BIJLAGE_9_Provinciale-omgevingsvisie-NH2050_ProvincieNH_20181119.pdf
Tekst van het document
OMGEVINGSVISIE NH2050 Balans tussen economische groei en leefbaarheid
OMGEVIN
2|
Foto: Theo Baart
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 3
5
Voorwoord
6
Urgentie en koers
8
| De acht meest urgente ontwikkelingen in de leefomgeving van
Noord-Holland 10
| Koers NH2050: ambities en doelstellingen
11
| Balans tussen economische groei en leefbaarheid
14 Visie 16
| Noord-Holland in beweging 17
| Op weg naar een economisch duurzame toekomst
17
| Leeswijzer: werking Omgevingsvisie
18
| Leefomgevingskwaliteit
24 | Dynamisch schiereiland 30 | Metropool in ontwikkeling 40 | Sterke kernen, sterke regio’s 44 | Nieuwe energie 50 | Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving
56 | Samenhang bewegingen
58 | Noord-Hollandse kwaliteiten in context
62 Van visie naar uitvoering 64 | Van visie naar uitvoering 64 | De Omgevingsvisie als onderdeel van de beleidscyclus 65 | Werkwijze 66 | Opgavegerichte uitvoering
72
| Proces
74
| Begrippenlijst
77
| Colofon
INHOUD
4|
Foto: Theo Baart
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 5
VOORWOORD Voor u ligt de Omgevingsvisie NH2050. Het resultaat van een bijzonder en intensief proces! Een proces dat, zoals aangekondigd in ons Coalitieakkoord 2015 – 2019 ‘Ruimte voor Groei’, is gestart voorjaar 2016. De wereld is continu in verandering. Mondiale invloeden zijn groter dan ooit. Technologische ontwikkelingen bieden steeds meer mogelijkheden waarvan de impact nauwelijks voorstelbaar is. Veranderingen gaan steeds sneller en de onzekerheden daarover nemen toe. Met die wetenschap in het achterhoofd hebben wij een Omgevingsvisie opgesteld om koers te zetten richting de toekomst. Om onszelf richting mee te geven en onderwerpen aan te geven waar we als samenleving iets mee moeten. Gewoonweg omdat ze op ons afkomen, of we het leuk vinden of niet. Klimaatverandering, energietransitie, veranderende economieën, grote woningbehoeftes, bodemdaling, verminderde biodiversiteit. Het is een greep uit de vele grote onderwerpen waar opgaven in schuil gaan. Met deze visie proberen we in samenhang te kijken naar die opties. Provinciale Staten hebben ambities geformuleerd op die onderwerpen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat.
Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kúnnen investeren in een prettige leefomgeving. Omdat het leefbaar houden van onze mooie provincie ook vraagt om grote investeringen in bijvoorbeeld het landschap, natuurontwikkeling en de transitie naar een duurzame energiehuishouding. We proberen kansen te benutten die zich bij veranderingen voordoen. Economische kansen bijvoorbeeld van energietransitie, ingegeven door de gunstige ligging van Noord-Holland. Kansen voor mooie aanvullende woonmilieus en aansprekende landschappen, om de mensen die hier wonen, werken en op bezoek komen in een prettig leefbare provincie te verwelkomen. Kansen ook om nieuwe mobiliteitsconcepten uit te proberen in een gebied met bereikbaarheidsopgaven. Mogelijkheden voor de ontwikkeling van circulaire economie door slimmer om te gaan met de al aanwezige grondstoffen. En uitdagingen om in een drukker wordende provincie oplossingen te bedenken waardoor het hier leefbaar blijft. Deze Omgevingsvisie pretendeert daarbij niet te kunnen voorspellen hoe de wereld en Noord-Holland in het bijzonder er in 2050 uitziet. Wel proberen we met onze visie, vanuit de bestaande kwaliteiten en de kansen die veranderingen met zich meebrengen, een richting uit te zetten om houvast te bieden naar die onzekere toekomst.
Die richting bestaat uit het benoemen van een aantal bewegingen naar de toekomst toe, een aantal ontwikkelprincipes die ons moeten helpen om in samenhang naar ontwikkelingen te kijken. En uiteindelijk ook een aantal randvoorwaarden waar soms ook gewoon regels bij horen om iedereen duidelijkheid te geven over de letterlijke en figuurlijke ruimte die er is om de veranderingen die op ons afkomen in goede banen te leiden. Bovenal beoogt de visie een uitnodiging te zijn aan onze inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en mede-overheden om samen de tocht richting toekomst vorm te geven. Om die reden is onze Omgevingsvisie NH2050 in co-creatie tot stand gekomen met continue inbreng van heel veel partijen, professionals én inwoners. We zijn ze daarvoor zeer erkentelijk. Een vastgestelde Omgevingsvisie is echter niet het eindpunt van het gesprek over de toekomst van onze provincie. De belangrijkste opgave ligt nog voor ons. En dat is om onze visie waar te gaan maken. Door dit toekomstperspectief te vertalen naar wat we concreet gaan doen op de korte termijn. In het laatste hoofdstuk geven we hier al een aanzet toe. Hier willen we samen met u de komende jaren verder uitwerking aan geven!
Joke Geldhof Coördinerend gedeputeerde Omgevingsvisie
6|
URGENTIE EN KOERS
Foto: Theo Baart
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 7
8|
De acht meest urgente ontwikkelingen in de leefomgeving van Noord-Holland In de Verkenningen NH20501 zijn acht hoofdthema's van trends en ontwikkelingen, met hun kernopgaven, geformuleerd. Deze bieden een referentie om te bepalen welke onderwerpen en opgaven terug moeten komen in de Omgevingsvisie NH2050.
Klimaatverandering bedreigt onze leefomgeving Klimaatscenario’s van het KNMI laten nu nog een zeespiegelstijging zien van maximaal 1 meter in 2100 (ten opzichte van 1995). Er zijn wetenschappers die met veel hogere stijgingen rekening houden: maximaal 2 meter in 2100 indien de opwarming tot 2O Celsius kan worden beperkt en maximaal 3 meter indien de opwarming oploopt tot 4O Celsius. Na 2100 kan deze extra versnelde zeespiegelstijging doorzetten tot 5 en mogelijk 8 meter in 2200. De eerder door het KNMI voor 2050 voorspelde extreemweersituaties blijken zich nu al voor te doen. Met veel overlast en maatschappelijke schade tot gevolg. Willen we Noord-Holland veilig houden tegen de dreiging van het water voor onze inwoners en aanwezige economische waarden? Zijn we daarom bereid om bij elke nieuwe ontwikkeling waterrobuust inrichten volgens het principe van meerlaagse veiligheid als leidend principe te hanteren?
Bodem, water en luchtkwaliteit De kwaliteit van bodem, water en lucht is verbeterd, maar is nog niet overal gezond. Verdere verbetering is grotendeels afhankelijk van lokale, maar zeker ook landelijke, zelfs internationale regelgeving en van nieuwe technologie. De bodemvervuiling met risico’s voor gezondheid en biodiversiteit is grotendeels beheerst. Hoe geven we invulling aan de opgave voor gezonde luchtkwaliteit, bij de groeiende verstedelijking en mobiliteit? Willen we bodemdaling tegengaan om onder andere de CO2-uitstoot door veenafbraak te verminderen? De ondergrond wordt in toenemende mate benut. Denk aan ondergronds bouwen, bodemenergie of de opslag van gas. Hoe gaan we hier mee om, onder andere in relatie tot veiligheid en de kwaliteit van het grondwater?
Noord-Hollandse landschap een bijdrage moet leveren aan het herstel van de biodiversiteit? Zijn we bereid te investeren in het vergroten van biodiversiteit binnen heel Noord-Holland?
