05. Ontwerp-Omgevingsverordening Provincie Utrecht prb-2025-21377
Tekst van het document
18 december 2025
Na artikel 3.34 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 3.34a Verbod bestrijdingsmiddelen opslaan en toepassen in Waterwingebied Bethunepolder Het is verboden in het Waterwingebied Bethunepolder bestrijdingsmiddelen op te slaan en toe te passen, tenzij de vrijstelling uit Artikel 3.34b van toepassing is.
Artikel 3.34b Vrijstelling verbod bestrijdingsmiddelen opslaan en toepassen in Waterwingebied Bethunepolder 1.
Het verbod in Artikel 3.34a geldt niet voor het opslaan en toepassen van een zeer geringe hoeveelheid bestrijdingsmiddel, als het bestrijdingsmiddel: a. zonder bewerking toegepast kan worden voor normaal gebruik ter plaatse; b. bewaard wordt in een deugdelijke verpakking, welke wordt opgeslagen in een besloten ruimte, voldoende beschermd tegen weersinvloeden.
2.
Deze vrijstelling geldt niet voor het opslaan en toepassen van glyfosaathoudende bestrijdingsmiddelen.
UUU Artikel 3.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.35 Vergunningplicht open bodemenergiesysteem in combinatie met grondwatersanering aanleggen of gebruiken in Grondwaterbeschermingsgebied Het is verboden zonder omgevingsvergunning in een Grondwaterbeschermingsgebied een open bodemenergiesysteem in combinatie met een grondwatersanering aan te leggen en te of gebruiken. VVV Artikel 3.36 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.36 Beoordelingsregel aanvraag omgevingsvergunning open bodemenergiesysteem in combinatie met grondwatersanering aanleggen of gebruiken in Grondwaterbeschermingsgebied Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen of gebruiken van een open bodemenergiesysteem in combinatie met grondwatersanering in een Grondwaterbeschermingsgebied, wordt de omgevingsvergunning in ieder geval geweigerd als niet is aangetoond is dat een significante bijdrage wordt geleverd wordt aan het verbeteren verbetering van de grondwaterkwaliteit door een koppeling te realiseren tussen duurzaam gebruik van bodemenergie en de gekozen saneringsaanpak. WWW Artikel 3.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.37 Indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning open bodemenergiesysteem in combinatie met grondwatersanering aanleggen of gebruiken in Grondwaterbeschermingsgebied In aanvulling op de aanvraagvereisten in de Bij wet worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.35, minimaal worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aangeleverd: a. gegevens genoemd in artikel 7.3 van de Omgevingsregeling; a b. een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755:2022 ;
40
Provinciaal blad 2025 nr. 21377
18 december 2025
b c. c d. d e.
e f.
een beschrijving van het open bodemenergiesysteem, waarbij in ieder geval inzicht wordt gegeven wordt in de bronnenconfiguratie, filterstelling, verpompte hoeveelheid water en energie per bron en in totaal en effecten op de omgeving; een beschrijving van de saneringstechniek; de te gebruiken boortechnieken om negatieve effecten van doorboring van de in de bodem voorkomende beschermende lagen zoveel mogelijk te voorkomen, en; boortechnieken die gebruikt worden om negatieve effecten van doorboring van de beschermende bodemlagen en verspreiding van verontreiniging zoveel mogelijk te voorkomen; en een risicobeoordeling van de effecten van de aanleg en het in gebruik hebben van een open bodemenergiesysteem in combinatie met de grondwatersanering, waarbij in ieder geval inzicht wordt gegeven wordt in: 1. de te verwachten verwachte verbetering van de grondwaterkwaliteit; 2. monitoring van de effecten; en 3. te treffen tegenmaatregelen, mocht niet die getroffen worden als de verwachte verbetering van de grondwaterkwaliteit optreden niet optreedt.
XXX Artikel 3.38 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.38 Meldplicht horizontaal gestuurde boring uitvoeren in Grondwaterbeschermingsgebied
41
1.
Het is verboden zonder melding in een Grondwaterbeschermingsgebied beneden de in Artikel 3.29 genoemde dieptegrenzen horizontaal gestuurde boringen uit te voeren. De gemelde activiteit moet daarbij voldoen aan de volgende voorwaarden: a. andere werkmethoden zijn aantoonbaar niet toepasbaar; b. de benodigde aanlegdiepte beneden de dieptegrens vormt geen noemenswaardig risico voor de bodem en het zich daarin bevindende grondwater; c. de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het in- en uittredepunt overstijgt de achtergrondwaarde niet; d. als het boortracé een ernstige bodemverontreiniging passeert of doorboort, worden afdoende maatregelen getroffen om verspreiding tegen te gaan; e. de boorvloeistof wordt samengesteld met schoon leidingwater; f. de boorvloeistof bevat voldoende bentoniet om uitwisseling met de ondergrond zoveel mogelijk te voorkomen. Hierbij wordt het gebruik van additieven zoveel mogelijk beperkt; g. de vrijkomende grond wordt niet zonder bodembeschermende maatregelen opgeslagen of verspreid over het perceel; en h. als de horizontale boring voor de aanleg van een riool is, wordt de mantelbuis voorzien van verklikkers die een zodanige werking hebben dat bij een eventuele breuk de inhoud van het riool aan het maaiveld uittreedt via deze verklikkers.
In Grondwaterbeschermingsgebied Amersfoort-Berg, Langerak, Soestduinen en Woerden is het verboden zonder melding een horizontaal gestuurde boring uit te voeren dieper dan 3 meter onder het maaiveld.
2.
Minimaal 4 weken voordat de horizontale boring uitgevoerd wordt, wordt de melding ingediend. In Grondwaterbeschermingsgebied Driebergen, Leersum en Rhenen is het verboden zonder melding een horizontaal gestuurde boring uit te voeren dieper dan 10 meter onder het maaiveld.
3.
In Grondwaterbeschermingsgebied Beerschoten is het verboden zonder melding een horizontaal gestuurde boring uit te voeren dieper dan 30 meter onder het maaiveld.
4.
In Grondwaterbeschermingsgebied Bethunepolder, Bilthoven, Bunnik, Cothen, Groenekan, Linschoten, Zeist en in het Waterwingebied Bethunepolder is het verboden zonder melding een horizontaal gestuurde boring uit te voeren dieper dan 40 meter onder het maaiveld.
5.
De horizontaal gestuurde boring moet voldoen aan de volgende voorwaarden: a. andere werkmethoden zijn aantoonbaar niet toepasbaar; b. de benodigde aanlegdiepte beneden de dieptegrens vormt geen noemenswaardig risico voor de bodem en het zich daarin bevindende grondwater; c. de milieuhygiënische bodemkwaliteit op de plek van het intredepunt en het uittredepunt en het tussenliggende boorracé mag, als gevolg van de booractiviteiten, niet leiden tot een verslechtering van de grondwaterkwaliteit. Dit moet aangetoond worden met een voorafgaand bodemonderzoek conform paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
Provinciaal blad 2025 nr. 21377
18 december 2025
d. e. f.
de boorvloeistof wordt samengesteld met schoon leidingwater en bevat voldoende bentoniet om uitwisseling met de ondergrond zoveel mogelijk te voorkomen. Hierbij wordt het gebruik van additieven zoveel mogelijk beperkt; de vrijkomende grond wordt met bodembeschermende maatregelen opgeslagen; en als de horizontaal gestuurde boring voor de aanleg van een riool is, wordt de mantelbuis voorzien van verklikkers. Bij een eventuele breuk treedt de inhoud van het riool aan het maaiveld uit via deze verklikkers.
6.
Minimaal 4 weken voordat de horizontaal gestuurde boring uitgevoerd wordt, wordt de melding ingediend.
7.
Als de activiteit anders uitgevoerd gaat worden dan gemeld, dan wordt direct een nieuwe melding ingediend.
