Rekenkameronderzoek naar armoede en schuldhulpverlening Edam-Volendam versie bestuurlijk wederhoor def
Tekst van het document
Maak kennis met Dennis, Shannah en Omar In dit onderzoek is gekozen om de handelingswijze van de gemeente Edam-Volendam te illustreren aan de hand van drie casussen. Deze casus zijn realistisch, maar fictief, en ook in eerder onderzoek door Necker toegepast. In het volgende hoofdstuk wordt in kaders toegelicht hoe deze personen door de gemeente geholpen zouden worden.
29.
Dennis: alleenstaande man, (dreigende) schuldenproblematiek: “Mijn naam is Dennis. Ik ben een alleenstaande man van 32 met een dochter van 11 en ben een halfjaar geleden ontslagen. Ik had weinig spaargeld en ontvang geen uitkering. Ik heb nog geen nieuwe baan gevonden. Ik heb al een paar maanden mijn huur en energierekening niet betaald. Een incassobureau heeft me al twee brieven gestuurd. Ik heb weinig vertrouwen in de overheid en krijg hier heel veel stress van. Kan de gemeente mij helpen?” Dennis heeft vooral een financieel probleem. In de praktijk zien we echter dat financiële problematiek kan leiden tot een kleinere sociale kring, en er is vaak geen geld over voor sport, cultuur of vrijetijdsactiviteiten. Dennis past in het bruine profiel. Shannah: zwanger, slechte woonruimte “Ik ben Shannah, 26 jaar, zeven maanden zwanger en woon in een huis met slechte isolatie met een hoge energierekening waardoor ik mijn rekeningen niet meer kan betalen. De kraamzorg zegt dat mijn huis niet goed is voor de baby. Ik weet niet waar ik naartoe moet. Ik heb geen contact met mijn ouders en ook niet met de vader van de baby.“ Shannah heeft meerdere problemen en is dus gebaat bij een integrale aanpak. Ze heeft financiële problemen die een acuut probleem veroorzaken. Daarnaast heeft ze een beperkt sociaal netwerk waar ze op terug kan vallen. Shannah past in het roze profiel.
Omar: armoede en weigert hulp van de overheid “Mijn naam is Omar, 74, en ik heb een klein pensioentje. Ik kan niet zo goed met geld omgaan en heb al best veel schulden gemaakt. Er zijn al weleens mensen van de gemeente bij mij langs geweest maar meestal stuur ik ze snel weer weg. Mijn Nederlands is niet zo goed.” Er zijn in elke gemeente, en ook in Edam-Volendam, een groot aantal mensen met een laag vertrouwen in de overheid. Deze mensen worden een stuk lastiger bereikt. Dat Omar niet zo goed Nederlands spreekt maakt het nog complexer. Omar past in het groene profiel.
30.
3 Uitvoering en samenwerking In dit hoofdstuk kijkt de rekenkamer naar de vertaling van het beleidskader naar de uitvoering van het armoedebeleid. We doorlopen daarvoor de stappen die een inwoner ook zou doorlopen in het zoeken en vinden van ondersteuning: preventie, signalering, toegang, toekenning. Daarnaast kijken we naar de inrichting van de casusregie.
Omdat maatschappelijke partners een belangrijke rol spelen in de uitvoering van het armoedebeleid, start het hoofdstuk met een beschrijving van de samenwerking met maatschappelijke partners. Hiermee beantwoordt de rekenkamer de volgende deelvragen: 6. Hoe werken verschillende gemeentelijke afdelingen met elkaar samen in de uitvoering van het armoedebeleid en schuldhulpverlening? 7. Hoe werkt de gemeente samen met maatschappelijke partners op het gebied van armoedebeleid en schuldhulpverlening? 8. Hoe geeft de gemeente in de uitvoering vorm aan preventie, vroegsignalering, toegang, toekenning, casusregie en doelbereik op het gebied van armoede en schuldhulpverlening?
3.1
Samenwerking met maatschappelijke partners
Kernbevinding: De samenwerking tussen de gemeente en de maatschappelijke partners verloopt over het algemeen goed, maar er zijn enkele verbeterpunten. Zo is de sociale kaart niet volledig en is het proces van doorverwijzen niet optimaal efficiënt.
De gemeente hecht veel waarde aan samenwerking met maatschappelijke partners De gemeente Edam-Volendam hecht grote waarde aan een sterke en goed afgestemde samenwerking met haar partners binnen het sociaal domein. Hierin wil de gemeente ‘de regie pakken’ in het versterken van de samenwerking tussen formele en informele zorg.52 In de samenwerking werkt de gemeente vanuit verschillende rollen. Zo treedt de gemeente op als facilitator van de sociale kaart van en voor professionals. De gemeente faciliteert dit door middel van een digitaal portaal, waar iedere organisatie zelf informatie actueel houdt. De gemeente houdt regie door “halfjaarlijks de informatie in de sociale kaart te controleren en waar nodig te actualiseren.”53 Wat betreft ontmoeting, geeft de gemeente aan dat partners hier zelf verantwoordelijk voor zijn. De gemeente reageert actief en meedenkend op initiatieven van partners om bij elkaar te komen. Wanneer het niet lukt, of wanneer
52 Gemeente Edam-Volendam. (juli 2022). Integraal Beleidskader Sociaal Domein: Zelf, samen, organiseren. p. 7. 53 Gemeente Edam-Volendam. (juli 2022). Integraal Beleidskader Sociaal Domein: Zelf, samen, organiseren. p. 10.
31.
bepaalde thematiek centraal moet staan, organiseert de gemeente bijeenkomsten.54 Tot slot neemt de gemeente ook een regisserende rol op zich in het afstemmen van processen en het vereenvoudigen van communicatie. Inwoners moeten niet onnodig belast worden met het herhaaldelijk verstrekken van persoonsgegevens of het telkens opnieuw vertellen van hun verhaal.55 Door het op elkaar afstemmen van werkwijzen, werkt de gemeente aan een eenduidige en toegankelijke dienstverlening. Dit bevordert niet alleen de efficiëntie, maar draagt ook bij aan de herkenbaarheid en laagdrempeligheid. In bijlage 4 is een overzicht van maatschappelijke partners te vinden.
De samenwerking met maatschappelijke partners verloopt goed, maar kan altijd beter Uit interviews met betrokken partijen blijkt dat de samenwerking in de basis goed verloopt. Partners hebben vaste contactpersonen binnen de gemeente, ervaren korte lijnen en waarderen de bereikbaarheid van de ambtelijke organisatie en het wijksteunpunt. Periodieke overleggen dragen bij aan kennisdeling en gezamenlijke probleemoplossing. Maatschappelijke partners spelen een belangrijke rol als schakel tussen de gemeenschap en de overheid; zij brengen signalen en behoeften vanuit de samenleving in, waardoor beleid beter kan aansluiten bij de inwoners. Verbeterpunten Hoewel de samenwerking positief wordt beoordeeld, zijn er punten waar de samenwerking verbeterd kan worden: Overlegstructuur: De frequentie en vorm van overleggen verschillen per partner. Sommige partners ervaren dat de gemeente veel bijeenkomsten organiseert en een actieve rol inneemt, terwijl anderen juist behoefte hebben aan meer ketenoverleggen. Rol- en verantwoordelijkheidsverdeling: Bij doorverwijzingen is niet altijd duidelijk welke medewerker of afdeling binnen de gemeente verantwoordelijk is, wat kan leiden tot onnodige doorverwijzingen van inwoners. Sociale kaart: Hoewel recent vernieuwd, wordt de sociale kaart door partners als incompleet ervaren.
Vooral organisaties die niet in de gemeente zelf zijn gevestigd (zoals OverRood) en specifieke initiatieven ontbreken, terwijl deze juist moeilijk vindbaar zijn voor inwoners en andere partners. Er is behoefte aan bredere opname en actief delen van de sociale kaart, ook met nieuwe of externe partners. Betrokkenheid bij samenwerking: Niet alle relevante medewerkers worden standaard betrokken bij het contact tussen gemeente en partners, wat kan leiden tot gemiste kansen voor inhoudelijke afstemming en betere dienstverlening.
