CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Commissie Ruimte 13.01.2025

Commissie WenR 13 januari 2025, gemeente eemnesBij agendapunt: Opening24.950 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

maar we hebben de discussie met KoopGarant indertijd gehad: hoe ga je nou bepalen wat mensen geïnvesteerd hebben? Daar krijg je eeuwenlange discussies over. Maar we gaan dit voorstellen in de… We leggen dat op tafel. Laatste vraag die er nog ligt is mijnheer ... Nou ja, laat ik het anders zeggen: misschien wel meerdere mensen komen nou in opstand omdat ze indertijd voor zeven jaar hebben getekend. Dat zijn gewoon bestaande contracten en ja, klaar, daar heb je voor getekend. Ik heb ook wel eens getekend voor een hoger energietarief dan mensen nu betalen, maar daar kan ik ook niks aan doen. Dus wat dat betreft, ik neem ... Parkeernormen, met name laadplaatsen daar gaan we nog even naar kijken. Suggestie van het CDA dat ene hoekje, kan er nog wat. We gaan kijken naar de effectiviteit van de laden-/lossenruimte. En in een wat bredere context gaan we kijken naar de kliko's aan de voorkant of allemaal achter, als daar ruimte voor is. En de opmerkingen die zijn gemaakt over het memo neem ik mee naar de aandeelhoudersvergadering. De voorzitter: Dan kijk ik toch even naar de heer Van Klooster of hij nog iets aanvullends aan de commissie kan meegeven.

Tenslotte bent u de man van het deelplan, hè? De heer Van Klooster: Ik vraag me af of de vraag van het CDA beantwoord is over als er meer elektrische laadplekken komen, of er dan op een gegeven moment een balans is of dat er een tekort ontstaat. Daar zijn we niet op ingegaan. Dat is een heel ingewikkeld antwoord. Ik denk dat het goed is als we daar in een heel kort memootje op terugkomen voorafgaand aan de besluitvorming, maar het antwoord is wel dat er wel een balans ontstaat. En over het aanvragen van de parkeerplaatsen: wij bereiden 1 op 10 parkeerplaatsen voor met infrastructuur in de grond dat ze elektrisch kunnen worden, maar we vragen ze nog niet aan. De praktijk is dat het enorm lang duurt tussen een aanvraag en dat die gerealiseerd wordt. Dus wij bekijken nu wel of we dat wel kunnen gaan doen, maar daar zullen we in dat memootje ook dan op terugkomen. Dat is denk ik het enige stukje techniek wat ik nog kan aanvullen. De voorzitter: Ik zie dat er toch nog wat vingertjes… De heer Lutterman: Voorzitter, mag ik hier een aanvullende vraag op stellen? De voorzitter: Jazeker. Maar dan doet u eerst een aanvullende vraag en dan gaan we daarna kort een tweede rondje nog doen. De heer Lutterman: Ja, want u triggert mij door te zeggen van 1 op de 10 parkeerplekken doen wij een infrastructuur vast voorbereiden zodat zo'n parkeerplek straks laadplek zou kunnen worden.

Dan betekent dat ook dat als die laadplek gerealiseerd wordt, dat een parkeerplek minder is. 1 op de 10. Want die parkeerplek mag je… Die elektrische auto mag je daar niet parkeren. Die mag je alleen laden daar en dan moet hij weer weg. Dus 1 op de 10 is dus eigenlijk een laadplek in voorbereiding en de parkeernorm gaat dus enorm naar beneden toe binnen die wijk. De heer Van Klooster: Nee, er ontstaat een balans. Maar we gaan het even goed uitleggen in dat memootje. De voorzitter: Tweede rondje, de heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Dank voor de toezeggingen, dank voor de toezegging, zou ik bijna zeggen, beide kanten op. Inderdaad, die parkeernorm, als die nog een keer goed uitgelegd wordt versus de laadpalen. Zijn we heel blij mee. Misschien is het ook wel goed, want we hebben natuurlijk vanavond ook… De parkeernorm is best wel aan de orde geweest. Misschien is het ook goed om aan te geven dan wat dat scheelt als je naar de hoge norm qua parkeren gaat en de lage norm qua woningen. Misschien is dat wel heel goed om ook die balans te laten

zien. Dat komt in dit stuk niet naar voren. Maar op zich is het natuurlijk heel simpel om dat aan te geven hoeveel woningen het eigenlijk scheelt. Misschien is dat wel heel goed ook voor de beraadslaging in de Raad. Dat was parkeren. De boeteclausule, de winstclausule: ik ben op zich… Wat de PvdA aangeeft, klinkt me positief in de oren. Maar goed, ik heb ook de suggestie van de voorzitter gehoord. Ik vind dat wel een hele mooie. Laten we nu het laatste deelplan op deze manier afronden met het voorstel wat er nu ligt zeg maar. Want op zich kunnen wij daar best mee leven. En dan voor Zuidpolder zuid, het vervolg, om daar eens nog goed met elkaar over te spreken: wat zijn daar de mogelijkheden op dit punt? Maar dan kunnen we dit in ieder geval op dit moment afronden en ook de vaart erin houden. Laat ik het maar zo zeggen. Want ik vind het leuk als wij met zijn allen heel lang loopt de dimdammen over een boete- of winstclausule, maar ik heb liever dat die wijk snel gebouwd wordt, wat dat betreft. Want volgens mij is de nood hoog genoeg om de vaart erin te houden bij dezen. Voor de rest had ik volgens mij niks, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: D66 nog? Hoeft niet. PvdA, de heer Lutterman nog iets? Nee. Mevrouw Van der Linde? Mevrouw Van der Linde: Dank u voorzitter.

Wij vinden het eigenlijk wel een beetje speciaal dat we hier wel hele verhalen horen over een laadplek meer of minder, dat is dan een parkeerplek of alleen een laadplek. Maar dan denk ik: als we op zich naar de wat ruimere parkeernorm gaan, dan hoeven we ook niet zo benauwd te zijn voor die ene laadplek, want dan hebben we op zich daar voldoende plekken voor. Dus ik wil mijn mederaadsleden toch oproepen om daar nog eens over na te denken voor de Raad, of ze toch niet voor de wat hogere parkeernorm zouden willen gaan. De voorzitter: Ik zie gelijk de heer Seldenrijk als interruptie. De heer Seldenrijk: Daarom heb ik ook de vraag gesteld, mevrouw Van der Linde: wat scheelt het nu op het moment dat je gaat voor die ruimere parkeerplekken? Want openbaar groen willen we volgens mij met zijn allen behouden. Dan gaat het ten koste van woningen. En dat is de keus, denk ik. Mevrouw Van der Linde: Dat klopt, maar ik denk ook dat het jammer is als we momenteel alleen nog maar voor de financiële factor gaan kiezen, want komt de wijk uiteindelijk ook niet ten goede op lange termijn. Dan hebben we nu misschien een financieel voordeel, maar op de lange termijn: die wijk staat er wel minstens een jaar of zestig of langer. De heer Seldenrijk: Het gaat met mij niet zozeer om de financiële voordelen, ik zie graag dat er wat meer huizen gebouwd worden in Eemnes. Dank u wel.

Mevrouw Van der Linde: Nou, dat is niet zo heel moeilijk hoor, want we hebben nog wel een paar andere plannen waar we huizen kunnen bouwen. Dus ik denk dat we daar wel een oplossing voor kunnen vinden. De heer Seldenrijk: Welke concrete plannen liggen er op dit moment? Mevrouw Van der Linde: Nee, maar ik geloof dat dat aan de coalitie is om dat voor te bereiden. Niet? De heer Seldenrijk: Volgens mij aan de provincie op dit moment, want in Noord mogen wij niets, Zuidpolder Zuid is net wel door. Maar het valt heel erg tegen. Mevrouw Van der Linde: Er zijn best wel regionen in Eemnes waar het kan. De heer Seldenrijk: Ja, geeft u het maar aan dan.

