CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Maria Goretti_vastgesteld_1_Toelichting

Raadsvergadering 12 oktober 2023, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan alsmede aanvraag vergunningen inzake Maria Goretti locatie.26.038 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

vastgesteld bestemmingsplan Maria Goretti

Toelichting

Maria Goretti

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

6

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding Het plangebied Vigerende bestemmingsplannen Crisis- en herstelwet Coördinatie Leeswijzer

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 2.2 2.3

Ontstaansgeschiedenis en huidige situatie Het plan Toets aan bestemmingsplan

Hoofdstuk 3 Toets aan beleid

6 6 8 8 8 8

9 9 14 22

24

3.1 3.2 3.3

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid

24 24 32

3.4 3.5

Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

36 38

Hoofdstuk 4 Toets aan milieu- en omgevingsaspecten 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Bedrijven en milieuzonering Geluid Luchtkwaliteit Bodemgeschiktheid Externe veiligheid Verkeer en parkeren Flora en Fauna Water (watertoets) Archeologie Cultuurhistorie Duurzaamheid Klimaatadaptatie

48 48 49 51 54 55 57 60 65 76 78 79 79

Hoofdstuk 5 Milieueffectbeoordeling

81

Hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving

85

6.1 6.2 6.3 6.4

Algemeen Opzet planregels Bestemmingen Verbeelding

bestemmingsplan Maria Goretti

85 85 85 87

3

Maria Goretti

Hoofdstuk 7 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 7.2

4

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

88 88 88

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

Toelichting

bestemmingsplan Maria Goretti

5

Maria Goretti

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het voornemen bestaat om op de locatie Julianaweg 95 te Volendam een woningbouwproject te realiseren. Het complex staat bekend als de Maria Gorettilocatie en is gebouwd als huishoudschool. Binnen het plangebied zijn momenteel een voormalig schoolgebouw, alsmede diverse sport- en maatschappelijke voorzieningen aanwezig. De bebouwing is verouderd en kan deze functies niet goed meer huisvesten, gegeven de moderne eisen. Alle huidige aanwezige functies krijgen een nieuwe plek binnen de gemeente. De locatie komt daarna vrij en leent zich goed voor woningbouw. Daartoe dient wel de bestaande (verouderde) bebouwing te worden gesloopt. Het voornemen om de Maria Gorettilocatie te herontwikkelen is genoemd in het vorige coalitieakkoord "Programmaplan 2017-2022", als ook in het nieuwe coalitieakkoord 2022-2026. Na sloop van de bestaande bebouwing biedt de locatie ruimte voor de realisatie van 83 woningen in verschillende typologieën, zoals 9 grondgebonden eengezinswoningen aan de Foksiastraat, 44 huurappartementen en 30 zorgwoningen. Zie ook paragraaf 2.2. De centrale ligging van het perceel, nabij het oude centrum van Volendam en diverse voorzieningen, maakt dat dit gevarieerde programma, inclusief zorgcomponent, mogelijk en wenselijk is. Het voorgenomen plan past niet in het bestemmingsplan.

Om die reden dient een nieuwe bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen, teneinde het bestaande planologische regime op het perceel te vervangen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een nieuw planologisch regime, op basis waarvan de voorgenomen(zorg) woningen kunnen worden gerealiseerd. Op basis van de coördinatieregeling (Afdeling 3.6 Wet ruimtelijke ordening) wordt gelijktijdig de bestemmingsplanprocedure, de procedure voor de omgevingsvergunning en de procedure voor de ontheffing op grond van de Wet geluidhinder doorlopen. Met aanvullende beeldkwaliteitsrichtlijnen wordt verder een zorgvuldige inpassing en beeldkwaliteit geborgd.

1.2

Het plangebied

Het plangebied ligt in Volendam, net buiten het historische centrum. Het plangebied bestaat momenteel uit een complex met een voormalig schoolgebouw, alsmede sport- en maatschappelijke voorzieningen. De onbebouwde gronden zijn grotendeels verhard en in gebruik als parkeerplaats of als speelplaats van een kinderdagverblijf. Het plangebied is circa 5.400 m2 groot. Op navolgende afbeeldingen is de ligging en begrenzing van het plangebied aangeduid.

6

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

Afbeeldingen met globale ligging en begrenzing van het plangebied binnen de kern van Volendam

bestemmingsplan Maria Goretti

7

Maria Goretti

De exacte ligging van het plangebied komt tot uitdrukking op de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding.

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Ter plaatse van het plangebied gelden de bestemmingsplannen "Nieuw-Volendam" (onherroepelijk geworden op 8 september 2010) en "Parapluherziening parkeren c.a." (vastgesteld op 14 juni 2018). In paragraaf 2.3 volgt een nadere toets aan de geldende bestemmingsplannen.

1.4

Crisis- en herstelwet

Voorliggend bestemmingsplan maakt de bouw van meer dan elf woningen mogelijk, waardoor het mogelijk is gebruik te maken van de Crisis- en herstelwet. Dit heeft als gevolg dat het beroepsrecht beperkt is en dat er striktere eisen worden gesteld aan het beroepschrift. Hierdoor dienen onder andere alle beroepsgronden in het beroepschrift te worden opgenomen. Bovendien kunnen de beroepsgronden na afloop van de beroepstermijn niet meer worden aangevuld en zijn de (beroeps-)procedures korter. Voor voorliggend plan duurt de beroepsprocedure maximaal een half jaar, in plaats van de normale termijn van een jaar.

1.5

Coördinatie

Bij deze ontwikkeling wordt de coördinatieregeling toegepast, waarbij de procedure van het bestemmingsplan, de WABO omgevingsvergunning en de ontheffing op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) gecoördineerd worden. Deze worden gelijktijdig ter inzage gelegd. Tegen de gecoördineerde besluiten staat in één rechtsgang beroep open bij de Raad van State.

1.6

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een analyse gegeven van het plangebied in de bestaande situatie. Daarnaast wordt de voorgenomen ontwikkeling beschreven in het kader van stedenbouwkundige- en welstandseisen. Hoofdstuk 3 presenteert het beleidskader op de verschillende overheidsniveaus, wat voor de voorgenomen ontwikkeling relevant is. In hoofdstuk 4 worden de verschillende milieuaspecten die van belang zijn voor elk bestemmingsplan besproken. Ook komen in dit hoofdstuk omgevingsaspecten aan de orde, zoals verkeer en parkeren, archeologie en cultuurhistorie en de waterparagraaf. De juridische planbeschrijving komt terug in hoofdstuk 6. Zowel de economische als de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan komen aan de orde in hoofdstuk 7. In de bijlagen zijn onder andere de uitgevoerde onderzoeken opgenomen.

