Omgevingsbeleidsplan 2022-2026.docx
Tekst van het document
19 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Hemelwater op particulier terrein is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de eigenaar van dit perceel, maar hemelwater in openbaar gebied behoort tot de verantwoordelijkheid van de gemeente. In het vGRP wordt aangegeven waar welke voorzieningen zijn gerealiseerd of in de planperiode worden gerealiseerd. In 2018 is een nieuw gezamenlijk (v)GRP opgesteld. Eveneens moet rekening worden gehouden met foutieve aansluitingen. Hiervan is sprake indien vuilwateraansluitingen zijn aangesloten op het hemelwaterriool. Dit komt door bijvoorbeeld onoplettendheid tijdens een verbouwing waardoor de afvoer van het toilet, de badkamer, de wasmachine en/of de keuken per ongeluk op de regenwaterriolering wordt aangesloten in plaats van op de vuilwaterriolering. Hierdoor komt ongezuiverd afvalwater in de regenwaterriolering en vervolgens in het oppervlaktewater terecht. Dit onderwerp is meegenomen in het vGRP. De Waterwet bevat eveneens de gemeentelijke zorgplicht voor de in het openbaar gebied te treffen maatregelen om structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Polder Zeevang is een voorbeeld van een kwetsbaar gebied. Onder- en overbemaling kunnen gevaar opleveren voor het landschap, natuur en biodiversiteit. Ook is het van belang dat het water een goede doorstroom kent om ziektes bij flora en fauna te voorkomen.
In het Beheerplan Natura 2000 Polder Zeevang (opnieuw vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland op 26 oktober 2021) wordt hier rekening mee gehouden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met waterhuishoudkundige eisen op korte en lange termijn. Het proces van de Watertoets voorziet erin dat rekening wordt gehouden met de eisen zoals die vanuit het waterbeheer worden gesteld. Dit is niet alleen van belang voor een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem, maar ook om zoveel mogelijk te voorkomen dat water- gerelateerde problemen ontstaan nadat er is gebouwd. Op grond van deze zorgplicht moeten we ons als gemeente inspannen om structurele problemen te voorkomen of te beperken. Naast de verantwoordelijkheid voor hemelwater en grondwater is de gemeente verantwoordelijk voor het baggeren van de watergangen. De gemeente Edam-Volendam heeft een baggerplan laten opstellen voor de watergangen binnen het stedelijk gebied. Het doel van het baggerplan is het realiseren van een gemotiveerde, structurele aanpak van het onderhoudsbaggeren, waarbij voor een periode van tien jaar de kosten, de milieuhygiënische kwaliteit en de hoeveelheid bagger inzichtelijk is. In het plan staat onder andere wanneer de baggerspecie vrij verspreidbaar is. Tevens is een beheers- en onderhoudsplan schoeiingen & kademuren vastgesteld.
In 2015 is, in het kader van het Bestuursakkoord Water, de samenwerking in de afvalwaterketen binnen de regio Zaanstreek-Waterland vormgegeven. Gemeenten en waterschappen hebben in het bestuursakkoord Water afgesproken het rioleringsbeheer beter op elkaar af te stemmen. De aankomende jaren zal dan ook worden ingezet op een goede communicatie- en informatie-uitwisseling met de waterpartners, waardoor het waterbeheer zo efficiënt mogelijk kan worden uitgevoerd en de kosten zo laag mogelijk worden gehouden. Ten slotte beschikt de gemeente over meerdere buitenzwemplaatsen, zoals het strand Schardam, strandbad Edam en Slobbeland Volendam. Rijkswaterstaat controleert de zwemwaterkwaliteit (Rijkswateren) gedurende het zwemseizoen en geeft de resultaten door aan de provincies. De waterschappen onderzoeken in opdracht van de provincies, in de overige zwemwateren (niet Rijkswateren) de waterkwaliteit. Zij beoordelen of het zwemwater op een zwemwaterlocatie aan de normen voldoet en geven de resultaten door aan de provincie. Voor de volksgezondheid is het van belang dat de gemeente dit water in samenwerking met de provincie schoon en veilig houdt.
20 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Visie De kwaliteit en kwantiteit van het water, de verbinding van het watersysteem met andere systemen en de veiligheid dienen op orde te zijn. Met dit op het oog wordt een integraal waterbeleid gevoerd, waarin het Waterplan, het vGRP, de uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie en het baggerplan met elkaar verbonden zijn. Activiteiten Beleid 1.
Goede communicatie en afstemming tussen waterpartners
2.
Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie
Uitvoering 3.
Foutieve aansluitingen aanpakken
4.
Tegengaan onder- en overbemaling
5. 6. 7. 8.
Waarborgen schoon zwemwater Samenwerking afwaterketen voortzetten Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Opstellen van een nieuw convenant/waterplan met het Waterschap
21 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
4. LUCHTKWALITEIT EN GEUR 4.1 INLEIDING Luchtkwaliteit is een belangrijk deel van omgevingskwaliteit. Bij luchtkwaliteit kan men denken aan geuroverlast, bijvoorbeeld bij een weg, bepaalde soorten industrie, visverwerkingsbedrijf of agrarisch bedrijf. Geur kan in de leefomgeving hinder veroorzaken en gezondheidsrisico's met zich meebrengen. Geurhinder kan leiden tot lichamelijke klachten, zoals hoofdpijn, misselijkheid en een verstoorde ademhaling. Ook kan geur psychische klachten veroorzaken, zoals spanningen en langdurige onvrede over de woon- en leefomgeving. Echter, met luchtkwaliteit bedoelen we niet alleen geur, het gaat ook om de luchtkwaliteit die niet direct te merken is, maar wel gevolgen heeft voor de gezondheid. Hierbij speelt fijnstof een grote rol. Circa 50% van het fijnstof in de lucht is afkomstig van natuurlijke bronnen zoals zand, zeezout en pollen. Het andere deel is afkomstig uit menselijke activiteiten zoals industrie, landbouw, huishoudens, scheepvaart, luchtvaart en verkeer. Fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) zijn de belangrijkste stoffen waarvoor richtlijnen en maximale waarden zijn opgenomen in de luchtkwaliteitsregelgeving.
4.2 LANDELIJK BELEID EN RICHTLIJNEN Met wet- en regelgeving wil de Rijksoverheid zorgen voor een goede luchtkwaliteit en de burgers beschermen tegen de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. Om de kwaliteit van de buitenlucht te waarborgen zijn regels en grenswaarden opgesteld teneinde de uitstoot (emissies) bij de bron te beperken. De regels en grenswaarden zijn o.a. terug te vinden in internationale wetgeving, nu nog de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit en jurisprudentie. De Verenigde Naties (VN) en de Europese Unie (EU) bepalen de emissieplafonds. Afspraken hierover staan in verschillende akkoorden zoals: Convention on Long-range Transboundary, Air Pollution, en het Gotenburg Protocol. De EU heeft grens- en streefwaarden gesteld voor stoffen in de lucht waaraan EU-lidstaten moeten voldoen. Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) moet ervoor zorgen dat Nederland de grenswaarden binnen de gestelde termijn bereikt. Rijk, provincies en gemeenten zetten zich hiervoor in. Afgezien van een aantal plaatsen met een hoog aantal aan veehouderijen, industrie en een hoge bevolkingsdichtheid, zien we veel verbeteringen in de waarden. Nationale Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit De afgelopen decennia is de luchtkwaliteit in Nederland aanzienlijk verbeterd.