Mevrouw Van der Linde: Volgens mij was dat het Noordplan waar de ZVS zat. Maakt niet uit. De heer Seldenrijk: Noord is er nog steeds geen toestemming van de provincie. Helaas. De voorzitter: Ik denk dat u een vergissing maakt tussen ZVS-terrein en Noord. Maar leuke, interessante discussie. Die hebben we al vaker gehad. Alle bedrijven zijn verkocht. Mevrouw Van der Linde: Maar goed, dan ben ik heel benieuwd naar de aankomende plannen, want ik heb net begrepen dat de provincie op zich de rode contouren allemaal weer wat makkelijker mee omgaat. Dus dan laat ik me graag verrassen. De heer Seldenrijk: Dat klopt en daarom zijn wij heel blij. De voorzitter: Dat is denk ik aan de zuidkant. Maar goed, we gaan verder. Nou, ik ga zo het… U bent klaar? Dan de heer De Zeeuw, als u wil. De heer De Zeeuw: We zijn prima blij met het plan en we vinden als er een afweging moet worden gemaakt van parkeerplekken versus appartementen of woningen, dan kiezen we in dit geval voor de woningen. De voorzitter: Dan komt het voorstel terug naar de Raad. De memo gaat de heer Reijn inbrengen in de aandeelhoudersvergadering en we krijgen bij de Raad nog een memo wat betreft, als ik het goed mag afconcluderen, parkeerplaatsen, laadplaatsen en dat versus tegen elkaar en er wordt ook nog gekeken naar de laad- en losplek, wat D66 aangaf, in het plan.

Mag ik hem zo richting de Raad toesturen? En ik neem aan dat het geen hamerstuk wordt, dat we nog even… Kan niet? Nou, dat kan wel, maar… De heer Seldenrijk: Er komt nog een memo, dus ik kan op dit moment geen besluit daarover nemen. De voorzitter: Daarvoor zeg ik ook: ik neem aan dat het geen hamerstuk wordt. Dan gaan we naar het volgende agendapunt. Ik dank de heer Van Klooster en mevrouw Van Deutekom. 5.2

Beleidskader lokale deelneming grootschalige duurzame energieprojecten

De voorzitter: Het volgende agendapunt wordt dan het Beleidskader lokale deelneming grootschalige duurzame energieprojecten en daarvoor is vanuit de ambtelijke ondersteuning de heer Radstake aanwezig. Dus als u wil plaatsnemen, dank u vriendelijk. Dan was ik gebleven in het rondje bij D66, dus daar begin ik nu. Mevrouw Wiering: Dank u wel voorzitter. Fijn dat er een beleidskader aan de Raad wordt voorgesteld. We stellen het op prijs dat door het college serieus is omgegaan met het door de Raad gegeven kader voor grootschalige duurzame energieprojecten. Het woord ‘streven’ komt vaak aan bod. Terwijl dit wellicht het indekken van risico's kan inhouden, biedt het ook een makkelijke uitweg voor het geval 50 procent lokaal eigendom, lokale deelneming, niet gehaald kan worden. Hoe wordt dat getoetst? Welke criteria gelden hiervoor? Op welke wijze houdt het stand? Zou de gemeente er ook in kunnen participeren? Wellicht met daarna het over te dragen alsnog aan inwoners van Eemnes. En is het de Raad die uiteindelijk beslist over de doorgang van het project? Het toepassen van participatie is cruciaal voor een dergelijk grootschalig project. De wijze van participatie dient nauwlettend door het college gevolgd te worden en eventueel bijgestuurd.

Het zal niet voor het eerst zijn dat we als Raad te horen krijgen dat er wel geparticipeerd is, maar dat de vorm achteraf gezien beter had gekund. Dit wordt een project waarin Eemnes de komende twintig jaar tegenaan gaat kijken. Dan het toetsingskader. Inwoners moeten dus verenigd zijn in een collectief. Een particuliere

investeerder wordt hiermee dus uitgesloten? Afstemming over groep direct omwonenden. Daar horen we graag meer over. Direct omwonenden is een term die vaker terugkomt en moet op voorhand beter gedefinieerd worden om ruis te voorkomen. Dan het punt ‘aantoonbaar niet haalbaar’. Wie beoordeelt dat? En de uitgangspunten: op welke wijze is schade, diefstal, et cetera geregeld? Komt er een verzekering voor? Dat waren de vragen van D66. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de PvdA. De heer… Wie van de twee? De heer Lutterman. De heer Lutterman: Het lijkt wel alsof D66 ons memo gelezen heeft, want wij komen een beetje met dezelfde vragen. Dus ik begin maar met ons standpunt eigenlijk. Energievoorzieningen zijn er voor de gemeenschap en moeten daarom per definitie in handen zijn van de gemeenschap. Ik citeer Jan Peter Balkenende even voor de overkant, die gezegd heeft dat we energie nooit hadden mogen privatiseren. Laten we die fout dan niet nog een keer maken, zeg ik dan. En deze kadernota geeft eigenlijk veel te veel mogelijkheden tot privatisering. Deze kadernota draait het om. De energievoorzieningen zijn niet meer van de gemeenschap. Het beleidskader maakt dus geen harde keuzes. Alles kan, maar wel bij voorkeur voor een lokaal eigendom, wat dan teruggebracht kan worden tot 15 procent.

Nou ja, we gaan er niet van uit, maar als grote energievoorzieningen in handen van een particuliere financier zijn, bestaat de mogelijkheid dat die voorziening gewoon dichtgedraaid wordt. Ook: wat gebeurt er als een faillissement van een particuliere financier gebeurt? Dan ben je gewoon een haasje als je mede financiert. Dan hebben we nog een andere vraag. Alle fracties hebben een mail van Eemnes Energie gehad. Dat is een stichting die erg goede connecties heeft met bijvoorbeeld de provincie en ons kan helpen met financiële subsidies. Waarom doen we daar dus niks mee? Kan de wethouder dat uitleggen? Dat zijn mijn vragen en verder sluit ik me helemaal aan ... Of in ieder geval, de andere dingen heeft D66 voor mij al gevraagd. De voorzitter: Nou, kijk eens aan. De heer Schade van de VVD. De heer Schade: Dank u wel voorzitter. Ik neem aan dat de wethouder straks wel even iets gaat zeggen over de Gas- en elektriciteitswet, zodat in ieder geval de zorg van mijnheer Lutterman dat een particuliere belegger hier in Eemnes gaat bepalen of wij wel of geen stroom uit het stopcontact krijgen, een volstrekt illusoir verhaal is. Wij kunnen ons vinden in deze beleidsnota, want het is gewoon het landelijk beleid en het is allemaal keurig overgenomen uit de stukken uit Den Haag.

Dus wie zijn wij om daar verder nog heel veel van te vinden? Het is ook duidelijk: heel erg de huid alvast verdelen voordat we zelfs de beer maar gezien hebben. Want ik weet ook zeker dat mijnheer De Zeeuw nog steeds bezig is met de collectebus om die 1,5 miljard voor UDG op te halen. En ik hoor graag van de wethouder - en dat is dan meer serieus - hoe het staat met de RES-toestanden. Ik heb gehoord dat in Utrecht Gedeputeerde Staten al wat beslissingen genomen heeft voor de RESonderdelen in de provincie die onvoldoende gepresteerd hebben. Ik hoor graag of wij als Amersfoort RES nog steeds in zo'n goed blaadje staan bij de provincie. En als tweede vraag, hoe het staat met de plannen van de gemeente Eemnes om hier een heel groot zonneveld te gaan realiseren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kouwenhoven namens Dorpsbelang. De heer Kouwenhoven: Dank u wel voorzitter. Wij zijn verheugd dat er nu een beleidskader ligt voor lokale deelneming aan grootschalige duurzame energieprojecten. In dit kader wordt er gesproken over 50 procent lokaal eigendom en over 50 procent lokale deelname. Vooral het laatste spreekt ons meer aan, omdat de 50 procent lokale eigendom een klein percentage kan zijn als er veel vreemd vermogen wordt aangetrokken.

Hierdoor kan je er uiteindelijk met een relatief kleine bijdrage van lokale investeerders toch een lokaal eigendom gehaald worden van minimaal 50 procent. Wat wij graag zouden willen zien, is dat dat de revenuen

worden gedeeld met de gemeente Eemnes voor minimaal 50 procent. Op deze manier zullen te allen tijde van het bestaan van het project gelden terugvloeien naar de Eemnesser gemeenschap. Dit is bijvoorbeeld niet het geval bij het huidige zonneveld, wat een gemiste kans is. De Eemnesser bevolking wordt daar niets wijzer van en heeft wel de lasten, maar niet de lusten. Ons staat nog bij dat er ergens een motie is geweest, dat er volgens ons een partij, of partij Van den Berg, dat weten we niet meer precies, een motie heeft gehad waarin de deelname of eigendom… Dat niet de deelname of eigendom, maar de opbrengst van minimaal 50 procent centraal moet staan. Hebben we niet terug kunnen vinden, maar daar gaat het bij ons wel om. Dus dat in ieder geval de opbrengsten ten goede komen van de gemeenschap en niet zozeer de investering, want dat is eenmalig en het is over het algemeen vaak door wat grotere partijen en niet door de particulieren. Dus het is belangrijker dat er minimaal 50 procent van de revenuen weer terugstromen naar de gemeentekas, zodat de gehele Eemnesser samenleving er profijt van zal hebben. Ook is het belangrijk dat voor dit document zo wordt opgesteld dat dit niet alleen voor het zonnepark geldt, maar voor alle grootschalige energieopwek op Eemnesser grondgebied. Of het nou zon, wind of opslag van energie is.

