CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Maria Goretti_vastgesteld_1_Toelichting

Raadsvergadering 12 oktober 2023, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan alsmede aanvraag vergunningen inzake Maria Goretti locatie.26.038 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Zorgwoningen (Odion) Sociale 44 huurappartementen Sociale 9 grondgebonden woningen Bestaande 9 woningen Foksiastraat Totaal

0,9 p.p./won x 90% 0,3 p.p./won x 80% 46,2 parkeerplaatsen 1,1 p.p./won x 90% 0,3 p.p./won x 80% 11,07 parkeerplaatsen

1,4 p.p./won x 90% 0,3 p.p./won x 80% 13,5 parkeerplaatsen

85,77 parkeerplaatsen

Realisatie parkeercapaciteit Voor het plan worden in totaal 86 openbare parkeerplaatsen aangelegd, incl. de parkeerplaatsen in de Foksiastraat en de 10 parkeerplaatsen aan de Julianaweg. Dit is voldoende om aan de parkeervraag te kunnen voldoen.

Conclusie Wat betreft het aspect verkeer en parkeren worden geen belemmeringen voorzien.

4.7

Flora en Fauna

Algemeen Gebiedsbescherming

60

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

Bij gebiedsbescherming is er onderscheid gemaakt tussen de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland oftewel NNN. In de Wet natuurbescherming worden Natura 2000-gebieden en beschermde Natuurmonumenten beschermd.

Soortenbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Doel van deze wet is naast gebiedsbescherming de bescherming van plant- en diersoorten. Tegelijkertijd vormt deze wet de implementatie van Europese en internationale verplichtingen (Habitat- en Vogelrichtlijn, Verdrag van Bern). De Wet natuurbescherming bevat onder meer verbodsbepalingen met betrekking tot het aantasten, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen. De wet maakt hierbij een onderscheid tussen “licht” en “zwaar” beschermde soorten. Voor de zwaar beschermde soorten wordt deze ontheffing slechts verleend, indien: a. geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort; b. er sprake is van een wettelijk geregeld belang (waaronder het belang van land- en bosbouw, bestendig gebruik en ruimtelijke inrichting en ontwikkeling); c. er geen alternatief is. Bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen moet worden onderzocht of deze wet de uitvoering van het plan niet in de weg staat, dan wel dat een ontheffing benodigd is.

Toetsing Algemeen In de te slopen bebouwing en op de onbebouwde delen van het plangebied kunnen beschermde diersoorten aanwezig zijn. Om die reden is een quick scan flora en fauna verricht, die als bijlage 6 aan deze toelichting is toegevoegd.

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt niet in een gebied dat in het kader van de Wet natuurbescherming is aangewezen (zie navolgende afbeelding). Wel liggen Natura 2000-gebieden “Markermeer & IJmeer”, “Polder Zeevang” (beide niet stikstofgevoelig) en “Ilperveld, Varkensland, Oosterzanerveld & Twiske” in de omgeving van het plangebied. Deze liggen respectievelijk 0,6; 2,5 en 8,5 kilometer van het plangebied verwijderd. Een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de deze Natura 2000-gebieden is vanwege een mogelijke toename in stikstofdepositie door de ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied niet uit te sluiten. Daarom is er een stikstofberekening uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn in het onderzoek stikstofdepositie besproken (toegevoegd als bijlage 8). De conclusie van dit onderzoek laat zien dat er geen overschrijding plaatsvindt. Daarmee is nadere beschouwing niet noodzakelijk. Andere verstoringen als gevolg van de ontwikkeling zijn op voorhand uit te sluiten, zoals verstoring van instandhoudingsdoelstellingen door geluid, trilling en licht. Dit vanwege de binnenstedelijke ligging van het plangebied.

bestemmingsplan Maria Goretti

61

Maria Goretti

Globale ligging van het plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten. Bron: PDOK. Bewerking: SAB. Natuurnetwerk Noord-Holland Het plangebied ligt niet in het NNN, een natuurverbinding, een weidevogelleefgebied of een ganzenfoerageergebied. Het dichtstbijzijnde gedeelte van het NNN bevindt zich op ongeveer 1,1 kilometer afstand van het plangebied. Aangezien het plangebied niet in het Natuurnetwerk Noord-Holland, een natuurverbinding, een ganzenfoerageergebied of een weidevogelgebied ligt, vormt de ligging van het plangebied ten opzichte van deze gebieden geen beperkingen voor de beoogde plannen. De ligging van het plangebied ten opzichte van deze gebieden staat de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg.

62

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

Globale ligging van het plangebied ten opzichte van Natuurnetwerk Noord-Holland en natuur-verbindingen. Bron: Provincie Noord-Holland. Bewerking: SAB.

Soortbescherming In en rondom het plangebied kunnen in het wild levende planten en dieren aanwezig zijn. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. In en nabij het plangebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Daarnaast zijn mogelijk nog enkele essentiële soorten aanwezig, waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Zo blijkt uit de quick scan dat in en rondom het plangebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperioden te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Mogelijk zijn ook nestplaatsen aanwezig van huismus en gierzwaluw. Nestplaatsen van deze soorten zijn jaarrond beschermd. Om hierover duidelijkheid te krijgen is nader soortgericht onderzoek uitgevoerd. De resultaten uit dit onderzoek worden verderop in deze paragraaf beschreven. Bij nestplaatsen of essentieel leefgebied van deze soorten, moeten voor de werkzaamheden mitigerende maatregelen worden getroffen.

Ook is voor de werkzaamheden een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Verder zijn mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van deze soorten dient nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Indien verblijfplaatsen aanwezig blijken, dan moeten voor de werkzaamheden mitigerende maatregelen worden getroffen om negatieve effecten zoveel mogelijk te

bestemmingsplan Maria Goretti

63

Maria Goretti

voorkomen. Ook is voor de werkzaamheden dan een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Op het moment is het niet waarschijnlijk dat de rugstreeppad in het plangebied voorkomt omdat zanderig terrein en ondiepe poelen ontbreken. Als het plangebied in een later stadium echter uit braakliggend terrein zal bestaan, is het niet onmogelijk dat de soort zich in het plangebied zal vestigen. Aangeraden wordt om ondiepe poelen zo snel mogelijk te dempen en het terrein zo kort mogelijk braak te laten liggen. Hiermee kan vestiging van de rugstreeppad worden voorkomen. Andere essentiële elementen, zoals essentieel leefgebied of verblijfplaatsen, van andere beschermde soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, zijn niet aanwezig. De bescherming van deze categorie soorten staat de ontwikkeling niet in de weg.

Bescherming houtopstanden Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.

Nader soortenonderzoek Als gevolg van de resultaten uit de quick scan natuur is een nader soortenonderzoek uitgevoerd (bijlage 7). In het nader soortenonderzoek is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van essentiële elementen van huismussen, vleermuizen en gierzwaluwen. Uit het onderzoek blijkt dat er geen nesten van de gierzwaluw en huismus aanwezig zijn. Wel zijn er drie zomerverblijfplaatsen en één zomer/paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aanwezig in het gebouw. Met de geplande werkzaamheden gaan deze verblijfplaatsen verloren. Ook is de kans aanwezig op het verwonden of doden van vleermuizen bij de werkzaamheden. In beide gevallen is sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming. Om de werkzaamheden toch door te laten gaan is een ontheffing Wet natuurbescherming ingediend in combinatie met het treffen van mitigerende maatregelen. Daarnaast dient te allen tijde rekening gehouden te worden met broedende vogels (in dit geval ook de zilvermeeuw op het dak) en de zorgplicht.

Stikstof In het kader van voorliggende ontwikkeling is een stikstofberekening uitgevoerd voor de aanlegen gebruiksfase. Uit de uitgevoerde berekeningen van de aanlegfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Er zijn daardoor geen nadelige milieueffecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden. Uit de uitgevoerde berekeningen van de gebruiksfase blijkt dat er ook geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Er zijn daardoor geen nadelige milieueffecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat significant negatieve effecten van stikstof op natuurgebieden derhalve worden uitgesloten. Er is geen vergunning ten behoeve van de Wet natuurbescherming benodigd

Conclusie

64

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

Wat betreft de gebiedsbescherming worden geen belemmeringen voorzien; er is geen sprake ven (significante) effecten. Wat betreft soortenbescherming kan verstoring van de meeste beschermde soorten worden uitgesloten. Uitzondering vormt de vleermuis, waarvoor een ontheffing aangevraagd dient te worden. Tevens dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden.

4.8

Water (watertoets)

4.8.1 Inleiding In het kader van het verkrijgen van een duurzaam watersysteem hebben Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen in 2001 de Startovereenkomst waterbeleid 21e eeuw (WB'21) ondertekend. Onderdeel van het nieuwe waterbeleid is de “watertoets”: de check van ruimtelijke plannen aan de gevolgen voor het watersysteem en het beleid daaromtrent. De uitkomsten uit deze watertoets zijn in deze paragraaf opgenomen. 4.8.2 4.9.2

Waterbeleid Waterbeleid

Europese kaderrichtlijn Sinds 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht. Deze moet ervoor zorgen, dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa in 2015 (uitstel mogelijk tot 2027) op orde is. De KRW heeft als doelstelling landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater te beschermen om: van water afhankelijke ecosystemen in stand te houden en te verbeteren; de beschikbaarheid van water veilig te stellen en het duurzaam gebruik te bevorderen; het aquatisch milieu in stand te houden en te verbeteren door het voorkomen van verontreiniging; de gevolgen van overstroming en droogte te beperken. Door de KRW heeft Nederland een resultaatsverplichting voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit èn ecologie van grond- en oppervlaktewatersystemen. Voor grote wateren of watersystemen, de zogenaamde KRW-waterlichamen, zijn hiertoe doelen opgesteld. De (bindende) maatregelen om de doelen te bereiken zijn vastgelegd in de stroomgebiedsplannen. Voor de overige wateren geldt minimaal het 'stand-still' principe. Waterbeheerders mogen hiervoor zelf aanvullende doelen opstellen.

Rijksbeleid Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is op 18 maart 2022 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2022-2027, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen.

In het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 wordt allereerst de nationale belangen opgesomd: waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit);

bestemmingsplan Maria Goretti

65

Maria Goretti

waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening die in 2050 CO2arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Deze nationale belangen worden aangevuld met drie hoofdambities: 1. Een veilige en klimaatbestendige delta: Naast bescherming tegen overstromingen is de ambitie dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht is. In het Deltaprogramma is afgesproken dat overheden stresstesten uitvoeren om de risico's in kaart te brengen en een adaptatiestrategie met een uitvoeringsprogramma opstellen 2. Een concurrerende, duurzame en circulaire delta: een goede zoetwatervoorziening is van groot belang voor de economie. Nederland moet in 2050 weerbaar zijn tegen zoetwatertekorten.

Daarom werkt het Rijk in de planperiode van het NWP samen met de zoetwaterregio's en de gebruikers aan maatregelen om ervoor te zorgen dat Nederland ook in droge perioden over voldoende zoetwater beschikt voor bijvoorbeeld landbouw, natuur, historisch groen, industrie en scheepvaart. 3. Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur: Het Rijk werkt aan schoon en ecologisch gezond (grond)water voor duurzaam gebruik en een leefomgeving van hoge kwaliteit. In de planperiode van het NWP wordt gewerkt aan structurele vermindering van lozingen en verspreiding van opkomende stoffen, onder andere via het Actieprogramma PFAS in water. Het beleid voor grondwaterkwaliteit is erop gericht verontreiniging van bodem en grondwater zo veel mogelijk te voorkomen. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving, zoals de energietransitie, de woningbouw, herstel natuur en de landbouwtransitie is noodzakelijk.

Daarnaast hebben de vijf volgende thema's een centrale rol in dit waterprogramma: 1. 2. 3. 4. 5.

Klimaatadaptatie; Waterveiligheid; Zoetwater; Grondwater; Scheepvaart.

Een integrale aanpak van samenhangende nationale en regionale opgaven vereist een gebiedsgerichte aanpak. Daarom zijn voor de rijkswateren in dit Nationaal Waterprogramma gebiedsgerichte uitwerkingen opgenomen. Het gaat om de Noordzee, de Zuidwestelijke Delta, de RijnMaasmonding, de grote rivieren, het IJsselmeergebied, de Waddenzee en Eems-Dollard en de Kanalen in het beheer van het Rijk. Deze zijn verbonden met de diverse gebiedsgerichte programma's en uitwerkingen onder het Nationaal Waterprogramma, zoals de Gebiedsagenda's Grote Wateren. Voor de overige wateren van Nederland wordt in andere programma's de

66

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

gebiedsgerichte uitwerking van het waterbeleid meegenomen. In de eerste plaats in de Omgevingsagenda's onder de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In het coalitieakkoord van eind 2021 is aangegeven dat de komende jaren structureel meer budget wordt uitgetrokken voor instandhouding van wegen, spoor, hoofdwatersysteem en vaarwegen. Het structureel extra budget loopt op via een geleidelijk ingroeimodel. De budgettaire kaders voor instandhouding zijn daarmee verruimd. Voor het Hoofdwatersysteem en het Hoofdvaarwegennet zal IenW binnen deze budgettaire kaders nog aanvullende keuzes moeten maken om de instandhoudingsopgaven op termijn beheersbaar te houden. Met het uitvoeringsprogramma IJsselmeergebied worden grote ingrepen gerealiseerd om een ecologisch robuust en veerkrachtig watersysteem te creëren. Daarbij wordt rekening gehouden met de vraag naar ruimte voor wonen op en nabij water, infrastructuur, visserij en duurzame energie. Uitgangspunt is dat het gebied ecologisch robuust moet worden, zodat ook economische ontwikkelingen in het gebied mogelijk zijn.

Waterwet De Waterwet regelt in hoofdzaak het beheer van watersystemen, waaronder waterkeringen, oppervlaktewater- en grondwaterlichamen. De wet is gericht op het voorkomen dan wel beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, de bescherming en verbetering van kwaliteit van watersystemen en de vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen.

Toetsing en conclusie De voorgenomen planontwikkelingen staat het rijksbeleid niet in de weg.

Provinciaal beleid Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027 Het Regionaal Waterprogramma (RWP) 2022 – 2027 Provincie Noord-Holland is op 31 januari 2022 vastgesteld. In het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027 zijn de opgaven van de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Bestuursakkoord Water en het Nationaal Waterplan vertaald naar strategische doelstellingen voor Noord- Holland. Het Waterplan is onderverdeeld in drie deelprogramma's: 1. Deelprogramma oppervlaktewater: daarin zijn de rol van verschillende overheidsinstanties toegelicht met samenwerkingsverbanden. Verschillende speerpunten worden benoemd. Voorbeelden van deze opgaven zijn agrarisch waterbeheer, waterkwaliteit en circulaire economie 2. Deelprogramma grondwater: de provincie wilt zich openstellen voor grote maatschappelijke verandering zoals bodemenergie of industriële toepassingen, met respect voor drinkwatervoorzieningen. Verder bestaat het doel om geen uitputting van grondwatervoorraden te krijgen. 3. Deelprogrammaoverstromingsrisico's: bij dit programma speelt de normering en de samenwerkingsverbanden met betrekking tot waterveiligheid een centrale rol. In het plan zijn deze programma's verder uitgewerkt in subthema's, in samenhang met economische, milieu- en maatschappelijke opgaven. Dit heeft geleid tot een integrale visie op

bestemmingsplan Maria Goretti

67

Maria Goretti

de ontwikkeling van de provincie Noord-Holland In de Omgevingsverordening is onder andere regelgeving opgenomen voor de regionale en primaire waterkeringen. Voor bestemmingsplannen c.q. wijzigingsplannen zijn randvoorwaarden opgenomen die een onbelemmerde werking, instandhouding en het onderhoud van de primaire en regionale waterkeringen mogelijk maken. Dit geldt voor de beschermingszone en de kernzone die hoort bij de waterkeringen zoals opgenomen in de vastgestelde leggers van de waterschappen.

Toetsing en conclusie De locatie ligt niet langs een primaire watergang. Verder worden er ook geen provinciale waterbelangen geschaad.

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Deelstroomgebiedsvisie De deelstroomgebiedsvisie bevat een wateropgave op hoofdlijnen voor korte (2015) en lange termijn (2050). De stroomgebiedsvisie bevat het wateradvies. Dit advies doet aanbevelingen vanuit een oogpunt van een duurzaam waterbeheer voor het reserveren van ruimte om wateroverlast en -tekorten tegen te gaan en om tot een betere waterkwaliteit te komen. Er zal geen definitieve deelstroomgebiedsvisie voor het Noorderkwartier komen, omdat de provincie heeft besloten het WB21 beleid op hoofdlijnen te beschrijven in de nota “Evenwichtig omgaan met Water”.

Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Waterplan 2022-2027 Op 15 december 2021 is het Waterplan van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende programma's: Waterveiligheid: Het programma 'Waterveiligheid' draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit het primaire en het regionale watersysteem. Voldoende water: Het programma 'Voldoende water' draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Gezond water: Het waterschap let op bij de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). Het bevorderen van biodiversiteit is ook aan de orde. Schoon Water: In het programma 'Schoon Water' speelt het zuiveren van afvalwater en een circulaire economie een centrale rol. Veilige (vaar)wegen: Het doel is om in 2025 alle waterschapswegen te hebben overgedragen aan gemeenten. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier wil geen wegenbeheerder meer te zijn Verder behandelt de visie de organisatie van het bestuur en crisisbeheersing.

Daarnaast zijn vijf andere thema's toegelicht:

68

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

Ruimtelijke adaptatie: een programma 'ruimtelijke adaptatie' is opgesteld. Door de klimaatverandering is een omslag in het denken nodig: klimaatbestendig en waterrobuust inrichten moet een vanzelfsprekend onderdeel van ruimtelijke (her)ontwikkelingen worden Omgevingswet: deze weg betekent een kentering in de werkwijze met meer participatie en samenwerking met partners. Duurzaamheid: het hoogheemraadschap zet zich scherp voor de energietransitie, de circulaire economie en de verduurzaming van onze levenswijze. Biodiversiteit: de bescherming en bevordering van biodiversiteit is een prioriteit voor de komende jaren. Datagestuurd werken: de digitalisering en de big data bieden nieuwe kansen aan voor een betere aanpak van de opgaven Deze programma's zijn verder uitgewerkt in het waterplan naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; verordening, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen.

Toetsing en conclusie Onder het kopje Wateraspecten in het plangebied wordt nader ingegaan op de diverse wateraspecten waaronder de waterkwantiteit, waterkwaliteit en veiligheid.

Keur In 2016 heeft het hoogheemraadschap de Keur en bijbehorende Algemene Regels vastgesteld. Artikel 4.2 Verbod versnelde afvoer door verhard oppervlak is in de nieuwe Keur gewijzigd. In de nieuwe Keur 2016 is nu het volgende opgenomen: "Artikel 3.3 Verbod versnelde afvoer door nieuw verhard oppervlak. Het is verboden zonder watervergunning van het bestuur neerslag door nieuw verhard oppervlak versneld tot afvoer te laten komen." In de Algemene Regels 2016 zijn vervolgens de volgende aanvullingen opgenomen: "Artikel 23. nieuw verhard oppervlak. Op grond van artikel 3.9, eerste lid van de keur geldt een vrijstelling van de vergunningplicht van artikel 3.3 voor het aanbrengen van nieuw verhard oppervlak indien: 1. de bebouwing of verharding van de onverharde grond door een of meer aaneengesloten bouwplannen met een gezamenlijke oppervlakte minder dan 800 m² bedraagt en; 2. de aanleg van nieuw verhard oppervlak minder dan 10% van het oppervlak van het desbetreffende peilvak beslaat en; 3. het desbetreffende watersysteem de toename van de piekafvoer kan verwerken." Gemeentelijk beleid Gemeentelijk Rioleringsplan Edam-Volendam 2018-2023 (Zaanstreek-Waterland) Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) is een planinstrument om mee te kunnen bewegen met de veranderingen om ons heen.

Het GRP brengt de wateropgaven voor de komende planperiode in beeld en laat zien op welke strategische wijze hier invulling aan wordt gegeven. Net als de andere gemeenten binnen de regio Zaanstreek-Waterland streeft de gemeente bij de invulling van de zorgplichten riolering bij (grootschalige) nieuwbouw en herontwikkeling naar een sterk vooruitziende houding. Waar mogelijk anticipeert de gemeente bij elke ruimtelijke

bestemmingsplan Maria Goretti

69

Maria Goretti

ontwikkeling op extreme buien. Hierdoor zal de inrichting van de openbare ruimte veranderen, er komt meer ruimte voor de (tijdelijke) opvang van water. Op locaties waar minder flexibiliteit bestaat streven we ernaar om zoveel mogelijk werken met elkaar te combineren. Dit doet de gemeente door continue de optimale balans te zoeken tussen kosten, risico’s en prestaties.

Hierna komen de diverse wateraspecten (uit het waterplan) aan bod en is aangegeven hoe hiermee omgegaan is binnen het plangebied. 4.8.3 Wateraspecten in het plangebied Huidig watersysteem plus toekomstig watersysteem Het plangebied is gelegen in het bebouwd gebied van Volendam. Binnen het plangebied komt maar weinig open water voor. Het plangebied ligt in een regionaal watersysteem, welke valt onder de verantwoordelijkheid van HHNK. Vanuit het Volendammermeer wordt het water naar het 1.43m -NAP peil gepompt, vanwaar het op het Markermeer kan worden uitgeslagen. In droge perioden kan water in omgekeerde richting (vanuit het Markermeer) worden ingelaten. De Meergracht vormt een secundaire waterloop, die in beheer is bij de gemeente. Eén en ander lijkt uit onderstaande kaartbeeld uit de legger van HHNK. Deze watergang alsmede andere watergangen in het gebied blijven behouden en worden niet aangetast.

