Agendabundel
Tekst van het document
ONTWIKKELING UITGAVEN SOCIAAL DOMEIN € 35.000.000 € 30.000.000 € 25.000.000 € 20.000.000 € 15.000.000 € 10.000.000 € 5.000.000 €-
WESTERVOORT
DUIVEN 2017
2018
2019
2020
Zoals vaak bij overheveling van taken wordt decentralisatie gevolgd door gedeeltelijke centralisatie. De beleidsvrijheid van gemeenten is hierbij ingeperkt. Voorbeelden hiervan zijn de AMvB reële kostprijs 2015, het abonnementstarief Wmo en het opleggen van één loonwaardesysteem in de Participatiewet. Dit beperkt de mogelijkheden om te sturen op inhoud en financiën. En dat gebeurt op het moment dat beheersing van de uitgaven juist noodzakelijk is voor een stabiele financiële begroting van de gemeente. Ook wordt het inzicht in de
1stroom
samen sterk
27
Nieuw
verhouding tussen inkomsten en uitgaven bemoeilijkt, doordat de inkomsten voor de taken Wmo, Jeugdwet en Participatiewet zijn opgegaan in de algemene uitkering. Een vergelijking tussen inkomsten en uitgaven is hierdoor niet (meer) te maken. Er is sprake van een openeinderegeling en dus van een financieel risico. Dat risico is onderdeel van de Sociaal Domein-wetgeving en vormt voor alle gemeenten een grote uitdaging. Naast de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en de sociale uitkeringen (bijstand) die worden uitgevoerd door de Regionale Sociale Diensten, bestaan de kosten vooral uit ondersteuning op basis van de Wmo, de Participatiewet en de Jeugdwet. Daarnaast zijn er uitgaven aan sport, onderwijs en welzijn. Onderstaande diagram geeft de verdeling weer van de totale uitgaven in het sociaal domein, zoals afgebeeld in grafiek 1. VERDELING UITGAVEN SOCIAAL DOMEIN 2019 | DUIVEN
Jeugd 23% € 6.721.447
Sport, recreatie en openbaar groen 9% € 2.762.330 Cultuur 3% € 802.640
Onderwijs 6% € 1.822.818 Samenleving en volksgezondheid 12% € 3.526.186
Wmo 21% € 6.019.442
Participatie 26% € 6.956.213
VERDELING UITGAVEN SOCIAAL DOMEIN 2019 | WESTERVOORT
Jeugd 27% € 5.840.560
Sport, recreatie en openbaar groen 8% € 1.731.317
Cultuur 3% € 703.137 Onderwijs 6% € 1.312.602 Samenleving en volksgezondheid 10% € 2.127.721
Participatie 25% € 5.382.860
Wmo 21% € 4.606.724
Diagram 1 Verdeling van uitgaven in 2019 in het sociaal domein in Duiven en Westervoort
1stroom
samen sterk
28
Doordat de inkomsten onderdeel zijn van de algemene uitkeringen, zijn die niet helemaal te herleiden. Er is bovendien moeilijk te sturen, doordat de uitkering van het gemeentefonds varieert, bijvoorbeeld door wijzigingen in de landelijke verdeelmodellen en het meebewegen met rijksoverheidsuitgaven (‘trap-op-trapaf’-systeem). Daarnaast bestaat het risico dat de inkomsten de komende jaren dalen door efficiencykortingen en herverdeling van het gemeentefonds. De afgelopen jaren hebben de gemeenten hun ramingen voor het sociaal domein steeds fors moeten bijstellen ten opzichte van de primaire begroting. Om dit te dekken, is aanspraak gedaan op de algemene reserve. Dit raakt ook gewenste investeringen in andere domeinen, zoals het fysieke domein. Er is geen sprake van een duurzaam houdbare situatie. In 2020 is de jaarlijkse stijging van de uitgaven al afgevlakt, maar we moeten het stijgende patroon ombuigen en een daling is wenselijk. Het doel van de transformatieagenda is gericht op het bereiken van onze toekomstvisie, maar zeker ook op het ontstaan van een financieel gezonde situatie. Voor beide is grip noodzakelijk.
5.2 Monitoring en effecten
Bij grip in het sociaal domein gaat het om grip op de uitgaven, de uitvoering en de opgave. Met grip zijn niet alle problemen opgelost, maar zónder grip zijn problemen niet op te lossen. Inzicht in de ontwikkelingen en in de structuur van het sociaal domein is nodig om inhoudelijk en procesmatig grip te houden en tijdig bij te sturen. Daarom hebben we voor elke opgave indicatoren bepaald. Door te focussen op de opgaven zoals benoemd in hoofdstuk 4, zetten we de gewenste transformatie door op inhoud én kosten. De financiële situatie van gemeente Duiven en Westervoort in het sociaal domein wordt daarmee gezonder. In tabel 1 is de verwachte besparing aangegeven zoals deze is opgenomen in het meerjarenperspectief van de gemeenten en die we bereiken door uitvoering te geven aan de acties zoals die zijn opgenomen in de transformatieagenda. Tabel 1 Verwachte besparingen tot 2024 in gemeente Duiven en Westervoort BESPARINGEN
2021
2022
2023
2024
DUIVEN
€ 600.000,-
€ 675.000,-
€ 750.000,-
€ 750.000,-
WESTERVOORT
€ 850.000,-
€ 1.100.000,-
€ 1.250.000,-
€ 1.350.000,-
Tabel 2 geeft een overzicht van de indicatoren. Op basis daarvan bouwen we een rapportage op. Sommige indicatoren geven inzicht in de korte termijn en zijn ieder kwartaal te actualiseren; andere indicatoren geven meer een langetermijnbeeld en worden dan ook jaarlijks in kaart gebracht. We hanteren 2019 als basisjaar. Nog niet voor alle indicatoren is de nul-situatie bekend. Dit maakt het bepalen van een streefcijfer niet altijd mogelijk. Duidelijk mag zijn dat we streven naar verbetering, of waar de huidige score al goed is, naar behoud hiervan en dat 0-metingen op korte termijn worden verricht
1stroom
samen sterk
29
De prestatie indicatoren nemen we op in het dashboard dat wordt ontwikkeld. Het dashboard geeft overzicht en inzicht in het sociaal domein omdat daar de belangrijkste gegevens en ontwikkelingen worden weergegeven. Het betreft een dynamisch document dat we ieder kwartaal updaten. Naast een actuele stand van zaken door presentatie van (financiële) gegevens voegen we relevante prestatie indicatoren toe. Van een aantal indicatoren veranderen de waarden per kwartaal, terwijl voor andere indicatoren geldt dat waarden jaarlijks worden aangepast. De indicatoren worden gebruikt om resultaten te verbeteren en geven aan hoe de organisatie ervoor staat. Ontwikkelingen worden zo zichtbaar en prestaties geëvalueerd. Tabel 2 Overzicht indicatoren OPGAVE
OPGAVE 1 INNOVATIE
OPGAVE 2 PREVENTIE
1stroom
INDICATOR
STREEFWAARDE
Aantal uren huishoudelijke ondersteuning per inwoner
2,5 Uur gemiddeld
Tevredenheid over huishoudelijke ondersteuning in cliëntervaringsonderzoek
85%
Aantal maatwerkvoorzieningen dagbesteding
Daling van 5%
Gebruik doelgroepenvervoer voor dagbesteding
Daling van 3%
Gebruik voorliggende voorziening dagbesteding binnen de eigen gemeente
Toename van 5%
Aantal individuele voorzieningen jeugdhulp
Daling van 3%
Aantal contacten van POH-jeugd GGZ
Blijft gelijk
Aantal maatwerkvoorzieningen Wmo
Daling van 5%
Aantal individuele voorzieningen Jeugdhulp
Daling van 3%
Aantal voorliggende voorzieningen
Toename
Aantal ingezette ervaringsdeskundigen
Toename
samen sterk
30
OPGAVE
OPGAVE 3 INKOOP, REGIE EN BEWAKING
FINANCIËN
1stroom
INDICATOR
STREEFWAARDE
Gebruik dagbesteding ouderen
Daling van 10%
Gebruik doelgroepenvervoer dagbesteding ouderen
Daling van 3%
Eenzaamheidsscore (‘waar staat je gemeente’)
Verbetering
Gebruik ‘terreingebonden verblijf’
Daling van 15%
Verblijfsduur ‘terreingebonden verblijf’
Verkorting
Aantal begeleidingstrajecten aanleren opvoedingsvaardigheden bij ouders
Toename
Aantal leerlingen met risico op onderwijsachterstand
10%
Aantal plaatsen VVE
Blijft gelijk
Aantal individuele voorzieningen
Daling van 3%
Looptijd inzet individuele voorzieningen
Daling van 3%
Score ‘kwaliteit van de zorg’ van het cliëntervaringsonderzoek
75%
Score ‘kwaliteit van de hulpverleners’ van het clientervaringsonderzoek
Blijft gelijk
Tijdigheid berichtenverkeer
95%
Uitputting t.o.v. primaire begroting
Geen overschrijding
Totale kosten Sociaal Domein
Daling
samen sterk
31
5.3 Doorkijk in proces en planning
Met de visie als stip op de horizon en de genoemde speerpunten als concrete opdrachten zetten we een volgende stap in de transformatie van het sociaal domein. Samen met meer overzicht en inzicht in uitgaven werken we aan een financieel gezond sociaal domein waarin passende zorg wordt verleend. In 2020 zijn de eerste activiteiten gestart om de transformatie in te zetten. De toekomstvisie en transformatieagenda bundelt de reeds lopende en aanvullende acties en zorgt voor samenhang. De verschillende opgaven, zoals beschreven in hoofdstuk vier, worden in 2021 in het programma ‘Ontwikkeling sociaal domein’ gestructureerd opgepakt. In 2021 wordt gestart met de benoemde speerpunten. Aansluitend in de navolgende jaren worden de activiteiten zoals beschreven in de bijlage binnen het programma uitgevoerd. Het dashboard geeft overzicht en inzicht in de resultaten en effecten op basis waarvan zo nodig kan worden bijgestuurd. De eerste versie, in de vorm van de kwartaalrapportage, is gereed en met de klankbordgroep in Westervoort gedeeld. Op basis van de beschreven indicatoren wordt het dashboard in Q4 verder ontwikkeld. Samen met vertegenwoordigers uit de gemeenteraad wordt bezien welke gegevens relevant zijn om op te nemen in het dashboard. Sommige gegevens zijn geschikt om op de korte termijn inzicht te geven en andere zullen juist meer de langjarige trend laten zien.
