BIJLAGE_9_Provinciale-omgevingsvisie-NH2050_ProvincieNH_20181119.pdf
Tekst van het document
In (hoog)stedelijke context komen deze kwaliteiten meer tot uiting door het relatief grote verschil tussen verdicht en open landschap. Het Gooimeer vertegenwoordigt een andere, meer intieme, kleinschalige en beschutte kwaliteit die een waardevolle aanvulling vormt op de grote wateren. Kritische succesfactoren • Bewustwording van het belang en de (recreatieve) kansen van de rand als geheel • Adoptie door MRA-partners van het metropolitane kustlandschap Zandvoort en Waterland en IJmeer: behouden, ontwerpen, ontwikkelen én investeren
5
Deze zijn vertaald in de ‘10 gouden regels’, benoemd in de Agenda IJsselmeergebied 2050
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 29
7. Ecologische verbindingen worden behouden en aangevuld, met oog op robuuster maken van het ecologisch systeem in de kustgebieden, inclusief de grote wateren Om meer ontwikkelingen in en gebruik van alle kustgebieden, zoals het IJsselmeergebied, te kunnen opvangen, moet het systeem ecologisch robuuster worden. Het is wenselijk om hierbij verder te kijken dan de grenzen van natuurregimes die nu gelden. Ook de (natte) kustlandschappen aan de randen, in het IJsselmeergebied en de binnenduinrand, kunnen bijdragen aan het realiseren van deze opgave. Ecologische verbindingen in de kustgebieden van de grote wateren (land- en waterzijde) worden behouden en aangevuld. Naast deze verbindingen tussen de wateren en het land werken we aan de verbetering van de ecologische kwaliteit van de verbindingen tussen de grote wateren, zoals Markermeer, IJsselmeer en Waddenzee. Randvoorwaarde • - Kaderrichtlijn Water (KRW) • - IJsselmeergebied als strategische zoetwatervoorraad voor drinkwater, landbouw en andere functies Kritische succesfactoren • - Extra inzet op KRW • - Waterkwaliteit in relatie tot voedingsstoffen (beschikbaarheid van waterplanten) en temperatuurstijging van het water • - Handhaving van de milieunormen, ook in de randgebieden • - Slimme combinatie van functies, zoals natuurontwikkeling, waterveiligheid, waterberging, recreatie en landbouw
30 |
METROPOOL IN ONTWIKKELING Vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaan systeem • • • •
Wonen en werken zo veel mogelijk via binnenstedelijke verdichting Aanpassen van totale mobiliteitssysteem aan de drukker wordende metropool Versterken van functies in het landschap als onderdeel van het metropolitaan systeem Duidelijkheid vanuit het Rijk over de ontwikkelruimte van Schiphol en Noordzeekanaalgebied in relatie tot ruimte voor verstedelijkingsopgave
Wereldwijd vindt verstedelijking plaats. In een aantal gevallen leidt dit tot de ontwikkeling van metropolen. In Noord-Holland ontwikkelt zich een metropool rond Amsterdam. Het gaat hier om een stedelijk systeem van grotere en kleinere kernen, met Amsterdam als hoogstedelijke kernstad, een landschap met hoge gebruiks- en belevingswaarde, (stads)landbouw, een multimodale bereikbaarheid, een havengebied met energietransitie en circulaire economie als dragers en Schiphol als internationale hub. De ontwikkeling komt tot uiting door een snel groeiend aantal inwoners, arbeidsplaatsen en bezoekers, leidend tot een tendens van clustering van economische functies. In het Noordzeekanaalgebied is er een concentratie van werkgelegenheid van direct en indirect aan de haven gerelateerde activiteiten. Daarnaast concentreren zich grote aantallen arbeidsplaatsen op een aantal locaties in een zone van de Amsterdamse binnenstad tot net ten zuiden van Schiphol. Daarbij is het wenselijk om, vanuit het beperken van woon-werkafstanden en daarbij horende mobiliteitsinvesteringen, nieuwe woningen zo dicht mogelijk bij de grote werkconcentraties te realiseren, waar mogelijk in gemengde woonwerkmilieus. De metropolitane ontwikkeling is goed voor de economie, welvaart en internationale concurrentiepositie van Nederland.
De metropool in ontwikkeling kenmerkt zich door een grote verscheidenheid aan steden, dorpen en deelregio’s, met specifieke identiteiten en kwaliteiten. Al deze kernen liggen in een grote diversiteit aan landschappen. Deze landschappen in en om de metropool zijn van groot belang als groene longen en vestigingsfactor. De kracht van de metropool zit hem in het feit dat kernen, regio’s en gebieden een sterke eigen identiteit behouden, terwijl het geheel in steeds sterkere mate als één daily urban system functioneert.
Foto: Theo Baart
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 31
A
LEGENDA
Stedelijk gebied Woningbouwlocaties Ontwikkeling conform visie NZKG 2013 Strategische reserves haven/Schiphol Industriegebieden Grote werkgebieden Openbaarvervoernetwerk Aanvullende OV-verbindingen Weginfrastructuur Aanvullingen op het netwerk 'Doorgaandverkeer om de stad' 'Ring A10 als regionale verdeelweg' Kernnet vrachtvervoer over water Metropolitaane landschap Veenweidegebieden Mainports Aanlanding Wind op Zee Locaties voor circulaire economie 5
10
20 km
N
32 |
De metropool en de mensen die zich erin ophouden, laten zich niets gelegen liggen aan bestuurlijke grenzen. Binnen de metropool functioneert sinds 2007 het samenwerkingsverband Metropoolregio Amsterdam (MRA). Hierbij zijn enkele tientallen gemeentes betrokken in zowel de provincies Noord-Holland als Flevoland. Op het gebied van wonen, werken, recreatie en mobiliteit groeien de relaties over de provinciegrenzen heen. In functionele zin is er een steeds sterkere uitstraling van de metropool in alle windrichtingen: naar Alkmaar en Hoorn, naar de Leidse regio (provincie Zuid-Holland) en in de richting van Utrecht en Flevoland. Dit gebied functioneert als een daily urban system. Op internationale schaal is de metropool goed verbonden met andere stedelijke regio’s in Noordwest Europa, zoals het Ruhrgebied, Frankfurt, Berlijn, Brussel, Parijs en Londen. Economische activiteiten ballen zich meer en meer samen in het hart van de metropool, in en om Amsterdam. Hier kan het bedrijfsleven gebruik maken van de hoge concentratie aan groeiend, groot, gevarieerd en hoog gekwalificeerd arbeidspotentieel. De grootste concentraties van werkgelegenheid liggen in de binnenstad van Amsterdam, op de Zuidas, rond Schiphol, Sloterdijk en in het Arenagebied.
Een groot deel van de werkgelegenheid is te vinden in de zakelijke dienstverlening, waarvoor de hoogwaardige digitale bereikbaarheid een belangrijke vestigingsfactor is. Kennisgerelateerde economische activiteiten clusteren zich in toenemende mate in de stad met Amsterdam Science Park als brandpunt. Daarnaast gaat het om werkgelegenheid die aan toerisme is gelieerd; het toerisme neemt verder toe en daarmee ook het belang om het toerisme te verspreiden over de metropool en daarbuiten. Ook elders in de metropool bevinden zich echter specifieke economische concentraties, zoals de Greenport Aalsmeer als internationaal centrum van sierteelt, de zeehaven in de IJmond en het Mediapark in Hilversum. Het Noordzeekanaalgebied groeit in belang als locatie voor energietransitie en circulaire economie in de metropool. De Westas, langs de A5, draagt hierin ook een deel. Essentieel voor de duurzame ontwikkeling van de metropool is de opwekking van energie, waarvoor vooral op zee de ruimte is. Op het grondgebied van de metropool wordt grootschalig geïnvesteerd in de benodigde energieinfrastructuur voor alle vormen van energie. Daarnaast wordt er werk gemaakt van energiebesparing (zie beweging Nieuwe energie). Het is van belang dat het Rijk helderheid geeft over de toekomstige ontwikkeling van de luchtvaart en Schiphol.