Uiteraard kunnen wij pas een definitief standpunt innemen als er duidelijkheid is over de gestelde vragen. De voorzitter: Goed. Dank u wel. En dan als laatste het CDA, de heer Van Schaik. De heer Van Schaik: Dank u voorzitter. Hetgeen ons nu voorligt, is een overkoepelend beleid rondom grootschalige opwek van energie hier in Eemnes. We zien hierin dat het niet uitmaakt of het om wind, zon of anders gaat, zoals batterijen. Het gaat voornamelijk over de participatie, maar niet over de verdeling van opbrengsten, afstandsnormen tot, et cetera. Wat ons opvalt, is dat het eigenlijk alleen om het vermogen gaat dat in ogenschouw genomen is en daarop een fiftyfifty situatie beredeneerd wordt. Het vreemd vermogen, wat te allen tijde noodzakelijk zal zijn, laat u eigenlijk buiten beschouwing als het om de verdeling gaat. Dat komt op mij zeer vreemd over. Dit soort projecten zullen altijd met een aanzienlijk aandeel vreemd vermogen aan de kant van een ontwikkelaar of eigenaar gebeuren. De Eemnesser staat dus altijd op enige achterstand in het werkelijke aandeel van het vermogen wat gemoeid is om zoiets te realiseren.

Wat mijn belangstelling heeft, is of de Eemnesser nu ook een aandeel koopt in deelname en winstdeling ten aanzien van de opbrengsten, en het ingebrachte geld dan als verkregen vreemd vermogen misschien wordt gezien door de projectontwikkelaar, die hij dan niet bij een bank moet halen. Met andere woorden: wat krijgt de Eemnesser nu eigenlijk terug van dit geheel? Of de gemeente Eemnes, hoe deelt deze mee in de winst? Het stuk verwijst naar een bijlage, Gedragscode zon op land, waar zeer relevante onderwerpen zeker beschreven staan, als het gaat om afspraken maken daarover. We zien in dit beleidsstuk echter vooral de financiële participatie- slash deelnamekant. De ruimtelijke beleidskant ten aanzien van grootschalige opwek lijkt niet te zijn beschreven. Wat is nu het kader ten aanzien van afstanden, zichtlijnen, onderhoud van de natuur en eventuele aanplant van bebossing of haagjes of wat dan ook? En wat gebeurt er straks als de afgesproken economische looptijd voor opwek voorbij is? Wat is dan wat de ontwikkelaar moet gaan doen met het stuk grond? Moet hij het teruggeven? Mag hij daar iets nieuws ontwerpen? Et cetera, et cetera. Ik hoor graag uw reactie hierop. De voorzitter: Dan hebben we het rondje gehad en dan ga ik naar de wethouder, de heer Ten Have. De heer Ten Have: Jazeker. Voorzitter, dank u wel.

Ik ben blij dat het er ligt, het beleidskader, zoals ook vorig jaar in juli bij het besluit wat uw Raad toen heeft genomen ook is afgesproken. Dat we voordat alle ontwikkelingen de komende tijd gaan lopen, een beleidskader aan u zouden voorleggen. Dat is belangrijk, want… En dat is misschien ook het antwoord op een aantal van u, die zeiden van: is dit nou alleen voor het aankomende zonnepark, park twee noem ik het maar even? Of geldt dat voor alle andere projecten voor nu en in de toekomst? En het is dat laatste. Dus het is heel nadrukkelijk voor nu en in de toekomst, alle projecten,

grootschalige energieprojecten die op Eemnesser grondgebied worden gerealiseerd. Sorry? Dat windmolenpark heb ik op geen enkele manier scherp voor de bril, maar ik heb ook geen glazen bol zo ver in de toekomst. Ik mag het wel hopen van niet, maar ergens geldt het voor de grootschalige projecten, dus wie zal het zeggen? In ieder geval: het is belangrijk om zo'n beleidskader met u te delen. Het betreft met nadruk een inspanningsverplichting, zeg ik erbij. Dus tegen welke ontwikkelaar je ook praat, of met welke ontwikkelaar je ook praat, altijd betreft het een inspanningsverplichting. Mijn indruk is dat elke ontwikkelaar hier heel graag een inspanning voor levert, omdat dat ook qua draagvlak en het verder kunnen ontwikkelen in een lokale setting, alleen maar helpt. Dus zo'n ontwikkelaar spant zich daar maximaal voor in, is mijn beeld. D66 heeft een aantal vragen gesteld en die laat ik ambtelijk zoveel als mogelijk beantwoorden. Dus: hoe wordt er getoetst, kan de gemeente participeren en bijvoorbeeld is er een verzekering voor schade. Dat laat ik even bij de heer Radstake. De heer Van den Brink, de heer Lutterman. Excuus. Partij van de Arbeid heeft nog iets gezegd over privatisering. Ik geloof niet dat ik daar nou heel lang bij stil moet staan. De heer Schade heeft daar ook al iets over gezegd.

Het gaat natuurlijk niet over de stroomtoevoer en wel of niet bepalen of jij wel of niet iets uit je stopcontact hebt, even huiselijk gezegd. Nee, het gaat hier gewoon om de ontwikkeling van een grote energieproductie. En daar behoort een zonnepark toe, behoort een windmolen toe, of alles wat we in de toekomst ook maar zullen zien. Dus dat is daar qua privatisering totaal niet op van toepassing. U… En daar triggert u mij mee. En ik weet dat u allen die mail heeft ontvangen. U triggert mij met betrekking tot de mail van Eemnes Energie en het is denk ik goed om daar iets over te zeggen. Ik heb vanochtend overleg gehad hier fysiek in huis met Eemnes Energie en die hebben aangegeven dat de inhoud van die mail eigenlijk anders had moeten opgesteld. Dat heb ik ze ook als zodanig mee teruggegeven, want ik herken mij voor een groot gedeelte niet in de inhoud van die mail. Ze hebben ook aangegeven dat het wat te kort door de bocht was en dat laat ik verder aan de waarde van Eemnes Energie. Waar gaat het hier over? Zij hebben aangegeven dat… Bijvoorbeeld in dit beleidskader zie je bijvoorbeeld nergens de lokale energiecorporaties staan. Dat heb ik heel nadrukkelijk gedaan om aan te geven dat het wat mij betreft even lief is welke organisatie zich hier aan wil verbinden en welke organisatie daarin mee wil participeren.

Een corporatie heeft daar misschien een streepje in voor qua kennis, qua kunde, qua achterban. Dat kan allemaal, maar is wat mij betreft niet een soort, even huiselijk gezegd, preferred supplier als: daar moet sowieso een corporatie bij. Dat heb ik ze vanochtend ook meegegeven. Maar ik heb ze ook meegegeven dat zij, als zij hierin mee willen doen en zij komen daar ook voor in aanmerking en zij weten inwoners, omwonenden voor zich te winnen, zo noem ik het dan maar even, dat ze gewoon hun stinkende best moeten doen en moeten zorgen dat ze er dan bij zitten. Zo simpel is het. Zijn ze ook met me eens. Alleen die switch moeten ze wel maken. Dat heb ik ze mee teruggegeven en daar gaan ze ook hard mee aan de slag. Hun idee was dat er misschien in de Raad beelden zijn ontstaan over dat zij al in een vergevorderd stadium met een mogelijke ontwikkelaar zijn. Dat antwoord is er niet, dus dat is niet het geval. En dan hebben we het met nadruk over een mogelijk tweede zonnepark. Dus daarvan heb ik gezegd: goed dat jullie je kennis en kunde met mogelijke ontwikkelaars delen. Zo is het, prima. Maar het is niet bij voorbaat een gelopen race. Als jullie de behoefte hebben om met individuele fracties daar eens over te praten of daarover toe te lichten, dan laat ik het aan ieder persoonlijk om daar over in gesprek te gaan en het lijkt me prima om eens een keer met ze te praten.