8

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

Hoofdstuk 2 2.1

Het plan

Ontstaansgeschiedenis en huidige situatie

Volendam Het plangebied is gelegen nabij het historische dorpshart van Volendam. Aan de monding van het in 1357 afgedamde veenriviertje de Ye ontstond "Vollendam" dat in 1462 voor het eerst genoemd werd. Vanaf de 15e eeuw nam de visvangst daarbij een steeds belangrijkere plaats in. Rond 1650 is Volendam de belangrijkste visleverancier van Amsterdam. Nadat in 1640 het Volendammer Meertje was drooggelegd, werd in 1661 ten behoeve van de visserij de natuurlijke haven van palen voorzien. Van de bebouwing langs de dijk bij de Pieterman en die nabij de Volendammersluis breidde vooral de laatste bebouwing zich uit, waarbij ook op het Landje en langs de Meerzijde de eerste woningen werden gebouwd. Nadat het noordelijk deel van de haven in 1868 vanwege aanslibbing was afgesloten met het Havendijkje werd de haven in 1883 in zuidelijke richting uitgebreid met de Zuiderhaven. De in 1891 nog uit 258 schepen bestaande vissersvloot nam gestaag af in aantal, ten gevolge van achtereenvolgens overbevissing, de aanleg van de Afsluitdijk (1932) en de inpoldering. Volendam schakelde daarom geleidelijk om van visvangst naar vishandel, bouwnijverheid en toerisme als voornaamste inkomstenbronnen. Gemiddeld komen er meer dan 1,2 miljoen toeristen per jaar, waardoor het toerisme substantieel bijdraagt aan de lokale economie.

Tot ver in de 20e eeuw bestaat Volendam voornamelijk uit de bebouwing op en nabij de dijk. Het plangebied lag gedurende die tijd dus in feite niet in Volendam maar in de aangrenzende Volendammeerpolder. Pas na de Tweede Wereldoorlog groeit Volendam substantieel.

bestemmingsplan Maria Goretti

9

Maria Goretti

Historische kaarten met aanduiding plangebied

In 1779 is de Noorderhaven aangelegd. De vaart die is aangelegd tussen Edam en Volendam ligt ten zuiden van het plangebied en is tot op heden aanwezig langs de Edammerweg. Ten noordwesten van de vaart ligt het voormalige Volendammer meer, dat van toepassing is op dit plangebied en dat is drooggelegd en ingepolderd. Ten zuiden van de vaart was het landschap ingericht met lang gerekte percelen die met de korte zijde aan de vaart liggen en onderling verdeeld waren door slootjes. Deze percelen waren in het begin van de 19e eeuw nog steeds in gebruik als weilanden. Pas vanaf de 19e eeuw wordt verder landinwaarts gebouwd. Met name de bloeiende visserij trok nieuwe bevolking aan. De groei van het dorp tot globaal de Julianaweg verliep daarbij niet echt planmatig, hetgeen zich uit in een wirwar van smalle straatjes met een kronkelend patroon.

Topografisch kaartbeeld bestaande situatie

10

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

Plangebied Het plangebied is gelegen in één van de wijken die na de Tweede Wereldoorlog in Volendam, in verschillende bouwstromen, zijn ontstaan. Deze wijken liggen als 'jaarringen' om de oudste uitbreiding van Volendam heen. De verschillende buurten worden veelal van elkaar gescheiden door groen- en waterpartijen. Het plangebied grenst aan de zuidzijde direct aan een dergelijke groen/waterpartij: de Meergracht.

Plangebied vanaf Julianaweg

Hoek Julianaweg/Foksiastraat

Vanaf Foksiastraat

Noordwestzijde plangebied

Onderhavig plangebied behoort tot de oudste uitbreidingswijk: Volendam-west. Deze wijk grenst aan de oude kom van Volendam en wordt gekenmerkt door een rechthoekige structuur van woonstraten met een vrijwel gesloten blokverkaveling. Het maatschappelijke cluster dat in het plangebied is gehuisvest wordt omgeven door: een bibliotheek en een telecommunicatiegebouw van KPN; een seniorencomplex, bestaande uit twee appartementengebouwen; een woongebied, bestaande uit grondgebonden eengezinswoningen; de Julianaweg; en een groenstructuur (het Boelenspark) en het water van de Meergracht, met daarlangs aan weerszijden een groene strook. In de bestaande locatie zijn binnen het plangebied een school en diverse sport- en maatschappelijke voorzieningen aanwezig, waaronder een turnhal, een kinderdagverblijf, een peuterspeelzaal, de voormalige LOVE-studio en andere maatschappelijke functies. De locatie is vrijwel geheel bebouwd en verhard. Het complex is in de jaren '50 begonnen als huishoudschool (1953). Daarna zijn er diverse uitbreidingen geweest, alhoewel het leeuwendeel van de bebouwing uit 1953 stamt en meerdere functies zijn gekomen (en gegaan).

bestemmingsplan Maria Goretti

11

Maria Goretti

Foto Maria Goretti uit de jaren '50 (voormalig schoolgebouw)

Luchtfoto met aanduiding plangebied

Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan de groene strook langs de Meergracht. De Meergracht vormt, binnen het eerder beschreven bebouwde gebied, een rechtlijnig landschappelijk element als uitloper van een groenstructuur (o.a. het Boelenspark) dat de oorspronkelijke loop van de IJe markeert. De IJe was een veenstroom die vanuit het

12

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

Zeevanggebied ten noorden van Edam liep. Langs de IJe is Edam (IJe-dam) ontstaan en bij de monding ontstond het dorp Volendam. Later is het gebied ten zuidoosten van de Daliastraat en de Molenweg grotendeels bebouwd. Het feit dat in dit gebied eerder water stroomde is duidelijk af te lezen aan het hoogteverschil; de zone tussen de Edammerweg en de Vissersstraat ligt beduidend lager dan het omliggende gebied.

Indruk huidig gebouw/huidige situatie

Aan de noordzijde grenst het plangebied aan de Foksiastraat met aan de noordzijde woningen. Het woongebied bestaat hoofdzakelijk uit aaneengebouwde grondgebonden eengezinswoningen van twee lagen en doorlopende langskappen. Elf woningen bestaan hier uit anderhalve bouwlaag en zijn voorzien van een individuele dwarskap.

Aan de oostzijde grenst het plangebied aan de Julianaweg met aan de overzijde een recent gebouwd appartementengebouw en enkele grondgebonden woningen aan de Meergracht die in eigendom zijn van de woningbouwcorporatie "Stichting Woningbeheer De Vooruitgang". De Julianaweg is de belangrijkste ontsluitingsweg binnen Volendam. De bebouwing langs de Julianaweg wordt gekenmerkt door een lint van hoofdzakelijk grondgebonden woningen (van vaak anderhalve laag met een dwarskap), met op enkele plekken andere functies (anders dan grondgebonden woningen). Deze functie hebben vaak een afwijkende bouwmassa en een afwijkende positionering op het kavel. Voorbeelden daarvan zijn de Mariakerk, het AMVO-gebouw en ook de bestaande situatie in het plangebied.

De gevelwanden van de Julianaweg hebben ten zuiden een ander karakter dan ten noorden van

bestemmingsplan Maria Goretti

13

Maria Goretti

het plangebied. Ten zuiden zijn de beide gevelwanden eenduidig opgebouwd uit aaneengebouwde grondgebonden eengezinswoningen van anderhalve bouwlaag en een individuele dwarskap. Ten noorden van het plangebied bestaat de gevelwand van de Julianaweg aan de noordwestzijde uit twee blokken aaneengebouwde grondgebonden eengezinswoningen van twee lagen en een doorlopende langskap. Dit wordt onderbroken door vijf eengezinswoningen van anderhalve bouwlaag en een individuele dwarskap. De andere gevelzijde aan de overkant van de Julianaweg bestond vroeger uit grondgebonden eengezinswoningen van een enkele bouwlaag en een doorlopende langskap. Deze woningen hebben plaatsgemaakt voor een appartementencomplex van drie tot vier bouwlagen (project Julianaweg-Kielstraat).