De provincie is voorstander van de mogelijkheid van binnenstedelijke woningbouw binnen de contouren van Schiphol, daar waar er herstructurerings/transformatie-opgaven liggen. Daarnaast moeten nieuwe werklocaties binnen de Schipholcontouren mogelijk zijn. Daarbij kan het gaan om milieuhinderlijke bedrijvigheid dan wel om functies die passen bij de hubfunctie van Schiphol (kantoor- en vergaderlocaties en logistieke functies). Ook projecten rondom energietransitie en circulaire economie behoren
tot de mogelijkheden. Met landschapsontwikkeling rondom de luchthaven wordt ruimtelijke kwaliteit aan het gebied toegevoegd.Al deze ontwikkelingen kunnen een bijdrage leveren aan de verdere ontwikkeling van het vestigingsmilieu in de internationale entree van Nederland, de kerncorridor Amsterdam-SchipholHoofddorp (Enter-NL). Daarbij past ook een verdere ontwikkeling van Schiphol als multimodale hub. De metropolitane ontwikkeling brengt grote opgaven met zich mee. Er ligt een zware druk op tal van kwaliteiten, zowel binnen de kernen als in de omringende landschappen. Het is zaak de basiskwaliteit voor gezondheid en veiligheid te behouden. En dat vergt inspanningen, in de wetenschap dat een metropool zonder hinder niet bestaat. Een zorgvuldig gebruik en verdeling van de schaarse ruimte is van belang. Keuzes maken is hierbij onvermijdelijk; het is niet altijd mogelijk de kool én de geit te sparen. We kiezen voor het behouden van het metropolitane landschap, maar met toevoeging of verandering van functies. We waarborgen milieuruimte voor bedrijvigheid, maar wel met duidelijke grenzen. In de drukker wordende metropool zijn het landschap en zijn gebruiksmogelijkheden van toenemend belang. Voor de leefbaarheid, maar ook om aantrekkelijk te blijven als vestigingsplaats. Om het landschap te sparen, kiezen we daarom primair voor verdichting van de bestaande kernen.
Samen met enkele uitleglocaties, die al langere tijd op ons netvlies staan. Het betreft overwegend locaties uit het Ontwikkelingsbeeld van de MRA (uit 2007), zoals Haarlemmermeer-West, IJburg fase 2 en Almere-Pampus (in Flevoland). Daarnaast blijkt uit nadere verkenningen dat er binnenstedelijk meer verdichting mogelijk is dan eerder verondersteld. In totaliteit zijn er voldoende locaties om in de vraag te voorzien. We letten daarbij niet alleen op kwantiteit, maar ook op kwaliteit (diversiteit qua woonmilieu, woningtype, -grootte en prijs) om de metropool in sociaal opzicht inclusief te houden. De Metropool moet ook in de toekomst een Metropool voor iedereen zijn. We verdichten op goed bereikbare plekken, zoals nabij knooppunten van openbaar vervoer. Waar mogelijk bundelen we en combineren we functies. Bij een metropool hoort een mobiliteitssysteem van hoge kwaliteit dat meegroeit met de verstedelijking. Dit is een grote opgave, gelet op de mobiliteitstoename als gevolg van de groeiende bevolking en werkgelegenheid. Dit geldt voor alle soorten vervoer. Het grootstedelijke OV-systeem vormt in onze visie de ruggengraat van het daily urban system. Verkeer dat niet in de centra en hun werkgebieden hoeft te zijn, wordt in die situatie zoveel mogelijk omgeleid. Dat betekent dat de A9 meer en meer de doorgaande route door de metropool wordt.
Tegelijk verbeteren we OV-verbindingen tussen grote woon- en werklocaties. Het moet makkelijker worden om van het ene naar het andere vervoermiddel over te stappen om zo efficiënt mogelijk door de metropool te kunnen reizen. Ook het stedelijke distributiesysteem ontwikkelt zich verder; er komen logistieke ontkoppelpunten op slim gekozen plekken.
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 33
De druk op het watersysteem neemt eveneens toe, zowel in als buiten de kernen. De provincie bevordert vervoer over water en wijst daarvoor een kernnet aan. Het samenstel van Amsterdam-Rijnkanaal en Noordzeekanaal vervult in meerdere opzichten een ruggengraatfunctie in het watersysteem. Vijf waterschappen voeren er hun overtollige water op af en het is een belangrijke scheepvaartcorridor. Alleen al het vergroten van de waterbergings- en waterafvoercapaciteit wordt een steeds grotere opgave. Het goed combineren van de water- en scheepvaartfuncties vraagt om steeds meer aandacht en afstemming. Met de ontwikkeling van de metropool wordt het versterken van het metropolitane landschap steeds belangrijker. Dit landschap kent gebieden als Laag Holland, Markermeer en IJmeer (het ‘waterpark’ van de metropool, in relatie tot ontwikkelingen als Markerwadden en Nationaal Park Nieuwland),
Gooi en Vechtstreek, Amstelscheg en natuurlijk de kust. Recreatie, natuur en voedselproductie hebben hier een plek, waarbij het landschap soms in verschijningsvorm zal veranderen. Het tegengaan van de bodemdaling in veenweidegebieden vormt eveneens een belangrijke reden voor verandering van het gebruik van het landschap. Onze waardevolle landschappen lopen door in de ons omringende provincies Flevoland, Utrecht en ZuidHolland alsmede de provincies die aan het IJsselmeer en de Waddenzee liggen. Een goede samenwerking met deze provincies is van belang bij de verdere ontwikkeling van onze landschappen. De samenhang tussen verstedelijkings-, mobiliteits-, (lucht)haven- en landschappelijke ontwikkelingen leidt tot een versterking van de agglomeratiekracht, die cruciaal is om de metropool in ontwikkeling ook naar de toekomst toe succesvol te laten zijn.
Kritische succesfactoren • Samenwerking in de metropool: voor behoud en versterking van zowel de afzonderlijke (deel)regionale als het geheel aan karakteristieken en identiteiten • Voldoende ruimte voor energietransitie en circulaire economie • Investeringen in het totale mobiliteitssysteem moeten samengaan met de intensivering en uitbreiding van woon- en werklocaties • Een basisbereikbaarheid voor de kleine kernen naar de voorzieningen van grote(re) kern of stad • Gebiedsgericht maatwerk voor ontwikkelingen in kleine kernen • Verstedelijking en versterking van het metropolitane landschap gaan gelijk op • Voldoende en passende huisvestingsmogelijkheden - en voorzieningen - voor de continue in- en doorstroming van arbeidskrachten • Voldoende ruimte voor internationale topmilieus
34 |
8. Wonen en werken worden zoveel mogelijk binnenstedelijk gerealiseerd en geconcentreerd De metropool ontwikkelt zich snel. De vraag naar woningen en ruimte voor bedrijven houdt aan, evenals de ruimtevraag voor recreatie en andere functies. Tegelijkertijd willen we de landschappen in de metropool sparen. De bebouwingsopgave moet dan ook zoveel mogelijk binnen de bestaande kernen plaatsvinden, met een voorkeur voor knooppunten van openbaar vervoer. Verdichting vraagt steeds meer inventiviteit en bestuurskracht. De bebouwde omgeving wordt steeds intensiever gebruikt, de plancapaciteit binnenstedelijk blijkt door een andere kijk op stad en stedelijkheid een stuk groter te zijn dan we lang hebben gedacht. En zowel bij bestaande bouw als nieuwbouw moeten we inzetten op besparing van energie, een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting en bij nieuwbouw ook op circulair bouwen. Dit alles moet samen gaan met de verdere verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Daarbij onderkennen we dat verdichting in de kernen leidt tot toenemende druk op het landschap. Wonen en werken worden binnenstedelijk geconcentreerd (transformeren, bundelen, verdichten). Hierbij houden we oog voor behoud en versterking van de leefbaarheid in bestaande en nieuwe gebieden. We houden ook een vinger aan de pols voor wat betreft de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkeling van de vraag.
