CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

planMER omgevingsvisie.pdf

Raadsplein Bespreekronde Ia 20 april 2023, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot instemmen met het voor inspraak vrijgeven van het ontwerp omgevingsvisie inclusief het 2 documentenplanMER.32.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

PlanMER Omgevingsvisie Gemeente Edam-Volendam

30 maart 2023

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Verantwoording Titel

PlanMER Omgevingsvisie

Opdrachtgever

Gemeente Edam-Volendam

Projectleider

Martijn Gerritsen

Auteur(s)

Lieke Eegdeman, Marieke van der Linde

Tweede lezer

Martijn Gerritsen

Projectnummer

1289677

Aantal pagina’s

103

Datum

30 maart 2023

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com

2/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Inhoud 0

Samenvatting............................................................................................................................. 4

1

De Omgevingsvisie en de rol van het PlanMER...................................................................... 18

2

Omgevingsvisie Edam-Volendam: proces en uitwerking ........................................................ 21

3

Hoe is het millieueffectonderzoek uitgevoerd en wat is er onderzocht? ................................. 26

4

De leefomgeving en de effecten van de Omgevingsvisie ....................................................... 31

5

Locatieafweging en effecten Purmer en Julianaweg ............................................................... 42

6

Synergie en strijdigheden tussen ambities .............................................................................. 60

7

Beoordeling doelbereik ............................................................................................................ 65

8

Passende Beoordeling Natura 2000-gebieden........................................................................ 80

9

Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................. 85

10 Leemten in kennis, evaluatie en monitoring van beleid ........................................................... 93

Bijlage 1

Begrippen en afkortingen

Bijlage 2

Opgaven Uitvoeringsstrategie

Bijlage 3

Factsheets Huidige Situatie en Autonome Ontwikkeling (HSAO)

Bijlage 4

Passende Beoordeling

3/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

0 Samenvatting Het milieueffectrapport (PlanMER) voor de Omgevingsvisie Edam-Volendam is gelijktijdig opgesteld met de concept-Omgevingsvisie en heeft gedurende dit traject waardevolle informatie opgeleverd voor de Omgevingsvisie. De bevindingen van het PlanMER en aanbevelingen voor het vervolg zijn in deze paragraaf samengevat.

Waarom een PlanMER voor de Omgevingsvisie? De nieuwe Omgevingswet stelt een lokale Omgevingsvisie verplicht. Dit betreft één integrale visie voor de fysieke leefomgeving voor het gehele gemeentelijke grondgebied. Op dit moment werkt de gemeente Edam-Volendam aan het opstellen van een Omgevingsvisie. Met de Omgevingsvisie biedt de gemeente een strategische langetermijnvisie (tot 2050) voor de fysieke leefomgeving en loopt hiermee vooruit op de invoering van de Omgevingswet. Voor een Omgevingsvisie kan een milieueffectrapportage (m.e.r.)- plicht gelden. Dit is het geval als de Omgevingsvisie kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor volgens de Wet milieubeheer een project-m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling verplicht is. Ook dient een m.e.r.procedure te worden doorlopen indien de in de Omgevingsvisie geschetste ontwikkelingen tot significante gevolgen kunnen leiden voor Natura 2000-gebieden waardoor een Passende beoordeling conform de Wet natuurbescherming nodig is. Omdat beide mogelijkheden niet op voorhand zijn uit te sluiten, is ervan uitgegaan dat er een m.e.r. plicht geldt en is een milieueffectenrapport opgesteld. Het milieueffectenrapport (MER) is gelijktijdig met het proces van het opstellen van de Omgevingsvisie opgesteld en bevat de resultaten van het onderzoek naar de (milieu)effecten binnen de m.e.r. (de procedure).

Wat is het doel en de opzet van het PlanMER? Het doel van het PlanMER is het inzichtelijk maken van de effecten van de Omgevingsvisie op de leefomgeving en in hoeverre de voorgestelde koers bijdraagt aan het halen van de gestelde ambities. Het PlanMER geeft de (milieu-)informatie die nodig is om een besluit te nemen over de vaststelling van de Omgevingsvisie. Een besluit waarbij de milieubelangen op basis van het PlanMER volwaardig zijn meegewogen. De uitgangspunten van dit PlanMER zijn als volgt: • Het PlanMER en de Passende Beoordeling sluiten aan op het abstractieniveau van de Omgevingsvisie. De effectbeoordeling is kwalitatief van aard. Voor de speerpunten waar acties (in relatieve zin) concreter zijn, is daarbij in de effectbeoordeling in het PlanMER ook op aangesloten. •

De Omgevingsvisie is een integrale lange-termijn-ontwikkelkoers. Bestaand beleid en toekomstige plannen en programma’s moeten passen bij en bijdragen aan dit integrale toekomst beeld. Het doel van de m.e.r.-procedure is om de onderlinge strijdigheid of synergie tussen de ambities in de voorgestelde koers te onderzoeken en in beeld te brengen. Dit kan echter niet los gezien worden van de verdere uitwerking waarvoor de Omgevingsvisie het kader vormt. Daarom omvat het PlanMER een doorkijk in hoeverre ambities ook daadwerkelijk behaald kunnen worden (doelbereik). In het verlengde hiervan geeft het

4/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

PlanMER ook aanbevelingen voor de verdere uitwerking. Deze aanbevelingen helpen dus om • •

de gestelde ambities in de Omgevingsvisie ook daadwerkelijk te behalen. De Omgevingsvisie richt zich op de periode tot 2050. Het PlanMER sluit daarop aan. In het PlanMER is niet alleen gekeken naar de ‘traditionele’ milieuthema’s, maar ook naar andere thema’s binnen de fysieke leefomgeving, zoals de Omgevingswet voorstaat. Zo wordt integraal gekeken naar de effecten van onder andere klimaatadaptatie, energietransitie, gezondheidsbevordering, woon- en werklocaties, bereikbaarheid van recreatie en (maatschappelijke) voorzieningen. Het meenemen van deze thema’s zorgt voor een vernieuwende m.e.r.-aanpak waarbij je het PlanMER ook wel Omgevingseffectrapportage (OER) kunt noemen, omdat het uitgangspunt niet alleen is om de milieueffecten in beeld te brengen, maar om de omgeving integraal te benaderen.

Wat zijn de effecten van de Omgevingsvisie op de leefomgeving? Onderstaande tabel 0.3 geeft een overzicht van de beoordelingen per indicator. Een indicator is een meetbaar begrip dat wordt gebruikt om iets te kunnen zeggen over de thema’s die de gemeente Edam-Volendam aandraagt in de Omgevingsvisie. Aan de hand van deze indicatoren is de huidige situatie en de autonome ontwikkeling beoordeeld. De huidige situatie is een weergave van de huidige stand van zaken voor een thema in combinatie met vigerend beleid. De autonome ontwikkeling geeft de toekomstige situatie weer, waarbij het huidige beleid wordt voortgezet. Voor de beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling is onderscheid gemaakt in de kwaliteitsniveaus: slecht, redelijk of goed. Uit het PlanMER blijkt dat veel indicatoren in de huidige toestand en de toestand bij autonome ontwikkeling, ofwel de referentiesituatie, ‘redelijk’ scoren. Dit geldt bijvoorbeeld voor de indicatoren gezondheidsbevordering, geluid, bereikbaarheid, verkeersveiligheid en wateroverlast. Er zijn twee indicatoren waarvoor de toestand bij de autonome ontwikkeling verbetert ten opzichte van de toestand in de huidige situatie, namelijk bodemkwaliteit en Natura 2000. Tevens is er sprake van indicatoren die in de huidige situatie als slecht worden beoordeeld en in de autonome ontwikkeling wordt beoordeeld als redelijk.

Dit is bijvoorbeeld het geval bij de indicatoren circulaire economie, hittestress, werklocaties en waterkwaliteit- en kwantiteit. Naast een beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling is beoordeeld of de (sub) ambities en bijhorende uitwerking in de Omgevingsvisie a) leiden tot een mogelijke verbetering, b) geen of een beperkte invloed hebben, of c) leiden tot een mogelijke verslechtering. Het merendeel van de indicatoren die voor dit PlanMER zijn geselecteerd, wordt beperkt beïnvloed door de voorgestelde ambities en bijhorende uitwerkingen in de Omgevingsvisie en Uitvoeringsstrategie. Een ander groot deel van de indicatoren wordt positief beïnvloed en slechts één indicator wordt naar verwachting negatief beïnvloed. Soms bevat de Omgevingsvisie geen beleid specifiek gericht op een indicator, zoals voor bodemkwaliteit of ondergronds ruimtegebruik. Het groot aantal ‘beperkt’ beoordelingen heeft veelal te maken met het bestaan van een evenwicht tussen enerzijds beleidsuitspraken met een negatieve invloed op een indicator en anderzijds beleidsuitspraken met een positieve invloed op een indicator. De inbreidingsopgave van Edam-Volendam en tevens de uitbreiding met de

5/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

ontwikkeling van bedrijventerrein De Purmer leidt naar verwachting bijvoorbeeld tot extra verstening en daarbij tot meer druk op klimaat gerelateerde indicatoren zoal droogte, hittestress en wateroverlast in voornamelijk de stedelijke gebieden. Daarentegen voorziet de Omgevingsvisie in maatregelen die de beoordeling van deze indicatoren juist ten goede komt; zo biedt de transformatie van de Julianaweg juist kans om een klimaatadaptieve inrichting te bewerkstelligen. De Omgevingsvisie en bijbehorende Uitvoeringsstrategie kennen op veel thema’s beleid dat het effect heeft de referentiesituatie te beschermen of juist te verbeteren. Dit zal uiteindelijk verder doorwerking krijgen in (Omgevings-) programma’s en het Omgevingsplan.. Tabel 0.1 Legenda symbolen huidige situatie en autonome ontwikkeling Goed

Redelijk

Slecht

Tabel 0.2 Legenda symbolen effect Omgevingsvisie Positieve invloed

Geen of beperkte invloed

Tabel 0.3 Overzichtstabel effecten Omgevingsvisie Indicator Beoordeelde Beoordeling situatie Woningvoorraad (kwantitatief en kwalitatief)

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Voorzieningenniveau

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling Gezondheidsbevordering

Huidige situatie

Negatieve invloed

Toelichting/ nuancering huidige situatie en autonome ontwikkeling De opgave van en vraag naar een passende en evenwichtige woningvoorraad in de huidige situatie speelt vooral in de stedelijke kernen. De opgave van en vraag naar een passende en evenwichtige woningvoorraad in de autonome ontwikkeling speelt vooral in de stedelijke kernen. Met name het aantal voorzieningen in de landelijke kernen is beperkt en neemt zelfs af. Het huidige voorzieningenniveau wordt door inwoners in de kernen erg goed beoordeeld; cijfers laten zien dat het aantal voorzieningen daar ook beduidend hoger is dan bij de gebieden in het midden en het noorden van de gemeente. De beoordeling is een gemiddelde. Dezelfde nuancering als beschreven in de rij hierboven geldt. Op de deelindicatoren van de Kernindicator

Effect omgevingsvisie

6/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Indicator

Beoordeelde situatie

Autonome ontwikkeling

Luchtkwaliteit

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling Geluid

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling Geur

Huidige situatie

Beoordeling

Toelichting/ nuancering huidige situatie en autonome ontwikkeling Beweegvriendelijke omgeving ‘recreatief groen en blauw’ en ‘sport- en speelplekken’ scoort de gemeente (ver) bovengemiddeld. Op de deelindicatoren ‘sportaccommodatie’ en ‘nabijheid van voorzieningen’ scoort de gemeente gemiddeld en onder het gemiddelde. De beoordeling is dus een gemiddelde. Het is niet duidelijk of er onderscheid zit in de scores van enerzijds het landelijke gebied en anderzijds het stedelijk gebied. In het stedelijkgebied zullen op andere thema’s ontwikkelingen plaatsvinden, zoals verstedelijking en mobiliteit, welke, door ruimteclaims, een bedreiging kunnen vormen voor de ruimte voor spelen en bewegen. Dit zal naar verachting in het landelijk en natuurgebied minder zijn. De concentratie fijnstof en stikstofdioxide zijn zowel in stedelijk als in landelijk gebied gemiddeld goed, enkel langs de doorgaande en provinciale wegen liggen de scores wat hoger dan de WHO advieswaarde, waardoor de beoordeling van de indicator per saldo redelijk is. Dezelfde nuancering als beschreven in de rij hierboven geldt. Verschillende geluidsbronnen zijn bij de beoordeling in acht genomen: geluid wegverkeer scoort slecht, geluid treinverkeer redelijk en geluid industrie goed. De weg Oosteinde is met name een aandachtsgebied met betrekking tot geluid van wegverkeer, deze weg is gelegen nabij Oosthuizen.

In het landelijk gebied zijn minder aandachtsgebieden. Dezelfde nuancering als beschreven in de rij hierboven geldt. Er zijn relatief weinig klachten over geurhinder bekend bij de gemeente. Onder andere op het bedrijventerrein Julianaweg zijn bedrijven gevestigd met een relatief grote geurcontour. Inmiddels is de geuroverlast teruggedrongen tot acceptabele

Effect omgevingsvisie

7/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Indicator

Beoordeelde situatie

Autonome ontwikkeling

Omgevingsveiligheid

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Opwek duurzame energie

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling Circulaire economie

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Beoordeling

Toelichting/ nuancering huidige situatie en autonome ontwikkeling normen. De beoordeling is een gemiddelde. Onder de Omgevingswet komt meer aandacht voor gezondheidsaspecten in de fysiek leefomgeving. Het blijft een aandachtspunt dat er geen woningen te dicht in de buurt van bedrijven die geurhinder veroorzaken worden gebouwd. De beoordeling is een gemiddelde. In de huidige situatie liggen een beperkt aantal kwetsbare objecten nabij risicogebieden. Dit is voornamelijk dichtbij de kern van Volendam en aangezien het om stedelijk gebied gaat waar de ruimte beperkt is, is dat onvermijdelijk. In de landelijke- en natuurgebieden zijn geen risicogebieden bekend. Dezelfde nuancering aangaande enerzijds landelijk en natuurgebied, en anderzijds stedelijk gebied, zoals beschreven in de rij hierboven geldt. Het aandeel duurzame energie in de huidige situatie voldoet niet aan de gestelde doelstelling. Slechts een zeer beperkt deel van het totaal aan energie is duurzame energie. Opwek van duurzame energie gebeurt voornamelijk in stedelijk gebied. Dezelfde nuancering als beschreven in de rij hierboven geldt.

Effect omgevingsvisie

In de huidige situatie lijken er nog weinig concrete maatregelen ontwikkeld te zijn op het gebied van circulaire economie. De indicator circulaire economie wordt daarom beoordeeld als slecht. Met betrekking tot deze indicator is een nuancering tussen enerzijds landelijke en natuurgebieden en anderzijds stedelijk gebied niet van toepassing. Met betrekking tot deze indicator is een nuancering tussen enerzijds landelijke en natuurgebieden en anderzijds stedelijk gebied niet van toepassing

8/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Indicator

Beoordeelde situatie

Gebruik ondergrond

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Waterveiligheid

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Hittestress

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Beoordeling

Toelichting/ nuancering huidige situatie en autonome ontwikkeling Met name in de stedelijke gebieden in Nederland wordt het belang van de ondergrond steeds groter. Hoewel de precieze drukte in de ondergrond niet bekend is, is de verwachting dat het voornamelijk knelt in en rondom de kernen. De drukte in de groene gebieden is naar verwachting beperkt. Per saldo wordt de huidige situatie beoordeeld als redelijk. De verwachting is dat de drukte in de ondergrond met name in stedelijk gebied en bij uitbreidingslocaties verder zal toenemen. Een aandachtsgebied met betrekking tot waterveiligheid is het gebied ten noordoosten van de kern van Volendam. Dit gebied, dat gevoelig is voor een regionale dijkdoorbraak, is tevens relatief dicht bevolkt. Grote delen landelijk en natuur gebied hebben een grotere kans tot overstroming dan stedelijk gebied, echter zijn deze gebieden zeer dun bevolkt waardoor het aantal inwoners dat bloot wordt gesteld aan gevolgen van een overstroming klein is. Dezelfde nuancering aangaande enerzijds landelijk en natuurgebied, en anderzijds stedelijk gebied, zoals beschreven in de rij hierboven geldt. Hittestress concentreert zich voornamelijk in de kern van Volendam en bij andere wijken die niet voorzien zijn van voldoende groen. Ook op veel bedrijventerreinen bevindt zich nauwelijks groen.

