CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE_Bufferwoningen Kwadijk 2022 vastgesteld (19-4-2024)

Raadsvergadering 13 juni 2024, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Bufferwoningen Kwadijk.27.636 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

“Bufferwoningen Kwadijk” Vastgesteld ontwikkelprincipes en randvoorwaarden mee te geven om de beweging naar de toekomst te kunnen maken. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: 1.

2.

3.

4. 5.

Dynamisch schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. Metropool in ontwikkeling – hierin beschrijven we hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem vergroten we de agglomeratiekracht. Sterke kernen, sterke regio’s – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. Nieuwe energie – in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving – deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector.

Alle vijf bewegingen hebben een economische drijver. Van de kansen die de kusten bieden voor toeristischrecreatieve ontwikkeling in Dynamisch schiereiland tot de economische mogelijkheden die de transitie naar duurzame energie bieden voor de ‘draaischijven’ Den Helder en NZKG. De bewegingen verbinden deze economische kansen aan het versterken van de leefbaarheid, juist met het oog op duurzame economische groei. Bijvoorbeeld door de ontwikkeling van het metropolitane landschap nadrukkelijk onderdeel te maken van het gehele metropolitane systeem, inclusief de verstedelijking, alsook om de agrifoodsector te ondersteunen als partner om de biodiversiteit te vergroten. 4.2.1.2 Omgevingsverordening Noord-Holland 2022 Op 16 november 2020 hebben PS de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 vastgesteld. Naar aanleiding van nieuwe wetgeving en/of provinciaal beleid wordt de Omgevingsverordening regelmatig aangepast bijvoorbeeld de herbegrenzing van het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze wijzigingen zijn verwerkt in een geconsolideerde versie die op 16 juni 2022 is gepubliceerd. Verder is op 21 juni 2022 een wijzigingsbesluit vastgesteld inzake een wijziging van werkingsgebieden.

In de Omgevingsverordening zijn de provinciale belangen uit de Omgevingsvisie uitgewerkt in algemene regels op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Het gaat om algemene instructieregels, omgevingswaarden en regels voor activiteiten. Afhankelijk van de ligging van een plangebied zijn de regels uit de omgevingsverordening al dan niet van toepassing. In voorliggend geval zijn voor het plangebied de volgende thema’s van belang: • •

Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen Artikel 6.49 Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde

In de volgende paragraaf worden deze artikelen nader uiteengezet en getoetst. 4.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en de Omgevingsverordening Noord-Holland 2022 Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen 1. 2.

Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid.

Toetsing In voorliggend geval is de ontwikkeling in overeenstemming met het woonbeleid op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau (zie paragrafen 4.2, 4.3 en 4.4). Verder is in 2015 reeds een ‘Onderbouwing Nut en noodzaak’ opgesteld, waarin de aanvaardbaarheid van de woningbouwontwikkeling ‘Land van Kwadijk’ wordt getoetst. Als conclusie kwam naar voren dat de BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

“Bufferwoningen Kwadijk” Vastgesteld toenmalige ontwikkeling van 33 woningen als buffervoorraad op de locatie voldoet aan het provinciale beleid. Deze onderbouwing is op een aantal punten nog steeds actueel. Het gaat hierbij om de volgende zaken: •

•

•

voor de bouw van 44 woningen zijn in Kwadijk geen alternatieve locaties binnen bestaande bebouwd gebied voorhanden. Alle bruikbare binnenstedelijke locaties zijn te klein voor geclusterde woningbouw en in het gemeentelijk woningbouwprogramma reeds geprogrammeerd als woningbouwproject. het plangebied is beschouwd ten aanzien van de ontwikkelingsgeschiedenis en ordeningsprincipes van het landschap en de bebouwingskarakteristieken van de omgeving. Uit de gebiedsanalyse voor het plangebied komt naar voren dat de invulling van woningen binnen het afgebakende plangebied geen afbreuk doet aan het landschap en de karakteristieken van de bebouwde omgeving. Aanvullend wordt (met name ten aanzien het aspect ‘ruimtelijke kwaliteit’) het volgende geconstateerd. Het bestemmingsplan is gebaseerd op het stedenbouwkundig plan van februari 2017 dat als belangrijke onderlegger het ‘Beeldkwaliteitsplan Zeevang’ kent. Het in 2013 vastgestelde Beeldkwaliteitsplan Zeevang gaf ruimtelijke randvoorwaarden voor met name de stedenbouwkundige planvorming. Voor de nu voorliggende uitwerking van architectuur en buitenruimte geeft het te weinig concrete handvatten. Daarom is een nieuw beeldkwaliteitsplan opgesteld, hierin worden de vereiste criteria om bouwplannen te toetsen door de welstandscommissie aangereikt.

Om die criteria optimaal inzetbaar te maken voor planvormers en plantoetsers worden ze van context te voorzien in de vorm van planhistorie en planintentie, beginnend met een ‘citaat’ uit het oorspronkelijke Bouwen voor Waterland. Op deze wijze is het aspect ‘beeldkwaliteit’ en hiermee ook ruimtelijke kwaliteit voldoende verankerd.

Het stedenbouwkundig ontwerp is in lijn met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie opgesteld. De ontstaansgeschiedenis van het landschap en het dorp zijn onderzocht en in beeld gebracht en hebben in samenhang aan de basis gelegen van het ontwerp. Kwadijk maakt onderdeel uit van de regio ‘Waterland’, waarvoor door de provincie de verkenning ‘Waterlands Wonen’ is vastgesteld. In deze verkenning worden concrete richtlijnen gegeven voor groei van de verschillende typen dorpen in die regio, waaronder Kwadijk. Kwadijk ligt in het ‘Slotenland’ en is zowel lid van de familie van Slotenlanddorpen als van de familie van Dijkdorpen. Naast de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie hebben de ontwikkelingsstrategieën voor beide families, alsmede de specifieke strategie voor Kwadijk zelf het kader voor het concrete ontwerp gevormd. Het plan is daardoor dorps in het algemeen en Kwadijks in het bijzonder. Door de combinatie van de regels met betrekking tot goot- en bouwhoogte, dakhellingen, voorgevelbreedtes, dieptes van woningen en gelimiteerde inhoud van woningen, wordt dit ook als zodanig juridisch vastgelegd. Het ontwerp is qua structuur ingepast in het grillige smalle slagenpatroon van het veenweidelandschap van de gemeente Zeevang in het algemeen en het landschap rond Kwadijk In het bijzonder.

