CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Politieke Avond 22 september 2021, gemeente Duiven30.871 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

1

BRO, Ruimtelijk-functionele analyse en laddertoets Fresh & Fast, rapportnummer P001097, d.d. 20 februari 2019.

Hoofdstuk 3

17

venterreinen uit de Integrale Visiekaart Stadsregio Arnhem Nijmegen een groene kop aan de IJsselzijde met regionale identiteit. De heuvel kan ook zorgen voor een grotere samenhang tussen ontwikkelingen op het grondgebied van de gemeente Westervoort en die van de gemeente Duiven. Het door de gemeente Duiven te ontwikkelen bedrijventerrein Seingraaf kan gezien worden als een werklandschap dat qua sfeer aansluit op de groene uitstraling van de heuvel. Hiermee wordt Seingraaf een overgangsgebied tussen de Heuvel van Westervoort en de uiterwaarden enerzijds en het min of meer reguliere bedrijventerrein Centerpoort Nieuwgraaf anderzijds. (…) Door de heuvel centraal te stellen in het plan voor Seingraaf, kan er eenheid gecreëerd worden in het gebied. Als de bebouwing op de heuvel georiënteerd wordt en er tussen de gebouwen voldoende ruimte vrij wordt gehouden, kan het gebied zijn groene uitstraling behouden en kunnen enkele zichtlijnen op de heuvel gemaakt worden. Een toegangspad naar de heuvel vanaf de Driegaardensestraat stelt ook de medewerkers van de toekomstige bedrijven in staat om de heuvel als uitloopgebied te gebruiken.”

Figuur 3.2: Masterplan Westervoort-Noord

Doorwerking plangebied De ontwikkeling van Fresh & Fast sluit goed aan bij de mogelijkheden, kansen en belemmeringen voor ontwikkelingen, zoals omschreven in het Masterplan Westervoort-Noord.

3.6 Gemeentelijk beleid 3.6.1 Structuurvisie Duiven 2015 Op 28 september 2015 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Duiven 2015 vastgesteld. De structuurvisie is - daags na publicatie - op 22 oktober 2015 in werking getreden. In deze structuurvisie wordt de visie op perifere detailhandel als volgt geformuleerd. Naast het Regionaal Programma Bedrijventerreinen (RPB) is het Regionaal Programma Detailhandel (RPD) opgesteld (inmiddels vervangen door het Regionaal Programma Werklocaties, RPW). Hierin is

Hoofdstuk 3

18

een belangrijk onderdeel van het beleid uit de gemeentelijke detailhandelsnota 2012 geborgd, namelijk dat de gemeente Duiven het thema “wonen/in-en-om-het-huis” verder uit kan rollen op Centerpoort-Nieuwgraaf binnen een concentratiegebied. Doorwerking plangebied Specifiek beleid voor horeca en leisure is op dit moment niet aanwezig in de gemeente Duiven en/of de regio. 3.6.2 Detailhandelsnota Op 2 juli 2012 heeft de gemeenteraad van Duiven de Detailhandelsnota gemeente Duiven vastgesteld. De Detailhandelsnota is tot stand gekomen in samenspraak met lokale ondernemersvertegenwoordigers en de (voormalige) Stadsregio Arnhem-Nijmegen. Zoals gezegd is er op dit moment geen specifiek beleid voor horeca en leisure in de gemeente Duiven en/of de regio. Momenteel wordt er binnen de gemeente Duiven wel gewerkt aan een centrumvisie voor Duiven-Centrum; hier zijn horeca en leisure onderdeel van.

Hoofdstuk 3

19

4.

LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING 4.1 Algemeen In het kader van de planologische procedure moet de beoogde ontwikkeling worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6. lid 2 Bro; hierna: “de ladder”). De tekst van de ladder luidt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” De locatie van de beoogde ontwikkeling heeft de bestemming bedrijventerrein in bestemmingsplan Bedrijventerrein Seingraaf (vastgesteld 2 juli 2012). Daarmee bevindt de locatie zich binnen bestaand stedelijk gebied. Daarom concentreert het ladderonderzoek zich op de behoefte aan de ontwikkeling binnen het relevante verzorgingsgebied. Relevant bij de toepassing van de ladder is dat aandacht besteed wordt aan de leegstand van (leisure- en horeca)vastgoed. Heeft het initiatief geen onaanvaardbare effecten op de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving in het algemeen? Bij dit laatste gaat het in het bijzonder ook om de invloed van (structurele) leegstand.

Uit de jurisprudentie komt naar voren dat hierbij met name de gevolgen voor het woon-, leef- en ondernemersklimaat van belang zijn. Voor het totale horecaprogramma is circa 2.750 m² bvo nodig (inclusief verdiepingen). Voor wat betreft het Leisureprogramma wordt een gebouw voorzien van circa 1.465 m2 bvo, met deels ondersteunende horeca2. Binnen het leisuregebouw kunnen de volgende (alternatieve) activiteiten centraal staan: klimwanden, jumpen, soccer-inside (indoorvoetbal), fitness, glow-golf, bowlen, etc., kortom sportgerelateerde activiteiten/bestemmingen. In relatie hiermee is uitgegaan van de categorie ‘in-doorleisure’. Wat betreft het tankstation is de initiatiefnemer voornemens om naast de verkoop van traditionele brandstoffen ook duurzame brandstoffen aan te bieden.

4.2 Behoefteonderzoek horeca, indoor-leisure en tankstation Voor deze drie hoofdfuncties is de ladder toegepast: - Horeca - Indoor-leisure (met ondersteunende horeca) - Tankstation 4.2.1 Behoefte aan horeca 

Horecaclusters van fastservice- en fast casual-restaurants op perifere locaties passen binnen de landelijke horecatrends. Dergelijke clusters vestigen zich steeds vaker langs snelwegen of in de buurt van perifere locaties als woonboulevards zoals langs de A4 in Hoofddorp. Een perifeer horecacluster nabij Centerpoort-Nieuwgraaf zoals Fresh & Fast zou profiteren van zowel de passanten van de A12 als de bezoekers van de perifere locatie en zou het verblijfsklimaat verbeteren.

2

In de Ladder is gerekend met het destijds voorgenomen programma, dat omvangrijker was dan het huidig programma, nl. voor het totale horecaprogramma circa 3.150 m² bvo (inclusief verdiepingen) en voor het leisureprogramma circa 2.500 tot 2.800 m2 bvo, met deels ondersteunende horeca.

Hoofdstuk 4

20

 

De beoogde horecafuncties hebben een positieve wisselwerking met de groene heuvel en het recreatieve gebied Rivierklimaatpark IJsselpoort. Een deel van de inkomsten van de beoogde horeca zal afkomstig zijn van recreatieve bezoekers van Rivierklimaatpark IJsselpoort. Het horeca-aanbod in het verzorgingsgebied en Duiven in het bijzonder blijft achter bij het landelijk gemiddelde. Dit kan een indicatie zijn voor marktruimte voor de toevoeging van nieuwe horeca. Op het niveau van het totale verzorgingsgebied is er marktruimte voor (globaal en indicatief) circa 70 tot 77 nieuwe horecazaken. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een kwantitatieve behoefte aan het aanbod zoals wordt beoogd binnen het Fresh & Fast-concept. Uit het genoemde eerdere onderzoek voor de gemeente Duiven is gebleken dat er marktruimte is voor circa 5-6 horecazaken op gemeenteniveau. Met de nieuwe berekening gebaseerd op de recentste ontwikkelingen in dit rapport waarin rekening is gehouden met Fresh & Fast komt het resultaat uit op 14 zaken. Dit betekent dat ook na toevoeging van de beoogde horeca op Fresh & Fast voldoende omzet te behalen blijft voor de horeca in Duiven. Daarom kan aangenomen worden dat de horeca-ontwikkelingen op Seingraaf aansluitend aan Centerpoort-Nieuwgraaf niet ten koste zullen gaan van het centrum van Duiven.

