CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

planMER omgevingsvisie.pdf

Raadsplein Bespreekronde Ia 20 april 2023, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot instemmen met het voor inspraak vrijgeven van het ontwerp omgevingsvisie inclusief het 2 documentenplanMER.32.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Op basis van maximale foerageerafstanden is gekeken welke soorten vanuit welke gebieden een relatie met het plangebied kunnen hebben. Op basis van het habitat in het plangebied en informatie uit bijvoorbeeld Natura 2000 beheerplannen is in de Passende Beoordeling gekeken of het plangebied van essentieel belang kan zijn voor het halen van instandhoudingsdoelstellingen. Hier blijkt geen sprake van te zijn. Natura 2000-gebied Polder Zeevang ligt op ongeveer 230 meter afstand van bestemming ‘gemengd’ en op ongeveer 700 meter tot bestemming ‘industrie’. Met name ten aanzien van een sportcomplex of voetbalstadion kunnen significant negatieve effecten door licht, geluid en optische verstoring niet met zekerheid worden uitgesloten. Om effecten inzichtelijk te maken is een exacte locatie en bijvoorbeeld een lumen- en geluidberekening nodig. Hoe korter de afstand van een spotcomplex tot Polder Zeevang, hoe groter de kans op (significant) negatieve effecten. Bij wonen, industrie en nevenfuncties kunnen significant negatieve effecten waarschijnlijk worden uitgesloten door kunstmatige lichtbronnen zoveel mogelijk te beperken en gerichte en/of afgeschermde armaturen te gebruiken en/of aan te tonen dat lichtbronnen door hoogteverschillen in het landschap vanuit Zeevang niet of beperkt zichtbaar zijn.

12

Passende beoordeling Omgevingsvisie Edam – Volendam, TAUW, maart 2023

57/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

De noordelijke rand van het plangebied is, zoals ook opgenomen in de Omgevingsvisie, een logische locatie voor de beoogde groenstructuur. Door een groene buffer tussen het Natura 2000gebied Polder Zeevang neemt de kans op significant negatieve effecten af. Voor de Julianaweg geldt dat het gebied niet geschikt is als leefgebied voor soorten uit omliggende Natura 2000-gebieden. De bestemming ‘industrie’ wordt gewijzigd in ‘gemengd’. Een deel van de bedrijven maakt mogelijk plaats voor woningen. Effecten door geluid, trilling, licht en optische verstoring op het naastgelegen Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer is daarom uitgesloten. Stikstofdepositie Ook als gevolg van extra stikstofuitstoot kunnen effecten optreden op Natura 2000-gebieden. Stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) zijn schadelijk voor de natuur als er te veel van in de bodem of het water terechtkomt. Planten als bramen, brandnetels en gras gaan er harder door groeien en overwoekeren andere planten, wat negatieve gevolgen heeft voor de biodiversiteit. Daardoor verdwijnen bijvoorbeeld ook insecten, vlinders en vogels. Bedrijven, landbouw en verkeer zijn stikstofemissiebronnen. Bij de planvorming ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen, zoals bedrijventerreinen, is het dan ook noodzakelijk om potentieel negatieve effecten vanwege stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in beeld te brengen.

Figuur 5.9 N2000 gebieden met daarin (in oranje) voor stikstofgevoelige hexagonen

58/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Stikstofgevoelige N2000 gebieden Het nieuwe bedrijventerrein De Purmer ligt op ongeveer 8,5 km afstand van het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder. Het bedrijventerrein Julianaweg ligt op ongeveer 9 km afstand. De afstand van het nieuwe bedrijventerrein tot het Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske bedraagt ongeveer 7 km. Het bedrijventerrein Julianaweg ligt op ongeveer 13 km afstand. Effecten Er kan een afname in stikstofdepositie verwacht worden als gevolg van de transitie van het bedrijventerrein Julianaweg naar woningbouw. Er mag aangenomen worden dat nieuwbouw van bedrijven leidt tot minder emissies dan de bedrijven op de huidige locatie, zeker wanneer de eis wordt gesteld dat deze nieuwe bedrijven van het gas afgaan. Daarnaast is een belangrijk positief effect het uit gebruik nemen van agrarische gronden waardoor de uitstoot als gevolg van bemesting ter plaatse stopt. Dit effecten wordt versterkt wanneer de twee agrarische bedrijven in het gebied ook stoppen. Als gevolg van de toename van verkeer is niet uit te sluiten dat er ook toename is van stikstofdepositie op gevoelige Natura 2000-gebieden. Zeker als gevolg van verkeer wat richting deze gebieden rijdt.

Hierbij moet wel vermeld worden dat de trend is dat er steeds meer elektrische vervoersmiddelen op de weg komen, wat een gunstig effect zal hebben ten opzichte van de huidige situatie. Daarnaast is zoals beschreven de toename van verkeer als gevolg van de ontwikkeling relatief beperkt. Wel geldt dat ambities met betrekking tot sportvoorzieningen en mogelijk een stadion ook weer kunnen leiden tot een extra verkeersbelasting en daarmee gepaard gaande stikstofdepositie. Stikstofdepositieberekeningen op plan- en projectniveau moeten uitwijzen hoe de balans precies uitslaat en wat de mogelijke negatieve effecten zijn van bovengenoemde ontwikkelingen. Door het uit gebruik nemen van agrarische gronden, de vestiging van nieuwe en energie efficiëntere bedrijven, de revitalisering van bestaande bedrijventerreinen, het bevorderen van goede fiets- en OV verbindingen en de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn kan er een belangrijk positief effect behaald worden. Van belang is dat het gebruik van de auto zoveel mogelijk wordt ontmoedigd. Hoe groter de verkeersaantrekkende werking van nieuwe functies, zoals een nieuw stadion, hoe de groter de kans dat de effecten per saldo negatief zijn.

5.7

Conclusie

Op basis van voorgaande analyse kan geconcludeerd worden dat de door de gemeente boogde locatie voor bedrijventerrein De Purmer de meest geschikte plek is. Ook de gemengde functies die zijn voorzien nabij het bedrijventerrein zijn waarschijnlijk inpasbaar. De transformatie van de Julianaweg kent vooral positieve effecten. Wel is er een aantal belangrijke randvoorwaarden en aanbevelingen te benoemen voor de ontwikkeling van De Purmer, deze zijn opgenomen in hoofdstuk 9.

59/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

6 Synergie en strijdigheden tussen ambities In dit hoofdstuk worden op een strategisch niveau de opgaven vergeleken. In de Uitvoeringsstrategie van de Omgevingsvisie wil de gemeente de fysieke leefomgeving in onderlinge samenhang bezien waarbij functies elkaar niet belemmeren maar juist aanvullen en versterken. In dit hoofdstuk wordt onderzocht in hoeverre de verschillende opgaven hier aan bijdragen. De kernopgaven worden daarom tegenover elkaar gezet en er wordt benoemd of er sprake is van synergie dan wel mogelijke tegenstrijdigheden. In de toelichting op de mogelijke synergie en strijdigheden worden de relevante sub ambities beschreven.

1. Wonen

2. Warmte, Energie & Klimaat

3. Landelijk gebied & 4. Werklocaties Landschap

5. Mobiliteit

6. Waterfront

1. Wonen

2. Warmte, Energie & Klimaat

3. Landelijk gebied & Landschap

4. Werklocaties

5. Mobiliteit

6. Waterfront

Figuur 6.1 Tabel synergie en strijdigheden

Op basis van de beoordeling van effecten in hoofdstuk 4 (en de bijbehorende factsheets) is een overzichtelijke kruistabel gemaakt waarin de kernopgaven van de Uitvoeringsstrategie tegenover elkaar zijn gezet (figuur 6.1). Aangegeven is of er sprake is van (veel) mogelijkheden voor synergie, of de invloed tussen de ambities relatief beperkt is of dat er een kans in dat er onderling mogelijk tegenstrijdigheden zijn. In deze paragraaf worden de ambities die mogelijk synergie hebben dan wel kunnen leiden tot onderlinge tegenstrijdigheden kort beschreven.