Economische transitie De economie zit met name door mondiale ontwikkelingen in een grote transitie naar bijvoorbeeld circulaire economie, digitale economie (automatisering, technologische ontwikkelingen met effect op elk gebied, zowel op (landbouw)productie als mobiliteit), meer hybride vormen van bedrijfsvoering die zich niet meer verhouden met statische regels in wetten en verordeningen. Wil de provincie vol inzetten op een top ICTinfrastructuur en letterlijk en regeltechnisch ruimte geven aan experimenten voor circulaire economie en hybride bedrijfsvormen?
Energietransitie De voortgaande klimaatverandering, geopolitieke verschuivingen en op den duur uitputting van grondstoffen maken energietransitie naar hernieuwbare bronnen urgenter dan ooit. Wil de provincie inzetten op het ruim baan geven aan initiatieven voor hernieuwbare energiebronnen en de aanleg van smart grids? Moeten we sturen op doelen in termen van percentages hernieuwbaar of op de verschijningsvorm ervan?
Mobiliteit De behoefte aan mobiliteit neemt verder toe, waarbij verplaatsingspatronen steeds diffuser worden en de impact en snelheid van technologische veranderingen omkleed zijn met tal van onzekerheden. Moeten we ervoor kiezen om in het verstedelijkte zuiden in te zetten op binnenstedelijke verdichting, bij voorkeur bij OVknooppunten, en op uitbreiding en aanpassing van het regionale OV-systeem? En zouden we in het noorden moeten inzetten op individueel vervoer en vraagafhankelijk OV met inzet van nieuwe technologie?
Biodiversiteit In 42 jaar 58% verlies aan biodiversiteit wereldwijd. De biodiversiteit is in 2016 in Noord-Holland met 85% afgenomen ten opzichte van de oorspronkelijke ongestoorde situatie rond 1700. Inmiddels lijkt deze afname tot stilstand te komen volgens het PBL. De opgave blijft echter onverminderd groot. Afbreuk van onze ecosystemen heeft een negatieve invloed op de basis van ons leven. Willen we dat elke fysieke ingreep in het
1
Het document Verkenningen NH2050 is te vindingen op www.noord-holland.nl/omgevingsvisie
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 9
Verstedelijking De woningbehoefte voor NHZ en NHN neemt in de toekomst nog steeds toe. De prognoses laten ook in lage scenario’s nog groei zien in de MRA. Ook in Noord-Holland Noord is er een groei vergelijkbaar met het Nederlands gemiddelde, waarbij een deel van Noord-Holland Noord langzamerhand meer in beeld komt bij woningzoekenden in het zuidelijk deel van de provincie. Migratie, vooral van expats, heeft in toenemende mate invloed op de woningbehoefte. Tegelijkertijd is er steeds meer structureel leegstaand vastgoed en kunnen er leefbaarheidsproblemen in verouderde nieuwbouwwijken ontstaan. De woningbehoefte op de korte termijn is groot, op de lange termijn neemt deze volgens de huidige inzichten af. Hoe gaan we om met genoemde onzekerheden en verschillen tussen de vraag op korte en lange termijn?
Landschap Wonen, werken en recreëren concentreren zich verder in de stad en stedelijke agglomeraties, met tot gevolg druk op de stad en het omliggende landschap. Betekent een principe van duurzame verstedelijking, met vooral binnenstedelijk verdichten in de MRA, dat recreatieve doeleinden binnen het metropolitaan landschap het primaat krijgen? Alle genoemde ontwikkelingen geven een beeld van de meest urgente ontwikkelingen die autonoom op onze samenleving afkomen. Het overzicht van ontwikkelingen is niet uitputtend. De volledige tekst van Verkenningen NH2050 is te vinden op www.noord-holland.nl/ Omgevingsvisie.
GEBRUIK
SAMENLEVING
LEEFOMGEVING
klimaatverandering
demografie
bodem, water en luchtkwaliteit
sociale tendensen
economische transitie
energietransitie mobiliteit
natuur en biodiversiteit
governance
verstedelijking - stad en land
Afbeelding: Benaderingswijze duurzame ontwikkeling: fysieke leefomgeving, samenleving, gebruik leefomgeving: Deze drie elementen werken op elkaar in en bepalen uiteindelijk samen de kwaliteit van onze leefomgeving.
10 |
Koers NH2050: ambities en doelstellingen (vastgesteld door PS op 18-12-20172) Hoofdambitie Noord-Holland heeft een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richten we ons op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven.
Sturingsfilosofie We gaan uit van het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’, gelet op de diversiteit aan regio’s, om ruimte te bieden aan maatwerk en om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Hierbij staat de opgave centraal. Dat bepaalt de wijze van sturing en samenwerking.
Ambities Leefomgeving We staan voor een gezonde en veilige basiskwaliteit van de leefomgeving, maar sluiten een verhoging van deze ambitie in de toekomst niet uit. a. Klimaatverandering Onze ambitie is een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland. We ontwikkelen en richten stad, land en infrastructuur klimaatbestendig en waterrobuust in. We zetten ons in om gebiedsgericht en in gezamenlijkheid met de partners die daar mede voor verantwoordelijk zijn de bodemdaling in veenweidegebieden af te remmen, te stoppen en zo mogelijk te herstellen. b. Gezondheid en veiligheid Onze ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Dit betreft bodem, water, lucht, omgevingsveiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond. In elk geval voldoen we aan de wettelijke normen, en waar mogelijk zoeken we ruimte voor verbetering3. We spannen ons in om samen met onze partners zo spoedig mogelijk aan de KRW-normen voor water en aan de WHOnormen voor luchtkwaliteit te voldoen, doch uiterlijk in 2027 wat betreft de KRW-normen en 2050 wat betreft de WHO-normen. c. Biodiversiteit en natuur Onze ambitie is om de biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt.
Zoals een gezonde leefomgeving, economisch duurzame landbouw, bodem- en waterkwaliteit, aantrekkelijke verstedelijking en klimaatadaptatie.
Gebruik van de leefomgeving We willen ruimtelijk ontwikkelingen faciliteren, onder voorwaarde van behoud en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit. a. Economische transitie Onze ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. We bieden daarom ruimte aan de ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. b. Wonen en Werken Onze ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. c. Mobiliteit Onze ambitie is dat de inwoners en bedrijven van NoordHolland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. De provincie zet zich in voor het versterken van mobiliteitsopties die hieraan bijdragen, zoals goede OVverbindingen, uitstekende infrastructuur voor alle modaliteiten en technologische innovatie. Inwoners en bedrijven hebben zoveel mogelijk de vrijheid om hun eigen vervoerswijzen te kiezen.
Zodanig dat het totale verkeers- en vervoersnetwerk optimaal wordt gebruikt en ten dienste staat van de ruimtelijk-economische ontwikkeling. We sturen op een optimale afstemming tussen ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur. We streven naar een vorm van basisbereikbaarheid voor kleine kernen. d. Landschap Onze ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Energietransitie Onze ambitie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. Daarom bieden we de ruimte aan de noodzakelijke energietransitie en daarvoor benodigde infrastructuur. Rekening houdend met de ambities voor verstedelijking en landschap. We monitoren de ontwikkeling van de energievraag, het aandeel duurzame energie en de hoogte van de CO2-uitstoot.
2
Het document Koers NH2050 is te vinden op www.noord-holland.nl/omgevingsvisie
3
Daarbij moet aangetekend worden dat de ruimte hiervoor sterk bepaald wordt door externe, soms internationale, factoren die wij als provincie niet altijd direct
kunnen beïnvloeden (internationale afspraken, industrie in omringende landen, etc.)