YYY Na artikel 3.38 worden negen artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 3.38a Meldplicht aardgasleiding aanleggen, verleggen, vervangen of verwijderen in Grondwaterbeschermingsgebied 1.
Het is verboden zonder melding in een Grondwaterbeschermingsgebied een aardgasleiding aan te leggen, te verleggen, te vervangen of te verwijderen.
2.
Met een risicoanalyse van een deskundige overeenkomstig de Publicatiereeks gevaarlijke stoffen richtlijnen wordt aangetoond dat de kans op grondwaterverontreiniging door het aanleggen, verleggen, vervangen of verwijderen van de aardgasleiding, gelijk blijft of vermindert ten opzichte van de daaraan voorafgaande situatie.
3.
Minimaal 4 weken voordat de werkzaamheden uitgevoerd worden, wordt de melding ingediend.
4.
Als de activiteit anders uitgevoerd gaat worden dan gemeld, dan wordt direct een nieuwe melding ingediend.
Artikel 3.38b Meldplicht buisleiding vervangen, verleggen of verwijderen in Grondwaterbeschermingsgebied 1.
Het is verboden in een Grondwaterbeschermingsgebied zonder melding een buisleiding te vervangen, te verleggen en te verwijderen voor het transport van: a. olie, chemicaliën en gassen, anders dan aardgas; b. elektriciteit die gekoeld wordt met olie of chemicaliën.
2.
Met een risicoanalyse van een deskundige overeenkomstig de Publicatiereeks gevaarlijke stoffen-richtlijnen wordt aangetoond dat de kans op grondwaterverontreiniging door het aanleggen, vervangen, verleggen of verwijderen van de buisleiding, gelijk blijft of vermindert ten opzichte van de daaraan voorafgaande situatie.
3.
Minimaal 4 weken voordat de werkzaamheden uitgevoerd worden, wordt de melding ingediend.
4.
Als de activiteit anders uitgevoerd gaat worden dan gemeld, dan wordt direct een nieuwe melding ingediend.
Artikel 3.38c Meldplicht grondwerk uitvoeren in Grondwaterbeschermingsgebied
42
1.
In Grondwaterbeschermingsgebied Amersfoort-Berg, Langerak, Soestduinen en Woerden is het verboden zonder melding grondwerk uit te voeren dieper dan 3 meter onder het maaiveld.
2.
In Grondwaterbeschermingsgebied Driebergen, Leersum en Rhenen is het verboden zonder melding grondwerk uit te voeren dieper dan 10 meter onder het maaiveld.
Provinciaal blad 2025 nr. 21377
18 december 2025
3.
In Grondwaterbeschermingsgebied Beerschoten is het verboden zonder melding grondwerk uit te voeren dieper dan 30 meter onder het maaiveld.
4.
In Grondwaterbeschermingsgebied Bethunepolder, Bilthoven, Bunnik, Cothen, Groenekan, Linschoten, Zeist en in het Waterwingebied Bethunepolder is het verboden grondwerk uit te voeren dieper dan 40 meter onder het maaiveld.
5.
Bij verwijdering van de grond wordt het bodemprofiel zodanig hersteld dat minimaal dezelfde beschermende werking van de bodem ontstaat als voor het grondwerk.
6.
Minimaal 4 weken voordat het grondwerk uitgevoerd wordt, wordt de melding ingediend.
7.
Als de activiteit anders uitgevoerd gaat worden dan gemeld, dan wordt direct een nieuwe melding ingediend.
Artikel 3.38d Vrijstelling meldplicht grondwerk uitvoeren in Grondwaterbeschermingsgebied De meldplicht, bedoeld in Artikel 3.38c, geldt niet als het grondwerk is voor: a. een bodemonderzoek of bodemsanering in het kader van paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of b. een ontgronding in het kader van paragraaf 16.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 3.38e Meldplicht funderingswerk uitvoeren in Grondwaterbeschermingsgebied 1.
In Grondwaterbeschermingsgebied Amersfoort-Berg, Langerak, Soestduinen en Woerden is het verboden zonder melding funderingswerk uit te voeren dieper dan 3 meter onder het maaiveld.
2.
In Grondwaterbeschermingsgebied Driebergen, Leersum en Rhenen is het verboden zonder melding funderingswerk uit te voeren dieper dan 10 meter onder het maaiveld.
3.
In Grondwaterbeschermingsgebied Beerschoten is het verboden zonder melding funderingswerk uit te voeren dieper dan 30 meter onder het maaiveld.
4.
In Grondwaterbeschermingsgebied Bethunepolder, Bilthoven, Bunnik, Cothen, Groenekan, Linschoten, Zeist en in het Waterwingebied Bethunepolder is het verboden zonder melding funderingswerk uit te voeren dieper dan 40 meter onder het maaiveld.
5.
Bij het uitvoeren van funderingswerk wordt uitsluitend gebruik gemaakt van: a. grondverdringende gladde geprefabriceerde palen zonder verbrede voet; b. in de grond gevormde palen waarbij een hulpbuis gebruikt wordt die niet plaatselijk verbreed is en grondverdringend ingebracht is; of c. voorgevormde of in de grond gevormde schroefpalen.
6.
Minimaal 4 weken voordat het funderingswerk uitgevoerd wordt, wordt de melding ingediend.
7.
Als de activiteit anders uitgevoerd gaat worden dan eerder gemeld, dan wordt direct een nieuwe melding ingediend.
Artikel 3.38f Meldplicht boorput buiten gebruik stellen in Grondwaterbeschermingsgebied
43
1.
In Grondwaterbeschermingsgebied Amersfoort-Berg, Langerak, Soestduinen en Woerden is het verboden zonder melding een boorput buiten gebruik te stellen dieper dan 3 meter onder het maaiveld.
2.
In Grondwaterbeschermingsgebied Driebergen, Leersum en Rhenen is het verboden zonder melding een boorput buiten gebruik te stellen dieper dan 10 meter onder het maaiveld.
3.
In Grondwaterbeschermingsgebied Beerschoten is het verboden zonder melding een boorput buiten gebruik te stellen dieper dan 30 meter onder het maaiveld.
Provinciaal blad 2025 nr. 21377
18 december 2025
4.
In Grondwaterbeschermingsgebied Bethunepolder, Bilthoven, Bunnik, Cothen, Groenekan, Linschoten, Zeist en in het Waterwingebied Bethunepolder is het verboden zonder melding een boorput buiten gebruik te stellen dieper dan 40 meter onder het maaiveld.
5.
Binnen 2 weken na de buitengebruikstelling van de boorput wordt de boorput afgedicht door een gecertificeerd en erkend bedrijf conform BRL SIKB 2100/2101.
6.
Minimaal 4 weken voordat de boorput buitengebruik gesteld wordt, wordt de melding ingediend.
7.
Als de activiteit op een andere manier uitgevoerd gaat worden dan gemeld, dan wordt direct een nieuwe melding ingediend.
Artikel 3.38g Meldplicht heipaal verwijderen in Grondwaterbeschermingsgebied Amersfoort-Berg, Langerak, Soestduinen en Woerden 1.
Het is verboden zonder melding in het Grondwaterbeschermingsgebied Amersfoort-Berg, Langerak, Soestduinen en Woerden een heipaal te verwijderen.
2.
Het ontstane gat wordt afgedicht met bentoniet.
3.
Minimaal 4 weken voordat de heipaal verwijderd wordt, wordt de melding ingediend.
4.
Als de activiteit anders uitgevoerd gaat worden dan gemeld, dan wordt direct een nieuwe melding ingediend.
Artikel 3.38h Meldplicht risicovolle stoffen opslaan en toepassen in Grondwaterbeschermingsgebied 1.
Het is verboden zonder melding in een Grondwaterbeschermingsgebied een voor het grondwater risicovolle stof, bedoeld in Bijlage VI Stoffenlijst, op te slaan en toe te passen.
