5
Tekst van het document
4.2 Vergunningen: Omgevingswet 4.2.1 Inleiding Op basis van de kwaliteitscriteria moet het bevoegd gezag voor het beoordelen van en het beslissen over een aanvraag voor een omgevingsvergunning handelen volgens een vastgelegde strategie. De vergunningenstrategie geeft de wijze aan waarop wordt getoetst, de prioritering en diepgang van de te toetsen elementen. Uitgangspunt hierbij is dat inwoners, bedrijven en instellingen zelf verantwoordelijk zijn voor het indienen van een goede en volledige aanvraag. In de strategie is vastgelegd welke vormen van vergunningverlening worden onderscheiden en welke werkwijzen bij aanvragen voor vergunningen worden toegepast. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de werkwijzen (processen) van vergunningverlening volgens een uniform proces verlopen. In dit hoofdstuk zijn de doelstellingen opgenomen ten aanzien van de afhandeling van vergunningsaanvragen en het behandelen van objectmeldingen. Daarbij zijn risico’s in kaart gebracht en is aan de hand daarvan en op basis van landelijke normen het niveau van toetsing vastgelegd.
4.2.2 Algemeen In de afgelopen jaren is een stijgende lijn te zien in het aantal aanvragen die bij de gemeenten wordt ingediend. Naast het aantal stijgende aantal aanvragen neemt ook de complexiteit van de wensen van inwoners en bedrijven toe. Het uitgangspunt van de Ow is om te kijken naar wat wel, van ‘nee, tenzij’, naar ‘ja, mits’. Gekeken moet worden naar hoe wensen passend gerealiseerd kunnen worden. 4.1.2.1 Omgevingswet en Wkb-proof werken
BEL Uitvoerings- en Handhavingstrategie VTH 2023-2026
23
Bij definitieve inwerkingtreding Omgevingswet wordt deze paragraaf nader aangevuld.
4.1.2.2 Wet kwaliteitsborging Met de komst van de Wkb verandert de rol van de gemeente tijdens het bouwproces. De Inwerkingtreding van de Wkb heeft aan de voorkant tot gevolg dat er in het kader van vergunningverlening geen bouwtechnische toetst meer plaatsvindt voor gevolgklasse 1 bouwwerken. Deze preventieve toetst wordt vervangen door een toetst door private kwaliteitsborgers. Voor het bouwen van een bouwwerk onder gevolgklasse 1 moet minstens vier weken voor het begin van de bouwwerkzaamheden een melding wordt gedaan aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag kijkt of de melding compleet is. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan de naam- en adresgegevens, een beschrijving van het bouwwerk, een beschrijving van de kwaliteitsborger, het gebruikte toetsinstrument, de risicobeoordeling (welke risico’s zijn er die ertoe zouden kunnen leiden dat er niet aan bouwtechnische voorschriften wordt voldaan) en het borgingsplan (welke maatregelen worden genomen om die risico’s te voorkomen of te beperken). In de risicobeoordeling moet rekening worden gehouden met (bijzondere) locatie specifieke omstandigheden (bijvoorbeeld als de grond een afwijkende draagkracht heeft en de fundering op grond hiervan moet worden aangepast). Hierin is een rol weggelegd voor de BEL Combinatie.
De kwaliteitsborger (die niet per definitie uit de omgeving hoeft te komen) treedt hierover in overleg met de BEL Combinatie. Daarnaast zal vanuit (bouw)toezicht geen controle meer plaatsvinden op de feitelijke uitvoering van de bouwwerkzaamheden van deze type bouwwerken. Naast de preventieve toets van het bouwplan aan de bouwregelgeving vooraf wordt ook het toezicht tijdens en na realisatie van de bouw vervangen door toezicht door private kwaliteitsborgers. Hierdoor verschuift het toezicht van de voorkant van het proces naar handhaving achteraf. Voor de uitvoering van de Wkb-taken zal voor de inwerkingtreding van de wet, beleid worden opgesteld. Dit beleid zal als bijlage opgenomen worden en onderdeel zijn van de U&H-strategie.
4.2.3 Doelstellingen en prestatie-indicatoren Voor het behandelen en beoordelen van aanvragen hanteren wij onder meer de volgende vaste toetsingskaders en uitgangspunten. De toetsingskaders komen voort uit de wet en/of ons vastgestelde beleid. In het uitvoeringsprogramma van het betreffende jaar worden per doelstelling en daaraan gekoppelde activiteit specifieke prestatie indicatoren gekoppeld. Uitgangspunten Wabo/Bor, Mor) (Omgevingswet, Omgevingsbesluit en Omgevingsregeling) Bestemmingsplannen, Welstandsnota (Omgevingsplan) Meldingen sloop en asbestverwijdering Initiatieven worden beoordeeld vanuit mogelijkheden en oplossingen. (ja, mits en opgave gericht i.p.v. “Nee, tenzij”) Initiatiefnemers krijgen in beginsel 1 keer de mogelijkheid om onvolledige aanvraag aan te vullen. (daarna wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld)
BEL Uitvoerings- en Handhavingstrategie VTH 2023-2026
24
Gelijksoortige gevallen worden procesmatig gelijk behandeld. (consequent toepassen vaste procedures en processtappen) Duidelijke en transparante communicatie. (over het gevoerde beleid en over de rol van de initiatiefnemers/aanvragen) Aanvragen worden zo snel mogelijk afgehandeld en in ieder geval binnen de beslistermijn (het maximaal aantal dossiers waarin een dwangsom moet worden betaald vanwege het niet tijdig nemen van een bezwaar is 0)
4.2.4 Prioritering – risicogestuurd vergunnen Een aanvraag die onder de reguliere termijn valt is niet per definitie een eenvoudige aanvraag. Een aanvraag die als regulier aangemerkt moet worden, kan zeer complex zijn. De complexiteit hangt af van het aantal en de soort activiteiten die gaan plaatsvinden maar ook van het effect en het risico op calamiteiten van de te ontplooien activiteiten t.o.v. de omgeving. Ieder bouwplan is anders en niet ieder gebouw/bouwwerk vraagt om dezelfde mate van toetsing en controle door de gemeente. Het is ook praktische niet mogelijk om alle bouwwerken op alle voorschriften uit het Bbl even uitputtend te toetsen. We vergunnen onze aanvragen, voor wat betreft de toetst aan de Wabo, daarom risicogestuurd. Bij definitieve inwerkingtreding Omgevingswet wordt deze paragraaf nader aangevuld.
4.2.5 Toets niveaus Om het risico van een bouwwerk/gebouw te bepalen worden drie bouwwerkcategorieën onderscheiden, te weten A tot en met C. Waarbij bouwwerkcategorie A de meest risicovolle is en de bouwwerkcategorie C de minste. Met welke intensiteit (diepteniveau) de gemeente een bouwplan (categorie) toetst aan wet en regelgeving is vastgelegd in de “Toetsmatrix Bbl”. Deze Toetsmatrix wordt uiterlijk voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgesteld door het college en als bijlage opgenomen bij deze U&H-strategie. De Toetsmatrix heeft betrekking op de voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. Met het vaststellen van een Toetsmatrix worden bouwplannen eenduidig, consequent, transparant en adequaat getoetst. Hierdoor is er te allen tijde ruimte om op basis van kennis en kunde per aanvraag om omgevingsvergunning een inschatting te maken of het bepaalde toetsniveau in dat specifieke geval adequaat is. In de praktijk betekent dit dat erin specifieke gevallen gemotiveerd afgeweken kan worden van het vastgelegde niveau.
4.3 Vergunningen: Apv en bijzondere wetten 4.3.1 Inleiding De gemeente heeft een aantal instrumenten om te kunnen beïnvloeden welke bedrijvigheid zich waar en onder welke voorwaarden in de gemeente vestigt. Eén van deze instrumenten is de in de Apv neergelegde regelgeving. In de Apv worden activiteiten in de leefomgeving aan regels gebonden. Het gaat dan om activiteiten die sterk plaatsgevonden zijn en niet op een andere wijze zijn gereguleerd (bijvoorbeeld evenementen, parkeren en overlast). Naast de Apv is er ook een categorie wetten die bijzondere wetten worden genoemd en op grond waarvan de burgemeester of het college bevoegd is om vergunningen te verlenen en toezicht op te houden. Deze wetten zien toe op één specifiek onderwerp zoals de Alcoholwet en de Wet op de Kansspelen.
BEL Uitvoerings- en Handhavingstrategie VTH 2023-2026
25
In de hierop volgende paragrafen worden enkele activiteiten en wetten weergegeven die bij het verlenen van vergunningen/ontheffingen op grond van de Apv en de bijzondere wetten gehanteerd worden. De U&H-taken op grond van de Apv en de bijzondere wetten dragen, net als de Ow taken, bij aan de geformuleerde doelen (hoofd- en subdoelen) en de te behalen resultaten. Voor uitvoeringstaken (vergunningen en ontheffingen) betreft het de inzet op tijdige en volledige aanvragen.
4.3.2 Algemeen Voor sommige activiteiten, zoals bijvoorbeeld het organiseren van een evenement of het exploiteren van een horecaonderneming, is een vergunning of ontheffing (melding) nodig op grond van de Apv. Het doel van deze vergunningsplicht is gelegen in de bescherming van: de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en/of bescherming van het milieu. Om de toetsing van de vergunningsaanvragen zorgvuldig te kunnen verrichten en de risico’s op het gebied van veiligheid te kunnen beoordelen, is het van belang dat de aanvragen tijdig en volledig worden aangeleverd. Het aandacht vragen voor tijdige en volledige indiening van een vergunningsaanvraag betreft daarom een van de speerpunten. Hieronder volgen enkele activiteiten alsmede wetten en beleidsregels die bij het verlenen van vergunningen en/of ontheffingen op basis van de Apv en bijzondere wetten in acht worden genomen: Evenementen Evenementen dragen bij aan de saamhorigheid en vergroten de maatschappelijke cohesie. In een evenementenbeleid zijn kaders vastgelegd die duidelijkheid verschaffen voor welke activiteiten en op welke wijze een evenementenvergunning aangevraagd moet worden. Daarnaast bevat een evenementenbeleid veelal ook kaders die aangeven op welke wijze evenementen prettig, beheersbaar en veilig moeten laten verlopen. Van de BEL-gemeenten heeft alleen Laren een evenementenbeleid vastgesteld.
Het vergunningen traject is een belangrijke schakel in het gehele proces. Het is daarbij van belang dat organisatoren een vergunningaanvraag tijdig indienen. Bij een niet tijdige indien spreken we de organisatoren daarop aan en wijzen hen op het belang van tijdig indienen en hun eigen verantwoordelijkheid hierin. Afhankelijk van het soort evenement en de complexiteit maken we een afweging of de vergunningsaanvraag alsnog kan worden behandeld. Indien een aanvraag buiten behandeling wordt gesteld of als er moverende redenen zijn om te weigeren, wordt vooraf altijd de burgermeester geïnformeerd. Alcoholvergunning Een alcoholvergunning is vereist voor ieder bedrijf of organisatie die alcoholhoudende dranken schenkt en/of verkoopt. Deze vergunning wordt verleend op grond van de Alcoholwet, maar ook de APV en de Drank- en Horecaverordening bevatten bepalingen rondom horecagelegenheden en paracommerciële inrichtingen. Ontheffing alcoholwet evenementen Naast een vergunning kent de Alcoholwet ook een ontheffing (artikel 35 Alcoholwet). Het betreft een tijdelijke ontheffing voor de verstrekking van zwak-alcoholische dranken tijdens evenementen.
BEL Uitvoerings- en Handhavingstrategie VTH 2023-2026
26
Exploitatievergunning De exploitatievergunning is primair een overlastvergunning: deze biedt de mogelijkheid preventief te toetsen, of de exploitatie van een horecabedrijf zich verdraagt met het woon- en leefmilieu ter plaatse. Hierbij wordt gekeken naar -
-
-
de gevolgen aanwezigheid bedrijf omgeving in welke mate van het bedrijf is zelf overlast te verwachten, maar ook in welke mate de komst van het bedrijf de leefbaarheid en het karakter van de buurt aantasten. Door middel van het opnemen van voorschriften (zoals openingstijden van het bedrijf en het eventuele terras, geluidsbeperkingen e.d.) worden beperkingen gesteld aan de invloed van het bedrijf op de omgeving. Hierbij moet ook gedacht worden aan het karakter van de omgeving, te denken valt aan de verkeerssituatie, aantal beschikbare plaatsen voor bezoekers, afstand tot woningen, breedte van de straat etc. de aard van de inrichting en de mate van de te constateren overlast Hierbij wordt gekeken naar het soort horeca in relatie tot overlast en het omgevingsplan. Bij de mate van overlast valt te denken aan het overschrijden van sluitingstijden die worden gehanteerd en overlast van bezoekers (door parkeren en verkeerslawaai). de (justitiële) achtergrond van de beheerder. De Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur (verder; wet Bibob) is in het leven geroepen om te voorkomen dat de gemeente onbedoeld criminele activiteiten faciliteert. Bij bepaalde vergunningen op basis van Bijzondere Wetten wordt Bibob getoetst conform de vastgestelde ‘Beleidslijn BIBOB Blaricum 2012’, ‘Beleidslijn BIBOB Eemnes 2012’, ‘Beleidslijn BIBOB Laren 2012’.
De gemeente heeft hiermee een middel in handen om overlastgevende horeca aan te pakken. Deze vorm van vergunning biedt voordelen in het kader van het waarborgen van de leefomgeving. Tevens kan een dergelijk vergunning preventief werken. Op grond van de wet Bibob is het daarnaast mogelijk een reeds verstrekte vergunning in te trekken. Mits het vermoeden bestaat dat de gemeente door het verstrekken van een vergunning onbedoeld criminele activiteiten faciliteert. De BEL Combinatie maakt gebruik van de mogelijkheden die de wet Bibob biedt. In Q1 2023 wordt het Bibob beleid aangescherpt en uitgebreid waardoor het mogelijk is om naast bepaalde van verschillende vergunningen op basis van bijzondere wetten het ook mogelijk is om een Bibob toets uit te voeren bij omgevingsvergunningen.
4.3.3 Doelstellingen en prestatie-indicatoren Voor het behandelen en beoordelen van aanvragen Apv en bijzondere wetten hanteren wij onder meer de volgende vaste toetsingskaders en uitgangspunten. De toetsingskaders komen voort uit de wet en/of ons vastgestelde beleid. In het uitvoeringsprogramma van het betreffende jaar worden per doelstelling en daaraan gekoppelde activiteit specifieke prestatie indicatoren gekoppeld. Uitgangspunten We werken met vaste (digitale) procedures en vaste sjablonen Binnen 7 dagen na ontvangst van een aanvraag wordt een eerste ontvankelijkheidstoets uitgevoerd
BEL Uitvoerings- en Handhavingstrategie VTH 2023-2026
27
Initiatiefnemers krijgen in beginsel 1 keer de mogelijkheid om onvolledige aanvraag aan te vullen. (daarna wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld) Niet tijdig indienen van een (evenementen)vergunning kan leiden tot het niet in behandeling nemen of weigeren van de aanvraag. (indien een aanvraag buiten behandeling wordt gesteld of als er om moverende redenen een voornemen tot weigeren is, wordt altijd de burgemeester geïnformeerd.) Grote evenementen worden altijd geëvalueerd (met de partners) (Reguliere evenementen worden geëvalueerd indien daar aanleiding voor is.) Een (periodiek bijgehouden) evenementenlijst is beschikbaar voor alle partners (op de lijst staat welke evenementen in behandeling zijn, vergund zijn en wanneer ze plaatsvinden) Alle voor het toezicht op en de handhaving van relevante vergunningen/ontheffingen worden altijd toegestuurd aan de toezichthouders (ter voorbereiding van een controle bijv. bij evenementen of een horecaonderneming). Voor Apv-vergunningen en ontheffingen geldt de beslistermijn zoals opgenomen in de Apv of andere van toepassing zijnde wetgeving zoals Alcoholwet. Indien geen wettelijke beslistermijnen zijn opgenomen gelden de beslistermijnen zoals opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht.
BEL Uitvoerings- en Handhavingstrategie VTH 2023-2026
28
5 Toezicht en handhaving 5.1 Inleiding Om te weten of de regels afdoende worden nageleefd is toezicht en handhaving op de regels nodig. Handhaving is elke (re)actie die erop gericht is om de naleving van het bij of krachtens wet- en regelgeving geldende recht te bevorderen en te bewerkstelligen, zo nodig door het opleggen van sancties. Toezicht heeft in het kader van handhaving juist een preventieve werking die er uit bestaat dat wettelijke voorschriften worden nageleefd zonder enige sanctionering. Voor zover het bouw gerelateerde zaken betreft, wordt het toezicht uitgevoerd door de technisch medewerkers handhaving (Ow-bouwtoezichthouders). Het overige toezicht op de Apv en bijzondere wetten wordt uitgevoerd door de toezichthouders openbare ruimte en de boa’s. Boa’s zijn toezichthouders met extra (zwaardere) bevoegdheden.
5.2 Algemeen Een belangrijk uitgangspunt bij handhaving is dat de gemeente in beginsel over moet gaan tot handhaving bij overtreding van wet- en regelgeving waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is. Dit wordt de beginselplicht tot handhaving genoemd. In de jurisprudentie is over deze beginselplicht de volgende standaardoverweging tot stand gekomen: ‘Gelet op het algemeen belang dat is gediend met de handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts in bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet uitzicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien’. Ondanks de beginselplicht tot handhaving kan in bepaalde gevallen worden besloten om niet tot handhaving over te gaan of dat op een later moment te doen. Dit heeft te maken met het spanningsveld tussen de omvang van de taken op het terrein van toezicht en handhaving enerzijds en de daarvoor beschikbare capaciteit anderzijds. Daarom is het noodzakelijk om keuzes te maken op basis van vastgestelde prioriteiten.
5.3 Doelstellingen en prestatie-indicatoren Voor het behandelen en beoordelen van klachten, meldingen en verzoeken hanteren wij onder meer de volgende vaste toetsingskaders en uitgangspunten. De toetsingskaders komen voort uit de wet en/of ons vastgestelde beleid. In het uitvoeringsprogramma van het betreffende jaar worden per doelstelling en daaraan gekoppelde activiteit specifieke prestatie indicatoren gekoppeld. Uitgangspunten Na ontvangst van een klacht/melding/informatieverzoek nemen wij binnen drie werkdagen contact op met melder (Er wordt contact opgenomen met verzoeker/melder en/of ontvangstbevestiging gestuurd) Bij constateringen van overtredingen met acuut gevaar wordt direct opgetreden Op >90% van de verzoeken om handhaving worden binnen redelijke termijn beslist
BEL Uitvoerings- en Handhavingstrategie VTH 2023-2026
29
>75% van de handhaafzaken worden afgehandeld zonder formeel handhavingsbesluit (er wordt altijd eerst overwogen of problemen kunnen worden opgelost zonder dat er formele stappen worden gezet. Dit betekent een actieve en transparante informatieverstrekking over het beleid- en wetregelgeving, voorlichting, eerst waarschuwen) Bij het bepalen van de beste aanpak is ruimte voor de menselijke maat; maatwerk daar waar mogelijk en/of acceptabel is (de concrete feiten en omstandigheden zijn daarvoor bepalend) Gelijke gevallen worden gelijk behandeld (consequent toepassen vaste procedures en processtappen) Een passende reactie op overtredingen wordt gebaseerd op de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder (goed (naleef-)gedrag wordt beloond) In de basis innen we altijd verbeurde dwangsommen
5.4 Prioritering – risicogestuurd toezicht en handhaven Uit jurisprudentie blijkt dat handhavingsbeleid er niet toe mag strekken dat tegen overtredingen met een lage prioriteit nooit wordt opgetreden. Dit betekent echter niet dat bij handhaving geen prioriteiten mogen worden gesteld. Prioriteitstelling is toegestaan om in het kader van doelmatige handhaving onderscheid te maken in de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan een handhavingstaak. Zo kan prioritering bepalend zijn voor de mate waarin toezicht wordt gehouden op de naleving van voorschriften. Ook mag prioritering inhouden dat bij bepaalde lichte overtredingen alleen naar aanleiding van een klacht of verzoek van een belanghebbende wordt beoordeeld of handhavend moet worden opgetreden. Per taak en opgave dat valt onder toezicht en handhaving is een risicoanalyse uitgevoerd en aan de hand daarvan is de prioriteit bepaald zie bijlage 7 en bijlage 8. Bij het vaststellen van onderwerpen zijn de resultaten van de afgelopen jaren verwerkt. De prioriteit kan hoog, gemiddeld of laag zijn.
Hoge prioriteit
Formele handhavingsverzoeken hebben, gelet op de termijnen die daaraan verbonden zijn, altijd hoge prioriteit, ongeacht de overtreding. Wel wordt hierbij de kanttekening geplaatst dat als het handhavingsverzoek betrekking heeft op een thema dat onderwerp is van een geprogrammeerd project, het mogelijk is de behandeling van het handhavingsverzoek uit te stellen.
Gemiddelde prioriteit
Zaken die een gemiddelde prioriteit hebben worden opgepakt als daarvoor voldoende capaciteit beschikbaar is. Dergelijke zaken kunnen ook als project, met een apart budget, worden uitgevoerd. ·
Lage prioriteit
Ten aanzien van onderwerpen met een lage prioriteit wordt in principe geen regulier of periodiek toezicht en handhaving uitgeoefend. Wanneer door een belanghebbende om handhaving wordt verzocht, kan echter niet uitsluitend onder verwijzing naar de prioriteitstelling van handhaving worden afgezien. Alleen onder bijzondere
BEL Uitvoerings- en Handhavingstrategie VTH 2023-2026
30
omstandigheden mag immers van handhaving worden gezien. De keuze van het college om in verband met een beperkte handhavingscapaciteit een bepaalde overtreding een lage prioriteit toe te kennen, geldt niet als een bijzondere omstandigheid. Het college moet dus na een verzoek om handhaving een afweging moeten maken in het individuele geval, waarbij de belangen van de verzoeker worden betrokken. Bij deze afweging moet het college bezien of het ondanks de prioritering in dit geval toch moet optreden. Het resultaat van die afweging kan zijn dat van handhaving wordt afgezien, gelet op het karakter van het overtreden voorschrift, het daarbij betrokken algemene belang en de belangen van de verzoeker. Leidt de naar aanleiding van een verzoek van een belanghebbende uitgevoerde beoordeling of handhavend moet worden opgetreden daarentegen tot het nemen van een sanctiebesluit, dan levert dat op zichzelf geen strijd met het gelijkheidsbeginsel op ten opzichte van gevallen waarin niet om handhaving is verzocht en geen sanctiebesluit is genomen. In die gevallen doet zich immers niet de omstandigheid voor dat een verzoek is gedaan waarmee in de bestuurlijke afweging rekening moet worden gehouden. Milieutaken De U&H-taken op milieugebied worden door de omgevingsdiensten RUD Utrecht (Eemnes) en OFGV (Blaricum en Laren) uitgevoerd en zijn niet meegenomen in de risicoanalyse.
In het Besluit Omgevingsrecht (dat opgaat in de Omgevingswet) is wettelijk bepaald dat de deelnemers van een omgevingsdienst een gemeenschappelijk uitvoeringskader moeten vaststellen voor de uitvoering van in ieder geval de wettelijke basistaken door de Omgevingsdienst. Voor de RUD Utrecht geldt dat deze in 2021 is vastgesteld. Voor de OFGV geldt dat deze in 2018 is vastgesteld en in 2023 geactualiseerd wordt. Kortweg gezegd beoogt een gemeenschappelijk uitvoeringskader de volgende zaken: A. Toezicht en handhaving geschieden in een regio op een eenduidige wijze; B. De uitvoering van de wettelijke basistaken voor Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (U&H-taken) wordt zo veel mogelijk risicogericht en informatie gestuurd uitgevoerd, mede op basis van de risicobeschrijving in de Omgevingsanalyse; C. De inzet van de VTH instrumenten vindt (daarnaast) plaats op basis van een beschikbare instrumentenmix die past bij het omgevings- en risicobeeld van de betreffende regio (de zogenoemde Omgevingsanalyse). Jaarlijks wordt voor de uitvoering van de milieutaken een uitvoeringsprogramma opgesteld door de omgevingsdiensten. De evaluatie van deze milieutaken staat in het jaarverslag. De evaluatie van de kwaliteitscriteria VTH voeren de omgevingsdiensten zelfstandig uit.
5.5 Uitvoering van toezicht en handhaving Bij de uitvoering van toezicht en handhaving sluiten wij zoveel mogelijk aan bij landelijke instrumenten en strategieën. Bovendien hebben wij voor de uitvoering van onze taken protocollen opgesteld. Deze protocollen worden periodiek in het kader van de jaarrapportage beoordeeld op actualiteit en toepasbaarheid en zo nodig aangepast. Verder maken we gebruik van handboeken (toezicht, juridisch en administratief) en handleidingen (VTH-zaaksysteem). Ook de handboeken bevatten protocollen. Deze hebben we niet bestuurlijk vastgesteld omdat dit documenten zijn die continu aangepast worden, mede omdat ze gekoppeld zijn aan de werkprocessen en het VTH-
BEL Uitvoerings- en Handhavingstrategie VTH 2023-2026
31
zaaksysteem. De protocollen, handboeken, en handleidingen zijn binnen de BEL Combinatie bekend en beschikbaar voor iedere werknemer, die deze taken uitvoert. In verschillende strategieën is duidelijk gemaakt hoe wij handelen in bepaalde situaties en hoe wij daarbij toepassing geven aan onze taken en bevoegdheden. -
Preventiestrategie Nalevingsstrategie Toezichtstrategie Handhavings- en sanctiestrategie gedoogstrategie communicatiestrategie
De werkwijzen en strategieën bij toezicht en handhaving worden toegelicht in bijlage 6 Strategieën uitvoering handhaving en toezichttaken.
BEL Uitvoerings- en Handhavingstrategie VTH 2023-2026
32
6. Borging en Uitvoering 6.1 Financiële middelen Om de U&H-taken uit te kunnen voeren en de beleidsdoelen te realiseren zijn financiële en personele middelen nodig. Dit benodigd budget is geborgd in de begroting. De inzet van middelen worden jaarlijks toegelicht in de uitvoeringsprogramma’s.
6.2 Uitvoeringsprogramma De U&H-strategie werken wij jaarlijks uit in een uitvoeringsprogramma Vergunningen, Handhaving en Toezicht. Het werkprogramma van de Veiligheidsregio’s (Brandweer) maken hier als bijlage deel van uit. De uitvoeringsprogramma’s van de omgevingsdiensten worden afzonderlijk vastgesteld. In het uitvoeringsprogramma worden de prioriteiten, doelen, activiteiten en methoden op operationeel niveau uitgezet. Het uitvoeringsprogramma kan daarom worden gezien als het actieplan voor het betreffende jaar. In het uitvoeringsprogramma wordt ook aangegeven hoe de (financiële en personele) middelen in het betreffende jaar worden ingezet en waar eventuele tekorten zijn. Het uitvoeringsprogramma wordt elk jaar naar de provincie gestuurd in het kader van het Interbestuurlijk toezicht en ter kennisname naar de raad.
6.3 Uitvoering proces De werkwijzen van vergunningverlening, afhandeling van meldingen en toezicht en handhaving zijn vertaald naar specifieke procesbeschrijvingen. Deze procesbeschrijvingen zijn bekend gemaakt bij alle betrokken medewerkers en zijn geborgd binnen de organisatie. Nieuwe medewerkers worden ingewerkt aan de hand van deze werkbeschrijvingen.
6.4 Afstemming ketenpartners De BEL Combinatie werkt niet alleen aan een veilige en gezonde omgeving. Een deel van de werkzaamheden worden uitgevoerd door de Omgevingsdiensten Flevoland & Gooi en Vechtstreek (hierna: OFGV) en de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (hierna: RUD Utrecht) op het gebied van milieu en de veiligheidsregio’s Utrecht en Gooi- en Vechtstreek op het gebied van risicobeheersing en brandveilig leven. Door regelmatig overleg en afstemming, zowel op bestuurlijk als op ambtelijk niveau, bouwen wij voortdurend aan de relatie en de onderlinge verbanden met onze uitvoeringspartners. Afspraken over procedures en verantwoordelijkheden leggen wij zo nodig vast in Dienstverleningsovereenkomsten of Uitvoeringsprogramma’s. De onderdelen van de U&Hstrategie die betrekking hebben op de strafrechtelijke handhaving worden afgestemd met politie en het Openbaar Ministerie.
6.5 Personele middelen De wet VTH stelt eisen ten aanzien van de kwaliteit van de uitvoering van de U&H-taken. Deze kwaliteitscriteria bestaan uit twee elementen, namelijk procescriteria en eisen ten aanzien van de kritieke massa (kwaliteitscriteria 2.2 e.v.). De kwaliteitscriteria stellen eisen ten aanzien van vakmanschap voor de uitvoering van de U&Htaken. De kwaliteitscriteria beschrijven de minimale kwaliteitseisen op verschillende indicatoren. Deze indicatoren zijn opleiding, kennis, ervaring, frequentie van uitvoeren (aantal vlieguren) en menskracht. Er is hierbij onderscheid tussen verschillende deskundigheidsgebieden. Aan deze deskundigheidsgebieden zijn specifieke activiteiten gekoppeld. Het blijkt in toenemende mate moelijker om gekwalificeerd personeel aan de organisatie binden. Dit zorgt voor toenemende werkdruk en levert dit grote spanning op om binnen de wettelijke termijn en
BEL Uitvoerings- en Handhavingstrategie VTH 2023-2026
33
met voldoende kwaliteit de U&H-taken te kunnen afhandelen. De afgelopen beleidsperiode heeft laten zien dat het belangrijk is om meer inzicht te krijgen en te geven in de opbouw van de begroting, meer inzicht in de taken die uitvoeren en de wijze waarop deze worden uitgevoerd. Alleen op deze wijze is het mogelijk bewust keuzes te maken in welke werkzaamheden we uitvoeren, hoe we deze willen uitvoeren, tegen welke kosten en hoe deze gefinancierd moeten worden.
6.6 Kwaliteitsverordening In 2016 is door de BEL-gemeenten een kwaliteitsverordening vastgesteld. Hierin staat opgenomen welke eisen worden gesteld aan de uitvoeringsorganisaties. Jaarlijks wordt nagegaan of de BEL Combinatie en andere uitvoeringsorganisaties van de BEL-gemeenten voldoen aan de kwaliteitscriteria en zo niet, een motivatie waarom daarvan wordt afgeweken. Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt deze verordening geactualiseerd.
7 Evaluatie 7.1 Evaluatie uitvoeringsprogramma Jaarlijks wordt gerapporteerd over de uitvoering van het vastgestelde uitvoeringsprogramma en wordt geëvalueerd in hoeverre de gestelde doelen zijn bereikt, de activiteiten zijn uitgevoerd en hoe deze hebben bijgedragen aan het behalen van de doelen. Hierbij wordt minimaal beoordeelt of: -
Voorgenomen activiteiten in het uitvoeringsprogramma zijn uitgevoerd; De uitvoering van deze activiteiten uit het uitvoeringsprogramma hebben bijgedragen aan het bereiken van de doelstellingen uit de U&H-strategie; Voldaan is aan de kwaliteitscriteria VTH; De U&H-strategie en het uitvoeringsprogramma eventueel aangepast dient te worden.
De rapportage en evaluatie wordt vastgelegd in een jaarverslag. De resultaten van de evaluatie worden gebruikt voor het uitvoeringsprogramma van het volgende jaar.
7.2 Evaluatie U&H-strategie VTH Periodiek, maar in ieder geval nadat een beleidsperiode is verstreken evalueren wij de U&Hstrategie. Er wordt dan beoordeeld: -
of vastgestelde doelstellingen uit de U&H-strategie VTH zijn bereikt; wat de ervaringen van uitvoerders van het beleid zijn; of rekening is gehouden met wat in welke situatie voor wie geldt; of de U&H-strategie aangepast moet worden.
Ook deze evaluatie wordt vastgelegd en de resultaten worden gebruikt voor het eventueel aanpassen van de strategie, het opstellen daarvan voor de volgende beleidsperiode en het uitvoeringsprogramma van het volgende jaar.
BEL Uitvoerings- en Handhavingstrategie VTH 2023-2026
34
Deel II: Bijlagen
BEL Uitvoerings- en Handhavingstrategie VTH 2023-2026
35
Bijlage 1 Lijst van afkortingen AMvB APV Aw BAG Boa Bor Brp BW CJIB College DSO DVO IBT IPO ISZW KCC LHS(O) Mor OFGV Raad RIEC RUD Utrecht UvW VNG VRG&V VRU VTH Wabo Wet Bibob Wm WNb Wob Wok Wro Ww
Algemene Maatregel van Bestuur Algemene Plaatselijke Verordening Alcoholwet Basisregistratie Adressen en Gebouwen Buitengewoon opsporingsambtenaar Besluit omgevingsrecht Basisregistratie personen Burgerlijk Wetboek Centraal Justitieel Incassobureau Colleges van burgemeester en wethouders van Blaricum, Eemnes en / of Laren Digitaal Stelsel Omgevingswet Dienstverleningsovereenkomst Interbestuurlijk toezicht Interprovinciaal Overleg Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid Klant Contact Centrum Landelijke Handhavingsstrategie (Omgevingswet) Ministeriele regeling omgevingsrecht Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek Gemeenteraden van Blaricum, Eemnes en / of Laren Regionaal Informatie- en Expertisecentrum Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht Unie van Waterschappen Verenging Nederlandse gemeenten Veiligheidsregio Gooi en Vecht (Brandweer) Veiligheidsregio Utrecht (Brandweer) Vergunningen, Toezicht en Handhaving Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur Wet milieubeheer Wet Natuurbescherming Wet openbaarheid bestuur Wet op de kansspelen Wet ruimtelijke ordening Woningwet
Bijlage 1 Lijst van afkortingen
36
Bijlage 2 Wettelijke- en beleidsmatige kaders Bij het afhandelen van vergunningaanvragen (Ow/Wabo en Apv), het houden van toezicht en ons handhavend optreden vormen onder meer (niet uitputtend) de volgende wetten en (beleids)documenten belangrijke beleidskaders: Landelijk/Rijk: - Omgevingswet o Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) o Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) o Besluit bouwwerken leefomgeving (Bouwbesluit 2012) (Bbl) o Omgevingsregeling o Omgevingsbesluit - Algemene wet bestuursrecht (Awb) - Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen - Erfgoedwet - Gemeentewet Apv & Bijzondere wetten - Huisvestingswet 2014 - Alcoholwet (Aw) - Wet Bibob - Opiumwet - Vuurwerkbesluit - Wet basisregistratie personen (BRP) - Wegenverkeerswet 1994 - Wet op de kansspelen (WOK) Provinciaal: - Omgevingsvisie provincie Utrecht - Omgevingsprogramma provincie Utrecht - Omgevingsverordening provincie Utrecht - Omgevingsvisie provincie Noord-Holland - Omgevingsprogramma Noord-Holland - Omgevingsverordening Noord-Holland Gemeentelijk - Beleidslijn Bibob Blaricum - Beleidslijn Bibob Eemnes - Beleidslijn Bibob Laren - Brandbeveiligingsverordening Blaricum - Brandbeveiligingsverordening Eemnes - Brandbeveiligingsverordening Laren - Gemeenschappelijke regeling BEL - Gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht - Gemeenschappelijke regeling OFGV - Beleidsregels Planologische
afwijkingen Blaricum - Beleidsregels Planologische afwijkingen Eemnes - Beleidsregels Planologische afwijkingen Laren - Verordening Kwaliteit VTH omgevingsrecht gemeente Blaricum - Verordening Kwaliteit VTH omgevingsrecht gemeente Eemnes - Verordening Kwaliteit VTH omgevingsrecht gemeente Laren Bijlage 2 Wettelijke- en beleidsmatige kaders
1
-
Uniforme regionale Uitvoerings- en Handhavingstrategie Regio Utrecht Regionaal beleidskader VTH OFGV Vergunningen Toetsmatrix Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)* Toezichtmatrix (Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl))* Richtlijn Dwangsombedragen en termijnen ** Integraal Veiligheidsplan 2019-2022
Apv & Bijzondere wetten - Algemeen plaatselijke verordening Blaricum - Algemeen plaatselijke verordening Eemnes - Algemeen plaatselijke verordening Laren - Beleidslijn BIBOB (Blaricum) (Eemnes) (Laren) 2012 - Evenementenbeleid gemeente Laren * wet- en regelgeving dat in werking treedt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet ** medio 2023 wordt deze ter vaststelling aan het college aangeboden
Bijlage 2 Wettelijke- en beleidsmatige kaders
2
Bijlage 3 Organisatie Vergunningverlening, toezicht en handhaving voor Blaricum, Eemnes en Laren worden uitgevoerd door het team Vergunningen, Handhaving en Juridische Zaken van de BEL Combinatie. Alle toezichthouders zijn door het college van burgemeester en wethouders als zodanig aangewezen, waarbij ook hun taken en bevoegdheden zijn vastgelegd. Voor alle medewerkers is de toepasselijke functiebeschrijving opgenomen in het functieboek. In de mandaatregeling is verder geregeld welke zaken door het college aan het team VH&JZ zijn gemandateerd. Een deel van de taken is uitbesteed aan de Omgevingsdiensten en de Veiligheidsregio’s die werken voor Blaricum, Eemnes en Laren. Team VH&JZ wordt ondersteunt door een secretarieel medewerker en een functioneel beheerder en aangestuurd door een teamleider. Het team bestaat uit drie clusters, cluster Vergunningen, cluster Handhaving (incl. Boa’s) en cluster Juridische Zaken. Het cluster Juridische Zaken blijft hier buiten beschouwing, omdat dit geen deel uit maakt van de VTH-organisatie.
Het cluster Vergunningen bestaat uit Beleidsadviseurs Wabo (Ow) en Apv/- Bijzondere wetten, vergunningverleners Wabo (Ow) en Apv-/ Bijzondere wetten. Vergunningverleners Wabo (Ow) De vergunningverlener Wabo (Ow) behandelt meldingen en aanvragen die worden ingediend voor het krijgen van een omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning kan betrekking hebben op bouwen, (brandveilig) gebruik monumenten, aanleggen, slopen, kappen of een combinatie van activiteiten. Ook overleg met aanvragers over bouw- en gebruiksmogelijkheden en afstemming met adviseurs en commissies horen bij de werkzaamheden. Vergunningverleners APV en bijzondere wetten De vergunningverlener APV en bijzondere wetten behandelt meldingen en aanvragen die worden ingediend in het kader van de Algemene Plaatselijke Verordening, Alcoholwet, Wet op de kansspelen of andere bijzondere wetten. Dit kan betrekking hebben op een horecavergunning, een evenementenvergunning, aanwezigheidsvergunning e.d. Ook het toepassen van de Wet Bibob hoort bij de werkzaamheden. Aanvragen worden voor advies voorgelegd aan adviseurs. Beleidsadviseur Vergunningen (Wabo/OW, APV/- Bijzondere wetten) De beleidsadviseur vergunningen is verantwoordelijk voor beleid op het gebied van vergunningen en is eerste aanspreekpunt voor portefeuillehouders.
Daarnaast heeft de beleidsmedewerker een coördinerende rol in het cluster, bij werkverdeling en complexe aanvragen. Het cluster Handhaving bestaat uit technisch medewerkers handhaving (bouwtoezicht), Boa’s, juridisch medewerkers handhaving, juristen bezwaar en beroep en een strategisch beleidsadviseur Vergunningen en Handhaving. Technisch medewerkers handhaving De technisch medewerker handhaving houdt toezicht op de naleving van regelgeving bij verleende omgevingsvergunningen en bij illegaal bouwen en gebruik. Dit doet hij door het uitvoeren van
Bijlage 3 Organisatie
1
controles in het kader van bouw- en woningtoezicht. Waar nodig verstrekt hij (on)gevraagd advies aan inwoners en bedrijven. Bij illegale bouw (in afwijking van of zonder vergunning) treedt hij handhavend op. Waar mogelijk en als de situatie dit toelaat, treedt hijzelf corrigerend op. In andere gevallen betrekt hij de juridische medewerker handhaving om een handhavingstraject te starten. Buitengewoon opsporingsambtenaren De handhaver (Boa) speelt een steeds grotere rol van betekenis in de aanpak van veelvoorkomende ergernissen en overlast. Enerzijds omdat de politie zich steeds meer tot haar kerntaken beperkt en anderzijds doordat het bestuur behoefte heeft om de leefbaarheid te bevorderen en zogenaamde kleine ergernissen aan te pakken. Zij hebben hiervoor bevoegdheden vanuit het straf- en bestuursrecht. Samen met de politie hebben boa's de opdracht de veiligheid en leefbaarheid van wijken en buurten te bewaken. Binnen dit brede palet ligt een belangrijke focus op het contact met inwoners. Vanuit hun bevoegdheden treden ze op tegen: parkeren (hinderlijk of fout parkeren, parkeergedrag rondom scholen, wrakken, caravans); jeugd; ondermijning; evenementen; overlast van dieren (loslopende honden, hondenpoep); belemmeringen van de weg (containers, uitstallingen, aanhangers, overhangend groen); zwerfafval; overlast hangjeugd; vuurwerk; illegale bomenkap.
In het kader van het Integrale Veiligheidsplan (IVP) dat 4 jaarlijks wordt vastgesteld en het 2 jaarlijks opgestelde Uitvoeringsplan (UVP), vindt regelmatig overleg plaats met de burgemeester, het college en de politie over aandachtspunten (bijv. ondermijnende criminaliteit, jeugd(overlast),de hotspots en inzet bij evenementen), gezamenlijke surveillance (met bijvoorbeeld politie en jongerenwerker) en acties (bijv. Donkere dagen offensief, Pop up en integrale controles). Daarnaast vervullen zij een adviserende, controlerende en evaluerende taak bij evenementen waarvoor een vergunning is vereist. Juridisch medewerkers handhaving De eerste acties voor een juridisch medewerker handhaving is het voorkomen van lange juridische procedures. Veel aandacht gaat hierbij uit naar het beëindigen van de overtreding door overleg, het onderzoeken van legalisatiemogelijkheden en het samenbrengen van partijen door mediation. Als dat niet leidt tot beëindiging van de overtreding, wordt het formele traject ingezet. De medewerker zorgt voor een goed onderbouwd besluit om een bouwstop, last onder dwangsom of bestuursdwang op te leggen. Het college beslist in haar vergadering op het voorstel om de last op te leggen. Bijlage 3 Organisatie
2
Juristen Bezwaar en beroep De juristen bezwaar en beroep behandelen de formele bezwaren en/of doorlopen de (hoger) beroepsprocedure. Het gaat hierbij om het verdedigen van de gemeente in rechte bij handhavingsbesluiten of omgevingsvergunningen waartegen bezwaar/(hoger) beroep is ingesteld. Strategisch beleidsadviseur Vergunningen en Handhaving De strategisch beleidsadviseur Vergunningen en Handhaving ontwikkelt en adviseert over beleid op het gebied van VTH. Hierbij houdt deze rekening met bestuurlijke relevantie van de beleidsvelden en vertaal doelstellingen in programma’s en projecten op het gebied van vergunningen en handhaving. Draagt zorg voor complexere dossiers, zowel op bestuurlijk als juridisch vlak en bewaakt de kwaliteit van de dossiers. Treedt als regisseur in de samenwerking met derden en vertegenwoordigd gemeenten in overlegsituaties.
Formatie VTH In onderstaande tabel is de huidige formatie weergegeven (begroting 2023). Tabel 1: Formatie VTH op basis van begroting 2023 Functie
Fte
Teamleider
1,0
Secretariaat
0,88
Functioneel beheerder
0,50
Strategisch beleidsadviseur V&H / regievoerder Omgevingsdiensten
1,0
Beleidsadviseur Vergunningen
2,0
Jurist bezwaar en beroep
2,42
Juridisch medewerker handhaving
3,0
Medewerker vergunningen 1
5,50
Medewerker vergunningen 2
1
Technisch medewerker handhaving
2,0
Buitengewoon opsporingsambtenaar
8,5
Totaal Fte
27,8
Omgevingsdiensten en Veiligheidsregio’s (Brandweer) De capaciteit die door de Omgevingsdiensten en de Veiligheidsregio’s wordt ingezet voor de gemeentelijke taken, vinden hun grondslag in de Dienstverleningsovereenkomsten (DVO) die met
Bijlage 3 Organisatie
3
deze partijen zijn gesloten. Bereikbaarheid- en beschikbaarheidsregeling Volgens artikel 7.4 lid 1 sub d van het Bor moet de gemeentelijke organisatie ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar en beschikbaar zijn voor toezicht en handhaving. Bereikbaar voor het melden van acute klachten en beschikbaar voor het behandelen van incidenten. Milieuklachten: voor spoedeisende milieuklachten kan tijdens en na werktijden gebeld worden naar milieuklachtentelefoon, tel: (0320) 265 400
OFGV
0800 – 0225510
RUD Utrecht
Bouwen: Er is 24 uur per dag een medewerker met de expertise bouwen beschikbaar. De bereikbaarheid loopt via de meldkamer Brandweer dan wel in het geval een calamiteit (grote brand) via de officier van dienst brandweer. In de praktijk wordt een Technisch medewerker Handhaving (bouwtoezicht) met name buiten kantooruren opgeroepen bij brand in verband met eventuele instortingsgevaar. De brandweer heeft dan bouwkundig advies nodig. Roulatiesysteem Conform de eisen uit het Bor (Omgevingswet), de Wet VTH en de landelijke kwaliteitscriteria dienen we als organisatie te beschikken over een roulatiesysteem bij objecten, partijen en inrichtingen waar frequent en intensief controles worden uitgevoerd. Dit komt voornamelijk voor bij onze uitvoeringspartners. Voor de door hen gehanteerde roulatiesystemen verwijzen wij naar de (regionale) uitvoeringskaders van deze organisaties. Voor het bouwtoezicht is er een indeling gemaakt naar eenvoudige en complexe taken. Een echt roulatiesysteem is niet aanwezig. De toezichthouders rouleren tussen de dorpen/gemeenten. Indien bij een (klein) aantal van de gevallen vaker contact is met dezelfde bouwers/projectontwikkelaars, worden toezichthouders als trekker van een zaak gerouleerd. Samenwerkingspartners Zowel structureel als op ad hoc basis wordt met partners samengewerkt om de leefbaarheid binnen de gemeenten op niveau te houden.
Intern Intern wordt intensief samengewerkt met andere teams en clusters. Dagelijks is er afstemming met het team RO/OR. Dit in het kader van omgevingsvergunningen en ruimtelijk beleid. Ook is er dagelijkse afstemming met medewerkers van het KCC in verband met diverse klantvragen. De aanvragen om kapvergunningen worden voor advies voorgelegd aan de groendeskundige van team RO/OR. De Boa’s hebben regelmatig afstemming met medewerkers openbare orde en veiligheid van team MO in het kader van bijzondere acties, de samenwerking met de politie en andere veiligheidsthema’s. De afhandeling van MOR-meldingen vindt plaats in afstemming met
Bijlage 3 Organisatie
4
medewerkers OR. Bij juridisch ingewikkelde vraagstukken of ontwikkelingen met betrekking tot de APV en andere gemeentelijke regelingen wordt advies gevraagd aan cluster Juridische Zaken van het team VH&JZ. Bezwaarzaken worden behandeld in de bezwaarschriftencommissie, waarvan JuZa het secretariaat voert. In deze zaken is er veel contact met de juridisch medewerkers bezwaar en beroep. Met de teams Financiën en DIM vindt veelvuldig overleg plaats over ondersteunende diensten. Extern De belangrijkste samenwerkingspartners zijn de omgevingsdiensten, de veiligheidsregio’s, de provincies, de gemeente Hilversum en de politie. Omgevingsdiensten Een deel van de Omgevingsvergunning taken wordt in mandaat uitgevoerd door de OFGV voor Blaricum en Laren en de RUD Utrecht voor Eemnes. Het gaat om het verlenen en wijzigen van milieuvergunningen, de toezichttaken bij inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer, de bodemtaken en het behandelen van milieuklachten en –meldingen. Verder heeft de OFGV een belangrijke adviserende taak op milieugebied. Dat geldt bijvoorbeeld voor geluidaspecten bij evenementen, diverse milieuaspecten bij aanvragen om bouwvergunningen, het vaststellen van nieuwe bestemmingsplannen, ruimtelijke plannen, externe veiligheid, toezicht bij slopen met asbest, etc. Er is regelmatig overleg met de accounthouders van de OFGV en de RUD Utrecht.
Tenslotte zijn de wethouders met de portefeuille Milieu lid van het Algemeen Bestuur van de OFGV of RUD Utrecht. Blaricum, Eemnes en Laren hebben in 2016 een verordening kwaliteitscriteria vastgesteld waarin is bepaald dat de omgevingsdiensten voor wat betreft de taken die de gemeente bij haar heeft ondergebracht dienen te voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.2. Jaarlijks stellen de omgevingsdiensten een uitvoeringsprogramma op, evenals een jaarverslag.
Veiligheidsregio De Veiligheidsregio is een regionaal samenwerkingsverband van gemeenten op het gebied van brandweerzorg, (gemeentelijke) crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening (GHOR). De Veiligheidsregio adviseert bij grotere bouwaanvragen en ruimtelijke plannen over de brandveiligheidsaspecten. Ook bij vergunningen en meldingen ten aanzien van brandveilig gebruik wordt geadviseerd. Daarnaast adviseert de Veiligheidsregio bij aanvragen voor evenementen. Het vergunningsgerichte toezicht op brandveiligheid wordt uitgevoerd door de Veiligheidsregio. Eemnes is aangesloten bij de Veiligheidsregio Utrecht. Laren en Blaricum zijn aangesloten bij de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek.
Bijlage 3 Organisatie
5
Provincies Noord-Holland en Utrecht Blaricum en Laren liggen in de provincie Noord-Holland, Eemnes in de provincie Utrecht. In de eerste plaats is de provincie het bevoegd gezag voor een aantal inrichtingen in de gemeente die vallen in een zwaardere milieucategorie. Daarnaast hebben de provincies een rol in het kader van interbestuurlijk toezicht (IBT, verticaal toezicht) op de uitvoering van medebewindstaken, waaronder de U&H-taken op het gebied van het omgevingsrecht. De provincie heeft in een verordening vastgelegd welke gegevens gemeenten moeten overleggen in het kader van IBT. Tot slot is de provincie de wettelijk regisseur van de kwaliteitseisen die op grond van de Wabo en het Bor worden gesteld en ziet zij erop toe dat hieraan wordt voldaan.
Alcoholwet - Gemeente Hilversum-Boa’s Het toezicht op en de handhaving van de Alcholwet is sinds 1 januari 2013 in handen van de gemeente. In de regio Gooi en Vecht werken een aantal gemeenten samen op dit onderwerp. Blaricum en Laren houden actief toezicht. Hiervoor wordt per jaar in overleg met het college bepaald welke inrichtingen en evenementen gecontroleerd worden. Eemnes maakt op afroep gebruik van de Boa’s op basis van een ‘waakvlamovereenkomst’. Politie en Openbaar Ministerie De politie is een belangrijke partner in het bereiken en behouden van een veilige en leefbare gemeente. In het gemeentelijk Integraal Veiligheidsplan worden gezamenlijk jaarlijkse speerpunten benoemd. Met name de Boa’s werken nauw samen met de politie en hebben geregeld afstemming over de werkzaamheden. De Boa’s die voor de gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren werken zijn bevoegd om strafrechtelijk op te treden. Als ze dit doen dan gebeurt dit onder de verantwoordelijkheid en uit naam van het Openbaar Ministerie. Daarnaast kan het wenselijk zijn om (eventueel naast bestuurlijk optreden) strafrechtelijk op te treden tegen bepaalde overtredingen. In deze gevallen is er afstemming gezocht met het Openbaar Ministerie.
Bijlage 3 Organisatie
6
Bijlage 4 Vergunningenstrategie Het uitgangpunt bij vergunningverlening is dat inwoners en bedrijven verantwoordelijk zijn voor het indienen van goede en volledige aanvragen. De aanvraag vormt immers de basis voor de te verlenen vergunning. De gemeente houdt zich bij de taakuitvoering aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. De gemeente heeft de taak om de verschillende belangen vanuit de verschillende disciplines te coördineren. De komst van de Wabo heeft er toe geleid dat bij het aanvragen van een Wabo Omgevingsvergunning wordt gewerkt met casemanagement. Bij elke aanvraag wordt een casemanager toegewezen. De klant beschikt hierdoor over één vast aanspreekpunt. De casemanager zet alle interne en externe adviesverzoeken uit en draagt zorg voor een eindadvies door de communicatie tussen de verschillende partijen. Vanuit verschillende disciplines worden adviezen integraal verwerkt in de uiteindelijke besluiten. Basiswerkwijze Het hoofdproces voor het besluiten op een vergunningaanvraag volgt uit de wettelijke reguliere of uitgebreide procedure, zoals vastgelegd in de Awb en de Wabo. Een samenvatting van het Wabowerkproces is als volgt: 1. Inboeken, registreren en digitaliseren van de aanvraag; 2. Sturen ontvangstbevestiging; 3. Casemanager omgevingsvergunning bepaalt: a.
Bevoegd gezag; b. Uitgebreide of reguliere procedure; c. Publiceren aanvragen en (concept)beschikkingen (door frontoffice of door de teamassistent); d. Overzicht bewaken over lopende procedures en de voorgang. 4. De casemanager is verantwoordelijk voor het afhandelen van de aanvraag: a. Toets volledigheid en ontvankelijkheid; b. (Vak)inhoudelijke toets aan relevante beoordelingskaders; c. Uitzetten bij interne- en externe adviseurs; d. Bewaken van de termijn, om van rechtswege verleende vergunningen te voorkomen; e. Aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager; f. Opstellen (concept)beschikking; g. Registratie. Bijlage 4 Vergunningenstrategie
1
5. Archiveren beschikkingen (digitaal). 6. Mogelijk bij bezwaar, beroep en hoger beroep, eventueel gecombineerd met een voorlopige voorziening (afgevaardigden bezwaar en beroep). De gemeente specifieke werkwijzen en keuzes zijn vastgelegd in werkafspraken en -processen. Correspondentie, beschikkingen, adviezen en vergunningvoorschriften zijn gestandaardiseerd voor de toestemmingen die onder de Wabo vallen. Er wordt een volledige ontvankelijkheidstoets verricht bij alle aanvragen om omgevingsvergunning. Als richtlijn geldt dat binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag schriftelijk om aanvullende gegevens wordt verzocht. Als de gevraagde stukken niet, niet op tijd of niet volledig worden aangeleverd wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. Dit wil zeggen dat de aanvrager een besluit krijgt waartegen bezwaar kan worden ingediend. Bij de vergunningverlening wordt de Wet Bibob en het Bibob-beleid van de BEL-gemeenten toegepast. Bij het verlenen van een vergunning kan namelijk het gevaar aanwezig zijn dat met die vergunning strafbare feiten zullen worden gepleegd of dat uit strafbare feiten verkregen geld hiervoor zal worden benut. Hiervoor ontvangt de aanvrager een op maat gemaakt Bibobvragenformulier en dient de aanvrager dit binnen een gestelde termijn retour te sturen.
Indien hiertoe aanleiding is, kan er advies worden ingewonnen bij het Landelijk Bureau Bibob te Den Haag (onderdeel van het ministerie van Veiligheid en Justitie) waardoor de termijn van 30 dagen automatisch wordt verlengd met acht of twaalf weken. Vormen van vergunningverlening De volgende vormen van vergunningverlening worden onderscheiden: • Reguliere procedure (8 weken, eenmalig te verlengen met 6 weken) • Uitgebreide procedure (6 maanden, eenmalig te verlengen met 6 weken) • Gefaseerde aanvraag (eerste fase en tweede fase, verschillende termijncombinaties mogelijk) • Aanvraag van deelactiviteiten (langste termijn van ieder van de deelactiviteiten) Het opleggen van maatwerkvoorschriften (milieu), aanvullende voorwaarden (slopen) en nadere voorwaarden (brandveilig gebruik) gebeurt niet op basis van een aanvraag, maar naar aanleiding van een melding of op basis van constateringen van toezichthouders. Als aanvulling of concrete uitwerking van algemeen geldende voorschriften van het Activiteitenbesluit of Bouwbesluit 2012 kan een uitwerking van voorschriften nodig zijn voor het voorkomen van risico’s en/of voor een betere handhaafbaarheid. Indien een aanvraag in fasen of deelactiviteiten wordt aangevraagd, worden de bovenstaande stappen bij iedere fase/deelactiviteit doorlopen.
Aan de initiatiefnemers van vergunde werken die na geruime tijd na het definitief worden van het besluit niet zijn gestart, wordt een verzoek tot intrekking verstuurd. De hiervoor geldende richtlijnen
Bijlage 4 Vergunningenstrategie
2
zijn opgenomen in de ‘Beleidsregel intrekken omgevingsvergunning’ van de BEL gemeenten. is de BEL Daarmee wordt voorkomen dat activiteiten gerealiseerd worden volgens verouderde normen in wetgeving. Het verzoek tot intrekking wordt verstuurd volgens de termijnen zoals deze zijn opgenomen in de Wabo. Aanvragers kunnen ook zelf verzoeken om intrekking. Beoordelingskader slopen, bouwen, brandveiligheid en monumenten voor de activiteiten bouwen, monumenten en sloop Voor de activiteiten bouwen, monumenten en sloop geldt dat een vergunning alleen wordt verleend als voldoende aannemelijk is dat het bouwplan voldoet aan de technische voorschriften. Hiermee stelt de wetgever duidelijk dat de gemeente bij het toetsen van de bouwaanvraag niet de verantwoordelijkheid overneemt van de vergunninghouder of de bouwpartij. Aanvragen voor vergunningplichtige bouwwerken worden met name getoetst aan de volgende onderdelen: o ontvankelijkheid o bestemmingsplan o welstandseisen o bouwtechnisch (Bouwbesluit 2012) o gemeentelijke bouwverordening o erfgoedwet o provinciaal beleid In de bestemmingsplannen worden ruimtelijke beleidskeuzes vertaald naar praktisch toepasbare voorschriften. In de welstandsnota worden door het vastgestelde kader de ruimtelijke uitstraling en de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente gewaarborgd.
De gemeentelijke bouwverordening bevat alleen nog maar stedenbouwkundige voorschriften, voorschriften inzake tegengaan van bouwen op verontreinigde grond en procedurele welstandsvoorschriften. In de Erfgoedwet en de monumentale aanwijzingsbesluiten is opgenomen op welke wijze om moet worden gegaan met de monumentale status van een gebouw. Toets Bestemmingsplan Een aanvraag wordt getoetst aan de regels van het bestemmingsplan. Indien blijkt dat een plan niet voldoet aan de regels van het geldende bestemmingsplan, wordt beoordeeld of er mogelijkheden zijn hiervan af te wijken. Dit kan zijn met een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan. Initiatieven die niet passen binnen de geldende regels, worden in overleg (waar nodig) besproken met collega’s ruimtelijke ordening. In voorkomende gevallen zullen zij vroegtijdig bij de aanvraag worden betrokken. Toetsing aan welstandseisen In de verschillende Welstandsnota’s (Welstand 2018 Blaricum, Welstandsnota Gemeente Eemnes Bijlage 4 Vergunningenstrategie
3
2012, Welstandsnota Gemeente Laren 2013) zijn de welstandseisen ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit opgenomen. Concreet houdt dit in dat plannen voor onder meer bouwwerken en reclameobjecten moeten voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in het beleid. Via de Erfgoedwet is de bescherming van monumenten geregeld. Om de redelijke eisen van welstand te beoordelen, worden bouwplannen voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). Deze commissie beoordeelt ook de gemeentelijke- en rijksmonumenten. De rijksmonumenten worden indien noodzakelijk voorzien van een samengesteld advies door zowel de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) als door het Rijks Cultureel Erfgoed (RCE). Bouwtechnische toetsing Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om aannemelijk te maken dat het bouwplan voldoet aan het Bouwbesluit 2012. Het is praktisch onmogelijk om alle geldende technische voorschriften uitputtend te toetsen en te handhaven vanwege de maatschappelijke risico’s en kosten. De bouwplannen worden getoetst op brandveiligheid, constructieve veiligheid en omgevingsveiligheid getoetst en daarnaast niet uitputtend aan de overige regelgeving. Door toekomstige verandering van wetgeving waarin private kwaliteitsborging van toepassing is wordt de toets aan het Bouwbesluit 2012 uitgevoerd door gecertificeerde bureaus.
In het Bouwbesluit 2012 zijn voorschriften gegeven voor het bouwen van woningen en woongebouwen, woonwagens en standplaatsen, niet tot bewoning bestemde gebouwen en voor bouwwerken geen gebouwen zijnde. Het Bouwbesluit 2012 maakt vervolgens onderscheid tussen twaalf verschillende gebruiksfuncties. De voorschriften voor de verschillende bouwwerken zijn verdeeld in vier thema’s, te weten: veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid. De voorschriften kunnen wat betreft zwaarte per gebruiksfunctie verschillen. Bovendien hanteert het Bouwbesluit 2012 verschillende niveaus met betrekking tot deze voorschriften. Bij verandering van zowel het gebruik als de technische staat van een bouwwerk zijn de voorschriften voor nieuwbouw uitgangspunt. Indien sprake is van een ondergeschikte verbouwing kan vrijstelling voor een lager niveau worden gegeven met als ondergrens het bestaande niveau als beschreven in het Bouwbesluit 2012. Slopen Voor slopen geldt een meldingsplicht of (indien in bestemmingsplannen of in de erfgoedwet geregeld) een vergunningplicht. De sloopmelding of –aanvraag wordt op diverse thema’s uitvoerig beoordeeld. Het betreft de thema’s omgeving, archeologie, cultuurhistorie, bodem, asbest, milieugevaarlijke stoffen en sloopafval. Ten aanzien van asbest wordt voor iedere sloop bij bouwwerken vóór 1994 een asbestinventarisatierapport gevraagd.
De toetsresultaten ten aanzien van deze thema’s zullen waar nodig moeten worden vertaald naar (nadere) voorwaarden. Afdeling 8.1 uit hoofdstuk 8 van het Bouwbesluit 2012 schrijft voor dat de uitvoering van bouw- en sloopwerkzaamheden op een zodanige wijze wordt uitgevoerd, dat voor de omgeving een onveilige situatie of voor de gezondheid of bruikbaarheid nadelige hinder, zo veel mogelijk wordt voorkomen. Maatregelen die de veiligheid van de omgeving moeten waarborgen dienen te worden vastgelegd in een bouw-of sloopveiligheidsplan. Brandveiligheid Aanvragen om vergunning in verband met nieuwbouw, uitbreiding en verbouw (met uitzondering
Bijlage 4 Vergunningenstrategie
4
aan- en verbouwen en van nieuwbouw van enkelvoudige grondgebonden woningen) worden door ons, indien nodig, ter beoordeling voorgelegd aan de Veiligheidsregio Utrecht of Gooi en Vechtstreek Monumenten en beschermde dorpsgezichten De omgevingsvergunning voor monumenten (wijziging), beschermde dorpsgezichten en beeldbepalende panden (cultuurhistorisch waardevolle objecten) vergt bijzondere aandacht om te voorkomen dat onomkeerbare schade wordt toegebracht aan gemeentelijk cultuurhistorisch erfgoed. Hiervoor zijn de erfgoedwet en de verschillende welstandsnota’s. Beoordelingskader ruimtelijke ordening De activiteit “handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening” voor het afwijken van de regels van het bestemmingsplan kan onderdeel uitmaken van een aanvraag omgevingsvergunning met de activiteit bouwen. Het college van Burgemeester en Wethouders kunnen dit alleen doen als zij voor het specifieke geval een wettelijke bevoegdheid hebben om af te wijken. Daarnaast mag een project door de afwijking niet in strijd met een ‘goede ruimtelijke ordening’ komen. De wet (de Wabo) kent drie soorten afwijkingsmogelijkheden die afhankelijk van het specifieke geval kunnen worden ingezet.