Maar goed, dat is een advies aan u hier in deze zaal. VVD heeft twee vragen eigenlijk aan mij gesteld die niet zozeer over dit beleidskader gaan, maar wel over wat de actualiteit is. Een, hoe staat het er momenteel voor als het gaat om de provincie en ons RES-bod? Dat RES-bod staat, maar we weten ook, en daar heeft u mij voor de kerst ook een duidelijke opdracht in meegegeven. We laten aan de provincie heel duidelijk weten: wij hebben een bod gedaan, dat bod willen wij gestand doen en als er ergens anders een probleem oppopt, de regio Soest of in ieder geval langs de A28-corridor, daar kunnen wellicht een aantal ontwikkelingen niet, dat het niet zo kan zijn dat daardoor weer naar andere regio's of andere gemeenten wordt gekeken om dat probleem op te lossen. Ben ik volledig met u eens. Dat heb ik inmiddels aan de provincie overgebracht en deze week wordt daar ook nog een brief, of begin volgende week

wordt daar ook nog een brief achteraan gestuurd. Dus dat is eigenlijk de invulling van de motie en dat noemde het CDA het slechte kerstcadeau en dat was het en is het nog steeds. Hoe staat het er momenteel voor? Wij gaan met de provincie, zoals ik u toen ook heb gezegd, in gesprek. Dat is als regio Amersfoort in totaal en dat staat op 30 januari gepland. Wat er in de afgelopen week, dus vorige week, gebeurde, is dat de provincie wel heeft gezegd: wij kijken naar de andere regio's, ik noem maar even de regio U16, waar ze niet het doel hebben gehaald en waar ze achter lopen. De provincie ze heeft daar gezegd: daar gaan we snelheid maken en daar zullen we onze bevoegdheid gaan nemen. Maar hoe dat verder is afgelopen, dat weet ik niet. Het is ook buiten onze regio, betreft dus niet de regio Amersfoort. Dus we zijn in gesprek en de stellingen zijn duidelijk en die van Eemnes al helemaal. Dan vraagt u daarachteraan: hoe staat het met ons zonneveld? Dat zonneveld is niet nu kant en klaar. U gaat er als Raad ook over. De coördinaten, de invulling. En de snelheid, die zit hem nu vooral in het kijken waar we met elkaar op moeten uitkomen en wat we in het proces moeten doen om de stappen te zetten. Daar is dit beleidskader er een van, zoals toegezegd.

Maar daarnaast moet natuurlijk uiteindelijk een ontwikkelaar - en dan zeg ik met nadruk ‘een’ ontwikkelaar, want het is helemaal geen gelopen race dat het de ontwikkelaar betreft die hier ook wel eens in deze zaal genoemd is - maar een ontwikkelaar moet met grondeigenaar slash meervoud, want dat kunnen ook eventueel meerdere grondeigenaren zijn, die moeten daar nog met elkaar over in gesprek gaan en die zullen daar ook nog met elkaar over tot een vergelijk moeten komen. Bovenal gaat het over pacht, gaat het over koop. Alles wat daarmee samenhangt. Ambtelijk is daar zo nu en dan wel eens contact om te horen: wat zijn de ontwikkelingen? Maar ik heb daar verder geen contact op dit moment. Dus ja, er worden een aantal stappen gezet, maar dat is heel logisch. Wij hebben ook toegezegd om hier een groot en uitgebreid participatietraject op te lopen en dat zul je wel moeten voorbereiden, zowel qua landingspagina als: hoe gaan we dat dan doen en voor welke termijnen geldt dat? Dus dat is in voorbereiding, maar dat is eigenlijk waar het op dit moment zit. Dan ga ik naar Dorpsbelang. De heer Kouwenhoven stelt… Daar moet ik toch eventjes kijken hoe hij dat exact bedoelt. Er wordt bijvoorbeeld aan de motie-Van den Berg gerefereerd en ik ken die motie niet. En waarom zeg ik dat? Ik ken de inhoud niet.

Ik weet wel dat er moties zijn geweest in de jaren ’15, ’16, ’17, maar ik ken het dictum niet, dus dat is wel iets wat dan een beetje lastig praten is. Als ik meen te luisteren, dan zegt u: het gaat ons eigenlijk om de totale revenuen van zo’n veld, of van zo’n project, sorry, misschien moet ik dat gewoon zeggen. Want we hebben het hier niet specifiek over een zonneveld, maar de revenuen van zo’n energieproject. Die moeten terugvloeien naar de Eemnesser samenleving. Ik zit daar nu even op te kauwen. Ik vind die best wel lastig te duiden. Want we hebben in dit beleidskader gezegd: één, je hebt een stukje financiële participatie, financiële deelname. Dan kun je ook meedoen als je ergens nog geld op de plank hebt. Je kunt meedoen via een constructie via een organisatie en dan kun je meedoen middels een aandeel of anderszins participatie. Dan doe je aan de voorkant mee en dan heb je ook nog enig zeggenschap. Dat is even het ene deel. Dat doe ik even in wat makkelijke taal. Dan heb je ook nog de andere kant. Het is niet of-of, maar daar kan de heer Radstake zo dadelijk ook nog iets over zeggen. Het is niet of-of. Daarnaast heb je ook nog, dus ‘en’, een keuze die je met elkaar kunt maken om een omgevingsfonds of een belanghebbendenregeling, belanghebbendenfonds in te richten.

Dat is met een bepaald percentage wat je met elkaar afspreekt en dat gaat naar een pot, of in een pot en die pot is voor de Eemnesser samenleving. Dat is iets wat je met elkaar gaat afspreken en zal hier in de Raad ook vast nog eens een keer landen, waar je dat dan aan wil besteden of voor welke doelgroep dat dan is. Als het gaat over: ja, maar er zitten ook nog revenuen, bijvoorbeeld grondeigenaren die erbij betrokken zijn. Die krijgen daar natuurlijk ook wat voor. Dat snap ik wel. Alleen dat is een commerciële afspraak. Daar ga ik juridisch niet over, dus dat vind ik een lastige. Dus als ik hem zo duid zoals u net stelt, dan kom ik eigenlijk tot dit antwoord. Mocht u iets anders bedoelen nog hierbij, dan hoor ik graag een nadere toelichting van u. Dus er zit zowel een financiële participatie dus zeggenschap in, als daarnaast een omgevingsfonds of belanghebbendenfonds waar een bepaald bedrag in wordt gestort en wat je ook met een ontwikkelaar afspreekt. Dat totaal maakt een businesscase en die ontwikkelaar maakt dan het

beeld van: ik moet dit investeren, ik denk dit eraan te verdienen. Daar gaat dit percentage af want dat doe ik aan de Eemnesser samenleving en zo maakt hij zijn plaatje rond. Dus vandaar… Laat ik het even bij dit antwoord houden. Mocht u daar nog een aanvulling op hebben, dan hoor ik die graag zo dadelijk nog. U vroeg ook nog of dit beleidskader is voor alle projecten. Daar heb ik net al iets over gezegd. Het antwoord is natuurlijk ‘ja’. Het heeft niet zoveel met alleen zon te maken. En dan heeft het CDA nog een aantal vragen gesteld waar het … Die switch eigen vermogen - vreemd vermogen, dat is voor de heer Radstake. Hoe deelt de gemeente mee in wat? Daar meen ik net al een beetje een antwoord op te hebben gegeven in relatie tot Dorpsbelang. En het laatste, daar zal de heer Radstake ook nog wel iets over zeggen, maar kan ik ook nog wel iets kort over zeggen. U haalt er een aantal dingen bij. En dat is wel mooi, alleen dat staat wat af van wat we nu vandaag bespreken en hopelijk over twee weken in de Raad. Ook namelijk, dit stuk gaat over het beleidskader participatie, beleidskader financiële deelname, deelneming. En dat heeft niets te maken met de richtlijnen, zichtlijnen, afstanden, slagschaduw zo u wilt, of de economische afschrijvingsduur. Dat heeft hier helemaal niks met dit beleidskader te maken. Echt helemaal niets.

Dus ik wil daar met alle plezier op een ander moment eens met u over bomen, alleen met permissie niet bij dit beleidskader financiële deelneming. Tot zover. De voorzitter: Dan heeft u nog een aantal vragen bewaard voor de heer Radstake. De heer Radstake: Gelukkig, dus ik ben niet voor niets gekomen vanavond. De voorzitter: Ja, precies. Gaat uw gang. De heer Radstake: Dank u wel. Ik zal ze in volgorde van stellers ook even afhandelen. Mocht ik vragen missen, dan hoor ik dat meteen graag even. D66 vroeg onder andere naar het toetsen van een aantal zaken, met name ook: hoe toets je of er voldoende inspanning is geleverd op die 50 procent deelname. Daar staat iets over genoemd in hoofdstuk 3 van het toetsingskader, waar ook staat dat 50 procent lokaal eigendom is een streven, maar als dat streven niet gerealiseerd wordt, dan zal de ontwikkelaar slash eigenaar van het zonneveld - dat kan zowel de ontwikkelaar als ook de lokale eigenaar natuurlijk zijn - schriftelijk moeten motiveren waarom dit niet gelukt is, inclusief een beschrijving van de uitgevoerde acties en de resultaten van die acties. De ontwikkelaar eigenaar zal dus wel moeten aangeven wat hij daarvoor heeft uitgezet en waarom het uiteindelijk niet tot een lokaal eigendom van 50 procent heeft geleid. Dat kan zo eenvoudig zijn als dat er niet voldoende geïnteresseerden zijn om het vermogen op te halen. Dat zou kunnen.

Er werd ook nog gevraagd, niet alleen door u geloof ik, maar ook nog door een andere partij naar de mogelijkheid van deelname door de gemeente. In principe is dat niet uitgesloten. Het is in eerste instantie gericht op lokale deelname. Dan wordt er vooral gekeken naar lokale ondernemers, lokale inwoners en ook omwonenden. Maar het sluit de gemeente niet uit, mocht de gemeenten daar zelf in willen investeren. Ik zou daar vanuit mijn kant wel terughoudend in zijn, want hoe meer de gemeente investeert, hoe minder kans er is voor direct omwonenden om daarin mee te participeren. Mevrouw Wiering: Mag ik daar iets op vragen? Zou het dan eventueel wel kunnen zijn als er geconstateerd wordt: er zijn niet voldoende particulieren of ondernemers voordat voor die 50 procent, dat de gemeente dan de doorslag zou kunnen geven om een project toch te laten slagen? De heer Radstake: Lokale deelname is niet zozeer het slagen van het project. We hebben als gemeente inderdaad de doelstelling om zo maximaal mogelijk lokaal eigendom te faciliteren en streven naar 50 procent. Dus als de gemeente dat streven wil najagen, dan zou een extra investering van de gemeente daaraan kunnen bijdragen. Maar dat staat even onverlet, en dat heb ik ook aangegeven in het stuk, het feit of het project

succesvol kan zijn. Want mocht er inderdaad niet voldoende geld worden opgehaald om die 50 procent te realiseren, moet dat niet een reden zijn om het project te laten falen. Dat zou zonde zijn. De Raad beslist over het doorgaan van het project, dat klopt, maar niet op basis van dit kader, maar meer in het algemeen of het omgevingstechnisch ook haalbaar is. Dat zal ook nog een keer terugkomen in de Raad. En uiteindelijk besluit de Raad altijd of zij uiteindelijk kan instemmen met het plan zoals dat er ligt voor het zonneveld. De gemeente kan participeren. U had ook nog iets over schade, diefstal en risico's. Die zijn inherent natuurlijk, risico's, aan het deelnemen aan een project en vooral als je risicovol deelneemt, dus qua investering. We hebben daar aangegeven dat bij iedere uiting die een ontwikkelaar daarover doet, over de mogelijkheden van participatie, die ook altijd de risico's telkens zal moeten benoemen. Mevrouw Wiering: Dan heeft u het nu denk ik over de financiële risico’s. Wat wij meer bedoelen, is: er staat op een gegeven moment iets en daar heeft vandalisme plaatsgevonden. Hoe gaat dat dan? Wordt dat verzekerd? Schade, diefstal, dat soort dingen. De heer Radstake: Ik snap de vraag, maar dat staat even denk ik los van het kader voor het lokale eigendom. De PvdA gaf aan het streven naar 50 procent. Dat zou eigenlijk lokaal 100 procent moeten zijn.

Het streven naar 50 procent is aangegeven omdat dat inderdaad in lijn is met datgene wat ook landelijk aangegeven wordt, ook vanuit het klimaatakkoord. En het is een streven om te voorkomen dat bij het niet halen van de 50 procent er een streep door de ontwikkeling gaat. Want dat zou eigenlijk een averechts effect, een ongewenst effect zijn. Er werd aangegeven een verwijzing naar de 15 procent, geen harde keuzes. Dat komt wellicht voort uit de toelichting die er is gegeven, ook in het kader van: hoe is de 50 procent lokaal eigendom nou opgebouwd? Lokaal eigendom - en dat refereert ook meteen even aan een vraag volgens mij van het CDA. Lokaal eigendom bestaat uit het eigen vermogen wat is ingebracht. Het risicodragend eigen vermogen, wat door een of meerdere eigenaren wordt ingebracht. Het vreemd vermogen wordt geleend, maar leidt niet tot eigendom binnen een project. Dat betekent dat als 30 procent van het project in eigen vermogen is gefinancierd, er slechts 15 procent lokaal in geïnvesteerd hoeft te worden om tot een 50 procent lokaal eigendom te komen en dus ook lokale zeggenschap. De voorzitter: Zeker, gaat uw gang. De heer : Dus de bedoeling is dan dat dat vreemd vermogen komt dan van de BNG af, de Bank Nederlandse Gemeenten? De heer Radstake: Niet per se. Dat kan van een financier. De heer : Oké. Maar dan begrijp ik dit beter. Dank je wel.

De heer Radstake: Ik heb het al gezegd, met name het eigen vermogen leidt tot het eigendom, dus niet het vreemd vermogen. Bij Dorpsbelang, de revenuen 50 procent. Ik wou daar toch nog even heel kort op terugkomen. Ik snap inderdaad dat dat heel mooi zou zijn, als alle revenuen voor 50 procent terugstromen en dat kan ook, onder de voorwaarde dat er ook 50 procent lokaal eigendom is. De voorwaarde daarbij is dan wel dat er dus financieel moet worden deelgenomen. Een 50 procent revenu op de exploitatie van het zonneveld zonder financiële deelname is denk ik niet haalbaar. Daar zal geen enkele commerciële partij op willen instappen. Ik denk ook niet dat een verstrekker van vreemd vermogen op die basis een vreemd vermogen in een project zou willen steken. Omdat dat gewoon veel te risicovol is. Volgens mij heb ik dan de meeste vragen gehad, want volgens mij heb ik gaandeweg ook al de vraag van het CDA beantwoord.

De voorzitter: We doen gewoon nog een tweede rondje en als er vragen zijn gemist, dan hebben diegenen dat wel bijgehouden, dus dan mogen ze hem nog een keertje stellen. Ik was begonnen bij D66, begin ik dus weer. Mevrouw Wiering: Dank u wel, voorzitter. U heeft toch nog één vraag gemist. Het waren er ook wel heel veel. Afstemming over groep direct omwonenden. Daar horen we graag meer over. De voorzitter: Partij van de Arbeid, de heer Lutterman. De heer Lutterman: Even nog mijn opmerking over privatiseren en dat citaat van Jan Peter Balkenende. Dat ging dus over de energiemaatschappijen die we nu hebben, die zijn ook allemaal lokaal begonnen. Eerst lokaal, toen provinciaal georganiseerd en daarna hebben we ze gewoon uit handen gegeven. Dus laten we niet diezelfde weg op gaan, zeg ik dan. Maar ja, ik ben een idealistische PvdA'er. De voorzitter: Slash? Dan mag ik niet meer zeggen, mijnheer Van den Brink. Nee, grapje. De heer Van den Brink: Ik ben een realistische liberaal, dus ik maak me daar allemaal niet zo druk over wat mijnheer Lutterman nu te berde brengt. In tegendeel. Ik heb in eerste instantie gezegd dat we ons prima kunnen vinden in dit beleidskader en we zien wel tegen de tijd, vele, vele jaren na nu, als we echt gaan praten over de dingen die van belang zijn, hoe dit gaat uitpakken. Maar de basis is goed. Dank u wel. De voorzitter: Goed, helder. Bedankt.

Dorpsbelang, de heer Kouwenhoven. De heer Kouwenhoven: Dank u wel. Even terugkomend op de wethouder. Ik denk dat we, wat dat aangaat, best wel dicht bij elkaar zitten. Waar het ons om gaat, is dat… Er staat in het stuk een omgevingsfonds, dat daar een bedrag in gestort wordt jaarlijks en dat dat dan terugvloeit naar de gemeenschap. Maar dan praten we over een jaarlijks bedrag. Het gaat ons meer erom dat het misschien wel een percentage zou moeten zijn van hetgeen wat onderaan de streep overblijft. Dat dat niet, laat ik het netjes zeggen, dat de ontwikkelaar veel geld eraan verdient en dat wij daar ook onze voordelen van hebben. Dat is eigenlijk ook een beetje wat mijnheer Radstake zei. Als wij er natuurlijk voor kunnen zorgen dat het lokaal eigendom 50 procent zal zijn, kunnen wij daar op die manier ook in delen en ook in het omgevingsfonds. Daar gaat het ons gewoon om. Dus dat het in ieder geval ten goede komt van de gemeenschap. Nou heeft u het over dat vreemd vermogen, dat dat tot een bepaald percentage kan zijn. Maar heeft het vreemde vermogen of de financierder ook zeggenschap dan over het project? Of gaat het dan alleen maar over de lokale, zeg maar het eigen vermogen? In hoeverre hebben ze dan ook zeggenschap? Want ik neem aan dat er gewoon rentes worden betaald en dat soort dingen allemaal. Dat was hem eigenlijk. De voorzitter: Dank u wel.

