CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarrekening 2024

Gemeenteraad 5 juni 2025, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Conceptbegroting 2026 en begrotingswijziging 2025-1 Servicecentrum MER19.347 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

26

5.4 Wat heeft het gekost? Primitieve begroting 2024

Begroting 2024 na wijziging

8.452.681 368.937 50.000 70.000 120.340 70.000

9.254.189 120.340 70.000 140.000 469.786 341.200 206.220 123.000 80.000

9.558.513 136.975 85.779 140.000 200.792 341.200 236.443 123.000 94.480

-304.324 -16.635 -15.779 268.994 -30.223 -14.480

9.521.378 €

10.804.735 €

10.917.182 €

-112.447

Centrale IT-infrastructuur Devices Telefonie

1.277.900 347.000 480.000

1.347.400 347.000 619.478

1.284.183 394.879 641.116

63.217 -47.879 -21.638

Programmatuur

1.441.670

1.775.786

1.786.444

-10.658

€

3.546.570 €

4.089.664 €

4.106.622 €

-16.958

€

13.067.948 €

14.894.399 €

15.023.804 €

-129.405

Deel bijdrage Maasgouw Deel bijdrage Echt-Susteren Deel bijdrage Roerdalen

3.250.627 3.521.905 2.646.845

3.704.953 4.014.147 3.016.783

3.725.991 4.036.941 3.033.914

21.038 22.794 17.131

Doorbelasting

Omgevingsdienst Sociaal Domein

1.971.953 1.676.618

2.247.564 1.910.952

2.247.564 1.910.952

Overige baten

Detachering personeel

-

-

68.442

68.442

BEDRIJFSVOERING

Verschil raming/realisatie

Realisatie 2024

LASTEN Bedrijfsvoering Algemeen

Loonkosten bedrijfsvoering Stelpost langdurig ziekteverzuim stelpost onvoorzien Flexibele schil Financiën IB/ AVG UP financiën UP Informatisering UP HRM Verbeterplan Informatiebeheer Verbeterplan Informatiebeheer Postverwerking Totaal Algemeen

Bedrijfsvoering I&A

Totaal I&A TOTAAL LASTEN BV BATEN Bijdrage gemeenten

60.200 206.220 123.000

€

TOTAAL BATEN BV

€

13.067.948 €

14.894.399 €

15.023.804 €

129.405

SALDO VAN BATEN EN LASTEN BV

€

- €

- €

- €

-

RESULTAATBESTEMMING

€

- €

- €

- €

-

GEREALISEERD RESULTAAT

€

- €

- €

- €

-

27

Toelichting op de baten en lasten Het resultaat van het programma Bedrijfsvoering is € 60.963 nadelig. Dit is de resultante van meerdere ‘plussen’ en ‘minnen’ en wordt met name veroorzaakt door hogere loonkosten, veroorzaakt door aanzienlijke toevoegingen aan de diverse personele voorzieningen (RVU, overmatige verlofsaldi, verlofsparen). Anderzijds is er minder uitgegeven in het kader van de projecten vanuit het UP Informatisering. Het betrof hier vooral vertraging in de uitvoering van de projecten MS365 en datagedreven werken (deze middelen zullen bij BW 2025-1 weer grotendeels gevraagd worden). Toelichting op het resultaat Het voorlopige resultaat van het programma Bedrijfsvoering € 60.963 nadelig. Op grond van de afspraken rondom de ‘gemeenschappelijke regeling’ wordt de gemeentelijke bijdrage verhoogd zodat het eindresultaat uitkomt op 0.

Maasgouw Echt-Susteren Roerdalen Totaal

€ € € €

Bijdrage 2024 Bedrijfsvoering 3.704.953 4.014.147 3.016.783 10.735.883

Verdeelsleutel Resultaat BV 34,51% € -21.038 37,39% € -22.794 28,10% € -17.131 100,00% € -60.963

28

6. Programma Bestuur & Organisatie 6.1 Inleiding SC-MER kent een Algemeen Bestuur, een Dagelijks Bestuur, een directie, een MT-SC MER en een ondernemingsraad. Onder het programma Bestuur & Organisatie valt de directie en de concernstaf. De directie heeft de dagelijkse leiding en is eindverantwoordelijk voor SC-MER. De concernstaf ondersteunt en adviseert de directie bij zijn taak en organiseert, faciliteert en regisseert de (besluitvormings-)processen intern binnen het SC-MER en over de vier organisaties heen en bewaakt de voortgang ervan. De wetgever heeft de Wet Gemeenschappelijke Regelingen in 2022 gewijzigd, met als doel de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen te vergroten. In dat jaar is onder regie van SC MER gestart met de aanpassingen van de gemeenschappelijke regeling SC MER. Het zorgvuldig doorlopen besluitvormingsproces met alle 4 de partners is tijdig afgerond in 2024.

6.2 Wat hebben we bereikt? We faciliteren het bestuur, de directie, de organisatie en de ondernemingsraad bij het besluitvormingsproces binnen het SC-MER. Daarnaast regisseren en organiseren en we ook het gezamenlijke besluitvormingsproces voor de vier organisaties. De concernstaf heeft de leiding bij de thema’s bedrijfsvoering en dienstverlening en heeft de regie op de planning en control cyclus van het SC-MER. In 2024 heeft het DB er nadrukkelijk voor gekozen te focussen en te investeren op samenwerking in partnerschap. Dit betekent niet alleen iets voor de samenwerking tussen SC MER en de 3 MER gemeenten, maar ook zeker binnen SC MER. Thema’s meer integraal managen i.p.v. per domein zaken organiseren vraagt iets van alle betrokkenen. De ingeslagen richting is onder meer geborgd in een directieopdracht lopende t/m 2025 en in 2024 zichtbaar geworden in de herinrichting van de P&C cyclus met meer oog voor gezamenlijkheid van de 4 MER organisaties in dit proces. In 2024 hebben er diverse wisselingen plaatsgevonden binnen de directie en MT. Met de komst van een nieuwe (tijdelijke) directeur en (tijdelijke) directiesecretaris is naast aandacht voor bestaande thema’s, ook een nieuwe focus gekomen gericht op integraliteit en kwaliteit. Vanuit het programma Bestuur & Organisatie wordt ook nadrukkelijk gestuurd op “Samenwerking in Partnerschap”.

Opgaven voor de vier organisaties, worden steeds meer gezamenlijk opgepakt onder de regie van het SC-MER. Een voorbeeld hiervan is de opdrachtgevende rol ten aanzien van integrale programma dienstverlening dat in 2024 is belegd bij de directeur SC MER.

29

6.3 Wat hebben we daarvoor gedaan? • • • • • • • • • • • •

Organisatie ontwikkeling SC MER; Vertaling organisatie-opdrachten vanuit OOM traject samen met gemeenten. Managen van het bestuurlijke besluitvormingsproces binnen het SC-MER; Kwaliteitstoets besluitvormingsvoorstellen; Managen van het besluitvormingsproces over de vier organisaties bij bedrijfsvoering en dienstverlening thema’s; Strategische advisering bestuur; Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling SC MER n.a.v. wetswijziging; Opdrachtgever en aanjager regiegroep dienstverlening; Investeren in communicatie Regie op P&C Cyclus en de herinrichting van de P&C Cyclus met als resultaat het opleveren van kadernota 2026, meer voorspelbaarheid en meer integraliteit. Facilitering van de Ondernemingsraad; Secretariële ondersteuning voor de OR.

30

6.4 Wat heeft het gekost? Primitieve Begroting 2024 Verschil Realisatie 2024 begroting 2024 na wijziging raming/realisatie

BESTUUR EN ORGANISATIE

Bestuur & Organisatie

Accountantskosten Diverse uitgaven Huur huisvesting Loonkosten Bestuur en Organisatie OR werkbudget Organisatieontwikkeling Verzekeringen

TOTAAL LASTEN B & O

Bijdrage gemeenten

25.000 30.000 210.000 385.435

€

Maasgouw Echt-Susteren Roerdalen

60.000 -

40.000 30.000 210.000 704.983 10.000 60.000 40.000

45.685 15.262 210.000 745.366 12.127 23.961 45.809

-5.685 14.738 0 -40.383 -2.127 36.039 -5.809

710.435 €

1.094.983 €

1.098.210 €

-3.227

367.983 207.899 134.553

489.389 367.622 237.972

490.408 368.962 238.840

1.019 1.340 868

TOTAAL BATEN B & O

€

710.435 €

1.094.983 €

1.098.210 €

3.227

SALDO VAN BATEN EN LASTEN B & O

€

- €

- €

- €

-

RESULTAATBESTEMMING

€

- €

- €

- €

-

GEREALISEERD RESULTAAT

€

-

- €

- €

-

€

Toelichting op de baten en lasten De realisatie van het programma is voor een belangrijk deel conform begroting. De hogere personele lasten worden grotendeels afgedekt door lagere lasten bij ‘organisatieontwikkeling’. Toelichting op het resultaat Het voorlopige resultaat van het programma Bestuur & Organisatie is € 3.227 nadelig. Op grond van de afspraken rondom de ‘gemeenschappelijke regeling’ wordt de gemeentelijke bijdrage verhoogd zodat het eindresultaat uitkomt op 0. Bijdrage 2024 Bestuur & Organisatie Maasgouw Echt-Susteren Roerdalen Totaal

€ € € €

279.389 367.622 237.972 884.983

Verdeelsleutel Resultaat B&O 31,57% € -1.019 41,54% € -1.340 26,89% € -868 100,00% € -3.227

31

7. Paragrafen 7.1 Bedrijfsvoering SC-MER is een uitvoeringsorganisatie met als missie: “Pr☺fessionals in Service dichtbij.” In deze begroting hebben alle organisatie onderdelen: Omgevingsdienst, Sociaal Domein, Bedrijfsvoering en Bestuur en Organisatie, hun eigen programma. Deze programma’s bestaan grotendeels uit lasten en baten met betrekking tot personeel. Er zijn nagenoeg geen inhoudelijke lasten en baten. Bedrijfsvoering levert advies en service en beheer inzake HRM, Financiën en Informatisering aan de drie gemeenten én aan SC-MER. Het begrotingsprogramma van bedrijfsvoering bestaat naast de lasten en baten met betrekking tot het personeel ook uit kosten op het gebied van informatisering en automatisering. Deze paragraaf spitst zich toe op de bedrijfsvoering van SC-MER als geheel.

Missie Pr☺fessionals in Service dichtbij In SC-MER werken we iedere dag opnieuw aan onze missie. Professionals krijgen en creëren ruimte om innovatief, efficiënt en effectief hun werk te doen. De professionals werken bij SC-MER met plezier. Zij verlenen service aan de inwoners van de drie gemeenten, aan de collega’s van de drie gemeenten én aan de collega’s van SC-MER. Zij doen dit dichtbij, betrokken en goed bereikbaar opererend en daarbij gebruik makend van de verschillende kanalen. De ontwikkeling, doorontwikkeling en innovatie in SC-MER staat steeds in het licht van het bereiken van onze missie. In 2022 zijn we gestart met een ontwikkeltraject voor SC-MER volgens de volgende ontwikkellijnen: onderlinge samenwerking, leiderschap en organisatie-identiteit.

Organisatiestructuur SC-MER heeft een Algemeen Bestuur, een Dagelijks Bestuur en een directie. Het Algemeen Bestuur bestaat uit de drie colleges van Maasgouw, Echt-Susteren en Roerdalen. De leden van het Algemeen Bestuur wijzen uit hun midden één lid per gemeente aan om zitting te nemen in het Dagelijks Bestuur. De directie vormt samen met de managers en de directiesecretaris het MT-SC MER.

Huisvesting / faciliteiten De huisvesting en de facilitaire ondersteuning van SC-MER worden verzorgd door de drie gemeenten. Sociaal Domein en de concernstaf zijn gehuisvest in Echt-Susteren, Omgevingsdienst in Maasgouw en Bedrijfsvoering in Roerdalen.

32

Personeel Onderstaand treft u een overzicht aan met HRM kengetallen uit 2024. Het ziekteverzuim is in 2024 gestegen t.o.v. 2023 (van 5% naar 6,08%). Ons verzuim ligt onder het landelijk gemiddelde (in 2023 was dat 6,5%), maar heeft onze uitdrukkelijke aandacht. Meer dan de helft van het ziekteverzuim is zogenaamd langdurig verzuim (langer dan 42 dagen) waarvan een beperkt deel (in 2023 was dat 25%) werk gerelateerd is.

Kengetallen MER t.b.v. jaarrekening 2024

Verzuimpercentage

Ziekteverzuim afdeling

Langdurige verzuim >42 dagen

Ziekmeldingsfrequentie

Gemiddelde verzuimduur

Omgevingsdienst Sociaal Domein Financiën HRM Informatisering Bestuur en organisatie

5,57% 7,14% 6,58% 4,90% 6,03% 0,00%

3,26% 5,28% 5,17% 3,01% 3,56% 0,00%

1,08 0,96 0,54 1,38 1,14 0

17,00 21,00 47,00 32,00 20,00 0

Totaal Servicecentrum MER

6,08%

4,03%

0,99

22,0

Tabel: ontwikkeling ziekteverzuim 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024

6,45% 7,70% 6,25% 5,56% 4,72% 5,00% 6,08%

2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024

255,41 276,06 260,79 250,42 270,09 273,81 296,90 310,00

Tabel: ontwikkeling personeelbestand

33

7.2 Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid dagelijks bestuur Servicecentrum MER Het Dagelijks Bestuur geeft aan in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, en ook alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en interne verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 1% van de totale lasten inclusief mutaties in de reserves en is daarmee vastgesteld op € 337.251. De rapporteringgrens is bepaald en vastgesteld op € 50.000,-. En hiermee zijn de toe te lichten aspecten eveneens vastgesteld voor de rechtmatigheidsverantwoording en voor de toelichting in de paragraaf bedrijfsvoering. Conclusie: Het Dagelijks Bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten en ook de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde verantwoordingsgrens van 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves.

Toelichting op de afwijkingen Begrotingscriterium In de begroting zijn de maxima voor de lasten vermeld die door het Algemeen Bestuur zijn vastgesteld. Dit houdt in dat de financiële beheershandelingen dienen te passen binnen de begroting, waarbij het juiste programma, de toereikendheid van het begrotingsbedrag alsmede het begrotingsjaar van belang zijn. Volgens het BBV dienen de afwijkingen in de jaarrekening herkenbaar te worden opgenomen en van een toelichting te worden voorzien. Als blijkt dat de gerealiseerde uitgaven op programmaniveau hoger zijn dan geautoriseerd, is sprake van begrotingsonrechtmatigheid. Er zijn verschillende typen begrotingsoverschrijdingen. Overschrijdingen die binnen de beleidskaders van SC MER passen, worden in het accountantsoordeel niet meegewogen. Overschrijdingen die gedurende het jaar bekend werden, zijn in 2024 aan het Algemeen Bestuur voorgelegd, bijvoorbeeld via de halfjaarrapportages. Hierdoor is er geen sprake van een begrotingsonrechtmatigheid. De verschillen tussen de geautoriseerde lasten en de gerealiseerde lasten worden hieronder per programma weergegeven.

34

(bedragen in duizenden euro’s) Programma 1.

2.

3.

4.

