Bijlage 1b BOPA deelplan 4 1 onderbouwing motivatie
Tekst van het document
Figuur 2.1 Ligging van het plangebied (globaal begrensd)
8/20
Kenmerk
R002-1293656LEM-V01-ssc-NL
Figuur 2.2 Impressie van het plangebied
2.2
Beoogde ontwikkeling
Het plangebied maakt onderdeel uit van een bredere ontwikkeling van de Zuidpolder in Eemnes. Op het plangebied worden grondgebonden woningen gerealiseerd in dezelfde stijl als de nabijgelegen wijken.
2.3
Uitgangspunten werkzaamheden en toetsing
De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd bij het onderzoek naar effecten op beschermde soorten:
Er worden geen bomen en struiken gekapt Er worden geen gebouwen gesloopt of gerenoveerd
9/20
Kenmerk
R002-1293656LEM-V01-ssc-NL
Er wordt geen oppervlaktewater vergraven of gedempt met uitzondering van eventuele kleine poeltjes die door langdurige regenval zijn ontstaan
3 Soortenbescherming Dit hoofdstuk beschrijft of het voorgenomen plan of project negatieve effecten heeft op beschermde flora en fauna en of vervolgstappen nodig zijn.
3.1
Beschermingsregime en bepalingen
De Omgevingswet beschermt in het wild levende dier- en plantensoorten. Het gaat onder meer om soorten die in Nederland, maar soms ook in Europa in hun voortbestaan worden bedreigd. Er worden 3 beschermingsregimes onderscheiden: Vogels: Het gaat hier om alle inheemse vogels in hun natuurlijke verspreidingsgebied.
Wettelijk kader: artikel 11.37 Bal. Ze zijn Europees beschermd via de Vogelrichtlijn (1979) Dieren en planten: Het gaat hier om inheemse dieren en planten, die Europees beschermd zijn door de Habitatrichtlijn (1992) en/of de verdragen van Bern en Bonn (1979). Wettelijk
kader: artikel 11.46 Bal Nationaal beschermde soorten: Het gaat hier om soorten die niet onder de reikwijdte van de Vogel- of Habitatrichtlijn of de verdragen van Bern en Bonn vallen. Wettelijk kader: artikel 11.54 Bal. Deze soorten zijn wel nationaal beschermd
Per beschermingsregime geldt een verbodsbepaling. Tabel 3.1 geeft een samenvatting van de verbodspalingen. Ze voorzien in de bescherming van verblijfplaatsen en de bescherming tegen verstorende invloeden. Gedeputeerde Staten van provincie Utrecht kan een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verlenen waarmee het bevoegd gezag ondanks die verbodsbepalingen tóch toestemming geeft voor een bepaald project. Dit kan alleen wanneer er sprake is van een geldend wettelijk belang, er geen reële alternatieven zijn en er geen effect is op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Wettelijk kader bij de verlening van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit is het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), en dan in het bijzonder de artikelen 8.74j, 8.74k en 8.74l voor respectievelijk vogels, andere Europeesrechtelijk beschermde soorten en nationaal beschermde soorten.
3.2
Vrijstellingen
In bijlage IX bij het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is ook een aantal in Nederland algemene soorten amfibieën en zoogdieren vermeld die landelijk beschermd zijn. Het wettelijk kader is artikel 11.54 Bal. Voorbeelden van zulke soorten zijn gewone pad, bruine kikker en konijn. Provinciale Staten van de provincie Utrecht heeft bij verordening deze soorten ‘vrijgesteld’. Dit betekent dat voor deze soorten geen omgevingsvergunning nodig is voor werken gericht op ruimtelijke inrichting en ontwikkeling en beheer en onderhoud. Wel geldt ook voor deze soorten de zorgplicht (zie paragraaf 3.3). Vrijgestelde soorten zijn niet meegenomen in deze natuurtoets. Daarnaast geldt dat binnen de provincie Utrecht bunzing, haas, konijn, hermelijn en wezel pas vanaf 1 september vrijgesteld zijn (Provincie Utrecht, 2024).
10/20
Kenmerk
R002-1293656LEM-V01-ssc-NL
Deze zijn wel meegenomen in het rapport, ter voorbereiding op de periode waarin de voorgenomen werkzaamheden gaan plaatsvinden. Tabel 3.1 Verbodsbepalingen soortenbescherming. VR = Vogelrichtlijn, HR = Habitatrichtlijn. Cijfers verwijzen naar de wetsartikelen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Beschermingsregime
Vogels - VR
Dieren –
Planten –
Dieren -
Planten -
HR/Bonn/Bern
HR/Bonn/Bern
nationaal
nationaal
Verbodsbepaling Dieren of planten: Doden of vangen
11.37.1.a
11.46.1 a
Storen/verstoren
11.37.1.d
11.46.1 b
11.54.1.a
(tenzij 11.37.3) Plukken, verzamelen,
11.46.1.e
11.54.1.c
afsnijden, ontwortelen of vernielen Onder zich hebben of
11.39.1
11.47.1.b
11.47.1.b
vervoeren Nesten, voortplantingsplaatsen, rustplaatsen: Vernielen, beschadigen
11.37.1.b
of wegnemen nesten Beschadigen of vernielen
11.37.1.b
11.46.1.d
11.54.1.b
11.37.1.b
11.46.1.c
11.54.1.c
Rapen
11.37.1.c
11.46.1.c
Onder zich hebben
11.37.1.c
rustplaatsen (alleen HR en nationaal: of (vaste) voortplantingsplaatsen) Eieren: Vernielen (alleen VR en nationaal: of beschadigen)
3.3
Algemene zorgplicht en specifieke zorgplicht
Voor alle activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor planten- en diersoorten geldt zowel een ‘algemene zorgplicht’ als een ‘specifieke zorgplicht’. De algemene zorgplicht (artikelen 1.6 – 1.7a Ow) houdt in dat eenieder ‘voldoende zorg’ draagt voor de fysieke leefomgeving (artikel 1.6 Ow) en dat activiteiten waarvan men kan weten dat die schadelijk zijn voor de fysieke leefomgeving achterwege worden gelaten of dat mogelijke gevolgen daarvan tot een minimum beperkt worden (artikel 1.7 Ow).
11/20
Kenmerk
R002-1293656LEM-V01-ssc-NL
De ‘specifieke zorgplicht’ is aanvullend op de ‘algemene zorgplicht’. Deze is voor wat betreft floraen fauna-activiteiten1 wettelijk vastgelegd in artikel 11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Een ‘flora- en fauna-activiteit’ is een ‘activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’. Het onderzoek dat ter voorbereiding van een flora- en fauna-activiteit gedaan moet worden en de voorwaarden waaraan zo’n activiteit in elk geval moet voldoen zijn aangegeven in lid 2 van artikel 11.27 Bal. De specifieke zorgplicht geldt voor alle soorten, dus ook voor bedreigde soorten die niet in een van de lijsten van beschermde soorten vermeld worden en die dus niet expliciet beschermd worden. Het betreft in elk geval de volgende soorten en hun leefgebieden of natuurlijke habitats: In het wild voorkomende vogelsoorten In het wild levende planten- en diersoorten die vermeld zijn in de bijlagen II, IV of V van de Europese Habitatrichtlijn Nationaal beschermde planten- en diersoorten (bijlage IX Bal) Bedreigde soorten planten en dieren die zijn vermeld in rode lijsten2
Uit het voorgaande blijkt dat bij projecten niet alleen rekening gehouden moet worden met beschermde soorten maar ook met andere, o.a. bedreigde soorten. Deze natuurtoets beschrijft en beoordeelt alle mogelijke effecten op strikt beschermde soorten en geeft een advies wat naar onze mening de meest verstandige vervolgstappen zijn. Wij adviseren bij uitvoering van werkzaamheden rekening te houden met het eventuele voorkomen van andere -niet beschermdesoorten (zoals rode-lijstsoorten) waarvoor de zorgplicht van toepassing is.
3.4
Werkwijze
De mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten is bepaald aan de hand van de volgende gegevens: Regionale en landelijke verspreidingsatlassen en -data
Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) De Ecoviewer van TAUW Een oriënterend veldbezoek op dinsdag 2 juli 2024. Tijdens het oriënterende veldbezoek is gecontroleerd of de locatie voldoet aan eisen die soorten aan hun leefomgeving stellen. Ook is gekeken naar de aanwezigheid van (sporen van) beschermde soorten.
3.5
Te toetsen soorten
3.5.1 Mogelijk aanwezige soorten op basis van literatuuronderzoek Tabel 3.2 geeft een overzicht van alle beschermde soorten die op basis van verspreidingsgegevens mogelijk in (de omgeving van) het plangebied voorkomen.
1 2
Begrippenlijst in de bijlage bij artikel 1.1 Ow Wettelijk kader: artikel 2.19, vijfde lid, onder a, onder 3˚ Ow
12/20
Kenmerk
R002-1293656LEM-V01-ssc-NL
Tabel 3.2 Beschermde soorten die op basis van verspreidingsgegevens mogelijk in (de omgeving van) het plangebied voorkomen Soortgroep
Mogelijk aanwezige beschermde soorten
Grondgebonden zoogdieren
Boommarter, bunzing, das, eekhoorn, haas, hermelijn, konijn, steenmarter, wezel
Vleermuizen
Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis, watervleermuis, meervleermuis, franjestaart, baardvleermuis
Vogels - jaarrond beschermde nesten
Boomvalk, buizerd, gierzwaluw, ransuil, roek, sperwer, steenuil, havik, wespendief, zwarte wouw
Vogels - jaarrond beschermd:
Blauwe reiger, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, bosuil,
afhankelijk van ecologische factoren
ekster, gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, koolmees, pimpelmees, spreeuw, torenvalk, zwarte kraai, oeverzwaluw, huiszwaluw, ijsvogel, zwarte roodstaart
Vogels – in gebruik zijnde nesten
Algemene soorten zoals houtduif, merel, etc.
Amfibieën
Alpenwatersalamander, heikikker, poelkikker, rugstreeppad
Reptielen
Hazelworm, levendbarende hagendis, ringslang
Vissen
Grote modderkruiper
Vlinders
Bruine eikenpage, grote vos, sleedoornpage
Weekdieren
Platte schijfhoren
3.5.2
Met zekerheid afwezige soorten op basis van habitat en/of ingreep
Op basis van de afwezigheid van geschikt habitat in en nabij het plangebied in de vorm van gebouwen, bomen, beschikbare waardplanten of vochtig landschap worden de aanwezigheid van en negatieve effecten op de volgende beschermde soort(groep)en op voorhand uitgesloten: reptielen, vissen, vlinders en weekdieren. Deze soort(groep)en worden om die reden niet verder behandeld in deze rapportage. Samengevat zijn alleen amfibieën, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen en vogels relevant voor deze toetsing.
3.6
Toetsing beschermde soorten
In de volgende paragrafen zijn de effecten van de beoogde ontwikkeling op de in tabel 3.3 genoemde soorten die niet zijn uitgesloten in paragraaf 3.5.2 beschreven. 3.6.1 Grondgebonden zoogdieren Op basis van verspreidingsgegevens kunnen boommarter, bunzing, das, eekhoorn, haas, hermelijn, konijn, steenmarter en wezel aanwezig zijn. Door de afwezigheid van bomen met holten of gebouwen binnen het plangebied zijn verblijfplaatsen van boommarter, eekhoorn, en steenmarter uitgesloten.
13/20
Kenmerk
R002-1293656LEM-V01-ssc-NL
Bunzing, konijn en haas kunnen in holen onder de grond leven. Deze zijn tijdens het veldbezoek op 2 juli 2024 niet aangetroffen. Negatieve effecten op bunzing en konijn, waardoor verbodsbepalingen overtreden worden, zijn er daarom niet. Naast holen onder de grond maakt haas ook gebruik van ‘legers’, een soort kuiltje in de vegetatie. Hoog gras en kruiden kunnen ook gebruikt worden als verblijfplaats. Het plangebied heeft voldoende dekking om als verblijfplaats voor haas te dienen. Het plangebied ligt echter zodanig dat het geheel omsloten is met wegen waarover woon- en bouwverkeer rijdt. Ten zuiden van het plangebied liggen weilanden die vele malen geschikter zijn voor haas. Daar liggen ook geen gebruikte wegen waardoor verstoring relatief achterwege blijft. Hoewel haas in potentie voor kan komen in het plangebied, betreft het geen ‘vaste’ rustplaats. Negatieve effecten op haas, waardoor verbodsbepalingen overtreden worden, zijn er daarom niet. Mogelijk kan de steenmarter het plangebied gebruiken als foerageer- of migreergebied, maar vaste rust en verblijfplaatsen binnen het plangebied zijn afwezig. Het plangebied is echter niet het enige geschikte foerageergebied voor deze soort. Hierdoor zal na het voornemen nog ruim voldoende geschikt foerageergebied aanwezig blijven. Een negatief effect op een eventueel aanwezige steenmarter is zodoende uitgesloten.
De das, hermelijn en wezel hebben voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen voor voldoende dekking. Dergelijke bosjes, heggen en houtwallen zijn in de polder niet aanwezig. Hierdoor is er een gebrek aan dekking door deze elementen en is de polder ongeschikt voor deze soort. Ook zijn geen sporen, wissels prenten of haren van deze soort in het plangebied aangetroffen een essentiële functie van het plangebied als leefgebied voor een das is daarmee uitgesloten. Effecten op de das zijn zodoende uitgesloten. Gezien het bovenstaande zijn effecten op (strikt) beschermde grondgebonden zoogdieren uitgesloten. Nader onderzoek naar en het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor bovenstaande grondgebonden zoogdieren is niet nodig. 3.6.2 Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld. Er zijn 3 typen leefgebied van vleermuizen te onderscheiden, namelijk: verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes. Deze worden hieronder per type leefgebied beschreven. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn te allen tijde wettelijk beschermd. Indien foerageergebied en/of vliegroutes een essentieel onderdeel van het leefgebied van vleermuizen vormen, zijn deze functies eveneens wettelijk beschermd.
Er wordt daarom onderscheid gemaakt in essentiële foerageergebieden en vliegroutes en niet-essentiële foerageergebieden en vliegroutes. Let wel dat vliegroutes soms al foeragerend worden gebruikt en dat onderscheid soms vaag is.
14/20
Kenmerk
3.6.2.1
R002-1293656LEM-V01-ssc-NL
Verblijfplaatsen
Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich, afhankelijk van de soort, in woningen, allerlei andere bouwwerken zoals kerken, kantoorpanden en bunkers, in grotten, in boomholtes of achter schors en in kieren van bomen. Globaal kan daarbij onderscheid gemaakt worden tussen in gebouwen verblijvende vleermuissoorten en in bomen verblijvende vleermuissoorten. Omdat vleermuizen een duidelijke jaarcyclus kennen, maken we onderscheid tussen verschillende typen verblijfplaatsen, namelijk zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen. In het plangebied zijn dergelijke verblijfplaatsen niet aanwezig. Binnen het plangebied bevinden zich namelijk geen gebouwen of bomen. Het voorkomen van verblijfplaatsen binnen het plangebied is uitgesloten. Een nader onderzoek is daarom niet nodig en het overtreden van de verbodsbepalingen in het Bal is uitgesloten. Een omgevingsvergunning voor een flora- en faunaactiviteit voor het vernielen van verblijfplaatsen van vleermuizen is dus ook niet nodig. 3.6.2.2 Foerageergebieden Het plangebied kan mogelijk deels door enkele vleermuizen gebruikt worden als onderdeel van het foerageergebied. Polders vormen geen essentieel onderdeel van het leefgebied van vleermuizen. Het braakliggend terrein biedt weinig foerageermogelijkheden en geen verblijfplaatsen en heeft daarom geen ‘essentiële functie’ voor vleermuizen.
Het is uitgesloten dat foerageergebieden verloren gaan die essentieel zijn voor het behoud van lokale vleermuispopulaties. Een nader onderzoek naar dit type leefgebied is dan ook niet nodig. Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor het aantasten van essentieel foerageergebied is ook niet nodig. Wel wordt geadviseerd de werkzaamheden uit te voeren na zonsopgang en voor zonsondergang en de bomenrij ten westen van het plangebied niet direct te belichten tijdens de uitvoer van de werkzaamheden om verstoring van eventueel foerageergebied naast het plangebied te voorkomen. 3.6.2.3
Vliegroutes
Het plangebied wordt niet door vleermuizen gebruikt als vliegroute of een onderdeel daarvan. Vanwege het ontbreken aan lijnvormige elementen zoals bomenrijen, randen van bebouwing en watergangen is de aanwezigheid van essentiële vliegroutes uitgesloten. Het is uitgesloten dat vliegroutes verloren gaan die essentieel zijn voor het behoud van lokale vleermuispopulaties. Een nader onderzoek naar dit type leefgebied is dan ook niet nodig. Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor het aantasten van essentiële vliegroutes is ook niet nodig. Wel wordt geadviseerd de werkzaamheden uit te voeren na zonsopgang en voor zonsondergang en de bomenrij ten westen van het plangebied, de bebouwing ten noorden van het plangebied en de sloten ten westen, oosten en noorden van het plangebied niet direct te belichten tijdens de uitvoer van de werkzaamheden om verstoring van eventuele vliegroutes naast het plangebied te voorkomen.
15/20
Kenmerk
3.6.3
R002-1293656LEM-V01-ssc-NL
Vogels
3.6.3.1 Vogels - jaarrond beschermde nesten De nesten van deze vogelsoorten zijn het hele jaar beschermd, evenals de functionele leefomgeving rondom het nest. Volgens de verspreidingsgegevens kunnen in en nabij het plangebied meerdere jaarrond beschermde nesten van boomvalk, buizerd, gierzwaluw, ransuil, roek, sperwer, steenuil, havik, wespendief en zwarte wouw voorkomen. Binnen of nabij het plangebied zijn geen geschikte nestlocaties aanwezig zoals bomen of (in het geval van gierzwaluw en steenuil) gebouwen. Daarnaast zijn ook geen bosschages aanwezig binnen het plangebied die als essentieel foerageergebied kunnen dienen voor deze vogelsoorten. De gierzwaluw daarentegen is buiten de nestplaats niet gebonden aan groen of water direct rond die nestplaats en zou het plangebied mogelijk kunnen gebruiken als foerageergebied. Gezien de uitwijkmogelijkheden betreft het plangebied echter geen essentieel foerageergebied. Het voorkomen van nestlocaties of essentieel foerageergebied van boomvalk, buizerd, gierzwaluw, ransuil, roek, sperwer, steenuil, havik, wespendief en zwarte wouw in het plangebied en negatieve effecten door het voornemen zijn uitgesloten. Nader onderzoek naar en het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor deze soorten is daarom niet nodig.
3.6.3.2 Vogels – jaarrond beschermd: afhankelijk van ecologische factoren Bij vogelsoorten uit deze categorie gaat het om vogels die vaak elk jaar terugkeren naar de omgeving waar ze eerder gebroed hebben, maar die wel flexibel zijn en een nieuw nest kunnen maken of zich elders kunnen vestigen. Het gaat dus om de bescherming van het functionele leefgebied en dit is alleen aan de orde als de betreffende soort voor zijn voortplanting uitsluitend afhankelijk is van dat functionele leefgebied en er geen alternatieven of uitwijkmogelijkheden in de omgeving zijn. Bomen zijn niet aanwezig waardoor nesten van in bomen broedende vogels zoals blauwe reiger, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, bosuil, ekster, gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, koolmees, pimpelmees en zwarte kraai uitgesloten zijn. Omdat ook geen gebouwen aanwezig zijn, is aanwezigheid van nesten van spreeuw en zwarte roodstaart eveneens uitgesloten. De nesten van oeverzwaluw, huiszwaluw en ijsvogel worden gegraven in steile oeverwanden en zandhopen die een verticale wand hebben. Nesten van deze soorten zijn door afwezigheid van oeverwanden uitgesloten. Voor torenvalk geldt dat er geen bomen of speciaal voor torenvalk geschikte nestkasten op palen aanwezig zijn. Geen van de genoemde vogelsoorten kan het plangebied dus als nestplaats gebruiken.
Nader onderzoek naar en het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een flora- en faunaactiviteit voor deze soorten is daarom niet nodig.
16/20
Kenmerk
R002-1293656LEM-V01-ssc-NL
3.6.3.3
Vogels – in gebruik zijnde nesten
Vogels kunnen gedurende het gehele jaar gaan broeden. Het is daarom belangrijk om hier in de planning van werkzaamheden rekening mee te houden. De kans op een broedgeval is het grootst in de periode maart tot en met augustus. Ons advies is om de werkzaamheden (zoveel mogelijk) uit te voeren buiten deze periode. Ook buiten deze periode zijn broedende vogels echter beschermd. Het is noodzakelijk om voorafgaand aan de werkzaamheden contact op te nemen met een ecoloog om te bepalen of een controle op nesten van broedvogels noodzakelijk is. Indien een broedende vogel aanwezig is, kan het nodig zijn om de werkzaamheden uit te stellen totdat de jongen zijn uitgevlogen en niet meer afhankelijk zijn van het nest. Mogelijk kan een deel van de werkzaamheden wel uitgevoerd worden door het aanhouden van een door een ecoloog vastgestelde verstoringsvrije zone. 3.6.4
Amfibieën
Alpenwatersalamander en heikikker zijn een cultuurvliedende soort die niet wordt aangetroffen bij intensief gebruikt akkerland en bebouwde omgevingen. Het plangebied ligt tussen bebouwde omgeving en akkerland en is hiermee ongeschikt voor alpenwatersalamander en heikikker. Voorkomen en negatieve effecten zijn uitgesloten. Er is geen nader onderzoek nodig. Poelkikker is een zon- en warmte minnende soort met een voorkeur voor onbeschaduwde wateren. De oeverzone moet goed begroeid zijn en het water dient voedselarm en schoon te zijn. Het water in en nabij het plangebied is zeer voedselrijk door instroom van nutriënten vanuit het akkerland en bladafval van de aanwezige wilgen. De oevers zijn zeer steil en weinig begroeid. Dit is geen geschikt habitat voor poelkikker. Voorkomen en negatieve effecten zijn uitgesloten. Er is geen nader onderzoek nodig. Rugstreeppad komt voor in systemen met een hoge dynamiek. Voortplanting vindt plaats in ondiepe, tijdelijke wateren die snel opwarmen. Overwintering vindt plaats onder de grond in nabijheid van het voortplantingswater in goed vergraafbare grond. In het plangebied waren ten tijde van het veldbezoek ondiepe plassen aanwezig na langdurige regenval (een week). Deze waren echter zeer ondiep en drogen hoogstwaarschijnlijk snel op binnen warmere zomerweken.
Dit kan hierdoor niet dienen als voortplantingshabitat voor rugstreeppad gezien de zeer korte termijn dat het water beschikbaar is. De grond is daarnaast hard en de oevers van de watergangen zijn te steil voor rugstreeppad om zich in te graven. Daarnaast is het plangebied omsloten door de A27 en de Wakkerendijk, welke beide drukke wegen zijn die een barrière vormen voor rugstreeppad om het plangebied te bereiken. Voorkomen en negatieve effecten zijn uitgesloten. Er is geen nader onderzoek nodig. Tijdens de bouw is het echter noodzakelijk om te voorkomen dat er diepe inrij sporen ontstaan waardoor er tijdelijk open water ontstaat dat kan dienen als voortplantingswater voor rugstreeppad.
17/20
Kenmerk
R002-1293656LEM-V01-ssc-NL
4 Conclusies en aanbevelingen 4.1
Aanleiding en doel
In opdracht van Gemeente Eemnes heeft TAUW onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten van de voorgenomen werkzaamheden met betrekking tot de woningbouw op het perceel aan de Makkerstraat en Zuidersingel, te Eemnes op beschermde planten- en diersoorten. De ontwikkeling kan alleen doorgaan als deze geen gevolgen heeft voor beschermde soorten óf wanneer de benodigde omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit kan worden verleend.
4.2
Relevante natuurwet- en regelgeving
Voor de toetsing van de effecten van het voornemen is de volgende wet- en regelgeving van toepassing: Omgevingswet/Besluit activiteiten leefomgeving:
Soortenbescherming Vogels: alle inheemse vogels zijn in hun natuurlijke verspreidingsgebied beschermd door . artikel 11.37 Bal. Ze zijn Europees beschermd via de Vogelrichtlijn (1979)
Dieren en planten: bepaalde inheemse soorten dieren en planten, die Europees beschermd zijn door de Habitatrichtlijn (1992) en/of de verdragen van Bern en Bonn (1979). Ze zijn wettelijk beschermd door artikel 11.46 Bal
Nationaal beschermde soorten: Het gaat hier om soorten, die niet onder de reikwijdte van de Vogel- of Habitatrichtlijn of de verdragen van Bern en Bonn vallen. Deze soorten zijn wel nationaal beschermd door artikel 11.54 Bal
4.3
Conclusies toetsing
4.3.1
Omgevingswet
Natura 2000-gebieden Er is geen sprake van significante directe effecten op Natura 2000-gebieden. Indirecte effecten van stikstof zijn niet te verwachten. Vervolgstappen en een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit zijn niet noodzakelijk. Soortenbescherming De beoogde ontwikkeling heeft mogelijk negatieve effecten op door de Omgevingswet beschermde soorten, namelijk broedvogels. Door het nemen van mitigerende maatregelen kunnen negatieve effecten op broedvogels worden voorkomen. Nader onderzoek naar deze soorten is daarom niet nodig. Voor de overige soorten is het niet noodzakelijk nader onderzoek uit te voeren conform de vastgestelde soort specifieke protocollen en methodes. Negatief effect op het voorkomen van deze soorten is uitgesloten,
18/20
Kenmerk
R002-1293656LEM-V01-ssc-NL
Tabel 4.1 Samenvatting van de resultaten van de toetsing van effecten op beschermde soorten Soortgroep
Overtreding
Nader onderzoek
Te nemen maatregelen
Omgevingswet Grondgebonden
Nee
Nee
Nee
Nee
zoogdieren Vleermuizen
Werk uitvoeren na zonsopgang en voor zonsondergang. Bomenrij ten westen van plangebied, bebouwing ten noorden van plangebied en sloten ten westen, oosten en zuiden van het plangebied niet direct belichten.
Vogels –
Nee
Nee
Nee
Nee
Mogelijk
Nee
jaarrond beschermde nesten Vogels – functioneel leefgebied nest beschermd Vogels – broedvogels
Werken buiten het broedvogelseizoen en contact op nemen met een ecoloog om te bepalen of een controle op nesten van broedvogels noodzakelijk voorafgaand aan de voorgenomen werkzaamheden
Amfibieën
Nee
Nee
Tijdens werkzaamheden voorkomen dat diepe inrij sporen ontstaan waardoor tijdelijk open water ontstaat dat kan dienen als voortplantingswater voor rugstreeppad
Reptielen
Nee
Nee
Vissen
Nee
Nee
Vlinders
Nee
Nee
Weekdieren
Nee
Nee
19/20
Kenmerk
R002-1293656LEM-V01-ssc-NL
5 Literatuur BIJ12, 2017. Kennisdocumenten beschermde soorten. Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I. Wynhoff & de Vlinderstichting, 2006. De dagvlinders van Nederland. Verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea). Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Broekhuizen S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters, J.C. Buys, 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft, 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Herder J.E., A. van Diepenbeek & R.C.M. Creemers, 2013. Verspreidingsonderzoek reptielen en amfibieën 2013. Rapport 2013-010. Stichting RAVON, Nijmegen. van Dijk A.J. & Boele A. 2011. Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Provincie Utrecht, 2024. Ontwerp 1e wijziging Omgevingsverordening Provincie Utrecht 2022. Utrecht, februari 2024 Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Vleermuisprotocol 2020.
Geraadpleegde internetwebsites: www.floron.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuis.net www.vlinderstichting.nl/vlinders www.zoogdiervereniging.nl
20/20
Bijlage 4
Stikstofonderzoek rapport
(ontwerp) BOPA Zuidpolder Deelplan 4.1 NL.IMRO.0317.ON001-0001
59 - 93
MEMO - STIKSTOFDEPOSITIE Datum
:
21 juni 2024
Bestemd voor
:
GEM Zuidpolder C.V.
Van
:
ing. J. Sips
Projectnummer
:
327200878
Betreft
:
Bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1 (Eemnes)
1.0
INLEIDING
Het project Zuidpolder is een grote woningbouwontwikkeling aan de zuidzijde van de kern Eemnes. In deelplan 4.1 worden 18 appartementen en 26 verschillende typen grondenbonden woningen gerealiseerd. Om dit bouwplan juridisch-planologisch mogelijk te maken wordt een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) procedure doorlopen op grond van de Omgevingswet. In figuur 1 is de verkavelingstekening van het bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1 weergegeven.
Figuur 1: Verkavelingstekening bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1 (Eemnes)
Voor activiteiten waarbij stikstof vrijkomt moet daarom worden onderzocht wat de effecten zijn op de beschermde Natura 2000-gebieden. Doel van dit onderzoek is bepalen wat de bijdrage van het plan aan stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden is. Vervolgens is bepaald of deze resultaten leiden tot mogelijk significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en of een vergunning noodzakelijk is.
2.0
WETTELIJK KADER
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt de bescherming van natuurgebieden die uniek zijn voor Nederland en Europa, de bescherming van planten en dieren en van bossen en andere houtopstanden. Het Bkl geeft uitvoering aan de verplichtingen van de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De gebiedsbescherming in het Bkl richt zich uitsluitend op Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen. In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Handelingen of activiteiten binnen en buiten beschermde natuurgebieden die schadelijk kunnen zijn voor de doelstellingen van het gebied zijn verboden, tenzij door het bevoegd gezag hier vergunning voor is verleend. Stikstof vormt een van de grootste belemmeringen voor het behalen van de Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen. Het gaat hier om verbindingen van het chemische element stikstof (N) die een verzurende of vermestende werking hebben. In 118 van de Nederlandse Natura 2000-gebieden bevinden zich stikstofgevoelige habitattypen. In deze gebieden wordt de Kritische Depositie Waarde (KDW) overschreden.
Op grond van het Bkl is vastgelegd dat het verboden is zonder vergunning van Gedeputeerde Staten van de provincie een project te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Indien uit onderzoek (de voortoets) blijkt dat significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden niet kunnen worden uitgesloten, dan moet een vervolgonderzoek worden uitgevoerd (de ‘passende beoordeling’). Indien op basis van objectieve gegevens blijkt dat er geen sprake is van stikstofdepositie, kan in ieder geval worden geconcludeerd dat er geen significant negatieve effecten zijn te verwachten voor de instandhoudingsdoelen van het betrokken Natura 2000-gebied.
Stantec | 327200878 - Memo stikstofdepositie - Bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1 (Eemnes) 2
3.0
NATURA 2000-GEBIEDEN
In de omgeving van het bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1 te Eemnes zijn verschillende Natura 2000gebieden aanwezig, waarvan het ‘Eemmeer & Gooimeer Zuidoever’ ( 5,1 km), het ‘Naardermeer’ ( 8,2 km), en de ‘Oostelijke Vechtplassen’ ( 9 km) het meest nabijgelegen zijn. In figuur 2 zijn de omliggende Natura 2000-gebieden weergegeven ten opzichte van de globale ligging van het bouwplan, welke met een rode stip is aangeduid.
Figuur 2: Ligging Natura 2000-gebieden t.o.v. de globale ligging bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1 (Eemnes)
4.0
UITGANGSPUNTEN BEREKENING
De realisatie van het bouwplan zorgt voor emissie van stikstof, doordat de bouwactiviteiten verkeersbewegingen genereren en er (mobiele) werktuigen, voorzien van verbrandingsmotoren, op de bouwplaats in werking zijn. Nadat het bouwplan is opgeleverd vindt ook stikstofemissie plaatst tijdens het gebruik ervan.
4.1
BOUWFASE
Ten aanzien van de bouwfase is in overleg met Civil Support een inschatting gemaakt van de verwachte inzet van mobiele werktuigen en voertuigen, de aantallen, het aantal werkdagen en de effectieve uren per werkdag. Het mechanisch vermogen per werktuig is door ons bureau op basis van representatieve kengetallen bepaald.
Stantec | 327200878 - Memo stikstofdepositie - Bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1 (Eemnes) 3
Voor de bouwfase is rekening gehouden met het inzetten van verschillende mobiele werktuigen. Aangenomen is dat de werktuigen minimaal stageklasse IV zijn. Bij werktuigen met een vermogen van 56 kW en groter is het wel mogelijk om AdBlue (niet meer dan 7%) bij de diesel te voegen. In de berekening is uitgegaan van een toevoeging van 6% AdBlue bij de werktuigen waarbij dit mogelijk is. Tabel 1 geeft een overzicht van de in te zetten mobiele werktuigen tijdens de bouwfase. Tabel 1: Overzicht mobiele werktuigen bouwfase Mobiele werktuig Vermogen
Bouwrijp maken Mobiele kraan Rupskraan Shovel Minikraan Vrachtwagen Trekker met dumper Bronbemaling (indien nodig) Bouwen woningen Mobiele graafmachine Betonpomp Telescoopkraan/torenkraan Shovel Verreiker Woonrijp maken Mobiele kraan Rupskraan Shovel Minikraan Vrachtwagen
Totaal aantal draaiuren
Verbruik per uur
Totaal verbruik
AdBlue toevoeging (6%)
140 kW 140 kW 150 kW 35 kW 315 kW 200 kW Elektrisch
45 uur 165 uur 25 uur 80 uur 135 uur 65 uur
15 liter 20 liter 15 liter 5 liter 20 liter 20 liter
675 liter 3.300 liter 375 liter 400 liter 2.700 liter 1.300 liter
41 liter 198 liter 23 liter Niet mogelijk 162 liter 78 liter
140 kW 315 kW 270 kW 150 kW 60 kW
90 uur 90 uur 900 uur 180 uur 180 uur
15 liter 20 liter 20 liter 15 liter 6 liter
1.350 liter 1.800 liter 18.000 liter 2.700 liter 1.080 liter
81 liter 108 liter 1.080 liter 162 liter 65 liter
140 kW 140 kW 150 kW 35 kW 315 kW
240 uur 75 uur 15 uur 290 uur 105 uur
15 liter 20 liter 15 liter 5 liter 20 liter
3.600 liter 1.500 liter 225 liter 1.450 liter 2.100 liter
216 liter 90 liter 14 liter Niet mogelijk 126 liter
Voor wat betreft een totaaloverzicht van de inputparameters van de bouwfase wordt verwezen naar bijlage 1.
Verkeersgeneratie Daarnaast wordt de totale stikstofemissie ook bepaald door het bouwverkeer op de openbare weg, te weten: • Bouwrijp maken o Verkeersbewegingen bouwvakkers/onderaannemers: 26 personenauto’s/busjes, wat neerkomt op 52 verkeersbewegingen lichte voertuigen. o Verkeersbewegingen ten behoeve van het aan-/afvoeren van grond en materialen zijn 10 transporten zware vrachtwagens voorzien (= 20 vrachtbewegingen). • Bouwen woningen o Verkeersbewegingen bouwvakkers/onderaannemers: 1.175 personenauto’s/busjes, wat neerkomt op 2.350 verkeersbewegingen lichte voertuigen. o Verkeersbewegingen ten behoeve van het aan-/afvoeren van grond en materialen zijn 315 transporten zware vrachtwagens voorzien (= 630 vrachtbewegingen).
Stantec | 327200878 - Memo stikstofdepositie - Bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1 (Eemnes) 4
• Woonrijp maken o Verkeersbewegingen bouwvakkers/onderaannemers: 65 personenauto’s/busjes, wat neerkomt op 130 verkeersbewegingen lichte voertuigen. o Verkeersbewegingen ten behoeve van het aan-/afvoeren van grond en materialen zijn 5 transporten zware vrachtwagens voorzien (= 10 vrachtbewegingen). Er is rekening gehouden met het manoeuvreren en op toeren draaien van lichte voertuigen en van het vrachtverkeer op en rondom de bouwlocatie door dit te modelleren met 100% stagnatie.
Verkeersafwikkeling Het extra verkeer op openbare wegen dient te worden beschouwd totdat het extra verkeer niet meer onderscheidend is ten opzichte van het overige verkeer en daarmee is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Volgens de Raad van State is dit het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidend is van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. In de berekening is aangehouden dat het bouwverkeer via de Schoutensingel naar de Zuidersingel in noordelijke richting rijdt. Aangenomen is dat het bouwverkeer bij de aansluiting van de Zuidersingel op de op-/afrit van de Rijksweg A27 is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. In figuur 3 is de aangehouden verkeersafwikkeling weergegeven van het bouwverkeer.
Figuur 3: Aangehouden verkeersafwikkeling bouwfase bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1 (Eemnes)
Stantec | 327200878 - Memo stikstofdepositie - Bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1 (Eemnes) 5
4.2
TOEKOMSTIGE GEBRUIKSFASE
De toekomstige woningen worden ‘gasloos’ gerealiseerd, waardoor er geen stikstof uitstotende installaties aanwezig zijn. Dit betekent dat de stikstofemissie voor de toekomstige gebruiksfase wordt bepaald door de verkeersaantrekkende werking van de woningen.
Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie van de nieuwe woningen is bepaald aan de hand van kentallen uit CROWpublicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeercijfers naar parkeernormen’. In het bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1 worden verschillende woningtypen gerealiseerd, welke ook een andere verkeersgeneratie met zich meebrengt. Het uitgangspunt bij het bepalen van de verkeersgeneratie is dat het bouwplan wordt gesitueerd in het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’ in een ‘matig stedelijke’ omgeving. Tabel 2 geeft een overzicht van de verkeersgeneratie van het bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1. Tabel 2: Overzicht verkeersgeneratie bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1 (Eemnes) Woningtype Aantal Kental per woning Min. Max. A Appartementen 18 5,2 mvt/etm 6,0 mvt/etm (koop: 60 – 100 m2) B Sociale huurwoningen 6 4,5 mvt/etm 5,3 mvt/etm C 2-onder-1-kapwoningen 6 7,4 mvt/etm 8,2 mvt/etm D Seniorenwoningen 4 6,7 mvt/etm 7,5 mvt/etm E Hoek-/tussenwoningen 10 6,7 mvt/etm 7,5 mvt/etm Totaal
Totaal Min. Max. 93,6 mvt/etm 108,0 mvt/etm 27,0 mvt/etm 44,4 mvt/etm 26,8 mvt/etm 67,0 mvt/etm 258,8 mvt/etm
31,8 mvt/etm 49,2 mvt/etm 30,0 mvt/etm 75,0 mvt/etm 294,0 mvt/etm
In de berekening is uitgegaan van de maximale verkeersgeneratie van 294 mvt/etm, wat als worstcase kan worden beschouwd.
Verkeersafwikkeling De verkeersafwikkeling vanwege het verkeer op de openbare wegen tijdens het toekomstig gebruik verloopt via de Schoutensingel (ten noorden van het bouwplan), de Makkerstraat (ten zuiden van het bouwplan) en de Beukeboomstraat (ten oosten van het bouwplan). Met betrekking tot de verkeersafwikkeling van het verkeer is de volgende aanname gedaan: • De Schoutensingel dient ter ontsluiting voor de sociale huurwoningen en hoek-/tussenwoningen. Dit komt neer op een verkeersgeneratie van 106,8 mvt/etm. • De Makkerstraat en de Beukeboomstraat dienen ter ontsluiting voor de appartementen, de 2onder-1-kapwoningen en de seniorenwoningen. Dit komt neer op een verkeersgeneratie van 187,2 mvt/etm. Over deze wegen rijdt het verkeer verder in noordelijke richting over de Zuidersingel. Net als bij de bouwfase is aangenomen dat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld bij de aansluiting van de op-/afrit van de Rijksweg A27. In figuur 4 is de aangehouden verkeersafwikkeling weergegeven van de toekomstige gebruiksfase.
Stantec | 327200878 - Memo stikstofdepositie - Bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1 (Eemnes) 6
Figuur 4: Aangehouden verkeersafwikkeling toekomstige gebruiksfase bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1 (Eemnes)
4.3
ZICHTJAAR
Aangegeven is dat de bouwfase van deelplan 4.1 in totaal 1 jaar in beslag neemt en start in Q2 2025. Voor de bouwfase is het zichtjaar 2025 aangehouden. Omdat de woningen in 2026 worden opgeleverd is in de berekening voor de toekomstige gebruiksfase het zichtjaar 2026 aangehouden. De beide zichtjaren kunnen als worst-case worden aangemerkt.
5.0
BEREKENING
De berekeningen van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattype binnen de nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn uitgevoerd met behulp van de AERIUS Calculator 2023.2 (releasedatum 29 maart 2024). De calculator rekent op basis van de meest recente versie van het Operationele Prioritaire Stoffen model (OPS) van het RIVM. Uit de berekeningen blijkt voor de bouwfase en de toekomstige gebruiksfase het volgende:
Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar
Stantec | 327200878 - Memo stikstofdepositie - Bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1 (Eemnes) 7
Dit houdt in dat, met betrekking tot stikstofdepositie, negatieve effecten op stikstofgevoelige habitaten leefgebieden zijn uit te sluiten. De natuurlijke kenmerken van de stikstofgevoelige gebieden blijven onaangetast. Hieruit wordt geconcludeerd dat de bouwfase en de toekomstige gebruiksfase van het bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1 te Eemnes wordt uitgezonderd van de vergunningplicht. Voor de gedetailleerde ingevoerde emissiebronnen en rekenresultaten voor de bouwfase en toekomstige gebruiksfase wordt verwezen naar het berekeningsjournaals van de AERIUS Calculator die als bijlage 2 en 3 bij deze memo zijn gevoegd.
6.0
CONCLUSIE
Bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1 is een woningbouwontwikkeling dat deel uitmaakt van het project Zuidpolder aan de zuidzijde van de kern Eemnes. In deelplan 4.1 worden in totaal 44 woningen gerealiseerd, verdeeld in 18 appartement en 26 verschillende typen grondgebonden woningen. Om dit bouwplan juridisch-planologisch mogelijk te maken wordt een BOPA-procedure doorlopen op grond van de Omgevingswet. De berekeningen zijn uitgevoerd met de AERIUS Calculator 2023.2. Uit de berekeningen blijkt dat zowel de bouwfase als de toekomstige gebruiksfase van de woningen in deelplan 4.1 niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Derhalve wordt geconcludeerd dat er geen significant negatieve effecten zijn te verwachten voor de instandhoudingsdoelen van de betrokken Natura 2000-gebieden. Een vergunning hieromtrent is dan ook niet benodigd.
BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3:
Inventarisatie bouwfase Berekeningsjournaal AERIUS Calculator - bouwfase (zichtjaar 2025) Berekeningsjournaal AERIUS Calculator - toekomstige gebruiksfase (zichtjaar 2026)
Stantec | 327200878 - Memo stikstofdepositie - Bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1 (Eemnes) 8
Bijlage 1: Inventarisatie bouwfase
bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1 (Eemnes) Uitgangspunt berekeningen stikstofdepositie
- realisatie 18 appartementen en 26 grondgebonden woningen
327200878
- bouwperiode: 1 jaar (van Q2 2025 tot Q2 2026) Inzet mobiele werktuigen plangebied Bouwrijp maken Mobiele kraan Rupskraan Shovel Minikraan Vrachtwagen Trekker met dumper Bronbemaling Bouwen woningen (44 stuks) Mobiele graafmachine Betonpomp Telescoopkraan/torenkraan Shovel Verreiker Woonrijp maken Mobiele kraan Rupskraan Shovel Minikraan Vrachtwagen
Bouwverkeer op openbare weg
Dieselverbruik
AdBlue toevoeging
Aantal draaiuren
Maximaal vermogen [kW]
Stageklasse (bj va 2014)
Liter per uur
Totaal
HVO
Totaal - HVO
%
Liter
45 165 25 80 135 65 Elektrisch
140 140 150 35 315 200
IV IV IV IV IV IV
15 20 15 5 20 20
675 3.300 375 400 2.700 1.300
0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0%
675 3.300 375 400 2.700 1.300
6,0% 6,0% 6,0% niet mogelijk 6,0% 6,0%
41 198 23
90 90 900 180 180
140 315 270 150 60
IV IV IV IV IV
15 20 20 15 6
1.350 1.800 18.000 2.700 1.080
0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0%
1.350 1.800 18.000 2.700 1.080
6,0% 6,0% 6,0% 6,0% 6,0%
81 108 1.080 162 65
240 75 15 290 105
140 140 150 35 315
IV IV IV IV IV
15 20 15 5 20
3.600 1.500 225 1.450 2.100
0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0%
3.600 1.500 225 1.450 2.100
6,0% 6,0% 6,0% niet mogelijk 6,0%
216 90 14
Totaal aantal transporten
Totaal aantal bewegingen
Bouwrijp maken Lichtverkeer bouwvakkers/onderaannemers 26 52 Zwaar vrachtverkeer (aan-/afvoer van materialen) 10 20 Bouwen woningen (44 stuks) Lichtverkeer bouwvakkers/onderaannemers 1.175 2.350 Zwaar vrachtverkeer (aan-/afvoer en materialen) 315 630 Woonrijp maken Lichtverkeer bouwvakkers/onderaannemers 65 130 Zwaar vrachtverkeer (aan-/afvoer materialen) 5 10 - Grondafvoer vindt niet plaats, omdat de vrijgekomen grond in een gronddepot wordt gestort nabij het plangebied (direct ten zuiden)
162 78
126
Bijlage 2: Berekeningsjournaal AERIUS Calculator bouwfase (zichtjaar 2025)
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Stantec Zuidersingel, 3755 Eemnes bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1 Bouwfase (44 woningen) bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RRa4kYj8wtW5 20 juni 2024, 16:38 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Bouwfase - Zuidpolder deelplan 4.1 - Beoogd Bouwfase - Zuidpolder deelplan 4.1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RRa4kYj8wtW5 (20 juni 2024)
2025 -
9,8 kg/j
273,2 kg/j
2/9
Projectberekening
Bouwfase - Zuidpolder deelplan 4.1 (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen plangebied (BRM) 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen plangebied (bouw woningen) 3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen plangebied (WRM) Verkeersnetwerk
RRa4kYj8wtW5 (20 juni 2024)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
2,0 kg/j 55,2 kg/j 6,0 kg/j 141,7 kg/j 1,8 kg/j 72,5 kg/j 66,1 g/j 3,8 kg/j
3/9
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RRa4kYj8wtW5 (20 juni 2024)
4/9
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Bouwfase Zuidpolder deelplan 4.1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RRa4kYj8wtW5 (20 juni 2024)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/9
Projectberekening
Bouwfase - Zuidpolder deelplan 4.1, Rekenjaar 2025 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
Mobiele werktuigen plangebied (BRM) X:145730,28 Y:472986,79 0,85 ha
mobiele kraan
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
Naam
Stageklasse
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik
675 l/j
55,2 kg/j 2,0 kg/j
Draaiuren AdBlue verbruik
45 u/j
41 l/j
rupskraan
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
3300 l/j
165 u/j 198 l/j
shovel
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
375 l/j
25 u/j
minikraan
Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, 400 l/j SCR: nee
80 u/j
vrachtwagen
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
2700 l/j
135 u/j 162 l/j
trekker met dumper
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
1300 l/j
65 u/j
2
Naam
23 l/j
Locatie Oppervlakte Naam
Stageklasse
78 l/j
NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 18,6 kg/j NH₃ 0,8 kg/j NOₓ 1,9 kg/j
NH₃ 3,0 g/j NOₓ 15,3 kg/j NH₃ 0,6 kg/j NOₓ 7,3 kg/j NH₃ 0,3 kg/j
NOₓ NH₃
141,7 kg/j 6,0 kg/j
Brandstofverbruik
Draaiuren AdBlue verbruik
90 u/j
81 l/j
108 l/j
mobiele graafmachine
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
betonpomp
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
1800 l/j
90 u/j
telescoopkraan/torenkraan Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
18000 l/j
900 u/j 1080 l/j
shovel
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
2700 l/j
180 u/j 162 l/j
verreiker
Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, 1080 l/j diesel, SCR: ja
180 u/j 65 l/j
RRa4kYj8wtW5 (20 juni 2024)
NOₓ 3,6 kg/j
NH₃ 90,0 g/j NOₓ 8,4 kg/j
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Mobiele werktuigen plangebied (bouw woningen) X:145730,28 Y:472986,79 0,85 ha
Stof Emissie
1350 l/j
Stof Emissie
NOₓ 7,7 kg/j NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 10,2 kg/j NH₃ 0,4 kg/j NOₓ 101,7 kg/j NH₃ 4,3 kg/j NOₓ 15,5 kg/j NH₃ 0,6 kg/j NOₓ 6,6 kg/j NH₃ 0,3 kg/j 6/9
Projectberekening
3
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
Mobiele werktuigen plangebied (WRM) X:145730,28 Y:472986,79 0,85 ha
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik
72,5 kg/j 1,8 kg/j
Naam
Stageklasse
mobiele kraan
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 3600 l/j SCR: ja
rupskraan
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 1500 l/j SCR: ja
75 u/j
90 l/j
20,6 kg/j NH₃ 0,9 kg/j NOₓ 8,5 kg/j
shovel
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 225 l/j SCR: ja
15 u/j
14 l/j
NH₃ 0,4 kg/j NOₓ 1,1 kg/j
minikraan
Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee
290 u/j
1450 l/j
vrachtwagen Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 2100 l/j SCR: ja 4
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
bouwverkeer openbare weg (BRM) X:145786,38 Y:473002,62 295,48 m Binnen bebouwde kom (stagnerend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 5
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer RRa4kYj8wtW5 (20 juni 2024)
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren bouwverkeer openbare weg (BRM) X:145678,11 Y:473297,95 534,37 m Binnen bebouwde kom (normaal) Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Draaiuren AdBlue verbruik
240 u/j 216 l/j
105 u/j 126 l/j
Stof Emissie
NOₓ
NH₃ 54,0 g/j NOₓ 30,5 kg/j NH₃ 10,9 g/j NOₓ 11,9 kg/j NH₃ 0,5 kg/j
Links Rechts NOₓ 44,4 g/j Type scherm - - NO₂ 12,0 g/j Hoogte - - NH₃ 0,0 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
52,0 /jaar 0,0 /jaar 20,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
100,0 % 0,0 % 100,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 62,3 g/j Type scherm - NO₂ 18,2 g/j Hoogte - NH₃ 1,1 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
52,0 /jaar 0,0 /jaar 20,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
7/9
Projectberekening
6
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
bouwverkeer openbare weg (bouwen woningen) Links Rechts NOₓ 1,5 kg/j X:145786,38 Y:473002,62 Type scherm - - NO₂ 0,4 kg/j 295,48 m Hoogte - - NH₃ 23,1 g/j Binnen bebouwde kom (stagnerend) Afstand tot de weg - Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 7
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
8
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RRa4kYj8wtW5 (20 juni 2024)
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren bouwverkeer openbare weg (WRM) X:145786,38 Y:473002,62 295,48 m Binnen bebouwde kom (stagnerend) Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
In file
2.350,0 /jaar 0,0 /jaar 630,0 /jaar 0,0 /jaar
bouwverkeer openbare weg (bouwen woningen) X:145678,11 Y:473297,95 Type scherm 534,37 m Hoogte Binnen bebouwde kom (normaal) Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Aantal voertuigbewegingen
100,0 % 0,0 % 100,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 2,1 kg/j - NO₂ 0,6 kg/j - NH₃ 39,3 g/j
-
-
Aantal voertuigbewegingen
2.350,0 /jaar 0,0 /jaar 630,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 37,7 g/j Type scherm - - NO₂ 7,5 g/j Hoogte - - NH₃ 0,0 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
130,0 /jaar 0,0 /jaar 10,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
100,0 % 0,0 % 100,0 % 0,0 %
8/9
Projectberekening
9
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
bouwverkeer openbare weg (WRM) X:145678,11 Y:473297,95 534,37 m Binnen bebouwde kom (normaal) Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 46,5 g/j Type scherm - NO₂ 11,5 g/j Hoogte - NH₃ 1,2 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
130,0 /jaar 0,0 /jaar 10,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.2_20240329_bf14d3585e Database versie 2023.2_bf14d3585e_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
RRa4kYj8wtW5 (20 juni 2024)
9/9
Bijlage 3: Berekeningsjournaal AERIUS Calculator toekomstige gebruiksfase (zichtjaar 2026)
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Stantec Zuidersingel, 3755 Eemnes bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1 Toekomstige gebruiksfase (44 woningen) bouwplan Zuidpolder, deelplan 4.1 RyXw5UerA5Zq 20 juni 2024, 15:38 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar Toekomstige gebruiksfase - Zuidpolder deelplan 4.1 - 2026 Beoogd
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hexagon
Gebied
Hoogste bijdrage Toekomstige gebruiksfase - Zuidpolder deelplan 4.1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname -
RyXw5UerA5Zq (20 juni 2024)
1,0 kg/j
28,5 kg/j
2/7
Projectberekening
Toekomstige gebruiksfase - Zuidpolder deelplan 4.1 (Beoogd), rekenjaar 2026 Emissiebronnen
Verkeersnetwerk
RyXw5UerA5Zq (20 juni 2024)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
1,0 kg/j
28,5 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RyXw5UerA5Zq (20 juni 2024)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Toekomstige gebruiksfase - Zuidpolder deelplan 4.1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RyXw5UerA5Zq (20 juni 2024)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Toekomstige gebruiksfase - Zuidpolder deelplan 4.1, Rekenjaar 2026 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
verkeer openbare weg (A, C, D) X:145706,62 Y:472955,17 286,75 m Binnen bebouwde kom (stagnerend) Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
verkeer openbare weg (B, E) X:145718,24 Y:473016,8 156,29 m Binnen bebouwde kom (stagnerend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren verkeer openbare weg (A, B, C, D, E) X:145678,11 Y:473297,95 534,37 m Binnen bebouwde kom (normaal) Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 10,1 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,9 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,3 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
187,2 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
100,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 3,1 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,3 kg/j Hoogte - - NH₃ 79,2 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
106,8 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
100,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 15,3 kg/j Type scherm - NO₂ 2,2 kg/j Hoogte - NH₃ 0,6 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
294,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. RyXw5UerA5Zq (20 juni 2024)
6/7
Projectberekening
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.2_20240329_bf14d3585e Database versie 2023.2_bf14d3585e_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
RyXw5UerA5Zq (20 juni 2024)
7/7
Bijlage 5
Omgevingsveiligheid rapport
(ontwerp) BOPA Zuidpolder Deelplan 4.1 NL.IMRO.0317.ON001-0001
88 - 93
Notitie / Memo
HaskoningDHV Nederland B.V. Industry & Buildings
Aan: Van: Datum: Kopie: Ons kenmerk: Classificatie: Gecontroleerd door
Ronald van Klooster Marthe Wijfjes 22 juli 2024 Bertus van 't Wout BJ7731-IB-ME-001D01 Projectgerelateerd Roel Schaap
Onderwerp:
Externe Veiligheidsonderzoek deelplan 4.1 Zuidpolder Eemnes
1
Inleiding
De gemeente Eemnes is voornemens om in deelgebied 4.1 van Zuidpolder 26 woningen en een appartementencomplex met 16 appartementen te realiseren. Om dit planvoornemen mogelijk te maken dient een BOPA te worden aangevraagd. Ter onderbouwing van de BOPA dient onderzoek uitgevoerd te worden naar het milieuaspect externe veiligheid. In de omgeving van het plangebied liggen enkele risicovolle milieubelastende activiteiten (MBA’s) die mogelijk invloed hebben op het planvoornemen. Om te onderzoeken of wordt voldaan aan de normen voor externe veiligheid is het planvoornemen getoetst aan de relevante wet- en regelgeving.
2
Toetsingskader externe veiligheid
Een ruimtelijk plan wordt in het kader van externe veiligheid getoetst conform het landelijke wettelijk kader en lokaal beleid. Deze paragraaf geeft de meest relevante wetgeving en de toetsingscriteria waaraan een ruimtelijk plan in het kader van externe veiligheid wordt getoetst. Omgevingswet: De Omgevingswet 1 regelt alle aspecten van de fysieke leefomgeving, inclusief het milieuthema externe veiligheid. Op de Omgevingswet zijn vier algemene maatregelen van bestuur (AmvB’s) en één ministeriële regeling gebaseerd: •
•
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) 2. In het Bal staan algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving, waaronder milieubelastende activiteiten. In het Bal staan maatregelen om de externe veiligheidsrisico’s van een activiteit te beperken. Ook staan hier een aantal vaste afstanden in voor activiteiten. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) 3 . In het Bkl staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Op het gebied van externe veiligheid noemt hoofdstuk 5 de instructieregels bij het opstellen van een omgevingsplan.