6.1

Wonen

De opgave Wonen focust zich op het creëren van een evenwichtige woningvoorraad en het in stand houden van een kwalitatieve, gezonde en veilige leefomgeving. Vanuit deze opgave zijn er diverse mogelijkheden voor synergie met andere opgaven. Zo is er sprake van synergie tussen de

60/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

opgave Wonen en de opgave Landelijk gebied en Landschap als het gaat om het realiseren van voldoende voorzieningen en woningen (opgave 3). Daarnaast draagt het uitbreiden van de hoofdgroenstructuur en bijbehorende recreatieve mogelijkheden bij aan een duurzame en toekomstbestendige leefomgeving en heeft dit naar verwachting een positief effect op de biodiversiteit in de gemeente (opgave 2 en 6). Tegelijkertijd vergroot de opgave Wonen door zowel in- als uitbreiding de druk op de ruimtelijke kwaliteit en klimaatrobuustheid van de gemeente (opgave 2). Ook kunnen binnenstedelijke woningbouwlocaties leiden tot strijdigheden op het gebied van biodiversiteit (opgave 2). Er zijn echter diverse wijzen waarop rekening gehouden kan worden met de natuur en het veranderende klimaat. Zo onderzoekt de gemeente hoe zij op ecologische wijze kan verdichten en doet zij onderzoek naar natuurinclusief bouwen (opgave 2 en 4). Ook in relatie tot de opgave Warmte, Energie en Klimaat zijn zowel kansen voor synergie als strijdigheden te benoemen. Zo worden nieuwbouwwoningen aardgasvrij gerealiseerd. Dit betekent echter niet dat nieuwbouw klimaatneutraal is. De verwachting is dat het toevoegen van woningen, ondanks de hoge energetische kwaliteit, zal leiden tot een toename van het energieverbruik.

Hoewel de beschreven ontwikkelingen en maatregelen wel een dempende invloed zullen hebben op het gemiddelde energieverbruik per woning. Daarnaast heeft de energietransitie tot gevolg dat de claims op de ondergrond in de toekomst nog groter worden. Bijvoorbeeld door de toepassing van warmtenetten, WKO of geothermie (opgave 2). Dit kan leiden tot meer drukte in de ondergrond en daarmee tot mogelijke onderlinge knelpunten. Tenslotte kunnen maatregelen met betrekking tot het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving en elektrisch rijden tot verrommeling van de openbare ruimte leiden. Een goede planning en afstemming in de ondergrondse ruimte en een kwaliteitsvisie op bovengrondse maatregelen is daarom van belang. Ook de ambities op het thema circulariteit kunnen mogelijk leiden tot knelpunten. Zo kan circulaire bedrijvigheid leiden tot hogere milieucategorieën, wat strijdigheid kan opleveren met een kwalitatieve, gezonde en veilige leefomgeving (opgave 2). Tegelijkertijd heeft de gemeente de ambitie om zware bedrijvigheid te verplaatsen buiten de kernen (opgave 4). De routekaarten en kaders die de gemeente voornemens is om op te stellen in de uitwerking van de programma’s kunnen hierin ondersteunen. Ook de transformatie van bedrijventerrein Julianaweg en in mindere mate de transformatie van Slobbenland bieden veel kansen voor synergie (opgave 4 en 6).

Een juiste inrichting kan ruimte bieden voor een gezonde, kwalitatieve en klimaatbestendige leefomgeving. Een ruime opzet met veel ruimte voor groen draagt bij aan een betere infiltratie en het langer vasthouden van water, waardoor er minder kans is op wateroverlast en droogte. En het realiseren van kwalitatief openbaar groen en recreatieve verbindingen draagt tevens bij aan klimaatbestendigheid op het thema hitte. Tenslotte zal de realisatie van nieuwe woningen leiden tot meer vervoersbewegingen waardoor er strijdigheden kunnen ontstaan tussen de opgaven Wonen en Mobiliteit. Deze toename aan verkeer heeft mogelijk negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit, veiligheid en het aantal gehinderden door geluidsoverlast. De gemeente zet echter in op het vergroten van de bestaande capaciteit van het mobiliteitsnetwerk en zet in op het verbeteren van de doorstroming (opgave 5).

61/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Daarnaast werkt zij aan een goed lokaal en regionaal fietsnetwerk en heeft zij aandacht voor de verbetering van de bereikbaarheid van regionale OV-verbindingen. Die biedt kansen voor synergie tussen de opgaven Wonen en Mobiliteit.

6.2

Warmte, Energie & Klimaat

De opgave Warmte, Energie & Klimaat richt zich op het bereiken van een duurzame en toekomstbestendige leefomgeving. Voor deze opgave geldt dat er zowel kansen zijn voor synergie als strijdigheden. In relatie tot de opgave Wonen zijn deze beschreven in paragraaf 5.1. Ook in relatie tot de opgave Landelijk gebied en Landschap zijn er diverse kansen voor synergie. Zo heeft de gemeente de ambitie om een integraal natuurplan op te stellen waar biodiversiteit en klimaatadaptatie concreet onderdeel vanuit maken en zet zij in op duurzaam behoud van veenweidegebieden (opgave 3). Daarnaast biedt de transformatie naar toekomstbestendige woon-werkgebieden diverse kansen voor synergie (opgave 4). Zo kan de transformatie van het bedrijventerrein aan de Julianaweg mogelijkheden bieden voor vergroening, het vergroten van de biodiversiteit en het uitbreiden en versterken van ecologische verbindingen. Nieuwe bedrijventerreinen en werklocaties, zoals De Purmer zorgen er echter voor dat de verharding toeneemt en dat er minder ruimte is voor waterberging en de kans op hittestress toeneemt. Door de nieuwe ontwikkelingen ruimtelijk af te stemmen op de energietransitie, de ontwikkelingen rondom circulariteit en het landschap kunnen deze effecten beperkt worden en kunnen ook deze nieuwe terreinen een bijdrage leveren aan de ambities rondom warmte, energie en klimaat (opgave 4).

De aandacht voor een toekomstbestendig, aantrekkelijk bedrijventerrein draagt eveneens bij aan een hoge beeldkwaliteit. Wat naar verwacht een positief effect heeft op de veiligheid van de leefomgeving en spelen, ontmoeten en bewegen in de buitenruimte aantrekkelijker maakt (opgave 1). De mobiliteitstransitie van fossiel naar elektrisch die de gemeente in beweging zet biedt daarnaast kansen voor synergie als het gaat om een duurzame leefomgeving (opgave 5). Vanuit de opgave Warmte, Energie & Klimaat kunnen echter ook strijdigheden met andere opgaven ontstaan. Zo kan de opwek van duurzame energie leiden tot verrommeling van het landschap en kan het de natuur negatief beïnvloeden (opgave 3). De gemeente zet echter zoveel mogelijk in op alternatieven met een lage maatschappelijke kostprijs en waarbij de ruimtelijke impact op de leefomgeving en het milieu zo veel mogelijk beperkt blijft. Vanuit de opgave Waterfront wordt er gewerkt aan een kader voor energietransitie in relatie tot de balans met de openheid van het landschap (opgave 6).

6.3

Landelijk gebied en landschap

Binnen de opgave Landelijk gebied en landschap focust de gemeente op het vitaal houden van de kernen en op het bereiken en in stand houden van een gezonde en veilige leefomgeving in deze kernen. Daarnaast heeft de gemeente de ambitie om de economische draagkracht van het landelijk gebied te ontwikkelen en streeft zij er naar natuurgebieden succesvoller te maken en te beschermen. Deze opgave toont kansen voor synergie en strijdigheden met de opgaven Wonen en Warmte, Energie & Klimaat. Dit wordt toegelicht in de paragrafen 5.1 en 5.2. In de ambities om

62/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

het langzaamverkeersnetwerk te verbeteren en nieuwe logische doorlopende verbindingen te realiseren liggen daarnaast kansen voor synergie met de opgave Mobiliteit. Onder andere het verbeteren van de doorstroming en het verbeteren van het lokaal en regionaal fietsnetwerk kunnen bijdragen aan het vergroten van de bereikbaarheid en veiligheid van het landelijk gebied (opgave 5). Tegelijkertijd resulteren nieuwe verbindingen in meer verharding in het landelijk gebied en een hogere druk op groen- en natuurgebieden door een toenemend aantal bezoekers. De kleinschalige maatregelen om de mogelijkheden voor stille vormen van recreatie aan en op het Markermeer te versterken bieden kansen voor synergie met de ambitie om ruimte te bieden aan recreatie in het landelijk gebied (opgave 6). Hoewel ook hierdoor de druk op het groen en de vraag naar recreatiemogelijkheden in de openbare ruimte sterk kan toenemen als gevolg van het groeiend aantal inwoners (opgave 1) zijn er ook in relatie tot de opgave Wonen kansen voor synergie op het thema recreatie. Het versterken van de verbinding van recreatieve netwerken, het sportiever maken van de openbare ruimte (opgave 1) en het realiseren van mogelijkheden voor stille reactie op land en water (opgave 3 en 6) draagt allemaal bij aan het creëren van ruimte voor recreatie en het in beweging zetten van inwoners.