Dit speelt met name aan de zuidkant van de ontwikkeling, waar de ontsluiting en de volumes in een langgerekte structuur van water en groen een overgang maken van dichter en dorpser naar landelijker en losser. Ook de architectuur zal in de typologie van erven die overgang ‘meekleuren’ met boerser schuurachtiger volumes met kloeke kappen en landelijker materialisering. Aan de dijk zelf op de strategische plek bij de kerk en de school wordt conform de provinciale strategie voor dijkdorpen met dorpse huizen compact gebouwd aan de stenige kern. Hier wordt met een mix van kleinere en grotere meer stenige panden, waarvan sommige met allure en verrijking, een nieuwe intieme dorpse openbare ruimte gecreëerd die de uitloopmogelijkheden van het dorp op een natuurlijke manier uitbreidt. Van daaruit wordt een landelijk afronding gemaakt en een dorps silhouet naar omgeving. Het totaalplan is opgebouwd uit kleine clusters die met een eigen dorpse cq landelijke sfeer op elkaar aansluiten. Dit zorgt voor gevarieerde kavelgroottes en gevarieerde bebouwing om dorpse diversiteit te maken. Bebouwing en buitenruimte zijn in samenhang ontworpen. De structuur van openbare ruimte sluit aan op de dorpse omgeving aan de noordkant en voegt zicht in de landschappelijke lijnen aan de zuidkant, waarbij de typologie van de nieuwbouw en de vorm en materialisering van de buitenruimte een eenheid vormen.

Woningen oriënteren hun voorkant naar openbare ruimte om privacy conflicten en schuttingen te vermijden. De opzet van de woningen rond een bescheiden pleintje aan de dorpskant en als erf (in plaats van een wijkje of een straatje) aan de zuidkant komt voort uit de bebouwingskarakteristieken ter plaatse. Het zijn vertalingen van de typische dijkdorpse kernen c.q. de grotere boerenkorrels in de dorpen van Zeevang. Ook de inrichting van de openbare ruimte zal met fraaie gebakken materialen aan de dorpskant en meer landelijke halfverharde materialen aan de landkant natuurlijk aansluiten op de omgeving en de overgang in het plan onderbouwen. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

“Bufferwoningen Kwadijk” Vastgesteld Specifieke details als oeverafwerking en groene erfscheidingen die bij aanleg worden meegenomen garanderen dat het plan als zodanig ook een groene en ontspannen gestalte krijgt en blijft functioneren. De beschikbare gronden zijn groter dan het bebouwde gebied op zich, wat het mogelijk maakt om niet alleen nieuwe bebouwing te realiseren, maar ook te zorgen voor een goede landschappelijke afronding en inpassing daarvan. Zuidelijk van de laatste woningen zal met natuurlijk in te richten ‘eilanden’ de rand naar het landschap verzacht worden en het agrarisch gebied ecologisch verrijkt. Qua beplanting is in overleg met de ecologisch deskundigen bepaald dat er vooral weinig bomen moeten worden toegepast en dan alleen nog zachte natte soorten moeten worden gekozen in verband met weidevogels broedgebied in het achterland. Ook de oeverbeschoeiing met natuurzone zorgt voor een ecologische verrijking van de situatie. De vergroting van het wateroppervlak (bij de uitwerking) in natuurlijke vormen zorgt voor de door het waterschap vereiste compensatie en een versterking van het karakteristiek landschappelijk patroon.

Artikel 6.49 Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde 1. 2.

3.

4.

5. 6.

De kernkwaliteiten van de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde zijn uitgewerkt en geobjectiveerd in bijlage 7 en bijlage 7a bij de verordening. Een ruimtelijk plan ter plaatse van het werkingsgebied Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde bevat regels gericht op de instandhouding of versterking van de kernkwaliteiten van de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Een ruimtelijke plan ter plaatse van het werkingsgebied Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde voorziet uitsluitend in nieuwe activiteiten die de kernkwaliteiten als bedoeld in het eerste lid niet aantasten. In afwijking van het derde lid kan het ruimtelijk plan voorzien in een grootschalige stads- of dorpsontwikkelingslocatie of glastuinbouwlocatie dan wel een grootschalig bedrijventerrein of infrastructuurproject, voor zover: a. er sprake is van een groot openbaar belang; b. er geen reële alternatieven zijn; en c. er voldoende maatregelen worden getroffen om de nadelige effecten van de ontwikkeling op de instandhouding of versterking van de kernkwaliteiten als bedoeld in het eerste lid te mitigeren of te compenseren. Ter plaatse van Werelderfgoed De Beemster voorziet een ruimtelijk plan niet in een windturbine. Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de wijze waarop compensatie als bedoeld in het vierde lid, onder c, plaatsvindt.

Toetsing Het plangebied ligt binnen het gebied dat is aangewezen als ‘Nieuwe Hollandse Waterlinie’ en de ‘Stelling van Amsterdam’. Hieronder worden de kernkwaliteiten van deze gebied beknopt beschreven: Nieuwe Hollandse Waterlinie 1.

2. 3.

Het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen negentiende en twintigste-eeuwse hydrologische en militairverdedigingssysteem, bestaande uit: a. inundatiegebieden; b. zone met verdedigingswerken als forten, batterijen, lunetten, betonnen mitrailleurkazematten en groepsschuilplaatsen in hun samenhang met de omgeving; c. voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied) rondom de forten; d. waterwerken als waterlichamen, sluizen, inlaten, duikers, en dijken functionerend in samenhang met verdedigingswerken en inundatiegebieden; e. overige elementen als beschutte wegen, (resten van) loopgraven en tankgrachten; f. de landschappelijke inpassing en camouflage van de voormalige militaire objecten; g. de historische vestingstructuur van de vestingsteden Muiden, Weesp, Naarden, Nieuwersluis, Gorinchem en Woudrichem; Grote openheid; Groen en overwegend rustig karakter.. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

28

“Bufferwoningen Kwadijk” Vastgesteld

Werelderfgoed De Stelling van Amsterdam 1.

2. 3.

Het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, laatnegentiende-eeuwse en vroegtwintigste-eeuwse hydrologische en militair-landschappelijke geheel, bestaande uit: a. een doorgaand stelsel van liniedijken in een grote ring om Amsterdam; b. sluizen en voor- en achterkanalen; c. de forten, liggend op regelmatige afstand, voornamelijk langs dijken; d. inundatiegebieden; e. voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied); f. de landschappelijke inpassing en slechte zichtbaarheid van de voormalige militaire objecten; Relatief grote openheid; Groene en relatief stille ring rond Amsterdam.

Zoals eerder is aangegeven is in 2015 reeds een ‘Onderbouwing Nut en noodzaak’ (bijlage 2) opgesteld, waarin de aanvaardbaarheid van de woningbouwontwikkeling ‘Land van Kwadijk’ wordt getoetst. Hierin is ook ingegaan op de invloed van het voornemen op de kernkwaliteiten van de Stelling van Amsterdam. Voor wat betreft Kwadijk bestaat de Stelling van Amsterdam uit een voormalige genieloods aan de Fortweg te Kwadijk. Ofschoon dit oorspronkelijk wel de bedoeling was, is hier nooit een fort tot stand gekomen. In de omgeving van deze genieloods is het dorp Kwadijk tot ontwikkeling gekomen. Het plangebied is op een afstand van ruim 1000 meter zuidwestelijk van deze genieloods gelegen. Schootsvelden zijn niet aanwezig, zodat deze door de beoogde ontwikkeling niet worden beïnvloed. Inundatievelden rondom de loods (voor zover aanwezig) worden begrensd door het lint van Kwadijk (een zogenaamde inundatiekering). De genieloods ligt ten noorden, de planlocatie ten zuiden van deze kering. Hier is evenmin sprake van beïnvloeding. Geconcludeerd kan worden dat het voorliggende plan geen afbreuk doet aan de kernkwaliteiten van de Stelling van Amsterdam. Met het realiseren van de woningbouw is een groot openbaar belang is gemoeid.

De gemeente Edam Volendam heeft in haar beleid vastgelegd dat vitaliteit van de kernen alsmede het op peil houden van het voorzieningenniveau van die kernen een belangrijk thema is. Voor het behouden c.q. de versterking van de leefbaarheid van deze kernen is het bouwen voor de lokale behoefte van groot openbaar belang. Dit wordt ondersteund door het feit dat deze woningbouw ook bijdraagt aan de woningbehoefte van de stads- en/of metropoolregio Amsterdam, waar de gemeente deel van uitmaakt. Dat sprake is van een concrete behoefte blijkt uit paragraaf 4.1.2.2 en 4.4.3.

4.2.3

Leidraad Landschap en Cultuurhistorie

4.2.3.1 Algemeen Deze vernieuwde Leidraad (vastgesteld op 10 april 2018) beschrijft, na de introductie, de bestaande waarden en de ontwikkelkansen in de verschillende gebieden in Noord-Holland. De kaart van de provincie is daartoe onderverdeeld in twintig landschappelijke eenheden, zogenaamde ensembles, en tien provinciale structuren, zoals de Westfriese Omringdijk, de Stelling van Amsterdam en (agrarische) erven. Van elk ensemble en elke structuur geeft de Leidraad eerst een beschrijving van de context, de ontstaansgeschiedenis en de dynamiek in het gebied. De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen: • • •

bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en helder te positioneren ten opzicht van de ruimtelijke dragers.

Het plangebied ligt binnen het ensemble ‘Waterland’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

29

“Bufferwoningen Kwadijk” Vastgesteld 4.2.3.2 Waterland Het ensemble Waterland ligt ten noorden van Amsterdam en grenst aan het Markermeer. Het Noordhollandsch Kanaal vormt de grens aan de westzijde. Het ensemble sluit wat betreft landschappelijke opbouw aan op het ensemble Wormerland. Het bestaat uit veenpolderlandschap, met waterrijke veenpolders en veenstromen, en droogmakerijenlandschap. De Purmer is de grootste droogmakerij. Kleinere droogmakerijen liggen verspreid tussen de veenpolders. Het gebied heeft een rijke cultuurhistorie, waarbij de wordingsgeschiedenis vanuit een ligging aan de Zuiderzee een belangrijke rol speelt. Door de ligging nabij Amsterdam in combinatie met de relatieve rust van het landelijke gebied is het nu een aantrekkelijk en gewild woon- en recreatiegebied. Het ensemble is onderdeel van het voormalig Nationaal Landschap Laag Holland. De Stelling van Amsterdam ligt aan de noordzijde van het gebied. De N247 loopt door dit ensemble. De algemene ambitie voor het gebied is om ruimtelijke ontwikkelingen: • bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek • bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en • helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. Het plangebied ligt aan het dorpslint van Kwadijk, aansluitend aan de kern Kwadijk.

Hiervoor geldt dat de ruimtelijke kwaliteit gebaat is bij: •

•

het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen binnen de ontginningsstructuur. Het landschap heeft een logische ordening. De bebouwing beperkt zich tot de bestaande linten. o In de open ruimten langs de dieën is ruimte voor natuurontwikkeling en rust. Opgaande begroeiing ontbreekt (de erven met hun beplanting vormen de uitzondering daarop). o Concentreer opstallen en paardenbakken in de directe omgeving van de linten (en niet verspreid in het landschap). het zoveel intact houden van verkavelingsstructuur, slotenpatronen en oevers. o Laat profielen van sloten (of waterlopen), kaden of oevers intact en respecteer het (onregelmatige) karakter van de verschillende wateren. o Respecteer de maat en richting van de historische verkaveling.

4.2.3.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Leidraad Landschap en Cultuurhistorie Bij de uitwerking van het in hoofdstuk 3 opgenomen stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met de ruimtelijke kernkwaliteiten zoals hiervoor beschreven. Dit plan is in lijn met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie opgesteld. De ontstaansgeschiedenis van het landschap en het dorp zijn onderzocht en hebben in samenhang aan de basis gelegen van het ontwerp. Verwezen wordt naar paragraaf 3.1.3 in combinatie met bijlage 2. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie.

4.2.4

Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025

4.2.4.1 Algemeen De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland voor de komende vijf jaar. De Woonagenda volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord ‘Duurzaam doorpakken’. Vanuit het provinciaal én regionaal belang dat de woningmarkt goed functioneert en het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Noord-Holland, maakt deze agenda de inzet en bijdrage van de provincie daaraan concreet. De Woonagenda bestaat uit drie delen die samen, binnen de kaders van de Omgevingsvisie, de uitvoeringsagenda voor de komende vijf jaar bevat: 1. 2. 3.

Actieagenda 2020-2025 De ambitie, doelstelling, rol en ruimtelijke uitgangspunten Speerpunten provincie en richtinggevende principes voor het woonbeleid

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

30

“Bufferwoningen Kwadijk” Vastgesteld 4.2.4.2 Toetsing van het initiatief aan de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 De woonagenda is verder uitgewerkt in het gemeentelijke woonbeleid en Regionaal Actieprogramma. De betekenis voor het planvoornemen werkt ook hierin door. Uit voorliggende plantoelichting inclusief bijbehorende onderzoeken blijkt dat de beoogde aantallen en typen woningen voorzien in een actuele kwantitatieve en kwalitatieve behoefte.

4.2.5

Toetsing van het initiatief aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit plan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de provinciale beleidsuitgangspunten en -ambities zoals verwoord in de in deze paragraaf behandelde beleidsdocumenten.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Regiovisie Waterland 2040

4.3.1.1 Algemeen De gemeente Edam-Volendam maakt deel uit van het Intergemeentelijk Samenwerkingsorgaan Waterland (ISW), een samenwerkingsverband van 7 gemeenten in de regio Waterland. Op 10 december 2008 is door het algemeen bestuur van de regio Waterland de Regiovisie Waterland 2040 'Vitaal met Karakter' vastgesteld. Het ISW heeft, in zijn regiovisie, als uitgangspunt dat het bevolkingsaantal in de regio niet zal teruglopen. De regio maakt immers deel uit van de woningmarkt en arbeidsmarkt van de metropoolregio Amsterdam. In deze regio is er behoefte aan 150.000 extra woningen. Waterland draagt aan de realisatie van deze extra woningen haar steentje bij, maar kiest vanwege het waardevolle landschappelijke karakter en de mobiliteitsproblematiek niet voor grootschalige verstedelijkingsopties. In de 'Bouwstenennotitie' is berekend dat er in de toekomst een minimale behoefte is aan 2.200 woningen tot 2020. Hierbij zijn de kerneisen het behouden van de vitaliteit van de kernen en rekening houden met de landschappelijk waardevolle landschappen, goede verkeersafwikkeling en goede en hoogwaardige ruimtelijke ordening. In de gebiedsvisie zijn onder meer de volgende strategische beleidslijnen opgenomen: • •

•

• •

Daar waar ruimtelijk verantwoord, mogelijk en gewenst het stedelijk gebied intensiveren binnen de contouren; Aanvullende programma's voor wonen en werken in relatief kleinschalige uitleggebieden accommoderen, met expliciete aandacht voor vergroting van de diversiteit en vitaliteit van woon- en werkmilieus; Nadrukkelijk ruimte houden en zonodig creëren voor stedelijk groen, vooral om stedelijke en dorpse woonmilieus concurrerend te houden in de toekomst en het authentieke karakter van de regio te versterken; Opwaarderen en herstructureren van bestaande woon- en werkmilieus, waarbij gezocht wordt naar een nieuwe balans tussen intensivering en extensivering binnen bebouwd gebied; Geleidelijke transformatie naar meer diversiteit in woon- en werkmilieus.

In dit geval is, aangezien sprake is van een woningbouwontwikkeling, met name het thema ‘wonen’ van belang. Hierop wordt hierna ingegaan. 4.3.1.2 Wonen De regio Waterland maakt qua woningmarkt en werkgelegenheid deel uit van de Metropoolregio Amsterdam en de Randstad. In deze regio is nog forse behoefte aan extra woningen. Waterland kan en wil zich daar niet aan onttrekken, maar kiest vanwege het waardevolle landschappelijke karakter en de mobiliteitsproblematiek niet voor grootschalige verstedelijkingsopties. Als regio is er bewust voor gekozen om het bevolkingsaantal niet te laten teruglopen door een kleine kwalitatieve impuls.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

31

“Bufferwoningen Kwadijk” Vastgesteld Om de vitaliteit in de kernen te kunnen behouden wordt daarom ingezet op een plus op het gebied van woningbouw. Hierbij staat een goede en hoogwaardige ruimtelijke ordening, een goede verkeersafwikkeling en het respecteren van de landschappelijke kwaliteiten voorop. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Regiovisie Waterland 2040’ Dit bestemmingsplan dat 44 woningen in verschillende segmenten mogelijk maakt draagt bij aan de vitaliteit van de kern Kwadijk. Dit doordat wordt ingezet op verschillende woningtypen ter bevordering van de doorstroming op de lokale woningmarkt in Kwadijk, met veel aandacht voor ruimtelijke kwaliteit c.q. inpassing in de historische context van het landschap. Met het bereiken van deze ambities wordt geconcludeerd dat deze ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Regiovisie Waterland 2040’.

4.3.2

Woonakkoord Zaanstreek Waterland

4.3.2.1 Algemeen In april 2020 heeft de provincie Noord-Holland het woonbeleid uitgewerkt in de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025. Hiermee wil de provincie uitvoering geven aan een aantal doelstellingen, zoals het bouwen van voldoende betaalbare en duurzame woningen. Middels het sluiten van regionale Woonakkoorden voor de periode 2021-2025 wil de provincie de regionale samenwerking bevorderen. De acht gemeenten in Zaanstreek-Waterland hebben besloten samen met de provincie een woonakkoord te willen maken voor de periode 2021-2025. Dit aan de hand van vier thema’s: 1. 2. 3. 4.

Nieuwbouw/ woningbouwprogrammering Betaalbare voorraad Wonen en Zorg Duurzaamheid, klimaatadaptatie, circulair bouwen

Dit woonakkoord is de opvolger van het Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 (RAP). In het RAP maakten de gemeenten in de regio Zaanstreek-Waterland jarenlang afspraken over het woonbeleid. In tegenstelling tot het RAP in de voorgaande periode zal de provincie partij zijn in de regionale woonafspraken. In het Woonakkoord wordt rekening gehouden met bestaande kaders en afspraken, die soms op een ander c.q. hoger schaalniveau zijn vastgesteld, zoals in de Metropoolregio Amsterdam, waar Zaanstreek-Waterland onderdeel van uitmaakt. In het Woonakkoord staan op diverse thema’s ambities, opgaven en afspraken geformuleerd. Het voert te ver om deze afspraken in deze paragraaf uitputtend te beschrijven. Daarvoor wordt verwezen naar het Woonakkoord. Hieronder worden de voor dit plan relevante ambities, opgaven en afspraken beknopt neergezet. Ambities • • • •

Identiteit door diversiteit versterken Ruimte bieden aan de eigen én regionale woningvraag Verdere differentiatie van de woningvoorraad ten behoeve van alle doelgroepen Naar een toekomstbestendige woningvoorraad

Opgaven 1. 2. 3. 4. 5.

Werken aan de eigen én regionale woningbehoefte Zoveel als mogelijk binnenstedelijk bouwen, met ruimte voor uitzonderingen Versnellen van de woningbouwproductie Werken aan stedelijke vernieuwing en leefbaarheid Werken aan klimaatneutrale, klimaatadaptieve, circulaire en natuur- en landschaps-vriendelijke nieuwbouw

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

32

“Bufferwoningen Kwadijk” Vastgesteld

Afspraken • • •

•

De regiogemeenten stemmen conform de Omgevingsverordening onderling de bouwproductie af. Leidend in de locatiekeuze voor de woningbouwproductie is de beschikbare plancapaciteit tot 2030. De regiogemeenten en de provincie volgen de leidraad adaptief programmeren zoals opgenomen in de woonagenda en streven ernaar om zoveel mogelijk zachte plancapaciteit naar harde plancapaciteit om te zetten. Dit laatste echter zonder de speelruimte op de middellange termijn te verliezen. Het richtgetal hierbij is 70% harde plancapaciteit en 30% zachte plancapaciteit. De regiogemeenten en de provincie bepalen in 2021 op basis van de mogelijkheden die de Omgevingsverordening en de Nota Lintbebouwing van de provincie (in wording), welke maatwerkmogelijkheden dit biedt voor de bouw van woningen in de linten.

Ten slotte wordt in bijlage 1 het Woonakkoord een overzicht gegeven van de plancapaciteit per gemeente. Voor Edam-Volendam is aangegeven dat er tot 2029 1.289 woningen gepland zijn. 4.3.2.2 Toetsing aan Woonakkoord Zaanstreek Waterland Dit bestemmingsplan, dat 44 woningen in verschillende segmenten mogelijk maakt draagt bij aan de vitaliteit van de kern Kwadijk. Dit doordat wordt ingezet op verschillende woningtypen ter bevordering van de doorstroming op de lokale woningmarkt in Kwadijk. Het Woonakkoord is voor het thema wonen verder uitgewerkt in het gemeentelijke woonbeleid. De betekenis voor het planvoornemen werkt ook hierin door. Uit voorliggende plantoelichting inclusief bijbehorende onderzoeken blijkt dat de beoogde aantallen en typen woningen voorzien in een actuele kwantitatieve en kwalitatieve behoefte.

4.3.3

Woondeal Metropool Regio Amsterdam 2023

4.3.3.1 Algemeen Het Rijk, de provincies Noord-Holland en Flevoland en de gemeenten in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) hebben afspraken gemaakt om snel meer woningen te kunnen bouwen. Tot en met 2030 moeten er ruim 170.000 woningen bij komen, waarvan circa twee derde in het betaalbare segment. Daarmee gaat het om zo’n 113.000 betaalbare woningen. In de Woondeal hebben de gemeenten en provincies in de MRA afgesproken welke bijdrage zij kunnen leveren aan de nationale woningbouwopgave en wat daarvoor nodig is. In de Woondeal MRA wordt ingezet op de bouw van 171.200 woningen, bijna een vijfde van de nationale opgave. De afspraken zijn wederkerig, wat betekent dat het Rijk zich gaat inzetten voor het wegnemen van knelpunten voor de woningbouw, bijvoorbeeld op het gebied van klimaatbestendig bouwen, geluid, stikstof en energievoorziening. Dat is noodzakelijk om het woningtekort in de MRA sneller in te lopen en de betaalbaarheid van het wonen in de regio te verbeteren. De MRA is positief over de hernieuwde aandacht van het Rijk voor de volkshuisvesting in Nederland en ziet de samenwerking met het Rijk via de Woondeal als een kans om gezamenlijk als Rijk en regio de nieuwbouwproductie en de bredere problemen op de woningmarkt aan te pakken. Dit kan alleen in nauwe samenwerking met woningcorporaties, marktpartijen en maatschappelijke partners.

De noodzaak om samen te werken is groot en vraagt inzet van alle betrokken partijen. Dit is een extra uitdaging in een tijd met onder meer oplopende bouwkosten en hogere rentes en te weinig personele capaciteit bij markt en overheid. De inzet van alle partijen is hiervoor nodig. De inzet van het Rijk, en in het bijzonder van de minister voor VRO, is onmisbaar. In de Woondeal MRA, en ook in het bod van de beide provincies dat daar de basis voor was, is zo concreet mogelijk beschreven wat in de MRA nodig is van het Rijk om de juiste randvoorwaarden in te vullen, zodat de doelstellingen kunnen worden gerealiseerd. Dit gaat bijvoorbeeld om geluid, stikstof, energie en betaalbaarheid. Met de Woondeal MRA zetten alle partijen zich in voor een aandeel van twee derde betaalbaar in de nieuwbouw (sociale huur tot € 808,-, middenhuur tot € 1.000,- per maand en koop tot € 355.000,-, prijspeil

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

33

“Bufferwoningen Kwadijk” Vastgesteld 2022) en het streven toe te groeien naar minimaal 30% sociaal in de bestaande voorraad. Per gemeente zijn richtinggevende woningbouwopgaven 2022-2030 opgenomen, die in 2023 worden uitgewerkt op deelregionaal en gemeentelijk niveau. 4.3.3.2 Richtinggevende woningbouwopgave Edam-Volendam Voor de gemeente Edam-Volendam is in de Woondeal MRA 2023 onderstaande woningbouwopgave opgenomen.

4.3.3.2 Toetsing aan Woondeal MRA 2023 Dit bestemmingsplan, dat 44 woningen in verschillende segmenten mogelijk maakt draagt bij aan de vitaliteit van de kern Kwadijk. Het plan levert een bijdrage aan de woningbouwopgave in de woondeal. Er wordt namelijk ingezet op verschillende woningtypen ter bevordering van de doorstroming op de lokale woningmarkt in Kwadijk. In de gemeentelijke woonvisie (paragraaf 4.4.2) is dit verder uitgewerkt.

4.3.4

Toetsing van het initiatief aan het regionaal beleid

Het initiatief is in overeenstemming met het regionaal (woon)beleid zoals verwoord in de hiervoor benoemde beleidsstukken.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Beeldkwaliteitsplan Zeevang

4.4.1.1 Algemeen De aanleiding van het ‘Beeldkwaliteitsplan Zeevang’ (vastgesteld d.d. 17 december 2013) ligt in de mogelijke bouw van maximaal 150 woningen in het buitengebied van de gemeente voormalige Zeevang. De Provincie en Gemeente zijn overeengekomen dat hier ruimte voor is, onder voorwaarde dat de intensiveringlocaties binnen de rode contour zijn benut. De woningen vormen als het ware een ‘buffervoorraad’, waardoor zij ook wel bufferwoningen worden genoemd. Naast de mogelijke bouw van bufferwoningen spelen verschillende andere ontwikkelingen in het buitengebied, zoals de ontwikkeling van nieuwe natuurgebieden, aanpassingen van het wegen- en padenpatroon en functieverandering van agrarische bedrijven. Zij waren reden om het geheel in een breder perspectief te plaatsen. De centrale vraag in het beeldkwaliteitsplan is hoe de gemeente sturing kan geven aan de veranderingsprocessen, zodat de kwaliteiten van het cultuurlandschap behouden blijven en zo mogelijk worden versterkt. Bij de opstelling van het beeldkwaliteitsplan wordt voortgebouwd op reeds ontwikkelde beleidsplannen, waaronder de streekplanuitwerking Waterlands Wonen. De uitdaging is om met het beeldkwaliteitsplan het reeds geformuleerde beleid nader te concretiseren.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

34

“Bufferwoningen Kwadijk” Vastgesteld 4.4.1.2 Beeldkwaliteit bufferwoningen De opgave Een belangrijke opgave voor de gemeente Zeevang is om sturing te geven aan de bouw van maximaal 150 bufferwoningen. Het gaat om woningen buiten de rode contour die in een reeks van jaren kunnen worden ontwikkeld. Om de bufferwoningen optimaal te benutten voor de versterking van de vitaliteit en de maatschappelijke samenhang van de kernen heeft de gemeente een voorkeur voor geclusterd bouwen. Vier zones die de gemeente kansrijk acht, zijn verder onderzocht. De zones zijn: • • • •

nabij de kern van Middelie, nabij de kern van Beets, nabij het lint van Hobrede, nabij de kern van Kwadijk,

Ruimtelijke uitgangspunten De bijzondere landschappelijke kwaliteiten van de gemeente Zeevang vragen om een zorgvuldige vormgeving van de bufferwoningen. In de uitwerkingen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

•

•

In het buitengebied van Zeevang zijn bebouwing en landschap onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het eerste uitgangspunt is dat de bouw van bufferwoningen wordt gekoppeld aan investeringen in de publieke ruimte, waaronder investeringen in het padennetwerk en vaarnetwerk; De bestaande bebouwingskwaliteiten moeten overeind blijven, zoals het ritme van de zeven dorpen en de luchtige opbouw van de linten met doorzichten naar het landschap. De dorpen mogen niet aan elkaar vastgroeien. Ook mag niet het beeld ontstaan dat de dorpsuitbreidingen aan de oude linten zijn ‘vastgeplakt’; De architectuur bouwt voort op de grote variatie aan gebouwtypen, een ‘dansende rooilijn’ en duurzame, gebakken materialen.