Zo zorgen we ervoor dat regionale afspraken over stedelijke ontwikkelingen bij de vraag blijven aansluiten. Hierbij betrekken we de bestaande voorraad woningen. Op bestaande goed renderende en goed gelegen bedrijventerreinen wordt gezocht naar mogelijkheden voor verdichting bijvoorbeeld in de vorm van stapeling. Bestaande afspraken uit het ontwikkelingsbeeld van de MRA uit 2007 over uitleglocaties voor wonen en/of werken, zoals Haarlemmermeer, Bloemendalerpolder en IJburg fase 2, worden gerespecteerd. Deze uitleglocaties worden beoordeeld op hun effecten op de regionale bereikbaarheid en het landschap van de metropool. Eventuele maatregelen voor de bereikbaarheid worden direct gekoppeld aan ontwikkellocaties (bijvoorbeeld de verlenging van de Zuidtangent bij de ontwikkelingen in Haarlemmermeer West). De regio’s kiezen welke kernen voorzieningencentra zijn en blijven in de toekomst (zie ook Sterke kernen, sterke regio’s). Dit kan bijdragen aan het behoud van voorzieningen en leefbaarheid in deze gebieden.
Kritische succesfactoren • Het duurzaam ontwikkelen van de metropool met behoud van diversiteit van economische activiteiten • De gewenste ontwikkeling van de metropool kan alleen plaatshebben wanneer het verkeerssysteem kwalitatief en kwantitatief meegroeit, waarbij het gebruik van OV en fiets prioriteit hebben in binnenstedelijk gebied. Inventieve, duurzame vormen van stedelijke en regionale distributie zijn belangrijke aandachtspunten
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 35
9. Om de groei van het verkeer in de metropool in goede banen te leiden moet worden geïnvesteerd in alle verkeersnetwerken, het regionaal OV en fietsnetwerk en auto, waarbij de grotere behoefte aan ruimte voor regionaal verkeer boven interregionaal en doorgaand verkeer wordt gefaciliteerd De voorspelling is dat het verkeer gaat groeien (zie verkenningen en NMCA). Om deze groei op te vangen, zijn twee dingen noodzakelijk: • Een vergroting van de capaciteit van het OV-, weg- en fietsnetwerk; • Een betere verdeling van het verkeer over de netwerken en over de modaliteiten, daar waar er ruimte is of gecreëerd kan worden. De grote werkgebieden met de meeste werknemers dienen rechtstreeks verbonden te zijn met de grote (nieuwe) woongebieden, zowel over de weg als met het OV. Omdat het meeste verkeer binnen de metropool blijft, wordt dat verkeer gefaciliteerd en moet het doorgaande verkeer zich daarin voegen. Om de A10 te ontlasten, wordt de A9 meer de route voor doorgaand verkeer. Dit betreft het verkeer van en naar het noorden van de metropool via de Westfrisiaweg of de A7-A8-A9 om Amsterdam heen. De mogelijkheden van de route via Enkhuizen en Lelystad worden bekeken. Het OV-netwerk (over spoor en weg) richt zich primair op reizigers binnen de metropool. Het doorgaande netwerk voor het lange-afstandstreinverkeer staat ten dienste hiervan.
Het verkeer wordt gestuurd door betrouwbare reisinformatie naar de routes waar nog ruimte (capaciteit) is. Ook wordt de overstap naar andere netwerken gestimuleerd (modal shift). Aan de randen van de werkgebieden en kernen komt parkeergelegenheid, met overstapmogelijkheid op lokaal OV of deelfiets. Technologische ontwikkelingen als zelfrijdende voertuigen, smart mobility en diensten als mobility as a service hebben invloed op de bereikbaarheid. Deze effecten zijn vaak nog onbekend. Door hier onderzoek naar te doen en de mogelijkheden te verkennen, vergroten we de kansen voor de nieuwe ontwikkelingen. Zo leveren we een goede bijdrage aan de grote bereikbaarheidsopgave bij de verdere ontwikkeling van de metropool. Ons doel is dat in het jaar 2050 de fiets een nog belangrijker rol speelt in de regionale mobiliteit van Noord-Holland. Er is dan één compleet, herkenbaar en veilig netwerk van fietspaden: op de belangrijkste regionale verbindingen tussen gemeenten, werklocaties, OV-knooppunten, onderwijsinstellingen en natuurgebieden.
Randvoorwaarde • Verkeersveiligheidsnormen
Kritische succesfactoren • Voldoende investeringsbudget voor het totale mobiliteitssysteem • Afstemming met MRA-partners, Rijk, NS en Vervoerregio, waarbij ieder over zijn eigen netwerk heen moet kunnen kijken • Voldoende ruimte en budget, met name voor de ontsluiting van de grote woongebieden (Haarlemmermeer-West, IJburg/ Zeeburgereiland en Haven-Stad). De grote ontwikkelgebieden moeten beoordeeld worden op hun regionale (MRA-) bereikbaarheid en niet alleen op de lokale ontsluiting • Rijk draagt bij aan mobiliteitsinvesteringen • Capaciteit van het huidige netwerk moet hoger worden; voor zowel de fiets, auto en logistiek als voor het OV (schaalsprong OV) • Beschikbare fysieke (uitbreidings)ruimte • Bij het ontwerp van het totale mobiliteitssysteem moet rekening worden gehouden met recreatief verkeer • Vervoersvorm passend bij de schaal van het gebied • Directe relaties met de bereikbaarheid van omliggende regio’s en hun werkgebieden (noordelijke Duin- en Bollenstreek, Alkmaar, Leiden en Utrecht) • Betrouwbare en passende dienstregeling(en) • De verwachte groei in recreatie en toerisme vereist sturing op locatie en mobiliteit • Betrouwbare en juiste informatie (data, diensten en hardware) • Afstemming met overige gemeenten in Noord-Holland
36 |
10. Versterken van het landschap als onderdeel van het metropolitaan systeem Behoud en versterking van het landschap is cruciaal voor de metropool Een uniek kenmerk van de metropool is de grote diversiteit aan landschappen met hoge ecologische, recreatieve en cultuurhistorische waarden. Daarnaast is er een sterke verwevenheid tussen stad en landschap. Het groenblauwe gebied ligt tussen de kernen, die daarmee karakteristiek en onderscheidend blijven. Het biedt ook een plek voor relatieve rust ten opzichte van de stad. Tegelijk biedt het landschap nog veel ruimte voor landbouw en kleinschalige experimenten voor de productie van duurzame energie. Het landschap is als drager van deze waarden cruciaal voor het vestigingsklimaat en het woon- en leefmilieu in de metropool.
Ontwikkeling van een metropolitaan landschap Het landschap staat onder druk door de ruimtevraag van stedelijke functies, energietransitie, schaalvergroting in de landbouw, toenemende recreatie en toerisme, en klimaatadaptatie. Aan de functie van het groenblauwe gebied als primair natuur- en agrarisch gebied worden op plekken nieuwe functies toegevoegd. Deze functieverbreding biedt kansen voor het combineren van functies, zoals in het veenweidegebied (bij het tegengaan van de bodemdaling) of recreatie met natuur. Het benutten van deze kansen is ook noodzakelijk. Dit kan ook tot nieuwe economische dragers voor een gebied leiden. Niet overal is elke functie mogelijk. We willen een balans tussen rust en drukte. Dit is gebiedsgericht maatwerk. Bijvoorbeeld door OVknooppunten te ontwikkelen tot buitenpoorten naar het landschap. Voor deze opgaven is het noodzakelijk dat het landschappelijke raamwerk in de metropool wordt versterkt, bijvoorbeeld door het verbinden van gebieden. Verdichting in de stad vraagt ook om versterking van groen in en om de stad. Een voorbeeld zijn de transformatiegebieden van Greenport Aalsmeer. Hier kan het landschappelijk raamwerk zelfs worden uitgebreid. Door de ontwikkelingen staan deze waarden wel onder druk. Ontwikkelingen zijn mogelijk, mits onder strikte voorwaarden.
Het metropolitane landschap zal steeds vaker verschillende opgaven moeten stapelen en diverse belangen moeten verenigen. Financiële regeling voor investeringen en het beheer van het landschap Het beheer van het veenweidegebied door agrarisch gebruik blijft niet vanzelfsprekend. De druk op het metropolitaan landschap en de ambities voor dit gebied brengen ook een grotere investerings- en beheeropgave met zich mee. De verdiencapaciteit in de metropool moet worden aangewend om deze ambities te kunnen waarmaken.