Naast diverse kansen voor synergie treed er een knelpunt op met de opgave Werklocaties (opgave 4) waarin de gemeente inzet op het ontwikkelen van een nieuw bedrijventerrein De Purmer. De ontwikkeling van De Purmer leidt tot landschappelijke verdichting in het nu open landschap van De Purmer. Daarnaast gaan door de ontwikkeling van een bedrijventerrein de lange noord-zuidgerichte zichtlijnen verloren en verdwijnen mogelijk plaatselijke landschappelijke waarden. Er zijn echter mogelijkheden om het nieuwe bedrijventerrein landschappelijk goed in te passen en de impact te beperken. Dit kan onder andere door de locatie van het bedrijventerrein zo te kiezen dat de zichtlijnen zoveel mogelijk behouden blijven. Daarnaast kan met de inrichting van het bedrijventerrein rekening gehouden worden met de kwaliteiten van het gebied om zo een nieuw aantrekkelijk landschap te creëren.

6.4

Werklocaties

Vanuit de opgave Werklocaties werkt de gemeente Edam-Volendam aan verschillende ambities. Zo heeft zij de ambitie om nieuwe ontwikkelmogelijkheden voor bedrijven mogelijk te maken, wil zij werkgelegenheid behouden, gezonde mobiliteit stimuleren en regionale wegencongestie tegen gaan. Daarnaast streeft de gemeente er naar ondernemers de kans te geven hun bedrijf te verduurzamen en werkt de gemeente aan het transformeren van gebieden naar toekomstbestendige en leefbare woon-werkgebieden. De opgave Werklocaties toont zowel kansen voor synergie als strijdigheden met de opgaven Wonen, Warmte, Energie & Klimaat, Landelijk gebied & Landschap en Werklocaties. Dit wordt toegelicht in de paragrafen 5.1, 5.2 en 5.3. Vanuit de overige opgave zijn er enkele aanvullende kansen voor synergie. Zo biedt verbinding tussen onderwijs en mogelijke sportvoorzieningen die onderzocht wordt vanuit de opgave werklocaties kansen voor synergie met de opgave Wonen als het gaat om gezondheidsbevordering en het stimuleren van beweging onder inwoners (opgave 1). Vanuit de

63/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

opgave Mobiliteit biedt de randvoorwaarde met betrekking tot een goede aansluiting op het mobiliteitsnetwerk een kansen voor synergie met de opgave Werklocaties. Daarnaast draagt de inzet op de combinatie van werken en wonen en het stimuleren van ‘Werk lokaal!’ naar verwachting bij ontlasten van de regionale werkpendel, het verminderen van congestie en wordt gezonde mobiliteit, zoals het gebruik maken van de fiets, gestimuleerd.

6.5

Mobiliteit

Voor de opgave Mobiliteit ligt de focus op het in gang zetten van de mobiliteitstransitie en het realiseren van een goede bereikbaarheid die mee groeit met de ontwikkeling van de gemeente. De opgave Werklocaties toont zowel kansen voor synergie als strijdigheden met de opgaven Wonen, Warmte, Energie & Klimaat, Landelijk gebied & Landschap en Werklocaties. Dit wordt toegelicht in de paragrafen 5.1, 5.2, 5.3 en 5.4. De ambities vanuit de opgave Mobiliteit gericht op doorstroming en het verbeteren van de toegankelijkheid van de gemeente per fiets en ter voet vertonen kansen voor synergie met het verbeteren van de toegankelijkheid en ontsluiting van het Waterfront (opgave 6). Het uitbreiden van het aantal recreatieve mobiliteitsknooppunten versterkt daarnaast de toegankelijkheid van de gemeente voor fietsers en voetgangers en draagt bij aan de verkeersveiligheid in de gemeente.

6.6

Waterfront

De opgave Waterfront toont zowel kansen voor synergie als strijdigheden met de opgaven Wonen, Warmte, Energie & Klimaat, Landelijk gebied & Landschap en Mobiliteit. De verschillende mogelijke synergiën en strijdigheden zijn in de voorgaande paragrafen toegelicht.

64/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

7 Beoordeling doelbereik 7.1

Wijze van beoordeling

In dit hoofdstuk wordt beschreven in hoeverre de opgaven (tabel 7.1) die de gemeente zich stelt tot 2050 ook daadwerkelijk behaald kunnen worden. Om een uitspraak te doen over het doelbereik is gekeken wat de belangrijkste belemmeringen en kansen zijn in het behalen van deze doelen en hoe het effect van de Omgevingsvisie is beoordeeld. Het doelbereik van de kernopgaven en sub ambities is kwalitatief beoordeeld. Voor elke kernopgave is het doelbereik langs een schaal gelegd, welke is opgedeeld in drie categorieën: 1. 2. 3.

Geen tot zeer beperkte kans om de ambitie te behalen Redelijke kans om de ambitie te behalen Reële kans om de ambitie te behalen

Naast belemmeringen die het doelbereik beperken kan ook sprake zijn van onzekerheden. De onzekerheid wordt groter naarmate autonome ontwikkelingen meespelen en/of als de gemeente afhankelijk is van andere partijen, zoals het Rijk, het waterschap, projectontwikkelaars, woningcorporaties en particuliere woningeigenaren. Deze onzekerheid wordt in de beoordeling van het doelbereik meegenomen en aangeduid met een ‘bandbreedte van onzekerheid’. De bandbreedte geeft inzicht in de mate waarin de gemeente sturingsmogelijkheden heeft om de gestelde ambities te behalen Tabel 7.1 Kernopgaven en sub ambities Kernopgave

Sub ambities kernopgave

Wonen

•

Woningvoorraad kwantitatief en kwalitatief in evenwicht

•

Levendige kerngebieden

•

Voorzieningen nabij

•

Verademend groen

•

Edam-Volendam in beweging

•

Sociaal verbonden en veilig

Warmte energie &

•

Afvalvrij in 2050

klimaat

•

Energieneutraal in 2050

•

Biodiversiteit stimuleren

•

Klimaatadaptatie

Landelijk gebied &

•

Voldoende voorzieningen en woningen

landschap

•

Verkeersveiligheid vergroten

•

Duurzaam behoud van veenweidegebieden

•

Ruimte voor recreatie in het landelijk gebied

•

Positieve effecten op natuur bevorderen

•

Realisatie nieuwe ontwikkelmogelijkheden: ontwikkeling van een bedrijventerrein

Werklocaties

in De Purmer •

Transformatie naar toekomstbestendige woon-werkgebieden (Julianaweg)

65/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Kernopgave

Mobiliteit

Waterfront

7.2

Sub ambities kernopgave •

Juiste bedrijven op de juiste plek

•

Onderwijs dat aansluit op profilering lokale werkgelegenheid

•

Transitie van onze mobiliteit

•

Meegroeien met de ontwikkeling van onze gemeente

•

Gebruik van het waterfront in balans

•

Cultuur, identiteit en aanzicht van het waterfront borgen

•

Waterfront verbinden

Doelbereik kernopgaven

Voor elke kernopgave is onderstaand in figuur 7.1 een grafiek opgesteld die dient als visualisering van de mate waarin de zes kernopgaven naar verwachting behaald worden.

Figuur 7.1 Doelbereik en verwachting per kernopgave

7.3

Doelbereik per sub ambitie

In de paragrafen 7.1 tot 7.6 wordt het doelbereik per sub ambitie nader uitgewerkt en toegelicht. In de tekstuele onderbouwingen wordt verwezen naar verschillende (toekomstige) beleidsuitwerkingen die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie. Voor elke sub ambitie is eveneens een grafiek opgenomen waarin de mate van doelbereik wordt gepresenteerd. Deze grafieken dienen echt als visualisering van wat in de tekst beschreven staat. De beoordeling van het doelbereik is kwalitatief.

66/94

Kenmerk

7.3.1

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Wonen

Figuur 7.2 Doelbereik en verwachting Wonen

Sub ambitie

Beoordeling doelbereik

Woningvoorraad kwantitatief en

De gemeente zet voor het realiseren van voldoende woningaanbod in op de

kwalitatief in evenwicht

transformatie van de Julianaweg, waar zij een woon-werkgebied wil creëren met ~740 woningen. Middels een campagne ‘Wonen in de juiste woning’ wil de gemeente stimuleren dat de juiste woningen door de juiste mensen worden bewoond. Met behulp van de nieuwe mogelijkheden van de Huisvestingswet wil de gemeente extra aandacht geven aan bevordering van doorstroming. De gemeente heeft een sturende rol in het aanwijzen van bouwlocaties, wat het doelbereik van deze ambitie groot maakt. Wel is de gemeente hierbij afhankelijk van grondeigenaren en ook van ontwikkelaars om woningbouwlocaties te realiseren conform de visie van de gemeente, dit resulteert in een redelijke mate van onzekerheid. Bovendien blijft de bouw van woningen onzeker vanwege economische schommelingen, onzekerheden in het stikstofdossier, krapte op de arbeidsmarkt en bij de gemeente, regelingen vanuit het rijk en druk op de woonmarkt.

Levendige kerngebieden

Het ondersteunen van de levendigheid en het bestaande voorzieningenaanbod wil de gemeente enerzijds doen middels uitnodigingsplanologie; het stimuleren van nieuwe initiatieven. Anderzijds pakt de gemeente een actieve rol en zet zij in op het realiseren van een Museumhaven Edam middels gunstige havengelden. Om de kwaliteit van de openbare ruimte in kerngebieden te verbeteren grijpt de gemeente naar het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR). Het document wordt herijkt ten aanzien van de ambitie om de leefomgeving klimaatadaptief in te richten. De maatregelen bij deze ambitie kunnen in zekere mate leiden tot een vergrootte levendigheid van de kerngebieden, zeker in combinatie met de

67/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Sub ambitie

Beoordeling doelbereik doelen om te werken aan meer woningen en voorzieningen. Een deel van de ambitie hangt echter af van andere partijen, zoals initiatiefnemers uit de maatschappij en ondernemers.

Voorzieningen nabij

De term ‘nabij’ wordt in de Omgevingsvisie niet geconcretiseerd, echter beschrijft de Omgevingsvisie wel het doel om vast te willen houden aan een decentraal en breed aanbod van voorzieningen. De gemeente laat ten behoeve van dit doel de maatschappelijke voordelen opwegen tegen de financiële nadelen. Dat werkt sterk stimulerend in het behalen van de ambitie. Voor de realisatie van onder andere nieuwe voorzieningen is de gemeente wel afhankelijk van grondeigenaren en bijvoorbeeld werknemers. De verwachting is dat de Omgevingsvisie bijdraagt aan het doelbereik, maar doordat de ambitie nog niet verder geconcretiseerd is, is het niet zeker of de ambitie ook behaald wordt.

Verademend groen

De gemeente zet in op het ontwikkelen en verbinden van de hoofdgroenstructuur en heeft een concreet doel om het gemeentelijk bomenareaal met minimaal 20% uit te breiden. De gemeente heeft veel sturingsmogelijkheden en invloed op de (inrichting van de) openbare ruimte. Daarnaast zet Edam-Volendam ook vanuit verschillende andere sub ambities in op het vergroenen van de gemeente. Tegelijkertijd ligt er een grote woningopgave waardoor de kans op verstening groot is en ook is niet alle grond in de gemeente in handen van de gemeente zelf, zodoende is er een afhankelijkheid van grondeigenaren en van hoe zij hun perceel inrichten. Per saldo is de verwachting dat de gemeente door middel van de verschillende sturingsmogelijkheden voldoende regie heeft en dat het beleid uit de Omgevingsvisie positief bijdraagt aan de ambitie.

Edam-Volendam in beweging

De doelen om een sportieve buitenruimte te realiseren en recreatieve wandel-, fiets- en waternetwerken te verbinden, dragen naar verwachting bij aan de sub ambitie. Het versterken van de verbindingen vergroot de toegankelijkheid van bijvoorbeeld natuur- en recreatiegebieden. De gemeente zet in op het creëren van dergelijke plekken specifiek in de openbare ruimte. Dit maakt de plekken in de basis toegankelijk voor velen. Anderzijds vergroten de ambities omtrent verstedelijking de druk op de openbare ruimte en natuur- en recreatiegebieden. Er wordt geen indicatie gegeven welke verbindingen of soort openbare plekken de gemeente bedoelt, maar in relatie tot de openbare ruimte heeft de gemeente veel sturingsmogelijkheden voor bijvoorbeeld natuur- en recreatiegebieden. Voor het buitengebied is zij echter deels afhankelijk van andere eigenaren en beheerders. Het is daarom nog niet geheel zeker of de ambitie behaald wordt.

Sociaal verbonden en veilig

De gemeente zorgt voor de instandhouding van minimaal één fysieke plek van samenkomst per kern. Verder investeert de gemeente in een

68/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Sub ambitie

Beoordeling doelbereik samenwerkingsverband voor sociale veiligheid binnen programma’s. Ze wil daarbij samen met bewoners, ondernemers en instellingen met een gedeelde verantwoordelijkheid sociale veiligheid vergroten. De gemeente heeft ruime sturingsmogelijkheden voor ontwikkelingen in de openbare ruimte, echter voor samenwerkingen is zij ook afhankelijk van medewerking van organisaties en inwoners. De verwachting is per saldo dat de Omgevingsvisie positief bijdraagt aan de ambitie.

7.3.2

Warmte, Energie & Klimaat

Figuur 7.3 Doelbereik en verwachting Warmte, energie & klimaat

Sub ambitie

Beoordeling doelbereik

Afvalvrij in 2050

De gemeente Edam-Volendam zet de komende jaren in op minimaal 20% houtbouw bij woningbouwprojecten en het opschalen van circulair bouwen. De gemeente beschrijft in de visie de afvalinzameling te vernieuwen en af te stemmen op een circulair gebruik. Om inzichtelijk te maken hoe de gemeente richting 2050 om wil gaan met de ruimtelijke gevolgen van de opslag van grondstoffen, stelt ze een routekaart circulaire economie op. Dit geeft aan dat de gemeente er concreet mee aan de slag gaat. Verder wil de gemeente het nieuwe bedrijventerrein in De Purmer ruimtelijk afstemmen op een circulaire economie. Voor het behalen van haar ambities op circulariteit is de gemeente sterk afhankelijk van de inzet en medewerking van projectontwikkelaars en ondernemers. Door bijvoorbeeld de zware eisen bij bouw van bedrijfshallen, zal de toepassing van houtbouw daar mogelijk niet snel verlopen. Verder zijn de regionale convenanten wel ondertekend, maar nog niet vertaald. Er is sprake van een grote mate van onzekerheid. Edam-Volendam zal naar

69/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Sub ambitie

Beoordeling doelbereik verwachting goede stappen zetten richting de ambitie, maar deze nog niet behalen

Energieneutraal in 2050

De gemeente werkt voor de ambitie energieneutraal in 2050 binnen een omgevingsprogramma een routekaart uit. Dit geeft aan dat de gemeente concreet aan de slag gaat met de ambitie. Verder zet de gemeente in op stimulatie van verduurzamen van bestaande bebouwing, het afsluiten van vier ‘startwijken’ van het aardgas, en op gemeentebrede onderzoeken naar duurzame energie. Deze opgaven en maatregelen kan de gemeente niet alleen realiseren en er zijn veel partijen in de samenleving die binnen de opgaven een bepaalde verantwoordelijk dragen. Dit zijn partijen zoals netbeheerders, energiecoöperaties, ondernemers, woningcorporaties en huiseigenaren. Daarnaast bieden technologische innovaties goede vooruitzichten, maar moet de toekomst uitwijzen welke van deze technieken ook daadwerkelijk efficiënt zullen zijn. Het is dus erg onzeker op welk moment de gemeente energieneutraal zal zijn. De conclusie is hier dat het beleid in de Omgevingsvisie wel een bijdrage levert aan het doel, maar dat dat niet voldoende is om het doel helemaal te behalen.

