bijlage 1. VTH-beleid 2025-2030 Edam-Volendam
Tekst van het document
Deze technische eisen hebben betrekking op zaken zoals constructieve- en brandveiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. Het Bbl maakt hierbij ook onderscheid naar de gebruiksfunctie en/of functies van het bouwwerk, te weten: • • • • • • • •
woonfunctie (woongebouw, woonwagen, niet woongebouw); bijeenkomstfunctie; cel functie; gezondheidszorgfunctie; industriefunctie; kantoorfunctie; logiesfunctie; onderwijsfunctie; 21
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
• • • •
sportfunctie; winkelfunctie; overige gebruiksfuncties gebouwen; bouwwerken geen gebouw zijnde.
De technische eisen in het Bbl zijn door de wetgever niet naar zwaarte gedifferentieerd. Daarom is het voor gemeenten praktisch onmogelijk bouwplannen aan alle eisen even uitputtend te toetsen. De mate van toetsing van een bouwplan aan de eisen van het Bbl is afhankelijk van de professionaliteit en ervaring van de desbetreffende technische bouwplantoetser. Elke bouwplantoetser in Nederland maakt bij de toetsing bewust of onbewust een risicoanalyse. Daarom is het verstandig te werken via een risicoanalyse. Het directe effect hiervan is dat het toetsen van aanvragen om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen op een uniforme en adequate wijze geschiedt en dat de kwaliteit van het geleverde product is gewaarborgd. Maar wat belangrijker is, is dat daarmee de constructieve veiligheid van bouwwerken wordt verhoogd en gewaarborgd, alsmede het gezond en veilig gebruik ervan. De gemaakte risicoanalyse is vertaald in een toetsmatrix waar op basis van de risico’s is aangegeven op welke wijze de technische toets dient plaats te vinden (zie bijlage 1). Een toetsprotocol/-matrix heeft uitsluitend betrekking op de technische eisen van het Bbl. De eisen richten zich op bouwwerken met een of meerdere functies zoals deze in het voorgaande zijn genoemd.
CONSTRUCTIEVE VEILIGHEID Overeenkomstig de Omgevingswet en het Bbl dienen bij een aanvraag omgevingsvergunning (technische bouwactiviteit) gegevens (berekeningen en tekeningen) m.b.t. de constructieve veiligheid van het te bouwen bouwwerk ter controle te worden ingediend bij team Bouwen en Milieu van de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling. Onder bepaalde voorwaarden mogen een aantal gegevens ook later na de vergunningverlening ter controle worden aangeboden. De controle door Bouwen en Milieu richt zich met name op de publiekrechtelijke beoordeling (wet- en regelgeving) van de constructieve veiligheid. Behalve de in het Bbl vastgelegde eisen met betrekking tot de constructieve veiligheid van een bouwwerk zijn in het Bbl ook eisen gegeven ten aanzien van o.a. de gebruiksveiligheid, de brandveiligheid, de sociale veiligheid en duurzaamheid. De controlewerkzaamheden van Bouwen en Milieu betreft in hoofdlijnen het controleren van de hoofddraagconstructie van een bouwwerk waaronder de funderingsconstructie, de sterkte van de vloer-, wand - en dakconstructie. Tevens wordt daarbij ook de stabiliteit en de brandwerendheid van de constructies van het bouwwerk beoordeeld.
De controle van constructieberekeningen en -tekeningen behorende bij aanvragen van een omgevingsvergunning voor een (technische) bouwactiviteit wordt in opdracht van de gemeente Edam-Volendam deels uitgevoerd door een extern bouwkundig constructiebureau. Verder wordt bij de controles gekeken naar duurzaamheid. Je kunt hierbij denken aan het voldoen aan de BENG-norm die geldt sinds 1 januari 2021. 5.4.2 SLOPEN Onder de Omgevingswet is het uitgangspunt dat voor het uitvoeren van sloopwerkzaamheden – in de meeste gevallen – geen vergunning meer nodig is. In plaats daarvan geldt voor de meeste situaties een sloopmelding, zoals opgenomen in artikel 7.10 van het Bbl. Hierin staat opgenomen dat het verboden is zonder of in afwijking van een sloopmelding te slopen, indien daarbij asbest wordt verwijderd of de hoeveelheid sloopafval naar redelijke inschatting meer dan 10 m3 zal bedragen. Dit is de meldingsplicht sloopactiviteit. Hiernaast is in artikel 7.12 van het Bbl een informatieplicht opgenomen waarin degene die sloopwerkzaamheden uitvoert of laat uitvoeren de gemeente twee werkdagen voor de sloop en één werkdag na de sloop moet informeren over de werkzaamheden. De afhandeling van sloopmeldingen en informatieplichten is belegd bij de Omgevingsdienst IJmond.
22 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
Toch blijft de sloopvergunning in specifieke gevallen wel bestaan, bijvoorbeeld bij beeldbepalende bebouwing of andere ruimtelijk waardevolle gebieden. In het omgevingsplan kan hierbij worden opgenomen dat een omgevingsvergunning vereist is voor de sloopactiviteit. De verplichting van een sloopvergunning geldt dus alleen in de specifiek aangewezen gebieden in het omgevingsplan. Wanneer een omgevingsvergunning voor slopen vereist is, wordt deze vrijwel altijd in samenhang bezien met een bouwactiviteit. De gemeente hanteert hierbij het uitgangspunt dat de sloop in zulke gebieden alleen wordt toegestaan als er aantoonbaar iets voor wordt teruggebouwd dat past binnen het gewenste ruimtelijke beeld en dus het omgevingsplan. BESCHERMD MONUMENT Voor het slopen van een beschermd monument geldt dezelfde werkwijze en protocol als onder Monumenten omschreven wordt. BESCHERMD STADSGEZICHT Alle sloopwerkzaamheden binnen het Beschermd Stadgezicht, als aangewezen op grond van de Monumentenwet 1988, zijn vergunningsplichtig op basis van artikel 5.130 van het Bkl. In de gemeente Edam-Volendam betekent dat alle sloopwerkzaamheden (of andere werkzaamheden die leiden tot het verstoren, wijzigen of het zo te herstellen of te gebruiken dat erfgoed wordt ontsierd of in gevaar gebracht) in het Beschermd Stadgezicht Edam vergunningsplichtig zijn. De beoordelingscriteria staan in het Omgevingsplan.
Hierin is bepaald dat de omgevingsvergunning slechts kan worden geweigerd indien naar het oordeel van het bevoegd gezag niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. Deze activiteit valt veelal samen met de activiteit bouwen, waardoor in dat geval aan deze voorwaarde wordt voldaan. SLOOPMELDING Een sloopmelding, zoals hiervoor omschreven, dient ten minste vier weken voor aanvang van de sloopwerkzaamheden schriftelijk te worden ingediend bij het bevoegd gezag. In afwijking hiervan is de termijn slechts vijf dagen indien die sloopwerkzaamheden in het kader van reparatie- of mutatieonderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd aan een asbesthoudende toepassing in een gebouw en handhaving van de termijn tot onnodige leegstand van het gebouw of gedeelte daarvan zou leiden of het gebruiksgenot daarvan ernstig zou belemmeren.
Ook bestaat de termijn uit vijf dagen als de sloopwerkzaamheden bestaan uit het anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf in zijn geheel verwijderen van geschroefde, asbesthoudende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn, niet zijnde dakleien, of van asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende vloerbedekking, uit een woonfunctie of nevenfunctie daarvan, voor zover die woonfunctie of die nevenfunctie niet bedoeld zijn voor de uitoefening van een beroep of bedrijf en de oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende platen, vloerbedekking of vloertegels maximaal vijfendertig vierkante meter per kadastraal perceel bedraagt. Alle sloopmeldingen, inclusief de sloopmelding van een milieubelastende activiteit waarbij asbest vrijkomt, worden in behandeling genomen en beoordeeld door de Omgevingsdienst IJmond. 5.4.3 BRANDVEILIGHEID Onder de Omgevingswet is de gebruiksvergunning komen te vervallen. In bepaalde gevallen verplicht het Bbl uitsluitend nog een gebruiksmelding, voordat een gebouw in gebruik genomen kan worden. De Veiligheidsregio Zaanstreek Waterland (VrZW) is verantwoordelijk voor het uitbrengen van advies bij deze gebruiksmeldingen. Het toetsingsproces gaat vaak gepaard met een inspectie, aangezien bij brandveiligheid de nadruk ligt op het toezicht en niet zo zeer op de administratieve afhandeling van de melding.
Het toetsen en controleren op de brandveiligheid heeft in de gemeente Edam-Volendam een hoge prioriteit. Tijdens de beoordeling van een melding wordt advies ingewonnen bij de VrZW. Daarnaast wordt de eerste controle, indien van toepassing uitgevoerd in samenwerking met de VrZW. Waar nodig voert de gemeente aanvullende controles uit om de brandveiligheid verder te borgen. 23 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
Wanneer bij controles tekortkomingen worden geconstateerd, wordt hier adequaat op gereageerd. Gezien de potentiële risico’s van brandonveilige situaties, worden overtredingen met urgentie opgepakt en waar nodig gevolgd door passende handhavingsmaatregelen. Dit draagt bij aan een veilige leefomgeving en minimaliseert de kans op brandgevaarlijke situaties. 5.4.4 MONUMENTEN Artikel 5.130 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) stelt dat er regels gesteld worden in het omgevingsplan om het slopen, verstoren, het herstellen of het(laten) gebruiken van een beschermd, gemeentelijk of provinciaal monument te beschermen. De omgevingsvergunning voor monumenten (wijziging) vergt bijzondere aandacht om te voorkomen dat onomkeerbare schade wordt toegebracht aan cultuurhistorisch erfgoed. Als de vergunde monumentenactiviteit binnen 4 weken kan leiden tot een niet herstelbare wijziging is artikel 16.79 Ow van kracht, wat bijzondere procedureregels voorschrijft. Dit betekent dat de vergunning pas in werking treedt 4 weken ná de dag van bekendmaking (reguliere procedure) of de dag van terinzagelegging (uitgebreide procedure).
Naast de gebruikelijke beoordeling van de aanvraag via de gemeentelijke adviescommissie fysieke leefomgeving ligt het voor de hand dat bij de toetsing van aanvragen voor vergunningen voor monumenten wordt aangesloten bij de toetsingsstrategie voor omgevingsvergunningen van een bouwactiviteit(technisch). Immers, voor vrijwel alle veranderingen aan een monument is een omgevingsvergunning vereist. Door de intensiteit van toetsing en toezicht te vergroten kan afdoende waarborg tegen vernietiging van monumentale waarden worden verkregen. De Monumentenwet 1988 is grotendeels ondergebracht in de Omgevingswet. Krachtens artikel 17.9 van de Omgevingswet stelt de gemeenteraad een verordening vast waarin een gemeentelijke adviescommissie is geregeld. Deze commissie adviseert de gemeente bij omgevingsvergunningen voor een rijksmonumentenactiviteit of een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk of provinciaal monument. Dit betreft de Verordening gemeentelijke adviescommissie fysieke leefomgeving Edam-Volendam. RIJKSMONUMENTENACTIVITEIT Artikel 5.22 van de Omgevingswet geeft het belangenkader van de beoordelingsregels voor het wijzigen van een beschermd monument: de Rijksdienst voor het cultureel Erfgoed (RCE) heeft op grond van artikel 4.32 Omgevingsbesluit een adviesplicht waar het gaat om: • • • • • •
Archeologisch monument; Slopen; ingrijpende wijzigingen; reconstructie functiewijzigingen van het pand of een deel daarvan, en; verplaatsing
De Rijksdienst heeft op haar website een aantal voorbeelden gegeven van situaties waarin zij adviseert. Niet alle (bouw)plannen met betrekking tot (beschermde) monumenten hoeven ter advisering aan de Rijksdienst te worden voorgelegd. In beginsel bepaalt een casemanager, indien nodig in overleg met de beleidsmedewerker Ruimtelijke kwaliteit van het team Omgevingsbeleid, of een (bouw)plan ter advisering naar de Rijksdienst moet worden gezonden. Daarnaast kan er overleg plaatsvinden met de Rijksdienst zelf. Als vaststaat dat de Rijksdienst advies moet uitbrengen wordt er zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag schriftelijk een adviesverzoek bij de Rijksdienst ingediend. In deze gevallen is ook de uitgebreide 24 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
procedure van toepassing (Artikel 10.24 Omgevingsbesluit). Ten aanzien van de vergunningenprocedure zijn voor een rijksmonumentenactiviteit eisen gesteld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). PROVINCIALE MONUMENTEN Provinciale monumenten zijn op basis van de provinciale omgevingsverordening vastgesteld. In het provinciaal erfgoedregister staan de individuele provinciale monumenten en de monumenten die gezamenlijk de structuren van provinciaal belang vormen. Edam-Volendam is onderdeel van het ensemble Waterland, wat bestaat uit een landschappelijke karakteristiek, een beleving van open ruimte en ruimtelijke dragers. In de gemeente EdamVolendam heeft dit met name betrekking op verschillende beeldbepalende dijken. Voor provinciale monumenten wordt verder de procedure voor gemeentelijke monumenten gevolgd. De provincie treedt op als adviseur. GEMEENTELIJK MONUMENT De Erfgoedverordening is opgegaan in de verordening fysieke leefomgeving (VFL) Edam-Volendam. Deze zal in de komende beleidsperiode en de periode daarna worden geïntegreerd in het gemeentelijk omgevingsplan. Onder art. 3.7 van de verordening is een verbodsbepaling opgenomen dat het verboden is zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 2.2 van de verordening: a. te slopen of; b.
te verstoren, te verplaatsen, te beschadigen of in enig opzicht te wijzigen of te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht; c. te wijzigen door in of nabij het gemeentelijke monument bouwwerken op te richten, te veranderen, te vergroten of te vervangen anders dan op grond van de planregeling van het omgevingsplan is toegestaan. De inhoudelijke beoordeling wordt gedaan door de commissie fysieke leefomgeving Edam-Volendam. 5.4.5 AANLEGGEN Artikel 5.1 van de Omgevingswet stelt dat het verboden is zonder een omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het uitvoeren van een werk geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden, in gevallen waarvan dat bij het omgevingsplan, de Verordening fysieke leefomgeving, of Afdeling 4.2 van de Omgevingswet is bepaald. De omgevingsvergunning moet worden verleend als het werk of de werkzaamheid voldoet aan de daarvoor geldende beoordelingsregels. De werkwijze is niet anders dan bij de activiteit bouwen. Voor het toetsen van aanlegvergunningen is geen afzonderlijke toetsmatrix of werkwijze vastgesteld. In het buitengebied en beschermd stadsgezicht kent EdamVolendam een aanlegvergunningenstelsel en wordt er getoetst of de aanvragen aanvaardbaar zijn.
Vooropgesteld dient te worden dat deze activiteit alleen vergunningsplichtig is indien dit uit het omgevingsplan volgt. Het kan gaan om uiteenlopende werken of werkzaamheden, met dien verstande dat het nimmer bouwactiviteiten betreffen. Regels die een vergunningsplicht opleggen voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet, zijn opgenomen in het omgevingsplan. De beoordelingsregels voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden zijn vastgelegd in de Omgevingswet. Of een vergunning voor deze activiteit verleend kan worden is in het omgevingsplan bepaald. Voor deze activiteit vindt dan ook een toets omgevingsplan plaatst op gelijke wijze als eerder beschreven. 5.4.6 STRIJDIG GEBRUIK Artikel 5.1, lid 1 van de Omgevingswet stelt dat het verboden is zonder een omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten. Oftewel gronden of bouwwerken te gebruiken in strijd met het omgevingsplan, de Verordening fysieke leefomgeving of Afdeling 4.2 van de Omgevingswet. 25 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
Elk bouwplan wordt getoetst aan het omgevingsplan of de Verordening fysieke leefomgeving om te bekijken of er sprake is van strijdigheden met de planregels. Dit gebeurt op een grondige manier, waarbij specifieke kenmerken nauwkeurig worden nagemeten en bestemmingen per ruimte worden benoemd en gecontroleerd. In de meeste gevallen gaat de activiteit strijdig gebruik hand in hand met een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, maar dat hoeft niet altijd. Hier wordt daarom verwezen naar paragraaf 5.4.1 waarin beschreven wordt wat de strategie is aangaande de toets aan het omgevingsplan. 5.5 WERKWIJZE VERGUNNINGVERLENING APV & BIJZONDERE WETTEN In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) heeft de gemeente de mogelijkheid activiteiten die in de leefomgeving plaatsvinden aan extra regels te binden. Doel hiervan kan liggen in de bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en/of de bescherming van het milieu. Voor een aantal activiteiten eist de APV expliciet dat vooraf een vergunning/ontheffing wordt aangevraagd of dat er een melding wordt gedaan. Het team Bouwen en Milieu is ook verantwoordelijk voor de vergunningverlening van vergunningen onder de APV en Bijzondere Wetten (bijv. de Alcoholwet). Er wordt hierbij gebruik gemaakt van standaard-aanvraagformulieren.
Hieronder worden enkele activiteiten, evenals wetten en beleidsrichtlijnen vermeld die in overweging worden genomen bij het verlenen van vergunningen en/of ontheffingen op basis van de APV en Bijzondere Wetten en de Verordening Fysieke Leefomgeving. 5.5.1 EVENEMENTEN (APV) Evenementen dragen bij aan de verbondenheid en sociale samenhang in onze gemeenschap. In de APV en de ‘Beleidsnota Evenementenveiligheid; Een dijk van een evenement!’, zijn kaders vastgelegd die duidelijkheid verschaffen voor welke activiteiten en op welke wijze een evenementenvergunning aangevraagd dient te worden. Jaarlijks wordt een kalender opgesteld met daarin alle evenementen die dat jaar plaatsvinden. Zo kan de beschikbare inzet van de hulpdiensten op tijd worden afgestemd. Daarnaast wordt duidelijk welke risico’s een evenement oplevert en kunnen er passende maatregelen worden genomen om de veiligheid te waarborgen. Daarnaast omvat het beleid ook richtlijnen die aangeven hoe een evenement op een aangename, beheersbare en bovenal veilige manier kan plaatsvinden. Het proces van vergunningverlening speelt hierbij een cruciale rol. Het is daarom essentieel dat organisatoren hun vergunningsaanvraag tijdig indienen. Bij een niet tijdige en/of niet volledige indiening, spreken we de organisatoren hierop aan en wijzen hen op het belang van tijdig en goed indienen en hun eigen verantwoordelijkheid hierin.
Afhankelijk van het soort evenement en de complexiteit wordt een afweging gemaakt of de vergunningaanvraag alsnog kan worden behandeld. Bij aanvragen voor vergunningen, ontheffingen of meldingen op basis van de APV en bijzondere wetten worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • evenementen worden zoveel mogelijk gefaciliteerd en aanvragen worden zo snel mogelijk afgehandeld zonder hierbij concessie te doen aan de veiligheid. Het hanteren van indieningstermijnen is hierbij erg van belang. • initiatiefnemers krijgen in beginsel maximaal 2 keer de mogelijkheid om een onvolledige aanvraag aan te vullen, waarbij alleen een tweede mogelijkheid wordt geboden, indien naar aanleiding van de eerste mogelijkheid gereageerd is door stukken te overleggen. Daarna wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld en indien er sprake is van het zonder vergunning handelen wordt gecommuniceerd dat het dossier wordt overgedragen naar toezicht en handhaving; • Niet tijdig indienen van een aanvraag om een (evenementen)-vergunning kan leiden tot het niet in behandeling nemen of weigeren van de aanvraag. Afhankelijk van het soort evenement en de complexiteit maken we een afweging of de vergunningaanvraag alsnog kan worden behandeld, waarbij de belangen van derden worden meegewogen; • Aanvragen worden zo snel mogelijk afgehandeld.
We streven ernaar om uiterlijk 6 weken voor de start van het evenement een besluit te nemen. Let wel, de aanvraag moet dan op tijd zijn ingediend. Voor een groot evenement bedraagt de behandeltermijn 6 maanden en 8 weken voor kleine evenementen. De behandeltermijn van een melding bedraagt 3 weken. 26 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
• • •
grote evenementen worden in beginsel altijd geëvalueerd. Reguliere evenementen worden geëvalueerd indien daar aanleiding voor is; We hechten waarde aan (persoonlijk) contact met onze inwoners, ondernemers en belanghebbende(n). Ons persoonlijk contact is erop gericht om op een constructieve manier tot een positief resultaat te komen; Voor alle voor het toezicht op en de handhaving van relevante vergunningen/ontheffingen wordt altijd een controlezaak aangemaakt. Dit leidt tot een goede en efficiënte voorbereiding van een controle bijv. bij evenementen of een horecaonderneming.
5.5.2 ALCOHOLWET (BIJZONDERE WETTEN) Een Alcoholwetvergunning is vereist voor openbare inrichtingen zoals een café of restaurant en paracommerciële instellingen, zoals verenigingen en stichtingen, waar alcoholhoudende drank wordt geschonken voor het nuttigen ter plaatse. Maar een Alcoholwetvergunning is ook vereist voor detailhandelbedrijven die alcoholische drank verkopen. De vergunning wordt verleend op grond van de Alcoholwet. Naast een vergunning kent de Alcoholwet ook een ontheffing (artikel 35 Alcoholwet). Het betreft een tijdelijke ontheffing voor de verstrekking van zwak-alcoholische dranken tijdens evenementen. Tenslotte gebiedt de Alcoholwet gemeenten om regels op te stellen ter voorkoming van oneerlijke mededinging. Deze regels hebben we vastgelegd in de APV en gelden voornamelijk voor paracommerciële inrichtingen, zoals buurthuizen en sportkantines. 5.5.3 WET BIBOB (BIJZONDERE WETTEN) De Wet bevordering Integriteitsbeoordeling door het Openbaar Bestuur (Bibob), is in het leven geroepen om ervoor te zorgen dat de gemeente geen onbedoelde betrokkenheid bij criminele activiteiten mogelijk maakt. In de gemeente Edam-Volendam wordt de Bibob-toets gebruikt in het kader van alcoholvergunningen. EdamVolendam maakt gebruik van de mogelijkheden die de Wet Bibob biedt en heeft daarvoor de ‘Beleidsregel Wet Bibob Edam-Volendam 2025’ opgesteld.
27 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
6. (BOUW)TOEZICHT 6.1 INLEIDING Een groot aantal factoren is verantwoordelijk in hoeverre de gestelde regels ook daadwerkelijk worden nageleefd. Dit varieert van kennis van de regels, via het nut en de oorzaak van inzien, tot het bewust al dan niet naleven ervan. Toezicht speelt hierin een essentiële rol. Deze toezichtstrategie richt zich enerzijds op het stimuleren van de naleving van regels en anderzijds op het reduceren van de risico’s die kunnen voortkomen uit het niet naleven van de regels. Eerst zullen de visie en de uitgangspunten die in Edam-Volendam gehanteerd worden voor het toezicht aan bod komen. Hierna wordt de strategie verder toegelicht. Ten slotte wordt per activiteit de werkwijze toegelicht. 6.2 VISIE EN UITGANGSPUNTEN In deze paragraaf wordt de visie van de gemeente Edam-Volendam voor toezicht geformuleerd. De visie is richtinggevend en dient als toetsingskader bij de prioritering van toezicht. 6.2.1 VISIE De overheid stelt op allerlei beleidsterreinen regels vast met als doel de kwaliteit van de leefomgeving te garanderen, de leefbaarheid te waarborgen en de duurzaamheid te bevorderen. De gemeente Edam-Volendam vindt het van groot belang dat de regels die democratisch zijn opgesteld ook worden nageleefd. Zij heeft hierin zelf een voorbeeldfunctie.
Toezicht speelt een essentiële rol in het bevorderen van de naleving en het signaleren (en vroegtijdig oplossen) van mogelijke overtredingen of knelpunten in de regelgeving. De gemeente Edam-Volendam voert toezicht op een gestructureerde en professionele wijze uit, waarbij de toezichtstrategie is gericht op het informeren, begeleiden en controleren van inwoners en bedrijven. Hierbij wordt ingezet op preventie, verder toegelicht in hoofdstuk 7.3.2, evenals actieve communicatie richting inwoners en bedrijven over de geldende regelgeving en de doelen die deze regels dienen. Dit draagt bij aan de bewustwording en stimuleert eigen verantwoordelijkheid. Verder wordt niet alleen gekeken naar het naleven van de regels, maar ook naar de onderliggende belangen die met deze regels worden beschermd. De gemeente werkt in het kader van toezicht samen met ketenpartners zoals de Veiligheidsregio ZaanstreekWaterland, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en de Omgevingsdienst IJmond. Deze samenwerking versterkt de effectiviteit van toezicht en zorgt voor een breed gedragen nalevingsstrategie. Tot slot is toezicht een dynamisch proces dat continu aangepast wordt op basis van signalen uit de samenleving, handhavingsresultaten en beleidsmatige afwegingen.
De gemeente blijft kritisch kijken naar de doelen van de regelgeving en past indien nodig de toezichtstrategie aan om een optimale naleving te waarborgen. De hierboven beschreven visie wordt in een aantal concrete uitgangspunten uitgewerkt. Deze uitgangspunten vinden hun uitwerking in dit beleidsplan, het uitvoeringsprogramma en de dagelijkse praktijk van handhaving.
28 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
6.2.2 UITGANGSPUNTEN INWONERS EN BEDRIJVEN HEBBEN EEN EIGEN VERANTWOORDELIJKHEID Door de Wkb en het stelsel van private kwaliteitsborging wordt meer en meer verantwoordelijkheid verschoven van de overheid naar burger en bedrijf. Gemeenten worden verantwoordelijk voor het systeem. Daarnaast zou de toezichthoudende rol die de gemeente nu heeft kunnen verschuiven naar bijvoorbeeld bestaande bouw en gebruik. De gemeente Edam-Volendam zal meegaan in deze ontwikkeling en zich aanpassen aan haar veranderende rol naar burger en bedrijf toe en de interne organisatie daarop aanpassen. WAAR MOGELIJK WORDT INTEGRAAL TOEZICHT GEHOUDEN Door zoveel mogelijk integraal te controleren wordt een bijdrage geleverd aan een vermindering van de toezichtlast. Er wordt zoveel mogelijk samen met de partners gecontroleerd. De Omgevingswet verplicht de gemeente ook het toezicht te coördineren en te zorgen voor één handhavingstraject. Daarnaast zorgt het voor verbeterde dienstverlening naar het bedrijfsleven toe. TOEZICHT VINDT GEBIEDSGERICHT EN SIGNAAL GESTUURD PLAATS De ervaring heeft geleerd dat door een gerichte inzet van toezicht en een consequent optreden tegen overtreders goede resultaten kunnen worden bereikt. Signalen van inwoners en bedrijven bepalen in enige mate waar het toezicht in wordt gezet. Zij zijn immers als geen ander op de hoogte van wat er in een bepaald gebied speelt.
SAMENWERKING IN KETEN Samenwerking met ketenpartners als de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en Omgevingsdienst IJmond, is van groot belang voor een goede handhaving. De gemeente zal de samenwerking blijven benutten. 6.3 STRATEGIE In deze toezichtstrategie kan gevonden worden op welke wijze toezicht wordt verzorgd. Er is op hoofdlijnen een gemeentelijke strategie opgesteld. Hierin wordt het proces beschreven en komen de mogelijkheden voor aanvragen en de toetsingsniveaus naar voren. Per activiteit wordt de strategie weergegeven. 6.3.1 TOETSNIVEAUS In dit onderdeel staat de wijze beschreven waarop de gemeente als bevoegd gezag invulling geeft aan het toezicht. Dit betreft niet de strategie per afzonderlijke activiteit, maar een algemene toezichtstrategie. Hierbij is vooral van belang in hoeverre de gemeente proactief overtredingen signaleert en welke prioriteit aan een bepaalde activiteit is toegekend. In de tabel hieronder wordt duidelijk gemaakt hoe het toezicht per prioriteit doorgaans plaatsvindt. Echter, niet alle taken lenen zich voor de toezichtstrategie die uit de prioriteit voortvloeit. Er wordt daarom echt gezegd ‘doorgaans’.
Prioriteit
Mate van toezicht
Hoog
Het toezicht op naleving van de regels vindt proactief plaats op basis van een vaste controlefrequentie. Verder wordt actief gezocht naar overtredingen door het uitvoeren van surveillance, via gevelcontroles en waarnemingen ter plaatse en bureaucontroles (advertenties, luchtfoto’s).
Gemiddeld
Het toezicht vindt minder intensief en vooral steekproefsgewijs plaats, dan wel door gebiedsgerichte controles of door surveillance.
Laag
Er is sprake van passief toezicht. In principe wordt alleen naar aanleiding van meldingen of handhavingsverzoeken toegezien op naleving van de regels.
29 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
Het staat voorop dat op alle prioriteiten gehandhaafd zal worden. De intensiteit hiervan is daarentegen verschillend. Hoe hoger de prioriteit, hoe actiever er gehandhaafd wordt. Naar aanleiding van handhavingsverzoeken en meldingen, zal ongeacht de prioriteit, in beginsel altijd handhavend opgetreden worden. Wel kan de prioriteitstelling bepalend zijn voor het tijdsbestek waarop gehandhaafd wordt. 6.3.2 INTEGRAAL TOEZICHT Voor de uitvoering van de handhaving in Edam-Volendam is het uitgangspunt, het zoveel mogelijk integraal uitvoeren van het toezicht. Er wordt op deze manier tegemoet gekomen aan de ambities die de gemeente heeft in het kader van verbetering van de dienstverlening naar het bedrijfsleven en inwoners toe. Hiermee wordt ook tegemoet gekomen aan de eisen die in de Omgevingswet aan het toezicht worden gesteld. Uit de Omgevingswet vloeit onder meer voort, dat het bestuursorgaan zijn controles moet afstemmen en coördineren om te voorkomen dat gemeentelijke toezichthouders en andere toezichthouders, van bijvoorbeeld de omgevingsdienst of de VrZW, onwetend van elkaar bedrijven bezoeken. Hieronder worden vier vormen van integraal toezicht beschreven. Na elkaar controleren: hierin zijn inspectiemomenten leidend. Dat wil zeggen dat, in eerste aanleg, verschillende toezichthouders, afhankelijk van de fase van handhaving, een inspectie uitvoeren.
Deze inspecties worden programmatisch opgepakt. Omdat de inspecties over een relatief groter tijdsbestek worden uitgevoerd, heeft deze aanpak een sterkere preventieve uitwerking. Deze vorm van controleren is de klassieke vorm van toezicht. In de praktijk komt dit weinig voor. Voor elkaar signaleren: facetcontroles/inspecties door één handhaver/toezichthouder. De handhaver/toezichthouder neemt tijdens de inspectie (binnen het model; na elkaar controleren) andere punten van aandachtsvelden mee. Het voordeel van deze aanpak is dat overtredingen in een eerder stadium worden gesignaleerd. Deze aanpak vergt wel de nodige afstemming en uitleg binnen een organisatie. Voor elkaar controleren: hierin wordt de integrale controle van de aandachtsvelden, door één handhaver/toezichthouder uitgevoerd. Dit heeft voornamelijk betrekking op situaties die worden gekenmerkt door een zeer geringe complexiteit. In de praktijk betekent dit dat dergelijke controles alleen mogelijk zijn bij locaties waarin voor beide aandachtsvelden het risico klein is. Controleren met elkaar: vanuit bouwen/RO, milieu, veilig gebruik bouwwerken en de APV gezamenlijk een integrale controle uitvoeren. Met name van toepassing in situaties die door een groter dan gemiddelde complexiteit of bestuurlijke prioriteit worden gekenmerkt.
In Edam-Volendam krijgt dit vorm door specifieke projecten zoals: vuurwerkcontroles, en grote bouwprojecten.
30 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
De vier vormen van integraal toezicht zijn in de figuur hiernaast nog eens weergegeven. Het hangt af van de situatie van de burger of het bedrijf, welke vorm van integraal toezicht gehanteerd wordt. Er wordt hierbij aangesloten bij de omgevingsvergunning. De toezichthouder zal bij een enkelvoudige omgevingsvergunning, hierbij kun je denken aan de bouw van een dakkapel, vanuit zijn vakgebied een controle uitvoeren waarbij hij oog- en oorfunctie voor andere beleidsvelden heeft. Bij een meervoudige omgevingsvergunning, hierbij kun je denken aan de activiteiten milieu en brandveilig gebruik, zullen de toezichtmomenten waar mogelijk gecoördineerd worden in één bezoek, waardoor de belasting voor het bedrijf tot een minimum beperkt wordt. Als gecoördineerd toezicht niet mogelijk is, worden de controles uitgevoerd vanuit de verschillende vakgebieden. Bovenstaande ziet er schematisch gezien als volgt uit:
Situatie
Wijze van toezicht
Vorm van integraliteit
Enkelvoudige omgevingsvergunning Meervoudig omgevingsvergunning
Toezicht door het betreffende taakveld Gecoördineerd toezicht met meerdere toezichthouders Toezicht door betreffende taakvelden (over langere tijd)
Signaleren voor elkaar Controleren met elkaar Signaleren voor elkaar
6.4 WERKWIJZE PER TYPE ACTIVITEIT We zullen in deze paragraaf stil staan bij de strategieën die de gemeente hanteert om de nagestreefde doelstellingen te bereiken. Door een groot aantal factoren wordt bepaald in hoeverre de gestelde regels ook daadwerkelijk worden nageleefd. Dit varieert van kennis van de regels, via het nut en de noodzaak er van inzien, tot het bewust overtreden ervan. Een aantal factoren zijn te beïnvloeden door consequent te handhaven in de meest brede zin van het woord. In de naleefstrategie worden alle activiteiten die erop gericht zijn om er voor te zorgen dat de regels worden nageleefd samengevat. Deze strategie richt zich enerzijds op het stimuleren van de naleving en anderzijds op het reduceren van de risico’s die kunnen voortkomen uit het niet naleven van de voorschriften. Een naleefstrategie bestaat uit vier aparte strategieën (preventiestrategie, toezichtstrategie, sanctiestrategie en gedoogstrategie). In dit hoofdstuk worden eerst de strategieën met betrekking tot inspectie weergegeven, gevolgd door toezicht. In hoofdstuk 7 worden de genoemde naleefstrategieën in het kader van de handhaving besproken.
31 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
6.4.1 INSPECTIE Inspectie is de activiteit van de gemeente in relatie tot de realisatie van het vergunde. Het gaat hier over de inspectie van uitvoeringswerkzaamheden en het zonder formeel juridische instrumenten tegemoet treden van afwijkingen. Eigenlijk maakt de inspectie technisch gezien nog deel uit van de vergunningsfase en niet van de toezicht en handhavingsfase. De werkzaamheden die samenhangen met inspectie zijn daarentegen vergelijkbaar met toezicht en worden daarom hier behandeld. 6.4.1.1 VERBOUWEN VAN EEN BOUWWERK Artikel 5.5 van de Omgevingswet bepaalt dat het verboden is te handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning. De taak dit te inspecteren ligt bij de gemeente. Zij kijken of gebouwd wordt conform de verleende omgevingsvergunning en de relevante wet- en regelgeving. Daarnaast zijn in het Bbl regels opgenomen met betrekking tot plichten tijdens de bouw, zoals afscheiding van het bouwterrein, melden van werkzaamheden en de aanwezigheid van bescheiden op de bouwplaats. Er kunnen tijdens de uitvoering allerlei redenen zijn om af te wijken van de vergunning en wet- en regelgeving, zowel bewust als onbewust. Bovendien laat de kwaliteit van de uitvoering van werkzaamheden nogal eens te wensen over waardoor bijsturing door de gemeente gewenst of noodzakelijk is. De strategie die gevolgd dient te worden is in het zaaksysteem opgenomen.
Als de omgevingsvergunning verleend is, wordt er voor de toezichthouder een zogenaamde opleveringscontrole aangemaakt in het zaaksysteem. Hier staan alle relevante gegevens en stukken. Wanneer een omgevingsvergunning is afgegeven zal deze gecontroleerd worden, als deze tot uitvoering komt. Deze controle wordt uitgevoerd door een bouwtoezichthouder. Zij controleren of de werkzaamheden in overeenstemming met de verleende vergunning worden uitgevoerd. Wanneer er geconstateerd wordt dat in afwijking van de omgevingsvergunning wordt gebouwd, kan de toezichthouder van het team Bouwen en Milieu aanwijzingen geven of in ernstige gevallen de bouw stilleggen. Zowel de start als de voltooiing van het bouwwerk moeten worden gemeld aan de toezichthouders. Bij voltooiing volgt een eindcontrole. Wanneer blijkt dat in afwijking van de vergunning wordt gebouwd zal het team Bouwen en Milieu eerst kijken of de afwijking alsnog kan worden gelegaliseerd door ofwel een nieuwe vergunning of een wijzigingsvergunning. Als dit niet mogelijk blijkt, zal de vergunninghouder worden aangeschreven het werk alsnog uit te voeren in overeenstemming met de verleende omgevingsvergunning, of de situatie terug te brengen in de oude staat.
Zowel de uitvoering van de inspectie tijdens de realisatiefase als het toezicht bij reeds gerealiseerde activiteiten bestaat uit drie fasen: voorbereiding, uitvoering en rapportage. Deze werkwijze wordt consequent toegepast. De vakkennis van de toezichthouders bepaald de wijze van toezicht en de diepgang. 6.4.1.2 SLOPEN VAN BOUWWERKEN Artikel 5.5 van de Omgevingswet bepaalt dat het verboden is te handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning. Echter is onder de Omgevingswet voor het merendeel van de sloopactiviteiten geen vergunning meer nodig, maar volstaat een sloopmelding. De reguliere sloopmeldingen – inclusief het toezicht hierop – worden opgepakt en afgehandeld door de Omgevingsdienst IJmond. Zij zien toe op de naleving van de technische regels uit het Bbl, evenals de voorschriften met betrekking tot plichten tijdens de sloop, zoals de veiligheid op het sloopterrein, wijze van slopen en verpakken en opslaan van asbest en aanwezige bescheiden op de bouwplaats. Bij binnenkomst van een melding in relatie tot het slopen van bouwwerken, wordt deze doorgestuurd naar de Omgevingsdienst IJmond en wordt de indiener hiervan op de hoogte gesteld. In enkele gevallen is voor het slopen van bouwwerken een omgevingsvergunning vereist op basis van ruimtelijke regels uit het omgevingsplan.
Dit speelt bijvoorbeeld bij beeldbepalende bebouwing of cultuurhistorisch waardevolle panden, indien het omgevingsplan hierbij expliciet een vergunningplicht oplegt. Dit geldt dus niet in 32 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
de hele gemeente. In deze gevallen moet de aanvrager kunnen aantonen dat er iets voor terugkomt, bijvoorbeeld via een voorgenomen bouwactiviteit. Bij voorkeur wordt dus eerst de bouwactiviteit aangevraagd, zodat duidelijk is dat herontwikkeling plaatsvindt. De gemeente gaat hierover in gesprek met de aanvrager.
6.4.1.3 AANLEGGEN In het Beschermd Stadsgezicht Edam en in voorbereidingsbesluiten is sprake van een aanlegvergunningenstelstel. Hierin staat opgenomen binnen welke situaties een vergunningsplicht geldt en wanneer de vergunning verleend kan worden. Voor de omgevingsvergunningen aanleggen geldt ten aanzien van de inspectie en toezicht geen aparte werkwijze of toetsmatrix. Er wordt gebruikt gemaakt van dezelfde werkwijze als bij bouwactiviteiten. 6.4.1.4 WIJZIGEN VAN EEN MONUMENT Er geldt een verscherpt toezicht wat betreft beschermde, provinciale en gemeentelijke monumenten. Het behouden van de cultuurhistorische en monumentale waarde heeft de hoogste prioriteit. Voor de monumentenvergunningen geldt eveneens dat de inspectie/toezicht strategie uit het zaaksysteem volgt. De bezoek- en controlefrequentie zal in de praktijk hoger liggen dan bij de reguliere bouwwerkzaamheden. De bouw wordt direct stilgelegd bij geconstateerde overtredingen of afwijkingen. 6.4.1.5 STRIJDIG GEBRUIK OMGEVINGSPLAN Bij de controle van een vergunning voor het bouwen van een bouwwerk kan, naast de controle op de toegestane hoogte, diepte, massa en welstandsaspecten alvast een indruk worden verkregen of het bouwwerk of de gronden conform de vergunning of het omgevingsplan gebruikt zullen gaan worden.
Wanneer het bouwwerk in gebruik is genomen kan pas worden nagegaan of het gebruik conform de vergunning of het omgevingsplan is. Tijdens de oplevering van activiteiten vindt altijd expliciet een inspectie plaats ten aanzien van het gebruik van de bouwwerken en gronden. De controle op afwijkend gebruik tijdens de fase hierna maakt onderdeel uit van het gebiedsgericht toezicht. Er is daarnaast sprake van signaal gestuurd toezicht waarbij op basis van signalen gericht toezicht wordt gehouden. 6.4.2 TOEZICHT Toezicht omvat controles op de naleving van wet- en regelgeving, zowel bij het gebruik van vergunde bouwwerken als in het kader van handhaving. Daarnaast richt toezicht zich op het signaleren en waar mogelijk zonder formele juridische instrumenten oplossen van overtredingen. 6.4.2.1 TIJDELIJKE VERGUNNINGEN EN AFWIJKINGEN Een omgevingsvergunning kan geheel of gedeeltelijk gelden voor een bepaalde termijn. Dit is geregeld in artikel 5.36 van de Omgevingswet. Conform de Omgevingswet kan daarbij worden aangegeven dat na het verstrijken van de termijn de bestaande toestand moet worden hersteld of dat de toestand in overeenstemming moet worden gebracht met de wettelijk voorgeschreven toestand. Het gaat hier over het toezicht en de handhaving van de instandhoudingstermijn van vergunningen en afwijkingen. Vergunningen en afwijkingen kunnen voor een bepaalde periode worden verstrekt.
Wanneer de termijn verstreken is, is men verplicht de situatie in de oorspronkelijke toestand te herstellen, of met het omgevingsplan in overeenstemming te brengen. Hierin heeft de gemeente een beginselplicht tot handhaving.
33 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
Wanneer er sprake is van een tijdelijke omgevingsvergunning, wordt hierop actief toezicht gehouden en waar nodig handhavend opgetreden. Indien het bouwwerk nog aanwezig is na het verlopen van de termijn, wordt de vergunninghouder verzocht het bouwwerk binnen een bepaalde termijn te verwijderen en de situatie in de oude staat terug te brengen. Na het verstrijken van de termijn zal weer een hercontrole plaatsvinden. Wanneer het bouwwerk dan nog niet verwijderd is, zal een handhavingstraject worden opgestart. 6.4.2.2 TOEZICHT ONDER DE WKB Met de inwerkingtreding van de Wkb is het toezicht op bouwactiviteiten veranderd. Gemeenten blijven verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en de bouw- en sloopveiligheid, en behouden hun rol als bevoegd gezag in het bouwdomein. Voor nieuwbouwwerken in gevolgklasse 1 ligt het bouwtoezicht echter primair belegd bij een private kwaliteitsborger. Bouwwerken zijn ingedeeld in 3 gevolgklassen. Hierbij geldt dat hoe groter de gevolgen als er iets misgaat met het bouwwerk, hoe hoger de gevolgklasse. Onder gevolgklasse 1 vallen derhalve bijvoorbeeld grondgebonden woningen, kleine voetgangersbruggen en bouwwerken met een industriefunctie tot twee bouwlagen. Gevolgklasse 3 betreft daarentegen (grote) bouwwerken zoals ziekenhuizen, voetbalstadions en gebouwen hoger dan 70 meter.
In het kader van de Wkb wordt niet verwacht dat dit toezicht de komende beleidsperiode zal worden uitgebreid naar gevolgklasse 1 verbouw of naar gevolgklassen 2 en 3. Het constructieve toezicht tijdens de bouw wordt bij gevolgklasse 1 nieuwbouw vervangen door toezicht door een private kwaliteitsborger. Hierbij zijn wel nog vaste momenten waarop de initiatiefnemer verantwoording moet afleggen aan de gemeente over de naleving van de bouwtechnische voorschriften, via meldingen zoals de bouwmelding en de gereedmelding. Deze meldingen ondersteunen de gemeente in haar rol als bevoegd gezag voor handhaving. In de basis hanteert de gemeente hierbij dezelfde werkwijze als bij andere meldingen. Vanuit een dienstverleningsoogpunt ontvangt de initiatiefnemer een bevestiging dat de melding in behandeling is genomen, evenals een bericht waarin staat of de melding compleet is. Als er lokaal gebonden risico’s zijn, dan worden deze aangegeven bij de afgifte van een vergunning en gecontroleerd in het borgingsplan. De gemeente Edam-Volendam heeft twee gebieden waar lokale risico’s gelden. Dit zijn de binnenstad van Edam en die van Volendam. Hier gelden in ieder geval de volgende lokale risico’s: • • •
Heien vormt een risico voor de omgevingsveiligheid; Het gebruik van zware instrumenten vormt een risico voor de omgevingsveiligheid. Onttrekken van grondwater aan de bodem in de wijk Korea (i.v.m. paalrot)
Hoewel het constructieve toezicht bij gevolgklasse 1 nieuwbouw is belegd bij de private kwaliteitsborger, worden alle bouwwerken die onder de Wkb vallen in beginsel gecontroleerd op de omgevingsplanactiviteit. Wanneer er signalen of klachten binnenkomen over de bouwkwaliteit, het functioneren van de kwaliteitsborger of bijzondere lokale omstandigheden, kan de gemeente de bouw stilleggen en/of een controle op de bouwplaats uitvoeren. INGEBRUIKNAME In beginsel wordt de ingebruikname van een gebouw pas goedgekeurd na de goedkeuring van de gereedmelding. Echter is het bij grote bouwprojecten waar gebouwen gefaseerd opgeleverd worden niet redelijk en billijk om te wachten op de uiteindelijke gereedmelding van het gehele bouwproject. Als zodoende neemt de gemeente Edam-Volendam de positie in dat het de ingebruikname niet tegenhoudt zolang vanuit de kwaliteitsborger geen signaal is binnengekomen dat er aspecten niet volgens de voorschriften zijn uitgevoerd. De gemeente volgt hierin de geest van de wet en gaat ervan uit dat de uiteindelijke gereedmelding compleet zal zijn. Indien dit niet het geval blijkt te zijn, kan de gemeente handhavend optreden.
34 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
In het geval waar gebouwen door een aannemer als cascogebouwen opgeleverd worden, dient de kwaliteitsborger betrokken te blijven bij de verdere afbouw, aangezien het gebouw bij de oplevering van de aannemer nog niet volledig voldoet aan het Bbl. Als zodoende kan de kwaliteitsborger nog geen volledigheidsverklaring afgeven en is er nog geen gereedmelding mogelijk. Voor de ingebruikname van dit type gebouwen neemt de gemeente Edam-Volendam dezelfde positie in als hierboven besproken. Bij kleine afwijkingen zonder significante impact op de constructieve veiligheid en brandveiligheid wordt de ingebruikname niet direct afgekeurd of handhavend opgetreden. Denk hierbij aan het ontbreken van een badkamer of keuken. Echter wordt bij afwijkingen met een risico voor de constructieve veiligheid of brandveiligheid de ingebruikname wel afgekeurd en erop gehandhaafd. 6.4.2.3 BRANDVEILIGHEID Toezicht tijdens de gebruiksfase kenmerkt zich als toezicht op grond van een langlopende vergunning of algemene voorschriften bij bestaande objecten tijdens de gebruiksfase. Dit betekent dat er periodiek toezicht plaatsvindt op onder andere de (brand)veiligheid. De taak van de gemeente ligt hier bij het nagaan of de vergunninghouder zich houdt aan de opgelegde voorschriften.
REGULIERE CONTROLES De Veiligheidsregio Zaanstreek Waterland (VrZW) voert het toezicht op het brandveilig gebruiken van bouwwerken uit voor de gemeente Edam-Volendam. Zo voeren zij de reguliere controles op het brandveilig gebruiken uit. Ieder jaar vinden er één á twee controlemomenten plaats: één traditioneel en één in de vorm van bijvoorbeeld een (ontruimings-)oefening en/of voorlichting. Deze controles voert de VrZW uit voor de volgende gebouwen: • bouwwerken in prioriteit 1 en 2; • peuterspeelzalen (vergunningsplichtig bouwwerk in prioriteit 3); • bouwwerken die vallen onder algemeen gebruik prioriteit 3 in de categorie wonen met zorg en woongebouwen met inpandige gangen. ZELFTOEZICHT Naast het traditionele toezicht verschuift de aandacht ook steeds meer naar zelftoezicht als aanvullende vorm van controle op brandveiligheid. Zelftoezicht houdt in dat gebouweigenaren en gebruikers zelf actief hun (brand)veiligheid beoordelen aan de hand van een gestructureerde methode. Dit biedt verschillende voordelen: het vergroot het veiligheidsbewustzijn, helpt bij het opmerken van mogelijke risico’s en stimuleert eigenaren en gebruikers om zelf actie te ondernemen voordat er eventueel handhavend opgetreden moet worden. Een reguliere controle wordt veelal samen met een personeelslid uitgevoerd.
De verkregen informatie blijft daardoor soms hangen op de werkvloer en bereikt dan niet de eigenaren of verantwoordelijke gebruikers. Zij zullen pas op de hoogte worden gesteld, zodra er een brief komt van de gemeente. Met zelftoezicht wordt geprobeerd dit te doorbreken door gebouweigenaren en gebruikers direct te betrekken bij hun eigen (brand)veiligheid. Dit gebeurt onder andere met digitale achtergrondinformatie en verdiepende kennis. In de gemeente Edam-Volendam wordt zelftoezicht momenteel toegepast bij kinderopvang- en onderwijslocaties. Deze methode is reproduceerbaar, voor eenieder makkelijk in te vullen en genereert een antwoordenreeks waarmee belangrijke data vergaard kan worden. Door deze aanpak wordt niet alleen tijdswinst geboekt bij zowel de gemeente als bij de VrZW, maar wordt ook het (brand)veiligheidsbewustzijn vergroot. OVERIGE CONTROLES Bij bouwwerken met prioriteit 3 en 4 wordt toezicht gehouden door middel van: • Zelftoezicht aan de hand van een checklist. Aan de hand van de teruggestuurde checklists steekproefsgewijs controle uitvoeren. Degenen die de checklist niet toesturen: 100% controle. Wel nazorg: nabellen bij geen respons bijvoorbeeld; 35 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
• • •
Thema controles (o.a. horeca, feestdagen in december en (sport)evenementen en eventueel in overleg met brancheverenigingen); Signaaltoezicht (ogen en oren van anderen gebruiken: meldingen van burgers, toezichthouders etc.); Goed gedrag belonen: volgende keer checklistcontrole of lagere controlefrequentie.
6.4.2.4 KWALITEIT BESTAANDE BOUW De taak om toezicht te houden op de technische staat (constructief, bouwkundig, installatietechnisch, bouwfysisch, hygiëne) en het gebruik van bestaande bouwwerken, ligt bij de gemeente. Dit wordt bij bestaande bouw steekproefsgewijs gecontroleerd. Bij de categorie bouwen met een lage prioriteit vindt toezicht plaats op basis van signalen. Voor een aantal specifieke zaken is bij ‘projecten en thematisch toezicht’ beschreven wat het beleid en de strategie is.
36 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
7. HANDHAVING 7.1 INLEIDING Handhaving speelt een cruciale rol in het waarborgen van de naleving van regels. De bereidheid van burgers en bedrijven om regels na te leven, wordt beïnvloed door een groot aantal factoren, zoals kennis van de regelgeving, de ervaren noodzaak ervan en het besef van de gevolgen van niet-naleving. Door consequent en doelgericht te handhaven, kan de gemeente naleving bevorderen en de risico’s als gevolg van overtredingen zoveel mogelijk beperken. In deze handhavingsstrategie zullen eerst de visie en de uitgangspunten die in Edam-Volendam gehanteerd worden voor handhaving aan bod komen. Hierna wordt de strategie verder toegelicht. Dit omvat ook een uitleg van de sanctie- en gedoogstrategie. 7.2 VISIE EN UITGANGSPUNTEN In deze paragraaf wordt de visie van de gemeente Edam-Volendam voor handhaving geformuleerd. De visie is richtinggevend en dient als toetsingskader bij de prioritering van handhaving. 7.2.1 VISIE De gemeente Edam-Volendam streeft ernaar op een professionele en effectieve manier handhavend op te treden wanneer de regels niet of onvoldoende worden nageleefd. Handhaving is essentieel om de kwaliteit van de leefomgeving te beschermen, de leefbaarheid te waarborgen en duurzaamheid te bevorderen. Wanneer overtredingen worden geconstateerd, schroomt de gemeente niet om op te treden.
Handhaving vindt plaats met een duidelijke en consequente aanpak, waarbij altijd wordt gekeken naar de proportionaliteit van de handhavingsmaatregelen en de doelmatigheid van het optreden. Zo verliest de gemeente Edam-Volendam bij de toepassing van de regels nooit de belangen uit het oog die met het toepassen van de regels gediend zijn. De belangen zijn, in tegenstelling tot het sec toepassen van de regels, altijd leidend. Verder worden handhavingsmaatregelen niet uitsluitend ingezet om regels strikt af te dwingen, maar ook om het beoogde maatschappelijke effect te realiseren. Dit betekent dat in sommige gevallen maatwerk noodzakelijk is en dat er oog is voor de specifieke omstandigheden van een casus. De gemeente Edam-Volendam werkt samen met ketenpartners zoals de politie Zaanstreek-Waterland, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en de Omgevingsdienst IJmond om een integrale en efficiënte handhavingsaanpak te waarborgen. Door middel van deze samenwerking wordt de slagkracht vergroot en kan er effectief ingegrepen worden bij overtredingen die de leefomgeving, veiligheid of gezondheid in gevaar brengen. Tot slot kan de gemeente, wanneer hier voldoende aanleiding voor is, overwegen haar beleid te herzien en de handhavingsstrategie aan te passen om beter aan te sluiten bij de veranderende behoeften van de samenleving.
Handhaving is een dynamisch proces dat continu wordt geoptimaliseerd op basis van praktijkervaringen en beleidsmatige inzichten. De hierboven beschreven visie wordt in een aantal concrete uitgangspunten uitgewerkt. Deze uitgangspunten vinden hun uitwerking in dit beleidsplan, het uitvoeringsprogramma en de dagelijkse praktijk van handhaving. 7.2.2 UITGANGSPUNTEN INWONERS EN BEDRIJVEN HEBBEN EEN EIGEN VERANTWOORDELIJKHEID Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe generatie wet- en regelgeving ontstaan. Deze wetswijziging is mede ingegeven door een veranderende verhouding tussen burgers en overheid. In deze verhouding willen burgers en bedrijven meer vrijheid en een overheid op afstand. 37 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
De gemeente Edam-Volendam spreekt deze veranderende verhouding aan, omdat zij goed aansluit bij haar visie van een krachtige en doelmatige overheid die streeft naar een efficiënte samenleving. De gemeente vindt het vanuit deze visie van groot belang dat inwoners en bedrijven zelf hun verantwoordelijkheid nemen ten aanzien van naleving van de voor hen geldende regels. De insteek van de verantwoordelijkheid zoveel mogelijk daar laten waar deze hoort, sluit aan bij deze benadering. Bij de inzet van handhavingsinstrumenten kiest de gemeente de instrumenten die tegen zo laag mogelijke kosten het meeste rendement opleveren. Om die reden kiest de gemeente – waar dat mogelijk en verantwoord is – dan ook voor oplegging van een last onder dwangsom in plaats van een last onder bestuursdwang. De bestuurlijke kosten zijn bij dit instrument lager, terwijl de verantwoordelijkheid voor het ongedaan maken van de overtreding bij de overtreder ligt. Een nadeel hiervan is dat als de dwangsom verbeurd is en de overtreding niet ongedaan is gemaakt dit niet het gewenste resultaat oplevert. DE HANDHAVING IS EENDUIDIG, HELDER EN TRANSPARANT De gemeente Edam-Volendam wil duidelijk zijn over wat wel en niet is toegestaan. Eenduidigheid betekent dat de gemeente bij geconstateerde overtredingen consequent en voorspelbaar handelt.
De handhaving vindt daarom zo veel mogelijk gestandaardiseerd plaats volgens heldere procedures. Doordat vergelijkbare situaties op vergelijkbare wijze worden afgehandeld worden willekeur en rechtsongelijkheid voorkomen. Dat de handhaving transparant is, blijkt onder meer uit het feit dat de activiteiten op het gebied van handhaving schriftelijk worden vastgelegd. Dit geldt niet alleen voor de stappen in de beleidscyclus (visie, strategie, prioriteitstelling) maar ook voor de administratieve organisatie en de procedures. Via het jaarlijkse Uitvoeringsprogramma en Jaarverslag zal de wijze van uitvoering inzichtelijk worden gemaakt en verantwoording aan de gemeenteraad worden afgelegd. HET VOORKOMEN VAN OVERTREDINGEN VERDIENT PRIORITEIT De gemeente Edam-Volendam zet in deze beleidsperiode wederom sterk in op preventie. Het voorkomen van overtredingen heeft prioriteit, omdat het handhaving achteraf voorkomt. Preventie begint bij helder en duidelijk beleid en regelgeving met een groot draagvlak. Goede en tijdige communicatie met de belangenorganisaties en inwoners is dan ook een absolute noodzaak. Door handhavingsacties van tevoren aan de kondigen, zal het naleefgedrag positief worden beïnvloed. DE HANDHAVING VINDT RISICOGERICHT PLAATS In beginsel treedt de gemeente Edam-Volendam tegen iedere overtreding op.
Gelet op de hoeveelheid handhavingstaken kan de gemeente echter niet tegen elke overtreding met evenveel prioriteit optreden. Dit betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden. De keuze en welke taken worden uitgevoerd is voor een belangrijk deel gebaseerd op een risicoanalyse en de daaruit voortvloeiende prioriteiten. Voor een ander deel bepalen bestuurlijk en landelijk vastgestelde prioriteiten welke taken worden opgepakt. DE GEMEENTE VOERT REGIE OP DE HANDHAVING De regiefunctie komt tot uiting in de gemotiveerde keuzes die de gemeente Edam-Volendam maakt met betrekking tot de aard, omvang en intensiteit van toezicht en handhaving. Regie voeren op handhaving betekent dat de gemeente proactief optreedt en tot actie overgaat naar aanleiding van incidenten, meldingen en handhavingsverzoeken. SLECHT GEDRAG WORDT DAADKRACHTIG AANGEPAKT, GOED GEDRAG WORDT BELOOND Regels die zorgvuldig tot stand zijn gekomen moeten worden nageleefd. Wanneer dat niet gebeurt, treedt de gemeente daadkrachtig op. De daadkracht blijkt enerzijds uit het feit dat het handhavingstraject pas wordt afgesloten nadat de overtreding is beëindigd en anderzijds uit het feit dat een overtreder die er om bekend staat slecht naleefgedrag op na te houden vaker wordt gecontroleerd. Wanneer een last onder dwangsom is verbeurd, 38 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
wordt ook daadwerkelijk overgegaan tot invordering. Tegelijkertijd zet de gemeente dit instrument ook preventief in, met als doel om naleving af te dwingen voordat de dwangsom daadwerkelijk wordt verbeurd. DE GEMEENTE EDAM-VOLENDAM GEEFT HET GOEDE VOORBEELD Net als haar inwoners heeft ook de gemeente Edam-Volendam te maken met regels waaraan zij zich moet houden. Goed voorbeeld doet ook hier goed volgen. De gemeente heeft als initiatiefnemer vaak te maken met regelgeving, bijvoorbeeld omgevingsvergunningen voor bouwen, milieu, brandveilig gebruik en afwijken van het omgevingsplan. Als de eigen gemeentelijke organisatie in de fout gaat en regels overtreedt waar zij zich aan dient te houden, vindt handhaving op de gebruikelijke wijze plaats. SAMENWERKING IN KETEN Samenwerking met ketenpartners als politie Zaanstreek-Waterland, Provincie Noord-Holland, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en Omgevingsdienst IJmond, is van groot belang voor een goede handhaving. De gemeente zal de samenwerking blijven benutten. 7.3 STRATEGIE 7.3.1 WETTELIJKE BASIS De Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) vormt de basis van de handhavingsstrategie. De LHSO zet in op een passende interventie bij iedere overtreding.
Door gebruik te maken van de LHSO sluit de gemeente Edam-Volendam aan op een eenduidige werkwijze tussen verschillende gemeenten en tussen gemeente en Omgevingsdienst. Handhavend optreden op basis van het omgevingsrecht draagt bij aan het bereiken van de doelen die gesteld zijn in de Omgevingswet. De bewoonbaarheid van het land in stand houden, de bescherming en verbetering van het leefmilieu en het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Landelijk gezien zijn er een aantal onderwerpen die een hoge prioriteit is gegeven. Dit is onder andere het geval bij het brandveilig gebruiken van een bouwwerk, zonder de benodigde omgevingsvergunning. Deze landelijke prioritering wordt ook meegenomen in de gemeentelijke prioritering. 7.3.2 SANCTIESTRATEGIE Zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke instrumenten staan tot de beschikking om naleving van de regelgeving af te dwingen. In de sanctiestrategie staat beschreven wanneer de gemeente welke middelen inzet. GEMEENTELIJKE HANDHAVING PRIMAIR BESTUURSRECHTELIJK De intentie van het toepassen van de sanctiestrategie is het herstel naar een legale situatie. Dit is de reden dat de toe te passen handhavingsmaatregelen in de eerste plaats bestuursrechtelijk van aard zijn. Uitzondering op dit algemene uitgangspunt is de handhaving van bepaalde overlastgevende feiten uit de APV.
Bij deze feiten is herstel van de illegale situatie niet mogelijk en ligt een punitief handhavingsinstrument – het opleggen van een bestuurlijke strafbeschikking of een naheffingsaanslag – meer voor de hand. BESTUURSRECHTELIJK OPTREDEN De bestuursrechtelijke handhaving is gebaseerd op de zogenaamde driestappenstrategie: 1. Na constatering van een overtreding wordt onderzocht of er daadwerkelijk sprake is van een overtreding en of er legalisatiemogelijkheden zijn. De overtreder ontvangt een constateringbrief met een termijn voor het ongedaan maken van de overtreding; 2. Is de overtreding na de hercontrole niet beëindigd, dan stuurt de gemeente een voornemen tot bestuursrechtelijk optreden aan de overtreder. In dit voornemen wordt de overtreder een termijn gesteld om een zienswijze op het voornemen in te dienen en een termijn om de overtreding ongedaan te maken; 39 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam