bijlage 1. VTH-beleid 2025-2030 Edam-Volendam
Tekst van het document
3. Duurt de overtreding na de volgende (2e) hercontrole nog steeds voort, dan volgt een formele aanschrijving met dwangmiddelen. Als bij een volgende controle blijkt dat de overtreding nog altijd voortduurt, worden de aangekondigde dwangmaatregelen uitgevoerd. In een aantal situaties kan van deze driestappenstrategie worden afgeweken: • indien de bouwtoezichthouder tijdens de realisatiefase een overtreding constateert, wordt eerst getracht de overtreding in overleg op te lossen. Leidt dit niet tot het gewenste resultaat, dan wordt afgezien van het versturen van een constateringbrief en direct een voornemen tot bestuursrechtelijk optreden verzonden (tweestappenmodel); • bij overtredingen in de openbare ruimte (APV) die bestuursrechtelijk worden afgedaan, wordt eveneens afgezien van het versturen van een constateringbrief en direct een voornemen tot bestuursrechtelijk optreden verzonden/bekend gemaakt. Dit uitsluitend in kwesties die een direct verband houden met het omgevingsvergunningplichtige bouwwerken. Overige handhaving APV valt onder team Veiligheid; • in spoedeisende situaties, waarbij direct optreden gewenst is, worden gelijk bestuursrechtelijke maatregelen genomen; • indien sprake is van recidive, nalatig gedrag, een calculerende of malafide instelling van de overtreder, wordt gelijk een voornemen kenbaar gemaakt.
BESTUURSRECHTELIJKE INSTRUMENTEN Er staan voor de bestuursrechtelijke aanpak van overtredingen een aantal instrumenten ter beschikking: het intrekken van een vergunning, het opleggen van een last onder dwangsom, het opleggen van een last onder bestuursdwang en het opleggen van een bestuurlijke boete. Omdat het opleggen van een bestuurlijke boete niet gericht is op herstel van de illegale situatie wordt daar niet voor gekozen. INTREKKING VERGUNNING Een eerder verleende vergunning of afwijking kan worden ingetrokken door de gemeente als bestuurlijke sanctie op onrechtmatig gedrag van de houder van de beschikking. In artikel 5.39 en 5.40 van de Omgevingswet zijn de voorwaarden voor het intrekken van een omgevingsvergunning als sanctie opgenomen. Dit is bijvoorbeeld het geval indien er niet in overeenstemming met de omgevingsvergunning is gehandeld. Intrekking is slechts mogelijk op gronden die in verschillende wet- en regelgeving waarvoor de gemeente bevoegd gezag is, zijn opgenomen. Hierbij valt te denken aan het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens of het niet nakomen van de aan de vergunning of afwijking verbonden voorschriften en beperkingen. In veel gevallen zijn nog aanvullende handhavingsmaatregelen nodig in de vorm van een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang, omdat intrekking niet altijd leidt tot herstel van de illegale situatie.
De situatie waarin de gemeente gebruik maakt van de intrekkingsbevoegdheid, wordt van geval tot geval beoordeeld en wordt dus begrenst door de kaders gesteld in artikel 5.39 en 5.40 van de Omgevingswet. LAST ONDER DWANGSOM Bij het opleggen van een last onder dwangsom geeft de gemeente de overtreder een last of bevel om een overtreding binnen de zogenaamde begunstigingstermijn ongedaan te maken. Wanneer de overtreder dat niet doet, verbeurt hij een dwangsom aan de gemeente. De dwangsom kan op verschillende manieren worden vastgesteld: een bedrag ineens, per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd of per overtreding van de last. De hoogte van de dwangsom dient in redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van het geschonden belang en het beoogde voordeel van de overtreding. De gemeente heeft als bijlage tot dit beleid een richtlijn vastgesteld dat een basis biedt. De gemeente kan gemotiveerd afwijken van de richtlijn indien zij dit nodig acht. Schorsing bestreden besluit Het indienen van een bezwaarschrift tegen een last onder dwangsom zorgt er niet voor dat het besluit wordt geschorst. Dit betekent dat het besluit in werking treedt en ook geldig is. In sommige gevallen kan echter blijken dat de begunstigingstermijn niet haalbaar is. De gemeente kan deze termijn dan verlengen.
Wanneer de gemeente na een gedegen afweging is gebleken dat de begunstigingstermijn wel haalbaar is, mede ook gelet op de beginselplicht om te handhaven, zal de begunstigingstermijn niet zomaar worden verlengd. Wanneer de 40 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
bezwaarde voornoemd standpunt niet volgt, kan zij schorsing van het besluit aanvragen bij de voorzieningenrechter. Preventieve last onder dwangsom In gevallen waarbij de overtreding is beëindigd, maar gelet op het gevaar voor eenzelfde soort overtreding en gezien de aard van de overtreding, kunnen wij een preventieve last onder dwangsom opleggen, zonder verdere vooraankondiging. Wij zullen indien nogmaals wordt geconstateerd dat eenzelfde soort overtreding plaatsvindt, overgaan tot het direct innen van de opgelegde dwangsom. LAST ONDER BESTUURSDWANG Bij het opleggen van een last onder bestuursdwang maakt de gemeente de overtreding ongedaan op kosten van de overtreder. PRIMAIR LAST ONDER DWANGSOM De gemeente heeft een bepaalde beleidsvrijheid in de keuze of zij een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang oplegt. Afgezien van bijzondere omstandigheden kiest de gemeente Edam-Volendam om de volgende redenen voor het opleggen van een last onder dwangsom boven het toepassen van bestuursdwang: •
•
•
•
het opleggen van een last onder dwangsom legt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van die taken bij de overtreder en geeft de gemeente slechts de plicht te toetsen of na het verstrijken van de termijn de overtreding ongedaan is gemaakt; toepassen van bestuursdwang leidt vaker tot hogere bestuurslasten (voorbereidingen uitvoering) dan het opleggen van een last onder dwangsom. Ook is het nog maar de vraag of de kosten op de overtreder verhaald kunnen worden; bij herhalende overtredingen is een dwangsom effectiever, omdat de last na de verwijdering of het ongedaan maken van de overtredingen blijft bestaan. Als de overtreding opnieuw plaatsvindt, wordt de dwangsom alsnog of opnieuw verbeurd; bij vernietiging in beroep kan het besluit tot het opleggen van een dwangsom eenvoudiger worden teruggedraaid dan reeds toegepaste bestuursdwang.
In een aantal bijzondere situaties zal afwijkend van de hoofdregel, geen dwangsom worden opgelegd, maar worden gekozen voor bestuursdwang: • • •
tegen de overtreding is eerder een dwangsom opgelegd, die niet tot het gewenste resultaat heeft geleid; de overtreder is niet te achterhalen; de overtreding is dusdanig ernstig of brengt zodanige risico’s met zich mee dat deze onmiddellijk moet worden beëindigd. In dit laatste geval wordt spoed bestuursdwang toegepast. Hieronder staan enkele situaties genoemd waarbij toepassing van spoed bestuursdwang voor de hand ligt: o illegale lozingen en andere ernstige milieubedreigende situaties; o het stilleggen van de bouw in geval van illegale bouw of onvoorziene veiligheid of gezondheidssituaties tijdens vergunde bouwwerkzaamheden; o illegale sloop (bijvoorbeeld met asbest) of onvoorziene veiligheid- of gezondheidssituaties tijdens vergunde sloopwerkzaamheden; o brandgevaarlijke situaties die acuut levensbedreigend kunnen zijn; of o bedreiging van de openbare orde.
De bovenstaande opsomming is niet limitatief. Het dient per aangetroffen situatie van geval tot geval beoordeeld te worden. Bij het opleggen van spoed bestuursdwang wordt zoveel mogelijk de normale bestuursdwangprocedure gevolgd met een aangepaste korte begunstigingstermijn. In acute gevallen kan de bestuursdwang mondeling worden aangezegd en meteen worden geëffectueerd. Vervolgens dient de bestuursdwang alsnog op schrift te worden gesteld en bekend te worden gemaakt. 41 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
STRAFRECHTELIJK OPTREDEN Het gaat hier om een bevoegdheid waarvoor de Politie en het Openbaar Ministerie verantwoordelijk zijn. In tegenstelling tot bestuursrechtelijke handhaving is het doel hierbij niet om de overtreding ongedaan te maken, deze is slechts punitief. Beide middelen kunnen tegelijkertijd worden ingezet. Bestuursrechtelijk handhaven wordt daarentegen als leidend gezien, omdat daarmee de overtreding ongedaan gemaakt kan worden. Bij de bestuursrechtelijke strafbeschikking kan een BOA een proces-verbaal opstellen. Deze bestuurlijke strafbeschikking kan ingezet worden tegen kleine overlastfeiten. De bestuurlijke strafbeschikking wordt op eenzelfde wijze afgehandeld als een proces-verbaal dat door de politie wordt opgesteld. PRIORITERING TOEPASSEN SANCTIESTRATEGIE De juridische handhavingscapaciteit is beperkt. Er zijn derhalve grenzen aan het handhavend optreden van de gemeente. Bij het bepalen van de prioriteit waarmee de gemeente de juridische handhaving oppakt spelen de uitkomsten van de risicoanalyses een rol. Dit betekent dat de juridische handhavingscapaciteit in beginsel wordt ingezet op handhavingstaken die hoog in de risicoanalyse scoren en dat weinig tot geen capaciteit wordt ingezet op taken die een lage prioriteit hebben.
Desalniettemin kunnen zich ook bij de lage prioriteiten overtredingen voordoen waartegen direct sanctionerend dient te worden opgetreden. Aanvullend op de prioritering uit de risicoanalyse wordt de volgende prioriteitsstelling gehanteerd: I. spoedshalve bestuursdwang: direct optreden is vereist wegens acute veiligheids- of gezondheidsrisico’s, het gevaar van onomkeerbare schade aan belangrijke waarden of een combinatie van deze factoren; II. hoge prioriteit: snel optreden is noodzakelijk omdat de overtreding op kortere of langere termijn veiligheids- en gezondheidsrisico’s oplevert, de overtreding direct leidt tot ernstige aantasting van ruimtelijke kwaliteit, leefomgeving of milieuwaarden, of een combinatie van deze factoren; III. gemiddelde prioriteit: optreden is noodzakelijk omdat de overtreding direct of indirect leidt tot aantasting van ruimtelijke kwaliteit, leefomgeving of milieuwaarden; IV. lage prioriteit: de overtreding leidt tot een geringe aantasting van ruimtelijke kwaliteit, leefomgeving of milieuwaarden, of een combinatie van deze factoren; V. geen prioriteit: de overtreding is in strijd met geldende wet- en regelgeving, maar levert geen substantiële risico’s op, of slechts risico’s die de overtreder zelf kunnen treffen. In deze gevallen kan een kennisgeving volgen dat de overtreding is geconstateerd en zo nodig gewezen worden op de risico’s.
Voor elke overtreding kan op basis van bovenstaande prioritering de prioriteit worden bepaald. Hierbij dient wel te worden aangegeven, dat de inschatting van de risico’s in de concrete situatie altijd een subjectief element zal bevatten. In het (voorgenomen) besluit zal waar dat nodig is, worden verantwoord waarom deze prioriteit is gekozen. Dit is vooral van belang bij relatief ondergeschikte overtredingen waarop een handhavingsverzoek is ingediend.
42 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
7.3.3 HANDHAVING ONDER DE WKB Voor gemeenten geldt een beginselplicht tot handhaving. Dit betekent dat de gemeente niet automatisch kan afzien van handhaving, ook niet bij zaken met een (zeer) lage prioriteit. Wel kan de gemeente, binnen de kaders van de prioritering, besluiten handhaving uit te stellen. Onder de Wkb blijft de gemeente bevoegd gezag voor het handhavend optreden bij het constateren van overtredingen. In het kader van handhaving onder de Wkb, wat zoals toegelicht in hoofdstuk 6.4.2.2 alleen geldt voor nieuwbouw gevolgklasse 1, betreft dit met name situaties waarin de vereiste bouwmelding ontbreekt, een bouwwerk niet voldoet aan de bouwtechnische voorschriften of indien de kwaliteitsborger haar taken niet naar behoren uitvoert. In dergelijke gevallen is de gemeente gehouden, conform de beginselplicht tot handhaving, handhavend op te treden en kan zij zo nodig bestuursrechtelijke maatregelen nemen. KLEINE AFWIJKINGEN De gemeente treedt echter niet in alle gevallen direct handhavend op. Wanneer de volledigheidsverklaring ontbreekt, maar een verbod op de ingebruikname als disproportioneel wordt beschouwd, ligt de verantwoordelijkheid voor een structurele oplossing bij de minister. Op dit moment ontbreekt namelijk een wettelijke grondslag voor de omgang met ‘kleine afwijkingen’, zoals een plafond dat enkele centimeters te laag is.
Naar verwachting zal per 1 januari 2026 via een wetswijziging meer duidelijkheid worden geboden over de handelwijze in dergelijke situaties. De gemeente acht het niet haar rol hier zelfstandig in op te treden en zal daarom, in afwachting van deze wijziging, niet actief handhaven op deze kleine afwijkingen. Dit betreft gevallen die de gemeente als (zeer) lage prioriteit beschouwt en geen significante impact hebben op constructieve veiligheid of brandveiligheid. De initiatiefnemer wordt wel geïnformeerd over de afwijking(en) en erop gewezen dat de gemeente, zodra de wetgeving dit vereist, alsnog kan handhaven. Tot die tijd ligt de verantwoordelijkheid bij de initiatiefnemer om de afwijking(en) te verhelpen. De gemeente zal alleen van deze werkwijze afwijken als daar specifieke redenen voor zijn. Hieronder staat een overzicht van de kleine afwijkingen: • • • • • • •
Afwijkingen in maatvoering zonder functionele of veiligheidsimpact; Installatietechnische afwijkingen binnen genormeerde tolerantiegrenzen; Afwijkingen in indeling of gebruik zonder impact op de functionaliteit of veiligheid; Toegankelijkheidsafwijkingen zonder impact op de functionaliteit; Afwijkingen in materialen of installaties zonder negatieve invloed op de energieprestatie; Constructieve afwijkingen zonder nadelige gevolgen op de sterkte en stabiliteit (mits aantoonbaar); Brandveiligheidsafwijkingen die geen verhoogd risico veroorzaken (mits aantoonbaar).
De bovenstaande opsomming is niet limitatief. Het dient per aangetroffen situatie individueel beoordeeld te worden. 7.3.3 INTREKKEN VAN VERGUNNINGEN In artikel 5.39 en 5.40 van de Omgevingswet zijn de mogelijkheden genoemd voor het bevoegd gezag om een omgevingsvergunning in te trekken. Burgemeester en wethouders kunnen op grond van het gestelde in de Omgevingswet de omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk intrekken. Er worden door de gemeente jaarlijks veel omgevingsvergunningen verleend. De meeste bouwwerken worden binnen korte tijd na afgifte van de vergunning gerealiseerd. Het komt echter ook voor dat er geen of pas na een aantal jaar gebruik van de omgevingsvergunning wordt gemaakt. Het ongebruikt laten voortbestaan van (oude) bouwrechten is om een aantal redenen onwenselijk: 43 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
1. er moet worden voorkomen dat (nieuwe) planologische en stedenbouwkundige inzichten worden doorkruist door bouwwerken (en afwijkingen) die in het verleden zijn vergund maar nooit zijn gerealiseerd; 2. er moet worden voorkomen dat nieuwe bouwwerken worden gebouwd naar verouderde bouwtechnische inzichten; 3. uit administratief oogpunt is het gewenst dat de papieren situatie, het bouwarchief, overeenkomt met de feitelijke situatie; en 4. voor omwonende is het erg onplezierig als zij worden geconfronteerd met oude bouwrechten waar voor hen geen rechtsmiddelen meer tegen open staan. Gezien voornoemde redenen is het wenselijk na verloop van een bepaalde periode een omgevingsvergunning in te trekken. Er zal hieronder worden ingegaan op de mogelijkheden om aan een omgevingsvergunning een geldigheidsduur te koppelen en de bevoegdheid om deze in te trekken. PROCEDURE INTREKKEN Na het verstrijken van een termijn van een jaar heeft het college de bevoegdheid de omgevingsvergunning in te trekken. Hierbij zal altijd sprake zijn van een belangenafweging. Tijdens de vergunningverlening wordt de vergunninghouder er al van op de hoogte gesteld, dat wanneer een onherroepelijke omgevingsvergunning niet gebruikt is na een jaar, of de werkzaamheden langer dan een jaar hebben stilgelegen, de gemeente op grond van de Omgevingswet bevoegd is om de omgevingsvergunning in te trekken.
In beginsel wordt uitgegaan van een geldigheidsduur voor een omgevingsvergunning van een jaar. De vergunninghouder ontvangt na een jaar een voornemen tot intrekken van de omgevingsvergunning. Hierin krijgt vergunninghouder de gelegenheid binnen 2 weken zijn zienswijze op het voornemen tot intrekken van de omgevingsvergunning te laten blijken. Wanneer er niet wordt gereageerd, zal de omgevingsvergunning worden ingetrokken. Als de vergunninghouder wel reageert, zal afhankelijk van de zienswijze worden bekeken of de vergunning al dan niet moet worden ingetrokken. De vergunninghouder zal in ieder geval aannemelijk moeten maken dat hij binnen afzienbare tijd c.q. op korte termijn zal starten met de bouwwerkzaamheden. Wanneer de vergunninghouder aannemelijk heeft kunnen maken dat hij binnen afzienbare tijd gaat starten met de werkzaamheden, krijgt hij 26 weken uitstel. Uitstel wordt maximaal 2 keer verstrekt, daarna wordt de omgevingsvergunning zonder verdere vooraankondiging ingetrokken. Wanneer bouwwerkzaamheden een jaar of langer stilliggen, wordt de intrekkingsprocedure gestart. Als de omgevingsvergunning geheel is ingetrokken, dient de vergunninghouder het bouwwerk in de originele staat terug te brengen.
Indien stedenbouwkundige ontwikkelingen een bijzondere reden vormen om een omgevingsvergunning in te trekken, zal bij gelegenheid van die ruimtelijke ontwikkeling op dit punt een besluit kunnen worden genomen en de intrekkingsprocedure op een eerder moment worden gestart dan hierboven is aangegeven. Het intrekken van de omgevingsvergunning is een voor bezwaar- en beroep vatbaar besluit. Er is sprake van een discretionaire bevoegdheid, waarbij het besluit zorgvuldig en weloverwogen tot stand moet komen. In beginsel zal een belangenafweging moeten plaatsvinden tussen het belang bij intrekking en bij het in stand houden van de omgevingsvergunning. In samenhang met hetgeen is opgemerkt over de mogelijkheid in het geval dat stedenbouwkundige ontwikkeling een bijzondere redenen vormen een omgevingsvergunning eerder in te trekken, is het wenselijk, dat bij gelegenheid van de actualisering van het omgevingsplan door de betrokken afdeling niet alleen de feitelijke situatie wordt onderzocht of geïnventariseerd, maar daarbij ook wordt geïnventariseerd (en beoordeeld) van welke omgevingsvergunningen nog geen gebruik is gemaakt.
