CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2026

Wegingstafel tbv Raadsplein 1 juli 2025, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Kadernota 202628.956 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

KN25 Wijziging op Formatie team projecten (voorstel 14) De detachering van de medewerker projecten is beëindigd. De medewerker keert terug in de eigen organisatie (vooralsnog boventallig). Hierdoor komt de structurele bezuiniging van € 50.000 (vooralsnog) te vervallen. Dit voorstel leidt met ingang van 2026 tot een structurele verlaging van het saldo begroting van € 50.000. KN26 Dienstverlening: Wijk- en buurtgericht werken Om het wijk- en buurtgericht werken verder vorm te geven is het noodzakelijk om de participatie verder te vergroten in de vorm van een of meer extra participatie adviseurs of wijkregisseurs. De structurele personele kosten zullen circa € 100.000 per fte bedragen. Voorgesteld wordt om de structurele kosten te dekken binnen de bestaande begroting van de gemeente door het maken van keuzes bij de herinrichting van de organisatie (als stelpost bezuinigingen). Dit voorstel heeft geen gevolgen voor het saldo begroting. KN26 Taakstelling organisatie De komende jaren staat de doorontwikkeling van de organisatie op de agenda. In de Kadernota 2026 worden hiervoor ook de middelen gevraagd. Belangrijk voor de komende jaren is dat verschillende wetten, zoals bijvoorbeeld, de Omgevingswet een andere manier van het benaderen van vraagstukken vragen. Van sectoraal werken naar integraal aanpakken van taken, programma’s en uitvoering.

De afdeling waar iemand werkt is niet meer leidend maar de vakinhoudelijke bijdrage die iemand levert aan het werk dat gedaan moet worden. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan wet- en regelgeving maar zal ook de dienstverlening aan inwoners en bedrijven ten goede komen. De verwachting is dat hiermee, op termijn, ook efficiënter gewerkt kan worden door betere inhoudelijke afstemming en ‘kortere’ lijntjes. Vanaf 2027 is hiervoor een oplopende taakstelling opgenomen. Deze bijstelling leidt tot voor de jaren 2027 tot en met 2029 tot een verhoging van het saldo begroting met respectievelijk € 100.000, € 200.000 en € 300.000.

40

KN26 Handhaving: Uitbreiding formatie taken buitengebied en nautisch toezicht Het HHNK heeft een aantal taken en werkzaamheden in het buitengebied aan onze gemeente overgedragen. Het gaat onder meer om taken in het kader van de naleving van regels inzake Milieu, bedrijfscontroles, ondermijning (dumpingen van drugsafval) en aanrijdingen. Het ‘nieuwe’ gebied waar de gemeente nu verantwoordelijk voor is heeft een oppervlakte van 72 kilometer aan B-wegen, landweggetjes en doorgaande wegen waaronder een deel van de A7. In het buitengebied worden steeds vaker overtredingen gesignaleerd, variërend van illegale bewoning en afvaldumping tot strijdig gebruik van gronden. Dit ondermijnt zowel natuurals ruimtelijke ordeningsdoelstellingen. Dumpingen van afval van synthetische drugs betekent niet alleen vervuiling maar is ook een grote kostenpost door het opruimen van de vervuilde grond. Maar ook zijn er illegale waterlozingen vanuit agrarisch bedrijven en het blokkeren van de waterkering in een sloot. Het controleren op vergunningen die worden afgegeven door het Hoogheemraadschap (steigers, obstakels, etc) en controles op scheurvormingen in wegen zullen onderdeel zijn van dit taakveld. Een andere nieuwe taak die onze gemeente heeft is het nautisch toezicht. Dit was voorheen een taak van de KLPD (korps landelijke politiediensten).

Een aantal gemeenten zoals Amsterdam, Amstelveen, Waterland en Hoorn hebben vanwege het grote werkaanbod hierin inmiddels een afdeling Nautisch Toezicht. De overlast op het water neemt toe. Ook worden binnen onze gemeentegrenzen regelmatig kinderen in snelle bootjes aangetroffen zonder de juiste vaarbescheiden. Boten/jachten in de pleziervaart moeten voldoen aan een set van technische eisen. Ook zien we regelmatig drankgebruik aan boord en een toename van ondermijning via het water. Dit gaat dan veelal om het vervoer van drugs maar ook over prostitutie, illegale vishandel en illegale visserij. Ook dienen we rekening te houden met de verharding van de maatschappij en het lak hebben aan de gestelde regelgeving op het water. Hierdoor zijn er al regelmatig escalaties met schippers van vaartuigen en andere betrokkenen. Toezicht in het kader van ondermijning op het water zal ook een onderdeel zijn van integrale controles. Deze integrale controles zullen altijd in nauwe samenwerking met onze ketenpartners (waaronder de politie, reddingstation Warder, de douane en de KNRM) worden uitgevoerd. Het (doen) naleven van water gerelateerde regelgeving vraagt ook om meer capaciteit. De samenwerking met het Waterschap en de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) intensiveert niet alleen, maar vraagt ook gemeentelijke regie.

De uitbreiding van deze taken vraagt om 1 fte (boa) uitbreiding en een investering in een handhavingsvaartuig (een eenmalige investering van € 60.000). De structurele kosten bedragen € 85.000. Dit voorstel leidt met ingang van 2026 tot een structurele verlaging van het saldo begroting van € 85.000. Opvoering investering KN26 Aanschaf BRIG/RIB boot met toebehoren Een andere taak die onze gemeente heeft is het toezichthouden op het water. Handhaving op het water vraagt om continue waakzaamheid en samenwerking. Het naleven van deze richtlijnen zal bijdragen aan een veilige, plezierige en duurzame water omgeving voor alle gebruikers. Voorgesteld wordt om hiervoor een investeringskrediet van € 60.000 beschikbaar te stellen voor De aanschaf van de Brig/Rib boot met toebehoren als apparatuur, gereedschappen, reddingsmiddelen en waterdichte kleding. Bij een afschrijvingstermijn van 5 jaar leidt dit tot een jaarlijkse afschrijvingslast van € 12.000. Deze bijstelling leidt met ingang van 2027 tot een structurele verlaging van het saldo begroting van € 12.000. Opvoering investering KN26 vervanging/uitbreiding cameratoezichtsysteem Het cameratoezichtsysteem dat nu wordt gebruikt op de dijk van Volendam is afgeschreven. Dit systeem dient te worden vervangen. Daarnaast wordt onderzocht of het systeem ook kan worden toegepast op meerdere locaties in Edam of Volendam.

Voorgesteld wordt om hiervoor een investeringskrediet van € 300.000 beschikbaar te stellen. Bij een afschrijvingstermijn van 5 jaar leidt dit tot een jaarlijkse afschrijvingslast van € 60.000. Deze bijstelling leidt met ingang van 2027 tot een structurele verlaging van het saldo begroting van € 60.000. KN25 Kosten beleidsmedewerker toerisme (Voorstel 38) In de Kadernota 2025 is een ombuiging (nr 38) opgenomen om de kosten van een toeristisch coördinator met ingang van 2027 te schrappen. Gezien de wens om het toerisme in onze gemeente op het gewenste niveau te houden en waar mogelijk te verhogen wordt voorgesteld om deze bezuiniging te schrappen en met ingang van 2027 het benodigde bedrag voor de bekostiging van een beleidsmedewerker van € 80.000 op te nemen in de begroting. Dit voorstel leidt met ingang van 2027 tot een structurele verlaging van het saldo begroting van € 80.000.

41

KN25 Werkbudget beleidsmedewerker toerisme (Voorstel 42) In de Kadernota 2025 is een ombuiging (nr 42) opgenomen om een werkbudget van € 50.000 van een toeristisch coördinator met ingang van 2027 te schrappen. Gezien de wens om het toerisme in onze gemeente op het gewenste niveau te houden en waar mogelijk te verhogen wordt voorgesteld om deze bezuiniging te schrappen en met ingang van 2027 het oorspronkelijke bedrag van € 50.000 te opnieuw op te nemen in de begroting. Dit voorstel leidt met ingang van 2027 tot een structurele verlaging van het saldo begroting van € 50.000. KN26 Aanvullende voorzieningen kitesurf locatie (Meekoppelkans) In het kader van de meekoppelkansen bij het project Versterking Markermeerdijken heeft onze gemeente een krediet van € 16.913 beschikbaar gesteld voor de realisering van een kitesurf locatie aan de dijk tussen Edam en Volendam. Het werk bestaat voornamelijk uit het aanbrengen van een trap aan de landzijde van de dijk om het water te kunnen bereiken. Meekoppelkans. Op het moment dat de kitesurfvereniging een vergunning heeft om het strandje te gebruiken is de verwachting dat er beheer en onderhoudswerkzaamheden nodig zijn. Het is nodig dit gebied toe te voegen aan het onderhoudsareaal. Daarnaast is een eenmalige uitgave nodig van € 10.000 voor de inrichting van het strandje overeenkomstig de aangenomen motie.

Voorgesteld wordt deze uitgave ten laste te brengen van de Algemene reserve. Dit voorstel heeft geen gevolgen voor het saldo begroting. KN26 Gebiedsontwikkeling Etersheim (Meekoppelkans steiger) In het kader van de Meekoppelkansen Versterking IJsselmeerdijken is voor dit doel in 2024 een krediet van € 573.374 beschikbaar gesteld. Vanuit de provincie is een investeringssubsidie van € 216.118 toegezegd. Deze subsidie is echter ingetrokken door de provincie omdat het geld op een andere manier bij de dijkversterking is ingezet. Het totale investeringsbedrag dat onze gemeente hiervoor kan inzetten bedraagt daardoor € 357.256. Omdat in 2024 inmiddels € 53.079 is verantwoord is per 1-1-2025 nog € 304.177 beschikbaar. (De administratieve verwerking van het wegvallen van de subsidie is meegenomen in de Najaarsnota 2025) Vanuit het programma Waterfront is het wenselijk om deze ontwikkeling uit te voeren maar vanuit de ombuigingen in de kadernota 2025 is uitgesproken om dit project stil te leggen. Een politieke afweging en keuze is nodig om richting te geven en duidelijkheid te geven aan de initiatiefnemer. Deze bijstelling heeft geen gevolgen voor het saldo begroting. KN26 Uitvoering programma Energie en klimaat In 2025 wordt het programma Energie en klimaat vormgegeven. De volgende fase is de uitvoering van het programma.

Over het ambitieniveau van de uitvoering wordt eind 2025 een keuze gemaakt. Nieuwe projecten zijn nog niet opgenomen in de bestaande begroting. Door een PM-post op te nemen in de kadernota maken we transparant dat hierover keuzes gemaakt moeten worden. Dit voorstel heeft (op dit moment) geen gevolgen voor het saldo begroting. KN26 Uitvoering programma Waterfront In 2025 wordt het programma Waterfront vormgegeven. De volgende fase is de uitvoering van het programma. Over het ambitieniveau van de uitvoering wordt eind 2025 een keuze gemaakt. Nieuwe projecten zijn nog niet opgenomen in de bestaande begroting. Door een PM-post op te nemen in de kadernota maken we transparant dat hierover keuzes gemaakt moeten worden. Dit voorstel heeft (op dit moment) geen gevolgen voor het saldo begroting. KN26 Verhoging bijdrage OD IJmond vanaf 2027 De Omgevingsdienst IJmond bevindt zich momenteel in een fase waarin voor de toekomst (vanaf 2027) een nieuwe organisatie- en financieringsstructuur wordt opgezet. Uit deze herstructurering wordt voor een groot deel van de deelnemende gemeenten een verzwaring van de jaarlijkse bijdrage verwacht. Ook onze gemeente moet hiervan uitgaan. Op basis van de meest recente ist-soll prognose komt de bijdrage voor onze gemeente vanaf 2027 uit op € 650.502.

Deze bijstelling leidt in de jaren 2027 tot en met 2029 tot een verlaging van het saldo begroting van respectievelijk € 150.559, € 143.458 en € 143.458.

42

KN25 Kunst &Cultuur (Cultuurcoördinator) (voorstel 45) In de Kadernota 2025 is een ombuigingsvoorstel (nr 45) opgenomen om kosten van een Cultuurcoördinator met ingang van 2026 te schrappen. Dit voorstel is door zowel college als raad laag geprioriteerd. Over dit voorstel (naast een aantal andere voorstellen) zijn moties ingediend door de raad tijdens de vaststelling van de Kadernota 2025. De wens is om de volledige inzet van de Cultuurcoördinator te behouden voor de uitvoering van het beleid omtrent kunst en cultuur. Daarom wordt voorgesteld om in 2026 de raming beschikbaar te houden. In de kadernota 2027 kan het ombuigingsvoorstel opnieuw worden overwogen. Dit voorstel leidt tot een verlaging van het saldo begroting in 2026 met € 81.000. KN25 Kunst & Cultuur (uitvoeringsbudget) (voorstel 46) In de Kadernota 2025 is een ombuigingsvoorstel (nr. 46) opgenomen om het uitvoeringsbudget van de Cultuurcoördinator met ingang van 2026 te schrappen. Dit voorstel is door zowel college als raad laag geprioriteerd. Over dit voorstel (naast een aantal andere voorstellen) zijn tijdens de vaststelling van de Kadernota 2025 moties ingediend door de raad. De wens is uitgesproken om het uitvoeringsbudget van de Cultuurcoördinator te behouden voor de uitvoering van het beleid omtrent kunst en cultuur.

Daarom wordt voorgesteld om in 2026 een deel van het oorspronkelijke budget weer beschikbaar te stellen. In plaats van het volledige bedrag van € 110.000, wordt € 90.000 beschikbaar gehouden. In de Kadernota 2027 kan het ombuigingsvoorstel opnieuw worden overwogen. Dit voorstel leidt tot een verlaging van het saldo van de begroting in 2026 met € 90.000. KN25 Bouwspeelplaats (voorstel 41) In het ingediende ombuigingsvoorstel voor de Kadernota 2025 werd voorgesteld om het budget voor de bouwspeelplaats in z’n geheel te laten vrijvallen. Het hebben van een bouwspeelplaats is geen wettelijke verplichting en los van dat het kapitaalvernietiging is om de bouwspeelplaats weg te bezuinigen, bespaart het op jaarbasis een kleine € 100.000. Bij vaststelling van de Kadernota 2025 is besloten niet 100% maar 75% van de kosten te bezuinigen, wat betekent dat er nog € 25.000 beschikbaar is voor de exploitatie van de bouwspeelplaats. Dit is echter bij lange na niet genoeg om de bouwspeelplaats te exploiteren. Derhalve in deze kadernota een voorstel om dit budget structureel te verhogen naar € 65.000. Dit voorstel leidt met ingang van 2026 tot een structurele verlaging van het saldo begroting van € 40.000.

KN25 Inzet reserves Sociaal Domein en Opvang Oekraïne (bijlage 5) In de Kadernota 2025 (bijlage 5) zijn de reserves Sociaal Domein en Opvang Oekraïne ingezet in de exploitatie van de meerjarenbegroting 2025-2028. Met dit voorstel worden structurele kosten gedekt met incidentele gelden. Dit was een tijdelijke oplossing in het streven naar een sluitende exploitatie in de meerjarenbegroting 2025-2028 om de ravijnjaren te overbruggen. Nu het begrotingssaldo 2026 het toe laat wordt voorgesteld de onttrekkingen voor 2026 terug te draaien, zodat het structurele evenwicht in 2026 wordt hersteld. De provincie in de rol als toezichthouder controleert ons hierop. Voorgesteld wordt de onttrekkingen van 2026 (€ 200.000 uit reserve Sociaal Domein en € 700.000 ten laste van de reserve Oekraïne opvang) te verschuiven naar onttrekkingen in begrotingsjaar 2028 (€ 200.000 uit reserve Sociaal Domein en € 700.000 ten laste van de reserve Oekraïne opvang). De stand van de reserves sociaal domein bedraagt ultimo 2029 na deze onttrekkingen € 155.000. De stand van de reserve Opvang Oekraïne bedraagt ultimo 2029 na deze onttrekkingen € 309.000. Dit voorstel leidt in 2026 tot een verlaging van het saldo begroting van € 900.000 en in 2028 tot verhoging van het saldo begroting van € 900.000.

KN25 Stelpost verlaging Wmo Woningaanpassing (voorstel uit bijlage 5) Vanuit het sociaal domein wordt de verlaging van de stelpost Wmo Woningaanpassingen gezien als een risicovol voorstel. Het is namelijk lastig om de aanpassingen in de nadere regels op de verordening Wmo financieel te vertalen. Daarnaast hebben we, zoals eerder al genoemd in dit memo, te maken met vergrijzing en de daarmee gemoeide stijgende kosten, o.a. ook voor woningaanpassingen. Vandaar dat ons inziens deze besparing lastig te realiseren is en daarmee een belofte die we lastig kunnen waarmaken. Voorgesteld wordt om deze verlaging terug te draaien. Dit voorstel leidt in de jaren 2026 tot en met 2028 tot een verlaging van het saldo begroting van € 200.000 in 2026 en vanaf 2027 structureel met € 250.000.

43

Opvoering investering KN26 Sleutelplan sportaccommodaties Voorgesteld wordt om in 2026 voor alle sportaccommodatie een sleutelplan systeem aan te schaffen. Dit betreft een investering om alle deuren en toegangspoorten, van zowel de binnen- en buitensportaccommodaties, van een elektronisch slot te voorzien. Hierdoor kan de losse verhuur van de sportaccommodaties middels een code op je telefoon, via de mail of in de app, gebruikt worden om toegang te verkrijgen tot de accommodatie. Dit geeft beter inzicht in welke personen en op welk moment gebruik maken van de accommodatie en kan dienen als basis voor de facturatie. Externen (bv schoonmaak) krijgen een tag, waarbij een tijdslot wordt ingesteld om binnen te komen, wel met beperkte toegang inpandig. Medewerkers van de gemeente, zoals bv halbeheerders, krijgen een vaste tag met toegang tot alle locaties. Voorgesteld wordt om hiervoor een investeringskrediet van € 160.000 beschikbaar te stellen. Bij een afschrijvingstermijn van 10 jaar leidt dit tot een jaarlijkse afschrijvingslast van € 16.000. Deze bijstelling leidt met ingang van 2027 tot een structurele verlaging van het saldo begroting van € 16.000. KN26 Voorziene eigen bijdrage jeugdzorg vanaf 2028 In de Voorjaarsnota 2025 van het rijk staat opgenomen dat vanaf 2028 een eigen bijdrage in de jeugdzorg wordt ingevoerd. Deze bijdrage moet € 260.000.000 gaan opbrengen.

Het rijk verlaagt de algemene uitkering uit het Gemeentefonds voor dit bedrag. Wanneer we deze ontwikkeling vertalen naar de gemeente EdamVolendam betekent dit dat we een opbrengsten raming van € 260.000 moeten opvoeren. Dit voorstel leidt met ingang van 2028 tot een structurele verhoging van het saldo begroting van € 260.000 in programma 5. KN25 Stelpost vrijval kapitaallasten investeringen In de Kadernota 2025 (bijlage 5) is een structurele stelpost opgenomen voor de vrijval van kapitaallasten investeringen. De gedachte hierachter is dat verschillende ontwikkelingen leiden tot verschuivingen in de opleverdata van investeringen/kredieten. Het verschuiven van opleverdata leidt voor de eerstvolgende jaren tot een 'vrijval’ van kapitaallasten. Voor de jaren 2026 tot en met 2029 is een stelpost opgenomen van respectievelijk € 1.000.000, € 1.000.000, € 1.200.000 en € 1.200.000. Voor de jaren 2026 en verder zijn er reeds besparingen gerealiseerd door het uitstellen van vervangingsinvesteringen. In 2025 is een besparing gerealiseerd van € 500.000. Voorgesteld wordt om de stelpost structureel te verlagen naar € 700.000. Een hogere besparing dan € 700.000 wordt moeilijk realiseerbaar geacht. Dit voorstel leidt in de jaren 2026, 2028 en 2029 tot een verlaging van het saldo begroting van respectievelijk € 100.000, € 200.000 en € 200.000.

Voor het jaar 2027 heeft dit voorstel geen gevolgen. KN26 Verhogen toevoeging voorziening Onderhoud gemeentelijke eigendommen Twee maal per jaar wordt het onderhoudsplan voor Onderhoud gemeentelijke eigendommen bijgewerkt. Op basis van de bijstellingen lijkt in 2026 een tekort te ontstaan in de voorziening. Het totale tekort loopt op tot € 1,5 miljoen in 2030. De gemiddelde jaarlijkse dotatie zou eigenlijk moeten worden aangevuld met €150.000 per jaar. Voorgesteld wordt om de geraamde toevoeging aan de voorziening Onderhoud gemeentelijke eigendommen met ingang van 2026 structureel te verhogen met € 150.000. Deze bijstelling leidt met ingang van 2026 tot een structurele verlaging van het saldo begroting van € 150.000. KN25 Wijziging op aanpassing tarief OZB (Voorstel 35) In de Kadernota 2025 is voorgesteld om het tarief voor de OZB heffing in 2026 te verhogen met 10% en vanaf 2027 jaarlijks met 2%. Om de lasten voor de burgers van onze gemeente te verminderen wordt nu voorgesteld om het percentage van de verhoging in 2026 te verlagen van 10% naar 8% en in 2027 te verhogen van 2% naar 4%. Vanaf 2028 blijft de eerder vastgestelde verhoging van 2% ongewijzigd. Dit voorstel leidt in 2026 tot een verlaging van het saldo begroting van € 180.000. Voor de jaren 2027 en verder zijn er geen gevolgen voor het saldo begroting.

44

E. Kaders en uitgangspunten Voorafgaand aan het opstellen van de begroting en meerjarenraming worden kaders en uitgangspunten vastgesteld. Hierin wordt duidelijk aangegeven waarmee bij het opstellen van de ramingen rekening gehouden moet worden. Deze kaders en uitgangspunten vormen de basis voor het opstellen van de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029. Uiteraard kan er in een later stadium afgeweken worden van deze kaders en uitgangspunten. Dan zal dit afzonderlijk worden toegelicht. Hieronder worden de kaders en uitgangspunten voor de begroting 2026 en de meerjarenramingen 2027-2029 beschreven.

Opbouw begroting In de begroting is gebruik gemaakt van het programmaplan in de begroting in lijn met de voorgaande jaren. Het programmaplan bevat de overkoepelende programmadoelen van de gemeente als geheel en worden aangeduid met de term "speerpunten". De speerpunten hebben een globaal karakter, waarbij effectmetingen slechts op hoofdlijnen kan plaatsvinden. De speerpunten worden daarom doorvertaald naar concrete doelstellingen. Dit zijn specifiek gemaakte doelen, die beter meetbaar zijn en waarop specifieke acties kunnen worden gericht. In het programmaplan vindt u per programmadoel een overzicht van de speerpunten voor de komende begrotingsperiode. Per speerpunt worden doelstellingen benoemd onder "wat willen we bereiken" en aangegeven welke activiteiten in het begrotingsjaar worden opgepakt in relatie tot deze doelstelling, "wat gaan we doen". In de zomer- en winternota en in de jaarrekening wordt vervolgens verantwoording afgelegd over de voortgang van de activiteiten. Hieronder een korte toelichting op de onderdelen Programma's en Financiën.

Programma's In het onderdeel programma's wordt elk afzonderlijk programma nader toegelicht volgens de volgende uniforme opbouw:  Speerpunten  Financiën  Beleidsindicatoren  Beleidsstukken  Verbonden partijen Speerpunten De speerpunten zijn de gemeentelijke beleidsdoelen per programma. Onder speerpunten worden concrete doelstellingen "wat willen we bereiken" gedefinieerd en activiteiten benoemd "wat gaan we doen" die bijdragen aan de realisatie van deze doelstellingen. De voortgang op de speerpunten en bijbehorende activiteiten wordt in de planning- en control-cyclus gemonitord en bijgesteld waar nodig. Financiën (als onderdeel van de Programma's) Bij het onderdeel "wat mag het kosten" worden de integrale baten en lasten van het betreffende programma gepresenteerd. Dus inclusief de mutaties bestaand beleid, autonome ontwikkelingen, meerjarig investeringsplan en de voorstellen voor nieuw beleid. De voorstellen voor nieuw beleid en nieuwe investeringen van het betreffende programma worden vervolgens afzonderlijk gepresenteerd en toegelicht.

45

Beleidsindicatoren De verplichte uniforme indicatoren kunnen worden gebruikt als een soort benchmark in de vergelijking met andere gemeenten of als maatlat voor raadsleden voor een beter begrip van de beleidsresultaten en het eventueel bijsturen van de beleidsontwikkeling. Beleidsstukken Onder dit onderdeel wordt per programma een verwijzing opgenomen naar de relevante notities die het beleidskader van het programma vormen. Verbonden partijen Per programma wordt, conform het BBV, inzicht gegeven in de relevante verbonden partijen. In de paragraaf verbonden partijen wordt nadere informatie verstrekt omtrent het beleid rondom verbonden partijen.

Financiën Het financiële deel van de begroting komt aan de orde in het hoofdstuk Financiën. In dit hoofdstuk wordt de opbouw van de begroting toegelicht. Aangegeven wordt hoe het huidige financiële meerjarenbeeld is opgebouwd vanuit de vastgestelde meerjarenbegroting 2025, reeds genomen raadsbesluiten en de doorwerking van de dit jaar vastgestelde voorjaarsnota. Vervolgens zijn in het kader van de totstandkoming van de begroting 2026 en meerjarenbegroting 2027 – 2029 diverse voorstellen en mutaties in beeld gebracht. Deze zijn onderverdeeld in mutaties autonome ontwikkelingen, bestaand beleid, meerjarig investeringsplan en nieuw beleid. De mutaties autonome ontwikkelingen, bestaand beleid en meerjarig investeringsplan worden op hoofdlijnen toegelicht. De voorstellen voor nieuw beleid en nieuwe investeringen worden afzonderlijk gepresenteerd in een overzicht. Opgemerkt wordt dat deze voorstellen ook per programma gepresenteerd en toegelicht worden.

Gehanteerde uitgangspunten Voor de begroting 2026 en de meerjarenramingen 2027-2029 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Ramingen 2026 Uitgangspunt voor het begrotingsjaar 2026 is dat alle ramingen zo reëel mogelijk geraamd worden. Hier is dus sprake van maatwerk. Ook bij ramingen met een autonoom (veelal niet beïnvloedbaar) karakter is het uitgangspunt zo reëel mogelijk te ramen. Als dit inzicht op het moment van ramen ontbreekt wordt in 2026 een indexatie van 2% toegepast. In de begroting 2025 was dit percentage voor het jaar 2026 ook vastgesteld op 2%. Dit percentage is gebaseerd op de meest recente middellange termijnraming van het Centraal Planbureau (CPB) van februari 2025.Hier wordt een inflatie verwacht (consumentenprijsindex, CPI) voor Nederland in de periode 2026 tot en met 2029 van 2,3%. Ramingen 2027 en verder Bij het samenstellen van de begroting 2026 is geïnventariseerd in hoeverre meerjarige ramingen moeten worden bijgesteld. Ook hierbij is het uitgangspunt zo reëel mogelijk te ramen. Als dit inzicht op het moment van ramen ontbreekt wordt in de jaren 2027 en verder een indexatie van 2% toegepast. In de begroting 2025 was dit percentage voor de jaren 2026 en verder ook vastgesteld op 2%.

Dit percentage is gebaseerd op de meest recente middellange termijnraming van het Centraal Planbureau (CPB) van februari 2025.Hier wordt een inflatie verwacht (consumentenprijsindex, CPI) voor Nederland in de periode 2026 tot en met 2029 van 2,3%. Nieuw beleid en nieuwe investeringen Bij het opstellen van de begroting worden ook nieuwe beleidsinitiatieven en investeringen in beeld gebracht. Deze worden afzonderlijk weergegeven en daar waar nodig toegelicht.

46

Saldo onvoorzien Het BBV schrijft voor dat de begroting een saldo onvoorzien bevat, maar schrijft geen berekeningswijze of verplichte omvang voor. Evenals in 2025 is bij het opstellen van de begroting 2026 en meerjarenraming 20272029 een saldo onvoorzien van € 50.000 gehanteerd.

Belastingen, rechten, heffingen en tarieven Gemiddelde woonlasten Het COELO is het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden. Zij publiceert ieder jaar de Atlas van de lokale lasten. In de Atlas is een overzicht van gemeentelijke woonlasten opgenomen. De gemeentelijke woonlasten bestaan voor bewoners die ook eigenaar zijn uit de afvalstoffenheffing, rioolheffing en ozb. Bij de berekening van de hoogte van de OZB aanslag is uitgegaan van een voor elke gemeente geldende gemiddelde woningwaarde. In onderstaand overzicht zijn de bedragen van de gemiddelde woonlasten voor een woningeigenaar met een meerpersoonshuishouden van onze en omliggende gemeenten voor de jaren 2020 tot en met 2025 in beeld gebracht. Ook is het bedrag van de gemiddelde woonlasten van Nederland en de Provincie Noord-Holland in het overzicht opgenomen. (Bron COELO atlas bijlage 3 en interactieve kaart 28). Vergeleken met het gemiddelde van Nederland is de gemiddelde woonlast van onze gemeente € 25 hoger. Vergeleken met het gemiddelde van de gemeenten in de Provincie Noord-Holland is de gemiddelde woonlast van onze gemeente € 8 lager. Vergeleken met het gemiddelde van omliggende gemeenten is de gemiddelde woonlast van onze gemeente € 52 lager.

Het stijgingspercentage 2020 tot en met 2025 in onze gemeente is gelijk aan het gemiddelde van de gemeenten in de Provincie Noord-Holland en de omliggende gemeenten. De nominale stijging in onze gemeente over de jaren 2020-2025 is € 15 lager dan in de omliggende gemeenten. (zie groen gearceerde cellen in onderstaande tabel). Daarbij moet nog de kanttekening gemaakt worden dat de gemeente Purmerend en Waterland de wegen nog niet heeft overgenomen van het HHNK. De gemiddelde woonlasten van deze gemeenten zal na overname aanzienlijk stijgen. In de Atlas is ook een rangnummer woonlasten per gemeente opgenomen. De gemeente met de laagste woonlasten heeft rangnummer 1. De gemeente met de hoogste woonlasten heeft rangnummer 349. Onze gemeente heeft in 2025 rangnummer 112. In 2021 had onze gemeente rangnummer 145. Zie de paars gearceerde cel in onderstaand overzicht. Stijging % Stijging 2021-2026 € 2021-2026

Jaar

2025 2024 2023 2022 2021 2020

Nederland

1.053

994

944

904

811

776

36%

277

Provincie Noord-Holland

1.086 1.008

961

901

820

764

42%

322

1.240 962 1.184 1.124 1.044 942 1.184 801 939 860 852 799 837 761 959 901 867 702 874 801 772 692

904 997 890 763 789 761 656 859 733 764 663

63% 34% 38% 49% 41% 42% 61% 21% 38% 30% 44%

573 342 337 373 327 317 402 179 276 232 289

Gemeenten in regio Landsmeer (ZW) Oostzaan (ZW) Wormerland (ZW) Medemblik Waterland (ZW) Edam-Volendam (ZW) Amsterdam Zaanstad (ZW) Hoorn Purmerend (ZW) Koggenland

1.477 1.339 1.227 1.136 1.116 1.078 1.058 1.038 1.009 996 952

1.437 1.323 1.133 1.105 975 911 944 1.010 940 954 921 47

1.346 1.246 1.068 1.067 959 872 921 985 914 909 886

Jaar

2025 2024 2023 2022 2021 2020

Gemiddelde van gemeenten in regio

1.130 1.059 1.016

977

850

798

42%

332

0 0 0

15 -40 5

Afwijking EV van gem. in regio Afwijking EV van gem. in Nederland Afwijking EV van gem in Noord-Holland

52 -25 8

148 83 97

144 72 89

125 52 49

51 12 21

37 15 3

Rangnummer EV t.o.v. landelijk

112

83

99

145

126

142

48

Stijging % Stijging 2021-2026 € 2021-2026

Onroerendezaakbelastingen (OZB) Het COELO is het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden. Zij publiceert ieder jaar de Atlas van de lokale lasten. De atlas geeft een overzicht van de hoogte en ontwikkeling van belastingen en heffingen van alle gemeenten. In de atlas zijn interactieve kaarten opgenomen. Op deze kaarten is te zien is welke bedragen worden betaald voor belastingen en heffingen. Een vergelijking van de ozb-tarieven van verschillende gemeenten zegt op zichzelf betrekkelijk weinig. Immers, een laag tarief kan in combinatie met een hoge grondslag best tot een hoge belastingaanslag leiden. In de atlas wordt daarom een vergelijking (interactieve kaart 7) weergegeven vanuit het standpunt van de belastingbetaler. Deze vergelijking is gebaseerd op de gemiddelde aanslag. Dit is de hoogte van de OZB aanslag bij een voor die gemeente geldende gemiddelde woningwaarde. In onderstaand overzicht zijn de bedragen van de gemiddelde aanslagen van onze en omliggende gemeenten voor de jaren 2020 tot en met 2025 in beeld gebracht. Ook is het bedrag van de gemiddelde aanslagen van Nederland in het overzicht opgenomen. (Bron COELO atlas interactieve kaart 7). Vergeleken met het gemiddelde van Nederland is de gemiddelde aanslag OZB van onze gemeente € 18 lager.

Vergeleken met het gemiddelde van de omliggende gemeenten is de gemiddelde aanslag OZB van onze gemeente € 52 lager. Wat ook opvalt is dat het stijgingspercentage en de nominale stijging over de jaren 2020 tot en met 2025 in onze gemeente lager is dan het gemiddelde van de omliggende gemeenten. Het stijgingspercentage over de jaren 2020-2025 is in onze gemeente 64%. In omliggende gemeenten is dit percentage gemiddeld 88% (zie geel gearceerde cellen in onderstaande tabel). De nominale stijging in onze gemeente over de jaren 2020-2025 is € 170. In de omliggende gemeenten is deze stijging gemiddeld € 220. (zie groen gearceerde cellen in onderstaande tabel). Uit bovenstaande kan de conclusie getrokken worden dat onze gemeente voor wat betreft de inkomsten OZB achter is gebleven op het gemiddelde in onze omliggende gemeenten. Daarbij moet nog de kanttekening gemaakt worden dat de gemeente Purmerend en Waterland de wegen nog niet heeft overgenomen van het HHNK. De gemiddelde OZB aanslag van deze gemeenten zal na overname aanzienlijk stijgen. OVERZICHT GEMIDDELDE OZB AANSLAG OP BASIS VAN GEMIDDDELDE WONINGWAARDE Vanuit het standpunt van de belastingbetaler is de gemiddelde aanslag een nuttige indicator. Dit is de hoogte van de aanslag bij een voor de gemeente geldende gemiddelde woningwaarde (kaart 7 COELO atlas).

Jaar Nederland

2025 2024 2023 2022 2021

2020

Stijging % 2021-2026

Stijging € 2021 - 2026

453

423

403

380

305

295

54%

158

Landsmeer (ZW)

700

666

614

544

364

330

112%

370

Wormerland (ZW)

573

495

466

452

363

326

76%

247

Medemblik

562

552

522

344

245

217

159%

345

Oostzaan (ZW)

551

568

532

520

445

362

52%

189

Waterland (ZW)

532

476

474

467

397

335

59%

197

Edam-Volendam (ZW)

435

322

311

306

274

265

64%

170

Hoorn

435

383

371

353

237

233

87%

202

Koggenland

430

413

391

295

227

208

107%

222

Amsterdam

404

308

301

243

182

150

169%

254

Purmerend (ZW)

380

364

337

313

251

247

54%

133

Gemeenten in regio

49

Jaar

2025 2024 2023 2022 2021

2020

Stijging % 2021-2026

Stijging € 2021 - 2026

Zaanstad (ZW)

360

346

346

336

280

273

32%

87

Gemiddelde gemeenten in regio

487

445

424

379

297

268

88%

220

Afwijking EV t.o.v. gem. gemeenten in regio

52

123

113

73

23

3

24%

50

Afwijking EV t.o.v. gemiddelde Nederland

18

101

92

74

31

30

-11%

-12

50

Voorstel verhoging tarief OZB Bij het opstellen van de begroting 2025 en meerjarenraming 2026 en verder is ervoor gekozen om het tarief OZB voor de jaren 2025 en 2026 met 10% te verhogen en met ingang van 2027 het tarief met 2% (indexatie) te verhogen. Dit in overeenstemming met de ombuigingsvoorstellen zoals opgenomen in de Kadernota van 2025 (vorig jaar). Bij het opstellen van de begroting 2026 en verder wordt er voor 2026 uitgegaan van een stijging van 8%, in 2027 van een stijging van 4% en met ingang van 2028 met een stijging van jaarlijks 2%. Afvalstoffenheffingen Voor de afvalstoffenheffing wordt in 2026 een stijging toegepast van 5%. Het tarief voor een meerpersoonshuishouden stijgt dan in 2026 met € 21 naar € 437. Gestreefd wordt naar 100% kostendekking. Ook meerjarig wordt het tarief met 5% verhoogd (indexatie en toegroeien naar 100% kostendekking). Uiteraard voor zover de kostendekkendheid dit toelaat. Reinigingsrechten Voor de reinigingsrechten wordt in 2026 een stijging toegepast van 5%. Gestreefd wordt naar 100% kostendekking. Ook meerjarig wordt het tarief met 5% verhoogd (indexatie en toegroeien naar 100% kostendekking). Uiteraard voor zover de kostendekkendheid dit toelaat. Rioolheffingen Voor de rioolheffing wordt in 2026 een stijging toegepast van 5%. Het tarief stijgt dan in 2026 met € 11 naar € 238. Gestreefd wordt naar 100% kostendekking.

Ook meerjarig wordt het tarief met 5% verhoogd (indexatie en toegroeien naar 100% kostendekking). Uiteraard voor zover de kostendekkendheid dit toelaat. Toeristenbelastingen Bij het opstellen van de begroting 2025 en meerjarenraming 2026 en verder is besloten om de tarieven toeristenbelasting voor de accommodaties anders dan een kampeerterrein in 2025 te verhogen met 13% (naar € 3,85), in 2026 met 20% (naar € 4,60), in 2027 met 5% (naar € 4,85) en in 2028 met 5% (naar € 5,10). Dit in overeenstemming met de ombuigingsvoorstellen zoals opgenomen in de Kadernota van 2025 (vorig jaar). Bij het opstellen van de begroting 2026 en verder wordt er van dezelfde tariefstijgingen uitgegaan. Voor 2026 betekent dat dus een stijging van 20%, in 2027 en 2028 een stijging van 5%. In 2029 zal het tarief met 2% stijgen. In omliggende gemeenten zijn de tarieven 2025: Amsterdam Landsmeer Zaanstad Oostzaan Wormerland Edam-Volendam Hoorn Waterland Alkmaar Enkhuizen Purmerend Medemblik Gooise Meren

€ 18,43 € 10,32 € 7,71 € 4,90 € 4,00 € 3,85 € 3,50 € 3,45 € 2,85 € 2,75 € 2,75 € 2,30 € 2,40

Het landelijke gemiddelde tarief toeristenbelasting 2025 voor een hotelovernachting is € 4,20. 51

Toeristenbelasting kampeerterrein Bij het opstellen van de begroting 2025 en meerjarenraming 2026 en verder is besloten om de tarieven toeristenbelasting voor kampeerterrein in 2026, 2027 en 2028 te verhogen met 20%. Dit leidt in 2026 tot en met 2028 tot tarieven van respectievelijk € 2,10, € 2,50 en € 3.00. Dit in overeenstemming met de ombuigingsvoorstellen zoals opgenomen in de Kadernota van 2025 (vorig jaar). Bij het opstellen van de begroting 2026 en verder wordt er van dezelfde tariefstijgingen uitgegaan. Voor 2026 tot en met 2028 betekent dat dus een stijging van jaarlijks 20%. In 2029 zal het tarief met 2% stijgen. In omliggende gemeenten zijn de tarieven 2025: Oostzaan Wormerland Waterland Enkhuizen Gooise Meren Medemblik Hoorn Edam-Volendam Alkmaar

€ 4,90 € 4,00 € 3,45 € 2,75 € 2,40 € 2,30 € 1,95 € 1,75 € 1,42

Watertoeristenbelasting Bij het opstellen van de begroting 2025 en meerjarenraming 2026 en verder is besloten om het tarief watertoeristenbelasting in 2026 en verder niet te verhogen. Het tarief is dus voor de jaren 2025 en verder vastgesteld op € 3,40. Dit in overeenstemming met de ombuigingsvoorstellen zoals opgenomen in de Kadernota van 2025 (vorig jaar). Reden hiervoor is dat het tarief voor watertoeristenbelasting in Edam-Volendam hoger is dan omliggende Markermeer/IJsselmeer gemeenten. Zie onderstaand overzicht. Om het verschil met de tarieven van omliggende gemeenten te verkleinen/niet te laten toenemen is ervoor gekozen om het tarief voor de watertoeristenbelasting in 2025 en verder niet te laten stijgen. Het tarief blijft dan voor de jaren 2026 tot en met 2029 € 3,40. In omliggende Markermeer/IJsselmeer gemeenten zijn de tarieven voor de watertoeristenbelasting 2024: Edam-Volendam Enkhuizen Waterland Gooise Meren Medemblik Hoorn

€ 3,40 € 2,70 € 2,25 € 2,40 € 2,02 € 1,95

Leges Voor alle leges wordt voor 2026 en verder over het algemeen een indexatie toegepast van 2%. Uiteraard voor zover de kostendekkendheid en/of maximaal toelaatbaarheid van het tarief dit toelaat. Het betreft hier bijvoorbeeld de leges omgevingsvergunningen, reisdocumenten, rijbewijzen, parkeerontheffingen en burgerlijke stand. Als er op een onderdeel afgeweken wordt van dit uitgangspunt dan wordt dit apart toegelicht en ter besluitvorming voorgelegd. Overige belastingen en rechten Voor de precariobelasting, havengelden, marktgelden, grafrechten wordt voor 2026 en verder voor zover de kostendekkendheid dit toelaat, een indexatie toegepast van 2%. Voor het havengeld wordt, gelet op het afwijkende karakter, anders dan bij de rioolheffing en afvalstoffenheffing, een 100% dekking niet nagestreefd. 52

CAI De Centrale Antenne Installatie (CAI) wordt in 2025 vervangen door het nieuwe glasvezelnetwerk. De ramingen in de begroting 2026 en verder zijn hierop aangepast. Tarieven verhuur/gebruik sport lokaliteiten Bij het opstellen van de begroting 2025 en meerjarenraming 2026 en verder is besloten om de tarieven verhuur/gebruik sport lokaliteiten in 2026 met 10% te verhogen. Dit in overeenstemming met de ombuigingsvoorstellen zoals opgenomen in de Kadernota van 2025 (vorig jaar). Bij het opstellen van de begroting 2026 en verder wordt er van dezelfde tariefstijging uitgegaan. Voor 2026 betekent dat dus een stijging van 10% en met ingang van 2027 een stijging van jaarlijks 2%.

Renteomslag percentage Uitgangspunt is dat de (verwachte) werkelijke rentelasten opgenomen worden in de begroting. In de begroting 2026 wordt evenals in 2025 uitgegaan van een rente omslagpercentage van 1%.

Investeringen Investeringen kunnen onderverdeeld worden in: 1. Investeringen voortvloeiende uit beheers- en onderhoudsplannen (nieuwe, uitbreidings- en vervangingsinvesteringen) 2. Investeringen vastgesteld in eerdere begrotingen en aparte raadsbesluiten 3. Investeringen voortvloeiend uit nieuw beleid 2026-2029 De investeringen vallend onder 1 en 2 zijn integraal opgenomen in de programma's. Nieuwe investeringen zijn afzonderlijk benoemd per programma.

Salariskosten Voor indexatie van de salarislasten wordt uitgegaan van onderstaande percentages. Uitgangspunten bij de bepaling van deze percentages is de verwachte loonkostenontwikkeling binnen de cao's Rijk en Gemeenten vanaf 2025 en de verwachte loon- en koopkrachtpolitiek, zoals die wordt afgestemd op de dan geldende actualiteit. De percentages hieronder voor het onderdeel ambtelijk personeel zijn afgestemd op het eindresultaat van de cao-onderhandelingen sector Gemeenten 2025-2027. De Cao Rijk loopt momenteel nog door tot het eind van het jaar.

Indexatie 2026 De personele uitgaven ambtelijk personeel stijgen door een nominale salarisverhoging van bruto € 35 per maand per 1-1-2026 en een procentuele salarisverhoging van 1,25% per 1 juli 2026; 6,0% gemeenteraad en 4,0% personele uitgaven overige politiek ambtsdragers; 1,0% (onkosten) vergoeding politiek ambtsdragers; 3,6% uitgaven voormalig personeel en 2,0% pensioenen gewezen politiek ambtsdragers en nagelaten betrekkingen.

Indexatie 2027 3,25% personele uitgaven ambtelijk personeel; 5% gemeenteraad en 3,25% personele uitgaven overige politiek ambtsdragers; 1% (onkosten) vergoeding politiek ambtsdragers; 53

3,25% uitgaven voormalig personeel en 2% pensioenen gewezen politiek ambtsdragers en nagelaten betrekkingen.

Indexatie 2028-2029 3,0% personele uitgaven ambtelijk personeel; 4% gemeenteraad en 3% personele uitgaven overige politiek ambtsdragers; 1% (onkosten) vergoeding politiek ambtsdragers 3% uitgaven voormalig personeel en 2% pensioenen gewezen politiek ambtsdragers en nagelaten betrekkingen.

Huurcontracten De ramingen van huren worden verhoogd conform gemaakte afspraken in de contracten.

Sociale uitkeringen Voor sociale uitkeringen is het rijksbeleid gevolgd, aangevuld met financiële gevolgen uit eigen gemeentelijke verordeningen.

Bijstand en WMO / Jeugdzorg De ramingen voor bijzondere bijstand en WMO z/Jeugdzorg zijn zoveel mogelijk realistisch begroot.

Subsidies Met de vaststelling van de begroting is duidelijk hoeveel geld er definitief per beleidsveld beschikbaar is. De uitvoering van het subsidiebeleid gebeurt binnen de financiële kaders per sectoraal beleidsveld. Aan de ramingen van deze budgetten liggen de volgende uitgangspunten ten grondslag: • De indexatie van de beschikbaar gestelde budgetten ter uitvoering van het subsidiebeleid is gebaseerd op de landelijke normen en richtlijnen. • De verdeling van de subsidiebudgetten per beleidsveld gebeurt conform de bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene subsidieverordening en de diverse subsidieregelingen. • Om open einde bekostiging te voorkomen werken wij met subsidieplafonds. De subsidieplafonds en de bijhorende verdeelcriteria worden conform de bepalingen in de desbetreffende subsidieregelingen vastgesteld en besteed.

Uitkering Gemeentefonds De raming wordt gebaseerd op de mei-circulaire van het Rijk.

Aantal inwoners Bij het opstellen van de ramingen is bij alle relevante inkomsten- en uitgavenramingen, uitgegaan van het onderstaande aantal inwoners. Aantal inwoners 1-1-2025 37.137 1-1-2026 37.323 1-1-2027 37.556 1-1-2028 37.760 1-1-2029 37.948 54

Aantal woningen (verblijfsobjecten met woonfunctie) Het aantal woningen waarmee in de begroting en meerjarenraming wordt gerekend is gebaseerd op het aantal verblijfsobjecten met woonfunctie. De gegevens worden gebaseerd op de aantallen uit de BAG-administratie. Deze gegevens worden vervolgens verhoogd/verlaagd op basis van de woningbouwplanning voor toekomstige jaren. Deze aantallen worden, daar waar dit van toepassing is, gebruikt voor de berekening van de belastingopbrengsten, legesopbrengsten en de berekening van diverse uitgaven- en inkomstenramingen. Bij het opstellen van de ramingen en de aanlevering van informatie voor de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 is uitgegaan van de onderstaande aantallen. Aantal woningen 1-1-2025 15.994 1-1-2026 16.141 1-1-2027 16.280 1-1-2028 16.538 1-1-2029 16.688

Informatieplicht Conform de vastgestelde financiële verordening Edam-Volendam (artikel 8) zijn de volgende zaken opgenomen in de uitgangspunten van de begroting: Het college besluit niet over: 1. 2. 3.

De aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan € 250.000 per onderdeel met een totaal maximum van € 1.000.000 per jaar voor alle onderdelen bij elkaar, tenzij de raad al een exploitatie- of investeringsbudget beschikbaar heeft gesteld voor de hier genoemde onderdelen. Het verstrekken van leningen groter dan € 250.000 per te verstrekken lening met een totaal maximum van € 1.000.000 per jaar, tenzij de raad al een investeringsbudget beschikbaar heeft gesteld. Het verstrekken van waarborgen of garanties met een totaal maximum van € 1.000.000 per jaar, met uitzondering van waarborgen of garanties in het kader van de sociale woningbouw, vallende onder de stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Daarvoor geldt een maximum bedrag van € 15.000.000 per aanvraag.

Het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, tenzij de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.

55

Bijlage 1 Overzicht mutaties Algemene reserve in Kadernota Bedragen * € 1.000

Begroting

Geraamde aanwending Algemene reserve in Kadernota 2026 Begrotingsraad 6 KN26 Aanvullende voorzieningen kitesurf locatie november 2025 (Meekoppelkans)

2026

2027

2028

2029

10

0

0

0

Begrotingsraad 6 november 2025

Extra budget representatie

10

0

0

0

Begrotingsraad 6 november 2025

Extra sloopkosten De Nieuwe School

200

0

0

0

Begrotingsraad 6 november 2025

KN26 Organisatie ontwikkeling: Frictiebudget

100

100

100

0

Begrotingsraad 6 november 2025

KN26 Organisatie ontwikkeling: Opstellen visiedocument

50

50

0

0

Begrotingsraad 6 november 2025

KN26 Organisatie ontwikkeling: Tijdelijke formatie organisatieadviseur

100

0

0

0

Begrotingsraad 6 november 2025

KN26 Organisatie ontwikkeling: Tijdelijke formatie strategisch proces manager

100

0

0

0

Begrotingsraad 6 november 2025

Verplichting wachtgeldkosten wethouders

100

0

0

0

670

150

100

0

Totaal aanwending Algemene reserve in de Kadernota 2026

56

Bijlage 2 Ombuigingsvoorstellen zoals opgenomen in Kadernota 2025 In de Kadernota 2025 (van vorig jaar) zijn in bijlage 4 en 5 ombuigingsvoorstellen opgenomen. Om de leesbaarheid van deze nota ten goede te komen zijn in onderstaande tabel de voorstellen weergegeven, en daaronder de tekst, zoals die vorig jaar in de Kadernota 2025 zijn opgenomen. Het overzicht bevat alleen de voorstellen uit de Kadernota 2025 die in deze Kadernota 2026 aan de orde komen.

Bedragen * € 1.000

L/B

Kadernota 2025-Bijlage 4 - Verzamelde ombuigingsvoorstellen Busparkeren Marinapark en tarief Parallelweg in 2 Nieuw 4 stappen naar € 25.

2025 2026 2027 2028

125

125

125

Nr

Baten

71

3b

644 1.260 1.851 1.226 10

48

6

Verlaging indexering vanaf 2025 van 4% naar 2%

Lasten

37

5

Reorganiseren dienstverlening Wijksteunpunt en CJG

Lasten

0

458

476

476 13

2

1

Formatie team projecten

Lasten

50

50

50

50 14

27

4

Overstap Milieustraat Purmerend

Lasten

0

0

350

350 23

24

4

Inzameling bedrijfsafval

Lasten

0

0

0

0 23a

17

4

Lasten

0

0

150

150 23b

16

4

Baten

29

77

136

155 27

Nieuw

4

Afstoten Milieustraat Oosthuizen Aanpassing tarief leges parkeervergunningen/parkeerontheffing Hoger tarief parkeervergunningen/parkeerontheffing voor 2e auto

Baten

6

12

18

24 27a

Fracties

6

Invoeren Forensenbelasting

Baten

0

20

20

20 30

40

5

Waterdam (prestatie afspraak)

Lasten

0

100

100

100 31

39

5

Verplaatsen activiteiten CJG naar Singel

Lasten

-72

63

68

68 34

42

6

Aanpassing tarief OZB Kosten toeristisch coördinator (zie ook voorstel Kosten extra inspanning toerisme

Baten

350

760

540

720 35

Lasten

0

0

107

110 38

Bouwspeelplaats Kosten extra inspanning Toerisme (zie ook voorstel Toeristisch coördinator)

Lasten

0

75

75

75 41

Lasten

0

0

50

50 42

5

JOGG regisseur

Lasten

0

43

43

43 43

5

Kunst &Cultuur (Cultuurcoördinator)

Lasten

0

81

83

83 45

5

Kunst &Cultuur (Uitvoeringsbudget)

Lasten

0

110

115

115 46

Lasten

200

250

300

300

Baten

800

200

0

0

Baten

800

700

700

700

3 32

5 3

Kadernota 2025-Bijlage 5 - Ombuigingen WMO / Jeugd 5

Stelpost verlaging WMO Woningaanpassing Reserve Sociaal domein (saldo mei 2024: € 1,86 mln.) (incidentele middelen) Reserve Opvang Oekraïne (saldo € 6 mln.) (incidentele middelen)

57

Bedragen * € 1.000 Kapitaallasten Investeringen (verlagen investeringen 6 waardoor kapitaallasten verminderen)

L/B

2025 2026 2027 2028

Lasten

500 1.000 1.000 1.200

Voorstel 3b Busparkeren Marinapark en tarief Parallelweg in 2 stappen naar € 25. Het busparkeren kost momenteel € 12,50 per bus. Voorgesteld wordt dit in 2 stappen te verhogen naar € 20 per bus. Per saldo leidt dit voorstel in 2025 tot een verhoging van het saldo begroting van € 25.000, en voor de jaren 2026 en verder tot een verhoging van structureel € 50.000. Wijziging en/of aanvulling Het college stelt voor om voorstel 3 Aanpassen tarief busparkeren (naar € 20 in twee stappen) en voorstel 3a Tarief busparkeren in twee stappen verhogen naar € 30 samen te voegen tot voorstel 3b Busparkeren Marinapark en tarief Parallelweg in 2 stappen naar € 25. De financiële gevolgen van voorstel 3 en 3a zijn daarom in de tabel op 0 gezet en samengevoegd in voorstel 3b. Het college stelt voor om de tarieven op de Parallelweg in 2 stappen te verhogen naar € 25. Vervolgens ook betaald busparkeren in te voeren op de parkeerterreinen van het Marinapark. Zie de toelichting hieronder. Hieronder wat extra informatie over de mogelijke extra opbrengsten van betaald parkeren door verhoging van het tarief en de opbrengst van bussen op het Marinapark te Volendam. Vanaf 2025 is een inschatting gemaakt van de mogelijke opbrengsten met verschillende scenario’s. Omdat het een inschatting is kunnen de mogelijke inkomsten niet als exacte inkomsten beschouwd worden.

Aantal te verwachte toeristenbussen parkeerterrein Parallelweg Uit de informatie van de betaalautomaat op het parkeerterrein Parallelweg komt naar voren dat er in 2023 in totaal 7.838 bussen betaald hebben met een totale inkomsten van € 97.975 bij een parkeertarief van € 12,50. Voor 2024 en verdere jaren nemen we als uitgangspunt dat het aantal bussen zal toenemen naar 8.000 bussen per jaar met een totale inkomsten van € 100.000 zoals in de begroting is opgenomen. Aantal te verwachte toeristenbussen parkeerterrein Marinapark Van het aantal bussen dat op het parkeerterrein Marinapark parkeert hebben we geen aantallen. Geconstateerd wordt wel dat er incidenteel toeristenbussen parkeren op de 6 busparkeerplaatsen aan het begin van het Marinapark. Op de 10 busparkeerplaatsen op het grote parkeerterrein verderop op het Marinapark staan nagenoeg geen toeristenbussen. Hier staan hoofdzakelijk bussen van TTA Volendam (zie onderstaande afbeelding).

Wanneer we als uitgangspunt nemen dat er alleen tijdens het toeristenseizoen van mei t/m september op de 6 busparkeerplaatsen aan het begin van het Marinapark bussen geparkeerd wordt met een bezettingsgraad van 10 bussen per dag zijn dat 150 dagen x 8 bussen = 1200 bussen. Voor de 10 parkeerplaatsen verderop op het Marinapark is het uitgangspunt dat er gedurende het hele jaar maximaal 100 toeristenbussen parkeren wanneer het extreem druk is. Parkeertarief Het huidige parkeertarief op het parkeerterrein Parallelweg is € 12,50. In de kadernota 2025 is opgenomen om dit tarief in 2 stappen naar € 20 te verhogen. Tevens is vanuit de gemeenteraad aangegeven het tarief op het parkeerterrein Parallelweg mogelijk in 2 stappen naar € 30 te verhogen. In de reactie hierop is aangegeven dat het tarief van € 30 nog steeds lager is dan de tarieven op de Zaanse Schans van € 35 laag seizoen en € 55 hoog seizoen per dag en Amsterdam met tarieven tussen de € 55 en € 70 per dag. 58

Nr

Het college stelt vervolgens voor om op de Parallelweg het tarief in twee stappen te verhogen naar € 25. Dit is het gemiddelde van het oorspronkelijke voorstel nr. 3 ( stijging naar € 20) en het aanvullende voorstel 3a (stijging naar € 30). Uitwerking van dit voorstel leidt tot een tarief op de Parallelweg in 2025 van € 19 en vanaf 2026 een tarief van € 25. Voor het bepalen van het parkeertarief op het parkeerterrein Marinapark is de loopafstand naar het toeristisch centrum van belang. Het parkeerterrein Parallelweg ligt op 400 meter loopafstand, de 6 parkeerplaatsen aan het begin van het Marinapark op 900 meter loopafstand en de 10 parkeerplaatsen op het grote parkeerterrein Marinapark op 1200 meter loopafstand. De parkeerplaatsen op het Marinapark liggen een stuk verder dan de parkeerplaatsen op het parkeerterrein Parallelweg. Het advies is dan ook om het parkeertarief op het parkeerterrein Marinapark lager te maken dan op het parkeerterrein Parallelweg. Het voorstel is dan ook om op de 6 plaatsen aan het begin van het Marinapark in 2025 een tarief van € 15 en vanaf 2026 een tarief van € 20 te heffen en op de 10 parkeerplaatsen op het grote parkeerterrein Marinapark in 2025 een tarief van € 12,50 en vanaf 2026 een tarief van € 15.

Hieronder het overzicht: 2025 2026 P-terrein Parallelweg € 19 € 25 P1- terrein begin Marinapark € 15 € 20 P2- grote terrein Marinapark € 12,50 € 15 Geschatte opbrengsten Aan de hand van het aantal geschatte bussen dat op de parkeerterreinen Parallelweg en Marinapark parkeren en de voorgestelde tarieven zijn de geschatte jaarlijkse inkomsten als volgt:

P-terrein Parallelweg P1-terrein begin Marinapark P2-grote terrein Marinapark

2025 8.000 x € 19 = € 152.000 1.200 x € 15 = € 18.000 100 x € 12,50 = € 1.250 + € 171.250

8.000 x € 25 1.200 x € 20 100 x € 15

2026 = € 200.000 = € 24.000 = € 1.500 + € 225.500

Door het verhogen van het parkeertarief op het parkeerterrein Parallelweg bestaat de mogelijkheid dat er meer toeristenbussen op het grote parkeerterrein Marinapark gaan parkeren. Hierdoor zal er minder opbrengst zijn omdat het tarief daar lager is. Een inschatting of dit gebeurd is niet te maken, maar dient wel rekening mee te worden gehouden. Extra opbrengsten Wanneer er naast de aanpassing van het tarief op het parkeerterrein Parallelweg ook betaald parkeren voor bussen op de parkeerterreinen Marinapark wordt ingevoerd zullen de totale geschatte extra inkomsten in 2025 uitkomen op € 71.000 en voor 2026 op € 125.000. Deze bedragen zijn nu ook als inkomsten opgenomen in de tabel bij voorstel 3b. . Voorstel 10 Verlaging indexering vanaf 2025 van 4% naar 2% (48) In de primitieve begroting 2024 is de indexatie voor kostenstijgingen en inflatie verhoogd van 1,5% naar 4%. Voorgesteld wordt deze meerjarige indexatie te herzien en taakstellend aan te passen naar 2%. In het laatste jaar (2028) was, zoals gebruikelijk in dit stadium, helemaal nog geen indexatie doorgevoerd. In deze wijziging zijn ook de betreffende ramingen in dit jaar nu verhoogd met 2%. Naast het feit dat de inflatie een dalende lijn laat zien wordt hiermee ook een besparing bereikt van ruim 1 miljoen op de totale begroting.

Deze bijstelling leidt voor de jaren 2025 tot en met 2028 tot een verhoging van het saldo begroting met respectievelijk € 644.000, € 1.260.000, € 1.852.000 en € 1.226.000. Wijziging en/of aanvulling Geen

59

Voorstel 13 Reorganiseren dienstverlening Wijksteunpunt en CJG (37) Vanuit het Wijksteunpunt en het Centrum voor Jeugd en Gezin wordt de voorliggende toegang uitgevoerd. Binnen de voorliggende toegang organiseren we alles wat preventief werken en voorkomen van (het groter worden van) problematiek mogelijk maakt. Dit kan je als gemeente zowel groot als klein optuigen, binnen de grenzen van de verschillende wetten (Jeugdwet, Wmo, Participatiewet). De verschillende diensten die zijn ingekocht worden uitgevoerd onder de vlag van het Centrum voor Jeugd en Gezin en het Wijksteunpunt mogen worden afgeschaald (met uitzondering van de jeugdgezondheidszorg en de onafhankelijk cliëntondersteuning). Binnen dit voorstel verlagen we de totale begroting van de voorliggende toegang met 25% en stellen we voor per 2026 deze te reorganiseren. Binnen deze ‘reorganisatie’ stellen we een visie vast op de toegang en wordt aan de hand daarvan bepaald op welke manier de dienstverlening moet worden ingericht (met 25% minder budget) om onze inwoners nog steeds zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn. Dit leidt per saldo in 2026 tot een verhoging van het saldo begroting met € 458.000 en met ingang van 2027 tot een structurele verhoging van het saldo begroting met € 476.000.

Wijziging en/of aanvulling Geen Voorstel 14 Formatie team projecten (2) Een medewerker van team projecten wordt vanaf mei 2024 tot en met september 2026 gedetacheerd naar een andere gemeente met optie tot definitieve overgang. De medewerker blijft vooralsnog op de loonlijst, maar er staan detacheringsopbrengsten tegenover tot september 2026. Van de vrijgekomen formatie wordt een deel niet meer ingevuld. Deze formatie wijziging geeft een bezuiniging van € 50.000 per jaar. Dit leidt tot een verhoging van het saldo begroting. Opgemerkt wordt dat de gedetacheerde medewerker mogelijk in 2026 (of eerder) terugkeert naar onze gemeente. Wanneer de medewerker dan niet kan worden ingezet op een openstaande vacature vervalt de bezuiniging van € 50.000 per jaar. Wijziging en/of aanvulling Geen Voorstel 23 Overstap Milieustraat Purmerend (27) De gemeente Purmerend is gestart met de voorbereidingen om een nieuwe milieustraat en werf te realiseren. In de capaciteit van die nieuwe milieustraat in Purmerend is het een optie dat onze gemeente ook gebruik gaat maken van deze nieuwe milieustraat. In welke contractvormen dit zou kunnen plaatsvinden dient nader uitgewerkt te worden. Bij een overstap wordt een besparing verwacht, waarvan het grootste deel bestaat uit personeelskosten. Dit kan worden gerealiseerd door natuurlijk verloop, onder andere pensionering.

Wel moet rekening worden gehouden met een op een nader te bepalen plek te realiseren terrein voor het materieel van de buitendienst. Ingeschat wordt dat de overstap naar de milieustraat Purmerend per saldo een besparing zal opleveren van € 350.000 vanaf 2027 en verder. Het perceel Julianalaan/Veermanlaan biedt vervolgens mogelijkheden voor herontwikkeling. Wijziging en/of aanvulling Het college stelt voor om de voorstellen Overstap Milieustraat Purmerend (23), Inzameling bedrijfsafval (23a) en afstoten Milieustraat Oosthuizen (23b) te clusteren. Ook de jaren van realisatie zijn op elkaar afgestemd. Realisatie wordt niet eerder dan in 2027 verwacht. De besparing afstoten milieustraat Oosthuizen van € 150.000 in 2026 is daarom afgevoerd. Voorstel 23a Inzameling bedrijfsafval (24) De gemeente is niet verplicht bedrijfsafval in te zamelen. Hierin wordt wel voorzien, maar de kosten hiervoor zijn hoger dan de in rekening gebrachte reinigingsrechten. En niet alle bedrijven binnen de gemeente hebben hiervoor een contract. Er wordt bij de milieustraat bovenmatig veel bedrijfsafval ingeleverd en de indruk bestaat dat dit niet alleen afval uit de gemeente is. In een aantal gevallen komen ook bedrijven buiten de gemeente het afval op onze milieustraat brengen. Door de genoemde oorzaken is de inzameling van bedrijfsafval niet kostendekkend.

Naast de hoge kosten is er momenteel geen vergunning voor de inzameling bedrijfsafval. Als ervoor gekozen wordt bedrijfsafval in te blijven zamelen zal een marktconforme prijs gehanteerd moeten worden en er zal een goede administratie ingericht moeten worden. Dit kost 2 fte en de 60

logistiek van de milieustraat moet aangepast worden, zoals de toegangspoort en het passensysteem. Voor deze extra kosten kan op dit moment nog geen goede inschatting worden gemaakt. In april/mei 2024 wordt door een extern bureau onderzoek uitgevoerd op de beide milieustraten, om aan de hand van gegevens uit het onderzoek onderbouwde keuzes te kunnen maken en te overwegen om te stoppen met het inzamelen van bedrijfsafval. Voor de zomer wordt een nieuw grondstoffen beleidsplan opgesteld, welke na de zomer aan de raad zal worden voorgelegd. Op dit moment zijn de mogelijke besparingen daardoor nog niet bekend en ook is er geen realistische inschatting te maken. Wijziging en/of aanvulling Het college stelt voor om de voorstellen Overstap Milieustraat Purmerend (23), Inzameling bedrijfsafval (23a) en afstoten Milieustraat Oosthuizen (23b) te clusteren. Ook de jaren van realisatie zijn op elkaar afgestemd. Realisatie wordt niet eerder dan in 2027 verwacht. De besparing afstoten milieustraat Oosthuizen van € 150.000 in 2026 is daarom afgevoerd. Voorstel 23b Afstoten Milieustraat Oosthuizen (17) In de gemeente zijn 2 milieustraten (Julianaweg en Oosthuizen). Oosthuizen heeft zeer beperkte openingstijden, drie dagen per week, korter dan 2 uur per dag.

Hierdoor kunnen medewerkers niet efficiënt worden ingeroosterd en is er sprake van een behoorlijke reistijd ten opzichte van de openingsuren. Door de milieustraat in Oosthuizen te sluiten, kan € 150.000 worden bespaard op personeelskosten. Dit kan worden gerealiseerd door natuurlijk verloop, onder andere door pensionering. De besparing op het materieel van de milieustraat in Oosthuizen is nog niet inzichtelijk, omdat dit niet per locatie in de administratie is verwerkt. Het gaat om 20 containers, een perscontainer, trekker etc. Daarnaast vervalt het beheer en onderhoud aan het gebouw en kan (een deel) van de grond worden verkocht voor ontwikkeling. In Oosthuizen staat materieel voor het onderhoud in de lintdorpen, bij afstoten van de milieustraat zal een beperkte opslag gerealiseerd moeten worden voor dit materieel. Het pand op de milieustraat in Oosthuizen is technisch afgeschreven. Bij het in stand houden van de milieustraat Oosthuizen zal er herbouwd moeten worden. Voor de herbouw dient nog te worden uitgewerkt wat er precies nodig is. Het afstoten van de milieustraat Oosthuizen leidt tot een verhoging van het saldo begroting van € 150.000 op de personeelskosten voor 2026 en verder. De besparing op het materieel van de milieustraat zal ook bijdragen aan een verhoging van het saldo begroting, deze is nog niet bekend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=7d99f641-e891-4ece-a055-a3c8e5ec1d3e