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 11
Balans tussen economische groei en leefbaarheid Hoofdambitie Inhoudelijk De provincie streeft naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn, en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. We staan voor een gezonde en veilige leefomgeving, goed voor mens, plant en dier, en daarmee ook goed voor het economisch vestigingsklimaat binnen de provincie. Dit evenwicht staat ten dienste van duurzame ontwikkeling: toekomstige generaties moeten ook profiteren van de keuzes die wij maken. Sturingsfilosofie In onze aanpak om ambities waar te maken, geldt het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. Daarbij staat de opgave altijd centraal. Deze bepaalt het schaalniveau, de samenstelling van samenwerkende partijen en de tijdspanne. Vanuit een gedeelde visie op de (bestaande en toekomstige) kwaliteiten van een gebied. Om onze doelen te bereiken benutten we alle beschikbare instrumenten. Vanuit een groot vertrouwen in initiatiefnemers en andere overheden zijn we terughoudend met het opstellen van regels.
Gezonde en veilige leefomgeving in de hele provincie Een gezonde leefomgeving wil zeggen: een woonwerkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico’s en die een gezonde levensstijl ondersteunt.
Natuur en biodiversiteit: natuurinclusief ontwikkelen Voor een gezonde leefomgeving is de aanwezigheid van natuur en biodiversiteit een voorwaarde. Om de biodiversiteit in Noord-Holland op peil te houden zullen toekomstige ontwikkelingen (verstedelijking, landbouw, klimaatmaatregelen) zoveel mogelijk natuurinclusief moeten zijn. Daarmee leveren ze een bijdrage aan behoud en vergroting van de biodiversiteit. Hierbij gaat het niet alleen om de kwantiteit (hectares) maar ook om de kwaliteit (soortenrijkdom, toegankelijkheid). Natuur en maatschappelijke activiteiten zijn wederkerig en kunnen elkaar versterken. Zo kan natuur met veel biodiversiteit ook veel ecosysteemdiensten leveren. Natuur kan bijvoorbeeld ingezet worden in klimaatbuffers en bijdragen aan de gezondheid van mensen. Natuurinclusief bouwen, leven en werken is dan ook een wederkerig beginsel.
Duurzame en vernieuwende economie De economie van morgen is niet alleen duurzaam, maar ook meer en meer afhankelijk van kennis, keuzes en vaardigheden van mensen. Mensen die steeds bewuster hun plaats van vestiging kiezen. In hun slipstream volgen de bedrijven. Voor Noord-Holland komt dat goed uit.
Een belangrijke kwaliteit van Noord-Holland ligt in de grote mate van diversiteit aan steden, landschappen en regio’s. Alle met een sterke eigen identiteit. Hiermee hebben wij een sterke troef in handen. Het is daarom van groot belang ze te bewaren en te versterken. Economische ontwikkelingen dienen qua aard, omvang en vorm aan te sluiten bij de regio of plek. Dit sluit naadloos aan op het uitgangspunt van een duurzame economie. Die houdt rekening met en bouwt voort op de kenmerken en karakteristieken van de locatie, versterkt die, maar wel passend bij de tijd en bij de stand der techniek. De activiteiten zijn dus bij voorkeur vernieuwend, circulair en schoon en dragen bij aan een gezonde en duurzame leefomgeving.
Toekomstbestendige landbouw in NoordHolland Er is in de land- en tuinbouw een omslag gaande naar een adaptieve kringlooplandbouw, die meer rekening houdt met behoud en versterking van biodiversiteit en bodemen waterkwaliteit. De landbouw in Noord-Holland heeft baat bij innovatie om ook op lange termijn rendabel te kunnen functioneren. Uit oogpunt van duurzaamheid in brede zin moeten de vernieuwingen ook voordelig zijn voor natuur en milieu. Een verantwoorde voedselproductie, dus onder diervriendelijke, gezonde en gecontroleerde omstandigheden. Om de regionale kwaliteiten te versterken en innovatie te stimuleren, bieden we ruimte voor experimenten. Indien nodig wordt ruimte geboden aan schaalvergroting.
Klimaatadaptatie Essentieel is dat wij zowel het landelijk als het stedelijk gebied beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Dat vergt aanpassingen in zowel de ruimtelijke inrichting als het watersysteem. Met name in gebieden waar sprake is van verdergaande verstedelijking en verdichting, waardoor bij wateroverlast en droogte de schade aan gebouwen en infrastructuur groot kan zijn. Dit speelt helemaal sterk wanneer ook sprake is van bodemdaling. We zorgen ervoor dat we voldoende zijn voorbereid op wateroverlast, hittestress, verdroging, verzilting en de gevolgen van een overstroming. Nieuwe ontwikkelingen moeten klimaatbestendig en waterrobuust zijn. Ook zijn in sommige bestaande situaties aanpassingen nodig, bijvoorbeeld bij vitale infrastructuur voor energie, drinkwater, ICT en mobiliteit. Met name in stedelijk gebied moet ruimte worden geboden voor het tijdelijk opvangen van water, dat vaker in piekbuien valt. In het landelijk gebied houden we daarnaast ook rekening met verdroging en verzilting.
12 |
We onderzoeken, samen met waterschappen en gemeenten, de mogelijkheid om het waterpeil in bepaalde gebieden niet meer kunstmatig laag te houden, maar om het water ruimte te geven en de functie van het gebied daarop aan te passen. Denk aan bepaalde veenweidegebieden, zoals Laag Holland en het Groene Hart, waar de bodemdaling dan wordt tegengegaan, gestopt en waar mogelijk hersteld. Dat heeft enerzijds consequenties voor het grondgebruik dat moet veranderen, anderzijds helpt het tegen de uitstoot van CO2 en methaan – gassen die bijdragen aan klimaatverandering. Zo kan het tegengaan van bodemdaling bijdragen aan alsook plaatsvinden door slimme natuurontwikkeling. Met vergroting van de biodiversiteit en in sommige gevallen zelfs bodemaangroei als gevolg. Ook ontstaan er mogelijkheden voor andere vormen van landbouw.
Energietransitie We zorgen niet alleen voor bescherming tegen het water, we doen ook ons uiterste best om bij te dragen aan de klimaatdoelstellingen. Gericht op vermindering van de CO2-uitstoot dat een belangrijke veroorzaker is van de klimaatverandering. Het energievraagstuk is een van de belangrijkste opgaven voor de komende tijd. We sturen op een energietransitie met een maximale opwekking van duurzame energie voor de volledige energievraag in Noord-Holland in 2050. Om dit doel van een klimaatneutraal Noord-Holland in 2050 te bereiken, is een optimale mix nodig van energiebesparing en allerlei vormen van duurzame energie. Op weg naar 2050 houden we daarom oog voor alle nieuwe technologieën – ook buiten de energiesector – die daaraan een bijdrage kunnen leveren.
Daar komt veel bij kijken, ook al om de bestaande woningvoorraad van het gas te halen en energiebesparende aanpassingen te doen. Het gaat niet alleen om de opwekking van duurzame energie, maar misschien nog belangrijker om uitbreiding en aanpassing van de infrastructuur die nodig is om deze energie op een effectieve manier te verdelen. Dat heeft consequenties voor locatiekeuzen van nieuwe ontwikkelingen en voor het landschap. De locatie van opwekking en distributie van duurzame energie en in welke vorm is afhankelijk van meerdere zaken. Zoals van de kenmerken van de ondergrond (voor geothermie bijvoorbeeld) en van het zogenoemde draagvermogen van de verschillende landschappen. Ook de stedelijke, met oog op de ruimtelijke kwaliteit. We houden rekening met een forse toename van windmolens op zee voor de kust van Noord-Holland. En daarmee met een of meer aanlandingen van kabels en leidingen vanuit zee op onze kust, waarvoor Den Helder en IJmuiden goede uitgangsposities hebben. De energietransitie vraagt om een hele andere benadering van het energienetwerk, de infrastructuur en de locatiekeuzen voor de functies die daaraan moeten worden verbonden.
