5
Tekst van het document
Binnenplanse afwijking Met de binnenplanse afwijking wordt de situatie bedoeld waarin het bestemmingsplan zelf bepaalt dat van een bepaald voorschrift in dat bestemmingsplan kan worden afgeweken. Buitenplanse afwijking (afwijking op grond van de ‘kruimellijst’) Als het bestemmingsplan zelf geen afwijkingsbevoegdheid bevat, moeten B&W beoordelen of afwijking van het bestemmingsplan mogelijk is op grond van de ‘kruimellijst’. Dit is een door de Rijksoverheid opgestelde lijst van situaties waarin B&W bevoegd zijn om van een bestemmingsplan af te wijken. Met de kruimelafwijking kunnen in de praktijk echter bouwplannen van behoorlijke afmetingen worden gerealiseerd. Ook kan hiermee toestemming voor wijziging van gebruik van gronden of een bouwwerk worden bewerkstelligd. Ook bij deze categorie beschikken B&W bij de beslissing tot het al dan niet verlenen van de omgevingsvergunning over beoordelingsvrijheid. Deze beoordelingsvrijheid wordt kleiner als het bestuursorgaan beleidsregels (als bedoeld in artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht) heeft vastgesteld waaraan aanvragen voor afwijking van het bestemmingsplan op grond van de kruimellijst worden getoetst. Past een gewenste afwijking binnen die beleidsregels, dan moeten B&W hun medewerking verlenen tenzij dat voor een of meer belanghebbenden onevenredige gevolgen zou hebben.
De grote buitenplanse afwijking Met het vroegere projectbesluit, kan worden afgeweken van het bestemmingsplan. Er moet gemotiveerd worden dat de omgevingsvergunningsaanvraag voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. De aanvraag moet voorzien zijn van een ruimtelijke onderbouwing.
Het Besluit omgevingsrecht kent type bouwwerken die ook als deze in strijd zijn met de regels van het bestemmingsplan, zonder omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen (vergunningsvrij) gebouwd mogen worden. De situatie kan zich dus voordoen dat voor het realiseren van het
Bijlage 4 Vergunningenstrategie
5
bouwwerk geen omgevingsvergunning voor het bouwen nodig is, maar wel voor het afwijken van het bestemmingsplan. In die gevallen wordt dus een omgevingsvergunning verleend met uitsluitend de activiteit afwijken van het bestemmingsplan. In bestemmingsplannen en beleidsregels kan worden bepaald wanneer er sprake is van afwijkend gebruik en in welke gevallen en onder welke voorwaarden medewerking wordt verleend.
Bijlage 4 Vergunningenstrategie
6
Bijlage 5 Toetsmatrix Bbl Bij definitieve inwerkingtreding Omgevingswet wordt deze bijlage toegevoegd.
Bijlage 5 Toetsmatrix Bbl
1
Bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezicht taken Nalevingsstrategie Het effectief bevorderen van de naleving van wet- en regelgeving begint bij een bewuste keuze van het instrument om die naleving te beïnvloeden. Ten opzichte van de afgelopen jaren houdt dit geen grote strategiewijziging in maar een meer bewuste keuze van het meest geschikte instrument om naleving te bevorderen in combinatie met de bepaling waarom het aan naleving schort. In het kader van transparantie, rechtsgelijkheid en efficiency en effectiviteit werken de uitvoeringsstrategieën samen door in de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie en onze jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. Het effectief bevorderen van naleving van wet- en regelgeving begint bij een bewuste keuze van het instrument om die naleving te beïnvloeden. Dat betekent dat de verschillende instrumenten moeten zijn afgestemd op de doelgroep. Soms kan voorlichting en informeren voldoende zijn. In andere gevallen zal er meer druk moeten worden uitgeoefend om naleving af te dwingen. Er zijn veel factoren die invloed hebben op het naleefgedrag: is men bekend met de regelgeving, is er sprake van sociale controle door derden, wat is de afweging van iemand ten aanzien van de pakkans bij overtreding van een regel, etc. Goed naleefgedrag draagt bij aan een veilige, schone en duurzame leefomgeving.
Inwoners en bedrijven zijn in de eerste plaatst hier zelf verantwoordelijk voor. Om te controleren of wet- en regelgeving wordt nageleefd is toezicht onontbeerlijk. Dit toezicht kan op verschillende manieren plaatsvinden en is nader ingevuld in de toezichtstrategie. Daar waar nietnaleving plaatsvindt moet in beginsel handhavend worden opgetreden. De mate waarin er handhavend wordt opgetreden en de wijze waarop is beschreven in de sanctiestrategie. Gevallen waarbij niet-naleving, onder bepaalde voorwaarden, wordt getolereerd en de wijze waarop deze gevallen worden aangepakt is beschreven in de gedoogstrategie. De nalevingsstrategie bestaat hiermee uit de volgende onderdelen: -
Preventiestrategie Toezichtstrategie Sanctiestrategie Gedoogstrategie Communicatiestrategie
Preventiestrategie De preventiestrategie is gericht op het voorkomen van overtredingen middels communicatie en voorlichting. 1. Communicatie Met goede communicatie over het beleid, de uitvoering en de organisatie zorgen we ervoor dat inwoners, bedrijven en instellingen duidelijk is hoe wordt omgegaan met de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving binnen de gemeente. Transparantie en duidelijkheid over de invulling en uitvoering van de taken kunnen leiden tot een beter naleefgedrag. Als BEL Combinatie willen we actief communiceren met onze inwoners en bedrijven. Dit schept duidelijkheid bij deze doelgroepen waarbij we zo veel mogelijk willen voorkomen dat overtreders zeggen: “ik wist het niet.” Bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezichttaken
1
Met goede communicatie wordt tevens bereikt dat er een situatie ontstaat waarin duidelijk is wat de achterliggende doelen van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van wet en regelgeving zijn. Als over deze doelen actief wordt gecommuniceerd draagt dit bij aan het begrip onder inwoners en bedrijven. Er wordt daarmee draagvlak gecreëerd voor de handhaving. Communicatie verstrekt daarnaast de uitwerking bij het inzetten van VTH-instrumenten. Als de uitwerking zichtbaar wordt gemaakt, heeft een uitgevoerde controle niet alleen een positieve invloed op het naleefgedrag van de gecontroleerde maar ook op die van de niet-gecontroleerden. Communicatie is facilitair aan de handhavingsinstrumenten als toezicht houden en juridisch handhaven. Dit betekent in de praktijk dat communicatie wordt ingezet als instrument ter ondersteuning van deze instrumenten. Communicatie is een vak op zich. Om een goede invulling hieraan te geven wordt samengewerkt met de communicatieafdeling van de BEL Combinatie. 2. Voorlichting Via voorlichting wordt zoveel mogelijk voorkomen dat overtredingen ontstaan door een gebrek aan informatie en kennis. Inwoners en bedrijven worden geïnformeerd over verandering van wet- en regelgeving, de op hun rustende informatie- en meldingsplicht, indieningsvereisten en mogelijkheden tot aanvragen van vergunning(en) et cetera.
Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO): Een goede digitale ondersteuning bij de invoering van de Omgevingswet is essentieel. Het DSO zorgt voor deze ondersteuning. Alle digitale informatie is straks op één plek te vinden. Via het Omgevingsloket kan iedereen snel zien wat op een locatie mag en wat niet onder de Omgevingswet en voor welke activiteiten. Voor welke activiteit een informatie- of meldingsplicht dan wel vergunningplicht bestaat. Via het Omgevingsloket kunnen initiatiefnemers een vergunningaanvraag of melding indienen in het DSO. Informatieverstrekking via social media en de websites van onze gemeenten met verwijzing naar websites van (landelijke) overheden en onze ketenpartners (omgevingsdiensten en veiligheidsregio’s) met actuele informatie over wetgeving en indieningsmogelijkheden. (Voor-)overleg over bijvoorbeeld de vindbaarheid en interpretatie van indieningsvereisten, slagingskans van plannen, te volgen procedures, andere benodigde toestemmingen, de scope en doorlooptijden van de procedures, kritische aspecten en mogelijkheden voor indiening van aanvragen (in fasen, in delen of integraal).
Bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezichttaken
2
Bespreken van (toetsings-)resultaten na indiening van een conceptaanvraag. Bij weigering of het buiten behandeling laten van de aanvraag, de aanvrager vóór bekendmaking te informeren over het besluit en de overwegingen. Informatieverstrekking en (voor-)overleg tijdens controles.
3. (Voor-)overleg bij plannen en initiatieven De BEL Combinatie beoordeelt zo vroeg mogelijk plannen en initiatieven integraal, mede op basis van de vergunningenstrategie. Daarbij worden in voorkomende gevallen partners, adviseurs en derde belanghebbenden betrokken. Hierbij worden onze ketenpartners op verzoek meegenomen en inzage geven in het dossier om vanuit hun expertise naar het initiatief te kijken. Het eindresultaat van het vooroverleg op basis van een conceptaanvraag betreft, naast inzicht in meer procedurele randvoorwaarden, een ambtelijke indicatie van de haalbaarheid van een initiatief op bepaalde maatgevende facetten. De aanvrager kan zijn initiatief zo nodig aanpassen en verder uitwerken en loopt zodoende in het formele vergunningentraject niet meer tegen onverwachte obstakels aan. Zie verder vergunningenstrategie 4. (Voor-)overleg bij overtredingen Ook na het constateren van een overtreding van de regels is de inzet om eerst in overleg met partijen of via bemiddeling tussen partijen tot een werkbare oplossing te komen. zo mogelijk kan dit ertoe leiden om zaken alsnog te legaliseren. Zie verder toezichtstrategie Toezichtstrategie Het Besluit omgevingsrecht (Bor) (Omgevingswet) geeft slechts in algemene bewoordingen aan hoe toezicht georganiseerd dient te zijn.
Inzicht moet worden gegeven in de wijze waarop het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving wordt uitgeoefend. Onder toezicht vallen alle werkzaamheden die door of namens een bestuursorgaan worden verricht om te observeren of constateren of wet- en regelgeving wordt nageleefd. Het toezicht wordt uitgevoerd door daartoe aangestelde toezichthouders. Van toezicht gaat een belangrijk preventief effect uit. Het doel van toezicht is risicobeheersing, dat wil zeggen dat door middel van toezicht het naleven van de regels wordt verbeterd wat leidt tot een kleinere kans op het ontstaan van risico’s. De toezichtstrategie bevat: -
de uitgangspunten van risicogericht werken en prioriteiten stellen vormen van toezicht en basisprincipes daarbij de toezichts- en handhavingsmatrix, programmatisch toezicht
De strategie heeft betrekking op de werkwijze die wordt gevolgd tot en met het al dan niet constateren van de overtreding en waar nodig bepalen van de ernst van de overtreding. Zodra een overtreding is geconstateerd geldt de sanctioneringstrategie, en in uitzonderlijke gevallen de gedoogstrategie. Bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezichttaken
3
1. Aanleidingen voor toezicht Toezicht in de BEL-gemeenten vindt plaats op basis van: -
het jaarlijkse uitvoeringsprogramma; aangevraagde vergunningen en ontvangen meldingen; specifieke thema’s of projecten; ontvangen klachten, handhavingsverzoeken en calamiteiten; waarnemingen in het vrije veld: oog en oor.
2. Vormen van toezicht Bij het houden van toezicht kunnen verschillende methoden worden gebruikt. Afhankelijke van de situatie en waarop wordt gecontroleerd (branche/beleidsterrein) kan gekozen worden voor verschillende vormen van toezicht. De vormen van toezicht in de BEL-gemeenten zijn -
Administratief toezicht – Routinematig toezicht – Ad hoc toezicht – Thematische controles – Gebiedsgerichte controles – Hercontroles –
toezicht op volledigheid van (bedrijfsmatige) gegevens periodiek toezicht op vergunningen en meldingen toezicht vanwege bijzondere omstandigheden geformuleerd in het uitvoeringsprogramma bijvoorbeeld in de polder, bedrijfsterreinen etc toezicht op één of enkele aspecten, vindt plaats n.a.v. een vorige controle(rapport)
Onder toezicht wordt verstaan: het feitelijk toezien op naleving van wet- en regelgeving door het uitvoeren van controles. Binnen de toezichtstrategie worden twee hoofdvormen van toezicht onderscheiden: 1. Preventief toezicht 2. Repressief toezicht Deze twee hoofdvormen van toezicht houden toezicht op diverse typen wet- en regelgeving. 3. Preventief toezicht op de bouw Het preventieve toezicht op omgevingsvergunningen voor het bouwen vindt in de realisatiefase plaats.15 Het is van belang dat er tijdens het bouwen van een bouwwerk toezicht wordt gehouden op een aantal belangrijke aspecten uit het bouwproces. Het is echter niet efficiënt en daarnaast praktisch onmogelijk om elk bouwwerk op elk punt van de bouw in de realisatiefase te controleren. Het toezicht zal zich dan ook juist richten op de cruciale momenten/fasen in een bouwproces, afhankelijk van het type bouwwerk en de prioriteit die aan de betreffende taak is gegeven.
Een goede afstemming tussen de vergunningverlener en de bouwkundig toezichthouder is daarom ook van cruciaal belang, omdat de vergunningverlener samen met de toezichthouder op basis van de omgevingsvergunning voor het bouwen het beste kan inschatten welke momenten uit het bouwproces voor het betreffende bouwwerk van belang zijn om te controleren. 15
Met de inwerkingtreding van de Wet Kwaliteitsborging valt het toezicht (controle) op de regelgeving uit het Bouwbesluit 2012 voor gebouwen Gevolgklasse 1 weg. Voor deze wetgeving wordt een nieuw beleid opgesteld en zal na inwerkingtreding van de Wkb onderdeel zijn van de U&H-strategie.
4 Bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezichttaken
Tijdens het bouwproces wordt een vijftal bouwfasen onderscheiden, te weten: 1) aanloop; 2) onderbouw; 3) bovenbouw; 4) gevel/dak; 5) afbouw. De onderstaande toezichtmomenten worden binnen deze bouwfasen in het bouwproces onderscheiden: Ad. 1) Aanloop: - Toezichtmoment 1. check bouwdossier op volledigheid (o.a. vergunning en voorwaarden) en voorbereiding (oriënteringsgesprek) - Toezichtmoment 2. verificatie van gegevens over de bouwplaats/invullen opnamestaat/ bouwveiligheidsplan - Toezichtmoment 3. bevestiging van werkafspraken met de bouwer - Toezichtmoment 4. uitzetten van de bouw (uitzetten bouw, uitgraven bouwput) Ad.2) Onderbouw: - Toezichtmoment 5. heien/bronbemaling/riolering/damwandconstructie - Toezichtmoment 6. controleren (van wapening) van de fundering (staal/palen, constructie) - Toezichtmoment 7. begane grondvloeren Ad. 3) Bovenbouw: - Toezichtmoment 8. verdiepingsvloeren en –wanden (stempels, steigers, vloeren (inclusief wapening van prefabvloeren en daarop aangebrachte wapeningsnetten) en balken) - Toezichtmoment 9. constructies overige verdiepingen Ad. 4) Gevel/dak: - Toezichtmoment 10. kap (dakconstructie, dakafwerking, buitenblad gevel, gevelopeningen) Ad. 5) Afbouw: - Toezichtmoment 11. afbouw en installaties (o.m.
