CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Commissie Ruimte 10 januari 2022

Raadsessie 10 januari 2022, gemeente eemnesBij agendapunt: Opening25.935 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Zoals het CDA ook aangaf was er toen een meerderheid in de raad, ondanks DorpsBelang daar geen heil in zag. Dat lag met name in het feit dat in dat desbetreffende stuk werd aangewezen dat de kans voor Eemnessers, dus voor je eigen inwoners, eigenlijk minder is. Nou snap ik dat je met harmonisatie te maken hebt, en dat je dus als regio naar een geheel moet gaan, en dat anderen ook … Er al anderen werken met loting. Dus ik ga nu nog niet ja of nee zeggen, maar mochten wij hiermee instemmen, dan is voor ons wel cruciaal dat alle gemeentes hier ja tegen zeggen, want wij hangen elke keer wat betreft de verloting of de verhuring aan onze inwoners onderaan. Jaar in, jaar uit. Je ziet gemeentes zoals Amersfoort die zelfs 70 procent halen, en onze buurgemeente Bunschoten die zelfs 80 procent jaar in gaat halen, en we hebben in de raad al vaker een discussie gehad van: nou, het zou wel mooi zijn dat we dat voor onze eigen inwoners ook wat omhoog kunnen krikken. DorpsBelang benadrukt: maar wil geen hek om het dorp heen, maar met die 33 of 34 procent dat wij elke keer hebben en eigenlijk onderaan hangen, en zoals buurgemeente Baarn zelfs fors hoog zitten, dat is eigenlijk niet meer leuk. Dus wat dat betreft dit punt. Dan het punt 4, dat is die inschuiftijd. Wij hebben – toen we dat bespraken in de fractie zaten we eigenlijk een beetje hetzelfde als mevrouw Havinga net aangaf.

Aan de ene kant denk je: nou, dat is goed vanwege de doorstroom. Dus iemand krijgt een kleinere woning. Die krijgt verkering en die wil na vijf, zes, zeven, acht jaar doorstromen. Nou, dan heeft hij wat meer punten. Dan kan hij wat sneller naar een grotere woning, en dan komt er een kleinere woning terug. Dus dat is weer goed voor starters, dus als je uit dat oogpunt zou kijken, zeg ik prima, maar in het stuk staat zelf dat het negatief uitpakt voor jongeren slash starters. Dus ik wil van de wethouder of van de ambtenaar toch nog een reactie op hoe ik dat nou moet duiden. Dan … Nou, punt 5 en 6 hebben wij geen bezwaren tegen, en als laatste had ik nog – dat is misschien meer een technische vraag – helaas is het zo dat Den Haag heeft bepaald hoe wij moeten toewijzen. Dat is namelijk 50 procent landelijk, 25 procent regionaal en 25 procent lokaal. Wat betreft

DorpsBelang mag landelijk ook beslissen dat die percentages voor lokaal een stuk hoger mag zijn. Maar goed, wij zijn niet landelijk, dus misschien een oproep aan de landelijke partijen. Maar de volgorde van uitzetten van woningen kan dat wel bepalen; kan invloed hebben op zeg maar dat je meer Eemnessers aan een woning helpt, en daar … Ik wil het volgende vragen eigenlijk. Als je, bij wijze van spreken, dertig woningen hebt, dat je dan eerst 50 procent landelijk uitzet, waardoor ook Eemnessers kunnen inschrijven. Dan heb je een aantal Eemnessers mogelijk te pakken. Dan 25 procent regionaal, dan heb je misschien nog een paar Eemnessers te pakken, en die laatste is ten alle tijden 25 procent lokaal. Die zijn 100 procent Eemnessers, want ik ben een beetje bang dat als je alles op een hoop gooit of een andere volgorde hebt, dat dan landelijk en regionaal wat meer aan bod komt. Dus ik was … Mijn primaire vraag is dan: mag dit en is de beredenering die wij hebben of … Nou, klopt het een beetje? Dus of je daar dus mee kan spelen. Zo ver mijn eerste termijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De VVD. De heer Schade: Ja, dank u wel, voorzitter.

Ondertussen gaat mijn scherm uit, maar ik weet het nog wel ongeveer wat ik wilde gaan zeggen, en dat is dat wij vinden dat regionale harmonisatie van verdelingsregels, dat dat een goede zaak is, en dat dat leidt tot een eerlijke en transparantere verdeling van de schaarse woningen in de huursector. De kanttekeningen die de gemeente plaatst bij de diverse wijzigingsvoorstellen, die hebben we goed bekeken, en daar hebben we het lang over gehad, maar we vinden dat de argumenten voor wijziging overtuigende genoeg zijn. Dus wat ons betreft kunnen wij ons vinden in deze regeling, en de kanttekeningen die door andere sprekers gemaakt zijn, ja, we zijn erg benieuwd naar de antwoorden daarop, maar die leven bij ons minder, omdat wij werkelijk gekeken hebben naar de regeling en ervan uitgaan dat die wordt uitgevoerd conform de letter van de regeling. Dat is wat ons betreft de manier waarop je met die regelingen moet omgaan als zeer terzijde, moet ik wel zeggen dat het toch fantastisch in onze gemeente dat bij raadsbesluit je opeens als 55-plusser geen senior meer bent, maar dat pas op je 65e wordt. Dank u wel. De voorzitter: De PvdA. Mijnheer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ja, dank u wel.

Ja, dit is een discussie die we om de zo veel jaar hebben, en het blijft een heel lastig dossier om vat te krijgen op die huurmarkt en te borgen dat iedereen in het huis terechtkomt wat hij verdient en wat passend is voor hem, dus 100 procent zal je dat nooit helemaal voor iedereen zo kunnen regelen. De insteek van de wijziging is wel een hele goede. Er wordt ook duidelijk ingezet op doorstroming. Dat leidt ook tot meer passende huisvesting. Dus wat dat betreft vinden we het een goed voorstel, maar er zijn wel een paar vragen gesteld waar de antwoorden voor ons ook heel interessant zijn, want het is misschien een beetje koffiedik kijken van hoe bepaalde maatregelen gaan uitpakken. Die loting hebben we het ook wel eens eerder over gehad, heb ik van de wethouder ook hele goede argumenten voor gehoord, maar ja. Het blijft, zoals gezegd, een lastig dossier, maar in grote lijnen kunnen we ons erin vinden, maar we zijn wel nieuwsgierig naar de antwoorden van de wethouder. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. D66. De heer Deffering: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou … De voorzitter: Mijnheer Deffering, u heeft uw camera niet aanstaan. Althans, bij mij niet. De heer Deffering: Ja wel.

De voorzitter: Oh, ik zie u niet, maar goed. De heer Deffering: Nou, je mist er niet heel veel aan hoor. Als je me maar kunt horen. Dat is denk ik het aller belangrijkste. De voorzitter: Ja hoor, dat gaat heel goed. De heer Deffering: Heel goed. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Deffering: Er is al heel veel over gezegd door mijn voorgangers. Het harmoniseren van de huisvestingsverordening is logisch, en geeft ook duidelijk aan de regionale belanghebbenden in de huurwoningmarkt. We hadden ook nog een opmerking over of je nou ouder bent of senior. Nou, dat is ook al ter sprake gekomen. Ook de eerlijkheid van de loting. Dat kwam ook eventjes ter sprake. Dat is kennelijk al eerder in de raad besproken. Lijkt een beetje een gek systeem, maar er zijn ook argumenten voor om dat wel op die manier toe te passen. Hebben we eigenlijk alleen nog het laatste punt: punt 6. Het experimenteren. Kennelijk hebben we al een experimenteerartikel en de vraag die we daarover hebben, van welke oplossing heeft het eigenlijk de afgelopen jaren gehad, en hoe vaak wordt er eigenlijk gebruik van gemaakt. Misschien dat het College daar nog antwoord op wil geven. Nou, voor de rest vinden wij het een prima voorstel en ga ik ervan uit dat we met alle punten verder kunnen instemmen. Dank u wel. Mevrouw De Boer-Leijsma: Nou, ik kan gelukkig liplezen, dus ik zag dat hij mevrouw De Boer zei.

