekomstbestendige invulling van een locatie is een belangrijk doel. Het is noodzakelijk dat een plan er voor zorgt dat een locatie een invulling krijgt waardoor voor een langere periode een invulling is gegeven aan de locatie. Toekomstbestendigheid als kwaliteit kan op meerdere manieren worden gezien, zo kan dit te maken hebben met de financiële haalbaarheid van een bedrijfsconcept of met een bestemming waarmee een duurzame invulling is gegeven aan een locatie. Wanneer bedrijvigheid (in de breedste zin van het woord, dus ook voor bijvoorbeeld recreatieve of zorginitiatieven) onderdeel uitmaakt van het planvoornemen dient een initiatief­nemer een toelichting te geven op het toekomst­perspectief van het plan wanneer sprake is van maatwerk.

3.3 Kwaliteiten met betrekking tot leefomgeving

In deze paragraaf zijn de kwaliteiten beschreven die we willen versterken. Plannen die een bijdrage leveren aan deze kwaliteiten kunnen meerwaarde opleveren zodat een positieve grondhouding aangenomen wordt door de gemeente in het beoordelen van de aanvraag. Een meer gebiedsgerichte aanpak vergt een andere rol van de gemeente in tegenstelling tot de traditionele meer toetsende rol. Verminderen van overtollige bebouwing door sloop In het buitengebied bestaat een opgave voor het opnieuw invullen (herinvullen) of slopen van overtollige (voormalige agrarische) bedrijfsgebouwen. Niet alle overtollige voormalige bedrijfsgebouwen kunnen een nieuwe functie krijgen. Het is daarom een opgave om de resterende bebouwing te slopen. Een plan dat voorziet in afname van de hoeveelheid bebouwing en verharding in het buitengebied draagt daarom bij aan de kwaliteit van het buitengebied. Ėén van de kwaliteiten waar we naar streven in het buitengebied is het slopen van overtollige bebouwing om negatieve effecten zoals verpaupering te voorkomen. Biodiversiteit en natuurontwikkeling Biodiversiteit is de term die wordt gebruikt om de verscheidenheid van het leven op aarde aan te duiden. Het gaat om de planten,

30

dieren en schimmels en ook om de levensgemeenschappen die zij vormen en de gebieden (habitats) waarin zij leven. De natuur biedt diensten en producten die belangrijk of onmisbaar zijn voor het menselijk bestaan op aarde. Denk bijvoorbeeld aan de productie van hout, de bescherming tegen overstroming door de duinen of landschappelijke schoonheid. Dit noemen we ook wel ecosysteemdiensten. Er is sprake van een sterke achteruitgang van de biodiversiteit in het buitengebied, met name op de landbouwpercelen. Dit wordt veroorzaakt door de bestrijding van ziekten en plagen en zware bemestingen in de landbouw. Ook versnippering van natuur­ gebieden en verlies van leefgebieden leiden tot een achteruitgang van de biodiversiteit. Het is van belang om de biodiversiteit te behouden en waar mogelijk te verbeteren. In de beleidsstukken Groen Loont! en het plan Bos & Boom worden hiervoor al kansen benoemd. Het is daarnaast van belang dat er bij planontwikkelingen gekeken wordt naar de bijdrage die geleverd kan worden aan het verbeteren van de biodiversiteit. Inheemse soorten of een gevarieerde landschappelijke inpassing kunnen daar bijvoorbeeld aan bijdragen. Naast biodiversiteit heeft de gemeente ook de ambitie om een aantal ontbrekende ecologische verbindingszones te realiseren en om de bestaande natuur te versterken. Een belangrijke rol hiervoor is weggelegd in het plan Bos & Boom.

Versterken (voormalig) aanwezige waarden Het buitengebied van de gemeente Eersel is een platteland vol karakter. Van oudsher vindt er bewoning en gebruik van gronden plaats in dit gebied. Door de constante modernisering van het buitengebied zijn door de jaren heen verschillende karakteristieke waarden verloren of achteruit gegaan. Op dit moment is het buitengebied wederom volop in transitie wat betekent dat er ook kansen ontstaan voor het versterken van cultuurhistorische en/of

landschappelijke waarden. Plannen die aanwezige waarden versterken en plannen die verloren waarden herstellen dragen bij aan een kwalitatief en karakteristiek buitengebied. Zo kunnen historische boerderijen weer een zichtbaar belangrijke plek krijgen of kunnen oude gehuchten of cultuurlandschappen worden hersteld. Milieuwinst Elk bedrijf gaat gepaard met milieueffecten op de omgeving. De aard en omvang van de bedrijfsactiviteiten bepalen de milieu­ categorie van een bedrijf. Bij het bepalen van een dergelijke milieucategorie worden aspecten zoals geluid, geur en verkeers­ intensiteiten meegewogen. Veehouderijen zijn bedrijven waarbij deze aspecten vaak aanwezig zijn. In sommige situaties leidt het ontwikkelen naar een andere invulling van de locatie tot grote afname van die aspecten en daarmee tot een vergroting van de kwaliteit van de leefomgeving. We spreken dan van milieuwinst. Het behalen van milieuwinst is een wenselijke ontwikkeling omdat het leidt tot een gezondere leefomgeving. Om die reden wordt het als kwaliteit gezien bij ruimtelijke ontwikkelingen. Per ontwikkeling wordt beoordeeld of sprake is van een substantiële milieuwinst, dit is niet in een getal uit te drukken. Maatschappelijk bijdrage of meerwaarde Een vitaal en daarmee ook leefbaar platteland is wenselijk voor iedere gemeente.

Een buitengebied met reuring leidt tot meer sociale betrokkenheid en grote sociale controle. Het kan er voor zorgen dat ongewenste en criminele activiteiten eerder worden gesignaleerd. Een diversiteit aan functies in het buitengebied kan bijdragen aan de leefbaarheid. Daarbij valt te denken aan een combinatie tussen werkgelegenheid, sociaal-culturele locaties en woonlocaties. Verpaupering van gebouwen en locaties in het buitengebied of ver/bevuiling van het buitengebied is uiterst onwenselijk.