nutsvoorzieningen, hoogteverschil en vloerafscheidingen, ventilatie en spuicapaciteit, brandveiligheid, vluchtmogelijkheden, brandveiligheidsinstallaties, bescherming geluid (van installaties), vochtwering, verbrandingslucht/rook, EP gerelateerde installaties) - Toezichtmoment 12. eindoplevering Het aantal gedefinieerde toezichtmomenten hoeft niet altijd daadwerkelijk te worden uitgevoerd. Het is voorstelbaar dat bij kleinere bouwwerken volstaan kan worden met een selectie van voornoemde toezichtmomenten. Bij grote bouwwerken of bouwwerken waaraan op de betreffende handhavingstaak een (heel) hoge prioriteit is toegekend, ligt het voor de hand dat (vrijwel) alle toezichtmomenten worden ingevuld. Het is dan zelfs mogelijk dat binnen deze toezichtmomenten meerdere controlebezoeken op meerdere aspecten binnen de betreffende bouwfase voor het invullen van één toezichtmoment nodig zijn. In de toezichtmatrix voor bouwen wordt per type
Bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezichttaken
5
bouwwerk het daadwerkelijk aantal momenten vastgelegd evenals welke van de gedefinieerde momenten tijdens het bouwproces worden gecontroleerd. Onder de Wabo (en Omgevingswet) kan (vaker) zonder omgevingsvergunning worden gebouwd. Echter, bij vergunningsvrij bouwen is men wel aan regels gebonden. Deze regels omvatten vooral maximale oppervlakten en maximale afmetingen. In ieder geval gelden altijd de regels uit de Woningwet, het Bouwbesluit 2012 (onder meer voor veiligheid en gezondheid), de bouwverordening en het burenrecht uit het Burgerlijk Wetboek. 4. Preventief toezicht op sloopwerken De voorschriften, die tijdens sloopwerkzaamheden moeten worden nageleefd, en waar toezicht op moet worden gehouden zijn: De wijze van slopen; b. de veiligheid van het sloopterrein en de directe omgeving; c. het omgaan, verwerken en afvoeren van diverse soorten vrijkomend sloopafval, waaronder asbest; a.
Voor het slopen van bouwwerken worden drie fasen van het sloopproces onderscheiden, te weten: 1.) de voorbereiding; 2.) de uitvoering; 3.) de oplevering. Binnen deze fasen van het sloopproces wordt een aantal toezichtmomenten onderscheiden. Ad.1.) de voorbereiding - Toezichtmoment 1. uitvoering van het sloopveiligheidsplan; Ad. 2) de uitvoering - Toezichtmoment 2. de wijze van uitvoering van de werkzaamheden - Toezichtmoment 3. controle op naleving van de voorwaarden bij de vergunning Ad. 3) de oplevering - Toezichtmoment 4. controle op verpakking en wijze van afvoer van sloopafval (inclusief afvoerbonnen)
5. Preventief toezicht op sloopwerken Afhankelijk van de aard van het bouwwerk en het gebruik worden met de brandweer afspraken gemaakt op welke toezichtmomenten de brandweer met het bouwtoezicht gaat controleren. Bij grote projecten wordt de brandweer al vroeg in het proces betrokken. De opleveringscontrole van de omgevingsvergunning brandveilig gebruik neemt de brandweer voor haar rekening. Een groot deel van het toezicht betreft het structurele toezicht op de brandveiligheid in gebouwen met een publieks- of een verblijfsfunctie. In het kader van het Bouwbesluit 2012 geldt voor het merendeel van deze gebouwen de meldingsplicht. Slechts voor een gering aantal is de vergunningsplicht van toepassing. De toezichtstaak op brandveiligheidsvoorschriften bij vergunningsplichtige gebouwen is specialistisch werk en vindt daarom plaats door de brandweer,
Bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezichttaken
6
eventueel samen met een van de bouwtoezichthouders. Tijdens het toezicht wordt er in dit kader met name gecontroleerd op: de aanwezigheid van een vergunning brandveilig gebruik/melding Bouwbesluit 2012 de voorschriften van een vergunning brandveilig gebruik/melding Bouwbesluit 2012 de aanwezigheid van vereiste documenten, logboeken en certificaten transparant- en noodverlichting (vluchtrouteaanduiding) het blokkeren, afsluiten en niet functioneren van vluchtroutes, nooduitgangen, blusmiddelen, rookbrandscheidingen en ontruimings-, brandmeld-, rookafvoer- en warmteafvoerinstallaties
De handleiding PREVAP (preventieactiviteitenplan) bevat de indeling van prioriteiten, op basis van het verwachte brandrisico van gebruiksfuncties. PREVAP staat voor: Preventieactiviteitenplan. Het gaat hier om prioriteiten op basis van de bouw- en gebruiksregelgeving. Bij de indeling van de gebruiksfuncties in prioriteitsklassen zijn criteria gehanteerd als het aantal aanwezigen, de zelfredzaamheid van de aanwezigen, de kans op brand, de frequentie van gebruik van een object. Dit zijn criteria op basis van het gebruik van een gebouw/object. Andere criteria zijn bijvoorbeeld bouwaard, bouwhoogte of bouwjaar. Aan de hand van deze PREVAP hebben we een indeling in prioriteiten bepaald, inclusief bijbehorende kengetallen, voor de uit te voeren taken. Prioriteitsklasse A B C D
Aard risico Zeer hoog risico Hoog risico Gemiddeld risico Beperkt risico
Controlefrequentie 1 x per jaar 1 x per 2 jaar 1x per 3 jaar 1x per 4 jaar
6. Preventief toezicht op milieu-inrichtingen Dit toezicht vindt plaats door de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV) voor de gemeente Blaricum en Laren en door de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD Utrecht) voor de gemeente Eemnes. 7. Preventief toezicht op aanleg, kap en reclame In geval van een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit wordt volstaan met maximaal één toezichtmoment op het moment van aanvang van de werkzaamheden. Dan wordt met de vergunninghouder doorgesproken waarop de vergunning betrekking heeft en hoe het werk wordt uitgevoerd. Opleveringscontroles zijn niet noodzakelijk, de eindcontrole op de werkzaamheden kan veelal worden uitgevoerd tijdens de reguliere gebiedscontroles. Voor de activiteiten reclame aanbrengen en kappen van bomen beperken wij ons echter tot het steekproefsgewijs controleren. In dit kader gaan wij uit van de eigen verantwoordelijkheid van de uitvoerder van de werkzaamheden. In het gebiedstoezicht wordt de uitvoering verder beoordeeld. In het geval er sprake is van een herplantplicht kan een toezichtmoment wel van belang zijn. 8. Preventief toezicht op monumenten en dorpsgezicht Nadat een omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw en monumenten is afgegeven, zullen de monument specifieke aspecten worden meegenomen in de reguliere bouwinspecties, tenzij in een
Bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezichttaken
7
specifieke zaak extra toezicht nodig is. Hierdoor blijft dit toezicht beperkt van omvang. In de gebruiksfase houden we in onze gemeente toezicht op monumentale waarden. 9. Preventief toezicht gebiedsgericht Gebiedsgericht toezicht wordt toegepast met aandacht voor diverse, vastgelegde controlepunten ten aanzien van ruimtelijke ordening, bouwen, (brand)veiligheid, milieu en APV en bijzondere wetten. Afhankelijk van het type gebied en/of bestuurlijke prioriteit kan de nadruk meer of juist minder op enig rechtsgebied liggen. In het algemeen vindt het toezicht plaats vanaf de openbare weg en is het gericht op het voorkomen en tegengaan van excessen. Voor deze wijze van controle wordt samengewerkt met collega toezichthouders van verbonden partijen. Waar nodig wordt een college toezichthouder geïnformeerd die op dat specifiek terrein vakbekwaam is (bijv. milieu). Op deze manier worden de vaardigheden van de toezichthouder (ook) benut voor het toepassen van de ‘oog- en oorfunctie’ voor zaken die buiten zijn of haar specialisme liggen en wordt toezicht op een integrale(re) wijze vorm gegeven. 10. Repressief toezicht Onder repressief toezicht wordt verstaan toezicht dat plaatsvindt op basis van klachten, meldingen, verzoeken om handhaving.
Klachten en meldingen Klachtentoezicht tijdens de realisatiefase vindt plaats naar aanleiding van een klacht of melding van onze inwoners/bedrijven of van collega’s/bestuur. Klachten en meldingen kunnen per telefoon, schriftelijk, per e-mail of via de website van de gemeente binnenkomen. In principe worden klachten en meldingen, afhankelijk van de bestuurlijke prioriteit, zo veel mogelijk meegenomen tijdens het reguliere gebiedsgericht toezicht. Het streven is om de klager binnen drie werkdagen op de hoogte te stellen wat er met de klacht is gedaan. In het kader van de U&H-strategie is slechts sprake van een klacht als de klacht betrekking heeft op een handhavingstaak, bijvoorbeeld een klacht over illegale bouw door de buren of een klacht over stankoverlast door een bedrijf. Klachten over (het functioneren van) ambtenaren en/of klachten over de gemeentelijke organisatie vallen hier dus uitdrukkelijk niet onder. Hiervoor geldt namelijk een aparte klachtenregeling op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bij de beoordeling van een klacht wordt ten eerste vastgesteld of de betreffende klacht niet moet worden opgevat als een verzoek om handhaving. Bestaat er onduidelijkheid over de aard van de klacht, dan wordt altijd contact gezocht met de klager om vastgesteld te krijgen hoe de klacht dient te worden opgevat en hoe de klacht vervolgens dient te worden afgehandeld.
Uitgangspunt voor de afhandeling van klachten en meldingen is dat deze altijd binnen een redelijke termijn worden behandeld. In beginsel moet de klager/melder altijd uitsluitsel krijgen over hoe de gemeente met de klacht/melding omgaat. Dit kan lastig zijn in het geval het gaat om een anonieme klacht. Bij anonieme klachten kan er een onderscheid worden gemaakt tussen twee categorieën anonieme klachten, te weten: 1. anonieme klachten waarbij de klager bij de gemeente bekend is, maar waarbij de klager ten opzichte van degene waarover geklaagd wordt anoniem wil blijven.
Bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezichttaken
8
Uitgangspunt is dat deze op eenzelfde wijze worden afgehandeld als gewone klachten, waarbij de gewenste anonimiteit van de klager zoveel mogelijk wordt gerespecteerd. 2. anonieme klachten waarbij de klager bij de gemeente onbekend is. Uitgangspunt is dat deze niet in behandeling worden genomen, tenzij het belang van de klacht dusdanig wordt ingeschat dat directe actie noodzakelijk wordt geacht.
Bij de afhandeling van klachten wordt een onderscheid gemaakt in de prioriteit van de afhandeling van klachten/meldingen. Indien de klacht/melding een taakonderdeel betreft die, volgens de U&Hstrategie een hoge prioriteit heeft gekregen, krijgt deze voorrang op klachten en meldingen waarvan de prioriteit op gemiddeld tot laag is vastgesteld. H et is daarom van belang dat er bij binnenkomst van de klachten en meldingen gelijk een goed beeld ontstaat van (het belang van) de melding en het taakonderdeel waarop de klacht/melding betrekking heeft. Afhankelijk van het belang en de spoedeisendheid van de klacht/melding ingeschat of directe afhandeling van de melding noodzakelijk is. Het is voorstelbaar dat in bepaalde gevallen kan worden afgeweken van de prioriteit die aan het betreffende taakonderdeel is toegekend. Uiteraard worden bijzondere klachten/meldingen waarbij sprake lijkt te zijn van direct gevaar en/of een onveilige situatie altijd direct behandeld. Verzoeken om handhaving Uitgangspunt bij verzoeken om handhaving is dat op alle schriftelijke handhavingsverzoeken wordt gereageerd. Uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt “een beginselplicht tot handhaving”, zeker als derden hierom verzoeken. Verzoeken om handhaving hebben een hoge prioriteit vanwege het wettelijke karakter als aanvraag.
Het is vereist om daarop binnen een redelijke termijn te beslissen. Anonieme verzoeken om handhaving worden in beginsel niet in behandeling genomen. Zie verder ‘Stappen in het (handhaving)proces’
Bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezichttaken
9
Handhavings- en Sanctiestrategie Landelijke Handhavingsstrategie In 2014 is de Landelijke Handhavingstrategie (hierna: LHS) vastgesteld. Handhavende instanties zoals overheden, omgevingsdiensten, het Openbaar Ministerie en de politie treden dan op dezelfde manier op bij geconstateerde overtredingen. 16, 17 De LHS komt voort uit de wens van alle betrokken instanties om de organisatie en uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving te verbeteren en om een gelijk speelveld te creëren voor natuurlijke personen en rechtspersonen voor wie bepaalde voorschriften gelden. Een ander doel van de LHS is dat de samenleving ervan uit mag gaan dat handhavers zo optreden dat het rechtsgevoel wordt gerespecteerd en de leefomgeving veilig, schoon en gezond blijft. De LHS geeft hier inhoud aan door een kader te scheppen voor het passend interveniëren bij iedere bevinding. Afhankelijk van de situatie kan op basis van de LHS weloverwogen gekozen worden welk instrument ingezet wordt. Om de strategie van sanctie-instrumenten te bepalen wordt in de LHS enerzijds naar het gedrag van de overtreder gekeken en anderzijds naar de ernst van de overtreding. Bewust gemaakte overtredingen met ernstige gevolgen worden zwaarder aangepakt, bijvoorbeeld met een mix van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke middelen.
Bij de inzet van strafrechtelijke middelen is nauwe samenwerking met politie en Openbaar Ministerie vereist. Sanctiestrategie De sanctiestrategie omschrijft de aanpak voor het sanctionerend optreden bij overtredingen en omvat: -
een passende reactie op geconstateerde overtredingen; een stringente reactie bij voortduring van de overtreding; een regeling voor optreden tegen overtredingen door de eigen organisatie; een beschrijving van mogelijke sancties.
De sanctiestrategie beschrijft voornamelijk de inzet van bestuursrechtelijke sancties (de manieren van sanctioneren die door de bevoegde bestuurlijke overheid, zelf of namens, wordt uitgevoerd) met als doel, het herstel van de overtreding dan wel het straffen van de overtreder. Onderdeel van een passende reactie kan het strafrechtelijk sanctioneren zijn. Over de situaties waarbij dat aan de kan zijn wordt overeengekomen met het Openbaar Ministerie (OM) en het Functioneel Pakket (FP). Dit kan met name aan de orde zijn als herstel niet meer mogelijk is en een strafrechtelijke sanctie passend is.
16
Onder de Omgevingswet heet de LHS, de LHSO. DE LHSO is de opvolger van de LHS uit 2014. In de kern is de strategie nagenoeg onveranderd. Wat anders zal zijn is dat de aansluiting op de Omgevingswet goed wordt gelegd, terminologie wordt geactualiseerd en de bestuurlijke boete wordt toegevoegd. Het streven is om in het najaar van 2022 de LHSO landelijk vast te stellen in de Bestuurlijke Omgevingsraad. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de LHSO de LSH als onderdeel van dit beleid vervangen. 17 Het Openbaar Ministerie, het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Unie van Waterschappen, het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de Inspectie Leefomgeving en Transport, de Inspectie van het ministerie van sociale zaken en Werkgelegenheid, de Nationale Politie en de vereniging van omgevingsdiensten vormen de Bestuurlijke Omgevingsraad.
Bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezichttaken
10
De BEL Combinatie onderschrijft daarbij de ‘Landelijke handhavingsstrategie (LHS)18’ en past deze als zodanig toe voor zover er in deze strategie niet van af is geweken. Interventiematrix en sancties Uitgangspunt in deze sanctiestrategie is een matrix met op horizontale as een rangschikking naar het soort overtreder (oplopend van goedwillend tot bewust en structureel crimineel) en op de verticale as een rangschikking naar de ernst van het effect van de overtreding (van vrijwel nihil naar aanzienlijk). Aan de hand van de matrix worden de volgende stappen doorlopen. Stap 1: Positionering bevinding/overtreding in de interventiematrix door: a) Beoordelen effecten van de overtreding voor milieu, natuur, water, veiligheid, gezondheid en/of maatschappelijke relevantie en b) Het typeren van (het gedrag van) de betrokkene(n). Stap 2: Bepalen soort sanctie (bestuursrechtelijk of strafrechtelijk). Nadat de bevinding/overtreding gepositioneerd is binnen de matrix, wordt bekeken of deze bevinding/overtreding naast of in plaats van bestuursrechtelijke maatregelen ook strafrechtelijke sancties moeten worden toegepast. Dit hangt af van het feit of er sprake is van verzwarende aspecten. Stap 3: Bepalen of overleg met politie en OM/FP over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht aan de orde is.
Stap 4: Optreden met de interventiematrix (zie figuur [NUMMER]) De activiteiten van de toezichthouder zijn in eerste plaats gericht op herstel. Als naleving uitblijft, wordt vervolgens snel ingezet op zwaardere interventies. Het toezicht- en handhavingsproces bestaat standaard uit twee stappen. 1. waarschuwen, 2. Sanctioneren. Stap 5: Vastleggen. De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden verifieerbaar en transparant vastgelegd volgens de gelende administratieprocedures en systemen. Rapportages over de bevindingen van de naleving gebeurt per brief. Per type controle in het proces horen verschillende, waar mogelijk gestandaardiseerde, brievensets. Communicatie in het toezicht- en handhavingsproces Communicatie in het toezicht- en handhavingsproces kan verschillende doelen hebben, zoals voorlichting, informatieverstrekking (bijvoorbeeld over de voor- en nadelen van gedrag) of gedragsbeïnvloeding. Het kan een educatief karakter hebben of juist meer dreigend, over de sancties bij niet naleven. Bij iedere communicatie uiting in het kader van deze strategie wordt goed uitgedacht wat de effecten (kunnen) zijn van de boodschap, of deze uitvoerbaar en handhaafbaar is.
18
Versie 4 juni 2014
Bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezichttaken
11
Maar ook of het alternatief (de eis) uitvoerbaar is. Wij communiceren helder en concreet, ter bevordering van de naleving van wet- en regelgeving en met de focus op effectiviteit voor de leefomgeving. We doen wat we zeggen, anders verliezen we onze geloofwaardigheid. Stappen in het (handhaving)proces Het hieronder beschreven kader geeft een korte beschrijving van de verschillende stappen in het toezicht- en handhavingsproces. 1. Constatering: Na constatering van de overtreding ontvangt betrokkene een constateringsbrief of waarschuwingsbrief waarin deze geïnformeerd wordt over de geconstateerde overtreding. Betrokkene krijgt de gelegenheid om binnen een bepaalde termijn de overtreding ongedaan te maken. Ook wordt aangekondigd dat als bij hercontrole blijkt dat de overtreding niet ongedaan is gemaakt, er bestuursrechtelijke maatregelen kunnen worden getroffen. Afhankelijk van de ernst van de overtreding en gedrag van betrokkene, wordt betrokkene uitgenodigd voor een (telefonisch) gesprek. 2. Hercontrole: Indien bij hercontrole blijkt dat de overtreding niet of niet geheel ongedaan is gemaakt, ontvangt de betrokkene een voornemen tot het opleggen van een bestuursrechtelijke maatregel. Dat is meestal een last onder dwangsom. Betrokkene krijgt de mogelijkheid om ten aanzien van dit voornemen binnen een gestelde termijn een zienswijze in te dienen. 3.
Opleggen bestuursrechtelijke maatregel Indien na beoordeling van de zienswijze niet wordt afgezien van handhaving, en de overtreding voortduurt, wordt het besluit genomen tot het opleggen van een bestuursrechtelijke maatregel. Dit stappenplan is het uitgangspunt bij reguliere situaties. Er zijn echter situaties waarbij hiervan kan worden afgeweken: -
Gevaar: bij acuut gevaar voor personen en/of de omgeving, is direct optreden noodzakelijk; Onherstelbare schade: indien onherstelbare schade plaatsvindt of dreigt plaats te vinden zal direct dan wel versneld optreden de meest aangewezen werkwijze zijn; Ernstige hinder; in deze situatie wordt stap 1 overgeslagen om de overtreding snel ongedaan te (laten) maken; Herhaling van (vergelijkbare) overtredingen: indien optreden tegen een eerdere overtreding geen effect heeft gehad, kan bij herhaling van de overtreding gekozen worden voor een versnelde/direct aanpak. Het informeren van de betrokkene (stap 1) is in deze gevallen weinig zinvol omdat de eerdere waarschuwing niet tot het gewenste gedrag heeft geleid.
Bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezichttaken
12
In een schema ziet dit er als volgt uit: Stappenplan
Omschrijving stappen
Regulier
Aantal stappen 3
Versneld
2
Direct
1
Stap 1 uit het reguliere stappenplan wordt overgeslagen. Bij de eerste constatering van de overtreding wordt stap 2 ingezet (nemen voorgenomen besluit). Stap 1 en 2 uit het regulieren stappenplan worden overgeslagen. Bij de eerste constatering van de overtreding volgt direct stap 3 (nemen besluit).
De 3 stappen zoals hierboven omschreven worden doorlopen.
Bij handhaving van parkeerovertredingen, al dan niet in de blauwe zones, wordt de aanpak zoals genoemd onder ‘Direct’ gevolgd, dus bij de eerste constatering direct een boete. Bij overige overlastfeiten waar de Boa op toeziet wordt, eventueel na communicatieve aandacht voor een specifiek onderwerp, in de regel ook direct geverbaliseerd. In bijzondere gevallen wordt volstaan met een waarschuwing, als de verwachting is dat dat meer effect heeft op dat specifieke moment bij die specifieke persoon. Voor de hoogte van dwangsommen bij diverse overtredingen en begunstigingstermijnen is een leidraad in de vorm van een beleidsregel opgesteld (zie bijlage 9 ) Voor een aantal beleidsvelden wordt een ander kader gevolgd. In het kader van de Alcoholwet is regionaal een handhavingsstrategie en stappenplan opgesteld. Voor het beleidsveld milieu worden de regionale beleidskaders van de OFGV en RUD Utrecht (regio Utrecht) gevolgd. Verzoeken om handhaving Het behandelen van verzoeken om handhavend op te treden maakt een belangrijk deel uit van de werkzaamheden van de gemeentelijke toezichthouders en handhavers. Een verzoek om handhaving is een formeel verzoek van een belanghebbende aan de gemeente om een handhavingsbesluit te nemen. Hierop zijn de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen van toepassing.