2.
Bij het opslaan van een voor het grondwater risicovolle stof worden bodembeschermende voorzieningen en bodembeschermende maatregelen genomen.
3.
De hoeveelheid opgeslagen of toegepaste stof moet minder zijn dan: a. de in Bijlage VII Tabel hoeveelheidsdrempel voor stoffen aangegeven hoeveelheidsdrempel; of b. bij een andere voor het grondwater risicovolle stof: 1. 5 m3 per opslageenheid bij een tot vloeistof gekoeld gas of een vloeistof; of 2. 5000 kilogram per opslageenheid bij een viskeuze of vaste stof. Voor het opslaan van mest of kuilvoer geldt geen maximale hoeveelheid
4.
Minimaal 4 weken voordat een voor het grondwater risicovolle stof uit Bijlage VI Stoffenlijst opgeslagen of toegepast wordt, wordt de melding ingediend.
5.
Als de activiteit anders uitgevoerd gaat worden dan gemeld, dan wordt direct een nieuwe melding ingediend.
Artikel 3.38i Vrijstelling meldplicht risicovolle stoffen opslaan en toepassen in Grondwaterbeschermingsgebied De meldplicht, bedoeld in Artikel 3.38h, geldt niet voor een kleine werkvoorraad per voor het grondwater risicovolle stof van maximaal 1 emballage van 25 liter of kilogram. ZZZ Artikel 3.39 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
44
Provinciaal blad 2025 nr. 21377
18 december 2025
Artikel 3.39 Meldplicht boorputten en grond- en funderingswerken in Grondwaterbeschermingsgebied 1.
Het is verboden zonder melding in een Grondwaterbeschermingsgebied beneden de in Artikel 3.29 genoemde dieptegrenzen de volgende activiteiten uit te voeren: a. het uitvoeren van grondwerken, voor zover bij verwijdering van de grond het bodemprofiel zodanig wordt hersteld dat minimaal dezelfde beschermende werking van de bodem ontstaat als voor de grondwerken; b. funderingswerken, voor zover daarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van: 1. grondverdringende gladde geprefabriceerde palen zonder verbrede voet; 2. in de grond gevormde palen waarbij een hulpbuis wordt gebruikt die niet plaatselijk verbreed is en grondverdringend wordt ingebracht; of 3. voorgevormde of in de grond gevormde schroefpalen; c. het buitengebruikstellen van een boorput. [Gereserveerd]
2.
Het is verboden zonder melding in het Grondwaterbeschermingsgebied Amersfoort-Berg, Doorn, Langerak, Soestduinen en Woerden heipalen te verwijderen.
3.
Minimaal 4 weken voordat de activiteit uitgevoerd wordt, wordt de melding ingediend.
AAAA Artikel 3.39a wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.39a Meldplicht aardgas- en buisleidingen in Grondwaterbeschermingsgebied 1.
Het is verboden zonder melding in een Grondwaterbeschermingsgebied de volgende activiteiten uit te voeren: a. aardgasleidingen aan te leggen, te verleggen of te verwijderen; b. een buisleiding voor het transport van olie, chemicaliën en gassen niet zijnde aardgas of leidingen voor het transport van elektriciteit die worden gekoeld met olie of chemicaliën aan te leggen, te verleggen of te verwijderen, zonder dat met een risicoanalyse van een deskundige overeenkomstig Handreiking “Publicatiereeks gevaarlijke stoffen” is aangetoond dat de kans op grondwaterverontreiniging door het aanleggen, verleggen of verwijderen gelijk blijft of vermindert ten opzichte van de daaraan voorafgaande situatie. [Gereserveerd]
2.
Minimaal 4 weken voordat de werkzaamheden worden uitgevoerd, wordt de melding ingediend.
BBBB Artikel 3.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.40 Indieningsvereisten melding horizontaal gestuurde boring uitvoeren in Grondwaterbeschermingsgebied In aanvulling op de indieningsvereisten in Artikel 1.12 worden bij een melding ten behoeve van de realisatie van een horizontaal gestuurde boring in een Grondwaterbeschermingsgebied, bedoeld in Artikel 3.38, minimaal de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: Bij een melding, bedoeld in Artikel 3.38, worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden aangeleverd: a. naam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf dat de activiteit uitvoert; gegevens genoemd in Artikel 1.12; b. kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt horizontaal gestuurde boring uitgevoerd wordt; c. bewijs van de certificering van het bedrijf dat de horizontaal gestuurde boring uitvoert; c d. doel van de horizontaal gestuurde boring; d e. het diepste punt van de boring; e f. de lengte van de boring tussen in- intredepunt en uittredepunt; f g. de totale lengte van de boring;
45
Provinciaal blad 2025 nr. 21377
18 december 2025
h. g i. h j.
het conform paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteit leefomgeving uitgevoerde bodemonderzoek; een (boor)plan waarin boorplan met daarin de uitwerking van de in Artikel 3.38 genoemde voorwaarden nader zijn uitgewerkt; en de start- verwachte startdatum en einddatum van de activiteit.
CCCC Artikel 3.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.41 Indieningsvereisten melding aanleg van aardgasleiding aardgasleiding aanleggen, verleggen, vervangen of verwijderen in Grondwaterbeschermingsgebied In aanvulling op de indieningsvereisten in Artikel 1.12 worden bij een melding ten behoeve van de aanleg van een aardgasleiding in een Grondwaterbeschermingsgebied, bedoeld in Artikel 3.39a, onder a, minimaal de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: Bij een melding, bedoeld in Artikel 3.38a, worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden aangeleverd: a. naam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf dat de activiteit uitvoert; gegevens genoemd in Artikel 1.12; b. kadastrale aanduiding van de locatie waar van de activiteit wordt uitgevoerd werkzaamheden aan de aardgasleiding; c. bewijs van de certificering van het bedrijf dat de werkzaamheden aan de aardgasleiding uitvoert; c d. de lengte van de aardgasleiding; d e. het diepste punt van de aardgasleiding in meter beneden maaiveld onder het maaiveld ; e f. het te gebruiken afdichtmateriaal afdichtmateriaal dat gebruikt wordt; f g. als dit van toepassing is, de gebruikte funderingstechniek; en indien van toepassing de funderingstechniek die gebruikt wordt; en g h. de start- verwachte startdatum en einddatum van de activiteit.
DDDD Artikel 3.41a wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.41a Indieningsvereisten melding aanleg, verleggen of verwijderen van een buisleiding, niet zijnde aardgas, in Grondwaterbeschermingsgebied Indieningsvereisten melding buisleiding verleggen, vervangen of verwijderen in Grondwaterbeschermingsgebied In aanvulling op de indieningsvereisten in Artikel 1.12 worden bij een melding ten behoeve van de aanleg van een buisleiding, niet zijnde aardgas, in een Grondwaterbeschermingsgebied, bedoeld in Artikel 3.39a, onder b, minimaal de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: Bij een melding, bedoeld in Artikel 3.38b, worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden aangeleverd: a. naam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf dat de activiteit uitvoert; gegevens genoemd in Artikel 1.12; b. kadastrale aanduiding van de locatie waar van de activiteit wordt uitgevoerd werkzaamheden aan de buisleiding; c. de lengte van de buisleiding; het diepste punt van de buisleiding in meter beneden maaiveld onder het maaiveld ; d. e. het te gebruiken afdichtmateriaal afdichtmateriaal dat gebruikt wordt; f. de start- en einddatum van de activiteit en; g f.