Ontwikkeling van stad en land De locatiekeuze voor ruimtelijk-economische ontwikkelingen wordt bepaald door een veelheid aan factoren. De energie-infrastructuur is er daar een van, maar ook de fysieke bereikbaarheid door verkeers- en vervoersnetwerken, en de internet/ICT-infrastructuur, inclusief datacenters.
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 13
De locatiekeuze voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen staat dus onder invloed van de effecten van klimaatverandering, van bereikbaarheid, behoud van landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten en van de energie-infrastructuur. De woningbouwbehoefte wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Nabijheid van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. Daarbij wordt in het ontwerp rekening gehouden met voldoende afvoermogelijkheden van (regen)water, voldoende groen in en om de stad, en optimale verkeersontsluiting met multimodale knooppunten. Uitgangspunt is – en daarop zal het verkeers- en vervoersnetwerk worden geoptimaliseerd – dat men zich effectief, veilig en efficiënt kan verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Daarbij heeft men zo veel mogelijk keuzevrijheid in het bepalen van zijn of haar vervoerswijze.
Metropoolregio Amsterdam: dynamiek in balans houden Door de grote economische dynamiek zijn woon- en werklocaties vooral nodig in het zuidelijk deel van NoordHolland, de Metropoolregio Amsterdam, met Amsterdam als zwaartepunt. Het is nodig om hierin te investeren juist ook uit oogpunt van benutting van de agglomeratiekracht. De grote economische dynamiek betekent dat de druk op het metropolitane landschap groot is, terwijl dat bijzonder belangrijk is voor het vestigingsklimaat. Zorgvuldigheid is dus geboden. Schiphol en het Noordzeekanaalgebied zijn belangrijk voor de economie van Nederland en Noord-Holland in het algemeen en van de MRA in het bijzonder. Gelet op de balans tussen leefbaarheid en een veilige en verantwoorde groei van Schiphol blijven we nadrukkelijk betrokken bij de luchthavenontwikkelingen, waarvoor het Rijk het bevoegd gezag is. Voordat er keuzes worden gemaakt over de ontwikkelingen van Schiphol na 2020, is helderheid van het Rijk over de toekomstige ontwikkeling van de luchtvaart en de luchthaven, in samenhang met vraagstukken rondom thema’s zoals gezondheid (luchtkwaliteit, geluidhinder, nachtvluchten), veiligheid, CO2 en luchtruimherziening, noodzakelijk. Hierbij wordt rekening gehouden met de hinder voor omwonenden, het belang van werkgelegenheid van de vele Noord-Hollanders en het gebruik dat zij van de luchthaven maken.
Noord-Holland Noord: ontwikkeling unieke kracht en kwaliteit Noord-Holland Noord is in vele opzichten economisch kansrijk, zoals voor doorontwikkeling van de agrisector (Greenport Noord-Holland Noord). Tevens heeft de regio goede uitgangspunten om de benodigde energietransitie vorm te geven. Dit komt door de beschikbare ruimte, de mogelijkheden van geothermie en de goede uitgangspositie van de haven van Den Helder ten opzichte van de grote energie-ontwikkelingen op de Noordzee. Daarbij heeft Noord-Holland Noord met ECN in Petten de kennis in huis om een grote rol te spelen in de energietransitie. Het noordelijk deel van Noord-Holland beschikt daarnaast over bijzondere eigen kenmerken en kwaliteiten. Zoals (meer) rust, ruimte, groen, natuur en (gezonde) lucht. Die kwaliteiten zijn het waard om te koesteren. Niet alleen voor de inwoners van die gebieden zelf, voor toeristen, maar ook voor de inwoners in het drukke zuidelijke deel van de provincie die op zijn tijd een meer landelijke omgeving willen bezoeken. Om daar rust en ruimte te kunnen ervaren of een ander type woonmilieu te zoeken. Om deze kwaliteiten te waarborgen is dynamiek en ontwikkeling in Noord-Holland Noord nodig. Verstedelijking nabij knooppunten van openbaar vervoer en in de omgeving van historische binnensteden en de nodige voorzieningen komt daarvoor het meest in aanmerking.
Deze locaties kunnen ook dienen als aanvulling op woon- en werkmilieus in de Metropoolregio Amsterdam. Concreet gaat het om de centrumgemeenten Alkmaar en Hoorn en de omliggende regio’s. Dit is ook goed voor de vitaliteit van de betreffende regio's.
14 |
VISIE
Foto: Theo Baart
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 15
16 |
LEGENDA
NOORD-HOLLAND IN BEWEGING
Bestaande kernen Grote woningbouwlocaties Industriegebieden Strategische reserveringen Ontwikkeling conform visie NZKG 2013 Verzorgingsgebied stedelijke voorzieningen Groene geleding tussen kernen Metropolitaan landschap Grote werkgebieden Metropolitaan OV netwerk Aanvullende OV verbinding OV bereikbaarheid t.b.v. sterke kernen Weginfrastructuur Aanvullingen op het wegnetwerk 'Doorgaand verkeer om de stad' 'Ring A10 als regionale verdeelweg' Aangewezen gebieden Wind op Zee Bestaande windparken Transportrichting duurzame energie (indicatief) Geothermie Potentiële warmte-/koudebronnen Ondergrondse opslag Glastuinbouw OCAP- CO2 leiding (indicatief + planning) Draaischijf 'Nieuwe energie' Ruimte voor circulaire economie Centrum Greenports (NHN + Aalsmeer) Seedvalley (indicatieve begrenzing) Mainports Energy campus
5
10
20 km
N
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 17
Op weg naar een economisch duurzame toekomst De Omgevingsvisie NH2050 wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zo kunnen we voor toekomstige generaties het welvaarts- en welzijnsniveau in Noord-Holland op een hoog niveau houden. Dit betekent dat in Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd; de ruimte voor economische ontwikkeling wordt altijd in samenhang met dit uitgangspunt beschouwd. Duurzame economische ontwikkeling is nodig voor de werkgelegenheid en daarmee voor de bestaanszekerheid van onze inwoners; de provincie Noord-Holland wil ook in de toekomst een provincie zijn voor iedereen om onze provincie sociaal-inclusief te houden. Maar ook om de grote investeringen op te brengen die nodig zijn voor onder meer de transitie naar een duurzameenergiehuishouding, de overgang naar een circulaire economie en het behoud van ons karakteristieke landschap. In de wetenschap dat de wereld waarmee Noord-Holland is verbonden continu verandert, geeft deze visie enerzijds richting en daarmee houvast naar een onbekende toekomst, en anderzijds voldoende ruimte en handelingsperspectief om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. We presenteren dus geen eindbeeld voor 2050. Deze visie laat in algemene zin wel zien wat onze ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden.
Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema’s gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving. Daarnaast schetsen we vijf samenhangende bewegingen. Bewegingen die laten zien hoe we omgaan met opgaven die op onze samenleving afkomen en die we willen faciliteren. Dat doen we door een aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden mee te geven om de beweging naar de toekomst te kunnen maken. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: • Dynamisch schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. • Metropool in ontwikkeling – hierin beschrijven we hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem vergroten we de agglomeratiekracht. • Sterke kernen, sterke regio’s – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden.