Kritische succesfactoren • Het metropolitane landschap wordt adequaat beschermd • Het landschap is goed bereikbaar, zeker met de fiets, te voet of met het openbaar vervoer • Waar mogelijk is het landschap openbaar toegankelijk • Waar mogelijk combineren we functies. Dit vraagt om een gebiedsgerichte benadering en samenwerking, rekening houdend met de kernkwaliteiten van het gebied • Voldoende beschikbare middelen voor investeringen en beheer, door aanwending van de verdiencapaciteit in de metropool (kosten en baten voor en over de hele metropool beschouwen) • Bij noodzakelijke ontwikkelingen in het landschap zoeken we in een vroegtijdig stadium naar integrale versterking van het gebied (zoals het beter inpassen en opheffen van doorsnijdingen bij aanpassing van infrastructuur)
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 37
11. Bedrijvigheid in de metropool kan zich blijven ontwikkelen binnen de beschikbare milieuruimte, waarbij op een beperkt aantal plekken nieuwe woningbouw te maken kan krijgen met een grotere mate van geluidhinder, binnen de wettelijke grenzen Binnen de metropool bevindt zich een aantal internationale, grootschalige industriële complexen met milieucontouren. Het gaat om luchthaven Schiphol, de haven tussen Amsterdam en IJmond (Noordzeekanaalgebied, NZKG) en Tata Steel. De oprukkende woningbouw zet druk op de ontwikkel- en milieuruimte voor deze economische complexen. De provincie zet het beleid voort dat duidelijkheid, ruimte en zekerheid biedt voor de economische activiteiten van deze complexen. Voor Schiphol staan wij een verankering van het Nieuwe Normen en Handhavingstelsel (NNHS) in een Luchthavenverkeersbesluit (LVB) en een Luchthavenindelingbesluit (LIB) voor. Voordat er keuzes kunnen worden gemaakt over Schiphol na 2020 moet er helderheid komen over de toekomstige ontwikkeling van de luchtvaart en Schiphol. In de tussenliggende periode moet het hubnetwerk op Schiphol in stand kunnen blijven. Deze hubfunctie van Schiphol vraagt daarbij om sturing op basis van selectiviteit: vakantievluchten dienen zoveel als mogelijk te worden beperkt. Hiervoor is sturingsinstrumentarium nodig.
Randvoorwaarden • In de luchtvaartwet gestelde randvoorwaarden voor het milieu en de veiligheid • Verankering van het Nieuwe Normen en Handhavingstelsel in een Luchthavenverkeerbesluit en een daarbij passend Luchthavenindelingbesluit • Openstelling van Lelystad in 2020 • Luchthavenontwikkelingen moeten integraal worden opgenomen in het omgevingsbeleid van het Rijk (Nationale Omgevingsvisie) • Wettelijke milieunormen
Kritische succesfactoren Schiphol • Landzijdige ontsluiting van Schiphol Noordwest met als mogelijke oplossingen: - goede aansluiting op de A4 en/of A9 - afmaken van de parallelstructuur van de A4 aan noordoostkant Schiphol - doortrekken van de Noord/Zuidlijn via Schiphol Noordwest naar Schiphol Plaza en Hoofddorp • Optimaal vestigingsklimaat voor internationale bedrijven in de MRA • Optimaal woon- en leefklimaat, waaronder voldoende woningaanbod • Draagvlak omgeving • Selectieve ontwikkeling van Schiphol ten behoeve van de hubfunctie
38 |
Voor de haven geldt dat de Ringweg-A10 als harde grens geldt tussen ‘de stad’ en het havengebied ten zuiden van het NZKG. Dit biedt een grotere investeringszekerheid voor het bedrijfsleven in de haven, mede nodig om de energietransitie en circulaire economie ontwikkelruimte te geven. Daarbij wordt aangetekend dat milieucontouren van bedrijven ten westen van de A10 ook deels over de A10 ten oosten van de Ring invloed hebben op de (on)mogelijkheden van verstedelijking.
Kritische succesfactoren NZKG en Haven-Stad • Voor de ontwikkelingen van woningbouw rondom het Noordzeekanaalgebied houden we onverkort vast aan de afspraken die Provinciale Staten en de vijf betrokken gemeenteraden hebben gemaakt bij de vaststelling van de Visie Noordzeekanaalgebied 2040: - Eerst intensiveren van het huidige bestaande havenareaal gericht op een overslaggroei tot 125 miljoen ton. Eerst intensiveren van wonen en werken in de bestaande stad. Pas na intensivering van bestaand havenareaal wordt aanspraak gemaakt op havenuitbreiding in andere (groen)gebieden. Uitgangspunt is een duurzame economische groei, waarbij (in de havens) transities mogelijk gemaakt worden gericht op duurzame energie - Transformatie van havenareaal naar gemengd woonwerkgebied op de in de visie aangeven locaties op termijn mogelijk te maken.
Hierbij wordt uitgegaan van een geleidelijke ontwikkeling, passend bij de ontwikkelingen in de economie, woningmarkt en de bedrijven die het aangaat • Voldoende vervangende nautische en kaderuimte • Voldoende alternatieve vestigingsmogelijkheid voor bestaande en nieuwe bedrijvigheid die niet gemengd kan worden met wonen • Milieuruimte van bedrijvigheid aan westkant A10 is maatgevend voor ontwikkelingen aan oostkant A10 • Acceptatie van NZKG als langjarig bestemd gebied voor energietransitie en circulaire economie, food-industrie en logistiek, en daarmee acceptatie van de urgentie van een dergelijk complex voor het kunnen functioneren van de metropool • De Houtrakpolder geldt als strategische reservering conform de condities uit de Visie Noordzeekanaalgebied • Voldoende ruimte voor op- en overslag voor stadsdistributie en circulaire economie • Acceptatie van noodzaak ontwikkeling gemengd stedelijke gebieden • Ruimtereserveringen in NZKG voor energie-infrastructuur en circulaire economie • Voldoende tijd nemen om bovenstaande randvoorwaarden en kritische succesfactoren in gezamenlijkheid met partners uit te werken • Lage parkeernorm Haven-Stad vraagt om voldoende alternatieve ontsluiting • Voldoende aansluiting en oplossing voor doorstroming verkeer op de A10
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 39
40 |
STERKE KERNEN, STERKE REGIO’S
Foto: Theo Baart
A
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 41
LEGENDA
Sterke kernen houden regio’s vitaal • • • • •
Ontwikkelen op basis van eigen kracht en kwaliteiten Voorzieningenniveau en bereikbaarheid op peil houden Behoud en ontwikkeling van krachtige identiteiten Principe van versterken complementariteit en regionale netwerken Mogelijkheden om te bouwen voegen zich naar de vraag op dat moment
De beweging ‘Sterke kernen, sterke regio’s’ beoogt handvatten te geven om de werkgelegenheid, het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid op peil te houden. En om dorpen, steden en regio’s de krachtige identiteit die ze zo kenmerkt te laten behouden of te ontwikkelen. In het regionale netwerk zijn de verschillende typen kernen complementair aan elkaar. Daarbij zijn krachtige centrumsteden van cruciale betekenis voor de leefbaarheid van de hele regio vanwege de regionale voorzieningen en de stedelijke woon- en werkmilieus die er te vinden zijn. Zij kunnen jonge mensen en bedrijven aantrekken, wat leidt tot dynamiek en gezonde regio’s. Door de centrumsteden te versterken, verbetert het vestigingsklimaat en worden deze steden nog interessanter voor woonconsumenten en bedrijven die zich in een stedelijke omgeving willen vestigen. Groen-binnenstedelijke kernen en dorpskernen horen bij het regionale netwerk, versterken dat en zijn aanvullend op wat de centrumstad te bieden heeft en andersom. Zij bieden een woon- en werkmilieu passend bij dit type kern. Het beleid is er op gericht om kernen hun eigen identiteit te laten behouden. Versterking van de relatie met het landschap kan helpen hun identiteit krachtiger te maken. Groenblauwe structuren tussen de kernen door kunnen een voorbeeld daarvan zijn. Binnen geheel Noord-Holland spelen de doelen uit deze beweging.