De voorzitter: Mijn excuus. Ik had hem al net uitgezet. Mevrouw De Boer-Leijsma: Ja, geen probleem. Dat is het voordeel als je met een half dove moeder bent opgegroeid, hè. Dan leer je dat snel. Hartelijk dank allemaal voor jullie reacties. Het is inderdaad een onderwerp wat in elke gemeente heel belangwekkend gevonden wordt, en bij ons ook. We hebben dat ook heel goed voorbereid met elkaar. We hebben daar verschillende bestuurlijke overleggen over gehad met de wethouders, ook fysiek in Amersfoort bijvoorbeeld, en allerlei voor- en tegens zoals hier nu net benoemd zijn, zijn daar ook op tafel gekomen. Uiteindelijk is de bedoeling er vooral van dat we zo veel mogelijk eerlijk en transparant over de hele regio alle mensen gelijk willen behandelen. Daar ten grondslag aan ligt de wet op het recht van vrije vestiging. Dat is nou eenmaal waar wij in Nederland voor kiezen, dat elke burger in Nederland zelf mag weten waar hij gaat wonen. Om dan ook nog de mensen uit je eigen gemeente ervoor te zorgen dat die ook in hun eigen gemeente kunnen blijven wonen, zijn dan die percentages opgesteld. Eigenlijk is het zo dat er 50 procent regionaal is, waarvan 25 procent lokaal. Dat mag je dan doen op jaarbasis. Dat is eigenlijk een mooi bruggetje naar de vraag van de heer Pouw, maar daar mag de heer Wevers straks ook nog even wat over zeggen als hij dat wil.

Zou dat dan helpen als je dat landelijk, regionaal die volgorde, of dat dan uitmaakt. Op jaarbasis maakt dat in mijn opinie niet uit. Moet de heer Wevers straks maar even toelichten. Je kunt natuurlijk wel een bepaalde locatie die speciaal bedoeld is bijvoorbeeld daarvoor, aanwenden, maar dan blijf je toch altijd nog aan die percentages zitten. Ik kijk even naar de anderen. Ja, vooral veel twijfels zijn er over de loting. Is dat nou wel of niet verstandig om te doen? Daaruit blijkt eigenlijk al dat het recept voor de ideale manier van toewijzen aan je eigen inwoners, die is er eigenlijk niet. Dus dat … We hebben alle methodes in de omgeving bekeken en besproken, maar niet overal levert dat het beste op. Eemnes lijkt daar steeds het slechtst uit te komen, maar dat komt ook omdat wij … Als er bijvoorbeeld mensen uit Laren of Blaricum komen wonen, dan is het al gelijk buiten regionaal ook. Dat is een andere regio. Dus dat is ook … Dat lijkt dan vaak

anders dan het is. Amersfoort, daar heb ik nog speciaal naar gevraagd, hoe het kan dat zij zo hoog zitten. Vermoedelijk komt dat deels doordat zij veel mensen hebben in instellingen die daar terechtkomen voor de hele regio, en die daar dan vervolgens ook weer uitstromen en daardoor veel urgentie hebben, waardoor zij sneller dat hogere percentage halen. Bij andere plaatsen. Ja, het is gissen. Er is geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan, maar het blijft dus ook best lastig ook voor u als raad, om te kiezen van willen we dat nou wel of niet doen met die tachtig-twintig loting. Het grote voordeel ervan is dat mensen met een korte inschrijfduur meer kans maken. Dan gaat het dus ook om onze eigen jonge mensen en onze eigen starters, maar het geldt ook voor de starters in de omliggende gemeenten. De heer Pouw zei dat DorpsBelang al op voorbasis stelde dat alle gemeentes meedoen. We weten al dat Bunschoten niet mee gaat doen aan de tachtig-twintig loting. Dus dat is al belangrijk om te weten, want het betekent – en dat zeg ik wel even heel duidelijk – dat zij dus in hun eigen gemeente dat niet doen, maar wel aanspraak kunnen maken op de loting in andere gemeenten, en dat is natuurlijk wat de heer Pouw niet zo eerlijk zou vinden, denk ik. Nee, dat schat ik zomaar in. Even kijken.

Ja, het CDA vroeg eigenlijk heel in het algemeen: wat levert het op voor de Eemnesser? Ja, daar kun je allerlei … We willen graag dat het wat oplevert, maar dat is natuurlijk niet – zeg maar – de vooraf liggende vraag geweest. Dat we deze hele regionale organisatie doen, is niet per se wat levert het op voor de individuele Bunschoter of Eemnesser, of wat ook maar. Het is meer: hoe doen we het eerlijk en transparant voor de hele regio. Dan wil je natuurlijk … Ja, dat is de taak als raad van Eemnes om goed op te komen voor de Eemnessers. Wat het dan op zou kunnen leveren is dat het voor de Eemnessers ook eerlijker en transparant is voor de hele regio, en dat zij dus ook meer aanspraak kunnen maken op huizen in de regio als die dan ook gebouwd worden, want dat is natuurlijk ook belangrijk. Want kijk, alles bij elkaar, deze hele harmonisatie lost niet het woonprobleem op. Daar moeten we voor bouwen, en dat geldt dan voor alle gemeentes in de regio. Dus dat is ook wel een aandachtspuntje. Wat levert het wel op? Nou ja, die tachtigtwintig-regeling zou dus voor de starters dat op kunnen leveren. Het meenemen van de inschrijfduur.

Wij vermoeden dat daardoor ook minder weigeringen zullen voorkomen, want het vermoeden is dat mensen die lang ingeschreven staan – bijvoorbeeld twaalf jaar – dat daar zuinig op zijn en niet zomaar elke woning aan durven nemen, want dan denken ze: ja, dan beginnen we weer op nul, maar straks bevalt het ons niet in deze straat, en dan … Wij hebben dus het vermoeden dat als je ze die 75 procent mee laat nemen, dat ze dan eerder ja zullen zeggen, waardoor je toch weer meer sneller doorstroming krijgt. Dat zou dus wel weer ten gunste van de starters en de andere woningzoekenden kunnen zijn. Bij die uitstroom wordt jeugdinstellingen, gaat hierbij voor ons ook gelden. Voor de volwassenen niet, want dat hebben wij in regio Gooi- en Vechtstreek. Dat volgt straks met de huisvestingsverordening die we aan het eind van dit jaar gaan bekijken. Check ik nog even de vragen en kijken hoor. Nou, voor zover ik kan nagaan, worden er geen grote eengezinswoningen meer aan eenpersoonshuishoudens of jongeren verstrekt, maar dat is ook iets dat wij … Ik heb heel vaak – ongeveer eens in de zes weken zo uit mijn hoofd, bestuurlijk overleg met de alliantie, om ook de prestatieafspraken te monitoren bijvoorbeeld. Daarin neem ik dit soort vragen ook mee. Dus blijf ze wel stellen als jullie dit zien of horen, want dan kan ik daar dat direct finetunen zeg maar.

Dus … En een vraag aan de heer Wever is dan nog of dit beleid daar dan helpt om dit te voorkomen. Dat zou ik even aan hem willen vragen, want dat weet ik niet zeker. Even kijken. Je krijgt dus minder weigeraars inderdaad, wou ik nog zeggen. Dat experimenteerartikel wilde ik ook even vragen of de heer Wever dat ook kan beantwoorden. Dan wou ik – als de voorzitter het goed vindt – vragen of de heer Wever nu kan. De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Wever. De heer Wever: Dank u wel, voorzitter. Goedenavond, allen. Nou, inderdaad ook gewoon maar even in deze volgorde, denk ik. Eerst nog even terugkomen op de reactie net rond die percentages, die vrijheid van vestiging, regionaal en lokaal maatwerk. Nou ja, inderdaad, een opgelegd – zou je kunnen zeggen –

percentage door de wetgever, met het oog op zo minimaal mogelijk beperken van die vrijheid van vestiging. En nou ja, eigenlijk helemaal zoals de wethouder aangeeft: percentages gelden van het vrijkomend aanbod. Over het afgelopen jaar wordt dat gemonitord. Daarbinnen kan je best af en toe wat doen. je zou best af en toe kunnen kijken: nou ja, ik heb bijvoorbeeld een nieuwbouwproject. Ik wil dat een rol laten spelen. Nou, bijvoorbeeld ook rond die doorstroming, daar zet je een groot deel van het lokale maatwerk op in. Maar goed, als dat dan ook meteen in de buurt komt bijvoorbeeld van die maximum percentages, kan je de rest van het jaar wat minder. Dus je hebt best een beetje speelruimte, maar ja, het is nou eenmaal een spelregel waar we mee te dealen hebben. Er wordt in Den Haag wel gesproken over het verruimen van die maatregel, of van dat percentage lokale ruimte, dus die helft van die regionale voorrang. Maar goed, dat is nog in een zeer prematuur stadium. Dus daar moet eerst nog even door het nieuwe Kabinet en zo over gesproken worden. Dus dat daar nog even over. Die bezettingsnorm. Twee bij vier. Dat is uiteraard de regel. Nou ja, tegelijk … En nou ja, zoals de wethouder aangeeft: in principe ook gewoon de regel waar de corporatie naar leeft.