In het groot oppervlak aan landelijk gebied en natuur binnen de gemeente speelt hittestress juist nauwelijks tot geen rol. De beoordeling is dus een gemiddelde. Door toename van het aantal warme en tropische dagen, de verwachte verdichting en ondanks de voorgenomen mitigerende maatregelen zal het aantal gebieden in de gemeente Edam-Volendam waar hittestress kan optreden waarschijnlijk toenemen. Dit

Effect omgevingsvisie

9/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Indicator

Beoordeelde situatie

Wateroverlast

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Droogte

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Verkeersveiligheid

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Bereikbaarheid

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Werklocaties

Huidige situatie

Beoordeling

Toelichting/ nuancering huidige situatie en autonome ontwikkeling geldt voornamelijk voor de stedelijke kernen. De stedelijke kernen binnen de gemeente zijn gevoelig voor wateroverlast. Voor het grote oppervlak aan landelijke gebieden en natuurgebieden binnen de gemeente, is er in de huidige situatie geen sprake van wateroverlast locaties. De uiteindelijke beoordeling is een gemiddelde. Dezelfde nuancering aangaande enerzijds landelijk en natuurgebied, en anderzijds stedelijk gebied, zoals beschreven in de rij hierboven geldt. Voor nagenoeg heel de gemeente, zowel de landelijke en natuurgebieden, als voor stedelijk gebied geldt dat het risico op droogtestress laag is, namelijk < 10% jaarlijkse opbrengstderving bij gras. Dezelfde nuancering aangaande enerzijds landelijk en natuurgebied, en anderzijds stedelijk gebied, zoals beschreven in de rij hierboven geldt. De locaties van verkeersongevallen in de gemeente Edam-Volendam, zijn overwegend gelegen in stedelijk gebied. De verwachting is dat voor de autonome ontwikkeling hetzelfde geldt als beschreven in de rij hierboven. Over het geheel scoren de buitengebieden op bereikbaarheid het hoogst, daarna woon- en werkgebieden, en op de derde plaats de stadsen dorpskernen.

Het toenemend aantal inwoners, forenzen en bezoekers, in combinatie met de welvaartsgroei en groei van het aantal reiskilometers zal de druk op bereikbaarheid vergroten. De verwachting is dat door deze ontwikkelingen de tevredenheid onder inwoners over de bereikbaarheid van Edam-Volendam zowel voor buitengebied als voor stads- en dorpskernen zal afnemen. De opgave van en vraag naar een passende en evenwichtige aanbod werklocaties in de

Effect omgevingsvisie

10/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Indicator

Beoordeelde situatie

Autonome ontwikkeling

Landschappelijke en cultuur-historische waarden

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Natura 2000

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Natuurnetwerk Nederland

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling Waterkwaliteit en kwantiteit

Huidige situatie

Beoordeling

Toelichting/ nuancering huidige situatie en autonome ontwikkeling huidige situatie speelt vooral in de stedelijke kernen. De opgave van en vraag naar een passende en evenwichtig aanbod van werklocaties in de autonome ontwikkeling speelt vooral in de stedelijke kernen. Zowel delen in stedelijk gebied als in het landelijk gebied zijn landschappelijk en cultuurhistorisch waardevol. Zo is bijvoorbeeld de oude kern van Edam aangewezen als beschermd en bestaand landschappelijke waarden bijvoorbeeld uit het polderlandschap en de keringen langs de IJsselmeerkust. Dezelfde nuancering aangaande enerzijds landelijk en natuurgebied, en anderzijds stedelijk gebied, zoals beschreven in de rij hierboven geldt. Het Natura 2000 gebied Polder Zeevang bevindt zich op een gemiddeld goede staat van instandhouding, het gebied Markemeer & IJmeer is in mindere staat. Het gemiddeld is als redelijk is beoordeeld. Door de toepassing van de natuureilanden in het Markermeer wordt de natuur naar verwachting versterkt. Er zal sprake zijn van een excessieve toename van waterplanten, hetgeen een verbetering van het water inhoudt en ook leidt tot voedsel voor watervogels. Bij de huidige dijkversterkingen die plaatsvinden, worden natuur groene dijkzones toegevoegd. De autonome ontwikkeling van de Natura 2000-gebieden wordt per saldo als goed beoordeeld. Het NNN bestaat uit bestaande natuurgebieden.

Ook de grote recreatiegebieden maken deel uit van het natuurnetwerk. De gebieden worden onderling verbonden door ecologische verbindingszones. De beoordeling van deze indicator gaat om deze gebieden en niet over het stedelijk gebied. Hetzelfde als hierboven beschreven geldt.

Effect omgevingsvisie

In de beoordeling zijn zowel de kwaliteit van het oppervlaktewater in de

11/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Indicator

Beoordeelde situatie

Autonome ontwikkeling

Bodemkwaliteit

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Recreatie

Huidige situatie

Beoordeling

Toelichting/ nuancering huidige situatie en autonome ontwikkeling gemeente Edam-Volendam, waarbij het deels om het Markermeer gaat, als enkele interne waterpartijen meegenomen. Deze hadden allen een matige toxiciteit. Wat betreft waterkwantiteit: met name de stedelijke kernen hebben een degelijke waterberging, Het waterverbergend vermogen van de ondergrond van de gemeente Edam-Volendam is relatief laag. Gezien de toenemende extremen in het klimaat en het directe gevolg dat heftige regenbuien de norm worden in de toekomst, is een goede omgang met de waterberging een vereiste om het stedelijk gebied (en in mindere mate het landelijk gebied) droog te houden en wateroverlast te voorkomen. In de gemeente EdamVolendam zijn vier voormalige stortlocaties aanwezig (Bodembeleidsplan, gemeente Edam-Volendam, 2019-2024): Keetzijde (Edam) en Pieterman (Volendam) deze worden gemonitord door Rijkswaterstaat, en de locaties Slobbeland (Volendam) en Parallelweg (Volendam). Daar waar vervuiling bepaalde functies onmogelijk heeft gemaakt, is de afgelopen jaren veel werk gemaakt van bodemsanering. Deze saneringsopgave neemt af, de aandacht verschuift nu naar het voorkomen van nieuwe vervuiling en naar verantwoord bodemgebruik, voornamelijk in stedelijk gebied, maar ook in landelijk gebied.

De gemeente heeft een divers aanbod aan recreatieve voorzieningen, zowel in landelijk en natuurgebied, als in stedelijk gebied. Echter, heerst er in de provincie Noord-Holland, en specifiek in de regio Zaanstreek-Waterland in de huidige situatie tekorten. Daarbij is niet duidelijk of daarin verschil is tussen enerzijds stedelijk, en anderzijds landelijk en natuurgebied.

Effect omgevingsvisie

12/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Indicator

Beoordeelde situatie

Beoordeling

Autonome ontwikkeling

Toelichting/ nuancering huidige situatie en autonome ontwikkeling Hetzelfde als hierboven beschreven geldt.

Effect omgevingsvisie

Locatieafweging nieuw bedrijventerrein In november 2021 heeft de gemeenteraad van Edam-Volendam gekozen om een bedrijventerrein te ontwikkelen aan de noordwestzijde van De Purmer. Dit heeft zij mede gedaan op grond van onder andere een economisch behoefteonderzoek en een ruimtelijke en economische verkenning. De Purmer is een ontwikkellocatie van ongeveer 160 hectare waarvan circa 40 hectare bedrijventerrein wordt en het overige deel een gemengde bestemming krijgt. Het voornemen is dat op de locatie van het bedrijventerrein onder andere categorie-4.2-bedrijven gevestigd kunnen worden. Deze PlanMER bevat een analyse die een stap terug doet. Eerst is op gemeentelijk niveau onderzocht wat, vanuit milieu bezien, de meest geschikte locatie is voor een nieuw bedrijventerrein met categorie-4.2-bedrijven. Op basis hiervan is onderzocht wat mogelijke belemmeringen zijn op de locatie(s) die uit dit onderzoek naar voren komen. Vervolgens is bekeken wat de impact is op de fysieke leefomgeving van een nieuw bedrijventerrein. Hierbij is ook in ogenschouw genomen wat de mogelijk impact / beperkingen zijn van gemengde bestemmingen (sport en onderwijs) rond het nieuwe bedrijventerrein. Uit de analyse kan geconcludeerd worden dat de door de gemeente boogde locatie voor bedrijventerrein De Purmer de meest geschikte plek is.

Ook de gemengde functies die zijn voorzien nabij het bedrijventerrein zijn waarschijnlijk inpasbaar. Wel zijn er een aantal belangrijke randvoorwaarden en aanbevelingen te benoemen voor de ontwikkeling van De Purmer: •

De woningen langs de Oosterweg liggen binnen een zone van 300 meter rondom het nieuwe bedrijventerrein. Binnen deze zone kan hinder ondervonden worden van (industrie) lawaai. Doordat het niet waarschijnlijk is dat het gehele bedrijventerrein wordt benut door categorie4.2-bedrijven wordt geadviseerd om de delen aangrenzend aan de Oosterweg voor lagere

•

categorieën te bestemmen De Oosterweg en de Edammerweg zijn op dit moment niet geschikt als ontsluitingswegen voor het nieuwe bedrijventerrein. De Edammerweg is waarschijnlijk ook niet nodig en wenselijk voor de ontsluiting van het terrein. Door deze weg af te sluiten wordt voorkomen dat geluidshinder ontstaat op woningen langs de Groot Westerbuiten. Geadviseerd wordt om nader te onderzoeken of de Oosterweg nodig is als ontsluitingsweg en wat dit betekent voor

•

het wegprofiel en de extra geluidsbelasting op aanliggende woningen. De effecten van een nieuw stadion zijn nog onzeker. Op dit moment is nog niet met zekerheid te zeggen of en op welke wijze het stadion inpasbaar is in relatie tot het Natura 2000-gebied Polder Zeevang. Nader onderzoek naar onder andere de thema’s geluid en licht moet dit verder uitwijzen. Daarnaast heeft de verkeersaantrekkende werking mogelijk een negatief effect vanwege geluid en stikstofdepositie. Daartegenover staat dat overlast binnen de kern

13/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

door de verplaatsing van het stadion vermindert. Naar verwachting verbetert de lichtsituatie •

en de verkeersveiligheid door het verplaatsen van het stadion Bij de verdere uitwerking van bedrijventerrein De Purmer moeten nog verschillende onderzoeken uitgevoerd worden. Dit betreft onder andere soortenonderzoek en de wijze waarop effecten op bijvoorbeeld de in het gebied aanwezige vleermuizen voorkomen kunnen worden. Ook zullen in die fase verdere stikstofdepositie onderzoeken uitgevoerd moeten worden op basis van meer volledige verkeersmodellen

• •

Daarnaast wordt geadviseerd om bij de inrichting van De Purmer rekening te houden met de uitstraling van licht naar de omgeving, dit geldt voor het gehele bedrijventerrein De Purmer ligt in een beneden NAP gelegen droogmakerij. Dit brengt een overstromingsrisico met zich mee. Bij de verdere inrichting van het gebied is het belang om hier rekening mee te houden. Dit mede gezien het nieuwe kabinetsbeleid om water en bodem sturend te maken bij ruimtelijke keuzes

Hoe verhouden ambities zich tot elkaar? In het PlanMER zijn de verschillende ambities uit de Omgevingsvisie tegenover elkaar gezet om kansen voor synergie (de kans dat het ene ontwikkelprincipe versterkend werkt op wat met het andere ontwikkelprincipe wordt beoogd) en risico’s op mogelijke strijdigheden (het risico dat het ene ontwikkelprincipe negatief uitwerkt op wat met het andere ontwikkelprincipe wordt beoogd) in beeld te brengen. Uit de analyse blijkt dat er zowel kansen voor synergie als strijdigheden zijn. Zo draagt het uitbreiden van de hoofdgroenstructuur enerzijds bij aan een toekomstbestendige leefomgeving en anderzijds aan een veilige uitstraling van de leefomgeving. Daarnaast stimuleert het de beweging van inwoners en vergroot het de biodiversiteit. Op deze wijze zijn allerlei opgaven met elkaar verbonden. Deze nauwe samenhang resulteert echter ook in strijdigheden tussen de verschillende opgaven. Zo dragen nieuwe verbindingen bij aan het verbeteren van de doorstroming en de toegankelijkheid van het buitengebied, maar resulteren zij tegelijkertijd in meer verharding en een hogere druk op groen- en natuurgebieden door een toenemend aantal bezoekers. Een ander knelpunt is het toenemende aantal claims op de ondergrond en bovengrond, onder andere als gevolg van klimaatverandering en de energietransitie.

Dit vraagt een goede planning en afstemming over de ondergrondse en bovengrondse ruimte. Onderstaande tabel geeft weer waar de ambities uit de Edam-Volendamse Omgevingsvisie synergie en/of strijdigheid vertoond.

14/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Tabel 0.4 Kruistabel synergie en strijdigheden van ambities uit de Omgevingsvisie 1. Wonen

2. Warmte, Energie & Klimaat

3. Landelijk gebied & 4. Werklocaties Landschap

5. Mobiliteit

6. Waterfront

1. Wonen

2. Warmte, Energie & Klimaat

3. Landelijk gebied & Landschap

4. Werklocaties

5. Mobiliteit

6. Waterfront

Worden doelen uit de Omgevingsvisie bereikt? Om een uitspraak te doen over het doelbereik is gekeken wat de belangrijkste belemmeringen en kansen zijn in het behalen van de ambities van Edam-Volendam en hoe het effect van de Omgevingsvisie is beoordeeld. Naast belemmeringen die het doelbereik beperken kan ook sprake zijn van onzekerheden. De onzekerheid wordt groter naarmate autonome ontwikkelingen mee spelen (bijvoorbeeld: wanneer rijden alle voertuigen emissieloos?) en/of als de gemeente afhankelijk is van andere partijen (denk bijvoorbeeld aan het Rijk, het waterschap, projectontwikkelaars, woningcorporaties en particuliere woningeigenaren). Deze onzekerheid is weergegeven in een bandbreedte: hoe meer onzekerheid er is dat een ambitie tot een bepaalde mate wordt gehaald, hoe groter de bandbreedte. De Omgevingsvisie van Edam-Volendam kent verschillende sub ambities, onderverdeeld binnen zes opgaven. De ambities binnen deze opgaven zijn apart beoordeeld op hun doelbereik.

Het doelbereik wordt gebaseerd op de kaders die de Omgevingsvisie biedt voor de ambities, ofwel: hoe groot is de kans dat het doel in de (sub) ambitie van de gemeente behaald wordt met de kaders die zij stellen? Het doelbereik kan worden beperkt door gebrekkige toelichting van kaders, beperkte sturingsmogelijkheden van de gemeente en de afhankelijkheid van andere partijen, zoals het waterschap, woningcorporaties, private ontwikkelaars en particulieren.

15/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Aangezien de beoordeling binnen de thema’s sterk uiteen kunnen lopen, geeft één grafiek die een overzicht geeft van de beoordeling per opgaven mogelijk een vertekend beeld. In plaats daarvan is in hoofdstuk 7 in aparte paragrafen een beschrijving gegeven van hoe de sub ambities scoren binnen de opgaven. De ambities binnen de opgaven ‘Mobiliteit’ en ‘Waterfront’ scoren redelijk goed qua doelbereik. De opgaven 'Warmte energie & klimaat', 'Landelijk gebied & landschap' en 'Werklocaties' scoren redelijk, maar hebben wel te maken met een grote bandbreedte aan onzekerheid. De opgave ‘Wonen’ kent naar verwachting een lager doelbereik dan de eerdergenoemde opgaven. Bij ambities gericht op onder andere de natuur, klimaatadaptatie en bij transformatieopgaven zoals die van De Julianaweg blijft de gemeente ook grotendeels afhankelijk van andere partijen, zoals de Provincie, besluiten van het Rijk, woningcorporaties, private ontwikkelaars en particulieren. Dit geldt bijvoorbeeld in het geval van het beperken van wateroverlast, hittestress, droogte en de inzet op energiebesparing. Of er wordt ingezet op duurzame energie is bijvoorbeeld sterk afhankelijk van de wil en (financiële) mogelijkheden van ondernemers, particuliere woningeigenaren, woningcorporaties en private projectontwikkelaars.

Zij zullen uiteindelijk besluiten of ze hun gebouw of woning aanpassen of anders bouwen om het energiegebruik te verminderen, zoals beter isoleren. Al met al geldt dat voor een groot deel van de sub ambities dat er op zijn minst een redelijke kans is dat deze worden behaald.

Wat zijn de conclusies en aanbevelingen vanuit het PlanMER? Duidelijk is dat de verschillende opgaven nauw met elkaar samen hangen en vragen om een integrale aanpak met slimme combinaties en innovaties. Het afwegingskader dat in de Omgevingsvisie wordt geïntroduceerd geeft in de basis al een invulling aan het zorgvuldig afwegen van grote opgaven en het in balans brengen van de verschillende ambities. De principes die de gemeente hanteert zijn: combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies, identiteit en kenmerken staan centraal en afwentelen wordt voorkomen. De vraag blijft echter, zoals ook blijkt uit de analyse, of hiermee de vooraf gestelde ambities ook bereikt worden. Om hier meer grip op te krijgen worden in het PlanMER aanbevelingen gegeven. Daarbij lag de focus op het concretiseren van sub ambities of het uitwerken van voorgenomen maatregelen. Voorbeelden van geadviseerde concretiseringen zijn de termen ‘nabij’ in de ambitie ‘Voorzieningen nabij’ en de term ‘sociale veiligheid’ in de ambitie ‘sociaal verbonden en veilig’. Daarnaast is bijvoorbeeld geadviseerd te concretiseren wat de gemeente verstaat onder het opstellen van een integraal natuurplan.

Op welke wijzen worden de waarden in het natuurplan op elkaar afgestemd en wanneer is er sprake van een balans? Naast de adviezen op het gebied van concretisering van sub ambities en maatregelen is gekeken naar de mate van doelbereik van de verschillende opgaven. Daaruit blijkt onder andere dat de gemeente voor verschillende ambities afhankelijk is van de inzet van inwoners, bedrijven en andere grondeigenaren binnen de gemeente. De Omgevingsvisie maakt niet altijd duidelijk welke rol de gemeente hierin kiest en welke sturingsmogelijkheden zij wil inzetten. Aanbevolen wordt om in beeld te brengen hoe de gemeente inwoners en andere partijen betrekt bij de vergroeningsopgave van de gemeente en hoe zij de samenleving betrekt bij het in gang zetten van de energietransitie, het verduurzamen van het vastgoed en de ambities op het gebied van

16/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

circulariteit. Gedurende het proces heeft de gemeente enkele aanbevelingen doorgevoerd in de Omgevingsvisie. Een groot deel van de aanbevelingen wordt echter meegenomen in de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie in programma’s en plannen.

Wat zijn de conclusies en aanbevelingen vanuit de Passende Beoordeling Natura 2000-gebieden? De Omgevingsvisie van de gemeente Edam-Volendam is een langetermijnvisie op de fysieke leefomgeving van de gemeente tot aan 2050. Door de lange doorlooptijd en het hoge abstractieniveau van de visie kunnen mogelijke significante effecten op Natura 2000-gebieden binnen en rondom de gemeente Edam-Volendam op dit moment niet met zekerheid worden uitgesloten. Tegelijkertijd is ook niet op voorhand sprake van significant negatieve effecten of met zekerheid onuitvoerbare ontwikkelingen, omdat er zowel in de aanlegfase als gebruiksfase doorgaans mogelijkheden gevonden kunnen worden om negatieve effecten effectief te beperken of weg te nemen. Naast bronmaatregelen kan daarbij ook gedacht worden besteed aan zorgvuldige locatiekeuze en inpassing. Wanneer concretisering van keuzes plaatsvindt in bijvoorbeeld opvolgende programma’s en omgevingsplannen en er meer duidelijkheid is over de omvang van de verschillende ontwikkelingen, zal nader onderzoek nodig (kunnen) zijn naar effecten op Natura 2000-gebieden en de mogelijkheden om deze te beperken. Er moet in dat geval een Passende Beoordeling op projectniveau worden uitgevoerd.

Effecten ontwikkeling nieuw bedrijventerrein De Purmer en transformatie Julianaweg Ten behoeve van de ontwikkeling van het nieuwe bedrijventerrein De Purmer en de transformatie Julianaweg is een Passende beoordeling1 uitgevoerd. Op basis van het habitat in het plangebied en informatie uit bijvoorbeeld Natura 2000 beheerplannen is in de Passende Beoordeling gekeken of het plangebied van essentieel belang kan zijn voor het halen van instandhoudingsdoelstellingen. Hier blijkt geen sprake van te zijn. Natura 2000-gebied Polder Zeevang ligt op ongeveer 230 meter afstand van bestemming ‘gemengd’ en op ongeveer 700 meter tot bestemming ‘industrie’. Uit de Passende Beoordeling blijkt dat met name ten aanzien van een sportcomplex of voetbalstadion significant negatieve effecten door licht, geluid en optische verstoring niet met zekerheid kunnen worden uitgesloten. Verder kan een afname in stikstofdepositie verwacht worden als gevolg van de transitie van het bedrijventerrein Julianaweg naar woningbouw. Als gevolg van de toename van verkeer is niet uit te sluiten dat er ook toename is van stikstofdepositie op gevoelige Natura 2000-gebieden. Zeker als gevolg van verkeer wat richting deze gebieden rijdt. Hierbij moet wel vermeld worden dat de trend is dat er steeds meer elektrische vervoersmiddelen op de weg komen, wat een gunstig effect zal hebben ten opzichte van de huidige situatie.

Stikstofdepositieberekeningen op plan- en projectniveau moeten uitwijzen hoe de balans precies uitslaat en wat de mogelijke negatieve effecten zijn van bovengenoemde ontwikkelingen.

1

Passende beoordeling Omgevingsvisie Edam – Volendam, TAUW, maart 2023

17/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

1 De Omgevingsvisie en de rol van het PlanMER 1.1

Aanleiding

De gemeente Edam-Volendam werkt aan het opstellen van een Omgevingsvisie en bijbehorende Uitvoeringsstrategie. Dit betreft één integrale visie voor de fysieke leefomgeving voor het gehele gemeentelijke grondgebied. Het opstellen van een Omgevingsvisie wordt verplicht gesteld door de nieuwe Omgevingswet, welke ingaat op 1 januari 2024. Gelijktijdig met het opstellen van de Uitvoeringsstrategie is voorliggend milieueffectrapport (PlanMER) opgesteld. Waar in dit document verwezen wordt naar de Omgevingsvisie, wordt de concept Omgevingsvisie tezamen met de Uitvoeringsstrategie bedoeld. Dit hoofdstuk beschrijft de aanleiding voor het opstellen van het PlanMER en het doel ervan, de uitgangspunten voor het PlanMER, de besluitvorming omtrent het PlanMER en de interactie tussen de Omgevingsvisie en het PlanMER. Hoofdstuk 1 sluit af met een leeswijzer.

1.2

Waarom een PlanMER?

Voor een Omgevingsvisie kan een milieueffectrapportage (m.e.r.)-plicht gelden. Dit is het geval als de Omgevingsvisie kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor volgens de Wet milieubeheer een project-m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling verplicht. Ook dient een m.e.r.procedure te worden doorlopen indien de in de Omgevingsvisie geschetste ontwikkelingen tot significante gevolgen kunnen leiden voor Natura 2000-gebieden waardoor een Passende Beoordeling conform de Wet natuurbescherming nodig is. Aangezien beide mogelijkheden niet op voorhand zijn uit te sluiten, is ervan uitgegaan dat er een m.e.r.-plicht geldt om volgende redenen. • Ten eerste, omdat de Omgevingsvisie van de gemeente Edam-Volendam naar verwachting voorziet in de ontwikkeling van De Purmer en de Julianaweg. De Purmer is een ontwikkellocatie van ongeveer 160 hectare waarvan circa 40 hectare bedrijventerrein wordt en het overige deel een gemengde bestemming krijgt. De Julianaweg is een bestaand bedrijventerrein in de kern Volendam. Door onder andere categorie-4-bedrijven aan de Julianaweg te laten verhuizen naar een mogelijk nieuw bedrijventerrein in De Purmer kunnen deze bedrijven groeien en verduurzamen. Daarnaast komt er binnenstedelijk ruimte voor inbreidingslocaties ten behoeve van woon-werkmilieus. Deze ontwikkelplannen kunnen •

worden gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject (categorie D 11.2 Besluit m.e.r.). Ten tweede, omdat niet op voorhand uit te sluiten is dat de Omgevingsvisie Edam-Volendam leidt tot significant negatieve gevolgen voor Natura-2000-gebieden. Dit betekent dat er een Passende Beoordeling moet worden opgesteld. De Passende Beoordeling is een document waarin dieper wordt ingegaan op de eventuele gevolgen voor Natura-2000 gebieden. Het detailniveau van de Passende Beoordeling sluit aan bij het detail- en abstractieniveau van het plan. Aangezien de Passende Beoordeling in dit geval opgesteld wordt voor een Omgevingsvisie kent deze een meer abstract karakter. De Passende Beoordeling maakt integraal onderdeel uit van dit PlanMER.

Vanwege deze twee redenen is gelijktijdig met het proces van het opstellen van de Omgevingsvisie een PlanMER opgesteld.

18/94

Kenmerk

1.3

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Doel PlanMER

Het doel van het PlanMER is het inzichtelijk maken van de effecten van de Omgevingsvisie op de leefomgeving en in hoeverre de voorgestelde koers bijdraagt aan het behalen van de gestelde ambities. Het PlanMER geeft de (milieu-)informatie die nodig is om een besluit te nemen over de vaststelling van de Omgevingsvisie. Een besluit waarbij de milieubelangen op basis van het PlanMER volwaardig zijn meegewogen.

1.4

Uitgangspunten PlanMER

De uitgangspunten van dit PlanMER voor de Omgevingsvisie van de gemeente Edam-Volendam zijn als volgt: • Het PlanMER en de Passende Beoordeling sluiten aan op het abstractieniveau van de Omgevingsvisie. De effectbeoordeling is kwalitatief van aard. Als het gaat om speerpunten

•

met (in relatieve zin) concretere acties, dan sluit de effectbeoordeling in het PlanMER daar op aan De Omgevingsvisie is een integrale lange-termijn-ontwikkelkoers. Bestaand beleid en toekomstige plannen en programma’s moeten passen bij en bijdragen aan dit integrale toekomst beeld. Het doel van de m.e.r.-procedure is om de onderlinge strijdigheid of synergie tussen de ambities in de voorgestelde koers te onderzoeken en in beeld te brengen. Dit kan echter niet los gezien worden van de verdere uitwerking waarvoor de Omgevingsvisie het kader vormt. Daarom omvat het PlanMER een doorkijk naar de haalbaarheid van ambities (doelbereik). In het verlengde hiervan geeft het PlanMER aanbevelingen voor de verdere

• •

uitwerking. Deze aanbevelingen helpen om de gestelde ambities in de Omgevingsvisie daadwerkelijk te behalen De Omgevingsvisie richt zich op de periode tot 2050. Het PlanMER sluit hier op aan In het PlanMER is niet alleen gekeken naar de ‘traditionele’ milieuthema’s, maar ook naar andere thema’s binnen de fysieke leefomgeving, zoals de Omgevingswet voorstaat. Zo wordt integraal gekeken naar de effecten van onder andere klimaatadaptatie, energietransitie, gezondheidsbevordering, woon- en werklocaties, bereikbaarheid van recreatie en (maatschappelijke) voorzieningen. Het meenemen van deze thema’s zorgt voor een vernieuwende m.e.r.-aanpak waarbij je het PlanMER ook wel Omgevingseffectrapportage (OER) kunt noemen, omdat het uitgangspunt niet alleen is om de milieueffecten in beeld te brengen, maar om de omgeving integraal te benaderen

1.5

Besluitvorming PlanMER en Omgevingsvisie

1.5.1 Vaststellen Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) De eerste stap in de m.e.r.-procedure is het opstellen van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). In de NRD is beschreven hoe de PlanMER van de Omgevingsvisie tot stand komt, welke onderwerpen zijn onderzocht, hoe deze zijn onderzocht en hoe de resultaten zijn beoordeeld. Vervolgens zijn in de NRD de stappen van het m.e.r.-proces uiteengezet. Zo is uitgelegd wat de Huidige Situatie en Autonome Ontwikkeling (HSAO), de effectbeoordeling en het doelbereik is, en wat synergie en strijdigheden in het PlanMER zijn. Ook zijn de indicatoren waarop getoetst wordt gepresenteerd.

19/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

De NRD heeft vanaf 21 december 2022 tot en met 31 januari 2023 voor een ieder ter inzage gelegen. Naar aanleiding hiervan zijn twee zienswijzen binnengekomen die aandacht vragen voor de effecten op natuur, erfgoed, landschap en het gebruik van scenario’s en alternatieven. De reacties op de zienswijzen zijn beantwoord in de Nota van Beantwoording NRD en de uitkomsten zijn meegenomen in dit PlanMER. 1.5.2 Terinzagelegging en besluit De procedure van het PlanMER is gekoppeld aan de procedure voor de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie die met het PlanMER voorligt is het ontwerp. De ontwerp Omgevingsvisie en het PlanMER worden gelijktijdig zes weken ter inzage gelegd. Het PlanMER is als bijlage bij de ontwerp Omgevingsvisie gevoegd. Tijdens de terinzagelegging worden relevante bestuursorganen geraadpleegd en mag een ieder een zienswijze indienen op het PlanMER en op de ontwerp Omgevingsvisie. Parallel aan de terinzagelegging en besluitvorming toetst de Commissie m.e.r. de kwaliteit van het PlanMER en beoordeelt de Commissie of de juiste (milieu-)informatie aanwezig is om een besluit over de Omgevingsvisie te kunnen nemen. Besluit en vervolg De Omgevingsvisie wordt vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeente motiveert in de uiteindelijke Omgevingsvisie hoe met de uitkomsten van het PlanMER en de inspraakreacties is omgegaan.

1.6

Wisselwerking Omgevingsvisie en het PlanMER

Gelijktijdig en in samenhang met het opstellen van de Omgevingsvisie is het PlanMER opgesteld. Het PlanMER helpt als procesinstrument bij het maken van afgewogen keuzes voor de Omgevingsvisie. Gedurende het opstellingsproces van de Omgevingsvisie heeft het PlanMER inzicht gegeven in de wijze waarop de gemeente met de Omgevingsvisie haar (milieu) kwaliteiten kan behouden, versterken of kwaliteiten kan toevoegen. Doordat het PlanMER als procesinstrument is ingezet konden de tussenresultaten van het PlanMER direct benut worden bij het opstellen van de nieuwe versie van de Omgevingsvisie. Zie voor een verdere beschrijving paragraaf 9.4.1.

1.7

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk, hoofdstuk 2, staat een beschrijving van het totstandkomingsproces van de Omgevingsvisie en de manier waarop de gemeente uitwerking wil geven aan de voorgestelde ontwikkelkoers. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe het milieueffectonderzoek is uitgevoerd. Hoofdstuk 4 beschrijft wat de effecten zijn op de leefomgeving als gevolg van de Omgevingsvisie. Hoofdstuk 5 gaat in op de locatieafweging en de effecten van het bedrijventerrein De Purmer en de bedrijven op de Julianaweg. Hoofdstuk 6 beschrijft de kansen voor synergie en strijdigheden tussen de gestelde kernopgaven in de Omgevingsvisie. In hoofdstuk 7 wordt het doelbereik van de ambities beschreven. Hoofdstuk 8 beschrijft de Passende Beoordeling van Natura 2000-gebieden. Hoofdstuk 9 bestaat uit de conclusies en aanbevelingen en in hoofdstuk 10 wordt ingegaan op leemten in kennis en de manier waarop gemonitord wordt.

20/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

2 Omgevingsvisie Edam-Volendam: proces en uitwerking Dit hoofdstuk legt ten eerste verslag van het totstandkomingsproces van de Omgevingsvisie. Daarnaast wordt in paragraaf 2.2 uiteen gezet op welke manier de gemeente Edam-Volendam uitwerking geeft aan de gewenste ontwikkelkoers in de Omgevingsvisie.

2.1

Proces tot nu toe: totstandkoming Omgevingsvisie

2.1.1 Totstandkoming Omgevingsvisie In 2019 is de gemeente Edam-Volendam gestart met het proces om te komen tot een Omgevingsvisie. Daarbij richtte de gemeente zich op het opstellen van een algemene Omgevingsvisie die flexibiliteit bood voor verschillende ontwikkelingen. De gemeente onderscheidt vijf stappen in het doorlopen proces voor de Omgevingsvisie (figuur 2.1). In het proces om te komen tot een Omgevingsvisie is sprake geweest van een nauwe wisselwerking tussen de gemeente, bewoners, ondernemers en regiopartners. Daarnaast was er tijdens de stappen 2 ‘In gesprek over ambitie’ en 4 ‘In gesprek over de visie’ de ruimte voor bewoners om te participeren en in gesprek te gaan met de gemeente. Gedurende dit proces is op basis van vigerend beleid van de gemeente en openbaar beschikbare informatie een Leefomgevingsfoto opgesteld. De Leefomgevingsfoto beschrijft aan de hand van indicatoren de fysieke leefomgeving. Hiervoor is open data gebruikt, aangevuld met gericht uitgevraagde informatie vanuit de gemeente. De concept Omgevingsvisie is in april 2022 ter inzage gelegd. Tijdens de inzageperiode hebben 24 verschillende partijen zienswijzen ingediend.

Figuur 2.1 Proces Omgevingsvisie Edam-Volendam

21/94

Kenmerk

2.1.2

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Aanvulling Uitvoeringsstrategie

De mogelijkheid om de Omgevingsvisie als grondslag te hanteren voor de verlenging van de Wet voorkeursrecht gemeenten voor het voorkeursrecht in De Purmer en de ontvangen zienswijzen op de concept Omgevingsvisie zijn redenen geweest voor het college van burgemeester en wethouders om te besluiten om de Omgevingsvisie te concretiseren en aan te vullen met een Uitvoeringsstrategie. Tijdens het opstellen van de NRD is er door de gemeente gewerkt aan de Uitvoeringsstrategie. Tijdens de raadsbijeenkomst op 15 december 2022 werd de concept Uitvoeringsstrategie voorgelegd aan de raad. Zij hebben de concept Uitvoeringsstrategie vrijgegeven voor een onderzoek naar de milieueffecten van de ambities en de hoofdlijnen van het beleid. De Uitvoeringsstrategie is meegenomen in de algehele beoordeling binnen dit PlanMER.

2.2

Uitwerking Omgevingsvisie

De gemeente Edam-Volendam stelt een Omgevingsvisie op waarin de verschillende onderdelen van leefomgeving in samenhang worden bekeken. Met het opstellen van de Omgevingsvisie wil de gemeente drie doelen bereiken: • Een goede leefomgeving in Edam-Volendam: De gemeente streeft naar een goede leefomgeving voor bewoners, ondernemers en bezoekers. In de Omgevingsvisie beschrijft de gemeente daarom hoe de leefomgeving op een goede manier beheerd, beschermd, gebruikt en ontwikkeld kan worden •

•

Een duidelijke visie voor de toekomst van Edam-Volendam: Om in samenhang antwoord te kunnen geven op de diverse vraagstukken die spelen binnen de gemeente is er behoefte aan een duidelijke visie voor de toekomst. De gemeente stelt daarom één visie op waarin alle onderwerpen in samenhang met elkaar worden bekeken Ruimte voor initiatief: De Omgevingsvisie beschrijft de gewenste ontwikkelingsrichting van de leefomgeving. Op deze manier wordt ruimte geboden aan initiatieven als deze bijdragen aan de beschreven koers

2.2.1

Zes opgaven Uitvoeringsstrategie

Om bovenstaande drie doelen te bereiken hanteert de gemeente Edam-Volendam zes opgaven in de Uitvoeringsstrategie van de Omgevingsvisie die de hoofdlijnen vormen van het beleid voor de leefomgeving. Het gaat om de volgende zes opgaven: 1. 2. 3. 4. 5.

Wonen: Zorg voor een evenwichtige woningvoorraad en het bereiken en in stand houden van een kwalitatieve, gezonde en veilige leefomgeving Warmte, Energie en Klimaat: Voor het bereiken van een duurzame en toekomstbestendige leefomgeving door verantwoordelijk om te gaan met het klimaat Mobiliteit: Voor een mobiliteitstransitie en goede bereikbaarheid die meegroeit met de ontwikkeling en ambities van onze gemeente Werklocaties: De realisatie van nieuwe ontwikkelmogelijkheden voor onze bedrijven en het behoud van voldoende werkgelegenheid dichtbij huis Landelijk gebied en landschap: Voor vitale dorpslinten en een gezonde en veilige leefomgeving met behoud en de ontwikkeling van ons karakteristieke cultuurlandschap en bescherming van onze natuurgebieden

22/94

Kenmerk

6.

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Waterfront: Voor het bereiken en bewaken van een gebalanceerd en leefbaar waterfront. En de borging van de cultuur, identiteit en het aangezicht van het waterfront

2.2.2

Afwegingskader

Verschillende belangen binnen de leefomgeving kunnen goed samen gaan, maar in sommige gevallen kunnen er ook knelpunten optreden. De gemeente Edam-Volendam heeft daarom een afwegingskader opgesteld om een zorgvuldige afweging te kunnen maken. De drie principes die opgenomen zijn in de Omgevingsvisie zijn: • Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies • Identiteit en kenmerken staan centraal •

2.3

Afwentelen wordt voorkomen

Ontwikkeling De Purmer

De Omgevingsvisie van de gemeente Edam-Volendam is kaderstellend voor de ontwikkeling van De Purmer en de Julianaweg. De Purmer is een ontwikkellocatie van ongeveer 160 hectare waarvan circa 40 hectare bedrijventerrein wordt en het overige deel een gemengde bestemming krijgt. Het gebied is gelegen ten westen van De Purmerringvaart, ten noordwesten van de N247, ten noorden van de N244 en ten oosten van het gebied BaansteeNoord. Het voornemen is dat op de locatie van het bedrijventerrein onder andere bedrijven met een categorie 4.2 gevestigd kunnen worden. De ontwikkeling van bedrijventerrein De Purmer is daarmee ook van toegevoegde waarde voor de gemeente en de regio. Door categorie-4-bedrijven aan de Julianaweg te laten verhuizen naar De Purmer kunnen deze bedrijven groeien en verduurzamen, en komt er daarnaast binnenstedelijk ruimte voor inbreidingslocaties ten behoeve van woonwerkmilieus op de Julianaweg. De Julianaweg is een bestaand bedrijventerrein in de kern Volendam waar onder andere categorie-4-bedrijven zijn gevestigd. Het bedrijventerrein bevindt zich in het noordoosten van de bebouwde kom van Volendam en is gelegen tussen de waterkering langs het Markermeer (noorden oostkant), de Oude Kom (oost- en zuidkant) en een woongebied (zuid- en westkant). Centraal door het bedrijventerrein loopt de Julianaweg.

Deze weg is een belangrijke verkeerscorridor voor zowel het bedrijventerrein als de rest van de bebouwde kom van Volendam. In het noorden is de Julianaweg via de Dijkgraaf de Ruijterlaan verbonden met de bebouwde kom van Edam. Naast dat onder andere categorie-4-bedrijven toegelaten tot het westelijk deel van De Purmer, kan een deel van het gebied in beslag worden genomen voor gemengde voorzieningen, zoals sport/maatschappelijk en eventueel in de toekomst een stadion.

2.4

Ontwikkeling De Lange Weeren

2.4.1 Verankering De woningbouwlocatie voor De Lange Weeren kent een lange geschiedenis. Al in het streekplan Noord-Holland-Zuid uit 2003 wordt de ontwikkellocatie genoemd. Het Uitwerkingsplan van het streekplan Waterlands Wonen (2006) biedt eveneens mogelijkheden voor de woonlocatie Lange Weeren. De locatie komt ook terug in de structuurvisie Edam-Volendam 2009. In het

23/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

bestemmingsplan derde ontsluitingsweg (2019) en bijhorend MER en onderzoeken is eveneens rekening gehouden met de komst van de wijk De Lange Weeren. Recentelijk (Op 15 december 2022) was de gemeenteraad positief over het conceptplan De Lange Weeren en kreeg het college groen licht om het plan voor te leggen aan de provincie Noord-Holland. Ook de provincie heeft laten weten positief te zijn over het proces rond de totstandkoming van De Lange Weeren2, maar dat het nog wel een nadere verdiepingsslag behoeft. Voor De Lange Weeren is op dit moment nog geen bestemmingsplan vastgesteld, maar er worden hiervoor wel verschillende onderzoeken uitgevoerd. Wel is voor deze ontwikkellocatie een beheersverordening vastgesteld3 vooruitlopend op de woningbouwplannen. 2.4.2 Uitwerking Ten behoeve van een goede inpassing van ontwikkellocatie De Lange Weeren zijn al verschillende onderzoeken uitgevoerd. Onder andere rondom verkeer, parkeren, waterberging, klimaat en duurzaamheid. Een en ander is verder uitgewerkt en beschreven in het ontwikkelkader voor De Lange Weeren uit 20214. Naar aanleiding van het advies van de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO) gaat de gemeente nog een kwalitatieve verdiepingsslag maken in het plan.

De provincie geeft aan deze verdiepingsslag noodzakelijk te achten om het plan als een goed alternatief voor de bestuurlijke overeenkomst ‘Pilot Waterland’ te kunnen beschouwen. In de Pilot Waterland hebben de gemeenten Edam-Volendam, Waterland, Wormerland, Landsmeer, Oostzaan, Stadsdeel Amsterdam Noord en de Provincie Noord-Holland bestuurlijk afspraken gemaakt over de voorwaarden waaronder woningbouw mogelijk is. In het kader van een bestemmingsplan/-omgevingsplan voor De Lange Weeren zal ook nog het benodigde (milieu)onderzoek uitgevoerd worden. 2.4.3

Nut en noodzaak

De ontwikkeling van de locatie is volgens de gemeente nog steeds noodzakelijk. Alleen al in de kern Volendam heeft de gemeente tot het jaar 2040 1505 extra woningen nodig5. Daarbij komt nog de opgave vanuit de regio, waaraan de gemeente tegemoet wil komen. In Edam-Volendam wordt de woningbouwbehoefte bij voorkeur binnenstedelijk opgelost. Volgens de gemeente gaat dit tot 2035 voor mogelijk voor 1/3e deel van de behoefte lukken, maar voor het andere gedeelte moet een beroep gedaan worden op buitenstedelijk gebied/ uitbreidingsruimte. Daarmee voorziet de gemeente in de woningbehoefte binnen Edam-Volendam en wordt voorkomen dat de leefbaarheid in de bestaande kernen niet onder druk komt te staan. De Lange Weeren is de grootste uitbreidingslocatie voor woningbouw in Volendam. Gezien de binding met de kern, en het feit dat de andere randen van de woonkernen van Edam en Volendam niet meer beschikbaar zijn door infrastructuur of andere restrictie, is de beoogde locatie de meest logische locatie voor deze (woningbouw)ontwikkeling.

2

https://www.edam-volendam.nl/goed-nieuws-provincie-positief-over-planvorming-lange-weeren Beheersverordening Lange Weeren, Gemeente Edam-Volendam beheersverordening onherroepelijk (vastgesteld 2017-03-16) 4 ontwikkelkader De Lange Weeren: wonen in het landschap - t Scholtens Projecten II BV. - 2021 5 Companen. 2020. Woningmarktanalyses per kern – gemeente Edam-Volendam 3

24/94

Kenmerk

2.4.4

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

De Lange Weeren in dit PlanMER

De ontwikkeling van De Lange Weeren is in combinatie met de concrete toezeggingen en uitwerkingen van het plan een voor de gemeente zekere ontwikkeling. Omdat er echter nog geen bestemmingsplan in procedure is, is heel formeel geen sprake van een autonome ontwikkeling. In dit PlanMER wordt daarom in beeld gebracht wat de effecten zijn ten opzichte van een referentiesituatie met De Lange Weeren en zonder De Lange Weeren.

25/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

3 Hoe is het millieueffectonderzoek uitgevoerd en wat is er onderzocht? In het PlanMER is beoordeeld wat de effecten op hoofdlijnen zijn. De effecten in dit PlanMER zijn beschreven door aan te geven wat de invloed van de (sub)opgaven en beleidsmaatregelen op het kwaliteitsniveau van de indicator is. Het kan ook gezien worden als kans voor positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. Deze risico’s en sterkten zijn in beeld gebracht met kwalitatieve inschattingen van experts. Dit hoofdstuk beschrijft in de verschillende paragrafen de stappen binnen het MER. Figuur 3.1 toont een weergave van het proces en de verschillende stappen. Dit PlanMER is opgesteld in de volgende stappen: 0. Vaststellen beoordelingskader 1. In beeld brengen huidige situatie en autonome ontwikkeling (referentiesituatie) 2. 3. 4.

Uitvoeren effectbeoordeling en in beeld brengen doelbereik In beeld brengen synergie en strijdigheden (afwegen alternatieven) Toetsen alternatieven

5. 6.

Beschrijven mitigerende maatregelen en aanbevelingen Monitoring (aanzet monitoringsprogramma)

Figuur 3.1 De stappen van de m.e.r-procedure

3.1

Stap 0: Vaststellen beoordelingskader

Als eerste stap is het beoordelingskader opgesteld. De zes opgaven voor de fysieke leefomgeving vanuit de Uitvoeringsstrategie vormen het uitgangspunt voor het beoordelingskader (zie H2.2). Per kernopgave zijn verschillende indicatoren opgenomen waarvoor het kwaliteitsniveau van de referentiesituatie is bepaald. Dit is gedaan aan de hand van beoordelingscriteria. Van iedere indicator is beschreven met behulp van welk criterium het effect is bepaald. In de volgende tabel 3.2 is het beoordelingskader te zien.

26/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Tabel 3.2 Beoordelingskader effectbeoordeling Indicator

Beoordelingscriterium

Woningvoorraad (kwantitatief en kwalitatief)

• •

Balans vraag en aanbod Passend aanbod voor verschillende doelgroepen

Voorzieningenniveau

•

Gemiddelde afstand tot (basis) voorzieningen

Gezondheidsbevordering

•

Kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving (KBO)

Luchtkwaliteit

•

Concentraties PM10 en NO2

Geluid

• •

WHO grenswaarden Lden en Lnight Wegwerkeer en treinverkeer Aantal gehinderden door industriegeluid

Geur

•

Klachten over geurhinder

Omgevings-veiligheid

•

Mate van groepsrisico door afstand van gevoelige functies tot risicobronnen 10-6 Plaatsgebonden Risicocontour (PR) (binnen deze contour geen kwetsbare/ extra kwetsbare objecten (ziekenhuizen).

•

Opwek duurzame energie

•

Aandeel duurzame energie

Circulaire economie

•

Concreetheid van aanpak en bijbehorende acties, kans op behalen gestelde ambitie voor 2050

Ondergrond

•

Drukte in de ondergrond

Waterveiligheid

•

Aantal inwoners dat bloot wordt gesteld aan gevolgen van een overstroming

Hittestress

•

Aantal gehinderden door hitte

Wateroverlast

•

Aantal wateroverlastlocaties

Droogte

•

Droogterisico

Verkeersveiligheid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=4ac751d8-eaed-4bf1-9dde-68d2f10c0385