Het reeds bestaande horeca-aanbod op Centerpoort-Nieuwgraaf e.o. (Intratuin e.o.) heeft primair een ondersteunende functie. Bezoekers combineren graag een dagje winkelen met horeca, zowel om te lunchen als te dineren. Hier zijn reeds enkele mogelijkheden voor (onder andere McDonald’s, een wereldrestaurant, het restaurant bij IKEA, de horeca bij Intratuin en de horeca bij Loods 5. Door Fresh & Fast nemen de keuzemogelijkheden in het gebied toe en neemt de autonome aantrekkingskracht bovendien toe. Verder zullen effecten beperkter zijn, omdat: - Woonboulevard Centerpoort-Nieuwgraaf bezoekers trekt uit een gebied dat groter is dan het verzorgingsgebied. Daardoor mag aangenomen worden dat een deel van de omzet van de beoogde horeca afkomstig zal zijn van bezoekers buiten het verzorgingsgebied. - Anderzijds zal een deel van de omzet van de beoogde horeca afkomstig zijn van autopassanten van de A12 en recreanten/toeristen. Het is aannemelijk dat deze doelgroepen niet allen afkomstig zijn uit het verzorgingsgebied. - Het horeca-aanbod binnen Fresh & Fast is qua aard, omvang en bezoekmotief complementair aan het bestaande aanbod in Duiven en het verzorgingsgebied. Het is daardoor eerder een verrijking van de keuzemogelijkheden voor de consument dan een bedreiging voor het bestaande aanbod.

4.2.2 Behoefte aan indoor leisure In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is door BRO een ruimtelijk functionele effectenanalyse opgesteld met betrekking tot horeca en leisure3, en door Bureau Starline met betrekking tot het tankstation4. Onderstaand wordt kort ingegaan op de conclusies. Voor meer informatie wordt verwezen naar het volledige rapport. 

 3 4

De ontwikkeling speelt in op de onmiskenbare trend van gecombineerde vestiging van (grootschalige) leisurefuncties op goed bereikbare locaties per auto, in regio’s met voldoende vraagpotentieel. Vanuit de consumentenbehoefte bestaat daarbij een voorkeur voor locaties waar ook detailhandel en horeca wordt aangeboden (combinatiebezoek). Leisurefuncties vestigen zich graag op perifere locaties om diverse redenen: BRO, Ruimtelijk-functionele analyse en laddertoets Fresh & Fast, rapportnummer P01097, d.d. 20 februari 2019. Bureau Starline, Distributief Planologisch Onderzoek Tanklocatie ‘Fresh & Fast Duiven, Project 2181226 d.d. 19 februari 2019.

Hoofdstuk 4

21

-

 

Enerzijds is een goede autobereikbaarheid belangrijk voor de meeste leisurefuncties, ook omdat ze veelal een groot verzorgingsgebied hebben. - Anderzijds vanwege de grote (toenemende) ruimtebehoefte voor zowel de functie zelf als parkeren. Om die reden zijn centra doorgaans minder geschikt als vestigingslocatie. Het leisureaanbod in de regio en in Duiven in het bijzonder blijft achter bij het landelijk gemiddelde. Dit is een indicatie voor behoefte of marktruimte in de regio. Omdat er behoefte is, behouden leisurebedrijven in de regio en in Duiven voldoende omzet voor een economisch duurzaam functioneren, gegeven goed ondernemerschap. Dit geldt zeker voor concepten die onderscheidend zijn. Hierdoor is extra leegstand van leisurebedrijven door de onderhavige ontwikkeling niet te verwachten. De beoogde leisurefuncties hebben een sterke relatie met het huidige winkelaanbod op Centerpoort-Nieuwgraaf en de beoogde horecabedrijven op locatie Seingraaf. Ze versterken de wervingskracht van en het verblijfsklimaat op de woonboulevard. Winkelgebied Centerpoort-Nieuwgraaf trekt bezoekers uit een zeer groot gebied. Dit verlaagt de druk op soortgelijke leisurefuncties in het verzorgingsgebied en daarbuiten.

4.2.3 Behoefte aan een tankstation In deze paragraaf zijn de belangrijkste conclusies ten aanzien van de vestiging van een motorbrandstoffenverkooppunt (tankstation) weergegeven. De conclusies in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op het rapport Distributief planologisch onderzoek – Quick Scan tanklocatie Fresh & Fast Duiven (19 februari 2019), dat is uitgevoerd door Bureau Starline. Dit bureau is gespecialiseerd in markt- en distributieplanologisch onderzoek naar tankstations. Het onderzoek is opgenomen in de bijlage. Kwantitatieve behoefte  Hoewel het merendeel van het te verwachten volume motorbrandstoffen op de onderzoekslocatie afkomstig zal zijn van buiten het onderzochte directe en indirecte marktgebied, is ten behoeve van de ladder voor duurzame verstedelijking ook onderzocht welk effect de onderzoekslocatie op de meest nabijgelegen tankstations heeft. In de marktconfrontatie is daarbij uitsluitend ingegaan op de lokale markt en is de - naar verwachting hoge - toevloeiing van buiten het onderzochte marktgebied niet meegerekend.  Op basis van de confrontatie tussen vraag en aanbod in de markt van motorbrandstoffen binnen het onderzochte marktgebied van de onderzoekslocatie in Duiven-Seingraaf, mag geconcludeerd worden dat de markt 2018 in kwantitatieve zin een vraagoverschot heeft van 2 miljoen liter op jaarbasis.

Inclusief de komst van de onderzoekslocatie zou het netto vraagoverschot anno 2018 afnemen naar een vraagoverschot van ca. 1,5 miljoen liter op jaarbasis. Gebaseerd op de bevolkingsprognoses voor het directe marktgebied zal tot aan 2030 het vraagoverschot inclusief onderzoekslocatie afnemen tot ca. 720.000 liter op jaarbasis in 2030.  In de berekeningen van de marktconfrontatie is dus nog geen rekening gehouden met de sterk verkeersaantrekkende werking van het bedrijvengebied Centerpoort Nieuwgraaf (waar plangebied Seingraaf met de onderzoekslocatie tegenaan ligt). Toevloeiing vindt met name plaats vanuit de wijde regio, de A12 en Duitsland. Met name het op Centerpoort Nieuwgraaf gevestigde Makro tankstation en de onderzoekslocatie zijn hoofdzakelijk gericht op de bezoekers van dit bedrijvengebied. Echter niet alleen de Makro en de onderzoekslocatie trekken volume van bezoekers van buiten het directe marktgebied, ook de overige onderzochte tankstations binnen het directe en indirecte marktgebied van de onderzoekslocatie zullen nu reeds al in meer of mindere mate profiteren van de grote bezoekersaantallen op Centerpoort Nieuwgraaf. Dit positieve volume-effect (als gevolg van toevloeiing van buitenaf) is dus niet in de markt confrontatie opgenomen.

Hoofdstuk 4

22

Geconcludeerd wordt dan ook dat de levensvatbaarheid van de reeds aanwezige tankstations binnen het onderzochte directe en indirecte marktgebied van de onderzoekslocatie op geen enkele wijze in onevenredige mate wordt aangetast door de vestiging van een tankstation op de onderzoekslocatie. Dit betekent dat er geen sprake zal zijn van onaanvaardbare effecten op bestaande aanbieders in het directe en indirecte marktgebied. Daar komt bij dat het nieuwe tankstation voor een belangrijk deel zal functioneren op toevloeiing uit een groot gebied (buiten het directe en indirecte marktgebied). Dit betekent dat de omzeteffecten zich zullen spreiden over vele aanbieders, waardoor het effect per aanbieder zeer beperkt blijft.