Begroting 2024 na wijziging

Realisatie 2024

Verschil begrotingrealisatie

Baten

8.612.129

8.707.797

-95.668

Lasten

8.612.129

8.707.797

-95.668

Baten

8.833.298

8.895.336

-62.038

Lasten

8.833.298

8.895.336

-62.038

Baten

14.894.399

15.023.804

-129.405

Lasten

14.894.399

15.023.804

-129.405

Baten

1.094.983

1.098.210

-3.227

Lasten

1.094.983

1.098.210

-3.227

Omgevingsdienst

Sociaal domein

Bedrijfsvoering

Bestuur & Organisatie

Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op het naleven van gestelde voorwaarden bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. Deze voorwaarden komen voort uit diverse wet- en regelgeving en hebben onder meer betrekking op aspecten als administratieve bepalingen, duur, normbedragen, bevoegdheden, aanbestedingen, ontvangen subsidies en uitkeringen voor zover deze relevant zijn voor de financiële rechtmatigheid. De door het Algemeen bestuur vastgestelde normenkader voor de jaarrekening 2024 zijn de externe en interne regelgeving opgenomen. Aanbestedingsrechtmatigheid De regels over aanbesteden staan in de Aanbestedingswet 2012 en het Aanbestedingsbesluit. In de Gids Proportionaliteit zijn de voorschriften uitgewerkt over de eisen, voorwaarden en criteria die aan inschrijvers en inschrijvingen worden gesteld. Het niet naleven van de Aanbestedingswet 2012 met betrekking tot het documentmanagementsysteem en de daaraan verbonden Europese aanbestedingsnormbedragen resulteert in een financiële rechtmatigheidsfout van in totaal € 157.928. Deze situatie is ontstaan doordat er geen nieuwe aanbesteding is gestart voor het documentmanagementsysteem. De aankopen die plaatsvinden in de periode tussen het einde van het contract en de start van een nieuw contract na de aanbesteding worden beschouwd als onrechtmatig.

Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium In 2024 zijn geen bijzonderheden ten aanzien van misbruik en oneigenlijk gebruik geconstateerd.

35

7.3 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheer Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft weer wat de vermogensbuffer is voor het opvangen van calamiteiten of de financiële consequenties hiervan. Voor het beoordelen van dit vermogen zijn zowel de mogelijke risico’s als de aanwezige weerstandcapaciteit van belang. Onder incidentele weerstandcapaciteit verstaan we het vermogen om calamiteiten en eenmalige tegenvallers op te vangen, zonder verdere invloed op de hoogte van de diverse programma’s. Onder de structurele weerstandscapaciteit verstaan we middelen die structureel ingezet kunnen worden, zonder verdere invloed op de uitvoering van de diverse programma’s. Bestanddeel Algemene reserve Stelposten Begrotingsruimte

Incidentele weerstandscapaciteit € 130.681

Totaal weerstandscapaciteit €

Structurele weerstandscapaciteit € €

150.000 -

130.681 €

150.000

Kaders voor risicomanagement In 2017 zijn de kaders voor risicomanagement vastgesteld door het Algemeen Bestuur. De risico’s in het SC-MER worden enerzijds veroorzaakt door externe ontwikkelingen, zoals een toename van de vraag en liggen anderzijds aan de bedrijfsvoerings-kant. Risico’s als gevolg van beleidskeuzes en gemeentelijke projecten maken geen onderdeel uit van het risicomanagement van SC MER en zijn niet in deze paragraaf opgenomen. Een risico is de kans dat een gebeurtenis optreedt met een (negatief) gevolg voor de betrokkene. Het risicomanagementproces maakt onderdeel uit van de planning en control cyclus in het SC-MER. Risico-identificatie en classificatie zijn belangrijke onderdelen van dit proces. Dit gebeurt met behulp van de kans- en gevolg-klassen uit de onderstaande tabel.

Tabel: kans- en gevolgklassen Kans-klassen

Gevolg-klassen

Hoe waarschijnlijk is het dat het risico zich zal voordoen? Klein

Gemiddelde

Verwachte financiële omvang

Gemiddelde

20%

Als dit risico zich voordoet, wat zou het voor effect hebben op het realiseren van de doelstellingen van het Servicecentrum MER? Zeer laag

1-40%

< € 25.000

€ 12.500

Gemiddeld

40-60%

50%

Laag

€ 25.000 – € 100.000

€ 62.500

Groot

60-95%

80%

Gemiddeld

€ 100.000 - € 500.000

€ 300.000

Hoog

€ 500.000 - € 1000.000

€ 750.000

Zeer hoog

>€ 1000.000

€ 1.500.000

36

Evaluatie risico’s 2024: veel risico’s hebben zich niet of slechts deels voorgedaan SC MER kijkt terug op een periode waarbij er is geïnvesteerd in de robuustheid van de organisatie. Dit is voor een groot deel de verklaring voor het feit dat veel van de risico’s die voorzien waren in de begroting 2024 zich niet of slecht deels hebben voorgedaan of sterk zijn afgenomen. In onderstaande tabel is aangegeven welke risico’s in 2024 zijn onderkend en is de risico score in beeld gebracht. In de toelichting is voor ieder risico aangegeven welke beheersmaatregelen zijn uitgevoerd en in hoeverre het risico zich heeft voorgedaan.

Inventarisatie risico’s Risico

Getroffen beheersmaatregelen

Onduidelijkheid consequenties inwerkingtreding Omgevingswet (OW) en Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB) per 1-12024 Nieuwe wetgeving - Projectmatige implementatie nieuwe heeft nog deels wetgeving, waarbij onvoorziene o kritische werkprocessen worden consequenties voor voorbereid op de nieuwe wet, personele capaciteit o proefprojecten worden gedraaid, (mede door o de digitale randvoorwaarden onzekerheid die worden ingevuld en wetgeving o opleidingen worden verzorgd voor teweegbrengt in de medewerkers. ‘markt’ (gevolgen - In kader van UP’24 een zo adequaat voor bouwsector). mogelijke analyse van impact op gevolgen nieuwe wetgeving op benodigde personele inzet. - Sturen op inzet flexibele schil bij uitvoering UP ter voorkoming van frictiekosten.

Meerkosten versterken RUD samenwerking Door noodzaak om RUD-samenwerking – die nu is gebaseerd op een netwerkconstruct – te versterken (onder druk van landelijk Interbestuurlijk Programma) bestaat het risico op meerkosten. Intensievere RUDsamenwerking leidt mogelijk tot extra kosten a.g.v. behoefte aan meer coördinatie/overhead .

-

-

-

In het kader van het Verbeterplan RUD (looptijd 2022-2024) inzetten op versterking van het netwerk-construct zonder deze meerlasten. Zoeken naar wegen om kosten zo laag mogelijk te houden, bijv. door meer uitwisseling capaciteit partners). Eventuele meerkosten tijdig in begrotingswijziging meenemen. E.v.t. meerkosten kunnen worden verdeeld over 15 RUD-gemeenten.

Kans

Impact

Gemiddeld

Laag

Risico Score 31.250

Risico heeft zich deels voorgedaan. Toelichting: De consequenties voor de personele capaciteit bij de Omgevingsdienst als gevolg van de OW en Wkb zijn vanwege de complexiteit daarvan nog altijd niet voldoende duidelijk. De impact van dit risico was beperkt door het toepassen van alle genoemde beheersmaatregelen, waarbij specifiek voor de Wkb geldt dat met name is gestuurd op inzet van flexibele schil zodat frictiekosten werden voorkomen. Effect is vooral dat nog wordt gezocht naar de juiste organisatorische impact van de nieuwe wetgeving (formatie, taken, rollen). Geen financiële consequenties. Klein Laag

12.500

Risico heeft zich niet voorgedaan. Toelichting: Door de vertraging in het opstarten van de projectorganisatie zijn in 2024 geen meerkosten gemaakt in de RUD-samenwerking. Van een nieuwe RUD-organisatie is nog geen sprake (beoogde startdatum: 1-4-2026). Meerkosten vanwege de nieuwe, fysieke GR RUD zijn in 2024 niet aan de orde geweest.

Geen financiële consequenties.

37

Risico

Getroffen beheersmaatregelen

Kans

Impact

Risico Score

Inkomstenderving door afnemende vraag RUD academie

Klein

Laag

12.500

Vraag van RUDpartners naar opleidingen van de RUD academie nemen af en schommelingen in opdrachten vanuit het RUD-netwerk met als gevolg dat de begroting SC-MER niet sluitend is.

Risico heeft zich niet voorgedaan.

-

Sturen aan de kostenkant: vaste kostenstructuur op vast werkpakket. Sturen op relatiebeheer in RUD. Meer toe naar vaste afspraken over inzet medewerkers in RUD-verband (vastleggen afnameplicht).

Integendeel, de vraag vanuit de RUD-partners aan de MER OD om ondersteuning bij de uitvoering van de werkzaamheden is in 2024 toegenomen. Hier is zelfs sprake van een positief financieel effect.

Gegevensonveiligheid

Klein

Het zich voordoen Het uitvoeren van risicoanalyses op van bestaande processen en systemen gegevensveiligheid met een hoog risico op het gebied van incidenten zoals gegevensveiligheid, en voorafgaand datalekken, het aan nieuwe ontwikkelingen in die onbewust processen en systemen. onrechtmatig Het nemen van technische en verwerken van organisatorische maatregelen gegevens of het voortkomend uit deze risicoanalyses. optreden van beveiligingsincidente n zoals cyberaanvallen. Maatregelen kunnen nooit 100% van incidenten voorkomen. Incidenten hebben een sterk variërende mogelijke impact, van een onjuist geadresseerde brief tot een ransomware aanval die de volledige dienstverlening stillegt. Leveranciersafhankelijkheid software

Dit risico heeft zich voorgedaan. Het effect is beperkt gebleven mede door genomen beheersmaatregelen.

Softwareleveranciers hebben vaak grote marktmacht. Dit uit zich op diverse manieren, zoals zeer hoge indexaties (>20%) op licentiekosten, software die niet voldoet aan de verwachtingen of inschrijvingen, oplopende

Dit risico heeft zich niet voorgedaan.

-

-

We zijn slechts beperkt in staat om maatregelen te nemen tegen de marktmacht van softwareleveranciers. Informatisering vooraan in het proces betrekken. Afspraken vastleggen. Contract/accountmanagement organiseren. Zorgvuldig voorbereiden van aanbestedingen software. Gebruik maken van ervaringen elders

Hoog

€ 150.000

Toelichting: Er hebben zich datalekken en informatiebeveiligings incidenten voorgedaan. De impact van deze incidenten was klein of verwaarloosbaar. Er zijn wel trends waar te nemen, zoals een scherpe toename in pogingen tot CEO-fraude (waarbij een kwaadwillende zich voordoet als bestuurder of directeur) en een enorme toename van Business Email Compromise (BEC) aanvallen, waarbij een emailaccount van een externe partner wordt misbruikt om kwaadaardige bestanden te verspreiden naar onze medewerkers. De gemeente Echt-Susteren is getroffen door langdurige DDoS-aanvallen op de gemeentelijke website. Naar aanleiding hiervan heeft SCMER kosten gemaakt (€ 8.000) om een DDoS-wasstraat in te richten voor de vier MER organisaties.

Klein

Gemiddeld

€ 60.000

Toelichting: Er is in 2024 wel sprake geweest van marktwerking. We sluiten echter meerjarige (4-5 jaar) contracten met leveranciers. Hierdoor hebben prijsschommelingen als gevolg van de genoemde markwerking geen impact gehad. De komende jaren zullen we op het moment dat contracten vernieuwd dienen te worden, wel te maken krijgen met prijsstijgingen als gevolg van inflatie e.d.

38

Risico

Getroffen beheersmaatregelen

doorlooptijden bij het leveren van ondersteuning of het uitbrengen van offertes, het onvoldoende leveren van inzet bij implementaties of het maken van aanpassingen, zoals bij het leggen van koppelingen in ons complexe netwerk.

-

-

Impact

Risico Score

Klein

Laag

€ 12.500

Extra inzet capaciteit ten koste van andere zaken of extra vraag financiële middelen.

Uitval ICT Langdurige uitval (meer dan 8 uur) van ondersteunende applicaties, apparatuur en infrastructuur. Hierdoor komen de dienstverlening en (wettelijke) termijnen in het gedrang.

Kans

ICT continuïteits-plannen. Backup en herstel. Mitigerende maatregelen naar aanleiding van risicoanalyses.

Dit risico heeft zich voor het SCMER niet voorgedaan.

Continuïteits-risico door krapte op arbeidsmarkt

Gemiddeld

Gebrek aan beschikbaarheid nieuwe medewerkers met voldoende specialistische kennis, waardoor de continuïteit van de dienstverlening in het geding komt.

Dit risico heeft zich voorgedaan. Het effect is beperkt gebleven mede door genomen beheersmaatregelen.

-

Inzetten stagiairs en werkervaringsplek. Naar meer jobcarving. Verbreden inzetbaarheid medewerkers. Scholen eigen medewerkers. Werven nieuwe medewerkers o.b.v. potentieel en deze zelf opleiden. Verlagen wervingsdrempels. Inzetten budget langdurig zieken voor tijdelijke inhuur. Bieden van kansen op ontwikkeling naar ander werk. Arbeidsmarkttoelage bij werving nieuw personeel. Maken van risico gestuurde keuzes in de uitvoering van het werk. Krachtenbundeling . Leggen van connecties met opleidingsinstituten. Strategisch HR- en arbeidsmarktbeleid Investeren in aantrekkelijk werkgeverschap. Intensiveren wervingsactiviteiten

Gemiddeld

€ 150.000

Toelichting Als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt zijn de riscio’s en de impact daarvan aanzienlijk, maar door tijdig maatregelen te treffen is het effect gemitigeerd naar een gemiddeld niveau; (vrijwel) alle vacatures konden ingevuld worden.

Achterblijven personele kwaliteit door snelheid ontwikkelingen

klein

Door ontwikkelingen blijven personele kwaliteit t.o.v. de vereiste kennis,

Dit risico heeft zich beperkt voorgedaan. Het effect is beperkt gebleven mede door genomen beheersmaatregelen.

-

Investeren in ontwikkeling medewerkers. Activeren mobiliteit. Duurzame inzetbaarheid bevorderen.

laag

€ 12.500

39

Risico

Getroffen beheersmaatregelen

Kans

vaardigheden en attitude achter.

-

Toelichting: Met name digitale vaardigheden moeten naar een hoger niveau worden gebracht. Middels de aanschaf van een LMS en het programma Gegevensveiligheid wordt hier naar de toekomst werk van gemaakt.

Meer strategisch HR beleid. Onderzoeken toereikendheid opleidingsbudget.

Impact

Snelle veranderingen in wet- en regelgeving

klein

Onaangekondigde veranderingen in weten regelgeving, waardoor werkwijzen en personele capaciteit hierop niet snel genoeg worden ingericht. Gevolg is achterstanden/ frictiekosten/ niet voldoen aan eisen.

Dit risico heeft zich voorgedaan. Het effect is beperkt gebleven mede door genomen beheersmaatregelen.

-

-

Zo goed mogelijke antenne voor de landelijke ontwikkelingen en contacten met de klantorganisaties. Benutten van (kennis) netwerk Krachtenbundeling bij de aanpak

Niet behalen verhoogde AOW Landelijke trend: het niet halen van de AOW eindstreep leidt tot toenemende risico’s op ziekteverlof resp. instroom in de WGA. Gevolg is dat de kosten van vervanging resp. de WGA premie (“vervuiler betaalt”) toenemen.

-

-

Budget voor uitstroomregeling (i.p.v. genoemde kosten en hoop tijd en energiebesteding) Duurzame inzetbaarheid bevorderen Verlofsparen versterken

zeer laag

Risico Score

€ 2.500

Toelichting: Het heeft niet geleid tot effecten naar de inwoners en geen negatieve gevolgen gehad voor de bedrijfsvoering. Er is tijdig geanticipeerd op de ontwikkelingen.

klein

laag

€ 12.500

Dit risico heeft zich niet voorgedaan voor het SCMER. Toelichting: De RVU regeling is een goede oplossing voor het mitigeren van dit risico. We hebben dan ook actief ingezet op het gebruik hiervan.

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de voorziene risico’s zich slechts minimaal hebben voorgedaan en er door de inzet van meerdere beheersmaatregelen beperkte ‘financiële impact’ is geweest. Deze is afgedekt in de lopende begroting. Er waren resumerend geen risico’s, waar inzet van het weerstandsvermogen nodig was.

40

7.4 Financiële kengetallen Als gevolg van een wijziging van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient het jaarverslag en de begroting een aantal verplichte financiële kengetallen te bevatten. De kengetallen zijn afgeleiden van bestaande informatie en genereren geen ‘nieuwe’ informatie. De kengetallen moeten het bestuur wel gemakkelijker maken om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeenschappelijke regeling. In onderstaande tabel is het verloop van de financiële kengetallen te zien die van toepassing zijn voor SC MER: de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, de solvabiliteitsratio en de structurele exploitatieruimte. In het BBV zijn ook kengetallen voorgeschreven voor grondexploitatie en belastingcapaciteit. Beiden zijn niet van toepassing voor SC MER. Financiële kengetallen Kengetal

Realisatie Begroting Realisatie 2023 2024 2024

Netto schuldquote

3,5%

7,9%

0,3%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

3,5%

7,9%

0,3%

Solvabiliteitsratio

2,6%

2,7%

3,0%

Structurele exploitatieruimte

0%

0%

0%

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Belastingcapaciteit: lokale heffingen

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van het SC-MER ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is én wat dat betekent voor de schuldenlast. Zowel de netto schuldquote alsook de quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen is voor het SC-MER niet relevant, aangezien het SC-MER geen leningen mag aantrekken. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin SC-MER in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. Ook deze ratio is niet zozeer relevant, aangezien de algemene reserve van de MER een minimale omvang (zeker vergeleken met de drie MER-gemeenten) heeft en de omvang van de passiva per ultimo balansdatum aanzienlijk kan fluctueren en dus een vertekend beeld geven.

De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Tevens zijn in het BBV kengetallen voorgeschreven voor de grondexploitatie en de belastingcapaciteit. Deze kengetallen zijn met name van belang voor gemeenten. Beide kengetallen zijn niet van toepassing voor het SC-MER en zijn derhalve niet uitgewerkt.

41

7.5 Onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf is niet aan de orde bij SC MER.

7.6 Financiering Het SC-MER wordt volledig gefinancierd door de deelnemende gemeenten en contracten met derden. Dit zijn gemeenten waarvoor het Servicecentrum (met name de OD) betaalde werkzaamheden verricht.

EMU saldo Het begrotingssaldo van een land geeft weer of dat land een overschot of een tekort heeft bij zijn overheidsuitgaven. Als de uitgaven in een bepaald jaar groter zijn dan de inkomsten, is er in dat jaar sprake van een tekort en groeit de staatsschuld. Het begrotingssaldo geeft dus een indicatie van de staat waarin het ‘huishoudboekje’ van de overheid in een bepaald jaar verkeert. Het is gebruikelijk dat het begrotingssaldo wordt gepresenteerd als percentage van het bruto binnenlands product (BBP). Zo wordt de omvang van het begrotingssaldo gerelateerd aan de omvang van de totale economie. De lidstaten van de Europese Unie hebben afgesproken allemaal met eenzelfde definitie van het begrotingssaldo te werken. Ze noemen dit het EMU-saldo. Het EMU-saldo wordt gemeten op transactiebasis. Dat betekent dat de economische handeling die leidt tot de uitgave of ontvangst (de transactie) zoveel mogelijk als meetmoment wordt gehanteerd. Om precies te zijn is het EMU-saldo het vorderingensaldo van de totale overheid. Dit betekent dat niet alleen de financiën van de Rijksoverheid meetellen voor het EMU-saldo, maar ook die van de decentrale overheden (zoals gemeenten, provincies en waterschappen) en premie gefinancierde sectoren als de sociale zekerheid en de zorg.

Om te voorkomen dat de overheidsfinanciën van EMUlanden ontsporen, is een aantal jaren geleden in het zogenaamde Stabiliteits- en Groeipact afgesproken dat het EMU-tekort maximaal 3% van het BBP mag bedragen.

1.

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

2.

Mutatie (im)materiële vaste activa

3.

Mutatie voorzieningen

4.

Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa

5.

Berekend EMU-saldo

T-1 2023 x € 1000,-

T 2024 x € 1000,-

T+1 2025 x € 1000,-

0 0 8

0 0 609

0 0 0

0

0

0

0 8

0 609

0 0

42

Schatkistbankieren Per 1 januari 2014 is het verplicht Schatkistbankieren een feit. Hierdoor zijn alle decentrale overheden verplicht om hun (tijdelijk) overtollige liquide middelen aan te houden in de rijksschatkist. Hierdoor hoeft het Rijk minder geld te lenen op de financiële markten en daalt de staatsschuld. Met het oog op de verplichting met betrekking tot het schatkistbankieren worden alle overtollige middelen boven de grens van € 420.000 dagelijks afgestort naar de schatkist. Het wettelijk minimum is vastgesteld op 1.000.000. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1) Drempelbedrag 1000 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten (2) 's Rijks schatkist aangehouden 241 254 309 251 middelen (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag 759 746 691 749 Overschrijding van het (3b) = (2) > (1) drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a) Begrotingstotaal verslagjaar 32.332 Het deel van het begrotingstotaal (4b) dat kleiner of gelijk is aan € 500 32.332 miljoen Het deel van het begrotingstotaal (4c) dat de € 500 miljoen te boven gaat (1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een Drempelbedrag minimum van €250.000

1000

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (5a) 21.934 23.147 28.389 23.113 (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) Dagen in het kwartaal 91 91 92 92 Kwartaalcijfer op dagbasis (2) - (5a) / (5b) buiten 's Rijks schatkist 241 254 309 251 aangehouden middelen

43

Risicobeheer (kasgeldlimiet en renterisiconorm) De kasgeldlimiet laat zien welk risico er bestaat ten aanzien van vlottende schulden. Het ‘rood’ staan is aan regels en richtlijnen gebonden. Hiermee beoogt de wetgever te voorkomen dat lagere overheden uitsluitend kortlopende leningen afsluiten. Het aantrekken van leningen met een kortlopende rentevaste periode is aantrekkelijk, wanneer de rente hierop erg laag is. Maar het renterisico (van een stijgende rente in het geval van herfinanciering) is daarmee in verhouding hoog. Om dit risico te beperken, mogen gemeenten maximaal 8,2 % van het jaarlijkse begrotingstotaal gebruiken voor kortlopende leningen. Voor de MER is de kasgeldlimiet niet relevant aangezien er geen sprake is van kortlopende leningen.

Kasgeldlimiet

Q4-2024

Q3-2024

Q2-2024

Q1-2024

2023

1 2 3

Vlottende schuld

€0

€0

€0

€0

€0

Vlottende middelen

€ 311.183

€ 235.480

€ 36.234

€ 238.407

-€ 37.445

Netto vlottende schuld (1-2)

-€ 311.183

-€ 235.480

-€ 36.234

-€ 238.407

€ 37.445

4

Kasgeldlimiet

€ 2.651.208

€ 2.651.208

€ 2.651.208

€ 2.651.208

€ 2.047.182

(5a) = (4>3 )

Ruimte onder kasgeldlimiet

€ 2.962.391

€ 2.886.688

€ 2.687.442

€ 2.889.615

€ 2.009.737

(5b) = (3>4)

Overschrijding kasgeldlimiet Berekening kasgeldlimiet:

(4a)

Begrotingstotaal

(4b)

Percentage regeling

(4) = (4a x 4b) Kasgeldlimiet

€

32.331.809 €

32.331.809 €

32.331.809 €

32.331.809 €

8,2%

8,2%

8,2%

8,2%

8,2%

€ 2.651.208

€ 2.651.208

€ 2.651.208

€ 2.651.208

€ 2.047.182

26.614.488

44

De renterisiconorm is een maatstaf om te bepalen welke kredietrisico’s SC MER loopt op de vaste schulden. Dit zijn de schulden met een looptijd langer dan 1 jaar. De renterisiconorm wordt gemeten in een bedrag ter grootte van 20% van het begrotingstotaal. De renterisiconorm is voor de MER niet relevant aangezien de MER geen leningen mag aantrekken. Renterisiconorm

2024

1

Renteherziening leningen o/g Renteherziening leningen u/g Saldo

€ € €

-

2

Aflossing leningen o/g Aflossing leningen u/g Saldo

€ € €

-

3

Renterisico (saldo 1 + 2)

€

-

4

Renterisiconorm

€

6.466.362

(5a) = (4>3) (5b) = (3>4)

Ruimte onder renterisiconorm € Overschrijding renterisiconorm €

6.466.362 -

(4a) (4b) (4) = (4a x 4b)

Berekening renterisiconorm: Begrotingstotaal Percentage regeling Renterisiconorm

32.331.809 20% 6.466.362

€ €

7.7 Verbonden partijen Zoals gedefinieerd volgens het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten kent de Gemeenschappelijke Regeling MER geen verbonden partijen.

45

7.8 Openbaarheid Inleiding Een bestuursorgaan moet jaarlijks in de begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Wet open overheid (Woo) en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering van de Woo in relatie tot die beleidsvoornemens. Deze bepaling is bedoeld om de naleving van de Woo, waaronder de bepalingen over de actieve openbaarmaking, te stimuleren. Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) gedeeltelijk in werking getreden. Het deel van de wet dat op deze datum in werking is getreden ziet op de zogenoemde “passieve openbaarmaking” (openbaarmaking op verzoek). Met ingang van 1 november 2024 is ook de actieve openbaarmaking in werking getreden voor de eerste tranche van vijf informatiecategorieën: -

wetten en andere algemeen verbindende voorschriften, overige besluiten van algemene strekking, informatie over organisatie en werkwijze, bereikbaarheidsgegevens, en vergaderstukken en -verslagen van de Staten-Generaal.

Komende jaren zullen een tweede, derde en vierde tranche met informatiecategorieën, die actief openbaar gemaakt dienen te worden, bekend gemaakt worden. Wet open overheid De Woo beoogt een transparante en actief openbaar makende overheid. Met dit doel kan het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter worden gediend. De Woo kent daarom de verplichting voor overheden om bepaalde categorieën informatie uit eigen beweging openbaar te maken. Om actieve openbaarmaking structureel en duurzaam te kunnen organiseren is het van belang dat de informatiehuishouding van overheden op orde is. De Woo bevat een algemene zorgplicht om documenten in goede, geordende en toegankelijke staat te houden en schrijft maatregelen voor om digitale documenten duurzaam toegankelijk te maken.

46

Implementatie De inwerkingtreding van de Woo heeft een grote impact op de gemeentelijke organisatie. Om die impact en de daaraan gekoppelde benodigde maatregelen te duiden hebben de drie MER-gemeenten en de SC MER een gezamenlijke opdracht verstrekt aan een adviesbureau. Dit bureau heeft op 22 februari 2023 een rapport opgeleverd met daarin opgenomen de resultaten van de uitgevoerde nulmeting, een impactanalyse en een implementatieplan. Het adviesbureau stelt dat de Woo een “taakverzwarend” karakter heeft voor bestuursorganen. Daarbij gaat het enerzijds om incidentele kosten voor de invoering van de Woo en anderzijds om structurele kosten voor uitvoering van de Woo. De incidentele kosten voor de uitvoering betreffen vooral aanpassingen aan de ICT, het informeren van de organisatie (communicatie en verandermanagement) en het goed inregelen van het informatiebeheer overeenkomstig de Woo. De structurele kosten voor de uitvoering van de Woo betreffen vooral de uitvoering van actieve openbaarmaking en het conform de vereisten afhandelen van Woo-verzoeken. Het rapport van het adviesbureau vormt de basis voor concrete acties ten behoeve van de implementatie van de Woo waarmee implementatie in 2023 is gestart voor de drie MER-gemeenten en SC MER.

In 2024 is er overgegaan tot de aanschaf van een anonimiseringstool, is er een uniform proces voor het afhandelen van een Woo-verzoek vastgesteld en is er een digitale faciliteit voor het indienen van een Woo-verzoek beschikbaar gesteld. Ook is er onderzocht welk publicatieplatform geschikt is voor gebruik binnen de 4 MER-organisaties en hoe voor de lange termijn invulling gegeven wordt aan de (wettelijk verplichte) Woo-contactfunctionaris. Een aantal deelprojecten zijn hiermee in 2024 (conform overall planning) gestart of afgerond en lopen op schema. Voor fase 2 zijn in 2024 vervolgstappen geformuleerd en wordt met de uitvoering gestart in het 1ste kwartaal van 2025. De verwachting is dat de anonimiseertool 2025 live gaat. De implementatie loopt gelijk met fase 2 van het WOO- WEP project. De deelprojecten die in fase 2 ook gaan lopen zijn: -

Aanschaf en implementatie publicatieplatform en Woo-index Pilot van de Woo-contactfunctionaris en Woo-ondersteuner om inzicht te krijgen om benodigde capaciteit en toetsen van de werkwijze, welke worden ondergebracht bij SC MER. Opleiden van medewerkers

Hiermee loopt de implementatie conform planning.

47

8. Jaarrekening 2024 8.1 Waarderingsgrondslagen en resultaatbepaling Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De waardering van de activa en passiva en bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Afschrijvingen en naar verwachting duurzame waardeverminderingen van activa geschieden onafhankelijk van het resultaat van het begrotingsjaar. Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. Servicecentrum MER beoordeelt op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een duurzame waardevermindering onderhevig kan zijn.

Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Van een duurzame waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde. Een verlies als gevolg van een duurzame waardevermindering wordt direct als een last verwerkt in het overzicht van baten en lasten onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het actief. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waar ze betrekking op hebben. Als gevolg van het verbod op het opnemen van voorzieningen en andere verplichtingen uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden dergelijke personele lasten toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume wordt geen voorziening of andere verplichting verantwoord. De referentieperiode voor het bepalen van een vergelijkbaar volume is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten een periode van vier jaar. Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het bestuur zich verschillende oordelen en schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen.

Indien het voor het geven van het volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten.

48

Materiële vaste activa De materiële vaste activa bestaan uit investeringen met economisch nut, welke worden gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. Afschrijvingen vinden lineair plaats en starten op de eerste dag van de maand volgend op de maand van ingebruikneming van het actief, uitgaande van de verwachte gebruiksduur en rekening houdend met een eventuele restwaarde. Voor de voertuigen bedraagt de afschrijvingstermijn 8 jaar.

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De uitzettingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor verwachte oninbaarheid. Een voorziening voor oninbaarheid wordt bepaald op basis van individuele beoordeling van de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar.

Liquide middelen De liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen. Tenzij anders vermeld, staan de liquide middelen ter vrije beschikking aan Servicecentrum MER. Met het oog op het voldoen aan de Regeling Schatkistbankieren worden alle overtollige middelen boven de grens van € 420.000 dagelijks afgestort naar de schatkist.

Overlopende activa De overlopende activa worden tegen nominale waarde opgenomen.

Eigen vermogen Het eigen vermogen beslaat de reserves, bestaande uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves, en het gerealiseerde resultaat over het begrotingsjaar. De algemene reserve betreft het bedrag aan reserve waaraan geen specifieke bestemming is gegeven door het bestuur. De algemene reserve betreft de algemene buffer die Servicecentrum MER heeft om incidentele nadelen en risico's te kunnen opvangen. Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan het bestuur een bepaalde bestemming heeft gegeven. Een bestemmingsreserve wordt ingesteld op basis van een bestuursbesluit.

Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen; de vorming van een voorziening, dan wel dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Voorziening overmatig verlof Enkele jaren geleden is een voorziening ‘overmatige verlofsaldi’ gevormd. Als ‘overmatig verlofsaldo’ beschouwen wij een verlofsaldo ultimo het jaar hoger dan 100 uur (dus we gaan uit van een drempel van 100 uur). Medewerkers boven deze drempel werden meegenomen in de berekening, waarbij de drempelomvang van 100 uur niet werd meegenomen in de berekening (i.c. een medewerker met een verlofsaldo ultimo het jaar van 400 uur, telde 300 uur (400 -/- 100 (drempel) mee voor de voorziening. Aangezien dit deels op gespannen voet met het BBV staat, zijn de uitgangspunten van deze voorziening hierop aangepast.

49

Met andere woorden, indien deze drempel van 100 uur wordt overschreden, wordt de medewerker voor het totale verlofsaldo opgenomen in de voorziening, gewaardeerd tegen bruto-uurloon incl. IKB en sociale premies (opslag van 33,08 % t.ov. het bruto uurloon). Als een medewerker nu zijn restant verlof door het jaar heen een gedeelte van zijn verlof laat uitbetalen (obv artikel 6.5 cao gemeenten), deze worden dan uitbetaald tegen het bruto uurloon incl. IKB. Voorziening verlofsparen Daarnaast bestaat ook reeds enkele jaren (gelet op de cao) de mogelijkheid tot verlofsparen. Deze omzetting van verlof in spaarverlof vraagt echter wel een actieve handeling van de medewerker. Ten behoeve van het verlofsparen is enkele jaren geleden een voorziening verlofsparen gevormd. Verlofsparen zal meestal gebruikt gaan worden om eerder te kunnen stoppen met werken, de salarisbetalingen en pensioenafdrachten voor de medewerker lopen dan door bij de opname van het verlof voorafgaand aan uitdienst datum. De kosten voor de werkgever zijn dan bruto-uurloon incl. IKB, sociale premies en wg gedeelte pensioenpremies (opslag van 52,47 % t.o.v. het bruto-uurloon). Voorziening RVU Enkele jaren geleden is voor werknemers de regeling vervroegde uittreding (RVU) in de cao opgenomen. De RVU geeft een beperkt aantal medewerkers dat aan specifieke voorwaarden voldoet, de mogelijkheid vervroegd met pensioen te gaan.

Medio 2024 is vanuit BBV aangegeven, dat het vormen van een voorziening voor de RVU verplicht is. De voeding van deze voorziening is gelet op de financiële verplichtingen (uitkering) voor de medewerkers waar ultimo het jaar sprake is van een getekende overeenkomst gelet op de RVU.

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

50

8.2 Balans

Balans per 31 december 2024 ACTIVA

31-dec-2024

31-dec-2023

Vlottende Activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd < 1 jaar

€ € €

1.514.388 € - € 1.655.831 €

1.563.505 306 372.764

Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van het volgende begrotingjaar komen

€

2.093.981 €

2.329.685

Liquide middelen

€

311.183 €

27.271

Totaal vlottende activa

€

5.575.382 €

4.293.531

TOTAAL GENERAAL ACTIVA

€

5.575.382 €

4.293.531

PASSIVA

31-dec-2024

31-dec-2023

Vaste Passiva Eigen vermogen Algemene reserve

€

130.681 €

130.681

Voorzieningen Voorzieningen voor te verwachten verplichtingen of verliezen

€

1.284.307 €

674.906

Totaal vaste passiva

€

1.414.988 €

805.587

Vlottende passiva Netto vlottende schulden met rentetypische looptijd < 1 jaar Overige schulden Banksaldi

Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen m.u.v. jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

€ 1.189.128 €0

€ 1.454.291 € 64.716

€ 2.971.266 €

1.968.937

Totaal vlottende passiva

€

4.160.394 €

3.487.944

TOTAAL GENERAAL PASSIVA

€

5.575.382 €

4.293.531

51

8.3 Toelichting Balans Uitzettingen met een rente typische looptijd < 1 jaar Boekwaarde 31-12-2024

Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar

Boekwaarde 31-12-2023

Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd < 1 jaar

€

1.514.388 € €

1.563.505 306

€

1.655.831 €

372.764

Totaal

€

3.170.219 €

1.936.575

a. Specificatie vorderingen op openbare lichamen

Specificatie vorderingen op openbare lichamen per ultimo 2024

Bedrag

Gemeente Maasgouw Gemeente Echt-Susteren Gemeente Roerdalen Coördinatiecentrum RUD Limburg-Noord Gemeente Beesel Gemeente Heerlen

€ € € € € €

522.917 1.270.180 524.622 83.369 6.135 6.901

Totaal

€

2.414.124

Deze € 2.414.124 is opgebouwd uit de post vorderingen op openbare lichamen en overige nog te ontvangen bedragen.

b. Overige vorderingen Er is geen sprake van overige vorderingen en ook geen sprake van een voorziening dubieuze debiteuren.

52

Overlopende activa Overlopende Activa Vooruitbetaalde bedragen Nog te ontvangen bedragen Totaal

Boekwaarde Boekwaarde 31-12-2024 31-12-2023 € 693.544 € 553.447 € 1.400.437 € 2.565.263 € 2.093.981 € 2.329.685

Liquide middelen De liquide middelen zijn als gevolg van het schatkistbankieren wettelijk beperkt tot minimaal € 1.000.000. De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is de vaste bankrelatie van SC-MER. Het banksaldo bij de BNG > € 420.000 wordt dagelijks overgeboekt naar ‘de schatkist’. Onderstaande tabel weergeeft de middelen die volgens de Wet FIDO door het Servicecentrum MER buiten ’s rijksschatkist is gehouden. Er is sprake van een onderschrijding. De BNG bevestigt jaarlijks via de ‘standaard bankverklaring’ het eindsaldo per ultimo van het jaar.

Schatkistbankieren Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 (bedragen x € 1000) Op dagbasis buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen 241 254 309 251 drempelbedrag 1000 1000 1000 1000 overschrijding drempelbedrag 0 0 0 0

Liquide middelen Bank Nederlandse Gemeenten Rabobank Totaal

Boekwaarde Boekwaarde per 31-12-2024 per 31-12-2023 299.566 11.617 € 27.271 € 311.183 € 27.271

53

Reserves en Voorzieningen Het eigen vermogen van het Servicecentrum MER bestaat uit de algemene reserve. Het saldo van de algemene reserve van € 130.681 kan worden beschouwd als een beperkte buffer voor onvoorziene financiële tegenvallers (weerstandscapaciteit). Reserves en voorzieningen

31-12-2023

Toevoeging

Onttrekking Aanwending

Vrijval

Bestemming resultaat vorig boekjaar

Vermindering dekking afschrijvingskosten

31-12-2024

Algemene reserve Bestemmingsreserves

€ €

130.681 -

€ €

130.681 -

Totaal reserves

€

130.681

€

130.681

Voorziening verlofuren saldi Voorziening verlofsparen Voorziening personeel Voorziening RVU

€ € €

382.802 € 96.857 € 195.247 €

432.280 € 111.708 € € 301.794

41.134 24.163 €

171.084

€ € € €

773.948 208.565 301.794

Totaal voorzieningen

€

674.906 €

845.782 €

65.297 €

171.084 €

-

€

-

€

1.284.307

Totaal

€

805.587 €

845.782 €

65.297 €

171.084 €

-

€

-

€

1.414.988

Voorzieningen voor te verwachten verplichtingen of verliezen

In het BBV is ten aanzien van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen het volgende aangegeven: “Uitgangspunt is dat een GR op basis van wegingsfactoren, die los staan van de budgettaire situatie, zelf dient te bepalen of bij een arbeidskosten gerelateerde verplichting sprake is van een jaarlijks vergelijkbaar volume. Van belang daarbij is te bepalen of de desbetreffende kosten een voorspelbaar gelijkmatig patroon (zoals vakantiegelden) dan wel een ongelijkmatig patroon hebben. In het eerste geval zal geen verplichting moeten worden opgenomen, in het tweede geval wel”. Binnen het SC MER is sprake van een overmatig verlofsaldo, deels veroorzaakt door de coronapandemie (maar ook voorheen al aan de orde); hiervoor is enkele jaren geleden de voorziening ‘overmatige verlofsaldi’ gevormd. Ten behoeve van het verlofsparen is eind 2023 een voorziening verlofsparen gevormd. Voor een toelichting qua opbouw en waardering wordt verwezen naar paragraaf 8.1. Tot slot is er eind 2022 ook een voorziening personeel gevormd. Het restant van deze voorziening is eind 2024 geheel vrijgevallen.

Vlottende Passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Het Servicecentrum MER maakt geen gebruik van daggeldleningen of gelijkwaardige kortlopende leningen, wel van een rekening courant krediet faciliteit bij de bank. De ‘gewone’ betaalrekening is ondergebracht bij de Bank Nederlandse Gemeenten. Onder deze categorie resteert uitsluitend het crediteurensaldo per ultimo 2024 dat in de volgende tabel wordt gepresenteerd.

Vlottende passiva rentetypische looptijd < 1 jaar Crediteuren Netto vlottende schulden Totaal

Boekwaarde Boekwaarde 31-12-2024 31-12-2023 € 1.189.128 € 1.454.291 € 64.716 € 1.189.128 € 1.519.007

54

Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume: Al deze verplichtingen hebben betrekking op het boekjaar 2024 en zijn derhalve via de overlopende passiva ten laste van 2024 verantwoord; het jaar waarop zij betrekking hebben.

Overlopende Passiva Nog te betalen bedragen Totaal

Boekwaarde Boekwaarde 31-12-2024 31-12-2023 € 2.971.266 € 1.968.937 € 2.971.266

€ 1.968.937

Niet uit de balans blijkende verplichtingen Het betreft de financiële verplichtingen waarvan de contractduur het boekjaar 2024 overschrijdt. Overeenkomsten met samenwerkingsverbanden zijn in dit overzicht niet meegenomen. Overeenkomsten waarbij de totale jaarlijkse lasten lager zijn dan € 20.000 zijn ook niet meegenomen. Naam opdracht

Leverancier/aannemer

Einddatum contract Verplichting 2025

Verzekeringen

Centraal beheer Achmea

31-12-2025

€

48.000

Dataverbindingen

Eurofiber

31-12-2028

€

130.000

Key2Financiën

Centric

31-12-2027

€

121.000

Digitaal archief

Decos Software Engineering BV

31-12-2025

€

115.000

Software vergunningsverlening/handhaving Roxit B.V.

Onbepaalde tijd

€

57.000

Lease

Econocom Nederland B.V

31-12-2025

€

1.490.352

Suite

Protinus IT B.V.

31-12-2025

€

165.000

AFAS

IJK B.V

Onbepaalde tijd

€

40.224

Operational lease auto's

Zuidlease

27-3-2027

€

29.540

Telefonie

Kreuze

31-12-2028

€

129.742

Dashboard VTH

Synaxion

30-9-2027

€

20.000

Bedrijfsarts Accountant Operational lease auto's

WVM Consult 31-12-2025 R.S.M. Netherlands Accountants 31-12-2026 Active lease 27-11-2027

€ € €

113.883 41.385 30.000

Verbeteracties n.a.v. fiscale nulmeting

Fiscaliade

€

100.000

31-12-2026

Tabel: niet uit de balans blijkende verplichtingen

Gebeurtenissen na balansdatum Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum te melden.

55

8.4 Rekening van baten en lasten Primitieve begroting 2024

Begroting 2024 na wijzigingen

Realisatie 2024

LASTEN 1. Omgevingsdienst 2. Sociaal Domein 3. Bedrijfsvoering 4. Bestuur en Organisatie Subtotaal lasten

7.398.694 7.519.230 13.067.948 710.435 28.696.307

8.612.129 8.833.298 14.894.399 1.094.983 33.434.809

8.707.797 8.895.336 15.023.804 1.098.210 33.725.147

-95.668 -62.038 -129.405 -3.227 -290.338

7.728.206 7.981.209 13.461.185 721.941 29.892.541

BATEN 1. Omgevingsdienst 2. Sociaal Domein 3. Bedrijfsvoering 4. Bestuur en Organisatie Subtotaal baten

7.398.694 7.519.230 13.067.948 710.435 28.696.307

8.612.129 8.833.298 14.894.399 1.094.983 33.434.809

8.707.797 8.895.336 15.023.804 1.098.210 33.725.147

95.668 62.038 129.405 3.227 290.338

7.728.206 7.981.209 13.461.185 721.941 29.892.541

SALDO BATEN -/- LASTEN 1. Omgevingsdienst 2. Sociaal Domein 3. Bedrijfsvoering 4. Bestuur en Organisatie

-

-

-

-

-

PROGRAMMA

Verschil Realisatie 2023 raming/realisatie

SALDO VAN BATEN EN LASTEN

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

RESULTAATBESTEMMING

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

GEREALISEERD RESULTAAT

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

Toelichting Rekening van baten en lasten In de diverse programma’s (in het jaarverslag) is een uitgebreide toelichting op de afwijkingen tussen begroting en realisatie opgenomen. Omgevingsdienst ➔ De hogere baten bij de Omgevingsdienst zijn het gevolg van een hogere productie en deze meerbaten compenseren de hogere lasten (hogere inhuurlasten en personele lasten als gevolg van extra toevoegingen aan voorzieningen). Sociaal Domein ➔ De hogere lasten bij Sociaal Domein worden geheel veroorzaakt door extra toevoegingen aan de voorzieningen (RVU, overmatige verlofsaldi). Aan de batenkant is hiervoor een extra bijdrage gevraagd. Bedrijfsvoering ➔ De hogere lasten zijn de resultante van meerdere ‘plussen en minnen’ en worden met name veroorzaakt door hogere loonkosten als gevolg van aanzienlijke toevoegingen aan de diverse personele voorzieningen (RVU, overmatige verlofsaldi, verlofsparen). Anderzijds zijn er lagere lasten vanuit het UP Informatisering (vertraging in de uitvoering van projecten zoals MS365). Aan de batenkant wordt voor deze per saldo hogere lasten een extra bijdrage gevraagd.

56

8.5 Overzicht incidentele baten en lasten Raming na wijziging 2024

Realisatie 2024

1.608.036

1.653.362

Programma Sociaal Domein Projecten zoals (Energietoeslag, Leefgeld Oekraïne)

621.549

585.104

Programma Bedrijfsvoering UP HRM UP Informatisering UP Financiën Verbeterplan Informatiebeheer

341.200 469.786 140.000 329.220

341.200 200.792 140.000 359.443

3.509.791

3.279.901

2024

2024

970.915

1.204.504

621.549

585.104

1.592.464

1.789.608

Bedragen in € Incidentele lasten Programma Omgevingsdienst Flexibele schil

Totaal incidentele lasten Bedragen in € Incidentele baten Programma Omgevingsdienst UP verrekening (meerproductie) Programma Sociaal Domein Projecten zoals (Energietoeslag, Leefgeld Oekraïne)

Programma Bedrijfsvoering Totaal incidentele baten Conform artikel 19 lid C BBV

57

8.6 Wet Normering Topinkomens Verantwoordingsmodel WNT 2024 WNT-verantwoording 2024 Servicecentrum MER De WNT is van toepassing op Servicecentrum MER. Het voor Servicecentrum MER toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2024 € 233.000,00 (Algemeen bezoldigingsmaximum). 1. Bezoldiging topfunctionarissen 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=8631cc76-1168-4eb4-8be4-3fc8b96f74d9