Biodiversiteit stimuleren

De gemeente zet in op ecologische verdichting en wil onderzoeken hoe een natuurinclusieve leefomgeving bereikt kan worden. De gemeente geeft aan bewust keuzes te maken in ecologische verdichtingsmogelijkheden binnen de kernen en dorpen: bijvoorbeeld door het implementeren van geveltuinen en groene daken. Er zijn veel sturingsmogelijkheden voor de gemeente in de openbare ruimte, toch blijft zij ook voor een deel afhankelijk van particuliere partijen en inwoners. Verschillende beleidsuitspraken behorend bij andere sub ambities in de gemeentelijke strategie dragen positief bij aan deze sub ambitie. Voorbeelden daarvan zijn: het verder ontwikkelen van de hoofdgroenstructuur en ruimte voor extra bomen. Anderzijds zal elders door het bouwen van woningen, de komst van een bedrijventerrein in De Purmer en benodigde parkeerbehoefte, ruimte voor groen en daarmee biodiversiteit mogelijk afnemen. Per saldo is de verwachting dat het beleid in de Omgevingsvisie een redelijke bijdrage levert aan de sub ambitie.

Klimaatadaptatie

Het behalen van deze sub ambitie vraagt de gemeente om sterke veerkracht te ontwikkelen als het gaat om bijvoorbeeld klimaatextremen. De gemeente spreekt de ambitie uit om de leefomgeving klimaatadaptief in te richten. De ambities om nieuwe woningen te ontwikkelen en infrastructuur (verbindingen) uit te bereiden zorgen voor verharding, terwijl klimaatadaptatie juist gebaat is bij een afname van verhard oppervlak. De uitbreiding van het bomenareaal, ecologische verdichting en ontwikkeling van de hoofdgroenstructuur werken juist positief voor klimaatadaptatie omdat ze helpen bij bijvoorbeeld de opname van CO2 en het tegengaan van hittestress. Deze maatregelen zijn gebonden aan enige afhankelijkheid van grondeigenaren, dat zorgt voor

70/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Sub ambitie

Beoordeling doelbereik enige mate van onzekerheid bij het behalen van de ambitie. Anderzijds heeft de gemeente sterke sturingsinstrumenten met betrekking tot de openbare ruimte. De verwachting is dat de Omgevingsvisie positief bijdraagt aan de ambitie omtrent klimaatadaptatie, maar dat niet elk gebied in de leefomgeving klimaatadaptief kan zijn.

7.3.3

Landelijk gebied & Landschap

Figuur 7.4 Doelbereik en verwachting Landelijk gebied & landschap

Sub ambitie

Beoordeling doelbereik

Voldoende voorzieningen en

In de Omgevingsvisie wordt de doelstelling ‘voldoende’ niet geconcretiseerd.

woningen

De gemeente zet in op een perspectief woningbouw en het splitsen van woningen om zo de bestaande woningvoorraad aan te passen in het landelijk gebied. Daarbij is zij echter afhankelijk van de samenwerking met woningcoöperaties, grond- en vastgoedeigenaren en de provincie NoordHolland, wat in een grote mate van onzekerheid resulteert. Binnen de bestaande bestemmingsplannen is splitsing al wel mogelijk, maar de maat van veel landelijke woongebouwen vraagt daarin om meer maatwerk. De gemeente stuurt op een kleine uitbreiding van voorzieningen in Oosthuizen; de focus ligt daarbij vooral op herbestemming en herinrichtingen van gronden die al van de gemeente zijn. Dit werkt positief bij het behalen van de ambitie. De verwachting is per saldo dat de Omgevingsvisie bijdraagt aan het doelbereik, maar doordat de ambitie nog niet verder geconcretiseerd is, is het niet zeker of de ambitie ook behaald wordt.

Verkeersveiligheid vergroten

De gemeente zet in op de versterking van de fietsinfrastructuur (onder andere de inrichting van fietsstraten) en op het zo veel mogelijk weren van

71/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Sub ambitie

Beoordeling doelbereik zwaar verkeer in dorpslinten. Daarnaast beschrijft de Omgevingsvisie het tweejaarlijks inzichtelijk maken van de top tien knelpunten en deze aanpakken (doorstroming / veiligheid) als concrete maatregel. Voor deze maatregelen in de openbare ruimte heeft de gemeente de juiste instrumenten tot haar beschikking. Op onveilige situaties bij bijvoorbeeld de N247 heeft de gemeente minder invloed. Omdat het een provinciale weg is, is de gemeente daar afhankelijk van de provincie. De verwachting is per saldo dat de Omgevingsvisie positief bijdraagt aan het doelbereik.

Duurzaam behoud van

De gemeente wenst een breed samenwerkingsverband voor het Landelijk

veenweidegebieden

gebied en het Landschap om samen met agrarische ondernemers te denken over nieuwe (economische) perspectieven. Het is lastig te beoordelen hoe en of een dergelijke maatregel bijdraagt aan de sub ambitie. In de huidige staat hebben de veenweidegebieden een sterke natuurwaarde als gevolg van het goede beheer door de boeren. De gemeente blijft afhankelijk van deelname van de agrarische ondernemers. De werking en uitwerking van het samenwerkingsverband zal hierin mede bepalend zijn. Daarnaast is de gemeente ook sterk afhankelijk van de invulling van het provinciaal programma Landelijk Gebied en de koers vanuit het Rijk. Het beleid uit de gemeentelijke strategie draagt bij aan het behalen van de ambitie, maar er is een grote mate van onzekerheid door de afhankelijkheid van andere partijen.

Ruimte voor recreatie in het

De Omgevingsvisie bevat verschillende beleidskeuzes die invloed hebben op

landelijk gebied

de ruimte voor recreatie in het landelijk gebied. Desondanks zal het voor de gemeente lastig zijn om met dit beleid de ambitie ook helemaal te halen. Door autonome bevolkingsgroei en verwachte toenemende recreatie druk in de regio zal de druk op deze gebieden nog groter worden dan de gemeente waarschijnlijk kan opvangen. Dit komt onder meer door spreiding van recreanten en toeristen. Ook voor deze ambitie geldt de afhankelijkheid van andere partijen. In dit geval met name andere gemeenten, de provincie en terreinbeheerders zoals Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, die met hun beleid de druk van recreatie en mobiliteit door de landelijke gebieden van de gemeente Edam-Volendam mede bepalen. Dit geeft onzekerheid in hoeverre deze ambitie te halen is.

Positieve effecten op natuur

Als het gaat om de bescherming van de Natura 2000-gebieden en het

bevorderen

Nederlands Natuurnetwerk volgt de gemeente de landelijke en provinciale richtlijnen. Er is daarbij dus afhankelijkheid van het Rijk en de provincie. De gemeente stelt een Integraal natuurplan op waarbij landschap, biodiversiteit, klimaatadaptatie, recreatie en cultuurhistorische waarden op elkaar afgestemd worden. In relatie tot deze thema’s heeft de gemeente sturingsmogelijkheden doordat zij kaders kan stellen en kan bepalen waar ontwikkeld kan worden. De invulling van het Integraal natuurplan dat de gemeente wil opstellen binnen een samenwerkingsverband, zal meer inzicht

72/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Sub ambitie

Beoordeling doelbereik moeten geven in de definitie van ‘positieve effecten’ en in hoeverre de gemeente gebruik maakt van haar sturingsmogelijkheden. Verder zijn het veelal agrariërs en tevens in beperkte mate Staatsbosbeheer die het landschap in het landelijk gebied onderhouden. De gemeente is van meerdere partijen afhankelijk.

7.3.4

Werklocaties

Figuur 7.5 Doelbereik en verwachting Werklocaties

Sub ambitie

Beoordeling doelbereik

Realisatie nieuwe

De gemeente wenst een gebied in De Purmer te ontwikkelen tot een

ontwikkelmogelijkheden:

toekomstbestendig bedrijventerrein. Deze nieuwe werklocatie moet ruimtelijk

ontwikkeling van een

worden afgestemd op de energietransitie, een circulaire economie, is

bedrijventerrein in De Purmer

beweegvriendelijk en wordt landschappelijk ingepast. Deze gewenste afstemmingen zorgen voor een grote onzekerheid (zoals beschreven bij ambitie ‘energieneutraal in 2050’ en ‘Afvalvrij in 2050’). De gemeente is voor het realiseren van bedrijvigheid en goed bereikbare locaties afhankelijk van grond- en vastgoedeigenaren en ontwikkelaars. Echter, op het gebied in De Purmer is een WVG (wet voorkeursrecht gemeenten) gevestigd, dat geeft de gemeente sturing. De verwachting is dat de Omgevingsvisie een bijdrage levert aan het behalen van de ambitie. Het daadwerkelijk behalen van de gewenste afstemmingen is mede afhankelijk van de inzet en medewerking van vastgoedeigenaren en ondernemers en de verdere invulling van het ‘Ontwikkelplan van De Purmer’.

73/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Sub ambitie

Beoordeling doelbereik

Transformatie naar

De gemeente wil een toonaangevend klimaatbestendig en natuurinclusief

toekomstbestendige woon-

woonwerkgebied ontwikkelen met een aangenaam leefklimaat en ruimte voor

werkgebieden

innovatie. De gemeente richt zich op functiemenging bij de transformatie van bedrijventerrein Julianaweg waardoor lokaal werken mogelijk wordt. Hoewel de gemeente verschillende sturingsmogelijkheden heeft, is zij ook afhankelijk van grond- en vastgoedeigenaren en projectontwikkelaars. Het blijkt in de praktijk lastig om voldoende ruimte te vinden voor bedrijvigheid, aangezien ontwikkelaars en vastgoedeigenaren de voorkeur geven aan woningen door de hogere opbrengsten. Voor wat betreft de functiemenging is de gemeente ook afhankelijk van kleinere Edam-Volendamse bedrijvigheid en van inwoners. Deze afhankelijkheden zorgen voor een mate van onzekerheid in het behalen van de ambitie. De term ‘natuurinclusief’ is nog niet geconcretiseerd. Zoals bij de ambitie ‘biodiversiteit stimuleren’ beschreven, zal de gemeente nog onderzoek doen naar natuurinclusief bouwen. Het behalen van de ambitie is daardoor ook mede afhankelijk van uitkomsten van dat onderzoek.

Juiste bedrijven op de juiste plek

De gemeente ziet bedrijvigheid liever op een plek buiten de kernen, en plekken die nu enkelvoudig en extensief worden benut zij liever meervoudig door een combinatie van functies. De gemeente is bij dit doel sterk afhankelijk van bedrijf-, grond- en vastgoedeigenaren en ontwikkelaars. Dit resulteert in een grote mate van onzekerheid in het behalen van de ambitie. De ontwikkelingen horend bij andere sub ambities, zoals het ontwikkelplan en de ontwikkeling van De Purmer en het plan en de transformatie van bedrijventerrein Julianaweg bieden de gemeente de kans om tevens te sturen naar het verplaatsten van zware bedrijvigheid uit de kernen. Het behalen van deze ambitie is mede afhankelijk van een positieve uitwerking van deze ontwikkelingen.

Onderwijs dat aansluit op

De gemeente wil in het ontwikkelplan van De Purmer verder onderzoeken of

profilering lokale

met nieuwe onderwijsvoorzieningen het onderwijs (ook fysiek ruimtelijk)

werkgelegenheid

dichter bij het bedrijfsleven kan worden gebracht. Binnen een samenwerkingsverband tussen gemeente, onderwijs en het bedrijfsleven wil zij hier verdere uitwerking aan geven. Daarbij is er een afhankelijkheid van deze partijen, wat resulteert in een onzekerheid bij het behalen van de ambitie. De gemeente is sturend in de zin dat zij, door bepaalde keuzes te maken, zij specifieke sectoren kan versterken en kan ondersteunen bij de samenwerking tussen ondernemers en onderwijs, maar kent een beperkte rol in het algehele proces. De maatregelen in de Omgevingsvisie dragen naar verwachting positief bij aan het doelbereik, maar de verdere uitkomsten van het onderzoek in het ontwikkelplan van De Purmer en de werking van het samenwerkingsverband hebben invloed op het daadwerkelijk behalen van de ambitie.

74/94

Kenmerk

7.3.5

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Mobiliteit

Figuur 7.6 Doelbereik en verwachting Mobiliteit

Sub ambitie

Beoordeling doelbereik

Transitie van onze mobiliteit

De Omgevingsvisie bevat verschillende beleidskeuzes die bijdragen aan het behalen van deze ambitie. De gemeente past het 'STOMP-principe' toe, waarbij meer prioriteit wordt gegeven aan meer duurzame vormen van mobiliteit (lopen, fietsen en OV) en minder aan minder duurzame vormen, zoals de auto. Zo wil de gemeente duurzame mobiliteit faciliteren door het opschalen van de laadinfrastructuur voor de fiets en auto. Daarnaast wordt ingezet op maatregelen die bijdragen aan het verleiden van inwoners om over te stappen van auto naar OV of fietsmobiliteit; het verbeteren van fietsen wandelinfrastructuur heeft prioriteit. Om deze prioriteit goed te implementeren, werkt de gemeente binnen het omgevingsprogramma een ‘handboek Wegen’ uit. De uitwerking van dat handboek is mede bepalend bij het behalen van het doel omtrent het prioriteren van fiets- en wandelinfrastructuur. Verder wordt gemotoriseerd verkeer gelieve zoveel mogelijk naar de randen van centrumgebieden verplaatst. De gemeente zet dus zowel stimulerende als beperkende (voor autoverkeer) maatregelen in. Het beleid in de Omgevingsvisie geeft naar verwachting een positieve impuls aan de mobiliteit transitie. Echter, de gemeente is wel afhankelijk van de gedragsverandering van haar inwoners. Dit zorgt voor een zekere mate van onzekerheid in het behalen van de ambitie.

Meegroeien met de ontwikkeling

De gemeente wil proactief omgaan met de opgave voor de capaciteit van de

van onze gemeente

mobiliteit in Edam-Volendam. De Omgevingsvisie bevat verschillende beleidskeuzes die bijdragen aan het behalen van deze ambitie, zoals maatregelen om de bestaande infrastructuur te vergroten en knelpunten op te lossen om doorstroming te verbeteren, onderzoek naar een extra (elektrisch) busstation en het faciliteren van een netwerk deelhubs. Daarentegen bevat

75/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Sub ambitie

Beoordeling doelbereik de Omgevingsvisie ook beleidskeuzes die bijdragen aan meer wegverkeer. Door in te zetten op meer woningen komt er naar verwachting meer verkeer. Verder zullen er autonoom ook steeds meer recreanten uit de regio naar de natuur- en recreatiegebieden in de gemeente komen. De gemeente heeft enerzijds veel sturingsmogelijkheden in de openbare ruimte; dit komt ten goede aan bijvoorbeeld uitbreiding van fysieke netwerken. Dat draagt positief bij aan het doelbereik. Anderzijds is de gemeente voor deze ambitie afhankelijk van bijvoorbeeld verantwoordelijke dienstverleners en andere private partijen (deelhubs), wat voor een mate van onzekerheid zorgt.

7.3.6

Waterfront

Figuur 7.7 Doelbereik en verwachting Waterfront

Sub ambitie

Beoordeling doelbereik

Gebruik van het waterfront in

De gemeente wil aan het waterfront een balans tussen wonen, ondernemen,

balans

recreatie, toerisme en natuur. De dynamiek tussen de vele functies aan het waterfront (wonen, ondernemen, recreatie, toerisme, natuur) leidt er volgens de gemeente toe dat sommige aspecten op bepaalde momenten meer aandacht nodig hebben dan andere. Samenwerking tussen belanghebbenden wordt gezien als basis voor het bewaken van die balans. De gemeente schrijft de balans te willen ondersteunen met het stellen en handhaven van gebiedsspecifieke regels in het omgevingsplan en door initiatieven voor duurzaam (verblijfs-) toerisme te ondersteunen. Verder wil de gemeente op gemeentelijk niveau stiltegebieden aanwijzen. Bekend is dat de provincie reeds een stiltegebied aan heeft gewezen in Zeevang. Dit is een rechtstreeks geldende aanwijzing met regels. De handhaving ligt daarvoor bij de Provincie. Mocht de gemeente zelf ook stiltegebieden gaan aanwijzen,

76/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Sub ambitie

Beoordeling doelbereik dan dient er aandacht te zijn voor de haalbaarheid: handhaving vergt een grote mate van capaciteit. Voor de samenwerking tussen belanghebbenden en voor het innoveren naar duurzaam (verblijfs-) toerisme is de gemeente afhankelijk van andere partijen waaronder ondernemers. Dit zorgt voor een mate van onzekerheid ten aanzien van het bereiken van de ambitie. Echter, voor het stellen van kaders op gemeentelijk niveau heeft de gemeente de juiste sturingsmogelijkheden; dit vergroot juist het doelbereik. De daadwerkelijk uitwerking van deze kaders in het te ontwikkelen omgevingsplan zullen mede bepalend zijn in het behalen van de ambitie.