Het spreekt voor zich dat er in spoedeisende situaties altijd zo snel mogelijk wordt opgetreden. Het wegnemen van het gevaar staat hierbij voorop. Beslistermijn verzoek om handhaving Verzoeken om handhaving hebben een hoge prioriteit vanwege het wettelijke karakter als aanvraag. Het is vereist om daarop binnen een redelijke termijn te beslissen. Anonieme verzoeken om handhaving worden in beginsel niet in behandeling genomen. Afhankelijk van het overtreden voorschrift en de kwalificatie daarvan, wordt een prioriteit toegekend en een strategie bepaald. We hanteren hiervoor een stappenplan
1. Na constatering van de overtreding ontvangt de betrokkene een constaterings- of waarschuwingsbrief waarin deze wordt geïnformeerd over de geconstateerde overtreding. Daarbij krijgt de betrokkene de gelegenheid om binnen een gestelde termijn de overtreding
Bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezichttaken
13
ongedaan te maken. Ook wordt aangekondigd dat als bij hercontrole blijkt dat er nog steeds sprake is van een overtreding, er bestuursrechtelijke maatregelen kunnen worden getroffen. 2. Indien bij hercontrole blijkt dat de overtreding niet/niet geheel ongedaan is gemaakt, ontvangt de betrokkene een voornemen tot het opleggen van een bestuursrechtelijke maatregel (veelal een last onder dwangsom). Betrokkene krijgt de mogelijkheid om hiertegen binnen een gestelde termijn een zienswijze in te dienen. 3. Indien na beoordeling van de zienswijze niet wordt afgezien van handhaving, wordt het besluit genomen tot het opleggen van een bestuursrechtelijke maatregel (veelal een last onder dwangsom). Voor het herstellen van een overtreding wordt in zijn algemeen een termijn gehanteerd van 6 weken. Voor het nemen van een beslissing op een verzoek om handhaving wordt een redelijke termijn gehanteerd. Afhankelijk van de situatie en de omstandigheden van de overtreding/melding kan deze termijn korter of langer zijn. Reden daarvoor is dat een traject veelal begint met slechts een beperkt aantal gegevens. Dat vraagt van de gemeente veel eigen onderzoek. Bij bijvoorbeeld een aanvraag omgevingsvergunning worden deze gegevens al door de aanvrager aangeleverd.
Bij een verzoek om handhaving is het echter nodig om ter plaatse een onderzoek uit te voeren en indien niet alles duidelijk is in sommige gevallen nog een tweede controle te doen. Daar komt nog bij dat de toezichthouder vaak afhankelijk is van de medewerking van de eigenaar/gebruiker van het perceel om toegang te verkrijgen tot het bouwwerk dat gecontroleerd moet worden. Uiteraard heeft de toezichthouder een ruime bevoegdheid om zich toegang te verschaffen tot de te controleren bouwwerken, zeker als daarvoor niet een woning hoeft te worden betreden. Wij achten het echter, zeker bij een eerste controle, hoogst ongewenst om meteen van deze bevoegdheid gebruik te maken om bijvoorbeeld afgesloten percelen door een slotenmaker open te laten maken. In andere woorden, de toezichthouder heeft niet zelf volledig in de hand wanneer het onderzoek ter plaatse kan plaatsvinden. Het legalisatieonderzoek moet uitgevoerd worden waaruit naar voren kan komen dat nog steeds niet alle gegevens bekend zijn. Het is aan ons college om zelf die gegevens te achterhalen, terwijl de termijn voor de behandeling van het verzoek om handhaving nog steeds doorloopt. Ter illustratie: indien in een aanvraagprocedure gegevens ontbreken, worden deze opgevraagd bij de aanvrager en stopt (volgens de Algemene wet bestuursrecht) de termijn. Dit vooronderzoek duurt in de regel 6 weken.
Dat kan in veel gevallen sneller, echter dat zou ten koste gaan van zaken met een hoge prioriteit waarbij er sprake is van gevaar of onherstelbare schade. Het vooronderzoek duurt in de regel 6 weken. Het opstellen van de waarschuwing en verzending inclusief ondertekening daarvan kost gemiddeld 2 weken. De informele begunstigingstermijn van 6 weken gaat dan lopen. Na afloop volgt binnen 2 weken een nieuwe controle. Vervolgens wordt een voornemen opgesteld (4 weken) en verstuurd met een zienswijze termijn van 2 weken. Behandeling van de zienswijze en verzending van een definitieve handhavingsbeschikking 4 weken. Samengevat is een termijn van 26 weken bij een positief besluit op het handhavingsverzoek (dat is het sanctiebesluit) in dit voorbeeld een redelijke termijn. Daarnaast kan er sprake zijn van bestuurlijke gevoeligheid bij handhavingszaken, waardoor er één of meerdere male bestuurlijk afstemming moet plaatsvinden en in veel gevallen een beroep wordt gedaan op gelijke gevallen in de omgeving die nader onderzocht moeten worden.
Bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezichttaken
14
Zowel de belangen van de mogelijke overtreder als verzoeker om handhaving moeten zorgvuldig worden afgewogen. Dat betekent dat zowel gecorrespondeerd wordt met de verzoeker als de mogelijke overtreder. We stellen betrokken partijen tijdig op de hoogte van de genomen en nog te nemen stappen. Op de weigering van een handhavingsverzoek kan op het moment dat vaststaat dat er geen sprake is van een overtreding sneller besloten worden. Intrekken omgevingsvergunningen We hanteren een actief intrekkingen beleid conform de “Beleidsregel intrekking omgevingsvergunning voor activiteit bouwen” van de respectievelijke gemeenten. Hoogte dwangsommen, begunstigingstermijnen en invorderingen Een verbeurde dwangsom wordt ingevorderd, dat is het uitgangspunt. Voor opleggen en het invorderen van dwangsommen maken we gebruik na vaststelling daarvan medio 2023 de leidraad ‘Richtlijn dwangsommen en termijnen’. Overtredingen eigen organisatie of andere bestuursorganen Als er sprake is van een overtreding door een overheidsorgaan, ook wanneer dit een van de eigen BEL-gemeenten is, levert dit geen reden op voor afwijking van het handhavingsstappenplan. Hierbij wordt uitgegaan dat de overheid het goede voorbeeld moet geven en daarmee gebonden is aan dezelfde eisen (of zelfs hoger) als elk ander persoon of organisatie.
Beleid behandelen van een beroep op het gelijkheidsbeginsel in handhavingsprocedures Het gelijkheidsbeginsel is een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur dat voorschrijft dat gelijke gevallen op gelijke wijze behandelmoeten worden. Bij handhaving kan zich soms de vraag voordoen waarom in het ene geval wel handhavend wordt opgetreden en in het andere geval niet, terwijl het om dezelfde overtreding lijkt te gaan. Een belanghebbende kan ook een handhavingsverzoek indienen met een beroep op het gelijkheidsbeginsel of zich in een zienswijze op een voorgenomen handhavingsbesluit beroepen op vergelijkbare gevallen waarin niet handhavend is opgetreden. Vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) vereist een consistent en doordacht beleid inzake de behandeling van een beroep op het gelijkheidsbeginsel en veronderstelt dat een bestuursorgaan welbewust richting geeft en een algemene gedragslijn volgt bij individuele vergelijkbare gevallen. Het bewaken van de consistentie is de eigen verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan. Dit betekent dat een bestuursorgaan ook ambtshalve moet handhaven. Een besluit tot handhaving naar aanleiding van een verzoek betekent niet dat in alle vergelijkbare gevallen uit eigen beweging tot handhaving moet overgaan.
Een college is echter niet gehouden om, gelet op de beschikbare capaciteit, direct handhavend op te treden tegen alle mogelijke overtredingen. Het is een college dan ook toegestaan om te handelen volgens een prioritering. Het college heeft deze prioritering vastgelegd, zie bijlage 7 Prioriteitenlijst handhaving bouwregelgeving. Als besloten wordt handhavend op te treden en een sanctiebesluit te nemen levert dat geen strijd met het gelijkheidsbeginsel op ten opzichte van gevallen waarin niet om handhaving is verzocht en geen sanctiebesluit is genomen. In die gevallen doet zich immers niet de omstandigheid voor dat een handhavingsverzoek is gedaan.
Bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezichttaken
15
Overzicht bestuursrechtelijk instrumentarium Ter bevordering van het naleven van het omgevingsrecht zijn bestuursrechtelijke, strafrechtelijke, privaatrechtelijke en overige instrumenten beschikbaar. Alle instrumenten zijn bedoeld om naleving van het omgevingsrecht op lange termijn te bevorderen. -
Bestuursrechtelijke instrumenten zijn daarnaast primair gericht op het herstellen van de onwenselijke situatie die is ontstaan met het overtreden van een voorschrift. Strafrechtelijke instrumenten zijn ook gericht op genoegdoening aan de maatschappij na verontwaardiging over het overtreden. De privaatrechtelijke instrumenten hebben het vergroten van het draagvlak tot naleven als nevendoel.
Een overzicht van de handhavingsinstrumenten is opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 2: Overzicht van de handhavingsinstrumenten Bestuursrecht herstellend Instrument Aanspreken/informeren
Omschrijving Aanspreken/informeren is een informele interventie (geen wettelijke basis) naar aanleiding van een inspectie die ertoe moet leiden dat de overtreder naleeft of in staat is na te leven. Aanspreken/informeren gebeurt mondeling, door het verstrekken van schriftelijke informatie of door verwijzing naar websites. Aanspreken/informeren is vooral aan de orde bij goedwillende overtreder die onbedoeld niet naleven en die gemotiveerd zijn de niet naleving zo snel mogelijk zelf op te lossen.
Controlebrief
De overtreder ontvangt naar aanleiding van een inspectie een controlerapport/ brief/email waarin de geconstateerde overtredingen zijn vastgelegd en welke afspraken er zijn gemaakt over het treffen van maatregelen of voorzieningen om na te leven en binnen welke termijn dat moet gebeuren.
Bestuurlijke waarschuwing
Bestuurlijk waarschuwen betekent dat de overtreder naar aanleiding van een inspectie en/of controle en waarschuwingsbrief ontvangt. Daarin is opgenomen welke maatregelen of voorzieningen getroffen moeten worden om na te leven en binnen welke (redelijke) termijn. Verder bevat de brief het bekend maken van het voornemen om een last onder dwangsom op te leggen indien een overtreding niet binnen de aangegeven termijn wordt beëindigd plus de termijn om zienswijzen bekend te maken.
Bestuurlijk gesprek
Een bestuurlijk gesprek met (de leiding van) de overtreder in kwestie is een aanvullende escalerende interventie op waarschuwen.
Verscherpt toezicht
Verscherpt toezicht als interventie betreft het naar aanleiding van een inspectie meer of intensiever toezicht houden op de overtreder.
Bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezichttaken
16
Last onder dwangsom (LOD)
Een ‘Last onder dwangsom’ is een geldbedrag dat moet worden betaald wanneer de in de beschikking gegeven last, om na een bepaalde datum aan zekere verplichtingen te voldoen, niet is uitgevoerd. Doel daarvan is de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding of herhaling te voorkomen. De hoogte van het geldbedrag in de last onder dwangsom is gerelateerd aan het economisch voordeel dat ontstaat door het niet-naleven van betreffende voorschriften. Daarnaast mag er een prikkelende werking uitgaan. Het is noodzakelijk de hoogte van het geldbedrag en de termijn te motiveren! Het opleggen van een last onder dwangsom gebeurt volgens zorgvuldig te volgen stappen. In het algemeen worden de volgende stappen onderscheiden: 1. Controlebrief; →indien niet tijdig hersteld: 2. Bestuurlijke waarschuwing; →indien niet tijdig hersteld: 3. Sanctiebeschikking, dat wil zeggen: het opleggen van een last onder dwangsom met een begunstigingstermijn. Na afloop van de begunstigingstermijn volgen hercontroles en indien de overtreding voortduurt (of herhaald wordt) verbeuring van dwangsommen. Het is mogelijk, afhankelijk van de positionering in de interventiematrix, de eerste en eventueel ook de tweede stap over te slaan. In dat laatste geval kan de overtreder, voorafgaand aan de oplegging van de beschikking zo nodig mondeling gevraagd worden een zienswijze te geven.
Last onder bestuursdwang (LOB)
Een last onder bestuursdwang is feitelijk handelend optreden tegen dat wat in strijd is (wordt gedaan, gehouden of nagelaten) met het omgevingsrecht. Als de overtreder de overtreding niet binnen een gestelde termijn beëindigt of de schade herstelt, kan het bestuursorgaan dit -zonder tussenkomst van de rechter -zelf doen op kosten van de overtreder. Voor de last onder bestuursdwang gelden dezelfde zorgvuldig te doorlopen stappen als voor de last onder dwangsom. In het algemeen worden de volgende stappen onderscheiden. 1.Bestuurlijke waarschuwing; →indien niet tijdig hersteld: 2. Sanctiebeschikking, dat wil zeggen: het aankondigen van bestuursdwang met een begunstigingstermijn. Na afloop van de begunstigingstermijn volgt een hercontrole. Indien de overtreding voortduurt, wordt de bestuursdwang uitgevoerd. Het is mogelijk, afhankelijk van de positionering in de interventiematrix, de eerste en eventueel ook de
Bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezichttaken
17
tweede stap over te slaan. In dat laatste geval kan de overtreder, voorafgaand aan de oplegging van de beschikking zo nodig mondeling gevraagd worden een zienswijze te geven. In spoedeisende situaties is het ook mogelijk de sanctiebeschikking op te leggen zonder begunstigingstermijn of zelfs de bestuursdwang uit te voeren zonder dat de beschikking vooraf op schrift is gesteld. Tijdelijk stilleggen
Tijdelijk stilleggen is een ‘spoedeisende last onder bestuursdwang’. Bij het tijdelijk stilleggenhoeven, gezien de spoedeisende aard van de maatregel, de ‘bijzondere omstandigheden’ minder uitvoerig meegewogen te worden. Het tijdelijk stilleggen kan worden opgelegd als voldoende aannemelijk is gemaakt dat de activiteiten zonder vergunning uitgevoerd worden, los van de mogelijkheden tot legalisatie met een beperkte toets aan het evenredigheidsbeginsel.
Bestuursrecht bestraffend Instrument Bestuurlijke boete
Omschrijving Een bestuurlijke boete is een bestuurlijke bestraffende sanctie die door de handhavingsinstantie zonder tussenkomst van het OM of een rechter kan worden opgelegd. Het CJIB verzorgt de inning en incasso van bestuurlijke boetes van diverse overheidsdiensten, waaronder de NVWA, de Inspectie SZW en de Inspectie Leefomgeving en Transport. Een bestuurlijke boete houdt de onvoorwaardelijke verplichting in tot betaling van een geldsom en kan naast een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang worden opgelegd. Het opstellen van het boeterapport gebeurt door de toezichthouder/handhaver, maar de kennisgeving, beschikking en inning gebeuren door het boetebureau (o.a. CJIB). De maxima en bandbreedtes van boetebedragen zijn veelal vastgelegd in de wetgeving.
Schorsen of intrekken vergunning, certificaat of erkenning.
Als de overtreder houder is van een vergunning of ontheffing, dan kan het geheel of gedeeltelijk intrekken van dat besluit een passende interventie zijn. Deze interventie is met name passend als de overtreder niet in actie komt naar aanleiding van eerdere correctieve interventies, zoals een last onder dwangsom.
Bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezichttaken
18
Het geheel of gedeeltelijk intrekken van een begunstigend besluit is een vergaande interventie die zorgvuldig moet worden voorbereid. Exploitatie-verbod, sluiting
Voor niet vergunningsplichtige overtreders bestaat de mogelijkheid op basis van de Fraudewet om het bedrijf te sluiten of de exploitatie ervan te verbieden. Ook dit zijn vergaande interventies die zorgvuldig moeten worden voorbereid en waarbij het informeren van beleid en politiek noodzakelijk is.
Strafrecht Instrument
Omschrijving
Bestuurlijke strafbeschikking
De bestuurlijke strafbeschikking is een daad van strafvervolging op initiatief van het bestuursorgaan. De BOA schrijft een verkort proces-verbaal uit, waarna via het CJIB rechtstreeks een acceptgiro naar de overtreder wordt gestuurd. Bij het constateren van een overtreding kan een buitengewoon opsporingsambtenaar of de politie proces verbaal opmaken. Het is aan de officier van justitie om te bepalen hoe de zaak zal worden afgedaan. Dat kan zijn met een schikkingsvoorstel, een dagvaarding of een (voorwaardelijk) sepot.
Proces verbaal
Voorlopige maatregel: Als onmiddellijk ingrijpen nodig is kan de officier van justitie of de rechter bij economische delicten een voorlopige maatregel opleggen. De voorlopige maatregel kan zijn (1) het onthouden van bepaalde handelingen of (2) zorgen dat bepaalde voorwerpen, die vatbaar zijn voor inbeslagneming, opgeslagen en bewaard worden.
Tabel overig Instrument
Omschrijving
Mediation
Mediation is een alternatieve wijze van geschillenbeslechting om conflicten te voorkomen of op te lossen door het inzetten van een onafhankelijke derde (de mediator). Randvoorwaarden bij mediation zijn vrijwilligheid, vertrouwelijkheid, beslotenheid en
Bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezichttaken
19
onderhandelingsruimte. Niet de formeeljuridische standpunten van partijen, maar de onderliggende belangen die partijen verdeeld houden, spelen een rol. Het op deze wijze oplossen van het conflict kan tot een groter draagvlak leiden.
Privaatrechtelijke handhaving In aanvulling op de hiervoor behandelde bestuurlijke handhavingsbevoegdheid heeft het bestuurlijke bevoegde gezag ook privaatrechtelijke handhavingsmogelijkheden. De overheid mag in principe alleen dan gebruik maken van de privaatrechtelijke weg wanneer geen bestuursrechtelijke weg voorhanden is waarmee een vergelijkbaar resultaat kan worden bereikt of als een ander belang gediend wordt dan het publiekrechtelijke belang. Onder bepaalde omstandigheden kan privaatrechtelijk worden opgetreden, indien de overheid als rechtspersoon optreedt. Dit kan in geval van: 1. het plegen van een onrechtmatige daad door een natuurlijk- of rechtspersoon jegens het bestuurlijke bevoegde gezag; 2. het niet-nakomen van een overeenkomst met het bestuurlijke bevoegde gezag door een natuurlijk- of rechtspersoon; 3. de eigenaarsbevoegdheid van het bestuurlijke bevoegde gezag zoals ingebruikneming van gronden. Gedoogstrategie In bijzondere gevallen kan gedogen zorgen voor de nodige flexibiliteit. Gedogen is het niet optreden tegen overtredingen door een orgaan dat tot zodanig optreden juridisch gezien bevoegd is. Er wordt in dat geval bewust en gemotiveerd afgezien van het sanctioneren van overtredingen. Het uitgangspunt van de gemeente Blaricum, Eemnes en Laren is dat er altijd handhavend wordt opgetreden.
Gedogen is de uitzondering en we zijn daarom zeer terughoudend van gedogen gebruik te maken en gedogen zoveel mogelijk in omvang en tijd te beperken. Als wordt overgegaan tot gedogen, dan gaat hieraan een zorgvuldige belangenafweging aan vooraf en wordt een gedoogbeslissing opgesteld waaraan voorwaarden kunnen worden verbonden. We volgen hierin het beleidskader “Grenzen aan gedogen” (van het toenmalige ministerie van VROM en het ministerie van V&W, TK 1996-1997, 25 085, nr. 2) gevolgd. Deze nota is al jaren leidend binnen de bestuursrechtelijke handhaving. Uitgangspunt voor gedogen is het uitzonderlijke karakter en is alleen als wordt voldaan aan een of (liefst) meerdere van de volgende voorwaarden: - De te gedogen activiteit is verantwoord uit het oogpunt van bescherming van de fysieke leefomgeving; - Er bestaat concreet zicht op legalisatie van de te gedogen activiteit; - Indien vooruitlopend op besluitvorming rond vergunningverlening wordt gedoogd, is een ontvankelijke vergunningaanvraag ingediend; - Er dient sprake te zijn van bijzondere omstandigheden die gedogen in het concrete geval rechtvaardigen. Bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezichttaken
20
Naast deze inhoudelijke criteria zijn er ook nog procedurele criteria waaraan moet worden voldaan in het geval er wordt gedoogd: -
gedogen dient schriftelijk en uitdrukkelijk te gebeuren en is een besluit in de zin van de Awb; gedogen moet zoveel mogelijk worden beperkt in omvang en/of in tijd; er moet een zorgvuldige, expliciete en kenbare belangenafweging (inspraak, publicatie, etc.) hebben plaatsgevonden; gedogen dient aan controle onderhevig te zijn; aan de gedoogbeschikking kunnen voorwaarden verbonden worden.
Indien mogelijk wordt in de beschikking aangegeven onder welke omstandigheden het besluit zal worden ingetrokken en alsnog handhavend opgetreden zal worden. Wanneer blijkt dat de voorwaarden die zijn opgenomen in de gedoogbeschikking niet worden nageleefd, dan moet deze worden ingetrokken en dient er handhavend te worden opgetreden om de overtreding te beëindigen. Communicatiestrategie Goede communicatie over onze regels, kan leiden tot een betere naleving van de regels. Communicatie draagt er aan bij om overtredingen te voorkomen. In deze communicatieparagraaf komen de strategie en de middelen aan bod om zo de kennis en bewustwording over de regelgeving te vergroten. Hiermee willen we het (spontane) naleefgedrag verhogen. Communicatie als preventiemiddel Elk jaar komen er activiteiten voort uit het uitvoeringsprogramma. Over de activiteiten gaan we gericht communiceren. Ook spelen we met communicatie in op actualiteiten, zoals het verstrekken van informatie over vuurwerkregels in december. Op deze manier zetten we voorlichting en communicatie in als preventiemiddel en om naleving van regels te bevorderen. Bij nieuwe wet- en regelgeving willen we inwoners en bedrijven actief informeren. Borgen en verbeteren naleefgedrag In onze communicatie sluiten we aan bij de doelstelling: borgen en verbeteren naleefgedrag van inwoners en bedrijven.
We passen de communicatie aan op de doelgroep en de boodschap. Ook stemmen we het communicatiemiddel hierop af. Communicatie kan digitaal, mondeling, per post of algemeen ingezet worden. Ook in onze uitgaande brieven passen we de boodschap aan zodat het voor de ontvanger duidelijk is wat er van hen wordt verwacht.
In de organisatie Op verschillende manieren communiceren we over regelgeving binnen de gemeentelijke organisatie: -
Bouwbalie: Bij het eerste contact tussen de gemeente en de inwoner of een bedrijf verstrekken we informatie over de relevante wet- en regelgeving. Ook is het belangrijk om te verwijzen naar de gemeentelijke website waar volledige en actuele informatie over de regelgeving staat.
Bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezichttaken
21
Met het verstrekken van de informatie kan de kennis over de regels worden verhoogd. Daarmee willen we de acceptatie en naleving van de regels bevorderen. -
Algemeen via team Communicatie: Via algemene voorlichting en communicatie kunnen we de (spontane) naleving van regels vergroten. Daarbij gebruiken we onder andere: o voorlichting over beleid, wet- en regelgeving via toegankelijke en duidelijke communicatiematerialen (zoals een flyer of afbeelding die via de website of in de gemeentelijke bladen opgenomen kan worden); o voorlichting over algemene en jaarlijks terugkerende onderwerpen of actualiteiten (bijvoorbeeld overhangend groen, honden(poep)overlast, brandveiligheid, eigen verantwoordelijkheid etc.) o jaarverslagen met gegevens over de constateringen na handhavingscontroles (ook om de gemeenteraad te informeren); o artikelen in de gemeentelijke bladen en het versturen van persberichten over acties vanuit het uitvoeringsprogramma en andere projecten of (de resultaten van) handhavingsacties.
Media-aandacht voor handhavingszaken kan preventief werken, maar we zijn ook terughoudend in het informeren van de media over handhavingsacties vanwege de (privacy)-belangen van de betrokkenen. Per situatie kijken we op welke manier we de media kunnen informeren. Communicatieplan In het uitvoeringsprogramma staat welke acties we in het jaar uitvoeren. Een bijlage van het uitvoeringsprogramma is een communicatieplan waarin de communicatiemomenten staan voor het komende jaar.