Kwalitatieve behoefte  In kwalitatieve zin voorziet het planinitiatief van het tankstation in een behoefte. Omdat bezoekers aan Centerpoort-Nieuwgraaf en Fresh & Fast primair met de auto zullen komen, kan het bezoek aan winkels, horeca en leisure gecombineerd worden met een tankbeurt. Dit levert voor de consument gemak op. Het tankstation bij de Makro voorziet ook al in deze behoefte, maar door een nieuw tankstation aan de rand van het gebied ontstaan voor de consument meer keuzemogelijkheden.  In kwalitatieve zin is met de komst van een tankstation op de onderzoekslocatie geen sprake van een duurzame ontwrichting in de markt. Met uitzondering van de Makro zijn alle overige onderzochte tankstations binnen het directe marktgebied qua ligging hoofdzakelijk gericht op de plaatselijke bevolking. Zowel de tankstations in Westervoort als die in Duiven liggen gunstiger bereikbaar voor de lokale bevolking dan de onderzoekslocatie.  Het aanbod in duurzame motorbrandstoffen zoals CNG en waterstof daarentegen is nog niet vertegenwoordigd binnen de particuliere en kleine bedrijfswagensector van het directe marktgebied van de onderzoekslocatie. Om groene duurzame motorbrandstoffen te tanken moeten mensen vooralsnog naar Arnhem uitwijken, dat qua infrastructuur en verkeersdrukte lastig bereikbaar is zowel vanuit het directe marktgebied als vanaf de A12.

Het planinitiatief voorziet in deze behoefte. Voor vrachtverkeer worden binnen het directe marktgebied al wel duurzame brandstoffen aangeboden.  Naast de mogelijkheden om op de onderzoekslocatie groen gas of CNG aan te bieden (afhankelijk van wie er zich uiteindelijk gaat vestigen), wordt binnen het Fresh & Fast-concept tevens de mogelijkheid voor snelladen aangeboden tijdens een bezoek aan de onderzoekslocatie. Dit voorziet ook in een behoefte. Eindconclusie Uit de marktberekening blijkt dat vraag en aanbod in de tankstationbranche momenteel in evenwicht zijn. Door het toevoegen van een tankstation op de planlocatie ontstaat een beperkt overschot, maar dit zal niet leiden tot onaanvaardbare effecten op bestaande aanbieders. Bovendien is in de berekening geen rekening gehouden met een (forse) toevloeiing van verder weg. Op basis van de herkomst van bezoekers aan Centerpoort-Nieuwgraaf (zie bijlage 2) moet verwacht worden dat de toevloeiing voor het tankstation groot is. Dit betekent dat eventuele omzeteffecten zich ook zullen spreiden over een zeer groot gebied. De beoogde ontwikkeling voorziet primair in een kwalitatieve behoefte, omdat wordt ingespeeld op combinatiebezoek, meer keuzemogelijkheden voor de consument en duurzaam tanken.

Hoofdstuk 4

23

4.3 Conclusies en toepassing ladder 4.3.1 Algemeen De locatie van de beoogde ontwikkeling heeft de bestemming bedrijventerrein in bestemmingsplan Bedrijventerrein Seingraaf (vastgesteld 2 juli 2012). Daarmee bevindt de locatie zich binnen bestaand stedelijk gebied. Het onderzoek heeft zich daarom vooral geconcentreerd op de behoefte aan de ontwikkeling binnen het relevante verzorgingsgebied. Relevant bij de toepassing van de ladder is dat aandacht besteed wordt aan de leegstand van (leisure- en horeca)vastgoed en beantwoording van de vraag of het initiatief geen onaanvaardbare effecten heeft op de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving in het algemeen. Bij dit laatste gaat het in het bijzonder ook om de invloed van (structurele) leegstand. Uit de jurisprudentie komt naar voren dat hierbij met name de gevolgen voor het woon-, leef- en ondernemersklimaat van belang zijn. Het beoogde leisure- en horecaconcept Fresh & Fast is om de volgende redenen een positieve ontwikkeling voor zowel de gemeente Duiven als het algehele verzorgingsgebied:  Het verzorgingsgebied heeft een benedengemiddelde omvang van het leisure- en horeca-aanbod ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Dit kan een indicatie zijn voor marktruimte voor nieuwe ontwikkelingen.  Het beoogde leisure- en horecaconcept voegt een nieuw element toe aan Centerpoort-Nieuwgraaf.

De toevoeging hiervan aan Centerpoort-Nieuwgraaf versterkt het verblijfsklimaat en de recreatieve functie van Centerpoort-Nieuwgraaf. De leisurefuncties zijn functies die tot op heden ontbreken op Centerpoort-Nieuwgraaf, maar vanuit landelijke trends wel steeds belangrijker worden voor het functioneren van dergelijke grootschalige winkelgebieden.  Het toevoegen van het beoogde concept kan combinatiebezoeken mogelijk maken tussen zowel de horeca-, leisure- als winkelfuncties. Hiermee hebben de toe te voegen functies synergie met het huidige aanbod en wordt het gebied als geheel in kwalitatieve zin versterkt. 4.3.2 Ladder duurzame verstedelijking Hiervoor is de vraag gesteld in hoeverre het initiatief past binnen de Ladder voor duurzame verstedelijking. Onderstaand is deze vraag beantwoord aan de hand van de toetsingsaspecten van de ladder: de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte en de aanvaardbaarheid van de effecten. Kwantitatieve behoefte Er bestaat voldoende kwantitatieve behoefte aan horeca, indoor leisure en het tankstation in het relevante verzorgingsgebied. Een voorwaarde hierbij is dat op de locatie Centerpoort-Nieuwgraaf ingespeeld wordt op de behoefte aan horeca en vermaak van bezoekers/consumenten in dat gebied. Hierbij is het volgende van belang.  Het horeca- en leisureaanbod in de regio en in Duiven in het bijzonder blijft achter bij het landelijk gemiddelde.

Dit is een indicatie voor marktruimte.  Op het niveau van het totale verzorgingsgebied is er marktruimte voor (globaal en indicatief) circa 70 tot 77 nieuwe horecazaken. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een kwantitatieve behoefte voor het aanbod zoals wordt beoogd binnen het Fresh & Fast-concept.  Uit het genoemde eerdere onderzoek voor de gemeente Duiven is gebleken dat er marktruimte is voor circa 5-6 horecazaken op gemeenteniveau. Met de nieuwe berekening in dit rapport, gebaseerd op de huidige omstandigheden, waarin rekening is gehouden met Fresh & Fast komt het resultaat uit op 14 zaken. Dit betekent dat ook na toevoeging van de beoogde horeca op Fresh &

Hoofdstuk 4

24

Fast voldoende omzet te behalen blijft voor de horeca in Duiven. Daarom kan aangenomen worden dat de horeca-ontwikkelingen op Seingraaf aansluitend aan Centerpoort-Nieuwgraaf niet ten koste zullen gaan van het centrum van Duiven. Kwalitatieve behoefte De beoogde ontwikkeling voorziet in een kwalitatieve behoefte. Het volgende is hierbij van belang:  In ruimtelijk-functioneel opzicht heeft het plangebied goede potenties als concentratie voor moderne, doelgericht bezochte horeca, die in hoge mate gericht is op verkeer op de A12 en Centerpoort-Nieuwgraaf. Dit geldt zeker in combinatie met de reeds gevestigde McDonald’s aan de overzijde van de planlocatie. Het beoogde, moderne horecaconcept bestaat uit een clustering van diverse horecazaken met de nadruk op casual dining en fast casual. De primaire doelgroep zijn bezoekers van Centerpoort-Nieuwgraaf en het Rivierklimaatpark, de leisurefuncties en passanten over de A12.  Het voorliggende initiatief speelt in op de toenemende behoefte van consumenten aan een ‘efficiënte’, prijsvriendelijke en voedzame maaltijd of ‘tussendoortje’ op een goed bereikbare locatie. De beoogde herontwikkeling voldoet met het aangeboden productconcept goed aan deze trend. Functioneel gezien heeft de consument door de combinatie van casual dining en fast casual restaurants een brede keuze.

