CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Structuurvisie Duiven 2015.pdf

Politieke Avond 16 februari 2021, gemeente DuivenBij agendapunt: bijlagen bij beantwoording vragen PvdA d.d. 9 februari38.150 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

3.2.3 Ambities Het is goed dat de aspecten natuur en landschap voor een belangrijk deel goed verweven zijn in het afwegings- en sturingsinstrumentarium voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Harde (formele) natuur- en landschapswaarden zijn goed planologisch beschermd. Echter we hebben de ambitie om ook de minder harde waarden, bijvoorbeeld ‘openheid’ en ‘kleinschaligheid’, goed te beschrijven, te waarderen en te borgen. Buiten deze ‘verbreding’ van de bescherming, hebben we ook een versterkingsambitie, welke in het Landschapsontwikkelingsplan verwoord is met de vier volgende doelen: 1. Versterking van de opbouw van het landschap -de landschappelijke structuur- met het onderscheid tussen de drie landschappen: het kommenlandschap, het oeverwallenlandschap en het uiterwaardenlandschap. Daarnaast zijn ook de belangrijke structuurlijnen in het landschap van belang: de oude Rijksweg (dwars door Duiven, het samenhangend stelsel van zuid-noord lopende weteringen (met beeldkwaliteit, ecologische waarde en recreatieve functies) en de huidige / voormalige Rijnbandijken. 2. Behoud en versterking van de identiteit en natuurwaarde van die drie landschappen. 3. Verbetering van de toegankelijkheid van het landschap met nieuwe recreatieve routes en het aanbrengen van schakels in het bestaande netwerk.

27

4. Inpassen en mitigeren van huidige en toekomstige infrastructurele doorsnijdingen in het landschap: de infrabundel Betuwelijn/A15, A15 door de Groessche Weide, A12 en het toekomstige knooppunt A12/A15. 3.2.4 Uitvoering Naam

Omschrijving

Proces- en beleidsinstrumentarium Integraal beleid Werken aan integraal beleid, waarin de buitengebied samenhang tussen de thema’s versterkt wordt. Bijvoorbeeld in de vorm van het opstellen van een checklist voor nieuwe ontwikkelingen / particuliere initiatieven. Strategie bepalen rondom Middelen genereren, efficiënte inzet kleine hiervan en organisatie behoud erf- en landschapselementen en kavelgrensbeplanting. erfbeplanting. Inpassing A15 Door middel van lobby, overleg en in kader planvorming Tracébesluit door Rijk borgen dat inpassing A15 gekoppeld wordt met (onder andere) extra investering in landschap zoals opgenomen in het ambitiedocument. De aanleg mag niet leiden tot aantasting waarden, leefbaarheid, bereikbaarheid en economisch functioneren van (delen) van Duiven.

Natuurbeleid

Juridisch instrumentarium Landschappelijke inpassing als onderdeel van juridisch-planologisch afwegingskader

Initiatief en Middelen?

Fasering en aandachtspunten

Gemeente

F1, F22

Gemeente

F1, F2

Gemeente i.s.m. partijen

F1 Op korte termijn in beeld brengen, spectrum verbreden t.o.v. Ambitiedocument uit 2012. Opstellen (deel)gebiedsvisies, waaronder voor Helhoek.

Afronden in ontwikkeling zijnde natuurbeleid.

gemeente

Van belang bij al dan niet toestaan ontwikkelingen. Goed verankeren, zo mogelijk als gebiedseigen kosten.

gemeente

Financieel instrumentarium, waaronder (bijdrage aan) realisatie concrete projecten Instellen Groenfonds Te vragen bijdrage in gemeente exploitatieovereenkomst bij nieuwe ontwikkelingen, in kader van GREXwetgeving.

Lobby vooraf van belang. Gemeente mag niet in beroep gaan tegen OTB. F1 Gebied dekkende ontheffing i.h.k.v. FF-wet. F1

F1 Dit is uitgewerkt in H6, de uitvoeringsparagraaf van deze structuurvisie.

In te zetten voor in 3.5.1. benoemde aandachtspunten, in 3.5.2. benoemde ambities t.b.v. behoud en versterking landschappelijke kwaliteit, natuur, cultuurhistorie en belevingswaarde in het algemeen. Tevens specifiek in te zetten voor concrete projecten vanuit LOP, zoals hierna genoemd.

2

F1 staat voor fase 1. Deze fase staat voor de periode 2014-2018. F2 - fase 2 - staat voor de periode 2019-2023 en F3 - fase 3 - voor de periode 2024 en verder.

28

Concrete projecten LOP

Natuurontwikkeling

Versterking oeverwallenlandschap; Aanpak weteringen; Aanpak oude rivierlopen, de Aa en de Lee; Ervenproject; Versterking recreatieve ontsluiting buitengebied; Aanpak wegbeplanting kommenlandschap; Versterking cultuurhistorische parels; Ecologisch bermbeheer; Verbetering leefgebieden flora en fauna.

Gemeente i.s.m. partijen

Ontwikkeling door gemeente op percelen in gemeentelijk eigendom.

gemeente

F1, F2, F3 Te realiseren wanneer middelen beschikbaar vanuit Groenfonds (zie H6). Daarnaast waar mogelijk aanspraak maken op subsidie landschap van de provincie, mits passend binnen de ‘Regels subsidieverstrekking Landschap Gelderland’. F1, F2, F3

3.3 Erfgoed, cultuurhistorie & archeologie 3.3.1 Introductie en beleidskader erfgoed, cultuurhistorie & archeologie Op het grondgebied binnen onze gemeentegrenzen is vanaf de Steentijd sprake van menselijke bewoning. Daarbij zijn de hogere delen van het landschap als eerste geoccupeerd. Hierdoor komen in onze gemeente gebieden voor met (hoge) archeologische waarde. Daarnaast is in Duiven een aantal gebieden met hoge archeologische verwachtingswaarden aangewezen. Ten noorden van Groessen ligt zelfs een terrein met een zeer hoge archeologische waarde. Dit gebied is een donk, een oude woongrond. Op het terrein zijn vondsten gedaan uit de Late IJzertijd, Romeinse tijd en Vroege en Late Middeleeuwen. Daarnaast zijn cultuurhistorische waarden aanwezig in de vorm van herkenbare landschapstypen, historisch-bouwkundige waarden, oude wegenpatronen en historische dorpskernen. Dat laatste geldt specifiek voor de dorpskernen van Groessen en Loo en in (veel) mindere mate voor Duiven. De stormachtige ontwikkeling van de kern Duiven na de Tweede Wereldoorlog heeft een aantal cultuurhistorische waarden doen verdwijnen. Toch zijn in Duiven op enkele plaatsen nog historische dorpsbeelden herkenbaar, deze dienen bij ontwikkelingen zoveel mogelijk met respect behandeld te worden. Graag verwijzen we naar de rapportages “Zeldzaam goed” (d.d.

december 2005) en ‘’Een archeologische waarden- en verwachtingskaart met AMZ-adviezen’’ (d.d. november 2006), die een uitgebreide beschrijving geven van de erfgoedwaarden in onze gemeente. Remigiuskerk te Duiven

Voor monumenten en cultuurlandschappen, en voor archeologie bestaan er twee afzonderlijke waardenkaarten. De eerste is uit 2012 en daarmee actueel. De tweede stamt uit 2006 en is aan actualisatie toe. De archeologische waardenkaart is de basis voor het in 2010 vastgestelde facet bestemmingsplan Archeologie. De gemeente Duiven kent 12 beschermde monumenten die vallen onder de bescherming van de Monumentenwet 1988 (rijksmonumenten). Op de gemeentelijke monumentenlijst staan 13 objecten geregistreerd. Daarnaast hebben in het bestemmingsplan Buitengebied 2013 vijf extra panden (met karakteristieke waarde) een erfgoedaanduiding gekregen. Al met al zijn er dus 30 bijzondere gebouwen in onze gemeente die enige vorm van bescherming genieten (Monumentenwet en/of Wet ruimtelijke ordening)!