Dan de heer Van Schaik namens het CDA. De heer Van Schaik: Dank u voorzitter. Richting de wethouder wil ik allereerst zeggen dat ik blij ben met de toelichting. Zo eenvoudig als u het zegt: ja natuurlijk dit en natuurlijk dat. Maar zo heb ik het helaas niet teruggelezen in het beleidsstuk wat voorligt met betrekking tot deelname, en daarin dan zeg maar ook het deel wat daartoe dan wellicht naar de minister en naar een fonds gaat en naar de gemeente, et cetera. Wij zien dit stuk als eerste start, moet ik u maar helaas zeggen. Dit participatiedeel is wat mij betreft dus hoofdstuk 1 in het beleidsstuk van het plan wat nu voorligt. Als we de bijlage Gedragscode zon op land lezen, die u bij de stukken heeft meegestuurd, dan zijn daar flink wat genoemde items die eigenlijk ook interessant zijn om te beschrijven. En ook zeker voor een investeerder ontwikkelaar. Want hoe weet hij nu waar die aan

toe is als deze overige kaders, zoals de ruimtelijke kaders, niet bekend zijn? Want dan kan je alsnog geen berekening maken inzien de mogelijkheden, de kosten, de opbrengst en de afdracht en winstdeling. De voorzitter: Dan heb ik ze allemaal gehad en dan ga ik als eerste naar de wethouder. De heer Ten Have: Voorzitter, dank u wel. Ik begin even met de laatste, want die ligt nu het verst op tafel, naar de heer Van Schaik. Wat ik net zei: afstand of anderszins heeft niets met dit beleidskader te maken. U zegt: dat is misschien helaas. Volgens mij noemde u dat woord in het eerste deel. Nou ja, helaas zie ik dat helemaal niet. Ik zie vooral dat wij als gemeente hier nu in pionieren, zo noem ik dat maar. En pionieren vraagt om iets op te tuigen en dat kun je later wellicht weer eens aanpassen. Maar we hebben dit nu voorliggen en zo kunnen we de komende projecten langs die toetslijn, langs die lijn ook beoordelen. Dus dat zie ik niet als helaas, maar zie ik eigenlijk als een grote plus. U verwijst naar die afspraken in dat zon op land, dat kader. Dan ben ik blij dat de sector dat met elkaar heeft afgesproken. Dan weet je: daar kun je op bouwen, kun je op vertrouwen. Wordt ook door al die ontwikkelaars onderschreven. Daarnaast heeft u natuurlijk een flink aantal moties aangenomen in juli vorig jaar. Dat zijn hele belangrijke kaders.

Er moet sprake zijn van innovatie, er moet sprake zijn van bepaalde zichtlijnen en het uit het zicht halen van. U kent die moties allemaal ook nog als de dag van gisteren. Daar hebben de ontwikkelaars, dat hebben ze mij ook al laten weten, die hebben daar allemaal kennis van genomen. Dus die vragen allemaal: hoe ziet de Raad dat? Hoe ziet u dat? Kortom: daar hebben we ook al met elkaar over gesproken. Dat is een belangrijk kader aan de andere kant ook, om dat te noemen. Daarnaast is bij welk project en hoe dat dan ook verder gaat, zit natuurlijk altijd een heel pakket aan anterieure overeenkomsten, aan zaken die je met elkaar afspreekt. Uiteindelijk gaat de Raad over de coördinaten en de indeling. En hoe we dat dan verder technisch gaan inpassen, dat komt dan ter sprake. Zou ik wat te vroeg vinden om daar nu al helemaal op voor te sorteren, zeker bij een beleidskader financiële deelneming. De heer Van Schaik: Voorzitter, mag ik toch heel even reactie geven, een eerste reactie op het antwoord wat ik heb gekregen. Ik wil dus juist voorkomen dat al die moties die nu los bestaan, wel rondom een periode afgesproken, maar zoals we net hebben vernomen, is er ook nog een motie-Sprey uit 2016 wellicht, die enige invloed kan hebben.

Ik wil graag een beleidsplan hebben wat meerdere hoofdstukken betreft, waarin eens gewoon staat beschreven: als het om het financieel aspect gaat, is dit het kader, gaat het om het ruimtelijk aspect, is dit het kader. Gaat het om inbrengsten, dan is het deel 1 in dit beleidskader, hoofdstuk 1 en gaat het over zeg maar teruggave, revenues naar de gemeente, winstdeling zeg ik maar heel even, dan is het een 1B in dit geheel waar het over gaat. En zo ziet een ontwikkelaar: we hebben het over een beoogd gebied, dat is duidelijk, maar welke kaders zijn er dan in dat beoogd gebied als ik in de gemeente Eemnes iets wil betekenen met betrekking tot grootschalige opwek, welke vorm dan ook, ook al is het zeg maar de batterij, en de beheersing van de pieken op de netcongestie? Dan moet ik me hieraan houden. Dan zijn dit niet alleen maar de financiële kaders, maar ook de ruimtelijke kaders die daarbij passen. Die hoeft dan niet 15 moties door te lezen, bij wijze van spreken, die over een periode van tijd zijn. Dus daarom verzoek ik u, of daarom heb ik ‘helaas’ gezegd en vraag ik eigenlijk ook om een hoofdstuk 2 en een hoofdstuk 3 met betrekking tot het beleidsplan om dan één document te hebben waarin alles beschreven staat. De heer Ten Have: Dat hoor ik u zeggen. Dank ook voor die suggestie. Dus enerzijds hebben we het nu over dat beleidskader lokale deelneming.

Maar uw punten, die kan ik… Die komen natuurlijk allemaal voorbij. Uiteindelijk is dat ook aan uw Raad ter weging en daar probeer ik die moties zo veel als mogelijk volledig in op te laten gaan. Dat mag u ook verwachten. Maar inderdaad, daar komen natuurlijk nog heel veel andere zaken bij. Dat is ook een beetje pionieren, denk ik. Maar het is belangrijk om die hierin mee te nemen. Ik weet dat u

al eens eerder heeft gezegd: ‘hoe zit het dan met slagschaduw?’ was het toen, geloof ik. Maar ook qua geluidsnormering en moet je die panelen niet op een X manier neerzetten om het minst aan geluidsbelasting te hebben. Dat snap ik. Heb ik hier nu geen adequaat of goed eenduidig antwoord op, maar dat zijn wel allemaal zaken die we allemaal daarin in meenemen, vanzelfsprekend. Komt dus voorbij. De heer Van Schaik: Waar ik bang voor ben is dat als we straks eind van de maand hier een klap op geven, dat dan zeg maar 1 februari er een ontwikkelaar staat die zegt: nou, het is maar één hoofdstukje, vijf bladzijdes en klaar. En dan moet die zeg maar met u samen of met het college of met een ambtenaar het hele puzzeltje gaan leggen, terwijl ik liever het hele puzzeltje in één stuk zie zitten. De voorzitter: Ik wil toch heel even ingrijpen, want alles wat de heer… Het is heel simpel. Dit is zeg maar hoofdstukje 1 zoals je zegt en er volgen nog meerdere hoofdstukken, dus locatie, participatie, enzovoort. En pas als dat allemaal af is, dan is dat het hele totale document waar een ontwikkelaar naar kijkt. Dus een ontwikkelaar kan op basis van dit stuk niks doen, want wij als Raad hebben nog niet eens een locatie aangewezen. Daar heeft de wethouder getracht te zeggen: dat volgt allemaal nog. Dus ik wou dit hoofdstuk dan ook even bij dezen afronden. Dan gaan we verder met de beantwoording.

Anders ... De heer Ten Have: Ja, terecht. Goede aanvulling, voorzitter. Zo heb ik dat bedoeld. Dan ga ik maar even tegen de klok in. Dorpsbelang. Ik denk dat we het over hetzelfde hebben, inderdaad. U zegt: het moet ten goede van de gemeenschap, lokale gemeenschap komen. Volledig eens. En dan het liefst zo groot mogelijk deel daarvan. Maar dat moeten we echt gaan uitwerken, dan moeten we echt op basis van dit beleidskader daarover in gesprek gaan. Dus misschien dat de heer Radstake daar ook nog iets over kan zeggen, want ik weet niet of ik daar een percentage aan kan hangen of dat mogelijk is. Dat moet ik echt even voor u nakijken. Maar goed, dat de grootst mogelijke… Het terugvloeien naar de gemeente. En dan kunnen we natuurlijk ook nog met elkaar bepalen wat ik in eerste termijn zei: is dat dan voor een bepaalde groep? Is dat voor een bepaalde activiteit? Of gaat dat in een algemene pot? Ik noem het maar. Daar kunnen we natuurlijk met elkaar over spreken. U heeft nog een vraag gesteld over zeggenschap. Die laat ik bij de heer Radstake. VVD had geen vragen meer aan mij, PvdA ook niet. D66 had nog vragen over de afstemming met direct omwonenden. Ik denk dat de heer Radstake die ook meeneemt. De heer Radstake: Prima, bedankt. Toch weer even terug beginnen bij D66, die als eerste de vraag stelde met betrekking tot de afstemming met omwonenden.

We hebben heel duidelijk aangegeven in dit beleidskader dat we niet een vaste aanduiding geven voor omwonenden. Dat heeft ermee te maken dat je allerlei verschillende soorten projecten kunt krijgen, waarbij de invloedsfeer van een project groter of kleiner kan zijn. Ik kan mij voorstellen dat als een batterij in een bebouwde omgeving wordt geplaatst, dat de invloedsfeer daar alleen in de directe omgeving van de batterij is. Terwijl als we hier praten over een zonneveld, waar we nu naar kijken, dat het aantal mensen wat daardoor beïnvloed, veel groter is. En je wil dus ook eigenlijk per onderwerp en per project kijken, samen met de ontwikkelaar en de gemeente: wie zijn nou eigenlijk de direct geraakten en wie worden er gerekend tot de direct omwonenden? Om niemand tekort te doen, maar ook niet hele grote groepen erbij te betrekken die niet direct betrokken zijn bij een project. Dus daar is ook heel duidelijk specifiek voor gekozen. Mevrouw Wiering: Ik begrijp uw antwoord, dat is ook logisch. Maar dan zou ik het woordje invloedsfeer daarin betrekken om vooraf al duidelijk te maken, niet de discussie te krijgen: ben ik nou een direct omwonende of niet een direct omwonende binnen de invloedsfeer? Iets in die geest. Ik schrijf dat soort stukken niet, maar u kunt er vast wel iets op vinden dat dat op voorhand wat duidelijker is.

De heer Radstake: Dan ga ik door naar het Dorpsbelang, een bedrag voor het omgevingsfonds. Ik wil even een verduidelijking geven. Er is een aantal keren gerefereerd aan de gedragscode zon op land. Die gedragscode zon op land zit er specifiek bij, omdat er ook in het beleidsstuk wordt verwezen naar de gedragscode. Dan vind ik het wel zo netjes om de gedragscode er ook aan toe te voegen, zodat u kunt lezen wat daarin staat. Dat gaat namelijk specifiek in dit kader over een mogelijk omgevingsfonds wat er dan opgericht wordt. En als er een omgevingsfonds wordt opgericht, dan is daar een gedragscode voor. Althans, staat daar in de gedragscode ook een bedrag voor genoemd, waar al die partijen die de gedragscode hebben ondertekend het ook over eens zijn. Dan praat je dus niet over een percentage van de winst, maar eigenlijk een vaste vergoeding voor iedere megawatt die er wordt opgewekt aan energie. Dat betekent dus dat als het een goed jaar is en er veel wordt opgewekt, dat er ook meer in het fonds gaat dan wanneer het een slecht zonjaar is en er wat minder opgewekt wordt. Dus dat fluctueert eigenlijk ook mee met de omzet van het zonneveld. En dat is de reden met name waarom de gedragscode erbij zit, niet voor alle andere onderwerpen die daar ook heel goed in beschreven zijn.

Dus een omgevingsfonds met een percentage? Nee, eigenlijk niet, maar wel een vast bedrag conform de gedragscode. 50 procent eigendom, betekent dat dan ook 50 procent zeggenschap? Het antwoord is ‘ja’. Op het moment dat je inderdaad een gelijke hoeveelheid vermogen lokaal inbrengt als dat de ontwikkelaar, externe eigenaar dat doet, dan heb je een gezamenlijk eigendom en heb je ook gezamenlijke zeggenschap. En hoe vroeger je dat in het project doet, hoe beter je natuurlijk ook je zeggenschap kunt uitoefenen over de ontwikkeling van het zonneveld. Stap je wat later in zo’n traject, dan zullen een aantal beslissingen al genomen zijn en kun je alleen nog over de te nemen beslissingen zeggenschap uitoefenen. De voorzitter: Mijnheer Kouwenhoven. De heer Kouwenhoven: Gaat het dan over 50 procent van het eigen vermogen? De heer Radstake: Ja. De heer Kouwenhoven: Dus dan heeft eigenlijk vreemd vermogen geen… De heer Radstake: Nee, het vreemd vermogen ... Ik vergelijk het maar even met mijn woning. Die is ook niet volledig van mij, daar zit de bank ook in. Mijn vrouw en ik zijn samen eigenaar van de woning en kunnen samen de bevoegdheid uitoefenen over die woning. Daar kan de bank gelukkig niks van vinden. De heer Kouwenhoven: Duidelijk. Daar ging het om. De heer Radstake: Tenzij die vrouw… De heer Radstake: 50 50 of zo.

Er werd net al even aan gerefereerd: het gaat hier inderdaad om het lokale eigendom. En ja, in de gedragscode worden natuurlijk een heleboel andere onderwerpen aangekaart, maar die gaan vooral over de ruimtelijke kaders. Die komen eigenlijk later in het traject aan de orde en die komen ook zeker nog bij de Raad langs. De voorzitter: Goed, dan denk ik dat dit wel zo afdoende besproken is en dat dat richting de Raad kan en dat dit een mooie vervolgbespreking krijgt in de Raad. Dus dan dank ik de heer Radstake voor zijn toelichting en ondersteuning in dezen.

5.3

Reconstructie deel Meentweg in Eemnes

5.4

Aanleg twee passeerlocaties langs Stachouwerweg in Eemnes

De voorzitter: Dan gaan wij verder naar het volgende agendapunt en dat is de reconstructie van een… Nee. Ja. Eerste reconstructie van een deel van de Meentweg. Daarvoor is ambtelijk de heer Verduijn, als ik het goed heb. Projectleider, toch? De heer Verduijn: Ja, klopt. De voorzitter: Goed. Dan ga ik eerst de commissie langs en ik was bij de PvdA gebleven. Ik zie de heer Van den Brink schrikken, dus aan u het woord. De heer Van den Brink: Mijnheer de voorzitter, als u het niet erg vindt, neem ik ze gelijk even alle twee. De Meentweg en de Stachouwerweg. De voorzitter: Ik vind het prima. Dan kijk ik even rond of iedereen daarmee zo in zijn voorbereiding goed uitkomt. Ja. Neem ze maar allebei. De heer Van den Brink: Hartstikke blij met het voorstel. Het lijkt me een prima voorstel. Er moet me wel iets van het hart. We hebben eerder een tijd geleden… Was dat in het wegenbeheerplan? Een voorstel gekregen met een bijna dubbel bedrag, waarbij ook gesteld werd dat beide wegvakken in zijn geheel herstraat moesten worden. Nu staat er bijvoorbeeld in de stukken dat een heel stuk van de Meentweg nog goed is en dat de Stachouwerweg op zich ook in orde is. Mijnheer Van Schaik was dat geloof ik ook, die toen al constateerde: moet je nou dat helemaal doen? Zoals gezegd, ik ben heel blij dat dit voorstel er nu ligt.