Het horeca-aanbod zal door de (ruimtelijke) opzet en uitstraling bijdragen aan de eisen van een aantrekkelijk horecacluster met voldoende ruimtelijke kwaliteit.  Vanuit kwalitatief perspectief levert het nieuwe horecacluster een bijdrage aan een sterkere verzorgingsfunctie voor de regionale bevolking en voorziet het daarmee in de huidige en toekomstige behoefte.  Een belangrijke kernkwaliteit van Centerpoort-Nieuwgraaf en locatie Seingraaf is de uitstekende bereikbaarheid per auto en het functionele (doelgerichte) karakter. Hiermee onderscheidt de beoogde ontwikkeling zich nadrukkelijk van het Arnhemse en Duivense centrum en is ze dan ook complementair hieraan. Voor een belangrijk deel worden nieuwe doelgroepen aangetrokken, waaronder ‘toevallige’ passanten over de A12.  De ontwikkeling speelt goed in op de trends in de leisure- en horecasector. Aanvaardbaarheid effecten De eventuele leegstandseffecten als gevolg van de ontwikkeling zijn aanvaardbaar voor het woon-, leef- en ondernemersklimaat. Het is evenwel nooit volledig uit te sluiten dat bestaande aanbieders effecten ondervinden van nieuwkomers in hun branche. Het verplicht hen tot een kritische blik op hun eigen productconcept, doelgroepen en marketing, wat soms kan noodzaken tot (extra) investeren. Dit laatste kan overigens worden beschouwd als een gebruikelijke voorwaarde voor goed ondernemerschap.

 De belangrijkste horecabestemming is en blijft de Arnhemse binnenstad, waar (anders dan bij het beoogde horecaconcept) de ‘totaalbeleving’ en de uitermate veelzijdige synergie tussen functies (horeca in alle marktsegmenten, leisure, retail, cultuur, uitgaan, evenementen, etc.) centraal staan. Het verzorgingsgebied van de binnenstad is bovenregionaal, de gemiddelde verblijfsduur lang en bezoekmotieven zijn vooral recreatief van aard.  Het centrum van Duiven zal eveneens een belangrijke horecabestemming blijven waar de ‘totaalbeleving’ en de synergie tussen functies centraal staan. Het verzorgingsgebied van het Duivense centrum is lokaal (en daarom anders dan het bovenregionale verzorgingsgebied van CenterpoortNieuwgraaf). Bovendien blijkt er marktruimte beschikbaar in het centrum van Duiven voor nieuw horeca-aanbod.

Hoofdstuk 4

25

4.4 Resumé Op basis van het onderzoek voorziet de ontwikkeling van Fresh & Fast duidelijk in zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve behoefte. Er is zowel in het verzorgingsgebied als in de gemeente Duiven marktruimte voor horeca, leisure en een tankstation berekend, wat betekent dat er ruimte is voor uitbreiding van onderscheidend aanbod, zoals wordt beoogd binnen Fresh & Fast. Ook blijft er ruim voldoende marktruimte over voor nieuwe horeca in het centrum van Duiven. Fresh & Fast zal bijdragen aan een hoogwaardig verblijfsklimaat, wat positief en noodzakelijk is voor de bezoekers aan winkelgebied Centerpoort-Nieuwgraaf, autopassanten en recreanten/toeristen. Onaanvaardbare effecten op de consumentenverzorging, de voorzieningenstructuur, de leegstand en in het verlengde daarvan het woon-, leef- en ondernemersklimaat zijn niet te verwachten.

Hoofdstuk 4

26

5.

OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.

5.1 Verkeer 5.1.1 Toetsingskader Direct aan het bedrijventerrein Centerpoort Nieuwgraaf (in het vervolg te noemen Nieuwgraaf) grenst het bedrijventerrein Seingraaf. Op dit bedrijventerrein is een concreet plan voor de ontwikkeling van het project ‘Fresh & Fast’. Dit project bestaat uit de realisatie van horeca, Leisure en een tankstation. Het succes van de voorgenomen planontwikkeling is voor een belangrijk deel afhankelijk van een goede bereikbaarheid van het gebied. Het gaat dan zowel om een vlotte verkeersafwikkeling in het plangebied zelf als ook om een zorgvuldige bereikbaarheid vanuit de A12 en Centerpoort-Nieuwgraaf naar het plangebied. Naast een goede bereikbaarheid is het tevens van belang dat de werknemers en bezoekers hun auto op een goede manier kunnen parkeren. De auto is het belangrijkste vervoermiddel naar de beoogde voorzieningen van Fresh & Fast. Echter, een deel van de werknemers en bezoekers zal per fiets naar het gebied komen. Ook zij moeten veilig en vlot de voorzieningen kunnen bereiken en daarnaast ook hun fiets kunnen stallen. De voorgenomen ontwikkeling is daartoe op de volgende aspecten getoetst: De verkeersafwikkeling in het plangebied zelf als ook op het aansluitende wegennet dient robuust te zijn.

Op basis van verliestijden en wachtrijlengtes is de doorstroming op aanliggende kruispunten getoetst; Fietsers moeten het plangebied zonder onevenredig grote omrijdafstanden kunnen bereiken over veilig ingerichte fietsinfrastructuur; Het aanbod aan parkeerplaatsen voor het autoverkeer moet minimaal overeenkomen met de parkeervraag zoals berekend wordt met de parkeernormen uit de Parkeernormennota Duiven 2018; Het aanbod aan fietsparkeerplaatsen dient minimaal overeen te komen met de vraag naar stallingsvoorzieningen zoals berekend wordt met de fietsparkeernormen uit de Parkeernormennota Duiven 2018. 5.1.2 Onderzoeken: MetGraumans en Movares Beschrijving huidige verkeerssituatie Het plangebied Fresh & Fast maakt onderdeel uit van het bedrijventerrein Seingraaf. In tegenstelling tot het bedrijventerrein Centerpoort-Nieuwgraaf is er op Seingraaf nog veel ruimte beschikbaar voor nieuwe voorzieningen. Het plangebied wordt ontsloten via de Driegaardensestraat en aansluitend de Rivierweg. De Rivierweg is reeds ingericht voor het verwerken van grote hoeveelheden verkeer van en naar de A12. Met de komst van Fresh & Fast zal de verkeersdruk richting de A12 verder toenemen. Daarnaast mag verwacht worden dat er ook in grote mate uitwisseling van verkeer is tussen het PDV-cluster op Centerpoort-Nieuwgraaf en het plangebied Fresh & Fast.

Seingraaf, Nieuwgraaf en InnoFase zijn voor hun bereikbaarheid allen afhankelijk van een goede verkeersafwikkeling op de Rivierweg. In het recente verleden zijn op de Rivierweg en een deel van Centerpoort-Nieuwgraaf capaciteitsverruimende maatregelen getroffen, waardoor de doorstroming voor het gemotoriseerd verkeer

Hoofdstuk 5

27

sterk is verbeterd. In de huidige situatie is de bereikbaarheid van de bedrijventerreinen voor het gemotoriseerde verkeer goed.