•
•
Nieuwe energie – in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving – deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector.
Alle vijf bewegingen hebben een economische drijver. Van de kansen die onze kusten bieden voor toeristischrecreatieve ontwikkeling in Dynamisch schiereiland tot de economische mogelijkheden die de transitie naar duurzame energie bieden voor de ‘draaischijven’ Den Helder en NZKG. De bewegingen verbinden deze economische kansen aan het versterken van de leefbaarheid, juist met het oog op duurzame economische groei. Bijvoorbeeld door de ontwikkeling van het metropolitane landschap nadrukkelijk onderdeel te maken van het gehele metropolitane systeem, inclusief de verstedelijking, alsook om de agrifoodsector te ondersteunen als partner om de biodiversiteit te vergroten.
Leeswijzer: werking Omgevingsvisie De Omgevingsvisie richt zich op langetermijnambities en –doelen, met oog voor kwaliteiten die we langjarig willen koesteren en die probeert in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. De visie spreekt zich dus uit over het Waarom en ten dele over het Wat. Onder de hoofdambitie, Balans tussen economische groei en leefbaarheid, zijn samenhangende ambities geformuleerd. In het Visiedeel zijn de ambities uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. In die bewegingen hanteren we meerdere ontwikkelprincipes. Deze ontwikkelprincipes geven houvast naar de toekomst toe omdat ze op hoofdlijnen beschrijven hoe we ontwikkelingen voor ons zien. Alle ontwikkelprincipes hangen met elkaar samen en moeten dus ook als zodanig worden gelezen. De begeleidende kaartbeelden verbeelden de bewegingen naar de toekomst toe en zijn daarom illustratief. We zorgen voor ruimte en flexibiliteit bij het waarmaken van de ambities. Daartoe maken we bij de uitvoering van de omgevingsvisie gebruik van alle mogelijke instrumenten die tot onze beschikking staan. Welke instrumenten worden ingezet en welke oplossingen worden aangedragen, zal per collegeperiode en ook binnen collegeperiodes worden bepaald. Zodat de op dat moment beste oplossing kan worden ingezet.
Met de Omgevingsvisie denken we de juiste koers te hebben uitgezet om ook in 2050 een economisch concurrerende en leefbare provincie Noord-Holland te zijn en te blijven.
18 |
Leefomgevingskwaliteit • •
•
• • • •
Hoofdambitie: balans tussen economische groei en leefbaarheid Randvoorwaarden voor garantie basiskwaliteit leefomgeving en waar mogelijk verbetering (streven naar het behalen van de WHO-normen in 2050) Randvoorwaarden om te kunnen omgaan met klimaatverandering (adaptatie) (KRW-normen behalen in 2027) Passend ontwikkelen en behouden van (karakteristieke) landschappen Zo veel mogelijk natuurinclusief ontwikkelen passend bij de context Geclusterd ruimtelijk economische ontwikkelingen rond infrastructuur Rekening houden bij ontwikkelingen met de ondergrond
We willen in de hele provincie een goede balans tussen leefbaarheid en economische ontwikkeling. Een belangrijk aspect van de leefbaarheid is een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Daarmee doelen we op aspecten die de fysieke leefomgeving gezond en veilig maken. Denk aan luchtkwaliteit, geur, bodem en ondergrond, waterkwaliteit, geluid, omgevingsveiligheid (gevaarlijke stoffen, brand en explosiegevaar), waterveiligheid en verkeersveiligheid. Maar we doelen ook op aspecten die te maken hebben met het watersysteem, klimaatbestendigheid, ruimtelijke (landschappelijke) kwaliteit en natuur. Om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving voor onze inwoners te behouden en te versterken, is een goed beheer van de bestaande kwaliteit nodig met toevoeging van (nieuwe) kwaliteiten. Een voorbeeld waarbij we hebben geïnvesteerd in de kwaliteit van de leefomgeving, is het verbod op varend ontgassen dat in 2017 is ingesteld. Daarnaast zijn we bezig de omgevingskwaliteit gedetailleerder in kaart te brengen, zodat we inzicht krijgen in de mogelijkheden om gebiedsgericht maatwerk te leveren. Een goede ruimtelijke inrichting draagt ook bij aan de gezondheid. Groen, water en voldoende stilte in de omgeving werken bijvoorbeeld ontspannend en nodigen uit tot bewegen en ontmoeten. Betrokkenheid bij de leefomgeving werkt eveneens positief.
De betrokkenheid is groter naarmate de leefomgeving identiteit en karakter heeft en beter te beleven is. Het is daarom belangrijk om in alle dynamiek, bij alle druk op het landschap, aan te blijven sluiten bij de karakteristieke kenmerken van een gebied. In samenhang met de bovengrondse verdichting verdient de ondergrond als extra ordeningsdimensie aandacht als nieuwe (leef)laag voor allerlei functies. Dit speelt vooral in steden (denk aan parkeren, verkeersinfrastructuur, musea en winkels). Op provinciaal niveau is een geordende ondergrond noodzakelijk om allerlei gemeentegrensoverschrijdende thema's als energietransitie, klimaatbestendig maken en een gezonde leefomgeving te realiseren.
Om een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving te borgen, hanteren we twee basisrandvoorwaarden. Daarnaast gelden vier generieke ontwikkelprincipes die op alle bewegingen van toepassing zijn. De basisrandvoorwaarden gaan over gezondheid, veiligheid en klimaatadaptatie. De vier generieke ontwikkelprincipes gaan over landschap, natuurinclusiviteit, clustering van activiteiten en de samenhang tussen de bovengrond en de ondergrond. Gezond, veilig en klimaatadaptief De ambitie is om bij inrichting als beheer te voldoen aan de wettelijke basiskwaliteit voor een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier. We willen toegroeien naar een woon-werkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde en onveilige omstandigheden. We streven naar het behalen van de WHO-normen in 2050. Tevens zorgen we voor een goede milieukwaliteit ten behoeve van de biodiversiteit en gezonde voeding. Deze zogeheten basismilieukwaliteit moet op orde zijn. Hiervoor gelden verschillende wettelijke Europese en nationale randvoorwaarden, waaraan we deels provinciaal invulling geven en die de ruimte bepalen waarbinnen economische ontwikkelingen kunnen worden gefaciliteerd. Het is vanzelfsprekend dat we daaraan voldoen, hoewel dat op een aantal locaties niet gemakkelijk is in onze dichtbevolkte provincie.
Dat komt deels door de specifieke bedrijvigheid (haven en luchthaven; zie Metropool in ontwikkeling). Waar toch ruimte voor verbetering is, zoeken we deze op. In andere gebieden houden we vast aan de al aanwezige hogere kwaliteit of realiseren we die. Denk aan de relatief goede luchtkwaliteit in het noordelijk deel van de provincie en de rust en donkerte in het Waddengebied. Water is de basis van het huidige landschap. Het is bovendien de basis van de economische voorspoed die we vanaf de 17de eeuw kennen. Technische ingrepen als inpolderingen, dijken, gemalen en sluizen, maakten het mogelijk op veengrond te boeren, bollen te telen in polders en steden te bouwen op slappe bodems. Het watersysteem voldeed aan alle nieuwe behoeften. We bereiken nu echter de grenzen van dat systeem, terwijl de opgaven nog enorm toenemen, onder andere door klimaatverandering. In de toekomst moeten we de rollen dus steeds vaker omdraaien. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten zich dan voegen naar wat het watersysteem nog kan faciliteren, in termen van kwaliteit en kwantiteit. Dit is geen kwestie van willen, maar van moeten, vanwege de hoge kosten van vermijdingsgedrag.
Waterveiligheid is hierbij een topprioriteit, want NoordHolland grenst aan drie zijden aan grotere wateren en ligt grotendeels beneden de zeespiegel; een zeespiegel die naar verwachting sneller en meer stijgt dan we tot voor kort dachten. Het veilig houden van onze provincie gaat daarom boven alle andere opgaven. Alleen dan kunnen we ons welzijn en onze welvaart op een hoog niveau houden.
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 19
Klimaatadaptatie houdt in dat we voorbereid zijn op wateroverlast, hittestress, verdroging en verzilting en dat we de gevolgen van overstromingen weten te beperken. Vanaf het begin moeten we rekening houden met deze mogelijke effecten, om slachtoffers en economische schade te beperken (klimaatbestendigheid). Dit kan consequenties hebben voor de locatiekeuze, de inrichting van de openbare ruimte, en het ontwerp van gebouwen en infrastructuur. Het kan ook de bedrijfsvoering raken, zoals in gebieden met verdroging of verzilting. Voor
bestaande situaties geldt dat vitale infrastructuur en kwetsbare objecten, zoals ziekenhuizen, onder extreme omstandigheden zoveel mogelijk kunnen blijven functioneren. Dit kan aanpassingen vergen aan bestaande infrastructuur, installaties en gebouwen. Drinkwater is een primaire levensbehoefte. De productie van zuiver, gezond en schoon drinkwater is daarmee van vitaal belang. Waar mogelijk faciliteert de provincie dit, met name door haar grondwaterbeschermingsbeleid.
Basisrandvoorwaarden • Overal wordt voldaan aan de wettelijke basiskwaliteit voor een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier • Alle nieuwe ruimtelijke (her)ontwikkelingen doorlopen een klimaatstresstest4 De basisrandvoorwaarden volgen uit Europese/Nationale regelgeving, onder andere: Kaderrichtlijn Water (KRW), Deltaprogramma, veiligheidsnormering primaire waterkeringen, Drinkwaterrichtlijn, Grondwaterrichtlijn, Zwemwaterrichtlijn, Europese Richtlijn Luchtkwaliteit, NEC-richtlijn (emissies bedrijven) en bij het ingaan van de Omgevingswet (Ow): Besluit Kwaliteit Leefomgeving en art.3.3 van de Ow, die regelt dat de omgevingsvisie rekening moet houden met de milieubeginselen voorzorg, preventief handelen, bronbestrijding en de vervuiler betaalt. Daaronder valt ook de wettelijk verplichte provinciale uitwerking van deze Europese/Nationale regelgeving, denk aan het Natuurnetwerk Nederland, beheerplannen Natura 2000, herstelmaatregelen Natura 2000, Grondwaterbeschermingsgebieden, Stiltegebieden en veiligheidsnormering regionale keringen.
Generieke kritische succesfactoren • Voldoende samenwerking tussen alle partijen en vertaling van inzichten in uitvoeringsprogramma’s om gebiedsspecifiek invulling te geven aan de leefomgevingskwaliteit, gekoppeld aan gewenste ontwikkelingen • Bereidheid om bij alle nieuwe ruimtelijke (her)ontwikkelingen rekening te houden met de grenzen van het watersysteem • Goede bereikbaarheid van natuur- en recreatiegebieden via groenblauwe verbindingen in belang van het welzijn en de gezondheid van onze inwoners en bezoekers • Voldoende ruimte voor nieuwe duurzame technologische ontwikkelingen
Foto: Theo Baart 4
Onderdeel van zes-jaarlijkse cyclus van risico-inventarisatie via klimaatstresstesten, risicodialogen, strategie bepalen en uitvoeringsprogramma’s opstellen,
conform Deltaprogramma
20 |
1. Ontwikkelingen en beheer zijn passend bij de waarden, de karakteristiek en het draagvermogen van het landschap Noord-Holland beschikt over een unieke en rijke variatie aan (open) landschappen, ruimtelijke structuren, aardkundige en archeologische waarden, cultuurhistorie en gebouwd (wereld)erfgoed. De provincie onderscheidt zich door haar openheid, de grote afwisseling en de contrasten in het landschap. Deze karakteristieken reflecteren de rijke ontstaansgeschiedenis en maken het aantrekkelijk voor mensen om hier te wonen, voor bedrijven om zich hier te vestigen en voor recreanten en toeristen om hier te verblijven. Voor de leefomgevingskwaliteit is het essentieel deze waarden en karakteristieken van landschap en cultuurhistorie te benoemen, te behouden, waar nodig adequaat te herstellen en waar mogelijk te versterken en te ontwikkelen. En het gaat er om ontwikkelingen en transities te benutten om een goede landschapskwaliteit in stand te houden en zo nodig te creëren. We maken onderscheid in draagvermogen van de diverse landschappen. Mede op basis daarvan wegen we zorgvuldig af welke ruimtelijk-economische ontwikkelingen op welke plek en op welke wijze ontwikkeld kunnen worden. Denk aan zonneparken, windmolens, verstedelijking, vergroting van agrarische bebouwing en waterberging. We onderkennen verschillende soorten gebieden.
In gebieden met grotere structuren en relatief geringere aanwezigheid van cultuurhistorie zijn meer en grotere ontwikkelingen mogelijk. In gebieden waar de waarden van bijvoorbeeld cultuurhistorie, openheid of ecologie hoog zijn en/of waar de betekenis voor de stad groot is, is alleen ruimte voor ontwikkelingen die bijdragen aan de instandhouding of versterking van deze kernkwaliteiten. Tegelijkertijd investeren we gebiedsgericht in de landschappelijke, cultuurhistorische, recreatieve en ecologische kwaliteiten. In alle gevallen is ruimtelijke kwaliteit het uitgangspunt. Deze benaderingswijze betekent een vereenvoudiging van het landschappelijk beleid met minder regimes. Er zijn ook karakteristieke en gewaardeerde landschappen die niet stabiel zijn of waar veel dynamiek op afkomt en waar een integraal perspectief op een nieuwe balans tussen de opgaven, waarden, beleving en (economisch) gebruik noodzakelijk is.
Randvoorwaarden • Restricties behorend bij werelderfgoederen (UNESCO), in dit geval de Waddenzee, de Beemster, de Stelling van Amsterdam en de Amsterdamse grachtengordel, als ook voor de bij UNESCO genomineerde Nieuwe Hollandse Waterlinie waarbij naar een gezamenlijke uitwerking wordt toegewerkt met de provincies Noord-Brabant, Gelderland en Utrecht • De Europese Landschapsconventie voor de bescherming van het landschap. De provincies dragen hiervoor een belangrijke verantwoordelijkheid • Rijksmonumenten, provinciale monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 21
Foto: Voorbeeld van een Landschap met een laag draagvermogen voor nieuwe ontwikkelingen (Foto: Theo Baart)
Foto: Voorbeeld van een Landschap met een groot draagvermogen voor nieuwe ontwikkelingen (Foto: Theo Baart)
22 |
2. Nieuwe ontwikkelingen zijn zo veel mogelijk natuurinclusief Bij alle ontwikkelingen wordt gestreefd naar het vergroten van de biodiversiteit. Meer biodiversiteit draagt bij aan een duurzame agrifoodsector en andersom en tevens aan een gezonde leefomgeving. Het gaat daarbij niet alleen om het vergroten van het aantal hectares aan natuur, maar ook om het maken van slimme combinaties waarmee kwaliteit wordt toegevoegd. Natuurinclusiviteit heeft in verschillende omgevingen verschillende verschijningsvormen (agrarisch gebied, bebouwde omgeving, water). Biodiversiteit draagt bij aan vruchtbare bodems en een natuurlijke bescherming van de gewassen. Natuurinclusief ontwikkelen in het agrarisch gebied bestaat ondermeer uit het gebruik van natuurlijke plaagbestrijding, circulaire landbouw, het bieden van ruimte aan natuur (bijvoorbeeld in oevers en randen door ecologisch slootbeheer, natuurvriendelijke oevers en ecologisch randenbeheer) en het stimuleren van vismigratie. In de bebouwde omgeving kan de soortenrijkdom aan planten en dieren toenemen door de vergroening van waterbergingen, het nemen van maatregelen voor faunavoorzieningen in infrastructuur en het aanleggen van natuurvriendelijke bermen langs wegen. Groen en water in de stad dragen bij aan het voorkomen van hittestress, klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving.
