CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

planMER omgevingsvisie.pdf

Raadsplein Bespreekronde Ia 20 april 2023, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot instemmen met het voor inspraak vrijgeven van het ontwerp omgevingsvisie inclusief het 2 documentenplanMER.32.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

•

Aantal verkeersslachtoffers ten opzichte van het gemiddelde (aantal ziekenhuisopnamen per 10000 inwoners per gemeente in provincie Noord-Holland).

Bereikbaarheid

•

Tevredenheid bewoners bereikbaarheid gemeente (uitgedrukt in cijfer 1-10)

Werklocaties

•

Verhouding vraag en aanbod

Landschappelijke en cultuurhistorische waarden

•

Status landschappelijke en cultuurhistorische waarden voor deelgebieden

Natura 2000

•

Staat van instandhouding soorten en habitattypen

Natuurnetwerk Nederland

•

Oppervlak, samenhang, wezenlijke kenmerken en waarden

Waterkwaliteit en -kwantiteit

• •

Kwaliteit van het oppervlakte water (toxiciteit) Waterbergend vermogen van de ondergrond

Bodemkwaliteit

•

Bodemverontreiniging en saneringslocaties

Recreatie

•

Aanbod recreatieve voorzieningen ten opzichte van de vraag

27/94

Kenmerk

3.2

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Stap 1 : In beeld brengen huidige situatie en autonome ontwikkeling (referentiesituatie)

De volgende stap is het in beeld brengen van de huidige situatie en de verwachte autonome ontwikkelingen (HSAO). Autonome ontwikkeling betekent de te verwachten voortgang van de huidige situatie zonder dat er nieuw beleid van kracht is. In deze fase is het kwaliteitsniveau voor de vooraf bepaalde indicatoren beschreven. De beoordeling van het kwaliteitsniveau is uitgedrukt in slecht, redelijk en goed (tabel 3.3). De beoordeling is voor alle indicatoren uit het beoordelingskader onderbouwd in factsheets (zie bijlage 3). Waar mogelijk is gebruik gemaakt van kaartmateriaal om zo ruimtelijk te kunnen duiden waar bepaalde kansen of knelpunten optreden. De huidige situatie en autonome ontwikkeling vormen samen de “referentiesituatie” waartegenover in stap 4 het effect van de Omgevingsvisie is afgezet. Tabel 3.3 Legenda symbolen huidige situatie en autonome ontwikkeling Goed

Redelijk

Slecht

Zoals beschreven in 2.4.4. zijn er in feite twee referentiesituaties: een met de ontwikkeling van De Lange Weeren en een zonder deze ontwikkeling. De situatie met de ontwikkeling van De Lange Weeren is het uitgangspunt. De situatie zonder de ontwikkeling van de Lange Weeren is geanalyseerd in een additionele gevoeligheidsanalyse, beschreven in hoofdstuk 4.24.

3.3

Stap 2: Uitvoeren effectbeoordeling en in beeld brengen doelbereik

In stap 2 is de effectbeoordeling uitgevoerd en het doelbereik in beeld gebracht. Uitvoeren effectbeoordeling Op basis van het beoordelingskader is voor het nieuwe beleid beoordeeld of er sprake is van een mogelijk positief effect, geen of een beperkt effect of een mogelijk negatief effect in relatie tot de referentiesituatie (de beoordelingen zijn aangeduid met de symbolen in tabel 3.4). Zo is een eerste beeld gecreëerd van de mate waarin het relevante nieuwe beleid tot effecten kan leiden op de betreffende indicator. Concreet is per indicator gekeken of: • Er mogelijk een verslechtering optreedt ten opzichte van de huidige situatie en autonome

• •

ontwikkeling (HSAO), indien er met name negatieve effecten optreden als gevolg van het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie Er geen verschil optreedt ten opzichte van de referentiesituatie (HSAO), indien er geen of beperkt effecten zijn van het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie Er mogelijk een verbetering optreedt ten opzichte van de referentiesituatie (HSAO), indien er met name positieve effecten optreden als gevolg van het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie

28/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Tabel 3.4 Legenda symbolen effect Omgevingsvisie Positieve invloed

Geen of beperkte invloed

Negatieve invloed

Doelbereik In het doelbereik is beoordeeld in welke mate de vooraf gestelde ambities in de Omgevingsvisie behaald kunnen worden. Onderzocht is op welke wijze er navolging wordt gegeven aan het nieuwe beleid op de betreffende indicator en wat de invloed van de gemeente Edam-Volendam daarop is. Bij het doelbereik is per ambitie in beeld gebracht of: •

Er sprake is van geen tot zeer beperkte kans om de ambitie te behalen

• •

Er sprake is van een redelijke kans om de ambitie te behalen Er sprake is van een reële kans om de ambitie te behalen

Verder is in een grafiek aangegeven hoe groot de onzekerheid is in de mate waarin de ambitie wordt behaald. De onzekerheid wordt groter naarmate autonome ontwikkelingen mee spelen (bijvoorbeeld: wanneer rijden alle voertuigen emissieloos?) en/of als de gemeente afhankelijk is van andere partijen. De bandbreedte van onzekerheid geeft dus aan hoeveel de gemeente zelf kan doen aan het behalen van de gestelde ambities. Uitwerkingen op gebiedsniveau Een deel van de uitspraken in de Omgevingsvisie is van toepassing op de hele gemeente en is daarmee abstract. Een ander deel van de uitspraken is op gebiedsniveau verder uitgewerkt. Het MER moet aansluiten op het abstractieniveau van de Omgevingsvisie. Daarom is voor concrete ontwikkellocaties zoals De Purmer en de Julianaweg gewerkt met indicatieve invullingen. Passende Beoordeling Het opstellen van een Passende Beoordeling, gericht op ontwikkellocaties de Purmer en Julianaweg is eveneens onderdeel van het uitvoeren van de effectbeoordeling.

3.4

Stap 3: In beeld brengen synergie en strijdigheden (afwegen alternatieven)

De kern van het proces is de vraag hoe en met welke voorwaarden de gemeente Edam-Volendam de balans kan behouden in het ruimtegebruik en de kwaliteiten van diverse kernen. Hoewel het uitgangspunt van de Omgevingsvisie is om de samenhang tussen ambities te zoeken, kunnen deze ambities ook strijdig zijn met elkaar. Daarom brengt dit PlanMER ook de kans op onderlinge strijdigheden tussen de gestelde ambities in beeld. In sommige gevallen zouden keuzes gemaakt moeten worden. Deze keuzes zijn bekeken aan de hand van het afwegingskader, zoals opgenomen in de concept Omgevingsvisie.

29/94

Kenmerk

3.5

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Stap 4: Locatieafweging en toetsen alternatieven

De Omgevingsvisie van de gemeente Edam-Volendam is kaderstellend voor de ontwikkeling van De Purmer en de Julianaweg. Aangezien het gaat om concrete locaties die worden toegevoegd aan de Omgevingsvisie worden zijn deze op een vergelijkbaar detailniveau meegenomen in het MER. Dit betekent dat er in plaats van enkel kwalitatieve onderzoeken ook meer kwantitatieve onderzoeken zijn uitgevoerd. Door middel van een GIS-analyse is, met behulp van vooraf vastgestelde kansen en belemmeringen, een scan gedaan naar geschikte bedrijfslocaties, ook wel zoeklocaties genoemd. Deze zoeklocaties zijn op kaart gezet, waarna onderzoek is gedaan naar de mogelijke effecten van deze locaties op de omgeving. Daarbij is gebruik gemaakt van standaardcontouren voor onder andere de thema’s geluid en externe veiligheid. Aanvullend is gekeken naar de resultaten van de verkeersonderzoeken die de gemeente Edam-Volendam heeft laten uitvoeren door een extern verkeerskundig bureau. Aan de hand van de verkeersintensiteiten uit het verkeersonderzoek is op basis van expert judgement een inschatting gemaakt van de effecten op de thema’s geluid, geur, stikstof en luchtkwaliteit.

3.6

Stap 5: Beschrijven aanbevelingen en mitigerende maatregelen

Aan de hand van de effectbeoordeling en de alternatievenafweging zijn aanbevelingen opgenomen en, indien van toepassing, aanbevelingen voor mitigerende maatregelen gedaan waardoor problemen of knelpunten verminderd of weggenomen kunnen worden. Mitigeren betekent dan ook verzachten of verminderen. De aanbevelingen zijn het startpunt voor de verdere uitwerking van het beleid in omgevingsprogramma’s en gebiedsvisies.

3.7

Stap 6: Monitoring (aanzet monitoringsprogramma)

Het is nodig om het kwaliteitsniveau van de fysieke leefomgeving op gezette tijden en geordend bij te houden. In dit PlanMER volgt daarom ook een eerste aanzet van een systeem voor monitoring en evaluatie. Een dergelijk systeem is nodig om te kunnen bepalen of gewenste doelen en voorspelde effecten ook daadwerkelijk uitkomen. Als dit niet het geval is, kan worden bijgestuurd door maatregelen in te zetten of door het beleid aan te passen. Het ontwikkelen van dit systeem begon al bij de beschrijving van de referentiesituatie waarbij is nagedacht over hoe de verschillende ambities en effecten gemeten en getoetst kunnen worden. Door de monitoring blijft dit PlanMER actueel. Bij wijzigingen in het beleid kijkt de gemeente of de uitgangspunten overeenkomen met wat in het PlanMER staat. Wanneer er kleine wijzigingen in het plan en of de referentiesituatie zijn, is een inhoudelijke wijziging in het PlanMER een logische keuze. Aan het einde van het proces is bekeken of een aanvullende beoordeling nodig is. Er is gekeken of de wijzigingen leiden tot andere of meer nadelige milieugevolgen, dan wel andere keuzes, spelregels of maatregelen. Een volledig nieuwe m.e.r.-procedure is alleen aan de orde als het plan zo wezenlijk wijzigt dat er eigenlijk sprake is van een nieuwe visie met andere milieugevolgen.

30/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

4 De leefomgeving en de effecten van de Omgevingsvisie In dit hoofdstuk worden de effecten van de voorgestelde opgaven en bijhorende uitwerking uit de Omgevingsvisie beschreven. Dit wordt uitgedrukt in de invloed van de Omgevingsvisie op kwaliteit of anders gezegd de toestand van de referentiesituatie. De referentiesituatie wordt gevormd door de huidige situatie en de situatie bij ongewijzigd beleid (autonome ontwikkeling) (HSAO). De paragrafen zijn opgezet aan de hand van het opgestelde beoordelingskader met indicatoren (zie hoofdstuk 3.1) (dat gevormd is op basis van de opgaven die de gemeente Edam-Volendam hanteert in de Omgevingsvisie). Per indicator is de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het effect van de Omgevingsvisie beoordeeld. Een gedetailleerde beschrijving van de kwaliteitsniveaus van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling per indicator is opgenomen in bijlage 3. Zoals beschreven zijn er in feite twee referentiesituaties: een met de ontwikkeling van De Lange Weeren en een zonder de ontwikkeling. De situatie met de ontwikkeling van De Lange Weeren is het uitgangspunt. De situatie zonder De Lange Weeren analyseren we in additionele gevoeligheidsanalyse, beschreven in hoofdstuk 4.24.

Nuancering effectbeoordeling Binnen de gemeente Edam-Volendam is er een stedelijk gebied bestaande uit de naast elkaar gelegen kernen van Edam en Volendam, daarnaast is een groot deel van de gemeente natuur of landelijk gebied. De score van de huidige situatie en autonome ontwikkeling is bij een groot aantal indicatoren ‘redelijk’, vanwege een gemiddelde van deze deelgebieden. Om scherper te duiden dat er soms verschillen zijn tussen enerzijds de beoordeling van de HSAO voor het deel natuur en landelijk gebied, en anderzijds voor de beoordeling van de HSAO voor het stedelijk gebied, is in bijlage 3 een extra nuance-kolom aangebracht in de samenvattende tabel. Deze tabel komt ook terug in de samenvatting van dit PlanMER. Dit om een vertekend beeld te voorkomen.

4.1

Woningvoorraad

Tabel 4.1 Overzichtstabel effecten woningvoorraad Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Woningvoorraad (kwantitatief en kwalitatief)

Door de beoogde transformatie van het bedrijventerrein op de Julianaweg naar een functiemix met woningen, kan Edam-Volendam een groter deel van de woningzoekenden bedienen. Het bijbouwen van nieuwe woningen, mits met een gedegen visie die verder kijkt dan de korte termijn, kan er voor zorgen dat Edam-Volendam richting 2050 een woningaanbod heeft dat goed aansluit bij de wensen van bewoners. Er wordt om die reden verwacht dat de visie een positief effect heeft op het woningaanbod.

31/94

Kenmerk

4.2

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Voorzieningenniveau

Tabel 4.2 Overzichtstabel effecten voorzieningenniveau Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Voorzieningenniveau

In het kader van voorzieningenniveau heeft de Omgevingsvisie naar verwachting een positief effect. Gemeente Edam-Volendam legt onder andere nadruk op het toevoegen van sportieve buitenruimten en grijpt de ontwikkeling van nieuwe woningen en transformatie van terreinen aan om het bestaande voorzieningen aanbod te verbeteren. Hoewel de bouw van nieuwe woningen ook kan zorgen voor een verdere druk op het huidige voorzieningenniveau, zal de verdichting en toename in inwoneraantal het draagvlak voor voorzieningen juist verder verhogen. Verder hebben functiemenging en het verbeteren en uitbreiden van recreatieve voorzieningen tevens een positieve uitwerking. De verwachting is dat de invloed van de Omgevingsvisie op de indicator voorzieningenniveau per saldo positief is.

4.3

Gezondheidsbevordering

Tabel 4.3 Overzichtstabel effecten gezondheidsbevordering Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Gezondheidsbevordering

Het beleid in de Omgevingsvisie draagt op diverse manieren bij aan het creëren van ruimte voor spelen en bewegen. Zo wordt ingezet op het verbinden van groengebieden, op het verbeteren van fiets- en wandelnetwerken en het creëren van meer sportieve buitenruimten. De Omgevingsvisie zet ook in op het bouwen van een nieuwe woningen. Verdichting en de daarbij groeiende bevolkingsdichtheid verhogen naar verwachting de druk op de ruimte voor spelen en bewegen. De verwachting is dat de invloed van de Omgevingsvisie op gezondheidsbevordering per saldo positief is.

4.4

Luchtkwaliteit

Tabel 4.4 Overzichtstabel effecten luchtkwaliteit Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Luchtkwaliteit

De Omgevingsvisie voorziet in het toevoegen van nieuwe woningen en tevens de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein. Verdichting van woningen kan leiden tot meer gehinderden. In De Purmer worden door de relatief beperkte verkeerstoenamen en daarnaast het schoner worden

32/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

van bedrijven qua luchtkwaliteit geen nieuwe knelpunten verwacht. De gemeente zet verder ook in op het stimuleren van fiets- en OV- gebruik, wat potentieel kan leiden tot minder vervuilende uitlaatgassen. De verwachting is dat de invloed van de Omgevingsvisie per saldo beperkt is.

4.5

Geluid

Tabel 4.5 Overzichtstabel effecten geluid Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Geluid

De gemeente maakt met de Omgevingsvisie ontwikkelingen mogelijk die resulteren in meer verdichting, wat kan leiden tot een toename van het aantal gehinderden door geluid. De ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein in De Purmer leidt naar verwachting op enkele plekken tot een verhoging van het geluidsniveau. Binnen deze zones kan hinder ondervonden worden van (industrie) lawaai. Bij de komst van een eventueel sportcomplex of voetbalstadion in De Purmer zijn significant negatieve effecten op de indicator geluid niet uit te sluiten. Bij verplaatsing van het stadion uit de kern van Volendam, kan dat in deze kern juist tot geluidsoverlastverlaging leiden. Verder zet de gemeente in op het weren van zwaar verkeer uit dorpslinten en kernen, dat zal de geluidsbelasting op die locaties doen reduceren. Daarnaast wijst de gemeente stiltegebieden aan. Verwacht wordt dat de Omgevingsvisie per saldo een redelijk effect zal hebben op de indicator geluid.

4.6

Geur

Tabel 4.6 Overzichtstabel effecten geur Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Geur

In de Omgevingsvisie zet de gemeente in op het ontwikkelen van een groot aantal nieuwe woningen. De mogelijke verdichting die hierdoor ontstaat en de groeiende bevolkingsdichtheid leiden tot een toename van het aantal gehinderden door geur. De transformatie van bedrijventerrein Julianaweg heeft naar verwachting echter een positief effect op het aantal gehinderden, aangezien bedrijven met een relatief grote geurcontour verplaatst worden. Wanneer deze bedrijven een plek vinden op het nieuwe bedrijventerrein De Purmer kan in deze omgeving het aantal gehinderden door geur toenemen. Naar verwachting neemt het totaal aantal geurgehinderden in de gemeente echter af. Verwacht wordt dat de Omgevingsvisie per saldo een positief effect zal hebben op de indicator geur.

33/94

Kenmerk

4.7

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Omgevingsveiligheid

Tabel 4.7 Overzichtstabel effecten omgevingsveiligheid Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Omgevingsveiligheid

Met het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie zet de gemeente in op het ontwikkelen van nieuwe woningen. Verdichting en de daarbij groeiende bevolkingsdichtheid leidt mogelijk tot een toename van het groepsrisico. Functiemenging kan mogelijk negatieve effecten hebben. Echter, omdat nieuwbouwlocaties niet direct nabij risicobronnen gelegen zijn, wordt verwacht dat de negatieve effecten beperkt zullen zijn. Het nieuwe beleid van de Omgevingsvisie heeft naar verwachting dus een beperkte invloed op de indicator omgevingsveiligheid.

4.8

Opwek duurzame energie

Tabel 4.8 Overzichtstabel effecten opwek duurzame energie Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Opwek duurzame energie

De gemeente benoemt in de visie maatregelen die bijdragen aan het vergroten van het aandeel duurzame energie. Echter, een ontwikkeling zoals het stimuleren van ecologische verdichting (meer ruimte geven aan ecologie binnen onze kernen en dorpen om de biodiversiteit te ondersteunen) kan zorgen voor minder ruimte voor duurzame energieopwekking. Daarnaast kan het bouwen van woningen leiden tot een toename aan energieverbruik. Anderzijds kan nieuwbouw (woningen/bedrijven) ook een dempende invloed hebben op het gemiddelde energieverbruik. Een minder groot energie verbruik, en een ietwat groter aandeel hernieuwbare energie dan in de huidige situatie, zorgt naar verhouding al voor een groter aandeel hernieuwbare/duurzame energie. Op den duur wordt verwacht dat gemeente Edam-Volendam beter op het gestelde criterium gaat scoren. Het effect van de Omgevingsvisie wordt per saldo beoordeeld als redelijk.

4.9

Circulaire economie

Tabel 4.9 Overzichtstabel effecten circulaire economie Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Circulaire economie

De Omgevingsvisie presenteert verscheidene ambities aangaande circulariteit. De gemeente maakt onder andere gebruik van de transformatie en ontwikkeling van bedrijventerreinen om het

34/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

doel ten aanzien van circulariteit: ‘Afvalvrij in 2050’ te behalen en ontwikkelt tevens een routekaart circulaire economie’. Naar verwachting heeft de Omgevingsvisie een positief effect op de indicator circulaire economie.

4.10

Gebruik ondergrond

Tabel 4.10 Overzichtstabel effecten gebruik ondergrond Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Gebruik ondergrond

De indicator ondergrond wordt beoordeeld aan de hand van de intensiviteit van het gebruik van de ondergrond. De plannen in de Omgevingsvisie zorgen ervoor dat er meer druk komt te liggen op de netwerklaag, als gevolg van nieuwe woningen, maar ook de aanleg van alternatieve warmtebronnen in de gebouwde omgeving en de aanleg van glasvezel. Duidelijk is dat de Omgevingsvisie niet voor een verbetering van de ondergrond gaat zorgen door de druk die hier op komt te liggen. De Omgevingsvisie heeft naar verwachting een negatief effect op de indicator.

4.11

Waterveiligheid

Tabel 4.11 Overzichtstabel effecten waterveiligheid Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Waterveiligheid

De Omgevingsvisie voorziet in het toevoegen van een aantal nieuwe woningen. Aangezien een deel van de nieuwe woningen gerealiseerd wordt in gebieden waar een kleine tot middelgrote kans op een overstroming is, is de verwachting dat het aantal inwoners dat blootgesteld wordt aan de gevolgen van een overstroming toeneemt. Echter, andere beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie, zoals klimaatadaptief inrichten en meer groen, hebben juist een positief effect voor de waterveiligheid. Daarnaast zijn de risico’s op overstromingen verwaarloosbaar gezien de Edam-Volendam dijken voldoen aan de landelijke normen. Per saldo heeft de Omgevingsvisie een beperkt effect op waterveiligheid.

4.12

Hittestress

Tabel 4.1 Overzichtstabel effecten mobiliteit Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Hittestress

35/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

De Omgevingsvisie heeft in algemene zin een beperkt effect op het thema hitte. De Omgevingsvisie zet in op inbreiding en de bouw van een nieuwe woningen en tevens de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein in De Purmer. Deze ontwikkelingen zorgen voor meer verstening dan in de huidige situatie, wat een vergroting van het hitte-eiland in de stedelijke kernen van Edam-Volendam teweeg brengt. De stad wordt daardoor in algemene zin warmer in vergelijking tot de huidige situatie. Dat leidt potentieel tot meer hittestress. Echter, met de ontwikkeling van Julianaweg ontstaan ook kansen. Van een verhard bedrijventerrein kan er toegewerkt worden naar een groen woonwerkgebied. Dat is voordelig voor klimaatadaptatie en mogelijk ook voor biodiversiteit. De gemeente neemt naar verwachting enkele maatregelen via andere beleidsuitspraken die ertoe leiden dat hinder door hitte terug gedrongen wordt. Zo komt er meer ruimte voor groen in de openbare ruimte, wat koele plekken dichterbij brengt. Per saldo wordt verwacht dat de Omgevingsvisie een beperkt effect heeft op de indicator hittestress.

4.13

Wateroverlast

Tabel 4.13 Overzichtstabel effecten wateroverlast Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Wateroverlast

Edam-Volendam treft enkele inspanningen die positief kunnen werken in het kader van wateroverlast. Met name de ambities met betrekking tot het vergroenen en klimaatadaptief ontwikkelen helpen daarbij. De verdichtingsopgave kan op bepaalde plekken, die gevoelig zijn voor wateroverlast, mogelijk problemen veroorzaken als gevolg van verstening. Het is onduidelijk of de maatregelen die positief werken opwegen tegen de toenemende verharding. De Omgevingsvisie heeft naar verwachting per saldo een beperkt effect.

4.14

Droogte

Tabel 4.14 Overzichtstabel effecten droogte Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Droogte

Voorgenomen ontwikkelingen in de gemeente Edam-Volendam, zoals het bouwen van woningen, het uitbreiden van infrastructuur en de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein in De Purmer brengen verharding met zich mee. Deze forse toename van verharding heeft in het kader van droogte een negatief effect. Er zal dus ingezet moeten worden op voldoende ruimte voor infiltratie. De gemeente zet ook in op verschillende maatregelen die ervoor zorgen dat de gemeente beter voorbereid is op periodes van droogte. Zo heeft de gemeente het voornemen om meer te vergroenen en is de insteek in de basis om de leefomgeving klimaatadaptief in te richten. Verder ontstaan met de ontwikkeling van Julianaweg ook kansen; van een verhard bedrijventerrein kan er toegewerkt worden naar een groen woonwerkgebied met ruime infiltratiemogelijkheden. In acht

36/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

nemend beschreven ontwikkelingen en het voorgenomen beleid van Edam-Volendam, is de verwachting dat de Omgevingsvisie per saldo een beperkt effect heeft op de indicator droogte.