Aan de zuidzijde grenst het gebied aan de Meergracht. Het gebied ten zuiden van de Meergracht wordt gedomineerd door aaneengebouwde grondgebonden eengezinswoningen van anderhalve bouwlaag en een individuele dwarskap.

Aan de westzijde grenst het plangebied aan de bibliotheek Waterland Volendam en een redelijk groot KPN-gebouw (communicatie c.q. nutsvoorziening). Het KPN-gebouw is enkellaags en de bibliotheek is tweelaags, voorzien van enkele kruislings lopende dwarskappen. Aan het Boelenspark ten noordwesten van de bibliotheek zijn twee appartementengebouwen gerealiseerd. Eén van de gebouwen bestaat uit drie bouwlagen. Het andere gebouw heeft een trapsgewijze opbouw van drie naar zeven bouwlagen. De appartementen worden via galerijen ontsloten. De gebouwen wijken middels hun ronde bouwvorm af van de in de omgeving aanwezige structuren, hetgeen is te legitimeren gezien de bijzondere ligging in / aan het park.

De bestaande bebouwing in het plangebied bestaat uit meerdere gebouwen uit verschillende bouwperioden die tegen elkaar zijn gepositioneerd. Het wordt gekenmerkt door een cluster van gebouwen die in vorm en massa afwijken van de omgeving. Ondanks dat de gebouwen uit verschillende tijden dateren, vertonen ze een zekere vorm van eenheid door het sobere en ingetogen karakter van de architectuur en de doorlopende langskappen op de verschillende volumes. Het volume aan de Foksiastraat bestaat uit één laag met een kap. De volumes aan de Julianaweg en aan het fietspad bij de bibliotheek bestaan uit twee lagen met een kap. Het gebouw van de voormalige LOVE-studio dat aan de zijde van het water langs de Meergracht ligt, wijkt in materialisatie, vorm en volume (van hout, enkellaags en plat afgedekt) af van het cluster dat zojuist is beschreven. Het complex is op meerdere plaatsen verouderd en in slechte staat. Het kan niet goed meer de functies huisvesten die er gevestigd zijn. Deze zullen uitwijken naar een nieuwe locatie. De woonfunctie is een logische nieuwe functie. De locatie is aantrekkelijk gelegen nabij het oude centrum van Volendam, maar ook nabij tal van (winkel)voorzieningen. Het huidige complex leent zich er echter niet voor deze functie op een stedenbouwkundig en bouwtechnisch verantwoorde manier te realiseren.

Slechts door gehele sloop en nieuwbouw kan een fraai nieuw wooncomplex worden gerealiseerd dat past in de omgeving en voldoet aan de moderne eisen die aan woningen worden gesteld.

2.2

Het plan

Algemeen Het bebouwde programma omvat sociale grondgebonden eengezinswoningen , sociale

14

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

huurappartementen en woningen voor mensen met een zorgvraag. Na sloop van de bestaande opstallen zijn in de nieuwe situatie 83 woningen voorzien. Het woonprogramma bestaat uit 9 grondgebonden eengezinswoningen aan de Foksiastraat, 44 huurappartementen en 30 zorgwoningen. Er is sprake van een gecoördineerd planproces met betrekking tot onder andere de omgevingsvergunning (bouwplan), die gelijktijdig ter inzage wordt gelegd. Gelijktijdig worden de welstandscriteria van de welstandsnota aangepast in samenspraak met de ontwikkeling van het bouwplan. De kaders en beeldkwaliteitsrichtlijnen zijn afgestemd op het plan zoals dat nu voorligt. Het plan zoals dat nu voorligt wordt daarom besproken en onderbouwd.

bestemmingsplan Maria Goretti

15

Maria Goretti

Situatietekening

Door de herontwikkeling zal het gebied functioneel (qua wonen) aansluiting vinden op de omgeving en zal tevens (qua zorg) deel gaan uitmaken van de zogenaamde zorgstructuur (c.q. zorgcirkel) die vanaf het Boelenspark via dit plangebied en het eerder gerealiseerde project Julianaweg/Kielstraat en de Roerstraat uitstrekt tot aan de zorginstellingen het St. Nicolaashof en de Gouwzee. Hierna wordt kort ingegaan op het functionele programma, de ruimtelijke opzet, de ruimtelijke motivering, de stedenbouwkundige motivering, de functionele motivering, de schaduwwerking, klimaatadaptatie, energie en verkeer en parkeren. Een uitgebreidere beschrijving van het ontwerp is te vinden in Bijlage 1 van deze toelichting.

Functioneel programma Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van maximaal 83 woningen in diverse typologieën. Het functioneel programma zoals dat nu is voorzien valt uiteen in de volgende woningtypen: 30 44 9

16

zorginstelling Odion (waaronder 1 studiowoning) appartementen (waaronder 1 studiowoning) grondgebonden woningen

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

83

Totaal

Ruimtelijke opzet, ruimtelijke motivering en stedenbouwkundige motivering Op voorgaande situatieschets is te zien dat er vier hoofdvolumes zullen komen. Uitgangspunt voor de opzet van het plan is dat de herontwikkeling in vormgeving aansluiting vindt op de omgeving. De vier hoofdvolumes van het bouwplan verschillen daarom in uitstraling, met als doel het karakter van de aanliggende omgeving te ondersteunen; de vier randen van het plangebied zijn zeer verschillend van karakter. In de Foksiastraat komen 9 grondgebonden woningen. De woningen hebben een voortuin en achtertuin. De woningen bestaan uit twee bouwlagen met kap; de goothoogte bedraagt (maximaal) 6 meter en de bouwhoogte (maximaal) 10 meter. Deze woningen sluiten qua typologie en volume aan op de woningen aan Foksiastraat, waarmee een evenwichtig straatprofiel en proportioneel/acceptabel bouwvolume wordt gerealiseerd naar de bestaande woningen in deze straat. De totale gebruiksoppervlakte zal ongeveer 935 m2 bedragen. Langs de Julianaweg is een appartementengebouw voorzien, bestaande uit drie bouwlagen en een vierde terugliggende bouwlaag, vormgegeven met sheddak. Voor dit type dak is gekozen om aansluiting te vinden bij het Volendamse daklandschap. Het bouwvolume zal in maat, schaal en positie aansluiten op de bouwvolumes langs de Julianaweg zoals aan de overzijde van de Julianaweg.

De doorgaande functie van de Julianaweg en de overliggende bebouwing maken dat een hogere bebouwing langs de Julianaweg passend is. Ook elders langs de Julianaweg is/was hogere bebouwing aanwezig. De maximale bouwhoogte van het appartementencomplex bedraagt 13,5 meter. Tegenover het bouwblok aan de Julianaweg liggen woningen bestaande uit 3 bouwlagen met een kap. Ook al is de totale bouwhoogte wat lager, qua ordegrootte zijn de volumes vergelijkbaar. De nieuwbouw verhoudt zich tot de omliggende bouwhoogtes door aan de Julianaweg en Meergracht het bouwvolume architectonisch te geleden in een voorgevel met een terugliggende dakoptopping. Hiermee wordt met name aansluiting gezocht bij de direct tegenoverliggende bebouwing aan de Julianaweg en de overzijde van de Meergracht. De metselwerken voorgevels sluiten hierbij aan de overstaande bouwhoogtes, waarbij de dakopbouw als terugliggende dakvolume ondergeschikt is. Hoekaccenten van het appartementengebouw langs de groene as, doen mee met de hogere bebouwing in het Boelenspark. De prominente hoek van de Julianaweg en het park vormt op een natuurlijke manier de collectieve hoofdentree voor de woningen op de verdiepingen die te bereiken zijn via een galerij. Losse balkons zorgen voor de versterking van de verticale geleding in deze gevel.