Kunnen we mee instemmen, maar het stelt me wel een beetje teleur dat er toen blijkbaar nogal technocratisch gekeken is naar die wegvakken. Zo van: ze zijn zo oud, ze zullen wel herstraat moeten worden. De vraag roept zich bij mij dan een beetje op: is de wethouder en zijn de ambtenaren zelf eigenlijk wel wezen kijken? Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Van der Linde namens de VVD. U bent nog wat vergeten, mijnheer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ja. Dat is mijn eigen schuld omdat ik ze alle twee tegelijk pakte. Langs de Stachouwerweg twee extra passeerplaatsen maken is een goed idee, want dat voorkomt ook dat auto's de boel tot bagger rijden. Maar ik zat me dan toch af te vragen: als we nou zoveel geld over houden, zouden we dan eens kunnen kijken of je langs dat stuk van de Stachouwerweg misschien een schelpenpad of zoiets aan kan leggen? Er zijn vrij veel mensen die een rondje Eemnes doen, wandelend met de hond of hardlopend. Een collega uit de Raad weet ik dat die dat ook regelmatig doet. Die moeten dan altijd over dat stukje straat lopen. Als er dan auto’s langskomen, dan is altijd ... Dus zou de wethouder bereid zijn om eens te kijken: wat kost dat ongeveer als je daar een schelpenpaadje langs legt? En kan dat eigenlijk technisch wel? De voorzitter: Benieuwd welk ras het dan hardlopend doet. Maar goed, dat komt na de vergadering wel.

De heer Van den Brink: Het is niet geheim. Ik weet dat mijnheer Defferding dat wel eens doet. De voorzitter: Oké, dat zou kunnen. Nu wel mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde: Hardlopen daar doe ik ook niet, ik hou het wat dichter bij huis in het dorp. Wat ons betreft, is dit een prima voorstel. We zijn het eens met de passeerplekken op de Stachouwerweg. En wat ons

betreft is deze kostenbesparing een goede kostenbesparing. Het is niet zo dat we hierdoor dit nooit meer kunnen uitvoeren. Als we toch vinden op een gegeven moment dat het stuk wat nu niet gedaan wordt, nodig is, kan het altijd nog gebeuren. Dus laten we het dan nu pragmatisch aanpakken en op deze manier ermee doorgaan. Dank u wel. De voorzitter: Dat geldt voor beide? Mevrouw Van der Linde: Beide voorstellen. De voorzitter: Ja. Dorpsbelang, de heer Kouwenhoven. De heer Kouwenhoven: Dank u wel. Ook wij kunnen ons vinden in het voorstel wat er ligt voor de Meentweg en de Stachouwerweg. Hiervoor is al genoeg erover gezegd en blij in ieder geval dat die besparingen zijn gerealiseerd. Ik heb wel een paar kleine vragen. Want u stelt in het beslisvoorstel dat bij de uitvoering de werkwijze hetzelfde zal zijn als die van enkele jaren geleden aan de Meentweg. Toen werden de aanwonenden over het bestaande fietspad geleid, wat tot grote… Wat in ieder geval tot schade heeft geleid aan de berm en het fietspad. Ook het grote hoogteverschil tussen de rijbaan en fietspad daar op de Meentweg groter is, wat waarschijnlijk tot problemen zou kunnen leiden. Wij zijn benieuwd hoe daarnaar wordt gekeken en wat hier de aanpak van gaat worden.

Ook omdat het fietspad nu niet meegenomen wordt in de reconstructie, maar later in verwachting zal dat pas, nou, ik denk, 2026 zijn en als het dan beschadigd is door het autoverkeer en het is al niet in zo'n goede staat, hoe gaan we daar dan mee om? En wordt er rekening gehouden met eventueel vervanging van bijvoorbeeld de stroomkabels, zoals aangekondigd is door de Stedin dat er zoveel kilometer vervangen wordt in Eemnes en misschien ook wel op dat stukje? Niet dat we weer in een situatie terechtkomen dat over een jaar of twee het stukje weer opengaat, omdat er weer een kabeltje van de Stedin in moet of andere werkzaamheden, persriool. Ik weet even niet hoe de staat daarvan is. De voorzitter: Dank u wel. Dan het CDA, de heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Dank u wel voorzitter. Besturen is keuzes maken en ik ben blij dat het college nu inderdaad een keuze gemaakt heeft om in ieder geval een gedeelte van de Meentweg te laten zitten, omdat die inderdaad nog in redelijk goede staat is. Dus wat dat betreft: we zijn eigenlijk blij met allebei de voorstellen. Wel hebben we een verzoek, ook wat betreft Stachouwerweg en ook de Meentweg, wat nu niet gebeurt. Er ligt wel iets achterstallig onderhoud. Er zitten nog wat, in de berm met name, hier en daar nog wat kuilen en dutsen, om het zo maar te zeggen.

Ik zou graag dat ook wat betreft de Stachouwerweg en ook de Meentweg, het gedeelte wat nu niet gebeurt, om het ook even mee te nemen. Dat hoeft niet zozeer in deze investeringsvraagstuk, mag ook gewoon uit het onderhoud worden gehaald. Maar in ieder geval wel dat hele Meentweg voorlopig vooruit kan. We willen niet volgend jaar zeggen: dat stukje moet eigenlijk nog weer wat aan gebeuren. Laten we het ook in één keer meenemen. Maar voor de rest: prima voorstel. Dank u wel. De voorzitter: Goed en dan als laatste D66. Mevrouw Wiering: Dank u wel voorzitter. D66 vraagt zich toch wel af hoe slim het is om dat deel nu over te slaan wat redelijk is. En ‘redelijk’ is wat anders dan ‘goed’. Over hoeveel tijd komt dat dan wel aan bod en hoeveel duurder zijn we dan wel niet uit? Maar dat terzijde. Wat betreft de Stachouwerweg. Er was een steunfractielid bij ons, die vroeg zich af: hoe zijn die passeerplekken gesitueerd? Voor de rest zijn we akkoord met de voorstellen.

De voorzitter: Dan gaan we over naar de beantwoording en dan kijk ik naar wethouder. De heer Ten Have: Dank u wel voorzitter. Ik hoor over het algemeen grote steun. Dat is mooi, want toen we het wegenbeheerplan vorig jaar hier in uw Raad hadden voorleggen, zaten daar inderdaad de twee voorstellen bij, Stachouwerweg en de Meentweg, voor veel grotere bedragen. Dat was niet technocratisch, maar meer van: als we bijvoorbeeld bij de Meentweg… We hebben het eerste deel natuurlijk gedaan, voor mijn tijd. Daar weet u alles van. En dan wordt mijn collega hier ook zeker. Nou hoor ik ook bedragen zelfs. Maar dan zouden we ook het tweede deel daarop aan moeten sluiten. Dat zou eigenlijk wel logischer zijn, ware het niet dat dat tweede deel, dus eigenlijk vanaf de Stachouwerweg tot aan de Goyerbrug, daar zit wel een verschil in qua kwaliteit. Dus het met name het laatste deel vanaf nummer 111 tot aan de Goyerbrug – en het feit dat ik dat zo met uw kan delen, ben ik daar vele malen zelf geweest, dus ja, daar ben ik geweest en ik weet zeker bij de ambtenaren ook - dat staat helemaal bol. Is ook eigenlijk best wel gevaarlijk inmiddels geworden. Je ziet nu met gladde tijden het aanvriezen van het weggedeelte. Dat is gewoon toch wel gevaarlijk. Dus naast dat het gevaarlijk is, is het ook voor de afvoer van regenwater, van de smurrie, van modder, dat soort dingen, is het gewoon geen goede zaak.

Dus daar moeten we iets aanpakken. Daar is denk ik vriend en vijand het over eens. Dan kan je dus kijken of dat eerste deel tussen Stachouwerweg en 111: zit dat in die categorie? Het antwoord is: nee. Daar moet op hele lange termijn, maar de heer Verduijn zo dadelijk nog iets over zeggen, natuurlijk uiteindelijk wel iets gebeuren. Maar ik heb ook duidelijk uw noties gehoord tijdens de behandeling van het wegenbeheerplan en dat was: kan het niet een tandje minder? Dat is mijn uitgangspunt. Dus we hebben het voorstel gedaan aan u om het zo te doen. Maar ik heb ook uw punt gehoord. Dus zijn wij gekeken waar het een tandje minder kan en dat tandje minder dat is ruim 350.000 euro minder. Want dat is wat ik nu als lager voorstel aan u wil voorleggen. Dat vind ik nogal wat. Dus voor wat betreft de Meentweg is dit het voorstel en technisch inhoudelijk kan de heer Verduijn daar zo iets over zeggen. En de Stachouwerweg heb ik ook duidelijk gehoord, namelijk: daar maken we geen racebaan van, daar moet ook niet heel makkelijk van A naar B kunnen. Maar we weten wel dat het dan lastig passeren is, dus vandaar die twee passeervleugels, die twee passeerstroken. Dus dat zit in het voorstel. Dan hoor ik ook een aantal hier zeggen: dan hou je natuurlijk wat geld over. Want die 350 hou je over, want die hadden we bij het wegenbeheerplan wel gezet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15092156/2