BP Annendaalderweg 71 Toelichting en regels
Tekst van het document
Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit. 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij.
Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
7
Toelichting
Bij het voorliggende initiatief is sprake van een dermate kleinschalige ontwikkeling, dat er geen nationale belangen in het spel zijn. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen, zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de voormalige SVIR beschikt het Rijk, op basis van de Wro, over instrumentarium in de vorm van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisten opgenomen. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. In het Barro staat aan welke regels de gemeenten en provincies zich moeten houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Het Barro heeft gezien de aard en kleinschaligheid van het project geen gevolgen voor het planvoornemen. Besluit ruimtelijke ordening (Bro en Ladder voor duurzame verstedelijking) Bij het voorliggende plan dient een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming plaats te vinden. Dit moet met behulp van de “ladder van duurzame verstedelijking” worden onderbouwd, conform artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
De Ladder is wettelijk verankerd in het Bro en geldt als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Overheden moeten op grond van het Bro alle nieuwe stedelijke ontwikkelingen motiveren aan de hand van de treden van de Ladder. De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro in de artikelen 1.1.1 en 3.1.6. De motiveringsplicht is onder meer van toepassing op woningbouw. Indien sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang, dan zal in de toelichting van het ruimtelijk plan de Ladder voor duurzame verstedelijking op juiste wijze moeten worden toegepast. Het voorliggende plan voorziet in een functiewijziging van “wonen” naar “bedrijf” om de vestiging van een agrarisch verwant bedrijf in het buitengebied mogelijk te maken. Het te vestigen hoveniersbedrijf is volgens de gemeentelijke Structuurvisie Echt-Susteren 2012-2025 een zogenaamd “agrarisch verwant bedrijf'. Een dergelijk bedrijf is gericht op het verlenen van diensten aan agrarische bedrijven met behulp van werktuigen en/of het leveren van dieren/goederen aan agrarische bedrijven en/of het opslaan, verwerken, vervoeren en/of verhandelen van door agrarische bedrijven afgeleverde producten. De activiteiten van Bart van Cruchten Boomverzorging vinden plaats in de branche: Landschapsverzorging. Dit bedrijf is bij de Kamer van Koophandel bekend onder KvK-nummer 53728785.
De ondernemingsvorm is een Eenmanszaak. De branche heeft als hoofdcategorie in de SBI-onderverdeling die de KVK aanhoudt: 'Verhuur van roerende goederen en overige zakelijke dienstverlening' en is in dit geval verder onderverdeeld bij: 'Facility management, reiniging en landschapsverzorging', subcategorie 'Landschapsverzorging'. Het bedrijf is op 12 oktober 2011 opgericht en heeft als vestigingsadres Kluisweg 5a te Posterholt (gemeente Roerdalen). Door de ontwikkeling en groei van het bedrijf is er behoefte aan een opslagloods/stalling t.b.v. de machines, waaronder tractoren/aanhangers/hoogwerker/etc. Die ruimte is aanwezig op de Annendaalderweg achter de bestaande burgerwoning op nr. 71, waar de eigenaar van het bedrijf woonachtig is. Vestiging van agrarisch-verwante bedrijven die niet veel verkeer aantrekken vindt bij voorkeur plaats in voormalige (agrarische) bedrijfsbebouwing met sloop van overtollige bebouwing.
Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
8
Toelichting
Nieuwvestiging is pas toegestaan als uit onderzoek blijkt dat er geen VAB (Voormalig agrarisch bedrijf)-locatie voorhanden is, het volgens de functionele zonering mogelijk is en het past binnen het landschapsbeleid. Nieuwvestiging vindt zoals gezegd bij voorkeur plaats in een VAB om zo nieuwe verstening in het buitengebied te voorkomen. Als hergebruik van een VAB (op korte termijn) niet tot de mogelijkheden behoort, vindt nieuwvestiging bij voorkeur plaats in of nabij een bebouwingscluster of lint. De locatie aan de Annendaalderweg ligt in een bestaand bebouwingslint. Op 28 juni 2017 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) een overzichtsuitspraak gedaan over de ladder voor duurzame verstedelijking. De uitspraak bevat de hoofdlijnen van de jurisprudentie van de Afdeling over de eisen waaraan een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen. Voor een ruimtegebruik boven de 500 m2 is het volgende bepaald: “indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt”. Het onderhavige bestemmingsplan maakt ter plaatse van het plangebied een hoveniersbedrijf mogelijk met een bruto-vloeroppervlakte van meer dan 500 m2.
Hiermee is sprake van een stedelijke ontwikkeling. Het vigerende planologische kader voorziet deels in een nog niet gerealiseerde bedrijfsbestemming, deels in een agrarische bestemming en deels in een woonbestemming. De functionele wijziging en het planologische beslag van de nieuw beoogde situatie -een hoveniersbedrijf met bijbehorende bebouwing- op de ruimte maakt dat het plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft. Artikel 3.1.6, tweede lid, Bro verplicht om in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling te beschrijven. Deze verplichting geldt voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen en buiten het bestaand stedelijk gebied. Uit de “overzichtsuitspraak” van de ABRvS blijkt dat, indien sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het ruimtelijk besluit dient te worden beschreven. De behoefte aan de verplaatsing van het bedrijf komt voort uit de groei die het bedrijf doormaakt en de wens om het machinepark op één aaneengesloten locatie te vestigen. De daarvoor benodigde ruimte is niet beschikbaar op of rondom de huidige locatie in Posterholt.
Conclusie Het planvoornemen is niet realiseerbaar binnen het bestaand stedelijk gebied wegens het ontbreken van alternatieve locaties op beschikbare bedrijventerreinen in de gemeente EchtSusteren. Het is verantwoord de buiten het bestaand stedelijk gebied gelegen gronden te Maria Hoop aan te wenden ten behoeve van de onderhavige ontwikkeling als agrarischverwant bedrijf. De ontwikkeling is passend binnen de doelstellingen van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Bij de voorbereiding van het voorliggende plan is de wettelijk voorgeschreven procedure gevolgd. Daarmee is een zorgvuldige afweging van belangen en transparante besluitvorming geborgd. Geconcludeerd kan worden dat het bestemmingsplan niet strijdig is met het rijksbeleid.
Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
9
Toelichting
De planontwikkeling is geen rijksverantwoordelijkheid en er zijn geen directe rijksdoelen in het geding. Het rijksbeleid heeft geen directe doorwerking op de ontwikkeling van het plangebied, gericht op het vestigen van een hoveniersbedrijf in het buitengebied. 3.2.