een door een deskundige deskundig uitgevoerde risicoanalyse als bedoeld in de Handreiking Publicatiereeks gevaarlijke stoffen, waarin is aangetoond is dat de kans op grondwaterverontreiniging door het aanleggen verleggen, verleggen vervangen of verwijderen gelijk blijft of vermindert ten opzichte van de daaraan voorafgaande situatie. ; en g. verwachte startdatum en einddatum van de activiteit. EEEE
46
Provinciaal blad 2025 nr. 21377
18 december 2025
Artikel 3.42 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.42 Indieningsvereisten melding grondwerken uitvoeren in Grondwaterbeschermingsgebied In aanvulling op de indieningsvereisten in Artikel 1.12 worden bij een melding ten behoeve van grondwerken in een Grondwaterbeschermingsgebied, bedoeld in Artikel 3.39 eerste lid, onder b, minimaal de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: Bij een melding, bedoeld in Artikel 3.38c, worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden aangeleverd: a. naam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf dat de activiteit uitvoert; gegevens genoemd in Artikel 1.12; b. kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd het grondwerk uitgevoerd wordt; c. doel van het ontgraven; d. oppervlakte van de ontgraving in m2; oppervlakte in m2, lengte, breedte en diepte in meter onder het maaiveld; e. diepte tot waar wordt ontgraven in meter beneden maaiveld; f e. beschrijving van de bodemopbouw en de wijze waarop het bodemprofiel wordt hersteld wordt, zodat minimaal dezelfde beschermende werking van de bodem ontstaat als voor de grondwerken het grondwerk; en g f. de start- verwachte startdatum en einddatum van de activiteit. FFFF Artikel 3.43 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.43 Indieningsvereisten melding funderingswerken uitvoeren in Grondwaterbeschermingsgebied In aanvulling op de indieningsvereisten in Artikel 1.12 worden bij een melding ten behoeve van funderingswerken in een Grondwaterbeschermingsgebied, bedoeld in Artikel 3.39, eerste lid, onder b, minimaal de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: Bij een melding, bedoeld in Artikel 3.38e, worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden aangeleverd: a. naam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf dat de activiteit uitvoert; gegevens genoemd in Artikel 1.12; b. de kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd het funderingswerk uitgevoerd wordt; c. het doel waarvoor de fundering geplaatst wordt; d. de te gebruiken funderingstechniek welke funderingstechniek gebruikt wordt: 1. grondverdringende gladde geprefabriceerde palen zonder verbrede voet; 2. in de grond gevormde palen waarbij een hulpbuis wordt gebruikt wordt die niet plaatselijk is verbreed is en grondverdringend wordt ingebracht ingebracht wordt; 3. voorgevormde of in de grond gevormde schroefpalen; e. de diepte tot waar de fundering komt in meter beneden maaiveld; en f. de start- verwachte startdatum en einddatum van de activiteit.
GGGG Artikel 3.44 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.44 Indieningsvereisten melding buitengebruikstelling boorput buiten gebruik stellen in Grondwaterbeschermingsgebied In aanvulling op de indieningsvereisten in Artikel 1.12 worden bij een melding ten behoeve van de buitengebruikstelling boorput in een Grondwaterbeschermingsgebied, bedoeld in Artikel 3.39 eerste lid, onder c, minimaal de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: Bij een melding, bedoeld in Artikel 3.38f, worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden aangeleverd:
47
Provinciaal blad 2025 nr. 21377
18 december 2025
a. a b. b c. c d. e. f. g. d h. e i.
gegevens genoemd in Artikel 1.12; naam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf dat de activiteit uitvoert; opdrachtgever van de buitengebruikstelling van de boorput; de kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd boorput buitengebruik gesteld wordt; aantal boorputten dat wordt buiten gebruik gesteld en afgedicht wordt; putnummer van de boorput die buiten gebruik gesteld wordt; afdichtmateriaal dat gebruikt wordt; bedrijf dat de afdichting na de buitengebruikstelling van de boorput binnen 2 weken uitvoert; het te gebruiken afdichtmateriaal; en bewijs van certificering van het bedrijf dat de afdichting uitvoert conform BRL SIKB 2100; en de start- verwachte startdatum en einddatum van de activiteit.
HHHH Artikel 3.45 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.45 Indieningsvereisten melding verwijdering heipaal verwijderen in Grondwaterbeschermingsgebied Amersfoort-Berg, Doorn, Langerak, Soestduinen en Woerden In aanvulling op de indieningsvereisten in Artikel 1.12 worden bij een melding ten behoeve van de verwijdering van heipalen in het Grondwaterbeschermingsgebied Amersfoort-Berg, Doorn, Langerak, Soestduinen en Woerden, bedoeld in Artikel 3.39, tweede lid, minimaal de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: Bij een melding, bedoeld in Artikel 3.38g, worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden aangeleverd: a. naam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf dat de activiteit uitvoert; gegevens genoemd in Artikel 1.12; b. opdrachtgever van de heipaalverwijdering; b c. de kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd heipaal verwijderd wordt; c. aantal van de te verwijderen heipalen; d. diepte tot welke de aantal heipalen worden dat verwijderd wordt; e. tot welke diepte de heipalen verwijderd worden; e f. het te gebruiken afdichtmateriaal afdichtmateriaal dat gebruikt wordt; en f g. de start- verwachte startdatum en einddatum van de activiteit. IIII Na artikel 3.45 worden tien artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 3.45a Indieningsvereisten risicovolle stoffen opslaan of toepassen in Grondwaterbeschermingsgebied Bij een melding, bedoeld in Artikel 3.38h, worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden aangeleverd: a. gegevens genoemd in Artikel 1.12; b. welke stof opgeslagen of toegepast wordt; c. hoeveelheid op te slaan of toe te passen stof; d. met welk doel de stof opgeslagen of toegepast wordt; e. welke bodembeschermende voorzieningen en bodembeschermende maatregelen genomen worden; en f. verwachte startdatum en einddatum van de activiteit.
Artikel 3.45b Maatwerkvoorschriften schadelijke en risicovolle stoffen opslaan en toepassen in Grondwaterbeschermingsgebied 1.
48
Gedeputeerde staten kunnen maatwerkvoorschriften verbinden aan de activiteiten, bedoeld in Artikel 3.28, Artikel 3.28a, Artikel 3.28b, Artikel 3.38h en Artikel 3.38i.
Provinciaal blad 2025 nr. 21377
18 december 2025
2.
Met een maatwerkvoorschrift kan afgeweken worden van het bepaalde in Artikel 3.28, Artikel 3.28a, Artikel 3.28b, Artikel 3.38h en Artikel 3.38i.
Artikel 3.45c Informatieplicht horizontaal gestuurde boring uitvoeren in Grondwaterbeschermingsgebied 1.
De uitvoerder van de activiteit, bedoeld in Artikel 3.38, levert minimaal 1 week voor de start van de uitvoering, de precieze startdatum en einddatum van de activiteit aan.
2.
Direct na het wijzigen van een eerder doorgegeven startdatum of einddatum van de activiteit, bedoeld in het eerste lid, geeft de uitvoerder van de activiteit deze wijziging door.
Artikel 3.45d Informatieplicht aardgasleiding aanleggen, vervangen, verleggen en verwijderen in Grondwaterbeschermingsgebied 1.
De uitvoerder van de activiteit, bedoeld in Artikel 3.38a, levert minimaal 1 week voor de start van de uitvoering, de precieze startdatum en einddatum van de activiteit aan.
2.
Direct na het wijzigen van een eerder doorgegeven startdatum of einddatum van de activiteit, bedoeld in het eerste lid, geeft de uitvoerder van de activiteit deze wijziging door.
Artikel 3.45e Informatieplicht buisleiding vervangen, verleggen en verwijderen in Grondwaterbeschermingsgebied 1.
De uitvoerder van de activiteit, bedoeld in Artikel 3.38b, levert minimaal 1 week voor de start van de uitvoering, de precieze startdatum en einddatum van de activiteit aan.
2.
Direct na het wijzigen van een eerder doorgegeven startdatum of einddatum van de activiteit, bedoeld in het eerste lid, geeft de uitvoerder van de activiteit deze wijziging door.
