Omgevingsbeleidsplan 2022-2026.docx
Tekst van het document
Tot inwerkingtreding van de Omgevingswet, voorzien in januari 2023, vormt de Wabo de basis voor vergunningverlening aan inrichtingen. Eén van de belangrijkste wijzigingen door invoering van de Omgevingswet is dat het begrip inrichting wordt losgelaten. Het centrale element zal dan de milieubelastende activiteit worden. Vooruitlopend op inwerkingtreding van deze wet wordt bekeken of elementen van de nieuwe wet in de huidige vergunningen onder de vigerende regelgeving meegenomen kunnen worden. 84 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
De rijksregels staan in het Bal, maar er kunnen ook andere regels gelden. Het verschil met het huidige begrip inrichting is dat het voor de geldigheid van de milieuregels van het Bal meestal niet meer uitmaakt: • of een activiteit een bedrijfsmatige omvang heeft; • hoe lang de activiteit duurt; • of de activiteit op een vaste plek plaatsvindt.
85 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
4. BELEID TOEZICHT EN HANDHAVING 4.1 INLEIDING Een groot aantal factoren is verantwoordelijk voor in hoeverre de gestelde regels ook daadwerkelijk worden nageleefd. Dit varieert van kennis van de regels, via het nut en de oorzaak van inzien, tot het bewust overtreden van. Een aantal factoren zijn te beïnvloeden door consequent te handhaven in de meest brede zin van het woord. Alle activiteiten die erop gericht zijn om er voor te zorgen dat regels worden nageleefd, worden samengevat in een naleefstrategie. Deze strategie richt zich enerzijds op het stimuleren van de naleving en anderzijds op het reduceren van de risico’s die kunnen voortkomen uit het niet naleven van de voorschriften. Een naleefstrategie bestaat uit vier aparte strategieën (preventiestrategie, toezichtstrategie, sanctiestrategie en gedoogstrategie. In de navolgende paragrafen zullen deze strategieën uitvoerig worden besproken. Eerst zullen de visie en de uitgangspunten die in Edam-Volendam gehanteerd worden voor het toezicht en handhaving aan bod komen. Daarna wordt een risicoanalyse, volgens dezelfde methodiek die gehanteerd is bij vergunningverlening opgesteld. Aan de hand van de tafel van 11 wordt ingezoomd op de doelgroepen die er zijn en welke factoren nu van belang zijn voor het al dan niet nalezen van de regels. Ten slotte worden de gestelde doelen beschreven met de daarbij horende strategieën.
Doel van het toezicht- en handhavingsbeleid Beleid voor toezicht en handhaving wordt niet zomaar opgesteld. Het dient een aantal doelen: 1. De overheid is verantwoordelijk voor het stellen van regels. Handhaving is inherent aan het bestaan van deze regels. Naleving is helaas geen vanzelfsprekendheid. Niet of onvoldoende handhaven leidt dus impliciet tot het toestaan van deze overtredingen. Wettelijke normen worden ten behoeve van bepaalde doelstellingen vastgesteld om:
-
belangen te beschermen (veiligheid);
-
de samenleving te ordenen (ruimtelijke ordening);
-
gedragsveranderingen te weeg te brengen (terugdringen van overlast). Door een sluitend handhavingsbeleid zorgt de gemeente er voor dat we serieus werk maken van de handhaving van de regels die we stellen;
2. Bescherming van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid van burgers en bedrijven. Willekeur wordt voorkomen en zij die zich wel aan de regels houden moeten er op kunnen vertrouwen dat dit voor anderen ook geldt en dat tegen overtredingen op wordt getreden; 3. Door beleid op te stellen wordt er voldaan aan de wettelijke plicht die we als gemeente hebben. Daarnaast zorgt het hebben voor rechtmatigheid van het genomen besluit; 4. Tenslotte draagt het hebben van beleid bij aan het creëren van extern draagvlak voor de handhaving.
4.2 VISIE EN UITGANGSPUNTEN In deze paragraaf wordt de visie van de gemeente Edam-Volendam over toezicht en handhaving geformuleerd. De visie is richtinggevend en dient als toetsingskader bij de prioritering in toezicht en handhaving. 4.2.1 VISIE Er zijn op allerlei beleidsterreinen regels opgesteld door de overheid. Deze regels zijn niet opgesteld zonder doel: de kwaliteit van de leefomgeving moet worden gegarandeerd, de leefbaarheid gewaarborgd en de duurzaamheid bevorderd. De gemeente Edam-Volendam vindt het van groot belang dat de regels die democratisch zijn opgesteld ook worden nageleefd. Zij heeft hierin zelf een voorbeeldfunctie. Bij toepassing 86 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
van de regels verliest de gemeente Edam-Volendam echter nooit de belangen uit het oog die met het toepassen van de regels gediend zijn. De belangen zijn, in tegenstelling tot het sec toepassen van de regels leidend. Om toezicht en handhaving als instrument effectief en efficiënt in te kunnen zetten, vindt de handhaving in Edam-Volendam professioneel plaats. Professioneel voor zover het de organisatie van de handhaving en de uitvoering van de werkzaamheden betreft. De gemeente Edam-Volendam zal onder andere actief naar haar burgers en bedrijven communiceren welke regels er zijn en welk doel deze regels dienen. Van zowel burgers als bedrijven mag worden verwacht dat zij bekend zijn met de regelgeving en dat zij hier naar handelen. Bij niet of onvoldoende naleven van de regels, schroomt de gemeente niet om hiertegen op te treden. Dit doet zij met haar eigen toezichthouders en in samenwerking met ketenpartners zoals politie Zaanstreek-Waterland, Provincie Noord-Holland, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en de Omgevingsdienst IJmond. Hierbij zal de gemeente bij de uitvoering van de handhaving kritisch blijven kijken naar de doelen die met de regelgeving nagestreefd worden. De gemeente kan, wanneer hier voldoende aanleiding voor is, overwegen het beleid te herzien. De hierboven beschreven visie wordt in een aantal concrete uitgangspunten uitgewerkt.