Langs de benedenwoningen is de buitenruimte aan de geluidsluwe zijde verhard, zodat de bewoners hier kunnen zitten.

bestemmingsplan Maria Goretti

17

Maria Goretti

Vogelvlucht vanaf Julianaweg

Langs de Meergracht krijgt de bebouwing een bescheidener karakter met twee bouwlagen en een derde terugliggende bouwlaag. De terugliggende bouwlaag is vormgegeven met een sheddak. Deze opzet gaat gepaard met een afwijkende inrichting van de openbare ruimte in de Meergracht/verlengde Schippersgracht (smaller profiel, langzaam verkeer, groen). De woningen kijken hier aan de voorzijde uit op de bestaande groen-/waterstructuur van de Meergracht. De maximale bouwhoogte bedraagt circa 10,5 meter. Het bebouwingsprofiel sluit goed aan bij de bestaande woningen ten zuiden van de Meergracht. De nieuwbouw van zorginstelling Odion vindt plaats aan de noord-westzijde van het plangebied, aan de zijde van de bibliotheek. Het gebouw zal bestaan uit vier bouwlagen. In de onderste laag bevindt zich voor het grootste gedeelte een parkeergarage. Naar het park toe vormt het een 'kop' middels een architectonisch element. Richting de Foksiastraat ligt de vierde bouwlaag terug gedraaid als gebaar naar de lagere bebouwing aldaar. De schuine teruglegging van de vierde laag van het zorggebouw is om met de vertrapping van 4 naar 3 bouwlagen in het bouwvolume aansluiting te zoeken op de bebouwing van de naastliggende wijk en beide zijden van de Foksiastraat. Deze ingreep is ingegeven als verwelkomend openend architectonisch gebaar naar het nieuwe bouwcluster.

Het is een alzijdig gebouw, waar loggia's zorgen voor een verticale geleding. De basis wordt omspeeld met een ritme aan raamopeningen en roodbruine penanten die worden aangevuld met beige vlakken gekoppeld aan de voering van de balkons. Doordat de beige en roodbruine zijde per verdieping verspringt ontstaat een afwisselende indeling van het gebouw al naar gelang de kijkrichting. De maximale bouwhoogte zal circa 13,5 meter bedragen. Het plan houdt rekening met de bebouwingsstructuur van de omgeving. Er wordt over het algemeen binnen de overheersende rooilijnen van de omgeving gebouwd (Julianaweg, Schippersgracht/Meergracht). Met name het continueren van de Schippersgracht middels een langzaamverkeerroute zorgt ervoor dat het plan aansluiting zoekt op de bebouwingsstructuur van de omgeving. Er wordt ook aandacht besteed aan verbindende elementen binnen de verschillende bebouwingstypes. In het architectonisch ontwerp is de betonband als een belangrijk architectonische middel ingezet om zowel samenhang als eigenheid te creëren. Dit

18

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

gebeurt zowel bij de balkons als de plinten. Het zorggebouw en de wooneenheden langs de Meergracht zijn aangepast als gevolg van participatie. De conclusie luidt dat het nieuwe complex stedenbouwkundig past in het straat- en bebouwingsbeeld.

Functionele motivering Ook functioneel is de woonfunctie logisch. De hoofdfunctie van het gebied is namelijk wonen. Er is bovendien aantoonbare behoefte aan woningen. Zie verder ook paragraaf 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking.

Schaduwwerking Het plan op de Maria Gorettilocatie is zorgvuldig opgezet, om eventuele schaduwwerking op omliggende bebouwing en de bebouwing binnen het plan te beperken. In het kader van deze ontwikkeling is een zonnestudie uitgevoerd, waarin de schaduwwerking van de nieuwbouw op de omringende percelen in kaart is gebracht (zie bijlage 1). Hierbij is de schaduwwerking onderzocht op de woningen in de directe omgeving van het plangebied, op de maatgevende momenten 21 juni (langste dag) en 21 december (kortste dag), 21 maart en 21 september en de dagen dat de zon op 'half' staat. Zoals te zien op onderstaande afbeeldingen (21 maart en 21 juni) beperkt de schaduwwerking zich in overwegende mate tot de gronden noordwestelijk van het plangebied, aan de zijde van het Boelenspark. Op deze gronden zijn met name parkeer- en verkeervoorzieningen gelegen. Doordat er weinig bebouwing aan deze kant ligt, is het effect van de schaduwwerking beperkt.

schaduwwerking: links 21 maart 09.00 uur (wintertijd) en rechts: 21 juni 09.00 (zomertijd)

De resultaten uit het bezonningsonderzoek zijn meegenomen bij de totstandkoming van het ontwerp. Zo heeft het appartementengebouw aan de Julianaweg (blok A1) op de bovenste verdieping een terugliggende laag, waarmee de schaduwwerking op de tegenoverliggende

bestemmingsplan Maria Goretti

19

Maria Goretti

bebouwing aan de Julianaweg beperkt wordt. De omliggende bebouwing aan de Meergrachtzijde ligt op een grote afstand en zal een beperkte tot geen schaduwwerking van het plan ondervinden. Het plan heeft aan zowel de noord- als zuidzijde een hoger gebouwvolume (4 lagen), waarbij de tussenblokken (blok A2 en blok C) lager zijn. Dit beperkt de schaduwwerking op het binnengebied.

Klimaatadaptatie Het plangebied krijgt een klimaatadaptieve invulling, onder andere door een zo groen mogelijke inrichting. Langs de zuid- en westrand van het plangebied ligt een brede groenstrook. Aan de Foksiastraat en de Julianaweg wordt een smalle groene strook langs de bebouwing gerealiseerd. Bovendien wordt, zoals in onderstaande afbeelding is te zien, het parkeerterrein op het binnenplein semiverhard en worden hier ook bomen geplant. Verder zijn er groenvakken tussen de afzonderlijke bouwblokken. Hierdoor wordt hemelwater vertraagd afgevoerd. Hittestress wordt voorkomen door de bomen en het toepassen van ruime overstekken. Tot slot worden de gevels groen door het aanbrengen van plantenbakken.

20

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

Overzicht verharding toekomstige situatie plangebied Energie Het plan voorziet in gasloze bebouwing. De gebouwen zullen voldoen aan BENG normen. Ook worden bodemwarmtepompen aangelegd. Bovendien zijn zonnepanelen voorzien op de daken, waarmee duurzame energie wordt opgewekt. Dit draagt bij aan een energieneutrale invulling van de panden. De binnenruimten in het zorgappartementengebouw wordt op een energiezuinige manier gekoeld en verwarmd, door middel van het gebruik van betonkernactivering met infrarood panelen. Tot slot worden oplaadpunten voor fietsen en scootmobielen gerealiseerd (optioneel voor auto's).

