CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Commissie Ruimte 10.06.2024

Commissie WenR 10 juni 2024, gemeente eemnesBij agendapunt: Opening32.801 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Dat is de brief die wij, als dat wordt geaccordeerd, naar de provincie sturen als regio. Daar zit een bijlage bij en in die bijlage staat precies wat elke gemeente in de mand heeft gelegd, wat elke gemeente als aanbieding wil doen. En het is een beetje onduidelijk, dat klopt, want als ik kijk bij opwek, dan had daar eigenlijk onder moet staan: hectare. Zo simpel is het. En dan accordeert dat exact met wat wij hebben gezegd. 25 hectare en die 0,01 staat eigenlijk voor 10. 10 hectare. Want zoals u ook weet, wij

hebben gezegd: 25 hectare locatie B en een maximum van 10 hectare op locatie A. Dat accordeert exact met wat daar staat. Zo moet u dat lezen. Dat is ook wat is gezegd. Dus bij locatie B, dat heb ik u vorige keer ook… Daarin heb ik u ook meegenomen. Is het meest concreet en is het meest tastbaar en liggen de minste belemmeringen. Ik wil u ook nog even naar het schemaatje verwijzen zoals dat in het opiniërende voorstel een maand geleden lag. Daar had ik een schema bij opgenomen wat voor elk gebied de kansen maar ook de belemmeringen waren. En dan kunt u zich vast nog herinneren dat als het gaat om gebied B, dat daar de minste belemmeringen lagen en de grootste kans. Dus zo moet u dat lezen en zo moet u daar ook het woordje verkenning in meenemen. U zegt, Partij van de Arbeid, jaren geleden is dat bod van die 0,5 terawattuur, die is dan weliswaar als regio opgesteld, maar die is niet onderverdeeld in wat gemeentes daarvoor gaan doen. Klopt. Dat hadden ze toen eigenlijk wel moeten doen. Zo simpel is het. Het is voor mijn tijd en eigenlijk is dat een beetje een weeffout. Had natuurlijk wel mooi geweest als in die tijd dat ook al meteen zo op die manier was ingevuld. Is niet gebeurd. Maar goed, we handelen nu naar bevinden nu.

En dat betekent dat ik dus, daar werd ook aan gerefereerd de afgelopen 6 maanden, met de collega's daarover gesproken heb, onderhandeld heb, binnen de kaders die u aan mij hebt meegegeven. En zodoende hebben we dus voor iedere gemeente de opbouw. Dat is eigenlijk datgene wat u nu in het voorstel voorheeft. Dus zo moet u dan onze input zien en dat doen de collega's in hun raad. Dat is dan ook logisch, want dat zou bij elkaar moeten optellen tot die 0,5 terawatt. Dus als je de brief naar provincie uitdoet op 10 juli moet dat natuurlijk wel bij benadering tot die 0,5 komen. Dat lijkt me ook duidelijk. U zegt de hoeveelheid zon op dak. Daar hebben we vorige keer eigenlijk ook over gehad. Dat staat er voor 0,2 in. We hebben grote platte daken. Of dat agrarische boerenbedrijven zijn of dat dat bedrijvengebouwen zijn, allemaal waar. Maar daar lopen we echt tegen iets anders aan. Dat is niet des Eemnes, is ook niet des Amersfoort, is echt des regio's, misschien wel des Nederlands, namelijk we kunnen het gewoon op dit moment niet aangesloten krijgen. Ik weet heel veel agrariërs die tegen mij zeggen: potverdikkeme ik heb zoveel dak. Waarom wordt het niet aangesloten? Omdat het geen rendabele business case is. Zo simpel is het. Kan gewoon niet worden aangesloten. Als je er zo 1200, 1500 panelen op legt, wordt niet aangesloten door Stedin. Zo simpel is het.

Het moet uiteindelijk wel geld opleveren en als dat het niet is, of Stedin sluit niet aan, dan sta je met lege handen. Daarom hebben wij ook gezegd en dat is ook de provincie toegedaan, die hebben gezegd: we gaan daar een apart programma voor optuigen en daar maken we vanuit de provincie een pot voor en dan gaan we samen met gemeenten en regio's en de stakeholders erbij aan de slag om te kijken of we dat kunnen versnellen. Dus vandaar dat ik dat hier niet in heb meegenomen. Het zou natuurlijk fantastisch zijn als daar wat uitkomt, maar die concreetheid heb ik nu niet. Maar dat is wel het eerlijke verhaal. De voorzitter: De heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ik kan u niet helemaal volgen, want mijn vraag was eigenlijk: die 0,2 terawattuur zon op dak dat is heel moeilijk vanwege die congestieproblemen. Zegt u nou dat het dan niet meegenomen is in het bod? Want het staat er wel bij. De heer Ten Have: Die 0,2 daar moeten wij als regio een gigantische inspanning voor leveren. Dat klopt, maar dat betekent ook dat we, eigenlijk exact zoals ik u net antwoord, de provincie zegt daarbij: maar wij hebben daar met elkaar een grote zware opgave, die niet alleen maar door gemeenten kan worden ingevuld. Zo simpel is het. Dus zegt de provincie: die 0,2, dat deel, daar gaan wij met elkaar keihard voor knokken.

Daar wordt een uitvoeringsprogramma op dit moment ontwikkeld en daarvan zegt de provincie: wij gaan dus met de regio kijken hoever we komen. Dus een inventarisatie van om hoeveel daken het gaat, met Stedin in gesprek over hoe dan die aansluiting wel kan en alle innovaties en alternatieven die er voor zijn, om dat met elkaar in te vullen.

De heer Van den Brink: Ik begrijp dus van u dat dat vooral op bedrijfsdaken is of instellingen, niet zozeer bij particulieren. De heer Ten Have: Nee, particulieren staan hier buiten. Het gaat om de grote daken en dat is doorgaans toch bedrijfsmatig of de agrarische daken. De heer Van den Brink: Dus het vervallen van de saldering regeling zou daarvoor dan niet uitmaken? De heer Ten Have: Ik zou nu zo eventjes zeggen nee, maar misschien moeten we die vraag even bij de heer Radstake zo dadelijk parkeren. De voorzitter: Of gelijk maar, want dan kunnen we het gewoon bij het onderwerp houden. Dat lijkt me wat praktischer. De heer Radstake. De heer Radstake: Ja, bedankt, mijnheer de voorzitter. Het praktische antwoord is dat de salderingsregeling alleen voor zonne-installaties tot een bepaalde grootte van toepassing is en daardoor dus geen invloed heeft op bedrijfstaken. De voorzitter: Dan gaan we mooi verder. De heer Ten Have: Dank u wel. Uw vraag. Maar die is ook door een aantal anderen gesteld, dus die pak ik gelijk bij elkaar, van hoe ik naar de brief van de ACU kijk. Nou, daar kijk ik belangstellend naar. Dank ook, ACU, dat jullie dat hebben gedaan. Feit is alleen dat er wordt voorbijgegaan aan een aantal zaken. Eén. Wij als bestuur, u als raad en ook het Eemnesser burgerforum heeft duidelijk uitgesproken geen wind op land te zien. Dat is één.

Twee is dat ze zeggen: u neemt landbouwgrond af en dat moeten we eigenlijk met elkaar niet willen. Daar hebben we het eigenlijk de vorige keer ook uitgebreid over gehad. Dat weet ik. We kennen daarvoor ook de zogenaamde zonnebrief vanuit het Rijk en die zegt geen agrarisch grondgebied uit het areaal halen wat nog als zodanig agrarisch wordt gebruikt. Als u de brief goed leest, dan leest u, één, het moet dan voor voedselproductie zijn, of twee, voor gewassenteelt. Die twee onderdelen zijn er. En als u daar wel iets mee wil dan moet je een bepaald traject doorlopen want misschien is er op termijn iets anders of is het dode grond. Ik noem het maar, heb ik geen verstand van. Maar dan zijn er bepaalde uitzonderingsbepalingen. En exact als het gaat om locatie B heeft het weliswaar een landbouwbestemming, maar wordt al meer dan twaalf jaar niet meer als zodanig gebruikt. De provincie heeft ons ook gevraagd om op 8 juli aanstaande… Mensen die denken nu nog, ik gooi er nog een ander idee tegenaan. Dat station zijn we echt gepasseerd met elkaar. 8 juli dat is over drie weken, vier weken afgerond. Dan moet er bij de provincie iets liggen. Want anders zegt de provincie: dan gaan wij op een andere manier naar deze materie kijken en dan zou het zomaar kunnen zijn dat er twee hele grote windturbines in Eemnes worden geplaatst. Dat is de insteek.

En willen wij daar iets tegenover zetten, dan betekent het dat we moeten kijken. Dat hebben wij niet alleen gedaan, dat heeft ook een extern bureau gedaan, Antea Group. Die hebben samen met ons gekeken, bent u volledig in meegenomen, waar er eventuele alternatieve locaties op het grondgebied van Eemnes liggen. Daar ligt uiteindelijk het vertrekpunt. Als je kijkt naar locatie B, het graszodenbedrijf, daar hebben we het hier al vaker over gehad, kunnen we hier ook gewoon noemen. Nogmaals, landbouwbestemming, maar is al heel lang niet meer als zodanig in gebruik. Dat is een van de redenen waarom ik dat als basis gebruik, zeg maar de ruggengraat van het bod. Dat is gewoon heel simpel de achterliggende gedachte. Mooier of beter dan dat kan ik het niet maken. U heeft nog iets over Baarn gezegd, richting de heer Koolmees. Daar ben ik duidelijk over geweest. C, u zegt dat is toch weidevogelkerngebied? Helemaal waar. Klopt. Heb ik ook altijd gezegd. We hebben alleen vorig jaar wel met elkaar gezegd dat het OER-traject, zoals dat door Rijkswaterstaat wordt voorgesteld - dan hebben we het over

het hele traject langs de A1 - dan betreft het echt het Rijks-stukje grond langs de vangrail. That’s it. Daar kijkt Rijkswaterstaat over de totale lengte, doen ze ook bij de A27, doen ze ook bij de A12, doen ze ook bij de A28. Heel Nederland wordt daarvoor omgekeerd, maar wij hebben te maken met de A1. Daar kijkt men naar en zegt: wat betekent dat nou en kunnen we daar iets kwijt? Rijkswaterstaat heeft ook gevraagd: stel nou dat daar op jullie grondgebied iets zou kunnen langs die vangrail, is het dan zo dat je, als daar nog wat grond aanpalend ligt, wat misschien handig is om de aanleg daar te vergemakkelijken, wil u als Eemnes daarover nadenken? En toen hebben wij gezegd… Nogmaals dit is een voorstel, uiteindelijk beslist u als raad en geeft op 8 juli mij mee of we daar wel of niet iets mee kunnen doen. Dus dat is de reden waarom locatie C in het voorstel is opgenomen. Maar ik heb ook gezegd, ook de vorige keer een maand geleden: het betreft hier weidevogelkerngebied en dat is wel een zware belemmering. Niet onmogelijk, maar is een zware belemmering. Dat geef ik u toch maar eventjes mee. De voorzitter: Ik heb een aanvullende vraag op dit onderwerp van mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde: Ik hoorde u zeggen: als Rijkswaterstaat nog gronden heeft. Bedoelt u daarmee aan te geven dat zoekgebied C eigendom is van Rijkswaterstaat? De heer Ten Have: Nee, bedoel ik niet.

Wel de strook langs de vangrail. Wellicht ligt daar nog een sloot tussen, maar dat strookje grond. Maar daar ligt vervolgens natuurlijk wel grond aan van een eigenaar. En wellicht zegt Rijkswaterstaat: ik heb hier een ontwikkelaar en die strook grond daar kunnen we iets mee, maar de ontwikkelaar vraagt of daar al dan niet nog een extra strookje grond bij kan, omdat dat de aansluitbaarheid vergemakkelijkt. Dat bedoel ik eigenlijk te zeggen. Dan moet je natuurlijk wel hebben aangeven of je daar wel of niet voor openstaat. Uiteindelijk ga je daar als gemeente natuurlijk altijd zelf over en geeft u als raad, omdat dat ruimtelijke-ordeningstechnisch moet worden ingepast, geeft u natuurlijk als raad daar altijd op akkoord. Maar nogmaals, u kunt daar iets van vinden en u kunt mij op 8 juli meegeven of u dat wel of niet in het besluit wil laten meenemen. Dan zeg ik ook gelijk even naar het CDA: u gaf aan, als ik dit allemaal bij elkaar optel, dan kom ik op heel veel meer uit. Dat klopt. Maar zo lust ik er ook nog wel een. Wij hebben met elkaar gezegd, dit hele traject hebben we doorgelopen, dit is wat mij betreft een soort van cafetariamodel. Het cafetariamodel, namelijk we tellen op zoals we het met elkaar hier hebben besproken en u als raad geef mij aan of het B is en A is of C is of helemaal niet. Daar gaat u zelf over.

Maar u weet ook dat in het opiniërende voorstel dit al stond en daarom staat hij in dit voorstel ook. Uiteindelijk neemt u het besluit. Dus het is niet zo dat u dit in zijn volledigheid helemaal moet accorderen. Want nogmaals, het is bedoeld als opbouw, waarvan ik zeg, wij als college zeggen: de kern is B en wellicht kunt u daar met duplosteentjes, ik noem dat woord maar even, met duplosteentjes kunt u opbouwen. Zo moet u eigenlijk het voorstel lezen. Ik denk dat ik dan het meest volledig ben. Lokaal eigendom, Partij van de Arbeid nog gevraagd. Dat is ook verplicht overigens, stelt de provincie ook verplicht. Staat ook gewoon in het gevraagde besluit en wij willen daar natuurlijk invulling aan geven, omdat wij als college ook hebben gezegd: we stellen een aantal voorwaarden en een daarvan is dus die minimaal 50 procent lokaal eigendom. Daar moeten wij nog een afwegingskader bij gaan maken. Eén van de insprekers gaf dat aan, maar die had het niet helemaal correct. Wij vragen aan u het besluit te nemen om dat afwegingskader op te tuigen, om dat te maken. En als dat ja is, dan wordt daar zo snel als mogelijk mee aangevangen en hopen we dat in het najaar gereed te hebben. Dus dat is waar we, ook gelet op ambtelijke capaciteit en de mogelijkheden, toe in staat zijn. Het eerlijke verhaal. De voorzitter: Jazeker mag dat, de heer Van den Brink.

De heer Van den Brink: Ik begrijp u dus goed als u zegt: wij zullen als gemeente niet akkoord gaan met zonnevelden of windmolens of wat dan ook, als daar niet geregeld is dat de lokale gemeenschap meeprofiteren. De heer Ten Have: Wat ik al zei, dat is verplicht. Wat ik u de vorige keer ook heb voorgesteld dat is inderdaad dat voor 50 procent minimaal, dat is de grens, lokaal eigendom. En hoe dat eruitziet, dat gaan we verder uitwerken en daar kunt u als raad ook van alles van vinden. Maar dat is een belangrijke voorwaarde. Dan als laatste vraagt u nog van of ik het bod kansrijk acht. Een bekend politicus in het land heeft gezegd dat je garanties alleen op stofzuigers krijgt. Dat geldt eigenlijk hier ook voor. De voorzitter: Daar krijg je ze ook niet op hoor, maar goed. De heer Ten Have: Wij zijn natuurlijk ook niet op ons achterhoofd gevallen en ook niet in de regio. Wij hebben natuurlijk niet met elkaar gezegd: wij gaan dit vrijblijvend aan en wij leggen dat van vervolgens vrijblijvend een bod bij de provincie meer. Nee. Zo zit ik zelf in elkaar, maar mijn collega's ook niet. Dus er is natuurlijk in de wandelgangen gesondeerd, zoals dat met een mooi woord heet.

En de provincie heeft gezegd als wij bij die 0,5 in de buurt komen en heel specifiek hier als Eemnes zeggen van wij leggen echt een robuust bod en dan kunnen we het laten daar nog over hebben hoe groot het is, dan kan de provincie daar mee leven. Dat is denk ik de enige zaak die ik zo heel klip en klaar kan zeggen. Dus dat. Ik ga door naar het tweede blaadje. Ik heb u gewaarschuwd, dat was een behoorlijk aantal vragen, maar we kunnen het maar gelijk gewoon goed doen vanavond. De VVD zegt: hoe zijn de gebieden opgeteld? Althans, dat is even wat ik heb opgeschreven. We hebben het als volgt opgebouwd. Dat is eigenlijk een beetje net analoog als wat ik bij de Partij van de Arbeid ook zei. Gebied B, 25 hectare. Gebied A, 10 hectare. Dat is hoe het is opgeteld en zo moet je het ook lezen. Alleen feit is, ik zou het eigenlijk vanavond over de opwek willen hebben. Want je kan het hebben over de hoeveelheid grond, maar dan heb ik nog geen opwek. Daar horen natuurlijk dan panelen op en uiteindelijk moeten die panelen gaan opwekken. Dus ik wil het liever hebben over aan gigawattuur. Ik bedoel, die vliegen u hier om de oren, snap ik wel. Maar ik die gigawatt, dat is eigenlijk hetgeen waar we zouden mee moeten rekenen. Dus wellicht kan de heer Radstake zo nog wat over de hoeveelheid zeggen die dat oplevert. Maar 25 hectare, stel, ga daarvanuit, levert geen 25 gig op.

