Omgevingsbeleidsplan 2022-2026.docx
Tekst van het document
Figuur 8: Inrichtingen met gevaarlijke stoffen in Edam en Volendam 2 Art. 4.16 Omgevingsbesluit
39 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
De gemeente heeft een belangrijke taak in de borging van externe veiligheid, zowel ten aanzien van bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen als ten aanzien van het transport van die gevaarlijke stoffen. Deze borging wordt geregeld in via bestemmingsplannen. Het bestemmingsplan is het belangrijkste instrument waarmee nieuwe saneringssituaties kunnen worden voorkomen. Verder is de gemeente het bevoegd gezag voor een deel van de vergunningverlening, toezicht en handhaving bij bedrijven. Een deel van deze taken worden in opdracht door de omgevingsdienst uitgevoerd. Het huidige beleid is erop gericht dat er wordt voldaan aan de geldende normen voor het plaatsgebonden- en groepsrisico, zoals wordt geregeld in omgevingsvergunningen of tracébesluiten en bij beslissingen over de ruimtelijke ordening in de omgeving van die risicobronnen. In totaal zijn er acht inrichting in de gemeente Edam-Volendam die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hiervan zijn er zeven in Edam-Volendam en één inrichting in het Zeevang gebied. Deze zijn opgenomen op de provinciale Risicokaart. De gemeente heeft de taak om deze gegevens actueel te houden. De drie in de gemeente aanwezige tankstations waar ook LPG kan worden getankt voldoen aan het PR en het GR. De inrichtingen zijn geregistreerd in het Register risicosituaties gevaarlijke stoffen (RRGS).
De hoofdmoot van de transporten van gevaarlijke stoffen binnen de gemeente vindt plaats op de provinciale wegen. Dit wordt gezien als een activiteit met een laag risico. Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet altijd de aard van de wegen in of aansluitend op het plangebied worden beschouwd. Met aard wordt hier bedoeld of de weg wel of niet is opengesteld voor het transport van gevaarlijke stoffen. In de bestemmingsplannen zijn beperkingen opgenomen voor de aard van de toe te laten bedrijfsmatige activiteiten op de industrieterreinen. In principe worden enkel activiteiten toegestaan met gevaarlijke stoffen, waar het PR en het GR contour valt binnen de inrichting. Het totaal verbieden van alle activiteiten op de industrieterreinen die vallen onder het Bevi heeft geen of nauwelijks effect op de externe veiligheid buiten de industrieterreinen. Een verbod heeft echter wel gevolgen voor bijvoorbeeld de lokale visverwerkende industrie. Door het niet gebruik kunnen maken van natuurlijke koudemiddelen, zoals bijvoorbeeld ammoniak, hebben zij een concurrentienadeel ten opzichte van bedrijven in andere gemeente. Een geheel verbod is dan ook niet wenselijk. Ook het verbieden van de lokale aflevering en opslag van brandstoffen, inclusief LPG, leidt tot een verlaging van de risico’s, maar wordt eveneens als onwenselijk gezien.
Onder de Omgevingswet neemt de gemeente regels over externe veiligheid op in het omgevingsplan en uitgangspunten in de omgevingsvisie. 40 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Van inrichting naar milieubelastende activiteit Zoals hierboven genoemd, wordt het begrip inrichting vervangen door het begrip milieubelastende activiteit. Onder de omgevingswet is ervoor gekozen om niet meer met het begrip inrichting te werken, maar met het begrip milieubelastende activiteit. De milieubelastende activiteit is als volgt gedefinieerd in de bijlage met begrippen van de Ow: 'een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringstechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit'. Het Besluit Activiteiten Leefomgeving wijst milieubelastende activiteiten aan waarvoor rijksregels gelden. Voor overige milieubelastende activiteiten kunnen gemeenten regels stellen in het omgevingsplan van de gemeente. Omgaan met groepsrisico: aandachtsgebieden Het groepsrisico wordt onder de omgevingswet gekoppeld aan aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden laten zien waar extra aandacht nodig is voor bescherming tegen mogelijke ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden laten zien waar mensen binnenshuis niet voldoende beschermd zijn tegen gevaren uit de omgeving. Voorbeelden van deze gevaren zijn brand, explosie en giftige stoffen in de lucht. De aandachtsgebieden worden zichtbaar op de kaart.
Het BKL bevat waarden voor de begrenzing van deze aandachtsgebieden. Daarnaast wordt in het BKL aangegeven welke milieubelastende activiteiten een aandachtsgebied hebben (bijlage VII). Bij inwerkingtreding van de omgevingswet worden aandachtsgebieden toegekend aan de bedrijven met vergunning. Voor wie een nieuwe vergunning voor activiteiten wil aanvragen, is het aanleveren van het aandachtsgebied een indieningsvereiste bij de aanvraag. Aandachtsgebieden worden opgenomen in het Landelijk Register Externe Veiligheidsrisico’s dat onderdeel is van het DSO. Het is een wettelijke verplichting om voor inwerkingtreding van de omgevingswet de aandachtsgebieden in kaart te hebben gebracht. De aandachtsgebieden kunnen worden opgenomen in het omgevingsplan, maar dit is geen verplichting. Voorschriftengebieden De gemeente kan voorschriftengebieden opnemen in het omgevingsplan. In deze voorschriftengebieden gelden aanvullende bouweisen voor nieuwbouw en vervangende nieuwbouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen. Voor een locatie met zeer kwetsbare gebouwen of een locatie waar deze gebouwen zijn toegelaten, is het verplicht om voorschriftengebieden op te nemen. Wanneer de gemeente besluit om bij andere (beperkt) kwetsbare gebouwen geen voorschriftengebieden bij inwerkingtreding van het omgevingsplan op te nemen, gelden er geen aanvullende maatregelen voor dat gebied.
Plaatsgebonden risico De kans per jaar dat een persoon overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Deze persoon bevindt zich onafgebroken op een plaats en is onbeschermd. De grens- en standaardwaarden van dit plaatsgebonden risico zijn opgenomen in het BKL. De waarden worden vertaald in een bepaalde afstand tot gebouwen en locaties die in acht moet worden genomen.
Categorieën gebouwen en locaties 41 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
In artikel 5.3 van het BKL wordt onderscheid tussen verschillende categorieën gebouwen en locaties. Zeer kwetsbare gebouwen Dit gaat om gebouwen waarvan de gebruikers zelf niet in staat zijn zichzelf in veiligheid te brengen, denk aan zorginstellingen, scholen etc. Kwetsbare gebouwen en locaties Alle gebouwen met een woonfunctie en locaties voor grote evenementen of recreatief nachtverblijf van meer dan 50 personen zijn kwetsbaar. Dit gaat ook om gebouwen, waarbij een groot deel van de dag veel personen aanwezig zijn. Voorbeelden hierbij zijn kantoren, onderwijs voor volwassenen, sportscholen en evenementenlocaties voor ten minste 5000 personen. Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties De overige gebouwen en locaties.
Visie De gemeente is een veilige plek om te wonen en te werken. De gemeente zet zich in om dit zo houden door de risico’s laag te houden en de veiligheid te waarborgen. Activiteiten Beleid 1.
Beleid voeren op objectieve risicobeoordeling (nuchter omgaan met risico’s)
2.
Blijvend voldoen aan wettelijke veiligheidsnormen
3.
Het externe veiligheidsbeleid opnemen in relevante beleidsvisies-plannen- en programma’s
Uitvoering 4.
Uitvoering en handhaving van de wettelijke normen
5.
Toetsen van ruimtelijke plannen op externe veiligheidsaspecten
6.
Heldere communicatie over veiligheidsrisico’s lokale omgeving
7.
Regionale samenwerking met betrekking tot externe veiligheid voortzetten
8.
Informatie ten behoeve RRGS / Risicokaart actueel houden
9.
Interactieve risicokaart op gemeentelijke website plaatsen
10. Toezicht en handhaving
42 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
8. AFVAL 8.1 INLEIDING De discussie over het zuinig omgaan met grondstoffen wordt steeds actueler, zowel in het kader van milieubehoud als het potentiele financiële voordeel van het recyclen en slim verwerken van afval. Dit geldt niet alleen voor consumentenafval, waarvoor gemeenten primair verantwoordelijk zijn, maar ook voor bedrijfsafval. De beste manier om de afvalproblematiek aan te pakken is zo min mogelijk afval te produceren. Nuttig hergebruik van afvalstoffen wordt dan ook als belangrijke methode gezien om de hoeveelheid vrijgekomen afval te verminderen. Wanneer bovengenoemde methoden niet mogelijk zijn, kan afval worden verbrand in installaties met een hoog energetisch rendement, waarmee bijvoorbeeld huishoudens van stroom worden voorzien.
8.2 LANDELIJKE REGELGEVING EN RICHTLIJNEN Het Nederlandse afvalbeleid wordt in belangrijke mate bepaald door het Europese afvalbeleid. De belangrijkste Europese richtlijn op het gebied van afval is de Kaderrichtlijn Afvalstoffen (2008/98/EG). In deze richtlijn, maar ook aanvullende richtlijnen, wordt het Europese raamwerk weergegeven voor het beheer van afvalstoffen en wordt meer dan in het verleden aandacht besteed aan preventie en hergebruik. De richtlijnen vanuit Europa worden overgenomen in het Nederlandse afval- en Afvalbeleid. Gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht voor het inzamelen van huishoudelijk afval. Zij hebben de plicht het huishoudelijk afval bij of nabij elk perceel in te zamelen. Daarnaast zijn zij verplicht een aantal afvalstromen, zoals papier en karton, glas, textiel, klein chemisch afval, elektr(on)ische apparaten en asbesthoudend afval, gescheiden in te zamelen. Voor grof huishoudelijk afval geldt een plicht tot inzameling bij elk perceel zonder minimale frequentie (op afroep) en de plicht om een brengvoorziening (milieustraat) beschikbaar te stellen. Al deze verplichtingen zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Een belangrijk nationaal beleidskader is het Landelijk Afvalbeleidsplan (LAP). Belangrijk is het VANG (Van Afval Naar Grondstof)-principe1.
Hiermee wordt gewerkt aan de overgang naar een circulaire economie, een economie waarin zo min mogelijk wordt verspild en zo veel mogelijk wordt hergebruikt. Het programma bevat diverse acties om verspilling van potentiele grondstoffen tegen te gaan. Het landelijke streven is om 75% van het huishoudelijk afval te scheiden in 2020, oftewel het terugbrengen van de restafvalhoeveelheid (inclusief grof restafval) van huishoudens naar gemiddeld 100 kilo per persoon per jaar. Van gemeenten wordt verwacht dat zij op vrijwillige basis bijdragen aan het realiseren van deze doelstelling, die vooralsnog niet verplicht is.
8.3 PROVINCIAAL BELEID Met als basis de LAP-2 en de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen heeft de provincie als doelstelling het minimaliseren van negatieve effecten van afval op de kwaliteit van de leefomgeving, mede door het voorkomen van het ontstaan van afval, dan wel het hergebruiken of recyclen daarvan. De provincie zet zich in om de wettelijke taak goed uit te voeren met juridische (vergunningverlening, handhaving, nazorgplannen) en financiële instrumenten zoals het nazorgfonds voor de herontwikkeling van gesloten stortplaatsen. De provincie ziet toe op het beheer van afvalstortplaatsen door nazorgplannen vast te stellen. Innovaties, zoals duurzaam stortbeheer, kunnen wettelijke taken makkelijker en goedkoper maken.
8.4 LOKALE SITUATIE EN BELEID De gemeente is verantwoordelijk voor het inzamelen van huishoudelijk afval. Elke gemeente mag zelf bepalen hoe zij dit doet. Zo kunnen gemeenten huis-aan-huis ophalen of via een centrale verzamelplaats in de straat. 43 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Gemeenten moeten ook een afvalbrengstation of milieustation hebben, waar mensen hun afval naar toe kunnen brengen. In Edam-Volendam zijn twee afvalstraten te vinden: in Oosthuizen en Volendam. Eind 2016 is het Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022 vastgesteld. Dit plan richt zich op twee speerpunten: • het afvalbeleid van de voormalige gemeenten Edam-Volendam en Zeevang harmoniseren; • het afvalbeleid laten aansluiten bij het VANG-programma. In eerste instantie wordt de ambitie uitgewerkt om te komen tot maximaal 100 kilo restafval per persoon per jaar. In 2025 moet dat teruggebracht zijn naar maximaal 30 kilo restafval per persoon per jaar. Het beleidsplan gaat uit van een systeem met een combinatie van nascheiden en omgekeerd inzamelen. Nascheiden betekent dat herbruikbare grondstoffen door een installatie uit het restafval worden gehaald. Dit is bijvoorbeeld mogelijk voor plastic, metaal en drankenkarton. Omgekeerd inzamelen houdt in dat het restafval op afstand wordt gebracht. Dit vormt een prikkel om afvalstoffen beter te scheiden. Voor het beetje restafval dat overblijft, plaatsen wij ondergrondse voorzieningen. Tenslotte is in het coalitieakkoord van het college te lezen dat de milieustraat in Oosthuizen behouden blijft en de gemeentewerf Volendam opnieuw wordt ingericht. De herinrichting is afgerond.
Visie De gemeente zet zich in om de VANG-doelstellingen te behalen Activiteiten Beleid 1.
Afvalbeleid actualiseren
2.
Actualiseren Afvalstoffenverordening
3.
Hoogwaardige informatievoorziening aan de burger/ bewustwordingscampagne initiëren
4.
Waar mogelijk aansluiten bij regionale projecten
Uitvoering 5.
Hoogwaardige inzameling verschillende afvalstromen (waaronder ondergrondse afval containers)
6.
Reguleren overige afvalstoffen
7.
Preventie bij bedrijven via Wet milieubeheer-vergunning
8.
Toezicht en handhaving Afvalstoffenverordening
44 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
9. WELSTAND, BEELDKWALITEIT EN MONUMENTEN 9.1 INLEIDING Iedereen wil prettig wonen, winkelen, werken of wandelen. Mensen willen hun leefomgeving optimaal kunnen gebruiken, hun omgeving als duurzaam en veilig ervaren en ervan genieten. Een mooie buurt verhoogt de belevingswaarde en de waarde van de individuele woningen. Met welstandstoezicht regisseert de gemeente, als vertegenwoordiger van het algemeen belang, het uiterlijk aanzien van het dorp of de stad. Hierbij is het belangrijk dat burgers weten wat die criteria zijn van de welstandsbeoordeling. De welstandscriteria moeten zo duidelijk mogelijk geformuleerd en afgeleid worden van de bestaande omgeving. Het uitgangspunt is dat een ieder de waardevolle karakteristieken van zijn eigen buurt kan herkennen en terugvinden in het welstands- en monumentenbeleid.
9.2 LANDELIJK BELEID EN RICHTLIJNEN Welstand De Woningwet regelt het welstandstoezicht. In artikel 12a van deze wet staat dat de gemeenteraad de redelijke eisen van welstand vastlegt in een welstandsnota. Bouwwerken in de gemeente dienen aan die welstandscriteria te voldoen. Dit wordt getoetst bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk. De welstandsnota is ook de basis voor de beoordeling of bestaande of vergunningsvrije bouwwerken al dan niet in ernstige mate in strijd zijn met de welstandseisen uit de nota. In de wet is geregeld dat de gemeenteraad gebieden of categorieën van bouwwerken kan aanwijzen waar de redelijke eisen van welstand niet gelden. De raad kan op deze manier bereiken dat alleen nog welstandseisen gelden in bepaalde beeldbepalende gebieden waarvoor zij dat nodig acht, zoals bijvoorbeeld een oude kern of een stads- en dorpsgezicht. De welstands- en monumentencommissie, of de stadsbouwmeester, is een door de gemeenteraad benoemde onafhankelijke commissie of een door de gemeenteraad benoemde onafhankelijke deskundige die aan het college advies kan uitbrengen over de vraag of het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk, waarvoor een aanvraag omgevingsvergunning is ingediend, in strijd is met de redelijke eisen van welstand. Monumenten De gemeente is rijk aan cultureel erfgoed.
De gemeente telt 221 rijksmonumenten en meerdere archeologische vindplaatsen. De oude kern van Edam is door het rijk aangewezen als beschermd stadsgezicht. De gemeente is verantwoordelijk voor vergunningverlening, toezicht en handhaving.
45 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Figuur 10: Beschermd dorps- en stadsgezicht Edam
In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met erfgoed van nationaal belang wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarin heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. De Monumentenwet 1988 is komen te vervallen. Een deel van deze wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de (toekomstige) Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Samen met de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. Omgevingswet De gemeente heeft om het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, van rechtswege een omgevingsplan: een tijdelijk omgevingsplan.
46 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Het omgevingsplan komt tot stand door het overgangsrecht van de invoeringswet Omgevingswet. Regels uit bestaande instrumenten worden samengevoegd tot 1 omgevingsplan. Die regels krijgen een plaats in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het gaat om; • • •
ruimtelijke regels uit bestaande instrumenten van de Wet ruimtelijke ordening (Wro); (bestemmingsplan / beheersverordening) regels uit gemeentelijke verordeningen; rijksregels die worden gedecentraliseerd naar gemeenten (bruidsschat).
Dit tijdelijk omgevingsplan zet de gemeente stapsgewijs om tot een volledig omgevingsplan. Gemeenten krijgen tot eind 2029 de tijd om het tijdelijk deel van het omgevingsplan en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Welstandsnota Met het inwerkingtreden van de Omgevingswet verdwijnt het begrip welstand. Daarvoor in de plaats komt het “uiterlijk van bouwwerken”. De overgangsbepalingen voor de advieskaders met betrekking tot welstand, of het uiterlijk van bouwwerken, worden geregeld in de invoeringswet en het invoeringsbesluit van de Omgevingswet. Van rechtswege is bepaald dat de van kracht zijnde welstandsnota in het tijdelijke omgevingsplan geldt als beleidsregels voor het uiterlijk van bouwwerken als bedoeld in de Omgevingswet (art 4.19). Het niet voldoen aan de beleidsregels voor het uiterlijk van bouwwerken blijft een weigeringsgrond voor een omgevingsvergunning. Welstand- en Monumentencommissie De taken en bevoegdheden van de huidige welstand– en monumentencommissie vervallen van rechtswege bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. De welstandscommissie vervalt als wettelijk figuur. Ter continuering van de advisering moet de gemeente vóór het inwerking treden van de Omgevingswet een nieuwe gemeentelijke adviescommissie instellen.
De enige wettelijke taak van deze nieuwe gemeentelijke adviescommissie is het uitbrengen van advies over aanvragen met betrekking tot rijksmonumenten. Enkele leden van de commissie moeten, op grond van de wet, deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg. Andere deskundigheid kan de gemeente naar eigen inzicht aan de commissie toevoegen, afhankelijk van de reikwijdte van de adviestaken.
9.3 PROVINCIAAL BELEID Bij bouwen is stedelijk gebied is de gemeente het eerste aanspreekpunt. Bij bouwen in landelijk gebied speelt de Provincie een belangrijke rol. De Omgevingsverordening NH2020 bevat naast regels over ruimte, milieu en verkeer ook regels voor nieuwbouw in het landelijk gebied. Om te bouwen buiten bestaand stedelijk gebied moeten nut en noodzaak van die bebouwing aangetoond worden. Belangrijk zijn verder: ruimtelijke kwaliteit, locatie en duurzaamheid van het project. De regels voor nieuwbouw in het landelijk gebied staan in de omgevingsverordening. De provincie beoordeelt of de gemeentelijke bestemmingsplannen hieraan voldoen. De Omgevingsverordening NH2020 regelt de voorwaarden waaronder gebouwd kan worden aan de rand van kernen en dorpslinten in landelijk gebied. Een deel van het landelijk gebied geniet extra bescherming. Dit is: het Natuurnetwerk Nederland, het Bijzonder Provinciaal Landschap en het UNESCO-werelderfgoed. Voor deze gebieden gelden aanvullende regels.
47 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Welstand Op het gebied van welstandsadvisering in de gemeente heeft de provincie geen rol. Wel kan de provincie bij de advisering van ruimtelijke ontwikkelingen dan wel bij complexere projecten op grote schaal worden betrokken. Monumenten Binnen de gemeente bevinden zich 25 provinciale monumenten, zoals het fort in Edam, onderdeel van de stelling van Amsterdam, de Pompsluis aan de Lingerzijde in Edam, het wachthuisje bij de Zeesluis aan het Oorgat, het gemaal, de kolenloods, de molen en voorwaterloop aan de Burgemeester Versteeghsingel in Edam, een gemaal en een woonhuis aan het Zeevangsdijkje in Kwadijk en onderdelen van het fort in Kwadijk. Verder gaat het om dijken, braken en buitendijks land. De provincie wil leegstand en verval van specifiek erfgoed van provinciaal belang, zoals industrieel, militair en religieus erfgoed tegengaan. Met alleen restauratie en onderhoud is het niet altijd mogelijk om monumenten te behouden. Daarom zet de provincie in op het blijvend gebruik van monumenten door herbestemming. De bescherming van provinciale monumenten gebeurt middels de provinciale verordening en instructieregels. Met betrekking tot provinciale monumenten speelt de gemeentelijke welstand -en monumentencommissie geen rol waar het gaat om het uitbrengen van een monumentenadvies.
Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegd gezag voor de vergunningverlening maar is op grond van de Wabo verplicht advies in te winnen bij de adviseurs van de provincie. De gemeente is verantwoordelijk voor de vergunningverlening, het toezicht en handhaving. De provincie is op basis van de Erfgoedwet eigenaar van de Noord-Hollandse archeologische collecties. Voor het duurzaam behoud van de collectie heeft de provincie de beschikking over het archeologisch depot voor bodemvondsten in Huis van Hilde in Castricum. De provincie Noord-Holland heeft met het project 'Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Holland' de aanwezige cultuurhistorische waarden van Noord-Holland in kaart gebracht. De provincie zet zich in om archeologische vindplaatsen in stand te houden en te benutten bij ruimtelijke inpassingen in het landschap. Dit doet zij via de leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Ook is de provincie verantwoordelijk voor het doen van onderzoek naar archeologische waarden en vondsten die toevallig in de Noord-Hollandse bodem worden aangetroffen. Ook als deze niet eerder bij verplichte archeologische onderzoeken aan het licht zijn gekomen. Omgevingswet Voor provinciale monumenten geldt een instandhoudingsplicht. De gemeente ziet hierop toe en handhaaft hierop. De vergunningverlening voor provinciale monumenten valt onder verantwoordelijkheid van de gemeente.
In de (ontwerp) omgevingsverordening NH2022 van de Provincie Noord-Holland wordt de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet aangewezen als adviseur.
48 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
9.4 LOKALE SITUATIE EN BELEID Beeldkwaliteit en Welstand Het welstandsbeleid van de gemeente Edam-Volendam is opgesteld vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het belang van een aantrekkelijke bebouwde omgeving dient te behartigen. De gevels van gebouwen en andere bouwwerken en de openheid van het buitengebied vormen samen met de openbare ruimte de dagelijkse leefomgeving van de inwoners van de gemeente. Het doel van het gemeentelijke welstandstoezicht is om, in alle openheid, een bijdrage te leveren aan de belevingswaarde. Uitgangspunt daarbij is dat met het opstellen van het welstandsbeleid de gemeente een helder, controleerbaar en klantgericht welstandstoezicht levert, waardoor inwoners, ondernemers en ontwerpers vooraf weten welke criteria bij de welstandsbeoordeling een rol spelen. Beeldkwaliteit en welstand is niet alleen van toepassing op oude stadgezichten en monumenten. Het gaat ook over het behoud van de openheid en nieuw te bouwen panden. De toekomstige ruimtelijke ontwikkeling wordt enerzijds bepaald door het behoud en het versterken van de bestaande kwaliteiten en het beheer en revitalisering zoals in het Stadsgezicht van Edam. Anderzijds gaat aandacht uit naar nieuwbouw en uitbreiding. Op het moment zijn er diverse ontwikkelingen gaande binnen de gemeente die een eigen of specifieke beeldkwaliteit met zich meebrengen.
Aan kleinere projecten wordt door de gemeentelijke stedenbouwkundige zelf een invulling gegeven, aan de grote ontwikkelingslocaties door externe stedenbouwkundige bureaus of supervisor in de vorm van een beeldkwaliteitsplan. Een vertaling naar welstandscriteria is belangrijk. Voor de grootschalige nieuwbouwlocaties, zoals de Lange Weeren zijn de stedenbouwkundige plannen bepalend voor het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Deze plannen vormen de basis voor de bestemmingsplannen. Het opstellen van welstandscriteria voor dergelijke (her)ontwikkelingslocaties is een onderdeel van de stedenbouwkundige planvoorbereiding. De criteria worden opgesteld door de stedenbouwkundige of de supervisor, in overleg met de welstandscommissie. In de beeldkwaliteitsplannen voor nieuwbouwprojecten wordt ook aandacht besteed aan de openbare ruimte. Vanwege het karakter gaat bijzondere aandacht uit naar de openbare ruimte in het Stadsgezicht Edam en de oude kom van Volendam. De ambities van de gemeente voor kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte binnen de gemeente in zijn geheel, en de toeristische kernen van Edam en Volendam in het bijzonder zijn uitgewerkt in de Visie en Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR). Fundamentele ingrepen binnen de oude kernen van Edam en Volendam worden voor advies aan de welstands- en monumentencommissie voorgelegd.
Welstand- en Monumentencommissie Edam-Volendam Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), wordt elke aanvraag voor een bouwactiviteit getoetst aan de criteria die zijn vastgelegd in de welstandsnota, het welstandsbeleid. De aanvragen worden ambtelijk getoetst of voor advies voorgelegd aan de Welstand –en Monumentencommissie Edam-Volendam. Deze door de gemeenteraad benoemde onafhankelijke commissie adviseert het college of het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk voldoet aan redelijke eisen van welstand. Naast de advisering over bouwactiviteiten, adviseert deze commissie in het kader van vergunningverlening ook over rijksmonumenten, wanneer een bestemmingsplan advisering door de commissie voorschrijft, over het slopen van een bouwwerk binnen het beschermde stadsgezicht en over gemeentelijke monumenten. De samenstelling de werkwijze en de gevallen waarbij de commissie advies kan worden gevraagd zijn omschreven in de Bouwverordening Edam-Volendam 2019. Het toetsingskader voor de commissie is de Erfgoedwet, de Monumentenwet, de WABO, de Erfgoedverordening Edam-Volendam, de bestemmingsplannen 49 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
en de welstandsnota. Ook de gevallen waarin de welstandsadvisering kan worden opgedragen aan een ambtelijk plantoetser zijn in de bouwverordening beschreven. Het blijven adviezen. De bestuurlijke verantwoording voor de afgifte van de vergunning ligt bij het college van burgemeester en wethouders. Monumenten De gemeente Edam-Volendam heeft 155 gemeentelijke monumenten. De oude kom van Volendam is, voor een deel, als gebied aangewezen als een cultuurhistorisch attentiegebied, een gebied dat zich kenmerkt door een ruimtelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarde. Gemeentelijke monumenten worden beschermd door middel van de Erfgoedverordening Gemeente EdamVolendam en een dubbelbestemming in het bestemmingsplan met bijbehorende regels. Het gemeentelijk monumentenbeleid is opgesteld om het cultureel erfgoed te beschermen en te bewaren voor toekomstige generaties. Voor de instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden zijn regels en voorwaarden gesteld in de verschillende bestemmingsplannen en in beleidsnota archeologie. De gemeente is verantwoordelijk voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Evaluatie monumentenbeleid Het gemeentelijke monumentenbeleid is in 2020 geëvalueerd.
Het huidige monumentenbeleid is op dit moment effectief, maar het is van belang dat het beleid eenvoudiger en flexibeler wordt gemaakt, ruimte biedt voor maatwerk en het beleid geldt voor de gehele gemeente. Bij de behandeling van het voorstel is door de gemeenteraad een amendement aangenomen. Het amendement legde vast dat de gemeenteraad op korte termijn in een themabijeenkomst zou worden geïnformeerd over de mogelijkheden en consequenties van het doorvoeren van de aanbevelingen van de evaluatie. Ook zou de raad eerst de gelegenheid krijgen om kaders te stellen voordat begonnen zou worden met het herijken van het beleid en de monumentenlijst. Het College heeft aangegeven de opdracht vanuit de raad mee te nemen in het proces van voorbereiding op de Omgevingswet. Omgevingswet De regels uit de welstandsnota, de bestemmingsplannen, beheersverordeningen en rijksregels (bruidsschat) worden van rechtswege omgezet in het tijdelijk omgevingsplan. De regels in de erfgoedverordening komen niet automatisch in het omgevingsplan terecht. Het overhevelen van die regels naar het definitieve omgevingsplan moet de gemeente zelf doen. Zolang er nog geen nieuw omgevingsplan is vastgesteld zal er niets veranderen aan het beleid ten aanzien van het uiterlijk van bouwwerken (welstand) en het cultureel erfgoed.
De gemeente moet vóór het inwerking treden van de Omgevingswet een nieuwe gemeentelijke adviescommissie instellen. De enige wettelijke taak van deze nieuwe gemeentelijke adviescommissie is het uitbrengen van advies over aanvragen met betrekking tot rijksmonumenten. Enkele leden van de commissie moeten, op grond van de wet, deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg. Andere deskundigheid kan de gemeente naar eigen inzicht aan de commissie toevoegen, afhankelijk van de reikwijdte van de adviestaken. In de komende periode zal de gemeente inspelen op de veranderingen die deze wet met zich meebrengt. 50 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Visie De gemeente zet zich in om de verschillende karakteristieken waarden te behouden zoals de oude stadsgezichten, monumenten en archeologische locaties. Daarnaast zet de gemeente zich in om het buitengebied open te houden en nieuwbouw te laten passen in de omgeving. Activiteiten Beleid 1.
Instellen van een gemeentelijke adviescommissie Fysieke Leefomgeving voor 1 januari 2023
2.
Inspelen op veranderingen uit de omgevingswet
3.
In het proces van de voorbereiding op de Omgevingswet uitvoering geven aan het amendement van de gemeenteraad met betrekking tot het monumentenbeleid
Uitvoering 4.
Welstand, monumenten en archeologie borgen in vergunningverlening
5.
Toezicht en handhaving nieuwbouw
6.
Toezicht en handhaving bestaande bouw
51 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Deel ll Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
52 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
1. VERGUNNINGVERLENING, TOEZICHT EN HANDHAVING 1.1. INLEIDING Het VTH-beleid gaat over hoe de processen van vergunningverlening, toezicht en handhaving in elkaar zitten om zo haar beoogde doelen te bereiken. Als we het bijvoorbeeld hebben over welstand, dan gaat het over hoe dit is verwerkt in het proces van vergunningverlening. Als we het hebben over geluid, dan hebben we het hier over het toezicht op de geluidsnormen, worden de normen overtreden, dan gaat het over hoe en wanneer er wordt gehandhaafd. In het VTH-beleid wordt onder andere een risicoanalyse opgenomen en verschillende vergunningsstrategieën beschreven. Er wordt nog altijd gewacht op een landelijke vergunningenstrategie. Tot die tijd wordt gebruik gemaakt van de gemeentelijke strategie. Het proces, de mogelijkheden voor aanvragen en de toetsingsniveaus zijn hierin beschreven.
1.2. BEGRIPPEN Vergunningverlening: heeft betrekking op het in behandeling nemen van een vergunningsaanvraag, het beoordelen van deze aanvraag en het nemen van een beslissing op de aanvraag in de vorm van een beschikking. Inspectie: is (zijn) de activiteit(en) van de gemeente in relatie tot de realisatie van het vergunde. Het betreft de inspectie van de uitvoeringswerkzaamheden en het zonder formeel juridische instrumenten tegemoet treden van afwijkingen.
Toezicht: betreft de controle op de naleving van wet- en regelgeving (als het vergunde eenmaal is gerealiseerd) en het zonder formeel juridische instrumenten tegemoet treden van overtredingen. Onder toezicht wordt tevens verstaan de controles in het kader van de handhaving en het gebruik.
Handhaving: is de (bestuurlijke) oordeelsvorming over bevindingen tijdens inspectie en toezicht, en het – waar nodig en bestuurlijk wenselijk geacht – plegen van interventies, maatregelen en sancties met formeel juridische instrumenten, zoals het toepassen van bestuursdwang, het opleggen van dwangsommen of het intrekken van een (deel van een) vergunning.
53 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
1.3. DOORWERKING IN JAARCYCLUS EN OPERATIONEEL BELEID Dit VTH-beleid is gebaseerd op een actualisering van problemen en risico’s in het omgevingsbeleid vanuit het perspectief van juridische en maatschappelijke ontwikkelingen. Dit plan is de eerste stap in de jaarcyclus. In deze paragraaf worden de stappen beschreven die gezet worden om de cyclus sluitend te maken en hoe de in dit plan beschreven doelstellingen gerealiseerd gaan worden. Hiervoor doorlopen we de big-8 beleidscyclus zoals hiernaast afgebeeld. Om de doelstellingen te realiseren wordt een breed scala aan instrumenten ingezet welke worden beschreven in het integraal Uitvoeringsprogramma. In het Uitvoeringsprogramma staat welke instrumenten we inzetten om de doelen te bereiken, hoe vaak en welke middelen daar voor nodig zijn. Uit het Uitvoeringsprogramma blijken ook de gevolgen voor de capaciteit van de uitvoeringsorganisatie.
In het Uitvoeringsprogramma vindt jaarlijks analyse en bijsturing plaats van aantallen en kengetallen op basis van: - een analyse van het naleefgedrag op basis van verrichte controles en ingekomen klachten en handhavingsverzoeken op de verschillende beleidsvelden; - landelijke prioriteiten; - samenwerkingsafspraken met de Omgevingsdienst IJmond, de Provincie Noord-Holland en het HHNK; - een analyse van bouwprognoses, economische ontwikkelingen en overige factoren die van invloed kunnen zijn op het werkaanbod of de prioriteitsstelling. In hoeverre de resultaten bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen is object van monitoring, evaluatie en verantwoording. Op basis van deze monitoring wordt verantwoording afgelegd in een jaarverslag. Met dit jaarverslag wordt voldaan aan de wettelijke plicht om een jaarverslag op te stellen en de raad jaarlijks te informeren over de realisatie. Het jaarverslag wordt vastgesteld door B&W. De monitoring vindt plaats op basis van een set indicatoren die zijn afgeleid van de betreffende doelstellingen. De laatste stap is het actualiseren en vastleggen van protocollen en werkinstructies. Deze worden continue gemonitord. Ze zijn gebaseerd op de strategieën voor vergunningverlening, toezicht, sanctioneren en gedogen.
Daar waar de toegevoegde waarde van een protocol of werkinstructie niet wordt gezien wordt deze, met redenen omkleed, niet opgesteld. 1.4. VISIE OP DE PROCESKWALITEIT Landelijk wordt er nadrukkelijk gesproken over de kwaliteit van de uitvoering van VTH-taken, sinds de vuurwerkramp in Enschede in 2000. Uiteindelijk heeft dit geleid tot het rapport Mans, waarin aanbevelingen werden gedaan over de organisatie en kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken. Inmiddels is er een landelijk dekkend netwerk van Omgevingsdiensten welke voornamelijk de bovenlokale complexe (milieu) taken uitvoeren, de zogenoemde basistaken. Dit is ook het geval voor gemeente Edam-Volendam.
54 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Kwaliteit moet meetbaar zijn en geborgd kunnen worden in de eigen organisatie. Om te beginnen wordt kwaliteit als volgt gedefinieerd: ‘Het leveren van diensten waarbij tevredenheid van klant, maatschappij, medewerkers en bestuur met elkaar in balans is’ Bij deze diensten gaat het om het uitvoeren van VTH-taken. Om te borgen dat er kwaliteit geleverd wordt, moet worden gekeken naar hoe het VTH-proces er uit ziet en waar wat voor eisen, criteria en ambities gekoppeld kunnen worden aan elke fase binnen dat proces. Hieronder wordt het proces schematisch weergegeven.
Hieronder wordt voor elke fase weergegeven hoe Edam-Volendam aankijkt tegen het leveren van kwaliteit en hoe dat geborgd is. Hierbij wordt begonnen met de laatste fase, omdat het uiteindelijk draait om de kwaliteit van de producten die afgeleverd worden en het effect dat dit heeft in de samenleving. Outcome De VTH-taken worden uitgevoerd om uiteindelijk effecten te genereren in de omgeving. Het resultaat van alle inspanningen moet dus uiteindelijk een kwalitatief goede outcome zijn. De outcome kan niet altijd worden gezien als een eenvoudig direct effect van een product. Soms kan het een keten van effecten betekenen. Daarbij zijn er veel meer factoren van invloed op het te doorlopen VTH-proces. Zo is ‘bijdrage aan omgevingskwaliteit’ een outcome van het VTH-proces, bijvoorbeeld gemeten in een verminderde C02-uitstoot. Het is niet alleen lastig meetbaar, het is ook afhankelijk van veel andere factoren, bijvoorbeeld de hoeveelheid autoverkeer. Criteria die worden gesteld met betrekking tot outcome zijn dus eigenlijk meer doelstellingen en ambities die de gemeente heeft. Er worden doelen gesteld in dit Omgevingsbeleidsplan, zoals de gemeente die wil behalen met de uitvoering van de VTH-taken, waaronder doelen op het gebied van dienstverlening, uitvoeringskwaliteit van diensten en producten en veiligheid.
55 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Output Om de gewenste outcome te bereiken zal er output geleverd moeten worden. Dit zijn concrete prestaties, zoals het aantal controles, het aantal afgegeven vergunningen, bereikbaarheid, mate van realisatie van het Uitvoeringsprogramma etc. Voor de output zijn ook in dit plan doelen opgenomen. Proces-throughput De tussenresultaten, de troughput, staan een stap terug in het proces. Deze moeten uiteindelijk tot output en outcome leiden. In de Wabo, het Bor en het Mor en later ook in de Omgevingswet zijn eisen opgenomen, welke throughput de gemeente uiteindelijk moet leveren en waar deze aan moet voldoen. Middels een sluitende big-8 cyclus voldoet Edam-Volendam aan de gestelde eisen. Daarbij wordt wel aangegeven, dat de gemeente ook zelf na moet blijven denken over het zo efficiënt mogelijk besteden van overheidsmiddelen. Mochten er in de wettelijke kaders dus eisen worden gesteld aan de te leveren throughput die Edam-Volendam niet kan onderschrijven dan wordt daar, beargumenteerd, van afgeweken. Door middel van het vaststellen van dit Omgevingsbeleidsplan wordt voor het merendeel aan de eisen, die aan proces en throughput worden gesteld, voldaan. Input Het proces wordt gestart met de input. Er moet hierbij gedacht worden aan tijd, kennis methoden en geld. De eisen waar deze input binnen gemeenten aan moet voldoen, zijn opgenomen in de set kwaliteitscriteria 2.2 van KPMG.
Voor wat betreft de basistaken milieu zijn deze kwaliteitscriteria het wettelijk bepaalde niveau. Wanneer er onvoldoende input is, kan niet verwacht worden dat goede output en outcome worden geleverd. De kwaliteitscriteria 2.2 bestaat uit inhoudelijke criteria, procescriteria en criteria voor kritieke massa. De sluitende big-8 beleidscyclus geeft invulling aan de eerste twee categorieën. Hieronder wordt per element aangegeven hoe er in Edam-Volendam wordt omgegaan met kritieke massa. Kritieke massa - EVK1 De criteria over de kritieke massa stellen eisen waaraan organisaties en werknemers zich aan moeten houden om voldoende kwalitatieve input te leveren aan het VTH-proces. Belangrijk is derhalve, het aantal medewerkers dat een organisatie heeft, welke opleiding en aanvullende kennis zij hebben, in welke frequentie zij hun werk doen en welke ervaring de werknemers hebben met de uitvoering van het werk. Binnen Edam-Volendam is er tot op heden voor gekozen om de kwaliteitscriteria die landelijk zijn ontwikkeld voor kritieke massa aan te passen naar de lokale situatie. Deze criteria zijn vastgelegd in ‘EVK1’. Daarin staat strikt omschreven welke criteria gelden op welk deskundigheidsgebied. De ‘EVK1’ is gebaseerd op de kwaliteitscriteria en andere standaarden en methoden die door het bevoegd gezag al werden gehanteerd.
De ‘EVK1’ staat geborgd in de ‘Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeenten Edam-Volendam’. Op dit moment is de ‘Verordening Kwaliteitscriteria VTH’ in voorbereiding. Deze zal naar verwachting vlak voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden vastgesteld. Deze verordening gaat uit van een brede verantwoordelijkheid van gemeenten en provincies voor kwaliteit. Dat wil zeggen dat als vertrekpunt wordt genomen dat alle taken van het college van burgemeester en wethouders op grond van de Wabo en de betrokken wetten, onderwerp van de verordening vormen.
56 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
1.5 (TOEKOMSTIGE) ONTWIKKELINGEN Al na het inwerkingtreden van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), is duidelijk geworden dat er in de toekomst een Omgevingswet zou komen. Inmiddels is de inwerkingtreding van de Omgevingswet al meerdere keren uitgesteld. Naar verwachting zal de wet in januari 2023 daadwerkelijk in werking gaan treden, maar niemand weet zeker of dit dan ook echt zal gaan gebeuren. Binnen dit Omgevingsbeleidsplan zal worden ingespeeld op (toekomstige) ontwikkelingen in het omgevingsrecht. Hieronder worden een aantal hiervan naar voren gebracht. WET KWALITEITSBORGING VOOR HET BOUWEN Per 1 januari 2023 treedt naar verwachting de nieuwe Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) in werking. Op 14 mei 2019 heeft de Eerste Kamer de Wkb aangenomen. Deze wet heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Daarnaast wordt aansprakelijkheid van aannemers ten opzichte van particuliere en professionele opdrachtgevers uitgebreid. De wet gaat gefaseerd in. Er gaat gestart worden met de eenvoudigere bouwprojecten, en daarna volgen eventueel de meer complexere. De wet heeft drie doelen, namelijk verbeterde borging van de bouwkwaliteit, verbeterde positie van de consument en stimulatie van kwaliteitsverbetering en faalkostenvermindering.
Om de doelen van de Wkb te bewerkstelligen wordt het proces voor vergunningverlening in tweeën opgeknipt: 1. De ruimtelijke component loopt via de gemeente (toets aan omgevingsplan en veiligheid); 2. De bouwtechnische component: hiervoor wordt verplicht een onafhankelijke kwaliteitsborger in te schakelen die tijdens de bouw toetst op conformiteit met de bouwtechnische voorschriften uit het Bouwbesluit en verklaart of de getoetste onderdelen aan de voorschriften voldoen. Dit wordt bij private partijen belegd. Het Bouw- en woningtoezicht, zoals gemeenten dat nu uitvoeren, wordt een taak van marktpartijen. De gemeente toetst dus voor een gedeelte van de bouwwerken niet meer inhoudelijk aan bouwtechnische voorschriften, maar controleert of de opdrachtgever werkt met een toegelaten, bij de bouwactiviteit passend instrument en een onafhankelijke kwaliteitsborger. Ook controleert de gemeente of alle specifieke risico’s voor dat bouwwerk in de risicobeoordeling in kaart zijn gebracht. En in het borgingsplan zijn vastgelegd. Wanneer toezicht en handhaving noodzakelijk is, biedt de Wkb in aanvulling op de Algemene wet bestuursrecht verschillende handvatten om te kunnen beschikken over noodzakelijke informatie.
Dit vraagt een aanzienlijk aantal wijzigingen in processen, competenties en informatievoorziening die de gemeente voor de inwerkingtreding van dit nieuwe stelsel moet implementeren. De Wkb biedt gemeenten ruimte om in het beleid specifieke keuzes te maken. ENERGIEBESPARING BEDRIJVEN Energiebesparing dan wel verduurzaming van bedrijven staat binnen Edam-Volendam hoog in het vaandel en vormt dan ook een integraal onderdeel van onze bedrijfscontroles in samenwerking met de Omgevingsdienst IJmond. In 2050 wil Noord-Holland klimaatneutraal zijn. Energiebesparing in de industrie- en dienstensector is daarbij cruciaal. De Wet Milieubeheer verplicht bedrijven die veel energie verbruiken besparingsmaatregelen te nemen die zich in 5 jaar terugverdienen. Op dit moment voldoet slechts 9% van de bedrijven in NoordHolland volledig aan deze plicht. Gemeente Edam-Volendam wil er aan bijdragen om dit percentage te verhogen en zal zich hier dan ook voor blijven inzetten. De provincie Noord-Holland gaat 8 miljoen euro investeren in het stimuleren van bedrijven om energie te besparen. Gemeenten kunnen dit bedrag gebruiken om het toezicht op bedrijven vorm te geven. Zij betalen zelf de helft van de kosten die zij daarvoor maken. 57 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Gemeente Edam-Volendam wil hiervan gezien het voorgaande gebruik van maken, om bij te dragen aan de energiebesparing van bedrijven. TRANSITIEVISIE WARMTE (TWV) EN WIJKUITVOERINGSPLANNEN (WUP’S) In april 2021 is de TVW door de gemeente Edam-Volendam vastgesteld. Daaruit zijn vier zogeheten kansrijke wijken naar voren gekomen voor de transitie naar aardgasvrij. De volgende stap is om voor deze wijken verschillende Wijkuitvoeringsplannen (WUP’s) te gaan uitwerken. Het voornemen is om in 2022 te beginnen met in ieder geval één van de vier kansrijke wijken uit de TVW, te weten het Middengebied in Volendam. Participatie zal de rode draad vormen die door het WUP-proces heen loopt.
BENG Steeds meer nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen zijn energieneutraal. Sinds 1 januari 2021 is het zelfs wettelijk verplicht om (bijna) energieneutraal te bouwen. BENG betekent: Bijna EnergieNeutraal Gebouw. De energieprestatie is van EPC naar BENG gegaan. In het kader van de klimaatdoelstelling is door de Europese Commissie besloten dat nieuwe gebouwen in de Europese Unie niet BENG moeten zijn, maar helemaal CO2 vrij moeten zijn. Dit is voorzien na 2030 en vanaf 2027 voor nieuwe openbare gebouwen. Tot 2030 blijft BENG de norm bij nieuwbouw en ingrijpende renovatie.
OMGEVINGSWET De Omgevingswet, die volgens de huidige planning in januari 2023 in werking treedt, integreert 26 bestaande wetten op het gebied van de fysieke leefomgeving. In de integratie zijn onderwerpen als bouwen, milieu, waterbeheer, ruimtelijke ordening, monumentenzorg en natuur betrokken. De oude wetten zijn veelal sectoraal opgebouwd. In samenhang gezien en toegepast sluiten deze wetten niet meer aan bij de behoefte van deze tijd. Met de Omgevingswet wil de overheid het wettelijk systeem ‘eenvoudig beter’ maken. De vraag is of in dit in de praktijk ook echt zo zal zijn. Ook de komende jaren zal er nog veel worden gewerkt aan de implementatie van de Omgevingswet, hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan de omgevingsvisie. De omgevingsvisie is een toekomstvisie voor onze (ruimtelijke) leefomgeving. Daarnaast zal het handboek voor het omgevingsplan worden opgesteld. Per gebied zal de richting worden bepaald en wat gebiedsoverstijgend is. Op basis daarvan zullen de nieuwe juridische regels voor het omgevingsplan worden opgesteld. Daarnaast zal de implementatie plaatsvinden van het nieuwe zaaksysteem.
58 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
2. BELEIDSEVALUATIE Het Omgevingsbeleidsplan 2016-2020 was de opvolger van het Milieubeleidsplan 2009-2012, het Bouwbeleidsplan 2012-2016 uit Edam-Volendam en het Integraal Handhavingsbeleid gemeente Zeevang 20132017. Het is belangrijk om het vigerende beleid te evalueren voor onderhavig Omgevingsbeleidsplan, alvorens we een nieuw kader omschrijven en vaststellen voor het uitvoeren van vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken (VTH). 2.1 MILIEU In de afgelopen jaren is net als altijd weer samengewerkt met de Omgevingsdienst IJmond (hierna: OD IJmond). Alle milieuvergunningen worden door de OD IJmond afgehandeld. Het zwaartepunt van de milieuactiviteiten die nog bij de gemeente liggen, ligt bij toezicht en handhaving en de afwikkeling van meldingen. Voor de indicatoren en monitoring verwijzen we dan ook naar het Uitvoeringskader 2019-2022 van de Omgevingsdienst. Hieronder worden de doelen uit het Uitvoeringskader 2015-2018 geëvalueerd. Het vergunningenbestand waar OD IJmond op toeziet is actueel. Enkele vergunningen zijn weliswaar ouder dan tien jaar -de grens die over het algemeen voor actualiteit van een vergunning wordt aangehouden-, maar actualisatie is hier, gegeven de milieurelevantie van de activiteiten en het beschermingsniveau dat door de vigerende vergunning wordt geboden, niet noodzakelijk.
Het aantal bezwaar- en beroepzaken tegen (milieu)vergunningen is daarnaast tot een minimum gedaald. De ontwikkeling van het steeds meer activiteiten brengen onder algemene regels die sinds een aantal jaar is ingezet, komt ook de komende jaren niet tot stilstand. Dit betekent echter dat het aantal (complexe) meldingen, waarvan de toetsing relatief meer tijd in beslag neemt, toeneemt, evenals het aantal maatwerkvoorschriften dat wordt opgesteld om een passende bescherming te kunnen bieden aan de omgeving waar bepaalde activiteiten plaatsvinden. Met het digitaal inzichtelijk maken van de milieubelasting van (vergunde) activiteiten in een gebied, afgezet tegen andere omgevingsfactoren, is de afgelopen jaren reeds voorgesorteerd op de komst van de Omgevingswet. Deze informatie biedt de basis voor de op te stellen omgevingsvisies en omgevingsplannen en een integrale benadering van de fysieke leefomgeving. 2.2 BWT EN RO Bij Bouw- en woningtoezicht is ook de afgelopen jaren streng toegezien op naleving van alle verleende omgevingsvergunningen bij zowel verbouw of nieuwbouw. Wanneer er bij een controle blijkt, dat niet wordt voldaan aan de verleende omgevingsvergunning, wordt er gehandhaafd. Hierbij kun je denken aan het ontbreken van zonnepanelen, waardoor niet voldaan wordt aan de BENG uit de omgevingsvergunning.
De laatste jaren kennen de geconstateerde tekortkomingen voor het overgrote deel geen hoog risicoprofiel. Welstandelijk gezien is evenmin sprake tot zorg kijkend naar de afgelopen periode; het aantal afwijkingen van de adviezen van de commissie is jaarlijks op één hand te tellen. Een van de doelstellingen was daarnaast dat 65% van de vergunningen voor bouwen binnen een termijn van 4 weken zou moeten worden afgehandeld. Deze doelstelling is niet behaald en niet langer realistisch. Gezien het feit dat voor gemiddeld 68% van de aanvragen afgeweken moet worden van het bestemmingsplan en je hierdoor vaak afhankelijk bent van meerdere deeladviseurs is het van belang dat de doelstelling wordt wordt versoepeld. De besluitvorming op vergunningaanvragen is de voorgaande jaren vrijwel altijd binnen de wettelijke termijnen geweest, derhalve weinig tot geen vergunningen van rechtswege. Deze doelstelling zal derhalve ook de komende jaren weer nagestreefd worden. 59 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Het doel wat betreft het dekkingspercentage van de leges was 100%. In de praktijk is echter gebleken dat dit een te gedreven doel is, waardoor dit percentage zal worden teruggeschroefd naar een doelstelling van 85%. De bestemmingsplannen waren op hoofdlijnen actueel een toekomstbestendig de afgelopen tijd. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zal de komende tijd aandacht worden besteed aan het verder opstellen van het toekomstige omgevingsplan. Hoewel het aantal bezwaar- en beroepsschriften de afgelopen jaren flink gestegen is, zijn nog altijd merendeel (circa 90%) hiervan ongegrond. De komende jaren is het van belang dat het behalen van dit resultaat wordt doorgezet. De gemeentelijke taken met betrekking tot brandveiligheid worden uitgevoerd door de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland. Dit heeft een hoge prioriteit binnen de gemeente. Er zijn de laatste jaren weinig overtredingen geconstateerd met betrekking tot brandveiligheid. Mogelijk heeft de actieve rol bij toezicht en handhaving binnen RO hierin zijn vruchten afgeworpen. De komende jaren blijft dit een belangrijke doelstelling.
60 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
3. BELEID VERGUNNINGVERLENING 3.1 INLEIDING Binnen dit hoofdstuk zal worden vastgelegd welke doelen er zijn voor het verlenen van vergunningen en wat binnen deze doelen prioriteit heeft. Door middel van welke indicatoren we gaan meten zal worden aangegeven of de doelstellingen ook worden bereikt. Daarna zal de te volgen strategie per activiteit worden weergegeven. Al deze zaken zijn gebaseerd op een probleem- en risicoanalyse. In het kader van het Besluit omgevingsrecht is periodieke herijking verplicht voor de handhavingstaken. Tevens in de samenwerking bij de uitvoer (Omgevingsdienst, Veiligheidsregio of voor overige bouw- en milieutaken met omliggende gemeenten), behoudt het bevoegd gezag de wettelijke plicht om haar uitvoeringsstrategieën vast te stellen. 3.2 PROBLEEMANALYSE Voordat de risicoanalyse wordt opgesteld, wordt er begonnen met de achtergrondgegevens van de gemeente en de probleemanalyse. De gemeente heeft ruim 36.000 inwoners en kent mede door de fusie in 2016 een gemengd karakter. De gemeente bestaat uit een aantal verstedelijkte kernen (Edam, Volendam), een aantal dorpse kernen, Beets, Hobrede, Kwadijk, Middelie, Oosthuizen, Warder en Schardam en een uitgestrekt landelijk gebied. Bouwen Zowel Edam, als Volendam hebben beide een historisch centrum, waarvan één is aangewezen als Beschermd Stadsgezicht (Edam).
De aanwezige monumenten en de wens tot behoud van het uiterlijk aanzien van deze kernen, zorgen ervoor dat welstandelijke inbreuken aan panden en aantastingen van de openbare ruimte een zwaarder gewicht worden toegekend, dan in gebieden die historisch gezien minder relevant zijn. De gemeente is na de tweede wereldoorlog gegroeid en kent een hoog percentage eigen woning bezit. De woningvoorraad kan dan ook als relatief jong worden gekenmerkt. Er is een geringe doorstroming, woningen worden vaak voor het leven gekocht, waardoor de bewoners de woning in goede staat houden. Risico’s als gevolg van gedateerde woningen en technische installaties doen zich om die reden niet op grote schaal voor. De actieve woningcorporaties binnen de gemeente voeren een actief beleid ten aanzien van het beheer van hun woningbezit. De staat van de voorraad brengt in dat opzicht geen bijzondere risico’s met zich mee. De gemeente heeft een hoge grondwaterstand en een slechte grondslag (veenondergrond). Problemen ten aanzien van zowel grondwateroverlast als grondwateronderlast en aanverwante funderingsproblemen vormen een reëel risico binnen de gemeente. Die situaties kunnen zich vooral voordoen op plaatsen van voormalige waterlopen (drooggelegde sloten e.d.). Er zijn op dit moment geen signalen bekend van grootschalige probleemsituaties ten aanzien van funderingen (zoals paalrot).
Veiligheid is al heel lang een speerpunt van beleid. De brandveiligheid en de constructieve veiligheid van met name publiek toegankelijke gebouwen blijven aandachtspunten en kunnen in algemene zin als risico’s worden aangemerkt. Natuur Polder Zeevang is aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze aanwijzing betekent dat het gebied beschermd is op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wnb zal opgaan in de Omgevingswet (Ow). De Wnb zal niet als één geheel opgaan in de Ow. De huidige bepalingen uit de Wnb, het Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming gaan verspreid worden over de Ow, de AMvB’s en de Regeling. De Wet natuurbescherming zal volledig komen te vervallen. Dit wordt geregeld in de Aanvullingswet natuur en Aanvullingsbesluit natuur die bij de Ow horen.
61 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Milieu De gemeente kent in toenemende mate inbreilocaties waar de nodige aandacht voor zijn evenals voor de verdere ontwikkeling van de bedrijventerreinen. In de gemeente zijn vier bedrijventerreinen gelegen, te weten Oosthuizerweg, Julianaweg en Slobbeland, en bedrijventerrein Zeevang waar voornamelijk bedrijven in de sectoren industrie, groothandel, transport, bouwnijverheid en zakelijke dienstverlening zijn gevestigd. De kernen zijn met name gericht op toerisme en recreatie en in het buitengebied zijn daarnaast nog enkele agrarische inrichtingen gelegen. Het bedrijfsverloop is groot, vooral in de sectoren detailhandel en dienstverlening. Sinds de fusie is sprake geweest van groei van het aantal bedrijven als gevolg van het koppelen van de verschillende gegevensbestanden. Die groei betrof echter niet het aantal bedrijven op industrieterreinen, maar gaan over bedrijven aan huis e.d. die niet genoopt hebben tot extra bedrijfsbezoeken. Verwacht wordt ook dat er hierin de komende jaren geen grote veranderingen gaan plaatsvinden. De toezichttaken buiten de inrichtingen zijn ingedeeld in afvalstortingen, asbest, agrarische bedrijven en jachthavens, en overige taken.
Omdat er in de gemeente eveneens veel bedrijfsunits aanwezig zijn, waar periodes van leegstand en gebruik elkaar afwisselen, en daarnaast de wisseling in bedrijven groot is, zijn bedrijfsunits als specifieke toezichtcategorie toegevoegd. Onder het onderwerp ´natuur´ valt onder andere afval, geluid, energie, bodem en lucht. Er is voor gekozen om ´natuur´ niet onder te verdelen in de verschillende deelaspecten. Een dergelijke onderverdeling biedt weinig meerwaarde voor de uiteindelijke score in de prioriteitenstelling. De indirecte lozingen van bedrijven die vallen onder de Waterwet, worden in het kader van de normale bedrijfsbezoeken gecontroleerd. Onder de Ow verdwijnt het begrip ‘inrichting’ uit de Wet milieubeheer (Wm). Het begrip wordt vervangen door een regulering per milieubelastende activiteit. De rijksregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Maar er kunnen ook andere regels gelden. Het verschil met het huidige begrip inrichting is, dat het voor de geldigheid van de milieuregels van het Bal meestal niet meer uitmaakt: • of een activiteit een bedrijfsmatige omvang heeft; • hoe lang de activiteit duurt; • of de activiteit op een vaste plek plaatsvindt. De milieubelastende activiteit verschilt van het begrip inrichting uit de Wet milieubeheer, maar ook van het begrip inrichting uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
De milieubelastende activiteit omvat onder het Bal ook activiteiten buiten inrichtingen waarvoor nu al algemene regels gelden, zoals: • lozingen van afvalwater in rioolstelsels en in de bodem; • omgaan met afvalstoffen (storten, verbranden, nuttig toepassen); • toepassing van warmte- en koudeopslag.
62 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
3.3 RISICOANALYSE VERGUNNINGVERLENING 3.3.1 BESCHRIJVING VAN DE SYSTEMATIEK In de risicoanalyse staat de basis voor de doelen en prioriteiten die gesteld worden. In artikel 7.2 van het Bor is bepaald dat er een risicoanalyse ten grondslag moet liggen aan het beleid. De analyse geeft inzicht waar de risico’s zich voordoen en geeft op deze wijze een handvat voor het maken van keuzes in zowel toetsing als toezicht en handhaving. De risico’s moeten beheersbaar en controleerbaar zijn. Het vaststellen van de aspecten en de diepgang waarop vergunningsaanvragen dienen te worden getoetst en het vastleggen daarvan in protocollen maken die risico’s beheersbaar. Door het werken met bestuurlijk vastgestelde toetsingsprotocollen zijn de interne risico’s afgedekt. Daarnaast kunnen hierdoor eventuele aansprakelijkheidsstellingen worden begrensd. Het is nauwelijks of niet aan te geven wat een adequaat toetsingsniveau is. Feit is dat er ten aanzien van de toetsing van (bouw)vergunningaanvragen gemotiveerd keuzes mogen en moeten worden gemaakt en prioriteiten worden gesteld. De wetgever heeft er meer en meer voor gekozen de verantwoordelijkheid voor het bouwen bij de bouwer zelf neer te leggen. Het idee dat door toetsing en toezicht de overheid mede verantwoordelijk is voor het bouwwerk of de activiteit is niet juist en kent geen juridische grondslag.