Cultuur, identiteit en aanzicht

Om de sub ambitie te behalen wil de gemeente het aanzicht van de kustlijn

van het waterfront borgen

Markermeer herkenbaar houden. Ze stelt daarom binnen het op te stellen omgevingsprogramma een leidraad voor de beeldkwaliteit van bebouwing langs het waterfront op. Een dergelijke leidraad fungeert als gedegen instrument om de cultuur, identiteit en aanzicht te waarborgen en helpt daardoor bij het doelbereik ten aanzien van de ambitie. Echter, is de daadwerkelijke uitwerking nog wel bepalend bij het behalen van de ambitie. Verder wil de gemeente kunst in de openbare ruimte toevoegen en het verzonken dorp bij Etersheim weer herkenbaar en beleefbaar maken. Voor deze ontwikkelingen in de openbare ruimte heeft de gemeente goede sturingsmogelijkheden. De verwachting is dat het beleid uit de Omgevingsvisie positief bijdraagt aan het halen van de ambitie.

Waterfront verbinden

De gemeente benoemt de toegankelijkheid en ontsluiting van het waterfront als belangrijke voorwaarde voor een goede beleving en het bewaken van de balans tussen functies en activiteiten binnen het waterfront. Om bezoekersstromen te stroomlijnen en verkeer uit het centrum te weren wil de gemeente parkeergelegenheid Marinapark verbeteren. Daarnaast zet zij in op het verbeteren van wandel- en fietsroutes (onder andere op de dijken), van de toegankelijkheid van recreatieterreinen en het inrichten van recreatieve mobiliteitsknooppunten. Voor deze ontwikkelingen in de openbare ruimte heeft de gemeente goede sturingsmogelijkheden. Ook voor deze ambitie geldt de afhankelijkheid van andere partijen, met name van de provincie en terreinbeheerders zoals Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, die met hun beleid de druk van recreatie en mobiliteit aan het waterfront van de gemeente Edam-Volendam mede bepalen. Dit zorgt voor een bepaalde mate van onzekerheid bij het behalen van de ambitie. De verwachting is per saldo dat de maatregelen positief bijdragen aan het doelbereik.

77/94

Kenmerk

7.4

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Conclusie doelbereik

De tabellen in bovenstaande paragrafen beschrijven dat voor verschillende sub ambities het beleid van de Omgevingsvisie wel een bijdrage levert aan het halen ervan, maar dat het niet zeker is of het beleid voldoende is om de ambities helemaal te halen in 2050. Dit is deels te verklaren doordat de gemeente afhankelijk is van verschillende andere partijen (zoals eigenaren en beheerders). Dit brengt onzekerheden met zich mee. Daarnaast geldt dat naarmate de ambitie verder in de toekomst ligt er verschillende factoren zijn die nu nog lastig in te schatten zijn (ontwikkelingen van vraag naar woningen, klimaatverandering, mobiliteit, et cetera). Deze paragraaf beschrijft nog kort per kern opgave de conclusie omtrent het doelbereik. Wonen De Omgevingsvisie geeft aan dat de gemeente wil inzetten op het behouden van een decentraal en breed aanbod van voorzieningen en het realiseren van ontmoetingsplekken per kern. Verder heeft de gemeente een duidelijke strategie voor het woningbeleid en ook sturingsmogelijkheden om dit te realiseren. Echter, blijft er aangaande de woningbouwopgaven een grote afhankelijkheid van landelijke ontwikkelingen en besluiten, zoals die omtrent het stikstofdossier. De Omgevingsvisie draagt positief bij aan de kernopgave.

In hoeverre de kernopgave daadwerkelijk behaald wordt is mede afhankelijk van de invulling van de te ontwikkelen programma’s en strategieën en andere partijen. Warmte, energie & Klimaat De Omgevingsvisie geeft aandacht aan de warmte- en energietransitie, biodiversiteit en het klimaat en benoemt diverse maatregelen ten voordele van deze thema’s. Afhankelijkheden van private organisaties, bewoners, grondeigenaren, maar bijvoorbeeld ook innovaties en technologische ontwikkelingen maakt het realiseren van de kernopgave enigszins onzeker. De Omgevingsvisie levert een bijdrage aan de kernopgave, maar er blijft een zekere mate van onzekerheid. Landelijk gebied & Landschap In de Omgevingsvisie komt duidelijk naar voren dat de landschappelijke waarden en een perspectief voor de agrarische sector hoog in het vaandel staan. Dit gaat echter gepaard met grote onzekerheden. De gemeente heeft nog geen concreet beleid ontwikkeld, aangezien het afhankelijk is van politieke besluitvorming vanuit het Rijk en de provincie. De agenda is op dit moment niet duidelijk, waardoor handelingsperspectief voor de gemeente ontbreekt. Dit zorgt voor een grote mate van onzekerheid in het behalen van de kernopgave. Werklocaties De Omgevingsvisie geeft een duidelijke uitwerking voor het toekomstbestendig maken van nieuwe- en bestaande bedrijventerreinen. Daarnaast zijn er plannen voor functiemenging.

Het daadwerkelijk behalen van de gewenste afstemmingen is mede afhankelijk van de inzet en medewerking van vastgoedeigenaren en ondernemers en de verdere invulling van het ‘Ontwikkelplan van De Purmer’. De Omgevingsvisie draagt naar verwachting positief bij aan de kernopgave, echter moeten de ontwikkelplannen verder geconcretiseerd worden om meer

78/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

zekerheid te krijgen over het behalen van de ambitie. Ook de afhankelijkheid van regionaal en provinciaal beleid en in hoeverre bedrijven willen en kunnen meebewegen met de visie en ambities van de gemeente brengt een mate van onzekerheid mee. Mobiliteit In de Omgevingsvisie worden concrete beleidsuitspraken gedaan ten aanzien van mobiliteit. Transitie van de mobiliteit kent als opgave dan ook een hoog doelbereik. Zowel de transitie van de mobiliteit als het meegroeien met de ontwikkelingen van de gemeente scoren goed. Wanneer de bandbreedte onzekerheid wordt meegenomen in het doelbereik wordt verwacht dat voor alle ambities een ruime kans aanwezig is om de ambitie te behalen. Waterfront in balans De gemeente gaat omtrent het waterfront gebiedsgericht aan de slag en de Omgevingsvisie geeft een duidelijke uitwerking voor het borgen van de cultuur, identiteit en het aanzicht van het waterfront. Hierop scoort het doelbereik dan ook hoog. De ambitie ‘Het gebruik van het waterfront in balans’ scoort wat betreft doelbereik lager; de complexiteit van vele partijen die de integrale benadering bij deze ambitie met zich mee brengt, zorgt voor een behoorlijke bandbreedte aan onzekerheid.

79/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

8 Passende Beoordeling Natura 2000-gebieden 8.1

Waarom een Passende Beoordeling?

De Omgevingsvisie van de gemeente Edam-Volendam schetst een beeld voor de fysieke leefomgeving van de gemeente op de langere termijn (2050). In de Omgevingsvisie en Uitvoeringsstrategie worden op hoofdlijnen keuzes gemaakt voor onder andere wonen, werken, recreëren en mobiliteit. Op voorhand is niet uit te sluiten dat deze keuzes afzonderlijk of in samenhang kunnen leiden tot significante gevolgen op Natura 2000-gebieden in en rondom de gemeente. Daarom dient op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) een Passende Beoordeling te worden opgesteld.

8.2

Ontwikkelingen Omgevingsvisie

De Omgevingsvisie van de gemeente Edam-Volendam omvat zes kernopgaven die richtinggevend zijn voor de ruimtelijke ontwikkelingen die door de visie mogelijk gemaakt worden: 1. Wonen: Zorg voor een evenwichtige woningvoorraad en het bereiken en in stand houden van een kwalitatieve, gezonde en veilige leefomgeving 2. 3. 4.

Warmte, Energie en Klimaat: Voor het bereiken van een duurzame en toekomstbestendige leefomgeving door verantwoordelijk om te gaan met het klimaat Mobiliteit: Voor een mobiliteitstransitie en goede bereikbaarheid die meegroeit met de ontwikkeling van onze gemeente Werklocaties: De realisatie van nieuwe ontwikkelmogelijkheden voor onze bedrijven en het behoud van voldoende werkgelegenheid dichtbij huis

5.