In grote delen van Nederland liggen de concentraties van luchtverontreinigende stoffen (ruim) onder de Europees vastgestelde normen. Omdat maar een beperkt aantal lokale (dreigende) overschrijdingen van de normen voor fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) resteren zal met de inwerkingtreding van de Omgevingswet daarom niet meer worden gewerkt met een programmatische aanpak zoals in het NSL. Het NSL komt daarom met de inwerkingtreding van de Omgevingswet te vervallen. Dit betekent voor projecten die onder het oude recht vallen en volgens het overgangsrecht van de Omgevingswet gebruik mogen maken van het oude recht tot onherroepelijk worden, dat het project geen beroep kan doen op het NSL. Deze projecten moeten een zelfstandig luchtkwaliteitsonderzoek uitvoeren om aannemelijk te maken dat is voldaan aan een van de grondslagen genoemd in sub a t/m c van artikel 5.16, lid 1 Wm. Omgevingswaarden De grenswaarden voor luchtkwaliteit die zijn opgenomen in bijlage 2 van de Wm voor de stoffen zwaveldioxide, benzeen, lood, koolmonoxide, ozon, fijnstof, stikstofmonoxide en stikstofdioxide wijzigen niet als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, omdat deze volgen uit Europese richtlijnen. Deze grenswaarden komen in de Omgevingswet terug in §2.2.1 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) als rijksomgevingswaarden.
22 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Een omgevingswaarde is, kort gezegd, een maatstaf voor de staat of kwaliteit van de fysieke leefomgeving die kan gelden als inspannings- of resultaatsverplichting. In §2.2.1 Bkl is per rijksomgevingswaarde aangegeven of sprake is van een inspannings- of resultaatsverplichting. Als een omgevingswaarde is vastgesteld, schept dit twee verplichtingen: 1) de plicht tot monitoring, om te bewaken of aan de omgevingswaarde wordt voldaan (artikel 20.1 Omgevingswet); 2) en de plicht tot het opstellen van een programma met maatregelen wanneer sprake is van een dreigende overschrijding (artikel 3.10 Omgevingswet). Instructieregels Voor het omgevingsplan geldt niet dat in alle gevallen de gevolgen voor de luchtkwaliteit moeten worden beoordeeld bij de vaststelling van het plan. Er is in §5.1.4.1 Bkl enkel voor een specifiek aantal activiteiten en gebieden gesteld dat de luchtkwaliteit moet worden beoordeeld bij de vaststelling van het omgevingsplan. Dit betreft in provincie Noord-Holland de regio Amsterdam/Haarlem, omvattend de gemeenten: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beverwijk, Bloemendaal, Diemen, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Ouder-Amstel, Uithoorn, Velsen, Zaanstad en Zandvoort. Voor deze specifieke gevallen en gebieden valt niet uit te sluiten dat overschrijdingen van de rijksomgevingswaarden optreden. Dit is dus niet van toepassing op gemeente Edam-Volendam.
Edam-Volendam bevindt zich niet in een aandachtsgebied. De beoordeling van de luchtkwaliteit is beperkt tot de aandachtsgebieden, omdat er buiten de aandachtsgebieden geen sprake is van een dreigende overschrijding van NO2 en PM10. Een ontwikkeling buiten een aandachtsgebied kan echter wel leiden tot een toename van NO2 en PM10 binnen de aandachtsgebieden. Denk aan een wegaanleg project dat door verkeersaantrekkende werking leidt tot een toename binnen een aandachtsgebied. Dit is voor het project de derde ontsluitingsweg niet aan de orde. WHO-advieswaarden en het Schone Lucht Akkoord De Europese normen voor luchtkwaliteit zijn mede gebaseerd op adviezen van de World Health Organisation (WHO). Bepaalde advieswaarden van de WHO, zoals voor NO2, PM10 en PM2,5, gaan verder dan de Europese norm. Deze waarden zijn dus niet overgenomen als rijksomgevingswaarden, maar geven wel richting aan de ontwikkeling en uitvoering van het Nederlandse luchtkwaliteitsbeleid. Zo is onlangs het Schone Lucht Akkoord (SLA) bekend gemaakt. Met het SLA wordt toegewerkt naar de advieswaarden van de WHO voor luchtkwaliteit in 2030 voor NO2, PM10 en PM2,5. De WHO advieswaarden en het SLA zijn geen onderdeel van de Omgevingswet waardoor er nochtans geen aanleiding is om hieraan te toetsen.
Niet In Betekenende Mate Bij het toelaten van activiteiten of werken in zijn op grond van 5.53 Bkl activiteiten en werken die niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging in beginsel vrijgesteld van toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor NO2 en PM10. Er is sprake van NIBM wanneer de toename van de concentratie NO2 en PM10 in de buitenlucht niet hoger is dan 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentratie. Artikel 5.53 Bkl heeft daarmee dezelfde werking als artikel 5.16 lid 1 sub c Wm. In dat geval hoeft geen volledig luchtkwaliteitsonderzoek te worden uitgevoerd. Aantonen dat de toename NIBM is, is voldoende. Op enkele locaties waar sprake is relatief hoge concentraties PM10 kan het exploiteren van een veehouderij die minder dan 3% bijdraagt aan de concentratie van PM10 leiden tot overschrijdingen van de omgevingswaarden voor PM10. Bij het toestaan op deze locaties van de exploitatie van veehouderijen met emissies PM10 van meer dan 800 kg per jaar dienen altijd de rijksomgevingswaarden in acht te worden genomen, en kan geen sprake zijn van een NIBM bijdrage. De locaties waarvoor dit geldt (de zogenoemde uitzonderingslocaties) liggen in een zevental gemeenten, genoemd in artikel 5.53 Bkl. Voor veehouderijbedrijven die tot maximaal 800 kg PM10 per 23 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
jaar emitteren blijft de mogelijkheid bestaan om uit te breiden met toepassing van NIBM. Gemeente EdamVolendam wordt niet genoemd in artikel 5.53 Bkl. Er moet nog precies worden onderzocht wat dit betekent in de zin van toepassen NIBM. 4.3 PROVINCIAAL BELEID De doelstelling van de provincie is het verder verbeteren van de luchtkwaliteit in Noord-Holland, gericht op het creëren van een gezonde(re) leefomgeving. De provincie neemt deel aan het NSL. Met name in de gebieden waar nog niet is voldaan aan de criteria zal de provincie deze NSL-aanpak nog enkele jaren voortzetten en monitoren. De provincie borgt de afname van luchtvervuiling door onder andere monitoring van de maatregelen die voortkomen uit de NSL en door de voortzetting van het bestuurlijke Milieudialoog IJmond, zodat samen met partners blijvend de balans gevonden kan worden tussen economische ontwikkeling en een gezonde leefbare woonomgeving. In deze Milieudialoog wil de provincie het gesprek aangaan over de wijze waarop omgegaan wordt met de huidige discrepantie tussen gemeentelijk (stand-still) beleid en de toepassing van het NIBMprincipe (toepassing Niet In Betekenende Mate, i.e. activiteiten waarbij de bijdrage aan de luchtverontreiniging beperkt is). Daarnaast creëert de provincie bewustzijn onder inwoners over de gevaren van slechte luchtkwaliteit door te informeren over de gezondheidseffecten.
Met deze bewustwording wordt een gedragsverandering ingezet; mensen zien de noodzaak om zelf een bijdrage te leveren aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Daarnaast zoekt de provincie aansluiting bij landelijke Green Deals of Health Deals en zoekt zij naar meer verbinding tussen het luchtkwaliteitsdossier en het duurzame energiedossier. De Provincie probeert innovatie te stimuleren door onder meer subsidies beschikbaar te stellen voor het terugdringen van emissies, het verbieden van bepaalde stoffen en het opzetten van een meetnetwerk. In de provinciale omgevingsvisie staat het doel is dat de luchtkwaliteit in Noord-Holland uiterlijk in 2050 voldoet aan de WHO-normen (Europese richtlijn luchtkwaliteit). Provincie start met het Programma Gezonde Leefomgeving dat te zijner tijd als een vrijwillig programma onder de Omgevingswet gaat gelden. Dit biedt de mogelijkheid om er bijvoorbeeld bestuursakkoorden aan te koppelen. Hoewel een dergelijk programma zelfbindend is, dient te worden aangegeven hoe de participatie is georganiseerd. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het programmaplan daarom ter inzage gelegd en waar nodig aangepast.
4.4 LOKALE SITUATIE EN BELEID In beginsel kent de gemeente Edam-Volendam geen overschrijding van de signaalwaarden of grenswaarden voor wat betreft de luchtkwaliteit. Als straks de Omgevingswet in werking treedt en een omgevingswaarde bij wet is vastgesteld, zoals bij de rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit in de buitenlucht uit §2.2.1 Bkl, dan kan een decentraal bestuursorgaan als een gemeente alleen omgevingswaarden vaststellen voor die onderwerpen als is bepaald dat afwijkende of aanvullende omgevingswaarden mogen worden vastgesteld. Voor luchtkwaliteit is dit bepaald in artikel 2.1a Bkl, tweede lid: Bij omgevingsplan of omgevingsverordening kan voor de kwaliteit van de buitenlucht een aanvullende omgevingswaarde of een afwijkende omgevingswaarde die strenger is dan de omgevingswaarden, bedoeld in het eerste lid, worden vastgesteld. Bij de vaststelling daarvan worden de economische effecten betrokken.
24 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Met de mogelijkheid van een afwijkende omgevingswaarde kan een decentraal bestuursorgaan een waarde vaststellen voor een omgevingswaarde die al door een hoger bestuursorgaan is vastgesteld. Bijvoorbeeld voor PM10 kan een gemeente in het omgevingsplan een andere waarde opnemen dan de waarde bepaald in artikel 2.5 Bkl. Een specifieke voorwaarde voor luchtkwaliteit is dat die gemeentelijke omgevingswaarde een strengere waarde moet zijn dan de rijksomgevingswaarden. De rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit volgen namelijk uit Europese richtlijnen die een bovengrens opleggen. Met de mogelijkheid van een aanvullende omgevingswaarde kan een gemeente een extra omgevingswaarde vaststellen binnen een onderwerp waarvoor het Rijk omgevingswaarden heeft vastgesteld. Het gaat dan om parameters waarvoor het Rijk geen omgevingswaarde heeft gesteld. Binnen het onderwerp luchtkwaliteit in de buitenlucht kan de gemeente bijvoorbeeld een aanvullende omgevingswaarde voor de concentratie van roet vaststellen. Een algemene voorwaarde voor het stellen van een decentrale omgevingswaarde is dat de gemeente de mogelijkheid heeft om naleving van de omgevingswaarde te beïnvloeden of te beheersen door het treffen van brongerichte of effectgerichte maatregelen binnen zijn grondgebied.
Het is bijvoorbeeld dus niet passend dat een gemeente een omgevingswaarde vaststelt voor ozon, omdat gemeenten nauwelijks invloed hebben op de concentraties ozon op het grondgebied. Een gemeente kan ook geen omgevingswaarden vaststellen met betrekking tot rijksinfrastructuur, omdat zij geen bevoegdheid heeft maatregelen te treffen ter beheersing of beïnvloeding van die omgevingswaarde. In hoeverre de gemeente de mogelijkheid heeft om naleving van roet, gebruik van open haard, te beinvloeden moet worden onderzocht. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit moeten de beoordelingsregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving worden toegepast. Omdat bij het voldoen aan de wettelijke normen gezondheidseffecten niet uit te sluiten zijn, wil de gemeente de luchtkwaliteit zo hoog mogelijk houden. Op het moment is geen actueel geurhinder- en luchtkwaliteitsonderzoek beschikbaar. Wanneer nodig kan de gemeente een onderzoek laten uitvoeren. Zoals gezegd liggen veel regels en grenswaarden met betrekking tot de luchtkwaliteit vast in nationale en internationale wetgeving. Er is echter wel speelruimte op het gebied van geurhinder. De gemeente heeft veel ondernomen om de wettelijke waarden te behalen en de meest efficiënte stappen zijn gemaakt.
Het is daarom niet mogelijk om met de beperkte financiële middelen een groot effect op korte termijn te bereiken. Wel kan middels kleine stappen, op langere termijn, worden gekomen tot verdere verbetering van de lokale luchtkwaliteit. Het thema geur zal bij inwerkingtreding van de Omgevingswet een plaats krijgen in het omgevingsplan. Activiteiten die een geur veroorzakend effect hebben worden nu nog gereguleerd via het Activiteitenbesluit, maar straks dus in het omgevingsplan. De bruidsschat noemt deze activiteiten als niet-industriële voedselbereiding. De gemeente is op grond van het Bkl verplicht een aanvaardbaar geurhinderniveau te waarborgen. Hiertoe zal in ieder geval een bebouwingscontour geur stedelijk gebied in het omgevingsplan moeten worden vastgesteld. Het Besluit activiteiten leefomgeving noemt activiteiten die als milieubelastend worden gekwalificeerd als een rioolwaterzuiveringsinstallatie, het houden van landbouwhuisdieren en andere agrarische activiteiten. De belangrijkste lokale bron van luchtverontreiniging is het verkeer in Edam en Volendam. Vooral in de omgeving van (doorgaande) wegen is de lucht van een matige kwaliteit. De beoogde derde ontsluiting zal naar verwachting positieve gevolgen hebben op de plaatselijke luchtkwaliteit.
Immers de verschuiving van een deel van de verkeersstromen van de Julianaweg en de Singelweg naar de derde ontsluiting leidt tot een verlaging van de concentratie van stikstofdioxide en zwevende deeltjes ter plaatse. Belangrijker dan de afname van de 25 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
verkeersintensiteit is de verwachte afname van verkeersstagnatie waardoor het aantal stationair draaiende en vanuit stilstand optrekkende auto’s met bijbehorende emissies zal afnemen. De gemeente wil het gebruik van auto’s delen stimuleren (Greenwheels, Autodate etc.). Dit is gunstig voor de luchtkwaliteit, aangezien huishoudens met deelauto’s op jaarbasis minder kilometers afleggen. Door uitbreiding van het aantal locaties waar deze auto’s beschikbaar zijn, wordt het aantrekkelijker voor meer gebruikers. Dit heeft een positief effect door een beperkte investering (gereserveerde parkeerplaats). Elke elektrische in plaats van conventioneel gereden kilometer heeft een positief effect op de lokale luchtkwaliteit en veroorzaakt daarnaast minder verkeersgeluid in de bebouwde kom. Om deze redenen wil de gemeente het gebruik van elektrische auto´s stimuleren door in te zetten op de uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen met oplaadpunten. Het gebruik van elektrische auto’s in het wagenpark van de gemeente is eveneens een goede optie. Dit kan door de huidige auto’s, wanneer deze zijn afgeschreven, te vervangen door elektrische modellen. Hiermee neemt de gemeente een voorbeeldfunctie op zich.
Visie De luchtkwaliteit in Edam-Volendam voldoet aan alle wettelijke waarden. Het doel is dit te behouden, echter daarmee zijn we er nog niet. In de aankomende jaren gaat de gemeente zich inzetten voor een hoog niveau van luchtkwaliteit en een zo groot mogelijke beperking van geurhinder. Activiteiten Beleid 1.
Stimuleren verbetering luchtverontreiniging (informatieverlening, duurzaamheidsmaatregelen)
2.
Klimaat- en duurzaamheidsagenda updaten
3.
Gemeente als voorbeeld niet-vervuilende mobiliteit
Uitvoering 4.
Uitbreiden netwerk elektrisch rijden
5.
Elektrische auto’s opnemen in gemeentelijk wagenpark
6.
Derde ontsluiting aanleggen
26 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
5. GELUID, TRILLINGEN EN STRALING 5.1 INLEIDING Geluid is bij uitstek een lokaal milieuaspect. Bijna alle functies en bestemmingen hebben er mee te maken. Sommige functies zijn veroorzaker van geluidsoverlast, zoals verkeer en bedrijven. Andere functies, zoals wonen, gezondheidszorg en onderwijs kunnen hinder ondervinden van geluid. De belangrijkste bronnen van geluidhinder zijn wegverkeer, vliegverkeer en buren. Industrie en treinverkeer leiden in mindere mate tot geluidhinder. Langdurige blootstelling aan geluid kan naast hinder en slaapverstoring ook lichamelijke klachten veroorzaken. Het ervaren niveau van overlast is afhankelijk van iemands persoonlijke eigenschappen en de bron van de geluidsoverlast. Naast geluid zullen we in dit hoofdstuk eveneens het beleid bespreken op het gebied van straling.
5.2 LANDELIJK BELEID EN RICHTLIJNEN Beheerders van belangrijke infrastructuur en gemeenten binnen agglomeraties stellen iedere 5 jaar een geluidsbelastingkaart en een actieplan op. Deze verplichting komt voort uit de Europese richtlijn omgevingslawaai en is geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. Eerst in de Wet geluidhinder, vanaf 2012 in de Wet milieubeheer. De Europese richtlijn is ook geïmplementeerd in de Omgevingswet die naar verwachting per 1 juli 2022 in werking treedt. De geluidsbelastingkaart wordt uiterlijk 30 juni 2022 vastgesteld - en valt daarmee nog onder het regime van de Wet milieubeheer. Het actieplan geluid wordt uiterlijk vastgesteld op 18 juli 2024 volgens de Omgevingswet. Volgens artikel 4.97 en 4.98 Invoeringswet Omgevingswet is een geluidsbelastingkaart en actieplan dat is vastgesteld onder de Wet milieubeheer een geluidbelastingkaart en een actieplan geluid onder de Omgevingswet. De geluidsbelastingkaart en het actieplan geluid dat is vastgesteld onder de Wet milieubeheer, behoudt daarmee zijn status. En zijn geen juridische of technische aanpassingen nodig. Het actieplan geluid is op zichzelf geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en is niet gericht op rechtsgevolgen. Overgangsrecht is daarom niet van toepassing. Elke 5 jaar worden geluidsbelastingkaarten en actieplannen vastgesteld.
Bij eerste ronde zijn deze in respectievelijk 2007 en 2008 vastgesteld. Nu bij de vierde ronde worden de geluidsbelastingkaart en het actieplan geluid vastgesteld in respectievelijk 2022 en 2024. Dat is geregeld via de Verordening (EU) 2019/1010 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019. Voor de daaropvolgende ronden zal de periode van vijf jaar worden hervat. De Wet geluidhinder bestrijdt geluid dat wordt veroorzaakt door weg- en spoorverkeer en industrieterreinen. De wet is van toepassing op bestaande situaties maar ook op de aanleg van nieuwe woningen of wegen. De Wet geluidhinder gaat op in de Omgevingswet. Het aanvullingsspoor geluid vult het stelsel Omgevingswet aan met regels over geluidproductieplafonds voor industrieterreinen, wegen en spoorwegen. De beheersing van geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen komt bij de taken van gemeente, provincie, Rijk en waterschap. Doel is het beschermen van de gezondheid. De nieuwe regels komen in de plaats van de bestaande regels uit bijvoorbeeld de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder. De systematiek met geluidproductieplafonds uit de Wet milieubeheer gaat ook voor provinciale wegen en industrieterreinen gelden. De geluidregels voor lokale infrastructuur en geluidgevoelige gebouwen veranderen ook. De geluidproductieplafonds gaan gelden als omgevingswaarden. De
27 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
volgende omgevingswaarde moet verplicht door de gemeente worden vastgesteld: geluidproductie industrieterrein (artikel 2.11a Omgevingswet). Het Bouwbesluit dat straks wordt vervangen door het Besluit bouwwerken en leefomgeving bevat een groot aantal technische voorschriften die van toepassing zijn op het bouwen van onder meer woningen. Om bewoners te beschermen tegen geluid van buiten dient de buitengevel bijvoorbeeld geluid tegen te houden. Hetzelfde geldt voor wanden tussen verschillende woningen. De geluidnormen voor bedrijven zijn nu vastgelegd in de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit. Voor de meeste bedrijven gelden de standaard geluid-normen: de gemiddelde geluidbelasting van geluidsgevoelige objecten (waaronder woningen) mag gedurende dag, avond en nacht niet meer bedragen dan het vastgelegde aantal dB(A). Bij specifieke situaties kan de gemeente strengere of ruimere geluidnormen opleggen aan individuele bedrijven, bijvoorbeeld met een maatwerkvoorschrift of een aangepaste geluidnorm in de vergunning. Deze regels vervallen straks door inwerkingtreding van de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving. Geluid is juist een thema dat een lokaal effect heeft en daarmee lokaal, dus in het omgevingsplan, geregeld moet worden. De huidige regels komen eerst van rechtswege in het tijdelijk deel van het omgevingsplan terecht.
Dit om ervoor te zorgen dat er geen rechtsvacuüm ontstaat. De gemeente heeft tot 31 december 2029 de gelegenheid om te bepalen welke activiteit zij graag gereguleerd heeft en hoe het aanvaardbaar geluidniveau in de gemeente eruit ziet.
Figuur 5: Cumulatieve geluidsbelasting, 2012
STRALING Berichten in de media over mogelijke nadelige gezondheidseffecten door blootstelling aan elektromagnetische velden van antennes leiden regelmatig tot ongerustheid. Uit wetenschappelijk onderzoek naar de gezondheidseffecten van antennes is naar voren gekomen dat het lichaam op kan warmen bij hoge veldsterktes. Om onnodige opwarming en ander mogelijke neveneffecten te voorkomen, zijn blootstellingslimieten opgesteld. Deze limieten geven de maximale waarden aan waar een persoon aan mag worden blootgesteld. De blootstellingslimieten zijn vastgesteld door ICNIRP, de International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection. 28 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
5.3 PROVINCIAAL BELEID De provincie wil in de hele provincie een goede balans tussen leefbaarheid en economische ontwikkeling. Een belangrijk aspect van de leefbaarheid is een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Daarmee doelen zij op aspecten die de fysieke leefomgeving gezond en veilig maken. Denk aan luchtkwaliteit, geur, bodem en ondergrond, waterkwaliteit, geluid, omgevingsveiligheid (gevaarlijke stoffen, brand en explosiegevaar), waterveiligheid en verkeersveiligheid. Maar zij doelen ook op aspecten die te maken hebben met het watersysteem, klimaatbestendigheid, ruimtelijke (landschappelijke) kwaliteit en natuur. Om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving voor de inwoners te behouden en te versterken, is een goed beheer van de bestaande kwaliteit nodig met toevoeging van (nieuwe) kwaliteiten. Daarnaast is de provincie bezig de omgevingskwaliteit gedetailleerder in kaart te brengen, zodat zij inzicht krijgen in de mogelijkheden om gebiedsgericht maatwerk te leveren.
5.4 LOKALE SITUATIE Vele gemeenten in Nederland krimpen of groeien nauwelijks. De gemeente Edam- Volendam is hier een uitzondering op: ze is in de afgelopen jaren gegroeid en gaat verder groeien. De wijk Broeckgouw is deels ontwikkeld en wordt verder uitgebreid. Een infrastructurele maatregel die grote effecten voor de gemeente heeft is de derde ontsluiting in Volendam. Daarnaast is de gemeente gefuseerd met de gemeente Zeevang. Deze veranderingen in de gemeente Edam-Volendam leiden tot grote veranderingen in verkeersstromen in de gemeente. Het is van belang om goed in beeld te hebben wat de toekomstige verkeersintensiteiten in de gemeente worden, om de infrastructuur daar goed op te kunnen laten aansluiten. Ook voor de berekening van bijvoorbeeld geluidshinder en luchtkwaliteit zijn betrouwbare verkeerscijfers een vereiste. De gemeente Edam-Volendam beschikt over een verkeersmodel waarmee de verkeersstromen op het hoofdwegennet voor zowel het basis- als het prognosejaar inzichtelijk zijn. In de laatste volledige actualisering was het basisjaar 2011 en het prognosejaar 2030. Het model was gebaseerd op het toenmalige NRM. Het model is in 2020 geactualiseerd, om de volgende redenen: • De uitgangspunten van het vorige model zijn verouderd. De verkeersstromen in het nieuwe verkeersmodel zijn gebaseerd op de nieuwste toekomstscenario’s van het CPB.
De basis is het onlangs opgeleverde VENOM2018. • De intensiteiten op de hoofdwegen zijn de afgelopen jaren toegenomen. We hebben het nieuwe model geijkt aan actuele tellingen (2016-2018) van de gemeentelijke, de provinciale en de Rijkswegen. De gemeentelijke uitgangspunten zijn gewijzigd. Alle nu bekende ruimtelijke ontwikkelingen tot 2030 (figuur 1.1 laat als voorbeeld de ontwikkeling van Broeckgouw in Edam-Volendam zien) voeren we in volgens de meest recente inzichten. In de voormalig gemeente Edam-Volendam is in 2007 een onderzoek uitgevoerd naar de door burgers ervaren geluidhinder. Het vaakst heeft men hinder van vliegtuigen. Hinder van verkeersgeluid staat op de tweede plaats. Met name in het centrum van Edam ervaart men hinder door verkeersgeluid. Ook geluid van buren, bouwactiviteiten, horeca en de kermis leiden tot hinderklachten. Industrie en scheepvaart leiden in veel mindere mate tot geluidsoverlast. De ambitie zoals in eerdere milieubeleidsplannen is opgenomen om de geluidhinder per saldo niet te laten toenemen en op plaatsen met een hoge verkeersintensiteit te laten afnemen blijft nog steeds overeind. Stille gebieden moeten stil blijven en in gebieden met hoge geluidsbelasting moet bestaande hinder verder worden teruggebracht naar aanvaardbare waarden. 29 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Figuur 6: Geluidsbelasting provinciale wegen Edam en Volendam
Verkeer Het aantal verkeersbewegingen is mede door ruimtelijke ontwikkelingen (uitbreidingswijken) en het gestegen autobezit de afgelopen jaren blijven stijgen. Door deze algemene toename in verkeersbewegingen is de geluidsproductie van het verkeer evenredig toegenomen. De streefwaarden worden op meerdere plaatsen in de gemeente overschreden. Ook het wegdektype speelt hierbij een rol, klinkers produceren meer geluid dan asfalt. In hoofdlijnen kan worden gesteld dat de geluidsbelasting in de vorm van overschrijding van voorkeurswaarden zich met name voordoet langs de hoofdverbindingswegen en wijkontsluitingswegen. Ook op drukkere erftoegangswegen met klinkerbestrating kan de geluidsproductie boven de voorkeurswaarde uitkomen. Uit de gemeentelijke verkeersenquête blijkt dat hinder van zwaar verkeer ook voorkomt. Het betreft hier voornamelijk trillingen en/of schade door deze trillingen. In Volendam werden eveneens problemen veroorzaakt door de aanwezigheid van grote aantallen toeristenbussen in het centrumgebied. Dit is in de afgelopen jaren afgenomen. Het parkeren van toeristenbussen is nu gestructureerd. Toeristenbussen parkeren nu op twee parkeerterreinen buiten het centrum van Volendam. Hierdoor is de overlast in het centrumgebied afgenomen. Ook is het aantal toeristenbussen t.o.v. 2016 enigszins afgenomen.
In 2018 is het gemeentelijk beleid voor het terugdringen van verkeerslawaai in Verkeersplan Edam-Volendam 2018-2023 vastgesteld als opvolger van het GVVP 2013. De maatregelen genoemd in het vorige Verkeersplan om geluid- en trillinghinder terug te dringen zijn uitgevoerd. In het huidige verkeersplan zijn geen maatregelen opgenomen inzake het terugdringen van geluidsbelasting door verkeer. Op het vliegverkeer boven het grondgebied, dat door geënquêteerden als bron van geluidhinder is aangewezen, heeft de gemeente geen invloed. Het is op dit moment moeilijk in te schatten welke effecten de toekomstige groei, alsmede mogelijke verplaatsing van vliegbewegingen naar vliegveld Lelystad zal hebben op de geluidhinder 30 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
door vliegtuigen. Gezien het geringe aantal recente klachtmeldingen bestaat vooralsnog geen aanleiding voor extra beleidsinspanningen inzake vliegtuiglawaai. In het gebied van Zeevang komen negen woningen voor op de Raillijst. ProRail draagt de verantwoordelijkheid de sanering van de woningen op de Raillijst uit te voeren. De sanering kan bestaan uit het plaatsen van raildempers en/of geluidschermen (zogenoemde bronmaatregelen). Dit maakt het aanbrengen van gevelisolatie wellicht niet noodzakelijk. Vanwege verwachtingen die in het verleden zijn gewekt, is er bij ProRail op aangedrongen de betreffende woningen met voorrang te behandelen. ProRail heeft echter geen concrete planning van de werkzaamheden gegeven. HORECA Edam en Volendam zijn toeristische trekpleisters. De gemeente kent een groot en gevarieerd aanbod van horecazaken, waaronder hotel, cafés, snackbars, restaurants en restaurant-cafés. De gemeente streeft ernaar om overlast voor woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen te beperken door eisen te stellen aan de toelaatbaarheid van activiteiten in het bestemmingsplan. In het centrum daarentegen wil de gemeente, onder voorwaarden, de regelgeving versoepelen. Niet alle horecaondernemers zijn zich bewust van de effecten van hun activiteiten op de leefomgeving.
De Wet milieubeheer verplicht horecaondernemers om bij verbouwing van de inrichting of wijziging van de exploitatie een melding in te dienen. Deze melding moet worden voorzien van een akoestisch onderzoek. Wanneer ondernemers kennis hebben van de geluidsuitstraling van hun pand en de consequenties van de wijze van exploitatie voor de omgeving, dan kunnen zij gerichte maatregelen nemen om de geluiduitstraling van de inrichting zodanig te verminderen dat aan de wettelijke geluidsnormen van het Activiteitenbesluit kan worden voldaan. Om de geluiduitstraling van een pand in overeenstemming te brengen met de wettelijke regels zijn verschillende maatregelen mogelijk, variërend van het gesloten houden van ramen en deuren en de muziek zachter zetten tot de installatie van een geluidbegrenzer of een bouwkundige aanpassing aan het pand. Indien nodig kunnen dergelijke maatregelen door middel van het opleggen van een nadere eis worden afgedwongen. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden de activiteiten met een geluidsaspect in het tijdelijke deel van het omgevingsplan geregeld. De Wet geluidhinder en het Activiteitenbesluit komen het te vervallen. De regels uit de Wet geluidhinder worden via het aanvullingsspoor geluid inhoudelijk vernieuwd en geïntegreerd in de Omgevingswet en uitvoeringsbesluiten zoals het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Het Besluit activiteiten leefomgeving vervangt het Activiteitenbesluit. Er zijn geen geluidnormen opgenomen in het Bal. Deze keuze is gemaakt omdat geluid vooral invloed heeft op de directe leefomgeving en daarom lokaal geregeld moet worden door het opnemen van geluidregels in het omgevingsplan. Gemeenten krijgen de bevoegdheid om eigen geluidregels te stellen en moeten zich houden aan de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. INDUSTRIE De gemeente Edam-Volendam kent geen gezoneerde industrieterreinen. Het nieuwe industrieterrein Oosthuizerweg behoort eveneens niet tot de gezoneerde terreinen. Wel bevindt zich binnen de gemeente een tweetal bedrijven waarvoor een geluidszone geldt. Scheepswerf Groot kent een vastgestelde zone en voor scheepswerf Prins geldt een aangewezen meetpunt. Voor sommige (grotere) bedrijven in Noord-Holland behandelt de Omgevingsdienst onder mandaat van het bevoegd gezag de omgevingsvergunning voor milieuactiviteiten. De OD IJmond ziet bij deze bedrijven ook toe op de naleving van de toegestane geluidsbelasting. STRALING De gemeente Edam-Volendam onderschrijft de maatschappelijke wens van mobiele communicatie en het belang van een dekkend mobiel netwerk. Tegelijkertijd wil de gemeente, daar waar een omgevingsvergunning voor plaatsing is vereist, zorgdragen voor een aanvaardbare inpassing van de antennes in de stad en het landschap.
De gemeente dient zich te houden aan het landelijk beleid inzake plaatsing van antennemasten, maar heeft 31 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
daarnaast oog voor de maatschappelijke onrust over de mogelijke effecten op de volksgezondheid. Daar waar onrust ontstaat, probeert de gemeente deze door voorlichting, in samenwerking met de GGD en het Antennebureau, te verminderen. Visie Geluid is bij uitstek een lokale aangelegenheid. Inwoners moeten zo min mogelijk geluidhinder ondervinden, maar de regelgeving moet ook niet te beperkend worden. De gemiddelde geluidhinder mag niet boven de streefwaarden uit komen. Geluidhinder mag per saldo niet toenemen en op plaatsen met een hoge verkeersintensiteit moet het afnemen. Activiteiten Beleid 1. 2. 3. 4.
Maatregelen leefbaarheid/trillingen/geluid in vernieuwd GVVP Beleid maken op Raillijst Updaten geluidsonderzoeken Databeheer geluidsnormen en metingen
Uitvoering 5. 6. 7.
Toezicht en handhaving op naleving geluidsnormen bij o.a. evenementen, industrie en horeca Adviseren projecten/bouwplannen/verbouwplannen m.b.t geluidsnormen en reducerende maatregelen Aanvaardbare inpassing van antennes in de omgeving
32 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
6. BODEM EN ONDERGROND 6.1 INLEIDING Bodembeleid heeft vele aspecten. De grond waarop gebouwd wordt, de grond waarin kabels en leidingen zich bevinden, de connectie met het grondwater en grondsanering zijn hier enkele voorbeelden van. Een goed beleid moet een goede balans vinden tussen de verschillende bodemopgaven. Het bodemsysteem en het grondwatersysteem zijn bijvoorbeeld nauw met elkaar verbonden. Zo is de bodemkwaliteit van belang voor het (drink)water van nu en de toekomst. Het zijn trage systemen, waarin verkeerde besluiten kunnen leiden tot hoge kosten of jarenlange beperkingen in het gebruik. Daarom is een verstandig en duurzaam gebruik van bodem en grondwater nodig voor een gezonde, veilige leefomgeving en voor een verantwoord economisch gebruik. Uitgangspunt is dat de gebruiker de bodem kan benutten maar zich wel verplicht zorgvuldig met die bodem om te gaan.
6.2 LANDELIJK BELEID EN REGELGEVING Het taakveld bodem omvat bodembescherming, bodembeheer en bodemsaneringen. De wet- en regelgeving met betrekking tot de bodem is terug te vinden in verschillende wetten. Bescherming van de bodem is geregeld in de Wet bodembescherming. Vanuit deze wet is bepaald dat als binnen een inrichting bodembedreigende bedrijfsmatige activiteiten worden verricht, de kans op bodemverontreiniging tot een verwaarloosbaar minimum moet worden teruggebracht. In het Activiteitenbesluit en de bijbehorende ministeriële regeling staan de verplichte maatregelen en voorzieningen om de bodemrisico's bij bodembedreigende activiteiten verwaarloosbaar te maken. Wanneer er bouwstoffen op of in de bodem worden toegepast, moeten deze voldoen aan het Besluit Bodemkwaliteit. De inhoud van de Wet bodembescherming (Wbb) wordt momenteel herzien. De belangrijkste reden daarvoor is om bodemkwaliteit daadwerkelijk onderdeel te laten zijn van integraal leefomgevingsbeleid, 1 van de hoofddoelstellingen van de nieuwe Omgevingswet. Op het gebied van bodem verandert bij inwerkingtreding van de Omgevingswet het volgende voor de gemeente: - de noodzaak van aanpak bodemkwaliteit wordt bepaald door decentrale overheden - aansluiting bij taakverdeling en instrumenten Omgevingswet - de bodemregelgeving heeft het nu over gevallen van verontreiniging. De nieuwe term is activiteit.
- er is een onderscheid tussen graven en saneren. De veranderingen zijn via het Aanvullingsspoor bodem, met Aanvullingswet bodem, Aanvullingsbesluit bodem, aanvullingsregeling bodem. Deze wet- en regelgeving wijzigen het Bal, Bkl. Zo worden de regels omtrent de activiteiten graven en saneren opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving. Ook kent het Bal straks regels over bodemonderzoek. In het Bkl komen straks regels over bouwen op verontreinigde bodem en de nazorg. In het Invoeringsbesluit omgevingswet staat de bruidsschat bodem, die van rechtswege onderdeel wordt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het Aanvullingsbesluit bodem voegt daar een aantal milieubelastende activiteiten aan toe. De regels voor het graven, bouwen (op een bodemgevoelige locatie), saneren, opslaan, toepassen, reinigen, immobiliseren en storten staan niet op zichzelf. Deze regels hebben een sterke onderlinge relatie. De regels geven invulling aan de doelstellingen van duurzaam bodembeheer, zorgvuldig omgaan met afvalstoffen en de circulaire economie.
33 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
Activiteiten in de bodem worden straks milieubelastende activiteiten genoemd. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) regelt de volgende milieubelastende activiteiten: • aanleg en gebruik van bodemenergiesystemen (par 3.2.6., par 4.111 en 4.112 Bal) • graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit (par 3.21 en par 4.119 Bal) • graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit (par 3.22 en 4.120 Bal) • saneren van de bodem (par 3.23 en 4.121 Bal) • opslaan van grond of baggerspecie (par 3.24 en 4.122 Bal) • toepassen van bouwstoffen (par 3.25 en 4.123 Bal) • toepassen van grond of baggerspecie (par 3.26 en 4.124 Bal) • toepassen van mijnsteen of vermengde mijnsteen in de voormalige mijnbouwgebieden in de provincie Limburg (par 3.27 en 4.125 Bal) • het op of in de bodem brengen van meststoffen (par 3.20, 4.116, 4.117 en 4.118 Bal) • module bodembeschermende maatregelen (Hoofdstuk 5 Bal)
6.3 PROVINCIAAL BELEID De provincie Noord-Holland heeft tot inwerkingtreding van de Omgevingswet als doelstelling het voorkomen van aantasting van de bodemkwaliteit door duurzaam bodembeheer en het saneren van vervuilde locaties zodoende de bodem nu, en in de toekomst, duurzaam, gezond en veilig te kunnen gebruiken. De provincie anticipeert op het nieuwe bodemconvenant, onder andere door het vernieuwen van de bodemsaneringsstrategie en het bijbehorende uitvoeringsprogramma, zodat de uitvoering daarvan soepel verloopt. Duurzaam bodembeheer wordt vastgelegd in de nieuw op te stellen visie op de ondergrond. Ontwikkelingen in de ondergrond kunnen alleen doorgaan als daar geen ruimtelijke of milieukundige bezwaren voor zijn. Provincie Noord-Holland werkt langs twee sporen. Enerzijds blijft zij wettelijk verantwoordelijk voor het beschermen, beheren en saneren van de bodem. Zij heeft hiervoor juridische en financiële instrumenten. Anderzijds werkt zij mee aan de implementatie van het bodemconvenant 2016-2020 in Noord-Holland. De provincie zet zich in om de basiskwaliteit te borgen door alle spoedlocaties te saneren of te beheersen. Dit betekent dat alle spoedlocaties gesaneerd of beheerst moeten zijn voor 2021. De provinciale rol als bodemsaneerder wordt richting 2023 steeds kleiner waardoor minder ingezet zal worden op technische innovaties.
Beheer van verontreinigde bodems wordt hierdoor steeds belangrijker. De provincie zal voor het beheer, in het bijzonder met betrekking tot gebiedsgericht grondwaterbeheer, op zoek blijven naar innovatie. De sanering of beheersing van locaties met verspreidings- en ecologische risico’s gebeurt waar mogelijk gebiedsgericht. Het ontstaan van nieuwe spoedlocaties wordt zo veel mogelijk voorkomen door handhaving van de wettelijke zorgplicht (art. 13 Wbb). Sanering of beheersing van spoedgevallen gebeurt in veel gevallen door gebiedsgericht grondwaterbeheer. De provincie neemt een voorbeeldfunctie door het voortouw te nemen bij infrastructurele en ruimtelijke projecten, en een goede gezonde bodem onderdeel uit te laten maken van de communicatie over een gezondere leefomgeving. Dit doet zij door de wisselwerking van ruimtelijke inrichting van de bovengrond met het gebruik 34 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
van de ondergrond binnen de randvoorwaarden van duurzaamheid, veiligheid, maatschappelijk draagvlak en ruimtelijke kwaliteit te waarborgen. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de rol van provincie Noord-Holland navenant kleiner. De komst van de Omgevingswet zorgt voor een andere indeling van taken, bevoegdheden en financiering voor bodem- en grondwaterkwaliteit. De provincie draagt bijvoorbeeld taken over naar gemeenten in de ‘warme overdracht. Een ander voorbeeld zijn nieuwe of opkomende stoffen die wellicht een plekje kunnen krijgen in de omgevingsvisies en omgevingsplannen.
6.4 LOKALE SITUATIE EN BELEID Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de gemeente geen bevoegdheden ten aanzien van bodemsaneringen. Het huidige bodembeleidsplan, waarin wet- en regelgeving is uitgewerkt, blijft bestaan. Hierin staan eveneens een aantal ambities die de gemeente t.a.v. de bodemkwaliteit heeft geformuleerd. Het bodembeleid van de gemeente Edam-Volendam is te vinden in de Nota bodembeheer regio Waterland. Dit is een gezamenlijk nota van de regio Waterland, bestaande uit de gemeenten Beemster, Landsmeer, Oostzaan, Waterland, Wormerland en Figuur 7: Saneringen Edam en Volendam Edam-Volendam. De aanwezige schone bodem in Edam-Volendam moet schoon blijven, de verontreinigde grond wordt zodanig beheerd dat de verontreiniging in de omgeving niet toeneemt. De aanwezige bodemverontreiniging mag niet leiden tot (humane) risico’s. In het bodembeleidsplan Edam-Volendam zijn eveneens kaders van het beleid en regels met betrekking tot bodem gerelateerde activiteiten weergegeven. Hierbij ligt de focus op de taken en bevoegdheden waarvoor de gemeente bevoegd gezag is. Voor bepaalde toepassingen of in specifieke gebieden is de provincie, het Hoogheemraadschap of Rijkswaterstaat bevoegd gezag. In het nieuwe bodembeleidsplan zal worden aangegeven waar en wanneer dit aan de orde is. De bodemkwaliteit en bodemfunctie dienen op elkaar afgestemd te zijn.
Schone grond moet schoon blijven, licht verontreinigde grond moet worden beheerd en ernstig verontreinigde grond moet worden schoongemaakt. De bodemkwaliteitskaarten, bodembeheerplan en bodembeleidsplan is voor het totale grondgebied van de gemeente nagezien en geactualiseerd. Op deze wijze kunnen grondstromen en het grondgebruik in werken en projecten beter worden gereguleerd en beheerd. Ernstige bodemverontreinigingen moeten gesaneerd worden alvorens tot een wijziging van de huidige activiteiten op de locatie kan worden overgegaan. In het kader van het Besluit uniforme saneringen (BUS) worden ernstige bodemverontreinigingen 35 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
van meer dan 25 m³ onder het gezag van de provincie gesaneerd; locaties met een kleinere omvang dan 25 m³ worden onder het gezag van de gemeente gesaneerd. Visie De aanwezige schone bodem moet schoon blijven, verontreinigde grond dient goed beheerd te worden en er mag geen nieuwe verontreinigde grond ontstaan. Activiteiten Beleid 1.
Bodembeleidsplan gemeente Edam-Volendam omgevingswetproof maken
2.
Baggerstromenbeleid actualiseren
3.
Samenwerking met bodempartners borgen
Uitvoering 4. Uitwisselen data met bodempartners 5. Monitoren saneringslocaties 6. Actueel houden van bodeminformatie 7. Ontbrekende data aanvullen 8. Versterken preventie 9. Versterken toezicht en handhaving
Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de gemeente bevoegd gezag bij verontreinigingen, toevalvondsten genoemd. Er vindt een decentralisatie van rechtswege plaats, de overdracht van de bodemtaken van de provincie naar de gemeente. Wat dit precies voor gevolgen heeft en in hoeverre er financiële middelen ook mee over gaan is nog niet uitgekristalliseerd. Verder wordt de Nota bodembeheer geactualiseerd, waarbij ook aandacht gegeven wordt aan nieuwe of opkomende stoffen.
36 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
7. EXTERNE VEILIGHEID 7.1 INLEIDING Externe veiligheid heeft betrekking op situaties waar een ongeval kan plaatsvinden met gevaarlijke stoffen of een ongeval als gevolg van vliegtuigen op of nabij luchthavens, waardoor mensen, die verder niets met de risicodragende activiteit te maken hebben, om het leven zouden kunnen komen. Hiervoor wordt meestal uitgegaan van het risico, als combinatie van kans en effect. In zeer beperkte situaties is het effect bepalend (voornamelijk bij vuurwerk en munitie). Het thema externe veiligheid gaat veel veranderen ten tijde van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Zo wordt er niet meer gewerkt met het begrip inrichtingen, maar met milieubelastende activiteiten en verandert de manier waarop er wordt omgegaan met het groepsrisico. Het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen wordt vervangen door het Register Externe Veiligheidsrisico’s dat gekoppeld is aan het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Hieronder worden de hoofdlijnen van externe veiligheid onder de Omgevingswet besproken.
7.2 LANDELIJKE RICHTLIJNEN EN REGELS Het algemene rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op drie onderdelen: 1)
Het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving voor het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen;
2)
het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen); en
3)
het gebruik van luchthavens.
Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het belangrijkste toetsingskader. Hierin zijn bijvoorbeeld grens-, oriënterende- of richtwaarden opgenomen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. 1 Daarnaast bestaat specifieke wetgeving voor de opslag van vuurwerk en munitie. Voor transport van gevaarlijke stoffen is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen relevant. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden waarmee het verplicht is geworden transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd vast te leggen in het bestemmingsplan. Verder is het Activiteitenbesluit en het Besluit externe veiligheid buisleidingen van belang (Bevb). Voor luchthavens is specifiek beleid, dat deels nog in ontwikkeling is. Het externe landelijke veiligheidsbeleid bestaat uit twee onderdelen: ruimtelijke scheiding (zoneren), en inventariseren en saneren. Hiervoor is het noodzakelijk dat besluiten over omgevingsvergunningen en bestemmingsplannen onderling goed op elkaar afgestemd zijn. Risicobronnen voor de externe veiligheid zijn bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (via weg, water, spoor, buisleidingen) en luchtvaartterreinen in algemene zin (luchtvaartveiligheid).
De aan te houden veiligheidsafstanden zijn meestal gebaseerd op risico's en soms op te verwachten effecten bij een calamiteit (voor ontplofbare stoffen zoals vuurwerk en munitie). Voor afstanden die zijn gebaseerd op risico's worden normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. Het groepsrisico's is een richtwaarde en het beleid hiervoor zal zich in de toekomst verder ontwikkelen. Belangrijk is om te inventariseren of voor bestaande risicobronnen voldoende afstand tot kwetsbare en beperkt kwetsbare
PR/GR: Voor het bereiken van de eerste doelstelling wordt gebruik gemaakt van het begrip plaatsgebonden risico (PR). Het PR geeft de kans per jaar aan dat een persoon, die permanent en onbeschermd aanwezig is op een bepaalde gevaarlijke plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Voor kwetsbare objecten is dit een grenswaarde en moet worden opgevolgd. Voor het bereiken van de tweede doelstelling wordt gebruik gemaakt van het groepsrisico (GR). Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval waarbij tien, honderd of duizend slachtoffers vallen in de omgeving van de risicobron. Het aantal personen dat in de omgeving van de risicobron verblijft bepaalt daardoor de hoogte van het GR. 1
37 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
objecten wordt aangehouden. De gemeenten zijn wettelijk verplicht om hier in hun bestemmingsplannen rekening mee te houden. De belangrijkste algemene kadernota waarin het beleid voor externe veiligheid is beschreven, is het Nationaal Milieubeleidsplan 4 (NMP4). De belangrijkste nota's waarin het beleid concreter wordt uitgewerkt zijn Omgaan met risico’s (1989), het Kabinetsstandpunt Vuurwerkramp (2001) en Nuchter omgaan met risico’s, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Een groot deel van de regels van het rijk worden onder de Omgevingswet gedecentraliseerd naar de gemeente in de vorm van de bruidsschat. Er blijven een aantal besluiten van het rijk bestaan waarin algemene regels op het gebied van externe veiligheid zijn opgenomen: - Besluit Activiteiten Leefomgeving (hierna BAL): Dit besluit bevat regels voor burgers en bedrijven. Het besluit wijst milieubelastende activiteiten aan waar rijksregels voor gelden. Dit gaat met name om maatregelen voor degene die deze activiteiten uitvoert. Daarnaast wijst dit besluit vergunningplichtige activiteiten aan en de afstanden voor het plaatsgebonden risico voor activiteiten zonder vergunningplicht. - Besluit Kwaliteit Leefomgeving (hierna BKL): dit besluit bevat instructieregels voor de overheden. Deze instructieregels moeten in acht worden genomen bij het opstellen van de omgevingsvisie en het omgevingsplan.
Het BKL bevat onder andere beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen. Daarnaast bevat het BKL in bijlage VII vaste afstanden voor het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Ook worden in deze bijlage de milieubelastende activiteiten benoemd waarvoor deze afstanden nog moeten worden berekend. - Besluit Bouwwerken Leefomgeving (hierna BBL): dit besluit bevat de aanvullende bouwkundige eisen die gelden in voorschriftengebieden aangewezen door de gemeente in het omgevingsplan. - Het omgevingsbesluit: dit besluit bevat regels over procedures voor het bevoegd gezag, burgers en bedrijven. Het besluit noemt in bijlage III een aantal milieubelastende activiteiten, waarbij de veiligheidsregio adviseur is voor de omgevingsvergunning. - De omgevingsregeling: deze regeling bevat regels over het gebruik van de wetgeving voor het bevoegd gezag, burgers en bedrijven. Voorbeelden hiervan zijn het aanwijzen van aandachtsgebieden voor wegen en spoorwegen en verschillende rekenmethodes om de risico’s van externe veiligheid te berekenen. De omgevingsregeling bevat in bijlage III ook NEN-normen en Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PSG-) richtlijnen. 7.3 PROVINCIAAL BELEID De provincie heeft het beheersen van risico’s bij opslag, productie, gebruik en transport van gevaarlijke stoffen in hun omgeving als uitgangspunt voor haar beleid genomen.
Externe veiligheid is voor de provincie een relatief nieuw beleidsterrein. In de afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in de opbouw van expertise op het gebied van externe veiligheid. Voor een deel van de bedrijven in Noord-Holland die werken met gevaarlijke stoffen (vaak de grotere bedrijven) is de provincie bevoegd gezag. Dat betekent dat de provincie verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Deze taken worden in opdracht van de provincie uitgevoerd door de omgevingsdiensten (OD). Onderdeel van het takenpakket van de OD is het oplossen van eventuele resterende saneringssituaties: gevallen waarin (nog) niet aan de wettelijke grenswaarden wordt voldaan. Door de bundeling van de expertise bij de omgevingsdiensten is de uitvoering van het externe veiligheidsbeleid minder kwetsbaar geworden. Voor een deel moet het nieuwe stelsel zich echter nog bewijzen. De provincie wil samen met gemeenten een goed opdrachtgever zijn voor de omgevingsdiensten. De provincie beheert de provinciale risicokaart, waarmee burgers inzicht hebben in de risico’s in hun directe leefomgeving. De provincie spreekt gemeenten aan op hun taak in het actueel houden van de gegevens waar zij verantwoordelijk voor zijn en ondersteunt bij het opstellen van omgevingsbeleid en de verantwoording van 38 Omgevingsbeleidsplan 2022 - 2026 Gemeente Edam-Volendam
groepsrisico’s bij omgevingsvergunningen en ruimtelijke plannen. Ook gebruikt zij de risicokaart om invloed uit te oefenen op bestemmingsplannen om zo bijvoorbeeld de risicobedrijven zoveel mogelijk te clusteren. In het kader van interbestuurlijk toezicht (IBT) houdt de provincie toezicht op de uitvoering van het externe veiligheidsbeleid door gemeenten. Externe veiligheid is in dit kader benoemd als een risicogebied. In de informatieverordening van de provincie is vastgelegd welke informatie de provincie over de uitvoering van het externe veiligheidsbeleid wil ontvangen. Als deze informatie aanleiding geeft tot zorgen over de kwaliteit van het beleid dan zet de provincie IBT-instrumentarium in. Het Rijk heeft subsidiegelden verstrekt om de kennis over en samenwerking op het gebied van externe veiligheid te versterken. In het kader van dit programma ontvangen de omgevingsdiensten en veiligheidsregio’s middelen waarmee de uitvoering van het externe veiligheidsbeleid verbeterd kan worden. Het programma richt zich niet alleen op verbetering van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH-taken), maar ook op verhogen van het expertiseniveau door het ontwikkelen van een kennisinfrastructuur. Met inwerkingtreding van de Omgevingswet kan de provincie instructieregels met betrekking tot externe veiligheid opnemen in de omgevingsverordening.
Daarnaast is de provincie, behalve in bepaalde gevallen, het bevoegd gezag inzake (handhaving van) de regels en omgevingsvergunning voor complexe bedrijven.2 Uit het Besluit Activiteiten Leefomgeving volgt dat dit gaat om Seveso-inrichtingen, een deel van de IPCC-installaties met bovengemeentelijke milieugevolgen of een hoog milieurisico en een aantal andere activiteiten met bovengemeentelijke milieugevolgen of een hoog milieurisico. 7.4 LOKALE SITUATIE EN BELEID In 2008 is de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland (VRZW) tot stand gekomen. In de regio werken (per 1 januari 2022) vijf gemeenten (waaronder Edam-Volendam), de VrZW en de geneeskundige hulpverlening samen bij ongevallen en rampen. Het doel van deze samenwerking is een multidisciplinaire voorbereiding van rampen en crises. Het cluster Risicobeheersing van de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland is in het kader van externe veiligheid en het Vuurwerkbesluit de adviseur van de gemeente. In de ontwerpfase van (grootschalige) infrastructurele en ruimtelijke ordeningsprojecten wordt dit cluster betrokken.