Artikel 3.45f Informatieplicht grondwerk uitvoeren in Grondwaterbeschermingsgebied 1.
De uitvoerder van de activiteit, bedoeld in Artikel 3.38c, levert minimaal 1 week voor de start van de uitvoering, de precieze startdatum en einddatum van de activiteit aan.
2.
Direct na het wijzigen van een eerder doorgegeven startdatum of einddatum van de activiteit, bedoeld in het eerste lid, geeft de uitvoerder van de activiteit deze wijziging door.
Artikel 3.45g Informatieplicht funderingswerk uitvoeren in Grondwaterbeschermingsgebied 1.
De uitvoerder van de activiteit, bedoeld in Artikel 3.38e, levert minimaal 1 week voor de start van de uitvoering, de precieze startdatum en einddatum van de activiteit aan.
2.
Direct na het wijzigen van een eerder doorgegeven startdatum of einddatum van de activiteit, bedoeld in het eerste lid, geeft de uitvoerder van de activiteit deze wijziging door.
Artikel 3.45h Informatieplicht boorput buiten gebruik stellen in Grondwaterbeschermingsgebied
49
1.
De uitvoerder van de activiteit, bedoeld in Artikel 3.38f, levert minimaal 1 week voor de start van de uitvoering, de precieze startdatum en einddatum van de activiteit aan.
2.
Direct na het wijzigen van een eerder doorgegeven startdatum of einddatum van de activiteit, bedoeld in het eerste lid, geeft de uitvoerder van de activiteit deze wijziging door.
Provinciaal blad 2025 nr. 21377
18 december 2025
Artikel 3.45i Informatieplicht heipaal verwijderen in Grondwaterbeschermingsgebied Amersfoort-Berg, Langerak, Soestduinen en Woerden 1.
De uitvoerder van de activiteit, bedoeld in Artikel 3.38g, levert minimaal 1 week voor de start van de uitvoering, de precieze startdatum en einddatum van de activiteit aan.
2.
Direct na het wijzigen van een eerder doorgegeven startdatum of einddatum van de activiteit, bedoeld in het eerste lid, geeft de uitvoerder van de activiteit deze wijziging door.
Artikel 3.45j Informatieplicht risicovolle stoffen opslaan en toepassen in Grondwaterbeschermingsgebied 1.
De uitvoerder van de activiteit, bedoeld in Artikel 3.38h, levert minimaal 1 week voor de start van de uitvoering, de precieze startdatum en einddatum van de activiteit aan.
2.
Direct na het wijzigen van een eerder doorgegeven startdatum of einddatum van de activiteit, bedoeld in het eerste lid, geeft de uitvoerder van de activiteit deze wijziging door.
JJJJ Artikel 3.46 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.46 Eis buitengebruikstelling boorput in Grondwaterbeschermingsgebied Bij buitengebruikstelling van een boorput in een Grondwaterbeschermingsgebied laat de eigenaar of exploitant binnen 2 weken na buitengebruikstelling die boorput afdichten door een gecertificeerd en erkend bedrijf conform BRL SIKB 2100/2101. [Gereserveerd] KKKK Artikel 3.47 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.47 Eis verwijdering heipalen in Grondwaterbeschermingsgebied Amersfoort-Berg, Doorn, Langerak, Soestduinen en Woerden Bij verwijdering van heipalen in het Grondwaterbeschermingsgebied Amersfoort-Berg, Doorn, Langerak, Soestduinen en Woerden wordt het ontstane gat zoveel mogelijk afgedicht met bentoniet. [Gereserveerd] LLLL Artikel 3.48 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.48 Eis lozen afstromend hemelwater lozen in Grondwaterbeschermingsgebied 1.
Bij het lozen van afstromend hemelwater in een Grondwaterbeschermingsgebied wordt mogelijke verontreiniging van het grondwater zoveel als redelijkerwijs mogelijk is beperkt.
2.
Aan het gestelde in het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als de Leidraad Afkoppelen en infiltreren afstromend hemelwater provincie Utrecht wordt gevolgd.
1.
Bij het lozen van afstromend hemelwater in een Grondwaterbeschermingsgebied wordt verontreiniging van het grondwater zoveel mogelijk voorkomen en beperkt.
2.
Hieraan wordt in ieder geval voldaan als de Leidraad Afkoppelen en infiltreren afstromend hemelwater provincie Utrecht gevolgd wordt.
MMMM
50
Provinciaal blad 2025 nr. 21377
18 december 2025
Artikel 3.49 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.49 Eis aanleggen parkeerplaats aanleggen in Grondwaterbeschermingsgebied 1.
Eenieder die een verharde of onverharde parkeerplaats voor motorrijtuigen in een Grondwaterbeschermingsgebied aanlegt of in stand houdt, treft zoveel als redelijkerwijs mogelijk is maatregelen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Bij de aanleg of instandhouding van een verharde of onverharde parkeerplaats voor motorrijtuigen in een Grondwaterbeschermingsgebied wordt verontreiniging van het grondwater zoveel mogelijk voorkomen en beperkt.
2.
Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als de Leidraad Afkoppelen en infiltreren afstromend hemelwater provincie Utrecht wordt gevolgd. Hieraan wordt in ieder geval voldaan als de Leidraad Afkoppelen en infiltreren afstromend hemelwater provincie Utrecht gevolgd wordt.
NNNN Paragraaf 3.2.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Paragraaf 3.2.6 Activiteiten in Boringsvrije zone Artikel 3.50 Verbod mijnbouwactiviteiten uitvoeren in Boringsvrije zone Het is verboden in een Boringsvrije zone mijnbouwactiviteiten uit te voeren zoals een mijnbouwactiviteit, bedoeld in artikel 3.320 van het Besluit activiteiten leefomgeving uit te voeren.
Artikel 3.51 Verbod boorputten, boren en grond- of funderingswerken in Boringsvrije zone Verbod boring uitvoeren en boorput oprichten, exploiteren of hebben in Boringsvrije zone
51
1.
Het is verboden in de Boringsvrije zone Bilthoven, Benschop-ondiep, Bunnik, Cothen, De Meern, Eempolder, Leidsche Rijn, Langerak-Noord, Lexmond-Noord, Linschoten, Nieuwegein, Vianen en Vianen-Panoven: a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 40 meter of meer onder maaiveld; en b. boringen of grond- of funderingswerken uit te voeren of te hebben op een diepte van 40 meter of meer onder het maaiveld, met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de boringsvrije zone. In Boringsvrije zone Langerak en Lexmond is het verboden een boring, met inbegrip van een schuine boring vanaf een locatie buiten de Boringsvrije zone, uit te voeren en een boorput op te richten, te exploiteren of te hebben dieper dan 3 meter onder het maaiveld.
2.
Het is verboden in de Boringsvrije zone Amersfoort-Koedijkerweg, Rhenen en Woudenberg: a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 10 meter of meer onder maaiveld; en b. boringen of grond- of funderingswerken uit te voeren of te hebben op een diepte van 10 meter of meer onder het maaiveld, met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de boringsvrije zone. In Boringsvrije zone Amersfoort-Koedijkerweg, Rhenen en Woudenberg is het verboden een boring, met inbegrip van een schuine boring vanaf een locatie buiten de Boringsvrije zone, uit te voeren en een boorput op te richten, te exploiteren of te hebben dieper dan 10 meter onder het maaiveld.
3.
Het is verboden in de Boringsvrije zone Langerak en Lexmond: a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 3 meter of meer onder maaiveld; en b. boringen, grond- of funderingswerken uit te voeren of te hebben op een diepte van 3 meter of meer onder het maaiveld, met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de boringsvrije zone. In Boringsvrije zone Veenendaal is het verboden een boring, met inbegrip van een schuine boring vanaf een locatie buiten de Boringsvrije zone, uit te voeren en een boorput op te richten, te exploiteren of te hebben dieper dan 30 meter onder het maaiveld.