Ja, weet je, de eerlijkheid gebiedt te zeggen: er kan altijd natuurlijk ergens een keer in de toekomst een uitzondering op die regel zijn. Er zit ook niet voor niets natuurlijk toch een hardheidsclausule in de verordening. We zien bijvoorbeeld wel eens – nou ja, stel er is iemand die urgent een woning zoekt. Er is alleen maar die grote woning, maar die situatie is net niet helemaal passend, of iemand zoekt een aangepaste woning als gevolg van een handicap bijvoorbeeld. Nou ja, dat je toch met elkaar in gesprek gaat en zegt: nou ja, welk belang weegt het zwaarst? Dat houd je altijd een beetje in die woonruimteverdeling, zou je kunnen zeggen. Maar in principe is gewoon die regel: 2 personen bij 4 is de maat der dingen. Even kijken, welke had ik dan nog over? Oh ja, die experimenten. Het artikel bestaat natuurlijk al een tijdje in jullie verordening. Is in die zin eigenlijk ook helemaal niet nieuw. Maar ja, eigenlijk waar vooral de aanleiding in lag. Regionaal werd ook wel geconstateerd: ja, we zijn steeds meer als gemeente, zou je kunnen zeggen, bijzondere dingen aan het doen met elkaar op dat woonvlak. We bedenken nieuwe woonvormen voor specifieke doelgroepen, en daar past misschien soms ook wel een – ja, je zou kunnen zeggen andere, wat meer creatieve toewijzing bij.

Bijvoorbeeld, denk aan – nou, een woonvoorrang voor een hele specifieke groep waar gezegd van: nou, misschien zou je wel iets moeten doen met de motivatie bijvoorbeeld van de nieuwe huurders. Is die groep die er komt wonen ook bereid om iets terug te doen voor de buurt? Vrijwilligerswerk. Nou ja, noem maar op. Dat soort voorbeelden zie je ook wel in de landen. Nou, ook bij jullie in de regio wordt daar steeds meer over nagedacht. Daarvan hebben we gezegd van: hoe gaan we daar nou ruimte voor bieden? Moeten we dat nou in allemaal regeltjes proberen te vatten? Nou, toen was eigenlijk de conclusie: ja, dat is lastig, want wat wordt het dan? Welke groep is het? Kan je al die situaties afdekken die in de toekomst op je afkomen. Nou, antwoord daarop was natuurlijk: nee. Toen hebben we gezegd: laten we dan met elkaar afspreken, daarvoor heb je zo’n experimentele mogelijkheid. Dat is dan ook gecontroleerd, want het college is daarbij betrokken. Vaak de raad ook nog wel, en je houdt in de raad dan ook bij. Je monitort wat het effect is. Daar leren we dan periodiek weer in de regio van. Het kan dus ook heel goed dat je op basis van een aantal van die experimenten regionaal over een paar jaar of zo besluit om toch gewoon een definitieve regeling op te nemen. Dus dat is eigenlijk een beetje de manier waarop de regio gemeenten ermee willen omgaan.

Vooral ruimte bieden voor creatieve oplossingen; creatieve manieren om toch die schaarse te lijf te gaan, maar ook die nieuwe woningen dan weer te verdelen. Tot hier, wat mij betreft. De voorzitter: Dank u wel. Wil ik verdergaan met de tweede termijn. Wou ik beginnen maar weer met mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga-de Jong: Ja, dank voor de antwoorden. Nou ja, die tachtig-twintig regel, zeker met zo’n verhaal van een gemeente waarvan we nu al weten dat hij niet meedoet, maar wel mee kan doen zeg maar aan de regeling, maar niet in hun eigen gemeente. Ja, daar word ik niet heel warm van om het dan bij ons wel

te doen. Dus die twijfel blijft. En eigenlijk ook een tegen. Ja, ik heb eigenlijk gewoon helemaal geen aanvullende vragen. Ik heb, volgens mij, mijn standpunt gezegd. Dat we met een aantal punten nu moeite hebben en die moeite blijven. Daar moeten we het ook in de fractie gewoon nog over hebben. De voorzitter: Dank u wel. DorpsBelang, mijnheer Pouw. De heer Pouw: Ja, dank je wel, voorzitter. Ja, nou. Die loting, dat neem ik ook even mee terug naar de fractie. Want ik was al bang dat die specifieke gemeente dusdanig tegen heeft gestemd. En dan blijf ik het gewoon lastig vinden. Ook omdat wij in eerste instantie tegen loting waren. Maar goed, dan kan je overwegen nu met harmonisatie om dan toch die twintig procent. Maar ja, als er al één zegt van: toedeledokie. Dan vind ik dat meteen al een kromme verhouding. Dan ten aanzien van die bezetting, twee bij twee personen. Dat het weleens voorkomt met één. Nou, oké. Prima. Als het een keertje voorkomt, dan is het op basis van de haalbaarheidsclausule. Ik neem aan dat dat des colleges is en dat dat niet verlegd is bij de Alliantie. Althans, dat laatste hoop ik niet. Ik zie de wethouder knikken dat dat des colleges is, dus dat is prima dan. Dan hoeft daar verder niet op teruggekomen te worden. Dan heb ik. Dat kan ook aan de hapering van mijn apparaat hier zijn.

Maar ik heb geen antwoord gehad over de leeftijdsgroepen met betrekking tot voorrang, 23 en 28, over die specifieke labeling. Of die nou gebonden blijft aan het huis. Dus daar wil ik nog wel graag een antwoord van. En dan nog een paar korte opmerkingen. Ja, het is mij wel duidelijk of ons wel duidelijk dat landelijk beleid die strakke percentages heeft gezet. En ja, wij hebben ook al vernomen. Welke mensen dat gaan doen weet ik niet. Ik ken de nieuwe ministers niet. Maar dat Den Haag dat percentage iets wil opkrikken. Ik geloof naar dertig procent. Dus, wauw. Maar, goed. Alle kleine beetjes helpen. Maar het feit is, en wij bungelen onderaan. Dan kan de wethouder wel zeggen van: Laren en Blaricum schrijf je hier in. Ja, dat maakt me niet uit. Dat zijn geen Eemnessers. Dus wij hangen voor de toewijzing van onze eigen Eemnessers onderaan het lijstje. En gelukkig is het zo dat er heel veel Eemnessers naar al die sociale woningen in Laren en Blaricum gaan, want er wordt heel veel in die categorie gebouwd. Dus dat heft het weer op, maar niet heus. Dus dat is een beetje het punt. Dus ja, het punt van loting, die neem ik mee terug naar de fractie. In de raad zal u wel horen hoe we daar uiteindelijk onze afweging hebben gemaakt. Dank u wel. Maar ik wil nog wel even antwoord op die 23/28 categorie. De voorzitter: Dank u wel. De VVD.

De heer Schade: Ik heb geen verdere opmerkingen, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De PvdA, mijnheer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ja, ik had nog één vraagje. Twee vragen. Waarom wil Bunschoten niet aan die twintig procent loting meedoen? Dat is het eerste. En de tweede is die 50-25-25 regel. Moet ik me voorstellen dat dat zo hard is dat als je in Eemnes tien huurwoningen toewijst in een bepaalde periode en de eerste twee en een halve woning is voor een Eemnesser, dan twee en een half voor iemand uit de regio, en dat dan bij woning nummer zes een Eemnesser die zich inschrijft voor die woning het bericht krijgt van de Alliantie: sorry, je doet niet meer mee. Dat zijn eigenlijk mijn vragen. De voorzitter: Ja. Dank u wel. D66. De heer Defferding: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ons punt blijft ook nog wel een beetje hangen op die tachtigtwintig regeling. Ik hoor de wethouder zeggen van: die twintig procent, die krijgt dan sneller de kans om een woning te krijgen. Maar dat gaat dan wel ten kosten van mensen die dus langer staan ingeschreven. Het komt

gewoon niet heel eerlijk over in mijn ogen. Maar ik ga dan eigenlijk wel met meneer Pouw mee. Als we nou in de regio afspreken: we doen het zo. Dan ben ik daar wel mee akkoord, dat we daar ook in meegaan. Maar als nou een gemeente zegt van: ja, wij zijn op vijf van de zes punten akkoord, maar de tachtig-twintig zijn wij het niet mee eens. Dan wil ik dat bij ons ook nog weleens even ter discussie brengen of wij daar ook in mee moeten gaan. Voor de rest was ik wel tevreden met de beantwoording. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik nog drie vragen voor de wethouder. Gaat uw gang. Mevrouw De Boer: Dank u wel, voorzitter. Ik wil nog wel even benadrukken dat het hier om een pilot gaat van een jaar en dat we dus na een jaar gaan evalueren en dan ook overal, bij wijze van spreken, weer vanaf zouden kunnen als we dat willen. Dus het is ook op gegeven moment: als je het anders wil dan hoe het nu is, dat je ook moet gaan uitproberen. Dat hoort er ook bij. En deze regelingen bij elkaar zouden kunnen helpen tot een beter resultaat. Maar je hebt er natuurlijk geen garantie voor. Dus dat wilde ik vooraf nog eventjes zeggen. Het gaat nu in deze wijziging om de leeftijd van 23 tot 28. En de vraag die meneer Pouw stelde is daar eigenlijk bezijden. Maar het is wel prima om even te beantwoorden.