4.4.1.3 Uitwerking Kwadijk De dijk waaraan Kwadijk zijn naam dankt, was oorspronkelijk een kaag- of koogdijk: een dijk om een stuk buitendijks land. Iets van het buitendijkse karakter is nog terug te vinden in het natuurterrein Kwadijkervlot dat aan de zuidkant ligt. De dijk heeft als inundatiedijk voor de Stelling van Amsterdam gefungeerd. Het lint bestaat uit verschillende typen woningen: rijwoningen, (stolp)boerderijen, vrijstaande woningen en bungalows. Dit gemengde karakter van de bebouwing kenmerkt het lint. 4.4.1.4 Toetsing van het initiatief aan het Beeldkwaliteitsplan Zeevang Zoals in paragraaf 3.1.5 reeds vermeld is het beeldkwaliteitsplan Zeevang voor deze ontwikkeling verder uitgewerkt in het beeldkwaliteitsplan ‘Land van Kwadijk’. Het in 2013 vastgestelde Beeldkwaliteitsplan Zeevang gaf ruimtelijke randvoorwaarden voor met name de stedenbouwkundige planvorming. Voor de nu voorliggende uitwerking van architectuur en buitenruimte geeft het te weinig concrete handvatten. Daarom is dit nieuwe beeldkwaliteitsplan door La4sale opgesteld. Hierin worden de vereiste criteria om bouwplannen te toetsen door de welstandscommissie aangereikt. Om die criteria optimaal inzetbaar te maken voor planvormers en plantoetsers worden ze van context te voorzien in de vorm van planhistorie en planintentie, beginnend met een ‘citaat’ uit het oorspronkelijke Bouwen voor Waterland.

Het beeldkwaliteitsplan wordt gelijktijdig met het bestemmingsplan vastgesteld en vormt daarmee mede het toetsingskader.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

35

“Bufferwoningen Kwadijk” Vastgesteld 4.4.2

Omgevingsvisie Edam-Volendam

4.4.2.1 Algemeen De gemeente Edam-Volendam heeft een nieuwe Omgevingsvisie vastgesteld op 20 juli 2023. De omgevingsvisie is het nieuwe richtinggevende beleidsinstrument onder de Omgevingswet van de gemeente. Het geeft de strategische doelen voor de ‘fysieke leefomgeving’ weer. Die leefomgeving omvat bijvoorbeeld gebouwen, infrastructuur, water of landschap. Maar ook lucht, bodem, geluid of duurzaamheid zijn daar onderdeel van. De Omgevingsvisie bevat een beschrijving op hoofdlijnen van: • • •

de (gewenste) kwaliteit van de leefomgeving, de geplande ontwikkeling, gebruik, beheer en bescherming van het grondgebied, het samenhangende beleid voor de leefomgeving.

In de Omgevingsvisie wordt het gemeentelijk beleid op hoofdlijnen weergeven in een aantal thema’s. Het thema ‘krachtige kernen en linten’ is in voorliggend geval van belang. Vervolgens wordt in een aantal opgaven beschreven hoe uitvoering wordt gegeven aan de visie. De ‘Opgave wonen’ is in dit geval van belang. Hierna wordt hier nader op ingegaan. 4.4.2.2 Krachtige kernen en linten Die visie van de gemeente is dat haar kernen en dorpslinten krachtig en leefbaar zijn. Edam-Volendam maakt zich daarom hard voor voldoende geschikte woonruimte, een goede openbare buitenruimte, voldoende voorzieningen en maatschappelijke verbondenheid. De gemeente beschouwt het tot haar taak ervoor te zorgen dat er voldoende en geschikte woongelegenheid in Edam-Volendam aanwezig is. De woningmarkt is dynamisch. Door individualisering, huishoudensverdunning en vergrijzing veranderen de woonwensen. In de economische crisis werden woningen moeilijk verkocht en enkele jaren later zijn diezelfde woningen onbereikbaar voor starters geworden. De gemeente wil schaarste noch leegstand en anticipeert daarom op deze dynamiek. Naast de kwantitatieve behoefte aan woonruimte speelt de kwaliteit en variatie van de aangeboden woonruimten / woonmilieus in toenemende mate een rol. Uitgangspunt is een evenwichtige woningvoorraad die is afgestemd op de bevolkingsopbouw en een gezonde doorstroming op de woningmarkt.

De gemeente kijkt daarbij niet alleen naar koopwoningen, maar ook naar vrije sector, sociale huur en middensegment huur. De gemeente monitort de woningbehoefte binnen haar grenzen en past daarop haar plancapaciteit voor de ontwikkeling van woningen aan. Binnen deze plancapaciteit wordt er ook rekening mee gehouden dat plannen voor nieuwe woningen soms niet door gaan. Om ervoor te zorgen dat ontwikkelingen voorzien in de (actuele) behoefte, kiest de gemeente bij ontwikkellocaties voor een variabele insteek ten aanzien van de rol van de gemeente. De gemeente gaat bij voorkeur een samenwerking aan met ontwikkelende partijen om samen een goede ontwikkeling voor de gemeente te maken, of faciliteerd de bouw van woningen en regisseren daarbij naar kwaliteit en behoefte. In het geval dat desondanks onevenredige schaarste of leegstand dreigt, pakt de gemeente Edam-Volendam haar verantwoordelijkheid op om - bijvoorbeeld door de inzet van actief grondbeleid - de balans zo goed mogelijk te herstellen. Er wordt in hoofdzaak ingezet op woningbouw op binnenstedelijke herstructureringslocaties. Binnenstedelijk ontwikkelen heeft echter een limiet, vanwege het waarborgen van de kwaliteit van bestaand stedelijk gebied, het beschermen van de gezondheid van inwoners en het behoud van voldoende mobiliteit.

Woningbouw op uitbreidingslocaties kan daarom noodzakelijk zijn, om daarmee in de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte naar woningen te voorzien. Als er wordt uitgebreid doer de gemeente dit op een verantwoorde manier die zo veel mogelijk rekening houdt met of past bij de karakteristiek van (bebouwing in) het landschap. De gemeente Edam-Volendam maakt zich hard voor voldoende woningbouw in haar dorpslinten voor de overwegend lokale vraag. Een gedifferentieerde bevolkingssamenstelling is belangrijk voor de vitaliteit en leefbaarheid van deze dorpslinten en als basis voor voorzieningen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

36

“Bufferwoningen Kwadijk” Vastgesteld 4.4.2.3 Opgave wonen Om voldoende woningaanbod te realiseren houdt de gemeente een planvoorraad aan van 130% van de behoefte. Ingezet wordt op inbreiden en deels ook op uitbreiden om het kleinschalige karakter van de kernen niet te verlaten en om kwalitatief goed aan te sluiten op de vraag. Met de nieuwe ontwikkelingen willen de gemeente met toepassing van de nieuwe mogelijkheden van de Huisvestingswet doorstroming binnen de gemeente bevorderen zodat de bestaande woningvoorraad sneller wordt verduurzaamd en 'wonen in de juiste woning' wordt gestimuleerd. 4.4.2.4 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Edam-Volendam Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de juridisch-planologisch uitwerking voor de realisatie van maximaal 44 zogenaamde ‘bufferwoningen’, conform het gedachtengoed van het zogenoemde Waterlands Wonen (wonen in een groen stedelijke woonmilieu). Bij de uitwerking van de stedenbouwkundige invulling is bijzondere aandacht besteed aan de ruimtelijke kwaliteit en de uniciteit van de locatie. Verwezen wordt onder andere naar hoofdstuk 3 waarin dit nader beschreven wordt. Er is sprake van een duidelijke meerwaarde voor de omgeving en de gemeente. Met de woningbouwontwikkeling wordt voorzien in een behoefte die inspeelt op de mismatch die in de bestaande woningvoorraad in Edam-Volendam en vooral Purmerend wordt gesignaleerd.

4.4.2 Woonvisie Edam-Volendam 2022-2025 en Verordening doelgroepen sociale en middeldure koopwoningen en sociale koopwoningen Edam-Volendam 2023 4.4.3.1 Woonvisie Het woonbeleid van de gemeente Edam- Volendam is vervat in de ‘Woonvisie Gemeente Edam-Volendam 2022-2025’ (hierna: woonvisie). De woonvisie staat niet op zichzelf. Zowel op lokaal als regionaal niveau bestaan er diverse vigerende ruimtelijke beleidsvisies die van invloed zijn op het woonbeleid zoals de Omgevingsvisie die op dit moment wordt uitgewerkt. Daarnaast is de woonvisie een doorvertaling van provinciaal en regionaal beleid op het gebied van wonen. De woonvisie is uitgewerkt aan de hand van vier centrale thema’s: 1. 2. 3. 4.

Woningbouwopgave Betaalbaar huren Kwaliteit bestaande woningen Wonen met zorg

In voorliggend geval gaat het om een uitbreiding van de kleine kern Kwadijk. De woonvisie geeft hierover het volgende aan: De gemeente Edam Volendam wil jaarlijks 115 tot 150 woningen bouwen om in de vraag naar woningen te voorzien. Gestreefd wordt naar uitbreiding van de woningvoorraad in alle kernen. De geïnventariseerde behoefte uit het woningbehoefteonderzoek is daarbij richtinggevend. Prioriteit legt de gemeente bij kernen waar de afgelopen jaren weinig nieuwbouw is gerealiseerd: Edam, Beets, Middelie en Kwadijk. Primair wordt ingezet op bouwen op inbreidinglocaties. Daar waar nodig blijft bouwen op uitleglocaties mogelijk, bijvoorbeeld voor het behoud van groene plekken in de kernen. In de gemeentelijke woonvisie 2022-2025 wordt aangegeven dat de meeste aandacht uit gaat naar de doelgroepen die nog onvoldoende met de huidige woningvoorraad bediend worden (senioren en starters). De gemeente streeft naar een gevarieerd woningbouwprogramma, met een mix van woningtypen en prijsklassen. De realisatie van de Broeckgouw kan daarbij als voorbeeld gelden. In deze wijk is een mix van woningen voor starters, gezinnen en senioren gerealiseerd, zowel koop als huur en in verschillende prijsklassen. Dit zorgt voor een evenwichtige samenstelling en voldoende draagkracht in de wijk. Sterke schouders die kwetsbare huishoudens zo nodig kunnen ondersteunen.

Het streven naar gevarieerde wijken is een van de redenen dat de gemeente ook in de komende jaren ruimte in haar woningbouwprogramma houdt voor ruimere koopwoningen voor gezinnen. Ook al bestaat een groot deel van de huidige woningvoorraad uit dit type woning. Dit zijn vaak woningen die voor een deel nog bewoond worden door oudere huishoudens die langer

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

37

“Bufferwoningen Kwadijk” Vastgesteld zelfstandig blijven wonen. Deze gezinswoningen komen dus maar mondjesmaat de komende jaren op de markt. Ook daarom is het noodzakelijk om ruimte te houden voor nieuwbouw voor gezinnen. 4.4.3.2 Doelgroepenverordening De gemeente Edam-Volendam heeft haar woonvisie verder uitgewerkt in een Verordening doelgroepen sociale en middeldure huurwoningen en sociale koopwoningen Edam-Volendam 2023. In deze doelgroepenverordening heeft de gemeente regels opgesteld voor het bouwen van woningcategorieën. Het gaat hierbij om: • •

Huurprijsgrenzen en instandhoudingstermijnen van sociale- en middeldure huurwoningen koopprijsgrens en verkoopprocedure van sociale koopwoningen

4.4.3.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Woonvisie en doelgroepenverordening gemeente Edam-Volendam’ Met de in dit plan opgenomen aantal woningen (toevoeging van 44 woningen) blijft de gemeente Edam Volendam ruim binnen de geraamde woningbouwbehoefte. Door op korte termijn nieuwe woningen te bouwen wordt bijgedragen aan het oplossen van het bestaande woningtekort en worden de doorstoommogelijkheden op de woningmarkt bevorderd. In het haalbaarheidsonderzoek dat de gemeente voor deze locatie heeft uitgevoerd wordt specifiek voor Kwadijk aangegeven dat woningvoorraad in de kleine kernen (Beets, Warder, Kwadijk, Middelie, Hobrede, Schardam) wordt sterk gedomineerd door vrijstaande woningen in het duurdere koopsegment. De afgelopen jaren zijn vrijkomende bestaande woningen voornamelijk verkocht aan kapitaalkrachtige (oudere) vestigers. Voor starters zijn er niet of nauwelijks betaalbare koopwoningen voor handen tot onder € 300.000. Voor jonge gezinnen/huishoudens en koopstarters is het daarom moeilijk om in de kleine kernen een passende koopwoning te vinden. Nieuwbouw dient zich met name op dit betaalbare koopsegment te richten, om deze kernen ook op lange termijn leefbaar en vitaal te houden. In Kwadijk dient -net als in de andere kernen- voldoende woningen gebouwd te worden om in deze vraag te voorzien. Deze kern kent een sterke koopcultuur.

Ook hierbij het advies om optimaal in te spelen op de lokale woonbehoefte, met het oog op het bevorderen van de vitaliteit, leefbaarheid en sociale cohesie. Dit betekent het ondersteunen van (kleinschalige) particuliere initiatieven. Jongeren hebben in de kleine kernen een vitale rol in het functioneren van verenigingen en (beperkt) voorzieningen. Door ontgroening enerzijds en schaalvergroting bij voorzieningen anderzijds, staat het verenigingsleven en een deel van de voorzieningen onder druk. Door het aanbieden van betaalbare woningen kunnen starters en jongeren positieve bijdrage leveren aan vitaliteit van Kwadijk. De voorliggende woningbouwontwikkeling richt zich met een gevarieerd woningbouwprogramma op uiteenlopende doelgroepen. De rijwoningen richten zich hoofdzakelijk op starters, de tweekappers en de vrijstaande woning wordt ingespeeld op uiteenlopende doelgroepen en zullen met name de doorstroom in Kwadijk bevorderen. Hierdoor komen woningen voor starters elders in Kwadijk vrij. In de anterieure overeenkomst is afgehecht dat wordt voldaan aan de doelgroepenverordening. Geconcludeerd wordt dat voorliggende ontwikkeling aansluit op de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte in Kwadijk en in overeenstemming is met de gemeentelijke woonvisie, doelgroepenverordening en de daarin opgenomen beleidsuitgangspunten.