Provinciaal blad 2025 nr. 21377
18 december 2025
4.
Het is verboden in de Boringsvrije zone Veenendaal: a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 30 meter of meer onder maaiveld; en b. boringen, grond- of funderingswerken uit te voeren of te hebben op een diepte van 30 meter of meer onder het maaiveld, met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de boringsvrije zone. In Boringsvrije zone Bilthoven, Benschop-ondiep, Bunnik, Cothen, Eempolder, Leidsche Rijn, Langerak-Noord, Lexmond-Noord, Linschoten en Nieuwegein is het verboden een boring, met inbegrip van een schuine boring vanaf een locatie buiten de Boringsvrije zone, uit te voeren en een boorput op te richten, te exploiteren of te hebben dieper dan 40 meter onder het maaiveld.
5.
Het is verboden in de Boringsvrije zone Tull en t Waal: a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 55 meter of meer onder maaiveld; en b. boringen of grond- of funderingswerken uit te voeren of te hebben op een diepte van 55 meter of meer onder het maaiveld, met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de boringsvrije zone. In Boringsvrije zone De Meern is het verboden een boring, met inbegrip van een schuine boring vanaf een locatie buiten de Boringsvrije zone, uit te voeren en een boorput op te richten, te exploiteren of te hebben dieper dan 48 meter onder het maaiveld.
6.
Het is verboden in de Boringsvrije zone WCB Nieuwegein: a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 60 meter of meer onder maaiveld; en b. boringen of grond- of funderingswerken uit te voeren of te hebben op een diepte van 60 meter of meer onder het maaiveld, met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de boringsvrije zone. In Boringsvrije zone Tull en t Waal, Vianen en Vianen - Panoven is het verboden een boring, met inbegrip van een schuine boring vanaf een locatie buiten de Boringsvrije zone, uit te voeren en een boorput op te richten, te exploiteren of te hebben dieper dan 55 meter onder het maaiveld.
7.
Het is verboden in de Boringsvrije zone Benschop-diep: a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 80 meter of meer onder maaiveld; en b. boringen of grond- of funderingswerken uit te voeren of te hebben op een diepte van 80 meter of meer onder het maaiveld, met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de boringsvrije zone.
8.
In Boringsvrije zone Benschop-diep is het verboden een boring, met inbegrip van een schuine boring vanaf een locatie buiten de Boringsvrije zone, uit te voeren en een boorput op te richten, te exploiteren of te hebben dieper dan 80 meter onder het maaiveld.
9.
Het verbod, bedoeld in het eerste tot en met achtste lid, geldt niet als een vrijstelling uit Artikel 3.51a van toepassing is.
Artikel 3.51a Vrijstelling verbod boring uitvoeren en boorput oprichten, exploiteren of hebben in Boringsvrije zone Het verbod in Artikel 3.51 geldt niet als het een boring of een boorput is voor: a. de controle van het grondwater voor de openbare drinkwatervoorziening; b. een horizontaal gestuurde boring waarop de meldplicht uit Artikel 3.59 van toepassing is; c. het onttrekken van grondwater voor een noodvoorziening; d. een bronbemaling; e. een sondering; of f. een bodemonderzoek of bodemsanering in het kader van paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 3.52 Verbod energietoevoeging energie aan bodem onttrekken en -onttrekking toevoegen in Boringvrije zone 1.
52
In Boringsvrije zone Langerak en Lexmond is het verboden werken tot stand te brengen en activiteiten uit te voeren met als doel direct of indirect warmte of koude aan de bodem te onttrekken en toe te voegen dieper dan 3 meter onder het maaiveld.
Provinciaal blad 2025 nr. 21377
18 december 2025
2.
In Boringsvrije zone Amersfoort-Koedijkerweg, Rhenen en Woudenberg is het verboden werken tot stand te brengen en activiteiten uit te voeren met als doel direct of indirect warmte of koude aan de bodem te onttrekken en toe te voegen dieper dan 10 meter onder het maaiveld.
3.
In Boringsvrije zone Veenendaal is het verboden werken tot stand te brengen en activiteiten uit te voeren met als doel direct of indirect warmte of koude aan de bodem te onttrekken en toe te voegen dieper dan 30 meter onder het maaiveld.
4.
In Boringsvrije zone Bilthoven, Benschop-ondiep, Bunnik, Cothen, Eempolder, Leidsche Rijn, Langerak-Noord, Lexmond-Noord, Linschoten en Nieuwegein is het verboden werken tot stand te brengen en activiteiten uit te voeren met als doel direct of indirect warmte of koude aan de bodem te onttrekken en toe te voegen dieper dan 40 meter onder het maaiveld.
5.
Het is verboden in een In Boringsvrije zone De Meern op een diepte groter dan de in is het verboden Artikel 3.51 genoemde dieptegrenzen werken tot stand te brengen of en activiteiten uit te voeren met als doel direct of indirect warmte of koude aan de bodem te onttrekken of en toe te voegen dieper dan 48 meter onder het maaiveld .
6.
In Boringsvrije zone Tull en t Waal, Vianen en Vianen - Panoven, Vianen en Vianen-Panoven is het verboden werken tot stand te brengen en activiteiten uit te voeren met als doel direct of indirect warmte of koude aan de bodem te onttrekken en toe te voegen dieper dan 55 meter onder het maaiveld.
7.
In Boringsvrije zone WCB Nieuwegein is het verboden werken tot stand te brengen en activiteiten uit te voeren met als doel direct of indirect warmte of koude aan de bodem te onttrekken en toe te voegen dieper dan 60 meter onder het maaiveld.
8.
In Boringsvrije zone Benschop-diep is het verboden werken tot stand te brengen en activiteiten uit te voeren met als doel direct of indirect warmte of koude aan de bodem te onttrekken en toe te voegen dieper dan 80 meter onder het maaiveld.
9.
Het verbod, bedoeld in het eerste tot en met achtste lid, geldt niet als de vergunningplicht uit Artikel 3.54 van toepassing is.
Artikel 3.53 Vrijstelling verbod boorputten, boringen en grondwerken in Boringsvrije zone De verboden in een Boringsvrije zone, bedoeld in Artikel 3.51, gelden niet voor: a. boorputten voor de controle van het grondwater voor de openbare drinkwatervoorziening; b. het oprichten en hebben van boorputten voor het onttrekken van grondwater voor een noodvoorziening; c. bronbemalingen; d. het onderzoeken of saneren van de bodem in het kader van paragraaf 3.2.23 van het Besluit activiteiten leefomgeving; e. sonderingen; en f. ontgrondingen in het kader van paragraaf 16.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving. [Gereserveerd]
Artikel 3.54 Vergunningplicht open bodemenergiesysteem in combinatie met een grondwatersanering aanleggen of gebruiken in Boringsvrije zone
53
1.
In Boringsvrije zone Langerak en Lexmond is het verboden zonder omgevingsvergunning een open bodemenergiesysteem in combinatie met een grondwatersanering aan te leggen en te gebruiken dieper dan 3 meter onder het maaiveld.
2.
In Boringsvrije zone Amersfoort-Koedijkerweg, Rhenen en Woudenberg is het verboden zonder omgevingsvergunning een open bodemenergiesysteem in combinatie met een grondwatersanering aan te leggen en te gebruiken dieper dan 10 meter onder het maaiveld.
3.
In Boringsvrije zone Veenendaal is het verboden zonder omgevingsvergunning een open bodemenergiesysteem in combinatie met een grondwatersanering aan te leggen en te gebruiken dieper dan 30 meter onder het maaiveld.
Provinciaal blad 2025 nr. 21377
18 december 2025
4.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning in een Boringsvrije zone op een diepte groter dan de in Artikel 3.51 genoemde dieptegrenzen een open bodemenergiesysteem in combinatie met een grondwatersanering aan te leggen en te gebruiken. In Boringsvrije zone Bilthoven, Benschop-ondiep, Bunnik, Cothen, Eempolder, Leidsche Rijn, Langerak-Noord, Lexmond-Noord, Linschoten en Nieuwegein is het verboden zonder omgevingsvergunning een open bodemenergiesysteem in combinatie met een grondwatersanering aan te leggen en te gebruiken dieper dan 40 meter onder het maaiveld.
5.
In Boringsvrije zone De Meern is het verboden zonder omgevingsvergunning een open bodemenergiesysteem in combinatie met een grondwatersanering aan te leggen en te gebruiken dieper dan 48 meter onder het maaiveld.
6.
In Boringsvrije zone Tull en t Waal, Vianen en Vianen - Panoven is het verboden zonder omgevingsvergunning een open bodemenergiesysteem in combinatie met een grondwatersanering aan te leggen en te gebruiken dieper dan 55 meter onder het maaiveld.
7.
In Boringsvrije zone WCB Nieuwegein is het verboden zonder omgevingsvergunning een open bodemenergiesysteem in combinatie met een grondwatersanering aan te leggen en te gebruiken dieper dan 60 meter onder het maaiveld.
8.
In Boringsvrije zone Benschop-diep is het verboden zonder omgevingsvergunning een open bodemenergiesysteem in combinatie met een grondwatersanering aan te leggen en te gebruiken dieper dan 80 meter onder het maaiveld.
Artikel 3.55 Beoordelingsregel aanvraag omgevingsvergunning open bodemenergiesysteem in combinatie met een grondwatersanering aanleggen of gebruiken in Boringsvrije zone Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een open bodemenergiesysteem in combinatie met een grondwatersanering in een Boringsvrije zone beneden de in Artikel 3.51 3.54 genoemde dieptegrenzen, wordt de omgevingsvergunning in ieder geval geweigerd als niet is aangetoond is dat een significante bijdrage geleverd wordt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit door een koppeling te realiseren tussen duurzaam gebruik van bodemenergie en de gekozen saneringsaanpak.
Artikel 3.56 Vergunningplicht boorput voor industriële winning voor menselijke consumptie oprichten, exploiteren of hebben in Boringsvrije zone
54
1.
In Boringsvrije zone Langerak en Lexmond is het verboden zonder omgevingsvergunning een boorput voor grondwateronttrekkingen voor een industriële winning voor menselijke consumptie op te richten, te exploiteren of te hebben dieper dan 3 meter onder het maaiveld.
2.
In Boringsvrije zone Amersfoort-Koedijkerweg, Rhenen en Woudenberg is het verboden zonder omgevingsvergunning een boorput voor grondwateronttrekkingen voor een industriële winning voor menselijke consumptie op te richten, te exploiteren of te hebben dieper dan 10 meter onder het maaiveld.
3.
Boring uitvoeren of boorput oprichten, hebben of exploiteren In Boringsvrije zone Veenendaal is het verboden zonder omgevingsvergunning een boorput voor grondwateronttrekkingen voor een industriële winning voor menselijke consumptie op te richten, te exploiteren of te hebben dieper dan 30 meter onder het maaiveld.
4.
In Boringsvrije zone Bilthoven, Benschop-ondiep, Bunnik, Cothen, Eempolder, Leidsche Rijn, Langerak-Noord, Lexmond-Noord, Linschoten en Nieuwegein is het verboden zonder omgevingsvergunning een boorput voor grondwateronttrekkingen voor een industriële winning voor menselijke consumptie op te richten, te exploiteren of te hebben dieper dan 40 meter onder het maaiveld.
5.
In Boringsvrije zone De Meern is het verboden zonder omgevingsvergunning een boorput voor grondwateronttrekkingen voor een industriële winning voor menselijke consumptie op te richten, te exploiteren of te hebben dieper dan 48 meter onder het maaiveld.
6.
In Boringsvrije zone Tull en t Waal, Vianen en Vianen - Panoven is het verboden zonder omgevingsvergunning een boorput voor grondwateronttrekkingen voor een industriële winning
Provinciaal blad 2025 nr. 21377
18 december 2025
voor menselijke consumptie op te richten, te exploiteren of te hebben dieper dan 55 meter onder het maaiveld. 7.
In Boringsvrije zone WCB Nieuwegein is het verboden zonder omgevingsvergunning een boorput voor grondwateronttrekkingen voor een industriële winning voor menselijke consumptie op te richten, te exploiteren of te hebben dieper dan 60 meter onder het maaiveld.
8.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning in een Boringsvrije zone op een diepte groter dan de in Artikel 3.51 genoemde dieptegrenzen een boorput op te richten en te hebben voor het onttrekken van grondwater voor industriële winningen voor menselijke consumptie. In Boringsvrije zone Benschop-diep is het verboden zonder omgevingsvergunning een boorput voor grondwateronttrekkingen voor een industriële winning voor menselijke consumptie op te richten, te exploiteren of te hebben dieper dan 80 meter onder het maaiveld.
Artikel 3.56a Beoordelingsregel aanvraag omgevingsvergunning boorput voor industriële winning voor menselijke consumptie oprichten, exploiteren of hebben in Boringsvrije zone Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een boorput voor industriële winning in een Boringsvrije zone beneden de vergunningplicht in Artikel 3.51 3.56 genoemde dieptegrenzen, wordt de omgevingsvergunning in ieder geval geweigerd als niet is aangetoond is dat het grondwater gebruikt wordt ingezet binnen een onderdeel van het productieproces voor voor of in aanraking kan komen met producten voor menselijke consumptie, waarvoor een dergelijk hoge waterkwaliteit water van drinkwaterkwaliteit noodzakelijk is.
Artikel 3.57 Indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning open bodemenergiesysteem in combinatie met grondwatersanering aanleggen of gebruiken in Boringsvrije zone In aanvulling op de aanvraagvereisten in de Bij wet worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.54, minimaal worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aangeleverd: a. gegevens genoemd in artikel 7.3 van de Omgevingsregeling; a b. een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755:2022 ; b c. een beschrijving van het open bodemenergiesysteem, waarbij in ieder geval inzicht wordt gegeven wordt in de bronnenconfiguratie, filterstelling, verpompte hoeveelheid water en energie per bron en in totaal en effecten op de omgeving; c d. een beschrijving van de saneringstechniek; d e. de te gebruiken boortechnieken om negatieve effecten van doorboring van de in de bodem voorkomende beschermende lagen zoveel mogelijk te voorkomen, en; boortechnieken die gebruikt worden om negatieve effecten van doorboring van de beschermende bodemlagen en verspreiding van de verontreiniging zoveel mogelijk te voorkomen; en e f. een risicobeoordeling van de effecten van de aanleg en het in gebruik hebben van een open bodemenergiesysteem in combinatie met de grondwatersanering, waarbij in ieder geval inzicht wordt gegeven wordt in: 1.
de te verwachten verbetering van de grondwaterkwaliteit; 2. monitoring van de effecten; 3. te treffen tegenmaatregelen, mocht niet die getroffen worden als de verwachte verbetering van de grondwaterkwaliteit optreden niet optreedt.
Artikel 3.58 Indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning boorput voor industriële winning voor menselijke consumptie oprichten, exploiteren of hebben in Boringsvrije zone In aanvulling op de aanvraagvereisten in de wet worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een boorput voor industriële winning voor menselijke consumptie in een Boringsvrije zone bedoeld in Artikel 3.56 minimaal de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.56 worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden aangeleverd: a. gegevens genoemd in artikel 7.3 van de Omgevingsregeling; a b. inzicht in de proceswaterstromen, waarbij wordt aangetoond wordt dat het onttrokken grondwater wordt gebruikt wordt voor, of in aanraking kan komen met producten voor menselijke consumptie, waarvoor water van drinkwaterkwaliteit noodzakelijk is;
55
Provinciaal blad 2025 nr. 21377
18 december 2025
b c. c d. d e.
e f.
een verklaring dat het gebruik van grondwater voor de bereiding van producten voor menselijke consumptie bekend is bij de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit; benodigde hoeveel water in m3/u, m3/kwartaal en m3/jaar; waterbesparingsplannen, waarbij wordt aangetoond dat zo zuinig mogelijk met het water wordt omgegaan; waterbesparingsplan, waarbij aangetoond wordt dat zo zuinig mogelijk met het water omgegaan wordt; de te gebruiken boortechnieken boortechnieken die gebruikt worden om negatieve effecten van doorboring van de in de bodem voorkomende beschermende lagen bodemlagen zoveel mogelijk te voorkomen.