3.2
Preventie
Kernbevinding: Preventie is een speerpunt in het beleidskader van Edam-Volendam voor het sociaal domein. Dit past ook bij de visie van de gemeente op zelfredzaamheid en samenkracht van inwoners. De gemeente organiseert samen met maatschappelijke partners veel acties op het gebied van preventie, gericht op verschillende doelgroepen. Preventie bestaat in Edam-Volendam uit een combinatie van het persoonlijk benaderen van inwoners en inzetten op zichtbaarheid van ondersteuning en hulp in brede zin.
Preventie is een speerpunt voor de aanpak in Edam-Volendam Preventie vormt een speerpunt binnen het gemeentelijk beleid van de gemeente Edam-Volendam. De gemeente hanteert de volgende definitie van schuldpreventie: “Schuldpreventie is een mix van maatregelen, activiteiten en voorzieningen die er op gericht zijn dat mensen financieel vaardig worden 54 Gemeente Edam-Volendam. (juli 2022). Integraal Beleidskader Sociaal Domein: Zelf, samen, organiseren. p. 10. 55 Gemeente Edam-Volendam. (juli 2022). Integraal Beleidskader Sociaal Domein: Zelf, samen, organiseren. p. 11.
32.
en zich zo gedragen dat zij hun financiën op orde houden.”56 Volgens het integraal beleidskader is een preventieve benadering essentieel om zowel de zelfredzaamheid van inwoners te versterken als de kosten binnen het sociaal domein beheersbaar te houden. Deze preventieve aanpak richt zich met name op inwoners die door ingrijpende life-events, zoals een echtscheiding, werkloosheid, het overlijden van een partner, ziekte of faillissement geconfronteerd worden met inkomensverlies. 57 Daarnaast stuurt Edam-Volendam stuurt een informatiebrief aan inwoners die binnenkort 18 jaar worden. Met deze communicatie brengt de gemeente zaken onder de aandacht waar de overheid en de gemeente inwoners kan ondersteunen. Jongeren worden via een 'prijsspel’ aangemoedigd om een checklist in te vullen om te kijken welke zaken jongeren nog moeten regelen voordat zij 18 worden, bijvoorbeeld inschrijven voor een (huur)woning of het regelen van een zorgverzekering. Verder is er een groeiende focus voor schuldpreventie onder jongeren. Uit de gesprekken met betrokken consulenten en medewerkers komt naar voren dat preventie in Edam-Volendam een combinatie is van persoonlijke benadering en brede zichtbaarheid. De consulenten gaan op reguliere basis op huisbezoek bij inwoners. Wanneer iemand niet thuis is, laten zij een kaartje achter met een laagdrempelig aanbod om contact op te nemen.
Daarnaast wijzen zij actief op de diensten die via het wijksteunpunt beschikbaar zijn. Deze persoonlijke aanpak wordt aangevuld met bredere, publieksgerichte communicatie. Via de website GeldFIT kunnen inwoners informatie vinden en ondersteuning krijgen bij het op orde brengen van hun financiële situatie. Hierbij wordt ook verwezen naar het voorliggend veld, zodat inwoners snel de weg vinden naar passende hulp. In paragraaf 3.4 gaat de rekenkamer nader in op voorlichting aan inwoners over hulp en ondersteuning.
Wat leren we van Dennis? Dennis heeft weinig vertrouwen in de overheid, en ontvangt nog geen uitkering of ondersteuning van de gemeente. Voor mensen zoals Dennis is het belangrijk dat de mogelijkheden voor ondersteuning makkelijk toegankelijk en begrijpelijk zijn. GeldFIT is daar een mooie methode voor. Uit onderzoek (bijvoorbeeld in het recente onderzoek van het SCP genaamd Zien, luisteren en helpen) blijkt echter dat inwoners met weinig vertrouwen in de overheid vaak niet zelf de eerste stap richting ondersteuning zetten, terwijl gemeenten in beleid dit wel van hen vragen. Een meer persoonlijke benadering zou, ook Dennis, daarin helpen. De gemeente Edam-Volendam organiseert dit onder meer via het Wijksteunpunt en de buurtkamers, maar Dennis zal eerder terugvallen op hulp van zijn sociale netwerk. Dat kan Dennis helpen, maar mogelijk ontloopt Dennis daardoor hulp en ondersteuning van de gemeente waar hij wel recht op heeft.
56 Gemeente Edam-Volendam. (november 2017). Beleidsplan schuldhulpverlening en armoede aanpak 2018-2022. p. 27. 57 Gemeente Edam-Volendam. (november 2017). Beleidsplan schuldhulpverlening en armoede aanpak 2018-2022. p. 28.
33.
Vergelijking met andere gemeenten: preventie Anders dan bij vroegsignalering hebben gemeenten relatief meer beleidsvrijheid om preventie in te richten.58 Dat maakt dat er het sterk per gemeente verschilt hoe de preventie is vormgegeven. Hieronder benoemen we drie voorbeelden uit Hoorn, Druten en Oisterwijk. De gemeente Hoorn geeft voorlichting over geldproblematiek aan werkgevers. Ook voeren ze preventief gesprekken met broodfondsen (voor ZZP’ers), organiseren ze voorlichting over geldproblemen op scholen en gaan ze bij mensen langs na levensveranderende gebeurtenissen, zoals een echtscheiding. Tijdens zo’n bezoek worden mensen ingelicht over het aanbod van regelingen. Ook in Druten schenkt men aandacht aan life-events. Als een inwoner 70 wordt, of bij het overlijden van een partner, komen welzijnswerkers langs voor een huisbezoek. Ook is de gemeente aangesloten op de Verwijsindex Schuldhulpverlening. Zo worden, als iemand schuldhulpverlening ontvangt, extra deurwaarderskosten voorkomen. In de gemeente Oisterwijk wordt invulling gegeven aan preventie door in te zetten op nazorg na schuldhulpverlening. Zo wordt terugval voorkomen. Ook bieden maatschappelijke partners trainingen aan inwoners om de financiële administratie op orde te krijgen.
3.3
(Vroeg)signalering, stress en schaamte
Kernbevinding: Sinds 2022 geeft de gemeente meer aandacht aan vroegsignalering. De gemeente EdamVolendam heeft vroegsignalering actief en persoonsgericht ingericht, met een relatief hoog bereik onder inwoners (53%, t.o.v. 20% landelijk) en een bovengemiddelde inzet op huisbezoeken (15,5% van de meldingen, t.o.v. 9% landelijk). Consulenten zijn hiervoor getraind in gespreksvoering. Ondanks deze intensieve aanpak blijkt de hulpacceptatie laag: slechts 8,5% van de bereikte huishoudens stemde in met schuldhulpverlening, tegenover een landelijk gemiddelde van 20%. De lage hulpacceptatie hangt volgens gesprekspartners mogelijk samen met factoren als schaamte en een sterke doe-het-zelfhouding onder inwoners. Zie ook figuur 6. Waarom mensen geen hulp accepteren wordt momenteel echter niet bijgehouden en is ook niet altijd te herleiden, geven gesprekspartners aan.
Cijfers vroegsignalering: vergelijking tussen EdamVolendam en landelijk Edam-…
Landelijk
% bereikte inwoners
53,0% 20,0%
% inzet huisbezoeken
15,5% 9,0%
% hulpacceptatie
8,50% 20%
Figuur 6: percentages vroegsignalering Edam-Volendam en landelijk 58 In de Memorie van Antwoord bij de Wet gemeentelijke schulpverlening staat dat het expliciet aan gemeenten is gelaten hier
nadere invulling aan te geven. Zie: Eerste Kamer der Staten-Generaal (2011). Memorie van antwoord Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: link.
34.
Vroegsignalering in de schuldenproblematiek en stressbestendigheid Uitgelicht: landelijk convenant vroegsignalering Onder leiding van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) hebben de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en ‘vastelastenpartners’ (onder andere zorgverzekeraars, energieleveranciers en verhuurders) een convenant gesloten om de wettelijk verplichte vroegsignalering uit te werken in concrete samenwerkingsafspraken. De vastelastenpartners mogen zonder toestemming van de betrokken klant informatie delen met de gemeente over bijvoorbeeld betaalachterstanden bij huur, energie of zorgverzekeringen. De gemeente kan dan gericht inwoners schuldhulpverlening bieden. Mét toestemming van de betreffende inwoner kan de gemeente inwoners met (dreigende) schulden doorverwijzen naar schuldhulpverlening (intern doorverwijzen) en kunnen bedrijven en instellingen klanten met (vermoedelijke) schulden ‘warm’ doorverwijzen naar de gemeente (extern doorverwijzen).59 Gemeenten hebben aanzienlijke beleidsvrijheid in de wijze waarop zij deze vroegsignalering organiseren en uitvoeren. Gemeenten bepalen bijvoorbeeld zelf: Welke signalen zij prioriteren (bijvoorbeeld huurachterstand boven energieachterstand); Hoe snel zij contact opnemen met inwoners na een signaal.
Gemeenten zijn in ieder geval verplicht om binnen 4 weken een gesprek aan te bieden na ontvangst van een signaal (als de inwoner dit aanbod heeft geaccepteerd);60 Op welke manier dat contact plaatsvindt (per brief, telefonisch, huisbezoek); Welke samenwerkingspartners lokaal worden betrokken (zoals wijkteams, vrijwilligersorganisaties, woningcorporaties of lokale energiecoöperaties). De gemeente Edam-Volendam kiest ervoor om zoveel mogelijk huisbezoeken af te leggen. De consulenten die deze huisbezoeken afleggen hebben een training in gesprekstechnieken gehad. Uit gesprekken blijkt dat de huisbezoeken vaak goed verlopen, maar dat de opvolging lastiger is: om de juiste ondersteuning te krijgen moeten inwoners documenten aanleveren bij de gemeente, maar dit gebeurt niet altijd. Inwoners kunnen hierbij geholpen worden door Humanitas en OverRood, maar ook de inzet van deze maatschappelijke organisaties heeft niet altijd het effect dat inwoners de benodigde documenten aanleveren.
Vroegsignalering in Edam-Volendam is actief, maar met terughoudende hulpacceptatie In 2024 ontving de gemeente Edam-Volendam 756 signalen over betalingsachterstanden via het landelijke systeem voor vroegsignalering van schulden. De meldingen kwamen binnen via zorgverzekeraars (394), energieleveranciers (250), waterbedrijven (86) en woningcorporaties (26). Omdat sommige huishoudens meerdere betalingsachterstanden hadden – bijvoorbeeld voor zowel huur als energie – gaat het in totaal om ongeveer 400 huishoudens. Van deze groep wist de gemeente in 213 gevallen contact te leggen; dat is 53 procent. Daarmee scoort Edam-Volendam ruim boven het landelijk gemiddelde, waar slechts in 20 procent van de meldingen daadwerkelijk contact wordt gelegd. De gemeente Edam-Volendam legt dan ook veel huisbezoeken af: in 2024 waren dat 62 huisbezoeken, zo'n 15,5 procent van alle huishoudens met een melding. Dat ligt aanzienlijk hoger dan het landelijke
59 NVVK (2025). Vroegsignalering: link; NVVK (2025). Landelijk convenant vroegsignalering: link. 60 Zie artikel 4, eerste lid, onderdeel b Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
35.
gemiddelde van 9 procent. Gemeenten die vaker huisbezoeken inzetten, zien doorgaans hogere slagingspercentages in contactlegging én hulpaanvaarding.61 Van de 213 bereikte huishoudens stemden er slechts 18 in met verdere schuldhulpverlening: een acceptatiegraad van ongeveer 8,5 procent. Daarnaast werd in 28 gevallen een betalingsregeling getroffen. Landelijk accepteert gemiddeld 20 procent van de bereikte huishoudens hulp. De lagere hulpacceptatie in Edam-Volendam kan volgens gesprekspartners wijzen op terughoudendheid bij inwoners om hulp te accepteren. Dit is in lijn met het beeld van de inwoner in Edam-Volendam: mensen willen het graag zelf oplossen. Waarom mensen geen hulp accepteren wordt momenteel echter niet bijgehouden en is ook niet altijd te herleiden, geven gesprekspartners aan. Desondanks laat de gemeente met deze cijfers zien dat een proactieve aanpak – met nadruk op persoonlijk contact – leidt tot substantieel meer bereik dan gemiddeld in Nederland. Uit de interviews komt naar voren dat inwoners verschillende belemmeringen ervaren bij het zoeken van hulp bij financiële problemen. Een veelgenoemde drempel is schaamte. Veel mensen proberen in eerste instantie zelfstandig een oplossing te vinden, al dan niet met ondersteuning van familie of het eigen sociale netwerk. Dit vertraagt of voorkomt de toeleiding naar gemeentelijke hulp.
In enkele gevallen wordt ondersteuning geboden via andere kanalen, zoals werkgevers die actief hulp aanbieden aan medewerkers met financiële zorgen. Dergelijke initiatieven kunnen de urgentie of bereidheid om een gemeentelijk hulpaanbod te accepteren verminderen, ook wanneer dit aanbod wordt gedaan naar aanleiding van vroegsignalering. Volgens betrokken professionals betreft een aanzienlijk deel van de signalen inwoners met relatief kleine schulden. Voor deze groep bestaat terughoudendheid om zich tot de gemeente te wenden, mede vanwege de perceptie dat gemeentelijke betrokkenheid als bemoeizuchtig wordt ervaren. Deze beeldvorming kan het bereik van vroegsignalering beperken. Uit de gesprekken blijkt dat huisbezoeken niet automatisch leiden tot hulpacceptatie. Tijdens een huisbezoek wordt informatie verstrekt over beschikbare ondersteuning, maar de keuze om een vervolggesprek aan te gaan of hulp te accepteren ligt nadrukkelijk bij de inwoner zelf. In praktijk blijkt dat lang niet alle inwoners hier gebruik van maken. De gemeente heeft geïnvesteerd in training van consulenten die betrokken zijn bij vroegsignalering. Medewerkers hebben onder meer trainingen gevolgd op het gebied van gesprekstechnieken, communicatievaardigheden en omgaan met agressie.
In deze trainingen was echter geen specifieke aandacht voor het omgaan met gevoelens van schaamte bij inwoners – terwijl dit in de praktijk een belangrijke factor blijkt te zijn bij het weigeren van hulp. Vergelijking met andere gemeenten : vroegsignalering Alle gemeenten zijn verplicht vroegsignaleringsmeldingen op te volgen, en vrijwel overal bestaat daarvoor een automatisch systeem. In Edam-Volendam gebeurt dit via het meldingssysteem “Vroegsignalering”, voorheen bekend als RIS of “Vroeg eropaf”, zoals ook in gemeenten als Diemen, Druten, Hoorn, Oisterwijk en Venray gebruikelijk is. Na binnenkomst van een melding wordt geïnventariseerd of inwoners gebruikmaken van minimaregelingen en hoe schuldeisers tegemoetgekomen kunnen worden. Huisbezoeken worden relatief vaak ingezet in de gemeente Edam-Volendam. In andere gemeenten worden huisbezoeken over het algemeen alleen bij ernstige gevallen ingezet; vaker volstaan een telefoontje of een brief. Onderzoek en praktijkervaring wijzen 61 Divosa. 2024. Vroegsignalering Schulden, Jaarrapportage 2024. Te raadplegen via: https://www.divosa.nl/publicaties/divosa-
monitor-vroegsignalering-schulden-jaarrapportage-2024-0.
36.
uit dat veel mensen op deze manier niet worden bereikt of hulp afslaan. Het blijkt bijvoorbeeld dat brieven van de gemeente vaak ongeopend blijven.
3.4
Toegang
Kernbevinding: Het Breed Sociaal Loket is in Edam-Volendam de centrale toegang tot hulp en ondersteuning voor inwoners met armoede- en schuldenproblemen. Daarnaast is er een belangrijke plek weggelegd voor het Wijksteunpunt in Edam, waar sociaal werkers inwoners kunnen begeleiden bij allerlei hulp- en ondersteuningsvragen. Uit gesprekken komt naar voren dat gemeente en maatschappelijke partners hun best doen om de toegang tot hulp en ondersteuning zo laagdrempelig mogelijk te organiseren. Toch hebben zowel gemeente als partners de indruk dat veel inwoners die hulp of ondersteuning nodig hebben niet bij hen aankloppen.