44 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
7.3.4 GEDOOGSTRATEGIE Onder gedogen wordt verstaan: het door het bestuur bewust afzien van het gebruik van ter beschikking staande handhavingsmiddelen bij constatering van een overtreding van regels, alsmede het door het bestuur op verzoek vooraf verklaren dat tegen een overtreding die nog zal plaatsvinden - al dan niet vooruitlopend op vergunningverlening - niet zal worden opgetreden. Een gedoogbeslissing is geen besluit en kan dus niet worden aangevochten bij de bestuursrechter, dit geldt ook voor de intrekking of de weigering ervan. Zo heeft de Afdeling van de Raad van State bepaalt in haar uitspraak van 24 april 20192. Tevens is overwogen dat voor zover het verlenen of weigeren van een gedoogbeslissing kan worden aangemerkt als een bestuurlijk rechtsoordeel, daartegen slechts rechtsmiddelen kunnen worden aangewend indien het voor de betrokkene onevenredig bezwarend is om het geschil over de interpretatie van rechtsregels via een beroepsprocedure over een daadwerkelijk besluit (bijvoorbeeld een aanvraag omgevingsvergunning of handhavingsverzoek) bij de bestuursrechter aan de orde te stellen. Van de regel dat tegen gedoogbeslissingen geen beroep openstaat, mag dus slechts in “zeer uitzonderlijke gevallen” worden afgeweken.
De algemene lijn in de jurisprudentie is dat het indienen van een aanvraag voor een vergunning of het afwachten van een besluit omtrent handhaving in beginsel niet als een onevenredig bezwarende weg kan worden aangemerkt. UITGANGSPUNTEN VOOR GEDOGEN • Gedogen dient een uitzondering te zijn. Zodra de uitzonderlijke omstandigheden zich niet langer voordoen, is handhaving van de regel weer uitgangspunt. Het zodra mogelijk legaliseren van de strijdige situatie verdient de voorkeur boven (eindeloos) gedogen; • indien mogelijk dienen aan het gedogen voorwaarden te worden verbonden die het primair door de wettelijke norm te beschermen belang zoveel mogelijk beschermen; • er moeten altijd bijzondere omstandigheden worden aangevoerd, die afwijking van de regel rechtvaardigen. Het gedogen van een overtreding zal dan vrijwel nooit tot precedentwerking leiden; • alleen in situaties waarin handhaving, bijvoorbeeld de uitoefening van bestuursdwang of het opleggen van een last onder dwangsom, tot aperte onbillijkheden zou leiden. MOGELIJKE GEDOOGSITUATIES De volgende situaties komen voor het afzien van bestuursrechtelijk handhavend optreden in aanmerking:
2
Situatie
Toelichting
Overmachtssituaties
Gedogen kan nodig zijn bij situaties die direct voortvloeien uit calamiteiten. Vooruitlopend op legalisatie zal dan tijdelijk moeten worden gedoogd.
Overgangssituaties
In afwachting van nieuwe wetgeving waarbij het belang van handhaving niet in redelijke verhouding staat met de nadelige gevolgen daarvan voor alle bestaande situaties en er geen beter alternatief is dan gedogen, zoals het verlenen van een vergunning met globalere voorschriften.
Achterliggend belang
In uitzonderlijke gevallen, waarin de wetgever niet heeft voorzien, kan het voorkomen dat het achterliggende belang beter is gediend met (tijdelijk) en al dan niet onder voorwaarden afzien van handhavend optreden.
Vertrouwensbeginsel
Onder omstandigheden kan het vertrouwensbeginsel zwaarder wegen dan het belang dat met handhaving is gediend, bijvoorbeeld een van gemeentewege verstrekte inlichtingen en toezeggingen, die bij betrokkene de verwachting wekte dat niet zou worden gehandhaafd.
RvS, 24 April 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1356.
45 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
Andere rechtsbeginselen
In uitzonderlijke gevallen kan de gemeente verplicht zijn op andere manieren tegemoet te komen aan de belangen van derden, bijvoorbeeld in de vorm van nadeelcompensatie.
Belangen van de overtreder
In de afweging voor gedogen moeten ook de belangen van de overtreder worden meegenomen.
Onevenredige handhaving
Overtredingen die geen inbreuk maken op enig publiek belang en ondergeschikt zijn, kunnen worden gedoogd. Deze overtredingen worden wel geïnventariseerd om te bepalen of gemeentelijke regelgeving mogelijk aangepast kan worden zodat dergelijke situaties op termijn niet meer als overtreding behoeven te worden aangemerkt.
Concreet zicht op legalisatie
Als regelgeving of besluitvorming in voorbereiding is waarmee de strijdigheid wordt opgeheven, kan handhaving voor de tussenliggende periode niet redelijk zijn. Hetzelfde geldt in gevallen waar er voldoende concreet zicht op legalisering bestaat doordat op voorhand aannemelijk is dat de overtreder uit eigen beweging de overtreding binnen een korte periode zal beëindigen.
7.3.5 OPTREDEN TEGEN EIGEN OVERHEID OF ANDERE OVERHEDEN De verantwoordelijkheid voor het toezicht en handhaving van een groot aantal regels ligt bij de gemeente EdamVolendam. Om haar geloofwaardigheid te behouden is het van groot belang dat de gemeente zelf ook de regels naleeft en daarmee een voorbeeldfunctie vervult. Wanneer toch voorkomt dat door een gemeentelijke afdeling een overtreding wordt begaan, wordt hierop gehandhaafd volgens dezelfde procedure als bij andere overtredingen. Dit geldt ook voor overtredingen begaan door andere overheden; deze worden op gelijke wijze behandeld. 7.3.6 PROJECTEN Elke gemeente kent naast het reguliere toezicht een aantal onderwerpen die specifieke aandacht vereisen. Dit kan komen doordat een bepaald bouwwerk een typisch regionale of lokale aangelegenheid is, of omdat het recent politieke of bestuurlijke aandacht heeft gekregen. De gemeente Edam-Volendam hanteert twee vormen van projectmatig werken; thematisch en gebiedsgericht. Een thematische aanpak richt zich op het uitvoeren van controles op basis van een bepaalde activiteit, denk bijvoorbeeld aan de huisvesting van arbeidsmigranten. Bij een gebiedsgerichte aanpak worden daarentegen de controles uitgevoerd aan de hand van een bepaald gebied, zoals een wijk of het buitengebied. Werkzaamheden met een lage prioriteit worden ook zoveel mogelijk projectmatig opgepakt.
Denk hierbij aan schuttingen, airco’s of daarmee gelijk te stellen bouwwerken. De prioritering kent wel de nodige flexibiliteit. Mocht er om een specifieke reden ergens opgetreden moeten worden, dan kan er meer prioriteit aan gegeven worden. Jaarlijks worden in het uitvoeringsprogramma de projecten opgenomen die in het betreffende jaar de focus zullen krijgen. In gevallen waar niet direct handhavend opgetreden wordt, kan de overtreder in beginsel eerst een waarschuwing krijgen. Later wordt de situatie dan projectmatig opgepakt.
46 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
8. SAMENWERKING KETENPARTNERS 8.1 INLEIDING Samenwerking vindt zowel intern binnen de gemeentelijke organisatie als met externen plaats. Gelet op de complexiteit van de VTH-taken kan eventueel afstemming plaatsvinden t.b.v. welstand, monumenten, verkeersveiligheid, brandveiligheid, stedenbouwkundige toets, archeologische toets, civieltechnische aspecten en milieuaspecten. Het kan voorkomen dat vanuit een integrale controle, geïnitieerd vanuit Integrale veiligheid, werkzaamheden voortvloeien voor toezicht en handhaving op de omgeving. Hierover vindt intern afstemming plaats. Voor de realisatie van haar doelstellingen is de gemeente ook afhankelijk van andere partijen. Op het gebied van handhaving werkt de gemeente Edam-Volendam samen met de Omgevingsdienst IJmond, Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland, de politie Zaanstreek-Waterland en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. 8.2 OVERZICHT KETEN PARTNERS EN AFSPRAKEN In de onderstaande tabel staan de verschillende ketenpartners van de gemeente Edam-Volendam uiteengezet. Hierbij is per ketenpartner aangegeven wat het doel is van de samenwerking en op welke wijze deze samenwerking plaatsvindt. Externe partner Omgevingsdienst IJmond (ODIJ)
Doel samenwerking
Hoe?
Op grond van art. 18.22 Omgevingswet zijn gemeenten verplicht om hun basispakket (complexe VTH-milieutaken) uit te laten voeren door de omgevingsdienst in hun regio en deelnemer te worden van de gemeenschappelijke regeling van de betreffende omgevingsdienst.
De samenwerkingsafspraken tussen de ODIJ en de gemeente liggen vast in de gemeenschappelijke regeling (hierna: GR). De ODIJ stelt jaarlijks een jaarverslag en uitvoeringsprogramma op. Hiernaast hebben de gemeente en de ODIJ afspraken gemaakt in een dienstverleningsovereenkomst (DVO).
Het basispakket betreft de vergunningverlening-, toezicht- en handhavingstaken (VTH) op het gebied van milieu met betrekking tot complexe inrichtingen en ketens (grondstromen/asbest/afval) in een gemeente. De Omgevingsdienst IJmond voert alle VTHmilieutaken namens de gemeente Edam-Volendam uit.
Veiligheidsregio ZaanstreekWaterland (VrZW)
Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland (hierna: VrZW) is verantwoordelijk voor de voorbereiding op en bestrijding van rampen en crisis voor de inwoners en bezoekers van onze regio. Ook treedt de VrZW op als adviseur met betrekking tot o.a. brandveiligheid en houdt toezicht op verleende gebruiksmeldingen en vergunningen.
Via de samenwerkingsfunctionaliteit wordt samengewerkt tussen de gemeente en de ODIJ. Er is contact tussen de ODIJ en vergunningverleners op vergunningsbasis. De VrZW adviseert de gemeenten in het kader van de vergunningverlening op het gebied van brandveilig gebruik. Ook voert de VrZW op dit gebied het toezicht uit.
47 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
Politie ZaanstreekWaterland
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK)
Provincie NoordHolland
Bij een crisis of ramp speelt de politie een belangrijke rol als veiligheidspartner. Het is belangrijk dat hulpdiensten hun werk veilig en ongestoord kunnen uitvoeren en dat de situatie niet escaleert. De politie heeft hierin een belangrijke taak. Bij een aantal ruimtelijke afwegingen (Omgevingsbesluit hoofdstuk 4) wordt samengewerkt met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. De samenwerking tussen de gemeente en de HHNK heeft betrekking op het toezicht en de handhaving van zaken die grondwater of oppervlakte water gerelateerd zijn, zoals waterkwaliteit en kwantiteit, medegebruik van openbaar water en nautisch toezicht op vaarbewegingen. De Provincie Noord-Holland ziet toe op, of en in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen, onder andere op het gebied van het Omgevingsrecht via het Interbestuurlijk Toezicht (IBT). Het IBT richt zich op zowel de taken van vergunningverlening, toezicht en handhaving, als op de ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten.
De samenwerkingsafspraken tussen de VrZW en de gemeente liggen vast in een gemeenschappelijke regeling. Er vindt periodiek afstemming plaats. Zie de LHSO.
Met de HHNK zijn regionaal werkafspraken gemaakt. Eventuele adviezen worden rechtstreeks opgevraagd.
De gemeente EdamVolendam stuurt jaarlijks binnen de vastgestelde termijn de relevante beleidsstukken. Eventuele adviezen worden rechtstreeks opgevraagd.
In de provinciale verordening systematische toezichtinformatie is vastgelegd over welke informatie de provincie jaarlijks van de gemeenten wil ontvangen op de onderdelen van het Omgevingsrecht. Op basis van de aangeleverde informatie vindt de beoordeling plaats.
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Hiernaast wordt bij een aantal ruimtelijke afwegingen afgestemd met of advies ingewonnen bij de Provincie. Voor de complexe initiatieven vindt omgevingsoverleg plaats met de ketenpartners, waaronder de Provincie. Bij een vergunningaanvraag voor herbestemming, verbouwing en/of restauratie met ingrijpende gevolgen voor een rijksmonument wordt er advies ingewonnen bij de Rijksdienst. Daarnaast wordt, indien nodig, aanvullend advies over specialistische onderwerpen.
De gemeente onderhoudt contact met een contactpersoon van de Rijksdienst uit de provincie Noord-Holland, gespecialiseerd in bouwkunde en architectuurhistorie.
48 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
BIJLAGE 1: TOETSMATRIX
49 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
BIJLAGE 2: TABEL RICHTLIJN HOOGTE DWANGSOMMEN EN BEGUNSTIGINGSTERMIJNEN De onderstaande tabel vermeldt de meest voorkomende overtredingen, de indicatieve dwangsomhoogten en de daaraan verbonden indicatieve herstel- c.q. begunstigingstermijn. Deze bedragen en termijnen moeten worden gezien als leidraad. De in de dwangsombeschikking gekozen hoogte van de dwangsom moet steeds voldoende onderbouwd zijn. In de beschikking kan dan in het algemeen worden volstaan met een verwijzing naar deze beleidsregel. Echter, in specifieke situaties is maatwerk noodzakelijk. Afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden van het individuele geval kan (naar boven of beneden) worden afgeweken van de hoogte van de dwangsom, begunstigingstermijn en/of het maximumbedrag in de tabellen in de bijlage. In deze bijzondere gevallen moet in de beschikking de afwijking goed worden gemotiveerd. Voor overtredingen die niet in de tabel zijn opgenomen, wordt aan de hand van de feiten en omstandigheden van het concrete geval bekeken wat redelijke dwangsomhoogten en termijnen zijn. Onderstaande tabel is niet limitatief. Taakveld Overtreding
Ruimtelijke inrichting en bouw [i]
Richtlijn hoogte
Richtlijn begunstigingstermijn
Dwangsom
Licht: € 5.000
Min. 6 weken
Dwangsom
Middel: € 10.000
Min. 6 weken
Dwangsom
Zwaar: € 50.000
Min. 6 weken
Dwangsom
Licht: € 10.000
12 weken
Dwangsom
Middel: € 20.000
12 weken
Dwangsom
Zwaar: € 50.000
12 weken
Bouw-/sloop-/aanlegstop
Dwangsom
€ 25.000
Per direct
Bouw-/sloop-/ aanlegstop waarbij een monument of beschermd stadsgezicht wordt aangetast
Dwangsom
€ 50.000
Per direct
Illegaal terras
Dwangsom
€ 5.000
1 week
Illegale standplaats
Dwangsom
€ 10.000
1 week
Reclamebord en uitstallingen
Dwangsom
€ 5.000
1 week
Gebruik gemeentegrond
Dwangsom
€ 10.000
6 weken
Welstandsexces
Dwangsom
€ 15.000
12 weken
Inrit/uitrit
Dwangsom
€ 2.500
6 weken
Maatwerkvoorschrift
Dwangsom
€ 10.000
situationeel
Dwangsom
€ 25.000
12 weken
Dwangsom
€ 50.000
12 weken
Bouwen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning
Verandering aan, op, in of bij een monument zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning
Strijdig gebruik
Gebruik in strijd met het omgevingsplan voor bewoning van (bij)gebouwen (niet zijnde kamerverhuur) Gebruik in strijd met het omgevingsplan voor kamerverhuur
Sanctie
50 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
Illegaal huisvesten van arbeidsmigranten Overig illegaal gebruik Slopen
Aanleggen
Besluit bouwwerken leefomgeving
Brandveiligheid
Dwangsom
€ 75.000
4 weken
Dwangsom
€ 15.000
Min. 6 weken
Dwangsom
€ 5.000
1 week
Dwangsom
€ 10.000
1 week
Dwangsom
€ 5.000
4 weken
Dwangsom
€ 10.000
4 weken
Dwangsom
€ 20.000
4 weken
Dwangsom
€ 15.000
Min. 6 weken
Dwangsom
€ 5.000
Min. 6 weken
Dwangsom
€ 20.000
situationeel
Geen (actuele) gebruiksmelding
Dwangsom
€ 10.000
6 weken
Ontbreken voorzieningen of niet volgens eisen [ii]
Dwangsom
Slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning of een melding zonder asbest Slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning of een melding met asbest Aanleggen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning categorie laag, zoals kabels en leidingen, ophogen etc. Aanleggen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning categorie gemiddeld, zoals bodem verlagen, gronden afgraven etc. Aanleggen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning categorie hoog, zoals watergangen, oppervlakteverhardingen van wegen, binnen een beschermd stadsgezicht of monument etc. Bouwen in strijd met het Besluit bouwwerken leefomgeving, eisen t.a.v. veiligheid en gezondheid Bouwen in strijd met het Besluit bouwwerken leefomgeving, eisen t.a.v. bruikbaarheid, energiezuinigheid en duurzaamheid maatwerkvoorschrift
Dwangsom Dwangsom De brandmeldinstallatie (BMI)/ontruimingsalarminstallatie (OAI) en/of een op basis van gelijkwaardigheid vereiste andere installatie (zoals sprinkler of RWA) ontbreekt of is wel aanwezig maar functioneert niet De brandmeldinstallatie (BMI)/ontruimingsalarminstallatie (OAI) en/of een op basis van
Licht: € 1.500 per overtreding Middel: € 2.500 per overtreding Zwaar: € 20.000 € 50.000
4 weken 4 weken 12 weken
Dwangsom
€ 25.000
12 weken
Dwangsom
€ 10.000
12 weken
51 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam
gelijkwaardigheid vereiste andere installatie (zoals sprinkler of RWA) is aanwezig en functioneert, maar beschikt niet over een gelding CCVcertificaat maatwerkvoorschrift Geluid en trillingen
Overschrijding geluidsniveau (incidenteel) Overschrijding geluidsniveau (structureel) Overlast, in werking buiten vergunde uren Niet meten Voorzieningen niet aangebracht Voorschriften m.b.t. gedrag niet naleven Niet voldoen aan voorschriften m.b.t. trilling Maatwerkvoorschrift
Dwangsom
€ 20.000
situationeel
Dwangsom
€ 2.500
1 week
Dwangsom
€ 5.000
1 week
Dwangsom
€ 10.000
1 dag
Dwangsom
€ 2.500
4 weken
Dwangsom
€ 15.000
4 tot 12 weken
Dwangsom
€ 10.000
1 dag
Dwangsom
€ 15.000
4 tot 12 weken
Dwangsom
€ 20.000
situationeel
[i]
Gekozen is voor een onderverdeling in drie categorieën. In de categorie licht vallen bijvoorbeeld erfscheidingen, tuinmeubilair, vlaggenmasten, schotelantennes, zonweringen, airco’s en warmtepompen etc. In de categorie middel vallen bijvoorbeeld dakkappellen, dakopbouwen, bijbehorende bouwwerken, paardenbakken of afwijkingen van de vergunning t.a.v. woningen of bedrijfsgebouwen etc. Bij de categorie zwaar moet bijvoorbeeld worden gedacht aan de nieuwbouw of grote verbouwing van een woning of bedrijfsgebouw etc.
[ii]
Gekozen is voor een onderverdeling in drie categorieën. In de categorie licht vallen voorzieningen zoals rookmelder(s), blusmiddelen, vluchtrouteaanduiding, noodverlichting, zelfsluitende deuren etc. In de categorie middel vallen bijvoorbeeld objecten/obstakels die de vluchtroute belemmeren, een nooddeur die buiten werking of niet aanwezig is, het ontruimingsplan, de aanwezigheid van brandgevaarlijke stoffen in, op of nabij een bouwwerk etc. Bij de categorie zwaar moet bijvoorbeeld worden gedacht aan brandscheidingen (WBDBO) die niet aanwezig zijn of niet voldoen aan de gestelde eisen of een constructie die niet of onvoldoende brandwerend is etc. Bij de categorie zwaar is een bandbreedte van € 20.000,- tot € 50.000,- opgenomen. De hoogte van de dwangsom is hierbij afhankelijk van het aantal/omvang van de overtredingen en de functie van het gebouw, ofwel de ernst van de zaak.
52 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025 - 2030 Gemeente Edam-Volendam