Biodiversiteit in en om het watersysteem kan zich ontwikkelen in ecologische oevers en in groen ingerichte waterbergingen. De waterkwaliteit vaart wel bij een vergroting van de biodiversiteit. Om die redenen stimuleren we meer ruimte voor groen en blauw in en om de stad. Specifiek nabij natuurgebieden stimuleren we dat er meer ruimte komt voor de combinaties waterberging, natuur en recreatie, als antwoord op de verwachte groei in recreatie. Randvoorwaarde • Natuurnetwerk Nederland (NNN) blijft de basis van de natuurstructuur Kritische succesfactoren • Kwalitatief sterke natuurgebieden functioneren als brongebieden voor biodiversiteitsontwikkeling in het landelijk en stedelijk gebied • Daar waar mogelijk worden groene zones en gebieden verbonden om soorten de kans te geven zich te verspreiden en te ontwikkelen • Natuurinclusief ontwikkelen is een proces van samen optrekken met verschillende betrokken partijen met verschillende doelstellingen
3. Nieuwe ruimtelijk-economische ontwikkelingen worden zo veel mogelijk ruimtelijk geclusterd op locaties nabij OV-, weg-, energie- en data-knooppunten De kansen voor synergie en duurzaam ruimtegebruik nemen toe als we economische activiteiten en andere stedelijke activiteiten bij elkaar brengen, nabij knooppunten (clustering). Dat levert mogelijkheden op voor energietransitie, collectieve maatregelen in het versterken van klimaatrobuustheid, het uitwisselen van kennis en het optimaliseren van bereikbaarheid. Nabijheid van functies of clustering is dan ook een belangrijk duurzaamheidsprincipe, ook al omdat het tot minder verkeersbewegingen leidt. Clustering kan echter ook nadelige gevolgen hebben voor de leefbaarheid, denk aan het oplopen van concentraties fijnstof. Maar diezelfde clustering vergroot eveneens de kans om tot haalbare oplossingen te komen. Dat vraagt ook om experimenteerruimte in het combineren van nieuwe functies en oplossingen. Kritische succesfactor • Knooppunten in samenhang ontwikkelen
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 23
4. Bij nieuwe ontwikkelingen worden de effecten op de ondergrond meegewogen De manieren waarop de ondergrond wordt gebruikt, nemen nog steeds toe, mede door ruimtetekort boven de grond. Daardoor wordt het belangrijker dat er goede afwegingen worden gemaakt tussen ruimtegebruik boven- en ondergronds, maar ook tussen functies onderling onder de grond. Bescherming van de kwaliteit van het grondwater, mede voor de drinkwaterwinning, is daarbij cruciaal. De provincie is daarvoor medeverantwoordelijk. De ondergrond levert grondstoffen en bodemenergie, vormt de basis voor voedselproductie (bodemvruchtbaarheid) en natuurontwikkeling (bodembiodiversiteit), vervult een bufferfunctie (bijvoorbeeld het bergen van water) en een draagfunctie (voor bouwwerken als woningen en wegen), biedt ruimte voor het realiseren van ondergronds ruimtegebruik (tunnels, kabels en leidingen, maar ook opslag van gas, CO2 in onderzeese gasvelden en warm water). Maar de bodem ‘vertelt’ ook de ontstaansgeschiedenis van het huidige landschap, bevat veel archeologische waarden en vervult een regulatiefunctie (natuurlijke CO2-opslag, zoals in veenbodems). We zetten in op het optimaal benutten van al deze functies. Tevens wegen we veiligheidsaspecten mee (denk aan het beperken van seismische risico’s). Daarnaast zetten we waar mogelijk in op het beschermen van de aardkundige en archeologische waarden.
Wanneer we moeten kiezen, gaan duurzame bronnen (grondwater, bodemenergie) boven bronnen voor eenmalig gebruik (delfstoffen). Initiatieven kunnen in principe in de ondergrond naast elkaar plaatsvinden, mits ze elkaars functionaliteit niet schaden. Tussen koude- en warmtebronnen moet bijvoorbeeld voldoende afstand zitten voor het optimaal benutten van duurzame energie en tussen warmtenetten en drinkwaterleidingen is ook een bepaalde afstand noodzakelijk. Waar initiatieven niet naast elkaar kunnen liggen, is een belangenafweging nodig tussen alle overheden, maatschappelijke organisaties en inwoners. De provincie voert hier de regie. Randvoorwaarden • Beschermen van de kwaliteit van het grondwater en de drinkwaterwinning (inclusief aandacht voor gewasbeschermingsmiddelen, medicijnresten en microplastics) • (Inter)nationale regels ter bescherming van archeologische waarden Kritische succesfactor • Gezien de grotere druk op de ruimte onder de grond en de vele betrokken partijen, zijn nieuwe vormen van afstemming en samenwerking nodig
24 |
LEGENDA - TYPERING KUSTEN
Oase Metropool Parkduinen Kop Eiland Barrièrekust* Wieringerkust* IJle lijn* Dijklandschap* Parkdijk* Suburbane dijk* Gouwzee* Metropool (IJmeer)* Gooikust*
* werktitel
5
10
20 km
N
DYNAMISCH SCHIEREILAND
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 25
Benutten van een unieke ligging • • •
We beschermen ons tegen water uit de grote wateren om ons heen Waar mogelijk vergroten we ecologische waarden We benutten de economische kansen van de unieke ligging voor energietransitie en recreatie en toerisme met een goede balans tussen rust en reuring
Noord-Holland is een unieke provincie, omdat zij als enige voor het grootste deel is omgeven door groot water. Deze positie van schiereiland biedt kansen in en aan de kusten: kansen voor energietransitie en economische ontwikkelingen (zie de beweging Nieuwe energie), toeristische en recreatieve ontwikkeling én natuurontwikkeling. Door de aanwezige sterke verschillende landschappen, van duinen naar de polders aan de Noordzeekant, maar ook langs de oevers van de meren en de Waddenzee, zijn de kusten bij uitstek geschikt om deze kansen te benutten. Noord-Holland kent een rijke geschiedenis van land maken. Het schiereiland is in de loop der eeuwen naar het noorden toe ‘gegroeid’. Er werden dijken aangelegd, (grote) meren drooggelegd en in het noorden werd land gewonnen in de (Wadden)zee. Ook het water rondom het schiereiland is niet onberoerd gelaten. Het zoute water heeft deels een bijzondere status gekregen (UNESCO Werelderfgoed Waddenzee) en de voormalige Zuiderzee is getransformeerd in hét zoetwaterbekken van NoordNederland. Door onder andere de Deltaprogramma’s is dit water met haar randen prominenter in beeld gekomen en worden de ontwikkelkansen beter gezien. Het schiereiland wordt tegen overstromingen beschermd door een stelsel van keringen en duinen.