29

3.3.2 Aandachtspunten Als gemeente Duiven hebben we op dit moment geen specifiek gemeentelijk beleidsprogramma op het gebied van erfgoed (archeologie, monumenten en cultuurlandschapen), waarin aandachtspunten worden geduid. Het gangbare beleid, wat voor ons ten aanzien van dit thema het kader vormt, is dat ‘historische panden en cultuurhistorische waarden worden gekoesterd en behouden, evenals de karakteristieke eigenschappen van de dorpen’. 3.3.3 Ambities Als gemeente gaan we de komende jaren inzetten op behoud van de archeologische, monumentale en cultuurlandschappelijke waarden. Waar mogelijk kijken we ook naar kansen voor ontwikkelen en versterken. Bij ontwikkelingen dagen we de initiatiefnemers uit om erfgoed in den brede als inspirerend uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen te hanteren. Als gemeente gaan we in ieder geval ook de uitdaging aan om erfgoedwaarden beleefbaar te maken in toekomstige ontwerpen. Dit “beleefbaar maken” is een extra richtsnoer bij ontwerpen. We zien hiervan ook een meerwaarde voor recreatie en toerisme. Daarnaast gaan we de komende periode als gemeente aan de slag met het ontwikkelen van integraal beleid voor dit thema. Daarbij kijken we ook naar de inzet van een geschikt instrumentarium, het gemeentelijk budget en de mogelijke koppeling met (gebieds)projecten.

Ook onderzoeken we de kansen en mogelijkheden van het uitbouwen van de bestaande regionale samenwerking rondom archeologie. Tot slot hebben we concreet voor onszelf als opgave gesteld om de waardenkaart uit 2006 te actualiseren, welke (sterk) gedateerd is (zie ook paragraaf 3.3.1. hiervoor).

3.3.4 Uitvoering Naam

Omschrijving

Proces- en beleidsinstrumentarium Archeologische In regionaal verband. In samenhang een verwachtingskaart (en archeologiebalans opstellen facet bestemmingsplan) actualiseren Opstellen erfgoedbeleid

integraal

Regionale samenwerking

Integraal beleid gericht op zowel archeologie, cultuurlandschappen, cultuurhistorische elementen en monumenten. Voortgezette regionale samenwerking zo mogelijk uitbouwen naar het gehele erfgoedveld.

Initiatief en Middelen?

Fasering en aandachtspunten

Gemeente

F13 Mogelijk moeten gehanteerde verstoringsgrenzen worden bijgesteld. F1

Gemeente

Gemeente, regio

F1

Juridisch instrumentarium Erfgoedparagrafen In handboek Ruimtelijke Plannen en Gemeente F1 Grex. Gericht op structureel aandacht voor ambitie ‘beleefbaar maken Aansluiten bij handboek archeologische en cultuurhistorische Openbare Ruimte waarden’. Financieel instrumentarium , waaronder (bijdrage aan) realisatie concrete projecten Archeologiefonds Onderzoek naar nut en noodzaak Gemeente F1 instellen archeologiefonds, analoog aan Besteding volgt uit te groenfonds. ontwikkelen erfgoedbeleid. Uitgewerkt in H6.

3

F1 staat voor fase 1. Deze fase staat voor de periode 2014-2018. F2 - fase 2 - staat voor de periode 2019-2023 en F3 - fase 3 - voor de periode 2024 en verder.

30

3.4 Water 3.4.1 Introductie en beleidskader water Als gemeente Duiven liggen we regionaal gezien in het oostelijk rivierengebied. Een rivierengebied bestaat uit de rivier met uiterwaarden en daarlangs gelegen het dijklandschap met oeverwallen en stroomruggen. In het zuiden op ons grondgebied ligt een klein deel van de Nederrijn/Pannerdensch Kanaal. In het noordelijk deel van onze gemeente liggen enkele stukken uiterwaard van de IJssel. De uiterwaarden vervullen bij hoog water een bergingsfunctie. Het gehele Rijnstrangengebied is gevormd door de dynamiek van de Rijn in de geschiedenis. De relatie met het rivier- en uiterwaardenlandschap wordt gevormd door een uitstroming naar de Nederrijn bij het Candia-gemaal. Het gehele gebied is aardwetenschappelijk waardevol door de stroomgeulen en dalen. Het (beheer van het) stedelijk water is in het kader van de Vierde Nota Waterhuishouding in 2005 overgedragen aan het Waterschap Rijn en IJssel. Het stedelijk water heeft in de bebouwde kom voornamelijk de vorm van singels of vijverpartijen en is onderling verbonden door duikers. In 2012 hebben we als gemeente het nieuwe Waterplan en het vGRP (verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan) vastgesteld. In het Waterplan is de visie van water en riolering tot 2020 vastgelegd en in het vGRP zijn het beleid, de planning en de kosten vastgelegd.

Beiden vormen voor ons de richting voor het eigen handelen en het kader voor de afweging van Vijver in Duiven ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven. 3.4.2 Aandachtspunten Niet alleen op ons lokaal of regionaal niveau, maar ook op nationaal en internationaal niveau vormt het water een belangrijk aandachtspunt, zowel kwalitatief maar zeker ook kwantitatief vanuit het opzicht van veiligheid. Daarom wordt om in de toekomst voldoende beschermd te zijn tegen negatieve invloeden van de rivieren, gewerkt aan het nationale Deltaprogramma. Ondanks dat de planvorming hiervan nog verre van concreet is, is al wel duidelijk dat de Rijnstrangen zeer kansrijk zijn om ingezet te worden als retentiegebied bij hoge waterstanden. Waterplan Het Waterplan vormt voor ons lokaal niveau een kader voor duurzame ontwikkeling. Het zorgt dat het waterbelang in het ruimtelijke ordeningsproces is geborgd en het watersysteem klimaatbestendig is. In het waterplan heeft de groenstructuur ook een prominente rol, de ruimtelijke kwaliteit kan alleen versterkt worden wanneer water en groen samen benaderd worden. Een samenhangende blauwgroene structuur vormt de basis voor een kwalitatief waardevolle leefomgeving die klimaatsensitiviteit en duurzaamheid mogelijk maken. Dit vormt voor ons een belangrijk aandachtspunt bij ontwikkelingen.

Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (vGRP) Het vGRP geldt voor de periode 2012 tot en met 2016 en heeft vier functies: • Het kader voor invulling van de gemeentelijke zorgplichten; • Interne afstemming zorgplichten met overige gemeentelijke beleidsvelden en taken; • Externe afstemming gemeentelijke zorgplichten met andere overheden; • Zorgen voor continuïteit in de invulling van de gemeentelijke zorgplichten. Daarnaast is in het vGRP is een planning opgenomen voor het vervangen van riolen en riooltechnische zaken en zijn de milieutechnische verbeteringsmaatregelen beschreven.

31

3.4.3 Ambities De regelgeving van Europa, het Rijk, de provincie en het waterschap is van grote invloed op de reikwijdte van onze gemeentelijke ambities. In de Wet ruimtelijke ordening bestaat de verplichting om een waterparagraaf in bestemmingsplannen op te nemen. De werking van de watertoets is geëvalueerd en het blijkt dat water in behoorlijke mate expliciet en evenwichtig in beschouwing wordt genomen bij ruimtelijke plannen op inrichtingsniveau. Kortweg verwoorden we onze ambities als volgt: • het watersysteem is voldoende robuust ingericht. Er is voldoende schoon en zichtbaar water van goede kwaliteit; • het streven is om het watersysteem te laten voldoen aan de normen waarbij er geen sprake is van wateroverlast en droogte; • het beheer en onderhoud is ‘up-to-date’ en er is geen sprake van achterstand; • water en groen met elkaar verbinden om de ruimtelijke kwaliteiten te verhogen. Vanuit deze ambities moet gezocht worden naar kansen waarbij water enerzijds een (grotere) bijdrage kan leveren aan de ruimtelijke ontwikkelingen van de leefomgeving, en anderzijds de ruimtelijke ontwikkeling geen ‘claim’ legt op het watersysteem, maar helpt om de ambitie op het gebied van water te realiseren. Dit is een uitdaging voor ons als gemeente, maar zeker ook voor andere partijen en particuliere initiatiefnemers!

3.4.4 Uitvoering Naam

Omschrijving

Initiatief en Middelen?

Fasering en aandachtspunten

Proces- en beleidsinstrumentarium Meedenken in In verband met kansrijkheid van de Gemeente F2, F34 planvorming Nationaal Rijnstrangen als retentiegebied. iom partijen Deltaprogramma Opstellen Gemeente F1 calamiteitenplan Financieel instrumentarium, waaronder (bijdrage aan) realisatie concrete projecten Controleren foutieve Gemeente, F1, F2 rioolaansluitingen / Middelen uitbreiden meetsysteem vGRP riolering. Uitvoeren projecten Gemeente, F1, F2 gericht op verbeteren waterschap waterkwaliteit conform Middelen Waterplan. vGRP

4

F1 staat voor fase 1. Deze fase staat voor de periode 2014-2018. F2 - fase 2 - staat voor de periode 2019-2023 en F3 - fase 3 - voor de periode 2024 en verder.