4.15

Verkeersveiligheid

Tabel 4.15 Overzichtstabel effecten verkeersveiligheid Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Verkeersveiligheid

In de Omgevingsvisie zet de gemeente in op het ontwikkelen van veel nieuwe woningen. Verdichting en de daarbij groeiende bevolkingsdichtheid leidt naar verwachting tot een toenemend aantal verkeersbewegingen, wat de verkeersveiligheid niet ten goede komt. Daarnaast vormt het drukker worden van de wegen aan de noordzijde van De Purmer als gevolg van toekomstige ontwikkelingen daar een aandachtspunt. De nu recreatief gebruikte landbouwwegen zullen een stuk drukker worden. De inzet op het stimuleren van het gebruik van de fiets en OV heeft naar verwachting juist een positief effect op de verkeersveiligheid. Meer ruimte voor de voetganger en fietser op vrij liggende fietspaden, verbrede fietspaden en in autoluwe gebieden gelegen paden dragen positief bij aan de verkeersveiligheid. Daarnaast brengt de gemeente tweejaarlijks de top tien knelpunten omtrent doorstroming en veiligheid inzichtelijk en pakt deze vervolgens aan. Naar verwachting heeft de Omgevingsvisie per saldo een positief effect.

4.16

Bereikbaarheid

Tabel 4.16 Overzichtstabel effecten bereikbaarheid Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Bereikbaarheid

De gemeente heeft de ambitie om woningen bij te bouwen; meer inwoners zorgen voor meer vervoersbewegingen en dus een grotere druk op het vervoersnetwerk. De gemeente heeft echter veel ambities die de bereikbaarheid ten goede komen. Zo is de gemeente voornemens om vrij liggende fietspaden en doorfietsroutes te realiseren op verschillende locaties binnen de gemeente, wordt ingezet op regionale samenwerking ten behoeven van de uitbreiding van het OV netwerk en de doorstroming van de N247, en gaat de gemeente laadpalen voor elektrische voertuigen plaatsen om de gemeente ook bereikbaar te houden voor elektrische mobiliteit. De verwachting is dat het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie bijdraagt aan een betere bereikbaarheid. De invloed van de Omgevingsvisie op de indicator wordt daarom als positief beschouwd.

37/94

Kenmerk

4.17

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Werklocaties

Tabel 4.17 Overzichtstabel effecten werklocaties Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Werklocaties

De ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein in De Purmer gaat gepaard met de ontwikkeling van nieuwe werklocaties. Echter, aan de Julianaweg zal het aantal werklocaties naar verwachting juist verminderen. Voor dit bedrijventerrein is de wens om op termijn "zware" bedrijven (qua transportbewegingen en/of milieubelasting) te verplaatsen naar buiten de keren. Daarmee wordt er ruimte gecreëerd voor andere economische activiteiten en bedrijvigheid, waaronder meer kleinschalige handels- en ambachtsbedrijven en verzorgende werkgelegenheid. De verwachte verbeterde regionale bereikbaarheid heeft mogelijk het effect dat werknemers en bedrijven uit de regio zich op Edam-Volendam richten, dit zorgt potentieel voor disbalans in vraag en aanbod. Per saldo heeft de Omgevingsvisie naar verwachting een beperkt effect op de indicator werklocaties.

4.18

Landschappelijke en cultuurhistorische waarden

Tabel 4.18 Overzichtstabel effecten landschappelijke en cultuurhistorische waarden Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Landschappelijke en cultuurhistorische waarden

In de autonome ontwikkeling worden cultuurhistorische waarden door nieuwe ontwikkelingen bedreigd, met name door de ontwikkeling in De Purmer. De gemeente beschrijft dat zij nieuwe werklocaties met veel aandacht landschappelijk inpast in de bestaande omgeving. Echter, De Purmer heeft een relatief groot landschappelijk effect. Een nu open polder wordt straks deels gedomineerd door een bedrijventerrein en overige bestemmingen. Daarentegen, sluit De Purmer aan bij een bestaand bedrijventerrein, bijvoorbeeld Baanstee Noord, en worden de zichtlijnen binnen De Purmer zo beperkt mogelijk onderbroken door het terrein in het uiterste noorden te positioneren, dan zijn de effecten relatief beperkt. Dit in combinatie met ambities rond landschappelijke inpassingen, het behoud van landschappelijk en cultuurhistorische waarden en de kansen die de ontwikkelingen van de Julianaweg biedt, maakt dat de invloed van de Omgevingsvisie naar verwachting per saldo beperkt zal zijn.

38/94

Kenmerk

4.19

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Natura 2000

Tabel 4.19 Overzichtstabel effecten Natura 2000 Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Natura 2000

De Omgevingsvisie voorziet in het ontwikkelen van een groot aantal woningen en de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein in De Purmer. De woningen worden voornamelijk binnenstedelijk gerealiseerd op voldoende afstand van Natura 2000-gebieden en hebben geen belemmerend effect op de instandhoudingsdoelstellingen. Toekomstig bedrijventerrein De Purmer ligt op korte afstand van Natura 2000-gebied Polder Zeevang, maar heeft in principe geen belemmerend effect op instandhoudingsdoelstellingen. Met name ten aanzien van een sportcomplex of voetbalstadion kunnen significant negatieve effecten door licht, geluid en optische verstoring niet met zekerheid worden uitgesloten. Om effecten inzichtelijk te maken is een exacte locatie en bijvoorbeeld een lumen- en geluidberekening nodig. Hoe korter de afstand van een mogelijk toekomstig sportcomplex tot Natura-2000-gebied Polder Zeevang, hoe groter de kans op (significant) negatieve effecten. De inzet op natuur en biodiversiteit binnen de gemeente en de inzet op een goede balans tussen natuur en recreatie heeft bij de juiste afwegingen een gunstig effect op Natura 2000-gebieden. De realisatie van duurzame energiebronnen kan negatieve effecten met zich meebrengen, zoals verstoring voor dieren. De verwachting is dat per saldo het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie een beperkt effect heeft op Natura 2000-gebieden.

4.20

Natuurnetwerk Nederland

Tabel 4.20 Overzichtstabel effecten Natuurnetwerk Nederland Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Natuurnetwerk Nederland

Met het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie zet de gemeente in op het ontwikkelen van nieuwe woningen en het ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein in De Purmer. Verdichting en uitbreiding, de groeiende bevolkingsdichtheid en het toenemend aantal aan vervoersbewegingen leiden mogelijk tot verstoring van de natuur. Echter, zet het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie sterk in op het verbinden van groengebieden en daarnaast wordt onderzocht welke gebieden geschikt zijn voor recreatie en welke gebieden juist voor rust en bijvoorbeeld donkerte. De verwachting is dat de Omgevingsvisie per saldo een positief effect heeft.

39/94

Kenmerk

4.21

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Waterkwaliteit en -kwantiteit

Tabel 4.21 Overzichtstabel effecten waterkwaliteit en -kwantiteit Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Waterkwaliteit en kwantiteit

De ambities met betrekking tot het uitbreiden en verbinden van groenstructuren en de verbetering van de IJe hebben een positieve invloed op zowel de waterkwaliteit als -kwantiteit. Tegelijkertijd biedt de Omgevingsvisie ruimte voor verdichting en het toevoegen van nieuwe woningen, infrastructuur en de ontwikkeling van het nieuwe bedrijventerrein in De Purmer. Verstening heeft juist een negatief effect. Naar verwachting is de invloed van de Omgevingsvisie op de waterkwaliteit en -kwantiteit per saldo beperkt.

4.22

Bodemkwaliteit

Tabel 4.33 Overzichtstabel effecten bodemkwaliteit Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Bodemkwaliteit

Het geschikt maken van de bodem voor woningbouw leidt ertoe dat de bodem voldoet aan wet- en regelgeving die voor woningbouw geldt. Gemeente Edam-Volendam wil nieuwe verontreinigingen voorkomen en bestaande verontreinigen worden gemonitord en doelmatig beheerd. Ondanks het saneren van de bodem voor dergelijke ontwikkelingen neemt de kwaliteit van de bodem af door verdere verstening van gebieden die nu redelijk groen zijn. De verwachting is dat de Omgevingsvisie per saldo een beperkt effect heeft.

4.23

Recreatie

Tabel 4.23 Overzichtstabel effecten recreatie Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed Omgevingsvisie

Recreatie

Met de ontwikkelingen aan het Waterfront en de uitbreiding en verbindingen van recreatieve netwerken zet de gemeente in op het faciliteren van recreatie. Ook is de ambitie om binnen de kernen de kwaliteit en omvang van het openbaar groen verder te vergroten. Wat opvalt is dat de gemeente het beleid nadrukkelijk koppelt aan gezondheid. De verwachting is dat het beleid in de Omgevingsvisie positief bijdraagt aan de indicator recreatie.