Verder is geen oppervlaktewater aanwezig binnen of direct aansluitend aan het plangebied.

70

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

Kaatbeeld uit Legger van HHNK met het plangebied in de rode cirkel (bron: webviewer HHNK)

Peilgebied (bron: webviewer HHNK)

Binnen het Peilgebied 5762-1 geld een streefpeil van - 3,45 m tot- 3,35 m NAP. het plangebied ligt op een hoogte van ongeveer - 2,75 tot - 2,5 NAP waarbij de randen lager liggen dan het middengebied. Het perceel ligt dus boven het waterpeil maar het waterpeil vormt wel een aandachtpunt. Zie ook onder het kopje watertoets.

Waterkering Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van de beschermingszone van een dijk, bijvoorbeeld de dijk langs het Markermeer. Er is geen watervergunning vereist en nieuwbouw is ter plaatse toegestaan.

bestemmingsplan Maria Goretti

71

Maria Goretti

Vasthouden en Waterberging van hemelwater Vanwege een beperkt oppervlak aan open water en de toename van de bebouwing in Volendam is het risico op wateroverlast toegenomen. Het plangebied behoort tot het oude hoog gelegen deel van Volendam met weinig open water. Als gevolg van het vorige Waterplan Edam-Volendam is al een groot aantal maatregelen genomen ter bestrijding van wateroverlast. Deze maatregelen zijn uitgevoerd. De maatregelen vallen buiten het plangebied of hebben geen invloed op de ruimtelijke ordening ter plaatse. Als uitwerking van het waterplan is er de afgelopen jaren extra waterberging in de Zuidpolder en langs de Zeddeweg in Volendam gerealiseerd om de polder aan de norm te laten voldoen. Daarnaast wordt bij ruimtelijke ontwikkelingen compenserende maatregel voorgeschreven zodat deze ontwikkelingen waterneutraal worden gerealiseerd en de polder dus aan de norm blijft voldoen. Onderhavig plan betreft een in de bestaande situatie reeds (vrijwel) volledig bebouwde / verharde locatie. In de nieuwe situatie wordt de situatie eveneens grotendeels bebouwd c.q. verhard, maar hebben de grondgebonden woningen nog wel voor- en achtertuinen, waar in principe vrij kan afstromen. Hiermee neemt de oppervlakte bebouwd/verhard niet toe. Daarnaast zullen de parkeerplaatsen in halfverharding worden uitgevoerd, waardoor er water in de bodem kan infiltreren.

72

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

bestemmingsplan Maria Goretti

73

Maria Goretti

Verhard (bestrating en bebouwing) Onverhard Half verhard Totaal

Huidige situatie 5.642,7 m²

Toekomstige situatie 5.390,0 m²

2.115,4 m²

1.817,7 m² 545,8 m² 5.662,9 m²

5.642,7 m²

Er is in de huidige situatie 5.642,7 m² verharding (bestrating en bebouwing) aanwezig. In de toekomstige situatie zal 5.390,0 m² verhard zijn en 545,8 m² half verhard. Indien de half verharding voor de helft meegeteld wordt, zal in de toekomstige situatie de verharding 5.662,9 m² bedragen. Dit is vrijwel overeenkomstig (28 m² meer) dan de hoeveelheid verharding in de bestaande situatie. Er hoeft daardoor geen watercompensatie plaats te vinden. De waterhuishoudkundige gevolgen zijn hierdoor zeer beperkt. Het hemelwater wordt binnen het plangebied opgevangen en vertraagd afgevoerd naar de watergang.

74

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

Riolering In het kader van het gemeentelijk rioleringsplan wordt in de nabijheid van het plan een gescheiden rioolsysteem aangelegd. Bij nieuwbouw wordt er naar gestreefd om hemelwaterafvoeren aan te sluiten op een gescheiden rioolstelsel, teneinde de hemelwater- en afvalwaterstromen verder te scheiden. Omtrent dit plan zijn met de gemeente nadere concrete afspraken gemaakt met betrekking tot de aansluiting op het gescheiden stelsel. Het hemelwaterrioolstelsel heeft hiervoor voldoende capaciteit. Het afvalwaterriool in het plangebied is een vrij-verval systeem, dat wil zeggen dat er geen rioolpersleidingen doorheen lopen. Binnen dit plan vindt aanpassing van de riolering plaats op het moment dat enkele ingrepen in de openbare ruimte aan de orde zijn. Het hemelwater wordt zo lang mogelijk binnen het plangebied vastgehouden (gebufferd) en vervolgens vertraagd naar de watergang afgevoerd. Het vuilwater wordt derhalve aangesloten op de gemeentelijke riolering.

Waterkwaliteit, schoonhouden en zuiveren Ten behoeve van de verbetering van de waterkwaliteit hebben de gemeente Edam-Volendam en HHNK in 2008 een afvalwaterakkoord gesloten. De belangrijkste doelen van deze samenwerking zijn: voorkomen van vervuiling van het oppervlaktewater uit de afvalwaterketen; goede dienstverlening tegen de laagst maatschappelijke kosten; doelmatige en transparante bedrijfsvoering. Methoden om deze doelen te bereiken zijn o.a. het afkoppelen van hemelwaterafvoer om overstortende riolen tegen te gaan en het doorspoelen van watergangen. Zoals hierboven is aangegeven zal het hemelwater niet aangesloten worden op het vuilwaterriool. Er zullen zo min mogelijk uitlogende materialen worden toegepast in het bouwplan, waardoor de waterkwaliteit van het hemelwater zo min mogelijk vervuild raakt. Het huishoudelijke afvalwater gaat via het gemeentelijke rioolstelstel naar de waterzuivering. Ten oosten van het plangebied ligt op enige afstand het Markermeer. De dijk wordt ter plaatse verstevigd zodat de overstromingsrisico's afnemen. De versteviging is voor 2021 gereed. Op dit water is ook de Europese Kaderrichtlijn Water van toepassing. Beide kaders scheppen randvoorwaarden voor tal van activiteiten. De planontwikkeling zal geen gevolgen hebben voor verzilting.

