CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsbeleidsplan 2022-2026.docx

Raadsplein Bespreekronde Ib 19 mei 2022, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen Omgevingsbeleidsplan 2022-2026.38.988 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Er dient een grondig inzicht in de praktijk te bestaan, om te kunnen bepalen welke risico’s verschillende keuzes met zich meebrengen. De dynamiek in de bouwpraktijk kan ertoe leiden dat bepaalde risico’s die, door de gemaakte keuzes, onderbelicht worden op enig moment toch een groter maatschappelijk gewicht gaan krijgen waardoor beleid dient te worden bijgesteld. Landelijke overheidsacties zijn hier een goed voorbeeld van. Deze acties kunnen een herprioritering van de eerder gemaakte keuzes nodig achten. Zo’n herpiroritering heeft een casuïstisch karakter en wordt veelal incident-gestuurd. Deze risicoanalyse kent bovendien nog maar een beperkte houdbaarheid door de geplande invoering van de private kwaliteitsborging in de bouw. Voor bouwwerkcategorieën die vaak voorkomen is een risicoanalyse uitgevoerd. Hierbij is ten aanzien van elk toetsthema op basis van kennis en ervaring de vraag is beantwoord hoe groot de kans is dat een aanvraag van dat thema tekortschiet en wat de effecten daarvan zouden kunnen zijn. Op deze manier is inzichtelijk gemaakt welke thema’s bij welke bouwaanvraag qua risico hoog scoren en welke niet. Kortom: welke thema’s zijn echt relevant om te toetsen en welke minder. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van de volgende formule: Risico = Kans x Gevolg. De scores leiden tot vier categorieën risico’s, zoals hieronder te zien. Score

Risico

0-20

Laag

21-49

Gemiddeld

50-79

Hoog

80-100

Zeer hoog

63 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam

3.3.2 RESULTAAT VAN DE RISICOANALYSE

De scope van dit Omgevingsbeleidsplan omvat ook de VTH-taken op het gebied van milieu. De gemeente is niet de enige organisatie die milieutaken uitvoert. De basistaken (bovenlokale complexe taken) voert de Omgevingsdienst IJmond voor Edam-Volendam uit. Voor andere gemeenten binnen haar verzorgingsgebied voert zij ook overige milieutaken uit zoals projecten op het gebied van duurzaamheid, taken op het gebied van specialistische milieuregelgeving, advisering op het gebied van bouwplannen, bodem, geluid, externe veiligheid en natuur- en biodiversiteit. Er is ook een risicoanalyse opgesteld voor de uitvoering van deze taken. Om een gelijk speelveld voor bedrijven te realiseren en om onnodig werk te voorkomen wordt de risicoanalyse zoals de Omgevingsdienst deze heeft opgesteld gehanteerd. Eveneens bij de doelstellingen die zij formuleert met betrekking tot vergunningverlening en toezicht en handhaving wordt aangesloten.

64 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam

3.4 TOETSNIVEAUS Aan elke functie per toetsthema is op basis van de uitkomsten uit de risicoanalyse een toetsniveau gekoppeld. Afhankelijk van de score worden de thema’s bij de ene vergunningaanvraag bouwen minder diepgaand getoetst dan bij een andere. Bij het uitvoeren van de Bouwbesluittoets is dit een geaccepteerde praktijk (dus niet voor ruimtelijke ordening, welstand en milieu). Voor een gemeente is het niet te doen om elke aanvraag volledig te controleren en te toetsen. Wanneer je kijkt naar het efficiënt inzetten van de beperkt beschikbare middelen, is het dus een goede keuze om op basis van te voren ingeschatte risico’s voor een bepaalde ‘diepte’ te kiezen bij het toetsen. Hierbij horen vijf toetsniveaus. Deze zullen hieronder uiteen worden gezet.

65 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam

Toetsniveau 0

Niet beoordelen

1

Sneltoets: Is het betreffende onderdeel aangegeven op de stukken (tekeningen, rapporten en andere documenten) behorende bij de bouwvergunningaanvraag.

2

Visuele toets: Is het betreffende onderdeel aangegeven op de stukken. Zijn tevens de uitgangspunten vermeld. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten juist zijn en of de eventuele uitkomsten aannemelijk zijn. Wordt er bijvoorbeeld verwezen naar een norm of richtlijn.

3

Representatieve toets: Controle van de belangrijkste onderdelen. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten op de stukken juist zijn en of de uitkomsten plausibel zijn. De belangrijkste berekeningen worden gecontroleerd dan wel nagerekend.

4

Integraal toetsen: Alles controleren. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten op de stukken juist zijn en worden de uitkomsten gecontroleerd/nagerekend.

In bijlage 2 is de toetsmatrix opgenomen

3.5 DOELSTELLINGEN BOUW- EN WONINGTOEZICHT De gemaakte risicoanalyse en bijbehorende probleemanalyse leiden tot een kleine 20 prioriteiten die verwoord zijn in doelstellingen voor vergunningverlening. De risicoanalyse geeft in combinatie met de probleemanalyse richting aan de doelstellingen die Edam-Volendam stelt voor vergunningverlening. Thema’s die in ieder geval aan de orde komen zijn: publiekstoegankelijke bouwwerken, asbest, brandveiligheid en cultuurhistorie. In hoofdstuk 1 kwam naar voren hoe Edam-Volendam omgaat met het begrip kwaliteit en hoe het leveren van kwaliteit wordt geborgd. Als het gaat om output- en outcomecriteria worden deze vooral weergegeven in de vorm van ambitieus en doelstellingen. De doelstellingen voor vergunningverlening en voor toezicht en handhaving vormen tezamen dus ook de set aan output- en outcomecriteria. Bij de doelstellingen is weergegeven waar de doelstellingen betrekking op hebben: duurzaamheid, leefbaarheid, dienstverlening, uitvoeringskwaliteit van diensten en producten, veiligheid of financiën. Dit zijn ook thema’s waar het college volgens de verordening VTH kwaliteit ten minste doelstellingen op zou moeten formuleren. Bij het formuleren van de doelstellingen is nadrukkelijk rekening gehouden met de eisen die de raad zelf heeft gesteld aangaande de dienstverlening in het kwaliteitshandvest.

66 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam

Thema Doelstelling Duurzaamheid: de objectieve en subjectieve aantrekkelijkheid en geschiktheid van een gebied of gemeenschap is om er te wonen, of te werken en de mate waarin we dit in de toekomst kunnen behouden, in relatie tot de VROM-taken.

Ten minste 85% van de bouwwerken worden op de juiste plek gerealiseerd, voldoen aan de redelijke eisen van welstand, zijn veilig en conform de regels van het bestemmingsplan gebouwd. De cultuurhistorische waarde van de monumentale panden wordt behouden Vergunningverlening, toezicht en handhaving dragen bij aan een goed woon- en leefklimaat Waardering van het woon-, leef- en bedrijfsklimaat ligt ten minste op een 7

Toetsing van BENG (Bijna Engergieneutraal Gebouwen) bij 100% van de omgevingsvergunningen als het gaat om nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw Verbetering van de certificering energieprestatie utiliteitsgebouwen Het in 2022 starten met het uitwerken van een van de vier Wijkuitvoeringsplannen uit de Transitievisie Warmte (het middengebied) Inwoners en bedrijven binnen de gemeente stimuleren, faciliteren en informeren over duurzame en energie besparende maatregelen. Betrokken partijen (aanbieders en consumenten) met elkaar in contact brengen Veiligheid: de objectieve en subjectieve (gezondheids)veiligheid in relatie tot de VROM-taken.

Dienstverlening: de manier waarop en de snelheid waarmee de organisatie met belanghebbenden omgaat.

In niet meer dan 15 % van de controles op sloopwerkzaamheden wordt geconstateerd dat er regels met betrekking tot (brand)veiligheid, asbest en de veiligheid van de directe omgeving wordt overtreden

De klanttevredenheid van de afhandeling ligt ten minste op 90% Ten minste 55 % van de vergunningen voor bouwen wordt binnen een termijn van 6 weken afgehandeld De besluitvorming op vergunningaanvragen valt altijd binnen wettelijke termijnen De besluiten en correspondentie richting de burgers is leesbaar en in begrijpelijke taal

Uitvoeringskwaliteit: de mate waarin een product voldoet aan de juridische doelen én bijdraagt de

.

Bij 100 % van de vergunningen zijn de juiste toetsingskaders gebruikt Alle vergunningen die integraal afgehandeld kunnen worden, worden ook daadwerkelijk integraal afgehandeld

omgevingsdoelen

67 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam

90% van de bezwaar- en beroepsschriften m.b.t. vergunningverlening is ongegrond Het toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen is helder door het vaststellen van een ontheffingenbeleid Alle bestemmingsplannen c.q. omgevingsplan zijn actueel en toekomstbestendig. Bestemmingsplannen c.q. omgevingsplan passen bij de moderne ruimtelijke ontwikkelingen (detailhandel, internetwinkels) Financiën: de inzet van middelen in relatie tot te hoeveelheid afgeleverde diensten/ producten.

Het dekkingspercentage van de leges is 85%

Indicatoren We zullen monitoren of deze doelstellingen ook worden gerealiseerd aan de hand van onderstaande indicatoren: - percentage van de reguliere bouwcontroles naar aanleiding van een vergunning voor bouwen waarin één of meerdere regels ten aanzien van constructieve veiligheid, brandveiligheid of bestemmingsplan wordt overtreden; - aantal welstandsexcessen en aantal welstandsadviezen; - waardering door de burgers van het woon-, leef- en bedrijfsklimaat; - percentage van de vergunningen waarin bij de adviezen het aspect veiligheid mee is genomen; - percentage BENG-toetsingen bij aanvragen om omgevingsvergunning nieuwbouw (woningbouw/utiliteitsbouw); - percentage certificering energieprestatie utiliteitsgebouwen; - uitwerking wijkuitvoeringsplannen; - gegeven informatie aan inwoners en bedrijven over energiebesparende en energiebesparende maatregelen; - percentages overtredingen bij controles; - waarderingspercentage van de klanten voor het doorlopen vergunningenproces; - doorlooptijd van de vergunningen; - percentage afgehandelde vergunningen binnen wettelijke termijn; - percentage van de bezwaar- en beroepschriften dat ongegrond is; - aantal bezwaar- en beroepzaken; - dekkingspercentage van de leges.

De indicatoren zullen gemeten en gepubliceerd worden door middel van het jaarverslag, controle door collega’s (4-ogen principe), klanttevredenheidsonderzoek, analyse van de vergunningen, audit, enquête en meetgegevens.

68 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam

Richtlijnen voor monitoring Als richtlijnen kunnen aangehouden worden: - Niet voor elke indicator hoeft een 100% controle plaats te vinden, maar kan volstaan worden met een steekproef van 5 cases; - Alle indicatoren worden gescoord in hetzelfde kalenderjaar (gelijklopend met het Uitvoeringsprogramma); - Aantallen worden niet door middel van een steekproef vastgesteld maar volledig in kaart gebracht.

3.6 MILIEU De bovenstaande doelstellingen zijn geformuleerd voor de domeinen bouwen, slopen, ruimtelijke ordening, brandveiligheid en monumenten. De Omgevingsdienst IJmond heeft op het gebied van milieu doelstellingen geformuleerd, waar Edam-Volendam, om eerder genoemde redenen, bij aansluit:

VERGUNNINGVERLENING

69 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam

TOEZICHT EN HANDHAVING

SAMENWERKING EN DATA

70 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam

3.7 VERGUNNINGENSTRATEGIE In de vergunningenstrategie kan gevonden worden op welke wijze de vergunningverlening verzorgd wordt. Er is op hoofdlijnen een gemeentelijke strategie opgesteld. Hierin wordt het proces beschreven en komen de mogelijkheden voor aanvragen en de toetsingsniveaus naar voren. Per activiteit wordt de strategie weergegeven. Wettelijk basis en werkwijze De formele juridische basis voor het verlenen van vergunningen is vastgelegd in landelijke wetgeving. In deze wetgeving is veelal de administratieve etiquette vastgelegd. Zo wordt aan degene die zich, bijvoorbeeld met een aanvraag om vergunning, een brief, een klacht of een verzoek tot de gemeente wendt een ontvangstbevestiging gegeven. Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt na ontvangst eerst gekeken of bij de aanvraag alle vereiste bescheiden aanwezig zijn die nodig zijn om de aanvraag te kunnen beoordelen. Dit noemt men ook wel de ontvankelijkheidtoets. De minimaal bij een aanvraag in te dienen bescheiden zijn beschreven in het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Ministeriele regeling (Mor) en binnenkort de Omgevingswet. Een aanvraag om vergunning wordt getoetst aan de van toepassing zijnde weten regelgeving, deze kan zowel van juridische als van technische aard zijn.

De juridische toets betreft veelal de administratieve kant van wetgeving, verordeningen en beleidsdocumenten, terwijl de technische toets veelal betrekking heeft op bij de desbetreffende wet- en regelgeving aangegeven technische voorschriften. Het toetsen afwegingskader van de wet- en regelgeving is soms beperkt, zo zal indien de aanvraag om vergunning voldoet aan de gegeven bepalingen en voorschriften, de vergunning verleend moeten worden. Er is hier sprake van een zogenaamde gebonden beschikking. Maar het kan ook voorkomen dat een aanvraag niet in overeenstemming is met de desbetreffende wet- en regelgeving en/of beleid, dan is er vaak toch nog een vrijstelling of ontheffing mogelijk. Voor een dergelijke vrijstelling of ontheffing zal, veelal op basis van beleid, een belangenafweging plaats vinden waarbij gekeken wordt naar de feitelijke en juridische gevolgen van dat besluit, zowel voor de aanvrager, de omgeving, als derden belanghebbenden. Bij het afwegen van belangen dienen altijd de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te worden genomen. Hierover is veel jurisprudentie ontwikkeld. Een beschikking op een dergelijke aanvraag om vergunning moet dan ook altijd juridisch goed zijn geredigeerd en gemotiveerd.

Het behandelen van aanvragen om, en het verlenen van vergunningen op grond van de Wabo, de APV en de Omgevingswet wanneer deze in werking treedt, is een van dé kernactiviteiten van de sectie Bouwen & Milieu. De beslissing op de aanvraag om reguliere vergunning is gebonden aan de in de Wabo gegeven termijn. Als er niet binnen deze termijn wordt beslist op een aanvraag dan is de vergunning van rechtswege verleend. Dit geldt niet voor de vergunning waarvoor een uitgebreide procedure geldt. Hier is een termijn op van toepassing en na het verstrijken van die termijn ontstaat er geen vergunning van rechtswege. Wel is hier de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen van toepassing, wat betekent dat de aanvrager een aanspraak op een dwangsom kan maken. Het gaat daarbij om een maximum bedrag van € 1442, -. In de Wabo en later in de Ow is tevens bepaald wanneer een omgevingsvergunning moet worden geweigerd. Een aanvraag omgevingsvergunning wordt, afhankelijk van de van toepassing zijnde activiteiten, getoetst aan het bestemmingsplan c.q. omgevingsplan, de welstandscriteria zoals deze door de gemeente zijn vastgesteld, het Bouwbesluit c.q. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de Verordening fysieke leefomgeving, welke onderdeel uit zal maken van het omgevingsplan.

Indien een aanvraag omgevingsvergunning niet past binnen de voorschriften van het vigerende bestemmingsplan wordt deze aanvraag eveneens gezien als aanvraag voor strijdig planologisch gebruik. Pas wanneer een aanvraag om vergunning voldoet aan alle daaraan te stellen eisen, op grond van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, dan moet de gevraagde omgevingsvergunning worden verleend. 71 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam

Toetsing van aanvragen voor wat betreft de bouwtechnische voorschriften vindt niet voor 100% plaats. Volledige toetsing van alle bouwplannen op alle onderdelen van het Bouwbesluit c.q. Bbl zou een veelvoud aan menskracht vragen ten opzichte van de huidige bezetting. Vraag is bovendien of het veel zou toevoegen aan de kwaliteit van de uiteindelijke vergunning ten opzichte van de mogelijke risico’s. Om deze reden is er een risicoanalyse gemaakt welke de basis vormt voor de diepte van de toets. Datzelfde geldt overigens voor de uitvoering van het toezicht. De risicoanalyse is opgenomen in bijlage 1. HUIDIGE VORMEN VAN VERGUNNINGVERLENING

- De volgende vormen van vergunningverlening worden onderscheiden: - reguliere procedure (8 weken, eenmalig te verdagen met 6 weken); - uitgebreide procedure (6 maanden, eenmalig te verdagen met 6 weken); - gefaseerde aanvraag (eerste fase en tweede fase, verschillende termijncombinaties mogelijk); - aanvraag van deelactiviteiten (langste termijn van ieder van de deelactiviteiten); - opleggen van maatwerkvoorschriften (milieu) of nadere voorwaarden (brandveilig gebruik).

VERGUNNINGVERLENING BINNEN DE OW

Met de Ow verandert ook het huidige stelsel van vergunningprocedures. Het nieuwe stelsel van de Ow beoogt daarbij zoveel mogelijk aan te sluiten bij de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De hoofdregel bij de komst van de Ow is dat de reguliere procedure van de Awb wordt gevolgd. In bijzondere gevallen geldt de uitgebreide procedure van de Awb. De beslistermijn voor de korte (reguliere) procedure is maximaal 8 weken. Daarna is er nog bezwaar en beroep mogelijk. In de uitgebreide procedure beslist het bevoegd gezag binnen 6 maanden na een aanvraag. Tijdens de uitgebreide procedure maakt het bestuursorgaan een ontwerpbesluit waarover zienswijzen openstaan. Nadat het besluit is genomen, is er nog beroep bij de rechtbank mogelijk. Onder de huidige wetgeving wordt de vergunning automatisch verleend als de beslistermijn voorbij is. Dit heet lex silencio positivo. Dit uitgangspunt staat in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In de Omgevingswet komt dit niet terug. Dit betekent dat er vanaf inwerkintreding niet langer een vergunning van rechtswege ontstaat wanneer een bestuursorgaan niet tijdig beslist op een aanvraag voor een omgevingsvergunning op grond van de Omgevingswet.

Basiswerkwijze Het hoofdproces voor het besluiten op een vergunningaanvraag en het beoordelen van een melding volgt de wettelijke reguliere of uitgebreide procedure zoals vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Wabo en binnenkort de Omgevingswet. Een vergunning wordt met een werkproces in het zaaksysteem afgehandeld: 1. inboeken, registreren; 2. sturen ontvangstbevestiging; 3. accountbeheerder omgevingsvergunning beoordeelt:

a.

bevoegd gezag;

b.

uitgebreide of reguliere procedure, verzenden procedure bevestiging;

c.

meervoudige of enkelvoudige aanvraag;

d.

publiceren ingekomen aanvragen en (concept)beschikkingen;

e.

overzicht bewaken over lopende procedures en de voorgang.

4. de accountbeheerder is verantwoordelijk voor het afhandelen van de aanvraag: 72 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam

b.

toets volledigheid en ontvankelijkheid;

c.

(vak)inhoudelijke toets aan alle relevante beoordelingskaders;

d.

uitzetten bij interne- en externe adviseurs;

e.

bewaken van de termijn;

f.

aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager;

g.

opstellen (concept)beschikking;

h.

registratie in backoffice applicatie.

5. archiveren beschikkingen; 6. mogelijk bezwaar, beroep en hoger beroep, eventueel gecombineerd met een voorlopige voorziening. De basiswerkwijze voor het verlenen van een omgevingsvergunning is vastgelegd in de backofficeapplicatie, waarbij de processtappen worden doorlopen en wordt aangegeven wie waarvoor verantwoordelijk is. Daarnaast is er een separate proces- en werkbeschrijving opgesteld. 3.7.1 BOUWEN Artikel 2.1. lid 1 onder a van de Wabo stelt dat het verboden is zonder een omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het bouwen van een bouwwerk. Vervolgens stelt artikel 2.10 dat de omgevingsvergunning moet worden geweigerd indien het bouwen niet voldoet aan de voorschriften uit het Bouwbesluit, de gemeentelijke bouwverordening, het bestemmingsplan, de beheersverordening, algemene ruimtelijke regels die door de provincie of het Rijk zijn gesteld, redelijke eisen van welstand, een advies van de Commissie voor de tunnelveiligheid, of het exploitatieplan. De Wabo zal naar verwachting in januari 2023 vervangen worden door de Omgevingswet. Daarnaast zullen de bestemmingsplannen en verordeningen zich gaan huisvesten in het toekomstige omgevingsplan en het Bouwbesluit zal vervangen worden door het Bbl. Dit betekent een verandering voor de regels voor het bouwen.

Het (ver)bouwen van een bouwwerk is een van de activiteiten die valt onder de Wabo waar een omgevingsvergunning voor nodig is. Aanvragen voor deze activiteit worden naast de genoemde toetsingskaders beoordeeld op ontvankelijkheid. De toetsingskaders liggen vast, er is geen keuze om bepaalde toetsen over te slaan. Vergunningsplichtige bouwwerken worden aan de volgende onderdelen getoetst: - ontvankelijkheidstoets; - toetsing aan bestemmingsplan c.q. omgevingsplan; - toetsing aan welstandseisen; - bouwtechnische toetsing (Bouwbesluit 2012 c.q. Bbl); - toetsing aan gemeentelijke Bouwverordening c.q. Verordening fysieke leefomgeving. Waarbij opgemerkt dient te worden dat de toets ontvankelijkheid, toets bestemmingsplan c.q. omgevingsplan en toets welstand voor ieder bouwplan altijd geheel plaatsvindt. Bij de bouwtechnische toets vindt niet altijd voor ieder bouwplan een algehele toets plaats.

73 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam

ONTVANKELIJKHEID

In de Ministeriële Regeling omgevingsrecht (Mor) is geregeld aan welke vereisten een aanvraag moet voldoen om te kunnen worden behandeld. Algemene eisen zijn daarnaast te vinden in Awb. De wettelijke regels zijn zeer uitgebreid en het is de vraag of een aanvrager in alle gevallen alles wat gevraagd kan worden ook aan zou moeten leveren. De gemeente Edam-Volendam verricht een volledige ontvankelijkheidstoets bij alle aanvragen voor een omgevingsvergunning. Deze toets wordt uitgevoerd door de casemanager aan de hand van een checklist ontvankelijkheid per activiteit in het zaaksysteem op basis van de volgende checklisten: • Checklist Indieningsvereisten Mor Algemeen; • Checklist Indieningsvereisten Mor Bouwactiviteiten; • Checklist Indieningsvereisten Mor RO (afwijken bestemmingsplan) (indien van toepassing); • Checklist Indieningsvereisten Mor Milieu (indien bouwactiviteiten bij een inrichting); en • Checklist Indieningsvereisten Mor Brandveilig gebruik (indien van toepassing). Als richtlijn geldt dat zo spoedig mogelijk na de ontvangst van de aanvraag, doch uiterlijk binnen vier weken schriftelijk (per brief) om aanvullende gegevens wordt verzocht. Als de gevraagde stukken niet op tijd of niet volledig worden aangeleverd, wordt de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling gelaten. Dit is een besluit waartegen voor de aanvrager bezwaar openstaat.

Algemene set indieningsvereisten in het Omgevingsloket De indieningsvereisten zullen met de komt van de Ow ook veranderen. De algemene set indieningsvereisten zijn algemene vragen die initiatiefnemers moeten invullen als ze een verzoek indienen in het Omgevingsloket. Bijvoorbeeld als ze een vergunning aanvragen of een melding doen. Hiermee geven ze informatie over hun project of hun contactgegevens. Of over participatie bij een vergunningaanvraag. Bestemmingsplan c.q. omgevingsplan Een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt getoetst aan het voor die aanvraag van toepassing zijnde bestemmingsplan. Onder de Ow zullen al deze regels (m.b.t. de fysieke leefomgeving een plekje krijgen in het omgevingsplan, die op dit moment in voorbereiding is). Daarbij wordt gekeken of het gevraagde in overeenstemming is met de gegeven bouw- en gebruiksvoorschriften. Wanneer er geen strijdigheden zijn wordt een aanvraag verder behandeld en getoetst aan andere van toepassing zijnde beoordelingscriteria. Als een aanvraag in strijd is met de voorschriften van het bestemmingsplan c.q. omgevingsplan zal worden onderzocht of er op grond van de voorschriften van dat bestemmingsplan en/of de Wro voor het gevraagde ontheffing (in de Wabo genaamd afwijken van het bestemmingsplan) kan worden verleend.

Voor het toepassen van een ontheffing speelt het door een gemeente vastgesteld ruimtelijk beleid een belangrijke rol. De gemeente Edam-Volendam heeft daarnaast een (buitenplans) ontheffingenbeleid. Het ruimtelijk beleid wordt vastgelegd door het maken van actuele bestemmingsplannen. Deze kennen uiteindelijk echter maar een beperkte houdbaarheid en het volstaat niet om naar het bestemmingsplan te verwijzen bij aanvragen die daaraan niet voldoen. In de lacune van het ontheffingenbeleid zal dan ook zo spoedig mogelijk moeten worden voorzien. Probleem doet zich voor bij ontheffingen die op grond van artikel 4 Bijlage II BOR (de zogenaamde planologische kruimellijst) mogelijk zijn; deze vallen onder de reguliere procedure van de Wabo (beslistermijn 8 weken). Daarbinnen is feitelijk geen ruimte om nog een zienswijzeprocedure te voeren. In een reguliere procedure kan men gezien het voorgaande dus geen zienswijze indienen. In de praktijk is ervoor gekozen, dat wanneer men wel een zienswijze ofwel een bezwaar indient, de indiener een bericht krijgt, dat haar 74 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam

zienswijze/bezwaar prematuur (voortijdig) is ingediend, aangezien er nog geen formeel besluit is genomen met betrekking tot het bouwvoornemen. Om die reden wordt de zienswijze ofwel het bezwaar op grond van artikel 6:8 Awb kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Betrokkene wordt erop gewezen dat er bezwaar kan worden ingediend op het moment dat er is beschikt op de aanvraag. Wel wordt meegegeven dat de input meegenomen zal worden bij de beoordeling van de aanvraag. Dit proces zal uiteindelijk voor de aanvrager van een vergunning resulteren in een positieve beschikking (verlening vergunning) of een negatieve beschikking (weigering van de gevraagde vergunning). ONTHEFFINGENBELEID

Niet alle verzoeken of aanvragen vallen binnen de regels van bestemmingsplannen c.q. omgevingsplan. Voor afwijkingen van het bestemmingsplan, bijvoorbeeld het oprichten van een bijgebouw of het plaatsen van een dakkapel, kan in bepaalde gevallen ontheffing worden verleend. In artikel 2.10 lid 2 Wabo is bepaald dat een vergunning slechts wordt geweigerd als de verlening met toepassing van artikel 2.12 niet mogelijk is. De mogelijkheid om voor afwijkingen van het bestemmingsplan ontheffing van de regels van het bestemmingsplan te verlenen is geregeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1 en 2 van de Wabo. De mogelijkheden waarvoor ontheffing verleend kan worden, zijn genoemd in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Zonder een dergelijk ontheffingenbeleid loopt men het risico dat onvoldoende gemotiveerd kan worden waarom niet of juist wel aan een ontheffing wordt meegewerkt. Om willekeur te voorkomen en eenduidig en transparant te toetsen en te handelen, zijn beleidsregels noodzakelijk. Als voldaan wordt aan die beleidsregels, wordt na een afweging van belangen besloten of medewerking kan worden verleend aan een ontheffing. In sommige gevallen kan dan toch het bijgebouw of de dakkapel worden opgericht. BESTEMMINGSPLANBEHEER EN HANDBOEK OMGEVINGSPLAN

Gemeenten hebben de wettelijke plicht om hun bestemmingsplannen periodiek op actualiteit te bezien. In dat verband is eenduidigheid en continuïteit ook gewenst om bij postzegelplannen zoveel mogelijk één lijn aan te houden voor wat betreft planvoorschriften, beeldkwaliteit of welstandsbepalingen en dergelijke. Op dit moment wordt er echter gewerkt aan een ‘’Handboek omgevingsplan’’. Er worden derhalve in beginsel geen nieuwe bestemmingsplannen meer gemaakt, met het zicht op de inwerkingtreding van de Ow, die al dichterbij komt. WELSTANDSEISEN

De Woningwet (artikel 12) bepaalt dat een bouwwerk moet voldoen aan de redelijke eisen van welstand en dat de gemeente daarvoor een welstandsnota moet vaststellen. In de Welstandsnota is vastgelegd aan welke criteria het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of standplaats moeten voldoen, zowel op zichzelf als in relatie tot de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan. Als een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen voldoet aan de in de welstandsnota gegeven criteria dan moet, mits de aanvraag ook voldoet aan andere van toepassing zijnde wet- en regelgeving, de vergunning worden verleend. Door de verandering van de wetgeving bestaan de sneltoetscriteria niet meer, er bestaan immers geen lichte bouwaanvragen meer. Edam-Volendam heeft nog wel sneltoetscriteria en een ambtelijke toets. Indien een aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen niet voldoet aan de welstandscriteria dan moet de gevraagde vergunning overeenkomstig de Wabo worden geweigerd. Voor het toetsen van aanvragen omgevingsvergunning bouwen aan de vastgestelde welstandscriteria laten Burgemeester en wethouders van Edam-Volendam zich adviseren door een commissie voor welstand en monumenten van thans Mooi Noord-Holland.

De commissie heeft een adviserende rol en daarom kunnen en mogen Burgemeester en wethouders besluiten om af te wijken van een welstands- of monumentenadvies. Doordat de commissie een adviserende rol heeft, zijn de burgemeester en wethouders niet gebonden aan dit advies. De verantwoordelijkheid van een 75 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam

welstandstoetsing ligt bij de burgemeester en wethouders zelf. Zij mogen dit advies enkel overnemen indien er onderzoek heeft plaatsgevonden of het advies op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, er sprake is van een begrijpelijke redenering en de getrokken conclusies hierop aansluiten. Op grond van artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt deze verplichting voor de wettelijke adviseur en eveneens op grond van artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Wanneer burgemeester en wethouders van mening zijn dat het advies op een onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen of op basis van een onbegrijpelijke redenering mag het college het advies niet overnemen. Het afwijken van het advies dient uiteraard wel gemotiveerd te worden. De Welstandsnota blijft in stand tot de inwerkingtreding van de Ow. Na de inwerkingtreding zullen de welstandscriteria een plekje krijgen in het omgevingsplan. TECHNISCHE BEOORDELING

In het Bouwbesluit (een Algemene Maatregel van Bestuur), later in het Bbl, heeft de overheid technische eisen neergelegd waaraan een bouwwerk minimaal moet voldoen. Deze technische eisen hebben betrekking op zaken zoals constructieve- en brandveiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. Het Bouwbesluit c.q. Bbl maakt hierbij ook onderscheid naar de functie en/of functies van het bouwwerk, te weten: - woonfunctie (woongebouw, woonwagen, niet woongebouw); - bijeenkomstfunctie; - cel functie; - gezondheidszorgfunctie; - industriefunctie; - kantoorfunctie; - logiesfunctie (in logiesgebouw, in niet logiesgebouw); - onderwijsfunctie; - sportfunctie; - winkelfunctie; - overige gebruiksfuncties gebouwen; - bouwwerken geen gebouw zijnde. De technische eisen in het Bouwbesluit c.q. het Bbl zijn door de wetgever niet naar zwaarte gedifferentieerd. Daarom is het voor gemeenten praktisch onmogelijk om bouwplannen aan alle eisen even uitputtend te toetsen. De mate van toetsing van een bouwplan aan de eisen van het Bouwbesluit is afhankelijk van de professionaliteit en ervaring van de desbetreffende technische bouwplantoetser. Elke bouwplantoetser in Nederland maakt bij de toetsing bewust of onbewust een risicoanalyse. Daarom is het verstandig om te werken via een risicoanalyse.

Het directe effect hiervan is dat het toetsen van aanvragen om omgevingsvergunning bouwen op een uniforme en adequate wijze geschiedt en dat de kwaliteit van het geleverde product is gewaarborgd. Maar wat belangrijker is dat daarmee de constructieve veiligheid van bouwwerken wordt verhoogd en gewaarborgd, alsmede het gezond en veilig gebruik ervan. De gemaakte risicoanalyse is vertaald in een toetsmatrix waar op basis van de risico’s is aangegeven op welke wijze de technische toets dient plaats te vinden (zie bijlage 2). Een toetsprotocol/-matrix heeft uitsluitend betrekking op de technische eisen van het Bouwbesluit c.q. het Bbl. Deze eisen hebben betrekking op vier aspecten van bouwwerken, te weten: veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid. De eisen richten zich op bouwwerken met een of meerdere functies zoals deze in het voorgaande zijn genoemd.

76 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam

Constructieve veiligheid Overeenkomstig het Bor en het Mor c.q. de Omgevingswet dienen bij een aanvraag om omgevingsvergunning (voor bouwen) gegevens (berekeningen en tekeningen) m.b.t. de constructieve veiligheid van het te bouwen bouwwerk ter controle te worden ingediend bij de sectie Bouwen & Milieu. Onder bepaalde voorwaarden mogen deze gegevens ook later na de vergunningverlening ter controle worden aangeboden. De controle door Bouwen & Milieu richt zich met name op de publiekrechtelijke beoordeling (wet- en regelgeving) van de constructieve veiligheid. Behalve de in het Bouwbesluit c.q. het Bbl vastgelegde eisen met betrekking tot de constructieve veiligheid van een bouwwerk zijn in het Bouwbesluit c.q. Bbl ook eisen gegeven ten aanzien van o.a. de gebruiksveiligheid, de brandveiligheid, de sociale veiligheid en duurzaamheid. De controlewerkzaamheden van Bouwen & Milieu betreft in hoofdlijnen het controleren van de hoofddraagconstructie van een bouwwerk waaronder de funderingsconstructie, de sterkte van de vloer-, wand - en dakconstructie. Tevens wordt daarbij ook de stabiliteit en de brandwerendheid van de constructies van het bouwwerk beoordeeld.

De controle van constructieberekeningen en tekeningen behorende bij aanvragen omgevingsvergunning bouwen of verleende omgevingsvergunningen bouwen wordt in opdracht van de gemeente Edam-Volendam deels uitgevoerd door een extern bouwkundig constructiebureau. Verder wordt bij de controles al meer gekeken naar duurzaamheid. Je kunt hierbij denken aan het voldoen aan de BENG-norm die geldt sinds 1 januari 2021. 3.7.2 SLOPEN Artikel 2.1. lid 1 onder g van de Wabo, later zal dit de Ow worden, stelt dat het verboden is zonder een omgevingsvergunning een bouwwerk te slopen in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald. Dit geldt ook voor slopen van een Beschermd monument of het slopen in een beschermd stadsgezicht (lid 1 onder f en h). Vervolgens stelt artikel 2.15 dat voor zover de aanvraag betrekking heeft op een beschermd monument de omgevingsvergunning slechts kan worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daar niet tegen verzet. Bij de beslissing op de aanvraag houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument.

Tenslotte stelt artikel 2.16 dat de omgevingsvergunning voor het slopen op grond van het bestemmingsplan of beschermd stadsgezicht kan worden geweigerd indien naar het oordeel van het bevoegd gezag niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. Sloopwerkzaamheden die vergunningsplichtig zijn, zijn opgenomen in artikel 2.1. lid 1 onder f (beschermd monument), g (bestemmingsplan) en h (beschermd stadsgezicht). Het gaat daarbij uitsluitend om de ruimtelijke aspecten, waaronder de cultuurhistorie. Daarnaast bepaalt artikel 1.26 van het Bouwbesluit 2012 dat het verboden is om zonder of in afwijking van een sloopmelding te slopen indien daarbij asbest wordt verwijderd of de hoeveelheid sloopafval naar redelijke inschatting meer dan 10 m3 zal bedragen. Het betreft hier de technische aspecten van de sloopwerkzaamheden. De sloopmelding is geen onderdeel van de omgevingsvergunning. Beschermd Monument Voor het slopen van een beschermd monument geldt dezelfde werkwijze en protocol als onder Monumenten omschreven wordt. BESTEMMINGSPLAN

Vooropgesteld dient te worden dat een activiteit alleen planologisch vergunningsplichtig is indien dit uit het bestemmingsplan c.q. omgevingsplan volgt. Of er sprake is van een vergunningsplicht, en aan welke voorwaarde het verlenen van een omgevingsvergunning moet voldoen volgt derhalve uit het bestemmingsplan en maakt onderdeel uit van de bestemminsplantoets. Mocht er sprake zijn van een vergunningsplicht dan wordt, middels het uitzetten van een deelzaak in het zaaksysteem, advies gevraagd aan de sectie Omgevingsbeleid van de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling.

77 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam

BESCHERMD STADSGEZICHT

Alle sloopwerkzaamheden binnen het Beschermd Stadgezicht, als aangewezen op grond van de Monumentenwet 1988, zijn vergunningsplichtig. In de gemeente Edam-Volendam betekent dat alle sloopwerkzaamheden in het Beschermd Stadgezicht Edam vergunningsplichtig zijn. De beoordelingscriteria staan in artikel 2.16 van de Wabo en later in de Ow. Hierin is bepaald dat de omgevingsvergunning slechts kan worden geweigerd indien naar het oordeel van het bevoegd gezag niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. Deze activiteit valt veelal samen met de activiteit bouwen, waardoor aan deze voorwaarde wordt voldaan. SLOOPMELDING

Een sloopmelding, zoals hiervoor omschreven, wordt ten minste vier weken voor de aanvang van de sloopwerkzaamheden schriftelijk ingediend bij het bevoegd gezag. In afwijking hiervan is de termijn slechts vijf dagen indien die sloopwerkzaamheden in het kader van reparatie- of mutatieonderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd aan een asbesthoudende toepassing in een gebouw en handhaving van de termijn tot onnodige leegstand van het gebouw of gedeelte daarvan zou leiden of het gebruiksgenot daarvan ernstig zou belemmeren. Ook bestaat de termijn uit vijf dagen als de sloopwerkzaamheden bestaan uit het anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf in zijn geheel verwijderen van geschroefde, asbesthoudende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn, niet zijnde dakleien, of van asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende vloerbedekking, uit een woonfunctie of nevenfunctie daarvan, voor zover die woonfunctie of die nevenfunctie niet bedoeld zijn voor de uitoefening van een beroep of bedrijf en de oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende platen, vloerbedekking of vloertegels maximaal vijfendertig vierkante meter per kadastraal perceel bedraagt.

Een sloopmelding, met uitzondering van de sloopmelding van een inrichting waarbij asbest vrijkomt, wordt in behandeling genomen en beoordeeld door een bouwtoezichthouder van de sectie Bouw – en milieuzaken van de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling. De sloopmeldingen met asbest van bedrijven worden behandeld en beoordeeld door de Omgevingsdienst IJmond, aangezien deze sloopmeldingen onder het basistakenpakket valt. De afhandeling vindt plaats in het zaaksysteem, de werkwijze en het proces met betrekking tot sloopmeldingen ligt dan ook vast in het zaaksysteem. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van het toezichtsmatrix met urenraming meldingsplichtige sloop van de Stichting Integraal Toezichtsprotocol (iTP). In de toezichtmatrix met urenraming zijn de niveaus van diepgang vastgelegd (het landelijk geadviseerde niveau) die lokaal bestuurlijk vastgesteld kunnen worden. De urenraming in het Excel document is het rekenblad waarmee de vertaling is gemaakt van de niveaus van diepgang naar de tijdsbesteding per sloopproject. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de checklist. Hiermee gaat de bouwtoezichthouder op pad. Tenslotte is er een werkinstructie naar de niveaus van diepgang. De bouwtoezichthouder kan in de werkinstructie lezen waar hij/zij op moet controleren afhankelijk van het niveau van diepgang. 3.7.3 BRANDVEILIGHEID Artikel 2.1.

lid 1 onder d van de Wabo stelt dat het verboden is zonder een omgevingsvergunning een bouwwerk in gebruik te nemen of te gebruiken met het oog op de brandveiligheid in de bij AMvB aangewezen categorieën. Dit wordt verder uitgewerkt in art. 2.2 van het Bor. De omgevingsvergunning moet worden geweigerd zo stelt artikel 2.13 als de brandveiligheid voor het voorziene gebruik niet voldoende is verzekerd. Tevens stelt de Wabo, in het verlengde van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Bouwbesluit 2012, artikel 1.18 e.v.), dat in sommige gevallen geen vergunning nodig is, maar gelijktijdig melden met een aanvraag voor een andere activiteit 78 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam

kan worden volstaan. Een dergelijke melding kan overigens ook geheel los van een aanvraag voor een omgevingsvergunning worden gedaan. Later zal de brandveiligheid in de Omgevingswet en het Bbl worden geregeld. Het toetsen van aanvragen omgevingsvergunning voor gebouwen in relatie tot brandveiligheid geschiedt thans door de Veiligheidsregio Zaanstreek Waterland (VrZW). Het toetsen van een aanvraag gaat al snel over in het houden van een inspectie. De nadruk ligt op het toezicht en niet zo zeer op de administratieve afhandeling van een melding of vergunning. Binnen de brandweer Nederland zijn veel ontwikkelingen gaande, met name op het gebied van risicobeheersing. De ontwikkelrichting die betrekking heeft op de regio vloeit voort uit het Beleidsplan van Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland 2021-2024. In het beleidsplan zijn de volgende belangrijke onderdelen van risicobeheersing aan bod gekomen: • Brandveilig leven; • Zelfredzaamheid vergroten; • Brandrisicoprofiel; • Invoering Omgevingswet; • Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen; • Veiligheid ‘nieuwe’ energiebronnen. Een zorgvuldige analyse van de veiligheidsrisico’s waarop verbetering noodzakelijk en mogelijk is, is cruciaal. Een continue waakzaamheid op nieuwe of veranderende risico’s is nodig. Het maatschappelijk belang staat voorop.

De veiligheidsregio voert met partners de analyse uit en helpt het veiligheidsbestuur om hierin kritische en maatschappelijk verantwoorde keuzes te maken (via het regionaal risicoprofiel/brandrisicoprofiel). Een belangrijke winst voor het bestuur is het verbeterde inzicht en overzicht qua risico’s en realisme in de besluitvorming en aanpak van het reduceren van risico’s (maatschappelijke meerwaarde). Toezicht en handhaving blijven als stok achter de deur functioneel, maar de inzet is om veel meer instrumenten te betrekken bij het bevorderen van veiligheid (veilig gedrag en een veilige leefomgeving). Communicatie, informatievoorziening en dialoog, i.r.t. lokale samenleving en wijkgerichtheid zijn daarin essentieel om met alle betrokkenen tot veiligheidsbevorderend gedrag te komen. De ontwikkelingen binnen risicobeheersing, waarbij van regelgericht naar risicogericht wordt gegaan zorgt voor meer verantwoordelijkheid voor de burgers en instellingen en zorgt voor andere manier van werken. Het toezicht op het brandveilig gebruik van bouwwerken zal geleidelijk plaats moeten maken naar meer voorlichting en het bewust maken van de burger en instellingen op het gebied van brandveiligheid. Dat neemt niet weg dat de VrZW bouwwerken met een verhoogd risico in beeld wil houden door toezicht te houden op het brandveilig gebruik van deze bouwwerken.

3.7.4 MONUMENTEN Artikel 2.1 lid 1 onder f en artikel 2.2 van de Wabo stellen dat het verboden is zonder een omgevingsvergunning een beschermd, gemeentelijk of provinciaal monument te slopen, te verstoren, te herstellen of te (laten) gebruiken waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daar niet tegen verzet (beschermd monument, artikel 2.15) of kan slechts worden verleend of geweigerd op gronden die zijn aangegeven in de betrokken verordening (gemeentelijk en provinciaal monument, artikel 2.18). Dit zal binnenkort geregeld worden in de Omgevingswet.

79 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam

De omgevingsvergunning voor monumenten (wijziging) vergt bijzondere aandacht om te voorkomen dat onomkeerbare schade wordt toegebracht aan cultuurhistorisch erfgoed. Naast de gebruikelijke beoordeling van de aanvraag via de (gemeentelijke) monumentencommissie ligt het voor de hand dat bij de toetsing van aanvragen voor vergunningen voor monumenten wordt aangesloten bij de toetsingsstrategie voor omgevingsvergunningen activiteit bouwen. Immers, voor vrijwel alle veranderingen aan een monument is een omgevingsvergunning vereist. Door de intensiteit van toetsing en toezicht te vergroten kan afdoende waarborg tegen vernietiging van monumentale waarden worden verkregen. BESCHERMD MONUMENT

Artikel 2.15 Wabo geeft de beoordelingscriteria voor het wijzigen van een beschermd monument: de Rijksdienst voor het cultureel Erfgoed heeft op grond van artikel 6.4 van het Bor een adviesplicht waar het gaat om: -(gedeeltelijke) sloop; -ingrijpende wijzigingen; -functiewijzigingen van het pand of een deel daarvan, en; -reconstructie. Later krijgt dit een plek binnen de Ow. De Rijksdienst heeft op haar website een aantal voorbeelden gegeven van situaties waarin zij adviseert. Niet alle (bouw)plannen met betrekking tot (beschermde) monumenten hoeven ter advisering aan de Rijksdienst te worden voorgelegd. In beginsel bepaalt een casemanager, indien nodig in overleg met de beleidsmedewerker Ruimtelijke kwaliteit van de sectie Omgevingsbeleid, of een (bouw)plan ter advisering naar de Rijksdienst moet worden gezonden. Daarnaast kan er overleg plaatsvinden met de Rijksdienst zelf. Als vaststaat dat de Rijksdienst advies moet uitbrengen wordt er schriftelijk (per mail of post) een adviesverzoek bij de Rijksdienst ingediend, zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag. Op grond van artikel 6.4 lid 2 van het Bor geschiedt de advisering van de Rijksdienst binnen acht weken nadat zij de benodigde gegevens van de gemeente heeft ontvangen.

Indien het advies niet tijdig door de Rijksdienst wordt uitgebracht staat het ontbreken daarvan niet in de weg bij het nemen van het besluit (artikel 3:6 lid 2 Awb). Krachtens artikel 15 van de Monumentenwet 1988 stelt de gemeenteraad een verordening vast waarin ten minste de inschakeling van een commissie op het gebied van monumentenzorg wordt geregeld, die in elk geval tot taak heeft, te adviseren over aanvragen om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel f, van de Wabo. Artikel 15 komt niet terug in de Erfgoedwet, maar artikel 9.1 lid 1 onder a van de Erfgoedwet bepaalt wel dat hoofdstuk II van de Monumentenwet 1988, zoals die luidden voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van toepassing blijven. Artikel 15 is dus onderdeel van hoofdstuk II van de Monumentenwet 1988. In artikel 9.1 van de Bouwverordening en artikel 6 van de Erfgoedverordening is de instelling van de monumentencommissie en hun adviserende rol bij beschermde monumenten bij de gemeente Edam-Volendam geregeld. Bouwplannen met betrekking tot Rijksmonumenten die buiten de bebouwde kom liggen moeten overigens ook ter advisering aan Provinciale Staten worden voorgelegd, stelt artikel 6.4 lid 1 onder b van het Bor. Er wordt in dat geval ook een schriftelijk adviesverzoek neergelegd bij de Provincie Noord-Holland. PROVINCIALE MONUMENTEN

Bij een Provinciaal monument geldt dat voor zover ingevolge een bepaling in een provinciale of gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist om een monument als bedoeld in een zodanige verordening 80 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam

te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen of te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht, een verbod geldt om een project voor zover dat geheel of gedeeltelijk uit die activiteiten bestaat, uit te voeren zonder omgevingsvergunning. De vergunningsvrije eisen uit artikel 4a Bijlage II van het Bor zijn ook van toepassing op provinciale monumenten. Artikel 2.4 van de Wabo bepaalt dat Burgemeester en wethouders bevoegd gezag zijn ten aanzien van provinciale monumenten. Op grond van artikel 2.26 lid 3 stelt het bevoegd gezag Provinciale Staten in de gelegenheid haar advies uit te brengen op de aanvraag omgevingsvergunning. In artikel 2.18 van de Wabo staan de beoordelingscriteria voor Provinciale Monumenten. Hierin is bepaald dat voor zover de aanvraag ingevolge een wettelijk voorschrift tevens betrekking heeft op een andere activiteit dan bedoeld in de artikelen 2.1, eerste lid, en 2.2, de omgevingsvergunning voor de activiteit slechts kan worden verleend of geweigerd op gronden die zijn aangegeven in het betrokken wettelijk voorschrift. De Erfgoedverordening Noord-Holland 2017 bepaald in artikel 7 lid 3, dat het verboden is zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel b, van de Wabo: a.

een beschermd monument te slopen en te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; b. een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken, op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht; c. werkzaamheden aan de fundering of riolering van een beschermd monument te verrichten zonder voorafgaand archeologisch onderzoek. Op grond van lid 4 van dit artikel wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel b, van de Wabo geweigerd indien de monumentale waarden van het beschermd monument op ontoelaatbare wijze worden geschaad. Gemeentelijk monument Op grond van artikel 3 van de Erfgoedverordening gemeente Edam-Volendam is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 2 van de verordening: a. te slopen of; b. te verstoren, te verplaatsen, te beschadigen of in enig opzicht te wijzigen of te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht; c. te wijzigen door in of nabij het gemeentelijke monument bouwwerken op te richten, te veranderen, te vergroten of te vervangen anders dan op grond van de planregeling van het vigerende bestemmingsplan is toegestaan. Artikel 2.18 van de Wabo geeft de beoordelingscriteria voor gemeentelijke monumenten.

In dit artikel is bepaald dat voor zover de aanvraag ingevolge een wettelijk voorschrift tevens betrekking heeft op een andere activiteit dan bedoeld in de artikelen 2.1, eerste lid, en 2.2, de omgevingsvergunning voor die activiteit slechts kan worden verleend of geweigerd op de gronden die zijn aangegeven in het betrokken wettelijk voorschrift. In artikel 3 lid 5 van de Erfgoedverordening Edam is bepaald dat een omgevingsvergunning slechts kan worden verleend indien het belang van de monumentenzorg, de algemene uitgangspunten zoals neergelegd in artikel 4 van de verordening en het bepaalde in het vigerende bestemmingsplan zich daartegen niet verzet. In het vigerende bestemmingsplan (thans uitsluitend Oude Kom Volendam) is bepaald dat het bevoegd gezag, mits gebouwd wordt krachtens de onderliggende bestemming, een omgevingsvergunning kan verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 19.2 onder a van het bestemmingsplan (bouwregels), voor het gedeeltelijk vernieuwen van een karakteristiek waardevol bouwwerk of waardevol cultuurhistorisch element, mits de Welstand- en monumentencommissie Edam-Volendam positief adviseert. 81 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam

De beleidsmedewerker Ruimtelijke kwaliteit van de sectie Omgevingsbeleid, dient zorg te dragen voor een deugdelijke advisering omtrent gemeentelijke monumenten. De casemanager zal dan ook ten alle tijden een deelzaak in het zaaksysteem voor de beleidsmedewerker aanmaken. 3.7.5 AANLEGGEN Artikel 2.1. lid 1 onder b van de Wabo stelt dat het verboden is zonder een omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het uitvoeren van een werk geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden, in gevallen waarvan dat bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald. De omgevingsvergunning moet worden geweigerd als het werk of de werkzaamheid in strijd is met de bepalingen of met de ruimtelijke regels. Dit zal later een plek krijgen binnen de Ow. De werkwijze is niet anders dan bij de activiteit bouwen. Voor het toetsen van aanlegvergunningen is geen afzonderlijke toetsmatrix of werkwijze vastgesteld. In het buitengebied en beschermd stadsgezicht kent EdamVolendam een aanlegvergunningenstelsel en wordt er getoetst of de aanvragen aanvaardbaar zijn. Vooropgesteld dient te worden dat deze activiteit alleen vergunningsplichtig is indien dit uit het bestemmingsplan volgt. Het kan gaan om uiteenlopende werken of werkzaamheden, met dien verstande dat het nimmer bouwactiviteiten betreffen.

Bestemmingsplanregels met een vergunningsplicht als in artikel 2.1 lid 1 onder b Wabo bedoeld zijn met name, maar niet uitsluitend, opgenomen in bestemmingsplannen die gelden in het buitengebied van de gemeente. De beoordelingscriteria voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden zijn vastgelegd in artikel 2.11 van de Wabo. Of een vergunning voor deze activiteit verleend kan worden moet in het bestemmingsplan zijn bepaald. Voor deze activiteit vindt dan ook een toets bestemmingsplan plaatst op gelijke wijze als eerder beschreven. Indien nodig wordt nog (civiel) technisch advies ingewonnen bij de sectie werk & projecten van de afdeling Openbare Werken. 3.7.6 STRIJDIG GEBRUIK Artikel 2.1. lid 1 onder c van de Wabo stelt dat het verboden is zonder een omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, tweede volzin, van die wet. Later zal bovenstaande terug te vinden zijn in de Ow. Elk bouwplan wordt getoetst aan het bestemmingsplan of beheersverordening c.q. omgevingsplan om te bekijken of er sprake is van strijdigheden met de planvoorschriften.

Dit gebeurt op een grondige manier, waarbij specifieke kenmerken nauwkeurig worden nagemeten en bestemmingen per ruimte worden benoemd en gecontroleerd. In de meeste gevallen gaat de activiteit strijdig gebruik hand in hand met een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, maar dat hoeft niet. Hier wordt daarom verwezen naar 4.6 waarin beschreven wordt wat de strategie is aangaande de toets aan het bestemmingsplan. 3.7.7 MILIEU Artikel 2.1. lid 1 onder e van de Wabo stelt dat het verboden is zonder een omgevingsvergunning een inrichting of mijnbouwwerk, op te richten, te veranderen of de werking te veranderen of het in te werking hebben. Daarnaast bepaalt artikel 2.1 lid 1 onder i dat het verboden is zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het verrichten van een andere activiteit die behoort tot 82 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam

een AMvB aangewezen categorieën die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving (de zogenaamde beperkte milieutoets of OBM). De omgevingsvergunning moet, zo stelt artikel 2.14, worden geweigerd als de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft in strijd is met de bescherming van het milieu of voor wat betreft de OBM kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend of geweigerd op gronden die zijn aangegeven in de betrokken AMvB (artikel 2.17). De Wabo stelt, in het verlengde van de Wet milieubeheer (Wm) dat in sommige gevallen geen vergunning nodig is, maar dat gelijktijdig met een aanvraag voor een andere activiteit een melding met het oog op bescherming van het milieu moet worden gedaan (Activiteitenbesluit). Als er sprake is van een koppeling dan is de melding een indieningsvereiste van de vergunningaanvraag. De omgevingsvergunningen milieu en OBM worden voor Edam-Volendam afgehandeld door de Omgevingsdienst IJmond. Om een gelijk speelveld te creëren en eenduidig te zijn richting burgers en bedrijven sluiten de gemeente zich aan bij de strategie zoals omschreven in het ‘Uitvoeringskader 2019-2022’ van de Omgevingsdienst. Hieronder zal onder andere duidelijk worden wat de huidige regels zijn en wat er zal veranderen met de komst van de Ow. TOETSING

Bij het opstellen van een adequate vergunning spelen veel verschillende aspecten een rol: -

de vergunning dient de meest recente inzichten op het gebied van milieuvoorschriften te bevatten. Hiermee wordt beoogd de overlast van de activiteiten voor de omgeving te voorkomen, dan wel tot een minimum te beperken, alsook risico’s voor de omgeving tot een minimum te beperken;

-

de samenhang met andere wetgeving wordt beschouwd, waarbij onder meer wordt bekeken in hoeverre afstemming of coördinatie met andere bestuursorganen of adviesorganen noodzakelijk of wenselijk is, dan wel aanvullende meldingen, toestemmingen, ontheffingen of vergunningen noodzakelijk zijn;

-

ingevolge de Wabo wordt ook de omgeving waar de activiteiten plaatsvinden, alsmede de toekomstige ontwikkelingen daarbinnen betrokken bij het opstellen van de vergunning. Hiertoe wordt een toets uitgevoerd aan de relevante, vigerende ruimtelijke kaders;

-

tenslotte is de handhaafbaarheid van de vergunningvoorschriften een belangrijk aspect van een adequate vergunning. Vergunningvoorschriften dienen zodanig te zijn opgesteld dat voor de vergunninghouder duidelijk is wat van hem verwacht wordt. De voorschriften moeten daarbij zodanig zijn geformuleerd dat toezichthouders op een effectieve wijze kunnen bepalen of de voorschriften worden nageleefd of niet.

In het kort kan gesteld worden dat de wijze van toetsing duidelijk, eenduidig, transparant, juridisch correct en herleidbaar dient te zijn. MELDINGEN

De ontwikkeling waarbij meer en meer bedrijven onder algemene regels komen te vallen, zorgt voor een navenante stijging van het aantal meldingen op grond van het Activiteitenbesluit en later op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Deze ontwikkeling zal met de komst van de Omgevingswet dus nog verder ontwikkelen. Naar aanleiding van een melding wordt gecontroleerd of alle gegevens juist en volledig zijn. Indien er sprake is van een melding van oprichting van een bedrijf moet hiertoe een opleveringscontrole uitgevoerd. In andere gevallen wordt aan de hand van het milieubelang van de gemelde wijziging bepaald of het noodzakelijk is een controle ter plaatse uit te voeren, dan wel of de wijziging bij de eerstvolgende reguliere controle wordt meegenomen. De beoordeling van meldingen valt hiermee primair onder de toezichtstaak van Omgevingsdienst IJmond. 83 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam

OBM

Sinds 2011 hebben sommige bedrijven een zogenoemde omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) nodig eer zij kunnen starten met bepaalde activiteiten. Het betreft gevallen waarin het bevoegd gezag een lokale toets moet uitvoeren om te beoordelen of de activiteit inpasbaar is in de lokale situatie en activiteiten waarvoor een milieu-effectrapportagebeoordeling verplicht is. Het gaat daarbij onder meer om: -activiteiten met afvalstoffen (milieustraten, opslag gebruikte banden, demonteren autowrakken; -activiteiten die veel geluid produceren (waterstraal/oppervlaktebeluchters rwzi’s); -activiteiten met een potentieel grote belasting van de lucht, zowel wat betreft stof als geur; en -activiteiten met gesloten bodemenergiesystemen. Onder invloed van de Omgevingswet vervalt de OBM. De wetgever heeft alle OBM-plichtige activiteiten opnieuw bekeken. Daardoor vervallen er vergunningplichten. In veel gevallen gaat gewoon een vergunningplicht gelden. Er zijn globaal 3 situaties mogelijk nadat de OBM vervalt: 1. Er komt geen vergunningplicht voor in de plaats. Dan gelden de algemene regels van het Bal zonder overgangsrecht. Daardoor verandert er niets, want deze vervallen OBM's hadden geen voorschriften. 2. Er komt een decentrale vergunningplicht voor in de plaats. Dan regelt het overgangsrecht dat de oude OBM voor onbepaalde tijd geldt als lokale vergunning.

De ondernemer hoeft geen nieuwe vergunning aan te vragen. 3. Er komt een reguliere vergunningplicht uit het Bal voor in de plaats. Dan regelt het overgangsrecht dat de oude OBM voor onbepaalde tijd geldt als vergunning voor een milieubelastende activiteit op grond van het Bal. De ondernemer hoeft geen nieuwe vergunning aan te vragen.

MAATWERK EN GELIJKWAARDIGHEID

Het Activiteitenbesluit c.q. het Bal bevat algemene regels voor milieubelastende activiteiten. Soms is het echter niet mogelijk om algemene regels op te stellen die in alle gevallen redelijk zijn. Daarom bevat het Activiteitenbesluit c.q. het Bal de mogelijkheid om in bepaalde gevallen van de algemene regels af te wijken met maatwerkvoorschriften. Het Activiteitenbesluit c.q. het Bal schrijft specifieke maatregelen voor, maar een bedrijf kan ook een alternatief toepassen. Het alternatief moet gelijkwaardig zijn, dus hetzelfde doel bereiken als de in het Activiteitenbesluit (of Activiteitenregeling) opgenomen maatregel. Het bedrijf moet dit kunnen aantonen. Bij een verplichte maatregel moet dit van te voren, bij een erkende maatregel mag dit ook achteraf. Omgevingsdienst IJmond beoordeelt namens het bevoegd gezag of het alternatief gelijkwaardig is. De eerder genoemde ontwikkeling waarbij steeds meer bedrijven onder algemene regels komen te vallen, heeft tot gevolg dat het aantal maatwerkvoorschriften en gelijkwaardigheidsbesluiten toeneemt. Dit is terug te zien in de tijd die hieraan besteed moet worden. Ook onder de Omgevingswet zal het systeem van maatwerk en gelijkwaardigheid blijven bestaan. OMGEVINGSWET

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=5fbf2cdb-cc8b-4c29-88d5-a714772a9b99