Naast het BSL heeft het Wijksteunpunt een belangrijke plek in de toegang In hoofdstuk 1 heeft de rekenkamer al stilgestaan bij de centrale positie van het BSL in de ondersteuning aan inwoners op het gebied van het sociaal domein. Inwoners kunnen bij het BSL terecht tijdens de wekelijks inloopochtend op donderdagen van 8:30 tot 12:30 u op het stadskantoor. Daarnaast kunnen inwoners telefonisch of per mail contact opnemen met het BSL. Inwoners die concreet een aanvraag willen doen, kunnen dat via het online portal BSL Online met hun DigiD doen.62 Naast het BSL heeft het Wijksteunpunt (gevestigd in de bibliotheek van Edam) een belangrijke plek in de toegang van inwoners tot hulp en ondersteuning. Op haar website geeft de gemeente hierover aan dat inwoners bij hulpvragen eerst aan vrienden, familie, buren of anderen in hun omgeving hulp kunnen vragen. Wanneer dat niet lukt, kunnen inwoners bij het Wijksteunpunt terecht.63 Bij het Wijksteunpunt kunnen inwoners (vertrouwelijk) in gesprek met sociaal werkers die hen kunnen ondersteunen bij allerlei hulpvragen, variërend van praktische ondersteuning bij geldzaken of brieven die inwoners niet begrijpen of adviezen over woningaanpassing of steun bij eenzaamheid en zingevingsvraagstukken. Ook ondersteunt het Wijksteunpunt bij vrijwilligersactiviteiten, buurtinitiatieven en ontmoetingsbijeenkomsten om eenzaamheid tegen te gaan.
Daarvoor zijn er ook begin 2023 op diverse plekken in de gemeente buurtkamers ingericht: informele ontmoetingsruimten in de wijken waar inwoners van alle leeftijden laagdrempelig activiteiten kunnen ondernemen.64 Het Wijksteunpunt is te bezoeken tijdens een vast spreekuur, maar is ook telefonisch en via WhatsApp voor inwoners bereikbaar.65 In het Wijksteunpunt werken diverse maatschappelijke partners samen: de sociaal werkers van Civic, Mee & de Wering, Vluchtelingenwerk en consulenten van het Centrum Onafhankelijke Cliëntondersteuning.66 Naast het BSL en het Wijksteunpunt kunnen inwoners met hulp- en ondersteuningsvragen ook op andere plekken in Edam-Volendam terecht. Ouders met opvoedingsvragen kunnen bijvoorbeeld terecht bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (zowel digitaal als tijdens het wekelijks spreekuur in Volendam).67 62 Gemeente Edam-Volendam (2025). Regelingen voor mensen met een laag inkomen: link. 63 Gemeente Edam-Volendam (2025). Regelingen voor mensen met een laag inkomen: link. 64 Gemeente Edam-Volendam (2025). Buurtkamers: link. 65 Gemeente Edam-Volendam (2025). Wijksteunpunt: link. 66 Civic Edam-Volendam (2025): Over ons: link. 67 CJG Edam-Volendam (2025). Advies en hulp: link.
37.
Voorlichting en informatievoorziening aan inwoners De gemeente Edam-Volendam probeert inwoners zo goed mogelijk te informeren over de mogelijkheden voor hulp en ondersteuning bij armoede en schuldenproblematiek. De rekenkamer benoemde al eerder de informatievoorziening via de website van de gemeente en de websites van diverse hulpaanbieders. Tegelijkertijd komt uit de gevoerde interviews naar voren dat digitale informatievoorziening niet genoeg is: veel inwoners zijn gewoonweg niet digitaal vaardig genoeg of zijn niet voldoende taalvaardig om de informatie van de gemeente en partners te begrijpen. De gemeente heeft daarom in de afgelopen jaren gekozen voor een combinatie van digitale informatievoorziening en fysieke informatievoorziening via bijvoorbeeld flyers en vouchers die bij de gemeente, het Wijksteunpunt of de buurtkamers klaarliggen. Zo heeft de gemeente een flyer laten maken met 24 praktische tips aan inwoners die moeite hebben om rond te komen door hoge energiekosten. Het team vroegsignalering heeft daarnaast gebruik gemaakt van flyers bij huisbezoeken voor gevallen wanneer inwoners niet thuis waren.
Op die flyers gaf de gemeente aan graag in gesprek te willen met de betreffende inwoner over hulp en ondersteuning bij betalingsachterstanden.68 Voor de toekenning van regelingen en andere vormen van hulp en ondersteuning maakt de gemeente veelal gebruik van informatiebrieven aan inwoners. In de brieven staat altijd een telefoonnummer en emailadres van de betrokken medewerker, zodat inwoners de gemeente kunnen bereiken bij vragen. De brieven bevatten ook een vaste paragraaf over de mogelijkheid van inwoners om bezwaren te maken over door de gemeente genomen besluiten, bijvoorbeeld wanneer een regeling niet of gedeeltelijk wordt toegekend. Uit de gevoerde gesprekken komt naar voren dat inwoners bij het Wijksteunpunt of de buurtkamers (bij wekelijkse ‘formulierencafés’ op woensdagochtend) hulp kunnen krijgen om brieven van de gemeente beter te kunnen begrijpen of om brieven te beantwoorden. Daar wordt door inwoners ook gebruik van gemaakt. Zoals in de vorige paragraaf benoemd komt het echter wel voor dat brieven aan inwoners ongeopend en/of onbeantwoord blijven. Uit de gesprekken komt naar voren dat er in de gemeente ook bijzondere aandacht is voor informatievoorziening en hulp aan inwoners voor wie het Nederlands niet hun eerste taal is. Dat kunnen statushouders en vluchtelingen zijn, maar ook mensen die al langer in Nederland wonen en de taal niet goed machtig zijn.
Vluchtelingenwerk en Club- en Buurthuiswerk Edam-Volendam werken samen om deze inwoners te helpen bij het wekelijkse taalcafé op donderdagmiddag. 69
68 Gemeente Edam-Volendam (2025). Diverse flyers met informatievoorziening over hulp en ondersteuning bij
schuldenproblematiek. 69 Gemeente Edam-Volendam (2025). Samen naar de top in de Singelwijk: link.
38.
Wat leren we van Omar? Omar heeft moeite met de Nederlandse taal en staat wantrouwend tegenover de gemeente. De communicatie van de gemeente is vooral in het Nederlands, wat het lastig maakt voor Omar om de diverse minimaregelingen en mogelijkheden voor hulp en ondersteuning te begrijpen. De aandacht van de gemeente voor begrijpelijke communicatie die past bij verschillende doelgroepen maakt dat de informatie al beter te begrijpen is, al blijft de taal een uitdaging. Fijn voor Omar is dat er in de wijk, met name bij de buurtkamer, mogelijkheden zijn om extra hulp te krijgen om brieven en informatie te begrijpen en om te oefenen met Nederlands. Tegelijkertijd is het wel aan Omar zelf om deze initiatieven op te zoeken. Waarschijnlijk zal Omar vanwege zijn schulden in Edam-Volendam wel in beeld komen via vroegsignalering, maar is het de vraag of hij de hulp en ondersteuning daarbij zal accepteren.
Gemeente en partners proberen laagdrempelig toegang te bieden tot hulp, maar niet alle inwoners die hulp nodig hebben zijn in beeld Uit de interviews komt een consistent beeld naar voren over de manier waarop inwoners van EdamVolendam met financiële en sociale problemen omgaan. Veel bewoners geven de voorkeur aan het zelfstandig of binnen de eigen gemeenschap oplossen van problemen, en stappen pas naar de gemeente wanneer de situatie escaleert. Wanneer inwoners zich uiteindelijk melden, betreft het vaak complexe en ernstige problematiek. Deze observatie onderstreept het belang van laagdrempelige en goed toegankelijke voorzieningen, maar benadrukt ook een structureel risico: een deel van de bevolking bereikt de formele hulpverlening niet tijdig. Schaamte speelt daarbij een wisselende rol. Verschillende gesprekspartners signaleren dat schaamte vaak voorkomt en inwoners daardoor minder snel contact zoeken met de gemeente. Andere betrokkenen zien dit effect minder nadrukkelijk in hun dagelijkse praktijk, wat suggereert dat de impact van schaamte per doelgroep of situatie kan verschillen. Een andere uitdaging betreft digitale vaardigheden. Minder digitaal-vaardige inwoners blijken volgens gesprekspartners moeilijker bereikbaar voor gemeentelijke diensten.
Een deel van deze groep haakt af tijdens het aanvraagproces en krijgt daardoor onvoldoende kans om tijdig ondersteuning te regelen. Ook organisaties die met kwetsbare groepen werken, zoals vluchtelingenwerk, zien dat digitale formulieren voor veel cliënten een struikelblok vormen. Hoewel de gemeente ondersteuning biedt bij het invullen van formulieren, gebeurt dit slechts bij hoge uitzondering. Een beter geïnstrueerde receptie en een duidelijkere doorverwijzing kunnen volgens betrokkenen het proces voor inwoners vereenvoudigen. Tegelijkertijd zijn er positieve ontwikkelingen. Het heringevoerde inloopspreekuur wordt door meerdere gesprekspartners als waardevol ervaren. Inwoners kunnen hier laagdrempelig binnenlopen voor vragen en advies, waarna ze efficiënt worden doorverwezen naar de juiste hulp. Het spreekuur lijkt daarmee een brug te vormen tussen bewoners die aarzelen contact op te nemen en het formele hulpaanbod van de gemeente. Daarnaast is Edam-Volendam aangesloten bij de Nederlandse Schuldhulproute.
39.
Uitgelicht : de Nederlandse Schuldhulproute De gemeente Edam-Volendam is in 2022 aangesloten bij de Nederlandse Schuldhulproute (NSR). Om inwoners te stimuleren naar één van de kanalen van de NSR te gaan, wordt door Stichting NSR data-analyse en marketingcampagnes ingezet. De NSR verzorgt deze communicatie. Op de route van de NSR staan de bezoekers verschillende mogelijkheden ter beschikking. De bezoeker kan tips en tools krijgen (afslag 1), waarmee hij of zij zelf aan de slag kan gaan (bijvoorbeeld een huishoudboekje, bespaartips of het aanvragen van een betalingsregeling), al dan niet met hulp van een online vrijwilliger. De bezoeker kan ook worden geadviseerd zich direct aan te melden voor hulp bij een vrijwilligersorganisatie of het gemeenteloket in zijn of haar eigen woonplaats (afslagen 2, 3 en 4). De kanalen waar men terecht kan zijn voor volwassenen geldfit.nl, voor jongeren moneyfit.nl en voor ondernemers geldfitzakelijk.nl. Een aantal maatschappelijke partners waar de gemeente mee samenwerkt zijn ook op één of meer van deze kanalen aangesloten. Geldfit is een online platform waar informatie over geldzaken opgezocht kan worden. Het biedt inzicht in de persoonlijke situatie en het is mogelijk om persoonlijk advies te vragen.70
3.5
Toekenning
Kernbevinding: Edam-Volendam kent ondersteuning via de diverse minimaregelingen direct toe aan aanvragers. De gemeente probeert maatwerk te bieden aan mensen die niet de eigen kracht hebben om zelfredzaam te zijn of mee te kunnen doen aan de samenleving. Daarbij probeert de gemeente een balans te houden tussen doelmatigheid en rechtmatigheid, omdat de gemeente het belangrijk vindt om inwoners volgens dezelfde regels gelijk te behandelen.
Edam-Volendam kent ondersteuning direct toe aan aanvragers De gemeente Edam-Volendam kent de hulp en ondersteuning in het kader van diverse minimaregelingen direct toe aan de aanvragers. Bij de regeling Kansen voor Kinderen werkt de gemeente samen met Stichting Sportkoepel Edam-Volendam en burgerinitiatief Geven en Nemen. Deze partijen kunnen cliënten aanmelden bij de gemeente.71 Gemeenten hebben verschillende mogelijkheden om minimaregelingen in te richten: Via bijzondere bijstand op basis van groepskenmerken en in wettelijk bepaalde gevallen 'categoriaal'. Dit is een collegebevoegdheid. Via een eigenstandige verordening op grond van artikel 108 van de Gemeentewet (algemeen belang). Dit is een raadsbevoegdheid.72 In gemeente Edam-Volendam zijn de minimaregelingen (op kwijtschelding na) gestoeld op artikel 35 van de Participatiewet en dus bijzondere bijstand. Verder wordt ondersteuning geboden vanuit onder andere de Wmo en de Jeugdwet. De gemeente wil dat de hulp en ondersteuning vanuit de diverse inkomensregelingen bijdraagt aan de zelfredzaamheid en participatie van inwoners aan de samenleving. De gemeente heeft kaders vastgesteld voor wanneer inwoners een beroep kunnen doen 70 Nederlandse Schuldhulproute (2025). Over ons - aanpak: link. 71 Het gaat hier blijkens de feitenverificatie van de nota van bevindingen om samenwerkingsovereenkomsten waarbij op basis van
'goed vertrouwen' wordt gewerkt. Destijds is juridisch onderzocht hoe deze route kon worden ingericht, zonder te maken te krijgen met alle publiekrechtelijke regels en procedures. De enige 'check' die wordt gedaan na een aanmelding is nagaan of het gezin voor het betreffende kind niet al gebruik heeft gemaakt van de regeling voor dat jaar. 72 Zo komt naar voren uit de feitenverificatie van de nota van bevindingen.
40.
op de diverse inkomensregelingen (zie ook paragraaf 1.2 van deze rapportage). Voor de inkomensondersteuning via de bijzondere bijstand geldt een vaste extra toets bij de toekenning: de kosten die zich voordoen zijn noodzakelijk, moeten voortkomen uit bijzondere omstandigheden en kunnen niet worden voldaan uit de bijstandsnorm, inkomenstoeslagen, studietoeslagen of het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.73
Net als andere gemeenten wil Edam-Volendam waar mogelijk maatwerk toepassen Hoewel voor het toekennen van hulp en ondersteuning bepaalde kaders gelden, zoeken gemeenten over het algemeen naar maatwerkoplossingen. Op die manier past de geboden hulp en ondersteuning het beste bij de situatie van de aanvrager en is de verwachting dat de hulp en ondersteuning ook leidt tot een oplossing op de langere termijn. De gemeente Edam-Volendam ziet maatwerk ook als een middel om mensen te helpen die niet de eigen kracht hebben om zelfredzaam te zijn of te kunnen participeren aan de samenleving.74 Gemeenten hebben de mogelijkheid om de schuldhulpverlening en inkomensregelingen zo in te richten, dat dit het beste bij de gemeentelijke context past. Gemeenten kunnen alleen (bijstands-)regelingen zonder aanvraag toekennen wanneer dat bij wet is toegestaan.75 Maatwerk : ontransparant of de oplossing ? Veel gemeenten maken gebruik van maatwerk om armoede te bestrijden, dat of vrijbesteedbaar is of wordt toegekend voor specifieke uitgaven. Doordat dit soort oplossingen zijn toegespitst op de unieke situatie van inwoners kunnen ze erg effectief zijn. Het voorkomt dat mensen door procedures buiten de boot vallen en er flexibel kan worden omgegaan met complexe problemen. Daarnaast draagt maatwerk bij aan het herstel van het vertrouwen in de overheid, omdat mensen zich gehoord en gezien voelen.
Tegelijkertijd ligt het gevaar van inconsistentie op de loer. Wanneer sommige mensen wel hulp krijgen en andere niet, kan dat vertrouwen in de overheid juist weer dalen. Daarnaast is het een tijdrovend proces, en kunnen extra middelen ten koste gaan van structurele oplossingen die op langere termijn meer impact zouden kunnen hebben. Uit de gevoerde gesprekken komt naar voren dat medewerkers van de gemeente bij iedere casus kijken hoe er maatwerk geleverd kan worden. Er wordt gekeken naar wat er naast de urgente problematiek nog meer speelt, wat de noodzaak is en waarom de hulp aangevraagd wordt. Met deze informatie kijkt de gemeente vervolgens welke regelingen het beste bij deze casus passen. Het team probeert daarbij zo goed en volledig mogelijk de casus in beeld te brengen om een doelmatige en rechtmatige oplossing te vinden. Uitgelicht : eenmalige energietoeslag in 2022 en 2023 In 2022 en 2023 keerde Edam-Volendam met rijksmiddelen de eenmalige energietoeslag uit. Huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociale minimum ontvingen eenmalige energietoeslag ambtshalve. Voor 2022 was dit €1300. Inwoners die geen hoofdbewoner waren van een zelfstandige woning of inwoners die geen energierekening betaalden waren uitgesloten. In 2022 zijn de beleidsregels aangepast om studenten niet langer uit te sluiten. In 2023 waren de beleidsregels gelijk.