32

3.5 Economie, Duurzaam InnoFase, Detailhandelsbeleid, Vrijetijdseconomie, Overige bedrijventerreinen, Arbeidsmarktbeleid 3.5.1 Introductie en beleidskader economie De Duivense economische situatie is in Nederlands opzicht bijzonder. In onze gemeente overstijgt het aantal arbeidsplaatsen het werkend deel van de bewoners (beroepsbevolking). We zijn daarmee belangrijk voor de regionale arbeidsmarkt. Het grote aantal arbeidsplaatsen is vooral geconcentreerd op de in totaal circa 250 hectare grote regionale bedrijventerreinen langs de A12. In totaal betreft het de volgende bedrijventerreinen: Aan de noordzijde de bedrijventerreinen InnoFase en Centerpoort-Noord; Aan de zuidzijde Centerpoort-Nieuwgraaf en Centerpoort-Zuid; Het bedrijventerrein Graafstaete is gelegen direct ten zuiden van Centerpoort-Zuid en wordt van dit bedrijventerrein gescheiden door de Graafsingel en aan de oostzijde begrensd door de Westsingel. De lokale bedrijventerreinen ’t Holland en De Nieuweling liggen ten zuidoosten van de kern Duiven, direct aansluitend aan de bebouwde kom en aan de zuidzijde begrensd door de spoorlijn Arnhem-Duitse grens.

Nieuw bedrijfspand op Nieuwgraaf

Korte typering bedrijventerreinen Bedrijventerreinen Centerpoort-Nieuwgraaf en Centerpoort-Zuid Centerpoort-Nieuwgraaf is een bedrijventerrein waar vooral (groot-)handels-, distributie- en transportbedrijven gevestigd zijn. Daarnaast behelst dit bedrijventerrein het grootste PDV-cluster binnen de Stadsregio Arnhem Nijmegen. Ook is er horeca op het bedrijventerrein gevestigd. Op het bedrijventerrein zijn bedrijven met maximaal bedrijfscategorie 3.2 toegestaan. Op Centerpoort-Zuid is naast enkele autodealers, voornamelijk hoogwaardige bedrijvigheid gevestigd. Op dit bedrijventerrein zijn bedrijven met maximaal bedrijfscategorie 3.2 toegestaan.

33

Bedrijventerrein Centerpoort-Noord Het bedrijventerrein Centerpoort-Noord is gericht op reguliere bedrijvigheid en er zijn vooral (groot-)handels-, distributie- en transportbedrijven gevestigd. Er zijn bedrijven met maximaal bedrijfscategorie 4.1 toegestaan. Bedrijventerrein InnoFase Op het bedrijventerrein InnoFase is vooral milieutechnologische bedrijvigheid gevestigd. Dit zijn bedrijven met maximaal bedrijfscategorie 5.1. Hiernaast zijn er enkele specifieke bedrijven gevestigd. Het betreft o.a. de vuilverbranding (AVR), een composteringsbedrijf en de rioolwaterzuivering. Bedrijventerrein Seingraaf Het bedrijventerrein Seingraaf is in ontwikkeling, het voorziet in de regionale vraag naar bedrijventerreinen voor vooral (groot-)handels-, distributie- en transportbedrijven. Seingraaf wordt een parkachtig bedrijventerrein in de lichtere bedrijfscategorieën. Bedrijvigheid met een bedrijfscategorie hoger dan 3.2 is niet toegestaan op dit bedrijventerrein. Bedrijventerrein Graafstaete Het bedrijventerrein Graafstaete is eveneens in ontwikkeling. Het terrein is 12,4 hectare groot, waarvan nog 4 hectare (stand van zaken december 2014) uitgeefbaar, en biedt plaats aan één van de grootste Intratuinvestigingen van ons land. Het terrein is bestemd voor reguliere bedrijvigheid, (groot)handel en industrie.

Bedrijvigheid met een bedrijfscategorie hoger dan 3 is niet toegestaan op dit bedrijventerrein. Lokale bedrijventerreinen ’t Holland en De Nieuweling Op de bedrijventerreinen ’t Holland en De Nieuweling is vooral lokale bedrijvigheid gevestigd. Het bedrijventerrein ’t Holland en De Nieuweling wordt aan de noordkant begrensd door woningbouw. Bedrijvigheid met een bedrijfscategorie hoger dan 3.1 is hier daarom niet toegestaan.

In het verleden is door de Stadsregio Arnhem Nijmegen in het regionaal plan 2005-2020 een zone van circa 15 hectare boven Centerpoort-Noord als zoekrichting voor nieuwe regionale bedrijvigheid aangewezen. Hiervan is 3,3 hectare inmiddels bestemd voor een beveiligd parkeerterrein voor vrachtwagens. Als gevolg van trends en de economische situatie zullen de overige hectares op zijn vroegst pas na 2020 worden ontwikkeld. Naast de echte bedrijventerreinen, zijn er ook in andere gebieden werkfuncties gevestigd die in totaal voor veel arbeidsplaatsen zorgen. Voorbeeld hiervan is het voormalige Unileverlaboratorium aan de Helhoek, dat dienst doet als bedrijfsverzamelgebouw voor onder meer startende ondernemers. De spoorzone is een gemengd gebied, waarin ook bedrijvigheid is gevestigd. De zogenaamde werkterp in het bestemmingsplan De Ploen-Zuid biedt nog beperkte ruimte aan zakelijke dienstverlening. Momenteel (december 2014) wordt volop uitvoering gegeven aan het plan ‘Vitaal Centrum Duiven’, gericht op de verplaatsing van het cultuurcentrum en uitbreiding van het winkelvloeroppervlak met 3.500 m². Fase 1 is inmiddels gerealiseerd. Onderdeel van het centrumplan is ook een uitbreiding van de horecafunctie.

Momenteel vormt het hotel/restaurant op Centerpoort-Zuid een belangrijke trekker en het hotel op Centerpoort-Nieuwgraaf heeft de afgelopen periode een kwaliteitsverbetering ondergaan. Ook in het buitengebied is vanouds veel bedrijvigheid aanwezig, hier is echter sprake van een trend die in het hele land waarneembaar is: het aantal land- en tuinbouwbedrijven neemt steeds verder af door verdergaande schaalvergroting en bedrijfsbeëindiging. De werkgelegenheid in de agrarische sector neemt af. Het open kommengebied ten noorden van Duiven en het gebied tussen Duiven en Zevenaar heeft bijna uitsluitend een agrarische functie. In het oeverwallengebied rond Groessen en Loo zijn naast akker- en grasland ook tuinbouwconcentraties aanwezig. Het beleidskader voor het thema ‘economie’ wordt bestemmingsplannen voor het betreffende bedrijventerrein.

34

verder

vorm

gegeven

door

de

3.5.2 Aandachtspunten Bedrijventerreinen Het thema ‘economie’ is een goed voorbeeld van een gemeentegrensoverstijgend thema. We vertalen het regionaal- en provinciaal beleid (zoals het Regionaal Programma Bedrijventerreinen (RPB)) in concrete (bestemmings-) plannen, welke we hanteren als onderdeel van het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven en uiteraard als richtsnoer voor ons eigen handelen. Bijzonder aandachtspunt hierbij vormt het toepassen van duurzaamheids-principes, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (voorheen: SER-ladder). Intensivering en revitalisering van bestaande bedrijventerreinen heeft in principe prioriteit boven nieuwe ontwikkelingen. Voorkomen moet worden dat de leegstand op bedrijventerreinen toeneemt. We onderzoeken de mogelijkheden voor en werken aan het tegengaan en terugdringen ervan. Belangrijk aandachtspunt is dat bedrijventerreinen onderscheidende profielen dienen te hebben, zowel bestaand als nieuw. Voor het te ontwikkelen bedrijventerrein Seingraaf wordt in 2014 een duidelijk profiel vastgelegd op basis waarvan bedrijven worden geacquireerd. De kwaliteit van bestaande bedrijventerreinen blijft continu een belangrijk aandachtspunt. CenterpoortNieuwgraaf wordt sinds 2010 gerevitaliseerd, waarbij het gaat om een meervoudig revitaliseringprogramma met inzet van publiek en privaat geld.