Deze uitgangspunten vinden hun uitwerking in dit beleidsplan, het Uitvoeringsprogramma en de dagelijkse praktijk van toezicht en handhaving. 4.2.2 UITGANGSPUNTEN DE GEMEENTE VOERT REGIE OP DE HANDHAVING
De regiefunctie komt tot uiting in de gemotiveerde keuzes die de gemeente Edam-Volendam maakt met betrekking tot de aard, omvang en intensiteit van toezicht en handhaving. Regie voeren op handhaving betekent dat de gemeente proactief optreedt en tot actie overgaat naar aanleiding van incidenten, meldingen en handhavingsverzoeken. HET VOORKOMEN VAN OVERTREDINGEN VERDIENT PRIORITEIT
De gemeente Edam-Volendam zet in deze beleidsperiode wederom sterk in op preventie. Het voorkomen van overtredingen heeft prioriteit, omdat het handhaving achteraf voorkomt. Preventie begint bij helder en duidelijk beleid en regelgeving met een groot draagvlak. Goede en tijdige communicatie met de belangenorganisaties en inwoners is dan ook een absolute noodzaak. Door handhavingsacties van tevoren aan de kondigen, zal het naleefgedrag positief worden beïnvloed. DE HANDHAVING VINDT RISICOGERICHT PLAATS
In beginsel treedt de gemeente Edam-Volendam tegen iedere overtreding op. Gelet op de hoeveelheid handhavingstaken kan de gemeente Edam-Volendam echter niet tegen elke overtreding met evenveel prioriteit optreden. Dit betekent dat er keuzes moeten worden gemaakt. De keuze en welke taken worden uitgevoerd is voor een belangrijk deel gebaseerd op een risicoanalyse en de daaruit voortvloeiende prioriteiten. Voor een ander deel bepalen bestuurlijk en landelijk vastgestelde prioriteiten welke taken worden opgepakt. DE GEMEENTE EDAM-VOLENDAM GEEFT HET GOEDE VOORBEELD
Net als haar inwoners heeft ook de gemeente Edam-Volendam te maken met regels waaraan zij zich moet houden. Goed voorbeeld doet ook hier goed volgen. De gemeente heeft als initiatiefnemer vaak te maken met regelgeving, bijvoorbeeld omgevingsvergunningen voor bouwen, milieu, brandveilig gebruik en afwijken van het bestemmingsplan. Als de eigen gemeentelijke organisatie in de fout gaat en regels overtreedt waar zij zich aan dient te houden, vindt handhaving op de gebruikelijke wijze plaats. 87 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
DE HANDHAVING IS EENDUIDIG, HELDER EN TRANSPARANT
De gemeente Edam-Volendam wil duidelijk zijn over wat wel en niet is toegestaan. Eenduidigheid betekent dat de gemeente bij geconstateerde overtredingen consequent en voorspelbaar handelt. De handhaving vindt daarom zo veel mogelijk gestandaardiseerd plaats volgens heldere procedures. Doordat vergelijkbare situaties op vergelijkbare wijze worden afgehandeld worden willekeur en rechtsongelijkheid voorkomen. Dat de handhaving transparant is, blijkt onder meer uit het feit dat de activiteiten op het gebied van handhaving schriftelijk worden vastgelegd. Dit geldt niet alleen voor de stappen in de beleidscyclus (visie, strategie, prioriteitstelling) maar ook voor de administratieve organisatie en de procedures. Via het jaarlijkse Uitvoeringsprogramma en Jaarverslag zal de wijze van uitvoering inzichtelijk worden gemaakt en verantwoording aan de raad worden afgelegd. INWONERS EN BEDRIJVEN HEBBEN EEN EIGEN VERANTWOORDELIJKHEID
Met de komst van de Wabo is een nieuwe generatie wet- en regelgeving ontstaan. Kenmerkend hieraan is dat een groot aantal vergunningenstelsels is afgeschaft en plaats heeft gemaakt voor algemene regels en meldingenstelsels. Met de toekomstige invoering van de Omgevingswet zal dit mogelijk alleen nog maar toenemen. Deze wetswijziging is mede ingegeven door een veranderende verhouding tussen burgers en overheid. In deze verhouding willen burgers en bedrijven meer vrijheid en een overheid op afstand. De gemeente Edam-Volendam spreekt deze veranderende verhouding aan, omdat zij goed aansluit bij haar visie van een krachtige en doelmatige overheid die streeft naar een efficiënte samenleving. De gemeente vindt het vanuit deze visie van groot belang dat inwoners en bedrijven zelf hun verantwoordelijkheid nemen ten aanzien van naleving van de voor hen geldende regels en zij zal hen hier nadrukkelijk op aanspreken. De insteek van de verantwoordelijkheid zoveel mogelijk daar laten waar deze hoort, sluit aan bij deze benadering. Bij de inzet van handhavingsinstrumenten kiest de gemeente de instrumenten die tegen zo laag mogelijke kosten het meeste rendement opleveren. Om die reden kiest de gemeente – waar dat mogelijk en verantwoord is – dan ook voor oplegging van een last onder dwangsom in plaats van een last onder bestuursdwang.
De bestuurlijke kosten zijn bij dit instrument lager, terwijl de verantwoordelijkheid voor het ongedaan maken van de overtreding bij de overtreder ligt. Een nadeel hiervan is dat als de dwangsom verbeurd is en de overtreding niet ongedaan is gemaakt dit niet het gewenste resultaat oplevert. Met de komst van de private kwaliteitsborging wordt meer en meer verantwoordelijkheid verschoven van de overheid naar burger en bedrijf. Gemeenten worden verantwoordelijk voor het systeem. Daarnaast zou de toezichthoudende rol die de gemeente nu heeft kunnen verschuiven naar bijvoorbeeld bestaande bouw en gebruik. De gemeente Edam-Volendam zal meegaan in deze ontwikkeling en zich aanpassen aan haar veranderende rol naar burger en bedrijf toe en de interne organisatie daarop aanpassen. SLECHT GEDRAG WORDT DAADKRACHTIG AANGEPAKT, GOED GEDRAG WORDT BELOOND
Regels die zorgvuldig tot stand zijn gekomen moeten worden nageleefd. Wanneer dat niet gebeurt, treedt de gemeente daadkrachtig op. De daadkracht blijkt enerzijds uit het feit dat het handhavingstraject pas wordt afgesloten nadat de overtreding is beëindigd en anderzijds uit het feit dat een bedrijf dat er om bekend staat er slecht naleefgedrag op na te houden vaker wordt gecontroleerd. De gemeente Edam-Volendam zal deze beleidsperiode de mogelijkheden onderzoeken om de resultaten van de uitgevoerde controles en handhavingsbesluiten publiekelijk bekend te maken. Een zorgvuldige aanpak is hierbij vereist, omdat de consequenties voor inwoners en ondernemers groot kunnen zijn. Aan de andere kant kunnen bedrijven in Edam-Volendam die tijdens controles regels goed naleven, een verminderde toezichtlast tegemoet zien. Koplopers worden minder frequent gecontroleerd dan achterblijvers. 88 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
WAAR MOGELIJK WORDT INTEGRAAL GEHANDHAAFD
Door zoveel mogelijk integraal te controleren wordt een bijdrage geleverd aan een vermindering van de toezichtlast. Er wordt zoveel mogelijk samen met de partners gecontroleerd. De Wabo verplicht de gemeente ook het toezicht te coördineren en te zorgen voor één handhavingstraject. Daarnaast zorgt het voor verbeterde dienstverlening naar het bedrijfsleven toe. DE HANDHAVING VINDT GEBIEDSGERICHT EN SIGNAAL GESTUURD PLAATS
De ervaring heeft geleerd dat door een gerichte inzet van toezicht, een tijdelijke uitbreiding van de toezichtcapaciteit en een consequent optreden tegen overtreders goede resultaten kunnen worden bereikt. Signalen van inwoners en bedrijven bepalen in enige mate waar handhaving in wordt gezet. Zij zijn immers als geen ander op de hoogte van wat er in een bepaald gebied speelt. Door hen te betrekken zal ook het draagvlak voor de handhaving toenemen. SAMENWERKING IN KETEN
Samenwerking met ketenpartners als politie Zaanstreek-Waterland, Provincie Noord-Holland, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en Omgevingsdienst IJmond, is van groot belang voor een goede handhaving. De gemeente zal de samenwerking blijven benutten. HANDHAVING KENT EEN INNOVATIEF KARAKTER
Om onder andere tegemoet te komen aan de veranderingen door de private kwaliteitsborging zal de gemeente Edam-Volendam de komende jaren experimenteren met nieuwe vormen van toezicht en handhaving. Het stimuleren van de eigen verantwoordelijkheid van burgers en ondernemers staat bij deze experimenten centraal. Voorbeelden waaraan gedacht kan worden zijn zelfcontrole en systeemtoezicht, maar ook het laten uitvoeren van brandveiligheidscontroles. 4.3 RISICOANALYSE TOEZICHT EN HANDHAVING Ook voor toezicht en handhaving bestaat een risicoanalyse, net als bij vergunningverlening. Er wordt op dit moment gewerkt aan nieuwe toezichtprotocollen, tot de Ow in werking treedt. Ook wordt hierbij rekening gehouden met de ontwikkelingen en veranderingen die plaats zullen gaan vinden bij de komst van de nieuwe Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb). In hoofdstuk 1.5 van dit omgevingsbeleidsplan wordt hier al even kort op ingegaan. Een prioriteitstelling bij het vaststellen van handhavingsbeleid is noodzakelijk. De gemeente kan immers niet alle wet- en regelgeving waarvoor zij verantwoordelijk is controleren. Dit betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden. Er worden daarbij vragen gesteld als: wat wordt gehandhaafd, hoe wordt gehandhaafd, wat heeft prioriteit en wat heeft minder of geen prioriteit? Door beantwoording van deze vragen, kan de handhavingscapaciteit beter worden ingezet.
De inspanningen dienen zich in beginsel te richten op die gebieden waar de risico’s het grootst zijn. De minder prioritaire gebieden krijgen hierdoor automatisch minder aandacht, maar dat betekent niet dat de gemeenten niet voldoet aan haar wettelijke taken. In de Wabo kun je lezen, dat het bevoegd gezag de taak heeft zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de Wabo en de hieronder vallende wetgeving. Er is daarentegen in de betreffende wetgeving niet voorgeschreven op welke wijze het bevoegd gezag de regels moet controleren en of zij alle regels moet controleren. Integendeel zelfs, de wetgever biedt in het Besluit omgevingsrecht het gevoegd gezag de mogelijkheid om handhavingsbeleid te formuleren en hierin prioriteiten te stellen. Voor het realiseren van integraal handhavingsbeleid zijn risicoanalyses uitgevoerd.
89 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Voor de systematiek die is gehanteerd bij het uitvoeren van de risicoanalyse verwijzen we naar paragraaf 3.3.1 waar we deze uitgebreid beschreven hebben. Zoals daar al is gesteld zijn de risico’s bepaald aan de hand van de formule risico = kans X effect, welke leidt tot een bepaalde prioritering. De scores leiden tot de volgende prioriteiten: Score
Risico
0-20
Laag
21-49
Gemiddeld
50-79
Hoog
80-100
Zeer hoog
De volledige risicoanalyse is als bijlage 2 toegevoegd en leidt tot onderstaande scores en prioriteiten. Deze prioriteiten zullen vervolgens weer mee worden genomen bij het vaststellen van de doelstellingen en de uitvoering van het toezicht en de handhaving in de dagelijkse praktijk.
De scope van dit Omgevingsbeleidsplan omvat ook de VTH-taken op het gebied van milieu. De gemeente is niet de enige organisatie die dergelijke taken uitvoert. De basistaken (bovenlokale complexe taken) worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst IJmond. Daarnaast voert zij voor andere gemeenten binnen haar verzorgingsgebied ook overige milieutaken, projecten op het gebied van duurzaamheid en taken op het gebied van specialistische milieuregelgeving uit, evenals taken op het gebied van advisering ruimtelijke ordening en bouwplannen, bodem, geluid, externe veiligheid en natuur- en biodiversiteit. Voor de uitvoering van deze taken heeft zij ook een risicoanalyse opgesteld. Om een gelijk speelveld voor burgers en bedrijven te creëren hanteren we de risicoanalyse zoals de Omgevingsdienst deze heeft opgesteld. Het betreft hier dezelfde risicoanalyse die ook staat weergegeven in paragraaf 3.3.2. Bij de doelstellingen die de Omgevingsdienst formuleert met betrekking tot de vergunningverlening en toezicht en handhaving zullen we aansluiten. 90 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
LANDELIJKE PRIORITEITEN De toezichthouders en handhavers in Edam-Volendam zullen, behalve de prioriteiten uit de risicoanalyses, ook uitvoeren geven aan de landelijke prioriteiten die jaarlijks door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu worden vastgesteld. Een deel van de prioriteiten zal vooral in ketenverband worden opgepakt. Ieder jaar zal in het Uitvoeringsprogramma worden aangegeven op welke wijze de gemeente invulling geeft aan deze landelijke prioriteiten. 4.4 TAFEL VAN 11 Het houden van toezicht en het toepassen van handhaving moet men doen waar dat nodig is. Het is voor het bevoegd gezag van belang om vast te stellen waar dat wel of wellicht minder noodzakelijk is. De basis daarvoor vormt de risicoanalyse. Hier is op diverse factoren weergegeven hoe groot het effect is van overtreding en wat de kans is dat dit ook daadwerkelijk gebeurd. Dit heeft geleid tot een risicoscore en een daaraan gekoppelde prioriteit. De kans op overtreding is gelijk aan de kans op niet naleving van de regels. 'De Tafel van elf' is een analysemodel bestaande uit een opsomming van 11 factoren die bepalend zijn voor die naleving van regelgeving. Bij het bepalen van de kans op overtreding is dan ook gebruik gemaakt van deze 11 factoren.
In onderstaande tabel (zie ook bijlage 3) wordt weergegeven welke instrumenten de gemeente de voorliggende beleidsperiode in wil zetten of uit wil bouwen om een zo groot mogelijk naleefeffect te generen. Bij het ontwikkelen van de naleefstrategieën (zie paragraaf 4.7) vormen deze factoren dan ook de basis voor de wijze waarop de verschillende elementen vorm zijn gegeven en in worden gezet. Tabel tafel van 11
Communicatie 1
2
Kennis van de regels
Besef van kosten en baten
-
Gerichte voorlichting ;
-
Het zo eenvoudig mogelijk voeren van het beleid / regeling;
-
Goed leesbare vergunningen;
-
Het instellen van een subsidie, extra heffingen of prijsregulering;
-
Het instellen van een subsidie, extra heffingen of prijsregulering;
3
Acceptatie van een regel
-
Betrekken belangengroepen en invloedrijke actoren bij het te ontwerpen beleid;
4
De normgetrouwheid van een doelgroep
-
Consequent en transparant handhaven, dat wil zeggen: doorpakken en gelijke monniken, gelijke kappen;
5
Maatschappelijke controle
-
Voorlichting geven aan de omgeving van de doelgroep, zodat de omgeving de overtredingen beter kan signaleren;
-
Het stimuleren van zelfregulering, certificering en keurmerken verstrekt door de brancheorganisatie; 91
Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Toezicht 6
Meldingskans
-
Het verbeteren van de algehele bereikbaarheid van de gemeente;
7
Controlekans
-
Informatie over meer controles indien dat het geval is;
-
Informatie over controles indien de doelgroep het idee heeft dat de kans op controles kleiner is dan deze daadwerkelijk is;
8
Detectiekans
-
Het vergelijken en uitwisselen van gegevensbestanden;
-
Combinatie van opsporingstechnieken (administratief en fysiek);
9
Selectiviteit van het toezicht
-
Onderzoek wie van de doelgroep een verhoogd risico heeft op overtreden en daar de controleactiviteiten op richten;
-
Strak vast houden aan sanctiebeleid;
-
Gedogen minimaliseren;
-
Verhogen van de sanctie;
-
Snelle sanctieoplegging.
Sanctie 10
11
Sanctiekans
Sanctie-ernst
4.5 DOELSTELLINGEN Hieronder zal aan de orde komen wat de gemeente met het toezicht en de handhaving concreet wil bereiken. De belangrijkste doelstelling is het bewerkstelligen van een beter naleefgedrag en daarmee leveren van een bijdrage aan de achterliggende doelstellingen die met de wetten en de regels worden beoogd. Onderstaande doelstellingen geven hier specifieker invulling aan. Een deel van de doelstellingen komen overeen met die van vergunningverlening. Dit komt omdat ze het doel of de kwaliteit van het VTH-proces als geheel beschrijven. Dit is dan ok de reden, dat net als bij de doelstellingen voor vergunningverlening, de doelstellingen voor toezicht en handhaving tezamen ook de set aan ouput- en outcome criteria vormen. Bij de doelstellingen is weergegeven waar de doelstellingen betrekking op hebben: duurzaamheid/leefbaarheid, dienstverlening, uitvoeringskwaliteit van diensten en producten, veiligheid of financiën.
92 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
4.5.1. BWT Duurzaamheid: de objectieve en subjectieve aantrekkelijkheid en geschiktheid van een gebied of gemeenschap is om er te wonen, of te werken en de mate waarin we dit in de toekomst kunnen behouden, in relatie tot de VROM-taken.
Ten minste 85% van de bouwwerken worden op de juiste plek gerealiseerd, voldoen aan de redelijke eisen van welstand, zijn veilig en conform de regels van het bestemmingsplan gebouwd De cultuurhistorische waarden van de monumentale panden wordt behouden Vergunningverlening, toezicht en handhaving dragen bij aan een goed woon- en leefklimaat Waardering van het woon-, leef- en bedrijfsklimaat ligt ten minste op een 7
Veiligheid: de objectieve en subjectieve (gezondheids)veiligheid in relatie tot de VROMtaken.
In niet meer dan 15 % van de controles op sloopwerkzaamheden wordt geconstateerd dat er regels met betrekking tot (brand)veiligheid, asbest en de veiligheid van de (directe) omgeving wordt overtreden Jaarlijks worden gebouwen waar minder zelfredzamen verblijven gecontroleerd en gebreken worden zo veel mogelijk datzelfde jaar hersteld De klanttevredenheid van de afhandeling ligt ten minste op 90% De besluiten en correspondentie richting de burgers is leesbaar en in begrijpelijke taal
Dienstverlening: de manier waarop en de snelheid waarmee de organisatie met Belanghebbenden omgaat.
Financiën: de inzet van middelen in relatie tot te hoeveelheid afgeleverde diensten/ producten.
Maximaal binnen 4 tot 8 weken na het indienen van een handhavingsverzoek worden bevindingen en het verdere verloop van de afhandeling van het verzoek aan de indiener schriftelijk bekend gemaakt In de beleidsperiode wordt 90% van de geplande controles uit het Uitvoeringsprogramma uitgevoerd De gemeentelijke handhaving voldoet aan alle kwaliteitseisen voor de handhaving uit de omgevingsregelgeving Het dekkingspercentage van de leges is 85%
Bij het formuleren van de doelstellingen is nadrukkelijk rekening gehouden met de eisen die in de ‘’Visie op dienstverlening: gewoond goed!’’ en de uitwerking daarvan ‘Koers op (digitale) dienstverlening zijn opgenomen.
93 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
4.5.2 MILIEU Op het gebied van milieu heeft de Omgevingsdienst IJmond doelstellingen geformuleerd waar we ons, om eerder genoemde redenen, bij aansluiten:
INDICATOREN
Of deze doelstellingen ook worden gerealiseerd wordt gemonitord aan de hand van onderstaande indicatoren:
- aantal welstandsexcessen en aantal welstandsadviezen; - waardering door de burgers van het woon-, leef- en bedrijfsklimaat; - percentage van de vergunningen waarin bij de adviezen het aspect veiligheid mee is genomen; - meetgegevens deelaspecten (geluid, bodem, lucht, CO2); - aantal vergunningen voor de activiteit milieu; - percentages overtredingen bij controles; - aantal en aard van de geconstateerde overtredingen; - aantal handhavingsverzoeken en meldingen; - aantal uitgevoerde controles en hercontroles; - afhandelingstermijnen handhavingsverzoeken; - percentage uitgevoerde geplande controles; - dekkingspercentage van de leges.
94 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
RICHTLIJNEN VOOR MONITORING
Als richtlijnen kunnen aangehouden worden:
- niet voor elke indicator hoeft een 100% controle plaats te vinden, maar kan volstaan worden met een steekproef van vijf cases;
- alle indicatoren worden gescoord in hetzelfde kalenderjaar (gelijklopend met het Uitvoeringsprogramma); - aantallen worden niet door middel van een steekproef vastgesteld maar volledig in kaart gebracht. 4.6 STRATEGIE PER ACTIVITEIT We zullen in deze paragraaf stil staan bij de strategieën die de gemeente hanteert om de nagestreefde doelstellingen te bereiken. Door een groot aantal factoren wordt bepaald in hoeverre de gestelde regels ook daadwerkelijk worden nageleefd. Dit varieert van kennis van de regels, via het nu en de noodzaak er van inzien, tot het bewust overtreden ervan. Een aantal factoren zijn te beïnvloeden door consequent te handhaven in de meest brede zin van het woord. In de naleefstrategie worden alle activiteiten die erop gericht zijn om er voor te zorgen dat de regels worden nageleefd samengevat. Deze strategie richt zich enerzijds op het stimuleren van de naleving en anderzijds op het reduceren van de risico’s die kunnen voortkomen uit het niet naleven van de voorschriften. Een naleefstrategie bestaat uit vier aparte strategieën (preventiestrategie, toezichtstrategie, sanctiestrategie en gedoogstrategie). In dit hoofdstuk worden eerst de strategieën met betrekking tot inspectie weergegeven, vervolgens toezicht en er wordt afgesloten met de genoemde naleefstrategieën in het kader van de handhaving.
4.6.1 INSPECTIE Inspectie is de activiteit van de gemeente in relatie tot de realisatie van het vergunde. Het gaat hier over de inspectie van uitvoeringswerkzaamheden en het zonder formeel juridische instrumenten tegemoet treden van afwijkingen. Eigenlijk maakt de inspectie technisch gezien nog deel uit van de vergunningsfase en niet van de toezicht en handhavingsfase. De werkzaamheden die samenhangen met inspectie zijn daarentegen vergelijkbaar met toezicht en worden daarom hier behandeld. 4.6.1.1 VERBOUWEN VAN EEN BOUWWERK Artikel 2.3 van de Wabo bepaalt dat het verboden is te handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning. De taak om te inspecteren ligt hierin bij de gemeente, zij kijken of gebouwd wordt conform de verleende omgevingsvergunning en de relevante wet- en regelgeving. Daarnaast zijn in het Bouwbesluit voorschriften opgenomen met betrekking tot plichten tijdens de bouw, zoals afscheiding van het bouwterrein, melden van werkzaamheden en de aanwezige bescheiden op de bouwplaats. Er kunnen tijdens de uitvoering allerlei redenen zijn om af te wijken van de vergunning en wet- en regelgeving, zowel bewust als onbewust. Bovendien laat de kwaliteit van de uitvoering van werkzaamheden nog al eens te wensen over waardoor bijsturing van gemeentewege gewenst of noodzakelijk is. De strategie die gevolgd dient te worden is in het zaaksysteem opgenomen.
Als de omgevingsvergunning verleend is, wordt er voor de toezichthouder een zogenaamde opleveringscontrole aangemaakt in het zaaksysteem. Hier staan alle relevante gegevens en stukken, alsmede het te doorlopen proces van inspectie en toezicht in.
95 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Wanneer een omgevingsvergunning is afgegeven zal deze gecontroleerd moeten worden wanneer deze tot uitvoering komt. Deze controle wordt uitgevoerd door Bouw- en Woningtoezicht. Zij controleren of de werkzaamheden in overeenstemming met de verleende vergunning worden uitgevoerd. Wanneer er geconstateerd wordt dat in afwijking van de omgevingsvergunning wordt gebouwd, kan de toezichthouder van de sectie Bouwen & Milieu aanwijzingen geven of in ernstige gevallen de bouw stilleggen. Zowel de start als de voltooiing van het bouwwerk moeten worden gemeld aan de toezichthouders. Bij voltooiing volgt derhalve een eindcontrole. Wanneer blijkt dat in afwijking van de vergunning wordt gebouwd zal de sectie Bouwen en Milieu eerst kijken of de afwijking alsnog gerealiseerd kan worden door ofwel een nieuwe vergunning of een wijzigingsvergunning. Als dit niet mogelijk blijkt, zal de vergunninghouder worden aangeschreven om het werk alsnog uit te voeren in overeenstemming met de verleende omgevingsvergunning, of de situatie te, of terug te brengen in de oude staat. Voor de uitvoering van zowel de inspectie tijdens de realisatiefase als het toezicht bij reeds gerealiseerde activiteiten bestaat uit drie fasen: voorbereiding, uitvoering en rapportage. Deze werkwijze (zie bijlage 4) wordt consequent toegepast.
Het wordt aan de vakkennis van de toezichthouders overgelaten om de wijze van toezicht en de diepgang te bepalen. 4.6.1.2 SLOPEN VAN BOUWWERKEN Artikel 2.3 van de Wabo bepaalt dat het verboden is te handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning. De taak om te inspecteren of gesloopt wordt conform de vergunning en wet- en regelgeving ligt bij de gemeente. Voor wat betreft de vergunning gaat dat enkel om de ruimtelijke aspecten. Het technische gedeelte zit in de melding. Daarnaast zijn in het Bouwbesluit voorschriften opgenomen met betrekking tot plichten tijdens de sloop, zoals de veiligheid op het sloopterrein, wijze van slopen en verpakken en opslaan van asbest en aanwezige bescheiden op de bouwplaats. Tijdens de uitvoering kunnen er allerlei redenen zijn om af te wijken van de vergunning en wet- en regelgeving, zowel bewust als onbewust. Het wordt aan de toezichthouders overgelaten om de wijze van toezicht en de diepgang te bepalen. Afhandeling van de inspectie sloop vindt plaats in het zaaksysteem. De werkwijze en het proces met betrekking tot sloopmeldingen ligt dan ook vast in het zaaksysteem. Ook wordt gebruik gemaakt van het toezichtsmatrix met urenraming meldingsplichtige sloop van de Stichting Integraal Toezichtsprotocol.
In de toezichtsmatrix met urenraming zijn de niveaus van diepgang vastgelegd (het landelijk geadviseerde niveau) die lokaal bestuurd vastgesteld kunnen worden. De urenraming in het Excel document is het rekenblad waarmee de vertaling is gemaakt van de niveaus van diepgang naar de tijdsbesteding per project. Eveneens wordt gebruik gemaakt van de checklist. Hiermee gaat de bouwtoezichthouder op pad. Tenslotte is er een werkconstructie uitgewerkt naar de niveaus van diepgang. De bouwtoezichthouder kan in de werkinstructie lezen waar hij, afhankelijk van het niveau van diepgang, op moet controleren. De sloop die wordt uitgevoerd bij bedrijven waar asbest is aangetroffen vallen onder het basistakenpakket en worden afgehandeld door de Omgevingsdienst IJmond op basis van hun Uitvoeringsprogramma. 4.6.1.3 AANLEGGEN In het Beschermd Stadsgezicht Edam en in voorbereidingsbesluiten is sprake van een aanlegvergunningenstelstel. Er staat hierin opgenomen binnen welke situaties een vergunningsplicht geldt en wanneer de vergunning verleend kan worden. Voor de omgevingsvergunningen aanleggen geldt ten aanzien van de inspectie en toezicht geen aparte werkwijze of toetsmatrix. Er wordt gebruikt gemaakt van dezelfde werkwijze als bij bouwactiviteiten.
96 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
4.6.1.4 WIJZIGEN VAN EEN MONUMENT Er geldt een verscherpt toezicht wat betreft beschermde, provinciale en/of gemeentelijke monumenten. Het behouden van de cultuurhistorische en monumentale waarde heeft de hoogste prioriteit. Voor de monumentenvergunningen geldt eveneens dat de inspectie/toezicht strategie uit het zaaksysteem volgt. De bezoek- en controlefrequentie zal in de praktijk hoger liggen dan bij de reguliere bouwwerkzaamheden. De bouw wordt direct stilgelegd bij geconstateerde overtredingen of afwijkingen. 4.6.1.5 STRIJDIG GEBRUIK BESTEMMINGSPLAN In merendeel van de gevallen wordt de inspectie in combinatie met inspecties voor andere activiteiten uitgevoerd. Er kan op zo’n moment alvast een indruk worden verkregen of het bouwwerk of de gronden conform de ontheffing gebruikt zullen gaan worden. Wanneer het bouwwerk in gebruik is genomen kan was worden nagegaan of het gebruik conform de ontheffing is. Tijdens de oplevering van activiteiten vindt altijd expliciet een inspectie plaats ten aanzien van het gebruik van de bouwwerken en gronden. De controle op afwijkend gebruik tijdens de fase hierna maakt onderdeel uit van het gebiedsgericht toezicht. Er is daarnaast sprake van signaal gestuurd toezicht waarbij op basis van signalen gericht toezicht wordt gehouden.
4.6.2 TOEZICHT Bij toezicht gaat het over controles op de naleving van wet- en regelgeving, als het vergunde eenmaal is gerealiseerd en het zonder formeel juridische instrumenten tegemoet treden van overtredingen. Het gaat hier over de controles in het kader van handhaving en het gebruik. 4.6.2.1 TIJDELIJKE VERGUNNINGEN EN ONTHEFFINGEN Een omgevingsvergunning kan geheel of gedeeltelijk gelden voor een bepaalde termijn. Dit is geregeld in artikel 2.33 van de Wabo. Conform artikel 2.24 kan daarbij worden aangegeven dat na het verstrijken van de termijn de bestaande toestand moet worden hersteld of dat de toestand in overeenstemming moet worden gebracht met de wettelijk voorgeschreven toestand. Het gaat hier over het toezicht en de handhaving van de instandhoudingstermijn van vergunningen en ontheffingen. Vergunningen en ontheffingen kunnen voor een bepaalde periode worden verstrekt. Wanneer de termijn verstreken is, is men verplicht de situatie in de vorige toestand te herstellen, of met het bestemmingsplan in overeenstemming te brengen. Hierin heeft de gemeente een beginselplicht tot handhaven. Wanneer er sprake is van tijdelijkheid in een omgevingsvergunning, wordt hierop actief toezicht gehouden en waar nodig handhavend opgetreden. De afdeling die het archief beheert geeft een signaal zodra de tijdelijke vergunning verloopt.
Waarna een controle volgt op locatie: staat het tijdelijke bouwwerk er nog of niet? Indien het bouwwerk nog aanwezig is, wordt de vergunninghouder verzocht het bouwwerk binnen een bepaalde termijn te verwijderen en de situatie in de oude staat terug te brengen. Na het verstrijken van de termijn zal weer een hercontrole plaatsvinden. Wanneer het bouwwerk dan nog niet verwijderd is, zal een handhavingstraject op worden gestart. 4.6.2.2 INTREKKEN VAN VERGUNNINGEN In artikel 2.33 Wabo zijn op dit moment nog de mogelijkheden genoemd voor het bevoegd gezag om een omgevingsvergunning in te trekken. Burgemeester en wethouders kunnen op grond van het gestelde in de Wabo de omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk intrekken. Bij komst van de Omgevingswet zal dit hierin geregeld worden.
97 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Er worden door de gemeente jaarlijks vele omgevingsvergunningen verleend. De meeste bouwwerken worden binnen korte tijd na afgifte van de vergunning gerealiseerd. Het komt echter ook voor dat er geen of pas na een aantal jaar gebruik van de omgevingsvergunning wordt gemaakt. Het ongebruikt laten voortbestaan van (oude) bouwrechten is om een aantal redenen onwenselijk:
1. Er moet worden voorkomen dat (nieuwe) planologische en stedenbouwkundige inzichten worden doorkruist door bouwwerken (en ontheffingen) die in het verleden zijn vergund maar nooit zijn gerealiseerd;
2. er moet worden voorkomen dat nieuwe bouwwerken worden gebouwd naar verouderde bouwtechnische inzichten;
3. uit administratief oogpunt is het gewenst dat de papieren situatie, het bouwarchief, overeenkomt met de feitelijke situatie; en
4. voor omwonende is het erg onplezierig als zij worden geconfronteerd met oude bouwrechten waar voor hen geen rechtsmiddelen meer tegen open staan.
Gezien voornoemde redenen is het wenselijk om na verloop van een bepaalde periode de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en eventueel het afwijken van het bestemmingsplan in te trekken. Er zal hieronder worden ingegaan op de mogelijkheden om aan een omgevingsvergunning een geldigheidsduur te koppelen en de bevoegdheid om deze in te trekken. Procedure intrekken Na het verstrijken van een termijn van 26 weken hebben burgemeester en wethouders de bevoegdheid de omgevingsvergunning in te trekken. Hierbij zal altijd sprake zijn van een belangenafweging. Tijdens de vergunningverlening moet de vergunninghouder er al van op de hoogte worden gesteld, dat wanneer een onherroepelijke omgevingsvergunning niet gebruikt is na 26 weken, of de werkzaamheden langer dan 26 weken stil hebben gelegen, de gemeente op grond van de Wabo bevoegd is om de omgevingsvergunning in te trekken. In beginsel wordt uitgegaan van een geldigheidsduur voor een omgevingsvergunning van 26 weken. De vergunninghouder ontvangt na 26 weken een voornemen tot intrekken van de omgevingsvergunning. Hierin krijgt vergunninghouder de gelegenheid om binnen 2 weken zijn zienswijze op het voornemen tot intrekken van de omgevingsvergunning te laten blijken. Wanneer er niet wordt gereageerd, zal de omgevingsvergunning worden ingetrokken.