Provinciaal beleid
Voor de provinciale beleidskaders zal ingegaan worden op de Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI). De POVI vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL 2014). Tevens wordt ingegaan op de ontwerp-Omgevingsverordening Limburg 2021 en het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM). 1. Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) Voor het provinciaal ruimtelijk beleid was het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL 2014) kaderstellend. Op 12 december 2014 hebben Provinciale Staten het POL 2014, de Omgevingsverordening Limburg 2014 en het Provinciaal Verkeers- en Vervoersprogramma 2014 vastgesteld. Het POVI is op 1 oktober 2021 vastgesteld door Provinciale Staten van Limburg. De provincie moet beschikken over een Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in het kader van de nieuwe Omgevingswet. De POVI richt zich op de langere termijn (2030-2050) en beschrijft onderwerpen zoals wonen, bodem, infrastructuur, milieu, ruimtelijke economie, water, natuur, luchtkwaliteit, landschap en cultureel erfgoed. Ook de aspecten gezondheid en een gezonde leefomgeving worden in de Omgevingsvisie meegenomen. De Omgevingsvisie stelt op strategisch niveau de kaders voor het provinciaal handelen bij toekomstige ontwikkelingen en activiteiten.
De Omgevingsvisie bevat daarmee belangrijke keuzes ten aanzien van het te voeren beleid en vormt de basis voor verdere uitwerkingen en plannen en programma’s. De zoneringen op grond van het oude POL 2014 zijn in POVI overgenomen op de kaart 'Limburgse principes'. In de vastgestelde POVI is onderhavig plangebied gelegen in het hoofdtype ‘Landelijk gebieden’ in de categorie ‘Buitengebied’. Het geformuleerde beleid in de Omgevingsvisie heeft niet geleid tot aanpassingen van de begrenzing in de bestaande indicatieve kaartbeelden bij het POL 2014. Vanuit beleidsmatig oogpunt in relatie tot voorliggende planontwikkeling is er geen sprake van relevante wijzigingen. Binnen de landelijk gebieden worden de volgende categorieën onderscheiden: ▪ Groenblauwe mantel (voorheen: Bronsgroene landschapszone en de Zilvergroene natuurzone). ▪ Natuurnetwerk Limburg incl. Natura-2000 gebied (voorheen: Goudgroene natuurzone). ▪ Buitengebied. Het buitengebied in de provincie Limburg betreft de landelijke gebieden op de Zuid-Limburgse plateaus en op de hogere zandgronden in Noord- en Midden-Limburg, samen zo’n 85.000 hectaren groot.
Op de hogere zandgronden van Noord- en Midden-Limburg is, rekening houdend met de droogtegevoeligheid en de kwaliteit van de grondwatervoorraden, een breed scala aan grondgebruiksvormen mogelijk, rekening houdend met de ruimteclaims vanuit de verschillende transitieopgaves. Nieuwvestiging van buitengebied-gerelateerde bedrijven is hier toegestaan onder normale landschapsvoorwaarden.
Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
10
Toelichting
Afbeelding 10: Uitsnede Ontwerp Omgevingsverordening Limburg 2021 kaart 10 met locatie Annendaalderweg 71 Maria Hoop
Het begrip ‘provinciaal belang’ is niet nader afgebakend in de Omgevingswet. Aan de hand van de volgende criteria wordt bepaald of er een provinciaal belang bestaat: ▪ er is sprake van de uitvoering van één of meerdere kerntaken van de Provincie; ▪ er is sprake van een gemeentegrensoverschrijdende/(boven)regionale problematiek; ▪ er is sprake van een algemeen belang voor de bevolking, de omgevingskwaliteit of het bedrijfsleven in de provincie Limburg. Deze criteria gelden zowel afzonderlijk van elkaar als in combinatie. Als gevolg van de planrealisatie zal in het buitengebied ter plaatse een agrarisch verwant bedrijf gevestigd kunnen worden in een bestaan bebouwingslint. Het bedrijf heeft zijn werkterrein in het buitengebied, met boomverzorging en onderhoud in de bosbouw als kernactiviteiten. Een dergelijk bedrijf is onder voorwaarden passend binnen het gebiedstype vanuit het POL 2014 en de opvolger de POVI 2021. Vanuit de omgevingsvisie is er in principe geen belemmering voor de planwijziging, mits het plan landschappelijk ingepast zal worden. Er is een provinciaal belang bij de voorliggende planontwikkeling. 2. Omgevingsverordening Limburg 2014 en 2021 Het principe van een duurzame verstedelijking en de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking was in de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgelegd.
Op 11 november 2016 hebben Provinciale Staten van Limburg de Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Met de Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 werd, zoals in het POL 2014 was vastgelegd, invulling gegeven aan de borging van de bestuursafspraken regionale uitwerking POL 2014 door middel van zogenoemde voorzorgsbepalingen. In de Omgevingsverordening Limburg 2014 is het onderstaande opgenomen: Artikel 2.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 1. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, houdt rekening met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. De functionele wijziging en het planologische beslag van de nieuwe beoogde situatie -een hoveniersbedrijf met bijbehorende bebouwing- op de locatie in het bebouwingscluster van de Annendaalderweg maakt dat het plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft. Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
11
Toelichting
2. Bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, worden tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen, zoals bedoeld in artikel 2.2.3, onderzocht. Een herbenutting zoals hierboven genoemd is niet van toepassing op het agrarisch verwant bedrijf. 3. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid. De behoefte aan de verplaatsing van het agrarisch verwant bedrijf komt voort uit de groei die het bedrijf doormaakt en de wens om het machinepark op één aaneengesloten locatie te vestigen. Voor de alternatieve huisvesting van het agrarische verwant bedrijf/hoveniersbedrijf is primair gezocht in de gemeente Roerdalen en de gemeente Echt-Susteren in een straal van 5 kilometer van de huidige locatie aan de Annendaalderweg 71 te Maria Hoop. Algemeen De behoefte aan de verplaatsing van het agrarisch verwant bedrijf komt voort uit de groei die het bedrijf doormaakt en de wens om het machinepark op één aaneengesloten locatie te vestigen. Het bedrijf is thans verdeeld over 2 locaties: Kluisweg 5A Posterholt en Annendaalderweg 71 Maria Hoop. De activiteiten van Bart van Cruchten Boomverzorging vinden (onder andere) plaats in de branche ‘Landschapsverzorging’.
Deze branche heeft als hoofdcategorie in de SBI-onderverdeling die de KVK aanhoudt: 'Verhuur van roerende goederen en overige zakelijke dienstverlening' en is in dit geval verder onderverdeeld bij: 'Facility management, reiniging en landschapsverzorging', subcategorie 'Landschapsverzorging'. De bedrijfsactiviteiten worden voornamelijk elders, bij de klant, uitgevoerd of betreffen gladheids- en calamiteitenbestrijding in opdracht van de gemeenten Roerdalen en EchtSusteren. Ter plaatse van de bedrijfslocatie vinden de volgende activiteiten plaats: - opslag van producten, materieel en machines; - onderhoud aan machinepark; - laden en lossen van producten; - vertrek en aankomst van bedrijfsvoertuigen en personeel (ingehuurde ZZP-er); - tijdelijke opslag van afvalstoffen; - bedrijfsadministratie. Er dient te worden uitgegaan van een kavel van circa 1 ha met bedrijfsgebouwen (minimaal 500 m2) en een bedrijfswoning. De gebouwen en de ontsluiting moeten geschikt zijn voor grote tractoren en andere machines. Roerdalen De bestaande locatie in Posterholt aan de Kluisweg 5A Posterholt is ongeschikt om een verdere groei mogelijk te maken, aangezien de loodsen en het buitenterrein te klein zijn voor het meeste materieel. De Kluisweg 5A is bovendien een burgerwoning met de enkelbestemming “wonen-buitengebied” volgens het bestemmingsplan “Buitengebied Roerdalen” van de gemeente Roerdalen.
Aan de Boomstraat in Posterholt is de volgende locatie onderzocht: bedrijventerrein gevestigd achter ‘Doe het zelf’ Hubo te Posterholt. In de gemeente Roerdalen was verder geen vrijkomende agrarische bebouwing beschikbaar voor de relocatie van het hoveniersbedrijf.
Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
12
Toelichting
Echt-Susteren Hergebruik van voormalige (agrarische) bedrijfsbebouwing (VAB’s) wordt in Echt-Susteren toegejuicht, omdat het kansen biedt om de veranderingen in het buitengebied dusdanig te sturen dat bedreigingen worden omgezet in kansen: door leegstaande (agrarische) bedrijfsgebouwen een nieuwe functie te geven wordt voorkomen dat ze verpauperen. Er zijn locaties onderzocht in Echt (bedrijventerrein, geheel tot aan Sint Joost). De bedrijventerrein-locaties in Echt zijn ongunstig gesitueerd, omdat deze te ver van werkgebied in het buitengebied gelegen zijn. Er moet sprake zijn van een snelle inzetbaarheid (binnen half uur) in verband met gladheidsbestrijding en calamiteiten. Tevens moet er vaker materiaal worden gewisseld en is het niet mogelijk om alles op het bedrijventerrein onder te brengen. Daarnaast zijn bij reparaties niet alle voorzieningen voor handen die noodzakelijk zijn. In de gemeente Echt-Susteren waren in 2020-2021 geen voormalige agrarische bedrijven/ bedrijfsbebouwingen beschikbaar in het zoekgebied rondom Maria Hoop bij de agrarische makelaars (Aelmans en Arvalis). In de gemeente Echt-Susteren zijn de onderstaande bestaande agrarische bedrijven beoordeeld als mogelijke locatie: ▪ Waldfeuchterbaan 4, 6105 BM Maria Hoop Deze locatie met (bedrijfs-)woning en diverse opstallen is landelijk gelegen in het buitengebied tussen Echt en Maria Hoop.
Het bedrijf is momenteel in gebruik als kleinschalige veehouderijakkerbouwbedrijf. Op de locatie rust een agrarische bestemming/bouwblok, waarvan een deel van de oppervlakte nog onbebouwd is. Sloop met nieuwbouw om de gebouwen geschikt te maken voor het hoveniersbedrijf was vanuit bedrijfs-economisch oogpunt niet haalbaar. ▪ Molenweg 80, 6104 RG Koningsbosch In het buitengebied van Koningsbosch (gemeente Echt-Susteren) wordt een locatie aangeboden voor een (bedrijfs-)woning van een gemengd bedrijf, bestaande uit een pluimveetak (vleeskuikens) gecombineerd met een melkveetak. Het geheel is vrij gelegen op een kavel van ca. 3,60 ha. Op de locatie rust de bestemming ‘agrarisch’, de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’, de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ en het bouwvlak is ca. 01.90.00 ha. groot. Ombouw met sloop/sanering naar een hoveniersbedrijf was financieel niet haalbaar. Geconcludeerd moet worden dat de daarvoor benodigde ruimte niet beschikbaar is op of rondom de huidige locatie in Posterholt en/of op een bestaand bedrijventerreinen in EchtSusteren. Het realiseren van de benodigde bebouwing binnen bestaand stedelijk gebied is niet mogelijk, aangezien vergelijkbare locaties elders niet voorhanden zijn. Bovendien wordt de bestaande burgerwoning omgezet naar een bedrijfswoning, zonder extra ruimtebeslag.
Een vestiging op een voormalig agrarische bedrijfslocatie is eveneens niet mogelijk. De behoefte is in te vullen binnen het plangebied in het bebouwingscluster aan de Annendaalderweg te Maria Hoop. Volgens de Omgevingsverordening Limburg 2014 is het plangebied gesitueerd in het landelijk gebied regio Midden-Limburg. Tevens is de locatie gelegen binnen de aanduiding ‘Boringsvrije zone Roerdalslenk II’. Deze aanduiding heeft geen gevolgen voor het planvoornemen.
Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
13
Toelichting
Afbeelding 11: Uitsnede Omgevingsverordening Limburg 2014 met locatie Annendaalderweg 71 Maria Hoop.
Na de vaststelling van de ontwerp-Omgevingsvisie is, op basis van die inhoud, ook de volgende stap voor de Omgevingsverordening reeds gezet. Het ontwerp van de Omgevingsverordening Limburg (2021) lag van 7 juni tot en met 19 juli 2021 voor eenieder ter inzage. Op basis van de ontvangen zienswijzen kan de inhoud van de verordening nog gewijzigd worden. Uiteindelijk zullen Provinciale Staten de Omgevingsverordening Limburg (2021) vaststellen. Dat zal naar verwachting in december 2021 zijn. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1 juli 2022. Tot die tijd blijft de huidige Omgevingsverordening van kracht. 3. Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) De oude POL-aanvulling “Verstedelijking, gebiedsontwikkeling en kwaliteitsverbetering”, met het daarbij behorende Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM), gaf extra condities en voorwaarden aan, waaronder bepaalde ontwikkelingen mogelijk zijn. Het LKM is per 1 januari 2010 in werking getreden en bij ontwikkeling van functies die in beginsel niet thuishoren in het buitengebied, kan een tegenprestatie verlangd worden voor de mogelijke compensatie van de omgevingskwaliteit. De uitwerking van het LKM is aan de gemeenten gedelegeerd. Het LKM zal in de paragraaf van het gemeentelijk beleid nader worden uitgewerkt.
Geconcludeerd moet worden dat het initiatief niet belemmerd wordt door de beleidskaders van de provincie Limburg. Provinciaal belang Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen bij het thema “bedrijvigheid” in het buitengebied is vooroverleg met de provincie noodzakelijk. Door de ligging binnen het “landelijk gebied“ is er een provinciaal belang bij de voorliggende ruimtelijke ontwikkeling. 3.3.
Regionaal beleid
Voor het regionale beleid is de “Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018-2021” en het “regionaal beleidskader werklocaties Midden – Limburg” relevant.
Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
14
Toelichting
Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018-2021 De samenwerkende gemeenten in Midden-Limburg (Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert) hebben in voorliggende nota de Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg (Structuurvisie 2014) geactualiseerd. Daartoe is een woningmarktonderzoek uitgevoerd (2018) met ondersteuning van de Provincie Limburg. Per gemeente wordt teruggekeken naar de realisaties en ontwikkelingen in de eerste vier jaar van de Structuurvisie 2014. Doel van de Structuurvisie is dat de regio Midden-Limburg met behulp van deze visie sturing kan geven aan de woning(ver)bouwplanning en dient als kader voor het goedkeuren, veranderen, parkeren of elimineren van passend en minder passende (ontwikkel) initiatieven en waar nodig of wenselijk als kader voor de lokale uitwerking. Het plan leidt tot het omzetten van een bestaande burgerwoning naar een bedrijfswoning. Dit onderdeel van het planvoornemen heeft geen gevolgen voor de structuurvisie, per saldo wijzigt het aantal woningen in het plangebied niet. Regionaal beleidskader werklocaties Midden - Limburg De vestiging van het hoveniersbedrijf is een bedrijfsmatige activiteit.
Op basis van het 'Regionaal beleidskader werklocaties Midden - Limburg' van het Samenwerkingsverband Midden-Limburg (SML) dienen nieuwe bedrijfslocaties met een oppervlakte van meer dan 1.500 m2 bruto vloeroppervlak afgestemd te worden in het regionaal overleg voor MiddenLimburg. De gewenste overkapping/loods heeft een oppervlakte van ca. 500 m2 en valt onder de drempelwaarde. Regionale afstemming van het plan is dus niet aan de orde. 3.4.
Gemeentelijk beleid
Voor het gemeentelijk beleid zal achtereenvolgens ingegaan worden op: 1. Structuurvisie Echt – Susteren, Ontwikkelen met kwaliteit 2012 – 2025. 2. Gemeentelijk KwaliteitsMenu (GKM). 3. Vigerend bestemmingsplan “Buitengebied Echt-Susteren”. Ad. 1. Structuurvisie Echt – Susteren, Ontwikkelen met kwaliteit 2012 – 2025. Met deze (structuur)visie bepaalt de gemeente Echt-Susteren de koers en richting voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente tot 2025. De structuurvisie vormt het afwegingskader op basis waarvan in de toekomst ruimtelijke keuzes te maken zijn en ontwikkelingen gestuurd kunnen worden. Dit beleidsplan is een plan op hoofdlijnen rond strategische thema’s die een samenhangend geheel vormen. Een van die thema’s is bedrijvigheid in het buitengebied. De gemeente Echt-Susteren hanteert bij het maken van ruimtelijke (locatie)keuzes een zestal leidende principes: 1. Meer aandacht voor de onderste lagen. 2. Zorgvuldig ruimtegebruik (met oog voor beeldkwaliteit én economie). 3. Grensoverschrijdend denken en handelen. 4. Tegengaan van verdere verstening van het buitengebied. 5. Kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit. 6. Bereikbaarheid is belangrijker dan aanwezigheid of nabijheid.
Algemeen beleidsuitgangspunt bij het toelaten van bedrijvigheid in het buitengebied is waar de functionele zonering het toelaat de agrarische sector ontwikkelingsmogelijkheden heeft, mits rekening wordt gehouden met het landschap. Een hoveniersbedrijf is volgens de Structuurvisie een “agrarisch verwant bedrijf” (begrippen pag. 138 Structuurvisie EchtSusteren 2012-2025):
Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
15
Toelichting
“een bedrijf dat is gericht op het verlenen van diensten aan agrarische bedrijven met behulp van werktuigen, en/of het leveren van dieren/goederen aan agrarische bedrijven en/of het opslaan, verwerken, vervoeren en/of verhandelen van door agrarische bedrijven afgeleverde producten. Bijvoorbeeld dierenasiels, dierenklinieken, hondenkennels, hoveniersbedrijf”.
Afbeelding 12: Fragment kaart zonering Buitengebied Structuurvisie Echt-Susteren 2012-2025 met locatie
Voor het plangebied is het principe 4 (tegengaan van verdere verstening) relevant. Volgens de kaart “Functionele Zonering van het buitengebied” van de Structuurvisie is de locatie gesitueerd op de rand van het hoogterras rond een jongere ontginningsenclave. Het doel van het ontwikkelen van het hoogterras is behoud en ontwikkeling van het karakteristieke rechtlijnige patroon van wegen en kavelgrenzen en het behoud c.q. accentuering van de steilrand. De steilrand vormt de markante overgang tussen het hoogterras en het lagere Maasterras. De gewenste ontwikkeling wordt gezien als een nieuwvestiging van een aan het buitengebied gerelateerd bedrijf in het bebouwingscluster aan de Annendaalderweg, omdat een geschikte VAB-locatie ontbreekt in de omgeving.
Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
16
Toelichting
Afbeelding 13: Zicht op bedrijfsontsluiting achterzijde Veldweg aan de Berg
De ruimtelijke uitstraling van een hoveniersbedrijf (groene sector) vertoont grote overeenkomsten met de agrarische sector. Er is veel groen op en om het bedrijfsterrein, er vindt opslag plaats van losse materialen, zoals zand, compost, grond en er worden vergelijkbare machines gebruikt, zoals tractoren en maaimachines. Met het plan wordt beoogd een hoveniersbedrijf planologisch te regelen onder nadere voorwaarden op een perceel in het buitengebied van Echt-Susteren. Het plan is passend binnen de algemene uitgangspunten van de structuurvisie. Ad. 2. Gemeentelijk KwaliteitsMenu (GKM). De provincie Limburg verlangt van de Limburgse gemeentes om uitwerking en uitvoering te geven aan het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) daar waar bepaalde ontwikkelingen leiden tot het verlies aan omgevingskwaliteit. Het LKM is uitgewerkt in een Gemeentelijk KwaliteitsMenu voor Echt-Susteren en is onderdeel van de structuurvisie. Het LKM stelt voorwaarden aan de gemeentelijke uitwerking. Deze voorwaarden zijn: ▪ De gemeente werkt het LKM als gemeentelijk beleid uit en verankert dit in de gemeentelijke structuurvisie. ▪ De gemeente respecteert de in het LKM opgenomen drempelwaarden. ▪ De gemeente maakt gebruik van een regionale kwaliteitscommissie. ▪ De gemeente rapporteert aan de provincie.
Grondprincipe van het kwaliteitsmenu is, dat bepaalde ontwikkelingen ter plaatse leiden tot verlies aan omgevingskwaliteit, hetgeen dient te worden gecompenseerd door een kwaliteit verbeterende maatregel en/of financiële bijdrage. Uit het GKM volgt dat voor de herontwikkeling van de planlocatie zowel een ruimtelijkelandschappelijke inpassing als een landschappelijke kwaliteitsverbetering geleverd moet worden. Het landschapsplan, inclusief een stedenbouwkundige schets voor de gewenste inpassing/nieuwbouw, voorziet hierin.
Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
17
Toelichting
De ontwikkeling valt binnen de categorie "Basiskwaliteit”. Dit betekent dat de nieuwe verharding en de plek waar de functiewijziging plaatsvindt goed ingepast moet worden. De minimale oppervlakte hiervoor komt overeen met 10% van de uitbreiding van het bestemmingsvlak en de oppervlakte waar de functiewijziging plaatsvindt. De landschappelijke inpassing wordt toegelicht in paragraaf 4.7. Uit het gemeentelijk principebesluit van 16 maart 2021 volgt dat voor de ontwikkeling geen GKM-bijdrage noodzakelijk is. In de anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer is de landschappelijke inpassing vastgelegd middels een voorwaardelijke verplichting.
Afbeelding 14: Ontwikkeling Annendaalderweg 71 Maria Hoop (bron: Landschappelijke inpassing Guido Paumen 16 maart 2022)
Geconcludeerd kan worden dat het voorliggende plan voldoet aan de gemeentelijk KwaliteitsMenu, zoals verankerd in de Structuurvisie Echt-Susteren 2012-2025.
Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
18
Toelichting
Ad. 3. Vigerend bestemmingsplan “Buitengebied Echt-Susteren” Het plangebied is gelegen in het vastgestelde bestemmingsplan “Buitengebied” (raadsbesluit 14 december 2017). Voor het perceel geldt de enkelbestemming “Wonen” artikel 19 en “Agrarisch met waarden - landschapswaarden “volgens artikel 4, waarbij volgens de bouwregels artikel 4.2 de gewenste bedrijvigheid niet toegestaan is. De bestaande burgerwoning is niet te combineren met de vestiging van het hoveniersbedrijf. Tevens is de aanduiding "Boringsvrije zone Roerdalslenk" van toepassing. Dit heeft geen verdere consequenties voor het planvoornemen. Een deel van de woonbestemming heeft tevens de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie” volgens artikel 25 van de regels.
Afbeelding 15: Kaartfragment verbeelding vigerend bestemmingsplan “Buitengebied ” met plekinfo
Geconcludeerd kan worden dat het plan passend is binnen de beschreven gemeentelijke beleidskaders, uitgezonderd het vigerend bestemmingsplan “Buitengebied” wegens strijdigheid voor het uitoefenen van de gewenste bedrijfsmatige activiteiten.
Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
19
Toelichting
HOOFDSTUK 4
RANDVOORWAARDEN
Voor het bepalen van de effecten van de planwijziging is het van belang na te gaan of de wijziging zal leiden tot een aantasting van de ruimtelijke structuur en van de aanwezige functies ter plaatse. De ruimtelijke gevolgen vanuit de omgeving op het project en omgekeerd staan centraal, met een toets van mogelijke belemmeringen. Voor de toekomstige situatie zal achtereenvolgens ingegaan worden op de volgende aspecten: − milieuwetgeving (bodem, geluid, luchtkwaliteit, milieuzonering/bedrijvigheid); − externe veiligheid; − waterhuishouding; − archeologie; − cultuurhistorie; − flora en fauna; − landschapswaarden; − verkeer en parkeren; − kabels en leidingen; − gemeentelijk KwaliteitsMenu 4.1.
Milieuwetgeving
4.1.1. Bodem Artikel 9 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Met uitzondering van de voorwaarden genoemd in Module 2, paragraaf 2.4.1 van de Nota Bodembeheer Limburg Noord 2020-2029 dient voor een bestemmingswijziging altijd een vooronderzoek conform NEN5725 uitgevoerd te worden. Indien uit dit vooronderzoek blijkt dat de locatie onverdacht is voor bodemverontreiniging kan de bodemkwaliteitskaart in combinatie met het vooronderzoek als bewijsmiddel dienen. Conform de richtlijnen van de NEN 5725 wordt een vooronderzoek verricht naar de gebruikshistorie en bodemopbouw van de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek NEN 5725 is uitgevoerd door Aeres Milieu BV en bekend onder rapportnummer AM21410 definitief (versie 1) d.d. 13 december 2021. Het uitgevoerde vooronderzoek is ingesloten als bijlage 1 met de volgende conclusies: ▪ gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek kan de onderzoekslocatie als “onverdacht” worden beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging.
▪ er bestaat geen aanleiding te vermoeden dat ter plaatse van de planlocaties sprake is van een bodemverontreiniging. ▪ de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (niet verdacht). ▪ de verwachte bodemkwaliteit (landbouw/natuur) vormt geen belemmering voor het beoogde gebruik (overkapping voor opslag goederen).
Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
20
Toelichting
▪ Als de bodem van de locatie op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek “onverdacht” lijkt, dan kan in principe een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 achterwege blijven. In plaats van een bodemonderzoek uit te moeten voeren kan dan gebruik gemaakt worden van de gegevens zoals vastgelegd in de bodemkwaliteitskaart van de gemeente. De resultaten van het vooronderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. 4.1.2. Geluid Wanneer in een ruimtelijk plan nieuwe geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen, in geluidzones van railtrajecten, wegen en/of industrieterreinen worden gerealiseerd, eist de Wet geluidhinder (Wgh) een akoestische onderbouwing naar de geluidbelasting op de nieuwe woning ten gevolge van de omliggende spoor- en verkeerswegen en/of gezoneerde industrieterreinen (industrielawaai). De Wgh stelt dat de geluidbelasting op de gevels van gevoelige bestemmingen niet hoger mag zijn dan de hoogst toelaatbare waarden. Kan hier niet aan worden voldaan dan is de realisatie van geluidgevoelige bestemmingen niet toegestaan. Blijft de geluidbelasting onder de voorkeursgrenswaarde, zoals gesteld in de Wgh, dan zijn er akoestisch gezien geen belemmeringen en hoeven er geen procedures gevolgd te worden.
Achtereenvolgens zal ingegaan worden op het wegverkeer, het railverkeer en industrielawaai in de omgeving van het plangebied. Wegverkeerslawaai Voor het plan wordt een bestaande burgerwoning omgezet naar een bedrijfswoning. De Wgh kent het begrip bedrijfswoning niet. Een bedrijfswoning is gewoon een woning, waarvoor het mogelijk is een hogere waarde (als nodig) te verlenen. Dit geldt natuurlijk alleen voor bedrijfswoningen die zijn gelegen in een geluidzone. In het voorliggende geval ligt de woning in de geluidzone van de Annadaalderweg die 2 rijstroken heeft en buitenstedelijk is gelegen met een zone breedte van 250 meter. Die situatie wijzigt niet. Het plan heeft geen betrekking op de realisatie van een nieuw geluidgevoelig object. Voor de bestaande woning is toetsing aan de Wgh niet aan de orde. Railverkeerslawaai Het plangebied is niet gesitueerd binnen de zone van een spoorweg, deze bevinden zich op zeer grote afstand. Industrielawaai De planlocatie is niet gelegen binnen de geluidzone van een industrieterrein. Geconcludeerd kan worden dat de planwijziging akoestisch niet belemmerd wordt.
4.1.3. Luchtkwaliteit Voor het aspect luchtkwaliteit is het van belang na te gaan of het plan gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit ter plaatse. Hoofdstuk vijf van de Wet milieubeheer vormt het kader voor de beoordeling van de luchtkwaliteit in de buitenlucht. De Wet milieubeheer (Wm) spreekt van grenswaarden en plandrempels. Grenswaarden zijn normen waaraan in een bepaald jaar voldaan dient te worden. Plandrempels zijn normen die jaarlijks strenger worden en langzaam groeien naar het nivo van de uiteindelijk te bereiken grenswaarde.
Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
21
Toelichting
De luchtkwaliteit wordt bepaald door de aanwezige stoffen in de achtergrondconcentratie, de bijdrage vanwege industriële en agrarische activiteiten en de bijdrage vanwege emissies van het verkeer. De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 (titel 5.2) van de Wet milieubeheer (Wm). Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in besluiten (AMvB's) en ministeriële regelingen. De kern van titel 5.2 Wm bestaat uit luchtkwaliteitsnormen, gebaseerd op de Europese richtlijnen Draagt een project “niet in betekenende mate” (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging dan is geen toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit nodig. Wel moet altijd sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. De uitvoeringsregels voor NIBM staan in de Algemene Maatregel van Bestuur `Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). De Regeling NIBM geeft voor specifieke projecten kwantitatieve grenzen. Zo is een nieuwbouwproject met maximaal 1500 woningen (bij 1 ontsluitingsweg) per definitie NIBM. Op basis van ervaringen in het verleden blijkt dat kleinschalige plannen vrijwel geen invloed hebben op de lokale luchtkwaliteit. Anderzijds betekent dit ook dat met kleinschalige ingrepen nauwelijks een verbetering van de lokale luchtkwaliteit te realiseren is.
Als norm is hierbij aangehouden dat plannen waarvan de invloed op de lokale luchtkwaliteit minder is dan 3% van de grenswaarde voor PM10 en NO2 als niet significant worden aangemerkt. De plannen worden niet relevant geacht voor de lokale luchtkwaliteit. Bijlage 3A van de Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een nieuwe woningbouwlocatie in ieder geval NIBM is. NIBM-grens woningbouwlocaties (voorschrift 3A.2): 3% criterium: ▪ woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg; ▪ 3.000 woningen (netto) bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Het plan voorziet niet in de realisering van een extra woning. Het plan voorziet in de vestiging van een hoveniersbedrijf met de volgende extra verkeersbewegingen: ▪ Verkeer personeel per dag 12 voertuigbewegingen; ▪ Verkeer tractoren per dag 6 voertuigbewegingen; ▪ Verkeer woning per dag 8,6 voertuigbewegingen. Zowel uit bovenstaande bijlage 3A als het invullen van de NIBM tool berekening (27 vervoersbewegingen met 22% aandeel vrachtverkeer per weekdag) blijkt dat het plan NIBM is.
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie
2022
Extra verkeer als gevolg van het plan
Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3
Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) Aandeel vrachtverkeer
22,0%
NO2 in μg/m3
0,06
PM10 in μg/m3
0,01
27
1,2
Conclusie
Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
22
Toelichting
De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig
Zodanig is het plan als niet significant aan te merken voor de lokale luchtkwaliteit. De voorgestane ontwikkeling is daarmee niet in strijd met het bepaalde in de Wet milieubeheer.
4.1.4. Milieuzonering/bedrijvigheid met geluid, geur en stof In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient nagegaan te worden of in de omgeving van het plangebied bedrijven dan wel inrichtingen aanwezig zijn die het realiseren van de woning kunnen belemmeren en andersom of de aanwezige bedrijven in de omgeving van de nieuw op te richten woning niet belemmerd worden door het plan. Het onderhavige bestemmingsplan maakt de vestiging van een hoveniersbedrijf mogelijk. Een hoveniersbedrijf met een bebouwd oppervlak groter dan 500 m² betreft een inrichting van milieucategorie 3.1, waaraan een tot gevoelige functies aan te houden richtafstand is verbonden van 50 meter. De bedrijfswoning zelf heeft geen belastende milieueffecten op functies in de omgeving van het plangebied. Milieuzonering/bedrijvigheid In het kader van een goede ruimtelijke ordening vindt afstemming van bestaande en nieuwe functies plaats door het aanhouden van zogenaamde richtafstanden. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de publicatie "Bedrijven en Milieuzonering” van de VNG (2009). Bij deze richtafstanden wordt rekening gehouden met milieuaspecten als geur-, stof en geluidhinder. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk.
Uit jurisprudentie en de genoemde VNG-publicatie blijkt dat indien geen sprake is van een rustige woonwijk, maar een gemengd gebied, de genoemde richtafstanden met één stap kunnen worden verkleind Het nieuw te vestigen bedrijf betreft een hoveniersbedrijf. De richtafstand voor een hoveniersbedrijf met een bedrijfsoppervlak > 500 m2 (plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven) bedraagt 30 meter voor geur, 10 meter voor stof en 50 meter voor geluid (milieucategorie 3.1) uitgaande van een rustige omgeving. Woonpercelen van derden zijn binnen deze richtafstanden gelegen. Ondanks dat er sprake is van een lintbebouwing in het buitengebied, is er vrij weinig agrarische bedrijvigheid en maar 1 andere horecabestemming in de omgeving die het rechtvaardigen om de situatie als gemengd gebied te typeren. Er is dus sprake van een rustige omgeving. Hoe gevoelig een gebied is voor bedrijfsactiviteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De in de bedrijvenlijst geadviseerde afstanden zijn gericht op het omgevingstype "rustige woonwijk" of een vergelijkbaar omgevingstype, zoals een “rustig buitengebied”. Op basis van de ‘grootste afstand’ tot woonbebouwing zijn de bedrijven ingedeeld in categorieën. Deze worden weergegeven in onderstaande figuur.
Milieu categorieën en richtafstanden tot een rustige woonwijk (bron: Bedrijven en milieuzonering, VNG)
Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
23
Toelichting
Gezien de ligging van het hoveniersbedrijf en het feit dat woonbestemmingen van derden binnen de richtafstanden zijn gelegen, dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening onderbouwd te worden dat de bestaande woonbestemmingen, na het realiseren van het plan, nog steeds een goed woon- en leefklimaat hebben. Dit geldt voor de aspecten geur, stof en geluid. De VNG-publicatie “Handreiking bedrijven en milieuzonering” is een instrument om na te gaan of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening in situaties waar bedrijven dicht bij woningen worden voorzien. Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van editie 2009. De VNG-publicatie geeft richtafstanden per bedrijfscategorie en omgevingstype. De afstanden worden gegeven voor een aantal milieuaspecten, met name geur, stof, geluid en gevaar. In de voorliggende situatie is sprake van omgevingstype rustig gebied. In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen aan de gegeven richtafstanden uit de VNG-publicatie voor bedrijvigheden bij rustig gebied.
De richtafstanden dienen verder te worden bepaald tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die met de in geding zijnde ruimtelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Uit tabel 2.1 blijkt dat in de voorliggende situatie het aspect geluid bepalend is. Het toetsingskader voor geluid bestaat uit een 4-tal stappen.
Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
24
Toelichting
Geluid Om de impact van het bedrijf op de omgeving te toetsen is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd door K+ Adviesgroep en bekend onder rapport “Akoestisch onderzoek BVC Boomverzorging locatie Annendaalderweg 71 in Maria Hoop” Rapportnummer: Rm210367aaA0_03 d.d. 8 december 2021. Het rapport is ingesloten als bijlage 2. De conclusies van het onderzoek zijn als volgt: ▪ Uit het akoestisch onderzoek volgt dat de gemiddelde geluidsbelasting bij de omliggende woningen zonder maatregelen voldoet aan de richtwaarden voor een goed woon- en leefklimaat. ▪ De indirecte geluidhinder vanwege de verkeersaantrekkende werking voldoet eveneens aan de normwaarden. ▪ De hoogste gevelbelasting bedraagt 45 dB(A). Deze waarde voldoet aan de richtwaarde van 45 dB(A) van stap 2 van de VNG. Voor wat betreft de langtijdgemiddelde geluidniveaus is sprake van een goed woon- en leefklimaat. ▪ De piekgeluidniveaus voldoen niet aan de richtwaarden. In de dagperiode treedt er in de tuin van de naastgelegen woning aan de Annendaalderweg 69 een overschrijding van de richtwaarde van het piekgeluidniveau op. In de avondperiode treedt in meerdere waarneempunten en in de achtertuinen een overschrijding op van het piekgeluidniveau. In de nachtperiode treedt geen overschrijding op. De conclusies van het onderzoek m.b.t.
te nemen maatregelen zijn als volgt: ▪ Om in de avondperiode te kunnen voldoen aan de richtwaarde van 65 dB(A) etmaalwaarde voor de piekgeluiden zijn 2 schermen nodig. Scherm 1 tussen de nieuwe overkapping en de werkplaats dient 3 meter en circa 8 meter lang te worden. Scherm 2 langs de perceelgrens met de woning aan de Annendaalderweg 69 dient 4 meter en circa 57 meter lang te worden, hier is de woning aan de Annendaalderweg 67 maatgevend. ▪ In overleg met de omgevingsdienst is op grond van de resultaten van hoofdstuk 5 en het bovenstaande een zogenaamde voorkeursvariant bepaald. De voorkeursvariant behelst dat scherm 1 komt te vervallen en scherm 2 ter plaatse van de erfgrens met Annendaalderweg 69 krijgt een hoogte van 2m hoog en mag reflecterend worden uitgevoerd. Met deze gegevens is een aanvullende berekening uitgevoerd. Met een scherm van 2 meter hoogte en circa 57 meter lengte langs de perceelsgrens van de woning aan de Annendaalderweg 69, en om de (sporadische) activiteiten met de tractor in de avondperiode alleen in het eerste uur van de avond tussen 19:00 en 20:00 uur toe te staan (aansluitend aan de dagperiode), waarbij een overschrijding van het piekgeluidniveau in de avondperiode van 1 à 4 dB(A), kan een aanvaardbaar situatie worden geschapen.
Voor de avonduren worden de (sporadische) activiteiten met de tractor in de avondperiode alleen in het eerste uur van de avond tussen 19:00 en 20:00 uur toegestaan, dit wordt als een maatwerkvoorschrift opgenomen in de regels van de bestemming “Bedrijf”. Het geluidscherm dient een massa te hebben van tenminste 10 kg/m2 met een bouwhoogte van 2 meter en kan bestaan uit houten overlappende delen. De overlappende houten delen dienen wel een gesloten geheel te vormen en mag geen akoestische lekken hebben. Het geluidscherm is geborgd in de regels van het bestemmingsplan onder de paragraaf “specifieke gebruiksregels” met een voorwaardelijke verplichting en vastgelegd op de verbeelding. In onderstaande afbeelding is de locatie van de maatregel (scherm 2) opgenomen.
Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
25
Toelichting
Afbeelding 16: Voorkeursvariant scherm 2 (bron: K+ Adviesgroep 8 december 2021)
Geconcludeerd kan worden dat het hoveniersbedrijf akoestisch inpasbaar is. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat in de woningen in de directe omgeving. Geur Bij de gewenste functieverandering naar hoveniersbedrijf moet worden aangetoond dat de verandering passend is voor wat betreft het milieuaspect geur. Er mogen geen negatieve effecten op de omgeving optreden qua geur. De ontwikkeling moet in de omgeving aanvaardbaar zijn, waarbij omliggende bedrijven en woningen niet mogen worden geschaad. Het gebruik van de betreffende percelen door het hoveniersbedrijf zal niet leiden tot meer en/of onevenredige geuremissies, omdat er alleen sprake is van de opslag en stalling van machines en materieel. Er vinden aldus geen activiteiten plaats die een geurbelastend effect kunnen opleveren op de directe omgeving zoals mestopslag. Mest wordt in kleine hoeveelheden, veelal verpakt in zakken, opgeslagen waardoor er geen sprake is van geuroverlast door de opslag van mest. Stof De mogelijke afvalstoffen die worden meegenomen vanuit de werklocaties door het bedrijf, al dan niet met tussenopslag op de eigen bedrijfslocatie, worden zo snel mogelijk afgevoerd, of zelf of door erkende afvalinzamelaars. De opslag van dergelijke stoffen vindt plaats aan de achterzijde van het bedrijf aan de Veldweg aan den Berg.
Hier bevinden zich geen gevoelige bestemmingen en aan de richtafstand van 10 meter voor stof wordt ruimschoots voldaan. Resumerend kan gesteld worden dat het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering vormt voor de planontwikkeling. Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
26
Toelichting
4.2.
Externe veiligheid
Beleid Bij externe veiligheid gaat het om de risico’s die samenhangen met het produceren, verwerken, opslaan en vervoeren van gevaarlijke stoffen. Deze risico’s doen zich voor rondom risicovolle inrichtingen, zoals transportassen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Hierbij dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) beoordeeld te worden op een eventuele toename als gevolg van een ruimtelijk plan. Bij het plaatsgebonden risico gaat het om de kans dat een persoon overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich voortdurend en onbeschermd in de nabijheid van de transportas bevindt. Het groepsrisico is de kans dat een groep personen overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Voor veranderingen van het groepsrisico in een invloedgebied dient een verantwoording afgelegd te worden over de wijze waarop de toelaatbaarheid van de verandering in de besluitvorming is betrokken. Het beleid voor inrichtingen (bedrijven) is vastgelegd in het “Besluit externe veiligheid inrichtingen” (Bevi) dat op 29 oktober 2004 van kracht is geworden. Dit besluit geeft grenswaarden voor nieuwe en bestaande situaties ten aanzien van het plaatsgebonden risico van inrichtingen, waarin bepaalde gevaarlijke stoffen worden gebruikt, opgeslagen of geproduceerd.
Deze grenswaarde wordt uitgedrukt in de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats buiten een inrichting zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Onder kwetsbare objecten worden bijvoorbeeld (zorg)woningen verstaan, terwijl met beperkt kwetsbare objecten wordt gedoeld op bijvoorbeeld kantoren en hotels. Het externe veiligheidsbeleid voor transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor of binnenwateren is vastgelegd in het “Besluit externe veiligheid transportroutes” en de bijbehorende Regeling externe veiligheid transportassen (verder Bevt en Revt, in werking vanaf 1 april 2015) Omgeving plangebied Ten behoeve van de planontwikkeling heeft er een inventarisatie plaatsgevonden van de risicovolle activiteiten, zoals Bevi-bedrijven, buisleidingen en transportroutes voor gevaarlijke stoffen, in of nabij het plangebied. Volgens de risicokaart van de Provincie Limburg ligt het plangebied niet binnen de invloedsgebieden van transportroutes gevaarlijke stoffen zoals wegen en buisleidingen. Het plangebied ligt eveneens niet binnen het invloedgebied van Bevi-bedrijven. Het plan is aan de Veiligheidsregio Limburg-Noord voor advies voorgelegd. Het advies is ingesloten als bijlage 3 PM.
Conclusie Vanuit het oogpunt van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen aanwezig voor de planwijziging.
Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
27
Toelichting
4.3.
Waterhuishouding
In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze in het plan rekening is gehouden met het aspect water. In bestemmingsplannen is dit een ruimtelijk relevant aspect. Algemeen beleid Op nationaal niveau is het “Nationaal waterplan” (NWP) van belang. Het NWP is het rijksplan voor het waterbeleid voor de periode 2016-2021. Het NWP richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan. Het NWP beschrijft de maatregelen die genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Bij het opstellen en uitvoeren van het waterbeleid wordt gewerkt volgens de stroomgebiedsbenadering. De wateropgaven worden beschouwd binnen een natuurlijke en geografische eenheid, waarbij bestuurlijke grenzen ondergeschikt zijn. Provinciaal beleid Voor het aan de orde zijnde plangebied geldt conform de Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) de zone buitengebied binnen het landelijk gebied. De locatie is niet gesitueerd in een waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied volgens het POL 2014. Provinciale Staten van Limburg hebben op 11 december 2015 het Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021 vastgesteld.
Onder het motto ‘Samen werken aan water’ wordt gedurende een periode van 6 jaar meer dan een half miljard euro geïnvesteerd in de ontwikkeling van een klimaatbestendig en ecologisch gezond watersysteem en een duurzame watervoorziening voor de Limburgse samenleving. Het Provinciaal Waterplan Limburg bevat de ambities, opgaven en op hoofdlijnen de maatregelen die de komende 6 jaar worden uitgevoerd. Waterschap Limburg Het plangebied is gesitueerd in het werkgebied van het voormalige Waterschap Roer en Overmaas. Per 1 januari 2017 is dit waterschap na een fusie opgegaan in het Waterschap Limburg. Beleid gemeente Echt-Susteren Het beleid van de gemeente is dat bij nieuwbouwprojecten 100% van het regenwater dat valt op bebouwing en andere oppervlakteverhardingen van de gemeentelijke riolering afgekoppeld dient te worden. Bij nieuwbouw en bij herstructurering of renovatie van bestaande bebouwing dient het regenwater binnen de grenzen van doelmatigheid maximaal afgekoppeld te worden van het riool (droogweerafvoer). In het kader van de waterhuishouding dient nagegaan te worden hoe met regenwater en afvalwater wordt omgegaan in het plangebied. Het waterschap Limburg en de gemeente EchtSusteren eisen een scheiding van beide waterstromen. Voor het regenwater is het principe: vasthouden, bergen en dan pas afvoeren.
Onderhavige planontwikkeling met de bouw van een open overkapping voorziet in een wijziging van het aantal m2 verhard//bebouwd oppervlak van circa 500 m2, waarbij er een vrijstelling van de vergunningplicht is wanneer het totaal aaneengesloten verhard oppervlak niet meer bedraagt dan 2.000 m2. Het betreft een “zogenaamd” klein plan beneden de ondergrens (toename van het verhard oppervlak minder dan 2.000 m2) en er zijn geen directe waterbelangen, zoals primair water in of nabij het plangebied en er vindt geen lozing of diepteinfiltratie plaats. Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
28
Toelichting
Ter hoogte van de geplande berging zal een recenter geplant stuk meidoornhaag worden gerooid. Het van het dak vrijkomende hemelwater zal worden afgevoerd naar de aanwezige poel en daar infiltreren.
De infiltratie-en bergingsvoorziening in het plan dient gedimensioneerd te worden bij het plan met de bouw van de overkapping met een bui van 100 mm in 24 uur. De open loods wordt enkel gebruikt voor het stallen van materiaal zonder vrijkomend afvalwater. Reparaties etc. worden in de bestaande loods uitgevoerd. Het van het dak vrijkomende hemelwater zal worden afgevoerd naar de aanwezige poel en daar infiltreren. Voor het omzetten van de burgerwoning naar bedrijfswoning zijn er geen gevolgen voor het aspect water.
Afbeelding 17: Infiltratie (bron: Landschappelijke inpassing Guido Paumen 16 maart 2022)
Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van de overkapping zal de infiltratievoorziening nader uitgewerkt worden. Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige plan geen nadelig gevolgen heeft voor het aspect water. Het plan is vanwege de beperkte omvang niet voorgelegd aan het Waterschap Limburg voor een verplichte watertoets.
Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld
29
Toelichting
4.4.
Archeologie
Archeologie Het gemeentelijk beleid is erop gericht in de grond aanwezige archeologische waarden ter plaatse te behouden. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient in kaart te worden gebracht in hoeverre archeologische waarden gevaar lopen en hoe hiermee omgegaan wordt tijdens de uitvoering van het project. De gemeente Echt-Susteren heeft op 24 februari 2011 voor het gehele grondgebied een archeologische verwachtingenkaart vastgesteld. Deze topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied bevat de archeologische monumenten en archeologische verwachtings-gebieden. Tevens bevat de kaart ondergrenzen met betrekking tot grondroerende werkzaamheden. Afhankelijk van toegekende (verwachtings-)waarden wordt hierbij aangegeven in welke gevallen archeologisch onderzoek vereist is (diepte bodemingreep en omvang plangebied). Het onderzoekskader is een kaderstellende richtlijn voor het archeoproof maken van bestemmingsplannen. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente EchtSusteren (2010) in een zone met een lage archeologische verwachting voor droge landschappen. Binnen het bestemmingsplan Buitengebied (2017) geldt de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 3” volgens artikel 25 uitsluitend voor een deel langs het bebouwingslint van de Annendaalderweg indien de omvang van de bodemingreep groter is dan 500 m².
De locatie voor de bouw van de overkapping kent geen dubbelbestemming archeologie. Geconcludeerd kan worden dat voor het aspect archeologie geen nader onderzoek noodzakelijk is. 4.5.
Cultuurhistorie
Het plangebied is niet gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht. In de nabijheid van het plangebied zijn geen rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig welke geschaad kunnen worden door de planwijziging. De cultuurhistorische landschapstypen, inclusief bijzondere cultuurhistorische ensembles, zijn in de gemeente Echt-Susteren geïnventariseerd en planologisch beschermd. Voor het plangebied is dit niet van toepassing. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect cultuurhistorie er geen belemmeringen aanwezig zijn voor de planwijziging. 4.6.
Flora en fauna
Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse van het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming, soortenbescherming (flora en fauna) en bescherming van houtopstanden. Inzichtelijk moet gemaakt worden of door de geplande ontwikkeling negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde gebieden en soorten en wordt aangegeven welke stappen doorlopen dienen te worden als natuurwaarden mogelijk in het geding komen. Het plan dient derhalve getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming (Wn) en het provinciale gebiedsbeschermingsregime in de Omgevingsverordening Limburg 2021. Voor het plan is een QuickScan flora en fauna uitgevoerd door BNL-advies d.d. 2 december 2021 zie bijlage 4.
Adviesbureau Theelen Bestemmingsplan “Annendaalderweg 71 te Maria Hoop” NL.IMRO.1711.BP20210077-VG01 Status: Vastgesteld