31

Een belangrijke vraag bij elk ruimtelijk initiatief is of er op een economisch gezonde manier ook maatschappelijke meerwaarde wordt bereikt. Maatschappelijke meerwaarde kan op meer manieren bewerkstelligd worden. Ruimtelijk in de vorm van een stevige impuls in het landschap. Sociaal in de vorm van een stevige impuls in het verenigingsleven dat de inwoners zo bindt of in ontmoetingsplekken voor jong en oud om vereenzaming tegen te gaan. Een voorbeeld is een ruimtelijk initiatief dat een bijdrage levert aan de doelstellingen uit het welzijnskader. Elke vier jaar stelt de gemeenteraad een welzijnskader vast. In dit brede kader zijn voor vier jaar de doelstellingen opgenomen die de gemeente op het gebied van zorg en welzijn wil bereiken. Dit kunnen doelstellingen zijn op het gebied van zorg, gezondheid, sport, cultuur of vrijwilligers. Op basis van dit kader ontvangen verschillende organisaties en verenigingen in Eersel een subsidie. De eerder genoemde maatschappelijke meerwaarde kan onder andere aangetoond worden als een ruimtelijk initiatief een bijdrage levert aan de doelstellingen uit dit welzijnskader. Perceelsoverstijgende landschappelijke kwaliteitsverbetering Landschappelijke inpassing is al jarenlang een vereiste bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. Samen met de andere Kempengemeenten is daarvoor de zogeheten landschaps­ investeringsregeling opgesteld.

Naast dat landschappelijke inpassing al verplicht is, kan een initiatiefnemer er voor kiezen om verdergaande investeringen te doen in het landschap. Dit kan in bepaalde plannen beoordeeld worden als perceelsoverstijgende kwaliteitsverbetering. Duurzaamheid / Energie In de Regionale Energiestrategie (RES) geeft de gemeente Eersel samen met de andere gemeenten binnen de Metropoolregio Eindhoven (MRE), waterschap De Dommel, waterschap Aa en

Maas, de provincie Noord-Brabant en Enexis vorm aan hoe ze gezamenlijk aan het Nationaal Klimaatakkoord kunnen bijdragen op het gebied van energiebesparing, het opwekken van duurzame energie en het duurzaam verwarmen van gebouwen. Duurzaamheid bij ontwikkelingen is belangrijk in de gemeente Eersel, door aandacht te hebben voor mogelijkheden waarmee een bijdrage geleverd kan worden aan de duurzaamheids­ doelstellingen. Plannen die hieraan een positieve bijdrage leveren zijn wenselijk omdat de opgave fors is. Klimaatbestendigheid Het klimaat in Nederland lijkt aan verandering onderhevig te zijn. Zo zijn winters niet consequent koud en worden er in de zomer warmterecords gebroken. Ook neemt de hevigheid van buien toe. Boeren die het land voorzien van water met proefinstallaties en discussies over hittestress in het stedelijk gebied lijken een steeds normaler en terugkerend iets te zijn in Nederland. Het is dan ook voorstelbaar dat nieuwe ruimtelijke initiatieven kwalitatief kunnen bijdragen aan het voorkomen van negatieve effecten van klimaatverandering. Nog beter wellicht zelfs bijdrage aan een beter klimaat. Belangrijk bij klimaatbestendigheid is het realiseren van waterberging en buffers om zowel natte als droge perioden te overbruggen. Plannen die hieraan een positieve bijdrage leveren zijn wenselijk om problemen te voorkomen zowel voor de landbouw als voor andere functies.

Innovatie Gemeente Eersel vindt innovatie belangrijk. Dat betekent dat plannen waarbij vrijkomende agrarische bedrijfslocaties worden ingevuld met een innovatieve functie veelal gezien kunnen worden als een bijdrage aan de kwaliteit van het buitengebied van de gemeente Eersel. Daarnaast kunnen ze bijdragen aan het op de kaart zetten van de gemeente.

32

4. Uitvoeringsprogramma 4.1 Algemeen

In dit hoofdstuk worden verschillende regelingen beschreven. Deze nieuwe regelingen zijn ontwikkeld om problemen die zich in de huidige situatie voordoen op te lossen en om nieuwe kansen voor de toekomst te creëren. Het zijn concrete uitvoeringsregelingen die de kans op kwaliteitsverbetering van het buitengebied verder vergroten.

4.2 Periodieke herziening bestemmingsplan buitengebied

Het bestemmingsplan buitengebied wordt periodiek herzien in een zogenoemd veegplan. Enerzijds om beleidswijzigingen door te voeren van onszelf maar ook van andere overheden. Anderzijds om ontwikkelingen te faciliteren. Het is voor initiatiefnemers dan mogelijk om met een uitgewerkt plan mee te liften in de ruimtelijke procedure. Gezien de winst in efficiëntie is het mogelijk om de legeskosten te reduceren. Dit kan wellicht drempelverlagend werken. De korting voor meeliften op een door de gemeente geïnitieerde herziening bedraagt op dit moment 50% van het legesbedrag. In het kader van een jaarlijkse herziening van het bestemmingsplan buitengebied is van belang om jaarlijks een budget te hebben. Hiervoor zal een post worden opgenomen. Daarnaast leggen we voorafgaand aan de herziening een datum vast welke als deadline geldt voor het indienen van plannen die willen meeliften in de herziening. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt bezien of een veegplan nog mogelijk en wenselijk is of dat er andere mogelijkheden beschikbaar komen.

4.3 Sloopstimuleringsmaatregel

Eén van de grootste opgaves voor de transitie van het buitengebied is het op een zorgvuldige manier slopen van VAB’s. Vaak zien (voormalige) agrarische ondernemers de sanering van hun bebouwing als kapitaalvernietiging. De gemeente Eersel wil de saneringsopgave stimuleren ten behoeve van de kwaliteit van het buitengebied. Het slopen van gebouwen is om meerdere redenen van belang en levert mogelijk voordelen op, zoals: Een opwaardering van de omgeving; Het verhoogt de verkoopwaarde van de voormalige bedrijfswoning wanneer deze na de sloop voorzien wordt van de juiste bestemming; Creëert vrij uitzicht en zorgvuldige, geconcentreerde inrichting op bouwpercelen; Verpaupering van het buitengebied tegengaan; Voorkomen illegaal gebruik.