Figuur 5.1: Ligging plangebied Fresh en Fast in wegennetwerk

Openbaar vervoer Het plangebied is ook bereikbaar met het openbaar vervoer. Op de Rivierweg stopt de bus die rijdt van Arnhem naar Doesburg, via Centerpoort-Nieuwgraaf. De concentratie van de bedrijventerreinen langs de A12 is opgenomen in een openbaar vervoernetwerk. Langzaam verkeer Voor fietsers is het terrein toegankelijk vanaf verschillende plekken (o.a. vanaf de Rivierweg). Komende vanaf de N338 (vanaf Lathum onder de A12 door) ligt, langs de Rivierweg aan de zijde van Seingraaf, een fietspad in twee richtingen tot aan de Driegaardensestraat. Vanaf de Driegaardensestraat richting Hamersestraat (Westervoort) gaat dit over op een fietspad aan twee zijden van de weg. Voetgangers kunnen het terrein bereiken via de Rivierweg, Driegaardensestraat en vanaf het natuuren recreatiegebied aan de westzijde. Prognose toekomstig verkeer (MetGraumans) Om de kwaliteit van de verkeersafwikkeling te kunnen beoordelen is een prognose gemaakt van de toekomstige verkeersstromen in het gebied5. Daarbij zijn de volgende onderzoekstappen doorlopen: Vastleggen huidige verkeersstromen op basis van tellingen; Berekenen van het extra aantal autoritten (verkeersgeneratie) als gevolg van de nieuwe ontwikkeling en de autonome groei van de mobiliteit; Toedelen van het nieuwe verkeer aan het netwerk van wegen; Beoordelen kwaliteit toekomstige verkeersafwikkeling.

Verkeersgeneratie Met behulp van de CROW kencijfers (publicatie 381 - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) voor verkeersgeneratie is de verkeersgeneratie van de ontwikkeling bepaald.

5

Met Graumans, Verkeerseffecten ontwikkeling ‘Fresh & Fast Duiven, 17 december 2019, bijlage 2.

Hoofdstuk 5

28

Functie

Fast Food

Verkeersgeneratie nieuwe functies Fresh &Fast Kengetal, werkdag Verkeersgeneratie ritten/etmaal (aankomsten en vertrekken) Omvang (m2) Verkeersgeneratie Werkdag Zaterdag en (ritten/100 m2 zondag b.v.o.) 1.375

288,0

3.960

5.148

Restaurant

1.375

48,0

660

858

Tankstation

600.000 liter/jaar

200

260

Leisure

1.900

Totaal

6,8

130

168

4.950

6.434

Figuur 5.2 Verkeergeneratie nieuwe functies Fresh & Fast

De verwachte verkeerstoename van de nieuwe functie bedraagt daarmee 4.950 ritten per etmaal op een werkdag en circa 6.450 ritten per etmaal op een weekenddag. De ontwikkelingen in het plangebied Fresh & Fast staan echter niet op zichzelf. Ook de overige ontwikkelingen op Seingraaf (Handelsplaats) en Centerpoort-Nieuwgraaf (Hornbach, Loods 5, etc.) leiden tot extra verkeersdruk welke in het gebied moet worden opgevangen. In totaal zorgen alle nieuwe ontwikkelingen voor een gezamenlijke verkeersgeneratie van circa 15.000 ritten op een werkdag en 19.500 ritten op een weekenddag. Nieuw en combiverkeer Voor het berekenen van de hoeveelheid extra verkeer is onderscheid gemaakt in ‘nieuw verkeer’ en ‘combiverkeer’. Nieuw verkeer is het deel van de verkeersgeneratie van een nieuwe functie dat vóór het realiseren van de nieuwe functie nog niet aanwezig was. Het resterende deel, het combiverkeer, is verkeer dat nu al aanwezig is in het gebied en in de toekomst een bezoek aan de bestaande functies combineert met een bezoek aan één of meerdere nieuwe functies in het plangebied van Fresh & Fast. Het combiverkeer is geen extra verkeer dat het gebied Seingraaf-Nieuwgraaf inkomt en verlaat. Het combiverkeer gaat wel de aansluiting Driegaardenstraat - Rivierweg op een andere wijze extra belasten.

Combi-verkeer dat Centerpoort-Nieuwgraaf verlaat richting A12 maakt eerst nog een tussenstop op Handelsplaats of Fresh & Fast. In plaats vanaf Nieuwgraaf direct rechtsaf te rijden, wordt eerst het kruispunt rechtdoor overgestoken en vervolgens vanaf de Driegaardenstraat linksaf verlaten. Rekening houdend met het onderscheid ‘nieuw verkeer’ en ‘combiverkeer’ ziet de verkeerstoename als gevolg van de functies van Fresh & Fast er als volgt uit (zie ook figuur 5.3): Werkdagen: combiverkeer 3.860 motorvoertuigen per etmaal nieuw verkeer 1.090 motorvoertuigen per etmaal Weekenddagen: combiverkeer: 5.010 motorvoertuigen per etmaal nieuw verkeer 1.420 motorvoertuigen per etmaal

Hoofdstuk 5

29

Figuur 5.3: Verkeersgeneratie nieuwe functies. Verkeerseffecten ontwikkeling Fresh & Fast

Belangrijk is om vast te stellen dat circa 78% van de toekomstige ritten naar Fresh & Fast afkomstig is van reeds bestaande bezoekers aan Seingraaf en Centerpoort-Nieuwgraaf. Daarmee valt de totale belasting van het kruispunt Rivierweg-Driegaardensestraat aanzienlijk lager uit dan in een situatie waarbij er alleen nieuw verkeer wordt gegenereerd. Daartegenover staat dat de verkeersrelatie Centerpoort-Nieuwgraaf-Seingraaf voor de verkeersafwikkeling relatief ongunstig is omdat er meer conflicterende verkeersstromen ontstaan. Toekomstige verkeersbelasting wegennet Om de kwaliteit van de verkeersafwikkeling te kunnen beoordelen is op basis van de berekende verkeersgeneratie en oriëntatie van het verkeer een schatting gemaakt van de toekomstige verkeersstromen en hoeveelheden verkeer op Seingraaf en de omliggende wegen. De aandacht ligt hierbij op de drukste uren voor zowel de werkdag als de weekenddag. Het gaat dan met name om de toekomstige verkeersstromen op het kruispunt Rivierweg-Driegaardensestraat en het kruispunt Driegaardensestraat-De Toekomst. De wijze waarop de verkeersstromen zijn bepaald, is terug te vinden in het rapport ‘Verkeerseffecten ontwikkeling Fresh & Fast Seingraaf Duiven‘ (zie bijlage 2A). Op het kruispunt Rivierweg-Driegaardensestraat is de groei van het verkeer het duidelijkst waarneembaar.

In het drukste uur op de maatgevende zaterdag en zondag stijgt het aantal verkeersbewegingen op dit kruispunt van circa 3.100 motorvoertuigen per uur naar net geen 5.000 motorvoertuigen per uur6. Deze groei is voor een deel toe te schrijven aan de ontwikkeling Fresh & Fast. Op werkdagen is de avondspits het drukst. In de avondspits worden in de huidige situatie circa 2.700 motorvoertuigen per uur afgewikkeld. In de toekomst stijgt dit naar verwachting naar 4.000 motorvoertuigen per uur. De ochtendspits is met in de toekomst maximaal 2.700 motorvoertuigen per etmaal een stuk rustiger. Effecten verkeersafwikkeling autoverkeer Op basis van de berekende verkeersstromen is de toekomstige kwaliteit van de verkeersafwikkeling beoordeeld.

6

Met Graumans, Verkeerseffecten ontwikkeling ‘Fresh & Fast Duiven, d.d. 17 december 2019.

Hoofdstuk 5

30

Kruispunt Rivierweg - Centerpoort-Nieuwgraaf - Driegaardensestraat Het kruispunt Rivierweg - Centerpoort-Nieuwgraaf - Driegaardensestraat is de toegang tot het plangebied Fresh & Fast, en mogelijke verkeersproblemen zullen met name hier optreden. Uit de analyse van de verkeersbelasting volgt dat zonder aanvullende maatregelen het kruispunt in de toekomst zowel in de avondspits als tijdens de drukke uren in het weekend overbelast kan raken. Dit betekent dat de huidige verkeersregeling niet meer in staat is om al het verkeer zorgvuldig te verwerken. De bereikbaarheid van het gebied staat daarmee onder druk. Het onderzoeksbureau Met Graumans heeft vastgesteld dat door aanvullende maatregelen de kwaliteit van de verkeersafwikkeling weer robuust kan worden gemaakt. Het verbeteren van de verkeersafwikkeling wordt bereikt door een extra opstelvak te creëren op de Driegaardensestraat voor verkeer richting de A12. Een extra opstelvak op Centerpoort-Nieuwgraaf voor verkeer in de richting van de Driegaardensestraat heeft eveneens een gunstig effect op de verkeersafwikkeling. Met de bovenstaande maatregelen kan de hoofdinfrastructuur richting Fresh & Fast meegroeien met de toenemende verkeersvraag. Kruispunt Driegaardensestraat - De Toekomst Voor het kruispunt Driegaardensestraat - De Toekomst is de zaterdagmiddag qua verkeersbelasting maatgevend.

Er rijdt op dat moment veel verkeer van en naar de voorzieningen op Fresh & Fast. Op het huidige voorrangskruispunt ontstaan in de toekomst zowel in de avondspits als op de zaterdag- en zondagmiddag lange wachtrijen op De Toekomst om linksaf te slaan. Het kruispunt raakt overbelast en voor sommige verkeersbewegingen ligt de verliestijd ruim boven de geldende richtlijnen. Uit capaciteitsberekeningen blijkt dat het realiseren van een rotonde zorgt voor een robuuste verkeersafwikkeling voor alle rijrichtingen. Een rotonde is ook ruimtelijk inpasbaar en maakt een goede oversteekvoorziening voor fietsers mogelijk. Geactualiseerd onderzoek verkeersafwikkeling Seingraaf (Movares) De ontwikkelingen op Seingraaf zijn volop in beweging. Naar aanleiding van een nieuw initiatief is door Movares een geactualiseerd verkeersonderzoek uitgevoerd naar de verkeersafwikkeling van Seingraaf. Zie ‘verkeersafwikkeling Seingraaf DC’ van Movares d.d. 22 juli 2021 (bijlage 2B). Hierin zijn twee vragen beantwoord:  Kan de Driegaardensestraat incl.

toekomstige rotonde en kruispunt K100 (zie onderstaande afbeelding) het verkeer in 2030 afwikkelen?  Zijn de op- en afrit van de A12 in staat om het verkeersaanbod in 2030 veilig en robuust af te wikkelen? Samengevat worden de volgende conclusies getrokken:  De op- en afritten met de A12, kruispunten K200 en K300 kunnen het verkeer vanaf de A12 in 2030 verwerken. Hier zijn geen capaciteitsproblemen geconstateerd zowel voor de 2030 avondspits als 2030 zaterdagmiddag.  De Driegaardensestraat bereikt haar capaciteitsgrens. Tijdens een drukke avondspits en zaterdagmiddag kan terugslag ontstaan vanaf K100 naar de rotonde Driegaardensestraat. Tijdens piekmomenten kunnen de opstelvakken voor de verkeerslichten bezet raken tot en met de rotonde. Iedere cyclus lost de wachtrij wel weer op. Daarmee is dit risico acceptabel. Wel wordt aanbevolen om dit te blijven monitoren.  Tijdens de avondspits ontstaat terugslag vanaf de Nieuwgraaf richting Westervoort en richting Driegaardensestraat.

Hoofdstuk 5

31

Tijdens de zaterdagmiddagspits heeft hebben de Rivierweg (linksaf richting Nieuwgraaf) en rechtdoor van de Nieuwgraaf richting Seingraaf van kruispunt K100 een verzadigingsgraad >90% (resp. 90,4% en 96,3%). Dit wordt veroorzaakt door intern verkeer dat vanaf Nieuwgraaf richting Fresh en Fast gaat. Om terugslag te voorkomen op Nieuwgraaf wordt een andere indeling geadviseerd van de opstelvakken (zie voor meer informatie bijlage 2B).

Bron: ‘Verkeersafwikkeling Seingraaf DC’, Movares, 22 juli 2021.

De conclusie is dat er met een aantal aanpassingen die dit najaar worden uitgevoerd geen problemen te verwachten zijn op de kruisingen kruising Rivierweg/Driegaardensestraat/Nieuwgraaf en de afritten A12. Hierin is gerekend met de lopende ontwikkelingen en een autonome groei tot 2030. Parkeren In januari 2018 is de Parkeernormennota Duiven vastgesteld 7. De parkeernormennota sluit aan bij de meeste recente landelijke parkeerkencijfers van het CROW. De parkeervraag van Fresh & Fast is terug te vinden in de onderstaande figuur. De omvang van het project is gebaseerd op het programma in de aanvraag omgevingsvergunning. Tevens is uitgegaan van een maximale bezetting. Parkeerbalans Fresh & fast Functie Omvang Parkeernorm pp/100m² Horeca restaurant 1.815,00 m² 8 Horeca restaurant Drive Thru 557,32 m2 8 Horeca cafetaria 377,09 m² 6 Detailhandel 102,50 m² 3,5 Leisure / sport 1.465,71 m² 6,3 Totaal Dubbelgebruik compensatie Aantal parkeerplaatsen minimaal te realiseren Parkeerplaatsen in het programma / initiatief

Parkeervraag 145,2 44,6 22,6 3,6 92,3 308,3 = 309 -1 308 308

Figuur 5.4: Parkeerbalans Fresh & Fast 7

Parkeernormennota Duiven, Gemeenteblad 2018, d.d. 2 februari 2018

Hoofdstuk 5

32

De maximale parkeervraag treedt op het in weekend wanneer er 100% bezetting is. De parkeervraag is dan 308 parkeerplaatsen. In het stedenbouwkundig plan voor Fresh & Fast zijn op dit moment 308 parkeerplaatsen ingetekend. Hiermee wordt voldaan aan de parkeereis van 308 parkeerplaatsen. Bij de uiteindelijke inrichting van het terrein dient goed rekening te worden gehouden met de ligging van de parkeervakken en aanrijdroutes in relatie tot de aansluiting Driegaardensestraat. Voorkomen moet worden dat wachtende voertuigen richting de Driegaardensestraat de aanrijdroutes naar de parkeervakken blokkeren. Een slechte afwikkeling op het terrein kan namelijk ook de verkeersafwikkeling op de Driegaardensestraat negatief beïnvloeden. Het plangebied van Fresh & Fast bevat voldoende ruimte om dit zorgvuldig vorm te geven. Fiets parkeren De Parkeernormennota Duiven bevat eveneens richtlijnen ten aanzien van het te realiseren aantal fietsparkeerplaatsen. Op basis van de functies restaurant en sporthal is een inschatting gemaakt van het aantal benodigde stallingsvoorzieningen in het gebied.