Artikel 3.59 Meldplicht horizontaal gestuurde boringen boring uitvoeren in Boringsvrije zone
56
1.
Het is verboden zonder melding in een Boringsvrije zone beneden de in Artikel 3.51 genoemde dieptegrenzen horizontaal gestuurde boringen uit te voeren. De gemelde activiteit moet daarbij voldoen aan de volgende voorwaarden: a. andere werkmethoden zijn aantoonbaar niet toepasbaar; b. de benodigde aanlegdiepte beneden de dieptegrens vormt geen noemenswaardig risico voor de bodem en het zich daarin bevindende grondwater; c. de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het in- en uittredepunt overstijgt de achtergrondwaarde niet; d. als het boortracé een ernstige bodemverontreiniging passeert of doorboort, worden afdoende maatregelen getroffen om verspreiding tegen te gaan; e. de boorvloeistof wordt samengesteld met schoon leidingwater; f. de boorvloeistof bevat voldoende bentoniet om uitwisseling met de ondergrond zoveel mogelijk te voorkomen. Hierbij wordt het gebruik van additieven zoveel mogelijk beperkt; g. de vrijkomende grond wordt niet zonder bodembeschermende maatregelen opgeslagen of verspreid over het perceel; h. als de horizontale boring voor de aanleg van een riool is, wordt de mantelbuis voorzien van verklikkers die een zodanige werking hebben dat bij een eventuele breuk de inhoud van het riool aan het maaiveld uittreedt via deze verklikkers.
2.
Minimaal 4 weken voordat de horizontale boring uitgevoerd wordt, wordt de melding ingediend.
1.
In Boringsvrije zone Langerak en Lexmond is het verboden zonder melding een horizontaal gestuurde boring uit te voeren dieper dan 3 meter onder het maaiveld.
2.
In Boringsvrije zone Amersfoort-Koedijkerweg, Rhenen en Woudenberg is het verboden zonder melding een horizontaal gestuurde boring uit te voeren dieper dan 10 meter onder het maaiveld.
3.
In Boringsvrije zone Veenendaal is het verboden zonder melding een horizontaal gestuurde boring uit te voeren dieper dan 30 meter onder het maaiveld.
4.
In Boringsvrije zone Bilthoven, Benschop-ondiep, Bunnik, Cothen, Eempolder, Leidsche Rijn, Langerak-Noord, Lexmond-Noord, Linschoten en Nieuwegein is het verboden zonder melding een horizontaal gestuurde boring uit te voeren dieper dan 40 meter onder het maaiveld.
5.
In Boringsvrije zone De Meern is het verboden zonder melding een horizontaal gestuurde boring uit te voeren dieper dan 48 meter onder het maaiveld.
6.
In Boringsvrije zone Tull en t Waal, Vianen en Vianen - Panoven, Vianen en Vianen-Panoven is het verboden zonder melding een horizontaal gestuurde boring uit te voeren dieper dan 55 meter onder het maaiveld.
7.
In Boringsvrije zone WCB Nieuwegein is het verboden zonder melding een horizontaal gestuurde boring uit te voeren dieper dan 60 meter onder het maaiveld.
8.
In Boringsvrije zone Benschop-diep is het verboden zonder melding een horizontaal gestuurde boring uit te voeren dieper dan 80 meter onder het maaiveld.
9.
De boring moet daarbij voldoen aan de volgende voorwaarden: a. andere werkmethoden zijn aantoonbaar niet toepasbaar; b. de benodigde aanlegdiepte beneden de dieptegrens vormt geen noemenswaardig risico voor de bodem en het zich daarin bevindende grondwater;
Provinciaal blad 2025 nr. 21377
18 december 2025
c.
d. e. f.
de milieuhygiënische bodemkwaliteit op de plek van het intredepunt en uittredepunt en het tussenliggende boortracé mag, als gevolg van de booractiviteiten, niet leiden tot een verslechtering van de grondwaterkwaliteit. Dit moet aangetoond worden met een voorafgaand bodemonderzoek conform paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; de boorvloeistof wordt samengesteld met schoon leidingwater en bevat voldoende bentoniet om uitwisseling met de ondergrond zoveel mogelijk te voorkomen. Hierbij wordt het gebruik van additieven zoveel mogelijk beperkt; de vrijkomende grond wordt met bodembeschermende maatregelen opgeslagen; en als de horizontaal gestuurde boring voor de aanleg van een riool is, wordt de mantelbuis voorzien van verklikkers die een zodanige werking hebben dat bij een eventuele breuk de inhoud van het riool aan het maaiveld uittreedt via deze verklikkers.
10.
Minimaal 4 weken voordat de horizontaal gestuurde boring uitgevoerd wordt, wordt de melding ingediend.
11.
Als de activiteit anders uitgevoerd gaat worden dan gemeld, dan wordt direct een nieuwe melding ingediend.
Artikel 3.59a Meldplicht grondwerk uitvoeren in Boringsvrije zone 1.
In Boringsvrije zone Langerak en Lexmond is het verboden zonder melding grondwerk uit te voeren dieper dan 3 meter onder het maaiveld.
2.
In Boringsvrije zone Amersfoort-Koedijkerweg, Rhenen en Woudenberg is het verboden zonder melding grondwerk uit te voeren dieper dan 10 meter onder het maaiveld.
3.
In Boringsvrije zone Veenendaal is het verboden zonder melding grondwerk uit te voeren dieper dan 30 meter onder het maaiveld.
4.
In Boringsvrije zone Bilthoven, Benschop-ondiep, Bunnik, Cothen, Eempolder, Leidsche Rijn, Langerak-Noord, Lexmond-Noord, Linschoten en Nieuwegein is het verboden zonder melding grondwerk uit te voeren dieper dan 40 meter onder het maaiveld.
5.
In Boringsvrije zone De Meern is het verboden zonder melding grondwerk uit te voeren dieper dan 48 meter onder het maaiveld.
6.
In Boringsvrije zone Tull en t Waal, Vianen en Vianen - Panoven is het verboden zonder melding grondwerk uit te voeren dieper dan 55 meter onder het maaiveld.
7.
In Boringsvrije zone WCB Nieuwegein is het verboden zonder melding grondwerk uit te voeren dieper dan 60 meter onder het maaiveld.
8.
In Boringsvrije zone Benschop-diep is het verboden zonder melding grondwerk uit te voeren dieper dan 80 meter onder het maaiveld.
9.
Bij verwijdering van de grond wordt het bodemprofiel zodanig hersteld dat minimaal dezelfde beschermende werking van de bodem ontstaat als voor de grondwerken.
10.
Minimaal 4 weken voordat het grondwerk uitgevoerd wordt, wordt de melding ingediend.
11.
Als de activiteit anders uitgevoerd gaat worden dan gemeld, dan wordt direct een nieuwe melding ingediend.
Artikel 3.59b Vrijstelling meldplicht grondwerk uitvoeren in Boringsvrije zone De meldplicht, bedoeld in Artikel 3.59a geldt niet als het grondwerk is voor: a. een bodemonderzoek bodemsanering in het kader van paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of b. een ontgronding in het kader van paragraaf 16.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving.