Bijlage 3 Nota van antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER 29-06-2023.pdf
Tekst van het document
109.2
Indiener verwacht dat door het hoge aanbod aan woningen die vrijkomen vooral in Volendam, er geadverteerd moet worden buiten de grenzen van Edam-Volendam. Dit gaat ten koste van de unieke cultuur in Edam-Volendam.
109.3
Indiener vraagt een onderbouwing waaruit blijkt dat men bouwt voor de eigen bevolking en woonbehoefte voor de eigen jeugd komende 15 jaar ook rekening houdend met het vrijkomen van onze bestaande woningvoorraad.
110.1
Zienswijze is identiek aan die van indiener 2. Daarnaast ziet indiener graag dat er oog is voor een eerlijkere verdeling tussen de lusten en
De uitgevoerde woningmarktanalyse (Companen, 2020) geeft aan dat bepaalde kernen kunnen krimpen tot 2040, maar dat bij elkaar opgeteld het aantal huishoudens in de gemeente Edam-Volendam groeit. Daarbij wordt opgemerkt dat een krimpende bevolking niet per definitie gelijk staat aan een afname van woningbehoefte. Het aantal huishoudens kan door gezinsverdunning als gevolg van bijvoorbeeld vergrijzing of individualisering namelijk gewoon groeien. Het verwachte aantal huishoudens is daarom een belangrijke indicator. Met name voor de kern Volendam wordt een aanzienlijke groei van het aantal huishoudens voorzien. Zoals aangegeven in de ontwerp omgevingsvisie streven we naar een evenwichtige woningvoorraad waarbij ook gekeken wordt naar het te verwachten aantal vrijkomende woningen. Hiervoor wordt de indiener verwezen naar hoofdstuk 4 van de woningmarktanalyse (Companen, 2020), waarin duidelijk wordt aangegeven hoe het te verwachten aantal huishoudens is onderzocht. Zie antwoorden op zienswijze 2.
106.7 106.8 107. Inwoner (Z23126090) 108. Inwoner (Z23126092) 109. Inwoner (Z23126093)
110. Inwoners (Z23126097)
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
63/107
Zie het antwoord op zienswijze 32.8. Zie het antwoord op zienswijze 2.10 Zie antwoorden op zienswijze 2.
de lasten van Edam-Volendam en noemt voorbeelden van oneerlijke verdeling. Indiener wil hier een onafhankelijk onderzoek naar, om toekomstige sociale ontwrichting te voorkomen.
111. Inwoner (Z23126098)
111.1
Zienswijze komt overeen met zienswijze 2.1 en 2.2.
111.2
Indiener geeft aan dat Edam ook dringend behoefte heeft aan allerlei soorten woningen. Met de realisatie van dit project wordt het laatste stuk bouwgrond bezet en kan Edam niet verder uitbreiden. De indiener geeft aan dat een groot deel van de Baanstee in de Purmer, bereikbaar vanaf N244 en met openbaar vervoer, nog leeg staat. Indiener vindt plannen schadelijk voor mens en natuur. Gezondheid en leefbaarheid van omwonenden en de natuur komt in het geding door licht-, geluids-, verkeers-, stankoverlast, horizonvervuiling en bedreiging van zeldzame diersoorten. Zienswijze is identiek aan die van indiener 2.
111.3
111.4
112. Inwoner (Z23126099) 113. Inwoners (Z23126100)
112.1
114. Inwoners (Z23126101) 115. Inwoners (Z23126102)
114.1
113.1
115.1
De gemeente Edam-Volendam houdt binnen de samenhangende maatregelen in de uitvoeringsstrategie rekening met een eerlijke verdeling, zodat afwentelen zo veel mogelijk wordt voorkomen. Zie de antwoorden op zienswijze 2.1 en zienswijze 2.2. Zie de antwoorden op zienswijze 31.1 en zienswijze 32.8. Zie antwoorden op zienswijze 2.1 en zienswijze 34.10. Zie het antwoord op zienswijze 20.1.
Zie antwoorden op zienswijze 2.
Indiener is het niet eens met het industrieterrein en een stadion, vanwege omdat dat slecht is voor de Purmer, haar omwonenden en de Natura 2000-gebieden. Zienswijze is identiek aan die van indiener 2.
Zie het antwoord op zienswijze 20.1.
Indiener ziet de omgevingsvisie graag aangevuld met de mogelijkheid van een bestemmingswijziging indien een agrarisch bedrijf, dat door wat voor reden dan ook, niet de bedrijfsvoering voort kan zetten. Dit gaat dan om een bestemmingswijziging van agrarische bestemming naar industriële bestemming, voor enkel opslag en rekening houdend met de verkeersintensiteit
De gemeente Edam-Volendam heeft gekozen voor een omgevingsvisie op hoofdlijnen. De toekomst van het agrarische gebied in onze gemeente zien we als een belangrijke opgave (zie Ontwerp omgevingsvisie Hoofdstuk 2, opgave 3). Binnen de uitwerking van die opgave in programma’s kijken we graag samen met agrariërs en andere belanghebbenden verder naar mogelijkheden om de toekomst van het agrarische gebied vorm te geven.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
64/107
Zie antwoorden op zienswijze 2.
115.2
Indiener vraagt of de omgevingsvisie ook iets kan zeggen over de mogelijkheid woningruimte aan eigen kinderen op eigen erf te kunnen bieden. Bijvoorbeeld het tijdelijk plaatsen van een stacaravan of het creëren van tijdelijke woonruimte in een van de bedrijfsgebouwen.
115.3
Onder verwijzing naar een bijlage waarop drie woningen in lintbebouwing staan ingetekend is indiener van menig dat, als er ten noorden van de N244 gebouwd gaat worden (mogelijke lintbebouwing) er dan ook aan de zuidkant van de N244 lintbebouwing toegestaan kan worden. Hierdoor komt er door een kleine aanpassing meer woonruimte vrij in de gemeente Edam-Volendam.
116. Inwoner (Z23126103)
116.1
Volgens de indiener ontbreken in de omgevingsvisie concrete locaties waar zzp’ers in de nabije toekomst hun bedrijfsauto kunnen laden. Zonder grootschalige laadinfrastructuur ontstaat wildgroei aan laadplekken. Door te weinig beschikbare laadcapaciteit, toename van blauwe zones en emissievrije gemeenten, zien zzp’ers hun werkgebied verkleinen. Indiener stelt een (laad- en parkeer)hub voor op Slobbeland en meer dit soort hubs aan de randen, om parkeerdruk in oude kom/Julianaweg te ontlasten, leefbaarheid te verbeteren en auto’s uit de kernen naar de randen te duwen.
117. Inwoner (Z23126104)
117.1
Zienswijze is identiek aan die van indiener 2. Indiener vraagt aanvullend of de gemeente heeft nagedacht over de financiële risico’s die de gemeente loopt met een stadion, bijv. als het minder gaat met de voetbalclub FC Volendam.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
65/107
Op 20 april 2023 heeft de raad een motie aangenomen, waarbij het college wordt opgeroepen om te onderzoeken of er in het programma Wonen een regeling kan worden opgenomen die het mogelijk maakt om op percelen groter dan 500m2 meer dan 1 woning te realiseren. De gemeente Edam-Volendam heeft gekozen voor een omgevingsvisie op hoofdlijnen. Initiatieven die een bijdrage leveren aan de gewenste koers van de omgevingsvisie of een uitwerking daarvan kunnen via de reguliere kanalen voor het indienen van plannen kenbaar worden gemaakt aan de gemeente. Ten aanzien van de gewenste laadinfrastructuur wordt de indiener gewezen op maatregel 1 onder opgave 5 ‘Mobiliteit’ (p. 50 ontwerp omgevingsvisie) waarmee wordt voorzien in het opstellen van een uitvoeringsplan en opschalen van laadinfrastructuur. Met maatregel 4 onder opgave 5 willen we gemotoriseerd verkeer naar de randen brengen. Binnen de nader uit te werken omgevingsprogramma’s gaan we daar mee aan de slag en wordt bekeken welke maatregelen nog meer wenselijk zijn om gestelde doelen te behalen. Zie antwoorden op zienswijze 2. De realisatie van een nieuw stadion wordt niet concreet benoemd in de voorliggende ontwerp omgevingsvisie, maar wordt binnen de toegedachte bestemming gemengd niet uitgesloten. De raad van de gemeente EdamVolendam heeft op dit moment de wens om
de combinatie met sport nader te onderzoeken conform het amendement van de gemeenteraad van Edam-Volendam van 25 november 2021 (agendapunt 14, voorstelnummer 93-2021). Vanwege inspraak van FC Volendam in de gemeenteraad ligt het in de rede om de ontwikkeling van een nieuw stadion daarbij ook te onderzoeken. Inzicht in (financiële) risico’s kunnen onderdeel zijn van dat onderzoek. Op basis daarvan kan worden bepaald of een nieuw stadion wenselijk is. Zie antwoorden op zienswijze 2.
118. Inwoner (Z23126108) 119. Inwoner (Z23126109) 120. Inwoner (Z23126113)
118.1
120.1
Zienswijze is identiek aan die van indiener 2. Indiener doet daarbij de suggestie van de alternatieve locatie de Baanstee.
Zie antwoorden op zienswijze 2 en 34.10.
121. Vereniging Oud Edam (Z23126115)
121.1
Indiener vraagt wie de regie gaat voeren op ‘verdichting’ waarbij de ‘identiteit en karakter van plek leidend’ is, rekening houdende met het eigen belang bij ontwikkelingen van particulieren, bedrijven en ontwikkelaars, met wie de gemeente zegt te willen samen werken d.m.v. uitnodigingsplanologie. Indiener verwacht dat gemeente regisserend optreedt met kaders voor ontwikkeling en niet volgend is. Indiener wijst op risico’s van uitnodigingsplanologie bij bouwen
Bij uitnodigingsplanologie bepalen overheden op hoofdlijnen waar ruimtelijk wel of geen veranderingen gewenst zijn met het oog op langetermijnprognoses en te beschermen waarden. Het is planologie waarbij overheden zich uitnodigend en faciliterend opstellen tegenover initiatiefnemers. Bij de ontwikkeling van gebieden en plaatsen moet door de overheid niet het eindbeeld worden vastgelegd, maar veel meer de gewenste ontwikkelrichting binnen de hoofdlijnen van ons beleid en op basis van een visie voor een gebied. Verschillende invullingen, uitvoeringen en inrichtingen moeten mogelijk zijn. Het is aan de gemeente om te bepalen welke delen van het grondgebied gedetailleerde en kaderstellende regels (bijv. op het gebied van kwaliteit) vereisen en
119.1
Dit is een aangepaste versie van zienswijze 2, waarbij enkele argumenten zijn weggelaten. Zienswijze is identiek aan die van indiener 2.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
66/107
Zie antwoorden op zienswijze 2.
121.2
Aangezien beschermen van Stelling van Amsterdam en stadsgezicht Edam kan botsen met ambitie om waar nodig uitbreidingslocaties te creëren in landelijk gebied, verzoekt indiener daar beleid op en een passage erover in de definitieve omgevingsvisie, waarover zij graag adviseren.
121.3
Indiener pleit voor een opgave Erfgoed in de uitvoeringsstrategie met bijv. de onderdelen Rijksmonumenten, archeologische monumenten, beschermde stad- en dorpsgezichten met bijbehorende ruimtelijke ordening, cultuurlandschappen, roerend/immaterieel erfgoed.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
67/107
welke delen van het grondgebied globaler kunnen worden gereguleerd. De rol van de gemeente zal ook bij dergelijke ontwikkelingen zo veel mogelijk passen binnen de sturingsfilosofie zoals deze binnen hoofdstuk 4 van de ontwerp omgevingsvisie wordt beschreven. Zoals op pagina 30 van de ontwerp omgevingsvisie wordt aangegeven, blijft de gemeente Edam-Volendam zich inzetten voor het behoud en de bescherming van verschillende karakteristieke historische waarden, waaronder ook de door de indiener genoemde gebieden. Binnen het nader op te stellen omgevingsplan kan dit onder de omgevingswet worden vertaald naar regelgeving, hetgeen samen met wetgeving kaderstellend wordt voor de (on)mogelijkheden van ontwikkelingen binnen een bepaald gebied. Mocht ondanks het voorgaande een situatie ontstaan waarin belangen botsen, dan heeft de ontwerp omgevingsvisie op p. 41 aandacht voor de samenhangende benadering van verschillende, soms elkaar versterkende, soms tegenstrijdige, opgaven. Middels een afwegingskader, waarbij ook identiteit en kenmerken nadrukkelijk centraal staan, wordt richting gegeven aan te maken keuzes. De intentie van de gemeente Edam-Volendam is om de genoemde opgaven te vertalen naar omgevingsprogramma’s. De exacte inhoud van die omgevingsprogramma’s is verder op dit moment nog niet helder. Indien onze leefomgeving niet meer voldoet aan de
121.4
Indiener pleit voor opname van beleid op gebied van cultureel erfgoed, vergunningverlening voor wijzigen van rijksmonumenten en aanwijzing van en omgang met bestaande stad- en dorpsgezichten en koppeling met ruimtelijke ordening in omgevingsvisie
121.5
Indiener maakt zich zorgen over financiële gevolgen van beoogde ontwikkelingen Julianaweg en Purmer en verwijst naar de op te stellen Nota Kostenverhaal, waarmee wordt vastgelegd dat nieuwe gebiedsontwikkelingen waar mogelijk financieel bijdragen in de opgaven. Volgens indiener moet degene die profiteert betalen.
121.6
Indiener geeft aan in hun zienswijze op concept omgevingsvisie vraagtekens te hebben gesteld bij het aantal te bouwen woningen, waarop gemeente heeft gereageerd met verwijzing naar onderzoek Companen. Indiener wijst op recentere cijfers van PNH die lager liggen (950 extra woningen). Indiener vraagt of de Woonvisie en omgevingsvisie worden aangepast op deze recentere cijfers
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
68/107
hoofdlijnen van ons beleid (zie voor het onderwerp erfgoed onder andere pagina 18 en pagina 30 van de ontwerp omgevingsvisie), kan het er in dat geval toe leiden dat binnen een omgevingsprogramma inspanningen nodig zijn om onze leefomgeving (weer) op het niveau te krijgen waarop wij het graag willen hebben. Beleid op het gebied van cultureel erfgoed en de genoemde onderdelen vindt een plek in de ontwerp omgevingsvisie op pagina 18 en op pagina 30. Bovendien worden bij het wijzigen van monumenten en aanwijzen van en omgang met bestaande stad- en dorpsgezichten de bij wet vastgestelde procedures (op het gebied van ruimtelijke ordening) gevolgd. Met de nader op te stellen Nota Kostenverhaal (p. 41 ontwerp omgevingsvisie) beoogt de gemeente inderdaad dat nieuwe gebiedsontwikkelingen financieel gaan bijdragen aan de opgaven. Dit wordt in samenhang met de omgevingsprogramma’s verder uitgewerkt. Het onderzoek van Companen betreft een analyse op basis van cijfers op gemeenteniveau. Het onderzoek van de PNH is gebaseerd op cijfers van de gehele provincie Noord-Holland en maakt daarbij geen onderscheid tussen verschillende gemeenten en kenmerkende ontwikkelingen binnen die gemeenten.
Juist op dat laatste punt wordt in het onderzoek van Companen aangegeven dat in de gemeente Edam-Volendam sprake is van een positief migratiesaldo (onder andere personen die graag terugkeren naar hun dorp of stad van herkomst) ten opzichte van
121.7
Uit het antwoord op zienswijze 108 op de concept omgevingsvisie maakt de indiener op dat de gemeente eerst de omgevingsvisie wil vaststellen, voordat zij onderzoek doet naar de werkelijke behoefte en noodzaak van uitbreiding en verhuizing naar nieuwbouw in het groen, wat in hun ogen de verkeerde volgorde is.
121.8
Indiener vraagt of er al concrete plannen bestaan voor de ambitie om hoofdgroenstructuren uit te breiden (gekoppeld aan grote ruimtelijke ontwikkelingen). Indiener complimenteert het streven van het uitbreiden van bomenareaal met 20%. M.b.t. beleid om particulieren, ondernemers en ontwikkelaars te stimuleren te vergroenen (p. 34 omgevingsvisie) vraagt de indiener of de gemeente al heeft nagedacht over hoe ze dit wil stimuleren; is er al concreet beleid, zijn er streefgetallen voor?
121.9
121.10
121.11
Met betrekking tot de ambitie om ontwikkeling Julianaweg aan te grijpen voor het verplaatsen en vernieuwen van afvalinzameling vraagt de indiener of de afvalinzameling naar de Purmer gaat, of daar een nadere uitwerking van is en of dat geen geuroverlast zal geven. Ook vraagt de indiener naar een mogelijkheid tot samenwerking hiervoor op regionaal niveau. Indiener vraagt of de gemeente al met verkennend onderzoek bezig is voor windturbines lang de A7 of industrieterrein en of er al een industrieterrein/andere locatie op het oog is.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
69/107
de regio en wordt aangegeven dat deze voor onze gemeente kenmerkende ontwikkeling het verschil met de cijfers van de Provincie verklaard. Het in opdracht van de gemeente uitgevoerde onderzoek geeft met andere woorden een betere weergave van de plaatselijke behoefte naar woningen. De behoefte is op hoofdlijnen inzichtelijk. Het antwoord waar de indiener naar verwijst gaat over aanvullend verdiepend onderzoek. Dat maakt onderdeel uit van de uitwerking van de omgevingsvisie in programma’s of maakt onderdeel uit van evaluatie en monitoring. Op de kaart op p. 43 van de ontwerp omgevingsvisie is ingetekend waar de uitbreiding van hoofdgroenstructuren beoogd is. Het stimuleren van vergroenen maakt onderdeel uit van de hoofdlijnen van het beleid in de omgevingsvisie. Een uitwerking daarvan is terug te vinden in hoofdstuk 2 de Uitvoeringsstrategie. Zoals aangegeven onder opgave 2 op pagina 45 gaan we, in lijn met een aangenomen amendement, de mogelijkheden onderzoeken voor een subsidieregeling op dat vlak. Dat is een mogelijkheid die in een verdere uitwerking van deze werklocaties verkend en onderzocht zal moeten worden.
De gemeente is nog niet bezig met een verkennend onderzoek voor windturbines langs de A7 of op een industrieterrein. Zoals aange-
121.12 121.13
Indiener juicht 20% houtbouw en een toekomstige verhoging van het percentage toe. Indiener ziet tegenstrijdigheid in het opofferen van veenweidegebied in BPL met de bouw van de Lange Weeren en het vervolgens creeren van natuurgebied (p. 47). Indiener vraagt hoe gemeente dit ziet.
121.14
Hoe moet de indiener het opvatten dat over de in eerdere fasen genoemde gemengde/groene/agrarische bestemming van de Purmer niet meer gesproken wordt?
121.15
Indiener vraagt of gemeente met cijfers kan verduidelijken wat de interne behoefte is aan min. één arbeidsplaats per nieuw te bouwen woning. Eerder gaven zij aan dat scheve woon-werkbalans hiermee in stand wordt gehouden. Ook vraagt indiener wat regionale afspraken hierover zijn en waar deze in te zien zijn, en of die consequenties hebben voor het vestigen van bedrijventerrein in de Purmer.
121.16
Indiener ziet incongruentie tussen de ambitie voorzieningen als sportaccommodaties en scholen nabij woonkernen te behouden en het plaatsen van dezelfde voorzieningen in de Purmer. Indiener vindt daarbij dat onderwijs en sportfaciliteiten omwille van gezondheid niet op een industrieterrein horen. Indiener wil graag in gesprek over de mogelijkheid tot het toepassen van ‘auto te gast’-principe in oude kom van Edam.
121.17
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
70/107
geven op pagina 34 van de ontwerp omgevingsvisie zien we windturbines liever niet terug in ons landschap. Mochten windturbines in de verdere toekomst richting 2050 uiteindelijk toch noodzakelijk blijken, zal tegen die tijd verkennend onderzoek plaats gaan vinden. De gemeente sluit daarmee aan op de uitgangspunten van de MRA greendeal. Door met de ontwikkeling van de Lange Weeren in de flanken goede ecologische condities te ontwikkelen wilt de gemeente Edam Volendam daar natuurwaarden verhogen ten opzichte van het bestaande agrarische gebruik. Ook in de omgevingsvisie wordt de toegedachte bestemming gemengd, conform het besluit tot het vestigen van de Wet Voorkeursrecht Gemeenten en het amendement van de raad van 25 november 2021 benoemd. De ambitie die door de indiener wordt benoemd is gebaseerd op de propositie ‘Hollandser dan Hollands’ (2021) van de gemeenten uit Zaansteek Waterland. Het realiseren van een bedrijventerrein en de transformatie van de Julianaweg kunnen daar binnen onze gemeente mede invulling aan geven. Zie ook het antwoord op zienswijze 2.1. Dit vormt onderdeel van het door de raad gewenste onderzoek naar het toevoegen van sport in de Purmer, zoals dit wordt aangegeven in de ontwerp omgevingsvisie en in het amendement van 25 november 2021. De gemeente waardeert het delen van kennis binnen samenwerkingsverbanden.
Het door de indiener genoemde onderwerp sluit goed
121.18
Indiener vraagt zich af of gemeente al heeft nagedacht over mobiliteit van en naar bedrijventerrein in de Purmer.
121.19
Indiener pleit voor een opgave Ruimte in de uitvoerings-strategie t.b.v. ruimteverdeling in het algemeen, om ruimtenood en verdeling van ruimte te overwegen. Indiener wijst op grote ruimte toewijzing van bedrijven, terwijl daar inefficiënt en niet-duurzaam met ruimte wordt omgesprongen. Indiener vraagt naar de visie van gemeente over transitie, circulariteit en verduurzaming in het licht van ruimtenood en vraagt of functioneel kan worden uitgebreid/hoe er wordt uitgebreid. Indiener ziet graag dat gemeente regie pakt bij (ook dit soort) ontwikkelingen.
121.20
Indiener ziet een tegenstrijdigheid tussen wat op p. 11 van omgevingsvisie over de Purmer is geschreven en plannen voor bedrijventerrein daar.
121.21
Vereniging Oud Edam vraagt naar de stand van zaken/uitkomt van overleg met buurgemeenten over de Purmer en wat invloed hiervan is geweest op ontwerp omgevingsvisie.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
71/107
aan op de opgave mobiliteit. In een mogelijk omgevingsprogramma mobiliteit zou het genoemde principe in samenwerking met belanghebbenden verder kunnen worden verkend. Op hoofdlijnen zijn verkeerstudies uitgevoerd. Op het moment dat er meer duidelijkheid is over de ontwikkeling in de Purmer (bijvoorbeeld het type bedrijven) kunnen deze studies naar de mobiliteit worden geconcretiseerd. De ontwerp omgevingsvisie voorziet in een samenhangende en integrale afweging hoe we onze leefomgeving (en dus ruimte) willen ontwikkelen, beheren, gebruiken en beschermen. De ontwikkeling in de Purmer is een goed voorbeeld van een maatregel waarmee de gemeente Edam Volendam de mogelijkheid krijgt om direct en indirect doorlopend regie te behouden over de toekomst van verschillende aspecten binnen onze leefomgeving (wonen, economie, mobiliteit en verduurzaming). Zoals aangegeven op pagina 48 van de ontwerp omgevingsvisie houdt de ontwikkeling in de Purmer zo veel mogelijk rekening met de op pagina 11 benoemde landschappelijke kwaliteiten. In de vergadering van 20 juni 2023 is de intergemeentelijke visie door de raad van de gemeente Edam-Volendam vrijgegeven voor inspraak. Ook de raden van Waterland en Purmerend behandelen de visie. De ambities van
121.22
121.23
121.24 121.25
121.26
Indiener verwijst naar antwoord van gemeente op zienswijze 113 van concept omgevingsvisie en zegt dat wat betreft het genoemde participatietraject de Purmer omwonenden en burgers juist hebben aangegeven geen bedrijventerrein te willen in de Purmer. Indiener vindt de vrijwel gelijktijdige behandeling en ontbrekende chronologische behandeling van de regiovisie Purmer en omgevingsvisie, die respectievelijk spreken over een regionaal en lokaal bedrijventerrein, onwenselijk.
Indiener vraagt naar stand van zaken van regiovisie Purmer en hoe deze zich verhoudt tot de omgevingsvisie. Indiener vindt de plannen voor Wvg-gebied de Purmer aanzienlijk verdergaan dan gemeenteraad heeft verzocht tijdens raadsvergadering van 25 november 2021. Indiener haalt aan dat in die raadsvergadering ervoor is gepleit rest van plangebied open en groen en zelfs agrarisch te houden en dat is besloten te laten onderzoeken wat de mogelijkheden zijn van bedrijventerrein in westelijk deel (geen besluit op bestaand plan). Indiener vraagt of dit onderzoek al is uitgevoerd, gepubliceerd en bediscussieerd en wat de conclusies zijn, of op welke termijn dit klaar is. Indiener zegt in veronderstelling te zijn dat de Purmer-ontwikkeling nog geen door de gemeenteraad bekrachtigd plan is, omdat het een visie betreft, maar dat de visie het presenteert als plan en voldongen feit. Indiener vraagt hier opheldering over. Indiener heeft vragen over verwervings(strategie). Gaat het om aankoop van bedrijven zonder opvolger of uitkoop? Hebben boeren al ingestemd met uitkoop en om welke bedragen gaat het? Indiener heeft ook vragen wat betreft de kosten, of deze begroot zijn en waar deze in te zien zijn.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
72/107
de gemeenten maken op hoofdlijnen ook onderdeel van de ontwerp omgevingsvisie van de gemeente Edam-Volendam. Zoals in die beantwoording wordt aangegeven, worden alle belangen die samenhangen met de Purmer in samenhang afgewogen. De wettelijke noodzaak tot het vaststellen van een omgevingsvisie door elke gemeente in Nederland en de noodzaak tot een samenhangende intergemeentelijke visie op de Purmer komen op dit moment in onze gemeente samen, maar zijn inhoudelijk op elkaar afgestemd. Zie het antwoord op zienswijze 121.21. De toegedachte bestemming van de Purmer op p. 49 van de ontwerp omgevingsvisie komt overeen met wat de gemeenteraad op 25 november 2021 heeft besloten in het amendement (agendapunt 14, voorstel-nummer 932021). Bovendien heeft de gemeenteraad in dit amendement besloten het gekozen scenario verder uit te laten werken door de initiatieffase van het ruimtelijk-planproces te starten. Op basis van een vastgesteld omgevingsplan kan de ontwikkeling in de Purmer daadwerkelijk gerealiseerd worden. Indien grondeigenaren gronden in het aangewezen gebied willen verkopen, dienen de gronden op basis van de Wet Voorkeursrecht Gemeenten eerst aan de gemeente EdamVolendam te worden aangeboden. Als er een
121.27
Indiener vraagt naar visie van gemeente op invulling en toekomstbestendigheid van en duurzaamheids- en klimaatmaatregelen voor het bedrijventerrein.
121.28
Indiener vindt dat de historie en cultuurwaarde van de Purmer, Edam en de Stelling van Amsterdam worden aangetast.
121.29
Met aanleg van Purmer gaat kostbare vruchtbare kleigrond als landbouwgrond verloren.
121.30
Edam wordt aangetast door aanleg bedrijventerrein, omdat het als gevolg ingeklemd wordt tussen bedrijventerreinen waardoor historie onafleesbaar wordt.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
73/107
aanbod volgt, wordt dit voorgelegd aan de gemeenteraad. De gemeente Edam-Volendam geeft in de omgevingsvisie aan dat we van bedrijventerrein Julianaweg een toonaangevend klimaatbestendig en natuurinclusief woonwerkgebied willen maken (p. 48). Juist op de Julianaweg zijn volgens de gemeente diverse maatregelen mogelijk om de huidige situatie te verbeteren. De uitwerking hiervan vindt plaats in omgevingsprogramma’s de verdere uitwerking van de transformatie van bedrijventerrein Julianaweg. De gemeente Edam-Volendam ziet net als de indiener de genoemde cultuurhistorische waarden als een kostbaar bezit. De gemeente acht de ontwikkeling van een werkgebied in de Purmer desondanks een noodzakelijke maatregel, om daarmee fundamentele stappen te zetten binnen alle hoofdthema’s en vrijwel alle grote opgaven die in de omgevingsvisie zijn benoemd, om strategische flexibiliteit te verwerven binnen de ruimtelijke ontwikkeling van onze leefomgeving en om de afhankelijkheid van derden te verminderen. Uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat de ontwikkeling in de Purmer met veel aandacht landschappelijk wordt ingepast. Zie ook het antwoord op zienswijze 121.2. In de ontwerp omgevingsvisie worden de voor- en nadelen voor de leefomgeving samenhangend afgewogen. De indiener wordt er op gewezen dat de toegedachte bestemming gemengd gebied met
121.31
Indiener vraagt of onder bestemming ‘industrie/gemend’ in Wvg-gebied ruimte is voor landbouw, t.b.v. ambitie om belangrijkste en groenste voedselproducent in de regio te worden.
121.32
Indiener gaat in op de negatieve gevolgen van licht- en luchtvervuiling en stank- en verkeersoverlast en is benieuwd hoe de gemeente het aan gaat pakken om deze negatieve gevolgen te voorkomen. Indiener wijst op de schade die aan natuurwaarden, dieren en soorten aangericht kan worden. Vraagt of inventaris naar soorten en beschermingstoets is gedaan. Indiener ziet in kader van de Purmer de ambitie hoofdgroenstructuur uit te breiden niet terug.
121.33
121.34
121.35
121.36
Indiener vraagt hoe Purmer-plannen zich met de wens om droogteen hittestress en verstening tegen te gaan verhouden en vraagt naar functie van Purmer in kader van waterberging. Indiener wijst op schade aan landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de Purmer. Vraagt of gemeente bereid is een harde invulling van de Purmer te laten varen voor groter landschappelijk doel i.p.v. landschappelijke waarden terug te brengen in invulling van bedrijventerrein.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
74/107
industrie enkel geldt voor het westelijke gebied dat wordt begrensd door de BaansteeNoord, de N244, de Oosterweg en de Edammerweg. De gemeente kan op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten enkel een toegedachte bestemming leggen die afwijkt van het huidige gebruik van de grond. Zie antwoord op zienswijze 2.4, 2.11 en 37.1.
Zie antwoord op zienswijze 2.12.
In de ontwerp omgevingsvisie is op p. 34 het beleid opgenomen dat we bij zeer grote ruimtelijke ontwikkelingen onze hoofd-groenstructuur uitbreiden. Ten aanzien van de hoofdgroenstructuur in het kader van de Purmer wordt de indiener gewezen op maatregel 11 onder opgave 1 (p. 43, ontwerp omgevingsvisie) waarmee tussen de gronden met de toegedachte bestemming gemengd gebied met industrie en de eerste bebouwing van Edam een uitbreiding van de hoofdgroenstructuur wordt voorzien (zie kaart op p. 43). Zie antwoord op zienswijze 2.4.
De gemeente Edam-Volendam ziet net als de indiener de afwisseling tussen compacte woonkernen en de openheid van het landschap als een kostbaar bezit. De gemeente acht de ontwikkeling van een werkgebied in de Purmer desondanks een noodzakelijke
122. Inwoners (Z23126117)
122.1
Indiener is op zoek naar een onderbouwing van de noodzaak industrie te verplaatsen t.b.v. woningbouw. Onderbouwingen van haalbaarheid, locatie en alternatieve locaties zoals Baanstee Noord, Oost en West en kans voor bedrijven duurzaamheidstransitie door te maken ontbreken in omgevingsvisie.
maatregel, om daarmee fundamentele stappen te zetten binnen alle hoofdthema’s en vrijwel alle grote opgaven die in de omgevingsvisie zijn benoemd, om strategische flexibiliteit te verwerven binnen de ruimtelijke ontwikkeling van onze leefomgeving en om de afhankelijkheid van derden te verminderen. Uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat de ontwikkeling in de Purmer met veel aandacht landschappelijk wordt ingepast. Om ook in de lokale woningbehoefte na 2030 te kunnen voorzien, zoals dit in de woningmarktanalyse (Companen, 2020) is becijferd, is transformatie noodzakelijk. Na de Lange Weeren ontbreken in die periode reële alternatieven om kwantitatief en kwalitatief in voldoende woningen te voorzien. Het economisch onderzoek dat als fundament heeft gediend om te komen tot besluitvorming en aanzien van de Purmer beschrijft de noodzaak van uitbreiding van werklocaties. Alternatieve locaties in onze regio zijn er niet. Beschikbare ruimte voor werklocaties bevindt zich (ver) buiten onze regio, bijvoorbeeld in Almere, Lelystad of in het noorden van Noord-Holland. Die opties zijn geen alternatief voor het vraagstuk en de samenhangende ambitie voor economie en woningbouw waar gemeente Edam-Volendam voor staat. Reële alternatieven op de Baanstee-Noord ontbreken, zoals dat ook mede in antwoord op zienswijze 34.10 is aangegeven. Alternatieve locaties voor een nieuwe werklocatie binnen
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
75/107
122.2
Indiener heeft bezwaar tegen de locatie, omdat het landschappelijke waarden aantast wanneer een aaneengesloten industrieterrein ontstaat.
122.3
Indiener heeft bezwaar tegen de omvang, omdat de concrete invulling nog ontbreekt en de risico’s bestaan op niet optimale benutting of exploitatie, versnippering van ruimte, gebrek aan transparantie, oneigenlijk gebruik/criminaliteit en financieel fiasco voor gemeente.
122.4
Indiener heeft bezwaar tegen de invulling van het deel ‘gemengd’, omdat die nog ontbreekt behalve het stadion. Indiener heeft bezwaar op dit stadion vanwege de haalbaarheid, omvang, (licht)overlast, verkeersbewegingen en vraagt zich af of het noodzakelijk is, of het bereikbaar zal zijn, of er ook een alternatieve locatie is (binnen de kern Volendam).
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
76/107
de gemeente zijn onderzocht in de locatieafweging in het planMER. De indiener wordt er op gewezen dat de toegedachte bestemming gemengd gebied met industrie enkel geldt voor het westelijke gebied dat wordt begrensd door de BaansteeNoord, de N244, de Oosterweg en de Edammerweg. In de locatieafweging in het planMER zijn ook de landschappelijke waarden meegenomen (zie pagina 53 en pagina 54 van het plan MER). De omvang van de toegedachte bestemming is gebaseerd op een ruimtelijk economische verkenning en een economisch onderzoek dat op 25 november 2021 als onderdeel van het ‘Voorstel inzake besluit voorkeursscenario 2 bedrijventerrein de Purmer alsmede beschikbaar stellen voor-bereidingskrediet’ aan de raad is voorgelegd. Zie het antwoord op zienswijze 32.7. De indiener wordt verder gewezen op maatregel 11 onder opgave 1 (Ontwerp omgevingsvisie pagina 43) waarmee tussen de gronden met de toegedachte bestemming gemengd gebied met industrie en de eerste bebouwing van Edam een uitbreiding van de hoofdgroenstructuur wordt voorzien. De uitwerking van de toegedachte bestemming Gemengd moet in dit gebied, behoudens het voorgaande ten aanzien van de hoofd-groenstructuur, verder worden uitgewerkt onder een omgevingsprogramma.
122.5
123. Inwoners (Z23126118)
123.1
123.2
123.3
De indiener vindt dat de gemeente verder onderzoek moet doen en concrete uitwerking van plannen moet maken, aangezien de antwoorden op de volgende drie vragen nog niet zijn beantwoord: 1. Is aanleg van geplande industrieterrein in de Purmer de oplossing? 2. Mag er zware industrie komen op het geplande industrieterrein in de Purmer? 3. Is dit volgens huidige milieuwetgeving en andere relevante wetgeving (stikstof!) toegestaan?
De indiener spreekt verbazing uit over het feit dat het stadion wel in de planMER wordt genoemd, maar niet in de ontwerp omgevingsvisie. Ze vragen de gemeente aan te tonen dat deze verplaatsing noodzakelijk is, gezien de ontwikkelingen van de Lange Weeren, het Tase-terrein en Julianaweg. De indiener wil graag op termijn duidelijkheid over de status van de plannen voor een stadion in de Purmer en over de exacte locatie daarvan. Indiener vraagt om toezegging en handhaving van afstand van 700 meter ten opzichte van woningen. De indiener ziet graag dat de gemeente alternatieve locaties voor een nieuw stadion onderzoekt. Hiervoor doen ze de suggestie van de locatie tegenover Motel Katwoude. Argumenten hiervoor zijn: Volendamse voetbalclub blijft binnen het derde klaphek.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
77/107
De gemeente Edam-Volendam heeft gekozen voor een omgevingsvisie of hoofdlijnen. Het abstractie (detail)niveau van een planMER is in hoge mate afhankelijk van het abstractieniveau van de omgevingsvisie. Inherent aan het abstractieniveau zijn de exacte effecten van ontwikkelingen in de omgevingsvisie in veel gevallen nog niet goed te bepalen. Bij een verdere uitwerking van een ontwikkeling worden de effecten indien nodig verder onderzocht. Effecten door stikstofdepositie als gevolg van het verplaatsen van industrie naar de Purmer zijn om deze reden niet getoetst. In deze fase (visie-niveau) zijn nog geen concrete uitgangspunten beschikbaar die als basis dienen voor een realistische AERIUS-berekening. Stikstofdepositieberekeningen op planen projectniveau moeten uitwijzen wat de mogelijke negatieve effecten zijn. Zie het antwoord op zienswijze 32.7.
Zie het antwoord op zienswijze 32.7.
Zie het antwoord op zienswijze 32.7. Alternatieve locaties kunnen onderdeel zijn van een onderzoek naar verplaatsing.
123.4
123.5
Ontwikkeling van arrangementen met Motel Katwoude voor overnachtingen bij popconcerten. Draagt bij aan imago van Volendam als dorp van Palingsound, en is visitekaartje direct bij afslaan richting Volendam. Bewoners van de Lange Weeren kunnen vanuit hun achtertuin genieten wat zich in het stadion afspeelt. Jeugd van Volendam kan op de fiets naar de voetbal en andere sport. Naar aanleiding van gelijktijdige trajecten strategische gebiedsvisie Purmer en omgevingsvisies vraagt de indiener op welke manier ervoor wordt gezorgd dat belanghebbenden duidelijkheid houden in welk traject en op welke manier zij een zienswijze kunnen indienen.
Men zegt nee tegen de voorgenomen locatie van het industriegebied ten westen van de Oosterweg, richting Purmerend (voor industrie met aflopende categorie, met behoud van Oosterweg wonen en werken en door bewoners van Edammerweg te verplaatsen), omdat meer informatie benodigd is. Men heeft maximale weerstand tegen industrie van hoge categorie op deze locatie waardoor geen bewoning aan Ooster- en Edammerweg mogelijk is. Verplaatsing en nieuwbouw van het bedrijventerrein moet benut worden om bedrijven te verduurzamen en milieuvriendelijker te maken naar categorieën lager dan 4.2.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
78/107
Op 22 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Edam-Volendam de intergemeentelijke gebiedsvisie vrijgegeven voor inspraak. De gebiedsvisie en de omgevingsvisie verschillen in abstractie, maar sluiten inhoudelijk ten aanzien van de Purmer op elkaar aan. De gemeente acht de ontwikkeling van een werkgebied in de Purmer een noodzakelijke maatregel, om daarmee fundamentele stappen te zetten binnen alle hoofdthema’s en vrijwel alle grote opgaven die in de omgevingsvisie benoemd, om strategische flexibiliteit te verwerven binnen de ruimtelijke ontwikkeling van onze leefomgeving en de afhankelijkheid van derden te verminderen. Uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat de ontwikkeling in de Purmer met veel aandacht landschappelijk wordt ingepast. Elke ontwikkeling heeft te voldoen aan wet- en regelgeving. Ten aanzien van geur gelden normen ten aanzien van de omgeving. Bovendien geldt bij een verhuizing het uitgangspunt van “toepassing van best beschikbare technieken”, waardoor geurhinder niet vergelijkbaar zal zijn met bestaande verouderde situaties.
123.6
123.7
123.8
123.9
Het geniet de voorkeur de ontsluiting van de voorgenomen locatie industriegebied ten westen van de Oosterweg, richting Purmerend als volgt vorm te geven: nieuwe rotonde/in-uitvoegstrook – 3e baan ten westen en zuiden (op N244) van het gebied; behoud van de bestaande rotonde kruispunt Oosterweg/N244. Bovenstaande situatie maar dan zonder de extra rotonde op de N244 wil men liever niet. De volgende ontsluiting wil men zeker niet: nieuwe rotonde/in-uitvoegstrook – 3e baan ten noorden (Edammerweg) en oosten (Oosterweg) van het gebied; behoud van de bestaande rotonde kruispunt Oosterweg/N244. De indiener vindt de beoordeling van het aspect verkeer in de planMER onvolledig, omdat het geen rekening houdt met verkeer door de ‘gemengde bestemming’ in het Wvg-gebied anders dan het bedrijventerrein en nieuwe regionale bedrijven. Men vindt dat verder gekeken moet worden dan alleen de gemeentewegen, bijvoorbeeld ook naar de regionale effecten en de toegangswegen N247, A7 en N244.
De indiener biedt grote weerstand tegen industrie of stadion/poptempel en milieu categorie 4.2 op locatie gebied Noord- en westzijde ten oosten van de Oosterweg tegen Edam. Tegen laagbouw van (oorspronkelijke) bewoning, natuur en recreatie op die plek is men voorlopig ook. De indiener geeft aan dat door de overwegend zuidwestelijke wind lucht- en geluidsvervuilende bedrijven van invloed zullen zijn op omwonenden van de Purmer.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
79/107
De verkeersontsluiting van dit gebied is geen onderdeel van het detailniveau van de voorliggende omgevingsvisie, maar zal opgepakt worden in een uitwerking van de genoemde ontwikkeling.
Naar de genoemde andere wegen is gekeken. De invloed van de Purmer en woningbouw ter plaatse van de Julianaweg is voor het gehele wegennet in beeld gebracht. De andere (gemengde) bestemmingen zijn inderdaad niet in beeld gebracht. Dit omdat er nog veel onzekerheid is rondom het programma. In de nadere uitwerking moet veder onderzoek plaatsvinden. Wel zijn in het kanttekeningen geplaatst vanwege de mogelijke mileu-effecten als gevolg van extra verkeer. Zie het antwoord op zienswijze 2.1. Ten aanzien van het stadion wordt verwezen naar het antwoord op zienswijze 32.7.
Zie het antwoord op zienswijze 2.11.
123.10
123.11
123.12
124. Marina Volendam (Z23126119)
124.1
De indiener geeft qua afbakening tussen industrie en wonen aan de voorkeur te geven aan voldoende afscheiding in de vorm van water en een geluidswal met voldoende begroeiing (bewoning > waterbuffer 25m > groenzone 20m > groenzone geluids-/geurwal 15m > groenzone fietspad 10m > industrie). Ze geven aan weerstand te bieden tegen het ontbreken van een geluidswal. De indiener geeft de voorkeur aan geen windmolens in de Purmer Wvg-gebied en biedt weerstand tegen het plaatsen van windmolens daar. Ze halen onderzoek aan naar de effecten van windmolens op de gezondheid van mens en dier, het milieu en de leefomgeving en nabijgelegen Natura 2000-gebied. De indiener verzoekt in het ontwerp rekening te houden met het volgende: behouden van de karakteristieke zichtlijnen van de Purmer en Edam; zo veel mogelijk behouden van de structuur van de Purmer (rechte (water)wegen); zichtbaar houden van poldercontouren, dijken en open gebied rondom dijken, zodat Edam haar historische aangezicht behoudt; ruimte voor toepassen van groen en water; rekening houden met omwonenden en inwoners: met hen in gesprek blijven, meewerken aan hun woonplan aan de Oosterweg, hen laten participeren, meebeslissen en meepraten over de landschappelijke inpassing met het groen en water; zorgen voor een goede en duidelijke afbakening tussen de huidige bewoners en het nieuwe industriegebied.
De indiener heeft bij de gemeente een aanvraag ingediend voor een beperkt aantal houseboats in de jachthaven ten behoeve van recreatief gebruik. De indiener benadrukt de significante economische meerwaarde van de doelgroep watersporters, aangezien deze recreanten ook actief de omgeving verkennen en daar horeca en middenstand bezoeken. Naar aanleiding van beleid in de omgevingsvisie dat verdere uitbreiding van het aantal woonboten, uitgezonderd his-
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
80/107
Uitgangspunt van de ontwerp omgevingsvisie is dat de ontwikkeling met veel aandacht landschappelijk wordt ingepast.
Zie het antwoord op zienswijze 1.1
Zoals aangegeven op pagina 48 passen we de ontwikkeling in de Purmer met veel aandacht landschappelijk in. Dat uitgangspunt bouwt voort op de locatieafweging in het planMER. Conform hoofdstuk 4 van de ontwerp omgevingsvisie, ziet de gemeente Edam-Volendam samenwerking (en dus ook participatie) als basis voor een goede leefomgeving, waarbij in een later stadium bij een verdere uitwerking van een ontwikkeling ook onderwerpen die niet binnen het abstractieniveau van de voorliggende omgevingsvisie passen onderwerp van gesprek kunnen zijn.
Initiatieven worden getoetst aan regelgeving en kunnen op basis van hun bijdrage of invloed op doelen van de omgevingsvisie (zoals verblijfstoerisme of de beleving van water) op projectniveau per geval worden beargumenteerd, afgewogen en beoordeeld.
125. Inwoner (Z23126120)
125.1
125.2 125.3
torische woonschepen, tegengaat, vraagt Marina Volendam een paragraaf op te nemen over houseboats en de meerwaarde voor de gemeente. Daarbij is het van belang dat hierin wordt beschreven dat houseboats uitsluitend zijn toegestaan in jachthavens voor recreatief verblijf en niet voor permanente bewoning, waarmee wordt aangesloten op het behoud van levendige kerngebieden. Indiener is van mening dat de beoogde ontwikkeling van een industrieterrein in de Purmer indruist tegen de (ambities in) de omgevingsvisie. Indiener haalt argumenten m.b.t. recreatie in het gebied, natuurwaarden, leefbaarheid, luchtkwaliteit, en aangezicht Edam aan. Zienswijze komt inhoudelijk overeen met zienswijze 2.1 en 2.2. Zienswijze komt inhoudelijk overeen met zienswijze 2.4. indiener voegt hierbij toe dat gezondheid en welzijn van mensen in het geding komen, omdat recreatieve mogelijkheden achteruitgaan.
125.4
Indiener zou graag zien dat de gemeente een alternatief voor de delen links en rechts van de Edammerweg tot de Oosterweg uitwerkt/onderzoekt. Indiener doet suggestie voor een alternatieve locatie: gebied ten zuiden van de N244 naast het gebied ten westen van de Oosterweg. Ook stelt indiener voor gebied ten westen van de Oosterweg eerst te ontwikkelen, waarna zal blijken hoe groot de behoefte is om meer grond te bestemmen voor bedrijven.
125.5
Zienswijze komt inhoudelijk overeen met zienswijze 2.9. Indiener benadrukt dat het Groot Westerbuiten niet berekend is op een zwaardere belasting door verkeer.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
81/107
Zie het antwoord op zienswijze 26.1
Zie het antwoord op zienswijze 2.1 en 2.2. Zie het antwoord op zienswijze 2.4. Aanvullend wordt de indiener gewezen op maatregel 11 onder opgave 1 (Ontwerp omgevingsvisie pagina 43) waarmee tussen de gronden met de toegedachte bestemming gemengd gebied met industrie en de eerste bebouwing van Edam een uitbreiding van de hoofdgroenstructuur wordt voorzien. Onderdeel daarvan kunnen recreatieve mogelijkheden zijn, zoals wordt aangegeven op pagina 28 van de ontwerp omgevingsvisie. De gemeente moet de planvorming ten aanzien de gebieden met de toegedachte bestemming Gemengd nog verder uitwerken. Ten aanzien van de alternatieve locatie ten zuiden van de N244 wordt de indiener verwezen naar de locatieafweging in het plan-MER, waaruit onder andere blijkt dat de locatie ten noorden van de N244 tot een minder grote landschappelijke impact leidt. Zie het antwoord op zienswijze 2.9. Binnen de omgevingsvisie en dus ook het planMER benaderen we onze leefomgeving
126. Inwoners (Z23126121)
126.1
126.2
Indiener is van mening dat in de voorliggende visie diverse aspecten tegenover elkaar worden gezet om te doen laten overkomen dat nadelige effecten op milieu, natuur en landschappelijke waarden gecompenseerd worden. Zo is de indiener het oneens met dat volgens het planMER de invloed van de visie per saldo beperkt zal zijn op de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de Purmer, aangezien de indiener de bewering dat als een industrieterrein anders wordt ingericht, het open landschap behouden kan blijven onzin vindt. Volgens indiener worden door de huidige plannen van de gemeente de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het oostelijk deel van de droogmakerij de Purmer op onherstelbare wijze aangetast. Indiener is het ermee oneens dat het open landschap behouden kan blijven door middel van de indeling van het industrieterrein.
126.3
De indiener vindt dat het stadsgezicht Edam vanuit de polder niet mee is genomen in de afwegingen in de planMER.
126.4
De indiener benoemt dat Purmerend en Edam aan elkaar groeien door de beoogde industrie. Het nieuwe bedrijventerrein in de Purmer zou 170 ha zijn, en samen met de Baanstee Noord is dat 370 ha industrie. Edam zou dan omringd worden door 200 ha industrie (inclusief industrieterrein Oosterhuizenweg), terwijl het bewoonde oppervlak van Edam maar 111 ha is. De indiener trekt daarnaast in twijfel dat het nieuwe terrein nodig is, aangezien industrie op de Julianaweg maar 39 ha bedraagt.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
82/107
samenhangend. Zie ook het antwoord op zienswijze 2.4. Binnen de omgevingsvisie en dus ook het planMER benaderen we onze leefomgeving samenhangend. Zie ook het antwoord op zienswijze 2.4.
Uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat de ontwikkeling in de Purmer met veel aandacht landschappelijk wordt ingepast. De indiener wordt verwezen naar de locatieafweging in het planMER waar de impact op de landschappelijke structuren onderdeel is van de afweging. Zie ook het antwoord op zienswijze 121.36. Het gebied binnen de Purmer waar bestemmingen aan zijn toegedacht, valt niet binnen de aanduiding van het stadsgezicht. Zie ook het antwoord op zienswijze 121.36.
Zie het antwoord op zienswijze 2.1.
126.5
126.6
126.7
126.8
126.9
126.10
126.11
De ‘gemengde’ functie van een deel van de Purmer maakt het mogelijk om dit gebied ook in te richten als volwaardig industrieterrein. Daarmee wordt het mogelijk de terreinen ook voor industrie uit de regio te gebruiken. De indiener vraagt zich af of het grondgebruik binnen de gemeente in verhouding staat tot de werkgelegenheid die de bedrijven opleveren binnen de gemeente. Indiener wijst op inefficiënt gebruik van industrieterreinen en geringe bijdrage van gevestigde bedrijven aan plaatselijke werkgelegenheid. Voorbeeld van de Baanstee Noord wordt gegeven. De lokale werkgelegenheid is niet bepalend, maar hoogste bieder. Indiener ziet incongruentie tussen de ambitie voorzieningen als sportaccommodaties en scholen nabij woonkernen te behouden en het plaatsen van dezelfde voorzieningen in de Purmer. Sport wordt voor jongeren zo minder laagdrempelig en toegankelijk. Gevolg brengt meer verkeersbewegingen, ook in strijd met ambities als duurzaamheid en mobiliteit. Indiener heeft begrepen dat om relatie tussen onderwijs en bedrijfsleven mogelijk te maken, scholen op het industrieterrein in de Purmer opgericht gaan worden. Indiener vindt dat onderwijs bij een veilige woonomgeving en niet op een industrieterrein hoort. Indiener verwacht dat de woningen die op Julianaweg gebouwd worden, voor een groot deel naar niet-ingezeten gaan.
Indiener is oneens met de stelling dat bij verplaatsing en nieuwbouw van bedrijven, scholen en sportvoorzieningen deze duurzamer kunnen worden, omdat bij nieuwbouw 30% meer CO2 vrijkomt dan bij renovatie en revitaliseren. Indiener is van mening dat, door de stedelijke uitbreidingen en het aaneengroeien van woon- en industrieterreinen, er natuurwaarden verdwijnen en een corridor voor flora en fauna wordt vernietigd. Indiener voegt toe dat het verdwijnen van natuurwaarden niet gecompenseerd kan worden met ‘greenwashingprojecten’ zoals het verbinden van andere groengebieden en opwaarderen van andere natuurwaarden.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
83/107
De toegedachte bestemming in de omgevingsvisie sluit aan op het amendement van de gemeenteraad van 25 november 2021. Mede om de genoemde reden is het van belang om conform hoofdstuk 5 van de ontwerp omgevingsvisie, (voorgenomen) beleid en maatregelen te monitoren en evalueren.
Dit vormt onderdeel van het door de raad gewenste onderzoek naar het toevoegen van sport in de Purmer, zoals dit wordt aangegeven in de ontwerp omgevingsvisie en in het amendement van 25 november 2021. Zie het antwoord bij zienswijze 126.7.
De gemeente Edam-Volendam stemt woningbouw af op de te verwachten huishoudensontwikkeling binnen de gemeente. Binnen de omgevingsvisie benaderen we de leefomgeving samenhangend en nemen we dus ook andere effecten mee. Zie antwoord op zienswijze 2.12 en 27.1.
127. Inwoner (Z23126122)
126.12
De ontwikkeling in de Purmer kan gevolgen hebben voor stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, met name Zeevang. Gemeente gaat ervanuit zonder te onderbouwen dat met het uitgebruik nemen van agrarische gronden stikstofdepositie zal afnemen, maar de gronden worden voor akkerbouw i.p.v. veeteelt gebruikt, waarbij stikstofdepositie lager ligt en redelijke alternatieven voor stikstofreductie bestaan.
126.13
De indiener stelt dat een positief effect op Natura 2000-gebieden zonder extra industrieterrein natuurlijk vele malen groter zou zijn. Tegenover de conclusie van het planMER dat met het uit gebruik nemen van agrarische gronden, de vestiging van nieuwe en energie efficiëntere bedrijven, de revitalisering van bestaande bedrijventerreinen, het bevorderen van goede fiets- en ov-verbindingen en de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn, er een belangrijk positief effect behaald kan worden.
127.1
De indiener verzet zich tegen een industrieterrein en stadion in de Purmer. De inwoner gelooft dat met bebouwing de belangrijke connectie tussen de twee Natura 2000-gebieden Ilperveld en Waterlandse polders, broedplaatsen voor weidevogels, verloren gaat. De indiener concludeert dat andere diersoorten deze groene corridor gebruiken om de Zeevang te bereiken. Aangegeven wordt dat bij de conclusies van Tauw geen rekening is gehouden met de eventuele trek van soorten.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
84/107
Effecten door stikstofdepositie als gevolg van het verplaatsen van industrie naar de Purmer zijn inderdaad niet getoetst. In deze fase (visie-niveau) zijn nog geen concrete uitgangspunten beschikbaar die als basis dienen voor een realistische AERIUS-berekening. Stikstofdepositieberekeningen op plan- en projectniveau moeten uitwijzen wat de mogelijke negatieve effecten zijn. Zoals in de inleiding wordt aangegeven is een juiste samenhang en balans tussen onderdelen van de leefomgeving belangrijk. De Omgevingswet schrijft namelijk voor dat we onze leefomgeving integraal benaderen. Het belang van behoud van werkgelegenheid, de ontwikkeling van mobiliteit en de mogelijkheid om bedrijven te verduurzamen worden dus integraal en in samenhang beschouwd en niet op onderdelen. Bij de verdere uitwerking van onderdelen van onze leefomgeving nemen we de door het planMER aangegeven aandachtspunten mee en monitoren en evalueren we, op basis van de beleidscyclus conform hoofdstuk 5 van de omgevingsvisie, indien nodig onze leefomgeving, ons beleid en de maatregelen die we beogen. Zie antwoord op zienswijze 2.12 en 27.1.
127.2
Indiener vindt Tauws conclusie dat de stikstofdepositie beperkt blijft, mits de verkeerstromen beperkt blijven niet realistisch, en is van mening dat stikstofdepositie op Natura2000-gebieden zal plaatsvinden.
127.3
De indiener noemt de Baanstee Noord als alternatieve optie voor industrie. De indiener spreekt de angst uit dat de Purmer enkel voor nieuwe bedrijven wordt ontwikkeld, waardoor het doel woningbouw op Julianaweg wegvalt. Ook trekt de indiener de noodzaak van een bedrijventerrein van deze oppervlakte in twijfel.
127.4
Effecten door stikstofdepositie als gevolg van het verplaatsen van industrie naar de Purmer zijn om deze reden niet getoetst. In deze fase (visie-niveau) zijn nog geen concrete uitgangspunten beschikbaar die als basis dienen voor een realistische AERIUS-berekening. Stikstofdepositieberekeningen op planen projectniveau moeten uitwijzen wat de mogelijke negatieve effecten zijn. Zie antwoord op zienswijze 34.10. De raad heeft op 25 november 2021 besloten om te kiezen voor een scenario met een toekomstig bedrijventerrein (industrieterrein) aan de westzijde van de Purmer. De toegedachte bestemming ‘gemengd gebied met industrie’, betreffende circa 40 ha, geldt dus enkel voor het westelijke gebied dat wordt begrensd door de Baanstee-Noord, de N244, de Oosterweg en de Edammerweg. De rest van de 160 ha Wvg-gebied ten oosten van de Oosterweg en ten noorden van de Edammerweg krijgt de toegedachte bestemming ‘gemengd’. Het industrieterrein zal zo dicht mogelijk tegen dat van Purmerend aansluiten. Het planMER stelt dat de behoefte aan een bedrijventerrein in De Purmer op gemeentelijk schaalniveau minimaal 20 ha netto/26 ha bruto, op regionaal (regio Waterland) schaalniveau 30 ha netto, en op schaalniveau van de MRA 54 ha netto is (p. 42-43 locatieafweging). Voor de onderbouwing zie antwoord op zienswijze 2.1.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
85/107
128. Belanghebbende (Z23126129)
129. Erfgoedvereniging Heemschut (Z23126131)
128.1
129.1
De inwoner wijst op de recreatieve en ecologische waarden van het gebied de Purmer voor bewoners en bezoekers. Het doet de indiener verdriet dat activiteiten als fietsen, wandelen, vogelen en sterrenkijken met de komst van het stadion en bedrijventerrein naar verwachting niet meer kunnen vanwege de geur- en geluidsoverlast.
Volgens Erfgoedvereniging Heemschut worden door de huidige plannen van de gemeente de ongereptheid en landschappelijke en cultuurhistorische karakteristieken (regelmatige verkavelingspatroon, openheid en weidse vergezichten) van het oostelijk deel van de droogmakerij de Purmer op onherstelbare wijze aangetast. De doorgaans ruimtelijke, architectonische en welstandelijke lage kwaliteit
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
86/107
Ten aanzien van de ecologische situatie wordt de indiener enerzijds gewezen op de inleiding van de voorliggende nota, waarin wordt aangegeven dat de Purmer een agrarisch gebied is en geen natuurgebied. Anderzijds wordt de indiener gewezen op de intentie van de omgevingsvisie om in de Purmer de hoofdgroenstructuur van de gemeente uit te breiden, hetgeen daar aanleiding geeft tot een verbetering van de ecologische situatie ten opzichte van de ecologische waarden van een agrarisch gebied. Onderdeel van een hoofdgroenstructuur is ook een uitbreiding recreatieve mogelijkheden (zie ontwerp omgevingsvisie pagina 28, 34 en 43). Daarmee worden de recreatieve mogelijkheden juist groter ten opzichte van de huidige situatie waarin het gebruik gedomineerd wordt door agrarisch gebruik. Daarnaast heeft elke ontwikkeling te voldoen aan wet- en regelgeving. Ten aanzien van geur en geluid gelden normen ten aanzien van de omgeving. Bovendien geldt bij een verhuizing het uitgangspunt van “toepassing van best beschikbare technieken”, waardoor (geur- en geluids)hinder niet vergelijkbaar zal zijn met bestaande verouderde situaties. Uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat de ontwikkeling in de Purmer met veel aandacht landschappelijk wordt ingepast. De indiener wordt verwezen naar de locatieafweging in het planMER waar de impact op de landschappelijke structuren onderdeel is van de afweging.
129.2
129.3
129.4
129.5
van bedrijventerreinen maken dit volgens de indiener de slechts denkbare invulling van het gebied. De indiener is benieuwd hoe de gemeente motiveert dat het realiseren van een bedrijventerrein in het noordoostelijk deel van de Purmer te rijmen is met principes over ‘identiteit en kenmerken’ in de omgevingsvisie, aangezien volgens hen identiteit van Purmer ermee wordt aangetast.
De indiener geeft aan dat er een aaneengesloten bedrijventerrein van 250 ha zou komen en vindt dat er een andere locatie te vinden zou moeten zijn, desnoods buiten de gemeente. De indiener roept op om verdere planontwikkeling uit te stellen totdat de strategische intergemeentelijke gebiedsvisie Purmer af is, er inspraak op is geweest, en de drie gemeentebesturen hierover een besluit hebben genomen.
De indiener vindt het noordoostelijk deel van de Purmer niet de juiste plek voor het beoogde type bedrijven, in reactie op de slogan ‘Juiste bedrijven op de juiste plek’.
Nota van Antwoord zienswijzen ontwerp omgevingsvisie en planMER
87/107
Op pagina 55 van de ontwerp omgevingsvisie staat aangegeven dat identiteit en kenmerken centraal staan. Dat betekent niet dat er geen ontwikkelingen mogelijk zijn. “De waardering van het bestaande en de impact van mogelijke veranderingen kunnen van plek tot plek anders worden ervaren. Bij de inpassing van nieuwe functies moet rekening gehouden worden met de identiteit en kenmerken van een plek en de kwaliteit van bodem, water, lucht en natuur.” Zoals aangegeven in het antwoord op zienswijze 129.1 heeft dit ten aanzien van de Purmer onze aandacht. De indiener wordt verwezen naar de locatieafweging in het plan MER en naar het antwoord op zienswijze 2.1 en 64.3. Op 22 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Edam-Volendam de intergemeentelijke gebiedsvisie vrijgegeven voor inspraak. De gebiedsvisie en de omgevingsvisie verschillen in abstractie, maar sluiten inhoudelijk ten aanzien van de Purmer op elkaar aan. Met het oog op de opgaven waar de gemeente Edam Volendam voor staat (zie pagina 40 van de ontwerp omgevingsvisie), is voortgang van de samenhangende planvorming op basis van de omgevingsvisie wenselijk. De gemeente Edam-Volendam wilt voldoende werkgelegenheid binnen onze gemeente om gezonde mobiliteit te stimuleren en regionale wegencongestie tegen te gaan. Zie het antwoord op zienswijze 64.3.
130. Inwoner (Z23126132)
130.1
131. Inwoners (Z23126145) 132. Inwoner (Z23126147)
131.1
133. Inwoner (Z23126148)
De inwoner wijst op de recreatieve en ecologische waarden van het gebied de Purmer. Specifiek vraagt de indiener of de gemeente plannen heeft om de groene stroken die verdwijnen te vervangen. Zienswijze is identiek aan die van indiener 2.
Zie antwoord op zienswijze 128.1.
132.1
De indiener verzet zich tegen een industrieterrein in de Purmer en geeft hiervoor omdat door het aaneengroeien van Edam en Purmerend de groene buffer zal verdwijnen.