CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

05. Ontwerp-Omgevingsverordening Provincie Utrecht prb-2025-21377

Commissie WenR 3 februari 2026, gemeente eemnesBij agendapunt: RV Zienswijze Eemnes ontwerp-omgevingsvisie en -verordening (POVI) provincie Utrecht46.678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

2.

Als de insteekhaven wel dwars maar niet loodrecht op de vaarweg aangelegd kan worden, kan een geringe afwijking van de lengtemaat toegestaan worden.

LL Artikel 2.44 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.44 Indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning haven en aanlegplaats voor vaartuig en voorwerp In aanvulling op de aanvraagvereisten in de Bij wet worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 2.41, minimaal worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aangeleverd: a. gegevens genoemd in artikel 7.3 van de Omgevingsregeling; a b. lengte van de haven of aanlegplaats in centimeters; b c. breedte van de haven of aanlegplaats in centimeters; en c d. een tekening situatietekening in A4-formaat op schaal met daarop de haven of aanlegplaats met eventuele . En als dit van toepassing is daarop de voorzieningen zoals steigers, vlonders en afmeerpalen. ; en e. als het gaat om een aanlegplaats voor een partyschip: landschappelijk inpassingsplan.

20

Provinciaal blad 2025 nr. 21377

18 december 2025

MM Het opschrift van paragraaf 2.3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 2.3.3 Activiteiten Oppervlaktewaterlichaam dempen van oppervlaktewaterlichaam NN Het opschrift van artikel 2.45 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.45 Oogmerk dempen van oppervlaktewaterlichaam oppervlaktewaterlichaam dempen OO Artikel 2.46 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.46 Toepassingsbereik dempen van oppervlaktewaterlichaam oppervlaktewaterlichaam dempen Deze paragraaf is van toepassing op het oppervlaktewaterlichaam dempen in het Gebied dempen oppervlaktewaterlichaam dempen van een oppervlaktewaterlichaam . PP Artikel 2.47 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.47 Specifieke zorgplicht dempen van oppervlaktewaterlichaam oppervlaktewaterlichaam dempen Degene die in het Gebied dempen oppervlaktewaterlichaam een oppervlaktewaterlichaam dempt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit kan leiden tot nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in Artikel 2.45, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene gevraagd kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet voorkomen kunnen worden voorkomen, die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende beperkt kunnen worden beperkt, die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene gevraagd kan worden gevraagd. QQ Artikel 2.48 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.48 Vergunningplicht dempen van oppervlaktewaterlichaam oppervlaktewaterlichaam dempen Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het Gebied dempen oppervlaktewaterlichaam oppervlaktewaterlichamen te dempen tenzij de activiteit is toegelaten op grond van Artikel 2.49 en Artikel 2.50. Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het Gebied dempen oppervlaktewaterlichaam een oppervlaktewaterlichaam te dempen. Tenzij een vrijstelling uit Artikel 2.49, Artikel 2.29a of Artikel 2.50 van toepassing is. RR

21

Provinciaal blad 2025 nr. 21377

18 december 2025

Artikel 2.48a wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.48a Beoordelingsregel aanvraag omgevingsvergunning dempen van oppervlaktewaterlichaam Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het dempen van een oppervlaktewaterlichaam in het Gebied dempen oppervlaktewaterlichaam, wordt de omgevingsvergunning verleend voor zover het oogmerk van Artikel 2.45 niet onaanvaardbaar wordt geschaad. [Gereserveerd] SS Artikel 2.49 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.49 Vrijstelling vergunningplicht oppervlaktelichaam dempen bij werken werkzaamheden 1.

Het verbod in Artikel 2.48 geldt niet voor: Het verbod in Artikel 2.48 geldt niet voor het dempen van een oppervlaktewaterlichaam in het kader van: de uitvoering van het onderhoud van een infrastructureel openbaar werk en van een bouwwerk van groot maatschappelijk belang als: a. het uitvoeren of onderhoud van infrastructurele openbare werken en werken van groot maatschappelijk belang als: het gaat om de peilscheidingen van het waterschap; of 1. het peilscheidingen van het waterschap betreft; 2. de activiteiten plaatsvinden binnen het uitvoeringsgebied van een vergund bestek; of 3. de werken zijn aangewezen in een omgevingsplan. b. onderhouds-, herstel-, bouw- of sloopwerkzaamheden op bouwpercelen als het bouwperceel is aangewezen in een omgevingsplan. alle benodigde vergunningen verleend zijn of het werk planologisch toegestaan is; en c. de werkzaamheden niet langer duren dan noodzakelijk.

2.

De activiteiten, bedoeld in onderdeel a en b van het eerste lid, duren niet langer dan noodzakelijk. Deze vrijstelling geldt niet in een Ganzenrustgebied.

TT Na artikel 2.49 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2.49a Vrijstelling vergunningplicht oppervlaktewaterlichaam dempen bij werkzaamheden op aangewezen bouwperceel 1.

Het verbod in Artikel 2.48 geldt niet voor het dempen van een oppervlaktewaterlichaam in het kader van: onderhoudswerkzaamheden, herstelwerkzaamheden, bouwwerkzaamheden en sloopwerkzaamheden op een bouwperceel als: a. het bouwperceel als bouwperceel aangewezen is in een omgevingsplan; b. op een locatie in het Agrarisch cultuurlandschap geen lengtesloten of weteringen gedempt worden; en c. de werkzaamheden niet langer duren dan noodzakelijk.

2.

Deze vrijstelling geldt niet in een Ganzenrustgebied.

UU Artikel 2.50 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

22

Provinciaal blad 2025 nr. 21377

18 december 2025

Artikel 2.50 Vrijstelling vergunningplicht oppervlaktewaterlichaam dempen bij aanleg verbindingen tussen agrarische percelen 1.

Het verbod in Artikel 2.48 geldt niet voor het aanleggen van verbindingen tussen agrarische weide- en akkerpercelen als bij het aanleggen van verbindingen tussen de percelen: a. de onderlinge verbinding tussen de percelen door dammen met duikers wordt ingericht; b. de verbinding maximaal 10 meter breed is, gemeten vanaf het maaiveld in de lengterichting van het afgedamde oppervlaktewaterlichaam tussen de aansluitingen van de dam op de oorspronkelijke oever; en c. niet dusdanig veel verbindingen aangebracht worden dat dit een onaanvaardbare aantasting oplevert van de belangen, bedoeld Artikel 2.45. Het verbod in Artikel 2.48 geldt niet voor het dempen van een oppervlaktewaterlichaam voor het aanleggen van een verbinding tussen agrarische weidepercelen of akkerpercelen als: a. de verbinding tussen de percelen bestaat uit een dam met een duiker; b. de verbinding maximaal 10 meter breed is. Deze afstand wordt gemeten vanaf het maaiveld, in de lengterichting van het afgedamde oppervlaktewaterlichaam tussen de aansluitingen van de dam op de oorspronkelijke oever; c. in een breedtesloot maximaal 1 verbinding gemaakt wordt; en d. in een lengtesloot maximaal 2 verbindingen gemaakt worden met daartussen een minimale afstand van 25 meter.

2.

Deze vrijstelling geldt niet in een Ganzenrustgebied.

VV Na artikel 2.50 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2.50a Beoordelingsregel aanvraag omgevingsvergunning oppervlaktewaterlichaam dempen Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het dempen van een oppervlaktewaterlichaam in het Gebied dempen oppervlaktewaterlichaam wordt de omgevingsvergunning alleen verleend voor zover het oogmerk van Artikel 2.45 niet onaanvaardbaar geschaad wordt. WW Artikel 2.51 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.51 Indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning dempen van oppervlaktewaterlichaam oppervlaktewaterlichaam dempen In aanvulling op de aanvraagvereisten in de Bij wet worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 2.48, minimaal worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aangeleverd: a. gegevens genoemd in artikel 7.3 van de Omgevingsregeling; a b. kaart van de planlocatie; b c. locatie van het werk de werkzaamheden; c d. materialen die worden toegepast; materialen die gebruikt worden voor het dempen van het oppervlaktewaterlichaam; d e. hoeveelheid materialen die worden toegepast gebruikt worden; e f. herkomst van de materialen die worden toegepast gebruikt worden; f g. afmetingen van de demping; g h. of het gaat om een permanente of tijdelijke demping; h i. of de dam een duiker heeft; i j. reden van de demping; en j k. start- startdatum en einddatum van de werkzaamheden. XX Artikel 3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

23

Provinciaal blad 2025 nr. 21377

18 december 2025

Artikel 3.1 Oogmerk grondwaterbeheer De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het beschermen van de kwaliteit van het grondwater en het vervullen van de functies van grondwaterlichamen. : a. beschermen van de kwaliteit van het grondwater; b. vervullen van de functies van grondwaterlichamen; en c. waarborgen van de openbare drinkwatervoorziening. YY Paragraaf 3.1.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 3.1.2 Instructieregels grondwaterbeheer Artikel 3.2 Instructieregel melden, meten en registreren grondwateronttrekking en -infiltratie 1.

Een waterschapsverordening regelt dat de informatieverplichting, bedoeld in Artikel 3.1, eerste lid, van de bruidsschat waterschapsverordening, geldt voor onttrekkingen of infiltraties van meer dan 12.000 m3 per jaar en voor tijdelijke onttrekkingen of infiltraties van in totaal meer dan 12.000 m3. : a. onttrekkingen of infiltraties van meer dan 12.000 m3 per jaar; en b. voor tijdelijke onttrekkingen of infiltraties van in totaal meer dan 12.000 m3.

2.

Het waterschap verstrekt aan gedeputeerde staten uiterlijk op 31 mei van elk jaar of, bij beëindiging van de onttrekking, binnen 4 maanden na die beëindiging: a. gegevens die op grond van het eerste lid worden verkregen; en b. een overzicht van de vergunningen en meldingen op basis waarvan het onttrekken van grondwater of het infiltreren van water plaatsvindt.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op wateronttrekkingsactiviteiten bedoeld in artikel 6.34, eerste lid, onder b en c, en artikel 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 3.2a Instructieregel registratie grondwateronttrekking en -infiltratie 1.

Gedeputeerde staten houden een grondwaterregister bij met alle installaties voor: a. het onttrekken van grondwater of het infiltreren van water bedoeld in artikel 16.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving, én en b. open bodemenergiesystemen bedoeld in artikel 3.19 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

2.

De in het eerste lid benoemde installaties worden ingeschreven met vermelding van de gegevens die op grond van Artikel 3.4b worden verstrekt.

3.

In het register, bedoeld in het eerste lid, worden ook de op grond van artikel 16.3 Besluit activiteiten leefomgeving het Besluit activiteiten leefomgeving verleende vergunningen ingeschreven op grond waarvan het onttrekken van grondwater of het infiltreren van water plaatsvindt.

4.

Gedeputeerde staten kunnen een installatie voor het onttrekken van grondwater of het infiltreren van water bedoeld in artikel 16.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving of een open bodemenergiesysteem bedoeld in artikel 3.19 van het Besluit activiteiten leefomgeving ambtshalve inschrijven in het grondwaterregister als de installatie: a. niet overeenkomstig Artikel 3.4a is gemeld; of b. overeenkomstig Artikel 3.4a moet worden gemeld aan een ander bestuursorgaan dan gedeputeerde staten.

5.

Als datum van inschrijving wordt aangehouden 1 januari van het jaar waarin de ambtshalve inschrijving plaatsvindt.

Artikel 3.3 Instructieregel onttrekking grondwater voor menselijke consumptie 1.

24

Met het oog op de verplichtingen op grond van artikel 7 van de Kaderrichtlijn water regelt het waterschap in ieder geval dat:

Provinciaal blad 2025 nr. 21377

18 december 2025

a. b.

c. d. 2.

de locaties en debieten van de onttrekkingen van grondwater voor menselijke consumptie geregistreerd worden; eenieder die grondwater voor menselijke consumptie onttrekt, voor zover dagelijks meer dan 10 m3 water wordt onttrokken of water wordt onttrokken ten behoeve van meer dan 50 personen, het ruwwater monitort volgens de methoden en parameters uit tabel II en tabel IIIC van het Drinkwaterbesluit voor de eerste keer bij aanvang van de onttrekking en vervolgens minimaal iedere 6 jaar een meting en analyse van een beperkter parameterpakket, afhankelijk van de uitkomsten van de eerste en daaropvolgende metingen en de te verwachte risico's; eenieder die grondwater voor menselijke consumptie onttrekt voor aanvang van de winning een risicoanalyse van de omgeving van de onttrekking uitvoert en deze risicoanalyse minimaal iedere 6 jaar herhaalt; en het dagelijks bestuur de gegevens, bedoeld onder a tot en met c, uiterlijk binnen 4 maanden nadat ze zijn verkregen aan gedeputeerde staten verstrekt.

Het eerste lid is niet van toepassing op onttrekkingen bedoeld in artikel 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 3.3a Instructieregel behoud vitale drinkwaterinfrastructuur 1.

Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het Gebied vitale drinkwaterinfrastructuur bevat regels die het belang van de ongewijzigde instandhouding, het ongewijzigde gebruik en de mogelijkheid tot uitbreiding van de vitale drinkwaterinfrastructuur te waarborgen.

2.

De motivering van een omgevingsplan bevat een beschrijving van de wijze waarop het belang van de ongewijzigde instandhouding van de in het eerste lid bedoelde drinkwaterinfrastructuur in acht is genomen.

Artikel 3.3b Afwijking van instructieregel verstedelijkingsverbod landelijk gebied In afwijking van Artikel 9.3 kan een omgevingsplan verstedelijking in het Landelijk gebied toestaan om nieuwe functies voor de openbare drinkwatervoorziening mogelijk te maken. ZZ Paragraaf 3.1.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 3.1.3 Activiteiten met grondwater Artikel 3.4 Vrijstelling vergunningplicht bij klein open bodemenergiesysteem 1.

Het verbod in artikel 3.19 van het Besluit activiteiten leefomgeving om zonder een omgevingsvergunning een open bodemenergiesysteem aan te leggen of te gebruiken geldt niet in het Gebied klein open bodemenergiesysteem, als de hoeveelheid grondwater die wordt onttrokken niet meer bedraagt dan 10 m3/u. [Vervallen per <datum>]

2.

Het eerste lid geldt niet voor het aanleggen of gebruiken van een open bodemenergiesysteem dat gelegen is in een interferentiegebied dat is opgenomen in een omgevingsplan.

Artikel 3.4a Meetplicht en informatieplicht open bodemenergiesysteem

25

1.

In aanvulling op artikel 4.1150 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt door eenieder die een open bodemenergiesysteem in gebruik heeft de jaarlijks onttrokken en teruggebrachte hoeveelheid grondwater gemeten met een nauwkeurigheid van minimaal 95%. Iedereen die een open bodemenergiesysteem in gebruik heeft, meet, in aanvulling op de eisen in artikel 4.1150 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de hoeveelheid grondwater die jaarlijks onttrokken en teruggebracht wordt, met een nauwkeurigheid van minimaal 95%.

2.

In aanvulling op artikel 4.1150a van het Besluit activiteiten leefomgeving worden de geregistreerde gegevens en bescheiden over de jaarlijks onttrokken en teruggebrachte hoeveelheid grondwater voor 1 april van het daarop volgende kalenderjaar aan het bevoegd gezag verstrekt. Voor 1 april van het daaropvolgende kalenderjaar worden deze meetgegevens en de bijbehorende bescheiden aan gedeputeerde staten aangeleverd.

Provinciaal blad 2025 nr. 21377

18 december 2025

Artikel 3.4b Meetplicht en informatieplicht grondwateronttrekking en -infiltratie 1.

In aanvulling op Iedereen die paragraaf 16.2.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving geldt bij het uitvoeren van een wateronttrekkingsactiviteit uitvoert, bedoeld in artikel 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving dat de in elk kwartaal , meet iedere 3 maanden en jaarlijks onttrokken de hoeveelheid grondwater die onttrokken of in de bodem gebracht water wordt gemeten met een nauwkeurigheid van minimaal 95%.

2.

Uiterlijk voor 1 april van elk jaar, of als de activiteit, bedoeld in artikel 16.3, onder a en b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, is beëindigd binnen een maand na het tijdstip van beëindiging, worden aan het bevoegd gezag de op grond van het eerste lid verkregen meetgegevens verstrekt. Voor 1 april van het daaropvolgend kalenderjaar of binnen een maand na het tijdstip van beëindiging, als de activiteit beëindigd is, worden deze meetgegevens aan gedeputeerde staten aangeleverd.

AAA Paragraaf 3.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 3.2.1 Algemene bepalingen grondwaterbeschermingszone Artikel 3.5 Oogmerk grondwaterbeschermingszone De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op de bescherming het beschermen van het grondwater in verband met de winning daarvan voor menselijke consumptie.

Artikel 3.6 Aanwijzing grondwaterbeschermingszone 1.

Een grondwaterbeschermingszone bestaat uit: a. het Waterwingebied; b. het Grondwaterbeschermingsgebied; c. de Boringsvrije zone; d. de Beschermingszone oppervlaktewaterwinning; e. het 100-jaarsaandachtsgebied; f. het Gebied kwetsbare strategische grondwatervoorraad; en g. het Gebied matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad.

2.

Het Waterwingebied bestaat uit waterwingebied en met uitzondering van het Waterwingebied Bethunepolder.

3.

Het Grondwaterbeschermingsgebied bestaat uit: a. de Grondwaterbeschermingsgebieden; en b. het Waterwingebied Bethunepolder.

BBB Artikel 3.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.9 Instructieregel aanleg (dier)begraafplaats, dierbegraafplaats of uitstrooiveld

26

1.

Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen een Waterwingebied of een Grondwaterbeschermingsgebied verbiedt het het aanleggen van een nieuwe begraafplaats of uitstrooiveld, bedoeld in artikel 66a en artikel 66b van de Wet op de lijkbezorging, of een dierenbegraafplaats toestaan.

2.

Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen een Waterwingebied of een Grondwaterbeschermingsgebied stelt, bevat geen regels ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater met betrekking tot het hebben of uitbreiden van een bestaande begraafplaats, uitstrooiveld, bedoeld in artikel 66a en artikel 66b van de Wet op de lijkbezorging, of dierenbegraafplaats, regels ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater.

Provinciaal blad 2025 nr. 21377

18 december 2025

CCC Artikel 3.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.10 Instructieregel ruimtelijke bescherming matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad 1.

Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het Gebied matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad houdt bevat regels die rekening houden met de bescherming van de kwaliteit van het grondwater voor de grondwaterwinning voor menselijke consumptie.

2.

De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de voorwaarde is voldaan.

DDD Paragraaf 3.2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 3.2.3 Activiteiten in grondwaterbeschermingszone Artikel 3.11 Specifieke zorgplicht grondwater 1.

Degene die in een Grondwaterbeschermingszone een activiteit uitvoert en weet, of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de bescherming kwaliteit van het grondwater in verband met de winning daarvan voor menselijke consumptie, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene gevraagd kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet voorkomen kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende beperkt kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene gevraagd kan worden gevraagd.

2.

De zorgplicht houdt in ieder geval in dat, wanneer er sprake is van een direct optredende of dreigende verontreiniging van het grondwater, gedeputeerde staten onmiddellijk op de hoogte worden gesteld. Deze plicht houdt in ieder geval in dat: a. alle passende preventieve maatregelen tegen grondwaterverontreiniging genomen worden; b. de beste beschikbare technieken toegepast worden; c. geen significante grondwaterverontreiniging veroorzaakt wordt; en d. alle passende maatregelen genomen worden voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1. eerste lid, van de Omgevingswet.

Artikel 3.11a Informeren over ongewoon voorval grondwater Als in een Grondwaterbeschermingszone sprake is van een direct optredende of dreigende verontreiniging van het grondwater, wordt dit onmiddellijk doorgegeven aan gedeputeerde staten.

Artikel 3.11b Benodigde gegevens over ongewoon voorval grondwater Bij een ongewoon voorval in een Grondwaterbeschermingszone worden de volgende gegevens zo snel mogelijk doorgegeven aan gedeputeerde staten: a. Locatie van het ongewoon voorval (adres of omschrijving locatie); en b. Alle mogelijk te achterhalen informatie over: 1. de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich voorgedaan heeft; 2. de verontreinigende stoffen en hun eigenschappen en de nadelige gevolgen hiervan voor het grondwater; 3. andere gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor het grondwater te kunnen inschatten; en

27

Provinciaal blad 2025 nr. 21377

18 december 2025

4.

mogelijke maatregelen die al zijn genomen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet.

Artikel 3.12 Plaatsen Plaatsing borden Waterwingebied en Grondwaterbeschermingsgebied 1.

Het drinkwaterbedrijf plaatst langs alle openbare wegen, spoorwegen en vaarwegen die toegang geven tot een Waterwingebied of een Grondwaterbeschermingsgebied of daaraan grenzen, op of bij de grenzen van dat gebied borden waarvan het model is vastgesteld in Bijlage IV Modelborden. Het drinkwaterbedrijf plaatst op of bij de grenzen van een Waterwingebied of een Grondwaterbeschermingsgebied borden langs alle openbare wegen, spoorwegen en vaarwegen die toegang geven tot die gebieden of daaraan grenzen.

2.

Bijlage IV Modelborden bevat de modellen voor die borden.

EEE Paragraaf 3.2.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 3.2.4 Activiteiten in Waterwingebied Artikel 3.13 Verbod bestrijdingsmiddelen Waterwingebied Bethunepolder Het is verboden in het Waterwingebied Bethunepolder een bestrijdingsmiddel voorhanden te hebben, in voorraad te hebben of toe te passen. [Gereserveerd]

Artikel 3.13a Vrijstelling verbod bestrijdingsmiddelen Waterwingebied Bethunepolder 1.

Het verbod in Artikel 3.13 geldt niet voor het in een besloten ruimte voorhanden hebben, in voorraad hebben of toepassen van een geringe hoeveelheid van een bestrijdingsmiddel, als dit: a. zonder bewerking kan worden toegepast; b. dient of gediend heeft voor normaal gebruik ter plaatse of afkomstig is van normaal gebruik binnen een gebouw; c. bewaard wordt in een deugdelijke verpakking; en d. afdoende beschermd is tegen weersinvloeden.

2.

De onder het eerste lid van dit artikel opgenomen vrijstelling is niet van toepassing op glyfosaathoudende bestrijdingsmiddelen, tenzij deze middelen uitsluitend gebruikt worden voor de bestrijding van onkruiden grote brandnetel, ridderzuring, akkerdistel en ruwe smele in grasland.

Artikel 3.14 Meldplicht glyfosaat Waterwingebied Bethunepolder

28

1.

Het is verboden zonder melding in het Waterwingebied Bethunepolder glyfosaathoudende bestrijdingsmiddelen toe te passen voor het bestrijden van de onkruiden grote brandnetel, ridderzuring, akkerdistel en ruwe smele in grasland.

2.

De toepassing van glyfosaathoudende bestrijdingsmiddelen is uitsluitend toegestaan, als: a. handmatige of mechanische onkruidbestrijding redelijkerwijs niet kan worden geëist; b. de onkruidbestrijkingsmethode wordt toegepast; c. de toepassing plaatsvindt door een deskundige die beschikt over een licentie bedoeld in de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden; d. de weersomstandigheden dit toelaten en de hoogte van het gras redelijkerwijs geen beletsel vormt om de onkruiden aan te strijken zonder het gras te raken; en e. bij de toepassing een afstand van minimaal 1 meter tot geulen en greppels en minimaal 2 meter tot sloten in acht wordt genomen.

3.

Minimaal 5 werkdagen voordat de activiteit uitgevoerd wordt, wordt de melding ingediend.

Provinciaal blad 2025 nr. 21377

18 december 2025

Artikel 3.13a [Gereserveerd]

Artikel 3.14 Meldplicht glyfosaat Waterwingebied Bethunepolder [Vervallen per <datum>]

Artikel 3.15 Informatieplicht glyfosaat Waterwingebied Bethunepolder Minimaal 24 uur voor het begin van de activiteit, bedoeld in Artikel 3.14, wordt het betrokken drinkwaterbedrijf telefonisch geïnformeerd. [Vervallen per <datum>]

Artikel 3.16 Verboden activiteiten milieubelastende activiteit uitvoeren in Waterwingebied 1.

Het is verboden in een Waterwingebied de volgende activiteiten uit te voeren: a. een milieubelastende activiteit bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. het toepassen of aanwezig hebben van een (potentieel) schadelijke stof; c. het op of in de bodem aanbrengen van een constructie of uitvoeren van andere werkzaamheden; d. het op of in de bodem brengen van mogelijk schadelijke stoffen, waaronder het toepassen van grond en baggerspecie, het gebruik van meststoffen en het uitstrooien van as; e. het vanaf een locatie buiten een Waterwingebied schuin boren onder een waterwingebied; f. het toepassen van uitloogbare materialen; en g. het gebruiken van een locatie als parkeerterrein of terrein voor evenementen. Het is verboden in een Waterwingebied een milieubelastende activiteit, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving uit te voeren.

2.

Als een (potentieel) schadelijke stof worden in ieder geval aangemerkt: a. een zeer zorgwekkende stof, zoals vastgesteld door het RIVM ; b. stoffen opgenomen in de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming 2012, deel 3, bijlage 2, stap 5, 'De stoffenlijst'; c. stoffen met een schadelijke werking op de smaak of geur van het grondwater en mengsels en verbindingen waaruit dergelijke stoffen in het grondwater kunnen ontstaan en die het grondwater ongeschikt voor menselijke consumptie maken; en d. gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Artikel 3.16a Vrijstelling verbod milieubelastende activiteit uitvoeren in Waterwingebied Het verbod, bedoeld in Artikel 3.16, geldt niet voor: a. alle noodzakelijke activiteiten in het belang van de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening; en b. overige activiteiten waar in deze paragraaf een vrijstelling voor geldt.

Artikel 3.16b Verbod opslaan of toepassen niet-toelaatbare stoffen, materialen en producten in Waterwingebied Het is verboden in een Waterwingebied de volgende stoffen, materialen en producten op te slaan en toe te passen, tenzij een vrijstelling uit Artikel 3.16c van toepassing is: a. voor het grondwater niet-toelaatbare stoffen, bedoeld in Bijlage VI Stoffenlijst; b. uitloogbare materialen; en c. andere mogelijk schadelijke stoffen, materialen en producten, waaronder meststoffen en as.

Artikel 3.16c Vrijstelling verbod opslaan of toepassen niet-toelaatbare stoffen, materialen en producten in Waterwingebied Het verbod, bedoeld in Artikel 3.16b, geldt niet voor: a. alle noodzakelijke stoffen, materialen en producten in het belang van de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening; b. toepassen van strooizout ten behoeve van de gladheidsbestrijding; c. aanwezig hebben van stoffen die nodig zijn voor het functioneren van motorvoertuigen, motorwerktuigen of bromfietsen;

29

Provinciaal blad 2025 nr. 21377

18 december 2025

d. e. f. g.

vervoeren van stoffen in afgesloten en vloeistofdichte tanks of in een deugdelijke gesloten verpakking, als deze afdoende zijn beschermd tegen invloeden van weersomstandigheden en op zodanige wijze dat geen gevaar voor verspreiding of verstuiving bestaat; hebben of gebruiken van geringe hoeveelheden stoffen, anders dan gewasbeschermingsmiddelen of biociden, bij woningen en andere gebouwen, voor normaal gebruik, als deze bewaard worden in een deugdelijke verpakking en afdoende zijn beschermd tegen weersomstandigheden; op of in de bodem brengen van dierlijke meststoffen als gevolg van beweiding; en gebruik van kunstmest in de Waterwingebieden Lexmond, Woerden en Vianen.

Artikel 3.16d Verbod constructie aanbrengen op of in de bodem in Waterwingebied Het is verboden in een Waterwingebied een constructie op of in de bodem aan te brengen en in stand te houden, tenzij een vrijstelling uit Artikel 3.16e van toepassing is.

Artikel 3.16e Vrijstelling verbod constructie aanbrengen op of in de bodem in Waterwingebied Het verbod, bedoeld in Artikel 3.16d, geldt niet voor: a. noodzakelijke constructies in het belang van de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening; b. civiel- en bouwtechnische werken, waarop de meldplicht van Artikel 3.20a van toepassing is; c. het aanbrengen constructie, ten behoeve van natuurbehoud of extensieve recreatie, mits hiermee: 1. geen verspreiding ontstaat van schadelijke stoffen op of in de bodem; en 2. geen aantasting plaatsvindt van beschermende bodemlagen; d. aanleg en onderhoud van verharde of onverharde paden voor niet-gemotoriseerd vervoer; e. aanleg en onderhoud van kabels en onderhoud van leidingen; en f. aanleg en onderhoud van rioleringen in het Waterwingebied Bethunepolder waterleidingkanaal die aansluiten op bestaande rioleringen.

Artikel 3.16f Verbod boring uitvoeren of boorput oprichten, exploiteren of hebben in Waterwingebied Het is verboden in een Waterwingebied een boring, met inbegrip van een schuine boring vanaf een locatie buiten het Waterwingebied, uit te voeren of een boorput op te richten, te exploiteren of te hebben, tenzij een vrijstelling uit Artikel 3.16g van toepassing is.

Artikel 3.16g Vrijstelling verbod boring uitvoeren of boorput oprichten, exploiteren of hebben in Waterwingebied Het verbod, bedoeld in Artikel 3.16f, geldt niet voor noodzakelijke boringen en boorputten in het belang van de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening.