Parkeerbalans fiets Fresh & fast Functie Horeca restaurant Horeca restaurant Drive Thru Horeca cafetaria Detailhandel Leisure / sport Totaal Afgerond

Omvang 1.815,00 m² 557,32 m2 377,09 m² 102,50 m² 1.465,71 m² 4.317,62 m2

Parkeernorm pp/100m² 5 5 11 3 2,3

Parkeervraag 90,7 27,8 41,5 3,1 33,7 196,8 197

Figuur 5.5: parkeerbalans fiets parkeren Fresh & Fast

Ten aanzien van het aantal fietsstallingsplaatsen zal minimaal worden voldaan aan de geldende parkeernormen. Hiervoor zal in het plan per unit voldoende ruimte worden gereserveerd, zodat de loopafstand tussen de stalling en de voorziening gering is. 5.1.3 Conclusie verkeer en parkeren De ontwikkelingen op Centerpoort-Nieuwgraaf en Seingraaf hebben invloed op de afwikkeling van het verkeer op het kruispunt Rivierweg - Centerpoort-Nieuwgraaf - Driegaardensestraat en op het kruispunt Driegaardensestraat - De Toekomst. Om overbelasting te voorkomen kunnen de volgende maatregelen worden genomen: Op de Driegaardensestraat ter hoogte van het kruispunt Rivierweg een tweede opstelstrook realiseren voor verkeer richting A12; De opstelvakken op de Nieuwgraaf anders indelen waardoor een volwaardige opstelstrook voor verkeer vanuit Nieuwgraaf richting Fresh & Fast ontstaat; Het voorrangskruispunt Driegaardensestraat - De Toekomst vervangen door een rotonde; Het optimaliseren van de cyclustijd van het kruispunt Rivierweg/Centerpoort-Nieuwgraaf/Driegaardensestraat op basis van de maatgevende groentijden; Een extra opstelstrook voor verkeer vanaf de A12 richting Westervoort; Het aanpassen van de fietsoversteek Nieuwgraaf-Driegaardensestraat door deze naar de westzijde van het kruispunt (aan de zijde van Westervoort) te verleggen.

Hoofdstuk 5

33

In het plangebied is ruimte gereserveerd om deze aanpassingen mogelijk te maken. De definitieve realisatie van de maatregelen kan vervolgens afgestemd worden op de werkelijke verkeersdruk die ontstaat op de betreffende kruispunten. Dit omdat de uiteindelijke verkeersbelastingen sterk afhankelijk zijn van de uiteindelijke voorzieningen die in het gebied komen. Voor de parkeervraag van Fresh & Fast is gebruik gemaakt van de gemeentelijke parkeernormen. In het stedenbouwkundig plan zijn voldoende parkeerplaatsen opgenomen. Om ook de fietsers van voldoende stallingsvoorzieningen te voorzien zijn volgens de parkeernormennota 197 stallingsvoorzieningen nodig. Hierin zal worden voorzien. Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan.

5.2 Geluid 5.2.1 Toetsingskader In de Wet geluidhinder is vastgesteld dat, indien in het plangebied geluidgevoelige functies (zoals woningen) zijn voorzien binnen de invloedssfeer van (rail- en weg) verkeerslawaai, akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Dit geldt voor alle straten en wegen, met uitzondering van:  wegen die in een als ‘woonerf’ aangeduid gebied liggen;  wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Akoestisch onderzoek industrielawaai is in het kader van de voorgenomen ontwikkelingen niet nodig gelet op de resultaten van de quickscan Bedrijven en milieuzonering. 5.2.2 Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling bevat geen geluidgevoelige functies of daarmee gelijk te stellen functies. Het plangebied ligt aan een van de centrale ontsluitingswegen van Duiven (Rivierweg) en heeft een ruim profiel. Aangezien de omgeving van het plangebied overwegend bestaat uit bedrijven en perifere detailhandelsfuncties (geen zelfstandige kantoren of andere geluidgevoelige gebouwen) heeft het geluid als gevolg van het verkeer geen invloed op het woon-, leef- en ondernemersklimaat van de omgeving. Een akoestisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan.

5.3 Luchtkwaliteit 5.3.1 Toetsingskader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:  er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;  het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging;

Hoofdstuk 5

34

het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen.

Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:  het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM;  het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO 2 en PM10 (1,2μg/m3).

5.3.2 Onderzoek Onderzoek NIBM toets Om te bepalen wat de invloed is van het initiatief op de luchtkwaliteit is gebruik gemaakt van de NIBM toets. De verkeersgegevens die zijn bepaald in het verkeersonderzoek (paragraaf 5.1) zijn hiervoor gebruikt. Het geplande functieprogramma van Fresh & Fast genereert op een gemiddelde weekdag (werkdag) aan nieuw verkeer 1.093 mvt/etm (afgerond 1.100) en aan combiverkeer 3.856 mvt/etm (afgerond 3.860); totaal 4.950 mvt/etmaal). Het aandeel vrachtverkeer is maximaal 1,5%. Hieronder zijn de resultaten van de tool weergegeven. Met deze uitgangspunten is de NIBM-toets uitgevoerd, waarbij is uitgegaan van realisatie in 2021:

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie

2021

Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

1100

Aandeel vrachtverkeer

1,5%

3

0,92

PM10 in μg/m3

0,18

Extra verkeer als gevolg van het plan

Maximale bijdrage extra verkeer

NO2 in μg/m

Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m

3

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Figuur 5.6: NIBM-tool: worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer (Bron: Kenniscentrum InfoMil).

De berekening laat zien dat het extra verkeer ten gevolge van het plan maximaal 0,92 µg/m3 bijdraagt aan de jaargemiddelde concentratie NO2. Voor de concentratie PM10 zal het verkeer maximaal 0,18 µg/m3 bijdragen. De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate. Nader onderzoek is niet nodig. Onderzoek NSL-Monitoringstool 2019 Om te beschouwen of de gecumuleerde concentraties voldoen aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit wordt het planeffect opgeteld bij de heersende concentraties. Dit is inzichtelijk gemaakt door

Hoofdstuk 5

35

middel van de NSL-Monitoringstool 2019. De beschouwde rekenpunten zijn 719102, 15813277, 15816890 en 15578413 en geven de totale concentratie in de nabije omgeving van het plangebied. Voor het jaartal 2020 bedraagt de hoogste totale concentratie NO 2 25,2 µg/m3 en voor PM10 18,0 µg/m3. Voor PM2,5 geldt een hoogste totale concentratie van 10,8 µg/m 3.

Rekenpunt Rekenpunt Rekenpunt Rekenpunt Norm

Id

NO2 μg/m3

PM10 μg/m3

PM10 overschrijdingsdagen

PM2.5 μg/m3

Jaar

719102 15813277 15816890 15578413

22.2 24.4 25.2 23.5 40

17.6 17.9 18.0 17.9 40

6.3 6.3 6.3 6.3 35

10.6 10.8 10.8 10.7 25

2020 2020 2020 2020

Figuur 5.7: NSL Monitoringstool: rekenpunten met bijbehorende concentraties

Wanneer het planeffect hierboven op wordt geteld worden de totale concentraties voor NO 2 en PM10 respectievelijk 26,2 µg/m3 en 18,2 µg/m3. Deze concentraties blijven met de bijdrage van de ontwikkeling, ruim beneden de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Op grond van de gebleken samenhang tussen de concentraties voor PM10 (fijn stof) en PM2,5 (fijn stof) kan het volgende worden gesteld: vanwege het feit dat de concentratie voor PM10 voldoet aan de grenswaarde kan in voldoende mate aannemelijk gemaakt worden dat ook voor PM2,5 de ontwikkeling niet in betekenende mate zal bijdragen en dat de geldende grenswaarde niet zal worden overschreden. Ook in het prognosejaar 2030 zal worden blijven voldaan aan de grenswaarden. 5.3.3 Conclusie De bijdrage van het extra verkeer ten gevolge van het plan draagt mogelijk in betekenende (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit. Daardoor is nader onderzoek uitgevoerd met gebruikmaking van de Monitoringstool. Hieruit blijkt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgestane ontwikkeling.

5.4 Bedrijven en milieuzonering 5.4.1 Toetsingskader Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstandenlijsten Voor een scala aan milieubelastende activiteiten zijn richtafstanden aangegeven in de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. In de lijsten wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Daarbij omvat categorie 1 de lichtste en categorie 6 de zwaarste vormen van bedrijvigheid. De richtafstanden gaan uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig

Hoofdstuk 5

36

zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). De richtafstanden gelden vanaf het bedrijf tot woningen in een "rustige woonwijk". Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen etc. is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. De afstanden gelden tussen de perceelsgrens van de inrichting en de gevel(s) van de woning(en) van derden. 5.4.2 Onderzoek Het plangebied bevindt zich op bedrijventerrein Seingraaf en heeft reeds de bestemming Bedrijventerrein (milieucategorieën 3.1 en 3.2). De dichtstbijzijnde hindergevoelige functie bij het bedrijventerrein betreft de woning Driegaardensestraat 4 in Duiven, die op 100 meter afstand ligt van het uiterste punt van het plangebied. Om hinder voor deze woning te voorkomen is gewerkt met een zonering. Binnen 50 m vanaf de woning zijn géén bedrijfspercelen gelegen waarop gebouwd kan worden. Hoewel een specifieke zonering voor alleen lichte bedrijfscategorieën 1 en 2 niet nodig is, is er in dit bestemmingsplan, gelet op het mogelijk maken van de functies horeca en leisure, voor gekozen in beginsel alleen de bedrijven in de bedrijfscategorieën 1 en 2 mogelijk te maken.

Door middel van een wijzigingsbevoegdheid kunnen onder voorwaarden bedrijven in milieucategorie 3 worden toegestaan. 5.4.3 Doorwerking plangebied De ontwikkeling van Fresh & Fast vormt geen belemmering voor het woon- en leefklimaat van woningen of andere milieugevoelige functies. Aan de richtafstand conform ‘Bedrijven en milieuzonering’ wordt ruim voldaan.

5.5 Externe veiligheid 5.5.1 Toetsingskader Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld voor twee risiconormen, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en risicobron, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen.

Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is.

Hoofdstuk 5

37

Groepsrisico Het groepsrisico is een afwegingsinstrument dat tot doel heeft een bewuste afweging te stimuleren over het risico op een ongeval met een groot aantal slachtoffers. Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor zover het gebied waarop het plan (of de vergunning) betrekking heeft, gelegen is binnen het invloedsgebied van een risicobron, moet ingegaan worden op het groepsrisico. Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer.

5.5.2 Planbeoordeling ODRA Het plan voorziet in de ontwikkeling van een concentratie van horeca- en leisurevoorzieningen alsook een verkooppunt van motorbrandstoffen. Het betreft één tankstation met de mogelijkheid van een shop. Op basis van de risicokaart van de provincie Gelderland is een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom het plangebied, die een extern veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. In de figuur op de volgende pagina is een uitsnede opgenomen van de provinciale risicokaart. Onderstaande tabel bevat een analyse van het aspect externe veiligheid. Rondom het plangebied zijn de volgende externe veiligheidsrisicobronnen relevant: Risicobron Hogedruk aardgasleidingen (Bevb)8 Inrichtingen (Bevi)9 Transport gevaarlijke stoffen over de weg (Bevt)10

Transport gevaarlijke stoffen over het water (Bevt) Transport gevaarlijke stoffen over het spoor (Bevt)

8 9 10

Seingraaf, Duiven N.v.t., geen invloedsgebied over het plangebied. N.v.t., geen invloedsgebied over het plangebied. Op ongeveer 550 meter ten noorden van het plangebied ligt de snelweg A12. Over deze transportas vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats vinden. Het invloedsgebied van deze transportas (880 meter) ligt over het plangebied. N.v.t., geen invloedsgebied over het plangebied. Op ongeveer 3.630 meter van het plangebied ligt de spoorlijn Ressen-Zutphen. Het invloedsgebied (4.000 meter) hiervan ligt over het plangebied.

Besluit externe veiligheid buisleidingen Besluit externe veiligheid inrichtingen Besluit externe veiligheid transportroutes

Hoofdstuk 5

38

Figuur: Uitsnede provinciale risicokaart Seingraaf Duiven, geraadpleegd op 29 april 2020 (zwarte cirkel = ligging plangebied).

De beoordeling van externe veiligheid wordt uitgevoerd voor twee risiconormen, namelijk het plaatsgebonden risico en groepsrisico. Plaatsgebonden risico Het plangebied ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour van een Bevi- inrichting en de transportassen. Dit vormt geen belemmering voor het plan. Groepsrisico Het plan ligt in het invloedsgebied van de snelweg A12 en de spoorlijn Ressen-Zutphen. Daarmee hebben wijzigingen in het plangebied mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico. Doordat de afstand tussen het plan en risicobronnen groter is dan 200 meter heeft de wetgever aangegeven dat het groepsrisico alleen beperkt verantwoord hoeft te worden. Hiervoor moeten de volgende werkzaamheden worden verricht:  Conform de motivatie onderdelen van Bevt artikel 7 en 9 moet het groepsrisico beperkt verantwoord worden;  Er moet advies worden aangevraagd bij de ‘Veiligheid Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM)’. Conclusie Het plangebied ligt niet binnen een plaatsgebonden risicocontour 10-6 van een risicobron. Daarmee wordt geen grens- of richtwaarde overschreden en is er geen sprake van een directe of harde belemmering voor realisatie van het plan. Het bestemmingsplan voorziet in mogelijkheden voor nieuwe risicobronnen. De planologische regelingen houden hier rekening mee door de verkoop van LPG, LNG en waterstof uit te sluiten.

In het kader van het groepsrisico is een beperkte verantwoording groepsrisico noodzakelijk voor de snelweg A12 en de spoorlijn Ressen Noord-Zutphen alsook de nieuwe risicobronnen die mogelijk worden gemaakt. Deze verantwoording is opgenomen in paragraaf 5.5.5 .

Hoofdstuk 5

39

5.5.3 Onderzoek Windmill Door Windmill Milieu en Management is een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van het plan (quickscan)11. Rondom het plangebied zijn op grond van de quickscan de volgende externe veiligheidsrisicobronnen onderzocht en beoordeeld op relevantie: Risicobron 12 Hogedruk aardgasleidingen (Bevb)

Inrichtingen (Bevi)

Transport gevaarlijke stoffen over de weg (Bevt)

Transport gevaarlijke stoffen over het water (Bevt) Transport gevaarlijke stoffen over het spoor (Bevt)

Plangebied Fresh & Fast Het plangebied bevindt zich niet binnen de 1%-letaliteitsafstand van buisleidingen. De risico’s als gevolg van de transporten met gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormen geen aandachtspunt voor de planlocatie. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. Het plangebied bevindt zich niet binnen een PR 10 -6-risicocontour of een invloedsgebied van een risicovolle inrichting in de omgeving. Op ongeveer 360 meter ten zuiden van het plan ligt een LPG tankstation. De risico’s als gevolg van de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen vormen geen aandachtspunt voor de planlocatie. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. Op ongeveer 440 meter van het plan ligt de snelweg A12. Het invloedsgebied ligt over het plangebied. Op grond van de ruimtelijke scheiding vormen het plaatsgebonden risico en het plasbrandaandachtgebied geen belemmeringen. Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat blijkt dat over de rijksweg A12, ter hoogte van het plangebied, LF1, LF2, LT2, GF1, GF2 en GF3-stoffen worden getransporteerd. Op basis van het transport van deze stoffen blijkt dat het plangebied binnen het invloedsgebied van toxische vloeistoffen (LT2) te liggen. Deze risico’s (toxisch scenario) dienen meegenomen te worden in een beperkte verantwoording van het groepsrisico.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=d68b8628-f503-4cb4-8154-872c1383a4a7