De verdediging tegen het water is een grote en voortdurende opgave die alles te maken heeft met (de waarde van) de functies op, aan en achter de dijk, zoals verstedelijking en landbouw. Door zeespiegelstijging en bodemdaling wordt deze opgave alleen maar groter. Niet alleen voor de waterkeringen rondom, maar ook om verzilting en verdroging in bijvoorbeeld de droogmakerijen het hoofd te kunnen bieden.
Foto: Theo Baart
26 |
Ook in de wateren kan in de nabije toekomst veel veranderen. In de Noordzee zijn al windparken en er worden er nog meer ontwikkeld. Ze zijn bedoeld om in het grootste deel van de Nederlandse stroombehoefte te voorzien. Het IJsselmeer heeft wellicht ook potentie voor energieopwekking, zoals drijvende zonnepanelen. Naast energie zullen mogelijk ook andere functies nadrukkelijker hun stempel drukken op het uiterlijk en het gebruik van deze wateren, zoals waterrecreatie, sportvisserij, toerisme, sneltransport en beroepsvisserij. Noord-Holland is van oudsher een visserijprovincie met visafslagen in IJmuiden, Den Helder en Den Oever. Voor de Wadden en voor het IJsselmeer zet de provincie in op verduurzaming van de visserij, werkgelegenheid en het stimuleren van innovaties, zoals het verbouwen van zeewier, zilte teelt en mossel- en kokkelkweek.
Het schiereiland kent een drukke en een luwe zijde. In het zuiden is de drukte, waar de Noordvleugel van de Randstad de Metropoolregio Amsterdam ontmoet. Hier zijn het Noordzeekanaal en het IJ belangrijke dragers van de economie. Maar ze vormen ook flinke barrières voor het verkeer dat het schiereiland noodgedwongen in deze zone op en af moet, en waarvoor de Afsluitdijk en Houtribdijk geen alternatieven vormen. Hoe noordelijker, hoe meer de drukte overgaat in luwte, in rust. Druk en luw bieden nu al een goede basis voor een gevarieerde leefomgevingskwaliteit en mogelijkheden voor recreatie en toerisme. De kansen daarvoor kunnen we benutten door dit verder in samenhang uit te werken. Verblijfsrecreatie kan overigens in bepaalde kustlocaties ook de leefbaarheid bevorderen, doordat de voorzieningen in verblijfsrecreatieparken ook van betekenis kunnen zijn voor de bewoners in de omgeving.
5. Bij nieuwe ontwikkelingen in de kustzone wordt aangesloten bij de verscheidenheid en karakteristieken van de kustlandschappen en aanliggende grote wateren De duinen en dijken van Noord-Holland maken deel uit van een zone waarin water en land elkaar ontmoeten, beïnvloeden en verrijken. In deze zone komen veel verschillende, karakteristieke combinaties van water, waterkering en achterland voor, die elkaar ook op verschillende manieren beïnvloeden. Deze combinaties zijn te beschouwen als afzonderlijke kustlandschappen. Met name aan de Noordzeekust zijn deze breed en omvatten ze ook de duinen en binnenduinrand. In deze dynamische overgangszone blijven we voortdurend aan de veiligheid werken, waar nodig in combinatie met de integrale ontwikkeling van het betreffende kustlandschap. Er zal ook steeds meer recreatie plaatsvinden. Duinen en dijken zullen steeds minder de harde scheidslijnen tussen land- en waternatuur vormen. Als gevolg van de klimaatverandering is op delen van de kusten wellicht meer ruimte nodig, waardoor het kustlandschap daar breder wordt. Langs de verschillende kusten kunnen we deze duin- en dijklandschappen beschermen, behouden en tegelijk aangrijpen voor verschillende vormen van (water)recreatie, passend bij de aanwezige drukte en luwte.
Het gaat om een balans tussen rust en reuring die op een verstandige manier worden afgewisseld, met het oog op kwaliteit, diversiteit en differentiatie. Op veel plaatsen langs de kusten gaat de ruimtelijke druk verder dan recreatieve ontwikkeling en natuur. Daardoor vereist de ontwikkeling van deze landschappen, zoals de binnenduinrand, een brede, integrale benadering en oog voor de gewenste regionale identiteit. Voor alle kusten biedt een zonering voor rust en reuring met betrekking tot recreatieve bebouwing en activiteiten uitkomst, op basis van de kwaliteiten en karakteristieken van deze landschappen. Zonering geeft ruimte aan openheid/geen ontwikkeling, seizoensgebonden ontwikkeling en jaarrondontwikkeling. Verblijfsrecreatieve voorzieningen kunnen daar waar mogelijk bijdragen aan versterking van de economie en de leefbaarheid van kleine kernen. Niet alleen vanwege de dag- en verblijfsrecreanten en het geld dat zij besteden, maar ook door het economisch draagvlak voor commerciële voorzieningen. Dan is het overigens wel nodig om ook te werken aan de vitalisering en kwaliteit van de bestaande (deels verouderde) verblijfsrecreatieparken.
Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland | 27
Randvoorwaarde • Besluit Kwaliteit Leefomgeving. Dat beoogt voor de kustzones bescherming van het Noordzeekustfundament, aanwijzing van de NNN-gebieden, bescherming van de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van Waddenzee, Waddengebied en IJsselmeergebied, en geeft regels met het oog op de bescherming van de ruimtelijke kwaliteiten, natuur en zoetwater- en drinkwaterfunctie van het IJsselmeergebied Kritische succesfactoren • (Mate van) bescherming en behoud van natuurwaarden • Accommoderen van toegankelijkheid van het kustgebied (mobiliteit, wonen, werken, waterrecreatie, toerisme), waaronder het kunnen accommoderen van groeiende bezoekersaantallen van het kustlandschap van de metropoolregio Amsterdam (Zandvoort/Bloemendaal, Waterland en IJmeer) • Het hanteren van zonering voor activiteiten op lokaal niveau • Regionale samenwerking, zowel binnen als tussen provincies
Voorbeelduitwerking Binnenduinrand, verdere uitwerking in Verkenning Samenwerkingsagenda Kusten (bron: werkatelier Binnenduinrand)
28 |
6. Bij nieuwe ontwikkelingen in de wateren (Noordzee, Waddenzee, IJsselmeer, Markermeer, IJmeer en Gooimeer) wordt aangesloten op de karakteristieken van de kustlijnen De hoge waardering van de kusten heeft voor een deel te maken met de beleving van openheid en weidsheid. Dit ontwikkelprincipe beoogt deze kwaliteiten te borgen bij ontwikkelingen op en voor de kust. De Noordzeekust van het vaste land kent een holle kustboog, daar waar die van het eiland Texel bol is. De holle vorm sluit de strandruimte in, bepaalt het zicht en zorgt voor een zekere intieme sfeer. Bij de bolle kustboog is de strandruimte juist niet te overzien en daardoor onbepaald. Hier sluit de oneindige ruimte van de Noordzee goed bij aan. Vorm en maat van de Noord-Hollandse ‘waddenbaai’ worden bepaald door de ligging van het duin van Huisduinen en de keileembulten Texel en Wieringen. Deze omsloten ruimte, met de beeldbepalende overkanten en de getijdennatuur, is de entree van Werelderfgoed internationale Waddenzee. Bij het IJsselmeer zijn de ruimtereeks IJmeer-MarkermeerIJsselmeer-Waddenzee – van klein naar groot – én de horizon in verschillende richtingen de belangrijkste ruimtelijke karakteristieken5. Compartimentering van het geheel is daarom niet wenselijk, net zo min als hoge opgaande elementen op de Houtribdijk en de Afsluitdijk.