40/94

Kenmerk

4.24

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Gevoeligheidsanalyse situatie effecten zonder ontwikkeling Lange Weeren

Indien de ontwikkeling van De Lange Weeren geen doorgang zal vinden (zie paragraaf 2.4), dan heeft dat effect op de toekomstige situatie. Deze paragraaf beschrijft de mogelijk te verwachten effecten. •

Het plan van De Lange Weeren voorziet in de ontwikkeling van 1160 nieuwe woningen. Indien

•

deze ontwikkeling niet doorgaat, zal het woningaanbod flink verminderen en te laag zijn. De score op de indicator ‘wonen’ wordt daarmee negatief Het plan voor De Lange Weeren voorziet tevens in de ontwikkeling van nieuwe voorzieningen, zoals een sporthal, basisschool en een buurtsuper. Bij het niet doorgaan van de ontwikkeling zal het dus een toekomstig negatief effect hebben op het voorzieningenniveau. Verder is de locatie van de ontwikkeling van De Lange Weeren gunstig en stimulerend voor de nabije

•

voorzieningen en de lokale economie, zonder doorgang van het plan zal deze stimulatie minder zijn. De gemeente zet met de ontwikkeling van De Lange Weeren ook in op ontwikkeling van een waterbufferingsgebied van ~150.000 m3 waarmee de gemeente en het Hoogheemraadschap de potentieel maatschappelijk ontwrichtende situatie in de ‘Volendammer-meer’ toekomst bestendig willen maken. Zonder deze ontwikkeling zal de gemeente met andere oplossingen

•

moeten komen om de gewenste waterbergingsopgave te behalen. Een gemis van het bufferingsgebied heeft mogelijk negatieve gevolgen voor de indicator ‘wateroverlast’ In de toekomstige situatie zal de nieuwe wijk worden opgehoogd met een zandpakket. Dit om verzakking als gevolg van de slappe onderliggende veenbodem te voorkomen en waterbuffering van te realiseren. Vanuit principes van water en bodem sturend heeft het niet de voorkeur om op traditionele wijze te bouwen in veengebieden. Het niet of anders bouwen

•

heeft vanuit deze optiek dus de voorkeur Het geen doorgang vinden van het plan De Lange Weeren zal leiden tot minder belasting van het lokale wegennet. Dit komt de aspecten geluid en luchtkwaliteit nabij de stedelijke kern

•

naar verwachting ten goede Wanneer niet ter plaatse van De Lange Weeren wordt ontwikkeld, zullen er op een andere plek woningen bij gebouwd moeten worden. Dit gebied zal, vanwege de beperkte mogelijkheden, verder van de kernen gelegen zijn. Deze afstand leidt naar verwachting tot meer verkeersbewegingen en is negatief voor onder andere de grijze milieuaspecten zoals luchtkwaliteit, bodemverontreiniging of geluidoverlast in het betreffende gebied

•

Wanneer het plan De Lange Weeren geen doorgang vindt, heeft dit mogelijk een gunstig effect op indicatoren zoals natuur en landschap. Het gebied is in de huidige situatie agrarisch grondgebied. Of het landschappelijke- en natuurwaarden heeft, zal nader onderzocht moeten worden.

41/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

5 Locatieafweging en effecten Purmer en Julianaweg 5.1

Doel onderbouwing

Zoals in paragraaf 2.2.3. beschreven is De Purmer een ontwikkellocatie van ongeveer 160 hectare waarvan circa 40 hectare bedrijventerrein wordt en het overige deel een gemengde bestemming krijgt. Het voornemen is dat op de locatie van het bedrijventerrein onder andere categorie-4.2bedrijven gevestigd kunnen worden. In deze analyse wordt een stap terug gezet. Op gemeentelijk niveau is eerst onderzocht wat, vanuit milieu bezien, de meest geschikte locatie is voor een nieuw bedrijventerrein met categorie-4.2-bedrijven. Op basis hiervan is onderzocht wat mogelijke belemmeringen zijn op de locatie(s) die uit dit onderzoek naar voren komen. Vervolgens is bekeken wat de impact is op de fysieke leefomgeving van een nieuw bedrijventerrein. Hierbij is ook in ogenschouw genomen wat de mogelijk impact / beperkingen zijn van gemengde bestemmingen (sport en onderwijs) rond het nieuwe bedrijventerrein.

5.2

Aanleiding en behoefte nieuwe bedrijvenlocatie

In november 2021 heeft de gemeenteraad van Edam-Volendam gekozen om een bedrijventerrein te ontwikkelen aan de noordwestzijde van De Purmer. Dit heeft zij mede gedaan op grond van onder andere een economisch behoefteonderzoek en een ruimtelijke en economische verkenning6. 5.2.1

Behoefteonderzoek en ruimtelijke en economische verkenning

Economisch behoefteonderzoek In 2021 is een onderzoek7 uitgevoerd om de economische ruimtebehoefte naar een bedrijventerrein in De Purmer inzichtelijk te maken. Het doel van het onderzoek was om inzicht te krijgen in hoe groot het bedrijventerrein in De Purmer zou moeten of kunnen zijn. In het onderzoek is op drie schaalniveaus de ruimtebehoefte van ondernemers inzichtelijk gemaakt. Het eerste scenario richt zo op het lokale schaalniveau van de gemeente Edam-Volendam. Dit scenario richt zich op de vervangingsvraag uit deze gemeente, in het kader van de transformatie van bestaande bedrijventerreinen. Er zijn in de gemeente Edam-Volendam twee bedrijventerreinen (Julianaweg en Slobbeland) die getransformeerd kunnen worden tot wonen en werken. Het tweede scenario richt op het schaalniveau van de regio Waterland. In het scenario wordt gekeken naar de ruimtebehoefte die het gevolg is van uitbreiding van bedrijven en vervangingsvraag van de gemeente Edam-Volendam, Purmerend en Waterland ten gevolge van de transformatie van bedrijventerreinen. Naast vervanging door transformatie is er in dit scenario ook rekening gehouden met de toekomstige behoefte aan bedrijfsruimte tot 2050. Het derde scenario richt zich op een schaalniveau hoger en kijkt aanvullend op het tweede scenario ook naar de toekomstige behoefte vanuit de Metropoolregio Amsterdam (MRA).

Uit het onderzoek uit 2021 komt naar voren dat de behoefte aan bedrijventerrein in De Purmer op gemeentelijk schaalniveau minimaal 20 ha netto is. Uit het onderzoek volgt dat op het 6 7

Toekomstig bedrijventerrein in De Purmer Ruimtelijke en economische verkenning – Overmorgen, juni 2021 Bedrijventerrein De Purmer – Economisch onderzoek – bureau Buiten, 16 juni 2021

42/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

schaalniveau van regio Waterland de behoefte 30 ha netto is. Dit scenario gaat uit van een lichte groei van het aantal banen wat noodzakelijk is om de arbeidsmarktbalans ten noorden van het Noordzeekanaal niet te laten verslechteren. Op het schaalniveau van de MRA is de ruimtebehoefte 54 ha netto. Ruimtelijke en economische verkenning Op basis van het economisch behoefteonderzoek, de ruimtelijke verkenning en een participatietraject zijn scenario’s opgesteld om de omvang en ligging van het te realiseren bedrijventerrein inzichtelijk te maken. Hieruit blijkt dat een scenario waarin wordt voorzien in de regionale vraag op het schaalniveau van de MRA de grootste ruimtelijke impact (ruimte behoefte van 70 hectare bruto) heeft en het minst aansluit bij de wensen van ondernemers en omwonenden. Een scenario waarin wordt voorzien in de vraag van de kernregio Waterland en met een gezond financieel resultaat. Dit in tegenstelling tot het scenario wat zich vooral richt op de lokale ruimtebehoefte, die afkomstig is van de vervangingsvraag binnen Edam-Volendam. Dit scenario vraagt om 26 ha bruto (20 ha netto). Naast de ligging van het bedrijventerrein is er ook een eerste verkenning gedaan naar het gewenste type bedrijventerrein. Wat betreft typologie zal het bedrijventerrein aansluitend en aanvullend zijn op de Baanstee-Noord.

Er zal in De Purmer ieder geval ruimte moeten worden geboden aan de bedrijven die moeten verplaatsen door de transformatieopgave op onder andere bedrijventerrein de Julianaweg. Daarnaast is de vraag van de strategische partners om ruimte te bieden aan bedrijven met milieucategorie 3.1 en hoger (maximaal 4.2). Conclusie De gemeente wil een bedrijventerrein ontwikkelen van circa 40 hectare netto. Dit geeft dus voldoende ruimte voor de lokale behoefte plus de behoefte uit de regio Waterland. Daarnaast wil de gemeente ruimte bieden om de verduurzaming en groei van bedrijven te kunnen faciliteren. Ook is er ruimte nodig voor onder meer de wateropgave en dient er rekening te worden gehouden met de milieucontouren, waardoor de locatie niet volledig voor hogere categorieën kan worden ingezet. 5.2.2 Voorzieningen sport- en onderwijs (gemengde bestemming binnen De Purmer) De gemeente Edam-Volendam vindt het belangrijk dat inwoners dicht bij huis goed onderwijs kunnen volgen dat aansluit bij het (toekomstige) profiel van werkgelegenheid in de regio. Binnen een samenwerkingsverband tussen de gemeente, onderwijs en het bedrijfsleven wil zij hier een verdere uitwerking aan geven. Dit wordt verder uitgewerkt in het ontwikkelplan De Purmer.

Eén van de ideeën die leeft binnen de gemeente is het verplaatsen van het stadion van voetbalclub FC Volendam en het complex van de amateurvoetballers van RKAV vanuit de kern van Volendam naar De Purmer. Het huidige stadion, met een hoogte van 11 meter, heeft plek voor ongeveer 7.400 toeschouwers. Het nieuwe stadion moet volgens de eerste ideeën plek gaan bieden aan minimaal 10.000 bezoekers. De plannen bevinden zich nog in het stadium van

43/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

onderzoek en zijn zodoende ook nog niet concreet benoemd en uitgewerkt in de Omgevingsvisie en bijhorende uitvoeringstrategie. 5.2.3

Transformatie Julianaweg

Het bedrijventerrein Julianaweg wordt gekenmerkt door een sterke economische dynamiek, een hoge bebouwingsintensiteit en een aanzienlijke werkgelegenheid. Feit is ook dat een aantal bedrijven veel transportbewegingen met zich mee brengen en een naar verhouding zware bijdrage leveren aan de belasting van de leefbaarheid in het omliggend woongebied en aan de verkeersbelasting van onder andere de Julianaweg. Voor dit bedrijventerrein is de wens om op termijn "zware" bedrijven (qua transportbewegingen en/of milieubelasting) verplaatsen naar buiten de kern van Volendam. Daarmee worden overlastsituaties ten opzichte van direct aangrenzende woongebieden terug gedrongen en wordt er ruimte gecreëerd voor andere economische activiteiten en bedrijvigheid, waaronder meer kleinschalige handels- en ambachtsbedrijven en verzorgende werkgelegenheid.

Figuur 5.1 te verplaatsen clusters bedrijventerrein Julianaweg (bron: verkeersonderzoek Goudappel Coffeng)

5.3

Locatie-afweging

In deze paragraaf wordt de locatie afweging beschreven voor een nieuw bedrijventerrein met maximaal categorie-4.2-bedrijven. Als eerste stap zijn verschillende ruimtelijke belemmeringen geïnventariseerd en verwerkt in een zogenaamde stoplichtkaart. Een rode kleur geeft aan dat de vestiging van een bedrijventerrein in principe niet mogelijk is. Bijvoorbeeld vanuit wetgeving (Natura 2000-gebied, externe veiligheid), ook wanneer sprake is van bestaande of nieuwe woonbebouwing is de kleur rood. De kleur oranje zijn gebieden waar een bedrijventerrein niet gewenst is maar ook niet bij voorbaat onmogelijk is. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om bijzondere provinciale landschappen, de NNN of werelderfgoed Unesco. Daarnaast is in de analyse rekening

44/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

gehouden met een hindercontour rondom bestaande woningen. Dit is echter een richtafstand. Mogelijk dat na het uitvoeren van meer gedetailleerdere berekeningen of het nemen van maatregelen bedrijven op een kortere afstand van de woningen mogelijk zijn. 5.3.1 Kaartlagen In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de gebruikte kaartlagen en bijhorende stoplichtkleuren. Tabel 5.1 Overzicht gebruikte kaartlagen Kaartlaag

Codering

Toelichting

Natura 2000

In deze gebieden zijn ontwikkelingen met significante effecten op instandhoudingsdoelen alleen mogelijk wanneer er geen alternatieven zijn of sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang. Een bedrijventerrein valt hier in principe niet onder.

NNN (provinciale natuurgebieden)

De NNN kent in praktijk een iets minder zwaar beschermingsregime dan Natura 2000-gebieden. Daarom de kleurcode oranje. Echter ook in deze gebieden geldt dat nieuwe plannen, projecten of handelingen in beginsel niet zijn toegestaan indien wezenlijke kenmerken of waarden van een gebied significant worden aangetast. Een uitzondering wordt gemaakt wanneer er geen reële alternatieven zijn én er sprake is van redenen van groot openbaar belang (het ‘nee, tenzij’- regime).

Kaart

45/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Kaartlaag

Codering

Toelichting

Externe veiligheid

Op basis van de Risicokaart zijn de tracés van buisleidingen en wegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd met rood aangegeven vanwege restricties rondom veiligheid.

Stiltegebied

In deze provinciaal aangewezen gebieden moet de stilte en natuurlijke rust behouden blijven. Een bedrijventerrein categorie 4.2. past qua aard en omvang niet in dit type gebied.

Archeologische monumentenkaart en beschermde stadgezichten

Gebieden met bekende hoge tot zeer hoge archeologische waarden of de status beschermd stadsgezicht verenigen zich niet met een nieuw bedrijventerrein met categorie 4.2 en zijn daarom bij voorbaat uitgesloten.

Kaart

46/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Kaartlaag

Codering

Toelichting

Werelderfgoed (Stelling van Amsterdam)

In dit gebied staat het behoud en versterken van de kernkwaliteiten van het werelderfgoed 'De Stelling van Amsterdam' (een samenhangend systeem van forten, dijken, kanalen en inundatiekommen, een groene en relatief stille ring rond Amsterdam en relatief grote openheid) centraal. Een nieuw bedrijventerrein heeft daarom niet de voorkeur binnen dit gebied.

Bijzonder provinciaal landschap (BPL):polder Zeevang, Waterland

Het BPL is een beschermingsregime binnen de Omgevingsverordening NH2020 bedoeld om de meest waardevolle landschappen in Noord-Holland te beschermen. Per landschap is aangegeven welke ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische of aardkundige waarden aanwezig zijn. In BPL’s Zeevang en Waterland is o.a. de grote openheid en zichtbare ontginningsgeschiedenis van grote waarde. Een nieuw bedrijventerrein heeft daarom niet de voorkeur binnen deze landschappen. Bestaande en nieuwe woongebieden lenen zich niet voor zwaardere bedrijvigheid en zijn daarom bij voorbaat uitgesloten.

Bestaande en nieuwe woonbebouwing (incl. Lange Weeren)

Kaart

47/94

Kenmerk

Kaartlaag

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Codering

Toelichting

Bestaande bedrijventerrein

Bestaande bedrijventerrein zijn maar beperkt aanwezig. Julianaweg is al onderdeel van de Omgevingsvisie. Het terrein aan de noordwestzijde van Edam is al volledig benut.

Contour rondom gevoelige functies (woonbebouwing)

Rondom bestaande woonbebouwing is een afstandscontour van 300 meter gehanteerd. Dit is de maximale richtafstand voor categorie 4.2 bedrijven uit de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' van de VNG.