Als de vergunninghouder wel reageert, zal afhankelijk van de zienswijze worden bekeken of de vergunning al dan niet moet worden ingetrokken. De vergunninghouder zal in ieder geval aannemelijk moeten maken dat hij binnen afzienbare tijd c.q. op korte termijn zal starten met de bouwwerkzaamheden. Wanneer de vergunninghouder aannemelijk heft kunnen maken dat hij binnen afzienbare tijd gaat starten met de werkzaamheden, krijgt hij 26 weken uitstel. Uitstel wordt maximaal 2 keer verstrekt, daarna wordt de omgevingsvergunning zonder verdere vooraankondiging ingetrokken. Echter, de afgelopen periode is in specifieke gevallen wat soepeler omgegaan met deze termijnen in verband met COVID-19. Hoe dit de aankomende tijd zal verlopen is nog onduidelijk. Wanneer bouwwerkzaamheden 26 weken of langer stilliggen, wordt de intrekkingsprocedure gestart. Als de omgevingsvergunning geheel is ingetrokken, dient de vergunninghouder het bouwwerk in de originele staat terug te brengen. Indien stedenbouwkundige ontwikkelingen een bijzondere reden vormen om een omgevingsvergunning in te trekken, zal bij gelegenheid van die ruimtelijke ontwikkeling op dit punt een besluit kunnen worden genomen en de intrekkingsprocedure op een eerder moment worden gestart dan hierboven is aangegeven.
98 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Het intrekken van de omgevingsvergunning is een voor bezwaar- en beroep vatbaar besluit. Er is sprake van een discretionaire bevoegdheid, waarbij het besluit zorgvuldig en weloverwogen tot stand moet komen. In beginsel zal een belangenafweging moeten plaatsvinden tussen het belang bij intrekking en het belang bij het in stand houden van de omgevingsvergunning. In samenhang met hetgeen is opgemerkt over de mogelijkheid om in het geval dat stedenbouwkundige ontwikkeling een bijzondere redenen vormen om een omgevingsvergunning eerder in te trekken, is het wenselijk, dat bij gelegenheid van de actualisering van een bestemmingsplan door de betrokken afdeling niet alleen de feitelijke situatie wordt onderzocht of geïnventariseerd, maar daarbij ook wordt geïnventariseerd (en beoordeeld) van welke omgevingsvergunningen nog geen gebruik is gemaakt. FINANCIËLE CONSEQUENTIES Over restitutie van leges is niets geregeld in de legesverordening van de gemeente, indien een omgevingsvergunning wordt ingetrokken. De leges die zijn betaald bij de aanvraag van de omgevingsvergunning worden dan ook niet terugbetaald. Het gaat hier om het intrekken van een omgevingsvergunning op een grond die de vergunninghouder kan beïnvloeden. Daarom ontstaat bij een intrekking op deze grond geen recht op schadevergoeding ex artikel 4.2 van de Wabo.
4.6.2.3 GEBIEDSGERICHT TOEZICHT Gebiedsgericht toezicht heeft betrekking op toezicht en handhaving van activiteiten die zijn gerelateerd aan geografische gebieden. Hierbinnen zijn de volgende thema’s te onderscheiden:
- toezicht op APV en niet inrichting gebonden milieuactiviteiten; - toezicht op (strijdig)gebruik en illegaal oprichten van bouwwerken en ruimten; - toezicht op de kwaliteit en veiligheid van de openbare weg en ruimte; en - toezicht openbare orde en veiligheid. Gebiedsgericht toezicht vindt plaats door meerdere toezichthouders. Dit geldt ook voor medewerkers buiten de sectie Werken & Projecten en de Afdeling Openbare Werken. Zij kunnen ook functioneren als ogen en oren op de straat. Dat gebeurt in combinatie met de Bouw- en Milieu-inspecteurs (toezicht illegale bouw en milieuovertredingen) als ook de medewerkers van Wijkbeheer (toezicht afvalinzameling en bomenkap). Zij weten door hun gebiedskennis welke handhavingstaken in welke gebieden specifieke aandacht vragen. Bij het toezicht op de openbare ruimte worden de BOA’s in gezet. Dit gaat over toezicht op de naleving van de APV. Voor toezicht en handhaving op bouw- en milieuregelgeving geldt in principe dat de knip ligt bij datgene wat vanaf de openbare ruimte zichtbaar is. Al het overige valt onder vergunningsgericht of objectgericht toezicht. Wanneer complexe(re) overtredingen worden geconstateerd op het gebied van bouw, milieu en/of brandveiligheid heeft de gebiedsgerichte toezichthouder voornamelijk een signaalfunctie.
Om effectief te kunnen ingrijpen bij eenvoudige overtredingen, worden BOA’s ingezet in het openbaar gebied. Gebiedsgericht toezicht vindt plaats op de volgende twee manieren: 1. klachtencontrole: toezicht naar aanleiding van een klacht of melding; en 2. regulier gebiedstoezicht: regulier toezicht op basis van ogen en oren op straat. Controle op verleende vergunningen beperkt zich uitsluitend tot vergunningsactiviteiten met een zeer korte uitvoeringstermijn, hierbij kun je denken aan het vellen van houtopstand of het realiseren van een uitrit. Als het om vergunningen met een langere uitvoeringstermijn gaat zijn deze opgenomen binnen het vergunningsgerichte toezicht. 99 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam