Bijlage 3 Nota van antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER 29-06-2023.pdf
Tekst van het document
34.2
Geluidsoverlast van industrie en stadion
34.3
Verkeershinder rondom de woning door industrie en stadion
Het gebied in de Purmer waar in de omgevingsvisie een toegedachte bestemming aan wordt gegeven, is geen natuur maar agrarische grond. In de uitgevoerde Passende beoordeling zijn eventuele effecten op Natura2000 gebieden onderzocht. Op plan of projectniveau worden effecten indien nodig verder onderzocht. Binnen het planMER is de toegedachte bestemming op het abstractieniveau van de omgevingsvisie integraal onderzocht. Binnen de nadere uitwerking van een ontwikkeling in een omgevingsprogramma en een (wijziging van een) omgevingsplan worden aanbevelingen uit het planMER (planMER pagina 88 e.v.) meegenomen en worden effecten indien noodzakelijk aanvullend nader onderzocht. Zie het antwoord bij zienswijze 34.2.
34.4
Waardevermindering van de woning.
34.5 34.6 34.7
Stankoverlast door visrokerijen *(indien deze daar gevestigd worden) Slechtere luchtkwaliteit rondom mijn woning Alleen voordeel voor Volendam, in het nadeel van Edam. Volendam is van de industrie af. Edam krijgt het erbij.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
35/107
Bij elke ontwikkeling wordt zo goed mogelijk rekening gehouden met de omgeving en omwonenden. Voor planschade gelden wettelijke richtlijnen. Planschade is aan de orde bij ruimtelijke besluiten waartegen beroep open staat. Dit is niet zo voor omgevingsvisie en omgevingsprogramma’s. Zie het antwoord bij zienswijze 34.2. Zie het antwoord bij zienswijze 34.2. Het verplaatsen van sportvoorzieningen uit Edam kan leiden tot nieuwe ruimte voor woningbouw in Edam (AV Edam en EVC).
34.8
Inwoner verwacht zeer veel vrijkomende stikstof door bouw. Een alternatief volgens inwoner is: huidige industrie Julianaweg en Morseweg renoveren.
34.9
Geen noodzaak voor dit plan, veel panden bij huidige industrie in Volendam en Purmerend staan leeg. Deze kunnen gerenoveerd worden of herontwikkeld.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
36/107
Zie het antwoord bij zienswijze 34.2. Eventuele gevolgen van stikstof moeten indien nodig op plan of projectniveau verder worden onderzocht. Ten aanzien van het genoemde alternatief wordt de indiener gewezen op de locatieafweging in het planMER (pagina 42 en verder), alsmede een ruimtelijk economische verkenning (Overmorgen, juni 2021) en een economisch onderzoek (Bureau Buiten, juni 2021) die eerder op 25 november 2021 aan de gemeenteraad zijn voorgelegd. Met het oog op de hoofdthema’s die wij in Edam-Volendam belangrijk vinden (Zie verslag participatie ‘In gesprek over ambitie’ pagina 62, gemeente Edam-Volendam oktober 2020 en Ontwerp omgevingsvisie pagina 20 e.v.) heeft de mogelijkheid tot het realiseren van doorstroming voor bedrijven, woningen en mobiliteit (en de verduurzaming van onze leefomgeving die daarmee te verwachten valt) de voorkeur gekregen binnen de maatregelen die in de uitvoeringsstrategie ten aanzien van de Purmer en de transformatie van bedrijventerrein Julianaweg worden benoemd (Ontwerp omgevingsvisie pagina 40-53). De indiener wordt verwezen naar de ruimtelijk economische verkenning (Overmorgen, juni 2021) dat eerder op 25 november 2021 aan de gemeenteraad is voorgelegd. Op pagina 11 van de ruimtelijk economische verkenning staat aangegeven: “Het lokale aanbod naar bedrijfsruimte is beperkt. Er is geen nieuw uitgeefbaar aanbod binnen de gemeente.
Daarnaast staan er maar weinig objecten leeg, minder dan 3% van de voorraad.”
35. Inwoners (Z23125646) 36. Inwoner (Z23125653)
37. Inwoner (Z23125654)
34.10
Er is nog zeer veel ongebouwd gebied verderop in de Purmer (Westerweg-Purmerdijk-Blijweg-Polderweg-Visserijweg-Vleetstraat)
35.1
Zienswijze is identiek aan die van indiener 2.
36.1
Dit is een aangepaste versie van zienswijze 2 De zienswijze komt precies overeen, en heeft een handgeschreven aanvulling dat er een groene buffer moet blijven voor de leefbaarheid en welzijn van de inwoners van Edam en het aanzicht van Edam.
37.1
Indiener heeft meerdere argumenten, die nagenoeg identiek zijn aan de argumenten van indiener nr. 2. Indiener verwacht geluidshinder, lichthinder en stankoverlast als gevolg van het industrieterrein en het stadion.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
37/107
Op de genoemde locaties is geen beschikbaarheid in de orde van grootte zoals dat in het economische onderzoek (Bureau Buiten, juni 2021) dat eerder op 25 november 2021 aan de gemeenteraad is voorgelegd naar voren komt. Op de site https://purmerend.nl/wonen-en-bouwen/purmerend-in-ontwikkeling/baanstee-noord-werkt/aanbod-baansteenoord is het actuele aanbod van gronden op Baanstee-Noord in Purmerend momenteel indicatief in te zien. Zie antwoorden op zienswijze 2. Zie antwoorden op zienswijze 2. Ten aanzien van de gewenste groene buffer wordt de indiener gewezen op maatregel 11 onder opgave 1 (Ontwerp omgevingsvisie pagina 43) waarmee tussen de gronden met de toegedachte bestemming gemengd gebied met industrie en de eerste bebouwing van Edam een uitbreiding van de hoofdgroenstructuur wordt voorzien. Zie antwoorden op zienswijze 2. Door middel van de uitgevoerde m.e.r. procedure zijn effecten op de leefomgeving onderzocht. Binnen de nadere uitwerking van ontwikkelingen in een omgevingsprogramma of een (wijziging van een) omgevingsplan worden aanbevelingen uit het planMER (planMER pagina 88 e.v.) meegenomen en worden effecten indien noodzakelijk aanvullend nader onderzocht.
38. Inwoner (Z23125662) 39. Inwoner (Z23125692)
38.1
Zienswijze is vrijwel identiek aan die van indiener 2.
Zie antwoorden op zienswijze 2.
39.1
Indiener is voor een realisatie van woningen voor de behoefte van Edam. Mogelijke locaties voor woningbouw voor de behoefte van Edam is: - Lange Weeren, - Edam-West, - Edam industrieterrein, mogelijk transformatie of verkleuring? - Edam-Noord Indiener ziet graag dat houtbouw wordt toegepast bij nieuwbouw.
Zie antwoorden op zienswijze 31. Vanwege het behoud van werkgelegenheid en een analyse van de huishoudensontwikkeling van Edam is in de uitvoeringsstrategie niet gekozen voor een transformatie van het industriegebied in Edam.
39.2
39.3
Indiener vraagt zich af is of inbreiding ten goede komt van de leefbaarheid, dan liever in het buitengebied.
39.4
Indiener vraagt zich af wat wordt bedoeld met uitnodigingsplanologie.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
38/107
Houtbouw toepassen bij nieuwbouw is een ambitie waar de gemeente zich aan heeft gecommitteerd voor een bepaald percentage. Gemeente begrijpt het standpunt van de indiener. Binnenstedelijk bouwen heeft vanuit het oogpunt van duurzaamheid en economie duidelijk de voorkeur, maar het is niet de bedoeling dat de verdichting afbreuk doet aan de kwaliteiten van bestaand stedelijk gebied (zie Nationale omgevingsvisie, 2020). Provincie Noord-Holland schrijft voor dat er zo veel mogelijk ingebreid moet worden. Er vinden gesprekken met de provincie over bouwen in het buitengebied, mede om de leefbaarheid in het stedelijk gebied te behouden. Bij uitnodigingsplanologie bepalen overheden op hoofdlijnen waar ruimtelijk wel of geen veranderingen gewenst zijn met het oog op lange termijn prognoses en te beschermen waarden. Het is planologie waarbij overheden zich uitnodigend en faciliterend opstellen tegenover initiatiefnemers. Bij de ontwikkeling van gebieden en plaatsen moet door de overheid niet het eindbeeld worden vastgelegd,
39.5
Indiener is van mening dat stimuleringsmaatregelen zullen helpen bij het groener krijgen van de bebouwde kom.
39.6
Indiener is van mening dat windmolens geplaatst kunnen worden als dat ondersteunend is voor een warmtenet. Is het bijvoorbeeld mogelijk om bij Middelie aardwarmte te realiseren voor een warmtenet?
maar veel meer de gewenste ontwikkelrichting op basis van een visie voor een gebied. Verschillende invullingen, uitvoeringen en inrichtingen moeten mogelijk zijn. Het is aan de gemeente om te bepalen welke delen van het grondgebied gedetailleerde regels vereisen (bijvoorbeeld een landschappelijk of stedenbouwkundig waardevol gebied, of een rustig woongebied) en welke delen van het grondgebied globaler kunnen worden gereguleerd. Binnen de nader uit te werken omgevingsprogramma’s wordt bekeken welke maatregelen wenselijk zijn om gestelde doelen te behalen. Volgens onze sturingsfilosofie zien we samenwerking als basis, maar worden stimuleringsmaatregelen niet uitgesloten. De elektriciteitsproductie door windturbines kan de elektriciteitsvraag van een warmtenet ondersteunen en ook de elektriciteitsvraag van woningen, bedrijven etc. Technisch is het mogelijk om bij Middelie aardwarmte te realiseren voor een warmtenet. Juridisch gezien is het aan het ministerie van Economische Zaken en klimaat die de vergunning afgeeft. Financieel gezien weegt de benodigde investering in warmtebuizen niet op tegen de inkomsten, waardoor een warmtenet financieel niet haalbaar is. Middelie heeft lintbebouwing met een grote afstand tussen de woningen. Dit staat nog los van de benodigde investeringen in een aardwarmtebron (geothermie). Een en ander zal worden uitgewerkt in een nog te kiezen Programma
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
39/107
dat gaat over energietransitie, klimaatadaptatie en verduurzaming. 39.7
Indiener verzoekt om samenwerking met Zon op Edam-Volendam te realiseren zodat bewoners in de oude centra zonnepanelen kunnen plaatsen op andere daken
39.8
Indiener is van mening dat het stadion niet moet verhuizen. Als het zo nodig moet, dan is het idee om het stadion na de bocht bij de A7, afslag Purmerend-Zuid richting Amsterdam. Indiener geeft aan dat als het industrieterrein er mag komen, het ten zuiden van de N244 en ten noorden van de Oosterweg moet worden gesitueerd.
39.10
Indiener is voor verblijfstoerisme.
40.1
Zienswijze is identiek aan die van indiener 2.
De gemeente is reeds in gesprek met de cooperatie Zon op Edam-Volendam om geschikte daken voor zonnepanelen in kaart te brengen (bijvoorbeeld op het industriegebied van Edam). Inwoners met een woning in de oude centra, die op de eigen woningen momenteel geen zonnepanelen mogen/kunnen plaatsen, zouden hier dan via de coöperatie een aandeel in kunnen kopen. Indien de verplaatsing van het stadion wordt onderzocht zullen alternatieve locaties in ogenschouw worden genomen. De raad heeft met een amendement de voorkeur uitgesproken om het industriegebied te plaatsen aan de Westzijde van de Purmer. De indiener wordt gewezen op het locatieafweging in het planMER (pagina 42 e.v.) Dit beleidsuitgangspunt is onderdeel van de Ontwerp omgevingsvisie en is terug te vinden onder hoofdthema 3 ‘Ontspanning binnen handbereik’ (Ontwerp omgevingsvisie pagina 28-31) en is een belangrijk uitgangspunt binnen opgave 6 Waterfront Ontwerp omgevingsvisie (pagina 52-53). Hiermee zetten we het bestaande beleid voort. Zie antwoorden op zienswijze 2.
41.1
Zienswijze is vrijwel identiek aan die van indiener 2.
Zie antwoorden op zienswijze 2.
42.1
De indiener haalt het volgende uitgangspunt in de omgevingsvisie aan: “Uitbreiding van het aantal woonwagens of woonboten (uitge-
Voor de woonschepen is inderdaad gezocht naar een locatie die/principe dat zou leiden
39.9
40. Inwoner (Z23125707) 41. Inwoners (Z23125714) 42. Inwoners (Z23125740)
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
40/107
zonderd historische woonschepen) gaan we tegen en we onderzoeken locaties of principes die leiden tot een betere ruimtelijke inpassing” (p. 21). De indiener geeft aan dat ze graag willen verplaatsen, t.b.v. rioleringsaansluiting en ruimtelijke inpassing, in lijn met dit uitgangspunt. De indiener beargumenteert dat dit beleid echter niet uitgevoerd gaat worden, omdat volgens een brief van 2 mei 2023 van het college van B&W en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier geen mogelijkheid bestaat om de woonschepen positief te bestemmen, omdat er geen gezamenlijke oplossing is gevonden tussen de bewoners. De woonschepen komen er op basis van tijdelijke vergunningen te liggen. De indiener beargumenteert dat een planologische regeling echter niet afhankelijk is van overeenstemming, maar van goede ruimtelijke ordening. De indiener vermoedt dat de brief het te voeren beleid (uit de omgevingsvisie) verkeerd weergeeft. De gemeente wordt verzocht de omgevingsvisie op het punt van de woonschepen ingrijpend te wijzigen door de wenselijkheid van een planologische regeling daarin uit te spreken. 42.2
De indiener geeft aan dat hun woonschip een legale ligplaats heeft, omdat ze over een provinciale beschikking (van 18 oktober 2000) beschikken, waarvan de geldigheid wordt bevestigd in brief d.d. 4 oktober 2005. Volgens artikel 8.2a Wabo beschikken ze daardoor inmiddels over een omgevingsvergunning met ingang van 2018. De indiener geeft aan geen genoegen te nemen met een tijdelijke vergunning en het opleggen van nieuwe voorwaarden.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
41/107
tot een betere ruimtelijke inpassing. De betere ruimtelijke inpassing is destijds in het clusteren van alle woonschepen gevonden, in plaats van het verspreid laten liggen van de schepen, t.b.v. zowel de goede ruimtelijke ordening als voorwaarden van het waterschap zoals rioleringsaansluiting. Voor dit cluster zou dan een planologische regeling in de vorm van een bestemmingsplan opgesteld worden. Desalniettemin klopt het dat dit beleid niet uitgevoerd kan worden, omdat tussen de bewoners geen overeenstemming tot (zaken rondom de) verplaatsing is gekomen, zoals aangegeven in de brief van 2 mei 2023. Als gevolg kunnen in dit geval slechts tijdelijke vergunningen (als rechtmatige grondslag van de status quo) worden uitgegeven, op basis van het overgangsrecht. De provinciale ontheffing is destijds door de provincie zonder overleg met de betrokken instanties zoals het Waterschap en de Gemeente afgegeven op basis van de toenmalige Landschapsverordening. De ontheffing is daarmee alleen gebaseerd geweest op toetsingseisen van de provinciale Landschapsverordening, en niet op die van de Wet ruimtelijke ordening of de Keur van het Waterschap. Daarnaast is de betrokken Landschapsverordening jaren geleden ingetrokken.
Resumerend kunnen aan desbetreffende ontheffing van de Provincie (gebaseerd op de Landschapsverordening die is ingetrokken en die een geheel ander toetsingskader had) qua ruimtelijke ordening en qua Keur van het
42.3
42.4
De indiener attendeert op het reeds door de bewoners ingediende clusterplan van de woonschepen bij de Jan Koningbrug. De indiener stelt het initiatief van een museumhaven in de Purmer bij Edam bij de Jan Koningbrug voor, met daarin plaats voor het eigen woonschip van de indiener. Het zou een historisch varend woonschip betreffen, wat gezien kan worden als varend erfgoed. De indiener vraagt zich af of toetsing aan Natuurnetwerk Nederland (NNN) wel of niet nodig is, aangezien de clustering van woonschepen als nieuwe ontwikkeling gezien kan worden.
43. Inwoners (Z23125748)
43.1
Indiener geeft aan dat zij met hun bewoonde woonschepen in de Purmerringvaart liggen. Indiener vraagt om in de omgevingsvisie op te nemen dat er woonschepen liggen in de Purmerringvaart en dat deze bewoond zijn.
44. CUMELA Nederland (Z23125753)
44.1
Indiener verzoekt om het bestaansrecht van hun (lid-) bedrijven in het buitengebied te erkennen en qua omgevingswaarden inpassing te geven aan de opgaven en ontwikkelingen welke voor de bedrijven relevant zijn inzake de fysieke leefomgeving.
44.2
Indiener vraagt om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen alsook te kunnen uitbreiden, alsmede nieuwvestiging in het buitengebied mogelijk te maken.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
42/107
Waterschap geen blijvende rechten ontleend worden. Het idee van een museumhaven zal nader moeten worden uitgewerkt. De locatiekeuze zal daar dan ook onderdeel van zijn.
Wanneer een ontwikkeling binnen de begrenzing van het NNN ligt, dienen de wijzigingen getoetst te worden aan de regels van het NNN. In het geval er sprake zou zijn van het opnemen van de zes woonschepen in een bestemmingsplan, zou dus een ruimtelijke toets en afweging moeten plaatsvinden m.b.t. de ligging van deze woonschepen in deze ecologische verbinding in kader van het NNN. Een omgevingsvisie bevat het strategisch te voeren beleid voor de leefomgeving, zie antwoord op zienswijze 42. De bedrijven waar de indiener op doelt, maken in veel gevallen onderdeel uit van de economische draagkracht van het landelijk gebied. De gemeente Edam-Volendam is voornemens om die belangrijke opgave verder uit te werken binnen een omgevingsprogramma. Nu uitspraken over het uitbreiden en de nieuwvestiging van deze bedrijven kan de gemeente in de omgevingsvisie niet doen. Uitwerking van de opgaven in de uitvoeringsstrategie vindt plaats via omgevingsprogramma’s, waarbij belangen worden afgewogen. Maar mogelijk moet ook een lokale afweging worden gemaakt.
44.3
44.4
45. Inwoner (Z23125763) 46. Inwoners (Z23125767) 47. Inwoner (Z23125770) 48. Inwoner (Z23125773)
Indiener geeft aan dat er in de visie ruimte wordt gegeven aan de landbouw om zich duurzaam te transformeren. Dit kan en gaat niet zonder de inbreng en participatie van de Cumela-bedrijven. Indiener vraagt om Cumela-bedrijven niet te verplaatsen naar een industrieterrein en ziet dit graag terug in de opgave werklocaties. Ontsluitingswegen van een industrieterrein zijn niet altijd goed berekend op de machines en het werk is veelal in het buitengebied.
Zie antwoord zienswijze 44.1
44.5
Indiener vraagt om ontsluitingswegen die in en rondom de gemeente goed bruikbaar zijn voor het materieel van de Cumela-bedrijven. Indiener vraagt om een passage hierover op te nemen in opgave 5mobiliteit-.
44.6
Indiener vraagt om voldoende ruimte voor (buiten)opslag toe te staan. Dit heeft met name te betrekking op gebruiksruimte voor strategische werkvoorraad aan hulp-grond en reststoffen in relatie tot doelmatige invulling van ene lokale circulaire economie van desbetreffende stoffen en goederen
Hier kan de gemeente nu geen toezegging in doen. De gemeente heeft meerdere opgaven en beoogt met de omgevingsvisie voldoende strategische handvaten te bieden om dergelijke keuzes integraal te kunnen maken. Dit betekent in geval van uw voorbeeld dat, mochten bedrijven verplaatst dienen te worden naar industrieterreinen, bereikbaarheid en veiligheid meegenomen worden in de ontwikkeling. (reactie op de zelfde zienswijze bij concept omgevingsvisie) Dit is een onderwerp dat past binnen de opgave mobiliteit en de opgave Landelijk gebied en Landschap. Dit worden mogelijk ook omgevingsprogramma’s in de gemeente EdamVolendam waarbinnen de uitwerking zal plaatsvinden. Zoals ook in de nota van antwoord op de eerder ingediende zienswijzen door indiener is aangeven ziet de gemeente indiener als een van de partijen waar ze het gesprek mee kan voeren over circulaire economie
45.1
Zienswijze is identiek aan die van indiener 2.
Zie antwoorden op zienswijze 2.
46.1
Zienswijze is identiek aan die van indiener 2.
Zie antwoorden op zienswijze 2.
47.1
Indiener geeft aan dat zij geen industrieterrein wil in de Purmer en dat zij de Purmer graag groen ziet. Zienswijze is vrijwel identiek aan die van indiener 2. Enkel het punt over de afhankelijkheid van de gemeente van grondeigenaren en ontwikkelaars is niet overgenomen.
Zie antwoorden op zienswijze 26.1
48.1
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
43/107
Zie antwoorden op zienswijze 2.
49. Inwoners (Z23125774)
49.1
50. Inwoners (Z23125778)
50.1
51. Inwoners (Z23125780)
51.1
52. Inwoners (Z23125786)
52.1
53. Inwoner (Z23125792)
53.1
54. Inwoner (Z23125795)
54.1
55. Inwoner (Z23125802) 56. Inwoner (Z23125820)
55.1
Zienswijze is vrijwel identiek aan die van indiener 2. Enkel het punt over de afhankelijkheid van de gemeente van grondeigenaren en ontwikkelaars is niet overgenomen. Zienswijze is vrijwel identiek aan die van indiener 2. Enkel het punt over de afhankelijkheid van de gemeente van grondeigenaren en ontwikkelaars is niet overgenomen. Zienswijze is vrijwel identiek aan die van indiener 2. Enkel het punt over de afhankelijkheid van de gemeente van grondeigenaren en ontwikkelaars is niet overgenomen. Zienswijze is vrijwel identiek aan die van indiener 2. Enkel het punt over de afhankelijkheid van de gemeente van grondeigenaren en ontwikkelaars is niet overgenomen. Zienswijze is vrijwel identiek aan die van indiener 2. Enkel het punt over de afhankelijkheid van de gemeente van grondeigenaren en ontwikkelaars is niet overgenomen. Zienswijze is vrijwel identiek aan die van indiener 2. Enkel het punt over de afhankelijkheid van de gemeente van grondeigenaren en ontwikkelaars is niet overgenomen. Zienswijze is identiek aan die van indiener 2
Zie antwoorden op zienswijze 2.
56.1
Indiener is van mening dat de huidige omgevingsvisie vaag is. Indiener zoekt naar een concrete uitwerking, zodat hij de gevolgen kan inschatten.
56.2
Er wordt in het plan gesproken dat er dichtbij Edam gemengde industrie komt. De lichtvervuiling, het geluid en de door indiener genoemde hooligans die er op af komen ziet zij niet zitten.
Een omgevingsvisie is een strategisch beleidsdocument. De uitwerking van het beleid vindt plaats in omgevingsprogramma’s. De juridische regels vinden hun plaats in de opvolger van het bestemmingsplan, het omgevingsplan. Zo worden de beleidsambities steeds concreter gemaakt. De toegedachte bestemming van een deel van de Purmer, in de omgevingsvisie op kaart aangegeven, voorziet in een deel industrie en verder gemengd gebied. De gemeente acht de ontwikkeling van een werklocatie in de Purmer een noodzakelijke maatregel, om daarmee fundamentele stappen te zetten bin-
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
44/107
Zie antwoorden op zienswijze 2.
Zie antwoorden op zienswijze 2.
Zie antwoorden op zienswijze 2.
Zie antwoorden op zienswijze 2.
Zie antwoorden op zienswijze 2.
Zie antwoorden op zienswijze 2.
56.3
Indiener vraagt zich af of sportcentra in dit gebied wel echt nodig zijn.
57. Inwoner (Z23125821)
57.1
58. Inwoner (Z23125822)
58.1
Indiener is van mening dat het industriegebied Julianaweg in Volendam niet meer op de goede plek ligt. Indiener is van mening dat in Purmerend Noord nog veel nieuw aangelegd industriegebied braak ligt. Kan hier niet naar gekeken worden? In principe is indiener tegen elke vorm van vernietiging van het “groen” in de Purmer. Toch kunnen zij begrip opbrengen voor een beperkte industriële bebouwing, aansluitend op Baanstee Noord (ten westen van de Oosterweg en ten noorden van de N244), ten behoeve van woningbouw aan de Julianaweg te Volendam. Daartoe is maximaal 20 ha benodigd. Duidelijke restricties zullen moeten worden opgelegd ten aanzien van visuele afscherming (bomen, struiken), gebouwhoogten, lawaai, lichtvervuiling, luchtvervuiling.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
45/107
nen alle hoofdthema’s en vrijwel alle grote opgaven die in de omgevingsvisie benoemd, om strategische flexibiliteit te verwerven binnen de ruimtelijke ontwikkeling van onze leefomgeving en de afhankelijkheid van derden te verminderen. Uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat de ontwikkeling in de Purmer met veel aandacht landschappelijk wordt ingepast. In de uitwerking worden ook aspecten zoals licht en geluid verder meegenomen. Ten aanzien van ‘hooligans’ wordt aangenomen dat de indiener doelt op de realisatie van een nieuw stadion in de Purmer. Daarvoor verwijzen we naar het antwoord op zienswijze 32.7. Dit wordt nader onderzocht. In de omgevingsvisie staat aangegeven dat de gemeente gaat onderzoeken of het verplaatsen of toevoegen van mogelijk sportvoorzieningen de ontwikkeling van nieuwe onderwijsvoorzieningen het onderwijs dichter bij het bedrijfsleven kunnen brengen. Zie antwoord op zienswijze 34.10
De gemeente waardeert het als inwoners begrip hebben voor de keuze om bedrijven te verplaatsen naar een nieuw te ontwikkelen industrieterrein en de complexe samenhang van die keuze overzien. In de omgevingsvisie zijn reeds globale uitgangspunten benoemd voor de genoemde ontwikkeling, waaronder ook veel aandacht voor een goede land-
schappelijke inpassing (zie Ontwerp omgevingsvisie pagina 48). (Wettelijke) bepalingen op het gebied van hoogte, geluid, luchtvervuiling en lichtvervuiling worden meegenomen bij uitwerking in toekomstig plan en eventuele vergunning. In de raadsvergadering van 25 november 2021 heeft de raad in een amendement gekozen voor een scenario waarbij middels een kaart de locatie en de grootte van het gebied is aangegeven. Zie het antwoord op zienswijze 32.7.
58.2
Indiener verzet zich tegen een groot stadion en geeft daar verschillende argumenten voor.
59. Inwoner (Z23125823) 60. Inwoner (Z23125824)
59.1
Zie antwoorden op zienswijze 2.
61. Inwoner (Z23125825)
61.1
Zienswijze is identiek aan die van indiener 2. Actiegroep ‘Purmer Industrievrij’. Indiener is het niet eens met de vestiging van een industriegebied en een stadion. Zij verwacht verkeersoverlast, voetbalsupporters, vrachtverkeer, luchtvervuiling en waardevermindering van de woning. Indiener heeft daarmee dezelfde soort zienswijzen met dezelfde strekking ingediend als indiener nummer 34.2, 34.3, 34.5, 34.5 en 34.6 De inhoud van deze zienswijze komt overeen met zienswijze 130 en een gedeelte van zienswijze 2. Actiegroep Purmer Industrievrij.
62. Inwoner (Z23125831) 63. Inwoner (Z23125832) 64. Inwoner (Z23125834)
62.1
Zienswijze is identiek aan die van indiener 2. Actiegroep ‘Purmer Industrievrij’. Zienswijze is identiek aan die van indiener 2. Actiegroep ‘Purmer Industrievrij’. Indiener is het niet eens met het industrieterrein en het voetbalstadion in de Purmer. De gemeente houdt onvoldoende rekening met de inwoners van Edam.
Zie antwoorden op zienswijze 2.
60.1
63.1 64.1
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
46/107
Zie antwoorden op zienswijze 34
Zie antwoorden op zienswijze 2 en 130.
Zie antwoorden op zienswijze 2. De gemeente betreurt het de indiener het ervaart dat de gemeente onvoldoende rekening houdt met de inwoners van Edam. Juist omdat de gemeente een zeer intensief participa-
64.2 64.3
De indiener is van mening dat de noodzaak om te verplaatsen onvoldoende is aangetoond. Er zijn voor de ondernemers genoeg alternatieven binnen aanvaardbare afstand van Volendam om hun ambities te verwezenlijken.
tieproces heeft doorlopen en op allerlei manieren in gesprek is geweest met de inwoners. Zie antwoord bij zienswijze 2.1 Het economisch onderzoek dat als fundament heeft gediend om te komen tot besluitvorming ten aanzien van de Purmer beschrijft de noodzaak van uitbreiding van werklocaties. Alternatieve locaties in onze regio zijn er niet. Beschikbare ruimte voor werklocaties bevindt zich (ver) buiten onze regio, bijvoorbeeld in Almere, Lelystad of in het noorden van Noord-Holland. Die opties zijn geen alternatief voor het vraagstuk en de samenhangende ambitie voor economie en woningbouw waar gemeente Edam-Volendam voor staat.
64.4
Indiener is dan mening dat door dit voornemen een aaneengesloten gebied ontstaat van industrie tussen Purmerend en Edam zonder natuurlijke, landelijke overgang met akkers en weilanden tussen Purmerend en Edam. Deze overgang is te abrupt en tast onherstelbaar het karakter en de individuele identiteit van Edam aan.
65. Inwoner (Z23125837) 66. Inwoners (Z23125842) 67. Inwoners (Z23125844)
65.1
Zienswijze is identiek aan die van indiener 2.
Zie ook het antwoord op zienswijze 34.10 De raad heeft op 25 november 2021 besloten om te kiezen voor een scenario met een toekomstig bedrijventerrein (industrieterrein) aan de westzijde van de Purmer. Het industrieterrein zal zo dicht mogelijk tegen die van Purmerend aansluiten. Zie antwoorden op zienswijze 2.
66.1
Zienswijze is identiek aan die van indiener 2.
Zie antwoorden op zienswijze 2.
67.1
Zie antwoorden op zienswijze 2.
68. Inwoner (Z23125853)
68.1
Zienswijze is vrijwel identiek aan die van indiener Enkel het punt over de afhankelijkheid van de gemeente van grondeigenaren en ontwikkelaars is niet overgenomen. Deze zienswijze heeft dezelfde strekking als zienswijze 64. Indiener is van mening dat met deze visie en de toegedachte bestemming
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
47/107
Zie antwoorden op zienswijze 64.1
68.2 68.3 68.4
69. Inwoner (Z23125859) 70. Inwoners (Z23125863)
71. Inwoner (Z23125866) 72. Inwoner (Z23125876)
69.1 70.1
van industrie in de Purmer geen rekening wordt gehouden met inwoners van Edam. Indiener vreest dat het industrieterrein en voetbalstadion voor veel overlast zorgt en daarmee gevolgen heeft voor de gezondheid. Indiener is van mening dat de noodzaak tot het industrieterrein niet is aangetoond. Er is nog voldoende plaats op de Baanstee Noord. Indiener stelt dat het industrieterrein slecht zal zijn voor de bedreigde diersoorten die in de Purmer leven en het nabijgelegen Natura 2000gebied. Zienswijze is identiek aan die van indiener 2.
70.2
Indiener is van mening dat de Purmer is bedoeld voor landbouw en veeteelt en is tegen een industrieterrein een voetbalstadion. Indiener vraagt de gemeente de Lange Weeren eerst vol te bouwen.
71.1
Zienswijze is identiek aan die van indiener 2.
72.1
Indiener is van mening dat er op het bedrijventerrein van Purmerend nog ruimte is. De bedrijven uit Volendam zouden daar naar toe kunnen verhuizen. Indiener vraagt zich af of de Volendamse ondernemers wel willen verhuizen. Indiener is van mening dat een stadion van FC Volendam in Volendam thuis hoort en niet in Edam. Indiener heeft begrepen dat de gemeente de ruimte tussen Purmerend en Edam wil volbouwen. Met de aanleg van een industrieterrein en een stadion worden de twee stedelijke gebieden met elkaar verbonden. Indiener woonachtig in Amsterdam, heeft een zienswijze ingediend tegen het voornemen een industrieterrein een stadion te vestigen.
72.2 72.3 73. Inwoner (Z23125880)
73.1
74. Indiener (Z23125882)
74.1
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
48/107
Zie antwoord op zienswijze 32.7. Zie antwoorden op zienswijze 2.1 en zienswijze 34.10 Zie antwoorden op zienswijze 2.12 en zienswijze 20.1 Zie antwoorden op zienswijze 2. Zie antwoorden op zienswijze 26.1 en zienswijze 32.7. Indicatief zijn maatregelen in hoofdstuk 2 Uitvoeringstrategie in een tijdslijn verwerkt. Vanwege de kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar woningen is het binnen de gekozen samenhangende strategie inderdaad wenselijk om eerst woningen in de Lange Weeren te realiseren. Zie antwoorden op zienswijze 2. Zie antwoord op zienswijze 34.10.
Zie antwoord op zienswijze 2.1. Zie antwoord op zienswijze 32.7. Zie antwoord op zienswijze 64.4
Zie antwoorden op zienswijze 26.1 en zienswijze 32.7.
74.2 75. Inwoner (Z23125888)
75.1
76. Inwoner (Z23125891) 77. Inwoners (Z23125892) 78. Inwoner (Z23125899)
76.1
Indiener ziet liever dat een klein deel van de Purmer gebruikt wordt voor woningen (laagbouw). Hoewel de indeling van de zienswijze anders is, heeft deze zienswijze dezelfde inhoudelijke punten en strekking als indiener nummer 2. Zienswijze is identiek aan die van indiener 2.
77.1
Zienswijze is identiek aan die van indiener 2.
Zie antwoorden op zienswijze 2.
78.1
Zie antwoorden op zienswijze 2.
79. Inwoner (Z23125900) 80. Inwoner (Z23125922)
79.1
Hoewel de indeling van de zienswijze anders is, heeft deze zienswijze dezelfde inhoudelijke punten en strekking als indiener nummer 2. Zienswijze is identiek aan die van indiener 2. Deze zienswijze noemt de punten van indiener nummer 2 maar dan in ander woorden. Indiener vraagt naar de noodzaak van het industrieterrein Indiener vraagt zich af waarom het stadion naar de Purmer, Edam moet verplaatsen? Indiener vraagt zich af hoe de uitspraak om zelfvoorzienend te worden wat betreft de voedselvoorziening zich verhoudt tot het gebruik van vruchtbare landbouwgrond tot industrieterrein
Zie antwoorden op zienswijze 2.1 en zienswijze 26.1.
80.1
80.2 80.3
80.4
Indiener geeft aan dat er een toezegging is gedaan door de gemeente om de strook tussen de Oosterweg en Edam groen te houden. Hoe verhoudt het volbouwen van dit deel hiertoe?
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
49/107
Zie antwoorden op zienswijze 31.1 en zienswijze 32.8. Zie antwoorden op zienswijze 2.
Zie antwoorden op zienswijze 2.
Zie antwoorden op zienswijze 2.
Zie antwoord op zienswijze 32.7. In de omgevingsvisie wordt niet gesproken over een zelfvoorzienende voedselketen. Het grootste gedeelte van de Purmer binnen de grenzen van gemeente Edam-Volendam blijft groen en agrarisch. De indiener wordt verwezen naar het besluit van de raad van 25 november 2021. Ten aanzien van de gewenste groene buffer wordt de indiener gewezen op maatregel 11 onder opgave 1 (Ontwerp omgevingsvisie pagina 43) waarmee tussen de gronden met de toegedachte bestemming gemengd gebied met industrie en de eerste bebouwing van Edam een uitbreiding van de hoofd-groenstructuur wordt voorzien. De uitwerking van de toegedachte bestemming Gemengd moet
81. Wijkraad Breed Edam (Z23125923)
81.1 81.2
Indiener vraagt naar de nut en noodzaak van het industrieterrein, er zijn namelijk ook alternatieven (die niet genoemd worden) Er mist een financiële onderbouwing ten aanzien van de ambities die in de omgevingsvisie staan. Er is geen inschatting van de financiële haalbaarheid en daarmee zijn de kostenconsequenties voor de inwoners onbekend.
81.3
De ontwerp omgevingsvisie heeft geen waarde door het ontbreken van meetbare gegevens en concrete waarden of voorwaarden. Wat is bijvoorbeeld een acceptabel niveau? Indiener is van mening dat een begrippenlijst had geholpen (definitie van gebruikte terminologie).
81.4
Indiener is van mening dat het een veronderstelling is dat onderwijsvoorzieningen en sportvoorzieningen elkaar versterken. Indiener mist alternatieve ontwikkelingen als bijvoorbeeld kernenergie.
81.5
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
50/107
in dit gebied, behoudens het voorgaande ten aanzien van de hoofdgroenstructuur, verder worden uitgewerkt onder een omgevingsprogramma. Zie antwoorden op zienswijze 2.1, zienswijze 26.1, zienswijze 34.10 en zienswijze 64.3. De omgevingsvisie berust op bestaand beleid en besluitvorming. Bij de verdere uitwerking waarin meer maatregelen duidelijk worden en verder worden uitgewerkt is een financiële onderbouwing zeker wenselijk om de door de indiener genoemde reden. (Zie ook pagina 58 van de omgevingsvisie) De gemeente Edam-Volendam heeft er voor gekozen om in de omgevingsvisie vaak open normen te hanteren, omdat normen door de tijd heen veranderen. Daarmee blijft onze omgevingsvisie zo lang mogelijk ‘houdbaar’. Ook hebben we gekozen voor begrijpelijk taalgebruik. Dat kan ten koste gaan van de juridische interpretatie. In onze ogen lenen de andere instrumenten onder de omgevingswet zich beter voor het vastleggen van de uitleg. Binnen de andere instrumenten in onze beleidscyclus willen we daarom (indien nodig) aan de betekenis meer verdieping geven. (Zie ook pagina 3 van de omgevingsvisie) Dat moeten we onderzoeken, zoals in de omgevingsvisie wordt aangegeven. Een verdere detaillering van de opgave hoe we in Edam-Volendam energieneutraal willen worden, wordt uitgewerkt in een omgevingsprogramma.
Overigens valt kernenergie onder de bevoegdheid van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
81.6
Indiener mist een afweging tussen voedselproductie en verstedelijking
81.7
Indiener is van mening dat een industrieterrein van 20 ha groot genoeg is.
81.8
Indiener vraagt om een voorkeursregel toe te passen bij inwoners uit de gemeente
81.9
De gebieden van het Wvg-gebied met gemengd moet agrarisch blijven.
81.10
Indiener vraagt naar het verdere verloop van de Wvg.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
51/107
In de omgevingsvisie worden afwegingen integraal en samenhangend binnen de onderdelen van onze leefomgeving gemaakt. De genoemde afweging maakt dus onderdeel uit van een bredere blik. Voor een toelichting op de afweging voor de toegedachte bestemming in de Purmer wordt verwezen naar het antwoord op zienswijze 26.1. In de raadsvergadering van 25 november 2021 heeft de raad in een amendement gekozen voor een scenario waarbij in het amendement middels een kaart de locatie en de grootte van het gebied is aangegeven. Dit besluit is gebaseerd op een ruimtelijk economische verkenning en een economisch onderzoek dat die avond aan de gemeenteraad is voorgelegd. We houden de wetgeving met betrekking een mogelijke voorkeursregel zoveel als mogelijk in de gaten om daarbij de mogelijkheden van de gemeente in kaart te brengen, zie ook pagina 42 van de omgevingsvisie. De gemeente Edam-Volendam werkt aan een verdere uitwerking van dit gebied. De intentie van het vestigen van een Wet Voorkeursrecht op een gebied houdt wel in dat de toegedachte bestemming een andere is dan het bestaande agrarische gebruik. Echter houdt de wetgever daarbij wel rekening met dat plannen ook kunnen wijzigen. Met vaststelling van de omgevingsvisie wordt het gevestigde voorkeursrecht met drie jaar verlengd.
82. Inwoner (Z23125937)
82.1
83. Inwoner (Z23125941) 84. Inwoner (Z23125943)
83.1 84.1
84.2
85. Inwoners (Z23125946)
Zienswijze is vrijwel identiek aan die van indiener 2. Enkel het punt over de afhankelijkheid van de gemeente van grondeigenaren en ontwikkelaars is niet overgenomen. Zienswijze is identiek aan die van indiener 2.
Zie antwoorden op zienswijze 2.
Indiener heeft bezwaar tegen het industrieterrein in de Purmer en het stadion om de volgende redenen: sterke achteruitgang van een goede leefomgeving Totale verdwijning van zicht op de ruimte; het landschap is straks niet meer open en groen.
Zie antwoord op zienswijze 2.4.
84.3
Liever woningbouw dan industrie in de Purmer.
85.1
Indiener is bang voor zichtschade voor het aangezicht van Edam vanaf de N244.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
52/107
Zie antwoorden op zienswijze 2.
Op pagina 52-53 van het planMER wordt de eindconclusie van de locatieafweging weergegeven. In de locatieafweging voor de ontwikkeling in de Purmer wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de ruimtelijkheid en de zichtlijnen binnen de Purmer. Zie aanvullend ook het antwoord op zienswijze 26.1. Binnen de samenhangende benadering van onze leefomgeving leidt de realisatie van een werkgebied in de Purmer in tegenstelling tot woningbouw op die plek tot fundamentele stappen binnen alle hoofdthema’s en vrijwel alle grote opgaven die in de omgevingsvisie worden benoemd. Zie ook de antwoorden op zienswijzen 31.1 en 32.8. De indiener wordt er verder op gewezen dat de toegedachte bestemming gemengd gebied met industrie enkel geldt voor het westelijke gebied dat wordt begrensd door de BaansteeNoord, de N244, de Oosterweg en de Edammerweg. De uitwerking van de toegedachte bestemming Gemengd moet verder worden uitgewerkt. Het zicht op Edam vanaf de N244 wordt in de bestaande situatie op het stuk tussen de Oos-
terweg en de Baanstee-Noord op de voorgrond gedomineerd door de bomenrij en agrarische bebouwing in de Purmer en Industriegebied Oosthuizerweg.
86. Inwoner (Z23125980)
86.1
87. Inwoner (Z23125982) 88. Inwoner (Z23125987)
87.1
89. Inwoner (Z23125989) 90. Inwoner (Z23125997)
Zienswijze is vrijwel identiek aan die van indiener 2. Enkel het punt over de afhankelijkheid van de gemeente van grondeigenaren en ontwikkelaars is niet overgenomen. Zienswijze is identiek aan die van indiener 2.
Zie antwoorden op zienswijze 2.
88.1
Indiener stelt dat er compensatie moet komen voor de uitstoot van CO2 en stikstof als gevolg van de Lange Weeren en het industrieterrein.
88.2
Indiener stelt voor om het deel grenzende aan Edam als natuurpark te bestempelen en een deel als bos (Edammerweg). Daarbij zou een klein deel grenzend aan nu de Baanstee met lichte industrie (geen industrie die stank veroorzaakt of rokerijen) bebouwd kunnen worden en tegen de Oosterweg nog een deel met 10 a 20 meter brede strook bomen, dit om het zicht op de industrie weg te nemen.
89.1
Zienswijze is identiek aan die van indiener 2.
De effecten van ontwikkelingen moeten indien nodig op plan of projectniveau verder worden onderzocht dan dat op basis van de m.e.r. procedure reeds is gedaan. Ten aanzien van de gewenste groene buffer wordt de indiener gewezen op maatregel 11 onder opgave 1 (Ontwerp omgevingsvisie pagina 43) waarmee tussen de gronden met de toegedachte bestemming gemengd gebied met industrie en de eerste bebouwing van Edam een uitbreiding van de hoofd-groenstructuur wordt voorzien. Om met de ontwikkeling in de Purmer zo veel mogelijk te bereiken binnen de grote opgaven waar de gemeente voor staat, zijn naast lichte industrie ook de mogelijkheid tot zwaardere categorieën noodzakelijk. Zie antwoorden op zienswijze 2.
90.1
Het merendeel van de industrie-uitstoot vanaf de Julianaweg komt nu uit op het Markermeer. Bij de aanleg van een industrieterrein in de Purmer komt de uitstoot uit in Edam. Een nieuw industrieterrein in de Purmer is slecht voor de volksgezondheid
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
53/107
Zie antwoorden op zienswijze 2.
Zie antwoorden op de zienswijzen 2.4 en 2.11.
90.2
Indiener geeft aan dat renovatie van bestaande industrieterreinen minder uitstoot heeft dan nieuwbouw.
91. Inwoner (Z23126023) 92. Inwoner (Z23126038)
91.1
Zienswijze is identiek aan die van indiener 2.
92.1
Zie antwoorden op zienswijze 2.
93. Inwoner (Z23126039)
93.1
Zienswijze is vrijwel identiek aan die van indiener 2. Enkel het punt over de afhankelijkheid van de gemeente van grondeigenaren en ontwikkelaars is niet overgenomen. Zienswijze is vrijwel identiek aan die van indiener 2. Enkel het punt over de afhankelijkheid van de gemeente van grondeigenaren en ontwikkelaars is niet overgenomen.
94. Stichting Behoud Waterland (Z23126040)
94.1
Indiener geeft aan dat de omgevingsvisie van Edam-Volendam ten aanzien van de twee uitbreidingen in de Purmer en Lange Weeren in strijd is met de provinciale omgevingsvisie. De gronden zijn in de provinciale omgevingsvisie aangewezen als Metropolitaan landschap.
Omgevingsvisies zijn niet kaderstellend voor anderen en voor andere overheden, maar voor het vaststellend bestuursorgaan. Er geldt wel een wettelijke afstemmingsverplichting, waar ook de gemeente Edam-Volendam zich aan houdt. De omgevingsvisie van de provincie NoordHolland noemt het Programma Metropolitaan landschap. Dit programma heeft tot doel om de ontwikkeling van primair natuur- en agrarisch gebieden naar een netwerk van groenblauwe longen te creëren met meer en verschillende functies. De ruimte voor ontwikkelingen verschilt per gebied en hangt af van de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve waarde van de verschillende landschappen. Dit wordt verder uitgewerkt in een provinciaal gebiedsgericht programma. Edam-Volendam
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
54/107
De omgevingsvisie en ook het planMER benaderen de leefomgeving samenhangend en kijken daarom ten aanzien van doelbereik naar het totaal, dat wil dus zeggen dat het niet alleen gaat om de uitstoot bij realisatie maar ook gaat het om het behalen voordelen voor de hele leefomgeving meegenomen worden in de overweging. Zie antwoorden op zienswijze 2.
Zie antwoorden op zienswijze 2.
94.2
94.3
Indiener wijst op de besluitvorming in november 2021 en geeft aan dat er toen is besloten om het college de opdracht te verlenen scenario 2 voor een toekomstig bedrijventerrein (industrie) aan de westzijde van de Purmer te onderzoeken en daarvoor een voorbereidingskrediet ter beschikking te stellen. Indiener vraagt naar de nut en noodzaak en verwijst naar een door hen op 14 oktober 2021 ingediende analyse van het bedrijventerrein. Een ruimtelijke en financiële onderbouwing voor onderwijs- en sportvoorzieningen ontbreekt.
94.4
Indiener stelt voor om de omgevingsvisie aan te passen door te noemen dat er een verkenning plaats vindt naar een industrie- en bedrijventerrein in de Purmer.
94.5
Indiener geeft aan dat de Lange Weeren zich bevindt in het Bijzonder Provinciaal Landschap Waterland. Indiener merkt op dat het aantal in de omgevingsvisie van 1160 woningen meer is dan destijds is afgesproken in de Pilot Waterland. Ook is het project niet opgenomen in de Woondeal MRA tot 2030. Indiener geeft aan dat de getallen waar de gemeente mee rekent te hoog zijn. De kosten voor buitenstedelijk bouwen zijn hoger, indiener verwijst hiervoor naar een rapport Maatschappelijk kosteneffectiviteitsanalyse Binnen- en Buitenstedelijk bouwen van 1 maart 2023.
94.6
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
55/107
is betrokken bij dit gebiedsgerichte programma. De opgave voor de komende jaren is om de ontwikkeling en het beheer van het metropolitane landschap sterker te verbinden met de ruimtelijk-economische groei van de metropoolregio en investeringsopgaven in beeld te brengen. De tekst van het amendement geeft het volgende aan: ”Het college van B&W opdracht te geven dit scenario verder uit te werken door de initiatieffase conform het Edam-Volendams ruimtelijk planproces te starten.” Voor de nut en noodzaak van een nieuwe werklocatie wordt verwezen naar de antwoorden op zienswijze 2.1 en 26.1. De mogelijkheid voor sport en onderwijs wordt nader onderzocht. De genoemde maatregel in de ontwerp omgevingsvisie is gebaseerd op de besluitvorming van de gemeenteraad van 25 november 2021. Het aantal van 1160 woningen in de Lange Weeren wordt benoemd in de structuurvisie van 2009. De uitkomsten van de woningmarktanalyse (Companen, 2020) ondersteunen dit aantal. In onze gemeente zijn onvoldoende binnenstedelijke woningbouwlocaties beschikbaar om kwalitatief en kwantitatief op het juiste moment genoeg woningen te realiseren, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de bestaande binnenstedelijk leefomgeving. Zoals dit ook in de ontwerp omgevingsvisie
94.7
Indiener vraagt om de Lange Weeren als ontwikkelingslocatie voor woningbouw te schrappen dan wel aan te geven dat de ontwikkeling in de Lange Weeren wordt onderzocht zonder aantallen te noemen.
95. Inwoners (Z23126041)
95.1
96. Inwoner (Z23126042)
96.1
97. Inwoner (Z23126043) 98. Inwoner (Z23126046)
97.1
Zienswijze is vrijwel identiek aan die van indiener 2. Actiegroep ‘Purmer Industrievrij’. Enkel het punt over de afhankelijkheid van de gemeente van grondeigenaren en ontwikkelaars is niet overgenomen. Zienswijze is vrijwel identiek aan die van indiener 2. Enkel het punt over de afhankelijkheid van de gemeente van grondeigenaren en ontwikkelaars is niet overgenomen. Zienswijze is identiek aan die van indiener 2.
99. Inwoner (Z23126049)
99.1
98.1
Zienswijze is vrijwel identiek aan die van indiener 2. Enkel het punt over de afhankelijkheid van de gemeente van grondeigenaren en ontwikkelaars is niet overgenomen. Zienswijze is vrijwel identiek aan die van indiener 2. Enkel het punt over de afhankelijkheid van de gemeente van grondeigenaren en ontwikkelaars is niet overgenomen.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
56/107
wordt aangegeven geeft de nationale omgevingsvisie aan dat binnenstedelijke ontwikkeling duidelijk de voorkeur heeft, maar het is niet de bedoeling dat dit afbreuk doet aan de kwaliteiten van bestaand stedelijk gebied. Binnenstedelijk ontwikkelen heeft met andere woorden een limiet, vanwege het waarborgen van de kwaliteit van bestaand stedelijk gebied, het beschermen van de gezondheid van inwoners en het behoud van voldoende mobiliteit. Woningbouw op uitbreidingslocaties kan daarom noodzakelijk zijn, om daarmee in de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte naar woningen te voorzien. De Lange Weeren stond reeds in de Structuurvisie uit 2009. De Lange Weeren is van belang voor de realisatie van voldoende geschikte woningen voor onze inwoners en behoud van een gezonde, kwalitatieve en klimaatbestendige bestaande leefomgeving. Zie antwoorden op zienswijze 2.
Zie antwoorden op zienswijze 2.
Zie antwoorden op zienswijze 2. Zie antwoorden op zienswijze 2.
Zie antwoorden op zienswijze 2.
100. Inwoner (Z23126051)
100.1
101. Inwoner (Z23126052)
101.1
Zienswijze is vrijwel identiek aan die van indiener 2. Enkel het punt over de afhankelijkheid van de gemeente van grondeigenaren en ontwikkelaars is niet overgenomen. Indiener is het niet eens met het volbouwen van de Purmer.
101.2
Indiener geeft aan dat als de gemeente een industrieterrein wil vestigen dan zoveel mogelijk tegen de Baanstee aan.
101.3
Indiener vraagt zich af hoe we de Purmer kunnen volbouwen terwijl het elektriciteitsnetwerk van Liander vol is.
101.4
Het karakteristieke van het landschap gaat verloren zo.
101.5
Hoe gaat de gemeente de waardevermindering van de huizen betalen? Die worden namelijk minder waard door de zwaar vervuilende industrie. Hoe wordt de verhuizing van de bedrijven aan de Julianaweg gefinancierd? Indiener vraagt zich af wie de sanering van de zwaar vervuilde grond op het huidige industrieterrein gaat betalen.
101.6 101.7
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
57/107
Zie antwoorden op zienswijze 2.
De Purmer blijft grotendeels open en wordt geenszins volgebouwd. De indiener wordt er op gewezen dat de toegedachte bestemming gemengd gebied met industrie enkel geldt voor het westelijke gebied dat wordt begrensd door de Baanstee-Noord, de N244, de Oosterweg en de Edammerweg. Daarmee blijft het gedeelte van de Purmer dat binnen onze gemeente valt overwegend groen. Datzelfde geldt voor het gedeelte van de Purmer dat in de gemeente Waterland ligt. Dat is ook het uitgangspunt van de gemeente Edam-Volendam en ligt in lijn met de locatieafweging uit het planMER. De indiener wordt er nogmaals op gewezen dat de Purmer niet vol wordt gebouwd. De ontwikkeling stemmen we af met netbeheerders. De indiener wordt verwezen naar het locatieafweging in het planMER waarbij met de situering van de ontwikkeling zo veel mogelijk rekening wordt gehouden met de karakteristieken van het landschap. Zie antwoord bij 2.10
De financiële onderbouwing komt in ieder geval terug bij het omgevingsplan. In de ontwerp omgevingsvisie is daar het volgende over aangegeven: “Uitgangspunt is dat de vervuiler betaalt. Aanwezige schone bodem moet schoon blijven. Verontreinigde
101.8 101.9
102. Inwoner (Z23126057)
102.1
102.2
Indiener vraagt zich af of er geen woningen vrijkomen straks met de babyboomers Kan de gemeente niet meer kiezen voor hoogbouw?
Indiener wil graag in de visie opgenomen zien worden dat de contouren van geur en geluid van het geplande industrieterrein op een afstand van 300 meter wordt gehouden van de woonhuizen aan de Oosterweg. Zodat de huidige bewoners van de Oosterweg niet worden belast met de overlast die in Volendam wordt bespaard. Indiener vraagt of in de visie opgenomen kan worden dat de Edammerweg en Oosterweg niet voor ontsluiting van het beoogde industrie terrein wordt gebruikt, dit geldt tevens gedurende de realisatie
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
58/107
grond met goed beheerd worden en er mogen geen nieuwe bodemverontreinigingen ontstaan. Aanwezige bodemverontreinigingen mogen niet leiden tot humane, ecologische of verspreidingsrisico’s. We onderzoeken de saneringsmogelijkheden van oude stortplaatsen, omdat we de afwenteling van risico’s naar tijd zo veel mogelijk willen voorkomen. Bij herbestemmingen schrijven we ontwikkelende partijen zo veel mogelijk voor dat eventueel aanwezige bodem(water)vervuiling wordt schoongemaakt. Wij willen vervuilingen zo min mogelijk doorschuiven naar toekomstige generaties.” (Zie pagina 35 Ontwerp omgevingsvisie) Deze ontwikkeling is meegenomen in de woningmarktanalyse. (Companen, 2020) Op binnenstedelijke locatie is dat, op plekken die zich daar voor lenen, zeker een optie en kiest de gemeente Edam-Volendam daar ook voor. Dit geeft echter geen antwoord op de opgave waar we voor staan. Om de bestaande kwaliteit van de leefomgeving niet te verlaten en om niet alleen het aantal maar ook het juiste type woningen te kunnen bouwen blijft uitbreiding noodzakelijk. In een omgevingsplan worden normen vastgelegd die kaderstellend zijn. In de omgevingsvisie staat het beleid op hoofdlijnen. Ten aanzien van geur en geluid wordt de indiener verwezen naar pagina 35 van de ontwerp omgevingsvisie. De te kiezen wijze van ontsluiten maakt onderdeel uit van de verdere uitwerking van deze ontwikkeling.