Huishoudens met een bijstandsuitkering of huishoudens die gebruik maken van andere minimaregelingen kregen de energietoeslag automatisch uitgekeerd. Ook is er een groep 73 Gemeente Edam-Volendam (2025). Presentatie themasessie werk & inkomen, schuldhulpverlening en inburgering. 74 Gemeente Edam-Volendam. (juli 2022). Integraal Beleidskader Sociaal Domein: Zelf, samen, organiseren. p. 18. 75 Zie bijvoorbeeld: Tweede Kamer der Statengeneraal (september 2025). Memorie van toelichting Wetsvoorstel proactieve
dienstverlening SZW: link.
41.
gezinnen die niet bij de gemeente aangemerkt zijn als uitkeringsgerechtigd, maar wel recht hebben op energietoeslag. Hiervoor moest deze groep een aanvraagprocedure doorlopen.76 Bij de informatievoorziening over de eenmalige energietoeslag op de gemeentelijke website vroeg de gemeente potentiële aanvragers om de energietoeslag alleen aan te vragen als zij daadwerkelijk aan alle voorwaarden voldoen. De Koepel Sociaal Domein (KSD) reageerde hierop in een ongevraagd advies aan de gemeente dat potentiële aanvragers ten onrechte ontmoedigd zouden worden om de toeslag aan te vragen. Dit terwijl het Rijk volgens de KSD wel de mogelijkheid wilde bieden aan potentiële aanvragers om argumenten aan te dragen waarom zij desondanks recht hadden op de toeslag. De gemeente heeft vervolgens met de voorlichting op de website met iets andere woorden aangepast.77
Vergelijking met andere gemeenten : automatische toekenning Het valt te overwegen om te onderzoeken of het ook in Edam-Volendam mogelijk is ook andere inkomensregelingen net als bij de eenmalige energietoeslag automatisch toe te kennen. Dit model, waarin rechtmatige voorzieningen automatisch worden toegekend, wordt bijvoorbeeld in Venray en in Nissewaard toegepast, waar de individuele inkomenstoeslag automatisch wordt toegekend op basis van de gemeentelijke verordening. De gemeente Hoorn kent het meedoen-budget (Hoornpas) automatisch toe aan mensen in de bijstand, zodat zij deze voorziening zonder extra aanvraag ontvangen. Venray stelt voor dat een toets door Stichting Leergeld voldoende zou moeten zijn om ook andere regelingen toe te kennen. Dit zou betekenen dat andere partners niet zelf nog een keer hoeven uitrekenen of een inwoner recht heeft op hulp en voorkomt dat inwoners meermaals hun hele financiële situatie bloot moeten geven. Een mogelijke uitdaging hierbij is dat verschillende organisaties andere normen hanteren, waardoor de strengste norm leidend kan worden.
3.6
Casusregie
Kernbevinding: De gemeente maakt bij schuldhulpverlening gebruik van het zaakvolgsysteem iSamenleving om de casusregie in te richten. Via het BSL of een brede intake bij het Wijksteunpunt worden inwoners doorverwezen naar de juiste hulp. Voor veel casussen is er één consulent die de casusregie oppakt, maar bij multiproblematiek is de casusregie belegd bij een breder team. In andere gevallen is de casusregie bij een maatschappelijk partner belegd. De werkwijze van de gemeente is er vooral op gericht om de regie bij de inwoner zelf te organiseren. Niet alle inwoners zijn daar echter toe in staat.
Het zaaksysteem stelt de gemeente in staat om gerichte casusregie te voeren De gemeente Edam-Volendam organiseert de casusregie in de schuldhulpverlening via het zaakvolgsysteem iSamenleving. In dit digitale dossier wordt per inwoner en huishouden alle relevante informatie vastgelegd: van persoonsgegevens tot signalen en voorzieningen. Het zaakvolgsysteem kent een eigen diagnosetool om de zelfredzaamheid van inwoners in kaart te kunnen brengen en daarmee in beeld te krijgen welke hulp en ondersteuning passend kan zijn. Via het Breed Sociaal Loket of een brede intake bij het Wijksteunpunt worden inwoners doorverwezen naar passende hulp. In de
76 Noord-Hollands Dagblad (26 mei 2022). Grote verschillen per gemeente bij aanvraag energietoeslag: omslachtig in Purmerend,
tot voor kort onmogelijk in Edam-Volendam. ’Energiearmoede kan niet wachten op bureaucratie’: link. 77 Gemeente Edam-Volendam (7 november 2023). Reactie op ongevraagd advies KSD over de energietoeslag 2022 en 2023.
42.
meeste gevallen neemt één consulent de regie op zich. Bij multiproblematiek wordt dit belegd bij een breder team, of – afhankelijk van de situatie – bij een maatschappelijke partner.
De casusregie is in bepaalde gevallen (deels) belegd bij een maatschappelijk partner De werkwijze is erop gericht de regie bij de inwoner zelf te leggen. Dat sluit aan bij de zelfredzame delen van de bevolking, maar niet iedereen kan of wil deze verantwoordelijkheid dragen. Partners signaleren dat juist kwetsbare inwoners soms afhaken: doordat ze niet thuisgeven bij afspraken, moeite hebben met digitale formulieren, of problematiek – zoals verslaving – niet willen erkennen. Om dit te doorbreken zet de gemeente in op de zogenoemde doorbraakmethode: 78 een aanpak die uitgaat van de inwoner en desnoods door regels heen breekt om passende ondersteuning te bieden. Casussen worden integraal bekeken, vaak in overleg met partners uit zorg, welzijn en schuldhulp. Bij regelingen als Kansen voor alle Kinderen wordt gebruikgemaakt van bestaande netwerken, zoals scholen en sportverenigingen, om gezinnen te bereiken die anders buiten de boot vallen. Uitgelicht : regeling Kansen voor alle Kinderen Voor de regeling Kansen voor alle Kinderen werkt de gemeente samen met intermediairs.
Gezinnen met minderjarige kinderen die vanwege de inkomens- of vermogensgrenzen niet in aanmerking komen voor deze regeling via de reguliere aanvraagroute, kunnen – als er wel sprake is van (o.a.) financiële problematiek, waarbij gedacht kan worden aan een complexe scheidingssituatie - wel via de intermediairsroute (zoals Geven en Nemen) worden aangemeld voor de regeling. Bij het opzetten van de regeling ‘Kansen voor alle Kinderen’ hebben aan de voorkant gesprekken plaatsgevonden met o.a. maatschappelijke partners, scholen en sportverenigingen. Op die manier kon worden aangesloten bij de kennis en netwerken die er al waren. De uitvoering van schuldhulpverlening ligt bij de Kredietbank of Zuidweg & Partners, aangevuld met flankerende hulp. Toch blijft ‘vasthouden’ een knelpunt: als een inwoner drie keer niet opendoet, stopt de inzet vaak. Gesprekspartners zien kansen voor het inzetten van ervaringsdeskundigen, die als maatje kunnen helpen bij praktische zaken én het overwinnen van schaamte. Want hoe goed de systemen en methodes ook zijn ingericht, effectieve casusregie staat of valt met het vermogen om het vertrouwen van de inwoner te houden. Gesprekspartners geven aan dat in diverse gevallen van zware multiproblematiek een gokverslaving of drugsverslaving vaak onderdeel uitmaakt van de problematiek.
Een belangrijk knelpunt is dat inwoners dit vaak niet willen erkennen of het niet naar buiten durven te brengen. Om toch ondersteuning te kunnen bieden, wordt in dergelijke situaties gekozen voor een integrale aanpak. Hierbij schuiven verschillende expertises gezamenlijk aan om te bespreken wat er nodig is. Vergelijking met andere gemeenten : casusregie Problemen in het sociaal domein raken vaak aan meerdere levensgebieden zoals werk, onderwijs en gezondheid. Voor een meerkoppig probleem bestaat geen één oplossing, daarom is het van belang dat gemeenten integraal te werk gaan. Dat betekent verschillende afdelingen in stelselmatig met elkaar in contact brengen zodat gerichte en samenhangende oplossingen 78 Deze methode is ontwikkeld door het Instituut voor Publieke Waarden (IPW). Voor meer informatie zie: Wat is de
Doorbraakmethode? — IPW's Doorbraakmethode. Een voorbeeld van deze methode is de casus van twee alleenstaande moeders zonder uitzicht op woonruimte. Beide moeders voldeden niet aan de criteria voor urgentie. Met de methode werd een oplossing gevonden: beide moeders gingen samenwonen in één woning, elk met een eigen huurcontract. Zie ook: De Doorbraakmethode: werken vanuit het perspectief van de inwoner - Verder.
43.
gevonden kunnen worden en de kans op duurzame verbetering toeneemt. Maar samenwerking over verschillende departementen of met meerdere partners vereist overzicht. Om effectief te kunnen coördineren en voortgang te monitoren is casusregie cruciaal. Werk biedt niet alleen een inkomen, maar ook structuur sociale contacten en eigenwaarde, die allemaal essentieel zijn voor het doorbreken van de vicieuze cirkel van (generationele) armoede. Casusregie is voor veel gemeenten lastig, zeker als er veel wordt samengewerkt met maatschappelijke partners. Bij meer ingewikkelde casuïstiek, bijvoorbeeld in het veiligheidsdomein zijn er wel gemeenten met duidelijke afspraken. Zo is er in Venray een coördinator Zorg en Veiligheid als een casus zo ingewikkeld wordt dat er gemeentelijke regie nodig is. Het ontstaan van deze functie hangt sterk samen met de problematiek in Venray: een dorp met een grote GGZ-instelling en TBS-kliniek.
Wat leren we van Shannah? De casus van Shannah is ingewikkeld en valt niet onder de standaard regelingen. De gemeente heeft daarom ruimte om maatwerk te bieden. Omdat het bij Shannah over meerdere problemen gaat, op verschillende beleidsterreinen, is snelle en integrale ondersteuning belangrijk. De werkwijze via het Breed Sociaal Loket lijkt daarin te voorzien. Het is wel belangrijk om daarin heldere afspraken te maken over casusregie. In veel gevallen is het voor kwetsbare mensen lastig om zelf regie te voeren over hun dossier. In de diverse gevoerde gesprekken waarin de casus van Shannah is besproken zijn verschillende mogelijke oplossingen naar voren gekomen, zoals een bezoek van de Fixbrigade om de thuissituatie te bekijken, een aanmelding bij het Centrum voor Jeugd en Gezin en een gesprek met een inkomensconsulent. Daarbij is het creëren van een stabiele situatie de eerste prioriteit. Shannah zal in Edam-Volendam dus zeker worden geholpen, hoewel de keuze voor welke vorm van hulp of ondersteuning geboden wordt afhankelijk kan zijn van waar zij aanklopt.
44.
4 Monitoring en evaluatie In dit hoofdstuk gaat de rekenkamer in op de manier waarop de gemeente zicht houdt op de effecten van het armoede- en schuldhulpverleningsbeleid. Daarbij kijkt de rekenkamer naar hoe de gemeente kwalitatieve en kwantitatieve informatie inzet om het beleid te het monitoren, te evalueren en verder te ontwikkelen. Daarmee beantwoordt de rekenkamer de volgende deelvragen: 9. Hoe en in welke mate heeft de gemeente inzicht in het behalen van doelen? 10. Hoe wordt kwantitatieve en kwalitatieve informatie gebruikt in de analyse van de effectiviteit van het beleid?
4.1
Gebruik kwantitatieve en kwalitatieve informatie
Kernbevinding: De gemeente haalt inzicht in de doelgroep voornamelijk uit landelijke data zoals van het CBS, maar houdt sinds 2024 ook zelf een aantal indicatoren bij. De data die verzameld wordt is absoluut van aard en geeft geen inzicht in de resultaten ten opzichte van de doelgroep of de grootte van het probleem. Net als in andere gemeenten bestaat in Edam-Volendam het beeld dat het gebruik van minimaregelingen veel beperkter is ten opzichte van de potentiële doelgroep. Met andere woorden: mensen die wel recht zouden hebben op bepaalde minimaregelingen maken hier vaak geen gebruik van, weten de weg niet goed te vinden of maken bijvoorbeeld vanwege schaamtegevoelens geen gebruik van gemeentelijke voorzieningen.
De beschikbare informatie is vooral kwantitatief De gemeente Edam-Volendam maakt gebruik van verschillende informatiebronnen om inzicht te krijgen in armoede en schuldhulpverlening. Belangrijke bronnen zijn rapportages vanuit de vroegsignalering. In deze rapportages staan cijfers van het aantal meldingen van vroegsignalering en de opvolging daarvan. De gemeente ontvangt ook rapportages vanuit de kredietbank. In deze rapportages staat hoeveel cliënten de kredietbank heeft geholpen en wat de uitstroom was.79 Daarnaast is er monitoring van beleidsindicatoren in de jaarrekening (vanaf 2024: het jaarverslag). In dit verslag worden onder andere de volgende indicatoren bijgehouden: het aantal personen met een bijstandsuitkering, het aantal lopende re-integratievoorzieningen, de netto arbeidsparticipatie, de achterstanden onder jeugd en het aantal werkloze jongeren. Deze indicatoren worden vergeleken met het landelijk gemiddelde. Daarin staat bijvoorbeeld dat landelijk 344 op de 10.000 inwoners een bijstandsuitkering hebben, terwijl dit in Volendam 114 op de 10.000 inwoners is. 80 Zie figuur 7 voor een vergelijking met andere gemeenten:81
79 Gemeente Edam-Volendam (2023-2024). Jaarrapportages Kredietbank meldingen vroegsignalering.
80
Gemeente Edam Volendam (2024). Jaarstukken. Geraadpleegd via: https://edam-volendam.jaarverslag-
2024.nl/p29074/beleidsindicatoren?q=bijstandsuitkering 81 CBS. 2024. Bijstandsdichtheid. Te raaplegen via: https://www.cbs.nl/nl-nl/deelnemers-enquetes/decentrale-overheden/soczekerheid-overheid/bijstandsuitkeringenstatistiek--bus--
45.
Figuur 7: aantal inwoners (per 1000 inwoners) met een bijstandsuitkering
Ook wordt gebruikgemaakt van landelijke data, zoals de armoedecijfers van het CBS. Er bestaan ook landelijke dashboards, maar die geven onvoldoende inzicht in de specifieke situatie van EdamVolendam. Voor de verwerking en registratie van gegevens gebruikt de gemeente systemen als CiVision Samenlevingszaken (CSAM) en iSamenleving van PinkRoccade. Deze systemen bevatten informatie over inwoners die ondersteuning van de gemeente ontvangen. Tegelijkertijd wordt erkend dat deze systemen niet de volledige doelgroep in beeld brengen. Inwoners die geen contact hebben met de gemeente of geen gebruik maken van minimaregelingen, worden hierin niet geregistreerd. Om een beter beeld te krijgen van het bereik en niet-gebruik van regelingen kijkt de gemeente naar voorbeelden van andere gemeenten. Zo maakt de gemeente Schagen gebruik van microdata in de vorm van de ‘lokale armoedescan’ van het CBS. Voor Edam-Volendam is nog in bespreking of deze aanpak ook ingezet zal worden. Daarnaast wordt er gewerkt aan een eigen dashboard binnen het informatieplatform iNzicht. Dit dashboard moet beleidsrelevante stuurinformatie toegankelijk maken en meer inzicht geven in het vanuit welke regelingen uitgaven worden gedaan voor management en bestuur. Hierdoor wordt het mogelijk om gerichter te sturen op beleid en ondersteuning.
Hoe wordt de beschikbare informatie gebruikt? De beschikbare informatie geeft vooral inzicht in aantallen en trends, maar minder in de achterliggende oorzaken of de beleving van inwoners. Daarmee blijft het lastig om het daadwerkelijke bereik van regelingen en de effectiviteit van beleid goed vast te stellen. Bovendien is er sprake van een structurele beperking: de gemeente ziet alleen inwoners die in beeld zijn bij haar systemen of ondersteuning ontvangen. De groep die buiten de gemeentelijke registraties valt, blijft grotendeels onbekend. Dit betekent dat beleidskeuzes en sturingsinformatie altijd een zekere mate van onzekerheid in zich dragen. Om dit gat te dichten, zou de gemeente – net als andere gemeenten – meer gebruik kunnen maken van kwalitatieve informatie, zoals gesprekken met inwoners, ervaringsdeskundigen en maatschappelijke
46.
organisaties. Op die manier ontstaat een vollediger beeld van de doelgroep en de mate waarin regelingen daadwerkelijk aansluiten bij hun behoeften.
4.2
Inzicht in het doelbereik
Kernbevinding: De gemeente heeft beperkt zicht op de effecten van het armoedebeleid. Een mogelijke oorzaak hiervan is het ontbreken van concrete Kritieke Prestatie Indicatoren (hierna: KPI’s) in het beleid. Daarnaast ontbreekt het aan doelen op tactisch niveau waardoor het doelbereik van de gehele inzet moeilijk kan worden beoordeeld. Op dit moment wordt de monitoringsdata weinig gebruikt bij zowel de evaluatie als ontwikkeling van het beleid.
De gemeente heeft geen kwantitatieve doelstellingen vastgesteld In de beleidsstukken van Edam-Volendam zijn geen harde, kwantitatieve doelstellingen opgenomen die richting geven aan de uitvoering. Zo ontbreekt er bijvoorbeeld een streefwaarde voor het bereik van minimaregelingen, of een doelstelling voor de mate waarin schuldenproblematiek moet afnemen. De huidige ambities zijn overwegend kwalitatief geformuleerd, zoals het streven naar “het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners” of “het terugdringen van armoede en schulden”. Deze formuleringen bieden wel richting, maar zijn lastig te meten. Daarnaast zijn er geen prestatie-indicatoren vastgesteld die de effectiviteit van beleid concreet inzichtelijk maken. De indicatoren die wel worden bijgehouden (zoals aantal bijstandsuitkeringen, reintegratievoorzieningen en jeugdwerkloosheid) geven vooral een kwantitatief beeld van de situatie, maar zeggen weinig over de mate waarin de gemeentelijke inzet daadwerkelijk verschil maakt. Gesprekspartners geven aan dat hierdoor vaak meer wordt gestuurd op uitvoeringscijfers dan op maatschappelijke effecten. Edam-Volendam in vergelijkend perspectief Veel gemeenten worstelen met het inzichtelijk maken van het doelbereik van hun armoede- en schuldenbeleid.
Gemeenten als Schagen en Alkmaar hebben de afgelopen jaren stappen gezet door gebruik te maken van de CBS-armoedescan of door eigen dashboards te ontwikkelen die specifiek gericht zijn op het meten van bereik en effectiviteit. Edam-Volendam bevindt zich nog in een verkennende fase: het iNzicht-dashboard dat in ontwikkeling is, biedt kansen om beleidsinformatie meer te koppelen aan concrete doelen en om daarmee sturing te verbeteren. Tegelijkertijd is de context van Edam-Volendam bijzonder. Het aantal inwoners met een bijstandsuitkering is relatief laag ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Hierdoor kan de gemeente minder eenvoudig gebruik maken van landelijke referentiecijfers of grote datastromen. Dit maakt het des te belangrijker om lokaal scherp te definiëren wat men onder succes verstaat en welke indicatoren daarvoor relevant zijn. Een KPI waar gemeenten wel goed op kunnen sturen is bijvoorbeeld ‘het bereik van onze minimaregelingen ligt boven de 80%’. De gemeente Venray heeft een raadsmonitor ontwikkeld met indicatoren die de raad helpen om te sturen op het beleid. Veel gemeenten kennen een integrale monitor sociaal domein. Dit is een jaarlijkse rapportage over de inspanningen van de gemeente binnen het sociaal domein.
De gemeente Maastricht brengt hierin bijvoorbeeld in beeld hoeveel mensen gebruik maken van schuldhulpverlening, bijstand, bijzondere bijstand en re-integratietrajecten. Vaak geven monitors sociaal domein echter geen inzicht in het bereik van de regelingen. Monitors sociaal domein zijn veelal meer gericht op output (welke inzet is gepleegd ?) en minder op outcome (wat is er daadwerkelijk bereikt ?). In Edam-
47.
Volendam is de verantwoording over het armoedebeleid ook veelal outputgericht. Het gebruik van microdata kan de gemeente in staat stellen om meer outcome-gericht te rapporteren over de inzet.
48.
Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording Verloop van het onderzoek Het rekenkameronderzoek begon met een startgesprek met de organisatie op 28 april 2025. Bij de organisatie is vervolgens een verzoek gedaan om documentatie aan te leveren. In mei 2025 is de documentatie ontvangen en geanalyseerd. In juni 2025 zijn de interviews met betrokken ambtenaren, maatschappelijke partners en de portefeuillehouder gevoerd. Deze gesprekken zijn vastgelegd in een gespreksverslag dat door de betrokkenen is geaccordeerd. Op 8 september is de rapportage verzonden voor ambtelijk wederhoor (feitenverificatie). De ambtelijke reactie is vervolgens verwerkt, waarna de rekenkamer conclusies en aanbevelingen heeft opgesteld. Het rapport is op 21 oktober 2025 aangeboden aan het college voor bestuurlijk wederhoor. De bestuurlijke reactie is ontvangen en integraal, met een nawoord van de rekenkamer, opgenomen in het rapport. Het eindrapport is op DATUM aangeboden aan de raad.
Geraadpleegde bronnen Voor de geraadpleegde schriftelijke documentatie verwijst de rekenkamer naar de voetnoten in de rapportage. Hieronder geeft de rekenkamer een overzicht van de voor dit onderzoek gevoerde groepsinterviews. Datum interview
Deelnemers interview (op functie)
Organisatie
20 juni 2025
Teamleider Frontofficemedewerker Kwaliteitsmedewerker participatiewet
Gemeente Edam-Volendam
23 juni 2025
Consulent schuldhulpverlening Inkomensconsulent Consulent vroegsignalering en schuldhulpverlening Medewerker schulden en financiële problematiek
Gemeente Edam-Volendam
26 juni 2025
Coördinator Sociaal raadsvrouw Maatschappelijk werkster Coördinator Kwaliteitsmanager Regiocoördinator
Wijksteunpunt Edam (Civic) Mee & De Wering Vluchtelingenwerk Nederland (Edam-Volendam en Waterland) Zuidweg & Partners OverRood
30 juni 2025
Beleidsmedewerkers sociaal domein Teamleider Bestuurlijk portefeuillehouder
Gemeente Edam-Volendam
49.
Bijlage 2. Technische onderzoeksverantwoording In dit onderzoek is gebruik gemaakt van data die Necker eerder heeft opgehaald in het onderzoek naar armoede en ongelijkheid in negen gemeenten in Nederland. In dit onderzoek is ook de indeling volgens acht inwonersprofielen gebruikt, om de inzet van de gemeente te kunnen duiden op basis van de behoeften van de verschillende inwonersprofielen. Daarom wordt in deze bijlage ook een technische onderzoeksverantwoording weergegeven over hoe de inwonersprofielen tot stand zijn gekomen.
Indicatoren voor armoede en ongelijkheid De indeling van ongelijkheid en typen kapitaal is afgeleid van het onderzoek naar Eigentijdse ongelijkheid door het SCP82. Zij maken gebruik van een indeling in typen kapitaal die voor het eerst in de rapportage Verschil in Nederland83 is gebruikt. Hieronder wordt per type kapitaal een nadere toelichting gegeven evenals de indicatoren die hiervoor zijn gebruikt. Economische kapitaal Deze vorm van kapitaal richt zich op de financieel-economische positie van de inwoner binnen de samenleving. Het kijkt daarom niet alleen naar geld, maar ook naar de mogelijkheden om geld te verdienen. Met andere woorden, naast financiële positie ook het potentiële verdienvermogen van inwoners. In dit onderzoek zijn daarvoor de volgende indicatoren gebruikt: Indicatoren Bereikt onderwijsniveau (vergeleken met landelijk) Inkomensverdeling (vergeleken met landelijk) Aantal personen dat moeite heeft met rondkomen (vergeleken met landelijk)
Jaartal 2023 2023 2022
Werkloosheidspercentage (vergeleken met landelijk)
2022
Bron CBS Arbeidsdeelname CBS Inkomensverdeling Gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen van GGD'en, CBS en RIVM CBS Arbeidsdeelname
Cultureel kapitaal Cultureel kapitaal ('waar je bij past') gaat om vaardigheden die nodig zijn om mee te kunnen doen in de moderne maatschappij, zoals Engels spreken of met computers om kunnen gaan. In dit onderzoek zijn daarvoor de volgende indicatoren gebruikt: Indicatoren Lidmaatschap van verenigingen Beheersing van Engelse taal Basale digitale vaardigheden