Landelijk gebied en landschap: Voor vitale dorpslinten en een gezonde en veilige leefomgeving met behoud en de ontwikkeling van ons karakteristieke cultuurlandschap en bescherming van onze natuurgebieden

6.

Waterfront: Voor het bereiken en bewaken van een gebalanceerd en leefbaar waterfront en de borging van de cultuur, identiteit en het aangezicht van het waterfront

Iedere hoofdambitie is verder geconcretiseerd in verschillende sub ambities. De mogelijke ontwikkelingen zijn opgenomen in de keuzes die in de Omgevingsvisie worden genoemd.

8.3

Doel Passende Beoordeling

De Passende Beoordeling is een wettelijk verplichte toets voor zowel projecten als voor (kaderstellende) plannen waarvan significante gevolgen op Natura 2000-gebieden op voorhand niet uitgesloten kunnen worden. Voor projecten kan de Passende Beoordeling de basis vormen voor een noodzakelijke vergunningaanvraag onder de Wnb. Voor plannen is geen sprake van een vergunningplicht, maar wel dient voldoende aannemelijk te worden gemaakt dat het plan uitvoerbaar is. Dat betekent concreet dat er voor de uitvoering van het plan geen onoverkomelijke belemmeringen mogen zijn en dat er zo nodig uitzicht moet zijn op de vergunbaarheid van binnen het plan mogelijk gemaakte ontwikkelingen. De Omgevingsvisie is te zien als plan. De doelen van de Passende Beoordeling zijn:

80/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

•

Het in beeld brengen van de risico’s op significante gevolgen op de natuurlijke kenmerken van

•

het Natura 2000-netwerk als gevolg van de Omgevingsvisie Het beschrijven van bronmaatregelen, mitigerende maatregelen en/of beleidsaanpassingen die nodig zijn om significante gevolgen te kunnen voorkomen en de vergunbaarheid van

•

voorgestelde ruimtelijke ontwikkelingen aannemelijk te maken Het zo mogelijk benoemen van kansen op positieve effecten voor het Natura 2000-netwerk

8.3.1 Detailniveau Passende Beoordeling Het detailniveau van de Passende Beoordeling sluit aan bij het detailniveau van een Omgevingsvisie en de bijbehorende Uitvoeringsstrategie. Gezien het abstracte karakter van de ambities en bijhorende uitwerkingen in de Omgevingsvisie is deze op hoofdlijnen. Aangezien de ontwikkeling ‘Julianaweg en De Purmer’ een concretere ontwikkeling betreft is hiervoor op passend niveau een Passende Beoordeling opgesteld. Deze is opgenomen in bijlage 4. 8.3.2 Stikstofdepositie Het aspect stikstofdepositie speelt een bijzondere rol. Stikstof verspreidt zich door de lucht en komt, bijvoorbeeld bij regen, weer op de grond. Diverse bronnen dragen (op kleine schaal) bij aan stikstofdepositie. Een (nieuwe) activiteit waardoor stikstof wordt uitgestoten kan echter grote effecten hebben op natuur. Voor Natura 2000-gebieden is vastgelegd welke soorten en habitats beschermd worden. Hiervoor zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd. Een groot aantal beschermde soorten en habitattypen is zeer gevoelig voor stikstofdepositie. Voor deze habitattypen zijn kritische depositiewaarden vastgesteld. Als de stikstofdepositie boven deze waarde komt, zijn negatieve gevolgen voor de natuur niet uit te sluiten. In de Natura 2000gebieden die in of nabij de gemeente Edam-Volendam liggen zijn geen stikstofgevoelige leefgebieden aanwezig.

Wel liggen er stikstofgevoelige gebieden in omliggende gebieden aanwezig zoals ook beschreven in hoofdstuk 5. Dit zijn Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder en het gebied Ilperveld, Varkensland en Oostzanerveld & Twiske.

8.4

Natura 2000-gebieden

In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen, waarvan er twee geheel of gedeeltelijk in de gemeente Edam-Volendam gelegen zijn. Het gaat om de gebieden Markermeer & IJmeer en Polder Zeevang.

81/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Figuur 8.1 geeft een overzicht van de verschillende Natura 2000-gebieden in en nabij de gemeente EdamVolendam.

8.5

Potentiële effecten

Voor diverse voorgenomen ontwikkelingen in de Omgevingsvisie is niet uit te sluiten dat deze afzonderlijk of in samenhang kunnen leiden tot significante gevolgen op de Natura 2000-gebieden in en rondom de gemeente. Het uitgangspunt voor deze Passende Beoordeling is dat de ontwikkelingen buiten de Natura 2000-gebieden plaatsvinden. Er zijn daarom geen directe negatieve effecten, zoals oppervlakteverlies of versnippering aan de orde. Mogelijke effecten bestaan daardoor enkel uit externe effecten. Dit zijn in potentie vooral stikstofdepositie, verdroging en diverse vormen van verstoring, bijvoorbeeld door licht, geluid, optisch of toename van (recreatief) medegebruik van natuurgebieden. 8.5.1 Verstoring Verstoring is een wezenlijk aandachtspunt bij de uitwerking van concrete plannen en/of projecten, bijvoorbeeld voor woningbouw, bedrijvigheid of infrastructuur, in of nabij Natura 2000-gebieden. In zijn algemeenheid mag worden aangenomen dat (significante) effecten op Natura 2000instandhoudingsdoelen effectief voorkomen kunnen worden door zorgvuldige locatie- en inrichtingskeuzes en zo nodig aanvullende mitigerende maatregelen. Daarbij valt te denken aan maatregelen op het gebied van recreatieve zonering of het beperken van licht- of geluidsoverlast.

82/94

Kenmerk

R001-1289677LEE-V01-mdg-NL

Voor de locatie De Purmer en Julianaweg is specifiek onderzocht wat de mogelijke effecten van verstoring zijn. Deze staan beschreven in hoofdstuk 4 en in de Passende Beoordeling zoals toegevoegd in bijlage 4. Belangrijkste conclusie is dat effecten als gevolg van sportvoorzieningen en een stadion, als gevolg van geluid en licht, niet op voorhand zijn uit te sluiten en nader onderzocht moeten worden. Specifiek is ook nader onderzoek nodig naar Meervleermuis. Significante effecten op deze soort zijn niet op voorhand uit te sluiten. Het voorkomen van significant negatieve effecten is echter mogelijk door het treffen van mitigerende maatregelen, zoals: • •

Voorkomen van barrièrewerking door bruggen en dammen. Bruggen moeten hoog en breed genoeg zijn, zodat vleermuizen onder de brug door kunnen vliegen Voorkomen van verstoring door (uitstraling van) kunstmatige lichtbronnen. Dit kan door belangrijke vliegroutes af te schermen met hoger opgaand groen, lichtbronnen niet inzetten of dusdanig van vliegroutes africhten dat ze geen verstorend effect hebben

8.5.2 Stikstofdepositie (verkeer, bedrijven en energietransitie) Zoals beschreven liggen in de omgeving van de gemeente Edam-Volendam verschillende voor stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Met de uitstoot van stikstof door verkeer, landbouw, bedrijvigheid en voorkomen van deze uitstoot als gevolg van energietransitie kunnen van invloed zijn op de stikstofdepositie. Zoals ook beschreven in hoofdstuk 5 kan een afname in stikstofdepositie verwacht worden als gevolg van de transitie van het bedrijventerrein Julianaweg naar woningbouw. Daarnaast is een belangrijk positief effect het uit gebruik nemen van agrarische gronden en bedrijven waardoor de uitstoot als gevolg van bemesting ter plaatse stopt. Als gevolg van de toename van verkeer is echter niet uit te sluiten dat er ook toename is van stikstofdepositie. De inzet van de gemeente op de energietransitie heeft uiteindelijk een positief effect op de Natura 2000-gebieden, doordat het gebruik van duurzame energie zorgt voor minder stikstofdepositie ten opzichte van het gebruik van fossiele energiebronnen. Stikstofdepositieberekeningen op plan- en projectniveau moeten uitwijzen hoe de balans precies uitslaat en wat de mogelijke negatieve effecten zijn van bovengenoemde ontwikkelingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=4ac751d8-eaed-4bf1-9dde-68d2f10c0385