102.3
102.4
en aanleg van het industrieterrein. Indiener stelt voor om de ontsluiting te realiseren via het grondgebied van Purmerend waarbij een oversteek van de Middentocht een toegang geeft tot het nieuw te realiseren gebied. Hier is een rotonde op de N244 om het toekomstige industrieterrein te bereiken. Tevens stelt indiener voor om de geur en geluidproducerende bedrijven aan de noord-west kant te realiseren zodat bij de meest voorkomende westelijke windrichting bewoners van de Oosterweg en bewoners van Edam zo min mogelijk overlast ondervinden.
Zie het antwoord bij zienswijze 102.2.
Bij elke ontwikkeling wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de effecten op de omgeving. Elke ontwikkeling heeft bovendien te voldoen aan wet- en regelgeving. Ten aanzien van geur gelden normen ten aanzien van de omgeving. Bovendien geldt bij een verhuizing het uitgangspunt van “toepassing van best beschikbare technieken”, waardoor geurhinder niet vergelijkbaar zal zijn met bestaande verouderde situaties.
102.5
Indiener is van mening dat het industrieterrein zelf een eigen wateropvang moet hebben.
Voor deze ontwikkeling is de integrale wateropgave en belangrijk onderwerp, waar de gemeente Edam-Volendam over in gesprek zal treden met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.
102.6
Indiener verwacht dat de realisatie van een nieuw industrieterrein in de Purmer waar categorie 4,2 bedrijven en fabrieken op gevestigd mogen worden tot een waardevermindering van bestaande woningen en bedrijven aan de Oosterweg en Edammerweg zal leiden.
Zie antwoord bij 2.10
102.7
Indiener mist een passage in de omgevingsvisie over planschade als gevolg van verlies van woongenotlicht door geluids-, verkeers-, stankoverlast en horizonvervuiling.
Zie antwoord bij 2.10
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
59/107
103. Inwoners (Z23126081)
103.1
Indiener is van mening dat de gemeente onvoldoende rekening houdt met omwonenden.
103.2 103.3
Indiener vraagt naar nut en noodzaak van een nieuw industrieterrein Indiener denkt dat er verkeersoverlast, geluidsoverlast, geuroverlast en hittestress zal ontstaan als gevolg van het industrieterrein. Indiener vraagt zich af waarom het voetbalstadion naar de Purmer zou moeten.
103.4
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
60/107
Bij elke ontwikkeling wordt zo goed mogelijk rekening gehouden met de omgeving en omwonenden. Gemeente Edam-Volendam gelooft in samenwerking als basis voor een goede leefomgeving. Daarom hebben we ‘samenwerking’ als uitgangspunt benoemd voor onze sturingsfilosofie. Participatie met de omgeving valt daar ook onder. Bij samenwerking is het goed om wederzijdse verwachtingen uit te spreken. Daarom staat op bladzijde 57 van de ontwerp omgevingsvisie aangegeven wat van de gemeente Edam-Volendam kan worden verwacht en wat wij van anderen verwachten. Daarbij staat onder andere aangegeven dat we minderheidsstandpunten serieus nemen en dat we rekening houden met minderheidsbelangen. Niet iedere persoon of instantie kan zijn of haar zin krijgen en niet elk idee of bezwaar kan gehonoreerd worden, maar wij beloven dat wij ons zullen inspannen om steeds te kijken hoe wij nadelen van de uiteindelijke keuzes zo klein mogelijk kunnen maken. Zie antwoord op zienswijze 2.1 Zie antwoord op zienswijze 2.4 De komst van een stadion wordt niet concreet benoemd in de voorliggende ontwerp omgevingsvisie, maar wordt binnen de toegedachte bestemming gemengd niet uitgesloten. De raad van de gemeente Edam-Volendam heeft op dit moment de wens om de combinatie met sport nader te onderzoeken conform het amendement van de gemeenteraad van Edam-Volendam van 25 november 2021
103.5
Indien de scholen ‘de Triade’ en ‘Don Bosco’ zouden verhuizen geeft dit ook extra verkeersdrukte.
104. Belanghebbende (Z23126082)
104.1
Indiener vraagt de gemeente om niet te lichtvaardig om te gaan met de natuur in de gemeente.
105. Inwoner (Z23126084)
105.1
Zienswijze is identiek aan die van indiener 2.
106. Inwoners (Z23126085)
106.1
Indiener voorziet dat het industrieterrein licht-, geluids-, verkeers-, en stankoverlast en horizonvervuiling zal geven.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
61/107
(agendapunt 14, voorstelnummer 93-2021). Vanwege inspraak van FC Volendam in de gemeenteraad ligt het in de rede om de ontwikkeling van een nieuw stadion daarbij ook te onderzoeken. Op basis daarvan kan worden bepaald of een stadion in de Purmer wenselijk is. Net als bij alle ontwikkelingen worden de effecten (positief / negatief) op de leefomgeving dan nader onderzocht. Ook de verplaatsing van scholen wordt niet benoemd in de ontwerp omgevingsvisie. Wel zal een combinatie van een werklocatie met leren worden onderzocht. Zie het antwoord op zienswijze 103.4. Natuur is een cruciaal onderdeel van onze leefomgeving. Daarom willen we biodiversiteit en positieve effecten op natuur bevorderen. In onze ontwerp omgevingsvisie geven we aan dat de gemeente Edam-Volendam binnen de kernen ecologie meer ruimte wilt geven, mogelijkheden voor natuurinclusief bouwen gaan onderzoeken, binnen een breed samenwerkingsverband wilt werken aan een integraal natuurplan en dat we rondom De Lange Weeren natuurwaarden willen versterken. (zie onder andere ontwerp omgevingsvisie pagina 34, 38, 45 en 47) Zie antwoorden op zienswijze 2.
Binnen het planMER is de toegedachte bestemming op het abstractieniveau van de omgevingsvisie onderzocht. Binnen de nadere uitwerking van deze ontwikkeling in een omgevingsprogramma en een (wijziging van
106.2 106.3
Indiener betwijfelt de nut en noodzaak van een industrieterrein in de Purmer Indiener merkt op dat veel zaken nog onduidelijk zijn als bijvoorbeeld een voetbalstadion. Ook vraagt indiener zich af wat er onder gemengd wordt verstaan?
106.4
Indiener vraagt of de omgevingsvisie aangepast kan worden met concretere informatie om zo de impact op hen te kunnen inschatten.
106.5
Indiener is van mening dat als er een industrieterrein moet komen dat het deel dat tegen de Baanstee Noord aan ligt het meest geschikt is, max 20 ha..
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
62/107
een) omgevingsplan worden aanbevelingen uit het planMER (planMER pagina 88 e.v.) meegenomen en worden effecten indien noodzakelijk aanvullend nader onderzocht. Zie het antwoord op zienswijze 2.1 De gemeente Edam-Volendam heeft gekozen voor een omgevingsvisie op hoofdlijnen die daarmee voor langere tijd richting kan geven aan de ontwikkeling van de gemeente. Dat gaat ten koste van detaillering en concreetheid, hetgeen als onduidelijk kan worden ervaren. Op pagina 41 van de ontwerp omgevingsvisie staat aangegeven: “De uitwerking van de opgaven leidt daarmee niet altijd tot het volledig behalen van de doelen uit onze visie. Dat werken we verder uit in programma’s.” In een gemengd gebied zijn vaak verschillende bestemmingen toegestaan. De toegedachte bestemming gemengd gebied maakt het mogelijk dat nader wordt onderzocht welke functies in de Purmer passen. Een concretisering van de omgevingsvisie vindt plaats binnen nader op te stellen omgevingsprogramma’s. De locatie tegen de Baanstee Noord aan is ook het uitgangspunt van de gemeente Edam-Volendam en ligt in lijn met de locatieafweging uit het planMER. De grootte van de toegedachte bestemming is gebaseerd op het amendement van de gemeenteraad van 25 november 2021 (agendapunt 14, voorstelnummer 93-2021).
106.6
Zie het antwoord op zienswijze 80.4.
107.1
Indiener vraagt om een groene strook tussen het industrieterrein en Edam. Ook zou er woningbouw naar de Purmer kunnen. Indiener verwacht planschade als het gebied helemaal wordt volgebouwd. Zienswijze is identiek aan die van indiener 2.
108.1
Zienswijze is identiek aan die van indiener 2.
Zie antwoorden op zienswijze 2.
109.1
Indiener vraagt zich af of de gemeente ook een keer een verzadigingspunt bereikt betreffende de woningbehoefte van de in de toekomst krimpende Edam-Volendam bevolking.