Artikel 3.16h Verbod grondwerk uitvoeren in Waterwingebied Het is verboden in een Waterwingebied grondwerk uit te voeren, tenzij een vrijstelling uit Artikel 3.16i van toepassing is.

Artikel 3.16i Vrijstelling verbod grondwerk uitvoeren in Waterwingebied Het verbod, bedoeld in Artikel 3.16h, geldt niet voor: a. noodzakelijk grondwerk in het belang van de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening; b. extensieve en deugdelijke uitvoering van regulier grondwerk waarbij de beschermende bodemlagen niet worden aantast, zoals groenonderhoud en tuinieren; c. regulier grondwerk gericht op natuurbehoud of voor extensieve recreatie, mits hierbij: 1. geen verspreiding ontstaat van schadelijke stoffen op of in de bodem; en 2. geen aantasting plaatsvindt van beschermende bodemlagen; d. aanleg van verharde of onverharde paden voor niet-gemotoriseerd vervoer e. aanleg en onderhoud van kabels en onderhoud van leidingen; en f. aanleg en in stand houden van rioleringen in het Waterwingebied Bethunepolder waterleidingkanaal die aansluiten op bestaande rioleringen.

30

Provinciaal blad 2025 nr. 21377

18 december 2025

Artikel 3.16j Verbod locatie als parkeerterrein of evenemententerrein gebruiken in Waterwingebied Het is verboden in een Waterwingebied een locatie te gebruiken als parkeerterrein of evenemententerrein, tenzij een vrijstelling uit Artikel 3.16k van toepassing is.

Artikel 3.16k Vrijstelling verbod locatie als parkeerterrein of evenemententerrein gebruiken in Waterwingebied Het verbod, bedoeld in Artikel 3.16j, geldt niet voor: a. noodzakelijk gebruik in het belang van de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening; b. kleinschalige evenementen waarbij: 1. geen gebruik wordt gemaakt van voorzieningen die een risico vormen voor verontreiniging van de bodem en het zich daarin bevindende grondwater; en 2. voorafgaand schriftelijk toestemming verkregen is van het betreffende drinkwaterbedrijf.

Artikel 3.16l Verbod energie aan de bodem toevoegen of onttrekken in Waterwingebied Het is verboden in een Waterwingebied werken tot stand te brengen en activiteiten uit te voeren met als doel het direct of indirect warmte of koude aan de bodem toe te voegen of te onttrekken.

Artikel 3.17 Vrijstelling verboden activiteiten Waterwingebied Het verbod in Artikel 3.16, eerste lid geldt niet voor: a. alle noodzakelijke activiteiten in het belang van de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening; b. reguliere bodemwerkzaamheden, zoals groenonderhoud en tuinieren, die de beschermende bodemlagen niet aantasten; c. het toepassen van strooizout ten behoeve van de gladheidsbestrijding; d. het aanwezig hebben van stoffen die nodig zijn voor het functioneren van motorvoertuigen, motorwerktuigen of bromfietsen; e. het vervoeren van stoffen in afgesloten en vloeistofdichte tanks of in een deugdelijke gesloten verpakking, als deze afdoende zijn beschermd tegen invloeden van weersomstandigheden en op zodanige wijze dat geen gevaar voor verspreiding of verstuiving bestaat; f. het hebben of gebruiken van geringe hoeveelheden stoffen, anders dan gewasbeschermingsmiddelen of biociden, bij woningen en andere gebouwen, voor normaal gebruik, als deze bewaard worden in een deugdelijke verpakking en afdoende zijn beschermd tegen externe invloeden; g. het op of in de bodem brengen van dierlijke meststoffen als gevolg van beweiding; h. de aanleg van verharde of onverharde paden voor niet-gemotoriseerd vervoer; i.

het aanbrengen van een constructie of uitvoeren van andere werkzaamheden op of in de bodem, gericht op behoud van de natuurfunctie of ten dienste van extensieve recreatie en mits hiermee geen verspreiding ontstaat van schadelijke stoffen in de bodem of aantasting van de beschermende werking van bodemlagen ontstaat of kan ontstaan; j. aanleg en onderhoud van kabels en onderhoud van leidingen en; k. evenementen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van voorzieningen die een risico vormen voor verontreiniging van de bodem en het zich daarin bevindende grondwater en waarvoor voorafgaand schriftelijk toestemming is verkregen van het betreffende drinkwaterbedrijf. [Gereserveerd]

Artikel 3.18 Vrijstelling voor riolering Waterwingebied Bethunepolder waterleidingkanaal Het verbod in Artikel 3.16, eerste lid geldt niet voor het aanleggen en in stand houden van rioleringen in het Waterwingebied Bethunepolder waterleidingkanaal die aansluiten op bestaande rioleringen. [Gereserveerd]

Artikel 3.19 Vrijstelling voor gebruik kunstmest Waterwingebied Lexmond, Woerden en Vianen Het verbod in Artikel 3.16, eerste lid geldt niet voor het gebruik van kunstmest in de Waterwingebieden Lexmond, Woerden en Vianen. [Gereserveerd]

31

Provinciaal blad 2025 nr. 21377

18 december 2025

Artikel 3.20 Meldplicht activiteiten grond en baggerspecie toepassen in Waterwingebied 1.

Het is verboden zonder melding in een Waterwingebied de volgende activiteiten grond en baggerspecie uit toe te voeren: passen. a. het toepassen van grond of baggerspecie met een kwaliteit die voldoet aan de achtergrondwaarde; b. het uitvoeren van civieltechnisch en bouwtechnische werken nodig voor regulier beheer en onderhoud van bestaande bebouwing, infrastructuur en waterbeheer; c. het verspreiden van baggerspecie die vrijkomt bij regulier onderhoud van watergangen, over het aangrenzend perceel met inachtneming van paragraaf 3.2.26 van het Besluit activiteiten leefomgeving; d. het onderzoeken of saneren van de bodem met inachtneming van paragraaf 3.2.23 van het Besluit activiteiten leefomgeving; e. buitengebruikstelling van een boorput.

2.

Minimaal 4 weken voordat de activiteit uitgevoerd wordt, wordt de melding ingediend. De grond en de baggerspecie die toegepast wordt, moet voldoen aan de volgende kwaliteitseisen genoemd in tabel 1 en tabel 2 van Bijlage B bij de Regeling bodemkwaliteit; a. Voor grond: kwaliteitsklasse 'landbouw/natuur'; b. Voor baggerspecie: 'niet verontreinigd' of 'algemeen toepasbaar'.

3.

Minimaal 4 weken voordat de grond of baggerspecie toegepast wordt, wordt de melding ingediend.

4.

Als de activiteit anders uitgevoerd gaat worden dan gemeld, dan wordt direct een nieuwe melding ingediend.

Artikel 3.20a Meldplicht civieltechnisch werk en bouwtechnisch werk uitvoeren in Waterwingebied 1.

Het is verboden zonder melding in een Waterwingebied een civieltechnisch en een bouwtechnisch werk uit te voeren.

2.

De uitvoering van het werk moet nodig zijn voor regulier beheer en onderhoud van bestaande bebouwing, infrastructuur of waterbeheer.

3.

Minimaal 4 weken voordat het civieltechnisch werk of het bouwtechnisch werk uitgevoerd wordt, wordt de melding ingediend.

4.

Als het werk anders uitgevoerd gaat worden dan gemeld, dan wordt direct een nieuwe melding ingediend.

Artikel 3.20b Meldplicht baggerspecie uit watergang verspreiden in Waterwingebied

32

1.

Het is verboden zonder melding in een Waterwingebied baggerspecie die vrijkomt bij regulier onderhoud van een watergang, te verspreiden over het aangrenzend perceel.

2.

De baggerspecie die verspreid wordt: a. moet voldoen aan de kwaliteitseis genoemd in tabel 3b van Bijlage B bij de Regeling bodemkwaliteit: voor verspreiden op de landbodem geschikte baggerspecie; en b. moet komen uit het Waterwingebied.

3.

De verspreiding van baggerspecie over het aangrenzend perceel: a. moet voldoen aan de voorwaarden genoemd in paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. mag niet in een weilanddepot opgeslagen worden.

4.

Minimaal 4 weken voordat de baggerspecie uit de watergang verspreid wordt over het aangrenzende perceel, wordt de melding ingediend.

5.

Als de activiteit anders uitgevoerd gaat worden dan gemeld, dan wordt direct een nieuwe melding ingediend.

Provinciaal blad 2025 nr. 21377

18 december 2025

Artikel 3.20c Meldplicht bodemonderzoek en bodemsanering uitvoeren in Waterwingebied 1.

Het is verboden zonder melding in een Waterwingebied de bodem te onderzoeken en te saneren.

2.

Bij het onderzoek en de sanering van de bodem wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

3.

De melding wordt ingediend minimaal 4 weken voordat de bodem onderzocht of gesaneerd wordt.

4.

Als de activiteit anders uitgevoerd gaat worden dan gemeld, dan wordt direct een nieuwe melding ingediend.

Artikel 3.20d Meldplicht boorput buiten gebruik stellen in Waterwingebied 1.

Het is verboden zonder melding in een Waterwingebied een boorput buiten gebruik te stellen.

2.

Binnen 2 weken na buitengebruikstelling van de boorput wordt de boorput afgedicht door een gecertificeerd en erkend bedrijf conform BRL SIKB 2100.

3.

Minimaal 4 weken voordat de boorput afgedicht wordt, wordt de melding ingediend.

4.

Als de activiteit anders uitgevoerd gaat worden dan gemeld, dan wordt direct een nieuwe melding ingediend.

Artikel 3.21 Indieningsvereisten melding bij toepassing grond of baggerspecie toepassen in Waterwingebied In aanvulling op de indieningsvereisten in Artikel 1.12 worden bij een melding ten behoeve van het toepassen van grond of baggerspecie in een Waterwingebied, bedoeld in Artikel 3.20, eerste lid, onder a, minimaal de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: Bij een melding, bedoeld in Artikel 3.20, worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden aangeleverd: a. naam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf dat de activiteit uitvoert; gegevens genoemd in Artikel 1.12; b. de kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; kadastrale aanduiding van de locatie waar de grond of baggerspecie toegepast wordt; c. of het grond of baggerspecie betreft; d c. de hoeveelheid grond of baggerspecie in m3; e d. de herkomst van de grond of baggerspecie; f e. of de grond of baggerspecie voldoet aan de achtergrondwaarde; g f. de klasse van de baggerspecie; h g.

bij toepassing op land, het doel waarvoor de grond of baggerspecie wordt toegepast: milieuverklaring bodemkwaliteit, bedoeld in artikel 4.1272 van het Besluit activiteiten leefomgeving, waaruit blijkt dat de grond of baggerspecie voldoet aan de kwaliteitseis, bedoeld in Artikel 3.20, tweede lid; en 1. landbouw en natuur; 2. wonen; en 3. industrie; i. bij toepassing op de waterbodem, de klasse van de baggerspecie: 1. klasse A; of 2. klasse B; j. een gemotiveerde schriftelijke verklaring dat de activiteit geen schade toebrengt aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater; en k h. start- verwachte startdatum en einddatum van de activiteit.

Artikel 3.22 Indieningsvereisten melding bij civiel- en bouwtechnische werken voor regulier beheer en onderhoud civieltechnisch of bouwtechnisch werk uitvoeren in Waterwingebied In aanvulling op de indieningsvereisten in Artikel 1.12 worden bij een melding ten behoeve van civielen bouwtechnische werken in een Waterwingebied, bedoeld in Artikel 3.20, eerste lid, onder b, minimaal de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

33

Provinciaal blad 2025 nr. 21377

18 december 2025

Bij een melding, bedoeld in Artikel 3.20a, worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden aangeleverd: a. naam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf dat de activiteit uitvoert; gegevens genoemd in Artikel 1.12; b. straatnaam en huisnummer, plaats, kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt het civieltechnische werk of bouwtechnische werk uitgevoerd wordt; c. een beschrijving van het civieltechnische type werk of bouwtechnische type van de activiteit werk dat uitgevoerd wordt; d. de oppervlakte van de werken (lengte, breedte); oppervlakte, lengte en breedte van het werk; e. als wordt ontgraven, tot welke diepte de werken worden uitgevoerd; als ontgraven wordt, tot welke diepte het werk uitgevoerd wordt; en f. een gemotiveerde schriftelijke verklaring dat de activiteit geen schade toebrengt aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater; en g f. start- verwachte startdatum en einddatum van de activiteit.

Artikel 3.23 Indieningsvereisten melding bij verspreiding baggerspecie uit watergang verspreiden in Waterwingebied In aanvulling op de indieningsvereisten in Artikel 1.12 worden bij een melding ten behoeve van het verspreiden van baggerspecie uit watergang in een Waterwingebied, bedoeld in Artikel 3.20, eerste lid, onder c, minimaal de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: Bij een melding, bedoeld in Artikel 3.20b, worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden aangeleverd: a. naam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf dat de activiteit uitvoert; gegevens genoemd in Artikel 1.12; b. straatnaam en huisnummer, plaats, kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; kadastrale aanduiding van de locatie waar de baggerspecie uit de watergang verspreid wordt; c. de hoeveelheid grond of baggerspecie baggerspecie in m3; d. de herkomst van de grond of baggerspecie; e. of de baggerspecie voldoet aan artikel 4.1274 van het Besluit activiteiten leefomgeving; milieuverklaring bodemkwaliteit, bedoeld in artikel 4.1274 van het Besluit activiteiten leefomgeving, waaruit blijkt dat de baggerspecie voldoet aan de kwaliteitsklasse, bedoeld in Artikel 3.20b, tweede en derde lid; en f. de klasse van de baggerspecie; g.

bij toepassing op land, het doel waarvoor de grond of baggerspecie wordt toegepast: 1. landbouw en natuur; 2. wonen; en 3. industrie. h. bij toepassing op waterbodem, de klasse van de baggerspecie: 1. klasse A; of 2. klasse B. i. een gemotiveerde schriftelijke verklaring dat de activiteit geen schade toebrengt aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater; en j f. start- verwachte startdatum en einddatum van de activiteit.

Artikel 3.24 Indieningsvereisten melding bij onderzoek bodemonderzoek en sanering van bodem bodemsanering uitvoeren in Waterwingebied In aanvulling op de indieningsvereisten in Artikel 1.12 worden bij een melding ten behoeve van onderzoek en sanering van bodem in een Waterwingebied, bedoeld in Artikel 3.20, eerste lid, onder d, minimaal de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: Bij een melding, bedoeld in Artikel 3.20c, worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden aangeleverd: a. naam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf dat de activiteit uitvoert; gegevens genoemd in Artikel 1.12; b. straatnaam en huisnummer, plaats, kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd bodem onderzocht of gesaneerd wordt; c. de herkomst van de (verwachte) verontreiniging; d. de omvang van de (verwachte) verontreiniging in m3; e. de maximale diepte van de verontreiniging in meter beneden meters onder het maaiveld; f. een beschrijving van de te gebruiken saneringstechniek;

34

Provinciaal blad 2025 nr. 21377

18 december 2025

g. h.

een gemotiveerde schriftelijke verklaring dat de activiteit geen schade toebrengt aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater; en verwachte start- en einddatum van de activiteit.

Artikel 3.25 Indieningsvereisten melding buitengebruikstelling boorput buiten gebruik stellen in Waterwingebied In aanvulling op de indieningsvereisten in Artikel 1.12 worden bij een melding ten behoeve van de buitengebruikstelling van een boorput in een Waterwingebied, bedoeld in Artikel 3.20, eerste lid, onder e, minimaal de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: Bij een melding, bedoeld in Artikel 3.20d, worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden aangeleverd: a. naam, adres, postcode vestigingsplaats, telefoonnummer, e-mailadres, naam van een contactpersoon en een bewijs van de certificering van het bedrijf dat de activiteit uitvoert; gegevens genoemd in Artikel 1.12; b. de kadastrale aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; kadastrale aanduiding van de locatie waar de boorput buiten gebruik gesteld wordt; c. het aantal boorputten dat wordt afgedicht opdrachtgever van de buitengebruikstelling van de boorput; d. het te gebruiken afdichtmateriaal; en aantal boorputten dat afgedicht wordt; e. putnummer van de boorput die buitengebruik gesteld wordt; f. bedrijf dat de afdichting na de buitengebruikstelling van de boorput uitvoert; g. bewijs van certificering van het bedrijf dat de afdichting uitvoert conform BRL SIKB 2100; h. materiaal dat gebruikt wordt voor de afdichting; en e i.

de start- verwachte startdatum en einddatum van de activiteit.

Artikel 3.25a Informatieplicht grond en baggerspecie toepassen in Waterwingebied 1.

De uitvoerder van de activiteit, bedoeld in Artikel 3.20, levert minimaal 1 week voor de start van de uitvoering, de precieze startdatum en einddatum van de activiteit aan.

2.

Direct na het wijzigen van een eerder doorgegeven startdatum of einddatum van de activiteit, bedoeld in het eerste lid, geeft de uitvoerder van de activiteit deze wijziging door.

Artikel 3.25b Informatieplicht civieltechnisch werk en bouwtechnisch werk uitvoeren in Waterwingebied 1.

De uitvoerder van de activiteit, bedoeld in Artikel 3.20a, levert minimaal 1 week voor de start van de uitvoering, de precieze startdatum en einddatum van de activiteit aan.

2.

Direct na het wijzigen van een eerder doorgegeven startdatum of einddatum van de activiteit, bedoeld in het eerste lid, geeft de uitvoerder van de activiteit deze wijziging door.

Artikel 3.25c Informatieplicht baggerspecie uit watergang verspreiden in Waterwingebied 1.

De uitvoerder van de activiteit, bedoeld in Artikel 3.20b, levert minimaal 1 week voor de start van de uitvoering, de precieze startdatum en einddatum van de activiteit aan.

2.

Direct na het wijzigen van een eerder doorgegeven startdatum of einddatum van de activiteit, bedoeld in het eerste lid, geeft de uitvoerder van de activiteit deze wijziging door.

Artikel 3.25d Informatieplicht bodemonderzoek en bodemsanering uitvoeren in Waterwingebied 1.

De uitvoerder van de activiteit, bedoeld in Artikel 3.20c, levert minimaal 1 week voor de start van de uitvoering, de precieze startdatum en einddatum van het onderzoek en de sanering aan.

2.

Direct na het wijzigen van een eerder doorgegeven startdatum of einddatum van de activiteit, bedoeld in het eerste lid, geeft de uitvoerder van de activiteit deze wijziging door.

Artikel 3.25e Informatieplicht boorput buiten gebruik stellen in Waterwingebied 1.

35

De uitvoerder van de activiteit, bedoeld in Artikel 3.20d, levert minimaal 1 week voor de start van de uitvoering, de precieze startdatum en einddatum van het onderzoek en de sanering aan.

Provinciaal blad 2025 nr. 21377

18 december 2025

2.

Direct na het wijzigen van een eerder doorgegeven startdatum of einddatum van de activiteit, bedoeld in het eerste lid, geeft de uitvoerder van de activiteit deze wijziging door.

Artikel 3.26 Eis buitengebruikstelling boorput in Waterwingebied Bij buitengebruikstelling van een boorput in een Waterwingebied laat de eigenaar of exploitant binnen 2 weken na buitengebruikstelling de boorput(ten) afdichten door een gecertificeerd en erkend bedrijf conform BRL SIKB 2100. [Gereserveerd] FFF Artikel 3.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.27 Verboden activiteiten Verbod milieubelastende activiteit uitvoeren in Grondwaterbeschermingsgebied Het is verboden in een Grondwaterbeschermingsgebied een milieubelastende activiteit uit te voeren, bedoeld in de lijst verboden activiteiten in Bijlage V Lijst verboden activiteiten in grondwaterbeschermingsgebied (inclusief waterwingebied Bethunepolder). Het is verboden in een Grondwaterbeschermingsgebied een milieubelastende activiteit uit te voeren, bedoeld in Bijlage V Lijst verboden activiteiten in grondwaterbeschermingsgebied (inclusief waterwingebied Bethunepolder), tenzij de vrijstelling uit Artikel 3.27a van toepassing is. GGG Het opschrift van artikel 3.27a wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.27a Vrijstelling verboden activiteiten verbod milieubelastende activiteit uitvoeren in Grondwaterbeschermingsgebied HHH Na artikel 3.27a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3.27b Verbod thermisch gereinigde grond, staalslakken of AEC-bodemas toepassen in Grondwaterbeschermingsgebied Het is verboden in een Grondwaterbeschermingsgebied thermisch gereinigde grond, staalslakken en AEC-bodemas toe te passen in de vorm van grond of niet-vormgegeven bouwstof met daarin meer dan 20 massaprocent van een deze producten. III Artikel 3.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.28 Verbod opslag van schadelijke stoffen opslaan en toepassen in Grondwaterbeschermingsgebied Het is verboden in een Grondwaterbeschermingsgebied een niet-toelaatbare voor het grondwater schadelijke stof voorhanden te hebben, bedoeld in Bijlage VI Lijst niet-toelaatbare voor het grondwater schadelijke stoffen. Het is verboden in een Grondwaterbeschermingsgebied een voor het grondwater schadelijke stof, bedoeld in Bijlage VI Stoffenlijst op te slaan en toe te passen. JJJ Artikel 3.28a wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

36

Provinciaal blad 2025 nr. 21377

18 december 2025

Artikel 3.28a Vrijstelling verbod opslag schadelijke stoffen opslaan en toepassen in Grondwaterbeschermingsgebied Het verbod in Artikel 3.28 geldt niet voor een kleine werkvoorraad het opslaan en toepassen van maximaal 1 emballage van 25 liter of kilogram per voor het grondwater schadelijke stof. KKK Artikel 3.28b wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.28b Verbod opslag van potentieel schadelijke risicovolle stoffen opslaan in Grondwaterbeschermingsgebied 1.

Het is verboden in een Grondwaterbeschermingsgebied een potentieel voor het grondwater schadelijke stof voorhanden te hebben, als de hoeveelheid meer is dan: a. de in Bijlage VII Tabel hoeveelheidsdrempel voor stoffen aangegeven hoeveelheidsdrempel; b. in geval van een andere potentieel voor het grondwater schadelijke stof: 1. 5 m3 per opslageenheid bij een tot vloeistof gekoeld gas of een vloeistof; en 2. 5000 kilogram per opslageenheid bij een viskeuze of vaste stof. Het is verboden in een Grondwaterbeschermingsgebied een voor het grondwater risicovolle stof, bedoeld in Bijlage VI Stoffenlijst, op te slaan of toe te passen, tenzij de meldplicht in Artikel 3.38h of de vrijstelling van de meldplicht in Artikel 3.38i van toepassing is.

2.

Bij het voorhanden hebben van een potentieel voor het grondwater schadelijke stof met een hoeveelheid die minder is dan de hoeveelheid bedoeld in het eerste lid, worden bodembeschermende voorzieningen en maatregelen toegepast, die de hoogst mogelijke vorm van bescherming bieden. Hieronder wordt in ieder geval verstaan dat de opslag bovengronds en boven een vloeistofdichte bodemvoorziening plaatsvindt en dat processen of overslag boven een vloeistofdichte of vloeistofkerende bodemvoorziening plaatsvinden.

LLL Artikel 3.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.29 Verbod boorputten, boren en grond- of funderingswerken in Grondwaterbeschermingsgebied Verbod boring uitvoeren en boorput oprichten, exploiteren of hebben in Grondwaterbeschermingsgebied

37

1.

Het is verboden in het Grondwaterbeschermingsgebied Bethunepolder, Bilthoven, Bunnik, Cothen, Groenekan, Linschoten, Zeist en in het Waterwingebied Bethunepolder: a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 40 meter of meer onder maaiveld; en b. boringen of grond- of funderingswerken uit te voeren of te hebben op een diepte van 40 meter of meer onder het maaiveld, met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de grondwaterbeschermingszone . In Grondwaterbeschermingsgebied Amersfoort-Berg, Langerak, Soestduinen en Woerden is het verboden een boring, met inbegrip van een schuine boring vanaf een locatie buiten het Grondwaterbeschermingsgebied, uit te voeren en een boorput op te richten, te exploiteren of te hebben dieper dan 3 meter onder het maaiveld.

2.

Het is verboden in het Grondwaterbeschermingsgebied Amersfoort-Berg, Doorn, Langerak, Soestduinen en Woerden: a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 3 meter of meer onder maaiveld; en b. boringen of grond- of funderingswerken uit te voeren of te hebben op een diepte van 3 meter of meer onder het maaiveld, met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de grondwaterbeschermingszone. In Grondwaterbeschermingsgebied Driebergen, Leersum en Rhenen is het verboden een boring, met inbegrip van een schuine boring vanaf een locatie buiten het Grondwaterbeschermingsgebied, uit te voeren en een boorput op te richten, te exploiteren of te hebben dieper dan 10 meter onder het maaiveld.

3.

Het is verboden in het Grondwaterbeschermingsgebied Driebergen, Leersum en Rhenen:

Provinciaal blad 2025 nr. 21377

18 december 2025

a.

boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 10 meter of meer onder maaiveld; en b. boringen of grond- of funderingswerken uit te voeren of te hebben op een diepte van 10 meter of meer onder het maaiveld, met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de grondwaterbeschermingszone. In Grondwaterbeschermingsgebied Beerschoten is het verboden een boring, met inbegrip van een schuine boring vanaf een locatie buiten het Grondwaterbeschermingsgebied, uit te voeren en een boorput op te richten, te exploiteren of te hebben dieper dan 30 meter onder het maaiveld. 4.

Het is verboden in het Grondwaterbeschermingsgebied Beerschoten: a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 30 meter of meer onder maaiveld; en b. boringen of grond- of funderingswerken uit te voeren of te hebben op een diepte van 30 meter of meer onder het maaiveld, met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de grondwaterbeschermingszone. In Grondwaterbeschermingsgebied Bethunepolder, Bilthoven, Bunnik, Cothen, Groenekan, Linschoten, Zeist en in het Waterwingebied Bethunepolder is het verboden een boring, met inbegrip van een schuine boring vanaf een locatie buiten het Grondwaterbeschermingsgebied, uit te voeren en een boorput op te richten, te exploiteren of te hebben dieper dan 40 meter onder het maaiveld.

5.

Het verbod, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, geldt niet als een vrijstelling uit Artikel 3.29a van toepassing is.

MMM Na artikel 3.29 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3.29a Vrijstelling verbod boring uitvoeren en boorput oprichten, exploiteren of hebben in Grondwaterbeschermingsgebied Het verbod in Artikel 3.29 geldt niet als het een boring of boorput is voor: a. de controle van het grondwater voor de openbare drinkwatervoorziening; b. een horizontaal gestuurde boring waarop de meldplicht uit Artikel 3.38 van toepassing is; c. het onttrekken van grondwater voor een noodvoorziening; d. een bronbemaling; e. een sondering; of f. een bodemonderzoek en of een bodemsanering in het kader van paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving. NNN Artikel 3.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.30 Verbod aanleggen buisleiding aanleggen in Grondwaterbeschermingsgebied Het is verboden in een Grondwaterbeschermingsgebied een buisleiding aan te leggen voor het transport van olie, chemicaliën en gassen niet zijnde aardgas of een leiding voor het transport van elektriciteit die wordt gekoeld met olie of chemicaliën, aan te leggen, te vervangen of te verleggen. : a. olie, chemicaliën en gassen, anders dan aardgas; of b. elektriciteit, wanneer deze gekoeld wordt met olie of chemicaliën. OOO Artikel 3.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

38

Provinciaal blad 2025 nr. 21377

18 december 2025

Artikel 3.31 Verbod energietoevoeging en -onttrekking energie aan de bodem toevoegen of onttrekken in Grondwaterbeschermingsgebied 1.

Het is verboden in een Grondwaterbeschermingsgebied werken tot stand te brengen of en activiteiten uit te voeren met als doel het direct of indirect warmte of koude aan de bodem te onttrekken of toe te voegen of te onttrekken.

2.

Dit verbod geldt niet voor open bodemenergiesystemen in combinatie met grondwatersanering, waarop de vergunningplicht uit Artikel 3.35 van toepassing is.

PPP Artikel 3.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.32 Verbod meststoffen op of in de bodem brengen in Grondwaterbeschermingsgebied Het is verboden in een Grondwaterbeschermingsgebied meststoffen een meststof op of in de bodem te brengen, tenzij een vrijstelling uit Artikel 3.32a van toepassing is. QQQ Artikel 3.32a wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.32a Vrijstelling verbod meststoffen meststof op of in de bodem brengen in Grondwaterbeschermingsgebied Het verbod in Artikel 3.32 geldt niet voor het op of in de bodem brengen van: a. een dierlijke meststoffen meststof; en of b. een anorganische meststoffen meststof, compost of kalkmeststoffen een kalkmeststof, bedoeld in het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet. RRR Het opschrift van artikel 3.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.33 Verbod hemelwater via diepinfiltratie in grondwater lozen in Grondwaterbeschermingsgebied SSS Artikel 3.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.34 Vrijstelling verbod boorputten, boren of grondwerken in Grondwaterbeschermingsgebied De verboden in een Grondwaterbeschermingsgebied, bedoeld in Artikel 3.29, gelden niet voor: a. boorputten voor de controle van het grondwater voor de openbare drinkwatervoorziening; b. het oprichten en hebben van boorputten voor het onttrekken van grondwater voor een noodvoorziening; c. bronbemalingen; d. het onderzoeken of saneren van de bodem in het kader van paragraaf 3.2.23 van het Besluit activiteiten leefomgeving; e. sonderingen; en f. ontgrondingen in het kader van paragraaf 16.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving. [Gereserveerd] TTT

39

Provinciaal blad 2025 nr. 21377

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16560404/1