Noord-Holland Noord kent een eigen kracht en dynamiek. De regio heeft op het gebied van economie, energie, toerisme, recreatie en gedeeltelijk woningbouw verbinding met de metropool in ontwikkeling rondom Amsterdam. Deze sectoren komen tot uitdrukking in de bewegingen Dynamisch schiereiland, Nieuwe energie en Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving. De opgave bepaalt het schaalniveau waarop afstemming en samenwerking plaatsvinden. De ene keer is dat op de schaal van Noord-Holland als geheel, de andere keer op Noord-Holland Noord of op regionaal niveau, zoals bij het voorzieningenniveau op peil houden en de afstemming van woningbouwontwikkeling. Binnen de metropoolregio Amsterdam speelt in een aantal deelregio’s eenzelfde vraagstuk als het gaat om het op peil houden van het voorzieningenniveau, de
Centrumsteden Groenstedelijke kernen Dorpskernen Verzorgingsgebied stedelijke voorzieningen Groene geleding tussen kernen Openbaarvervoernetwerk Hoofdinfrastructuur (weg)
N
5
10
20 km
42 |
verhouding tussen centrumstad en omliggende dorpen en het behoud van identiteit, bijvoorbeeld in Gooi en Vechtstreek. Het is zaak dat regio’s vitaal blijven en zich verder kunnen ontwikkelen. Hiertoe maken zij kwalitatieve en kwantitatieve afspraken over woningbouw (mede gebaseerd op demografische ontwikkelingen en prognoses), werklocaties en over de ontwikkeling en locaties van voorzieningen, zoals detailhandel. Of er mogelijkheden komen om te bouwen, hangt mede af van de vraag die er op dat moment is. Noord-Holland Noord heeft daarbij in zowel kwalitatieve als kwantitatieve zin een breed aanbod aan locaties die passen bij de ontwikkelprincipes uit onze visie. Daarnaast is ook oog voor de schaalvergroting in de landbouw, die kan bijdragen aan de verduurzaming van de agrifoodsector. Aan de andere kant zijn er bedrijfsbeëindigingen en daarmee erven en stallen die hun functie verliezen. Dit is ook zichtbaar bij beeldbepalende monumentale gebouwen, zoals kerken en industrieel erfgoed. Mede door de ontwikkeling van online winkelen is met name bij detailhandel sprake van een toenemende leegstandsopgave en noodzaak tot transformatie. Dit vraagt om regionale afstemming en selectiviteit om winkelcentra krachtig en onderscheidend te houden. Leegstand is niet goed voor de ruimtelijke
kwaliteit, vitaliteit en leefbaarheid van het landelijk gebied. Daarom moeten mogelijkheden voor alternatieve functies tijdig in beeld komen. Zo ontstaan economische kansen en mogelijkheden om de energietransitie vorm te geven. Regionale samenwerking is de sleutel voor een goede strategie om het netwerk van steden en kernen sterker te maken (voorzieningenniveau, economische ontwikkeling, woningbouw) en te verbinden met het landschap. In de beweging ‘Sterke kernen, sterke regio’s’ zijn alle kernen onderscheidend en complementair. Dat maakt ze tot sterke regio’s! Goed voor de vitaliteit, de aantrekkingskracht en het vestigingsklimaat van stad en regio. De beweging Sterke kernen, sterke regio’s is overigens onlosmakelijk verbonden met de overige in deze Omgevingsvisie beschreven bewegingen; Metropool in ontwikkeling vanwege de groeiende functionele relaties, Nieuwe energie vanwege de economische potentie, Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving vanwege de ontwikkeling van en in de agrifoodsector en Dynamisch schiereiland vanwege de potentie van de kusten.
Kritische succesfactoren • Regionale samenwerking en afstemming over verstedelijkingsopgaven • Gebiedsgericht maatwerk voor ontwikkelingen in de regio • Herbestemming van erfgoed en waardevolle gebouwen • Bereikbaarheid op orde
12. Nieuwe ontwikkelingen van woningbouw en voorzieningen worden geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk, en voegen zich naar de vraag op basis van de meest actuele cijfers
Uitgangspunt bij dit principe is dat ontwikkelingen zo veel mogelijk binnenstedelijk en –dorps plaatsvinden. Dit geldt voor alle kernen. De omvang waarin dit gebeurt wordt ingegeven door de vraag die er op dat moment is (meest actuele bevolkingsprognoses). Deze wordt afgelezen aan de hand van demografische ontwikkelingen (afspraken over uitleglocaties worden aan de actuele prognoses aangepast), periodieke monitors over woonwensen en woonbehoefte-onderzoeken. Deze ontwikkelingen en daaruit voortvloeiende afspraken worden regionaal ingevuld met ruimte voor maatwerk en herijking. De omvang en verschijningsvorm is passend bij de kernen waarbij grofweg drie typen kernen vallen te onderscheiden. Ook hier kan in regionale afstemming meer onderscheid in worden gemaakt. Het gaat in ieder geval om: Centrumsteden fungeren als kloppend hart voor de omliggende regio’s Regionale centrumsteden- en dorpen kunnen binnenstedelijk verder groeien, rond een goed functionerend OV-knooppunt en een aantrekkelijke (historische) kern. Ze worden stedelijker, robuuster en diverser met gevarieerde woonmilieus en een gemengde economie. Transformatie en revitalisering voegen verder meer stedelijk weefsel toe, goed voor de dynamiek van de stad.
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 43
Groenstedelijke kernen bouwen binnenstedelijk Ontwikkelingen bij groenstedelijke kernen en dorpskernen vinden zoveel mogelijk binnenstedelijk plaats, nabij OVknooppunten. Dorpskernen zorgen voor behoud van voorzieningen in het landelijk gebied Bij de dorpskernen lopen de functies en karakters van de vele kernen ver uiteen. Er worden in regionaal verband keuzes gemaakt over welke dorpskernen als voorzieningencentra (blijven) fungeren. Dit kan bijdragen aan het behoud van voorzieningen en de leefbaarheid in deze gebieden. Er is daarnaast een zeer divers beeld van de sociale cohesie (denk hierbij aan bijvoorbeeld een bruisend verenigingsleven) en ontwikkelkracht per kern. Dit vraagt daarom ook om maatwerk, in samenspraak met de lokale bevolking en ondernemers. Daar waar de kleinschalige en lokale vraag helder is (kwalitatief en kwantitatief regionaal onderbouwd) is het aan de regio om maatwerk te leveren met oog voor onder andere de natuur, agrisector, duurzaamheid en milieu. Kritische succesfactoren • Regionale samenwerking • Maatwerk per regio • Betrekken van de bevolking/gemeenschappen • Aanpasbaarheid van bestaande woningvoorraad op feitelijke bevolkingssamenstelling en behoefte
13. Om de bereikbaarheid van het noordelijk deel van de provincie te verbeteren, worden functies of bestemmingen zoveel mogelijk gebundeld nabij OV-, weg-, energie-, agri- en data-knooppunten, aangevuld met de ontwikkeling van vraaggestuurde vervoersconcepten Binnen het regionale netwerk wordt bepaald hoe de kernen elkaar kunnen versterken. Hier is de bereikbaarheid niet altijd de grootste opgave. De opgave zit meer in de beschikbaarheid van mobiliteit. Kunnen er verschillende modaliteitsvormen naast elkaar bestaan? Waar mogelijk worden de veelgebruikte verbindingen versterkt. Door bepaalde functies of bestemmingen zoveel mogelijk te bundelen nabij een OV-, weg-, energie-, agri- en dataknooppunt, kunnen de verkeersstromen toenemen. Dat maakt een reguliere, hoogwaardige vorm van OV gerechtvaardigd en rendabel. Mobiliteit op maat, bijvoorbeeld mobility as a service, en burgerinitiatieven kunnen bijdragen aan vergroting van mobiliteitsmogelijkheden. Ons doel is dat in het jaar 2050 de fiets een nog belangrijker rol speelt in de regionale mobiliteit van Noord-Holland. Er is dan één compleet, herkenbaar en veilig netwerk van fietspaden: op de belangrijkste regionale verbindingen tussen steden, werklocaties, OV-knooppunten, onderwijsinstellingen en natuurgebieden.
Kritische succesfactoren • Een basisbereikbaarheid voor de kleine kernen naar de voorzieningen van grote(re) kern of stad • Voor mobility as a service is goede regelgeving en financiering nodig • Vanuit de centrumsteden is een goede relatie met de eigen centrumkern van belang. Voor stedelijke gebieden als Hoorn en Alkmaar is dat Amsterdam/de MRA. Tegelijk is een goede verbinding tussen de centrumstad en omliggende kernen en regio’s van zeer groot belang. Dit stelt eisen aan de kwaliteit van de verbindingen, in capaciteit, vervoersmodaliteit en frequentie. De A9- en de A7-corridors zijn daarin de backbone van het systeem. In de oude kernen ontbreekt de ruimte om alle manieren van vervoer te laten bestaan. De inzet is hier gericht op het vermijden van autogebruik. Voor gemeenten in Gooi en Vechtstreek zijn de verbindingen met de omliggende steden Amsterdam, Almere, Amersfoort en Utrecht van belang, alsmede de goede verbindingen tussen de kernen in Gooi en Vechtstreek • Ook wordt op de grenzen van de gebieden (NHN en MRA) en modaliteiten (knopen) een overstap tussen de verschillende vervoersmogelijkheden of een opstap op het metropolitane systeem bevorderd • Samenwerking
44 |
NIEUWE ENERGIE Economische kansen benutten van energietransitie •
• • •
•
Ambitie is een klimaatneutrale provincie in 2050 en benutting van de economische potentie van de energietransitie en de circulaire economie Adaptieve strategie voor het ontwikkelen van een duurzame energiemix op land Grootschalige energieopwekking op zee Ruimte voor energie-infrastructuur in NoordHolland met Noordzeekanaalgebied en Den Helder als schakels in een nationaal netwerk Ruimte voor circulaire economie, met name in Noordzeekanaalgebied, Westas en Boekelermeer met ruimte voor experiment
We willen in 2050 een klimaatneutrale en volledig circulaire provincie zijn, in lijn met de nationale doelstelling op dit gebied. Deze ambitie is gekoppeld aan de doelstelling van het Klimaatakkoord om te komen tot 49% CO2-reductie in 2030. Dat betekent dat we ruimte
bieden aan de energietransitie. De transitie naar opwekking en gebruik van duurzame energie heeft consequenties voor de energiehuishouding en de energieinfrastructuur. Elektriciteit zal op veel meer plekken dan we gewend zijn worden opgewekt. Noord-Holland energieneutraal op eigen grondgebied is niet haalbaar, zo blijkt uit onderzoek. Om te voorzien in de behoefte aan elektriciteit in de provincie is energie nodig die wordt opgewekt op land en op zee. Ook zijn er systemen nodig om in onze warmtebehoefte te voorzien, zoals systemen die elektriciteit in warmte omzetten. Daarnaast is ruimte nodig voor opslag van energie, zodat vraag en aanbod van energie beter op elkaar kunnen worden afgestemd. Technologieën op het gebied van duurzame energie zijn voortdurend in ontwikkeling. Denk bijvoorbeeld aan de enorme snelheid waarmee windparken op zee zich ontwikkelen. Dat vraagt om een adaptieve strategie die ruimte laat om te variëren in de duurzame-energiemix. Bovendien brengen deze nieuwe technologieën nieuwe gezondheids- en veiligheidsaspecten met zich mee. De huidige en toekomstige energie-infrastructuur speelt een doorslaggevende rol bij de economische kansen van de energietransitie. Noord-Holland ligt heel gunstig om zich te ontwikkelen tot een belangrijke schakel in het nationale en internationale energienetwerk.
Op de Noordzee wordt veel nieuwe energie opgewekt die maar op enkele plekken aan land kan worden gebracht. Den Helder en het Noordzeekanaalgebied (NZKG) zijn hiertoe bijzonder geschikt, vanwege hun potentiële functie als draaischijf (aanlanding, opslag, doorvoer en verdeling van duurzame energie) en de energie-infrastructuur die al aanwezig is. Naast een energietransitie is er ook een economische transitie gaande: een overgang naar een meer kennisintensieve en circulaire economie. Deze ontwikkeling draagt eveneens fors bij aan het halen van de
7
Zie: http://www.pbl.nl/publicaties/kan-de-circulaire-economie-een-
bijdrage-leveren-aan-de-energietransitie
@
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 45
LEGENDA
A
A
@
Energie Aangewezen gebieden Wind op Zee Bestaande windparken Transportrichting duurzame energie (indicatief)
Warmte Kansrijke geothermie gebieden Mogelijk grid warmteputten Oppervlaktewater Restwarmte TATA Steel en NZKG Restwarmte
Gas en CO2 Ondergrondse gasopslag Glastuinbouw OCAP - CO2 leiding (indicatief + planning) CO2 overschot / tekort Transportrichting CO2 (indicatief) Draaischijf voor ‘nieuwe energie’ Veenweide gebieden
Energie stromen
Ruimte voor circulaire economie
Stromen materiaal en personeel Huidige en potentiële windparken
5
Havens t.b.v. de off-shore
Foto: Theo Baart
10
20 km
N
46 |
klimaatdoelstellingen7. De provincie wil de beweging richting circulaire economie versnellen en zij aan zij staan met de voortrekkers daarin. Doel is het verminderen van het verlies van (primaire) grondstoffen die geschikt zijn voor hergebruik. In 2030 moet dit verlies met de helft zijn teruggedrongen, in vergelijking met 2018. In 2050 willen we volledige circulariteit bereiken. In het bijzonder in het Noordzeekanaalgebied en de Westas zien wij hiervoor kansen. Het ruimtegebruik zal hierdoor veranderen, maar ook als gevolg van de nieuwe en toenemende betekenis van de stad als woon- én werkgebied voor hoogopgeleide
kenniswerkers (zie ook Verkenningen NH2050). Zo zijn er datacenters op strategisch gesitueerde locaties nodig. Die vragen heel veel energie, maar geven ook veel warmte af. Het is dus zaak ruimte te creëren voor nieuwe energie en circulaire economie, en deze bedrijvigheid te koppelen aan de ruimtelijk-economische veranderingen: ze moeten onderdeel worden van andere, grote integrale opgaven, zoals duurzame mobiliteit, duurzame verstedelijking en duurzame, circulaire landbouw. Bijvoorbeeld door het ruimtelijk clusteren van energievraag en –aanbod. Een goede energie-infrastructuur is van wezenlijk belang voor de economische transitie die nodig is.
Randvoorwaarde • Om de provincie klimaatneutraal te laten zijn in 2050, zijn tot 2030 de afspraken leidend uit het Klimaatakkoord (2018) Kritische succesfactoren • Robuuste en toekomstbestendige energie- en data-infrastructuur • Maximale benutting van besparingsmogelijkheden • Experimenteerruimte voor en kennisuitwisseling over innovatieve oplossingen • Regelgeving
14. De regionale optimale energiemix voor opwekking van hernieuwbare energie in de ondergrond, op de bovengrond en in de bebouwde omgeving past bij de regionale landschappelijke en gebiedskwaliteiten en de economische kansen Noord-Holland kenmerkt zich door regio’s die door natuurlijke omstandigheden (geologische, geomorfologisch en klimatologisch) specifieke kwaliteiten hebben: relatief windrijk, veel zonuren en de beschikbaarheid van aardwarmte. Het is zaak deze kwaliteiten optimaal te benutten voor de opwekking van hernieuwbare energie (elektriciteit en lagetemperatuurwarmte), zonder onaanvaardbare inbreuk te doen op landschappelijke en gebiedskwaliteiten. Binnen dit kader geldt als uitgangspunt dat we gebruikmaken van die vormen van duurzame energie, die zorgen voor de meeste energieopbrengst tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Bij de invulling van de regionale energiemix zijn de economische kansen voor belangrijke economische clusters richtinggevend (zie kritische succesfactoren als voorbeelden). De warmtevoorziening is een belangrijk onderdeel van de energietransitie in Noord-Holland. In het zuidelijk deel van de provincie is de vraag naar warmte het grootst; daar is weliswaar restwarmte beschikbaar, maar in onvoldoende mate. De beschikbaarheid van aardwarmte is in dit deel nog onzeker.
Wel beschikken sommige gebieden in het zuiden van de provincie over een warmtenetwerk. In het noordelijk deel is de vraag naar warmte verhoudingsgewijs het laagst, maar is er wel aanbod van aardwarmte en slechts lokaal van warmtenetwerken. Er moeten strategieën komen voor warmtesystemen die de warmte van hernieuwbare bronnen samen met restwarmte van bedrijven naar afnemers brengen (bedrijf, wijk en regio). Randvoorwaarden • Warmtevoorziening moet toekomstbestendig, betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam zijn • Er moet onderzoek komen naar de potentie van iedere energiebron per gebied Kritische succesfactoren • De aanwezigheid van geothermie in Noord-Holland Noord (onder andere) benutten voor de verduurzaming van de glastuinbouw in Noord-Holland Noord • De aanwezigheid van wind op zee benutten voor de verduurzaming van Tata Steel • Wind op zee benutten voor de verdere ontwikkeling van de offshore industrie • Wind op zee benutten voor ontwikkeling van industriële toepassingen in opslag en doorvoer van hernieuwbare energie
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 47
15. Vraag en aanbod van hernieuwbare energie worden zodanig gebundeld dat sprake is van efficiënte benutting van bestaande en nieuwe energie-infrastructuur en van restwarmte Economische en andere stedelijke activiteiten kunnen van elkaars nabijheid profiteren. Het is zaak daarmee rekening te houden bij het reserveren van ruimte voor deze activiteiten. Zo nemen de kansen op synergie toe. Dat geldt in het bijzonder voor energietransitie: het bundelen van vraag en aanbod is voordelig: er is dan minder energieverlies ende ruimte wordt efficiënter gebruikt. Om het energiesysteem in z’n totaliteit goed te laten functioneren, moet goed afgewogen worden waar nieuwe, grote energievragers komen, zoals datacenters. Bepaald moet worden waar de nieuwe energievraag het beste gefaciliteerd kan worden op basis van de onderliggende infrastructuur. Volgens het uitgangspunt ‘lokaal wat kan’, heeft de gemeente het hier voor het zeggen (via de omgevingsplannen). Vanuit de provincie sturen we op de regionale afstemming hierover. Speciale aandacht is er voor het Noordzeekanaalgebied. Door beschikbaarheid van grootschalige kavels en ruimte voor hogere milieucategorieën, leent dat zich bij uitstek voor clustering van duurzameenergievoorzieningen voor Amsterdam en omgeving. Het belang van deze voorzieningen is groot, ook om de woningbouwopgave in deze regio duurzaam vorm te geven.
In Noord-Holland Noord is de Boekelermeer geschikt voor duurzame-energievoorzieningen. Kritische succesfactoren • Regionale afstemming van kansrijke ontwikkelingen • Ruimte in het Noordzeekanaalgebied als draaischijf benutten • Goede afstemming van ondergrondse energie-infrastructuur met andere functies in de ondergrond
16. Ruimte wordt gereserveerd voor directe aanwending, opslag en doorvoer van door wind op zee opgewekte energie De locaties voor wind op zee zijn voor een belangrijk deel gelegen voor de kust van Noord-Holland. Dit biedt meerdere kansen voor Noord-Holland. De energie die op zee wordt opgewekt, kan niet overal aan land worden gebracht. Ook is het niet altijd mogelijk om goed in te spelen op de kansen om ruimtelijk-economische ontwikkelingen te koppelen. Het Noordzeekanaalgebied en afhankelijk van de aanlandingsmogelijkheden voor energie bij Den Helder zijn tot 2030 de eerst aangewezen locaties voor het treffen van ruimtelijke maatregelen om de aanlanding van op zee opgewekte elektriciteit goed te laten plaatsvinden. Hoe dat gebeurt, hangt mede af van de energiebehoefte op land. Tot 2030 betreft de opwekking voor de kust vooral stroom. Daarnaast komt ook de directe omzetting naar waterstof meer in beeld, met een hele andere ruimtelijke impact. Over de aanlanding van wind op zee zullen met verschillende partners regionale afspraken worden gemaakt in convenanten.
Kritische succesfactoren • Samenhang tussen aanlandingspunten van energie uit wind op zee met • Locaties waar deze energie direct gebruikt wordt (zoals Tata Steel) • Gebieden waar opslag en doorvoer van de energie ruimtelijk-economisch mogelijk is • De aanwezige energie-infrastructuur
48 |
17. Op strategische locaties wordt ruimte gereserveerd voor opslag en verwerking van reststromen Bij circulaire economie zijn het terugwinnen van grondstoffen, het inzetten van reststromen en verwaarding belangrijk. Dat vereist ruimte voor opslag en verwerking van materialen en reststromen, waaronder CO2. Het gaat niet alleen om fysieke ruimte voor deze (grootschalige) activiteiten, maar ook om milieuruimte voor de hinder die hierbij komt kijken. De beweging richting circulaire economie moet versnellen, waarbij wij in het bijzonder in het Noordzeekanaalgebied en de Westas (grootschalige) kansen zien. Maar regionaal zijn er ook kansen, zoals voor de Boekelermeer. Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor de ruimtelijke sturing via de omgevingsplannen; de provincie stuurt op regionale afstemming. Daarnaast geven we als provinciale organisatie het goede voorbeeld: van inkoop tot aanbesteding. Waar mogelijk zetten we zelf de stap naar circulair en faciliteren we met kennis, contracten en subsidies om innovaties te stimuleren. Kritische succesfactor • Goede aansluiting van onderwijs op arbeidsmarkt
Afbeelding: Ontwikkelperspectief voor circulaire economie (bron: We maken het rond: Ontwikkelperspectief circulaire economie p (2017))
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 49
50 |
NATUURLIJK EN VITAAL LANDELIJKE OMGEVING
Foto: Theo Baart
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 51
@
LEGENDA
Vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agrifoodsector • • • • •
Economisch duurzame ontwikkeling van de agrifoodsector Vergroten van biodiversiteit in Noord-Holland Natuur-, recreatieve en waterdoelen worden in samenhang gerealiseerd Partnerschap tussen agrifoodsector en ontwikkeling natuurwaarden Maatwerk in omvang en tempo van veranderingen
In Noord-Holland is er voor een natuurlijke en vitaal landelijke omgeving een goede balans nodig tussen de agrifoodsector en de natuur- en watersystemen. De landelijke omgeving in Noord-Holland is van oudsher bepaald door het watersysteem, het landbouwkundig gebruik en de natuurgebieden. We zoeken continu naar de juiste balans tussen een gezonde leefomgeving, een sterke economische ontwikkeling en robuuste natuurlijke systemen. De agrifoodsector geeft steeds vaker invulling aan de gewenste balans. Dit gebeurt door het vergroten en benutten van biodiversiteit (onder andere in de bodem), technologische ontwikkelingen, door natuur onderdeel te laten zijn van de bedrijfsvoering, efficiëntieverbetering en verbetering en vernieuwing van gewassen. Uit oogpunt van het bieden van voedselzekerheid en voedselveiligheid is een verantwoorde voedselproductie een gezamenlijke ambitie van de provincie en de sector. Verantwoord wil zeggen: onder gezonde en gecontroleerde omstandigheden. De Metropoolregio Amsterdam heeft de ambitie toonaangevend te zijn op het gebied van duurzame moderne voedselvoorziening voor de stad. Het begrip ‘regio’ moet daarbij ruim worden opgevat; de andere delen van de provincies Noord-Holland en Flevoland worden daarbij betrokken, vanwege daar aanwezige belangrijke agrarische productiegebieden (inclusief vis), waarvan de metropoolregio mede afhankelijk is.
Natuurwaarden zijn van grote betekenis voor een gezonde leefomgeving. Het grote aantal verschillende ecosystemen in Noord-Holland biedt mogelijkheden voor een enorme biodiversiteit en veel verschillende landschappen. Om de biodiversiteit te vergroten, is een sterk natuurnetwerk met hoge natuurwaarden voorwaarde. Een goed natuurbeheer, agrarisch natuurbeheer en ecologische verbindingen tussen de natuurgebieden vergroten de veerkracht van het natuurnetwerk. Ook helpt het als ontwikkelingen als verstedelijking, ontwikkelingen in de landbouw en klimaatmaatregelen zoveel mogelijk natuurinclusief zijn. Niet alleen in kwantitatieve zin (hectares), maar ook
A
Greenports (Noord-Holland Noord en Aalsmeer) Seedvalley (indicatieve begrenzing) Logistieke corridor Natuur Netwerk Nederland Ecologische verbinding (EHS) Fijnmazig ecologisch netwerk (indicatief) Veenweide
5
10
20 km
N
52 |
in kwalitatieve zin (soortenrijkdom, toegankelijkheid). De groeiende bewustwording in de landbouw dat meer rekening gehouden moet worden met natuurwaarden, draagt hieraan bij. Met aansluiting op de natuurlijke processen leidt natuurinclusieve landbouw (gericht op minder emissies van nutriënten en gebruik van minder gewasbeschermingsmiddelen) tot vermindering van de druk op het milieu en vergroting van de biodiversiteit. Biodiverse natuur kan ook veel ecosysteemdiensten leveren. Zo kan bijvoorbeeld een grote en diverse insectenpopulatie sterk bijdragen aan gewasbescherming en bestuiving. Fijnmazige groenblauwe verbindingen tussen de natuurgebieden verbeteren de veerkracht van het totale natuurnetwerk en, slim ingericht, kunnen ze bijdragen aan de belevingswaarde van het landschap, de
versterking van de watersystemen en de verbinding van natuurlijke systemen. In landbouwgebieden draagt de verbetering van de milieukwaliteit – samen met een meer natuurinclusieve landbouw – bij aan meer natuurlijke ziekte- en plaagbestrijding, bestuiving, biodiversiteit en vastlegging van CO2. In de stedelijke omgeving draagt natuur bij aan het tegengaan van hittestress, wateropvang, biodiversiteit, en aan welzijn en gezondheid van de mensen.
18. De agrifoodsector wordt gefaciliteerd bij de duurzame en economische ontwikkeling Agrifood is de verzameling van (economische) activiteiten van zaadje tot gereed product dat de consument bereikt. De provincie Noord-Holland biedt ruimte aan toekomstgericht en duurzaam ondernemerschap, inspelend op de maatschappelijke vraag en marktbehoeftes. De ambitie is de ontwikkeling van een toekomstbestendig agribusinesslandschap: een landschap waarin de agrarische keten optimaal functioneert en innoveert, passend binnen andere maatschappelijke doelstellingen.
Kritische succesfactoren • Klimaatadaptief vermogen van de sector, waaronder voldoende zoet water (zelfvoorziening) • Bereidheid van de sector tot verduurzaming, rekening houdend met natuur, landschap en biodiversiteit • Behoud en versterking van de kennisinfrastructuur innovatiemogelijkheden • Schaalvergroting alleen als die samengaat met economische, maatschappelijke en duurzame ontwikkeling • Ruimte voor functiemenging en functiestapeling, mits die bijdragen aan duurzaamheid en aan een economisch sterke sector • Clustering van sectoren die van elkaars nabijheid kunnen profiteren en waar dit vanuit duurzaamheidsperspectief voordelen biedt: glastuinbouw, permanente bollen, zaadteelt en veredelingsbedrijven • Logistieke ruimte en fysieke en digitale bereikbaarheid • Mogelijkheden voor alternatieve teelten, bijvoorbeeld in de veenweidegebieden • Benutten van vrijkomende agrarische bebouwing voor andere functies of verduurzaming van omliggende bedrijven • Voldoende tijdelijke huisvesting en voorzieningen voor arbeidsmigranten
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 53
19. Natuurlijke processen zijn richtinggevend voor inrichting en beheer van nieuwe en bestaande natuurgebieden We streven naar gezonde en natuurlijke ecosystemen, die een stootje kunnen hebben. In Noord-Holland zijn natuurlijke processen voornamelijk bepaald door het watersysteem, zowel langs de drie kusten, als in het poldersysteem. In veel gebieden is het historische landbouwkundige gebruik bepalend voor de aanwezige natuurwaarden. Extensieve vormen van landbouwkundig gebruik worden ook nu nog benut voor het beheer van natuurgebieden. Natuur is niet statisch, natuurdoelen kunnen wijzigen onder invloed van fysieke en maatschappelijke ontwikkelingen van buitenaf. Dat betekent bijvoorbeeld dat de natuurdoelen zullen mee veranderen met veranderingen die op lange termijn te verwachten zijn in het watersysteem, als gevolg van klimaatadaptatie, specifiek in de veenweidegebieden. De veranderingen zijn gebiedsspecifiek, maatwerk is dus van belang. We houden hierbij wel vast aan de bescherming van de natuurwaarden van Europees belang, zoals vastgelegd in het Natura 2000-beleid. Natuur- en waterdoelen worden in het vervolg altijd in gezamenlijkheid gerealiseerd Waterbeheer, natuurbeheer en recreatie worden meer in samenhang aangepakt. Aanvullend op het natuurnetwerk streven we naar multifunctionele groene ruimten waarin natuur, water, recreatie en landbouw worden gecombineerd.
Zoals (piek) waterbergingsgebieden die worden ingericht als natuur en recreatiegebied, en die ondersteunend kunnen zijn voor landbouwkundig watergebruik. Of overgangen tussen land- en waternatuur, die de kansen voor biodiversiteit en een betere waterkwaliteit vergroten. Groene verbindingen tussen stad en landelijk gebied kunnen waterberging, recreatie, klimaatverandering, gezondheid en natuur combineren. Zo ontstaan multifunctionele groene ruimten met een grotere biodiversiteit. De landbouw draagt verder bij aan de verbetering van de kwaliteit en vermindering van emissies van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen naar natuurgebieden en oppervlaktewater door nieuwe en innovatieve teeltsystemen (naast doorvoering van rendementsverbeteringen).
Kritische succesfactoren • Draagvlak bij gebruikers om het bedrijfssysteem aan te passen aan de beschikbaarheid van zoetwater • Beheer en inrichting van natuurgebieden moeten aansluiten op het gebruik en de ontstaansgeschiedenis van die gebieden, om verschillende typen natuur te houden • Kleinschalige agrarische kavelruil om ruimte voor nieuwe natuur en sterke landbouw vrij te maken • (Stimulering van) agrarisch natuurbeheer op de juiste locatie • Gebiedsgerichte ontwikkeling bedoeld om slimme combinaties te maken, bijvoorbeeld ruimte voor recreatie, natuur en waterberging • Goede afstemming tussen water- en natuurbeheer (zoals natuurvriendelijke oevers)
54 |
20. Om een robuust ecosysteem te realiseren worden verbindingen tussen natuurgebieden verbeterd en functies slim gepositioneerd De bestaande natuurgebieden zijn een bron voor de biodiversiteit in de provincie. Beter behoud en beheer van deze gebieden is dan ook basis voor vergroting van de biodiversiteit. Bestaande natuurgebieden worden versterkt door zonering van recreatie, door slimmer landgebruik, versterking van verbindingen tussen natuurgebieden en door functies te combineren. Daar waar mogelijk wordt agrarisch natuurbeheer geconcentreerd rond natuurgebieden, wat bijdraagt aan betere bescherming van de natuurwaarden in de NNN. Een gebiedsgerichte aanpak kan de verwachte groei van recreatiedruk opvangen. Deze aanpak combineert ruimte voor natuurontwikkeling, recreatie, waterberging en landbouw. Ook houden we bij de locatiekeuze en clustering van functies rekening met de gevolgen voor water. Bijvoorbeeld met het waterpeil en de zoetwatervraag (opdat die niet toeneemt).