Het is denk ik wel goed om dat in het achterhoofd te houden. En daarmee zeg ik… Mevrouw Van der Linde: Dat was ook wel duidelijk, want zo stond het niet in de stukken. Maar het gaat om: hoe kan nu dat verschil zo groot zijn? De één is 3,5 opbrengst en de ander is 0,8 opbrengst. Ligt dat nu echt aan de ligging en het type panelen? Is er al een business case voor? Hoe komt dat? De heer Ten Have: Ik kijk even dan naar de heer Radstake. De heer Radstake: Ik heb even proberen te achterhalen waar u die 3,5 op baseert, maar ik heb het even niet kunnen vinden. Dus misschien kunt u mij daar even helpen. Mevrouw Van der Linde: Staat op pagina 3 van het voorstel. Bij A staat dat 8 hectare 6,8 opwekt. Oh wacht, zit ik... Ik heb het verkeerd om gedeeld, denk ik. De heer Radstake: Dat vermoedde ik al. Mevrouw Van der Linde: Even kijken en bij 25 hectare, 21.

De heer Radstake: Het zou omgerekend zo rond de 0,8 per hectare moeten zijn. De voorzitter: Dus concluderend: op welke locatie ook ze staan, de opbrengst per hectare is niet... De heer Radstake: Verschilt niet, nee. De voorzitter: Het verschilt niet. Duidelijk. Maar dat heb ik bij meerdere fracties die vraag gehoord, dus dan is die vraag bij deze denk ik beantwoord. Aanvullend op dit onderwerp, de heer Van den Brink? De heer Van den Brink: Ja, even ter verduidelijking. Want de wethouder zei dat als we naar die tabel kijken die in die brief voor de provincie zit, dan wordt daar onder de kolom opwek dus zon en wind genoemd. En bij zon, moet ik dat dus lezen als hectare? Nee. Dat zijn toch wel degelijk gigawatturen. Dit is even ter verwarring, want bij Eemnes staat 0,025. Bij locatie B. En dat zou dan toch, in de kolom opwek zouden dat gewoon gigawatturen moeten zijn. Nou maakt het niet zo heel veel uit, want dan kom je ongeveer op 1 gigawatt per hectate. Maar goed. Even voor de duidelijkheid. De heer Ten Have: Daar kan ik u wel in volgen. Ik vind dat ook een onduidelijke. Weet, daar zijn wat opmerkingen gemaakt. Het is vooral even hoe je die tabel moet lezen. Dus voordat die brief eruit gaat, moeten we waarschijnlijk op dat punt... De voorzitter: Ik denk dat dit te technisch is en dat dit ook niet te volgen is voor het publiek.

Dus misschien dat aanvullend, voordat het naar de raadsvergadering komt, verduidelijking kan komen op hoe we dit moeten duiden. Want anders… Ik begin het al niet te snappen. De heer Ten Have: Dat moeten we niet hebben, voorzitter, dus daar komen we nog even op terug hoe dat te lezen. Dan heeft u een vraag gesteld over de landschappelijke inpassing. Dat is een interessante vraag. We hebben als college gezegd dat welk voorstel het ook wordt, een van de randvoorwaarden is landschappelijke inpassing. Maar die kun je op twee manieren lezen, dat realiseer ik ook, dus kan ik meteen maar daar helderheid in verschaffen. Eén, landschappelijke inpassing is ook wat provincie verplicht stelt. Dus dat is niet van plemp maar neer, nee, er moet echt worden nagedacht over hoe je dat ecologisch en qua ondergrond en zo allemaal moet doen. Dus dat is één. Maar we vinden het zelf ook heel belangrijk dat het niet spiegel aan spiegel aan spiegel wordt, als ik het zo mag zeggen. Want dat kan natuurlijk ook, je kan ook die panelen tegen elkaar aan zetten. Wat je daarmee krijgt, is één, dat je de ondergrond volledig uitwoont, heb ik mij laten vertellen. Dat betekent dat als je over achttien of vijftien jaar, wanneer het zonneveld wellicht er weer af gaat of is afgeschreven, dat de ondergrond niks meer waard is.

Dus er is heel nadrukkelijk aangedragen ook dat je daar wel iets van ecologie, wel iets van leven moet toestaan. Dat is één. Twee is dat je zegt… Dat geldt ook voor je waterafvoer en dat soort zaken, dus qua water en qua berging is dat ook van belang. Tweede is dat als je er van bovenop kijkt, dus je komt bovenop het knooppunt en je kijkt dus wat hoger af vanuit de auto bijvoorbeeld in dit gebied en het is één grote vlakte, dat is wel heel impactvol. Ik wil niet zeggen dat het verder uit elkaar plaatsen van die panelen niet impactvol is, maar je kan daar wel wat mee variëren. En je kan daar toch ook in het landschap iets meer mee spelen dan dat het gewoon paneel aan paneel is. Dat is de reden waarom wij hebben gezegd om dat landschappelijk in te passen. Er zijn ook voorbeelden waarvan men zegt: het is ook beter voor de biodiversiteit, ook beter voor dat je daar landschappelijk nog wat aan hebt, als je ook je verplichtingen nog hebt om inderdaad aan die biodiversiteit wat te doen, om ook te zorgen dat je op dat punt je doelen haalt. Dus vandaar dat je wellicht twee vliegen in één klap slaat. Dat was het ene deel van het landschappelijk inpassen. Het tweede is dat je qua omzoming, dus gewoon het hele perceel eromheen, daar natuurlijk ook het een en ander wil neerzetten qua groen en qua afscherming. Dat is heel nadrukkelijk ook

meegenomen, of zou je ook mee moeten nemen in die landschappelijke inpassing. Dus dat heeft echt dan twee kanten. Zowel binnen het veld als de omzoming daaromheen. U heeft ook aangegeven de vorige keer dat u mij heeft gevraagd gesproken met alle eigenaren. Ik kan u vertellen, ik heb alle eigenaren gesproken. Dat is een intensief traject geweest en een aantal van hen zitten hier. Samen met de ambtenaren en dat hebben we heel serieus genomen. Er is ook een gespreksverslag van. Maar we hebben met elkaar gesproken. Dus ja, daar heb ik invulling aan gegeven, zowel aan de B-kant als aan de A-kant. Dat kan ik u bij deze melden. Alleen u weet dat we aan de A-kant ongeveer tien, twaalf eigenaren hebben en daar heb ik er drie van gesproken, maar dat zijn dan wel de drie die ook al eens hebben aangegeven wellicht met elkaar te willen nadenken of er wat mogelijk is. Dus dat zijn de eerste drie gerekend vanaf de Oud Eemnesserweg. En alle eigenaren aan de Bkant, kan ik ook vertellen. U geeft aan, even kijken hoor. Over de woningbouw, is dit niet belemmerend voor de woningbouw? Die vraag heb ik gehoord. Nou, niet voor wat de plannen op dit moment zijn. Zuidpolder Zuid als grote uitleg woningbouwlocatie wordt hier totaal niet door geremd of belemmerd. En dan nog hou je nog een forse strook over die daar nog tussen zit. Daar is in ieder geval de woningbouw, wordt hier niet door belemmerd.

Voor zover ik weet, zijn er geen plannen om die nog verder naar de Seldenrijkweg naar beneden door te trekken. Ook niet in provinciaal verband. Dan vraagt u nog hoe het zit met de mogelijkheid van een ontsluitingsweg. Daar heb ik vorige keer ook al duidelijkheid over gegeven. Uiteindelijk gaan wij als gemeente over het RO-aspect, ruimtelijke-ordeningsaspect en wij hebben aangegeven dat het tracé voor een mogelijke ontsluitingsweg, want dat is zo ooit genoemd, dat die te allen tijde mogelijk moet zijn. Dus die is daarin meegenomen. Daar gaat u overigens als raad ook zelf over. Maar dat is zeker een punt. Dan zegt u nog dat u, en er zijn nog anderen ook die daarnaar gevraagd hebben, benieuwd bent hoe het met de upgrade van het huidig zonneveld staat. Dat is een interessante. Wij hebben hem nadrukkelijk genoemd in het voorstel, maar ook daarvoor garantie op stofzuigers. En waarom? Dat zonneveld is niet van de gemeente. Dat is een eigenaar die daarachter zit en die eigenaar heeft natuurlijk ooit dit veld ontwikkeld met bijbehorende SDE-subsidies, met bijbehorende voorwaarden. Ga je aan die voorwaarden tornen, ga je daar in een keer wat aan doen, dan kan ik me best voorstellen dat die eigenaar daar nou niet heel vrolijk van wordt. Goed, ik ben er ook niet voor de vrolijkheid van de eigenaar.

In ieder geval vind ik dat wij met elkaar in gesprek gaan, dat zullen we ook doen en daar met elkaar over een gesprek gaan van: wat is daar mogelijk? Is er iets mogelijk, meer opwek op dezelfde grond, iets dergelijks. En als je op andere manieren naar die panelen kijkt, kunnen die panelen dan ergens anders worden hergebruikt? Een van uw vragen van uw collega. Dus dat zal daarin zitten. Mevrouw Van der Linde: We hebben nog even een aanvullende vraag. Zoals u al terecht zei, de gemeente is geen eigenaar van deze panelen. Maar in het voorstel vraagt u ons wel om in te stemmen met het te gaan bespreken. Waarom vraagt u onze instemming? Omdat u vermoedt dat de gemeente dan een financiële bijdrage wil leveren? Of waarom vraagt u onze toestemming dan? De heer Ten Have: Ik vraag uw toestemming om het in die zin mogelijk te maken dat als de eigenaar zegt: ik kan daar nog meer panelen kwijt, of ik moet het daar ruimtelijk inpassen, dat wij als gemeente dan zeggen, dan willen we daar welwillend naar kijken. Ik vind het bod zoals we dat doen, vind ik reëel als we zeggen we kijken huidig zonneveld of ik laat het er buiten, we nemen dat niet mee, of we kijken of er op diezelfde locatie toch iets meer kan. Dat weet ik niet. Dus dan heb ik liever u daarbij betrokken en dan heb ik ook liever uw akkoord daarvoor.

Maar het is inderdaad waar, wij zijn geen eigenaar van dat veld, dus op dat punt hoeft het niet. Dat is waar. We gaan stug verder. Ik geloof dat we het allemaal nog best kunnen volgen, hoop ik. Ik koppel door naar Dorpsbelang. U heeft ook een aantal vragen gesteld. Bij een aantal heb ik ook al antwoord gegeven. U spreekt u uit, voorkeur om zoveel mogelijk te clusteren. Daar proberen wij met B zoveel als mogelijk invulling aan te geven. Nogmaals, de kern is 25 hectare, dat is de kern van het bod. Maar u heeft ook gezien, ook vraag van VVD wat 25 hectare aan opwek leveren en dat is een stuk minder. En we hebben met

elkaar gezegd dat we er heel nadrukkelijk een robuust bod van willen maken en dat robuuste bod zit niet in hectares maar dat robuuste bod zit in gigawatts. Want dat is namelijk de compensatie voor twee turbines. En ik heb u horen zeggen, of ik heb het verkeerd begrepen, maar dat u zegt wij stellen voor 20 hectare. Als je 20 hectare neemt, kan ik u gelijk voorhouden en anders word ik door de heer Radstake daar wel op aangesproken. Als je 20 hectare neemt, dan kom ik niet heel veel verder dan 17,5 gigawattuur. En dat is niet robuust. Dat kan ik u wel gelijk voor voorhouden. Wij hebben gezegd, als we het nou zoveel als mogelijk clusteren. En dan kom ik toch weer ook wat de VVD mij vroeg: heeft u met die eigenaren gesproken? Nou moet ik daar dan toch ook maar gewoon eerlijk over zijn, want waarom zou ik dat niet hier doen? Die eigenaren hebben gezegd die aanpalend het stuk van die 25 hectare, de meesten hebben daar gezegd dat zij wel overwegen om zich daarbij aan te sluiten. Dat is wat ik uit de gesprekken heb gehoord. Het gaat om 5 eigenaren waarvan er 4 dat hebben aangegeven. Laat ik dat helder stellen. Dat wil niet zeggen dat dat meteen maar in het besluit moet worden meegenomen. Maar ik denk dat het wel goed is om, en daarom kom ik dan toch weer terug bij die duplobox, bij die duplostenen, om die duplostenen wel mogelijk te maken, of in ieder geval niet uit te sluiten.

Laat ik dat dan gewoon zo zeggen. Want nogmaals, als u het hebt over 20 hectare, dan kom ik echt tot 17, 17,5 gigawattuur. Dat is niet robuust in het idee zoals we met elkaar hadden bedacht. Dus dat is wat ik daarbij terug kan geven. U heeft het over de PVT-panelen gehad. Dan hebben we het over, even voor de liefhebber, dat is ook wel zonthermie genoemd. Maar ik denk dat de heer Radstake daar technisch gezien een aantal hele goede dingen over kan zeggen. Dus wellicht kan hij dat dan gelijk doen. De voorzitter: Ja, graag gelijk. Dan springen we niet van de ene naar de andere. De heer Radstake: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. PVT, eigenlijk PV-panelen dus zonnepanelen met een thermische component, dus een warmtecomponent, wekken zowel stroom als warmte op. En ik meen dat ook in het voorstel van Novar, de ontwikkelaar, dat is aangegeven. Ik denk dat het een hele goede optie zou zijn om in ieder geval te onderzoeken. Het zou denk ik een gemiste kans zijn om het niet te doen. Daar gelden echter wel een aantal randvoorwaarden bij, omdat warmte natuurlijk alleen maar te distribueren is als er ook een warmtenet is. Dat is inherent eraan en inherent aan een warmtenet is ook dat er warmteopslag wordt gecreëerd, omdat… Warmte is seizoengebonden, zal vooral in de zomer worden opgewekt, zal vooral in de winter noodzakelijk zijn.

Maar als die randvoorwaarden kunnen worden ingevuld en ook economisch goed kunnen worden ingevuld, dan zou het zonde zijn om die kans te laten liggen op dit moment. De voorzitter: Dank u voor de toelichting. Mevrouw Van der Linde: Mag ik daar even op reageren? De voorzitter: Ja, daar mag u op reageren. Mevrouw Van der Linde: Want het is toch zo dat de opwek van die panelen 25 procent extra is aan stroom? De heer Radstake: Het percentage durf ik u niet te geven, maar door het koelen van zonnepanelen vergroot inderdaad de opwek per paneel. Dat klopt. Mevrouw Van der Linde: Precies. En daarom is ons hectare, noemen wij dus in combinatie met PVT-panelen. De heer Ten Have: Ja, u kijkt naar mij. Wat ik daar niet zijnde technicus van kan zeggen, dat is: we kunnen dat bij een ontwikkelaar natuurlijk aandragen dat wij als Eemnes voorkeur hebben voor PVT, maar er zit ook een

aantal belemmeringen op. En als de ontwikkelaar zegt: we doen het niet, dan heb ik niks. Dus ik wil u dat wel voorhouden. Wat de heer Radstake ook aangeeft, is er zitten heel veel kansen aan. Wat dat betreft prachtig als we dat kunnen meenemen. Maar als ik mij daarop vastleg en uiteindelijk de ontwikkelaar die zegt: dat gaat hem niet worden, want dat warmtenet is te duur, er komt te weinig warmte doorheen dus ik moet ook nog een alternatieve bron hebben, dan hangen we en dan doen wij geen robuust bod. Dus ik neem het mee, maar berekening die deel ik niet. Mevrouw Van der Linde: Dat begrijp ik. Maar dat geldt eigenlijk ook voor het upgraden van het eerste zonneveld. Daar weten we ook niet of dat gaat lukken en dat staat ook in het bod. De heer Ten Have: Dat klopt, dat staat erin als extra. Dus ik vind dat wij echt geen knip voor de neus waard zijn als ik dat niet zou onderzoeken, dus daarom staat dat erbij, ook in antwoord op de VVD. Maar inderdaad, we weten niet of dat ook daadwerkelijk tot iets gaat leiden. Nee. Maar daar ga ik mij wel voor inspannen. En als dat wel tot iets leidt, dan kan het weer aan de andere kant van de hoeveelheid af. Zo kun je ook met elkaar zeggen, we gaan niet meer doen dan dat we noodzakelijk achten. De voorzitter: Als u verder wil gaan met de beantwoording, want u bent er bijna. De heer Ten Have: Exact.

U heeft nog iets gezegd over de gezamenlijke brief. De gezamenlijke brief zoals die erbij is gevoegd die is ook gezamenlijk, dus die is voor zeven gemeenten. Zo hebben we elkaar diep in de ogen aangekeken en daar zijn harde woorden gesproken, maar we hebben gezegd: we gaan voor deze zeven. Mede ook omdat de provincie alleen met de RES praat. Dus ik kan zeggen: we doen het niet en ik deel als Eemnes zelf ons bod met de provincie. Maar daar moet ik er wel bij zeggen dat we dan wel heel erg zwak staan. Zwak in de zin van: ik heb dan ook nergens om op terug te vallen en ik kan dan ook nergens met de regio verder een deal maken. Dus daarom de voorkeur en ook het klemmende verzoek. Maar ik heb geen reden om daaraan te twijfelen dat de andere zes gemeenten zeggen we doen het niet, dus zo is het. En dat is de laatste stand van wat was het? - afgelopen vrijdag nog. Dus daar ga ik vanuit. Nog een vraag of de ambtelijke kosten gedekt zijn. Ook nog een hele goede. We hebben natuurlijk ons huiswerk goed gedaan. Er zitten daar een aantal toppers en die hebben de afgelopen maanden keihard gewerkt. Ze zitten er ook vanavond weer, dus dank. Maar feit is wel dat wij hebben gezegd: als wij ons huiswerk goed willen doen, dan kan ik niet zeggen, dat doen we op een achternamiddag lou loene. Nee, ik doe het op de juiste en de beste manier.

De voorzitter: Maar de vraag is: omdat de provincie die oplegt, betaald dan de provincie ook de kosten? Dat was de vraag. De heer Ten Have: En toen heb ik vervolgens aan twee dingen gezegd. Eén, provincie kan ik aan de voorkant een rekening bij indienen. Goed, we weten natuurlijk nog niet waar het toe leidt. maar zij hebben aangegeven in de kosten mee te willen doen en daar zeker voor na de zomer met elkaar over te willen praten. Dat de provincie daar een fonds voor heeft en gemeente in de ondersteuning daarvoor wil compenseren. Kortom, ik denk dat we daar wel uitkomen. U kan veel van de provincie zeggen, maar de provincie doet toch ook wel vaak zaken waar je in de ondersteuning wat aan hebt. En ik denk dat dat op dit punt ook zeker het geval is. Dus ja, die kosten die zullen we daar zeker in meenemen. En dan vraagt u nog participatie. Dat is wat een heleboel mensen hier op de tribune natuurlijk ook willen weten. Ja, vanzelfsprekend. Dit is nou zo'n onderwerp die we participatief helemaal willen uitlopen. Eén de ontwikkelaar is daartoe verplicht, dus die moet natuurlijk daar zijn trajecten draaien, maar ook wij als gemeente. We hebben daar recent over gesproken dat we, ook als dit een besluit is, dat we daar na de zomer gelijk mee starten. En dat starten, daar zit dus alles in.

Ook hoe het eruit moet zien, ook over hoe het omzoomd wordt, ook hoe de achterkant van de Wakkerendijk er al dan niet

uit komt te zien. Kortom, allemaal zaken die we hier nu niet op de techniek moeten gaan doen, maar die allemaal in dat participatietraject zitten. Dus dat kan ik u bij dezen meegeven en ook naar de mensen op de tribune. Kom ik als laatste bij het CDA over landschappelijke inpassing. Daar heb ik al iets over gezegd. U spreekt over de uitstulpingen in de tekening. Dat klopt. Die heb ik ook gezien. Dat is niet meer dan een schets van Novar geweest. Dus die hebben met een kleurtje geprobeerd dat te omcirkelen, maar heeft op dat punt verder geen waarde. Het is meer even van het omcirkelen van een gebied. Maar ik denk ook dat we… Uw raad gaat uiteindelijk over de ruimtelijke inpassing. Dat gaat daar u zelf over. Maar dat plaatje waar u op doelt, ik weet heel goed wat u bedoelt, dat is puur even voor het overzicht. Maar daar moet u verder op dat punt geen waarde aan hechten. De voorzitter: De heer Van Schaik, aanvullend. De heer Van Schaik: Ik denk u te begrijpen, maar u schetst een locatie B en ik zie daar een tekening met een geel kader omheen met een aantal uitstulpingen en ik zie daar een getal bij genoemd van hectares en mogelijke opwek. 25 versus 23, zeg ik even uit het hoofd. Dan lijkt het mij dat die tekening toch, die uitstulpingen die daarin staan, nodig zijn om dat getal te behalen of die getallen te behalen qua hectare dan aan opwek.

Of lees ik dat of interpreteer ik dat verkeerd? De heer Ten Have: Zonder daar nou heel veel op de details in te gaan die ik bij mij weten vanavond niet moet doen. Ze hebben dat gebied proberen te omcirkelen voor hun eigen duidelijkheid en verder niet. Dat plaatje wat u bedoelt, is een schets van de ontwikkelaar in een soort eerste fase. Dus ik hecht daar op die manier geen waarde aan. Ik ken het gebied inmiddels behoorlijk, kan ik u verzekeren en daar zijn misschien nog wel andere mogelijkheden, maar op die manier moet u er zo naar kijken dat het een eerste schets van de ontwikkelaar is. Dus volgens mij moeten we daar niet te lang bij stilstaan, zou ik willen meegeven. De voorzitter: Maar ik zie toch kort aanvullend. De heer Van Schaik: U geeft aan het is een schets van de ontwikkelaar, het is een indicatie. Maar wij moeten straks een besluit nemen en dat is meer dan een indicatie. Dus ik zou graag wel een duidelijke schets willen zien van waar we het over hebben, met een kader wat weergeeft hoeveel hectare het is en hoeveel opwek er nodig is dan. De heer Ten Have: Op 8 juli geeft u mij de ruimte of neemt u een besluit, misschien moet ik het gewoon zo zeggen, voor de hoeveelheid hectares slash de hoeveelheid opwek. Dat is volgens mij wat anders dan dat u het besluit neemt voor een puntje ergens aan een gebied ten zuiden of ergens nog een hoekje aan het noordelijk deel.

Dat is echt in het vervolgtraject ruimtelijk inpassend, ruimtelijke ontwikkelingen en daar gaat u uiteindelijk over als raad. De heer Van Schaik: Dus u geeft aan dat u dan nog terugkomt om wellicht een hoekje ergens af te snijden of bij te plakken. De voorzitter: Met zonneweides in de raad het bevoegd gezag over de locatie. De heer Van Schaik: Dan neem ik genoegen met het antwoord op dit moment. De voorzitter: Al maakt u er één hectare van. Moet u wel een meerderheid zien te krijgen. Gaat u verder.

De heer Ten Have: U heeft nog iets gevraagd over het bedrijfsgebouw. Bij mijn kennis blijft dat bedrijfsgebouw overeind, zijn daar geen plannen om dat daar weg te halen, dus tot daar strookt mijn kennis. U zegt: bieden we nou alles aan? Nou daar heb ik ook iets over gezegd over dat u natuurlijk kijkt welke onderdelen u daarvan in het besluit wil nemen als een soort cafetariamodel. Dus dat zit daar ook in. Over de ACU-brief daar heb ik iets over gezegd. Is dit bod robuust? Nou ja, dat robuuste bod. Uiteindelijk hebben wij in het hele traject van de afgelopen maanden gezegd: als ik kijk naar de opwek en de opwek die gaat echt richting de 40 gigawattuur. Dat staat ook zo in het besluit. Maar dan ga je echt van hele grote molens uit. Ook als u daar een trede voor doet en u wil daar iets mee, dan zeg ik: laten we nou ons huiswerk zo goed doen hier, dat we indachtig de motie van onder andere VVD, CDA en nog een partij dacht ik, in de provincie hebben gedaan. Wie goed doet, goed ontmoet. Daar staat bij: als u uw huiswerk goed doet, komt u onderop de stapel als het gaat om een inpassingsbesluit. Daar moeten we geen risico mee nemen. En het is helemaal niet zo dat we zeggen u legt nu gelijk voor deze hoeveelheden neer, maar ik stel voor een basis en daarbovenop de duplostenen. En die geeft u mij mee, hoop ik op 8 juli.

Krijgen we garantie van de provincie? Daar heb ik u al iets over gezegd. Wonen eigenlijk ook. En dan heeft u nog iets gevraagd: hoe staat het met de tweede aansluiting? Die leg ik even bij de heer Radstake neer. Dus wat is de status, hoe kunnen we die gebruiken? Is voor de heer Radstake. De heer Radstake: Dank u wel. Dat was eigenlijk een vraag die ik eerlijk gezegd niet verwacht had in het kader van deze discussie. Die aansluiting ligt er op dit moment. Die is vijf megavoltampère groot. Dat betekent dat die op zich niet geschikt is voor een uitbreiding van een zonneveld, zoals die hier besproken worden. Daar is hij te klein voor. Er zijn wel contacten geweest met de huidige eigenaar over de mogelijke ontwikkeling van een batterij. Dat heeft even stilgelegen vanwege het feit dat de kosten voor een batterij in Nederland en met name de transportkosten van de energie van en naar een batterij vrij hoog zijn. Ik heb onlangs weer contact gehad met de ontwikkelaar en die staat nog steeds open om daar eventueel wat te ontwikkelen en gebruik te maken van die tweede aansluiting. Verdere plannen zijn er op dit moment niet. De heer Van Schaik: U geeft ‘wat ontwikkelen’ aan in één zin met batterij. Moet ik dat combineren, batterij, of is ‘wat ontwikkelen’ toch nog breder te interpreteren? De heer Radstake: Nee, dat gaat om de batterij dan.

De voorzitter: Dan denk ik dat de wethouder… De heer Defferding: Voorzitter, sorry, zou ik nog een aanvullende vraag daarop mogen stellen? Want het staat mij bij dat die tweede aansluiting ook nodig was om dat eventuele bestaande zonneveld uit te kunnen breiden met extra capaciteit. Volgens mij is daar ook eerder over gesproken. Als daar sprake van is. De heer Radstake: Daar zou de aansluiting gedeeltelijk voor gebruikt kunnen worden afhankelijk van het feit of de eigenaar bereid is om die upgrade te maken. Dat zal alleen niet de volledige vijf MVA zijn. De voorzitter: Goed. Was dit dan de laatste vraag voor de eerste termijn? Ik denk dat de wethouder, ik heb even meegeteld, alle vragen in ieder geval heeft beantwoord, maar we gaan toch een tweede rondje doen. Ik weet dat het een groot onderwerp is, maar ik wil u toch verzoeken om het kern en kort te houden. Dus ik ga waar ik de eerste termijn ook was begonnen bij D66, de heer Defferding. De heer Defferding: Dank u wel. Ik heb eerlijk gezegd geen aanvullende vraag. Het was een zeer (…) verhaal. Dank u wel.

De voorzitter: Ik denk dat dat niet helemaal het geval is bij de PvdA. Dus gaat uw gang. De heer Van den Brink: Ik heb gewoon een heel klein vraagje. Aanvullend vraagje. De wethouder had gesprekken gehad met de grondeigenaren bij locatie B en de bereidheid of mensen daar iets van plan zijn. Geldt dat ook voor locatie A, de grondeigenaren daar? De voorzitter: Daar heeft hij op geantwoord dat hij met een aantal heeft gesproken. Maar goed, doe maar meteen beantwoorden. Want u bent in de eerste termijn hier al op ingegaan. De heer Ten Have: Klopt. Heb ik ook iets over gezegd. Telt op tot acht hectare en die drie eigenaren heb ik gesproken en die overwegen ook, als hun dat gevraagd wordt, om daar in te stemmen, om daarin mee te doen. Ja, klopt. De voorzitter: VVD, mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde: Wij houden het dan maar bij een mededeling dat wij met een amendement zullen komen. We zullen met de overige partijen ook contact opnemen om dit te bespreken, om te kijken welke kroketten we uit de automaat van de heer Ten Have kunnen halen. Hoe het huidige voorstel is, is het vrij breed. Dus ik denk wat ons betreft dat we daar misschien iets meer kaders in kunnen meegeven. Dank u wel. De voorzitter: Goed, dank voor de aankondiging. Dorpsbelang, mevrouw Riemens. Mevrouw Riemens: U zei op een gegeven moment en dat triggerde mij: iedereen doet voor een zevende mee.

Hoe moet ik dat rijmen met Baarn en Bunschoten? En als ik in de brief kijk, dan staat er bij Baarn ook helemaal geen windmolen meer, maar alleen zon. Hoe zit dat? De voorzitter: Ik heb wel die windmolen zien staan. Mevrouw Riemens: O, die staat erboven. Sorry. Dan wilde ik nog even aangeven dat in het stuk van Novar, en Eemnes Energie stond daar ook in, daar staat dat PVT-panelen 25 procent extra leveren. En dat geldt dan ook voor als dat zonneveld wat we hebben, geüpgraded zou kunnen worden, waarvoor dus een deel van die tweede aansluiting, omdat die daar ligt, prima gebruikt kan worden. Dan ga je richting de 30 gigawatt. Dus dan is het ineens niet meer 17,5. Dat wilde ik graag nog even zeggen. En de VVD kondigde aan met amendementen te komen. Daar heb ik dan even een praktische vraag over, want wij zullen met moties komen, omdat wij begrepen hebben dat je hier geen amendement op kan indienen. De voorzitter: Moet u maar op een ander moment. We gaan het nu niet over amendementen en mogelijke moties hebben dus dat moet u maar op een ander moment doen. Mevrouw Riemens: Nee. Maar mijn vraag is aan de wethouder. De voorzitter: O, een technische vraag of amendementen… Mevrouw Riemens: Mijn vraag is aan de wethouder: kan je hier een amendement indienen? Ik heb begrepen dat je hier alleen moties op kan indienen. Dat is de vraag.

De voorzitter: Formeel kan je op elk raadsvoorstel een amendement indienen. Wethouder, gaat uw gang.

De heer Ten Have: Ik wil daar best iets over zeggen, want dat snap ik en u heeft daar ook gelijk in. Voor mij, voor het college is van het grootste belang dat wij het substantiële bod doen zoals ik de afgelopen 6 maanden in de regio heb onderhandeld. En dat zit hem dus in, wat ook in de brief staat, dat is die 25, dus onder zon Eemnes 1 en de verkenning aan de overkant op locatie A. Dat is waar wij als Eemnes nu voor aan de lat staan. En daarvan heb ik gezegd: dat is het robuuste bod wat ook in de regio zo gevoeld wordt. Zo hebben we allemaal wat en wij staan voor deze hoeveelheden erin. Dus als het gaat om een amendement, dat staat u vrij, maar ik wil er dan wel bij aangeven: als het bod, zoals we in de regio hebben gedaan, maar overeind blijft. Dus het betekent dat ik wel graag zou zien dat wij een robuust bod kunnen blijven doen. En als u een bod over welk ander voorstel er ook maar in staat, doet, dan kunt u daar een amendement op doen. Dat kan, maar dan geef ik er dus wel bij aan dat wij dat robuuste bod moeten blijven doen. Dat is wat ik daarmee bedoeld heb. Als het gaat om de moties, daarvan heb ik aangegeven: u heeft vast allemaal, ik heb ze vanavond ook gehoord, uw wensen, uw dwingendheid om mij iets mee te geven en dat is ook uw goed recht. Graag zelfs. Daar zou ik dan vragen om dat in een motie of in een aantal moties te doen, zo u wilt.

Dat is dus echt voor ons als voorwaarde mee te nemen in gesprekken in de regio of met een ontwikkelaar of waar dan ook. Zo moet u het zien en horen. De voorzitter: Mevrouw Van der Linde hierop. Mevrouw Van der Linde: Ik wilde toch nog even ingaan op uw opmerking over we moeten een bod doen wat groot genoeg is. Dat begrijp ik. Maar hoe het nu voorligt, weten we niet hoe groot het bod is. Dus ik ben bang dat u toch eerst aan zet bent om met iedereen te gaan praten om het te kunnen concretiseren. Wij kunnen u alleen maar kaders meegeven waarbinnen we graag willen dat u werkt. De voorzitter: Ik persoonlijk vind dat er wel duidelijkheid moet zijn. Want u zegt we kunnen uit allemaal dingetjes snoepen, maar u heeft nu de hele snoepwinkel, biedt u aan. Terwijl als je er drie uit pakt, heb je misschien het robuuste bod bij elkaar. Ik denk dat dat even de vraag is. Dus hoe moeten we dat interpreteren? De heer Ten Have: Dat snap ik. Dit is nogmaals de resultante van de gesprekken die we de afgelopen maanden ook met elkaar hier hebben gevoerd. Wat wij als college steeds hebben gezegd, dat wij de voorkeur hebben voor locatie B. Dus locatie B, dat is de ruggengraat. Dat is die 25 hectare. Uiteindelijk blijkt, dat kan ik u ook bij aangeven, dat in de gesprekken die ik met alle eigenaren heb gevoerd, dat daar overwegingen zijn om daarbij aan te haken.

Dan zeg ik van: als dan de wens ook van de raad is om zoveel als mogelijk te clusteren op 1 gebied, dan zou ik zeggen, dat is iets om daarin mee te nemen. En dan tel ik al gauw op van die 25 en dan kan ik er zo'n 6, 7 hectare kan ik er wel bij optellen, denk ik. Als je het zo op die manier. Maar u gaat daarover. Dat is één. Op het moment dat u zegt, dat wil ik niet toestaan, dan zou ik zeggen: kijk dan ook nog wat het college heeft meegegeven aan de overzijde, dus op locatie A. Want dan tel ik ook nog op tot die 8 hectare. Wij hebben nooit gezegd van nou het moet een X… Ik heb me niet vastgelegd op de hoeveelheden hectares. Maar als we met elkaar… En ik snap wel wat de voorzitter hier nog geeft en die zegt van, u moet duidelijkheid hebben. Als het eerlijke verhaal is zoals ik u dat altijd heb voorgehouden, dan zeg ik: dan moet het richting de 43 megawatt gaan, maar dan hebben het over de grootste molens. Als het een slag daaronder is, dan kunt u ongeveer uitgaan dat we in de loop van de 30 gigawatt komen. Ik denk dat u dat ook wel duidelijk verstaan heeft, dat we het wel ongeveer, als het gaat over robuust bod, dat we daarop zouden moeten uitkomen. Ik wil dat ook maar gewoon helder met u delen. Ik had het over gigawatt. Dat klopt. De voorzitter: Dan megamolens en gigawatt wat het oplevert.

Maar ik ga verder met… Dorpsbelang was klaar voor uw termijn? Dan als laatste nog het CDA, de heer Van Schaik.

De heer Van Schaik: Dank u voorzitter. We spreken nu met 1 of een aantal eigenaren rondom locatie B, heb ik u horen zeggen. Zou dit kunnen leiden tot precedentwerking voor grondeigenaren naast locatie B, zodat straks het hele gebied vol ligt? Is even een algemene vraag. Zijn de 4 eigenaren die u net noemde rondom lokatie B al in getallen en duiding van de locatie meegenomen? Is een daarop volgende vraag. En als dat zo is… En dan bedoel ik op de hectares dan wel de mogelijke opwek op die gebieden van die 4 extra eigenaren waar u mee gesproken heeft die wel interesse zouden kunnen hebben. De landen van Stal Staal die nu gepacht worden en nu gebruikt worden voor winning van ruwvoer. Voor de duidelijkheid, zijn die betrokken in dit voorstel? En betekent dat dan inzake uw eerdere beantwoording dat deze eigenlijk niet meegenomen kunnen worden omdat die niet in aanmerking kunnen komen vanwege de ladder van zon op land? Dus het is een gecombineerde vraag. Zijn ze meegenomen? En als ze zijn meegenomen, is het dan wel terecht? Omdat die niet in een ladder van zon op land, vanwege de winning van ruwvoer op deze landen meegenomen zal mogen worden. U zoekt in het hele voorstel een vervanging opwek gelijk aan twee windmolens en ik hoor u net zeggen in de beantwoording van de vraag van Dorpsbelang: het gaat om een ruw bod.

Of een combinatie van VVD en Dorpsbelang met betrekking tot bouwstenen. In bouwstenen denkende en in totaal van RES 1.0 denkende, zou zon op dak ook natuurlijk een goede opwek kunnen zijn, wat niet ten koste van land gaat. Waarom heeft u daarvoor niet gekozen? Wil ik u toch nog even de vraag stellen in dezen. Omdat dat ook mee zou kunnen tellen in een robuust bod naar mogelijkheden. Op termijn, niet morgen. Want Stedin moet ook nog wat doen natuurlijk. U gaf aan dat er sprake was van een cafetariamodel, waarbij wij kunnen aangeven wat uit het besluit gehaald dient te worden. In de brief van de provincie staat echter wel dat we 0,035 gigawattuur zouden moeten aanbieden. En dat betekent zo'n 41 hectare aan zon. Dat betekent dan ook nog steeds dat we meer dan 8 en 5 hectare die nu opgeschreven staat voor locatie A en B nodig hebben. Sorry, 8 en 25. Is dat correct? En hebben we dan wel iets te kiezen in dat cafetariamodel? En waar kunnen we dan uit kiezen? Want we hebben schijnbaar toch wel heel veel nodig.

Zijn al die bouwsteentjes dan ook goed in kaart gebracht? Want die 4 eigenaren waar u net mee kwam, rondom locatie B, weet ik daarvan hoeveel de opwek is in uw voorstel zoals het nu voorligt, lezende in de stukken die we hebben gekregen? Of moet ik dat als optellinkje nog zien? Ik snap dat u dit niet allemaal kan beantwoorden, misschien, technisch vanavond, maar mijn vraag is eigenlijk: welke bouwstenen hebben we tot onze beschikking om straks tot een robuust geheel te kunnen komen, welke minstens voldoet aan die 30 plus die u net noemde? En ik verwacht nog een onbeantwoorde vraag te hebben tenminste ten opzichte van locatie C. Is deze nou wel of niet opgenomen in de brief onder OER? Misschien heb ik iets gemist in uw beantwoording, maar misschien heb ik ook niet goed geluisterd. De voorzitter: volgens mij is de beantwoording geweest dat geheel locatie C niet als OER wordt meegenomen maar dat de gronden voor de vangrail… De heer Van Schaik: Die heb ik gehoord. De voorzitter: Dat is eigendom van Rijkwaterstaat wel. En mochten ze dan twee, drie meters nodig hebben en je komt dan die twee, drie meters in locatie A, daarvan kan je dan ja of nee zeggen. Dat is het antwoord in mijn taal. De heer Van Schaik: Ik heb hem helder, dank u. Dat was waar ik naar zocht. De voorzitter: Dan is die vast beantwoord.

Dan gaan we… Kijk ik naar de wethouder of die dan de laatste vragen van het CDA nog kan beantwoorden.

De heer Ten Have: Dank ook voor uw laatste toevoeging, want dat klopt inderdaad. Zo heb ik dat bedoeld met betrekking tot OER. We hebben de gesprekken gevoerd omdat ik helder en transparant wil zijn en ook naar de omgeving toe. Zowel naar de eigenaren die daar gronden hebben en daar met elkaar over gesproken. En uiteindelijk, ik ga er niet over of zij wel of niet daaraan meedoen. Dat heb ik ook bij iedereen zo gemeld. Overigens is het nog wel even goed te vermelden, ik denk dat ik daar daarstraks een beantwoording heb. Ontwikkelaars kopen geen gronden. Dus het is niet zo dat gronden worden verkocht. De ideeën daarbij zijn doorgaans dat de gronden worden gepacht. Bij mijn weten zitten ontwikkelaars niet te wachten op grond die ze na 15 jaar dan weer kwijt moeten of iets dergelijks. Dus dat heb ik ook in die gesprekken genoemd, het gaat over het verpachten van grond. Heb ik dat ook nog even gezegd. In die gesprekken is mij aangegeven dat er in ieder geval 4 eigenaren aanpalend aan de 25 hectare, noem ik het maar even, dat die daar wel mee zouden willen. In ieder geval zich daarvan op de hoogte willen stellen, in ieder geval zich daarover willen informeren. Dus ik heb niemand ergens waar dan ook toe gedwongen of waar dan ook. Ik heb vooral gezegd: dit is er mogelijk, gaat u vooral in gesprek en als het u aanstaat, moet daar vooral in meegaan.

En als nee een antwoord is, is dat ook duidelijk. Zo simpel is het. Dus dat is hoe ik te werk ben gegaan. Het is natuurlijk wel, maar goed, dat hou ik wel in mijn achterhoofd, dat daar in ieder geval een mogelijkheid is. En dan hou ik ook in mijn achterhoofd dat u met elkaar hier mij heeft meegegeven: zoveel als mogelijk clusteren, zoveel als mogelijk centreren. Dus in één hoek of in één gebied. Daar sluit dit op aan. Dus als dat zo is, dan is dat wel een overweging waard. En daarom zeg ik: dan moet u dat zien als duplostenen. Zit niet in dit bod meegenomen, want dat bod zoals we dat daar hadden gedaan, die gesprekken zijn er pas na toegevoegd. Dus het zou een soort dynamiek teweeg kunnen brengen, dat u zegt: als u het voor één gebied niet ziet zitten, maar we zien wellicht op een ander gebied dat daar met een aantal duplostenen ook het een en ander kan worden ontwikkeld, dan helpt dat wel. Dus ik denk dat dat goed is om te vermelden. U gaf zelf aan: hoe past dat dan in de zonneladder? Nou ik gaf u aan: gebied B, dat is duidelijk en de aanpalende gronden, daar moet even heel goed naar worden gekeken over hoe dat dan zit in die zonneladder. Ik kan u alleen wel vertellen dat de zonnebrief die dan moet worden omgezet naar provinciaal beleid, is nog geen beleid. De provincie heeft aangegeven daar dit jaar ook geen werk van te maken, maar dat pas in de loop van ‘25 te doen.

De provincie heeft ook gevraagd om op 8 juli concrete voorstellen te doen die realiseerbaar zijn. Die al dan niet goed bij elkaar geclusterd kunnen worden en waarvan een ontwikkelaar zegt: daar ga ik mee aan de slag. Dat is wat de provincie mij heeft gevraagd, ons heeft gevraagd. Dan denk ik dat dit daar een reële kans op maakt en zoveel als mogelijk daaraan tegemoetkomt. Dus dat is denk ik goed om hier wel te vermelden. Ik denk dat ik dan ook eigenlijk wel die vragen daar heb beantwoord. U had nog iets over zon op dak. Daar ben ik al vrij duidelijk over geweest. Ik zou daar alles willen, maar ik kan niks. Zo simpel is het. Wat we daar op termijn wel van kunnen doen, is alleen maar mooi. Doet de provincie ook aan mee, gaf ik u aan. Maar kan ik nooit realiseren binnen de termijn die de provincie mij stelt en kan ik zeker niet als concreet bod op 8 juli aan u voorleggen, dan wel op 10 juli sturen naar de provincie. Tot zover. De voorzitter: Goed, dan kijk ik de commissie rond of echt iemand nog een laatste prangende opmerking of vraag heeft. Mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde: Een hele simpele. Dat onderzoek wat laatst aan ons gepresenteerd is, kan dat aan de stukken van de raad worden toegevoegd? De voorzitter: Ik zal zorgdragen dat griffier dat toevoegt.

Ik zal zorgdragen dat al die andere stukken… Want er mist een hoop van voorgaande, dat die allemaal als één batterij worden toegevoegd. Batterij is misschien een beetje het verkeerde… Die kant niet, die kant. Goed, dan zoals bij het begin aangegeven hebben de insprekers - hoeft niet, mag wel - per inspreker nog een minuut om nog iets mee te geven of een statement te maken.

Dat mag, maar ik begin bij de heer Lankreijer. Nee. De heer Koolmees, nee. Mevrouw Staal, nee. En dan, ik zie u niet meer zitten. Mijnheer Bleekemolen, aan u de eer, zeg maar. De heer Bleekemolen: Ik had zelfs nog twee vragen. Vraag aan de wethouder. Als ik het goed begrijp, wordt dus wel degelijk door Rijkswaterstaat gekeken naar het opnemen van zonnepanelen in de berm van de snelweg c.q. het aanleggen van de geluidsscherm om de benodigde aantal gigawatt te genereren. Daarnaast zou je kunnen kijken naar de mogelijkheid om die verder uit te breiden in de richting van het oosten. Dus dan zou je bij je buurman Bunschoten-Spakenburg ook kunnen aankloppen of zij daar ook voor te porren zijn. Dat zou in ieder geval betekenen dat de belasting op het landschap een stuk minder zou worden. In ieder geval naar beneden zou kunnen worden kunnen teruggeschroefd. Dat was dan mijn eerste vraag. De voorzitter: Dan denk ik dat het verstandig is dat de wethouder die meteen kort kan beantwoorden. De heer Ten Have: Dat wil ik zeker doen. Dan kijk ik toch ook nog even naar de heer Radstake, want die is daar ook van heel dichtbij betrokken. Ik snap uw vraag en daarom hebben we ook gezegd: als daar langs de A1 mogelijkheden zijn, dan willen we in ieder geval kijken of dat zou kunnen. Uiteindelijk gaat de raad erover, maar op die manier praten we mee.

Tot op heden heeft dat, en dat is niet alleen voor ons, dat geldt ook voor Baarn, geldt eigenlijk voor het hele tracé A1, eigenlijk niets opgeleverd. En ik denk dat het altijd een beetje wishful thinking is als je het hebt over geluidsschermen, wat u noemt. Dat klinkt heel leuk, maar daar is nog geen flinter van gerealiseerd. Daarnaast geldt dat het dan én goed op de zon moet liggen en het moet aansluitbaar zijn en het moet ook nog van een voldoende omvang zijn. Er is geen ontwikkelaar die zegt: ik doe 100 meter daar, ik doe nog eens 400 meter daar. Dat moet een aaneensluitend geheel zijn, anders heb je geen business case. Dus ik vind het een heel mooi punt om mee te nemen en daar ook op in te brengen. Het heeft alleen niet de omvang, de snelheid zoals ik hem nu weet om op 8 juli aanstaande een substantieel en robuust bod aan de provincie te doen. Dus ik had u dat anders willen voorleggen, maar ik heb het niet en mijn collega's hebben dat ook niet. De heer Bleekemolen: Nou, u noemt het zelf dat Rijkswaterstaat die mogelijkheid biedt, dus ik zou dat met beide handen aangrijpen. De heer Ten Have: Dat zou ik vanzelfsprekend willen, alleen Rijkswaterstaat zit daar nog in de analysefase. Als zij dat al wel hadden gedaan, hadden ze dat allang hier ingebracht. Maar misschien kan de heer Radstake nog iets over OER zelf zeggen. Dat scheelt wellicht nog aan techniek.

De voorzitter: Ik vind het toch fijn als daar opheldering over komt, dan is het ook duidelijk. Of opheldering, als u dat gewoon kunt toelichten. De heer Radstake: Dank u wel, mijnheer voorzitter. Het OER A1/A27-traject gaat het dan over. Het klopt dat Rijkswaterstaat op dit moment bezig is met de voorverkenning. En dat betekent ook dat het voorlopig nog niet tot realisatie zal kunnen komen. Wat de wethouder ook aangeeft zeker niet op de termijn waar wij het bod voor de provincie moeten aandienen. Op dit moment lijkt het zo te zijn dat de OER-percelen zoals die nu verkend zijn, dus het percelen langs de snelwegen, bestaan uit een lappendeken van vele kleine stukjes en dat maakt ontwikkeling lastig. Er komt ook een voorstel om alvast vroeg een marktverkenning te doen om te voorkomen dat we hier heel veel tijd energie gaan steken vanuit de OER om er achteraf achter te komen dat het wellicht niet ontwikkelbaar is. Maar het kan op dit moment dus niet inderdaad in een bod worden meegenomen omdat het verre van concreet is.

De voorzitter: Dank voor de toelichting. En dan de heer Bleekemolen, had u nog een tweede vraag? De heer Bleekemolen: Nog een tweede vraag die mij ook net door een medebewoner van de Wakkerendijk werd ingefluisterd. Het draait natuurlijk ook om centjes. Dat is eigenlijk de vraag die zich voordoet of de waardedaling van onze woningen die zich gaat voordoen in de toekomst straks verdisconteerd wordt in de aanslag van de ozb. Dat is een goede, hè? De voorzitter: Dan verandert het percentage. De heer Bleekemolen: Gaan we gecompenseerd worden? De voorzitter: Nee, het percentage verandert. De gemeenteraad stelt alleen een absoluut bedrag vast en dan wordt het in percentages verdeeld. Maar ik kijk even naar de wethouder. De heer Ten Have: Bij een vorig debat is natuurlijk iets gezegd over planschade. Ergens in die lijn. Ik neem aan dat u daar zo op doelt. U geeft daar nu ozb bij, maar in planschade, en dat zit logischerwijs ook wat een ontwikkelaar met een duur woord dan die business case maakt, zit dat daarin verdisconteerd. Dus het is een normaal traject wat daar ook bij betrokken is, dat planschade ook door ontwikkelaars wordt ingecalculeerd en met een omgeving verder wordt besproken en waar u als individu op aanspraak maakt. Ik kijk daar ook even voor naar de heer Radstake, want die weet wellicht hoe dat technisch zit. Toch? De heer Bleekemolen: Toch.

En wellicht heeft dus de afstand van het zonnepark tot aan de achtergrens van de Wakkerendijk daar invloed ook op. De heer Radstake: Ik ben geen expert planschade. Ik weet wel dat het vaak door een onafhankelijke partij wordt vastgesteld en daar zal dus de gemeente ook niet direct een rol in hebben. Ik kan me wel voorstellen dat de gemeente vanuit het lokale eigendom, dat gebeurt ook regelmatig, een pot creëert, laat creëren, waar voor de omgeving uit geput kan worden om zaken als schade weg te nemen. Maar dat is allemaal nog ter bespreking met een ontwikkelaar. De heer Bleekemolen: Prima. De voorzitter: Dan dank ik de heer Bleekemolen voor de laatste aanvullende vragen en dan hebben we dit onderwerp uitvoerig behandeld. En ik denk, als ik kijk, dat u niet meer de rest van de vergadering wilt volgen en dat u lekker naar huis wil gaan, dus ik denk dat ik maar even de vergadering schors. [Schorsing] 05.01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14326948/2