Het is heel belangrijk dat als wij willen dat bepaalde woningen echt voor een specifieke doelgroep zijn, dat we dat goed vastleggen bij de Alliantie. Zodat als die persoon eruit gaat, dat die woningen opnieuw dan is voor die specifieke doelgroep. En dat moet je dus vooraf goed afspreken met de Alliantie. Want het is dus nu inderdaad weleens voorgekomen dat een huis in eerste instantie voor die doelgroep was en dan bij de tweede verhuring is dat leeftijdslabel er misschien afgehaald. En dat is niet onze bedoeling. Dus daar moeten we goed voor waken dat dat gebeurt. Dus ik hoop dat daarmee de vraag goed beantwoord is. Ja, dan vraagt de PvdA: waarom doet Bunschoten niet mee? Nou, waarschijnlijk om dezelfde reden als waarover uw raad aarzelt. Gaat dat ons wel helpen om zoveel mogelijk Bunschoters te plaatsen. Dus die hebben waarschijnlijk dezelfde aarzeling. En om dan gelijk aan te haken op D66. Die zegt: ja, dat is dan wel heel erg oneerlijk tegenover diegene die langer ingeschreven staat. Dat klopt. Maar daar is het ook precies voor bedoelt. Het gaat juist om mensen van 23. Die kunnen nooit langer dan vijf jaar ingeschreven staan, want je kan je pas vanaf je achttiende inschrijven. En als dan de gemiddelde inschrijfduur zeven jaar is bijvoorbeeld, dan komen die jonge mensen nooit aan bod. Dus daar is dit juist voor bedoelt.

Dus het is juist bedoelt om die jonge mensen die hier net komen wonen of die graag hier willen komen wonen, die nog niet zolang ingeschreven staan, een snellere kans te geven. Ja, dan stelt de PvdA een hele cryptische vraag, waarvan ik hoop dat meneer Wever die nog even kan beantwoorden. Want ik heb het niet zo goed begrepen eigenlijk. Dus misschien meneer Wever wel. De heer Wever: Zal ik dat meteen proberen? Nou ja, eigenlijk was de vraag van: hoe die percentages. Ze worden ons opgelegd. Maar ja, hoe hard is het nou uiteindelijk? Nou ja, uw interpretatie, mijnheer Van den Brink, is inderdaad de juiste. In principe moet u het zo zien. Als er tien woningen vrijkomen. Vrijkomend aanbod, daarvan vijf met die regionale maatschappelijke of economische binding. En daarvan dan de helft naar die twee en een half. Ja, dan is het bijna een soort gewetensvraag die u mij stelt. Hoe hard zijn die grenzen? Is daar toezicht op? Wie spreekt u aan? Nou ja, toch een beetje die kant van de medaille. Althans, zo interpreteerde ik uw vraag. Vul mij vooral aan als er daar nog meer over te zeggen is. Uiteraard straks. De eerlijkheid gebied te zeggen dat dat toezicht er niet zo heel erg is. U zult als gemeente niet snel worden aangesproken door provincies of door Rijksoverheden. Aan de andere kant is het natuurlijk wel een hele fundamentele borg die de wetgever in die wet heeft gestopt.

Daar kan je van alles van vinden natuurlijk. Maar het idee was die vrijheid van vestiging is er. Dat is een Europees bepaald recht. En die moeten we op één of andere manier borgen. En dat doen we via deze afspraken. Echt keihard toezicht is er niet. Zeker niet bijvoorbeeld in termen zoals u hem wel kent van bijvoorbeeld de taakstelling vergunninghouders. Daar zit echt een directe toezichtlijn in. Nou, dat zit er hier niet in. Tegelijkertijd, over het algemeen wordt het wel in

gemeentes en in de regio’s en door de coöperaties gemonitord. Kijk je of je een beetje in de buurt zit. Of je je doelen haalt. Nou ja, dat is ook eigenlijk natuurlijk hoe je ermee om moet gaan. Eigenlijk vrijwel alle maatregelen, harmonisaties, die nu ook voorgesteld worden, daar zal je ook gaan monitoren. Er zijn ook monitors voor ingericht. En daar is ook, nou ja, een gezamenlijke inspanning wordt daarop gedaan. En daarmee ga je kijken wat het voor je gaat betekenen. Nou ja, en zo ook inderdaad hoe je bij die percentages in de buurt komt of zit of blijft. Eigenlijk wat jullie natuurlijk nu ook doen. Nu weten jullie ook van elkaar wat er gebeurt. Nou, ja. Tegelijkertijd, daar zit altijd gedrag achter. Gedrag van woningzoekenden. Dat gedrag is, nou ja, soms ook onvoorspelbaar. Je weet ook nooit precies hoe lokaal woningzoekenden optreden. Maar zo ga je vaak in de praktijk met die percentages om. Het is echt wel een richtlijn. Het houden van toezicht is er niet. Maar je probeert wel een beetje in de buurt te komen en je eraan te houden. De voorzitter: Mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga: Ja, ik heb nog een vraag aan mevrouw De Boer eigenlijk over wat er net gezegd werd over: we kunnen. Dat wordt geëvalueerd en dan kunnen we eventueel weer terug. Ik dacht: ik heb juist ergens gelezen dat dat niet zo makkelijk was. En dat was inderdaad in dat stukje kanttekeningen.

Dat ging over het invoeren van het behoud van de inschrijfduur. Daar staat letterlijk bij: het is niet wenselijk om op deze korte termijn het weer terug te draaien. De aanpassing is niet makkelijk weer ongedaan te maken. Dus het is natuurlijk wel misschien bij het ene punt makkelijker om het weer terug te draaien als het niet lijkt te werken dan bij het andere punt. Dus ik dacht juist omdat ik het specifiek gelezen had dacht ik: benoem ik het even. De voorzitter: Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer: Ja, dat klopt. Want, kijk. Bij woningnet moet er dan van alles en nog wat worden ingeregeld. Daar zit natuurlijk best wel wat werk aan. Dus het is natuurlijk ook niet de bedoeling in principe. Alleen wij hebben als bestuurders wel met elkaar afgesproken dat dat wel kan. Want daarom doe je een pilot. Om, zeg maar, wel nog dingen terug te kunnen herstellen of te kunnen bijsturen indien nodig. Als mijn antwoord niet klopt, dan moet meneer Wever nog maar even aanvullen. Maar volgens mij hebben we dat zo afgesproken. De heer Wever: Ja, dat is zeker zo. Ik kan u aanvullend nog het volgende zeggen. In die zin is inderdaad het behoud van inschrijfduur net even een iets andere. En dat heeft alles te maken met de werking en ook weer, ik stipte het net al even aan, dat gedrag van die woningzoekenden.

Je moet je voorstellen dat behoud van inschrijfduur wordt natuurlijk pas relevant op het moment dat iemand na invoering van de regeling, daar gaan we natuurlijk eerst even vanuit, gaat reageren op een woning. Iemand verhuist naar inderdaad die nieuwe woning. Krijgt die inschrijfduur mee. En het ligt dan natuurlijk niet voor de hand dat iemand meteen het volgende jaar of het jaar daarna alweer die volgende stap in die woon carrière gaat maken. Daar zit best even, nou ja, een klein, gewoon wat tijd tussen, voordat iemand natuurlijk weer aan vervolgens die volgende stap van in zijn of haar woon carrière toe is. Een woning heeft gevonden en weer, maar dan gebruikmakend van die 75 procent inschrijfduur, die volgende stap maakt. Nou, ja. Dit is echt. Dit is wel een maatregel waar je, nou ja, zeker echt wel van verwacht dat het iets gaat betekenen. Nou, ja. Bijvoorbeeld bij de collega’s in Gooi en Vechtstreek, maar ook in Utrecht hebben ze een soortgelijke regeling. Al een aantal jaren. En ja, daar begin je eigenlijk, zeg maar, nu net volgend jaar gaan we daar waarschijnlijk in de monitoring de eerste echte effecten van zien. Dus dit is echt iets wat je een beetje de tijd moet geven om zich even te bewijzen. Op het moment dat je dat hebt gedaan en, nou ja, het echt niks oplevert of te weinig.