 Daarnaast moeten nieuwe stallen ook voldoen aan de steeds strenger wordende wet- en regelgeving voor agrarische bedrijven. Dat betekent dat de sloopregeling ook het effect kan hebben dat er meer ruimte ontstaat voor modernere stallen of bedrijfsgebouwen. In de eerste versie van de Visie buitengebied heeft de gemeente Eersel aangegeven aan de slag te gaan met sloopstimulering in de vorm van een sloopfonds. In een eerdere versie hield dit idee in dat er voor het verkrijgen van meer bouwmogelijkheden voor bijgebouwen (van 150m² tot 250m²) een financiële compensatie geleverd moet worden in een fonds waarmee in regie van de gemeente op een later moment sloop gerealiseerd kan worden. Zowel juridisch als praktisch dient geconcludeerd te worden dat een sloopfonds niet de meest geschikt sloopstimuleringsmaatregel is. Mede ook omdat de stimulering niet direct gekoppeld is aan sloopwerkzaamheden. Met de vaststelling van Visie buitengebied 2.0 kiest de gemeente Eersel voor een andere koers als het gaat om de stimulering van sloop in het buitengebied. Om tot laagdrempelige en uitvoerbare stimulering te komen van sloop in het buitengebied is het van belang een eenvoudige regeling te introduceren. Ook gaat de voorkeur uit naar een maatregel waarbij direct resultaat geboekt wordt op het moment van toepassing van de maatregel.

Een sloopsubsidie biedt de gemeente een concrete regeling welke met het vaststellen van een subsidieverordening juridisch is te verankeren. Dat houdt in dat de gemeente een regeling zal openstellen waar op basis van subsidieaanvragen beoordeeld wordt of een initiatieflocatie in aanmerking komt voor een subsidie. De subsidie zal voor zien in een vast bedrag van in euro’s per m² te slopen gebouwen. Om de regeling operationeel te laten zijn wordt een subsidieverordening opgesteld. De subsidieregeling is alleen van toepassing op:  (Voormalig) agrarische bebouwing, die ook als zodanig is bestemd, in de gemeente Eersel;  Aantoonbaar legaal tot stand gekomen bebouwing en bebouwing die onder het overgangsrecht valt;  Bebouwing die op vergunning in gebruik zijn geweest voor agrarische bedrijfsdoeleinden;  Geen dubbeltelling met stallen waarvoor al eerder of in het kader van een andere regeling een vergoeding is verkregen of als de sloop al gebruikt is als kwaliteitsverbetering;  Sloop alleen met vooraf verleende sloopvergunning of sloopmelding;  Geen subsidie voor sloop van gebouwen met monumentale of cultuurhistorische waarden.

33

4.4. Contractnaleving landschappelijke inpassingsverplichtingen

Bij ontwikkelingen in het buitengebied wordt getoetst aan de LIR. Initiatieven moeten een landschappelijke bijdrage leveren en moeten landschappelijk ingepast worden. In het bestemmingsplan wordt de landschappe­lijke inpassing juridisch verankerd en wordt een voorwaardelijke bepaling opgenomen waarin de landschappelijke inpassing gekoppeld wordt aan de nieuwe ontwikkeling.

het bestemmingplan Buitengebied 2017 een afwijkmogelijkheid op voor het wijzigen van landschappelijke inpassingen. Hierdoor wordt het mogelijk om op basis van een vergunning de landschappelijke inpassing te veranderen. Voorwaarde is dat de nieuwe landschappelijke inpassing voor een locatie kwalitatief vergelijkbaar is met de eerder gemaakte afspraken over landschappelijke inpassing. Hiervoor zal een toets plaats vinden.

Kwaliteitsverbetering van het buitengebied vinden we belangrijk. Hier hoort ook een goede landschappelijke inpassing bij. Het is daarom van belang om controles uit te voeren en waar nodig te handhaven. In 2021 is hiermee gestart en is budget opgenomen in het werkprogramma van VTH de Kempen. Dit budget wordt structureel opgenomen in de begroting zodat de landschappelijke inpassingen ook in de toekomst gecontroleerd blijven worden. Op deze manier laten we als gemeente zien dat we kwaliteit belangrijk vinden en deze willen borgen. Het is procedureel erg lastig om een landschappelijke inpassing te wijzigen. Dit komt omdat de landschappelijke inpassing in een bestemmingsplan wordt vastgelegd. Wanneer iemand de locatie van een landschappelijke inpassing wil wijzigen zal hiervoor het bestemmingsplan gewijzigd moeten worden. Dit is in de huidige situatie een erg intensief traject. Om dit in de toekomst eenvoudiger te maken nemen we in de tweede herziening van

34

Bijlage 1 •

L andschappelijke inpassing initiatieven in het buitengebied

35

Landschappelijke inpassing initiatieven in het buitengebied Gemeente Eersel

Opdrachtgever: Gemeente Eersel Proj.nr.: AUR099 Doc.nr.: DOC-AUR099-04 Datum: 25 juli 2019

Beethovenlaan 24b 4941 WC Raamsdonksveer 0162-523061 www.buroaura.nl info@buroaura.nl

1.

INLEIDING

1.1 Aanleiding

Voor nieuwe initiatieven in het buitengebied geldt dat deze landschappelijk ingepast moeten worden. Voor initiatiefnemers is niet altijd duidelijk waaraan de landschappelijke inpassing moet voldoen of hoe dit er uit kan komen te zien. Voorliggende nota is de praktische handleiding om tot een goede landschappelijk inpassing van initiatieven in het buitengebied van de gemeente Eersel te komen. Door gebruik te maken van de landschaps- en natuurpakketten – die verderop in de nota worden uiteengezet – sluit de gewenste landschappelijke inpassing van een initiatief aan op het beleid. Dit is nu niet altijd het geval en met dit document wordt duidelijkheid verschaft waaraan een initiatief in de praktijk moet voldoen.

1.2 Geldend beleid Ter bevordering van de landschappelijke kwaliteit in de gemeente Eersel is een aantal documenten geldend: 1. “Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant” (2008) (provincie Noord-Brabant); 2. “Kwaliteitsverbetering van het landschap” (2011) (provincie Noord-Brabant); 3. “Landschappelijke investeringsregeling De Kempen” (2012) (Kempengemeenten); 4. “Groen Loont” (2017) (gemeente Eersel). Al deze documenten hebben een gezamenlijk doel dat zich laat vertalen in: -

Behouden en versterken van het groene en landschappelijk karakter; Behouden en versterken van de cultuurhistorie die samenhangt met het landschap; Versterken van de biodiversiteit van het buitengebied; Een optimale landschappelijke inpassing en aankleding van nieuwe ontwikkelingen en initiatieven in het landschap.

In de Verordening Ruimte van de provincie Noord-Brabant – en afgeleid daarvan de nota’s “Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant” en “Kwaliteitsverbetering van het landschap” - zijn regels vastgelegd die de belangen van de provincie bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten beschermen. Met deze regels moet bij de opstelling van bestemmingsplannen rekening worden gehouden. In artikel 3.2 van de Verordening Ruimte wordt verplicht gesteld dat ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied bij moeten dragen aan de verbetering van de kwaliteit van het landschap. Deze zogenaamde landschapsinvesteringsregeling (LIR) is van toepassing op alle ontwikkelingen in het buitengebied die in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan, maar waaraan vanuit ruimtelijke overwegingen toch medewerking kan worden verleend. De verplichting om de kwaliteit te verbeteren komt bovenop de 'basis'-verplichting om te zorgen voor de (handhaving) van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied, zoals is opgenomen in artikel 3.1 van de Verordening Ruimte. De Verordening Ruimte schrijft niet voor hoe en in welke mate ontwikkelingen aan de kwaliteit van het landschap moeten bijdragen. Nadrukkelijk heeft de provincie zich daarbij op het standpunt gesteld dat de gemeenten dit zelf mogen bepalen, zij het dat de provincie wel minimale eisen stelt.

Op grond van de Verordening Ruimte kan kwaliteitsverbetering van het landschap plaatsvinden via investeringen in: 1. de kwaliteit van bodem/water/natuur/landschap/cultuurhistorie 2. extensieve recreatieve mogelijkheden

In samenwerking met een aantal andere Kempengemeenten en de provincie heeft de gemeente Eersel deze eisen verwerkt in de Afstemmingsnotitie “Landschapsinvesteringsregeling De Kempen”. Deze notitie is door het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Eersel vastgesteld op 24 augustus 2012. De afstemmingsnotitie is een handreiking waarin wordt geschetst op welke manieren met de eisen omtrent kwaliteitsverbetering uit de Verordening Ruimte wordt omgegaan en wat het verwachtingsniveau is ten aanzien van de verwachte inspanning. Via drie categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen met invloed op de omgeving is bepaald hoe invulling wordt gegeven aan artikel 3.2 van de Verordening Ruimte: -

-

Categorie 1: ruimtelijke ontwikkelingen waarvoor geen eisen worden gesteld voor wat betreft de ruimtelijke kwaliteit van het landschap (artikel 3.2 Vr niet van toepassing): Categorie 2: ruimtelijke ontwikkelingen waarbij wel zorg wordt gedragen voor behoud en bevordering van de ruimtelijke kwaliteit, maar waar geen sprake hoeft te zijn van aanvullende kwaliteitsverbetering van het landschap (artikel 3.2 Vr niet van toepassing): Categorie 3: ruimtelijke ontwikkelingen waarbij een investering in de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt verlangd (artikel 3.2 Vr van toepassing):

“Groen Loont” verbindt de thema’s landschap, natuur en groen met elkaar in één integraal beleidsplan. Het plan geeft richting aan landschap, natuur en groen in een snel veranderende samenleving. De basiskwaliteit van de gemeente Eersel is groen. Daarmee hebben wij in Eersel groen goud in onze handen. Een zorgvuldige ontwikkeling van de onderliggende waarden vergroot deze “goudvoorraad”. Dit komt ten goede aan de huidige generatie mensen die in Eersel wonen, mensen die Eersel bezoeken en bedrijven die hier gevestigd zijn. Maar misschien nog belangrijker zijn de komende generaties. Juist zij zullen nog meer hechten aan groene waarden als basis voor een door hen gewenst maatschappelijk leven en een sterke economische positie. Groen Loont spreekt over de samenhang en de verschillende rollen en verantwoordelijkheden in het groen. Het beleidsplan stelt richtlijnen vast voor de inrichting, het beheer en de bescherming van landschap, natuur en groen in Eersel. Deze richtlijnen vinden hun vertaling in de verschillende specifieke besluiten over projecten, regelgeving en reacties op maatschappelijke ontwikkelingen. Daarbij zijn twee verschillende invalshoeken: 1. Maatregelen die de gemeente als eigenaar en beheerder van gronden zelf kan uitvoeren en maatregelen die de gemeente in de uitvoering van wetten en regels kan vragen/opleggen aan derden. 2.

Maatregelen ter ondersteuning, stimulering, begeleiding of facilitering van burgers en bedrijven gericht op de versterking van waarden van groen in onze gemeente. Het thema “Landschap” is het belangrijkste thema voor de voorliggende nota over de landschappelijke inpassing. Het landschap van de gemeente Eersel is opgebouwd uit verschillende bouwstenen: agrarisch gebied, kleine en grote bos- en natuurgebieden, open water, vennen, poelen, beken, singels, houtwallen en solitaire bomen. Ensembles van deze bouwstenen vormen een aantal landschapstypen die we in Eersel kunnen onderscheiden: oude cultuurgronden, beekdallandschap, heideontginningslandschap en bossen en natuurgebieden. In “Groen Loont” wordt voor het thema “Landschap” aangegeven hoe de landschappelijke kwaliteiten kunnen worden behouden en versterkt en hoe ruimtelijk beleid en ontwikkelingen daaraan kunnen bijdragen. Daartoe zijn voor de verschillende landschapstypen streefbeelden opgesteld. Deze streefbeelden geven sturing aan het integraal ruimtelijk beleid van de gemeente Eersel. Het vormt een “onderlegger” voor integrale ruimtelijke plannen, zoals de structuurvisie en het bestemmingsplan. En het geeft handen en voeten aan de landschappelijke inpassing van bestaande en nieuwe initiatieven in het landschap.

1.3 Doel voorliggend stuk Voorliggende nota geeft praktische en concrete handvatten om de gewenste landschappelijke inpassing en aankleding van initiatieven in het buitengebied te bewerkstelligen en te bereiken. De formele regelingen uit de eerste drie genoemde documenten worden aan de hand van de landschapstypen – genoemd in de nota “Groen Loont” - vertaalt in een schema, waarin per landschapstype wordt benoemd welke landschaps- en natuurelementen wenselijk zijn voor een goede landschappelijk inpassing, en welke juist niet. Hierbij is onderscheid gemaakt in het voorerf en achtererf van de huiskavel behorende bij een initiatief en het omringende landschap. De gewenste landschaps- en natuurelementen worden vervolgens uitvoerig beschreven aan de hand van een beknopte definitie en algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer. Ook worden per element de inrichtings- en beheerskosten inzichtelijk gemaakt, zodat een initiatiefnemer ook een kwantitatieve berekening kan maken van de inpassingsverplichting die voortkomt uit de “Landschapsinvesteringsregeling De Kempen”. In de bijlage is voorts nog een lijst opgenomen van de gewenste boomsoorten. Initiatiefnemers doorlopen in de praktijk het volgende traject: 1.

Een nieuw initiatief wordt ruimtelijk als positief gezien (dit blijkt bijvoorbeeld uit een principebesluit) en kan verder worden uitgewerkt (op basis van gemeentelijk beleid en Verordening Ruimte). Hierbij is landschappelijke verbetering/-inpassing één van de voorwaarden; 2. Landschapsinvesteringsregeling De Kempen categoriseert het initiatief en bepaalt de mate van landschapsverbetering/-inpassing; 3. Ligging in een bepaald landschapstype van de nota “Groen Loont” geeft aan welke landschaps- en natuurpakketten wenselijk zijn voor de gewenste landschapsverbetering/-inpassing; 4. De inrichtings- en beheerskosten en de grootte van de toegepaste landschaps- en natuurpakketten bepaalt of de gewenste kwantiteit aan kwaliteitsverbetering gehaald wordt. De initiatiefnemer dient hiertoe een berekening met een concreet beplantingsplan aan te leveren.

2.

LANDSCHAPSTYPEN “GROEN LOONT”

Zoals al vermeld is in “Groen Loont”, is het grondgebied van de gemeente Eersel ingedeeld in een aantal landschapstypen met het bijbehorend streefbeeld. De ligging van de landschapstypen is weergegeven op onderstaande kaart. Een gedetailleerde versie van deze kaart is te vinden in bijlage 2.

1.

Oude cultuurgronden (essen-kampenlandschap)

Het essen-kampenlandschap is een coöperatief landschap. De ontginningen werden in de vroege middeleeuwen door enkele families gezamenlijk uitgevoerd op de rijkste gronden. De minder rijke gronden bleven bebost. Een ontgonnen blok werd verdeeld onder de families. Na een nieuwe ontbossing van een blok werd dit opnieuw verdeeld. Dit gaf als resultaat veel smalle (van 8 tot 20 m) en langgerekte (200 tot 400 m) kavels. Op de es zelf vindt men nooit een weg. De essen waren zo gesitueerd, dat ze minstens aan één kant aan de weg lagen. Ter afbakening van de akkers werden de percelen omheind met beplanting. Een omheind perceel werd kamp genoemd. Het landschap met zulke kampen wordt daarom ook kampenlandschap genoemd. De naam de “Kempen” is daarvan afgeleid. De mensen hielpen elkaar met de landbouwwerkzaamheden, zij waren zeer afhankelijk van elkaar. In de 13e en 14e eeuw nam de bevolking zodanig toe dat intensivering van het gebruik van de akkers nodig was. De grond was echter arm. Boeren brachten daarom heideplaggen vermengd met de mest van schapen, opgevangen in de stal (potstalbemesting), op de akkers. Eeuwenlange bemesting zorgden dat de akkers steeds hoger werden met een vrij steile rand. Deze bolle akkers zijn op enkele plaatsen rondom Vessem en Knegsel nog in het landschap te zien.

Bolle akkers zijn vanuit cultuurhistorisch, archeologisch en landschappelijk oogpunt zeer waardevol. Om de gewassen te beschermen tegen wildvraat en wind, werden bolle akkers omgeven door een wildgraaf, een wal met aan weerszijden een greppel. De wal was begroeid met soorten zoals eik, meidoorn en braam. Het oude kampenlandschap is nog op slechts enkele plaatsen herkenbaar. De glooiingen van de akkers zijn soms nog wel zichtbaar, maar de openheid van de bolle akkers of de houtwal/ -singel is verdwenen. Streefbeeld

In de gebieden van de oude cultuurgronden blijft de kenmerkende kleinschaligheid van het gebied in stand of wordt indien mogelijk hersteld. De kleinschaligheid wordt bepaald door kleine percelen, gebogen lijnen en groene landschapselementen zoals singels, houtwallen, wegbeplantingen en kleine bosjes. De bolle akkers of essen blijven open. Met andere woorden: geen beplantingen op of over de es. Een enkele solitaire boom is wel op de es toegestaan. Rondom de boerderijen of andere bebouwing is een erfbeplanting aanwezig in de vorm van een houtsingel met boomvormers. De boomsoorten die hier voorkomen zijn zomereik, beuk, esdoorn, linde, haagbeuk en tamme kastanje. De es wordt van oudsher begrensd door een wildgraaf (hakhoutsingel met greppel). Deze vegetatie blijft laag, een enkele boomvormer kan aanwezig zijn. De soorten die hier voorkomen zijn onder andere meidoorn, sleedoorn, rimpelroos, vuilboom, braam. Op een aantal plaatsen zijn nog restanten van een dergelijke hakhoutsingel aanwezig. Indien mogelijk worden deze aangevuld. Nieuwe bebouwing op de es wordt voorkomen. Bij het herstel en de versterking van de oude cultuurgronden kan gebruik gemaakt worden van oude, historische kaarten.

2.

Beekdallandschap

De boeren hadden vroeger gemengde bedrijven, akkerbouw op de bolle akkers en vee langs de lager gelegen beken. Deze beken hadden een meanderende loop, de oeverzones bestonden uit grasland en werden begrensd door hogere terreindelen. De oevers werden gebruikt als hooi- en weiland en waren veel natter dan de hoger gelegen akkers. De veelal kleine grasperceeltjes werden begrensd door lijnvormige beplantingen, bestaande uit heesters en bomen loodrecht op de beek. Vanaf de 20e eeuw zijn veel beekdalen ingrijpend aangepast door het rechttrekken van meanders, het plaatsen van stuwen, ruilverkaveling en het in gebruik nemen van grond voor akkerbouw. De kavelgrensbeplantingen verdwenen en daarmee de karakteristieke kleinschaligheid en beslotenheid. Het oorspronkelijke beekdallandschap is nagenoeg geheel verdwenen in Eersel. De afgelopen jaren zijn verschillende projecten gestart om het beekdallandschap op diverse plaatsen te herstellen. Bij de Gender, de Bruggenrijt en het Kleine Beerzegebied rondom Duizel en ten zuiden van Vessem zijn deze herstelwerkzaamheden afgerond. In 2017-2018 wordt de Kleine Beerze ten noorden van Vessem aangepakt. Het waterschap de Dommel is bezig met plannen voor een nieuw beekdallandschap rondom de Run.

Het oorspronkelijke beekdallandschap wordt met deze projecten niet gerealiseerd, maar wel wordt rondom deze beken het oorspronkelijke karakter van dit landschapstype zichtbaar gemaakt. Dit is een grote aanvulling op het huidige landschap, het vergroot de diversiteit van de ruimtelijke kwaliteit en de biodiversiteit. Daarnaast heeft het beekdallandschap betekenis voor de recreatie en de opvang van water. Streefbeeld

Kenmerkend in dit landschap is de meanderende beek met een oeverzone en vervolgens het daarnaast liggende grasland. Dit landschap wordt begrensd door de hogere terreindelen. Het beekdal bestaat uit grasland, kleine bosjes (broekbos) en lijnvormige beplantingen loodrecht op de beken. De vegetatie bestaat uit elzen, essen, berken en meidoorn. Veel van deze beplantingen zijn verdwenen en worden waar mogelijk hersteld. Op enkele plaatsen is de karakteristieke beplanting door de situering van een solitaire boom of een enkele singel nog herkenbaar. De gemeente wil deze solitaire bomen behouden en waar dat mogelijk is de singel herstellen.

3.

Heideontginningslandschap

Rond 1900 werd door de opkomst van kunstmest en de mechanisatie van de landbouw het mogelijk om de woeste gronden, ofwel heide, te ontginnen. Deze gronden werden tot dan toe gebruikt voor de beweiding door schapen. Deze ontginningen en de latere ruilverkavelingen zijn in het landschap goed te zien als grootschalige gebieden met een rationeel-blokvormige verkaveling met verspreide boerderijen. Streefbeeld

Kenmerkend voor de heideontginning is de grootschaligheid en de openheid. Hoe recenter de ontginning is, hoe grootschaliger en opener het landschap. De landbouwpercelen bestaan zowel uit akkerland als uit weiland, afhankelijk van de bodem en de grondwaterstand. Deze geschiedenis in het landschap wil de gemeente indien mogelijk zichtbaar houden.

4.

Bossen en natuurgebieden

In de periode van de heideontginning werden de armste heidevelden en de lokaal aanwezige zandverstuivingen (de zogenaamde woeste gronden) bebost om zo te kunnen voldoen aan de vraag naar mijnhout. De boskernen bevatten ongeveer 250Zo van het buitengebied van Eersel en zijn grotendeels eigendom van de gemeente. Een gedeelte daarvan is in erfpacht gegeven bij Staatsbosbeheer. Daarnaast bezitten Staatsbosbeheer, gemeente Veldhoven, Natuurmonumenten en Brabant Landschap eveneens bospercelen. Al deze partijen, inclusief gemeente Eersel, hebben bosvisies, bosnota’s en/of beheerplannen opgesteld. Deze gebieden vallen daarom buiten dit beleidsplan. Een behoorlijk groot areaal bos is in handen van particulieren. Deze zijn niet georganiseerd en hebben geen visies of beheerplannen. Een regionale samenwerking tussen particulieren en overheidsorganen ontbreekt op dit moment. Sommige bossen zijn aangegeven als natuurgebied, maar ook buiten de bossen zijn diverse natuurgebieden in het hedendaagse landschap aanwezig. Het inrichten van een aantal gebieden in beekdallandschappen in Eersel als natuurgebied is hiervan een bekend voorbeeld. Streefbeeld. Op de plekken waar de bodem te slecht voor ontginning was, zijn grote boskernen aangeplant en zijn de natuurterreinen in stand gebleven. Daar waar dat mogelijk is, wil de gemeente meer natuurlijke bosranden aanleggen.

Deze randen verzachten de overgang van het landschap naar de bossen en bevorderen de biodiversiteit. De aanleg van deze bosranden mag niet te veel ten koste gaan van de houtproductie. Met de houtproductie wordt het bos- en natuurbeheer gefinancierd.

5.

Overige groene elementen

In de landschapstypen, die hele gebieden omvatten zoals hierboven beschreven, bestaan vele landschappelijke elementen die eveneens groene dragers van het landschap zijn. Hierbij moet gedacht worden aan bosjes, houtwallen, singels, wegbeplantingen, solitaire bomen, erfbeplantingen, bermen en sloten, landbouwgebieden en landgoederen. Deze elementen zijn voor een deel in eigendom van de gemeente, een groot deel is echter particulier eigendom.

3.

GEWENSTE LANDSCHAPPELIJKE INPASSING PER LANDSCHAPSTYPE

De provincie Noord-Brabant heeft in het kader van de “rood-met-groen-regeling” de handreiking “Kwaliteitsverbetering van het landschap” (2011) opgesteld. Vooraf gaande hieraan had de provincie de subsidieregeling “Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant” (2008) al in het leven geroepen. Bij deze regeling horen een tweetal bijlagen: -

Bijlage C: Pakketten maatregel fijne dooradering behorende bij Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant; Bijlage F: Vergoedingssystematiek en -grondslagen behorende bij Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant.

-

De landschaps-, natuur- en recreatiepakketten zijn – in samenspraak met het Brabants Landschap – vastgesteld. Daarnaast is door ZLTO, Brabants Landschap en Stichting Landschapsbeheer Zeeland een website ontwikkeld. Deze website geeft per gebiedspaspoort (De Peel, Het Rivierengebied, De Meijerij, De Kempen, De Baronie en Het Zeekleigebied) en per bedrijfspaspoort (varken, akkerbouw, koe, boom- en fruitteelt, kip, glastuinbouw, paard, containerveld, geit) inspirerende mogelijkheden om het agrarisch bedrijf landschappelijk aan te kleden en in te passen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in voorerf, achtererf en landschap. De gemeente Eersel valt onder het gebiedspaspoort De Kempen. In de voorliggende notitie is ten aanzien van de gewenste landschappelijke inpassingen in de gemeente Eersel aangesloten bij bovengenoemde notities, waardoor de gewenste lading gedekt wordt en aangesloten wordt op bestaand (provinciaal) beleid met het daarbij behorende begrippenkader.

Per te onderscheiden landschapstype uit “Groen Loont” worden voor het voorerf (A), achtererf (B) en het landschap (C) de streefbeelden ten aanzien van de verschillende landschapstypen vertaald in toe te passen landschaps- natuur- en recreatiepakketten. Hiermee wordt het gewenste doel bereikt om een optimale landschappelijke aankleding en inpassing te bereiken.

C B

A

In het volgende hoofdstuk worden de landschaps- randenpakketten voorts in detail beschreven middels een definitie, een beschrijving van de algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer en inrichtingseisen bij aanleg. Daarbij wordt ook – om de kwaliteit voor langere tijd te waarborgen - een indicatie gegeven van de aanlegkosten en de beheerkosten voor de eerste 10 jaar, op basis van de normbedragen van Stika. Daarmee kan getoetst worden of voldaan wordt aan de kwantitatieve inspanning die verricht moet worden voor een gedegen landschappelijke inpassing.

Landschapszone

Voorerf

Achtererf

Landschap

Oude cultuurgronden

Hakhoutsingel

Hakhoutsingel

Hakhoutsingel

Bossingel

Bossingel

Bossingel

Elzensingel

Elzensingel

Elzensingel

Hakhoutbosje

Hakhoutbosje

Hakhoutbosje

Griendje

Griendje

Griendje

Klein bosje

Klein bosje

Klein bosje

Struweelhaag

Struweelhaag

Struweelhaag

Knip- en scheerheg

Knip- en scheerheg

Knip- en scheerheg

Landschapsboom als solitair

Landschapsboom als solitair

Landschapsboom als solitait

Landschapsboom in bomenrij

Landschapsboom in bomenrij

Landschapsboom in bomenrij

(geen agrarische medegebruik)

(geen agrarische medegebruik)

(geen agrarische medegebruik)

Landschapsboom als bomenrij in

Landschapsboom als bomenrij in

Landschapsboom als bomenrij in

grasland

grasland

grasland

Knotboom

Knotboom

Knotboom

Hoogstamfruitboomgaard

Hoogstamfruitboomgaard

Hoogstamfruitboomgaard

Amfibieënpoel

Amfibieënpoel

Amfibieënpoel

Weidevogelpoel

Weidevogelpoel

Weidevogelpoel

Natuuroever riet

Natuuroever riet

Natuuroever riet

Natuuroever nat grasland

Natuuroever nat grasland

Natuuroever nat grasland

Bloemrijk grasland

Bloemrijk grasland

Bloemrijk grasland

Bloemrijke rand

Bloemrijke rand

Bloemrijke rand

Kruidenrijke zoom

Kruidenrijke zoom

Kruidenrijke zoom

Graslandflora- en faunarand

Graslandflora- en faunarand

Graslandflora- en faunarand

Weiderand

Weiderand

Weiderand

Wandelpad over boerenland

Wandelpad over boerenland

Wandelpad over boerenland

Onverharde weg met bloemrijke

Onverharde weg met bloemrijke

Onverharde weg met bloemrijke

berm

berm

berm

Onverharde weg met bomen

Onverharde weg met bomen

Onverharde weg met bomen

Landschapszone

Voorerf

Achtererf

Landschap

Beekdallandschap

Hakhoutsingel

Hakhoutsingel

Hakhoutsingel

Bossingel

Bossingel

Bossingel

Elzensingel

Elzensingel

Elzensingel

Hakhoutbosje

Hakhoutbosje

Hakhoutbosje

Griendje

Griendje

Griendje

Klein bosje

Klein bosje

Klein bosje

Struweelhaag

Struweelhaag

Struweelhaag

Knip- en scheerheg

Knip- en scheerheg

Knip- en scheerheg

Landschapsboom als solitair

Landschapsboom als solitair

Landschapsboom als solitair

Landschapsboom als bomenrij in

Landschapsboom als bomenrij in

Landschapsboom als bomenrij in

grasland

grasland

grasland

Knotboom

Knotboom

Knotboom

Hoogstamfruitboomgaard

Hoogstamfruitboomgaard

Hoogstamfruitboomgaard

Amfibieënpoel

Amfibieënpoel

Amfibieënpoel

Weidevogelpoel

Weidevogelpoel

Weidevogelpoel

Natuuroever riet

Natuuroever riet

Natuuroever riet

Natuuroever nat grasland

Natuuroever nat grasland

Natuuroever nat grasland

Bloemrijk grasland

Bloemrijk grasland

Bloemrijk grasland

Bloemrijke rand

Bloemrijke rand

Bloemrijke rand

Kruidenrijke zoom

Kruidenrijke zoom

Kruidenrijke zoom

Graslandflora- en faunarand

Graslandflora- en faunarand

Graslandflora- en faunarand

Weiderand

Weiderand

Weiderand

Wandelpad over boerenland

Wandelpad over boerenland

Wandelpad over boerenland

Onverharde weg met bloemrijke

Onverharde weg met bloemrijke

Onverharde weg met bloemrijke

berm

berm

berm

Onverharde weg met bomen

Onverharde weg met bomen

Onverharde weg met bomen

Landschapszone

Voorerf

Achtererf

Landschap

Hakhoutsingel

Hakhoutsingel

Hakhoutsingel

Bossingel

Bossingel

Bossingel

Elzensingel

Elzensingel

Elzensingel

Hakhoutbosje

Hakhoutbosje

Hakhoutbosje

Griendje

Griendje

Griendje

Klein bosje

Klein bosje

Klein bosje

Struweelhaag

Struweelhaag

Struweelhaag

Knip- en scheerheg

Knip- en scheerheg

Knip- en scheerheg

Landschapsboom als solitair

Landschapsboom als solitair

Landschapsboom als solitair

Landschapsboom in bomenrij

Landschapsboom in bomenrij

Landschapsboom in bomenrij

(geen agrarische medegebruik)

(geen agrarische medegebruik)

(geen agrarische medegebruik)

Landschapsboom als bomenrij in

Landschapsboom als bomenrij in

Landschapsboom als bomenrij in

grasland

grasland

grasland

Knotboom

Knotboom

Knotboom

Hoogstamfruitboomgaard

Hoogstamfruitboomgaard

Hoogstamfruitboomgaard

Amfibieënpoel

Amfibieënpoel

Amfibieënpoel

Weidevogelpoel

Weidevogelpoel

Weidevogelpoel

Natuuroever riet

Natuuroever riet

Natuuroever riet

Natuuroever nat grasland

Natuuroever nat grasland

Natuuroever nat grasland

Bloemrijk grasland

Bloemrijk grasland

Bloemrijk grasland

Bloemrijke rand

Bloemrijke rand

Bloemrijke rand

Kruidenrijke zoom

Kruidenrijke zoom

Kruidenrijke zoom

Graslandflora- en faunarand

Graslandflora- en faunarand

Graslandflora- en faunarand

Weiderand

Weiderand

Weiderand

Wandelpad over boerenland

Wandelpad over boerenland

Wandelpad over boerenland

Onverharde weg met bloemrijke

Onverharde weg met bloemrijke

Onverharde weg met bloemrijke

berm

berm

berm

Onverharde weg met bomen

Onverharde weg met bomen

Onverharde weg met bomen

Heideontginningslandschap

4.

LANDSCHAPS-, RANDEN- EN RECREATIEPAKKETTEN

(Naar: Pakketten maatregel fijne dooradering behorende bij Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant, Derde wijzigingsregeling Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant 25-07-2017)

Hakhoutsingel Het is een vrij-liggend lijnvormig aaneengesloten landschapselement, met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en/of struiken met een bedekking van minimaal 90%, dat als hakhout wordt beheerd.

Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer Het element is tenminste 25 meter lang en is tenminste 2 meter en ten hoogste 20 meter breed; Tenminste 90% van de stobbes van het element wordt als hakhout beheerd en de diameter van het hakhout (uitgezonderd de overstaanders) is maximaal 20 cm op 1,30 meter boven de hakhoutstoof; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat aan stammen en hakhoutstoven en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigd zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden. Het snoeihout wordt bij voorkeur verwerkt in takkenhopen en/of takkenrillen. .

Inrichtingseisen bij aanleg nieuwe hakhoutsingel alleen gebruik inheemse bomen en/of struiken (zie bijlage 1); plantverband van 1,50 m x 1,50 meter (= 0,44 st./m2); aanplant met 2- of 3 jarig bosplantsoen van inheemse soorten; raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij indien aangrenzend perceel beweid wordt; afstand tussen 2 nieuwe parallel lopende hakhoutsingels op één perceel is tenminste 50 meter. Inrichtings- en beheerskosten hakhoutsingel aanplant bosplantsoen, conventioneel geteeld en nl-herkomst (excl. dijktaluds) aanplant bosplantsoen, conventioneel geteeld en nl-herkomst (excl. dijktaluds) beheer hakhoutsingel aanplant + beheer hakhoutsingel (10 jaar): 0,73 + (10 x 0,1159)

1,66/stuk 073/m2 11,59/are/jaar 1,889/m2

(bron: Bijlage F bij de Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant (versie 26 januari 2016))

Bossingel

Het is een vrij-liggend aaneengesloten lijnvormig landschapselement, met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken met een bedekking van minimaal 90%.

Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer Het element is tenminste 25 meter lang en is tenminste 2 meter en ten hoogste 20 meter breed; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat aan stammen en hakhoutstoven en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigd zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden. Het snoeihout wordt bij voorkeur verwerkt in takkenhopen en/of takkenrillen.

Inrichtingseisen bij aanleg nieuwe bossingel alleen gebruik inheemse bomen en/of struiken (zie bijlage 1); plantverband van 1,50 m x 1,50 meter (= 0,44 st./m2); aanplant met 2- of 3 jarig bosplantsoen van inheemse soorten; raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij indien perceel beweid wordt; afstand tussen 2 nieuwe parallel lopende bossingels op één perceel is tenminste 50 meter. Inrichtings- en beheerskosten bossingel aanplant bosplantsoen, conventioneel geteeld en nl-herkomst (excl. dijktaluds) aanplant bosplantsoen, conventioneel geteeld en nl-herkomst (excl. dijktaluds) beheer bossingel aanplant + beheer hakhoutsingel (10 jaar): 0,73 + (10 x 0,0719)

1,66/stuk 0,73/m2 7,19/are/jaar 1,449/m2

(bron: Bijlage F bij de Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant (versie 26 januari 2016)) 

Elzensingel  Het is een vrij-liggend, lijnvormig en enkelrijig landschapselement, met een minimale bedekking van 80% van aaneengesloten opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken, waarvan tenminste 50% bestaat uit Zwarte els. De elzensingel wordt als hakhout beheerd.

Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer Het element is tenminste 25 meter lang en is ten minste 1 meter en ten hoogste 3 meter breed; De diameter van de stammen (uitgezonderd de overstaanders) is maximaal 20 cm op 1,30 meter boven de hakhoutstoven. Per 100 meter element mogen gemiddeld maximaal 10 overstaanders gehandhaafd worden; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigd zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden. Het snoeihout wordt bij voorkeur verwerkt in takkenhopen en/of takkenrillen.

Inrichtingseisen bij aanleg nieuwe elzensingel alleen gebruik inheemse bomen en/of struiken (zie bijlage 1); minimaal 100 stuks planten per 100 meter elzensingel aanplanten; aanplant met 2- of 3 jarig bosplantsoen van inheemse soorten; raster minimaal op 1 meter uit de voet van de rij indien perceel beweid wordt; afstand tussen 2 nieuwe parallel lopende elzensingels op een perceel is tenminste 20 meter. Inrichtings- en beheerskosten elzensingel aanplant bosplantsoen, conventioneel geteeld en nl-herkomst (excl. dijktaluds) aanplant bosplantsoen, conventioneel geteeld en nl-herkomst (excl. dijktaluds) beheer elzensingel aanplant + beheer elzensingel (10 jaar): 1,66 + (10 x 0,0056)

1,66/stuk 1,66/m2 0,56/are/jaar 1,716/m2

(bron: Bijlage F bij de Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant (versie 26 januari 2016)) 

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=32c2e8c5-17c5-4ed0-ad2c-8918249daca7