Maria Goretti_vastgesteld_1_Toelichting
Tekst van het document
Tot slot zijn de volgende actiepunten benoemd: Maatwerkafspraken in regionale woonakkoorden; Bieden van kennis, meedenkkracht en hulp; Versnellen woningbouwproductie; Samenwerking stimuleren; Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod Meer flexibiliteit in de woningmarkt; Stimuleren circulair bouwen; Leveren van informatie en monitoring. Via 'woonakkoorden' worden afspraken met regio's en gemeenten gemaakt over woningbouw, programmering en fasering van woningbouwplannen. Uitgangspunt is de juiste balans tussen vraag en aanbod, zowel kwantitatief als kwalitatief. De woonakkoorden vervangen daarmee de Regionale Actieprogramma's Wonen (RAP's). De woonakkoorden dienen in overeenstemming te zijn met de provinciale Omgevingsvisie en de uitgangspunten, speerpunten, richtinggevende principes van de Woonagenda. Zoals opgenomen in de Omgevingsverordening is opname in de regionale programmering voorwaardelijk voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Eventuele grootschalige buitenstedelijke plannen van de regio worden wel onderdeel van de woonakkoorden. Dit deel van het woonakkoord wordt jaarlijks, of zoveel vaker als wenselijk, geactualiseerd.
Beoordeling en conclusie Zoals aangegeven, voorziet het plan in de behoefte. Er worden kwalitatief goede woningen gerealiseerd. De vraag naar woningen in Noord-Holland is en blijft groot en de provincie streeft naar een gevarieerd woningaanbod in alle gemeenten, dat zoveel mogelijk aansluit op de woningbehoefte (prijs/type woning/woonmilieu). Hierdoor is de woningmarkt ook toegankelijk voor mensen met een laag of middeninkomen. Door 30 zorgwoningen en 53 sociale huurwoningen te realiseren, wordt gehoor gegeven aan de speerpunten uit de woonagenda. Ten aanzien van de ruimtelijke uitgangspunten, blijkt voorliggend plan te voldoen aan de
bestemmingsplan Maria Goretti
35
Maria Goretti
wensen. Door op een inbreidingslocatie woningen te realiseren, wordt voorzien in een zorgvuldig ruimtegebruik. Dit zorgvuldig ruimtegebruik kan resulteren in een groter draagvlak voor het voorzieningenniveau in de regio, waarmee de rol van de kernen en steden in het regionaal netwerk wordt versterkt. Door een gevarieerd woonprogramma aan te bieden wordt gehoor gegeven aan de speerpunten uit het woonagenda. Met name als gekeken wordt naar de richtinggevende principes uit de woonagenda wordt duidelijk dat voorliggende ontwikkeling hier in het geheel aansluiting bij vindt. In paragraaf 3.2.3 is reeds aangetoond dat er vraag is naar woningen, zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin. Het realiseren van woningen binnen de bestaande bebouwde kom, sluit ook aan bij de woonagenda. Voorliggend plan voorziet met de uitbreiding van het aantal zorgwoningen en de toevoeging van een gevarieerd woonprogramma in de sociale huursector in een vergroting van het binnenstedelijke woningaanbod. De geplande verdichting op deze locatie is - getoetst aan de woonagenda - gewenst en zorgt ervoor dat de druk om buitenstedelijk te gaan bouwen wordt verlicht. Door een divers woonaanbod te bieden, worden verschillende doelgroepen aangetrokken. Gelet op het voorgaande, kan geconcludeerd worden dat onderhavig plan in overeenstemming is met de provinciale woonagenda.
3.4
Regionaal beleid
3.4.1 Metropoolregio Amsterdam, Agenda voor een toekomstbestendige en evenwichtige Metropool 2020-2024 (MRA Agenda 2.0) Door de Metropoolregio Amsterdam (een samenwerkingsverband tussen de gemeenten en provincies in de noordvleugel van de Randstad) is onderkend dat voor het werken naar de toekomstige metropolitane strategie - strategie om de (noordelijke) Randstad op termijn concurrerend te maken met grootstedelijke gebieden als Parijs en Londen - Schiphol en de regio elkaar nodig hebben. Om deze binding te bevestigen wordt een convenant opgesteld dat de onderlinge relaties regelt en waarin reeds lopende trajecten worden meegenomen. De gezamenlijke ambitie richt zich op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven.
Daarbij zijn twee principes leidend: toekomstbestendige metropool evenwichtige metropool Hiertoe zijn vier opdrachten geformuleerd die moeten bijdragen aan de totstandkoming van die leidende principes, te weten: Opdracht 0: De samenwerking verder versterken; Opdracht 1: Werk maken van een veerkrachtige, inclusieve en schone economie; Opdracht 2: Bouwen voor de woningbehoefte en met groei de leefkwaliteit van het geheel versterken; Opdracht 3: Vaart maken met het metropolitaan mobiliteitssysteem.
Vervolgens zijn deze opdrachten uitgewerkt in een aantal ambities, uitvoeringslijnen en specifieke doelen.
36
bestemmingsplan Maria Goretti
Maria Goretti
Beoordeling en conclusie Voorgenomen plan focust zich voornamelijk op opdracht 2 "Bouwen voor de woningbehoefte en met groei de leefkwaliteit van het geheel versterken". In het kader van deze opdracht worden in de agenda een aantal problemen gesignaleerd, waaronder: urgente woonopgave; druk op de ruimte; bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar betaalbaar woningaanbod voor lage en middeninkomens met een evenwichtige spreiding over de regio. Met voorliggend plan wordt voorzien in een toename van het aantal woningen in de Metropoolregio Amsterdam in de sociale huursector. Bovendien gebeurt dit op een inbreidingslocatie, waardoor sprake is van binnenstedelijke verdichting. Het plan voorziet in betaalbare huurwoningen. Hiermee draagt het plan op lokale schaal bij aan de ambities die voor de metropoolregio van toepassing zijn. 3.4.2 Samenwerkingsagenda Zaanstreek-Waterland In de "Regionale Samenwerkingsagenda 2016-2020" hebben 15 gemeenten vastgelegd aan welke tien opgaven zij willen samenwerken. De ambities hebben betrekking op drie onderwerpen, te weten: woningproductie, betaalbare voorraad en woonruimteverdeling. Navolgend is per onderwerp aangegeven welke regionale ambities er geformuleerd zijn.
Woningproductie 1. De woningbouwproductie stimuleren ten behoeve van de snelgroeiende woningbehoefte, waardoor de prijzen niet te snel stijgen. Doel is om 20.000 woningen te realiseren in de periode 2016-2020. 2. Aanvullend op de huidige ontwikkellocaties dient gezocht te worden naar nieuwe plekken voor woningbouw in binnenstedelijk gebied. Transformatie en het benutten van (leegstaand) vastgoed spelen hier een belangrijke rol in. 3. Het bevorderen van het aanbod middensegment huur in de regio. Er is behoefte aan minimaal 5.000 woningen in het middensegment huur tot prijsgrens €900. 4. Werken aan een gezonde woningmarkt. Doel is een 'complete metropool', met aanbod in de verschillende woonmilieus, prijssegmenten en type woningen.
Betaalbare voorraad 5. Op basis van inzicht in de positie van de verschillende doelgroepen sturen op de ontwikkelingen in het aanbod en de voorraad van 'betaalbare' woningen. 6. Een belangrijk toetspunt hierbij is de spreiding van de sociale voorraad en de beschikbaarheid over de regio, naar deelregio. Uitgangspunt is dat de verschillen tussen de deelregio's niet verder toenemen. Aanvulling bij opgave 5 en 6: Het gaat om het zorgen voor gelijkblijvend aanbod, een gelijkblijvende slaagkans voor de primaire doelgroep en voldoende spreiding van sociale huur, en 5% aanbod aan alternatieven voor de sociale huur.
bestemmingsplan Maria Goretti
37
Maria Goretti
7. De sociale voorraad beter benutten door het stimuleren van de doorstroming en te zorgen voor meer flexibiliteit. 8. Investeringen in duurzaamheid bevorderen.
Woonruimteverdeling 9. Zorgen voor een toegankelijke, rechtvaardige en transparante verdeling van sociale huurwoningen. Streven is woningzoekenden één etalage voor sociale huurwoningen te bieden. 10. Samen met de corporaties en marktpartijen werken aan oplossingen om de grote huisvestingsopgave van vergunninghouders te realiseren. Daarbij moet huisvesting van vergunninghouders niet leiden tot verdringing van 'reguliere' woningzoekenden.
Beoordeling en conclusie Dit plan draagt bij aan het realiseren van nieuwe woningen en het vergroten van de betaalbare woonvoorraad in de sociale huursector in de regio. Het plan is daarmee in overeenstemming met de regionale samenwerkingsagenda.
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1 Structuurvisie Edam - Volendam (2009) Bij besluit van 26 februari 2009 heeft de gemeenteraad een Structuurvisie vastgesteld. Deze structuurvisie geeft een beschrijving van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente tot 2020 met een doorkijk naar de lange termijn (2040). Voor het plangebied is met name het volgende speerpunt van belang: De functie als lokaal verzorgend centrum, streekcentrum en centrum met een hoge toeristische attractiewaarde verder uitbouwen. Daartoe worden in de structuurvisie enkele concrete aanbevelingen gedaan: Het versterken van de centrumfunctie door uitbreiding van het aanbod aan voorzieningen; Verbeteren onderlinge relaties tussen de deelgebieden en realiseren van een goede routing; Het vergroten van de zichtbaarheid van de kwaliteit van de Edammerweg en omgeving door de realisatie van een secundaire winkelroute; In algemene zin gelden nog de volgende geformuleerde speerpunten van beleid: Voldoende woningbouw ter voldoening aan de vraag van de eigen ingezetenen; De ontwikkeling van een aantal zogenaamde inbreidingslocaties; Een woningbouwprogramma met uitgangspunten voor benoemde doelgroepen; De aanleg van een 3e ontsluitingsweg; Een bescheiden groei in het aanbod van eigen bedrijventerrein; Een uitvoeringsprogramma met een aantal afzonderlijke ontwikkelingen; Een kader voor kostenverhaal.
Met betrekking tot de woningmarkt geldt als een algemeen kenmerk dat binnen de woningmarkt de doorstroming ontbreekt. In combinatie met een zekere eenzijdigheid in het woningaanbod (vooral veel eengezinsrijwoningen), valt te constateren dat veel huishoudens zo lang mogelijk in
38
bestemmingsplan Maria Goretti
Maria Goretti
de woning blijven die ze indertijd als nieuwbouwwoning hebben betrokken. Dat geldt ook voor veel senioren, die blijven zitten totdat het om gezondheidsredenen niet meer gaat en men genoodzaakt is te verhuizen naar een vorm van verzorgd wonen. Door gebrek aan doorstroming is het (bereikbare) aanbod vanuit de bestaande woningvoorraad gering. Ook deze ontwikkeling beperkt de kansen van starters. De structuurvisie geeft een woningbouwplanning tot 2020. De locatie Maria Goretti is opgenomen als herstructureringslocatie. Voor herstructureringslocaties gelden bepaalde randvoorwaarden, die bij de ontwikkelingen van toepassing zijn: Een bouwplan moet qua bouwmassa en bouwhoogte zijn afgestemd op de omgeving; Het bouwplan dient (ten minste) te voorzien in eigen parkeerbehoefte. Beoordeling en conclusie: De locatie is specifiek aangewezen als herstructureringslocatie. Het plan past qua aard en vormgeving goed in de omgeving. In paragraaf 2.2 is dit beschreven. In paragraaf 4.6 wordt nader ingegaan op het parkeren en wordt aangetoond dat kan worden voorzien in de eigen parkeerbehoefte. Het voorliggende plan past verder binnen het accent op doorstroming. Het initiatief past hiermee binnen de structuurvisie. 3.5.2 Duurzaamheidsagenda Edam-Volendam 2018-2022 Op 11 juli 2017 is de Duurzaamheidsagenda "Verantwoord vooruit" van de gemeente Edam-Volendam voor 2018-2022 vastgesteld.
In deze agenda heeft de gemeente kernwaarden geformuleerd en de missie van de gemeentelijke organisatie, die een leidraad vormen voor de beleidsvorming en -uitvoering. Het gaat om de volgende waarden: Verbinden: Door het bewust inzetten van participatie in beleidsvorming, maar ook in de nadere uitwerking en uitvoering van concrete duurzame maatregelen; Leiderschap: De gemeente geeft nadrukkelijk aan welke doelstellingen behaald dienen te worden en met welke maatregelen daar uitvoering aan wordt gegeven; Wendbaarheid: Om in te kunnen haken op het snel veranderende duurzaamheidsbeleid en -wetgeving, net als de technische ontwikkelingen. Hiervoor is maatwerk en wendbaarheid nodig; Vertrouwen: De gemeente poogt bedrijven, burgers, boeren en maatschappelijke organisaties ruimte te bieden om dit naar eigen verantwoordelijkheid in te vullen; Ondernemend en betrokken: Door samen te werken met verschillende partijen, worden initiatieven gefaciliteerd en bewustwording ondersteund. Vervolgens is er door een aantal samenwerkende bureaus een verkenning uitgevoerd, waaruit een vijftal thema's zijn gerold: 1. energie; 2. circulaire economie; 3. klimaatadaptatie; 4. duurzaam toerisme; 5. duurzame gemeentelijke organisatie. Per thema zijn vervolgens enkele concrete maatregelen beschreven waarmee de gemeente op korte termijn aan de slag gaat.
Beoordeling en conclusie:
bestemmingsplan Maria Goretti
39
Maria Goretti
In het kader van voorliggende ontwikkeling zijn met name thema 1 'energie' en thema 3 'klimaatadaptatie' relevante aspecten. Binnen thema 1 beschrijft de gemeente de ambitie om een energieneutrale gemeente te zijn. Hiertoe zijn drie doelen geformuleerd: energieverbruik besparen, duurzaam opwekken of compenseren. Voor thema 3 beschrijft de gemeente dat de strategie is goed samen te werken met de Provincie en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (Regionaal Deltaplan en Waterprogramma) om te komen tot goede waterberging en buffering, zodat bij te veel/te weinig water adequaat gereageerd kan worden. Hiertoe heeft de volgende maatregelen geformuleerd: 1. Opstellen verbreed GRP. 2. Opstellen klimaatrisicokaart kosten-batenanalyse en mogelijke maatregelen (eventueel in samenwerking met het Hoogheemraadschap). 3. Klimaatadaptatie integraal onderdeel maken van de planvorming en (her)inrichting van de gemeente. Dit betekent dat meer ruimte voor water en groen expliciet opgenomen worden in inrichtings-, beheers- en beleidsplannen, waaronder het bestemmingsplan. 4. In de prestatieafspraken met de woningbouwcorporaties vastleggen welke bijdrage zij leveren aan het klimaatbestendig maken van de gemeente en de kwaliteit van wonen van hun huurders. 5. Duidelijk maken wat burgers zelf kunnen doen om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan.
Communicatie en tegengaan van ‘verstening’ via een ‘’groen voor grijs prijs’’ voor tuinen en daken. Onderhavig plan draagt bij aan thema 1 door het duurzaam opwekken van energie ter plaatse, door het realiseren van zonnepanelen op het dak. Dit draagt bij aan een energieneutrale invulling van de bebouwing. Voorliggend plan draagt ook bij aan thema 3, door in de planvorming expliciet rekening te houden met water en groen bij de inrichting van het ontwikkelgebied. Zo krijgt het binnenplein een groene inrichting, komt er groen aan de muren in de vorm van plantenbakken en er worden semiharde parkeerplaatsen aangelegd. Tot slot wordt het regenwater gebufferd en vertraagd afgevoerd. De precieze uitwerking en inrichting is beschreven in paragraaf 2.2. Het initiatief past hiermee in de duurzaamheidsagenda. 3.5.3 Woonvisie 2022-2025 Gemeente Edam-Volendam Op 5 oktober 2021 is de gemeentelijke woonvisie 2022-2025 van Edam-Volendam definitief vastgesteld. De gemeente formuleert het streven te komen tot een hoogwaardig en veilig leef-, woon- en werkmilieu, dat duurzaam van kwaliteit is. Om te zorgen voor voldoende en geschikte huisvesting voor inwoners en nieuwe bewoners, moet rekening gehouden worden met de financiële mogelijkheden, gezinssamenstelling en zorgbehoefte. De visie is uitgewerkt aan de hand van vier thema's, te weten: 1.
woningbouwopgave: er dienen voldoende woningen gebouwd te worden om te voorzien in de behoefte. 2. betaalbaar huren: sociale huurwoningen worden gebouwd om de mogelijkheden voor mensen met een kleine portemonnee te vergroten. 3. kwaliteit bestaande woningen: een deel van de bestaande voorraad dien levensloopbestendig gemaakt te worden. 4. wonen met zorg: de gemeente tracht te investeren in goede woonzorgvormen, passend bij ouderen en andere zorgvragers voor wie levensloopbestendige woningen niet voldoende zijn.
40
bestemmingsplan Maria Goretti
Maria Goretti
Beoordeling en conclusie De Woonvisie is een belangrijke basis voor het maken voor nadere prestatieafspraken met de lokale woningbouwcorporaties. In voorliggend plan wordt allereerst voorzien in thema 1, aangezien de woningbouwontwikkeling bijdraagt aan de kwantitatieve behoefte die er is in de gemeente. Thema 2 betreft de realisatie van voldoende sociale huurwoningen. De huidige woningvoorraad in de gemeente wordt sterk gedomineerd door koopwoningen. Voorliggend plan draagt bij aan het realiseren van huurwoningen, waardoor meer mensen een plek hebben om te wonen. De komende jaren zal het aantal oudere huishoudens toenemen. Een deel van deze doelgroep zoekt een appartement (levensloopgeschikt), liefst op niet al te grote afstand van voorzieningen. De vraag naar appartementen van senioren manifesteert zich in de sociale huur, maar zeker ook in de goedkope koop en middeldure huur. Met name de groep een- en tweepersoonshuishoudens van 75 jaar en ouder zal sterk toenemen. Dit heeft gevolgen voor de woningbehoefte in de gemeente. De vraag naar kleinere en (vooral) levensloopgeschikte woningen zal de komende jaren doorzetten. Daar wordt in het woningbouwprogramma van voorliggend plan rekening gehouden. Hiermee past het initiatief binnen de gemeentelijke woonvisie. Zie voorts paragraaf 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking, waarin ook op de woonvisie wordt ingegaan.
3.5.4 Beleidsnota archeologie gemeente Edam-Volendam In de gemeentelijke Beleidsnota Archeologie zet de gemeente Edam-Volendam uiteen op welke wijze de gemeente , naar aanleiding van de herziening van de Monumentenwet 1988 in 2007, verantwoordelijkheid neemt voor haar eigen bodemarchief. Door de wetsherziening zijn gemeenten wettelijk verplicht om bij ruimtelijke ontwikkelingen waarbij bodemingrepen van enige omvang plaatsvinden, het behoud van archeologische waarden af te wegen tegen andere belangen.
Beoordeling en conclusie In het kader van voorliggende ontwikkeling is een archeologisch onderzoek uitgevoerd (zie paragraaf 4.9). Uit dit onderzoek volgt dat de kans op het aantreffen van archeologische resten uit de prehistorie tot en met de nieuwe tijd laag is, waardoor wordt aanbevolen om geen archeologische vervolgstappen te ondernemen. Mochten tijdens de werkzaamheden alsnog archeologische resten aan het licht komen, dan dient het bevoegd gezag - de gemeente Edam-Volendam - onmiddellijk hiervan op de hoogte gesteld te worden en alsnog actie te worden ondernomen. 3.5.5 Groenbeleidsplan Edam-Volendam 2020-2024 In februari 2020 is het Groenbeleidsplan 2020-2024 Edam-Volendam uitgebracht om inzicht te geven in wat de gemeente wenst de doen met het aanwezige groen en welke kwaliteitsslag zij daarbij wil maken. In het plan staan visies en ambities geformuleerd ten aanzien van de groenthema's identiteit, klimaat, participatie, biodiversiteit en beheer en onderhoud. Het doel van de gemeente is om in de openbare ruimte meer groen toe te voegen. Bij deze ambitie voor meer groen geldt dat de toekomstbestendigheid van het groen een absolute voorwaarde is. Indien er geen of onvoldoende ruimte is voor groen, worden alternatieven toegepast voor vergroening zoals waterdoorlatende verharding, het vergroten van de riolering, het gebruik van schaduwdoeken en het toepassen van waterpleinen.
bestemmingsplan Maria Goretti
41
Maria Goretti
Beoordeling en conclusie Op onderstaande afbeelding is de kaart behorende bij het Groenbeleidsplan te zien. Op de kaart behorende bij het Groenbeleidsplan is te zien dat er voor het plangebied geen bijzondere regels en ambities van toepassing zijn. Bij het ontwerp van voorliggend plan wordt het bestaande groen langs de Meergracht en aan de zijde van de bibliotheek behouden. Aan de Foksiastraat wordt een strook groen toegevoegd. Bij de inrichting van de straat en parkeerplaatsen wordt, waar mogelijk, gewerkt met open groene bestrating, zodat het regenwater kan infiltreren en vertraagd kan worden afgevoerd. Tevens wordt de bebouwing voorzien van plantenbakken (zie ook paragraaf 2.2).
Kaart Groenbeleidsplan met plangebied in rode cirkel 3.5.6 Welstandsnota (2017, 2020) Het welstandsbeleid van de gemeente Edam-Volendam is neergelegd in de Welstandsnota. Op 4 mei 2020 is deze welstandsnota opnieuw vastgesteld. Bij deze actualisatie zijn de welstandsnota’s Edam-Volendam en Zeevang (inclusief de onderdelen die de afgelopen jaren als welstandskader zijn ontwikkeld) in het kader van de harmonisatie van beleid bij elkaar gebracht tot één nota. Daarnaast is de begrenzing van de welstandsgebieden in overeenstemming gebracht met de begrenzing van de gebieden in de bestemmingsplannen. In de geactualiseerde welstandsnota is het plangebied opgenomen onder het deelgebied D2 'Uitbreidingswijken - Julianaweg e.o.'
42
bestemmingsplan Maria Goretti
Maria Goretti
Uitsnede uit welstandsgebiedenkaart met aanduiding plangebied
In de welstandnota wordt voor het gebied D2 verwezen naar het ruimtelijk beleid van de gemeente, zoals dat is vastgelegd in bestemmingsplannen. Er wordt geen aanvullend kwaliteitsbeleid gevoerd. In het gebied zijn volgens de welstandsnota geen grootschalige veranderingen te verwachten. De opgave bestaat uit de inbreiding van enkele gebouwen in de bestaande structuur. Uitgangspunt is deze, voor Volendam karakteristieke, architectuur te behouden. Het welstandstoezicht moet een bijdrage leveren aan het behoud van de bestaande stedenbouwkundige, architectonische en culturele kwaliteiten van de centrumuitbreidingen Volendam. Dit (welstands)beleid voorziet echter niet in ontwikkellocaties. Daarom zijn ten behoeve van deze planontwikkeling specifiek voor deze locatie welstandscriteria opgesteld.
Welstandscriteria: Voor de locatie zijn beeldkwaliteitscriteria opgesteld (bijlage 2). De welstandsnota wordt
bestemmingsplan Maria Goretti
43
Maria Goretti
gelijktijdig met dit bestemmingsplan daarop aangevuld. Deze criteria komen gelijktijdig voor participatie ter inzage met het ontwerp bestemmingsplan. Het plangebied is op dit moment bebouwd en heeft een maatschappelijke functie. Het gebied wordt gekenmerkt door een cluster van gebouwen die in vorm en massa afwijken van de omgeving. Door de herontwikkeling zal het gebied functioneel (wonen) aansluiting vinden op de omgeving en zal het deel uitmaken van de zorgkern die vanaf het Boelenspark via dit plangebied en het eerder gerealiseerde project Julianaweg-Kielstraat en project Roerstraat uitstrekt tot aan de zorginstellingen 'Nicolaashof' en 'Gouwzee'. Uitgangspunt voor de stedenbouwkundige opzet van het plan is dat de herontwikkeling in vormgeving aansluiting vindt op de directe omgeving. De vier hoofdvolumes van het bouwprogramma verschillen daarom in volume, met als doel het karakter van de aanliggende omgeving te ondersteunen; de vier randen van het plangebied zijn zeer verschillend van karakter. 1. De Foksiastraat krijgt een evenwichtig straatprofiel door de realisatie van grondgebonden woningen van twee lagen met een langskap waardoor een proportioneel bouwvolume ontstaat tegenover de bestaande woningen in deze straat. 2. Langs de Julianaweg wordt een bouwvolume ingepast van drie bouwlagen en een vierde bouwlaag met set-back (terugliggend).
De bebouwing wordt beëindigd met sheddaken (zaagdak of zaagtanddak). In maat, schaal en positie wordt zodoende aansluiting gevonden op de bouwvolumes van aangrenzende woningen binnen de rooilijn, maar in bouwvorm wordt een uitzondering gevormd binnen het gevelbeeld van de Julianaweg. Daarmee wordt aangesloten op het karakter van de Julianaweg, waarin incidenteel met een verbijzondering van het bouwvolume een 'afwijkende' functie wordt gemarkeerd. 3. Samen met de bebouwing langs de Julianaweg begeleidt deze kleinschaligere bebouwing de 'zorgslang'. De bebouwing langs de Meergracht volgt de bebouwing langs de Julianaweg als kleinschalige evenknie, hiermee sluit het aan bij de kleinschalige bebouwing langs het grachtje en begeleidt het de 'zorgslang' langs het park. 4. Aan de zijde van het Boelenspark (zijde bibliotheek) krijgt de in te passen bebouwing een zelfstandige positie, waarmee de stedenbouwkundige structuur van zelfstandige bouwvolumes - gelegen aan de open ruimte van het park/water (in de vorm van de bibliotheek en de tegenovergelegen appartementengebouwen) - wordt gevolgd. Deze zelfstandige positie wordt vormgegeven door een bouwvolume van vier bouwlagen , waarvan de vierde bouwlaag zich wegdraait van de Foksiastraat, een interne ontsluiting en rondom representatieve gevels (geen zij- en/of achterkanten).
Op basis hiervan kan gesteld worden dat met voorliggend plan de bestaande stedenbouwkundige structuur wordt gerespecteerd en het plan passend is binnen het bestaande stedenbouwkundige beeld. Naast de criteria omtrent de relatie tot de omgeving en de massa en opbouw van het gebouw, zijn er ook criteria opgesteld ten aanzien van de detaillering, materiaal en kleur. Deze criteria zijn beschreven in bijlage 8. Het bouwplan zal dusdanig vormgegeven worden dat daaraan voldaan wordt. De omgevingsvergunning wordt getoetst aan deze criteria.
44
bestemmingsplan Maria Goretti
Maria Goretti
3.5.7 Gemeentelijk Verkeersplan 2018-2023 en Parapluplan parkeren Verkeer en vervoer speelt een belangrijke rol in het dagelijks leven van iedereen die actief deelneemt aan de moderne samenleving. Mobiliteit en bereikbaarheid zijn dragers van de economische groei en sociale ontwikkeling van Nederland. De gemeente Edam-Volendam heeft zich voorgenomen om zich flink te ontwikkelen in de komende jaren. Zo worden er woningen aan het woonbestand toegevoegd, bedrijventerreinen vergroot en getracht de toeristische/recreatieve functie in de gemeente te versterken. Al deze ontwikkelingen zullen een toename in verkeersverplaatsingen betekenen zowel binnen de gemeente, als tussen de gemeente en het omliggende gebied. Het Gemeentelijk Verkeersplan 2018-2023 (GVVP) voorziet in een beleidsdocument dat een samenhangende visie presenteert aangaande verkeer en vervoer in de gemeente. Het betreft een document dat het verkeer- en vervoersbeleid voor 5 jaar uiteenzet. De doelstellingen van de gemeente betreffende algehele mobiliteit en bereikbaarheid worden beschreven. In het GVVP komen de volgende belangrijke beleidsthema´s aan bod: Doorstroming; Openbaar Vervoer; Fiets; Verkeersveiligheid; Parkeerbeleid; Leefbaarheid; Voetganger. Deze afzonderlijke thema´s worden beschreven en in het verkeersplan verwerkt tot een integrale visie op verkeer en vervoer.
Hiermee wordt de visie op het verkeer- en vervoersbeleid voor de langere termijn duidelijk gemaakt. De ambitie van de gemeente Edam-Volendam is uitgewerkt in een zestal doelstellingen met diverse uitgangspunten, waarvan de onderstaande voor het voorliggende ontwikkelplan het meest concreet van belang zijn: Netwerk en verkeersveiligheid fiets: Het uiteindelijke doel is om een doorlopend netwerk te krijgen van logische routes en om de kwaliteit te vergroten. Verkeersveiligheid voetganger: De voetgangers moeten zich veilig kunnen bewegen in de gemeente. Gedrag en handhaving: Asociaal gedrag en foutparkeren aanpakken. Wegencategorisering auto: Het is belangrijk dat de snelheid van de weggebruikers aansluit bij de omgeving en de omstandigheden. Parkeren binnen Edam: parkeer- en ruimtegebrek zijn als problematisch ervaren. Nadere uitwerking moet dit vraagstuk oppakken. Parkeren binnen Volendam: parkeer- en ruimtegebrek zijn als problematisch ervaren. Nadere uitwerking moet dit vraagstuk oppakken. Per uitgangspunt zijn in het verkeersplan vervolgens concrete actiepunten gedefinieerd. Met betrekking tot verblijfsgebieden kunnen vanuit de relevante uitgangspunten concrete actiepunten worden gehaald. Algemeen wordt gesteld dat de verkeersveiligheid en leefbaarheid de leidende principes binnen verblijfsgebieden zijn. Aantrekkelijk wonen en verblijven zijn de hoofddoelen in deze gebieden.
De doorstroming van gemotoriseerd verkeer speelt een ondergeschikte rol. Doorgaand verkeer wordt zoveel mogelijk uit verblijfsgebieden geweerd en via de verkeersaders afgewikkeld.
bestemmingsplan Maria Goretti
45
Maria Goretti
Parapluplan parkeren Met het parapluplan parkeren is een voorwaardelijk verplichting opgenomen op basis waarvan bij een omgevingsvergunning voor het bouwen voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid. Deze parkeergelegenheid moet ook in stand worden gehouden. Waarbij voldoende betekent dat wordt voldaan aan de gemiddelde parkeerkencijfers voor matig stedelijke gebieden als bedoeld in de CROW-publicatie 317: Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie. Het bevoegd gezag kan hiervan middels een omgevingsvergunning van afwijken. Tevens kan het college, indien er een nieuwe CROW-publicatie is deze van toepassing verklaren. In paragraaf 4.6 is de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de parkeernormen uit de CROW-publicatie 317.
Beoordeling en conclusie: Onderhavig plan is in algemene zin passend in het verkeersplan en het parapluplan parkeren. In paragraaf 4.6 wordt verder ingegaan op de verkeers- en parkeeraspecten.
3.5.8 Woonzorgvisie 2018-2023 De woonzorgvisie geeft het beleid weer dat antwoord geeft op de vraag hoe de gemeente Edam-Volendam kan inspelen op de toekomstige, toenemende vraag naar geschikte woonvormen met bijbehorende zorg voor mensen met een (toekomstige) functiebeperking. De gemeentelijke ambitie is om alle inwoners met een zorgvraag zo lang mogelijk zelfstandig en geschikt te laten wonen in de gemeente Edam-Volendam. Ten aanzien van wonen heeft de gemeente de ambitie om het makkelijker maken om zorg aan huis te leveren en heeft het aanpassen van bestaande huur- en koopwoningen extra aandacht. De gemeente wil inspelen op de veranderende woonwensen van de ouder wordende bevolking. Daarbij zijn het realiseren van bijzondere woonvormen en het huisvesten van specifieke doelgroepen op inbreidingslocaties of bij herbestemming van bestaand vastgoed speerpunten.
Beoordeling en conclusie Het plan voorziet in 29 zorgwoningen voor de stichting Odion, waarmee dus een specifieke doelgroep met een zorgvraag wordt gehuisvest op een inbreidingslocatie. Hiermee sluit het plan bij de wensen en ambities uit de woonzorgvisie. 3.5.9 Omgevingsbeleidsplan 2016-2020 Het Omgevingsbeleidsplan bevat het beleid omtrent de taken van de gemeente met betrekking tot het omgevingsrecht: wat is onze visie op de omgeving, hoe wordt er getoetst, hoe vindt het toezicht plaats en hoe wordt er gehandhaafd? Het eerste deel gaat over de kwaliteit van de leefomgeving; het tweede deel over het proces omtrent vergunningverlening, handhaving en toezicht. Omgevingskwaliteit gaat hand in hand met klimaat en duurzaamheid. De gemeente wil deze verbinding leggen, niet alleen om een bijdrage te leveren aan de eigen leefomgeving, maar eveneens om een bijdrage te leveren aan een duurzame wereld. De gemeente zet zich in om schadelijke activiteiten tegen te gaan en positieve activiteiten te stimuleren. Duurzaamheid is een belangrijk item.
46
bestemmingsplan Maria Goretti
Maria Goretti
Het zestal speerpunten dat in het huidige programma is opgenomen, zal worden doorgezet, namelijk: 1. Duurzame ruimtelijke ontwikkelingen; 2. Duurzame bouw (nieuwbouw en bestaande bouw); 3. Energiebesparing; 4. Eigen organisatie; 5. Duurzame mobiliteit, en 6. Duurzaam ondernemen. Op bovenstaande thema's wil de gemeente een actief beleid voeren. Bij het onderwerp duurzame bouw wil de gemeente (deels) voorlopend zijn, en in de eigen organisatie eveneens (deels) voorlopend en innovatief. De gemeente heeft dit plan met een oplegnotitie verlengd.
Beoordeling en conclusie In het plan worden de volgende duurzaamheidsmaatregelen genomen: De gebouwen worden voorzien van zonnepanelen; De gebouwen zullen voldoen aan BENG normen; Er worden bodemwarmtepompen aangelegd; In het gebouw met de zorgappartementen wordt een slim installatieconcept met betonkernactivering met infrarood panelen toegepast; Voorkomen hittestress door het toepassen van ruime overstekken; Goede ventilatie door tweezijdige oriëntatie; Slaapkamers zoveel mogelijk aan noordzijde; Halfverharding toepassen op de parkeerplaatsen; Groene gevels door het aanbrengen van plantenbakken; Oplaadpunten fietsen/scootmobiel, optioneel voor auto's; Sociale cohesie door woonkamer van het zorggebouw aan openbare ruimte de situeren.
bestemmingsplan Maria Goretti
47
Maria Goretti
Hoofdstuk 4 4.1
Toets aan milieu- en omgevingsaspecten
Bedrijven en milieuzonering
Algemeen Bij milieuzonering gaat het om de belangenafweging tussen bedrijvigheid enerzijds en gevoelige functies met betrekking tot hinderaspecten zoals geluid, geur, gevaar en stof. Deze milieuzonering vindt plaats aan de hand van een Staat van Bedrijfsactiviteiten (SvB). Dit is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gekoppeld aan een mate van milieubelasting. De SvB is opgesteld met behulp van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Er dient hierbij nadrukkelijk onderscheid gemaakt te worden in de bestaande situatie en de nieuwe situatie. Bij het realiseren van een nieuwe functie dient anders gezegd gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe functies worden gerealiseerd. Hierbij spelen twee vragen: 1. Zijn er bestaande hindergevende functies in de omgeving die mogelijk leiden tot hinder voor de nieuwe (hindergevoelige) functie(s) binnen het plan? 2. Worden in dit plan nieuwe hindergevende functies gerealiseerd die mogelijk leiden tot hinder voor nieuwe of bestaande hindergevoelige functies in de omgeving of binnen het plan? Toetsing Wat betreft de eerste vraag kan worden gesteld dat het plangebied is gelegen in een omgeving waar met name woningen gelegen zijn. Deze leiden niet tot hinder op de omgeving. In de nabijheid / directe omgeving bevinden zich geen bedrijven.
Aan de noordzijde (Foksiastraat), oostzijde (Julianaweg) en zuidzijde (Meergracht) zijn uitsluitend woningen gelegen. Aan de westzijde van het plangebied is de bibliotheek Waterland Volendam gelegen. Dit is een openbare functie, die eveneens, uitgaande van de voornoemde VNG-publicatie, niet leidt tot hinder op de omgeving. De functie valt onder de categorie 'Bibliotheken, musea, ateliers, e.d.' (SBI2008-code 9101, 9102) waarbij een indicatieve hinderzone geldt van 10 meter. De nieuwe woningen zijn gelegen op een afstand van minimaal 10 meter. Hiermee is geen sprake van mogelijke hinder. Aan de Julianaweg 140 is voorts een (afhaal) restaurant aanwezig. Deze functie valt onder de categorie 'Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d.' (SBI2008-code 561), waarbij een indicatieve hinderzone van 10 meter geldt. De kleinste afstand van dit restaurant tot het plangebied bedraagt 40 meter, ruim genoeg om geen hinder te ervaren. Voorts staat op circa 25 meter van het plangebied een zend-/ontvangmast en een gebouw van KPN. Nederland hanteert, net als de meeste andere Europese landen, de blootstellingslimieten van de ‘International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection’ (ICNIRP). ICNIRP is een onafhankelijke internationale groep wetenschappers die blootstellingslimieten voor elektromagnetische straling opstelt.
Op 3 m vanaf van het antennepaneel wordt het blootstellingslimiet niet meer overschreden. De woningen liggen dus op voldoende afstand van de zendmast. Op circa 300 meter bevindt zich het bedrijventerrein Julianaweg. Dit terrein staat op meerdere plaatsen verschillende milieucategorieën toe, lopend van 2 tot (maximaal) 4.2. Bedrijven met een milieucategorie 4.2. hebben een richtafstand van 300 m.
48
bestemmingsplan Maria Goretti
Maria Goretti
Bedrijven en milieuzonering (bron: VNG brochure bedrijven en milieuzonering)
Aangezien de afstand tussen de bedrijven en de woningen minimaal 300 m is, zijn er geen belemmeringen. Wat betreft de tweede vraag kan worden gesteld dat binnen onderhavig plan uitsluitend woningen worden gerealiseerd. Deze leiden niet tot hinder of beperking voor de omgeving.
Conclusie Het plan is haalbaar voor wat betreft het aspect bedrijven en milieuzonering.
4.2
Geluid
Algemeen De mate waarin het geluid, veroorzaakt door het wegverkeer, door spoorwegverkeer, en/of door inrichtingen (industrielawaai) het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (de Wgh). De Wgh is bedoeld voor nieuwe situaties (het projecteren van nieuwe geluidgevoelige functies of het verrichten van fysieke aanpassingen aan een weg). De wet stelt dat in principe de geluidbelasting op de gevel van woningen niet hoger mag zijn dan de maximale waarde, dan wel een nader bepaalde hogere waarde. Volgens de Wet geluidhinder geldt voor wegen met 1 of 2 rijstroken een (onderzoeks)zone van 200 meter. Voor wegen bestaande uit 3 of meer rijstroken is de onderzoekszone 350 meter. Wegen met een maximum snelheid van 30 km/uur zijn volgens de Wet geluidhinder niet onderzoeksplichtig. De "voorkeursgrenswaarde" voor binnenstedelijk gelegen woningen bedraagt 48 dB. De maximale ontheffing die kan worden verkregen bedraagt 63 dB.
Toetsing Het plangebied ligt binnen de invloedssfeer c.q. geluidszones van enkele wegen, te weten de Julianaweg, de Daliastraat, de Foksiastraat en de Meergracht. Het plangebied ligt niet binnen een geluidszone van een spoorlijn of een geluidgezoneerd industrieterrein. Uit paragraaf 4.1 blijkt dat er geen overlast van bedrijven is. Gelet op de ligging binnen de geluidszones van enkele wegen is akoestisch
bestemmingsplan Maria Goretti
49
Maria Goretti
onderzoekwegverkeerslawaai uitgevoerd, dat als bijlage 3 aan dit bestemmingsplan is toegevoegd. Op basis van dit onderzoek, waarbij is getoetst op de randen van het bouwvlak vanuit de verbeelding, kunnen de volgende conclusies worden getrokken: 1. Op basis van onderhavig onderzoek, waarbij is getoetst op de randen van het bouw-vlak vanuit de verbeelding, kunnen de volgende conclusies worden getrokken: 2. De geluidbelasting vanwege de 50 km/uur weg Julianaweg bedraagt maximaal 61 dB. Dit is hoger dan de gehanteerde voorkeursgrenswaarde maar lager dan de maximaal te ontheffen geluidbelasting. Maatregelen zijn derhalve onderzocht. 3. De geluidsbelasting vanwege de 30 km/uur weg Foksiastraat overschrijdt de voorkeursgrenswaarde. De maximale geluidsbelasting die is waargenomen is 52 dB. Dit is lager dan de maximaal te ontheffen geluidbelasting. Maatregelen zijn onderzocht. Het realiseren van eenrichtingsverkeer op de Foksiastraat zal de geluidsbelasting aanzienlijk verminderen, alhoewel een overschrijding van maximaal 1 dB kan blijven bestaan. Het bevoegd gezag dient hierover te oordelen. 4. De geluidbelasting vanwege de Burgemeester van Baarstraat en Kielstraat overschrijdt de voorkeursgrenswaarde niet. Vanwege deze wegen wordt voldaan aan de Wgh. 5.
De geluidbelasting vanwege de Begoniastraat, Daliastraat, Meergracht, Molenweg en de Schippersgracht is lager dan de gehanteerde voorkeursgrenswaarde. Vanwege deze wegen kan worden voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. 6. De Julianaweg gaat gereconstrueerd worden waarbij geluidreducerend asfalt aangebracht gaat worden, tevens wordt mogelijk de snelheid verlaagd. Door het toepassen van SMA NL 8G+ kan de geluidbelasting met 2-3 dB gereduceerd worden. Er treedt alsnog een overschrijding van de voorkeurswaarde van 48 dB op; de geluidbelasting op de voorgevel van bouwblok 1 bedraagt dan alsnog maximaal 58 dB. Gebouwen 2 en 3 ervaren door de bronmaatregel geen overschrijding meer van de voorkeursgrenswaarde. Onderzoek naar bron- en overdrachtsmaatregelen wijst uit dat deze niet voldoende soelaas bieden, financieel niet doelmatig zijn, of stedenbouwkundig onwenselijk zijn. Er dienen derhalve maatregelen aan de ontvanger zijde te worden getroffen. 7. Door het treffen van maatregelen moet de binnenwaarde van 33 dB worden gewaarborgd. Dit is in een bouwakoestisch onderzoek bij de aanvraag omgevingsvergunning aangetoond. 8. Aangezien alle woningen aan de achterzijde een geluidluwe gevel hebben wordt aanbevolen om een eventuele (eerste) buitenruimte daar te realiseren zodat hiermee een geluidluwe buitenruimte wordt bewerkstelligd. 9.
Voor het plan dienen hogere grenswaarden te worden aangevraagd voor de Julianaweg. Deze dienen voor de vaststelling van het plan verkregen te zijn. Aangezien de Foksiastraat een 30 km/uur weg betreft hoeft geen procedure hogere grenswaarden te worden doorlopen. Onderstaande tabel geeft aan welke hogere waarden voor welk bouwblok verkregen dienen te worden.
Bij het toetsen van de omgevingsvergunning bouwen zal getoetst moeten worden of aan de binnenwaarde voldaan wordt. Ten behoeve hiervan is een bouwakoestisch onderzoek (bijlage 4)
50
bestemmingsplan Maria Goretti
Maria Goretti
uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de vereiste minimale karakteristieke geluidwering gerealiseerd wordt met de naden, kierdichtingen, beglazing, kozijnen, ventilatieroosters en dak- en gevelopbouw, zoals aangegeven bij de paragraaf bouwkundige voorzieningen uit het bouwakoestisch onderzoeksrapport. Om de vereiste geluidwering ook werkelijk te realiseren, is een zorgvuldige uitvoering van groot belang. Vooral slechtere naad- en kierdichtingen, bijvoorbeeld door een onvoldoende kwaliteit beslag op te openen delen, kunnen leiden tot een sterk tegenvallend eindresultaat. In het akoestisch onderzoekwegverkeerslawaai is ook de gecumuleerde geluidbelasting berekend. In het zesde lid van artikel 110a Wgh wordt aangegeven dat burgemeester en wethouders slechts hogere waarden vast kunnen stellen, wanneer de gecumuleerde geluidbelasting niet leidt tot een onacceptabele geluidbelasting. Uit de berekening kan worden opgemaakt dat de maximale geluidbelasting 66 dB bedraagt. Er dient voldaan te worden aan het gemeentelijk beleid. In het gemeentelijke beleid is opgenomen dat elke woning ten minste één geluidluwe gevel heeft. Aanbevolen wordt om een eventuele (eerste) buitenruimte aan de achterzijde te realiseren (tenminste voor de woningen die een overschrijding kennen); dan zal elke (eerste) buitenruimte geluidluw zijn.
Dit is met name van belang voor de woningen van bouwblok 1, welke aan de drukke Julianaweg zijn gelegen. Hierin is voorzien. Op de Julianaweg is in het kader van de reconstructie van de weg een aanpassing van het wegdek voorzien waardoor de geluidsbelasting minder wordt. Al met al is het college van mening dat voorzien wordt in een acceptabele geluidsbelasting.
Aangezien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, en het plangebied in de akoestische aandachtszone van meerdere wegen ligt, is de gecumuleerde geluidbelasting berekend exclusief aftrek art. 110g Wgh (conform het Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012). Voor dit plangebied zijn industrielawaai en spoorweglawaai niet relevant. Daarom is alleen een cumulatie van het autoverkeer berekend.
Conclusie Voor de woningen langs de Julianalaan dient een hogere geluidsbelasting vastgesteld te worden. Voor deze woningen zal wel voldaan moeten worden aan de binnenwaarden. Bij het verlenen van de omgevingsvergunning zal daaraan getoetst worden. Rekening houdend met het verlenen van hogere waarden vormt het aspect geluid geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
4.3
Luchtkwaliteit
Algemeen Het aspect luchtkwaliteit is verankerd in de Wet milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2 en is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 en PM2,5(fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichts bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. De Europese grenswaarden voor de jaargemiddelden voor NO2 en PM10 zijn gesteld op 40 µg/m3 en voor PM2,5 op 25 µg/m3. Toetsing
bestemmingsplan Maria Goretti
51
Maria Goretti
Huidige situatie Er vinden in de huidige situatie geen overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen plaats. Dit blijkt uit de Atlas Leefomgeving, waarin de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) voor het jaar 2020 in beeld zijn gebracht. De navolgende afbeeldingen geven aan welke waarden in de omgeving van het plangebied van toepassing zijn. De waarden zijn voor 2022 nog goed toepasbaar.
Achtergrondconcentraties NO2 ter plaatse van het plangebied (rood omcirkeld) (bron: Atlas Leefomgeving)
Achtergrondconcentraties PM10 ter plaatse van het plangebied (rood omcirkeld) (bron: Atlas Leefomgeving)
Achtergrondconcentraties PM2,5 ter plaatse van het plangebied (rood omcirkeld) (bron: Atlas Leefomgeving)
52
bestemmingsplan Maria Goretti
Maria Goretti
Uit de voorgaande kaarten blijkt dat de achtergrondconcentratie in het plangebied voor stikstofdioxide (NO2) circa 12 µg/m3 bedraagt, voor fijnstof (PM10) circa 15 µg/m3 en voor fijnstof (PM2,5) circa 8,5 µg/m3. In de 'Wet Luchtkwaliteit' (Titel 5.2 Wet milieubeheer) zijn wettelijke grenswaarden genoemd voor de betreffende stoffen; die bedraagt voor de jaargemiddelde immissieconcentraties 40 µg/m3 voor NO2 en PM10 en 25 µg/m3 voor PM2,5. In alle gevallen blijven de achtergrondwaarden ver beneden deze grenswaarden. Voor de jaren tot en met 2030 wordt verder een daling van de concentratie van deze stoffen geprognotiseerd. Dit blijkt uit de 'Grootschalige concentratie en depositie kaarten Nederland' (opgesteld door het RIVM).
Ontwikkeling Plannen die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden, aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moeten worden gemaakt dat het plan maximaal 1,2 µg/m3 verslechtering leidt (voor beide stoffen geldt deze grens). Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Deze functies zijn altijd NIBM. Het gaat dan bijvoorbeeld om 1.500 woningen of 10.000 m2 bvo kantoren bij één ontsluitingsweg. In onderstaande tabel is berekend wat het effect is van het extra verkeer als gevolg van onderhavige ontwikkeling op de luchtkwaliteit. Hierbij is gebruik gemaakt van de verkeerscijfers, zoals beschreven in paragraaf 4.6.
Onderhavig plan betreft een woningbouwplan met 83 woningen. Hiermee blijft het plan ver onder de 'NIBM'-grens. Hiermee kan onderhavig plan worden aangemerkt als een plan dat in niet-betekenende mate bijdraagt aan (een verslechtering van) de luchtkwaliteit. Conclusie Het plan is gelet op bovenstaande uitvoerbaar voor wat betreft luchtkwaliteit.
bestemmingsplan Maria Goretti
53
Maria Goretti
4.4
Bodemgeschiktheid
Algemeen Het is wettelijk geregeld dat ontwikkelingen pas kunnen plaatsvinden als de bodem waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij iedere nieuwbouwactiviteit of bestemmingswijziging dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek voor vaststelling van het bestemmingsplan in beeld te zijn gebracht. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op een schone bodem te worden gerealiseerd. De kwaliteit van verontreinigde bodem moet ten behoeve van realisatie van de nieuwe bestemmingen voldoen aan doelstellingen uit het BEVER beleid (beleidsvernieuwing bodemsanering). Uitgangspunt is dat functioneel wordt omgegaan met eventueel aanwezige verontreinigingen. Tevens introduceerde de commissie Welschen in het begin van de jaren negentig het begrip “actief bodembeheer”. Het doel hiervan is om op verstandige, doelmatige wijze om te gaan met de structurele aanwezigheid van bodemverontreiniging.
Bodemkwaliteitskaart De regio Waterland beschikt over een goedgekeurde bodemkwaliteitskaart (vastgesteld 2020). De gegevens voor de bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig uit representatieve bodemonderzoeken uit het bodeminformatiesysteem van de regiogemeenten en van aanvullend bodemonderzoek. De bodemkwaliteitskaart doet geen uitspraak over de kwaliteit van de bodem ter plaatse van verdachte locaties, verontreinigde locaties of gesaneerde locaties. In het plangebied zijn geen locaties aanwezig die zijn opgenomen op de lijst van spoedlocaties van de provincie Noord-Holland (www.noord-holland.nl). Dat betekent dat er binnen het te bestemmen gebied geen gevallen van ernstige bodemverontreiniging bekend zijn, die vanwege hun urgentie in verband met humane en-/of verspreidingsrisico's met spoed gesaneerd dienen te worden.
Bodemonderzoek Om vast te stellen of de bodemkwaliteit zich leent voor de functie wonen en sprake is van grondroerende werkzaamheden is verkennend bodemonderzoek en aanvullend bodemonderzoek conform NEN 5740 verricht. Dit onderzoek is toegevoegd als bijlage 5 van dit bestemmingsplan. In het bodemonderzoek zijn de volgende conclusies opgenomen: In monster m6.1, binnen in de gymzaal, is een verontreiniging tot boven de interventiewaarde met zink geconstateerd. In de overige (meng)monsters van de boven- en ondergrond zijn maximaal lichte verhogingen van de geanalyseerde parameters geconstateerd. Op basis van het tijdelijk handelingskader valt alle onderzochte grond op de locatie in de bodemkwaliteits/bodemfunctieklasse “wonen of industrie”, wanneer toegepast op een landbodem boven grondwaterstand. De locatie kan daarmee als niet verontreinigd ten aanzien van PFAS worden beschouwd. In het grondwater zijn lichte verhogingen van arseen, barium en of som xylenen aangetroffen. De hypothese dat in de grond grotendeels maximaal licht verhoogde gehalten verontreinigende stoffen aanwezig zijn, wordt in het onderzoek bevestigd.
54
bestemmingsplan Maria Goretti
Maria Goretti
De hypothese dat in het grondwater geen verhoogde concentraties aanwezig zijn, behalve mogelijk van nature verhoogde concentraties, wordt in het onderzoek niet geheel bevestigd. De aangetroffen verhogingen op het overgrote deel van het terrein zijn dusdanig gering, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek hiernaar geen aanleiding wordt gezien. Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Wel is plaatselijk potentieel asbestverdacht puin waargenomen in de bodem. Tijdens een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) wordt de bodem niet specifiek op asbest onderzocht. Indien het bodemonderzoek voorafgaand aan eventuele sloop van opstallen, waar asbest in is verwerkt, is uitgevoerd, kan het bevoegd gezag eisen dat NA sloop een verkennend asbestonderzoek wordt uitgevoerd. Om uit te sluiten of er asbest in de bodem aanwezig is, is uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN 5707 eveneens noodzakelijk. Dit is als voorwaarde in de omgevingsvergunning opgenomen. Bij de (voormalige) tank zijn in de grond geen verhogingen van minerale olie (meer) geconstateerd. In het grondwater is een lichte verhoging met xylenen aangetroffen. Daarom wordt geadviseerd om NA sloop van de opstallen nog na te gaan of onder het (voormalige) pand verhoogde gehalten van minerale olie aanwezig zijn in de grond en of het grondwater.
Bij wijziging van bestemming van het terrein naar woningbouw is het niet wenselijk dat nog oliegeuren waargenomen worden of verhoogde gehalten aanwezig zijn. Aangezien in de gymzaal (bij boring 6) opnieuw de interventiewaarde voor zink wordt overschreden, bestaan er daar waarschijnlijk risico's voor de volksgezondheid. Teneinde hierover uitspraken te kunnen doen en na te kunnen gaan in hoeverre risico's voor de ecologie of verspreidingsrisico's aanwezig zijn, is nader onderzoek noodzakelijk. Hiertoe dient in eerste instantie de omvang van de verontreinigingen beter in kaart te worden gebracht. Wegens de aanwezigheid van bebouwing aldaar kan een nader onderzoek echter pas plaatsvinden na sloop van de opstallen. Bij graafwerkzaamheden op het terrein kunnen er beperkingen in de mogelijkheid tot hergebruik van eventueel vrijkomende grond buiten de locatie bestaan. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Grond met verhogingen tot boven interventiewaarden is niet geschikt voor hergebruik elders, en moet worden afgevoerd bij de daartoe bevoegde bedrijven. Conclusie De exacte verontreinigingssituatie wordt vastgesteld nadat de opstallen zijn gesloopt. Dan wordt ook duidelijk welke sanering nodig is en welke kosten daarmee gepaard gaan. Ook asbestonderzoek is nodig bij sloop. De kosten daarvan worden door de gemeente gedekt.
Daarmee bestaat er geen beperking ten aanzien van de uitvoering van het plan.
4.5
Externe veiligheid
Algemeen Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen, het vervoer en opslag van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Binnen de externe veiligheid worden twee normstellingen gehanteerd: het Plaatsgebonden Risico (PR) richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers; het Groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg calamiteiten met gevaarlijke stoffen.
bestemmingsplan Maria Goretti
55
Maria Goretti
Bebouwing is niet toegestaan binnen de zogenaamde 10-6 contour van het PR: rond inrichtingen waarin opslag/verwerking gevaarlijke stoffen plaatsvindt; langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Risico's verbonden aan het transport gevaarlijke stoffen zijn in kaart gebracht in de diverse risicoatlassen. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is opgenomen dat voor iedere toename van het GR een verantwoordingsplicht geldt, ook als de verandering geen overschrijding van de norm tot gevolg heeft. Deze verantwoordingsplicht geldt ook voor gevaarlijke buisleidingen en routes gevaarlijke stoffen (Besluit externe veiligheid buisleidingen resp. Besluit externe veiligheid transportroutes).
Toetsing Volgens de provinciale risicokaart zijn er geen risicobronnen aanwezig binnen het plangebied. Ook in de directe omgeving bevinden zich geen risicobronnen. Op grotere afstand bevinden zich wel risicobronnen zoals een gastransportleiding, LPG-vulpunt en bedrijf met gevaarlijke opslag, maar deze bevinden zich allemaal op geruime afstand (circa 700 tot 1.000 meter). Het plangebied is ruimschoots buiten deze invloedsgebieden gelegen. Dit geldt ook voor de dichtsbijzijnde weg waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, de A7, die op circa 9,5 kilometer afstand van het plangebied ligt.
Uitsnede uit Risicokaart (risicobronnen staan in rood aangeduid) met aanduiding plangebied
56
bestemmingsplan Maria Goretti
Maria Goretti
(bron: www.risicokaart.nl)
Conclusie Het aspect externe veiligheid werpt geen belemmeringen op voor het plan.
4.6
Verkeer en parkeren
Verkeer De toekomstige woningen komen in de plaats van de bestaande voorzieningen. De voormalige sport- en maatschappelijke voorzieningen hebben een verkeersaantrekkende werking gedurende de hele dag, omdat de bebouwing gedurende grote delen van de dag wordt gebruikt. Daarentegen hebben de toekomstige woningen met name een piek in verkeer in de ochtend en avond. Er is dus sprake van een verandering van de verkeersituatie. In het kader van voorliggende ontwikkeling heeft Goudappel onderzoek gedaan naar de verkeersintensiteiten op de Foksiastraat, de Begoniastraat en de Daliastraat. Deze wegen maken geen onderdeel uit van het vastgestelde verkeersmodel van Edam-Volendam. Daarom is voor deze studie een verfijning van het wegennet en de gebiedsindeling van het verkeersmodel toegepast, zodat een inschatting gegeven kan worden van de intensiteiten op de genoemde wegen. De intensiteiten geven een inschatting van het verkeer omdat een verkeersmodel op dit detailniveau niet exacte intensiteiten kan berekenen.
bestemmingsplan Maria Goretti
57
Maria Goretti
Onderzochte locaties intensiteiten (bron: Goudappel)
Er zijn 3 situaties onderzocht voor het prognosejaar 2030: Voortzetting huidige functies, dus situatie zonder ontwikkeling van Maria Goretti; Toekomstige situatie, waarbij Maria Goretti ontwikkeld is tot woongebied (op basis van voorliggend plan); Toekomstige situatie waarbij Maria Goretti is ontwikkeld tot woongebied én de Foksiastraat een éénrichtingsweg wordt. In onderstaande tabel zijn de intensiteiten in motorvoertuigen per etmaal op de Foksiastraat, de Begoniastraat en de Daliastraat weergegeven. De kolommen 1 tot en met 4 betreffen de gegevens die horen bij de vier locaties uit bovenstaande figuur.
Verkeerskundig zal het plangebied aansluiten op de bestaande infrastructuur in de omgeving. Het nieuw te realiseren binnenterrein, waar hoofdzakelijk zal worden geparkeerd, wordt aangesloten op de Foksiastraat. Het verkeer dat door de nieuwe woningen ontstaat zal binnen het bestaande verkeersbeeld in te passen zijn. Als gevolg van de ontwikkeling zal het verkeer op de Foksiastraat met 260 motorvoertuigen per etmaal (gemiddeld 10 per uur) en 60 motorvoertuigen per etmaal op de Daliastraat toenemen. Door éénrichtingsverkeer in de Foksiastraat in te voeren, zal de verdeling anders worden. Er komt dan meer verkeer door Daliastraat en minder door Foksiastraat, maar deze toename wordt voornamelijk veroorzaakt door het instellen van een éénrichtingsverkeerregime en niet door het toevoegen van de woningen. 30 km/uur zones kunnen zo'n 5.000 a 6.000 mvt/etmaal verwerken (CROW). Deze intensiteiten worden lang niet gehaald. De straten kunnen de toename van het verkeer als gevolg van de ontwikkeling en de verkeerskundige aanpassingen aan de Foksiastraat goed aan. In het onderzoek is alleen gekeken naar de toename van het verkeer als gevolg van de realisatie van de woningen. Daarbij is geen rekening gehouden met het verminderen van het verkeer als gevolg van het verdwijnen van school en sportzaal.
Indien daar wel rekening mee wordt gehouden zal de situatie op bepaalde tijdstippen zelfs verbeteren. Voor het langzaam verkeer wordt er een nieuwe verbinding gerealiseerd langs de Meergracht. Hiermee is het plangebied voor het langzaam verkeer goed en op meerdere manieren te bereiken. In onderstaande afbeelding is zichtbaar dat het plangebied ontsloten wordt middels de Foksiastraat. Zowel in het noorden als in het oosten zijn inritten naar de binnenplaats gerealiseerd, die aansluiten op het eenrichtingsregime dat in de Foksiastraat gerealiseerd zal worden. Deze zijn zo gesitueerd, dat de verlichting van de koplampen niet zullen schijnen in de woningen. Bovendien is voorzien in een keermogelijkheid voor brandweerauto's, evenals twee opstelplaatsen voor brandweerauto's.
58
bestemmingsplan Maria Goretti
Maria Goretti
De Julianaweg zal heringericht worden. De exacte inrichting hiervan is nog niet bekend.
Situatietekening inrichting ontsluiting en parkeerplaatsen (bron: Rudy Uytenhaak architecten)
Parkeren Voor de bovengenoemde ruimtelijke ontwikkeling wordt er voor de 30 zorgappartementen van Odion gerekend met de parkeernorm voor een verzorgingstehuis, omdat de bewoners niet in staat zijn auto te rijden en deze daarom geen auto bezitten. Met dit bestemmingsplan zijn de parkeernomen uit de laatste CROW-publicatie 317 voor matig stedelijk gebied van toepassing:
Planonderdeel Zorgappartementen Sociale huurappartementen Sociale grondgebonden woningen Bestaande woningen Foksiastraat
bestemmingsplan Maria Goretti
Parkeernorm woning 0,2 p.p./won 0,9 p.p./won 1,1 p.p./won
Parkeernorm bezoekers 0,4 p.p./won 0,3 p.p./won 0,3 p.p./won
1,4 p.p./won
0,3 p.p./won
59
Maria Goretti
In de CROW richtlijnen wordt aangegeven dat de parkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers niet altijd voor 100% bezet zijn. Volgens het CROW is de maximale parkeervraag voor woningen op een doordeweekse avond. De bezettingsgraad voor bewoners is dan 90% en voor bezoekers 80%. Dit is de voor deze ruimtelijke ontwikkeling de maatgevende parkeervraag. De parkeervraag is dan de volgende:
Parkeerbalans Planonderdeel
Aantal Parkeernorm Parkeernorm Parkeerplaatsen nodig woning bezoekers 30 0,2 p.p./won x 90% 0,4 p.p./won x 80% 15 parkeerplaatsen