[21.21405] - Visie Buitengebied 2.0
Tekst van het document
Visie buitengebied 2.0
Inhoudsopgave Voorwoord................................................................................................................................................................ 1 1.
Inleiding............................................................................................................................................................. 2 1.1 Aanleiding................................................................................................................................................... 2 1.2 Doel en afbakening.................................................................................................................................... 2 1.3 Structuur.................................................................................................................................................... 4 Visie algemeen (hoofdstuk 2)..................................................................................................................... 4 VAB en kwalitatieve kaders (hoofdstuk 3).................................................................................................. 4 Uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 4)........................................................................................................ 4 2.
Visie op het buitengebied................................................................................................................................. 5 2.1 Beschrijving verschillende functies............................................................................................................ 5 Agrarische bedrijvigheid............................................................................................................................. 5 Overige bedrijvigheid................................................................................................................................. 6 Wonen........................................................................................................................................................ 6 Sociale, culturele, educatieve en zorgvoorzieningen................................................................................. 7 Vrijetijdseconomie..................................................................................................................................... 8 Water en natuur....................................................................................................................................... 11 Duurzaamheid..........................................................................................................................................
11 2.2 Gebiedsgerichte keuzes............................................................................................................................ 13 Beekdalen................................................................................................................................................. 15 Bos en natuur........................................................................................................................................... 17 Bestaande recreatieve voorzieningen...................................................................................................... 19 Recreatieve schakelzone.......................................................................................................................... 21 Primair agrarisch gebied.......................................................................................................................... 23 Agrarisch overgangsgebied...................................................................................................................... 25 Lokaal dorpsovergangsgebied.................................................................................................................. 27 Woonzorginstelling................................................................................................................................... 29 3.
Maatwerk en kwaliteiten................................................................................................................................ 30
4.
Uitvoeringsprogramma................................................................................................................................... 33 4.1 Algemeen................................................................................................................................................. 33 4.2 Periodieke herziening bestemmingsplan buitengebied........................................................................... 33 4.3 Sloopstimuleringsmaatregel..................................................................................................................... 33 4.4 Contractnaleving landschappelijke inpassingsverplichtingen.................................................................. 35
Bijlage 1 Landschappelijke inpassing initiatieven in het buitengebied................................................................... 36 Bijlage 2 Gebiedsvisie bebouwingsconcentraties................................................................................................... 78
2 november 2021 versie 2.0
2
Voorwoord
Het buitengebied is volop in beweging en dat zal de komende tijd zo blijven. Veel agrariërs staan voor een belangrijk keuzemoment: doorgaan of toch stoppen met het bedrijf. Het zijn keuzes die een grote impact op het buitengebied hebben bijvoorbeeld omdat stallen een nieuwe invulling krijgen of omdat ze worden gesloopt. Het beeld van het buitengebied verandert hierdoor ingrijpend. Met de voorliggende Visie buitengebied zet de gemeente de lijnen uit voor het buitengebied. Voor een deel doen we dit op een traditionele manier door kaders aan te geven die de mogelijkheden voor een gebied aangeven. De visie vormt daarnaast het startpunt voor een nieuwe koers. Een koers waarbij kwaliteitsverbetering van het buitengebied voorop staat. Waarbij ruimte is voor maatwerk. Dit betekent dat we buiten de kaders durven denken als plannen bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Om daadwerkelijk de daad bij het woord te voegen maakt een uitvoeringsprogramma onderdeel uit van de visie. Hierin geven we extra mogelijkheden aan om de kans op een kwaliteitsverbetering in het buitengebied te vergroten. De visie buitengebied is een eerste stap om de veranderingen in het buitengebied in goede banen te leiden. We realiseren ons hierbij dat de toekomst onzeker is.
Een voorbeeld is de stikstofcrisis waarvan onduidelijk is hoe het beleid er uit gaat zien en wat dit voor gevolgen heeft. Het is dan ook van belang om deze veranderingen goed in de gaten te houden en indien nodig de visie hier op aan te passen.
Namens het college van burgemeester en wethouders,
Wethouder ruimtelijke ordening Steven Kraaijeveld
1
1. Inleiding 1.1 Aanleiding
Het buitengebied van gemeente Eersel verandert de komende decennia. Binnen de gemeente spelen hierbij drie ontwikkelingen een belangrijke rol. De eerste ontwikkeling betreft veranderingen in de veehouderijsector. In 2019 waren er circa 180 veehouderijen aanwezig in de gemeente Eersel. Op basis van prognoses¹ is de verwachting dat ongeveer 40% van deze veehouderijen in de toekomst stopt. Voor de gemeente gaat dit om ongeveer 70 à 80 veehouderijen, voornamelijk niet intensief (bijvoorbeeld melkveehouderijen of paardenhouderijen). Anno 2021 zijn er circa 160 veehouderijen aanwezig in de gemeente Eersel. Het aantal agrariërs is de afgelopen jaren al afgenomen en deze daling zet zich de komende jaren voort doordat veranderingen in wet- en regelgeving vragen om investeringen. Sommige agrarische bedrijven zullen investeren in nieuwe stalsystemen terwijl andere ondernemers zullen besluiten om hun bedrijf te beëindigen. Door deze veranderingen ontstaat een overschot aan agrarische bebouwing. Deze bedrijfsgebouwen zijn veelal na 1965 gebouwd en niet karakteristiek of visueel aantrekkelijk. Indien er niets met deze stallen gebeurt, dreigt leegstand en daarmee verrommeling van het buitengebied. Het afnemend aantal agrarische bedrijven betekent ook dat in sommige delen van het buitengebied de landbouw/veehouderij verdwijnt als economische drager.
Om de vitaliteit van deze gebieden te versterken is het van belang op zoek te gaan naar nieuwe economische dragers. De realiteit hierbij is dat niet voor alle vrijkomende agrarische bebouwing herbestemmen een optie is. Een groot deel van dergelijke bebouwing komt op den duur leeg te staan. De sloopopgave is dus wellicht een grotere opgave dan het herbestemmen van vrijkomende agrarische bebouwing. De tweede belangrijke ontwikkeling heeft te maken met klimaatverandering en het streven van de gemeente Eersel naar een duurzame en een energieneutrale gemeente. Dit betekent dat in de toekomst meer ruimte nodig is voor waterberging en voor het duurzaam opwekken van energie. Ook de realisatie van het plan Bos & Boom vraagt om ruimte in het buitengebied. Ten slotte zal ook de woningbouwopgave ruimte vergen. Een deel van deze opgave realiseren we binnen de bebouwde kom. Het is echter niet mogelijk om de totale opgave binnen de bebouwde kom te realiseren, daarvoor is de opgave te groot. Het is bovendien ook niet wenselijk om alle open ruimten te verstenen of om meer de hoogte in te gaan. Daarom wordt ook onderzoek gedaan naar uitleglocaties in het buitengebied. Om de reeds in gang gezette veranderingen in het buitengebied in goede banen te leiden is het van belang om een visie te hebben waaruit blijkt wat de ambities zijn voor het buitengebied van de gemeente Eersel.
Welke functies zijn wenselijk en welke niet? En welke functies moeten in een bepaald gebied prevaleren boven andere functies? Om een antwoord te geven op deze
vragen hebben we een visie opgesteld om de Eerselse stip op de horizon te bepalen. Naast deze Visie buitengebied worden ook andere visies opgesteld die invloed hebben op het buitengebied. Het gaat om de Omgevingsvisie 2.0 en de Beleidsvisie dag- en verblijfsrecreatie De Kempen 2.0 (BRET-rapportage). De Visie buitengebied is zoveel mogelijk opgesteld in samenspraak met de andere visies. Voor de Omgevingsvisie 2.0 en de BRET-rapportage was dit echter niet mogelijk omdat deze visies nog niet gereed waren. In een later stadium zal bezien moeten worden of het nodig is om de Visie buitengebied te herzien.
1.2 Doel en afbakening
Voorliggende visie borduurt voort op de StructuurvisiePlus (2002) en de structuurvisie Eersel 2011. In deze structuurvisies is de stip op de horizon bepaald voor het hele gemeentelijke grondgebied en is ingezet op een kwaliteitsverbetering voor het buitengebied. In de nu voorliggende Visie buitengebied zijn de bestaande structuurvisies verder aangescherpt en geactualiseerd naar de huidige situatie, verwachte ontwikkelingen en gemeentelijke ambities. De visie biedt inzicht in de ambities voor het buitengebied van de gemeente Eersel². Het doel van de Visie buitengebied is tweeledig: Vanuit de gemeente is het van belang om sturing te geven aan de ontwikkeling van het buitengebied door een beleidskader te ontwikkelen waaraan we ontwikkelingen toetsen. Voor derden is het belangrijk om duidelijkheid te hebben welke richting we als gemeente met het buitengebied op willen. Hoe moet het buitengebied er idealiter over een aantal jaren uit zien? Op basis van deze visie kunnen derden gerichter hun ideeën en plannen ontwikkelen. Op dit moment werkt de gemeente voornamelijk op basis van een traditionele wijze. Plannen worden door de gemeente getoetst en aanpassingen worden aan initiatiefnemers doorgegeven. In de toekomst zal op een andere manier gewerkt worden op basis van de Omgevingswet. Dit betekent werken met maatwerk en de harde toetsingskaders steeds verder loslaten.
Deze visie is een tweede versie van de Visie buitengebied. In de toekomst wanneer de eerste resultaten van de nieuwe werkwijze zichtbaar zijn vullen we de visie aan. Daarnaast integreren we nieuwe beleidsstukken die relevant zijn voor het buitengebied. ¹ Alterra Wagening UR, Leegstand agrarisch vastgoed Noord-Brabant. Aard, omvang en oplossingsrichtingen van huidige en toekomstige leegstand agrarisch vastgoed in provincie Noord-Brabant. Wageningen, maart 2016.
² De Visie buitengebied vervangt de twee structuurvisies voor het buitengebied grotendeels. Dit geldt niet voor de onderdelen die betrekking hebben op de gebieden binnen de bebouwde kom en de bedrijventerreinen.
2
Algemeen Plangebied ondergrond: BGT en BRK (datum: 17-07-2019)
N
Figuur 1.1 Plangebied Visie buitengebied Zoals de naam al aangeeft heeft deze visie alleen betrekking op het buitengebied, de kernen en de bedrijventerreinen maken geen onderdeel uit van de visie. De grens van het gebied komt overeen met de grens van het bestemmingsplan Buitengebied 2017. Een kleine uitzondering hierop is een gebied nabij Duizel-
GEMEENTE EERSEL Noord . De grens van het plangebied voor de Visie buitengebied Visie Buitengebied is in figuur 1.1. weergegeven. STARTDATUM
3
AUGUSTUS 2019
STATUS
Kaart 1: Plangebied
DATUM BESLUITNR.
3
PLANSTATUS
Verbeelding concept it gebied maakt onderdeel D uit van het bestemmingsplan Buitengebied 2017 maar SCHAAL DATUM PLANNUMMER behoort bij de woningbouwontwikkeling van Duizel-Noord. Dit maakt dan ook NL.IMRO.0770.etc 1:25000 oktober 2019 geen onderdeel uit van het buitengebied. FORMAAT
A1
PC CODE
114-033
REF. TEK.
J-H
PcOomUpaDgnEoROYEN ns vormgeving van stad en land
st. Stevenskerkhof 2 postbus 156 6500 AD Nijmegen telefoon: 024-3224579 telefax: 024-32241240 e-mail: info@pouderoyen.nl www.pouderoyen.nl
3
1.3
Structuur
De stap van de traditionele werkwijze naar de nieuwe werkwijze is groot. Daarom presenteren we in deze visie eerst een traditioneel toetsingskader. Daarnaast bieden we specifiek voor de vrijgekomen en vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing (VAB’s) ook een ander kader waarbij we met maatwerk werken, conform de gedachte van de Omgevingswet. Visie algemeen (hoofdstuk 2) De basis van voorliggende visie is de Structuurvisie Plus en Structuurvisie 2011. De tijd heeft echter niet stilgestaan waardoor het van belang is om de (structuur-)visie voor het buitengebied te actualiseren naar de huidige situatie en om in te spelen op actuele ontwikkelingen. Op deze manier wordt een doorkijk gegeven naar de gewenste toekomstige situatie. Het buitengebied is daarbij ingedeeld in deelgebieden waarbij het gewenste beeld van het gebied is aangegeven. Ook zijn gewenste ontwikkelingen benoemd. VAB en kwalitatieve kaders (hoofdstuk 3) Zoals in de inleiding al is geschetst is de verwachting dat de komende tijd veel agrariërs stoppen met (een gedeelte van) het agrarische bedrijf. Een deel van de agrariërs gaat op zoek naar een herbestemming van het bedrijf. Hierbij kan men aansluiten op het geschetste wensbeeld van de verschillende deelgebieden uit hoofdstuk 2.
Het is echter ook mogelijk om hiervan af te wijken en kwalitatief met een goede, andere invulling van het bedrijf te komen die niet is benoemd in deze visie. Het is op dit moment moeilijk te voorzien welke ontwikkelingen daadwerkelijk plaatsvinden. Dit is mede afhankelijk van de creativiteit en de
wensen van derden (waaronder agrariërs en hun adviseurs), innovatie en de vraag vanuit de markt. Specifiek voor VAB’s zijn in voorliggende visie de uitgangspunten voor een kwalitatief toetsingskader opgenomen op basis waarvan bepaald wordt of een ontwikkeling voldoende kwaliteit met zich mee brengt. Wanneer dit het geval is en sprake is van een kwaliteitsimpuls voor een gebied dan kan een ontwikkeling mogelijk alsnog doorgang vinden. Dit kader, dat specifiek voor de VAB’s is opgesteld kan wellicht ook als inspiratie voor andere ontwikkelingen worden gebruikt. Uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 4) Naar aanleiding van de visie ontstaan er enkele concrete vervolgstappen om hetgeen in de visie beoogd is daadwerkelijk te realiseren. Hoofdstuk 4 gaat hierop in. Achtereenvolgens wordt ingegaan op: Periodieke herziening van het bestemmingsplan buitengebied; Een sloopstimuleringsmaatregel; Contractnaleving van landschappelijke inpassingsverplichtingen.
4
4
De LIR wordt hierbij niet vervangen.
2. Visie op het buitengebied 2.1 Beschrijving verschillende functies Agrarische bedrijvigheid De verwachting is dat ongeveer 40% van de veehouderijen in de gemeente stopt. Een deel van deze bedrijven gaat op zoek naar een nieuwe invulling van bebouwing en kavel. In de loop der jaren zijn al verschillende agrariërs gestopt met hun bedrijf. De ongebruikte vergunningen trekken we in wanneer ter plaatse voor een periode van 3 jaar geen dieren zijn gehouden. Een deel van de gestopte agrarische bedrijven heeft een nieuwe functie gekregen. Zo zijn bijvoorbeeld recreatieve functies en bedrijfsfuncties aan het buitengebied toegevoegd. De veehouderij sector ondergaat de komende jaren ingrijpende wijzigingen. In het buitengebied krijgen ook andere functies een plek waardoor het meer en meer een gemengd gebied wordt. Dit betekent niet dat de agrarische sector niet meer belangrijk is voor het buitengebied. Veel gronden blijven nog steeds in gebruik voor agrarische doeleinden. Van belang is wel dat sprake is van voldoende afstand tussen verschillende soorten functies. Zo mogen veehouderijen niet belemmerd worden in hun bedrijfsvoering door de komst van andere functies (zoals woningen en verblijfsrecreatie). Op dit moment wordt elders geëxperimenteerd met het houden/ kweken van nieuwe soorten dieren om te voorzien in de voedselbehoefte.
Voorbeelden zijn het kweken van wormen, insecten en vis maar ook het telen van andere soorten gewassen. Dit omarmen we en zien we als een mogelijke nieuwe invulling zodat het buitengebied net als nu van belang blijft voor de voedselproductie. Het verder verruimen van de mogelijkheden voor (intensieve) veehouderijen (met uitzondering van de bestaande uitbreidingsmogelijkheden) zien we als ongewenst. Dit geldt niet voor mogelijkheden op basis van het bestemmingsplan Buitengebied 2017 of de Interim Omgevingsverordening NoordBrabant. Daarnaast ontstaan wellicht ook uitbreidingsmogelijkheden door een andere manier van bedrijfsvoering. Door te verduurzamen of innovatieve technieken toe te passen kunnen wellicht nieuwe mogelijkheden voor de agrarische sector ontstaan. Nieuwvestiging van veehouderijen zien we als onwenselijk om verdere verstening van het buitengebied tegen te gaan. Verplaatsing van veehouderijen van ongeschikte locaties (wanneer bijvoorbeeld sprake is op overlast bij nabijgelegen woningen of dichtbij kwetsbare natuurgebieden) naar geschikte locaties is maatwerk. Dit omdat de nieuwe locatie niet per definitie een bestaande veehouderijlocatie hoeft te zijn. Verplaatsing naar gebieden die zijn aangeduid als primair agrarisch gebied (zie paragraaf 2.2.) hebben hierbij de voorkeur.
Mestverwerking is enkel toegestaan ten behoeve van het agrarische bedrijf zelf. Daarnaast wordt door alle gemeenten uit Noord-Brabant en de provincie Noord-Brabant een studie uitgevoerd naar mestbewerkingslocaties in Noord-Brabant. Deze studie onderzoekt locaties op hun geschiktheid voor mestbewerking. De resultaten van deze studie nemen we, indien relevant voor de gemeente Eersel, over in een nieuwe versie van de Visie buitengebied. In het buitengebied zijn daarnaast agrarisch gerelateerde bedrijven mogelijk. Gedacht kan worden aan een agrarisch verwant bedrijf (bijvoorbeeld een hovenier, een manege, proefbedrijf of een instelling voor agrarisch praktijkonderwijs) of een agrarisch technisch hulpbedrijf (bijvoorbeeld KI-station, loonwerkbedrijf, veetransportbedrijf). Boomkwekerijen zijn ook toegestaan in het buitengebied. Het is echter niet mogelijk om ter plaatse extra verharding of bebouwing toe te staan, dit om verdere verstening van het buitengebied te voorkomen4. We vinden het belangrijk dat de agrarische sector en de maatschappij dichter bij elkaar komen en initiatieven die hieraan een bijdrage leveren moedigen we dan ook toe. Een voorbeeld hiervan is het concept 'Herenboeren'. Hierbij kopen mensen zich in bij een agrarisch bedrijf en helpen mee op het land. De geteelde gewassen mogen de helpende mensen dan (gedeeltelijk) gebruiken voor eigen consumptie/gebruik.
Een ander voorbeeld is natuurinclusieve landbouw. Dit moedigen we aan. Bij natuurinclusieve landbouw houdt de agrarische ondernemer bij zijn bedrijfsactiviteiten rekening met de natuur op en rond zijn bedrijf. Voorbeelden zijn agrariërs die werken aan een gezonde bodem of die bloeiende akkerranden aan leggen. Natuurinclusieve landbouw kan positieve effecten hebben op de biodiversiteit. Voordeel van natuurinclusieve landbouw is ook dat het een robuust systeem betreft dat minder gevoelig is voor klimaatverandering en ziekten. Op dit moment is het voor agrarische bedrijven mogelijk om naast het agrarische bedrijf andere activiteiten als nevenactiviteit te ontplooien (voorbeelden zijn statische opslag en recreatieve activiteiten). Hiervoor geldt op dit moment een maximale oppervlakte van 1.000 m² aan bedrijfsgebouwen. Om te voorkomen dat bedrijfsverzamelerven ontstaan waarbij legio activiteiten plaatsvinden en onduidelijk is wat de hoofdfunctie is wordt deze oppervlakte van 1.000 m² als richtlijn aangehouden. Op deze manier kunnen agrarische bedrijven nevenactiviteiten ontplooien. 4
In de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant zijn agrarisch verwante en agrarisch technische hulpbedrijven niet mogelijk in gebieden die zijn aangeduid als groenblauwe mantel.
5
Overige bedrijvigheid De meeste niet-agrarische bedrijvigheid is op bedrijventerreinen of in de kernen gevestigd. Verspreid over het buitengebied is op dit moment echter ook niet-agrarische bedrijvigheid aanwezig, bijvoorbeeld enkele dierenpensions of statische opslag. Deze activiteiten worden vaak ook als nevenactiviteit bij de agrarische bedrijfsvoering ontplooid. Onder voorwaarden is bedrijvigheid in het buitengebied mogelijk. Een agrarische bedrijfslocatie kan omschakelen naar een andere vorm van bedrijvigheid, mits een dergelijk ontwikkeling leidt tot kwaliteitswinst en ruimtelijk aanvaardbaar is. Bij dergelijke herontwikkeling is wel direct sprake van een eindsituatie, er ontstaan geen locaties met ontwikkelperspectief (geen ruimte voor groeimodel). Bedrijven met een behoefte voor ontwikkelperspectief kunnen zich vestigen op bestaande bedrijventerreinen. Bedrijfsontwikkelingen moeten passen bij de schaal en grootte van het landschap en overlast moet worden voorkomen. Daarnaast kan bedrijvigheid in het buitengebied leiden tot oneerlijke concurrentie voor bedrijven op het bedrijventerrein omdat de huur of de grondprijs goedkoper is dan op het bedrijventerrein. De voorkeur is daarom om industriële bedrijvigheid te concentreren op de bestaande bedrijventerreinen.
Dat wil zeggen dat bedrijven met een behoefte aan bedrijfsgebouwen groter dan 1000m² op bedrijventerreinen moeten vestigen. Op basis van de bedrijventerreinenstrategie blijkt dat bedrijfsgronden met een maximale grootte van 1000m² niet tot nauwelijks worden aangeboden op de bedrijventerreinen. Om die reden is er wel ruimte voor planconcepten met bedrijfsverzamelgebouwen. Kaders zijn daarbij: Maximale omvang bedrijfsgebouw per bedrijf (1.000m²); Maximaal drie verschillende bedrijven (dus een maximum aan bedrijfsgebouwen van 3.000m²); Maximale bedrijfsoppervlakte (bestemmingsvlak) 5000m²; De eigenaar van de locatie moet ten minste eigenaar zijn van één van de bedrijven; De agrarische bedrijfswoning wordt een bedrijfswoning; Maximaal milieucategorie 2; Geen buitenopslag; Geen bezoekersfunctie; Afname bebouwd oppervlak is een vereiste (er moet gesloopt worden); Parkeren en laden en lossen binnen het bestemmingsvlak; Locaties worden voorzien van een landschappelijke inpassing.
van Veldhoven en Eindhoven. Hier zijn grote bedrijven gevestigd die zoeken naar kantoorruimtes en locaties waar in alle rust gewerkt en vergaderd kan worden. In deze behoefte wordt niet volledig voorzien in het stedelijke gebied. In gebieden die grenzen aan het stedelijke gebied zien we als gemeente kansen voor kleinschalige kantoor- en vergaderlocaties bij vrijkomende agrarische bebouwing. Dergelijke bebouwing kan worden omgevormd (nieuwe bebouwing in het buitengebied is niet wenselijk). Overtollige bebouwing wordt afgebroken en parkeren vindt op eigen terrein plaats. Belangrijk is dat de realisatie van kantoren en vergaderlocaties in het buitengebied niet direct mogelijk is op basis van het provinciale beleid. Wanneer sprake is van een gebiedsontwikkeling bestaan wellicht toch mogelijkheden voor dergelijke activiteiten. Toekomstbestendige bedrijvigheid in het buitengebied ter plaatse van bestaande agrarische bedrijvigheid met een lage milieucategorie (1-2) die geen onevenredige hinder naar de omgeving veroorzaakt leidt tot een kwaliteitsverbetering. Gedacht kan worden aan kleinschalige (ambachtelijke) bedrijven6. Deze functies moeten door de bewoners van de bedrijfswoning uitgevoerd worden en de ruimte die benodigd is voor de functie is beperkt. De gemeente laat daarbij de aard van de bedrijvigheid min of meer los en stuurt op de milieueffecten van een bepaalde functie.
In het bestemmingsplan Buitengebied wordt in navolging van de Visie buitengebied de staat met bedrijfsactiviteiten verruimd. Statische opslag (hiermee bedoelen we de opslag van caravans, boten, campers of antieke auto’s) is onder voorwaarden mogelijk (zie hiervoor het kader). Dit is niet het ideaalbeeld voor de invulling van vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing in het buitengebied. Echter is het wel een kans voor een kwaliteitsverbetering op de locatie waarbij bebouwing verdwijnt en de locatie landschappelijk wordt ingepast.
Kaders statische opslag: • het bouwperceel bedraagt ten hoogste 5.000 m2 ; • de milieucategorie is maximaal categorie 2; • buitenopslag is niet toegestaan; • er is sprake van een goede landschappelijke inpassing conform de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. 24 augustus 2012; • voor de statische opslag wordt geen nieuwe bebouwing gerealiseerd en overtollige bestaande bebouwing wordt gesloopt; • voor de statische opslag hoeft de bestaande bebouwing niet ingrijpend gewijzigd te worden (bijvoorbeeld verhogen/verbreden van de bebouwing) om de statische opslag mogelijk te maken; • de aanwezige woning bij een agrarisch bedrijf wordt omgezet naar een bedrijfswoning;
Een voorbeeld van bedrijvigheid waarvoor bovenstaand kader mogelijkheden kan bieden zijn bedrijven in de bouwnijverheid zoals een tegelzetter waarvan de tegels en gereedschap op locatie worden opgeslagen. Let wel, dit met inachtneming van het maximum van milieu-categorie 2. Het is niet wenselijk om in het buitengebied ruimte te bieden aan de maakindustrie5 en detailhandel (met uitzondering van mogelijkheden als nevenactiviteit bij bijvoorbeeld een agrarisch bedrijf of wanneer het gaat om productiegebonden detailhandel). Dit kan leiden tot overlast en de detailhandelsvisie voorziet in het centreren van winkels in de dorpskernen. Grote delen van de gemeente liggen nabij het stedelijke gebied
5
aakindustrie: Dat deel van de industrie dat materialen tot nieuwe producten M verwerkt.
6
leinschalige (ambachtelijke) bedrijven: Onder kleinschalige bedrijven verstaan we K bedrijven met een maximale omvang van 1000m² bedrijfsgebouwen en maximaal milieucategorie 2.
6
Kaders statische opslag (vervolg):
Wat is Ruimte voor Ruimte?
• op de locatie moet sprake zijn van voldoende kwaliteitsverbetering ter plaatse (bijvoorbeeld door het stoppen van een veehouderij, landschappelijke inpassing, sloop van overtollige bebouwing). De toetsing hiervan betreft maatwerk en is afhankelijk van de lokale situatie; • aangetoond moet worden dat de statische opslag niet mag leiden tot negatieve effecten op de omgeving; • indien nog sprake is van een bestemming veehouderij moet deze middels een bestemmingsplanwijziging verwijderd worden.
Het is een door de provincie opgezette regeling waarbij als tegenprestatie voor het slopen van agrarische stallen en het inleveren van fosfaatrechten het recht verkregen wordt om een woning te bouwen in het buitengebied. Het is één van de weinige regelingen die nieuwbouw van woningen in het buitengebied mogelijk maakt. Eén Ruimte voor Ruimtetitel staat gelijk aan de sloop van ten minste 1000 m² agrarische stallen van een intensieve veehouderij en het inleveren van 3.500 kilogram aan geregistreerde rechten betreffende fosfaatproductie. In principe kunnen verworven Ruimte voor Ruimtetitels in elke gemeente gerealiseerd worden. Iedere gemeente heeft echter beleidsvrijheid om te bepalen hoe daarmee omgegaan wordt. Om versnipperde verstening als gevolg van het op willekeurige plekken ontwikkelen van woningen te voorkomen zijn Ruimte voor Ruimteontwikkelingen alleen mogelijk in kernrandzones (250 meter rond een dorp) of in aangewezen bebouwingsconcentraties. Dit zijn clusters van bebouwing waarbij vaak van oudsher al woningen zijn gelegen. De gemeente Eersel heeft in de structuurvisie 2011 meerdere bebouwingsconcentraties aangewezen. Voor ieder van deze bebouwingsconcentraties is een ontwikkelperspectief uitgewerkt.
In bebouwingsconcentraties zijn net zoals in de bebouwde kom ook publieksgerichte aan huisverbonden beroepen mogelijk. Dat zijn functies zoals een kapsalon, schoonheidsspecialiste etc. Voorheen lieten we alleen niet-publieksgerichte activiteiten toe. Met deze verruiming van aan huis verbonden beroepen willen we de vitaliteit van het buitengebied behouden en versterken. Wonen Verspreid over het buitengebied zijn zowel burgerwoningen als bedrijfswoningen aanwezig. Voor een deel zijn deze geclusterd in de bebouwingsconcentraties. Om te voorkomen dat het buitengebied in rap tempo versteend, is het niet zonder meer mogelijk om nieuwe woningen in het buitengebied te realiseren. In 2019 is de Kempische visie op wonen vastgesteld. Uitgangspunt in deze visie is inbreiding voor uitbreiding. Herontwikkelingslocaties binnen de kernen moeten voorzien in de woningbouwbehoefte. Woningbouw in het buitengebied is aan banden gelegd. Dit is in lijn met het provinciale beleid (Interim omgevingsverordening NoordBrabant) die ook de ontwikkeling van nieuwe woningen in het buitengebied aan banden legt. De woningbouwopgave is van dusdanig grote omvang dat het niet mogelijk is om de totale opgave binnen de bebouwde kom op te vangen. Daarom wordt ook onderzoek gedaan naar uitleglocaties in het buitengebied.
Er zijn een aantal uitzonderingen waarbij woningbouw in het buitengebied mogelijk is: Ruimte voor ruimte: we gaan een nieuwe werkwijze toepassen omdat op dit moment iedereen met stedenbouw kundig geschikte grond een Ruimte voor Ruimtewoning kan bouwen nadat een titel is aangekocht bij de Ontwikkelings maatschappij Ruimte voor Ruimte. Ieder weiland op een ruimtelijk geschikte plek kan op deze manier worden bebouwd wat betekent dat het buitengebied verder versteend zonder dat er een kwaliteitsverbetering van het buitengebied tegenover staat. Dit willen we voorkomen omdat we juist bezig zijn om het buitengebied verder te ontstenen en te verbeteren. We willen daarom Ruimte voor Ruimte alleen toestaan wanneer dit direct toepasbaar is wanneer een intensieve veehouderij wordt beëindigd (dan hoeft wellicht geen titel aangekocht te worden), bij het saneren van een niet
intensieve veehouderij (waarbij een titel wordt gekocht bij de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte) of wanneer een probleemlocatie wordt beëindigd. In bebouwings concentraties of in kernrandzones kan dan op kwalitatief geschikte locaties een Ruimte voor Ruimtewoning gerealiseerd worden. Hierbij zetten we als gemeente in op lokale kwaliteitsverbetering. De beëindiging van de veehouderij of de probleemlocatie maakt hier dan onderdeel van uit. We hopen dat dit een extra kans vormt voor met name stoppende niet intensieve veehouderijen. Er zullen combinaties tussen partijen met geschikte locaties en een stoppende veehouderij moeten ontstaan. Op deze manier ontstaat binnen de gemeentegrenzen een kwaliteitsverbetering en wordt niet onnodig bebouwing toegevoegd aan het buitengebied terwijl lokaal geen sprake is van een kwaliteitsverbetering. Bij de ontwikkeling van Ruimte voor Ruimte woningen ontvangt de gemeente geld dat geïnvesteerd moet worden in een kwaliteitsverbetering van het buitengebied (zie hoofdstuk 4). Meerwaardetraject: het is mogelijk om op basis van een meerwaardetraject een nieuwe woning te realiseren. Om dit mogelijk te maken moet sprake zijn van een fysieke kwaliteitsverbetering ter waarde van een Ruimte voor Ruimtetitel (dit staat gelijk aan een bedrag van € 125.000,00 (peiljaar 2021)).
Fysieke kwaliteitsverbetering kan in de vorm van het saneren van (agrarische) bedrijfsbebouwing of de aanleg van natuur. Voor de realisatie van nieuwe woningen op basis van het meerwaardetraject geldt dat deze in of aansluitend op een bebouwingsconcentratie of in een kernrandzone moeten liggen. Voorgaande is op dit moment opgenomen in de
7
ontwerp Omgevingsverordening van de provincie NoordBrabant. Dit is echter nog geen vastgesteld beleid. Wel biedt artikel 3.78 uit de Interim Omgevingsverordening NoordBrabant een soortgelijke regeling.
Omdat het hier om nieuwe vormen van woningbouw gaat betreft dit maatwerk waarbij een integrale afweging plaatsvindt. Op basis van provinciaal beleid is het niet zonder meer mogelijk om nieuwe vormen van wonen in het buitengebied toe te staan. Er moet sprake zijn van een gebiedsgerichte meerwaardebenadering en nieuwe collectieve woonvormen kunnen enkel worden gerealiseerd op bestaande bouwpercelen in landelijk gebied.
Landgoedontwikkeling: in gebieden die de aanduiding groenblauwe mantel hebben is het mogelijk om een landgoed te ontwikkelen. Op een landgoed mogen nieuwe woningen gerealiseerd worden waarbij ook natuur ontwikkeld wordt. Een landgoed heeft een minimale omvang van 10 hectare.
Tiny houses: op 13 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders de beleidsregel ‘Tiny Houses in Eersel’ vastgesteld. Bij de ontwikkeling van tiny houses is het van belang dat de ontwikkeling de bestaande gebiedskwaliteiten versterkt, bijvoorbeeld door een overgang te maken tussen bebouwde omgeving en het landschap. In bossen of gronden die onderdeel uit maken van het Natuurnetwerk Brabant kunnen geen tiny houses gerealiseerd worden. Aangesloten moet worden bij bestaande woonstructuren zoals boerenerven en (woon)linten. Clusters van tiny houses in open landschap zijn niet toegestaan. In principe zijn tiny houses tijdelijk tenzij een locatie de mogelijkheid biedt voor permanente vestiging.
Splitsing van cultuurhistorisch waardevolle panden: in het bestemmingsplan Buitengebied 2017 zijn de cultuurhistorisch waardevolle panden in het buitengebied benoemd. Om de kans op het behoud van de aanwezige cultuurhistorische waarden te vergroten is het mogelijk om deze panden te splitsen in twee woningen. Aan het splitsen van cultuur historisch waardevolle panden worden eisen gesteld. Deze zijn opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied 2017, eerste herziening. Een belangrijke eis is dat door middel van onderzoek aangetoond moet worden dat een boerderij daadwerkelijk cultuurhistorisch waardevol is. In dit onderzoek wordt gekeken naar elementen aan de binnen- en buitenzijde van de boerderij en welke hiervan behoudenswaardig zijn. Tijdelijke huisvesting: het is mogelijk om tijdelijke huisvesting te realiseren. Hierbij kan gedacht worden aan het huisvesten van seizoensarbeiders7 of kenniswerkers8. Voor seizoens arbeiders is het van belang dat ze op een relatief korte afstand tot voorzieningen (o.a. supermarkt) wonen omdat ze vaak niet beschikken over eigen vervoersmiddelen. Het is van belang dat tijdelijk te huisvesten personen zo volledig mogelijk in de samenleving worden opgenomen. Er moet sprake zijn van een scheiding tussen werk en huis (niet huisvesten bij het werk).
In een cluster van bebouwing in het buitengebied zou dit onder andere kunnen of bij gebouwen die nabij kernen met voorzieningen zijn gelegen. Voor arbeidsmigranten is een beleidskader opgesteld. De tijdelijke huisvesting van seizoens arbeiders of kenniswerkers is in alle gevallen maatwerk. Naast tijdelijke huisvesting van seizoensarbeiders of kenniswerkers is het ook mogelijk om tijdens de bouw of verbouwing van een woning een tijdelijke woning te realiseren die na afloop wordt gesloopt/verwijderd. Nieuwe vormen van wonen: we staan als gemeente open voor nieuwe vormen van wonen, gedacht kan worden aan ecologisch wonen, collectieve woonvormen en dergelijke.
Het omzetten van een (agrarische) bedrijfswoning naar een burgerwoning. In het bestemmingsplan Buitengebied 2017 zijn de eisen hiervoor aangegeven. In het verleden kwam het voor dat voormalige stallen binnen een woonbestemming zijn opgenomen. Dit betekent dat op dit moment sprake is van een woonbestemming met naast een burgerwoning een grote hoeveelheid aan bijgebouwen. De mogelijkheden voor andere functies in deze bijgebouwen zijn beperkt. Het gaat immers om bijgebouwen bij een woning. De bijgebouwen dienen dan ook als zodanig gebruikt te worden.
7
Seizoensarbeiders: ook wel arbeidsmigranten genoemd. Over het algemeen vaak wat praktischer opgeleid en zijn hier op tijdelijke basis.
8
enniswerker: ook wel expat genoemd. Een expat is iemand die tijdelijk in een K land werkt met een andere cultuur dan waar hij of zij in is opgegroeid. Onder expats verstaan we meestal hoogopgeleide mensen. Het verblijf in het buitenland kan permanent zijn, maar is over het algemeen tijdelijk. Expats worden vaak door hun werk naar het buitenland gezonden.
8
Sociale, culturele, educatieve en zorgvoorzieningen In de huidige situatie zijn in het buitengebied al enkele zorggerelateerde functies aanwezig. De grootste is Lunetzorg locatie De Donksbergen, een zorginstelling die ligt tussen de kern van Duizel en het Kempisch Bedrijven Park (KBP). Daarnaast is bij een aantal agrarische bedrijven een zorgboerderij gerealiseerd en is er een kinderopvang gerealiseerd.
Als gemeente staan we positief tegenover nieuwe recreatieve functies in het buitengebied om de bestaande recreatieve voorzieningen verder te versterken of om nieuwe, ontbrekende functies toe te voegen. Er is met name behoefte aan voorzieningen die binnen de categorie “experience” vallen. Leisure (vrijetijdseconomie) is namelijk in te delen in drie categorieën:
Met name vanwege de vergrijzing is steeds meer behoefte aan zorgvoorzieningen. Vanwege de rust en de ruimte is het buitengebied geschikt voor zorggerelateerde functies waaronder dagbesteding of zorgtoerisme (met overnachtingsmogelijkheden). Kleinschalige zorginitiatieven in het buitengebied zijn acceptabel, mits ingepast in hun omgeving. Het is wel van belang om een onderscheid te maken tussen regulier wonen en “zorg”-wonen. Regulier wonen (zie de vorige paragraaf) is niet zonder meer mogelijk in het buitengebied. “Zorg”-wonen is wel mogelijk onder voorwaarden en in geschikte gebieden. Onder “zorg”-wonen verstaan we woon- en verblijfsvormen met intensieve (24-uurs) zorg en begeleiding. Het betreft vormen van niet-zelfstandig wonen in een intramurale setting of kleinschalige vormen van groepswonen. De bewoners zijn mensen die aangewezen zijn op 24 uurs-zorg en -verblijf.
S low: dit gaat om leisure waarbij het beleven van de natuurlijke omgeving voorop staat, voorbeelden zijn wandelen fietspaden. In het buitengebied is reeds een uitgebreid netwerk van wandel-, fiets-, mountainbike- en ruiterpaden aanwezig. Verdere uitbreiding is niet nodig. Wel is het van belang om deze paden op orde te houden en om knelpunten op te lossen, dit is een taak die voornamelijk bij de gemeente ligt; Urban: hierbij wordt de recreant onderdeel van de beleving zonder actief deel te nemen. Voorbeelden zijn een museumbezoek of uit eten gaan bij een restaurant. Hiervan is ook voldoende aanwezig, verdere uitbreiding is in principe niet nodig; Experience: het gaat om een actieve deelname aan beleving, bijvoorbeeld fietsen in de bomen of door het water, watersport of het bezoeken van een attractie. Hiervan is binnen de gemeentegrenzen onvoldoende aanwezig. Uitbreiding van het aanbod is wenselijk om de recreatieve sector verder te versterken. Wel moet het gaan om vormen van beleving die passen bij de kleinschaligheid van de gemeente Eersel. De meeste soorten verblijfsrecreatie zijn voldoende aanwezig. Een uitzondering hierop is een kwalitatieve hotelvoorziening, hier is onvoldoende aanbod van aanwezig. Een hotel met een grootschalig karakter behoort tot de mogelijkheden, dit is altijd maatwerk. Belangrijk hierbij is dat de plek zich hiervoor leent.
Daarnaast is er ruimte voor de ontwikkeling van kwalitatief hoogwaardige verblijfsrecreatie met een jaarrond exploitatie. Veel verblijfsrecreatieve voorzieningen zijn namelijk in het winterseizoen gesloten.
Ook sociale, culturele en educatieve activiteiten zijn mogelijk in het buitengebied. Voorbeelden zijn een atelier of educatieve activiteiten bij het ontwikkelen van andere soorten gewassen of ambachtelijke producten. Vrijetijdseconomie Recreatie en toerisme zijn van grote maatschappelijke en economische betekenis voor de gemeente Eersel. Het buiten gebied kenmerkt zich door een veelheid aan recreatieve routes voor fietsers, wandelaars, ruiters en mountainbikers. Ook zijn in het buitengebied een aantal grote recreatieve voorzieningen gelegen waaronder Ter Spegelt, landgoed Duynenwater, Eurocamping en twee golfbanen (Caves nabij Wintelre en Gendersteyn tussen Veldhoven en Steensel). Het gaat om zowel dag- als verblijfsrecreatieve voorzieningen. In het buitengebied liggen daarnaast kleinere recreatieve voor zieningen waaronder kampeerboerderijen, groepsaccommodaties, minicampings, horeca en bed & breakfasts. Het betreft voor een deel recreatieve voorzieningen als nevenactiviteit bij agrarische bedrijven. Daarnaast zijn in het buitengebied sportfaciliteiten aanwezig waaronder sportparken, tennisbanen, maneges en een motorcrossterrein (Hapert-Eersel, dit ligt voor een klein deel op het grondgebied van de gemeente Eersel). Ook zijn in het buitengebied diverse scoutings en gildes gevestigd. In het buitengebied zijn ook horecavoorzieningen aanwezig.
De meeste horeca maakt onderdeel uit van een andersoortig bedrijf, bijvoorbeeld als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf. Uitzondering hierop zijn een drietal restaurants. Ook is op de hoek van de Postelseweg en de Bredasebaan een vaste standplaats voor ijs aanwezig.
Het is wenselijk om in het buitengebied enkele pleisterplaatsen te ontwikkelen waar mensen onderweg kunnen recreëren (bijvoorbeeld een restaurant/café nabij wandelroutes). Bij deze pleisterplaatsen is een horecazaak denkbaar zodat recreanten ter plaatse een drankje kunnen nuttigen of een hapje kunnen eten. In het buitengebied is al een pleisterplaats aanwezig ter plaatse van recreatiepark Ter Spegelt. Het is daarnaast wenselijk om op een drietal andere locaties (zie figuur 2.1) pleisterplaatsen te ontwikkelen, namelijk: In het gebied nabij de Run; In het gebied van de Levende Beerze; Nabij het Groot en Klein meer, buiten de bossen aan de zijde van Wintelre.
9
2
1
2
1
3
4
3
4 LEGENDA Pleisterplaatsen In gebied Levende Beerze
1 Nabij groot en klein meer
2 In gebied van de Run
3 Recreatiepark Ter Spegelt
4
Algemeen Plangebied ondergrond: BGT en BRK (datum: 17-07-2019)
Figuur 2.1 Locaties waar pleisterplaatsen gewenst zijn en de bestaande pleisterplaats bij recreatiepark Ter Spegelt. N
STARTDATUM
GEMEENTE EERSEL
AUGUSTUS 2019
Visie Buitengebied STATUS
Kaart 4: Pleisterplaatsen
DATUM BESLUITNR.
PLANSTATUS
Verbeelding
10
Verdere grootschalige uitbreiding van horeca, buiten de pleisterplaatsen is niet aanbevolen in het buitengebied. Als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf bestaan wel beperkte mogelijkheden ter ondersteuning van de agrarische bedrijfsvoering. Wanneer het om een goedlopende horecavoorziening gaat en het agrarische bedrijf stopt volledig dan bestaan mogelijkheden om van de nevenactiviteit de hoofdactiviteit te maken. Water en natuur In het buitengebied liggen verschillende natuurgebieden waaronder drie natuurgebieden die op Europees niveau zijn beschermd (Groot en Klein Meer, de Run en Kleine Beerze). Ook maken gebieden deel uit van het natuurnetwerk Nederland, waaronder het Rouwven, de Buikheide, Wolfshoeksche heide, De Pan en de Cartierheide. De bossen zijn grotendeels in eigendom van de gemeente. Een deel is in erfpacht bij Staatsbosbeheer. Daarnaast zijn enkele bospercelen in eigendom van Staatsbosbeheer, de gemeente Veldhoven, Natuurmonumenten, Brabants Landschap en particulieren. Op dit moment zijn enkele natuurontwikkelingen gaande. Het gaat om beekherstelprojecten (de Run, de Gender) en om de ontwikkeling van de Levende Beerze. Daarnaast is nabij de Run een gestuurd waterbergingsgebied in voorbereiding en is de gebiedsontwikkeling Levende Run opgestart. Dit moet een soortgelijke gebiedsontwikkeling als de Levende Beerze worden.
Ook zijn ontwikkelingen gaande om de biodiversiteit te versterken. In 2017 is door de gemeenteraad het plan Groen Loont! vast gesteld. Hierin zijn belangrijke uitgangspunten opgenomen rondom het bestaande groen in de gemeente en hoe we er mee om willen gaan. Daarnaast is ook vastgelegd dat nieuwe initiatieven ingepast moeten worden. In het beleidsstuk was echter geen exacte uitwerking opgenomen van een dergelijke landschappelijke inpassing. Om dit meer handen en voeten te geven is in bijlage 1 een nadere uitwerking van de landschappelijke inpassing opgenomen. Hierbij is onderscheid gemaakt in drie soorten gebieden (oude cultuurgronden, beekdallandschap en heideontginningslandschap). Per gebied zijn voor het voorerf, achtererf en het landschap de inpassingsmogelijkheden aangegeven. In Groen Loont! zijn de ecologische verbindingszones benoemd. Een deel ervan is inmiddels gerealiseerd, een ander deel moet nog gerealiseerd worden (zie figuur 2.2). Bij ruimtelijke ontwikkelingen in de buurt van ecologische verbindingszones (evz’s) die nog niet gerealiseerd zijn bekijken we kritisch of een ontwikkeling de ruimtelijke ontwikkeling van de evz niet in de weg zal staan in de toekomst.
Op 13 juli 2021 (met uitloop naar 15 juli 2021) is het plan Bos & Boom vastgesteld door de gemeenteraad. In januari 2020 heeft het College van Gedeputeerde Staten van de provincie NoordBrabant de Brabantse Bossenstrategie vastgesteld. Over tien jaar moet er 15% meer bos zijn in de provincie Noord-Brabant. Ook de gemeente Eersel wil hier een bijdrage aan leveren door in tien jaar tijd 400.000 nieuwe bomen geplant te hebben. Het gaat om bomen en struikvormers. De gemeente zal dit gedeeltelijk zelf doen maar ook worden particulieren en bedrijven gestimuleerd om mee te doen. Belangrijke doelen zijn om effecten van klimaatverandering tegen te gaan door CO2 vast te leggen en hittestress tegen te gaan. Ook leveren de extra bomen en struikvormers een bijdrage aan de biodiversiteit en versterking van de natuur zodat deze tegen een stootje kan. Daarnaast heeft meer groen in de omgeving een positief effect op de gezondheid van mensen. De nieuw te planten bomen en struikvormers worden ingezet om het landschap te versterken, bos- en natuurgebieden te vergroten, de leefomgeving te verbeteren (bijv. door realisatie van uitloopgebieden rondom Eersel en Duizel en door nieuwbouw groen in te passen) en een bijdrage te leveren aan de transitie van de landbouw (bijv. agroforestry: landbouw onder, tussen of met bomen).
Duurzaamheid We streven als gemeente naar een duurzame en een energie neutrale gemeente. Dit betekent dat in de toekomst meer ruimte nodig is voor het duurzaam opwekken van energie. De mogelijk heden voor de opwekking van duurzame energie zijn onderzocht in een separate studie naar grootschalige zon- en windenergie in de Kempen. In december 2020 heeft de gemeenteraad het ‘Beleid grootschalige zonne-energie 2020-2030’ vastgesteld. In dit beleid en toetsingskader staat waar, hoe, door wie en voor wie de ontwik-keling van grootschalige zonneparken wordt toegestaan. Op 25 augustus 2020 heeft de gemeenteraad besloten een gebied ten noorden van Wintelre vrij te geven voor grootschalige zonne-energie en om medewerking te verlenen aan een energieopwekkende en geluidwerende voorziening langs de A67. Daarnaast geven we ruimte aan VAB-locaties. Een zonnepark kan overwogen worden als invulling van een VAB-locatie met uitzondering van gebieden waar een zonnepark volgens het ‘Beleid grootschalige zonne-energie 2020-2030’ niet mogelijk is (bijv. beekdalen en bossen, zie paragraaf 2.2). De locatie moet landschappelijk worden ingepast op basis van bijlage 1 ‘Landschappelijke inpassing initiatieven in het buitengebied’ bij deze visie. Voor het zonnepark wordt een tijdelijke omgevingsvergunning verleend. Het agrarische bedrijf wordt hierbij beëindigd en overbodige bebouwing wordt gesloopt.
Het is mogelijk om andere bedrijfsmatige activiteiten te ontplooien, mits passend binnen de uitgangspunten van deze visie.
11
LEGENDA Gebiedsindeling Ecologische verbindingszone
Algemeen Plangebied ondergrond: BGT en BRK (datum: 17-07-2019)
Figuur 2.2 Nog te realiseren delen ecologische verbindingszones N
STARTDATUM
GEMEENTE EERSEL
AUGUSTUS 2019
Visie Buitengebied STATUS
Kaart 3: Ontbrekenede stukken ecologische verbindingszones
DATUM BESLUITNR.
PLANSTATUS
12
2.2 Gebiedsgerichte keuzes
Het buitengebied is niet overal hetzelfde. Verschillende gebieden hebben andere kenmerken en eigenschappen. Het buitengebied is daarom in een aantal deelgebieden ingedeeld, functiezones genoemd. In figuur 2.3 is dit gevisualiseerd. De aangeduide functiezones zijn tot stand gekomen op basis van de geografische ligging, eventuele beleidsmatige gebiedsdoelstellingen en samenhang met de dorpskernen binnen de gemeente. In het buitengebied is sprake van ontwikkelingsmogelijkheden die samenhangen met de structuur en omvang van kernen en relatie met het omliggende gebied.
een locatie extra eisen worden gesteld aan bepaalde functies om te zorgen voor een veilige fysieke leefomgeving door bijvoorbeeld te zorgen dat hulpdiensten snel en effectief kunnen optreden en dat mensen bekend zijn met risico’s en weten hoe ze moeten handelen. Voorzieningen in de zorg moeten toegankelijk zijn voor inwoners en bezoekers en op hen afgestemd zijn.
In deze paragraaf zijn de functiezones beschreven en de gemeentelijke visie erop. Per functiezone zijn de ontwikkelings mogelijkheden beschreven. Kwaliteitsverbetering is het uitgangs punt voor het hele buitengebied. Bepaalde functiezones zijn geschikt voor bepaalde ontwikkelingen terwijl andere functiezones dat niet zijn. Per functiezone is aangegeven welke functies wenselijk, mogelijk en ongewenst zijn. Een functie die “wenselijk” is, draagt bij aan de gemeentelijke ambities. Een functie die “mogelijk” is, is toegestaan binnen een gebied maar draagt niet per definitie bij aan het ideaalbeeld voor het gebied. Door te zoneren wordt een wildgroei aan activiteiten voorkomen. De zonering geeft sturing aan nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied en de tegenprestaties waarmee meer ruimtelijke kwaliteit kan ontstaan. In de tabellen is per functiezone ingegaan op diverse functies. Per functie is aangegeven of een functie wenselijk, mogelijk of niet wenselijk is. Uiteraard is het ook mogelijk dat op locaties sprake is van een combinatie van functies. Het van belang dat sprake is van een logische invulling van een locatie waarbij functies bij elkaar te passen en elkaar waar mogelijk versterken. Vanuit het ideaalbeeld zijn bepaalde functies wellicht niet hetgeen waaraan in eerste instantie gedacht wordt bij de invulling van het buitengebied.
Echter door de, naar verwachting, grote hoeveelheid VAB’s is het wenselijk om mogelijkheden aan te reiken aan deze stoppende agrariërs. Gestimuleerd moet worden dat overtollige bebouwing wordt gesloopt en daarnaast moet de bebouwing die niet gesaneerd wordt een goede, passende invulling krijgen. Dit om problemen te voorkomen (o.a. verpaupering, criminaliteit). Door bepaalde functies toe te laten waar in het buitengebied wellicht niet in eerste instantie aan wordt gedacht en door kwaliteitseisen te stellen wordt een kwaliteitsverbetering van het buitengebied behaald. De tabellen geven een algemeen beeld van de mogelijkheden per functiezone. Iedere locatie is echter uniek wat betekent dat lokale omstandigheden ertoe kunnen leiden dat ontwikkelingen niet mogelijk zijn. Een belangrijke component hierin is milieu wet- en regelgeving. Dit betekent dat afstanden aangehouden moeten worden tussen hinderveroorzakende en gevoelige functies. Een voorbeeld is externe veiligheid. Belangrijke risicobronnen binnen de gemeentegrenzen zijn de A67 en enkele LPG-tankstations. Naar nieuwe functies nabij deze risicobronnen zal dan ook kritisch gekeken worden of sprake is van een veilige fysieke leefomgeving. Hoe groter de afstand tot de risicobronnen hoe groter de veiligheid.
Ook kunnen bouwwerken bescherming bieden en wordt gekeken of het om een kwetsbare groep gaat (bijvoorbeeld ouderen of kinderen). Dit kan betekenen dat op
13
LEGENDA Gebiedsindeling Agrarisch overgangsgebied Beekdal Bestaande recreatieve voorzieningen Bos en natuur Dorpsovergangsgebied
Primair agrarisch gebied Recreatieve schakelzone Verkeer Zorginstelling
Algemeen Plangebied ondergrond: BGT en BRK (datum: 17-07-2019)
Figuur 2.3 Zoneringskaart N
STARTDATUM
AUGUSTUS 2019
GEMEENTE E
14
Visie Bu
STATUS DATUM BESLUITNR.
Kaart 2: Zon
Beekdalen De beekdalen langs de Gender, de Run en de Kleine Beerze, inclusief bijbehorende bos- en natuurgebieden, maken onderdeel uit van de functiezone beekdalen. In deze gebieden staat de beek voorop. Deze gebieden zijn primair gericht op het herstel en de continuering van herkenbare ruimtelijke structuren: de beek als stroomdraad, haakse verkavelingen en verdichte beekdalranden. In deze gebieden wordt gestreefd naar een versterking en verdere ontwikkeling van natuur en landschap en meer ruimte voor een dynamisch watersysteem. De beken zelf zijn grotendeels aangeduid als ecologische verbindingszone.
Zonering – beekdalen
Wenselijk
Agrarische bedrijven
Weidebouw, grondgebonden landbouw. Natuurinclusieve landbouw.
De beken en beekdalen van de Run, Gender en Kleine Beerze worden doorontwikkeld als landschappelijke en ecologische aders door het hart van het buitengebied van Eersel. Grondgebonden agrarisch gebruik vormt blijvend één van de belangrijkste gebruiksfunctie; extensieve recreatie is ondergeschikt. In onderstaande tabel is voor de functiezone beekdalen aangegeven welke functies we als wenselijk, mogelijk (binnen bestaande bebouwing) en als ongewenst zien. Nieuwe bebouwing is in beekdalen niet wenselijk. Wel zijn binnen deze functiezone enkele agrariërs aanwezig. Wanneer zij besluiten te stoppen zijn er mogelijkheden voor herbestemming waarbij nieuwe functies een plek krijgen in bestaande bebouwing.
Mogelijk in bestaande bebouwing bij een VAB
Niet grondgebonden. Intensieve veehouderij. Kapitaal intensieve teelt.
Agrarische verwante bedrijven
CHECK
Agrarisch technische hulpbedrijven
CHECK
Ambachtelijke bedrijven
Ambachten en overige productiebedrijven
Zakelijke dienstverlening
Kantoor- en vergaderlocaties (beperken publieksaantrekking).
Dagrecreatie
Extensief: experience, routegebonden recreatie
Intensief
Verblijfsrecreatie
Kleinschalig. Nieuwe vormen
Horeca
Ondergeschikt bij toeristische / agrarische functie
Detailhandel
Als nevenactiviteit.
Wonen
Landgoed met natuurontwikkeling, splitsing van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, omzetten bedrijfswoning naar burgerwoning.
Sociale / culturele / educatieve / zorgvoorzieningen
Seniorenzorg, kinderopvang, wooncombinaties.
Opslag
Bij voorkeur gerelateerd aan ambachten, statische opslag.
Zonnepark
Ongewenst
Grootschalig
Overige woningbouw waaronder Ruimte voor Ruimte.
Ongewenst in beekdal.
15
LEGENDA Gebiedsindeling Beekdal
Algemeen Plangebied ondergrond: BGT en BRK (datum: 17-07-2019)
Figuur 2.4 Beekdalen N
STARTDATUM
GEMEENTE EERSEL
AUGUSTUS 2019
Visie Buitengebied STATUS
Kaart 2: Zoneringskaart_Beekdal
DATUM BESLUITNR.
PLANSTATUS
16
Bos en natuur De bestaande bos- en natuurgebieden maken onderdeel uit van deze functiezone. Te denken valt aan de Cartierheide, Groot- en Kleinmeer, Rouwven, Buikheide, Wolfshoeksche Heide en De Pan. In deze gebieden is de natuur de belangrijkste functie. In de bossen is de versterking van de landschappelijke diversiteit wenselijk. In bos- en natuurgebieden is recreatief medegebruik mogelijk. De mogelijkheden voor andere functies zijn zeer beperkt. De ambitie is om de natuurgebieden verder te
Zonering – bos en natuur
Wenselijk
Agrarische bedrijven
Combinatie met bosbouw. Natuurinclusieve landbouw
versterken, onder andere door enkele ecologische verbindingszones te realiseren. In onderstaande tabel is voor de functiezone bos en natuur aangegeven welke functies we als wenselijk, mogelijk en als ongewenst zien. Nieuwe bebouwing is in bos- en natuurgebieden niet wenselijk. Wel zijn binnen deze functiezone enkele agrariërs gelegen. Wanneer zij besluiten te stoppen zijn er mogelijkheden voor herbestemming.
Mogelijk in bestaande bebouwing bij een VAB
Ongewenst Intensieve veehouderij. Grootschaligheid
Agrarische verwante bedrijven
CHECK
Agrarisch technische hulpbedrijven
CHECK
Ambachtelijke bedrijven
Ambachten zonder milieulast.
Zakelijke dienstverlening
Kantoor- en vergaderlocaties (beperken publieksaantrekking).
Dagrecreatie
Extensief: experience, routegebonden recreatie
Intensief. Niet locatiegebonden experience leisure
Verblijfsrecreatie
Kleinschalig, exclusief. Nieuwe vormen
Horeca
Ondergeschikt bij toeristische / agrarische functie
Detailhandel
Als nevenactiviteit
Wonen
Landgoed in combinatie met natuurontwikkeling, splitsing van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, omzetten bedrijfswoning naar burgerwoning.
Sociale / culturele / educatieve / zorgvoorzieningen
Natuureducatie
Grootschalig
Overige woningbouw waaronder Ruimte voor Ruimte en tiny houses.
CHECK
Opslag
CHECK
Zonnepark
Ongewenst in bos- en natuurgebieden.
17
LEGENDA Gebiedsindeling Bos en natuur
Algemeen Plangebied ondergrond: BGT en BRK (datum: 17-07-2019)
Figuur 2.5 Bos en natuur N
STARTDATUM
GEMEENTE EERSEL
AUGUSTUS 2019
Visie Buitengebied STATUS
Kaart 2: Zoneringskaart_Bos en natuur
DATUM BESLUITNR.
PLANSTATUS
18
Bestaande recreatieve voorzieningen In de gemeente zijn enkele grootschalige recreatieve voorzieningen aanwezig, het gaat om recreatiecentrum Ter Spegelt (inclusief het bungalowpark), de Eurocamping, chaletpark “Rustika”, landgoed Duynenwater (het voormalige E3-strand), golfbaan Gendersteyn, golfbaan het Caves, groepsaccommodatie
De Stevert en visvijver Het Biesven. Binnen deze functiezone staan deze bestaande recreatieve voorzieningen voorop. Deze functiezone is niet verder uitgewerkt omdat enkel recreatieve voorzieningen mogelijk zijn binnen deze functiezone. Ontwikkelingen binnen deze functiezone zijn altijd maatwerk en worden integraal afgewogen.
19
LEGENDA Gebiedsindeling Bestaande recreatieve voorzieningen
Algemeen Plangebied ondergrond: BGT en BRK (datum: 17-07-2019)
Figuur 2.6 Bestaande recreatieve voorzieningen N
STARTDATUM
GEMEENTE EERSEL
AUGUSTUS 2019
Visie Buitengebied STATUS
Kaart 2: Zoneringskaart_Bestaande recreatieve voorzieningen
DATUM BESLUITNR.
PLANSTATUS
20
Recreatieve schakelzone De gemeente Eersel is een grote groene oase, met recreatieve en toeristische mogelijkheden. Dit vraagt een fraai dorp en landschap en versterking van natuur, ter compensatie van de afnemende landbouw. Gronden in en nabij bestaande (grootschalige) recreatieve voorzieningen binnen de gemeente maken deel uit van de recreatieve schakelzone. Het gaat om gronden nabij landgoed Duynenwater, recreatiecentrum Ter Spegelt, de Eurocamping en golfbaan Gendersteyn. Binnen deze gebieden is ruimte voor de verdere (kwalitatieve) ontwikkeling van de bestaande recreatiebedrijven en uitbreiding van recreatieve voorzieningen ter versterking van de recreatieve mogelijkheden. Daarnaast betreft deze zone de gronden gelegen
tussen de bestaande, grootschaligere recreatieve voorzieningen en woonkernen, ten zuidwesten en zuidoosten van Eersel en ten zuidwesten van Knegsel. Deze gebieden vormen een recreatief uitloopgebied. In aanvulling op de bestaande recreatieve voorzieningen is een toename van kleinschalige recreatieve mogelijkheden (bijvoorbeeld een kleinschalige natuurspa) samen met een versterking van natuur en landschap mogelijk. Deze gebieden bieden kansen voor functiemenging van functies op het gebied van dagrecreatie, verblijfsrecreatie, sociaal culturele voorzieningen, horeca, ambachtelijke dienstverlening en wonen. In onderstaande tabel is voor de functiezone recreatieve schakelzone aangegeven welke functies we als wenselijk, mogelijk en als ongewenst zien.