Kaart

5.3.2 Tussenconclusie kaartanalyse In onderstaande kaart zijn de verschillende kaartlagen gestapeld. De kaart laat aan de zuidwestzijde van de gemeente, polder De Purmer (hierna zoekgebied De Purmer genoemd), in principe ruimte zien voor een nieuw bedrijventerrein voor bedrijven tot categorie 4.2. Ook is ruimte zichtbaar aan de noordwestzijde van de gemeente nabij Schardam (hierna zoekgebied Noordwestzijde gemeente genoemd).

48/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Figuur 5.2 Belemmeringen categorie 4.2 bedrijventerrein totale gemeente

Figuur 5.3 Ingezoomd op polder De Purmer en het gebied aan de noordwestzijde van de gemeente. De zwarte lijn geeft de gemeentegrens weer

49/94

Kenmerk

5.4

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Aanvullende belangen en afweging binnen de zoekgebieden

In deze analyse wordt nader ingezoomd op de twee verschillende locaties en de andere belangen, belemmeringen en kansen die mogelijk spelen bij het realiseren van een nieuw bedrijventerrein. 5.4.1

Zoekgebied De Purmer

Huidige ruimtegebruik De Purmer is een in 1622 drooggemalen polder. Vanaf de inpoldering was De Purmer een landbouwgebied. In de laatste decennia van de 20e eeuw is het westelijke deel van het gebied verstedelijkt. Purmerend heeft twee woonwijken in De Purmer gebouwd, Purmer Noord en Purmer-Zuid en industrieterrein De Baanstee. Doordat de verstedelijking minder sterk doorzette, werd het Purmerbos en golfbaan aangelegd. De gemeente Purmerend wil mogelijk in de toekomst het golfcomplex ontwikkelen tot woongebied. Binnen het grondgebied van de gemeente EdamVolendam is het gebruik voornamelijk agrarisch, De gronden worden deels voor akkerbouw en deels voor grasland benut. In de lengterichting van de polder ligt de Oosterweg met daarlangs een lint van boerderijen. Binnen dit lint zijn verschillende agrarische bedrijven aanwezig. De Purmer wordt begrensd door een ringdijk en vaart welke tevens onderdeel uitmaakt van het provinciale natuurnetwerk (NNN).

Figuur 5.4 Oosterweg

Water en bodem Het zoekgebied De Purmer ligt zoals hiervoor beschreven in een polder en heeft een diepte van 3 tot 4,5 meter onder NAP. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) is 80 - 140 cm beneden maaiveld in het noordelijk deel van het gebied. In het zuidoostelijk deel van het gebied is de GHG 25 – 40 cm beneden maaiveld. De overstromingsdiepte bij een dijkdoorbraak (uitgaande

50/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

van een middelgrote kans) is maximaal 1 meter. De ondergrond bestaat uit kalkarme eerdgronden. Dit zijn kleigronden met een humeuze bovengrond. In de ondergrond is geen veen meer aanwezig, het gebied is daarmee minder zettingsgevoelig8. Verkeer Het zoekgebied is gelegen nabij de verkeersader de N244, die richting de A7 en N247 loopt, en kan daardoor goed ontsloten worden. Door het gebied loopt de Oosterweg van noord naar zuid. Deze tweebaansweg lijkt met het relatief smalle profiel in combinatie met recreatief medegebruik minder geschikt als ontsluitingsweg voor een bedrijventerrein, Langs de ringvaart ligt De Purmerdijk, een eenbaansweg die voornamelijk voor recreatie wordt gebruikt. Landschappelijke waarden De belangrijkste landschappelijke structuren in het zoekgebied zijn de ringdijk, ringvaart, de rechte verkaveling, de watertochten, de lange boerderijlinten met de kenmerkende stolpboerderijen, sloten en bomenrijen. Tussen deze identiteitsdragers ligt een open landschap met weidse vergezichten. Vooral in noord–zuid richting. Zie ook figuur 5.5. Door dit open karakter worden de belangrijkste landschappelijk structuren extra benadrukt in het landschap.

Figuur 5.5 Kaart landschappelijke kwaliteiten

8

Kaart bodemvisie provincie Noord Holland

51/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Milieu Te midden van het zoekgebied loopt een lint met daaraan diverse woningen. Ook aan de oostzijde van de polder, net achter de ringdijk en vaart zijn verschillende woningen aanwezig. Conform de VNG-richtafstanden moet rekening gehouden worden met een afstand van ca. 300 meter voor bedrijven met een milieucategorie 4.2. Op basis van de terreinindeling en meer gedetailleerd onderzoek is deze afstand mogelijk te verkleinen en is meer ruimte beschikbaar. Mogelijk dat in de toekomst ter plaatse van de golfbaan, op het grondgebied van de gemeente Purmerend, een woonwijk verrijst. Wanneer in dit geval ook rekening wordt gehouden met een contour van ca. 300 meter zal het zoekgebied aan de zuidwestzijde worden verkleind. Zie ook figuur 5.6.

Figuur 5.6 300 meter contour rondom mogelijke nieuwe woonwijk ter plaatse van de golfbaan

5.4.2

Zoekgebied Noordwestzijde gemeente

Huidige ruimtegebruik Het huidige ruimtegebruik binnen het zoekgebied, wat binnen de gemeentegrenzen van EdamVolendam ongeveer 30 hectare groot is, is deels akkerbouw en deels agrarisch grasland. Van noord naar zuid loopt door het gebied de spoorlijn tussen Purmerend en Hoorn. Ten zuiden van het gebied ligt de Beemsteruitwatering met daarlangs verschillende woningen. Ten oosten van het gebied ligt de Markermeerdijk met daarachter een buitendijks gebied wat onderdeel uitmaakt van het provinciale natuurnetwerk (NNN). Binnendijks is ook een NNN gebied aanwezig, gelegen

52/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

rondom De Weel. Aan de noordzijde ligt een agrarisch gebied en aan de westzijde de N247 en de Rijksweg A7. Water en bodem Het gebied ligt in een polder, met een diepte van 3 tot 3,5 meter onder NAP, en kent verschillende relatief brede watergangen. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) is 40 - 80 cm9 beneden maaiveld. De overstromingsdiepte bij een dijkdoorbraak (uitgaande van een middelgrote kans) ligt tussen de 0,5 tot 1,5 meter10. De ondergrond bestaat uit kalkarme eerdgronden. Dit zijn net als in polder De Purmer kleigronden met een humeuze bovengrond. In de ondergrond is veen aanwezig met een dikte tot 3 meter. Het gebied is daarmee zettingsgevoelig11. Verkeer Via het grondgebied van de gemeente Edam-Volendam is het zoekgebied alleen via de relatief smalle IJsselmeerdijk te ontsluiten. Een verbinding met de N247 is alleen mogelijk via het grondgebied van de gemeente Koggeland. Qua interne ontsluiting vormt de spoorlijn door het gebied een belemmering. Landschappelijke waarden Het gebied ligt in een oud zeekleilandschap. Deze gebieden zijn ooit ontgonnen als veengebied, en kennen daardoor ook de ruimtelijke karakteristieken van een veengebied, met langgerekte lintdorpen, een regelmatige, opstrekkende verkaveling en veel sloten, vaarten en tochten om het water af te voeren/op te slaan.

Door herverkaveling is de oorspronkelijke structuur van het landschap plaatselijk ingrijpend veranderd en is een veel grootschaliger structuur ontstaan. In het gebied ten noorden van Schardam zijn de oorspronkelijk structuren nog intact en daarmee, naast de kenmerkende openheid, van landschappelijke waarde. Milieu Ten zuiden van het zoekgebied ligt een lint met woningen. Conform de VNG richtafstanden moet daarom rekening gehouden worden met een afstand van circa 300 meter. Op basis van de terreinindeling en meer gedetailleerd onderzoek is deze afstand mogelijk te verkleinen en is meer ruimte beschikbaar.