4.4.4

Toetsing van het initiatief aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten zoals verwoord in de in deze paragraaf behandelde beleidsdocumenten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

38

“Bufferwoningen Kwadijk” Vastgesteld

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieu- en omgevingsaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.

5.1

Geluid (Wet geluidhinder)

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen.

5.1.2

Situatie plangebied

In het plangebied worden maximaal 44 woningen gerealiseerd. Woningen worden in het kader van de Wet geluidhinder aangemerkt als geluidsgevoelige objecten. Om de geluidsbelasting als gevolg van omliggende wegen te beoordelen is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het onderzoek – uitgevoerd door Buijvoets Bouw- en Geluidsadvisering – is bijgevoegd in bijlage 3. Hierna wordt samengevat ingegaan op de conclusies uit het onderzoek. 5.1.2.1 Wegverkeerslawaai N-244 De geluidbelasting LDEN excl. de tijdelijke aftrek ten gevolge van de N244 bedraagt maximaal 50 dB in het maatgevende rekenpunt 1 op de kortste afstand van 315 meter uit de middenberm van de N244. Met 2 dB aftrek is de belasting maximaal 48 dB en gelijk aan de voorkeursgrenswaarde waarmee voor het aspect geluid sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Ontsluitingsweg De geluidbelasting LDEN incl. de tijdelijke aftrek van 5 dB ten gevolge van de ontsluitingsweg is maximaal 46 en 40 dB op de nieuwe woningen in rekenpunt 2 respectievelijk bestaande woning Kwadijk 103 in rekenpunt 3 en ligt ruim onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Kwadijk: 30 km/uur Van de Kwadijk zijn geen intensiteiten bekend. De weg loopt parallel aan de N244, heeft geen doorgaande functie en betreft voornamelijk bestemmingsverkeer naar de aanliggende percelen.

De woningbouwlocaties liggen op minimaal 45 m uit de weg en bovendien zorgt bestaande lintbebouwing langs de Kwadijk voor afscherming van het verkeerslawaai, waardoor de geluidbelasting op de gevels van de geplande woningen ruim onder de voorkeursgrenswaarde zal liggen. Deze weg kan buiten beschouwing worden gelaten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

39

“Bufferwoningen Kwadijk” Vastgesteld 5.1.2.2 Railverkeerslawaai Ten oosten van het plangebied bevindt zich op circa 830 meter een spoorlijn. Uit de geluidskaart LDEN voor treinverkeer van de Atlas leefomgeving blijkt dat de geluidzone van de spoorlijn niet over het plangebied reikt. Op onderstaande afbeelding is dit weergegeven.

Afbeelding 5.1: Uitsnede Geluidskaart treinverkeer (Bron: Atlas Leefomgeving)

Het nader beschouwen van railverkeerslawaai kan achterwege blijven en is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 5.1.2.3 Industrielawaai In de nabijheid van het plangebied zijn geen gezoneerde bedrijventerreinen aanwezig. In paragraaf 5.5 wordt nader ingegaan op geluidhinder als gevolg van individuele bedrijvigheid. Hier wordt geconcludeerd dat het aspect industrielawaai geen belemmering vormt.

5.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoering van het voorgenomen plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

40

“Bufferwoningen Kwadijk” Vastgesteld

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient een bodemonderzoek te worden verricht. In dit geval is in september 2021 in het plangebied een actualisatie en nader bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd door Hunneman Milieu advies. Dit naar aanleiding van een aangetoonde loodverontreiniging in het grondwater tijdens het voorgaande bodemonderzoek (2015). De resultaten van het onderzoek zijn bijgevoegd in bijlage 4. Hierna wordt ingegaan op de resultaten van dit onderzoek.

5.2.2

Situatie plangebied

Asbestonderzoek Zintuiglijk zijn lokaal in de bovengrond zwakke tot matige puinbijmengingen waargenomen. In de bodem is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de actuele contactzone, ter plaatse van de gronddammen, binnen RE-01 [0,0-0,5 m-mv] is analytisch, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, geen gewogen asbest aangetoond. In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. In de actuele contactzone, ter plaatse van de opgebrachte grond, binnen RE-02 [0,0-0,5 mmv] is analytisch, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, geen gewogen asbest aangetoond. In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. In de actuele contactzone, ter plaatse van de voormalige. objecten, binnen RE-03 [0,0-0,5 m-mv] is analytisch, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, geen gewogen asbest aangetoond. In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. Nader grondwateronderzoek lood In het grondwater uit peilbuis 31 t/m 34 zijn, met uitzondering van licht verhoogde gehalten aan chroom, geen gehalten aangetoond boven de streefwaarden. De aangetoonde gehalten aan chroom overschrijden de streefwaarde, maar blijven beneden de tussenwaarde.

Actualisatie vaste bodem en grondwater Analytisch zijn in de bovengrondmengmonsters MM-01, MM-02, MM-05 t/m MM-08, met uitzondering van licht verhoogde gehalten aan kwik, lood en/of molybdeen, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. De aangetoonde gehalten aan kwik, lood en molybdeen in MM-02, MM-05 en MM-06 overschrijden in geringe mate de achtergrondwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarden. Analytisch zijn in de ondergrondmengmonsters MM-03 en MM-04, met uitzondering van een licht verhoogd gehalte aan minerale olie in MM-04, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. Het aangetoonde gehalte aan minerale olie, naar verwachting veroorzaakt door humusstoring, overschrijdt de achtergrondwaarde, maar blijft beneden de tussenwaarde. In het grondwater (peilbuizen 49, 53 en 59) zijn, met uitzondering van licht verhoogde gehalten aan barium en/of chroom, geen gehalten aangetoond boven de streefwaarden. De aangetoonde gehalten aan barium en chroom overschrijden de streefwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarden. Conclusies en aanbevelingen Zintuiglijk zijn lokaal in de bovengrond zwakke tot matige puinbijmengingen waargenomen. In de bodem is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetroffen. In de vaste bodem zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen en minerale olie aangetoond.

In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. Het in 2015 sterk verhoogd aangetoonde gehalte aan lood in het grondwater is in onderhavig onderzoek niet aangetoond. De aangetoonde gehalten vormen geen aanleiding tot nader onderzoek.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

41

“Bufferwoningen Kwadijk” Vastgesteld Op basis van de onderzoeksresultaten is de actuele bodemkwaliteit afdoende vastgelegd en bestaan geen bezwaren voor de voorgenomen herontwikkeling van de locatie voor woningbouw.

5.2.3

Conclusie

Op basis van de onderzoeksresultaten bestaat er op grond van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen bezwaar het onderzochte terreindeel voor de geplande woningbouwdoeleinden te gebruiken.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.

5.3.2

Situatie plangebied

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een ontwikkeling van het plangebied waarbij 44 woningen worden gerealiseerd. Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

42

“Bufferwoningen Kwadijk” Vastgesteld beschreven in paragraaf 5.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tevens wordt geconcludeerd dat deze ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het ‘Besluit gevoelige bestemmingen’.

5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=85530234-9319-42b8-946a-82cdef913761