Kijk, dan is het natuurlijk ook gewoon bij deze regeling toch wel weer zaak om even terug naar de tekentafel te gaan. Dus het principe is ongeveer

gelijk. Maar dit is er wel eentje waar je het effect wat later in de tijd gaat zien, omdat je toch. Mensen moeten echt die stap actief natuurlijk gaan maken. Ja, dus dat is nog een aanvulling hierop. De voorzitter: Mijnheer Pouw. De heer Pouw: Ja, ik realiseer me dat het niet helemaal met deze harmonisaties te maken heeft, maar we hebben het wel over inschrijftijd en het behoud van punten. Wij hebben ook van Alliantie wel vaker te horen gekregen dat mensen inschrijven en meerdere keren inschrijven en ook meerdere keren een huis toegewezen krijgen en dan elke keer weigeren. Nou, dan kan het één keer voorkomen. Prima. Maar we hadden een keertje een gemiddelde van 3 of 2,8. Toen is er weleens geroepen van: nou, dan zou je bij de zoveelste weigering zou je iets moeten doen aan de punten of aan de inschrijftijd. Is dat nu ook hieraan gekoppeld? Of komt dat zo meteen terug bij de algehele verordening? De voorzitter: Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer: Dat is hier niet in geregeld. Wij hebben wel het vermoeden dat doordat we met het behoud van die punten gaan werken mensen sneller genegen zullen zijn een huis aan te nemen en dat je dus minder weigeraars krijgt. Maar het maatwerk voor het weigeren is hier nog helemaal niet in geregeld. En daar zouden we dus naar kunnen kijken voor onze eigen huisvestingsverordening waar we de komende tijd. Na de zomer gaan we daarmee aan de slag. Ja.

De heer Pouw: Omdat Eemnes qua weigeraars ten opzichte van de regio weer heel hoog was. Mevrouw De Boer: Ja. Wij hebben mensen die willen echt specifiek in een bepaalde straat wonen of een bepaalde wijk. En daar wachten ze gewoon op. Dus ja, als dat zo blijft. De voorzitter: Mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga: En soort pingpong wordt het nu hoor. Ik vroeg me nog af of dit ook een middel is wat in te zetten is bij die starterswoningen. Want wij hebben daar ook al eerder een keer vragen over gesteld. Hoe hou je die beschikbaar. Meneer Pouw stelde daar ook nog een vraag over. Kan je ook met dat behoud van punten mensen toch eerder motiveren als ze 28-29 zijn om dan misschien nog niet naar hun droomhuis, maar wel. Dat ze dan al punten hebben opgebouwd. Toch die starterswoning te verlaten en misschien omdat ze inmiddels een partner hebben naar een tussenwoning te gaan, voordat ze misschien echt hebben wat ze willen. Zodat we die woning voor die starters. Want daar was best duidelijk. Daar hebben we toen even over zitten steggelen, weet ik. Hoe krijg je die mensen eruit. Is dit ook misschien een middel die daar specifiek op ingezet kan worden, ook door de wooncoach. Om daar actief mee aan de slag te gaan. De voorzitter: Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer: Ja, dat is eigenlijk precies het voorbeeld wat wij ook bedoelen.

En nu blijven mensen langer hangen, omdat ze dan denken van: dan ben ik mijn inschrijfduur kwijt, dus dan kan ik beter nog even wachten. En dan zijn ze eerder genegen om die stap te zetten. En daar kan die wooncoach zeker een rol in spelen. De wooncoach heeft trouwens hele mooie resultaten bereikt ook al in de doorstroming. Namelijk vijf mensen zijn met haar hulp doorgestroomd. En dat is voor Eemnes zijn omvang een heel mooi resultaat. Maar, goed. Dat is ook weer bezijden eigenlijk waar we het nu over hebben, maar het kwam nu ter sprake. Maar dat behoud van inschrijfduur gaat zeker helpen bij het voorbeeld wat u net aangaf, mevrouw Havinga.

De voorzitter: Mag dit voldoende zijn voor dit moment? Dan wil ik toch dit agendapunt afsluiten. En volgens mij kan dit ook door naar de raad toe. 5.05 Centrumregeling meten en monitoring afvalwaterketen De voorzitter: Dan wil ik verdergaan met de centrumregeling meten en monitoring afvalwaterketen. Dan wil ik beginnen bij de VVD. De heer Schade: Dank u wel, voorzitter. Ja, een buitengewoon interessante regeling natuurlijk. En we hebben ons daar echt op gestort om dat te bestuderen. En het eerste wat opvalt is dat de laatste zin van de eerste pagina van het raadsvoorstel is afgebroken. En dat is heel jammer, want wij zullen dus nooit weten waarom de UVO is opgericht. En wij vragen ons trouwens ook af wat de UVO is. En de toelichting in datzelfde raadsvoorstel heeft een buitengewoon exotische alinea-indeling. Of wat zeg ik. Daar ontbreekt iedere alineaindeling, dus is vrijwel onleesbaar. En dezelfde slordigheid zien we ook in de regeling zelf, in de tekst van de regeling. Want daar staan de deelnemende gemeentes in op alfabetische volgorde opgenomen. En daar zien we dat Epen voor Eemnes genoemd wordt. Nou, dat kan toch alfabetisch gezien absoluut niet kloppen. We hebben ook nog een vraag aan de wethouder, want we hebben het echt goed bestudeerd. U merkt het. Dat is: er wordt ons verzekerd in het raadsvoorstel dat de financiële gevolgen beperkt zullen zijn.

En die zullen beperkt zijn omdat onze bijdrage beperkt zal zijn. Maar dan vragen we ons toch wel even af: hoe beperkt is die bijdrage? Of anders: wat is die bijdrage? En wat is die wijziging? Met deze vraag beantwoord naar tevredenheid zouden we kunnen instemmen met deze regeling. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. DorpsBelang, mevrouw Schouten. Mevrouw Schouten: Daar is die. Dank u wel, voorzitter. Ja. Waterschap Vallei en Veluwe voeren samen met het Platform Water Vallei en Eem de taken uit sinds 2012 van twintig gemeentes. En de aansturing die ligt wat moeilijk door het gevoel nergens bij te horen. En nu is het voorstel om samen met de gemeentes en het waterschap een centrumregeling te realiseren, toekomstgericht, met minder ambtelijke en bestuurlijke drukte. Nou, daar kan je niet tegen zijn. Ook andere gemeentes kunnen aansluiten. De uitvoering die zal bij het waterschap liggen en de gemeentes blijven verantwoordelijk. Ook andere taken zoals verdroging en klimaat kunnen aangekoppeld worden. Prima. Wij zijn voor. De voorzitter: Dank u wel. PvdA. De heer Van den Brink: Ja, dank u, mijnheer de voorzitter. Ik moet het erkennen dat ik anders dan meneer Schade mij niet nachtenlang met dit stuk heb beziggehouden. Ja, het gaat mij een beetje boven de pet moet ik u eerlijk zeggen eigenlijk. Maar het zal wel goed zijn. Laat ik het daar maar bij houden. Dank u wel.

De voorzitter: D66, mijnheer Defferding. De heer Defferding: Ja, meneer Schade heeft het al prachtig verwoord. Het lezen van het stuk heeft bijna meer tijd gekost dan alle stukken over de Ark. Maar uiteindelijk lijkt de essentie ons wel helder. Het is een centrumregeling die ook in Laren en Blaricum al wordt toegepast. Gaat ook gelden voor Eemnes en kunnen we meeliften met gezamenlijk meten en monitoren. We vroegen ons eigenlijk af waarom dat niet allang gebeurde. Lijkt mij uiterst effectief. Zeker nu het klimaat zich onvoorspelbaar gedraagt en dergelijke. Dus, nou ja. Ondanks alle opmerkingen kunnen wij makkelijk akkoord gaan met dit voorstel. Dank u wel.