De frequentie en actualiteit van indicatoren zal hier ook op gebaseerd zijn. Vanaf het eerste kwartaal 2021 is het dashboard beschikbaar met de gegevens uit het basisjaar 2019 als referentie. Door dit overzicht per kwartaal te delen wordt inzicht gegeven in de ontwikkelingen die zich in het sociaal domein voordoen
1stroom
samen sterk
32
6
TOT SLOT Er is veel te doen de komende jaren. In deze visie is een toekomstbeeld voor het sociaal domein in de gemeente Duiven en Westervoort geschetst. Dit beleidskader biedt overzicht in de opgaven waar we voor staan in het sociaal domein. Het is tijd om samen met een andere blik de toekomst in te gaan. Transformatie is nodig om de juiste ondersteuning te bieden en de kosten beheersbaar te houden. Deze transformatie in het sociaal domein heeft alleen kans van slagen als we samen sterk staan. Inwoners, politiek, organisaties in het maatschappelijk veld en bestuur moeten zich hiervoor gezamenlijk actief inzetten. Al deze partijen zullen de komende tijd dan ook gestimuleerd, gestuurd en betrokken worden.
1stroom
samen sterk
33
Wij kijken er naar uit om dit op te pakken. Samen gaan we ervoor zorgen dat inwoners die dat nodig hebben zich veilig en gesteund voelen om mee te doen in de samenleving. Met de opgaven en bijbehorende speerpunten die in hoofdstuk 4 staan beschreven starten we in 2021 om onze visie te realiseren. Ieder jaar maken we de balans op. Zo houden we de mogelijkheid om in te spelen op de voor dat moment meest actuele thema’s en ontwikkelingen. Het is noodzakelijk flexibel te kunnen opereren op een beleidsterrein dat dynamisch en daardoor constant in beweging is. Met het dashboard hebben we continu inzicht in de actuele stand van zaken en kunnen we operationeel anticiperen wanneer dit nodig is. Zo werken we de komende jaren actief en gestructureerd toe naar een zelfstandig bestaan voor iedereen middenin de samenleving van de gemeente Duiven en Westervoort.
1stroom
samen sterk
34
BIJLAGEN LIJST VAN ALLE ACTIES Acties opgave innovatie • Gemiddeld geïndiceerd aantal uren huishoudelijke ondersteuning in overeenstemming brengen met het landelijk gemiddelde van 2,6 uur per week. • Sluitend netwerk opzetten voor inwoners met verward gedrag. • Maatschappelijk werk zichtbaar aanwezig laten zijn in de wijken. • Meer gebruikmaken van voorliggende vervoersmogelijkheden. • Prestatieafspraken maken met woningcorporaties over het levensloopbestendigmaken van de woningvoorraad. • Bewustwordingscampagne voeren voor eigen verantwoordelijkheid levensloopbestendige woningen voor inwoners. • De begeleiding van statushouders meer integraal benaderen door samenwerkingsafspraken met partners te maken. • We intensiveren het beleid om de ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers te waarborgen. Wij voorzien een terugloop in het aantal vrijwilligers en mantelzorgers, waardoor zij mogelijk zwaarder belast gaan worden. Wij hechten er veel waarde aan dat zij zich voldoende gesteund voelen in het uitvoeren van hun taken. • Zorg en ondersteuning aanbieden op plaatsen waar zorgvragers zich bevinden. • Minder dagbesteding bieden en meer activerend werk bieden voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. • Het Regionaal Transformatieplan Jeugd uitvoeren.
• De veranderingen in het sociaal domein vragen om herijking van de huidige beleidslijnen en het toevoegen van 2 beleidslijnen met betrekking tot preventie en jeugd zodat in de P&C cyclus de ontwikkelingen hierop kunnen worden gerapporteerd. Acties Preventie • Basisnetwerk van partners en gemeente invoeren om samen met inwoners innovatieve oplossingen te ontwikkelen. • Ontmoetingsplekken faciliteren voor daginvulling en ontmoeting van kwetsbare ouderen. • Onderzoek doen naar de haalbaarheid van het project Reablement (ouderen die voor zichzelf zorgen). • De sociale supermarkt doorontwikkelen. • Sportakkoord uitvoeren. • Cultuurpact uitvoeren. • Project ‘Scheiden zonder schade’ uitvoeren. • Zwangeren en jonge ouders ondersteunen via het project ‘Kansrijke start’.
1stroom
samen sterk
35
• Verbinding leggen tussen zorg en onderwijs. • We starten een aantal projecten om onderwijsachterstanden te voorkomen. De projecten betreffen het vergroten van de ouderbetrokkenheid, het VVE aanbod in groep 1 van het basisonderwijs, een sterkere verbinding tussen onderwijs en zorg en tot slot het gebruik van de peutermonitor. • Via de ‘Perspectieftafel’ jongeren zo veel mogelijk laten opgroeien in de eigen omgeving. • Een sluitend netwerk opzetten met jongeren en inwoners om overlast van jongeren te voorkomen. • Samen met zorgverzekeraars preventieve activiteiten uitvoeren voor gezondheid, zoals ‘Valpreventie’ en ‘Jongeren op gezond gewicht’. Acties Inkoop, regie en bewaking • Toekomst- en veiligheidsplan vast gespreksonderwerp maken met zorgaanbieders. • Data-gedreven sturen (passende zorg, lengte en duur trajecten, kostenvergelijking, berichtenverkeer, declaratiecontrole, evaluatie van effect van geboden zorg, grootverbruikers). • Contractbeheer versterken en contractafspraken aanscherpen. • Aanmelden visitatiecommissie financiële beheersbaarheid sociaal domein VNG • Toetsing op vergoeding van dyslexie-behandeling intensiveren. • Matchmaking jeugdhulp: verwijzing verbeteren door koppelen van zorgvraag, doorverwijzing en voorwaarden van zorgaanbieders. • Stopzetten van zorg van gemeente wanneer andere bronnen voor zorg beschikbaar zijn. • Gebruik van Zorglokaal invoeren.
• Kwaliteitskompas Westervoort invoeren. • Gebruik van nulde-lijn voorzieningen monitoren (voor wie is wat?). • Continu cliëntervaringsonderzoek Westervoort invoeren. • Organisatiestructuur wijzigen: integratieteams • Registreren op adres. • Resultaatgericht indiceren. • Het versterken van de toegang tot jeugdhulp via de huisartsen door urenuitbreiding van de POH JGGZ bij de huisartsen in gemeente Duiven en het starten met groepstrainingen. Voor Westervoort wordt een SOJ GGZ in dienst genomen. • Verwijzen van de huisarts naar de SOJ GGZ van jeugdigen (en ouders) met psychosociale problemen. • Verwijzing van huisartsen altijd toetsen op resultaatgerichte ondersteuning.
1stroom
samen sterk
36
BEGRIPPENLIJST Sociaal domein Onder de term ‘sociaal domein’ verstaan we alle inspanningen die de gemeente verricht rond werk, participatie en zelfredzaamheid, zorg en jeugd, op basis van de WMO 2015, de Participatiewet, Jeugdwet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. In de ruime, integrale zin van het woord vallen onder ‘sociaal domein’ ook alle aanverwante taken. Denk hierbij aan handhaving bij leerplicht, het voorkomen van vroegtijdig schoolverlaten, passend onderwijs, leerlingenvervoer, de reguliere en bijzondere bijstand, schuldhulpverlening, sport en cultuur en de (jeugd)gezondheidszorg. Binnen 1Stroom zijn dit het team Sociaal domein, Wijkenteam en Wijkoverstijgend team. Transformatie sociaal domein Transformeren betekent fundamenteel veranderen. In dit document heeft dit een tweeledige betekenis: • Transformeren is veranderen. In deze betekent het een verandering om de organisatie in control en duurzaam toekomstbestendig te maken. • En als tweede een fundamentele verandering in de zorg. Van veraf naar dichtbij. Algemene voorzieningen versterken waardoor maatwerkvoorzieningen minder nodig zijn. Het kantelen van de zogenoemde Pyramide.
ZORGPIRAMIDE
Zorgpyramide
2de lijn
2de lijn
1ste lijn
1ste lijn
0de lijn
0de lijn
Inwoners
Geld
Huidige situatie Huidige situatie
1stroom
samen sterk
Inwoners
Geld
Toekomstige Toekomstigesituatie situatie
37
0e, 1e en 2e lijn Nulde lijn De nulde lijn bestaat uit algemene voorzieningen en basisvoorzieningen. Algemene voorzieningen zijn voorzieningen die door iedereen waarvoor ze bedoeld zijn op eenvoudige wijze en zonder aanvraagprocedure of indicatie te verkrijgen zijn. Onder algemene voorzieningen verstaan we voorzieningen die de zelfredzaamheid en participatie van de burger ondersteunen. Algemene voorzieningen zijn voorliggend aan maatwerkvoorzieningen en dat betekent dat, als er een geschikte algemene voorziening voorhanden is, er geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt. Daarnaast heeft de gemeente een sociale basis die bestaat uit bijvoorbeeld scholen, het verenigingsleven, de Schutterijen, de buurtverenigingen en kerken. Samen vormen al deze voorzieningen een basis infrastructuur of nulde lijn waarin de inclusieve samenleving wordt vormgegeven. Eerste lijn Eerstelijnszorg is zorg waar de inwoner zelf, zonder verwijzing, naartoe kan gaan. Dit kan behandeling zijn door de huisarts, tandarts, fysiotherapeut, maatschappelijk werker of wijkverpleegkundige, maar ook ondersteuning door het lokale sociale team van de gemeente. Tweede lijn In de tweede lijn werken zorgverleners die gespecialiseerd zijn. Als een inwoner zorg wil krijgen van een specialist moet de inwoner daar zelf naar vragen.
Om in contact te komen met een specialist moet de inwoner eerst bij een eerste lijn zorgverlener zijn geweest, meestal is dat de huisarts, maar dat kan ook het Sociaal Loket. Overheidsparticipatie We werken vanuit de overtuiging dat de samenleving alles in zich heeft om vragen op te lossen en oplossingen te bedenken voor problemen en dat wij als gemeente veel kwaliteiten hebben om bij te dragen aan deze oplossingen. We geven als gemeenten ruimte aan initiatieven en vertrouwen op de kennis en kunde van de inwoners en partners. Open einde regeling Regeling die personen of bedrijven recht geeft op een bijdrage van de overheid of de sociale fondsen indien zij voldoen aan bepaalde criteria. Het kenmerkende van deze regelingen is dat de uitgaven ervoor en het aantal gebruikers ervan niet gelimiteerd zijn: ze hebben een open einde.
1stroom
samen sterk
38
1stroom | samen sterk
1 D1a. Rekenkamer DDW - Brief gemeenteraden onderzoek integraliteit sociaal domein.pdf
GEZAMENLIJKE REKENKAMER DUIVEN, DOESBURG EN WESTERVOORT p/a Griffie Duiven, Koning Willem-Alexanderplein 1, 6921 ES Duiven
31 juli 2019 Aan: de leden van de gemeenteraad in Duiven, Doesburg en Westervoort
Beste leden van de raad, Met genoegen bieden wij u als gemeenteraad van de gemeenten Duiven, Doesburg en Westervoort de resultaten aan van het onderzoek naar de integraliteit van het werken in het sociaal domein van de drie gemeenten. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gezamenlijke rekenkamer van de gemeenten Duiven, Doesburg en Westervoort. Met het aanbieden van dit rapport is het eerste rapport van de in 2018 nieuw samengestelde Rekenkamer een feit. Voorwoord Graag willen wij van de gelegenheid gebruik maken om middels deze aanbiedingsbrief het onderzoeksbureau dat het onderzoek namens de Rekenkamercommissie heeft uitgevoerd te bedanken. Zowel voor het verrichtte veldwerk alsmede voor de samenwerking bij het opstellen van het normenkader, de nota van bevindingen en de formulering van de conclusies en aanbevelingen. Daarnaast gaat onze dank uit naar de ambtenaren van de drie gemeenten die in het kader van het onderzoek al hun medewerking hebben verleend. Ook zijn wij de keten- en samenwerkingspartners die wij in het onderzoek hebben gehoord zeer erkentelijk voor hun bereidheid om input te leveren voor het onderzoek. Inleiding Dit onderwerp stond op de shortlist van geïnventariseerde onderwerpen die deze rekenkamer graag op wilde pakken. Met dit onderzoek sluiten wij aan bij de wensen vanuit de raden om hiernaar onderzoek te doen.
In het tweede kwartaal van dit jaar zijn in een aantal sessies de verschillende commissies per gemeente geïnformeerd over de bevindingen en de voortgang van het onderzoek. Context Met de decentralisatie van taken en bevoegdheden inzake de WMO, de Jeugdwet en de Participatiewet hebben de gemeenten sinds 1 januari 2015 een omvangrijk nieuw takepakket erbij gekregen. Beleidsinhoudelijk, maar ook financieel is het sociaal domein voor de gemeenten een belangrijk nieuwe verantwoordelijkheid geworden, die nieuwe kansen maar ook nieuwe uitdagingen biedt voor de beleidsmakers, uitvoerders en ook voor de gemeenteraden. Het afbreukrisico, met name op financieel terrein, is de dit laatste halfjaar landelijk gezien duidelijk geworden.
De “governance” op dit nieuwe gemeentelijke beleidsterrein verschilt van die van andere – meer traditionele- beleidsterreinen, doordat a) gestuurd zou moeten worden op integraliteit en b) het bestuursprimaat niet langer exclusief bij de gemeente ligt maar veeleer bij het samenspel tussen gemeenten, uitvoerders en burgers. De rekenkamer heeft als doel met het onderzoek naar de integraliteit van het werken in het sociaal domein de drie gemeenteraden inzicht te bieden in de wijze waarop de gemeentes geslaagd zijn om uitvoering aan de geeft aan het functioneren van de toegang (inclusief parallelle toegangen) tot zorg. Eén van de belangrijkste opgaven in het sociaal domein na het overhevelen van de taken naar gemeenten binnen het sociaal domein. Voorliggend onderzoek heeft zich vooral gericht op de volgende centrale vragen:
In welke mate en op welke wijze wordt er gestuurd op integraliteit; In hoeverre leidt die sturing ook daadwerkelijk tot een meer doelmatige en doeltreffende aanpak?
Oplevering Onderzoeksresultaten De bevindingen van het onderzoek zijn per gemeente opgesteld. Daarnaast hebben de respectievelijke raden in de aanloop naar het onderzoek aangegeven ook te zijn geïnteresseerd in de mogelijkheden om van elkaar te leren. Om aan deze behoefte invulling te geven heeft de Rekenkamer nog een korte oplegnotitie opgesteld die enerzijds de algemene leermomenten aangeeft maar ook anderzijds de lessen die van en met elkaar kunnen worden getrokken. Hoor- en wederhoor Daarnaast zijn de resultaten van het onderzoek in het kader van het ambtelijk en bestuurlijk hoor- en wederhoor zowel ambtelijk als ook bestuurlijk voorgelegd aan het college. Ambtelijke reacties hadden specifiek betrekking op de feitelijke bevindingen van het rapport. Het college van burgemeester en wethouders heeft een zienswijze op het rapport gegeven. Deze zienswijze vindt u als bijlage bij het rapport. De Rekenkamer constateert dat de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek op hoofdlijnen worden gedeeld en heeft geen verdere opmerkingen met betrekking tot de zienswijze van het College.
Advies Op basis van de onderzoeksresultaten adviseert de Rekenkamer aan de raad om aan het college te verzoeken om binnen drie maanden na besluitvorming van de raad een plan van aanpak op te stellen over hoe de aanbevelingen van de Rekenkamer in uitvoering worden genomen en u als raad periodiek over de voortgang hierover te informeren.
Namens de Gezamenlijke Rekenkamer Duiven, Doesburg en Westervoort,
Rene Janssen Voorzitter 2
1 D1b. Bijlage - Eindrapport Duiven na wederhoor Regioplan.pdf
Integraal werken in het sociaal domein Duiven
Integraal werken in het sociaal domein Duiven
- EINDRAPPORT -
Auteurs Frank Kriek
Amsterdam, 5 juni 2019 Publicatienr. 18177
© 2019 Regioplan, in opdracht van Rekenkamer Duiven, Doesburg en Westervoort Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/ of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Regioplan. Regioplan aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden.
Inhoudsopgave 1 Inleiding
1
2 Visie op integraliteit en normenkader
3
3 Doel en vraagstelling onderzoek
6
4 Beleidsanalyse 4.1 Dynamische transformatieagenda 4.2 Context toegang sociaal domein Duiven en loket WWZ 4.3 Woonvisie 4.4 Koersdocument toegang sociaal domein 4.5 Budgetten 4.6 Monitoring en informatiestromen 4.7 Toetsing beleidsnormen 4.8 Toetsing informatienormen
8 8 9 10 11 11 12 12 13
5 De uitvoeringspraktijk 5.1 Loket WWZ 5.2 Het CJG Duiven 5.3 Het basisteam 5.4 Het wijkteam/sociaal team 5.5 Wijkoverstijgend team 5.6 Toetsing uitvoeringsnormen
16 16 16 17 17 18 18
6 Beantwoording onderzoeksvragen en aanbevelingen 6.1 Beantwoording onderzoeksvragen 6.2 Aanbevelingen
21 21 22
Inleiding
1 Inleiding
Met de decentralisatie van taken en bevoegdheden inzake de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet hebben de gemeenten sinds 1 januari 2015 een omvangrijk nieuw takenpakket erbij gekregen. Beleidsinhoudelijk, maar ook financieel is het sociaal domein voor de gemeenten een belangrijke (relatief) nieuwe verantwoordelijkheid geworden, die nieuwe kansen en uitdagingen biedt voor beleidsmakers, uitvoerders en ook voor de gemeenteraden. De ‘governance’ op dit nieuwe gemeentelijke beleidsterrein verschilt van die van andere – meer traditionele – beleidsterreinen, doordat a) gestuurd wordt of zou moeten worden op integraliteit en b) het bestuursprimaat niet langer exclusief bij de gemeente ligt, maar veeleer bij het samenspel tussen gemeenten, uitvoerders én burgers. De rekenkamercommissie van de gemeenten Duiven, Doesburg en Westervoort heeft Regioplan Beleidsonderzoek opdracht gegeven een onderzoek uit te voeren naar de integrale aanpak in het sociaal domein met als centrale vragen: • in welke mate en op welke wijze wordt er gestuurd op integraliteit; • in hoeverre leidt die sturing ook daadwerkelijk tot een meer doelmatige en doeltreffende aanpak? Dit onderzoek wordt in een aantal fasen uitgevoerd: 1. beleidsanalyse 2. analyse van de uitvoering 3. consultatie gemeenteraad 4. opstellen rapport van bevindingen.
Het voorliggende rapport is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 presenteren we onze visie op integraal werken in het sociaal domein en het normenkader dat we in dit onderzoek hebben gebruikt. Deze visie ligt ten grondslag aan de onderzoeksvragen (hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 presenteren we de beleidsanalyse en het vijfde hoofdstuk bevat de uitvoeringsanalyse. In het zesde en laatste hoofdstuk beantwoorden we de onderzoeksvragen en hebben we enkele aanbevelingen geformuleerd.
1
Visie op integraliteit en normenkader
2 Visie op integraliteit en normenkader
Visie op integraliteit Het sturen op integraliteit heeft niet alleen betrekking op de drie decentralisaties, maar ook op het onderwijsbeleid (passend onderwijs), het beleid inzake de basisgezondheidszorg en het welzijnsbeleid. Het beleid op benoemde beleidsterreinen moet op elkaar aansluiten en elkaar versterken, zodat er een sluitende ketenaanpak kan ontstaan van preventie tot en met curatie die de burger die dat nodig heeft een vangnet kan bieden waardoor hij/zij volwaardig kan (blijven) participeren in de samenleving. Dat betekent dat er in het beleid aandacht moet zijn voor: • de aansluiting tussen de Wmo, de Jeugdwet, de Participatiewet (de drie D’s) én de Wet passend onderwijs; • de aansluiting tussen de drie D’s en: - het basisgezondheidszorgbeleid (GGD en CJG); - het welzijnsbeleid; - beleid inzake de schuldhulpverlening; • de samenwerking tussen de gemeentelijke toegang/de gebiedsteams en de specialistische zorg. De onderstaande figuur representeert het sociaal domein. Deze figuur geeft goed weer dat er verschillende definities van het sociaal domein bestaan. De brede definitie omvat de piramide en de in de blauwe cirkel benoemde subdomeinen. De smalle definitie omvat alleen de in de piramide opgenomen subdomeinen. Onze definitie van het sociaal domein betreft alle subdomeinen in de piramide, met toevoeging van de subdomeinen cultuur, sport, onderwijs en wonen.
Het sociaal domein is gelieerd aan het subdomein Wlz-zorg (Wet langdurige zorg), het subdomein Wfz-zorg (Wet forensische zorg) en het subdomein Zvwzorg (Zorgverzekeringswet). Het sociaal domein in beeld:
Bij de uitvoering van beleid in het sociaal domein is samenwerking en informatie-uitwisseling van cruciaal belang. Deze samenwerking moet zijn geborgd door middel van afspraken en convenanten tussen de verschillende uitvoeders. De integrale werkwijze zou bij voorkeur moeten zijn vastgelegd/omschreven in een handleiding. Wat betreft de informatie-uitwisseling tussen de uitvoerders (en tussen de uitvoerders en de gemeente) betekent dit dat de basisregistratie op orde moet zijn, in de zin dat informatie-uitwisseling mogelijk wordt gemaakt tussen partners die in de keten(s) samenwerken. Er moet integraal worden gerapporteerd aan de gemeenteraad over de resultaten in het sociaal domein, maar wel op een dusdanige wijze dat separate sturing op uitvoering van de Jeugdwet, de Wmo én de Participatiewet mogelijk is en er tevens kan worden gestuurd op preventie.
3
Normenkader Het normenkader in dit onderzoek is gebaseerd op onze visie en op het toezichtkader dat de samenwerkende inspecties in het sociaal domein hanteren. Beleid
Uitvoering
Informatievoorziening
1. Het beleid is integraal, in de zin dat de verbinding tussen Wmo, Jeugdwet, Participatiewet en Wet passend onderwijs is gerealiseerd. 2. Er is aandacht voor de verbinding met welzijn en de basisgezondheidszorg. 3. Er is aandacht voor de verbinding met schulphulpverlening. 4. De verbindingen zijn zo veel mogelijk geborgd door samenwerkingsafspraken/convenanten. 5. De beleidsdoelen zijn hierop aangehaakt en SMART geformuleerd. 6. Het beleid wordt periodiek geëvalueerd. 1. Er is sprake van een integrale toegang tot zorg en ondersteuning. a. Vanuit de toegang is er zicht op de doelgroepen. 2. Die toegang functioneert conform de uitgangspunten van het toezichtkader samenwerkende inspecties: b. hulpvraag is in dialoog met gezin geformuleerd; c. integrale beoordeling hulpvraag geschiedt op alle relevante levensdomeinen; d. bij multiproblematiek zijn veiligheidsrisico’s voor kinderen meegewogen; e. de mate van zelfredzaamheid en inzetbaarheid netwerk is meegewogen; f. zorg en ondersteuning aan gezin zijn passend; g. hulpplan is in samenspraak met gezin vastgesteld; h. de ondersteuning wordt verleend conform het uitgangspunt één gezin, één plan, één regisseur; i. de doelen zijn concreet geformuleerd, geprioriteerd en worden periodiek geëvalueerd; j. die evaluatie leidt desgewenst tot onderbouwde aanpassingen aan de zorg en ondersteuning; k.
de toegang/het team werkt conform vastgestelde kwaliteitsnormen en is een lerende organisatie; l. cliëntervaringen worden aantoonbaar gebruikt om de dienstverlening te verbeteren. 1. De gemeente wordt tijdig en juist geïnformeerd door de uitvoerders over de doelmatigheid en doeltreffendheid van de verstrekte zorg en ondersteuning. 2. De gemeenteraad wordt tijdig en juist geïnformeerd door het college zodat de raad zijn kaderstellende en controlerende taak op een juiste wijze kan uitvoeren: a. de informatie wordt in drie-D-samenhang gepresenteerd; b. de informatie is herleidbaar tot de beleidsdoelen en SMART geformuleerd; c. kwantitatieve informatie is voorzien van duiding.
4
Doel en vraagstelling onderzoek
3 Doel en vraagstelling onderzoek
Onderzoeksdoel Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen in hoeverre er daadwerkelijk sprake is van integraal beleid in het sociaal domein, en of dat beleid ook in de praktijk integraal wordt uitgevoerd en leidt tot een meer doelmatige en doeltreffende uitvoeringspraktijk. Onderzoeksvragen 1. In hoeverre is er sprake van integraal beleid in het sociaal domein? 2. Is daarbij ook aandacht voor verbinding met het beleid inzake welzijn, basisgezondheidszorg en schuldhulpverlening? 3. Is het beleid SMART geformuleerd, zowel wat betreft de doelstellingen als de uitvoering? 4. In hoeverre en op welke wijze wordt er in het beleid aandacht besteed aan de voorwaarden voor een doelmatige en doeltreffende uitvoering van het beleid? 5. Vindt de uitvoering in de praktijk ook plaats conform de uitgangspunten van het beleid? 6. Is er sprake van integrale toegang tot zorg en ondersteuning? 7. Wordt er in de praktijk gewerkt conform de uitgangspunten van het toetsingskader toezicht sociaal domein? 8. Wordt de gemeente op een adequate wijze geïnformeerd over de resultaten door de uitvoerders? 9. Wordt de gemeenteraad op een adequate wijze geïnformeerd over de opzet, uitvoering en resultaten van het beleid in het sociaal domein? 10. In hoeverre is er sprake van een doelmatige en doeltreffende uitvoering van het beleid in het sociaal domein?
6
Beleidsanalyse
4 Beleidsanalyse
Voor de beleidsanalyse zijn de volgende documenten gebruikt: • • • • • • • • •
Dynamische transformatieagenda sociaal domein Duiven, 2017 Context toegang sociaal domein Duiven en loket WWZ Opdrachtformulering regisseur Woonvisie 2025, van woonopgave naar woonoplossingen Koersdocument toegang sociaal domein Opdrachtformulering basisteam Resultaten basisteam december 2018 Casuïstiekbeschrijving besteding budget goed voor elkaar team t/m december 2017 Programmabegroting en jaarstukken
Het belangrijkste document waarin het integraal werken in het sociaal domein in de gemeente Duiven is beschreven, is het document ‘Dynamische transformatie agenda Sociaal Domein gemeente Duiven’ van 6 september 2017. Deze beleidsnota borduurt voort op een tweetal eerdere nota’s, namelijk de nota ‘Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2015-2017’ en de nota ‘Transformatie van het sociaal domein, op weg naar een sterke basisinfrastructuur’. Het document ‘Context toegang sociaal domein Duiven en Loket WWZ’ geeft nadere invulling aan de transformatieagenda, met name met betrekking tot het functioneren van de centrale toegang.
4.1 Dynamische transformatieagenda In hoofdstuk 3 van bovengenoemde nota (Dynamische agenda) zijn de doelstellingen en uitgangspunten van het integraal werken in het sociaal domein benoemd: • benutten van eigen kracht; • de vraag centraal (geen standaard oplossingen, maar slimme verbindingen); • ondersteuning zo dicht mogelijk bij de inwoners en zo passend mogelijk (bij voorkeur aangeboden vanuit de sociale basisinfrastructuur); • individuele (specialistische) voorzieningen aanbieden indien noodzakelijk; • handelen vanuit het principe van overheidsparticipatie (ruimte geven aan initiatieven en vertrouwen op de kennis en kunde van inwoners en partners). Vrijwel alle gemeenten hanteren deze uitgangspunten. Opvallend én interessant is wel dat de gemeente het principe van overheidsparticipatie expliciet verbindt aan de transformatie in het sociaal domein. Overheidsparticipatie impliceert dat de overheid, in dit geval de gemeente, meer een faciliterende rol op zich neemt en ruimte biedt aan inwoners en partners om zelf beleid te ontwikkelen en ook uit te voeren. Het gaat dus verder dan de klassieke vormen van burgerparticipatie waarbij de overheid budget beschikbaar stelt aan groepen burgers. Het gaat hier ook om de overdracht van beleidstaken en bijpassende verantwoordelijkheden die voorheen bij de overheid waren belegd.
Definitie sociaal domein De gemeente Duiven hanteert een brede definitie van het sociaal domein. In termen van de piramide, zie figuur op p.3 van deze rapportage, omvat het sociaal domein niet alleen de beleidsterreinen die zijn opgenomen in de piramide, maar ook de beleidsterreinen zoals vermeld in aan de rechterzijde van de ovaal. Op p.9 van de nota geeft de gemeente Duiven aan dat “… we het sociaal domein integraal benaderen en een verbinding maken tussen de volgende beleidsterreinen: cultuur en sport, onderwijs, gezondheidsbeleid en jeugdgezondheidszorg, samenkracht en burgerparticipatie, inkomensregelingen, participatie en werk, individuele voorzieningen Wmo en Jeugdzorg…’. Het beleidsterrein ‘wonen’ wordt in deze opsomming niet genoemd, maar wordt wel expliciet benoemd als één van de maatschappelijke opgaven. In de jaren 2014-2016 is de aandacht vooral uitgegaan naar de transitie, aldus de nota, en in 2017 is vooral aandacht besteed aan de transformatie in de basisinfrastructuur (ontwikkelen basisnetwerk, afspraken met de huisartsen over de toegang tot de jeugdgezondheidszorg, pilot activerend werk).
8
Maatschappelijke opgaven In hoofdstuk 6 van de nota is aangegeven dat de vorming van de transformatieagenda samen met de inwoners en de partners gestalte gaat krijgen in co-creatie innoveren. De transformatieagenda wordt benoemd als een dynamische agenda. De maatschappelijke opgaven in het sociaal domein zijn benoemd in hoofdstuk 7: • • •
•
de basis op orde: verstevigen nulde lijn, inzetten op samenwerking nulde1 en eerste lijn, inzetten op kunst en cultuurpact, samenwerking met scholen en preventieve gezondheidszorg; zelfstandig wonen, met name gericht op mensen met een ondersteuningsvraag; meedoen naar vermogen, waar de drie decentralisaties en de sociale basisinfrastructuur tezamen komen, er aandacht is voor mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt, maar ook aandacht is voor vrijwilligerswerk en dagbesteding voor ouderen; zelfredzaamheid naar vermogen, waar Wmo en de Jeugdwet expliciet verbonden worden met Werk en Inkomen en Schuldhulpverlening vanuit het besef dat (economische) bestaanszekerheid een voorwaarde voor participatie is. Binnen deze opgave is er ook expliciete aandacht voor voor- en vroegschoolse opvang (VVE), met name voor kwetsbare kinderen.
Ontschotten budgetten Interessant is dat in deze nota ook expliciet aandacht wordt besteed aan een belangrijke randvoorwaarde voor integraal werken in het sociaal domein, namelijk het ontschotten van budgetten. In paragraaf 8.2 van de nota wordt gesproken van het mogelijk maken van slimme verbindingen door budgetten te ontschotten die betrekking hebben op de verschillende beleidsterreinen in het sociaal domein, programmalijn 2 van de begroting. Sturing en monitoring In de laatste paragraaf wordt aandacht besteed aan sturing en monitoring en wordt gesproken over een tweejarige brede dialoog met de samenleving en de partners. Belangrijk instrument hierbij zijn de zogenaamde DDWD-weken, de Dialoog en Doorpak Weken Duiven, een jaarlijks terugkerende twee weken durende dialoog tussen bestuur en inwoners/maatschappelijke organisaties over uiteenlopende thema’s in het sociaal domein en op andere gemeentelijke beleidsterreinen. De voortgang van beleid en uitvoering in het sociaal domein wordt via de reguliere planning- en controlcyclus gerapporteerd aan de raad, dus via de programmabegroting en de voorjaarsnota.
4.2 Context toegang sociaal domein Duiven en loket WWZ De toegang tot het sociaal domein is geregeld via het loket WWZ (Wonen, Welzijn en Zorg) waar iedereen met een vraag om hulp en ondersteuning terecht kan. Het sociaal team Duiven is er voor mensen die op meerdere gebieden problemen hebben. Het team is niet direct bereikbaar voor inwoners. Aanmelding verloop digitaal (via een aanmeldformulier) dan wel via een hulpverlener. Dit team loket WWZ bestaat uit: loketmedewerkers, consulenten Wmo, consulenten Jeugdwet, consulenten bijzondere bijstand, consulenten schulphulpverlening, cliëntondersteuners en coaches sociaal team. In het document ‘Context toegang sociaal domein Duiven en loket WWZ’ uit 2018 wordt geconstateerd dat ‘… na twee jaar ervaring het tijd wordt voor de transformatie…’. In dit document wordt nadrukkelijk gekozen voor een netwerkconstructie als het gaat om de toegang tot zorg en ondersteuning. Integraal werken en integrale toegang zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. De keuze voor een netwerkconstructie is ingegeven doordat netwerken flexibel zijn en zich makkelijk kunnen aanpassen aan gewijzigde omstandigheden. In deze notitie worden de volgende netwerkverbanden onderscheiden:
1 Nulde lijn zijn voorzieningen in de sociale basisinfrastructuur zoals vrijwilligerswerk, mantelzorg. Eerstelijns voorzieningen zijn vrij
toegankelijke voorzieningen zoals het CJG, de huisarts en het wijkteam. Tweedelijns voorzieningen zijn voorzieningen waarvoor een beschikking nodig is
9
• • •
•
•
Centrum Jeugd en Gezin: deelnemers zijn de JGZ, het AMW en de jeugdconsulent vanuit loket WWZ, het CJG werkt nauw samen met scholen en voorschoolse voorzieningen; Toegangsoverleg: in dit netwerkoverleg zitten roulerend verschillende medewerkers: maatschappelijk werk, adviseur zorg en dienstverlening, Wmo-consulent, jeugdconsulent, loketmedewerker, cliëntondersteuner; Basisteam: In dit team zitten functionarissen van STMR, RIBW, MEE, cliëntondersteuning loket WWZ, Mikado, Jeugdgezondheidszorg. De aanjagers van dit netwerk zijn twee medewerkers van de gemeente. De verbinders hebben uitdrukkelijk de opdracht om op zoek te gaan naar verbindingen tussen 0e , 1e en 2e lijnszorg om de transformatie van het sociaal domein vorm te geven; Activerend werk team Duiven: In dit team zitten functionarissen van Zozijn, Scalabor, Regionale Sociale Dienst en cliëntondersteuning loket WWZ. Dit team heeft een aanjaagfunctie; de coördinatie van dit netwerk ligt bij de gemeente. Het team heeft de opdracht om inwoners, die een hulpvraag hebben rondom activering “aan de hand van de methode activerend werk” te begeleiden en toe te leiden naar een passende plek van waaruit ze kunnen meedoen in de maatschappij. (het betreft het ontschotten van de Pw, Wmo, Ww, Wia).
Het sociaal team (het sociaal team is onderdeel van het loket WWZ): het team bestaat uit functionarissen van STMR, Regionale Sociale Dienst, RIBW, Mikado, jeugdconsulenten van het loket WWZ en cliëntondersteuning van het loket WWZ. De aanjaagfunctie; coördinatie van dit netwerk ligt bij de gemeente. In dit team worden complexe hulpvragen waar langdurig regie nodig is door een multidisciplinair team opgepakt. Coaches van dit team zijn langdurig betrokken.
In deze notitie worden ‘korte lijntjes’ van groot belang geacht: “… De aanjagers; coördinatoren binnen het loket WWZ hebben hierin een rol omdat zij – in overleg met beleid – snel en pragmatische oplossingen regelen met de partners in de 0e, 1e en 2e lijn (bijvoorbeeld afstemming wijkverpleging en Wmo-consulenten rondom zorgval en toegang JGGZ door hiervoor praktijkondersteuning bij huisartsen te organiseren). Door deze laagdrempelige en pragmatische manier van aanpak hebben we een goede relatie met onze netwerkpartners, is er sprake van wederzijds respect en vertrouwen en zijn we in staat om samen te werken en slimme oplossingen te vinden voor vragen die zich voordoen…”
Tot slot: “… Omdat er binnen de toegang bewust voor gekozen is om geen hulpverlening aan te bieden, hebben we onze partners in het ondersteunings- en hulpaanbod nodig om de transformatie van het aanbod mogelijk te maken. In huis (de gemeente) werken we aan slimme verbindingen tussen regelingen bijvoorbeeld schuldhulpverlening, minimabeleid, en gezinnen met opvoedondersteuning. Maar voor de daadwerkelijke hulpverlening willen we slimme verbindingen gaan maken tussen burgerinitiatieven, professionals en tweedelijns zorg. We willen via onze netwerken de zorg en ondersteuning goed afstemmen op wat de inwoner nodig heeft. In de grote overkoepelende transformatieagenda is deze beweging duidelijk neergezet. Om hier vorm aan te geven, zoeken we samenwerking met partners zoals Mikado, STMR, wijkverpleging, CJG, jeugdgezondheidszorg, scholen, ketendementie en andere partners die een rol spelen. Ook hier werken we met netwerken. En maken we afspraken met onze partners op basis van langdurige samenwerkingsrelaties…”.
4.3 Woonvisie De integrale benadering van en in het sociaal domein blijkt ook uit de woonvisie van de gemeente Duiven. In de nota ‘Woonvisie 2025, van woonopgave naar woonoplossingen’ van maart 2017 is aangegeven dat de gemeente Duiven vergrijst en dat met deze doelgroep rekening moet worden gehouden door de woningvoorraad toekomstbestendig te maken en te houden, rekening houdend met de gevolgen van de decentralisaties (langer thuis wonen, normalisering van specifieke doelgroepen waaronder ggz-cliënten) en maatschappelijke verschijnselen als toename van (gevoelens van) eenzaamheid: “… als gemeente Duiven willen we dat ieder inwoner waardig kan leven en wonen in onze gemeenschap. Die ambitie waarmaken vraagt veel meer dan een passende woning (de focus van de woonvisie)…”. De gemeente stimuleert dan ook de dialoog en daaruit voorkomende initiatieven tussen inwoners, woon- en zorgpartijen.
10
4.4 Koersdocument toegang sociaal domein Als gevolg van de ambtelijke fusie tussen de gemeente Duiven en de gemeente Westervoort (1Stroom) die per 1 januari 2018 zijn beslag heeft gekregen heeft, is de nota ‘Koersdocument toegang sociaal domein’ van 28 mei 2018 verschenen waarin verschillende scenario’s zijn geschetst om de dienstverlening in het sociaal domein zowel op beleidsniveau als op uitvoerend niveau tussen beide gemeenten af te stemmen c.q. te integreren. In dit document worden drie opties geschetst voor de organisatie van de toegang, waarvan de derde optie de voorkeur heeft: één wijkoverstijgend team dat samenwerkt met twee wijkteams. Zodoende kan toegewerkt worden naar meer eenheid, maar rekening houdend met de verschillen tussen Duiven en Westervoort: “… In dit model blijft de basiswerkwijze van de beide teams voorlopig in stand. Dat betekent onder meer dat bij het Wijkteam Westervoort generalisten blijven werken met eigen opgebouwde expertise en ervaring. In het Wijkteam Duiven blijven specialisten werken die met elkaar deelnemen/adviseren aan het sociaal team dat er speciaal is voor mensen die op meerdere gebieden problemen hebben. De aanpak blijft tevens in stand omdat de verwevenheid met de samenleving grote diversiteit kent. Zo werkt het team Duiven bijvoorbeeld met externe consulenten in een ‘sociaal team’ en ‘een basisnetwerk’.
Het team in Westervoort werkt bijvoorbeeld met een community-medewerker, een maatschappelijk werk-taak in de functie van de consulenten en een Deltahuis…”.
Het sociaal team functioneert als wijkteam in Duiven. De werkwijze van het sociaal team is beschreven in een zogenaamde werkprocesbeschrijving (zie volgend hoofdstuk). Het sociaal team heeft afspraken gemaakt over de samenwerking met de politie, met Veilig Thuis, met de Raad voor de Kinderbescherming, met gecertificeerde instellingen en hoe er moet worden samengewerkt als er sprake is van een crisisinterventie in een gezin waar jeugdigen bij betrokken zijn. Deze samenwerkingsafspraken zijn op schrift gesteld.
4.5 Budgetten De programmabegroting 2018-2021 omvat drie beleidsprogramma’s: programma 1 Bestuur, programma 2 Maatschappij en programma 3 Omgeving. De begroting spreekt in de inleiding ook nadrukkelijk over ontschotten, vanuit de drie pijlers waarop het gemeentelijk beleid is gestoeld: overheidsparticipatie, decentralisaties (in het sociaal domein) en financieel duurzaam beleid. De programmabegroting vermeldt de centrale doelen van het beleid en benoemt daarbij een aantal speerpunten. Bij programma 2 Maatschappij worden enkele speerpunten genoemd die de integrale visie op het sociaal domein treffend weergeven: actief verbinden, maatschappelijk vastgoed in combinatie met onderwijshuisvesting en aansluiting maatwerkvoorzieningen op het basisnetwerk. Op bladzijde 29 van de programmabegroting is aangegeven: “… Ontschotten budgetten taakvelden Programma 2. Om deze verbindingen ook financieel mogelijk te maken halen we de schotten tussen de verschillende financieringsstromen en taakvelden weg en beschouwen we de budgetten van programma 2 als een totaalbudget, waardoor het mogelijk wordt om financiële middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten om de uiteindelijke doelstelling van transformatie van het sociaal domein te halen…”.
Het belang dat de gemeente Duiven hecht aan een goed functionerende 0 e lijn wordt nog eens onderstreept door de beschikbaarstelling van stimuleringsgelden uit programma 2, Maatschappij, van de programmabegroting. Dit stimuleringsbeleid onderscheidt een aantal lijnen: • Lijn 1: ontwikkelgericht stimuleren van verenigingen; • Lijn 2: ondersteunen van allianties/samenwerkingsverbanden tussen verenigingen; • Lijn 3: de gemeente als partner; • Lijn 5: investeren in initiatieven van inwoners, verenigingen en vrijwilligersorganisaties.
11
4.6 Monitoring en informatiestromen De gemeenteraad van Duiven wordt via de reguliere planning- & controlcyclus geïnformeerd over de activiteiten en resultaten in het sociaal domein. Daarnaast wordt, aldus één van de geïnterviewde ambtenaren “… de raad met name via specifieke raadsbijeenkomsten geïnformeerd over bepaalde onderwerpen als statushouders (medio april 2019), minimabeleid (in 2018 in de raad geweest) en overige onderwerpen…”. Er is in 2018 geen algemene informatie naar de raad gegaan over het sociaal domein. In 2019 is het de bedoeling de raad meer in de breedte op resultaten bij te praten op een aantal momenten, maar tot op heden is dat nog niet gedaan, aldus de betreffende ambtenaar. Tot op heden (april 2019) is in Duiven dus met name via voorjaarsnota en begroting en najaarsnota en jaarrekening gerapporteerd over het gehele sociaal domein. De jaarlijkse cliëntervaringsonderzoeken (Wmo/jeugdzorg) worden eveneens gedeeld met de gemeenteraad. In de programmabegroting (2018/2021) wordt de stand van zaken van de verschillende beleidsonderdelen/beleidslijnen uitgebreid omschreven, wordt aangegeven wat de eventuele risico’s zijn (zonder daarbij aan te geven welke beheersmaatregelen genomen zijn/worden) en wordt onder het kopje ‘planning’ aangegeven welke vervolgactiviteiten worden uitgevoerd.
In de voorjaarsnota wordt voor programma 2 aandacht besteed aan de mate van doelbereik langs de lijn van de drie hoofddoelen in het sociaal domein: de basis op orde, iedereen doet mee en zelfredzaamheid naar vermogen. Bij elk doel zijn de speerpunten omschreven en is per speerpunt in de vorm van een toelichting aangegeven welke activiteiten in dat kader zijn uitgevoerd. Tevens zijn eventuele risico’s benoemd en is aangegeven wat de verdere planning is. Onder het kopje ‘participatie’ is aangegeven hoe daarbij wordt samengewerkt met inwoners en organisaties. Tenslotte is aangegeven welke financiën met dat speerpunt gemoeid zijn. De basisgegevens over het gebruik van voorzieningen worden geregistreerd met behulp van het administratieprogramma Central Station. Het gaat dan om alle gegevens die voor het berichtenverkeer tussen de gemeente en de zorgaanbieders noodzakelijk is, zoals ingangsdatum zorgconsumptie, productcode/soort voorziening, et cetera. Het gaat hier om het gestandaardiseerde berichtenverkeer dat voor alle aanbieders en alle gemeenten op een uniforme wijze is ingericht. In dit programma worden alle meldingen geregistreerd, onderscheiden naar de jeugd, Wmo, schuldhulpverlening, participatie, et. cetera geregistreerd, aldus één van de geïnterviewde ambtenaren. De basisinformatie wordt tot nog niet gebruikt om beleidsinformatie te genereren.
Desgevraagd geeft één van de ambtenaren die is geconsulteerd voor dit onderzoek aan dat ‘…..Wij nu dus nog niet periodiek met standaardrapportages met beleidsinformatie werken. Ik heb alleen nog maar incidenteel gegevens verstrekt…’ 2. De wethouder wordt beperkt geïnformeerd: ‘…..Voor de wethouder is tot nu toe afgesproken dat deze periodiek de uitnutting van de budgetten te zien krijgen en de prognoses voor dit jaar en voor volgende jaren. Verder geen specifieke gegevens…’3. In de ambtelijk wederhoorreactie geeft de gemeente Duiven aan dat ‘….de gemeenteraad niets te kort komt….’, omdat de raad in reguliere raadsvergaderingen wordt geïnformeerd over de ontwikkelingen op de afzonderlijke beleidsterreinen. In het wederhoor is tevens aangegeven dat er verschillende nieuwe ontwikkelingen gaande zijn, zoals: een taskforce die de budgetten Wmo en jeugd gaat monitoren, de ontwikkeling (met Movisie) van een kwaliteitskompas om resultaten en maatschappelijke effecten van beleid te monitoren en de ontwikkeling van een werkplan waarin de transformatieagenda wordt uitgewerkt in concrete acties. Tevens wordt gewezen op een geplande raadsvergadering van 10 september 2019 waarin aandacht zal worden besteed aan integraal beleid in het sociaal domein.
Een en ander laat onverlet dat er medio mei 2019 nog geen sprake is van een integrale rapportage over het integrale beleid in het sociaal domein.
4.7 Toetsing beleidsnormen In deze paragraaf toetsen we het beleid aan de beleidsnormen én de normen met betrekking tot de informatievoorziening uit ons normenkader. 2
Bron: citaat uit een emailwisseling met één van de ambtenaren.
3 Bron: citaat uit een emailwisseling met één van de ambtenaren.
12
Het beleid is integraal in de zin dat de verbinding tussen Wmo, Jeugdwet, Participatiewet en Wet passend onderwijs is gerealiseerd.
++
Het beleid in het sociaal domein in Duiven is daadwerkelijk integraal opgezet, ondergebracht in programma 2 en strekt zich uit tot de drie decentralisaties (Wmo, Jeugdwet en Participatiewet), maar gaat verder dan dat en benoemt ook nadrukkelijk de verbinding met het onderwijs, wonen, cultuur en schuldhulpverlening (++) Het beleid is integraal in de zin dat er aandacht is voor de verbinding met welzijn en de basisgezondheidszorg.
++
In de dynamische transformatieagenda is aangegeven dat “… we het sociaal domein integraal benaderen en een verbinding maken tussen de volgende beleidsterreinen: cultuur en sport, onderwijs, gezondheidsbeleid en jeugdgezondheidszorg, samenkracht en burgerparticipatie, inkomensregelingen, participatie en werk, individuele voorzieningen Wmo en Jeugdzorg…’(++) Het beleid is integraal in de zin dat er aandacht is voor de verbinding met schuldhulpverlening.
++
De verbinding met schuldhulpverlening annex het minimabeleid is eveneens aanwezig (++). De verbindingen zijn zo veel mogelijk geborgd door samenwerkingsafspraken, convenanten.
+
Het sociaal team heeft met meerdere partijen samenwerkingsafspraken gemaakt en die afspraken zijn op schrift gesteld De beleidsdoelen zijn SMART geformuleerd.
--
De beleidsdoelen zoals verwoord in de dynamische transformatie-agenda zijn niet SMART geformuleerd maar veeleer in procestermen. Dat geldt eveneens voor de terugkoppeling in de voorjaarsnota (--). Het beleid wordt periodiek geëvalueerd.
--
Het beleid wordt in beperkte mate periodiek geëvalueerd. Beperkt in de zin dat er uiteraard via de reguliere Planning- & Controlcyclus gerapporteerd wordt over de voortgang en ook op gezette tijden via afzonderlijke rapportages ingegaan wordt op onderdelen van het beleid, maar van een periodieke structurele evaluatie van het beleid, waarbij met name ook aandacht besteed wordt aan het integrale karakter van dat beleid, is vooralsnog geen sprake (--).
4.8 Toetsing informatienormen De gemeente wordt tijdig en juist geïnformeerd door de uitvoerders over de doelmatigheid en doeltreffendheid van de verstrekte zorg en ondersteuning
+
Via het programma Central Station worden de basisgegevens over de consumptie van zorg en ondersteuning in Duiven vastgelegd. Het gaat hier om het gestandaardiseerde berichtenverkeer dat voor alle aanbieders en alle gemeenten op een uniforme wijze is ingericht (+). De gemeenteraad wordt tijdig en juist geïnformeerd door het college zodat de raad zijn kaderstellende en controlerende taak op een juiste wijze kan uitvoeren: a. de informatie wordt in drie-D-samenhang gepresenteerd; b. de informatie is herleidbaar tot de beleidsdoelen en SMART geformuleerd; c. kwantitatieve informatie is voorzien van duiding.
--
13
De wethouder wordt beperkt geïnformeerd over de uitvoering en resultaten van het beleid in het sociaal domein (-). De gemeenteraad wordt niet of nauwelijks (op een integrale wijze) geïnformeerd over beleid, uitvoering en resultaten in het sociaal domein (-). In 2018 is geen algemene informatie naar de gemeenteraad gegaan en de voornemens om dat in 2019 wel te doen zijn vooralsnog (medio mei 2019) niet waargemaakt. Via de reguliere planning en control cyclus is er wel zicht op de financiële resultaten in het sociaal domein, maar dit zicht wordt niet verbonden aan de beleidsprestaties en -resultaten, waardoor het niet goed mogelijk is voor de gemeenteraad zicht te krijgen op de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het integrale beleid in het sociaal domein
14
De uitvoeringspraktijk
5 De uitvoeringspraktijk
In de gemeente Duiven wordt sinds 1 oktober 2018 in het sociaal domein gewerkt conform de uitgangspunten zoals beschreven in het koersdocument toegang sociaal domein, dus met een wijkteam (het basisteam genoemd) en een wijkoverstijgend team. Daarover staat in het document het volgende: “… De lijnen voor de transformatie en uitvoering van beleid krijgen vanuit het centrale team een uitwerking naar de beide wijkteams. Dat maakt dat het logisch is takenpakketten die samenhangen met de invulling en uitvoering van de transformatie en de afstemming met het team sociaal domein te plaatsen bij het wijkoverstijgende team. Denk hierbij aan het vormgeven van casusbesprekingen, netwerktaken, innovatie taken, taken die een overkoepelende en integrale benadering vragen, taken die vragen om vanuit enige abstractie over de grenzen heen kijken, taken die overzicht vragen over het werkveld en kwaliteitszorgtaken. Het budgetbeheer vindt eveneens centraal plaats vanuit het wijkoverstijgende team. Vanuit het centrale wijkoverstijgende team zijn de taken die heel dicht bij de samenleving staan in de wijkteams geplaatst. Dat betreft de consulenttaken van de werkvelden WMO, Jeugd, cliëntondersteuning, de frontofficetaken en de taken van de communitymedewerker.
De taken schuldhulpverlening en bijzondere bijstand vinden ook dicht bij (en met) de samenleving plaats, echter kunnen ook adviserend worden ingebracht. Zo is bijvoorbeeld in het sociaal team in Duiven ook de keuze gemaakt de taken schuldhulpverlening en bijzondere bijstand niet standaard toe te voegen aan het sociaal team. De schuldhulpverlenings- en bijzondere bijstandstaken zijn daarom in het wijkoverstijgende team gebracht. Enkele medewerkers die op dit moment de frontofficetaken vervullen bij het Loket WWZ voeren ook ondersteunende bijzondere bijstandstaken uit. Bij de start van de nieuwe toegang voeren zij de beide taken nog uit. Na aanvang wordt op enig moment bezien hoe de beide taken het beste belegd kunnen worden. De aansturing dient bij aanvang helder te zijn. De taakvelden leerlingenvervoer, applicatiebeheer, ondersteunende werkzaamheden voor de toegang en kinderopvang/gastouderschap blijven in het wijkoverstijgende team. Eveneens blijft de taak statushouders in het wijkoverstijgende team…”
Voor de aansturing is één regisseur benoemd voor het wijkoverstijgende team en één regisseur voor de wijkteams.
5.1 Loket WWZ De toegang voor burgers tot het sociaal domein in de gemeente Duiven verloopt via het Loket Wonen Welzijn en Zorg (WWZ): www.duiven.nl/loket-wwz. Dat loket is er “… voor iedereen die hulp nodig heeft en niet kan terugvallen op de eigen omgeving (familie, vrienden, buren en vrijwilligers)…”. Dit loket is op werkdagen telefonisch bereikbaar tussen 8.30 en 12.30. Op de homepage van dit loket is aangegeven dat het loket er is voor vragen/problemen op gebied van : inkomen en schulden, zorg en ondersteuning, jeugdhulp en meervoudige problematiek. Op de homepage van het loket kan een aanmeldformulier worden gedownload. Alle zorgvragen worden in eerste instantie opgepakt door het Loket WWZ. In dat loket is alle relevante expertise aanwezig: Wmo-consulenten, jeugdconsulenten, schuldhulpverleners, bijzondere bijstand consulenten, cliëntondersteuners en leerlingenvervoerconsulenten. Loketmedewerkers horen de vraag aan en bepalen vervolgens in overleg met de burger de meest geschikte route; waar/door wie/welke hulpverlener/welke organisatie kan de vraag van de burger het beste worden opgepakt. Het kan dan zijn dat de loketmedewerker de vraag zelf kan beantwoorden, dan wel dat de burger wordt doorgestuurd, bijvoorbeeld naar maatschappelijk werk en/of wijkwelzijn (als voorliggende voorzieningen), dan wel dat de vraag wordt doorgezet naar het sociaal team.