Verkeer en parkeren De woningen worden hoofdzakelijk gerealiseerd aansluitend op de bestaande woonstraten, specifiek de Julianaweg en de Foksiastraat. De Foksiastraat wordt heringericht en wordt tevens een éénrichtingsweg. De herinchting is onderdeel geweest van de participatie. Bijvoorbeeld de bestaande grondgebonden woningen aan de Foksiastraat krijgen een smalle groenstrook voor de deur. De Julianaweg wordt eveneens heringericht; deze weg wordt daarbij voorzien van

bestemmingsplan Maria Goretti

21

Maria Goretti

geluidsdempend asfalt. Langs de zuidzijde wordt langs de groenstrook (Meergracht) een pad gerealiseerd. Aan de Foksiastraat wordt een aansluiting gerealiseerd op de nieuw te realiseren binnenplaats. Deze binnenplaats is hoofdzakelijk bedoeld voor het parkeren. Er worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd. In paragraaf 4.6 wordt hier nader op ingegaan.

Herprofilering Foksiastraat

2.3

Toets aan bestemmingsplan

Het plan is in strijd met het bestemmingsplan "Nieuw-Volendam". In dit bestemmingsplan heeft het plangebied grotendeels de bestemming 'Maatschappelijk'. Er gelden een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 10 meter. Het maximale bebouwingspercentage bedraagt 80%. Langs de Foksiastraat en Julianaweg is een gevellijn aangeduid. Deze regelt dat hier de gebouwen in deze stedenbouwkundige rooilijn moet liggen. De randen langs de Meergracht en de Julianaweg hebben de bestemming 'Groen'.

22

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

Uitsnede plankaart vigerend bestemmingsplan 'Nieuw-Volendam'

Het voorgenomen plan past niet binnen dit bestemmingsplan. Woningen zijn niet binnen de maatschappelijke bestemming toegestaan. Hiernaast bieden de bouwregels (maximale bouwhoogte, gevellijn, e.d.) op onderdelen te weinig mogelijkheden. Ten slotte vindt de nieuwbouw deels plaats binnen de bestemming 'Groen'. Hier is eveneens geen (woon-)bebouwing toegestaan. Gezien voorgaande is onderhavig nieuw bestemmingsplan opgesteld.

Tevens geldt voor het plan de "Parapluherziening parkeren c.a." die in juni 2018 is vastgesteld. Dit plan regelt een eenduidige parkeernormering voor de gehele gemeente en een aantal zaken die eerder via de Bouwverordening waren geregeld, zoals de voor- en achtergevelrooilijnen, in die gevallen waar geen bestemmingsplannen van toepassing zijn c.q. waarin dit niet is geregeld.

bestemmingsplan Maria Goretti

23

Maria Goretti

Hoofdstuk 3 3.1

Toets aan beleid

Inleiding

De planning is dat per 1 juli 2023 de Omgevingswet in werking zal treden en de Wet ruimtelijke ordening komt te vervallen. De Omgevingswet zorgt voor een ingrijpende verandering in het stelsel van de ruimtelijke ordening. Echter, verwacht mag worden dat de beoogde juridisch-planologische procedure zal starten voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In het kader van voorliggende ontwikkeling is daarom uitgegaan van een bestemmingsplan. Aan ieder bestemmingsplan ligt een aantal uitgangspunten ten grondslag ten aanzien van de inrichting van de omgeving. Deze uitgangspunten vinden hun grondslag in algemeen gemeentelijk beleid. Ook is er beleid op deelaspecten ten aanzien van bijvoorbeeld wonen, detailhandel, groen en welzijn, dat voor een bestemmingsplan van belang is. Dit gemeentelijk beleid heeft mede gestalte gekregen op grond van ruimtelijk beleid van hogere overheden, zoals het rijk en de provincie. Rijks, provinciaal en regionaal ruimtelijk beleid worden hierna kort uiteengezet. Het gemeentelijk beleid, dat de achterliggende gedachte van dit bestemmingsplan vormt, komt daarna aan de orde.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 De Nationale Omgevingsvisie (2020) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI - 2020) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

Beoordeling en conclusie Gelet op het feit dat er met voorliggend plan wordt voorzien in een duurzame en

24

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

toekomstbestendige inrichting, waarbij de bestaande kwaliteiten en identiteit van de omgeving centraal staan, is dit plan in lijn met het gedachtegoed van de NOVI. Tevens is sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik binnen bestaand stedelijk gebied. 3.2.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2012) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als: Rijksvaarwegen; Project Maintportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk blijkt, bij NNN en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind.

Ten aanzien van de begrenzing van de NNN is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

Beoordeling en conclusie Het voorgenomen plan valt niet in een van de in Barro benoemde gebieden of aandachtsvelden. Hierdoor zijn er geen aanvullende randvoorwaarden over het plan. Het plan is niet in strijd met het bepaalde in de SVIR en het Barro. 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Algemeen Op 1 oktober 2012 is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op 1 juli 2017 is een wijziging van het Bro in werking getreden, waarbij de Ladder voor duurzame verstedelijking is aangepast. De (gewijzigde) Ladder is in artikel 3.1.6 Bro lid 2 vastgelegd en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan

bestemmingsplan Maria Goretti

25

Maria Goretti

die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van leegstand. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien.

Wat onder 'stedelijke ontwikkeling' en 'bestaand stedelijk gebied' wordt verstaan is in het Bro opgenomen en is verder uitgekristalliseerd in jurisprudentie. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het Bro 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Onder 'bestaand stedelijk gebied' verstaat het Bro een 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

Beoordeling en conclusie Stedelijke ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 83 woningen. Relevant is of deze ontwikkeling is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro. Bij de beantwoording van deze vraag moet volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) in onderlinge samenhang worden beoordeeld in hoeverre het plan, in vergelijking met het voorgaande plan, voorziet in een functiewijziging en welk planologische beslag op de ruimte het voorliggende plan mogelijk maakt in vergelijking met het voorgaande plan. Uit jurisprudentie blijkt dat een woningbouwplan dat voorziet in de realisatie van maximaal 11 woningen binnen een dorpskern niet hoeft te worden aangemerkt als woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Een woningbouwplan dat voorziet in de ontwikkeling van 12 woningen wordt daarentegen wel aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Onderhavig plan kan worden beschouwd als een woningbouwlocatie en vormt hiermee een nieuwe stedelijke ontwikkeling waarvoor de Ladder voor duurzame verstedelijking dient te worden doorlopen.

Marktgebied In de Omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland is het provinciale belang voor regionale afstemming, duurzaam ruimtegebruik en het voorkomen van overprogrammering vastgelegd. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen zijn daarom alleen toegestaan als ze in overeenstemming zijn met de regionale afspraken. Binnen de provincie Noord-Holland worden

26

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

deze afspraken ten aanzien van woningbouw vastgelegd in regionale woonakkoorden. De gemeenten Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zaanstad vormen samen de regio Zaanstreek-Waterland en maken binnen de context van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) woningbouwafspraken. De kwantitatieve en kwalitatieve vraag wordt mede bepaald door de omvang van het marktgebied. Het marktgebied verschilt per ontwikkeling en valt niet per se samen met de bestuurlijke regio. Een belangrijke indicator voor de omvang van de marktregio is het aantal verhuisbewegingen binnen en naar de betreffende regio of gemeente. Uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat ruim 57% van alle gevestigde personen in de gemeente Edam-Volendam uit de gemeente zelf afkomstig is.

Tabel: Totaal aantal verhuisbewegingen gemeente Edam-Volendam in 2020 Verhuisbewegingen Edam-Volendam Aantal Binnen gemeente Edam-Volendam 1.375 Vanuit andere gemeenten 884 Vanuit het buitenland 126 Totaal aantal verhuizingen 2.385 Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Aandeel (%) 57,7% 37,1% 5,3% 100%

De navolgende tabellen geven de verhuisrelaties met andere gemeenten weer. Daaruit volgt dat de gemeenten Edam-Volendam, Waterland, Purmerend en Amsterdam onderling een vrij sterke verhuisrelatie hebben. Daarnaast zijn voornamelijk andere gemeenten uit de regio Zaanstreek-Waterland terug te vinden in de verhuisbewegingen. Om deze redenen wordt gesteld dat het marktgebied primair gevormd wordt door de gemeenten Amsterdam, Edam-Volendam, Waterland en Purmerend.

Tabel: Verhuisbewegingen naar Edam-Volendam naar herkomst in 2020 Gemeente Aantal Aandeel (%) Edam-Volendam 1.375 57,7% Purmerend 215 9,0% Amsterdam 203 8,5% Waterland 62 2,6% Zaanstad 33 1,4% Beemster 31 1,3% Hoorn 25 1,0% Almere 20 0,8% Elders 421 17,7% Totaal 2.385 100,0% Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Kwantitatieve behoefte Kwantitatieve huishoudensontwikkeling De vraag naar woningen wordt in belangrijke mate bepaald door de demografische

bestemmingsplan Maria Goretti

27

Maria Goretti

ontwikkelingen. Voor de kwantitatieve woningbehoefte geldt dat het sterk afhankelijk is van de ontwikkeling van het aantal huishoudens. In 2021 is de meest recente Primos-prognose uitgebracht. Deze prognose is navolgend weergegeven.

Huishoudensprognose gemeente 2021 - 2050 2021 2030 2040 Edam-Volendam 14.970 15.080 15.040 Purmerend 37.070 40.370 43.400 Waterland 7.460 8.160 8.470 Amsterdam 475.000 548.580 597.390 Marktgebied 534.500 612.190 664.300 Zaanstreek-Waterland 150.350 163.130 174.030 (Bron: ABF Research - Primos prognose 2021).

2050 15.200 45.700 8.730 635.260 704.890 182.720

2021-2050 +230 +8.630 +1.270 +160.260 +170.390 +32.370

Uit het voorgaande is af te leiden dat alle gemeenten in het marktgebied de komende jaren een positieve huishoudensprognose kennen. De verwachting is dat het aantal huishoudens in het marktgebied tussen 2021 en 2050 met circa 170.390 huishoudens zal toenemen.

Kwantitatieve plancapaciteit Vanuit de toekomstige kwantitatieve huishoudensontwikkeling is inzicht verkregen in de vraagzijde. De Monitor plancapaciteit van de Provincie Noord-Holland en MRA geeft inzicht in de aanbodzijde. Wanneer beide elementen tegen elkaar worden afgezet ontstaat voor de periode tot aan 2050 het beeld dat zowel op het gemeentelijk schaalniveau (met uitzondering van de gemeente Waterland waar nog circa 100 woningen ontbreken om in de huishoudensgroei te kunnen voorzien) als op het niveau van het marktgebied en de regio Zaanstreek-Waterland voldoende plannen aanwezig zouden moeten zijn om in de huishoudengroei te kunnen voorzien. Wanneer echter gekeken wordt naar het aantal onherroepelijke plannen, moet geconstateerd worden dat deze ontoereikend zijn om in de geprognosticeerde groei te kunnen voorzien. Alleen op het gemeentelijk niveau geldt voor Edam-Volendam dat het voldoende onherroepelijke plannen heeft om aan de groei te kunnen beantwoorden. Eenzelfde beeld ontstaat wanneer ook de in voorbereiding zijnde plannen worden meegenomen. Voor het marktgebied geldt dat ongeveer 37% van huishoudensgroei kan worden beantwoord met de onherroepelijke woningen. Absoluut zijn er nog ongeveer 107.489 woningen in onherroepelijke plannen extra nodig.

Wanneer ook de in voorbereiding zijnde plannen worden meegenomen kan ongeveer 63% van de huishoudensgroei beantwoord worden. Er resteren dan nog ongeveer 62.632 woningen om bij de huishoudensgroei te komen. Er is dan ook nog ruim voldoende de mogelijkheid om nieuwe woningbouwinitiatieven mogelijk te maken.

Edam-Volendam Purmerend Waterland

28

Huishoudens Totale plan Onherroepelijk Onherroepelijk -voorraad + voorbereiding +230 2.082 300 778 +8.630 12.216 2.275 4.389 +1.270 1.165 876 1017

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

Amsterdam +160.260 Marktgebied +170.390 Zaanstreek-Waterland +32.370

225.635 241.098 36.745

59.450 62.901 7.845

101.574 107.758 21.338

Opgemerkt wordt dat wanneer uitsluitend gekeken worden naar de vraag-aanbodverhouding in de gemeenten Edam-Volendam, Purmerend en Waterland tezamen eveneens geldt dat de totale planvoorraad voldoende groot moet zijn om de geprognosticeerde huishoudensgroei te kunnen beantwoorden. Het aantal onherroepelijke plannen (ook wanneer de in voorbereiding zijnde plannen worden beschouwd) is hiervoor onvoldoende groot. Er kunnen nog ongeveer 6.679 woningen aan de planvoorraad worden toegevoegd wanneer alleen de onherroepelijke plannen worden beschouwd. Er ligt nog een opgave van circa 3.946 woningen als ook de in voorbereiding zijnde plannen worden meegenomen.

Huishoudens Totale plan -voorraad Edam-Volendam +230 2.082 Purmerend +8.630 12.216 Waterland +1.270 1.165 Marktgebied (zonder +10.130 15.463 Amsterdam)

Onherroepelijk Onherroepelijk + voorbereiding 300 778 2.275 4.389 876 1017 3.451 6.184

Gelet op de positieve huishoudensontwikkeling voor de planperiode binnen het marktgebied, het feit dat de harde plancapaciteit (onherroepelijke plannen) onvoldoende kan voorzien in de kwantitatieve woningvraag en de voorraad in voorbereiding zijnde plannen te gering is om in de geprognosticeerde groei te kunnen beantwoorden (ook wanneer de gemeente Amsterdam buiten het marktgebied gelaten wordt), wordt geconcludeerd dat het plan past binnen de kwantitatieve woningbehoefte van het marktgebied.

Kwalitatieve behoefte Kwalitatieve huishoudensontwikkeling Naast de kwantitatieve behoefte, bepaalt ook de kwalitatieve behoefte de woningvraag. De kwalitatieve behoefte richt zich op doelgroepen, woningtypen, prijsklassen en dergelijke. Deze behoefte is sterk afhankelijk van de (geprognosticeerde) huishoudenssopbouw qua samenstelling en leeftijd en resulteert in een bepaalde woonwens.

Tabel: Prognose huishoudensontwikkeling naar huishoudensgroepen in 2019-2040 Regio Waterland Alleenstaand <65 Alleenstaand 65+ Gezin met kinderen Een oudergezin Paar zonder kinderen Gemeente Amsterdam Alleenstaand <65

bestemmingsplan Maria Goretti

2019 14.500 11.100 23.400 6.200 24.100 2019 16.900

2040 13.500 19.200 23.300 6.100 25.300 2040 18.200

2019-2040 -1.000 +8.100 -100 -100 +1.200 2019-2040 +1.300

29

Maria Goretti

Alleenstaand 65+ 8.900 15.700 +6.800 Gezin met kinderen 18.900 22.100 +3.200 Een oudergezin 6.900 7.600 +700 Paar zonder kinderen 19.100 20.600 +1.500 Bron: Prognose 2019-2040: Concentratie in Steden. Bevolking, huishouden en woningbehoefte Provincie Noord-Holland.

De hiervoor opgenomen tabel laat zien dat in de regio Waterland een aantal huishoudensgroepen naar verwachting in geringe mate zal krimpen. Het gaat om de zinnen met en zonder kinderen. De groep alleenstaanden onder de 65 jaar krimpt naar verwachting iets harder richting 2040. De paren zonder kinderen zullen naar verwachting groeien. De grootste groei in de regio Waterland is te vinden in de groep alleenstaande senioren. Voor de gemeente Amsterdam geldt dat alle huishoudensgroepen richting 2040 naar verwachting groter zullen gaan worden.

Kwalitatieve plancapaciteit De provincie Noord-Holland en de Metropoolregio Amsterdam monitoren jaarlijks de aanwezige woningbouwcapaciteit. De resultaten hiervan zijn op de website www.plancapaciteit.nl terug te vinden. De monitor biedt een actueel beeld van de huidige capaciteit. Daarbij is het aantal geplande woningen uitgesplitst naar woningtype. De navolgende tabel geeft inzicht in het aantal geplande woningen. Daaruit volgt dat voor de gemeente Amsterdam onduidelijk is in hoe de verhouding grondgebonden woningen/appartementen ligt. Voor de gemeenten Edam-Volendam, Purmerend en Waterland geldt dat ongeveer een derde van de bekende plannen grondgebonden is en twee derde appartement.

Tabel: Aantal geplande woningen naar woningtype Gemeente Totaal Edam-Volendam 2.082 Purmerend 12.216 Waterland 1.165 Amsterdam 225.635 Marktgebied 241.098 Zaanstreek-Waterland 36.745 Bron: Monitor plancapaciteit

Grondgebonden 932 1.030 434 2.396 5.262

Appartement Onbekend 407 743 4.387 6.799 735 4 225.635 5.529 233.173 17.156 14.327

Beleid Woonakkoord Zaanstreek-Waterland De gemeenten in de regio Zaanstreek-Waterland hebben in een woonakkoord gezamenlijke ambities rondom de woningbouwopgave vastgelegd. Daarin is onder meer afgesproken gezamenlijk te werken aan de eigen én regionale woningbehoefte. Tot 2030 wordt daarvoor in principe de bestaande plancapaciteit ingezet, maar geldt dat er altijd nieuwe locaties aan de plancapaciteit toegevoegd kunnen worden. De regio zet in op zo veel mogelijk binnenstedelijk bouwen.

30

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

Woonvisie Edam-Volendam Om (verder) uit de te maken of sprake is van een regionale behoefte is door de gemeente een woonvisie vastgesteld. Op 21 oktober 2021 is de woonvisie 2022-2025 van de gemeente Edam-Volendam vastgesteld. Op basis van onderzoek dat de gemeente heeft gedaan naar de toekomstige kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte, heeft het haar woningbouwopgave bepaald. De gemeente hanteert voor de periode 2022-2025 een plancapaciteit van 600 woningen, wat neerkomt op circa 150 woningen per jaar, waarvan minimaal 125 sociaal huurwoningen.

Edam-Volendam geeft aan het belangrijk te vinden om met name te bouwen voor de lokale behoefte, rekening houdend met de extra vraag vanuit het aantal vestigers van buiten de gemeente. Er dient voldoende gebouwd te worden voor iedere doelgroep om zo ook de stijgende prijzen het hoofd te kunnen bieden, waarbij bijzondere aandacht is voor starters en senioren. Betaalbaarheid en levensloopbestendigheid spelen daarbij een belangrijke rol. Uiteindelijk streeft de gemeente naar een gevarieerd woningbouwprogramma met een mix aan woningtypen en prijsklassen. Daarbij geldt het principe van inbreiden boven uitbreiden. De gemeente geeft daarbij aan dat de mogelijkheden voor wat betreft inbreidingslocaties stilaan op beginnen te raken; dan wel onwenselijk zijn vanwege zaken als klimaatadaptatie (behoud groen in kernen), parkeer- en verkeersproblematiek en/of behoud van het karakter van een kern.

Gelet op de kwalitatieve huishoudensontwikkeling met bijbehorende woonwensen kan gesteld worden dat het plan met haar diverse woningbouwprogramma met aandacht voor betaalbaarheid aansluit bij de demografische ontwikkelingen en wensen in het marktgebied. Met de voorliggende ontwikkeling wordt ingezet op een gemixte woningbouwontwikkeling, hetgeen als een verrijking kan worden gezien op het nu bekende programma binnen het marktgebied. Bovendien geldt dat de kwalitatieve kenmerken (divers woonprogramma in woningtypen, prijsklassen en doelgroepen) van het plan aansluiten bij de volkshuisvestelijke ambities die de gemeente Edam-Volendam in haar woonvisie opgenomen heeft. Dit tezamen maakt dat de ontwikkeling voorziet in een kwalitatieve behoefte van het marktgebied.

Bestaand stedelijk gebied Het plangebied bevindt zich binnen de bestaande bebouwde kom van Volendam en het plan betreft een herontwikkeling van een reeds bebouwde locatie. Gezien voorgaande is het niet zinvol noch noodzakelijk om een afweging te maken tussen eventuele alternatieve binnenstedelijke locaties.

Beoordeling en conclusie ladder Op basis van het voorafgaande kan geconcludeerd worden dat de Ladder voor duurzame verstedelijking positief is doorlopen.

bestemmingsplan Maria Goretti

31

Maria Goretti

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 is de Omgevingsvisie NH2050 door de Provinciale Staten vastgesteld. Met deze omgevingsvisie richt de provincie zich op langetermijnambities waarbij de kwaliteiten, die de provincie langjarig wil koesteren, worden vastgelegd en waarbij de provincie inspeelt op veranderingen en transities die niet op korte termijn gerealiseerd kunnen worden. Hierbij tracht de provincie uit te gaan van de sturingsfilosofie, waarbij sprake is van het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’, gelet op de diversiteit aan regio’s, met als reden om ruimte te bieden aan maatwerk en om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. De visie bestaat uit een Waarom-aspect en een Wat-aspect. De hoofdambitie, een balans tussen economische groei en leefbaarheid, is geformuleerd door middel van aan elkaar gerelateerde ambities. Het gaat om de volgende ambities: Gezonde en veilige leefomgeving in de hele provincie Natuur en biodiversiteit: natuurinclusief ontwikkelen Toekomstbestendige landbouw in Noord-Holland Klimaatadaptatie Energietransitie Ontwikkeling van stad en land Metropoolregio Amsterdam: dynamiek in balans houden Noord-Holland Noord: ontwikkeling unieke kracht en kwaliteit In het visiedeel zijn de ambities uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst.

Het gaat om de volgende vijf bewegingen: Dynamisch schiereiland - in deze beweging is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. Metropool in ontwikkeling - met deze beweging wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam, steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem wordt de agglomeratiekracht vergroot. Sterke kernen, sterke regio's -deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. Nieuwe energie - deze beweging gaat over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving - deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. Beoordeling en conclusie Met voorliggende ontwikkeling wordt voornamelijk gehoor gegeven aan de ambitie 'ontwikkeling van stad en land'. Uitgangspunt van de omgevingsvisie bij deze ambitie is dat wonen en werken zoveel mogelijk binnenstedelijk worden gerealiseerd en geconcentreerd.

De provincie geeft in de omgevingsvisie aan dat de metropool zich snel ontwikkelt. De vraag naar woningen en ruimte voor bedrijven houdt aan, evenals de ruimtevraag voor recreatie en andere functies. Tegelijkertijd wil de provincie de landschappen in de metropool sparen. De

32

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

bebouwingsopgave moet dan ook zoveel mogelijk binnen de bestaande kernen plaatsvinden, met een voorkeur voor knooppunten van openbaar vervoer. Verdichting vraagt steeds meer inventiviteit en bestuurskracht. De bebouwde omgeving wordt steeds intensiever gebruikt, de plancapaciteit binnenstedelijk blijkt door een andere kijk op stad en stedelijkheid een stuk groter te zijn dan gedacht. Wonen en werken worden binnenstedelijk geconcentreerd (transformeren, bundelen, verdichten). Hierbij houdt de provincie oog voor behoud en versterking van de leefbaarheid in bestaande en nieuwe gebieden. En zowel bij bestaande bouw als nieuwbouw wil de provincie inzetten op besparing van energie, een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting en bij nieuwbouw ook op circulair bouwen. Dit alles moet samengaan met de verdere verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Conform landelijk en provinciaal beleid wordt voorliggend plan binnenstedelijk gebouwd c.q. getransformeerd. In het plan wordt de bebouwing energieneutraal en krijgt de buitenruimte een groene, klimaatadaptatieve inrichting. Hierdoor is zijn de nieuwe bewoners beter beschermd tegen wateroverlast en/of hittestress. In paragraaf 2.2 en 4.8 is dat nader beschreven.

Gelet op het voorgaande, is het voorgenomen plan in lijn met de inhoud van de Omgevingsvisie NH2050. 3.3.2 Provinciale Omgevingsverordening NH2020 Het plan is getoetst aan de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening NH2020 van 1 januari 2023. Het doel van de Omgevingsverordening is het stellen van algemene regels over de inhoud van ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen op het gebied van verstedelijking, natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Deze provinciale verordening vervangt alle bestaande verordeningen. Daarnaast heeft de verordening tot doel doorkruising van provinciaal beleid zoals vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening te voorkomen. De provincie wil met deze verordening ontwikkelingen als woningbouw en energietransitie mogelijk maken en zet in op mooie en bijzondere gebieden, evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. Daarnaast zijn ook de ambities van de Omgevingsvisie in deze verordening verankert.

Beoordeling en conclusie Op het plangebied zijn drie werkingsgebieden uit de verordening van toepassing: 'Bodemsanering', 'Terreinen binnen de vastgestelde kritische afstand van Natura2000' en 'Peilbesluit'.

Bodemsanering Afdeling 4.3 van de Omgevingsverordening heeft betrekking op bodemsanering. In artikel 4.44 staat vermeld dat degene die de bodemsanering feitelijk uitvoert melding dient te maken van de voorgenomen sanering bij Gedeputeerde Staten. In het kader van het voorliggende plan heeft dit geen consequenties. In paragraaf 4.4 wordt dieper ingegaan op het aspect 'bodem'.

Terreinen binnen de vastgestelde kritische afstand van Natura2000 Afdeling 4.1 van de Omgevingsverordening heeft betrekking op natuurbeheer. In artikelen 4.3 en 4.4 staan regels omtrent tijdelijke en uitzonderlijk gebruik van helikopters of andere luchtvaartuigen en ontbrandingstoestemming in het plangebied. In het kader van voorliggende

bestemmingsplan Maria Goretti

33

Maria Goretti

ontwikkeling heeft dit geen consequenties. Een stikstofonderzoek is uitgevoerd, zie paragraaf 4.7.

Peilbesluit Afdeling 6.10 van de Omgevingsverordening heeft betrekking op water. In artikel 6.82 staan aanvullende regels met betrekking tot het peilbesluit van het waterschapsbestuur. In het kader van voorliggende ontwikkeling heeft dit geen consequenties. Het plan is voorts in overeenstemming zijn met de Omgevingsvisie en voldoet aan de Omgevingsverordening NH2020.

Klimaatadaptatie In artikel 6.62 van de Omgevingsverordening staat dat in de toelichting van een omgevingsplan moet ingegaan worden op klimaatadaptatie waarbij risico's op wateroverlast, overtroming, hitte, water tekort, verzilting, en verslechtering van de ecologische en chemische waterkwaliteit aan bod moeten komen en hoe de risico's voorkomen worden. De beschrijving moet in overleg met het waterschap plaatsvinden. In dit plan wordt in paragraaf 4.8 ingegaan op de wateraspecten, welke zijn afgestemd met het waterschap. In paragraaf 2.2 wordt nader ingegaan op hittestress. 3.3.3 Provinciale Woonagenda Noord-Holland 2020-2025 Eén van de belangrijkste speerpunten uit de provinciale Woonagenda is het aanjagen van de woningbouwproductie. Daarbij wordt ingezet op woningbouw op die plekken waar het ruimtelijk goed past en waar de voorzieningen goed geregeld zijn. Daarnaast moet worden gezorgd voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Ruimtelijke uitgangspunten zijn: 1. Wonen is onderdeel van een integrale verstedelijkingsopgave; 2. Ruimte voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik; 3. Versterking van de rol van de kernen en steden in het regionale netwerk, leidend tot keuzes voor woningbouw- en economische ontwikkeling en het voorzieningenniveau in de regio; 4.

Invulling van de ambities door aan de hand van deze Woonagenda ruimte te bieden voor maatwerk en te sturen op regionale samenwerking. Vervolgens zijn ook twee speerpunten geformuleerd: 1. Een woning voor iedereen: a. Adaptief en vraaggestuurd programmeren; b. Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie; c. Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. 2. Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie. Daarnaast zijn een aantal leidinggevende principes beschreven, te weten: i.

De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwalitatieve en kwantitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst; ii. Er zijn snel meer woningen nodig. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het

34

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw; iii. De woningbouwprogrammering is regionaal en adaptief. De programmering houdt rekening met fasering en haalbaarheid, zodat de in het woonakkoord af te spreken regionale productiedoelstellingen kunnen worden gehaald; iv. De provincie geeft gemeenten ruimte om bij binnenstedelijke plannen nabij een OV-knooppunt en/of in een groeiregio hogere aantallen woningen te realiseren dan de prognose, om het woningtekort versneld in te lopen; v. De woningmarkt heeft structureel meer flexibiliteit en betaalbare opties voor alle verschillende doelgroepen van woningzoekenden nodig; vi. Betaalbaar en divers woningaanbod voor alle doelgroepen vraagt regionale afstemming en samenwerking; vii. Vanuit het oogpunt van leefbaarheid en gezondheid bewaakt de provincie de goede balans tussen economie, wonen, mobiliteit, natuur en landschap; viii.Woningbouw heeft een grote impact op het landschap, de natuur en de biodiversiteit, zowel binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied. In de woonakkoorden staan afspraken om woningbouw zoveel mogelijk klimaatneutraal, klimaatadaptief, actieve mobiliteit (gericht op fietsen en lopen) stimulerend, circulair en natuur- en landschapsinclusief te ontwikkelen en dit vroegtijdig bij de locatiekeuze en planontwikkeling mee te nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=25c6d4a9-feb1-48e8-9136-97bf53979634