Watertoets In het kader van de Watertoets heeft er overleg met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier plaatsgevonden. Het Hoogheemraadschap wijst er op dat deze locatie (de Volendammermeer) erg kwetsbaar is voor wateroverlast. Door de lage ligging ontstaat bij hevige neerslag snel inundatie. Al het water dat hier valt moet worden weggepompt; de snelheid waarmee dit gebeurd is sterk begrensd. Binnen deze context zijn er vier essentiële punten waar de nieuwbouw aan moet voldoen:

bestemmingsplan Maria Goretti

75

Maria Goretti

Het vloerpeil moet voldoende hoog zijn, kelders zijn niet wenselijk. De omgeving moet zo groen mogelijk worden ingericht. Tijdelijke berging van water op daken is noodzakelijk, dit kan in de vorm van een groen blauw dak. Duikers in de omgeving zouden een diameter van 800mm moeten hebben om de doorstroming te bevorderen. Met deze vier punten is rekening gehouden in het ontwerp van voorliggende ontwikkeling: In het plangebied worden geen kelders opgenomen en het vloerpeil wordt voldoende hoog gelegd. Het perceel wordt zo groen mogelijk ingericht en de parkeerplaatsen worden uitgevoerd in half verharding waardoor het hemelwater vertraagd wordt afgevoerd. Het water zal binnen het plangebied geborgen worden. Hiervoor is voldoende ruimte aanwezig. Groene daken zijn minder praktisch in verband met de zonnepanelen die toegepast moeten worden om in de energievoorziening van de woningen te voorzien. Met de aanleg van duikers zal rekening gehouden worden met de voldoende doorstroming. Daarnaast wijst het Hoogheemraadschap op een aantal maatregelen die de gemeente kan treffen, maar die los staan van het concrete plangebied.

Conclusie De haalbaarheid van het plan op het gebied van water is hiermee aangetoond.

4.9

Archeologie

Algemeen De provincie heeft met het project “CHW” de aanwezige cultuurhistorische waarden van Noord-Holland in kaart gebracht en voorzien van een aantal basisgegevens. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Holland heeft een deel van het plangebied een aanduiding “hoge archeologische waarde” gekregen. Deze kaart werd tot voor kort altijd als onderlegger gebruikt. Echter, deze is niet verder geactualiseerd en als het ware opgegaan in de Leidraad L & C. De kaart geeft wel een goed beeld van te verwachten waarden en is dus relevant voor dit gebied.

Gemeentelijk beleid Door de gemeente is in samenwerking met Steunpunt Cultureel Erfgoed Noord-Holland (SCENH) een beleidsnota archeologie vastgesteld. Op de bij deze bij de beleidsnota behorende beleidskaart met de indeling van archeologiegebieden is het centrum van Volendam hoofdzakelijk als “donker blauw” aangeduid (categorie 4). Dat wil zeggen dat voor deze categorie geldt dat bij grondroerende werkzaamheden in plannen met een oppervlakte van 2.500 m2 of groter, en die dieper reiken dan 40 cm beneden het maaiveld, er rekening gehouden dient te worden met de aanwezigheid van archeologische waarden.

76

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

Uitsnede uit archeologische beleidskaart met aanduiding plangebied

Archeologisch bureau-onderzoek Inleiding Om meer inzicht te krijgen in de verwachting en het gegeven dat in een deel van het plangebied ontwikkelingen verwacht worden, is in het kader van het bestemmingsplan Europaplein/Zeestraat e.o. archeologisch onderzoek uitgevoerd in de vorm van een archeologische waardering. Deze is als Bijlage 9 opgenomen.

Archeologisch regime Het onderzoeksgebied valt binnen een zone met het gespecificeerde archeologische regime van de vierde categorie, zoals beschreven in de beleidsnota archeologie van de gemeente Edam-Volendam (Husken & Nyst 2015). In deze zone geldt dat bij alle bodemverstoringen met een oppervlak van 2.500 m2 (of meer) en een diepte van 40 cm (of meer) archeologisch onderzoek dient plaats te vinden. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden en is als bijlage 9 aan dit bestemmingsplan toegevoegd. De belangrijkste conclusies volgen hierna.

Archeologische verwachting Het onderzoeksgebied ligt aan de rand van het Markermeer, in een zone met een gespecificeerd archeologisch regime van de vierde categorie. Gedurende de prehistorie, Romeinse tijd en vroege middeleeuwen was het terrein door zijn lage ligging vermoedelijk te nat voor bewoning. De IJe, een natuurlijke waterloop tussen Edam en Volendam, mondde hier uit in de Zuiderzee. Veenontginningen en dijkaanleg in de late middeleeuwen moesten het land bewoonbaar maken maar zetten een proces van bodemdaling in waardoor het natuurlijke riviertje de IJe slecht afwaterde en het Vollendammer meer ontstond. Het plangebied lag onder water. Ook na de drooglegging in 1633 zijn er geen aanwijzingen voor bewoning in het plangebied: op historisch kaartmateriaal is zichtbaar dat het plangebied een agrarisch karakter had (weidegrond). Gezien voorgaande zijn de archeologische verwachtingen kortweg in navolgende tabel in beeld gebracht.

bestemmingsplan Maria Goretti

77

Maria Goretti

Gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied Julianaweg 95 te Volendam

Omdat de kans op het aantreffen van archeologische resten uit de prehistorie tot en met de nieuwe tijd laag is, wordt aanbevolen om geen archeologische vervolgstappen te ondernemen. Mochten tijdens de werkzaamheden alsnog archeologische resten aan het licht komen, dan dient het bevoegd gezag - de gemeente Edam-Volendam - onmiddellijk hiervan op de hoogte gesteld te worden.

Conclusie Het aspect archeologie werpt geen belemmering op voor onderhavig initiatief.

4.10

Cultuurhistorie

Algemeen In het kader van het Rijksbeleid Modernisering van de Monumentenzorg is het sinds 1 januari 2012 wettelijk verplicht om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met cultuurhistorie. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vormt hiervoor de wettelijke basis. De ruimtelijke ordening krijgt zo een uitgesproken rol met betrekking tot het in stand houden/verbeteren van cultuurhistorische waarden. Hierbij moet gedacht worden aan historische gebouwen, structuren (rooilijnen, verkavelingsstructuren) en/of landschapselementen (stuwwallen, enken etc.).

Toetsing Onderhavig plangebied bevat geen gebouwen of andere elementen die zijn aangemerkt als rijks- of gemeentelijk monument. Ook in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen rijksof gemeentelijk monumenten aanwezig. De omgeving van het plangebied (de uitbreidingswijk Volendam-west) heeft wel cultuurhistorische waarde. In de welstandsnota (zie ook paragraaf 3.5.6) is deze bestaande waarde beschreven. De wijk is qua opzet en vormgeving sterk verwant met het gebied Oud

78

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

Volendam, met een rationele stedenbouwkundige structuur (veel rechthoekige 'blokken') en een eenvoudige vormgeving van de gebouwen. Met deze bestaande cultuurhistorische waarde van de omgeving is bij de uitwerking van onderhavig plan rekening gehouden. Gelijktijdig met het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan komen ook de gewijzigde welstandscriteria ter inzage te liggen. De welstandscriteria zijn gedurende de totstandkoming van het ontwerp reeds aangepast. In het ontwerp schikken de nieuwe gebouwen zich in het bestaande rationele stedenbouwkundige patroon en de bebouwing past qua maatvoering, materiaalgebruik en vormgeving in de bestaande omgeving. Hiermee wordt de cultuurhistorische waarde van de wijk Volendam-west niet geschaad.

Conclusie Het aspect cultuurhistorie is geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.11

Duurzaamheid

Algemeen Lokale overheden hebben een belangrijke rol bij energiebesparing, duurzame energieopwekking en terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Middels de "Duurzaamheidsagenda 2018-2022 Verantwoord Vooruit" heeft de gemeente Edam-Volendam aangegeven duurzaamheid als prioriteit te beschouwen, waarbij het Klimaatakkoord van Parijs een belangrijke inspiratiebron vormt.

Toetsing De nieuwbouw wordt volledig gasloos en energieneutraal gerealiseerd, bij voorkeur met duurzame materialen. De gebouwen zullen voldoen aan BENG normen. Ook worden bodemwarmtepompen aangelegd en er worden zonnepanelen gesitueerd op het dak. Tot slot worden oplaadpunten voor fietsen en scootmobielen gerealiseerd. Het regenwater wordt binnen het plangebied opgevangen en vertraagd afgevoerd. Dit alles draagt bij aan de duurzaamheid van het plan.

Conclusie Het aspect duurzaamheid is geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.12

Klimaatadaptatie

Algemeen De gemeente Edam-Volendam tracht bij ruimtelijke ontwikkelingen voldoende ruimte te bieden aan een klimaatadaptatieve inrichting.

Toetsing Zoals in paragraaf 2.2 reeds beschreven, krijgt het plangebied een klimaatadaptieve inrichting. Zo wordt het plangebied zo groen mogelijk ingericht, met langs de zuid- en westrand van het plangebied een brede groenstrook. Aan de Foksiastraat en de Julianaweg wordt een smalle groene strook langs de bebouwing gerealiseerd. Tevens worden de parkeervoorzieningen

bestemmingsplan Maria Goretti

79

Maria Goretti

uitgevoerd in halfverharding en worden bomen aangeplant. Groenvakken tussen de afzonderlijke bouwblokken moeten zorgen voor een vertraagde afvoering van het hemelwater. De groene invulling, onder andere door de plaatsing van plantenbakken aan de muren en het aanplanten van bomen, draagt bij aan het reduceren van hittestress.

Conclusie Het aspect klimaatadaptatie is geen belemmering voor onderhavig initiatief.

80

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

Hoofdstuk 5

Milieueffectbeoordeling

Besluit m.e.r Algemeen De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wettelijke basis voor de m.e.r. is de Wet milieubeheer. In de uitvoeringswetgeving, het Besluit m.e.r., staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het plan mogelijk maakt, de omvang ervan en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.

Schema m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r. (Bron: www.Infomil.nl)

Bovenstaande afbeelding laat zien dat wanneer een besluit over een activiteit die qua omvang boven de C-drempel blijft voor dat besluit een m.e.r.-plicht geldt. Tussen de C- en D-drempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Onder de D-drempel moet het bevoegd gezag via een vormvrije beoordeling nagaan of een formele m.e.r.-beoordeling nodig is.

Het planvoornemen voor de Julianaweg 95 wordt als een activiteit genoemd in bijlage onderdeel D van het Besluit m.e.r. Categorie D.11.2. Het planvoornemen valt namelijk onder 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De drempelwaarde is als volgt geformuleerd: “in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer.”

Beoordeling Onderhavig plan betreft de ontwikkeling van maatschappelijke bestemming naar 83 (zorg) woningen. De locatie ligt binnen de bebouwde kom en met wonen wordt geen milieubelastende functie mogelijk gemaakt. De locatie is nu ook al bebouwd. Gezien de aard is sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject als genoemd in onderdeel D.11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r.. De activiteit is kleiner dan de genoemde drempelwaarde in

bestemmingsplan Maria Goretti

81

Maria Goretti

de bijlage van het Besluit m.e.r. (een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2000 of meer woningen) waardoor er geen m.e.r-plicht is. De activiteit valt daarom niet onder één van de categorieën van onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Het plan is daarom niet m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsplichtig. Er moet wel een toetsing plaatsvinden om te onderzoeken of er geen onevenredige nadelige milieueffecten ontstaan en er een m.e.r.- of m.e.r.-beoordeling plaats moet vinden.

M.e.r.-plicht op grond van de Wet natuurbescherming Natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna kunnen aangewezen worden als Europese Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijngebieden (Natura 2000). De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden zijn in Nederland opgenomen in de Wet natuurbescherming. Met het opstellen van een plan mag het plan de instandhoudingsdoelstelling, de kwaliteit van de natuurlijke habitattypen en de habitats van soorten niet verslechteren en het plan mag geen verstorend effect hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Zoals beschreven in paragraaf 4.7, heeft deze ontwikkeling geen invloed op nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

Vormvrije m.e.r.-beoordeling (toets) In de navolgende tabellen is kort de beschrijving van het project uiteengezet en vervolgens wat de te verwachten effecten zijn van de ontwikkeling op de omgeving. De conclusie daaruit is dat significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten.

Aspect Omvang van het project

Cumulatie met andere projecten

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen

82

beoordeling D 11.2 Mogelijkheid tot stedelijk ontwikkelingsproject (drempelwaarde: >= 100 ha of >= 2000 woningen of bedrijfsvloeroppervlakte >= 200.000 m2) De oppervlakte van het totale projectgebied bedraagt circa 0,7 hectare. Het project beslaat zoals gesteld 83 (zorg) woningen, dus dit is onder de drempelwaarde. Het plangebied maakt geen deel uit van een grotere ontwikkeling. Ook zijn er in de directe nabijheid geen vergelijkbare projecten in de ontwikkeling. Van cumulatie met andere projecten is dan ook geen sprake. Voor de bouw van de woningen worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal (beton, hout, grond). De nieuwe functies binnen het plan maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de direct nabijheid van het plangebied. In het geheel legt het project hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen.

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder

Risico van ongevallen Plaats van het project Bestaande grondgebruik Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied Aspect Natuur (gebiedsbescherming) Natuur (soortenbescherming)

Verkeer

Geluid

Archeologie

Lucht

bestemmingsplan Maria Goretti

Tijdens de bouw van de nieuwe bebouwing wordt gewerkt met stikstof- en fijnstof-emitterende materieel (machines, etc.). De aanlegwerkzaamheden gaan in beperkte mate gepaard met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen). Na de bouw is dit niet meer van toepassing. Daarnaast zorgt de toekomstige functie (wonen) niet voor verontreiniging op deze locatie. Dat voorliggend plan geen hinder veroorzaakt volgt uit navolgende tabel. Onderhavig project vormt geen risico voor de omgeving. Op het huidige locatie waren maatschappelijke functies in gebouwen gevestigd. Deze gebouwen worden geamoveerd. Geen.

Beoordeling milieueffecten Het uitgevoerde stikstofonderzoek wijst uit dat significant negatieve effecten op Natura 2000 -gebieden niet aan de orde zijn. Hiermee worden geen negatieve milieueffecten verwacht. Met inachtneming van de ontheffing Wet natuurbescherming, de compenserende/mitigerende maatregelen en de zorgplicht uit de Wet Natuurbescherming, zijn de negatieve effecten op zijn hoogst beperkt. In ieder geval kan een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu worden uitgesloten. De nieuwe woonontwikkeling zorgt weliswaar voor een verkeersaantrekkende werking doch zonder te verwachten afwikkelingsproblemen op de bestaande infrastructuur. Gezien het voorgaande wordt wat betreft verkeer geen negatieve milieueffect verwacht. Als gevolg van de nieuwe woonontwikkeling, zal het verkeer iets toenemen. De toename van de geluidshinder zal echter slechts beperkt zijn. Uit de Wet geluidhinder is af te leiden dat bij een geluidstoename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40%. Bij dit plan is evenwel te verwachten dat de verkeerstoename veel lager zal zijn dan 40%. Er is dus naar verwachting geen sprake van een merkbare geluidstoename.

Op basis van het onderzoek wordt gesteld dat de kans op het aantreffen van archeologische resten uit de prehistorie tot en met de nieuwe tijd in het plangebied laag is. Het verwachte effect van de ontwikkeling voor wat betreft archeologie is zeer beperkt. Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Het plan draagt 'Niet in Betekenende Mate' bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit en gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de planbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering.

83

Maria Goretti

Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking) Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte en complexiteit effect Waarschijnlijkheid effect Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect

Lokaal

Nee Nee Geen Geen

Conclusie Gelet op de geringe omvang en de ligging van het plan, leidt de bestemmingswijziging niet tot relevante milieueffecten. Het milieubelang wordt in het kader van dit bestemmingsplan in voldoende mate afgewogen (zie verder hoofdstuk 4 Toets aan milieu- en omgevingsaspecten). Een nadere beoordeling in een m.e.r-beoordeling of plan-m.e.r. is daarom niet noodzakelijk.

84

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de planregels. Zo wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op de afzonderlijke bestemmingen. Ook wordt in dit hoofdstuk de verhouding met wet- en regelgeving naast het bestemmingsplan aangegeven en wordt een toelichting gegeven op de gehanteerde systematiek.

6.2

Opzet planregels

De regels bestaan uit vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels, met daarin onder meer de begripsbepalingen, dat wil zeggen wat in dit hoofdstuk onder bepaalde begrippen wordt verstaan. Daarnaast zijn de meetvoorschriften opgenomen, waarin de wijze van meten bij de toepassing van de bepalingen van dit bestemmingsplan is aangegeven. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels, waarin de bestemmingen nader worden verklaard, die op de digitale verbeelding aan de gronden zijn toegekend, met in begrip waarvan de gronden mogen worden gebruikt, wat hierop mag worden gebouwd en in welke vorm. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels voor onder meer afwijkingsmogelijkheden. Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregels. Naast de bestemmingsplanregeling gelden nog (vele) andere wettelijke regelingen voor het gebied. Deze wettelijke regelingen hebben veelal een geheel ander doel dan het bestemmingsplan. Dit betekent dat deze wetgeving naast het bestemmingsplan blijft staan en van toepassing is. Het bestemmingsplan laat deze wettelijke regelingen derhalve onverlet. Een en ander betekent in de praktijk dat bij het opstellen van het bestemmingsplan bezien dient te worden in hoeverre er ruimtelijk relevante wetgeving is, die van invloed kan zijn op de inrichting van het bestemmingsplan.

Het kan daarbij zijn dat een bepaalde handeling, hoewel het bestemmingsplan deze handeling toelaat, op grond van deze wetgeving niet toelaatbaar is of dat voor die handeling eerst nog een ontheffing noodzakelijk is. De bestemmingen die in het plangebied zijn opgenomen, worden hieronder nader beschouwd.

6.3

Bestemmingen

De in het plan voorkomende bestemmingen zijn beperkt van omvang. Het plan betreft een postzegelbestemmingsplan dat op maat wordt opgesteld teneinde de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Hierna volgt een nadere toelichting van de in het plan opgenomen bestemmingen.

Artikel 3 Bedrijf - Nutsvoorziening Binnen het plangebied ligt een elektriciteitshuisje. Deze heeft, net als in de geldende regeling, een specifieke regeling gekregen.

Artikel 4 Groen Deze bestemming is toegekend aan de gronden gelegen langs de oost- en zuidrand van het plangebied. De bestemming dient de groene invulling van het bouwplan te garanderen en maakt

bestemmingsplan Maria Goretti

85

Maria Goretti

onder meer plantsoenen, groenstroken en overige beplanting mogelijk. Verder is het ook toegestaan waterpartijen, of andere voorzieningen van openbaar nut op te richten. Hierbij moet gedacht worden aan speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen of openbare nutvoorzieningen. Gebouwen mogen niet worden gebouwd. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen wel worden gebouwd, mits niet hoger dan 3 m. Speelvoorzieningen mogen maximaal 4 m hoog worden.

Artikel 5 Tuin Aan de voorzijden van de grondgeboden woningen is een tuinbestemming opgenomen. Hierdoor ontstaat enige afstand tussen de woonbokken en het openbare gebied.

Artikel 6 Verkeer - Verblijfsgebied Het deel van de Foksiastraat dat binnen het plangebied ligt, heeft de bestemming 'Verkeer Verblijfsgebied' gekregen. Deze bestemming is bedoeld voor met name een gebruik als verkeersgebied voor zonder doorgaande functie. Er is een mogelijkheid opgenomen om tussen het bouwblok aan de Julianaweg en de Meergracht een overbouwing te realiseren. Deze is specifiek aangeduid met 'specifieke bouwregels'. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden gebouwd. Voor een aantal specifieke bouwwerken zijn hoogten opgenomen, zoals voor speelvoorzieningen (4 m) en vlaggenmasten (5 m). De bouwwerken die niet specifiek benoemd zijn mogen maximaal 3 m worden.

Artikel 7 Wonen Binnen de woonbestemming, die het overige gedeelte van het plangebied vormt, is het mogelijk de voorgenomen (zorg)woningen te bouwen. De zorgwoningen zijn specifiek aangeduid. De (zorg)woningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Het maximaal toegestane aantal woningen is vastgelegd in de regels. Op de verbeelding zijn de maximaal toegestane bouwhoogten opgenomen. Deze zijn afgestemd op het stedenbouwkundig plan zoals dat thans voorligt. Via beeldkwaliteitscriteria wordt een verdere zorgvuldige inpassing van de gebouwen gegarandeerd. Bijbehorende bouwwerken (dat zijn aan- en uitbouwen, overkappingen of bijgebouwen) mogen in het achtererfgebied worden opgericht. Buiten het bouwvlak mag niet meer dan 50% van het achtererfgebied, met een maximum van 40 m2, worden bebouwd met bijbehorende bouwwerken. Bovendien mogen aan- en uitbouwen niet breder zijn dan 50% van de gevelbreedte van de gevel waaraan de aan- of uitbouw gebouwd is. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen op het gehele bouwperceel worden gebouwd. Voor erf- en terreinafscheidingen op het voorerf geldt een maximum bouwhoogte van 1 m, terwijl erf- en terreinafscheidingen op het achtererf maximaal 2 m hoog mogen zijn. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.

In elke woning mag door bewoners een aan-huis-verbonden-beroep (zoals van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerp-technisch) worden uitgeoefend, mits niet meer dan 20 m2 aan vloeroppervlak voor dat beroep wordt gebruikt. Het aantal eventuele cliënten mag niet meer dan 2 tegelijk bedragen. Bovendien zijn zaken als horeca-activiteiten en reclame-uitingen niet toegestaan. Detailhandelsactiviteiten zijn slechts toegestaan voor zover het gaat om beperkte verkoop van aan het beroep gerelateerde producten en ondergeschikt aan de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep.

86

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

Het uitoefenen van een aan-huis-verbonden-bedrijf (zoals consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten) is slechts toegestaan met een omgevingsvergunning.

Algemene regels Naast de specifieke bestemmingen, zijn ook algemene regels opgenomen, zoals een anti-dubbeltelregeling en overgangsrecht. Deels zijn deze geformuleerd volgens de wettelijke vereisten, deels volgen deze het geldende bestemmingsplan. Aanvullend zijn de parkeernormen vastgelegd. Er is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om hiervan af te kunnen wijken.

6.4

Verbeelding

Op grond van de Wro moeten alle plannen volgens de standaarden voor vergelijkbare bestemmingsplannen, de SVBP 2012, in elektronische vorm worden vastgesteld en vervolgens beschikbaar gesteld. Daarnaast moet een versie van het plan in analoge vorm worden vastgesteld. Op de analoge verbeelding van het bestemmingsplan (plankaart) wordt door middel van letters, kleuren, cijfers, lijnen en aanduidingen het toegestane gebruik van de gronden en de bouwregels aangegeven. Mocht tussen de inhoud van het analoge / papieren plan en de elektronische weergave / digitale vorm een verschillende uitleg mogelijk zijn, dan prevaleert de elektronische weergave of plan in digitale vorm. Als tussen beide vormen van het plan een verschillende uitleg mogelijk is, prevaleert het digitale plan.

Als ondergrond voor de plankaart is een recente topografische kaart (GBKN) gehanteerd. Daarmee kan exact worden bepaald waar het plan is gelegen en hoe begrenzingen lopen. Om de goede leesbaarheid van de analoge plankaart te waarborgen is gekozen voor een schaal van 1:1000. De kaarten zijn voorts voorzien van een legenda en een noordpijl.

bestemmingsplan Maria Goretti

87

Maria Goretti

Hoofdstuk 7 7.1

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

7.1.1 Wettelijk kader Sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 is het onder omstandigheden verplicht om aan het nemen van een ruimtelijk besluit, een exploitatieplan te koppelen. Onder aangewezen bouwplan wordt krachtens art. 6.2.1 Bro onder andere verstaan de bouw van één of meer woningen of andere hoofdgebouwen. Er is derhalve sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 van de Wro als onderdeel van afdeling 6.4 inzake de grondexploitatie. Een exploitatieplan is niet verplicht indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie van de in het bestemmingsplan opgenomen gronden op een andere wijze is verzekerd (artikel 6.12, lid 2 Wro) zoals een vooraf afgesloten privaatrechtelijke overeenkomst. 7.1.2 Beoordeling en conclusie Tussen de gemeente Edam-Volendam en de initiatiefnemer is een overeenkomst gesloten, waardoor het kostenverhaal is verzekerd en kan worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan. Alle mogelijke overige kosten voor onder andere het plan worden bekostigd door initiatiefnemer.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1 Participatie Er heeft een participatieproces met de buurt plaatsgevonden. Navolgend wordt dit proces kort besproken. Een uitgebreider verslag van het participatieproces is in Bijlage 10 opgenomen. Op 8 juni 2021 heeft de eerste participatiebijeenkomst plaatsgevonden. In verband met de destijds geldende corona maatregelen, heeft deze bijeenkomst digitaal plaatsgevonden. Deze eerste bijeenkomst was een informatieve en participatieve bijeenkomst. Omwonenden en toekomstige bewoners kregen de ruimte om input op het plan te leveren. Bij de bijeenkomst waren ongeveer 65 personen (meekijkers niet meegenomen) digitaal aanwezig. Tijdens de bijeenkomst zijn presentaties gegeven door Stichting Woningbeheer De Vooruitgang, de gemeente Edam-Volendam en de architect (RU+AP). Vervolgens was het de beurt aan de deelnemers om hun meningen en ideeën te delen. Tevens konden zij via hun telefoon een selectie maken tussen de verschillende voorbeelden die de architect presenteerde. Op 11 oktober 2021 heeft de tweede participatiebijeenkomst plaatsgevonden. Als gevolg van de versoepeling van de coronamaatregelen vond dit overleg fysiek plaats in de AMVO in Volendam. Bij deze bijeenkomst waren 150 à 160 personen aanwezig. Tijdens de bijeenkomst heeft de initiatiefnemer (Stichting Woningbeheer De Vooruitgang) de stand van zaken besproken.

Tevens heeft de architect (RU+AP) het laatste schetsontwerp gepresenteerd. Dit ontwerp is mede tot stand gekomen op basis van input uit de eerste participatiebijeenkomst. Na deze presentatie zijn vier foamborden opgehangen, waarop de deelnemers hun ideeën en meningen konden delen. Deze input is vervolgens meegenomen in het verdere proces. Daarnaast hebben nog aparte bijeenkomsten plaatsgevonden met bewoners van de Meergracht en de bewoners van de Foksiastraat. De bijeenkomst met de bewoners van de Foksiastraat ging over de inrichting van de Foksiastraat.

88

bestemmingsplan Maria Goretti

Maria Goretti

7.2.2 Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dient vooroverleg gevoerd te worden met belanghebbende instanties. Belangen van Rijk, provincie en buurgemeenten worden niet geraakt. Ook hebben Rijk en provincie aangegeven geen belang te hebben bij dit soort binnenstedelijke ontwikkelingen, waardoor vooroverleg met deze instanties niet nodig is. Een watertoets heeft plaatsgevonden. Er heeft in het kader van de watertoets afstemming met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) plaatsgevonden. In paragraaf 4.8 is daar nader op ingegaan. Ook zal verdere afstemming met het Hoogheemraadschap plaatsvinden bij de daadwerkelijke uitvoering van de werkzaamheden. Het ontwerp is gelijktijdig met de tervisielegging van het ontwerp bestemmingsplan nogmaals toegezonden aan het Hoogheemraadschap. Het Hoogheemraadschap heeft laten weten dat zij niets meer heeft aan te merken op het bestemmingsplan "Maria Goretti Locatie", te Volendam. Alle eerder genoemde punten zijn meegenomen in het plan. 7.2.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan “Maria Goretti”, alsmede de hieraan gerelateerde ontwerp-omgevingsvergunning voor de bouw van de in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte woningen en het “Ontwerpbesluit vaststelling hogere grenswaarden geluid woningen Julianaweg 95 te Volendam” hebben vanaf 22 juni 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen.

Gedurende deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om schriftelijke of mondelinge zienswijzen naar voren te brengen over het ontwerpbestemmingsplan, de ontwerpomgevingsvergunning en/of het ontwerpbesluit hogere grenswaarden geluid. Daarbij diende men duidelijk te vermelden of de zienswijze betrekking heeft op het ontwerpbestemmingsplan, de ontwerp-omgevingsvergunning of het ontwerpbesluit vaststelling hogere grenswaarden geluid. De bekendmaking is op 19 juni 2023 gepubliceerd in het nieuwsblad De NIVO, het gemeenteblad (voorheen staatscourant), op de gemeentelijke website en op ruimtelijkeplannen.nl. Naar aanleiding van de terinzagelegging zijn 2 schriftelijke zienswijzen ingediend. Beide zienswijzen zijn ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan. Deze zienswijzen zijn in de Reactienota zienswijzen samengevat en van een antwoord voorzien. Deze nota is als Bijlage 11 bij deze toelichting opgenomen. Naar aanleiding van de zienswijzen is het bestemmingsplan aangepast. De aanpassingen van het bestemmingsplan zijn opgenomen in de Nota van wijzigingen, deze nota is opgenomen als Bijlage 12 bij deze toelichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=25c6d4a9-feb1-48e8-9136-97bf53979634