Hier spe(e)l-(d)en de volgende deelprojecten: 1. Verbetering van de bereikbaarheid naar en van Centerpoort-Nieuwgraaf; 2. Aanleg rotonde kruising Nieuwgraaf-Biograaf bij IKEA; 3. Stimuleringsbijdrage vastgoed en buitenopslag; 4. Ruimtelijke Intensivering Centerpoort-Nieuwgraaf; 5. Groenplan privaat- en openbaar groen; 6. Duurzaamheidscan; 7. Pilot openbaar vervoer. Detailhandel Naast het RPB is recentelijk het Regionaal Programma Detailhandel (RPD) opgesteld. Hierin is een belangrijk onderdeel van ons beleid uit de gemeentelijke detailhandelsnota 2012 geborgd, namelijk dat we als gemeente Duiven het thema “wonen/in-en-om-het-huis” verder kunnen uitrollen op Centerpoort-Nieuwgraaf binnen een concentratiegebied. Voor het centrumgebied vormt het een aandachtspunt dat het winkel- en horeca-aanbod nog beperkt in omvang is. De kansen en groeimogelijkheden die er liggen zijn onderdeel van het project Vitaal Centrum. Vrijetijdseconomie Recreatie en toerisme vormt een groeiende economische sector. Aandachtspunt vormt dat hiervoor op dit moment een ontwikkelingsvisie ontbreekt. Als eerste stap hiervoor heeft het Plattelandshuis Achterhoek en Liemers in 2012 een verkenning opgesteld over de Duivense Vrijetijdseconomie. De komende tijd wordt door de vier Liemerse gemeenten een gezamenlijke visie ten aanzien van vrijetijdseconomie opgesteld.

3.5.3 Ambities Bedrijventerreinen en arbeidsmarktbeleid Als regionale speler op de arbeidsmarkt is het van belang dat we als gemeente Duiven onze sterke positie behouden en zo mogelijk versterken. Deze positie wordt waar mogelijk benut om banen of werkplekken te creëren voor werkzoekenden (uitkeringsgerechtigden) vanuit Duiven en de overige regiogemeenten. Met een gerichte acquisitie in samenwerking met de regionale sociale dienst wordt gekeken naar kansen op de arbeidsmarkt onder de noemer ‘Social Return on Investment’. Bij vestiging van bedrijven wordt voorgesorteerd op mogelijke vacatures voor werkzoekenden (uitkeringsgerechtigden). Als gemeente werken we aan de uitvoering van de opgaven uit de Visie Wonen en Werken en het regionaal plan Stadsregio Arnhem-Nijmegen 2005-2020. Wat betreft onze ambitie rondom ontwikkelingen voor de periode na 2020, richten we ons als Duiven alleen op aantoonbare en in gezamenlijkheid met de Stadsregio bepaalde behoeften. Aan lokale, kleinschalige initiatieven wordt -

35

onder toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking- zo mogelijk binnen onze gemeentegrenzen medewerking verleend, rekening houdend met het beleid op het gebied van duurzaamheid, natuur en landschap en cultuurhistorie. Een ambitieuze en belangrijke ontwikkeling betreft het bedrijventerrein InnoFase. Het cascaderen en opwekken van duurzame energie staat in dit gebied centraal. De output van het ene bedrijf vormt de input voor een ander bedrijf. Daar worden nieuw te vestigen bedrijven op geselecteerd. Het vormt voor ons een bijzondere uitdaging om de duurzaamheidsprincipes breder toe te passen bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen, van kavelniveau tot individueel ontwerp. Samen met het bedrijfsleven bouwen we het reeds ingezette beleid voor parkmanagement verder uit. Detailhandel Ook voor detailhandel hebben we een aantal duidelijke ambitie. Voor Centerpoort-Nieuwgraaf werken we aan het verder ontwikkelen van het thema “wonen/in-en-om-het-huis”. In het kader van het project Vitaal Centrum Duiven wordt gewerkt aan beperkte versterking van lokaal gerichte detailhandel in het centrum. Vrijetijdseconomie We signaleren dat onze rol ten aanzien van de vrijetijdseconomie vooral faciliterend is, maar anderzijds ook inspirerend en uitnodigend. Daarom zijn we samen met het Plattelandshuis Achterhoek en Liemers gestart met een visie hierop voor Duiven.

3.5.4 Uitvoering Naam

Omschrijving

Proces- en beleidsinstrumentarium Tegengaan leegstand Planmatige aanpak i.s.m. betrokken Centerpoort-Noord partijen. Onderzoek behoefte na Centerpoort-Noord-Noord 2020 zoekrichting. Samen met regio bepalen daadwerkelijke behoefte. Acquisitie Parkmanagement Thema CenterpoortNieuwgraaf Visie Vrijetijdseconomie

Onderzoek netwerken buitengebied

Acquisitie nieuwe bedrijven op InnoFase en Seingraaf Beleid uitwerken i.s.m. bedrijfsleven Verder uitrollen thema ‘wonen in en om het huis’. In vervolg op verkenning Vrijetijdseconomie Duiven. Samen met regiogemeenten Achterhoek en Liemers Missende schakels en completeren t.b.v. recreatie en toerisme.

Juridisch instrumentarium Faciliteren toerisme en Initiatieven afwegen, faciliteren recreatie, horeca, wanneer passend in structuurvisie en verbreding agrarische Ontwikkelingskader Buitengebied. sector en ondergeschikte Waar mogelijk, bestemmingsplannen nevenactiviteiten. versoepelen en dergelijke initiatieven

5

Initiatief en Middelen?

Fasering en aandachtspunten

Gemeente iom partijen Gemeente, regio

F15

Gemeente Gemeente, partijen Gemeente, partijen Gemeente, regio

F1, F2 Centerpoort-Noord-Noord is nog niet verankerd in een bestemmingsplan. F1 F1 F1, F2 F1

Gemeente, regio, partijen

F1, F2 Mogelijk deels vanuit te vragen bijdragen particuliere initiatieven buitengebied.

Gemeente

F1, F2

F1 staat voor fase 1. Deze fase staat voor de periode 2014-2018. F2 - fase 2 - staat voor de periode 2019-2023 en F3 - fase 3 - voor de periode 2024 en verder.

36

Financieel instrumentarium, waaronder (bijdrage aan) realisatie concrete projecten Revitaliseren Centerpoort- Vervolg ingezet traject vanaf 2010. gemeente Nieuwgraaf Betreft deelprojecten zoals in deze paragraaf benoemd.

Realisatie truckparking.

Uitgifte De Nieuweling en Graafstaete

Ontwikkelen Seingraaf en Centerpoort-Zuid-Oost.

Beveiligd parkeerterrein voor vrachtwagens, van 3.3. hectare, onderdeel van Centerpark-Noord. De Nieuweling heeft 4,5 ha netto oppervlak, er is nog 3,3 ha uitgeefbaar, bestemd voor bedrijvigheid in maximaal de milieucategorie 3.1 Graafstaete heeft netto oppervlak 11 hectare.. Uitgifte in 2010 gestart. Graafstaete heeft zich door de ligging en door de er gevestigde ondernemers doorontwikkeld tot een regionaal bedrijventerrein. Seingraaf moet goed in de markt gezet worden.

Particulier initiatief

Gemeente

Gemeente iom partijen

Centerpoort-Zuid-Oost is reserveterrein voor aanvullende (regionale) behoefte.

Vervolg uitvoering centrumplan

Vitaal Centrum Duiven, verplaatsen cultuurcentrum en uitbreiding winkelvloeroppervlakte. Start fase 2 in 2014, daarna fasen 3 en 4. direct bestemmen.

Gemeente i.s.m. partijen

F1 Gemeente draagt deel bestaand. In bestemmingsplannen t.b.v. nieuwe ontwikkelingen wordt een bijdrage gevraagd. Zie hoofdstuk 6. F1, F2 Vastgesteld bestemmingsplan. F1 Voor beiden vastgesteld bestemmingsplan

F1, F2 Voor Seingraaf is een bestemmingsplan vastgesteld F2, F3 Voor Centerpoort-ZuidOost is geen bestemmingsplan vastgesteld. F1, F2 Verankerd in vastgesteld bestemmingsplan.

3.6 Wonen 3.6.1 Introductie en beleidskader wonen De gemeente Duiven is in 1974 door het Rijk aangewezen als één van de zeventien groeikernen in Nederland. Door de woningbouw als gevolg van deze groeikernstatus is Duiven een belangrijk onderdeel geworden van het verstedelijkt gebied langs de A12 tussen Arnhem en Zevenaar. Door de grootschalige nieuwbouw als gevolg van het groeikernenbeleid is op dit moment maar liefst 80% van de woningen in de kern Duiven gebouwd na 1975. Vanuit de lucht gezien, zijn duidelijk de groeikernwijken zichtbaar, die rondom het centrum van Duiven zijn gebouwd. Deze wijken worden qua karakter gekenmerkt als centrumdorps en suburbaan. Het leidt echter ook tot een vrij eenzijdige samenstelling van de voorraad. De woningvoorraad in Duiven bestaat in vergelijking tot het Gelderse gemiddelde relatief uit veel koopwoningen (65%) en relatief weinig huurwoningen (circa 25% sociale huur en 10% particuliere huur). Het woningaanbod bestaat voor het grootste deel uit eengezinswoningen. Meergezinswoningen komen weinig voor. De kwaliteit van de woningen wordt door de bewoners over de gehele gemeente gezien als goed beoordeeld. Ook de kwaliteit van de woonbuurt komt in het algemeen goed uit de bus. Van en naar Duiven is sprake van een behoorlijke migratiestroom.

Er bestaat een grote uitwisseling met de regiogemeenten zoals Arnhem, Westervoort en Zevenaar maar ook met gemeenten buiten de Stadsregio en zelfs buiten de provincie Gelderland. Als gevolg van de groeikernperiode was het migratiesaldo jarenlang positief. In de afgelopen jaren is het migratiesaldo negatief geworden; voor jongeren is er zelfs sprake van een sterk negatief saldo. Door een geboorteoverschot is het inwonertal

37

echter al een paar jaar min of meer stabiel. Doordat naar verwachting de komende jaren het geboorteoverschot afneemt en het migratiesaldo negatief blijft zal het inwonertal geleidelijk gaan dalen. Door de groei van het aantal huishoudens (gezinsverdunning) blijft er naar verwachting tot 2030 nog een groei van de woningvoorraad noodzakelijk. De groei van het aantal huishoudens bestaat vooral uit de kleine huishoudens. Met deze kwalitatieve vraag zal in het toekomstige bouwprogramma rekening moeten worden gehouden. Kortom, er kan anno 2014 geconcludeerd worden, dat de in de structuurvisie 2009 verankerde keuze om uit te gaan van een stabilisatie van het aantal inwoners niet meer realistisch is. Daarom gaan we in deze geactualiseerde structuurvisie uit van een lichte bevolkingskrimp en een (vooralsnog) lichte groei van het aantal huishoudens. 3.6.2 Aandachtspunten Als een belangrijk aandachtspunt constateren we, dat er in Duiven vooral eengezinswoningen gebouwd zijn voor (jonge) gezinnen en dat dit kijkend naar de toekomst toe, minder zal aansluiten bij de bevolkingssamenstelling en de daaraan gekoppelde woningbehoefte. Juist door de korte periode waarin de meeste woningen zijn gebouwd, zullen we structureel aandacht moeten hebben voor de kwaliteit van een goed woon- en leefklimaat op wijk- en buurtniveau.

Doordat er nog beperkt ruimte is om de woningvoorraad te laten groeien is er nu nog kans om met toevoegingen de lacunes in de bestaande voorraad (deels) op te vullen. Het in 2015 op te stellen woonbeleid zal een antwoord moeten geven op voorgaand vraagstuk. Zodra duidelijk is welke kwalitatieve en kwantitatieve opgave er ligt, wordt dit thema ‘Wonen’ geactualiseerd. 3.6.3 Ambities In 2015 gaan we aan de slag met nieuw woonbeleid. Uit de laatste bevolkings- en + huishoudensprognoses (primos 2012 ) blijkt dat er in ieder geval tot 2020 nog een kwantitatieve opgave is voor nieuwe woningen. Een deel van deze opgave ligt ook al vast in woningbouwplannen. De ‘Laatste kwalitatieve prognoses’ (Socrates 2013) geven echter aan dat een deel van deze geplande nieuwbouw (kwalitatief) niet aansluit bij de “toekomstige” vraag. Ter voorbereiding op het nieuwe woonbeleid moet inzicht ontstaan in de kwalitatieve en kwantitatieve opgave, zowel voor de bestaande voorraad als voor nieuwbouw. De prognoses gaan uit van een lichte daling van het inwonertal en een lichte stijging van het aantal huishoudens. In (sub)regionaal verband hebben we het woningbouwprogramma 2014-2030 afgestemd, het blijft vooralsnog beperkt tot bruto +/- 450 woningen.

Met het nieuwe woonbeleid willen we inzicht bieden in de vraag of dit woningbouwprogramma nog steeds realistisch is, of dat er uitgegaan moet worden van een ander programma. Voor ons is het in ieder geval duidelijk, dat het in het licht van de nieuwe werkelijkheid niet meer realistisch is om te sturen op aantallen. We gaan veel meer vanuit kwaliteit denken (de juiste woning op de juiste plek) en daar past veel meer een flexibel nieuwbouw-woningbouwprogramma bij met een bepaalde bandbreedte. Voor een deel (circa 300 woningen) bieden de bestaande in ontwikkeling zijnde locaties zoals De Ploen-Zuid, Kloosterkamp, Droo-Zuid, Vitaal Centrum, Welleveld en Westreenen Loo, en andere locaties waar al harde afspraken over zijn gemaakt ruimte om invulling te geven aan de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Al zal voor een deel van deze locaties gekeken moeten worden of het beoogde programma nog steeds aansluit bij de huidige/toekomstige vraag. Voor een deel van het resterende programma van circa 150 woningen zijn al mogelijke locaties in beeld, al zullen we naar aanleiding van het nieuwe woonbeleid bezien of deze locaties nog passen bij de vraag, bij de kernkwaliteiten van Duiven en bij onze ambities voor de andere beleidsthema’s. Op basis van de prognoses zien we al wel aanleiding om een aantal grotere mogelijke locaties te schrappen (zie ook de hoofdstukken 4 en 5).

Ook behoort het wegbestemmen van bestaande harde (planologische)

38

capaciteit tot de mogelijkheden.

Voor de periode na 2020 kunnen we vooralsnog op basis van huidige cijfers concluderen dat er nog een behoefte is aan nieuwe woningen, al dan niet door middel van herstructurering. Wel zal het aantal toe te voegen woningen naar verwachting ongeveer de helft bedragen van het aantal woningen dat in de periode 2010-2020 is / wordt toegevoegd. Medewerking aan verplaatsing van bedrijven of woningen: Onze gemeente staat positief tegenover het verlenen van vroegtijdige planologische medewerking op concreet verzoek van de gedupeerden zelf, bij noodzakelijke verplaatsingen van bedrijven en/of woningen als gevolg van het project ViA15. In geval van een concrete, alternatieve locatie, zal de gemeente zich inspannen om tijdig de planologische haalbaarheid en/of de voorwaarden te onderzoeken en zo mogelijk daarna de noodzakelijke procedures starten. Veelal zal bij een verplaatsing ook provinciale medewerking nodig zijn.

3.6.4 Uitvoering Naam

Omschrijving

Proces- en beleidsinstrumentarium In beeld brengen en Grootste deel woningen uit zelfde monitoren kwaliteit woonbouwperiode, hebben nu nog een hoge en leefmilieu bestaande kwaliteit, voorkomen dient te worden dat dit voorraad op wijk- en omslaat naar een negatieve kwaliteit, door buurtniveau behoud van aantrekkelijkheid. Hierbij oog voor eventuele noodzaak herstructurering van delen van voorraad die niet passen bij de toekomstig gewenste/ benodigde voorraad. Spiegelen Afnemende behoefte maakt juiste woning woningbouwprogramma op juiste locatie extra noodzakelijk. Ook met kwalitatieve behoefte voor bekende locaties heroverwegen. Opstellen Woonvisie Inzicht in kwantitatieve en kwalitatieve opgave en strategie. Dit betreft vooral de bestaande voorraad. Heroverwegen Bij saneren / slopen vrijkomende agrarische functieveranderingsbeleid bedrijfsbebouwing kunnen (onder naar wonen buitengebied. ruimtelijke en financiële voorwaarden, zie OKBG) bouw- / gebruiksrechten verkregen worden (herbestemmen als woonfunctie). Juridisch instrumentarium Aanpasbaarheid woningen Er is vergunningsvrij al veel mogelijk.

Initiatief en Middelen?

Fasering en aandachtspunten

Gemeente i.s.m. partijen

F16 Onderzoek in nauwe samenwerking met corporaties.

Gemeente i.s.m. partijen Gemeente

F1

F1

Gemeente

F1 Afstemmen met op te stellen Woonvisie

Gemeente

F1 In woonvisie wordt nader in gegaan op de bestaande voorraad en de aanpasbaarheid ervan

Financieel instrumentarium, waaronder (bijdrage aan) realisatie concrete projecten Te ontwikkelen binnen het kader van de Woonvisie 2015

6

F1 staat voor fase 1. Deze fase staat voor de periode 2014-2018. F2 - fase 2 - staat voor de periode 2019-2023 en F3 - fase 3 - voor de periode 2024 en verder.

39

3.7 Zorg (&RO) 3.7.1 Introductie en aandachtspunten zorg (&RO) We zijn er ons van bewust dat het beleidsveld wonen in combinatie met zorg sterk in beweging is. Aan het adagium ‘langer zelfstandig wonen’ wordt via de wet- en regelgeving daadwerkelijk invulling gegeven en ook wij als gemeente zetten ons daarvoor in met de betrokken partijen. In de periode 2013-2030 zien we dat er nog sprake is van een lichte groei van het aantal huishoudens in onze gemeente. Duiven krijgt te maken met een forse vergrijzing. Het aantal huishoudens tussen 65 en 75 jaar neemt in bijna 20 jaar tijd met 1.100 huishoudens toe (+ 85%) en het aantal 75-plushuishoudens in diezelfde periode met 550 (+ 47%). 7

Alleen inwoners met een relatief zware zorgvraag kunnen nog in een intramurale setting worden opgenomen. Alle andere mensen worden in de eigen woonomgeving verzorgd en begeleid. Zij bewonen (huur of koop) een zelfstandige woonruimte en zij kopen zelf de zorg in bij een zorgaanbieder. In 2014 hebben we onderzoek laten verrichten naar de effecten van het scheiden van wonen en zorg. Er wordt per doelgroep de situatie van nu en in 2030 geschetst. In de woonvisie waarmee we in 2015 aan de slag gaan, zal nader worden ingegaan op de gevolgen hiervan voor de woonagenda, de bestemmingsplannen en de aanspraak op WMO. Hierna gaan we kort in op de diverse onderscheiden doelgroepen in het onderzoek en benoemen waar relevant de daaraan verbonden aandachtspunten en opgaven. Mensen met mobiliteitsbeperking Onderzoek laat zien dat het aantal huishoudens met minimaal één gezinslid met een mobiliteitsbeperking in 2013 circa 1.800 bedraagt. Deze groep neemt, vooral als gevolg van de vergrijzing, toe met 470 huishoudens in de komende 20 jaar . Daarvan zal ongeveer de helft gebruik gaan maken van een rollator en circa 25 huishoudens krijgen zware beperkingen en hebben permanent een rolstoel nodig. Er is nu getalsmatig een gering overschot aan geschikte woningen.

Bijna 30% van alle geschikte woningen wordt echter bewoond door jongere huishoudens (tot 55 jaar) die over het algemeen relatief weinig mobiliteitsbeperkingen hebben. In de praktijk is er dus een tekort aan geschikte woningen voor mensen met mobiliteitsbeperkingen, terwijl de vraag dus toeneemt. Op dit moment zijn er geen plannen om het aantal geschikte woningen door nieuwbouw uit te breiden. In de nieuwe woonvisie zullen we nader ingaan op de behoefte en (potentieel) aanbod in de bestaande voorraad en wat er nog voor uitbreidingsvraag ligt. Het potentieel in de bestaande voorraad is vrij groot: 83% van de eengezinswoningen in de koopsector en 18% van de woningen in de huursector. Mensen met dementie In onze gemeente wonen ongeveer 280 mensen met dementie (1,1% van de bevolking) . Dat aantal neemt de komende 20 jaar met ruim 200 mensen toe (+ 75%; provinciaal 86%) . Slechts één op de vijf mensen met dementie woont in een verpleeghuis of kleinschalige woonvorm. De huidige behoefte bedraagt circa 60 ( intramurale) verblijfsplaatsen. De behoefte neemt de komende tien jaar toe met 7

Intramurale zorg (letterlijk: zorg binnen de muren) is gezondheidszorg die gedurende een onafgebroken verblijf van meer dan 24 uur geboden wordt in een zorginstelling, zoals een ziekenhuis, verpleeghuis, verzorgingshuis of een instelling voor verstandelijk gehandicapten. De geboden zorg kan bestaan uit begeleiding, verzorging en/of behandeling.

40

bijna 25 plaatsen en in de tien jaar daarna nog eens met hetzelfde aantal. Het aanbod aan intramurale plaatsen voor dementerenden is voldoende voor de huidige berekende lokale vraag. In de toekomstige vraag kan wellicht deels voorzien worden door huidige verzorgingshuisplaatsen in te zetten voor deze doelgroep. Daarnaast is er ruimte voor extra uitbreiding van de intramurale capaciteit voor mensen met dementie binnen de gemeente. Ook hierop zullen we nader ingaan in de nieuwe woonvisie. Behoef te aan ‘woonzorg’/verzorgd wonen (voormalig verzorgingshuis) ‘Woonzorg’ is het segment op de woningmarkt voor de groep ouderen die vanwege hun lichtere zorgvraag niet meer naar een verzorgingshuis kan. De vraag is wat deze mensen gaan doen. Gaan zij naar het verzorgingshuis om een appartement te huren (als de zorginstelling de strategie gekozen heeft om tot verhuur over te gaan van hun voormalig intramurale vastgoed) . Blijven zij in de huidige woning wonen? Sluit een ander vastgoedconcept beter aan bij hun behoeften? Dit zijn aandachtspunten en vraagstukken voor de nieuwe woonvisie. Uit onderzoek blijkt op basis van huidige gegevens dat de behoefte in Loo en Groessen te gering is om een woonzorginitiatief in deze dorpen te realiseren voor de lokale behoefte.

Mensen met een beperking (gehandicaptensector) De totale intramurale capaciteit in gemeente Duiven in de gehandicaptensector bedraagt 52 plaatsen, terwijl er circa 95 mensen een indicatie hebben voor intramurale AWBZ- zorg in de gehandicaptensector. Blijkbaar hebben meer mensen recht op gehandicaptenzorg met verblijf dan zij nu afnemen in Duiven; zij blijven thuis wonen (extramuraal wonen) of gaan naar een andere gemeente. Als gevolg van de extramuralisering neemt de behoefte aan intramurale plaatsen in de periode tot 2030 af met circa 15 plaatsen. Er zal vooral groei zijn in de vraag naar ambulante begeleiding bij cliënten thuis. In de nieuwe woonvisie zal op de gevolgen nader in gegaan worden. Mensen met een psychiatrische aandoening (Geestelijke gezondheidszorg) Het aantal cliënten met een intramurale indicatie voor GGZ- zorg zal in 2030 ongeveer 10 personen lager zijn dan op dit moment als gevolg van extramuralisering. Momenteel is er geen intramurale capaciteit in gemeente Duiven, terwijl er per 1 januari i 2013 40 mensen een indicatie voor intramurale AWBZ-zorg hebben. Voor intramuraal verblijf met en zonder behandeling gaat men naar andere gemeenten in de Liemers. De zorginstanties geven wel aan dat er behoefte is om de intramurale capaciteit die nu geclusterd is in een aantal gemeenten meer over de Liemers te spreiden.

Dit onderwerp zullen we in de nieuwe woonvisie uitwerken. Effecten scheiden wonen en zorg Alleen de zorgorganisaties die in gemeente Duiven zorg bieden aan mensen met een lichtere zorgvraag ervaren de gevolgen van het scheiden van wonen en zorg bij hun zorgvastgoed. Een aantal zorgorganisaties onderzoekt momenteel de mogelijkheden om een aantal intramurale complexen/ woningen te extramuraliseren. Ook dit vormt een onderwerp van de nieuwe woonvisie. 3.7.2 Ambities Als gemeente Duiven zullen we de hierboven benoemde aandachtspunten per doelgroep nauwlettend monitoren, uitwerken in de nieuwe woonvisie en samen met betrokken partners ervoor zorgdragen dat er een passende oplossing gevonden wordt wanneer er zich problemen voordoen. Periodiek overleg partners wonen-welzijn-zorg Wij streven er naar om 2 á 3 maal per jaar gezamenlijk met corporaties, welzijnsorganisaties en zorgorganisaties op beleidsniveau te overleggen. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de Sociale Teams die nu naar aanleiding van de transities worden vormgegeven. Er zit immers een duidelijke wisselwerking tussen wonen en WMO/zorg. Combinatie van maatregelen voor een betere match vraag en aanbod

41

Een combinatie van maatregelen is wenselijk om voor meer mensen een passende woonsituatie te creëren. De mogelijkheden via nieuwbouw zijn beperkt en corporaties/ zorgorganisaties hebben geen of beperkte plannen. Het accent zal vooral op de bestaande voorraad moeten komen te liggen. Verhuizen naar een geschikte woning Geschikter maken huidige woning Aandacht voor mantelzorgwoningen In de op te stellen woonvisie zullen we deze maatregelen verder uitwerken. Belangrijk uitgangspunt daarbij is dat het omzetten van intramurale capaciteit naar extramurale woonvormen gevolgen heeft voor de woonagenda, bestemmingsplannen en de aanspraak op de WMO. Afweging nieuwe initiatieven Nieuwe initiatieven voor senioren en mensen met een beperking zullen we beoordelen op basis van onderstaande criteria. Criteria

Parameters

Markt

Voldoet aan lokale/ gemeentelijke marktvraag ( invulling tekort zoals hierboven aangegeven) Voldoet aan regionale marktvraag (maatwerk voor specifieke doelgroepen die in gemeente Duiven te beperkt van omvang zijn om in een geclusterde woonvorm zorg aan te bieden. Bijvoorbeeld een woonvorm voor doofblinden, voor mensen met autisme)

Omgeving Locatie is in wijkservicegebied/ versterkt steunpunten Duiven (zie De Snelbinder) De wijk heeft voldoende draagkracht (voorkom een te grote concentratie van mensen die zorg vragen/kwetsbaar zijn) Bereikbaarheid winkels en ruimte voor ontmoeting (lopend of met openbaar vervoer ) Herbestemming bestaand vastgoed

Herbestemming van bestaand vastgoed is overwogen

Kwaliteit

Gewone woningen (geen specifiek zorgvastgoed, ruime plattegronden) Zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen Kleinschalige opzet (circa 24 woningen)

Bestemmingsplan

Past binnen bestemmingsplan

Wmo

Positief effect op aanvragen Wmo

Zekerheden

Zorgleverantie Businessplan

Initiatiefnemers

Regionaal werkzame zorgorganisaties en/ of woningcorporaties of particuliere initiatieven

3.7.3 Uitvoering Naam

Omschrijving

Initiatief en Middelen?

Fasering en aandachtspunten

Proces- en beleidsinstrumentarium Voorbereiden op zo lang mogelijk in de wijk wonen en opvangen van mensen met zorgvragen in de wijk.

Goed ondersteuningsaanbod. In beeld brengen van de benodigde hard- en software als gevolg van de veranderingen op het gebied van wonen en zorg.

Gemeente ism partijen

F1, F2

Opzetten en uitvoering geven aan Nota gemeentelijk

Centrale vraag: waar welzijnsactiviteiten en ontmoetingspunten accommoderen?

Gemeente

F1

42

accommodatiebeleid. Juridisch instrumentarium Aanpasbaarheid Er is vergunningsvrij al veel mogelijk Gemeente F1 woningen Financieel instrumentarium, waaronder (bijdrage aan) realisatie concrete projecten Toesnijden openbare ruimte en toegankelijkheid openbare ruimte gericht op mensen met zorgbehoefte en ouderen in de eigen omgeving.

Gemeente

43

F1, F2, F3

3.8 Verkeer 3.8.1 Introductie en beleidskader verkeer Als gemeente Duiven liggen we in het oosten van de Stadsregio Arnhem Nijmegen, een regio waar ongeveer 720.000 mensen wonen, verdeeld over 20 gemeenten en met ongeveer 32.000 bedrijven. De concurrentiekracht van de stadsregio - en dat geldt zeker ook voor Duiven - ligt in de goede bereikbaarheid en de aantrekkelijke leefomgeving. We profiteren van een strategische ligging tussen de Randstad en het Europese achterland. Duiven wordt ontsloten door de rijksweg A12 en de verbindingswegen richting de gemeente Westervoort (Rijksweg) en de gemeente Zevenaar (N810). Er is veel gaande op het gebied van ‘verkeer’. De afgelopen jaren is de hoeveelheid verkeer sterk toegenomen. De druk op leefkwaliteit en veiligheid neemt daardoor alsmaar toe. Daarnaast wordt de A15 via ons grondgebied doorgetrokken vanaf knooppunt Ressen en aangesloten op de A12 tussen Duiven en Zevenaar (zie ook paragraaf 3.11). 3.8.2 Aandachtspunten De komende jaren spelen er in onze gemeente veel ontwikkelingen rondom infrastructuur. We spelen hierop proactief in als gemeente Duiven, door middel van het opstellen van nieuw beleid en door een standpunt in te nemen ten aanzien van verschillende ontwikkelingen. Door de doortrekking van de A15 van knooppunt Ressen naar de A12 tussen Duiven en Zevenaar zullen de verkeersstromen in Duiven gaan veranderen.

Dit vormt een zeer belangrijk aandachtspunt. Het effect op de Duivense verkeersstructuur zal de komende periode onderzocht worden en vervolgens vertaald naar het nieuwe Mobiliteitsplan. Daarnaast zien we ook een aantal andere ontwikkeling in Duiven die aandacht vragen. Van alle verplaatsingen gerelateerd aan Duiven wordt ruim 40% door automobilisten gemaakt. Het fietsaandeel ligt rond de 20% en het aandeel van het openbaar vervoer op 2%. Het resterende deel maakt verplaatsingen als voetganger, autopassagier, op de motor op de fiets of op een andere wijze. In vergelijking met andere gemeenten van vergelijkbare omvang wordt er in Duiven minder gefietst, en minder gebruik gemaakt van het openbaar vervoer. De auto wordt vooral gebruikt voor verplaatsingen binnen de regio; het openbaar vervoer vooral voor daarbuiten. Toch wordt de auto ook nog veel op de korte afstand gebruikt; en dat terwijl die afstand eigenlijk het domein is van de fiets. Het aandeel van de elektrische auto is groeiende, maar op dit moment is het nog zeer beperkt: 0.2 per 1000 personenauto’s op 1 januari 2012 (ECN, 2012). Rotonde bij Eltensestraat

Daarnaast baart de ontwikkeling van het aantal verkeersdoden en de ernstig verkeersgewonden zorgen. In 2012 is de dalende tendens van het aantal verkeersdoden doorbroken. De komende jaren moet blijken of dit incidenteel is, of dat er sprake is van een trendbreuk. Het aantal ernstige verkeersgewonden vertoont al jaren een stijgende tendens. Ten opzichte van 2000 is er sprake van een stijging met bijna een kwart. Overigens komen beide ontwikkelingen overeen met de landelijke trends. Belangrijke trend is dat de komende jaren er een verschuiving in de mobiliteitsbehoefte plaatsvindt als gevolg van een aantal maatschappelijke ontwikkelingen. Eén van die ontwikkelingen is de vergrijzing in combinatie met het feit dat ouderen langer zelfstandig en zelfredzaam blijven. Onze Duivense

44

samenleving vergrijst. Het aandeel 65-plus stijgt fors, wat ook een duidelijke daling van de beroepsbevolking met zich meebrengt. Deze vergrijzing heeft diverse implicaties voor verkeer en vervoer, zoals: • Behoefte aan bredere voet- en fietspaden, ook geschikt voor mindervaliden en (een hoog aandeel) elektrische fietsen; • Meer invalidenparkeerplaatsen, met een betere naleving (handhaving); • Drukkere dalperioden, omdat ouderen zich relatief meer in de daluren verplaatsen. Door een toename van inwoners en banen blijven echter ook de spitsperioden druk; • Een doelgroepgerichte verkeersveiligheidsopgave, gericht op de groep 65-plus op de (elektrische) fiets, die een steeds groter aandeel in de letselongevallen beslaat. De vraag is wat dit betekent voor het aantal autoverplaatsingen en wat dit betekent voor ons (en het provinciale en nationale) wegennet. Het Onderzoek Verplaatsingen in Nederland (OViN) geeft een beeld van de ontwikkelingen in autobezit en autogebruik. Ondanks de ogenschijnlijke toenemende populariteit van de (elektrische) fiets, is de verwachting dat het aantal autoverplaatsingen in absolute zin toeneemt. Dit autoverkeer kent zeker de komende jaren nog een duidelijk spitsprofiel. Als gevolg van een toename van de sociaal-recreatieve verplaatsingen (door ouderen) is ook een toename te verwachten in de daluren en in het weekeinde.

Gezien deze ontwikkelingen zullen we op korte termijn starten met het opstellen van een nieuw Mobiliteitsplan. Het huidige plan, het zogenaamde Duivense Verkeers- en Vervoersplan (oftewel het DVVP) is verouderd en achterhaald. Maatregelen kunnen daardoor moeilijk worden getoetst en beoordeeld op nut en noodzaak noch worden geprioriteerd. De geplande ruimtelijke ontwikkelingen en recente sociaal-economische ontwikkelingen zoals toename van autobezit, vergrijzing en temporisering van de woningmarkt vragen om een actueel verkeers- en vervoersplan.

3.8.3 Ambities Ons verkeersbeleid is erop gericht om een optimale balans te vinden tussen mobiliteit, leefbaarheid en veiligheid. Alleen op die manier ontstaan duurzame oplossingen. Hierin komen de landelijke en provinciale beleidsuitgangspunten terug: mobiliteit mag (groeien) met een juiste balans van bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid: een betrouwbare bereikbaarheid van deur tot deur.

Bereikbaarheid van een gebied staat vaak op gespannen voet met de leefbaarheid en verkeersveiligheid. Het is onze ambitie om te streven naar het optimale resultaat op ieder van deze drie geformuleerde beleidsdoelen. Hieronder zijn de drie hoofddoelstellingen opgenomen, met voorbeeldmatig enkele ambities hoe we beogen eraan bij te dragen dat de doelstellingen bereikt worden samen met andere betrokkenen. De opsommingen van ambities zijn niet uitputtend weergegeven. Daarbij geldt dat de bij het ene doel benoemde ambities dragen veelal ook bij aan het bereiken van de andere hoofddoelen.

45

1. Het realiseren van een goede bereikbaarheid van de gemeente Duiven, zowel extern, als binnen de gemeente zelf. Bijbehorende ambities: a) Bijdragen aan een goed vestigingsklimaat voor bedrijven, instellingen en kenniswerkers in Duiven door te zorgen voor een optimale en toekomstvaste multimodale bereikbaarheid van belangrijke woon-, onderwijs- ,werk- en winkelgebieden evenals een uitstekende multimodale bereikbaarheid van cultureel, maatschappelijke en recreatieve voorzieningen in de omgeving. b) Optimaal ontsluiten van Duiven op de nieuwe A15, inclusief het ondervangen van de gevolgen hiervan op het onderliggend wegennet. c) Hulpdiensten kunnen overal binnen de gemeente Duiven binnen de wettelijke normtijden bij een incidentlocatie komen. d) Optimaliseren verkeerscirculatie en verblijfsklimaat in dorpskernen. 2. Het verzorgen van een voor alle verkeersdeelnemers verkeersveilig wegennet binnen de gemeente Duiven.

Bijbehorende ambities: a) Stimuleren juist gebruik van het wegennet en gewenst verkeersgedrag. Dit enerzijds bijvoorbeeld door de vormgeving af te stemmen op de wegfunctie weg; anderzijds door verkeerseducatie. b) Reduceren van verkeersoverlast, verkeersonveiligheid en onderhoudskosten door landbouwvoertuigen in het buitengebied te stimuleren bepaalde routes te gebruiken. c) Voorkomen van zogenaamde black spots door continu aandacht voor locaties waar (letsel)ongevallen zich concentreren en het duurzaam veilig maken van deze locaties. d) Creëren van verkeersveilige schoolomgevingen en het verminderen van doorgaand gemotoriseerd verkeer door woonbuurten. 3a. Het bijdragen aan een prettig woonklimaat in de gemeente Duiven door het beperken van de invloeden van het verkeer op geluid en luchtkwaliteit. Bijbehorende ambities: a) Het verder optimaliseren van het buslijnennet en fietspromotie. b) Fietsen aantrekkelijker: verbeteren netwerk, hoogwaardige fietsverbindingen. c) Doorontwikkeling recreatieve fietsroutes. d) Autoverkeer reduceren door fietspromotie. e) Verminderen geluidoverlast wegverkeer. f) Met verkeersmaatregelen bijdragen aan de lokale luchtkwaliteit. 3b. Door het voeren van een parkeerbeleid bijdragen aan de leefbaarheid, bereikbaarheid en waar mogelijk versterken van economische en maatschappelijke functies binnen de gemeente Duiven.

Bijbehorende ambities: a) Accommoderen parkeervraag, zo hoog mogelijke benutting parkeercapaciteit. b) Aantrekkelijk parkeerklimaat en een klantvriendelijke parkeerregulering. c) Parkeervraag oplossen met minimale overlast voor de openbare ruimte en andere gebruikers van de omgeving van de betreffende ontwikkeling. d) Zowel kwantitatief als kwalitatief voldoen aan de vraag naar fietsparkeren. e) Bijdragen aan het minimaliseren van fietsendiefstal. Deze doelen en onderliggende ambities worden in het nieuw op te stellen DVVP verder uitgewerkt in verschillende programma’s met projecten.

46

3.8.4 Uitvoering Naam

Omschrijving

Proces- en beleidsinstrumentarium Verkeersbeleid Beleid waarmee ingespeeld wordt op ontwikkelingen in infrastructuur. Betreft ook de herijking van het Mobiliteitsplan in 2015. Analyse effecten, Analyse ten behoeve van lobby en overleg mogelijkheden en met ViA15 / RWS in kader planvorming standpuntbepaling i.r.t. Tracébesluit door Rijk. Inzet gemeente is A15 het borgen dat de aanleg niet leidt tot aantasting waarden, leefbaarheid, kwaliteit milieu en leefomgeving, verkeersoverlast op onderliggende verkeersstructuur, bereikbaarheid en economisch functioneren van (delen van) Duiven.

Initiatief en Middelen?

Fasering en aandachtspunten

Gemeente

F1 8

Gemeente

F1 Op korte termijn in beeld brengen, spectrum verbreden t.o.v. Ambitiedocument uit 2012. Lobby vooraf van groot belang. Gemeente mag niet in beroep gaan tegen OTB. Analyse verder oppakken met gemeenten Zevenaar, Lingewaard, Overbetuwe en provincie. F1

Participatie in lobby-, Structureel ambtelijke inzet capaciteit. Gemeente overleg- en Lokale belangen moeten goed geborgd planvormingstraject worden. rondom A15 Juridisch instrumentarium Actualiseren BP n.a.v. Mogelijk maken in bestemmingsplan(nen). Gemeente Tracébesluit Financieel instrumentarium, waaronder (bijdrage aan) realisatie concrete projecten Ontsluiting Duiven op A15 Realisatie door RWS als onderdeel van RWS en A12 A15/A12-project. Verbeteren Onderzoek en prioritering naar concrete Gemeente, hoofdwegenstructuur maatregelen i.k.v. actualisatie RWS Mobiliteitsplan.

Behoud optimale ontsluiting bedrijventerreinen. Inrichting wegen naar verhouding, functie en gebruik.

Doorontwikkeling OV

Meer mensen op fiets

Deel kosten verhalen als bovenwijkse voorziening op nieuwe ontwikkelingen op bedrijventerreinen. Onderdeel hiervan vormt in ieder geval: -instellen 30 km/h-zone van de Rijksweg tussen Pastoriestraat - Ploenstraat; -instellen 30 km/h-zone Burgem. Van Dorth tot Medlerstraat - Eltensestraat; -herontwikkelen kruising Rijksweg Burgemeester van Dorth tot Medlerstraat door middel van de aanbouw van een rotonde. - verbeteren overstapmogelijkheden autofiets op trein / bus op station en andere OVknooppunten -realiseren hoogwaardige snelfietsroute woon-, werk- en schoollocaties; -verbeteren veiligheid, aantrekkelijkheid en directheid fietsnetwerk.

8

F3

F2, F3

Gemeente

F2, F3 Noodzakelijke maatregelen a.g.v. A15 dienen onderdeel te zijn en betaald te worden vanuit Tracébesluit. F1, F2, F3

Gemeente

F1, F2

Gemeente ism partijen

F2, F3

Gemeente ism partijen

F1, F2, F3

F1 staat voor fase 1. Deze fase staat voor de periode 2014-2018. F2 - fase 2 - staat voor de periode 2019-2023 en F3 - fase 3 - voor de periode 2024 en verder.

47

B. INTEGRALE, GEBIEDSGERICHTE THEMA’S 3.9 Binnenstedelijk 3.9.1 Introductie en beleidskader binnenstedelijk Met binnenstedelijk, bedoelen we het bestaande bebouwd gebied van de drie kernen. In de kernen komen alle thema’s aan die in dit hoofdstuk benoemd zijn. In de kernen komt alles samen, net als in het buitengebied. Voor ieder thema geldt dat we verschillende accenten leggen, afgestemd op de aard van een gebied (binnenstedelijk of buitengebied). Deze paragraaf benoemt voor ieder relevant thema voor de kernen, de specifieke accenten en uitgangspunten. In hoofdstuk 5 is dit geconcretiseerd en gebiedsgericht uitgewerkt naar de deelgebieden. Dit leidt ertoe dat er in deze paragraaf elementen benoemd staan, die ook elders benoemd staan. Voor het overzicht (voor de lezer) en de integraliteit is ervoor gekozen om deze dubbelingen te handhaven. De deelparagraaf ‘uitvoering’ is niet opgenomen, hiervoor wordt verwezen naar de themaparagrafen. Groen en parken Duiven De groeikernstatus met bijbehorende woningbouw heeft het karakter van Duiven sterk beïnvloed. In de oude dorpskern (het centrum en het gebied er omheen) heeft in deze periode een transformatie plaatsgevonden naar nieuwe patronen zoals singels, groen en waterstructuren met fiets- en wandelpaden die de wijken met elkaar verbinden en het karakter bepalen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=44a31ae2-1165-4b0f-98cf-d5cdba78b84f