5.5

Eindconclusie locatie-afweging

Op basis van de kaartanalyse blijken twee gebieden mogelijk geschikt voor een nieuw bedrijventerrein: het agrarische gebied binnen polder De Purmer en een agrarisch gebied aan de noordwestzijde van de gemeente, nabij Schardam. De gebieden hebben een aantal overeenkomsten: het zijn allebei kleipolders, gelegen in landschappelijk open gebied en het gebruik is overwegend agrarisch. De gebieden verschillen door de wijze waarop ze ontsloten kunnen worden. Daarnaast is het noordwestelijk gelegen gebied kleiner qua omvang. Binnen de huidige contouren is alleen ruimte voor een lokaal 9

Bodemdata.nl Klimaateffectatlas Kaart bodemvisie provincie Noord Holland

10 11

53/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

bedrijventerrein terwijl meer ruimte wenselijk is. Het noordwestelijk gelegen zoekgebied is bovendien zettingsgevoeliger. Door de goede ontsluiting van het zoekgebied De Purmer, het beschikbare grondgebied en de mogelijkheid om aan te sluiten op een bestaand bedrijventerrein (Baanstee Noord). Heeft het zoekgebied De Purmer voor de gemeente de voorkeur boven een nieuw bedrijventerrein aan de noordwestzijde van de gemeente. Verder heeft de gemeente de wens om in de toekomst het bedrijventerrein te combineren met bijvoorbeeld scholen en sportvoorzieningen (gemengd gebied). Een locatie dichtbij de kern van Edam-Volendam heeft daarom de voorkeur. Binnen het zoekgebied De Purmer zijn er dus verschillende mogelijkheden voor een nieuw bedrijventerrein maar er zijn ook belemmeringen. De belangrijkste zijn: • De landschappelijke waarden en bijhorende zichtlijnen •

De geluidsgevoelige woningen in en rondom het gebied

Landschappelijke waarden Een belangrijk kenmerk van De Purmer zijn de lange noord - zuidgerichte zichtlijnen (zie ook figuur 5.5). Een bedrijventerrein verstoord deze zichtlijnen. Echter om de verstoring te beperken heeft het de voorkeur om de zichtlijn niet te onderbreken maar ‘in te korten’. Dit betekent dat een nieuw bedrijventerrein aan de noordzijde (ten noorden van de N244) de voorkeur heeft boven een locatie ten zuiden van de N244. Op deze wijze blijft de zichtlijn zoveel mogelijk van zijn lengte behouden. Woningen (geluid) Binnen het gebied aan de noordzijde van de N244 is er in principe de mogelijkheid, om een (geclusterd) bedrijventerrein aan de oost of westzijde van de Oosterweg te situeren, ten zuiden van de Edammerweg. Het gebied ten noorden van de Edammerweg heeft gezien de wens van de gemeente om een groene verbinding te realiseren niet de voorkeur. Daarnaast ligt dit op korte afstand van het Natura 2000-gebied. In de figuren 5.7 en 5.8 zijn de twee mogelijkheden met bijhorende hindercontouren ingetekend. Uit de figuren blijkt dat een locatie aan de oostzijde leidt tot meer mogelijk geluidgehinderden dan bij een locatie aan de westzijde. Vooral langs de wegen Molenwerf en Klein Westerbuiten zijn veel woningen aanwezig die binnen de hindercontour van circa 300 meter liggen.

Een locatie met categorie 4.2 bedrijven lijkt daarmee niet logisch ten oosten van de Oosterweg. Daarnaast sluiten sportvoorzieningen qua functie beter aan bij de woonkernen van Edam-Volendam.

54/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Figuur 5.7 Bedrijfsterreinen westzijde Oosterweg met hindercontour

Figuur 5.8 Bedrijfsterrein oostzijde Oosterweg met hindercontour

55/94

Kenmerk

5.6

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Effecten De Purmer (industrie en gemengd gebied) en transformatie Julianaweg

De effecten van het nieuwe bedrijventerrein De Purmer, gemengd gebied met groenstructuur in combinatie met de transformatie Julianaweg worden hier (globaal) beschreven. Verkeer Ten behoeve van de verplaatsing van bedrijven van de Julianaweg naar De Purmer is in opdracht van de gemeente een globaal verkeersonderzoek uitgevoerd. Waarbij als referentiesituatie onderscheid is gemaakt in een situatie met en zonder de nieuwe woningbouwlocatie De Lange Weeren. In de plansituatie is rekening gehouden met de ontwikkeling van De Lange Weeren. Er is echter nog geen rekening gehouden met regionale bedrijven die zich vestigen op het terrein van De Purmer. Ook is in deze situatie nog geen rekening gehouden met de gemengde bestemming en bijhorende verkeersaantallen. Het geeft daarmee een indicatie van wat de gevolgen zijn van het verplaatsen van bedrijven van de Julianaweg naar De Purmer. Op basis van het verkeersonderzoek blijkt dat de verkeersintensiteiten op verschillende plekken toenemen ten opzichte van de referentiesituaties. Relatief zijn deze toenames echter beperkt. Op de Julianaweg neemt het verkeer toe met enkele procenten ten opzichte van beide referentiesituaties. Waarschijnlijk te verklaren doordat woningen meer verkeer genereren dan bedrijvigheid. Ook het verkeer richting het zuiden via de N517 en de N247 neemt toe als gevolg van de ontwikkeling.

In vergelijking met een situatie zonder Lange Weeren neemt het verkeer op de N517 en N247 zeer beperkt toe (< 10 %). In referentiesituatie is eveneens sprake van een beperkte toename. Op de wegen vanuit Edam-Volendam richting het nieuwe bedrijventerrein (tot aan de Oosterweg) is ten opzichte van beide referentiesituaties wel sprake van een beperkte afname van verkeer. Dit wordt mogelijk verklaard door het wegvallen van het werkverkeer richting het bedrijventerrein Julianaweg. Ten westen van de Oosterweg, richting de A7, is wel een beperkte toename aanwezig (circa 1 %). Op de Oosterweg en Edammerweg zelf is wel een significante toename van verkeer waarneembaar. Dit is modelmatig verklaarbaar doordat deze wegen als ontsluitingswegen van het nieuwe bedrijventerrein zijn opgenomen. Geluid De toename van geluid als gevolg van extra wegverkeer zijn op basis bovenstaande gegevens waarschijnlijk niet waarneembaar. In de regel geldt een verdubbeling van verkeer tot een toename van 3 dB. Geluidstoenamen van minder dan 3 dB zijn in de openbare ruimte niet tot nauwelijks waarneembaar. Als gevolg van de plannen treedt bij lange na geen verdubbeling op van het verkeer. Ook met extra verkeer als gevolg van bedrijvigheid en sportvoorzieningen zijn geen belangrijk negatieve effecten te verwachten. Nader onderzoek zal dit echter verder moeten uitwijzen.

Daarbij dient ook rekening gehouden te worden met de afname van verkeer in de kern van Edam-Volendam als gevolg van het verplaatsen van de sportvoorzieningen (en mogelijk het stadion). Uitzondering op voorgaande zijn de Edammerweg, Groot Westerbuiten en Oosterweg,

56/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

op deze wegen wordt zoals beschreven een flinke toename qua verkeer verwacht en daarmee gepaard gaande geluidstoename. Geluid van de nieuwe industrie, uitgaande van categorie 4.2 bedrijven, in De Purmer heeft zoals ook gevisualiseerd effect op de woningen langs de Oosterweg. Ter plaatse zal het geluidsniveau op de wijk aan de zuidzijde van het bedrijventerrein waarschijnlijk iets afnemen. De overige wijken liggen op relatief ruime afstand van het gebied waar de transformatie plaatsvindt en hebben dus weinig overlast van de nieuwe ontwikkeling. Een nieuw sportcomplex en stadion heeft mogelijk effect op woningen gelegen aan de oostzijde van De Purmer. Daartegenover staat dat de geluidbelasting in de kern van Volendam, met meer woningen in de nabijheid, zal afnemen. Luchtkwaliteit Door de relatief beperkte verkeerstoenamen en daarnaast het duurzamer worden van bedrijven (als gevolg van de transformatie) worden qua luchtkwaliteit geen nieuwe knelpunten verwacht. Natuur (Passende beoordeling) Ten behoeve van de ontwikkeling van het nieuwe bedrijventerrein De Purmer en de transformatie Julianaweg is een Passende beoordeling12 uitgevoerd. Hieronder de conclusies. Soorten De akkers, grasland en oppervlaktewater in plangebied De Purmer kunnen in theorie van essentieel belang zijn voor doelsoorten die in omliggende Natura 2000-gebieden rusten, slapen of broeden er erbuiten foerageren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=4ac751d8-eaed-4bf1-9dde-68d2f10c0385