De voorzitter: Het CDA, mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ook wij hebben geslapen met het stuk onder ons kussen, dus we hebben wat taalkundige onhandigheid gezien en ook het missende stuk. Maar desalniettemin wel gedacht dat we hier ons in konden vinden, dus akkoord zijn we hiermee. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het college. Mijnheer Reijn. De heer Reijn: Ja. Het gaat me nou net even te snel. Ik ben nog zeer op zoek via Google wat UVO nou eigenlijk betekent. Maar het is de uitvoeringsorganisatie. Uitvoeringsorganisatie. Ik heb hem net voor me van de waterschappen. Dus ik hoop dat meneer Schade daar tevreden mee is. Maar ik ben het met hem eens dat ik diep door het stof moet voor de redactionele en alfabetische totstandkoming van dit raadsbesluit. Heb ik daar een excuus voor? Nou, in dit geval niet corona. Dat is zo’n beetje het gebruikelijke excuus, geloof ik. Dit is een onderwerp waar we heel lang mee bezig zijn. Met wie gaan we dat doen? Doen we het aan de ene kant. Doen we het aan de andere kant. Dat ligt al weet ik hoelang. En in één keer komt er door van: nu moeten we het in één keer regelen. Zo hebben we er ook als college naar gekeken. In financiële zin betekent het eigenlijk niks en hebben we nu eindelijk een keer de zaak geregeld.

Als u vraagt: welke beperkte bijdrage leveren we daaraan? Dan moet ik u daar het antwoord nu schuldig op blijven. Maar dat wil ik u graag voor de raad nog even doen toekomen. Ja, veel meer heb ik er niet aan toe te voegen. Het is een min of meer noodzakelijke zaak die we moeten gaan doen om de boel gewoon goed te regelen. De voorzitter: Mag dit voldoende zijn voor dit moment? Ik zie verder geen handjes meer verschijnen of opmerkingen. Dank u wel. Dan wil ik dit agendapunt afsluiten. 5.06 Adviesrecht en Delegatie De voorzitter: Wil ik verder gaan met adviesrecht en delegatie. Begin ik bij D66. Mevrouw Wiering. Mevrouw Wiering: Dank u wel, voorzitter. Het lijkt zo simpel die twee lijstjes. Maar uiteindelijk kost het natuurlijk nogal wat. We moeten een aantal dingen regelen aan de voorkant voordat de omgevingswet ingaat. Laat ik maar gewoon beginnen bij bijlage 1 lijst A. Het stukje over bouwwerken en milieubelasting. De heer Reijn: Voorzitter, kan het geluid iets zachter? De voorzitter: Ja, ik wou net een opmerking maken. Kan u iets meer bij de microfoon vandaan, mevrouw Wiering? Mevrouw Wiering: Ik ga even kijken of dat lukt. Is het zo beter? De voorzitter: Ik denk het wel zo. Mevrouw Wiering: Het kan nog wel een beetje harder, geloof ik. De voorzitter: Nou, nee. Het is hard zat. Mevrouw Wiering: Oké.

Ik heb net de opmerking gekregen van mijn collega dat het andere setje wat ik had het erg slecht deed. Laat ik beginnen bij lijst A, bouwwerken en milieubelasting. Ik zit een beetje: wat moet ik me hierbij voorstellen. Het gaat over de categorie. De scheidslijn is natuurlijk categorie twee – categorie drie.

Daar zou die discussie over ontstaan. Ik kan op Google hele mooie lijstjes vinden wat onder één valt en twee en drie qua milieubelasting. Maar wat moet ik me daar nou bij voorstellen bij een dorp/stad als Eemnes? Dan over de detailhandel kantoren binnen de bebouwde kom, vijfhonderd vierkante meter. Bedrijvenkantoren buiten de bebouwde kom, duizend vierkante meter. De voorzitter: Mevrouw Wiering, ik ga toch even ingrijpen. Het geluid is echt ontiegelijk slecht. Ik denk dat het slecht te volgen is. In ieder geval hier. Misschien dat u hem helemaal weg kunt doen? En zal ik anders eerst even een ander geven? Dat u dan even wat aan de microfoon. Mevrouw Wiering: Ik heb hem wat uitgetrokken. Gaat het nu beter? De voorzitter: Dit is veel beter. Dit is helemaal goed. Ja. Mevrouw Wiering: Oké. Laat ik ze gewoon uit. Je hebt kans dat je de televisie een beetje op de achtergrond hoort. De voorzitter: Dit is perfect. Mevrouw Wiering: Oké. Moet ik het opnieuw doen of was het nog een beetje? De voorzitter: Nou, gaat u zo maar verder. Mevrouw Wiering: Oké. De voorzitter: Als we wat gemist hebben, dan komt het in de tweede termijn wel. Mevrouw Wiering: Oké. Er zit een overlap in die twee stukjes, namelijk de kantoren. Of een kantoor nou bedrijfsmatige en maatschappelijke functie heeft of niet, het is en blijft een kantoorpand.

En dan is vijfhonderd of duizend vierkante meter nogal een verschil. Gebruik bouwwerken buiten de bebouwde kom. Het was best lastig lezen dat stukje. De colon gaat over wanneer de raad een bindend advies uit mag brengen en wanneer niet. En dan komt er ineens een uitzondering in. Dus heb ik het goed begrepen dat in geval van opvang van onder andere asielzoekers er geen bindend advies van de raad nodig is? Dat lijkt ons niet heel erg handig namelijk. En dan herinrichting openbaar gebied. Dat is het allerlaatste stukje van het lijstje A. Ingrijpende permanente herinrichting van openbaar gebied. Daar mogen we dan iets over te zeggen hebben. Het lijkt me een beetje loze terminologie. Wie bepaalt wat ingrijpend is? En met enige fantasie kan het hele lijstje wat erboven staat eronder vallen. Dat gaat niet opschieten. Dan het beslisvoorstel. Bij 3.1, met de voorgestelde werkwijze moet ervaring worden opgedaan. Dat is logisch. En er wordt voorgesteld te evalueren na een jaar. Dat is ook heel logisch. Maar betekent het dan ook dat er nog dingen verandert kunnen worden? Ik heb ooit in de seminars begrepen dat een aantal dingen als je die nu beslist later niet meer aangepast kunnen worden. Maar ik heb geen idee of dit eronder valt. En als het aangepast kan worden, komt er dan een overgangsregeling voor procedures die inmiddels gestart zijn over zaken? Dan lijst B van bijlage twee.

De omgevingsplanactiviteiten. Het is een behoorlijk abstract lijstje. En om heel eerlijk te zijn begrijp ik er helemaal niets van. Ter verduidelijking zou volgens deze regels de Ark gebouwd kunnen worden zonder inbreng van de raad. Dat is misschien het meest voorbeeldsprekend over waar dit mogelijk zou kunnen gaan. Dat was voor dit moment de bijdrage van D66. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De PvdA. Mijnheer Van den Brink.

De heer Van den Brink: Ja, dank u wel, mijnheer de voorzitter. Dit agendapunt en de volgende drie hebben natuurlijk allemaal te maken met de invoering van de nieuwe omgevingswet, die, als ik me niet vergis, uitgesteld is tot 1 juli aanstaande. En het is natuurlijk allemaal, hoe zeg je dat, dingen die, en dat wordt ook in het stuk gezegd, in de praktijk zal moeten blijken hoe het uitwerkt. En als je kijkt naar die lijst die erbij gevoegd is, lijst A, dan zie je ook daarin het werk van de werkgroep. En daar heeft meneer Pouw intensief aan deelgenomen. Waarbij die lijst gemaakt is voor een kleine gemeente samen met Laren en Blaricum. Want de intentie van de regering, zie 1.3, is het sturen op hoofdlijnen. En als kleine gemeente willen wij, hoewel de wethouder altijd zegt dat die niet van de details is, zijn wij dat wel. Dus willen wij ook graag over kleine onderwerpen blijven meepraten. Dus die lijst probeert een beetje te regelen van: wat is nou. Wat moet wel langs de raad en wat hoeft niet langs de raad. En mevrouw Wiering zegt terecht: ja, in een grote gemeente zou zo’n casus als de Ark zeker niet langs de raad gaan. Dat is veel te gedetailleerd. In Utrecht, daar regelt het college dat gewoon. In Eemnes praten we daar graag over mee.

Of na de invoering van de omgevingswet en na het vaststellen van deze lijst er situaties zullen zijn dat het college denkt iets zelfstandig te kunnen doen zonder het langs de raad te halen. Ja, dat zal de praktijk uit moeten wijzen. Dus ik denk dat we het hier maar even mee moeten doen. En de praktijk zal het leren. Dank u wel. De heer Pouw: Voorzitter, ik wil toch even één kleine aanvulling erop doen. Dat mevrouw Havinga ook in de werkgroep een goede bijdrage heeft geleverd, namens Eemnes dan. De voorzitter: Dank u wel voor deze bijdrage. Ik had u inderdaad staan als volgende. DorpsBelang. Mevrouw Schouten. Mevrouw Schouten: Ja, dank u wel. Ja, van onze kant ongeveer hetzelfde zoals meneer Van den Brink verwoorde. De verklaring van geen bedenkingen vervalt. Hiervoor in de plaats komt het bindend advies recht. En voor de buitenplaatsen omgevingsactiviteiten opa’s is raadadvies vereist. Grond in bijlage A. En in andere gevallen beslist B&W, genoemd in bijlage B. Ja, wijzigingen van het omgevingsplan is aan de raad, maar kan gedelegeerd worden aan het college. Ik denk dat hiermee het meeste gezegd is. Het moet gewoon gaan blijken hoe het gaat werken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het CDA, mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga: Ja, dank u wel, voorzitter.

Ja, ik denk inderdaad wel dat het scheelt als je in die klankbordgroep of werkgroep hebt gezeten, dat je inderdaad veel van de punten die mevrouw Wiering ook noemde wel al daar ook besproken hebt. En ook wel die twijfel natuurlijk van: ja, wat betekent dat? En gaan we nu grip verliezen? Want dat is volgens mij een beetje waar wat angst misschien zit. Ik moet wel zeggen dat die twijfel bij mij wel weggenomen is en dat het inderdaad ook iets is wat we gewoon moeten gaan zien. De geldende bestemmingsplannen blijven gewoon bestemminsplannen. En heel veel wat gezegd wordt: we gaan het zo neutraal mogelijk houden. Wat mij betreft, en dat zie ik ook niet hierin terug, niet hele spannende zaken. Dus is dit gewoon passend bij de gemeente Eemnes en ook de grote die we zijn en waar we als raad wel of niet invloed op willen hebben. Ik denk niet dat we ons onnodig veel werk op de hals moeten halen door de mogelijkheden van B&W misschien kleiner te maken. Want dan kunnen we misschien wel drie keer per week gaan vergaderen. Dat moeten we ook voorkomen. Dus wat mij betreft is dit een passend lijstje en herken ik het ook gewoon terug uit de eerdere overleggen die we hebben gehad met de klankbordgroep. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De VVD. Mevrouw Van der Linde.

Mevrouw Van der Linde: Dank u wel, voorzitter. Ja, als hekkensluiter blijft er eigenlijk niets meer over om nog een keer te gaan zeggen. Wij hebben nog wel dezelfde vraag als D66 ook. En we zouden graag nog een voorbeeld horen over het punt: de wijziging van het gebruik detailhandel vanaf vijfhonderd vierkante meter. Dit is bijvoorbeeld een gebouw van 22 keer 22 meter. En waar staat BVO dan voor? En hetzelfde voor die van duizend vierkante meter voor bedrijfsmatige en maatschappelijke functies. D66 die vroeg ook al naar het schrappen van de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen. En ja, zover ons bekend houdt het dan in als het een collegebevoegdheid wordt, dan vervalt daarmee ook de inspraakreactie voor de inwoners. En dat lijkt ons toch ook niet bevorderlijk voor het democratisch proces. Dus wij hebben het eigenlijk ook zo begrepen. Dus als dat inderdaad zo is, dan zullen wij daar ook een amendement voor gaan indienen in de raadsvergadering. En hetzelfde punt wat mevrouw Wiering ook al aangaf is: er staat het college te vragen de werkwijze te evalueren, om dat te wijzigingen in het raadsvoorstel. Niet alleen het te vragen, want dat is toch wel een beetje vrijblijvend. Ik denk dat ze dus in dit geval toch wel de opdracht horen te geven om dat na een jaar te wijzigen.

Verder hebben wij er alle vertrouwen in dat dit zorgvuldig is opgestart en dat dit zijn weg wel gaat vinden. Het is een beetje, ja, meten en uitvinden. Dit wordt voor het eerst gedaan. Maar dat gaat op zich vast wel goed kunnen. Dus voor de rest kunnen wij hier prima mee instemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk naar het college. De heer Reijn: Ja, een beetje meten en uitvinden zegt mevrouw Van der Linde en mevrouw Wiering eigenlijk ook. Wat is nou dit. Wat is nou dat. BVO staat voor bruto vloeroppervlakte. Dat is nou een afkorting die ik wel weer weet. Ja, het is eigenlijk een discussie natuurlijk ook geweest in de werkgroep. We zitten zo meteen met een nieuwe omgevingswet met hele vaste termijnen. En als je dus voor allerlei dingen terug moet naar de raad, dan moet de raad elke week, elke veertien dagen, gaan vergaderen. Dus waar vind je nou het evenwicht van: waar wil ik wel terug naar de raad. In ieder geval. En waar is het ook soms een afweging van het college. Dat heb ik natuurlijk de afgelopen tijd ook wel meegemaakt. Dat je denkt van: ja, dit is een bevoegdheid. Ik heb het ook weleens gezegd. Dit is een bevoegdheid van het college. Waarom komt u ermee naar de raad. Nou, soms heb je van die zaken dat je denkt van: ja, bijvoorbeeld bij het college. Maar toch even handig om het voor te leggen aan de raad.

Dus dat zullen we ook het komende jaar met de omgevingswet mee gaan krijgen. Ja, hier wordt geen bindend advies van de raad gevraagd, maar dit is in dit geval, specifiek een geval, wel handig om te doen. Dat is ook een beetje het leren wat we natuurlijk de eerste tijd gaan krijgen. Er is vanuit de werkgroep, maar ook vanuit de portefeuillehouders, dat hebben we in belverband gedaan, heel goed gekeken: hoe kunnen we aansluiten bij de huidige regelgeving richting de nieuwe omgevingswet. En hoe kunnen we daar zo praktisch mogelijk mee omgaan, wetende dat we in drie dorpen werken en niet in de stad Utrecht waar dat allemaal gemandateerd wordt aan een college. En ja, mijnheer Van den Brink, ik ga niet over details. Maar soms zijn details ook voor de raad en voor inwoners gewoon heel belangrijk en moet je daar ook met wijsheid mee omgaan. Dus zo moet u daar ook een beetje naar kijken. Van: dit is een proef zoals het er nu ligt. Tot stand gekomen in overleg met diverse raadsleden, waar wij als portefeuillehouders verder maar niks aan toe te voegen hebben. Want wat moet ik daar nog aan toevoegen. En dan inderdaad een kwestie van evalueren. Dan is het geen zaak zo meteen van overgangsrecht of iets anders. Dat valt in de omgevingswet in de bestemmingsplannen. Dit is gewoon een manier van werken. Voor dit onderwerp hebben we een bindend advies niet nodig.

Nou, we vinden gelet op een aantal casussen die we mee hebben gemaakt dat we dat moeten veranderen. En dan verandert u dat gewoon. Dus ja, ik kan op elk stukje apart ingaan. En zeker de omschrijving ingrijpende permanente herinrichting van het openbaar gebied. Ja, wat is dan ingrijpend. Ik kan me voorstellen dat u daar ook vragen over hebt. Maar uiteindelijk zijn dat ook een beetje de voorbeelden die daarboven worden genoemd. Dus mijn voorstel is eigenlijk om hier nu gewoon mee aan de slag te gaan.

Waarbij ik nog wel één opmerking heb. Dan moet ik even een mailtje erbij pakken. Er is ook in de commissie van Blaricum wat discussie geweest over, dat moet ik hier hebben, over de functie voor werknemers en asielzoekers. En daar wordt in Blaricum een amendement voorbereid. En omdat ik het hier ook terug hoor lijkt het me goed dat als wij daar kennis van hebben dat ze dat ook naar u toesturen. Dat u daar zo meteen met de raad uw oordeel over kan geven. En verder willen die ook nog toegevoegd hebben windmolens. Nou, dat willen we toch sowieso geloof ik niet. Mestvergistingsinstallaties en zonneparken. Nou, ik zeg u toe dat als ik uit Blaricum daar gegevens over krijg dat ik dat naar u toestuur. Om daar bij de behandeling in de raad dan iets van te vinden. De voorzitter: Mag dat voldoende zijn met deze toezegging? Dat de stukken vanuit Blaricum, mochten die er komen, naar ons toekomen. Mag dat voldoende zijn voor dit moment? Mevrouw Wiering. Mevrouw Wiering: Ja. Ik zal dat ding er even eruit halen. Ik heb nog geen antwoord gekregen op mijn vraag over dat lijstje B. Waar ik niet zoveel van begreep en ter verduidelijking een vraag had gesteld van: zou de Ark gebouwd kunnen worden zonder inbreng van de raad. Want volgens mij hoort dat hierbij. Maar misschien heb ik ook dat wel verkeerd begrepen en hoort dat eigenlijk bij lijstje A.

Hoe zit dat? De voorzitter: Mijnheer Reijn, kunt u daar misschien een voorbeeld van geven? De heer Reijn: Nou, ik vond het wel een aardig voorbeeld natuurlijk op deze avond. Ik heb daar niet zo naar gekeken, mevrouw Wiering. Ik heb meer in algemene zin antwoord gegeven van: dit zijn de dingen die de raad aangegeven heeft. En dat hebben wij zo overgenomen. En ga hier vooral mee aan de gang. Maar ik heb u ook aangegeven: als er dingen zijn waar we geen advies van de raad voor nodig hebben, maar het ligt gevoelig. Dat het college dan in zijn wijsheid wel advies aan de raad zal gaan vragen. En dat geldt zeker als het gaat om de horecavoorziening in Eemnes. Dus zo kijk ik ook tegen die lijstjes aan. We moeten er echt mee aan de slag en kijken of het werkt. En dan ook in de praktijk in de gaten houden van, en dat is ook een taak van het college maar ook een taak van de raad natuurlijk. Van: is dit goed zoals we dat afgesproken hebben of moeten we daar wijzigen. De heer Van Amersfoort: Misschien mag ik zo daar nog iets aan toevoegen, wethouder en voorzitter? Over dat lijstje B. De heer Reijn: Onze ambtelijke ondersteuning komt. De voorzitter: Ja, daar onderin. De heer Reijn: U ziet hem niet. U ziet hem niet, maar. De voorzitter: Nee, klopt. De heer Reijn: Waar ja staat, daar springt die in. De heer Van Amersfoort: Goedenavond.

De heer Reijn: Als de voorzitter het goed vindt, dan geef ik het woord aan Joop van Amersfoort. De heer Van Amersfoort: Ja. Goedenavond iedereen. Mijn naam is Joop van Amersfoort. En ik mag Marjolein van der Marel helpen bij de invoering van de omgevingswet. Dat lijstje B, dat heeft eigenlijk vooral een puur

administratief karakter. Het vaststellen en het wijzigen van een omgevingsplan, dat is een exclusieve bevoegdheid van de raad. Maar de vraag is of allerlei administratieve dingetjes, of je dat steeds via de gemeenteraad moet laten lopen of dat je zegt van: we willen een begripsbepaling aanpassen. Of we willen iets met een maatwerkregel of een exploitatieregel. Want als de gemeente een gebied ontwikkelt, dan worden er kosten gemaakt. Er worden bruggen aangelegd. Infrastructuur. Lantaarnpalen. Noem het maar op. Nou, dat komt op gegeven moment allemaal in het omgevingsplan te staan. En de vraag is: als je daar iets wil wijzigen. Een bepaalde regel wil je bijvoorbeeld toevoegen. Dat een ontwikkelaar daar ook voor moet gaan betalen. Dat je zegt van: dan moet ik elke keer naar de gemeenteraad met een raadsvoorstel en een besluit en alles wat daarmee samenhangt. Dus als u zegt van: we gaan iets in de gemeente ontwikkelen en dat kan nu, want dat staat op lijstje B. Nee, dat is absoluut niet het geval. Populair gezegd: het is vooral klein bier. En ik praat nog maar heel eventjes door. Na één jaar kan er gewoon geëvalueerd worden. Dus als de raad zegt van: we hebben hier een lijstje, maar dat willen wij toch aanpassen. Er moet iets af of er moet iets bij. Nou, dan kan dat. Dat staat u vrij om te doen. Een overgangsregeling is er niet. Maar daar refereerde de wethouder al aan.

Dit is een lijstje waar we nu mee starten. Ja, dat doen alle gemeenten. Want als je bijvoorbeeld ten aanzien van dat bindend advies niks afspreekt, dan gaat alles via het college. Nou, daarvan heeft de wetgever gezegd: dat willen we niet. Dus vandaar dat we zeg maar tot deze eerste proeven zijn gekomen. Tot zover. Mevrouw Wiering: Dank u wel voor het heldere antwoord. Het is ook niet zozeer dat D66 maar regeltjes wil hebben die nageleefd moeten worden. Maar als er dan iets op papier staat, dan moet het wel duidelijk zijn waar het over gaat. Dat was eigenlijk het punt wat wij wilden maken. Dank u wel. De heer Van Amersfoort: Heel graag gedaan. De voorzitter: Goed, dank u wel. Ik zie nog een handje van meneer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ja, in reactie op de opmerking van de wethouder over dat ze in Blaricum lijst A willen amenderen in de zin van dat ook mestvergisters, zonneparken en windmolens. Blijkbaar snappen ze het in Blaricum niet, want bij lijst A wordt juist in algemene zin geprobeerd te zeggen: als een bouwwerk wat groter is, dan krijgen we een bindend adviesrecht. En daar vallen dus zonnevelden en windmolens al onder.

En als je probeert een lijstje te gaan maken met limitatieve vormen van bouwwerken, dan zou ik voorstellen dat we daar ook kerncentrales onder gaan vatten en dat we een lijst maken van ongeveer duizend termen, waarbij we er dan waarschijnlijk drieduizend zijn vergeten. Dus het lijkt me een slecht voorstel. De heer Van Amersfoort: Hier komt een klein beetje techniek om de hoek kijken. Dit lijstje, wat u voor u heeft, dat heeft betrekking op de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Een hele mond vol. Of terwijl, de vergunning. De activiteiten waar meneer Van den Brink nu aan refereert, bijvoorbeeld een woontoren of een groot gebouw of een andere grote ontwikkeling, die kan niet via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, maar dat gaat altijd via een omgevingsplan. Dan wordt er voor dat ene initiatief, zeg maar voor dat ene deel initiatief, wordt er een omgevingsplan gemaakt. Nu zouden we zeggen: een bestemmingsplan of een wat groter postzegelplan. Dat wordt dan straks een omgevingsplan. En hoe je het ook wendt of keert, dat kan alleen maar via de gemeenteraad. Dat is nooit een bevoegdheid van het college. Dit is de buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Oftewel, een uitgebreide vergunning. En daarvan heeft de wetgever gezegd van: we willen dat de raad gelegenheid krijgt om een aantal initiatieven aan te wijzen waar de raad een bindend, let wel, bindend advies over geeft.

Oftewel, als u zegt: dit initiatief komt bij ons langs en we willen het niet. Dan is het college klaar met spitten. Dus die kerncentrale van meneer Van den Brink, die er waarschijnlijk nooit zal gaan komen, dat gaat nooit via een vergunning. Maar dat is altijd een omgevingsplan. Dus de exclusieve bevoegdheid van de raad.

De heer Van den Brink: Maar dan geldt dat dus net zo goed voor een windmolen of een zonnepark? De heer Van Amersfoort: Als daar een omgevingsplan voor gemaakt moet gaan worden. Nou, die kans is natuurlijk heel erg groot. Ja, dan kan het alleen maar via de raad. De heer Van den Brink: Helder. De voorzitter: Mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde: Ja, ik had nog even een praktische opmerking. U heeft het over het amendement dat vanuit Blaricum waarschijnlijk gaat komen. Maar even praktisch gezien. Volgens mij is onze raad altijd eerder dan hun raad. De heer Van Amersfoort: Ja, het zat zo dat in Blaricum hebben ze het onderwerp, dit onderwerp, doorgeschoven naar de raad van januari. Om er nog eens een keer met elkaar over te spreken. Morgen is er een bijeenkomst in Laren, een technische briefing noemen ze dat, om zeg maar de raadsleden verder op vlieghoogte te brengen. Sorry. Want ja, er zit natuurlijk toch best een stukje techniek achter dat verhaal van een bindend advies. Dus zo is dat een klein beetje in de tijd vooruitgeschoven. Mevrouw Van der Linde: Nee, ik bedoelde eigenlijk meer te zeggen: wij zijn altijd op maandag in de raad. En Blaricum is, geloof ik, altijd op dinsdag. Dus als zij op het laatste moment met dat amendement komen, dan is onze raad al geweest. De heer Van Amersfoort: Ja, het is wat de wethouder net zegt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11031360/2