CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Structuurvisie Duiven 2015.pdf

Politieke Avond 16 februari 2021, gemeente DuivenBij agendapunt: bijlagen bij beantwoording vragen PvdA d.d. 9 februari38.150 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Structuurvisie Duiven 2015 Gemeente Duiven Vastgesteld op 28 september 2015

Inhoudsopgave

pagina

1. VERANTWOORDING; EEN NIEUWE STRUCTUURVISIE 6 1.1 Waarom een nieuwe structuurvisie voor Duiven? 6 1.1.1 Inhoudelijke aanleiding: ambitie en visie 7 1.1.2 Maar ook: een structuurvisie is gewoon wettelijk verplicht 7 1.1.3 Wettelijk kader 7 1.2 SV 2015 volledige actualisatie SV 2009 tot 'levend document' 8 1.3 Inzet en doel structuurvisie 9 1.3.1 Kader voor plannen en projecten 9 1.3.2 SV 2015 gericht op uitnodigingsplanologie en overheidsparticipatie10 1.4 Coalitieakkoord: "Samen werken we aan onze gemeente" 11 1.5 Communicatie naar burgers en maatschappelijke organisaties 12 1.6 Leeswijzer 13

2. KERNKWALITEITEN EN GEZICHTEN VAN DUIVEN 14 2.1 Inleiding 14 2.2.1 Natuurlijke ondergrond (oude structuur) 15 2.2.2 Autonome lijnen (nieuwe structuur) 18 2.2.3 Dwarsrelaties 20 2.3 Bijzondere waarden geven Duiven haar vele gezichten 21 2.3.1 Duiven als landschappelijk bijzonder gebied 21 2.3.2 Kern Duiven als verstedelijkt dorp 22 2.3.3 Duiven als economische groeikern 23 2.3.4 Duiven als agrarische gemeente 23 2.3.5 Duiven centrale spin in het web van (inter)nationale infrastructuur 23 2.3.7 Duiven als cultuurhistorisch waardevolle gemeente 24

3. BELEIDSTHEMA'S 25 3.1 Inleiding 25 3.2 Landschap & natuur 25 3.2.1 Introductie en beleidskader landschap & natuur 25 3.2.2 Aandachtspunten 26 3.2.3 Ambities 27 3.2.4 Uitvoering 28 3.3 Erfgoed, cultuurhistorie & archeologie 29 3.3.1 Introductie en beleidskader erfgoed, cultuurhistorie & archeologie 29 3.3.2 Aandachtspunten 30 3.3.3 Ambities 30 3.3.4 Uitvoering 30 3.4 Water 31 3.4.1 Introductie en beleidskader water 31 3.4.2 Aandachtspunten 31 3.4.3 Ambities 32 3.4.4 Uitvoering 32 1

3.5 Economie, Duurzaam InnoFase, Detailhandelsbeleid, Vrijetijdseconomie, Overige bedrijventerreinen, Arbeidsmarktbeleid 33 3.5.1 Introductie en beleidskader economie 33 3.5.2 Aandachtspunten 35 3.5.3 Ambities 35 3.5.4 Uitvoering 36 3.6 Wonen 37 3.6.1 Introductie en beleidskader wonen 37 3.6.2 Aandachtspunten 38 3.6.3 Ambities 38 3.6.4 Uitvoering 39 3.7 Zorg (&RO) 40 3.7.1 Introductie en aandachtspunten zorg (&RO) 40 3.7.2 Ambities 41 3.7.3 Uitvoering 42 3.8 Verkeer 44 3.8.1 Introductie en beleidskader verkeer 44 3.8.2 Aandachtspunten 44 3.8.3 Ambities 45 3.8.4 Uitvoering 47 B. INTEGRALE, GEBIEDSGERICHTE THEMA’S 48 3.9 Binnenstedelijk 48 3.9.1 Introductie en beleidskader binnenstedelijk 48 3.9.2 Aandachtspunten en ambities 49 3.10 Buitengebied 50 3.10.1 Introductie en beleidskader buitengebied 50 3.10.2 Aandachtspunten 53 3.10.3 Ambities 54 3.10.4 Uitvoering 54 3.11 A15-zone 54 3.11.1 Introductie en beleidskader A15 - zone 54 3.11.2 Aandachtspunten 57 3.11.3 Ambities 57 3.11.4 Uitvoering 59 REGIE OP KWALITEIT LEEFOMGEVING & RUIMTELIJKE KWALITEIT 62 3.12 Milieu en duurzaamheid (+ externe veiligheid) 62 3.12.1 Introductie en beleidskader Milieu en duurzaamheid 62 3.12.2 Bodem 62 3.12.3 Lucht 63 3.12.4 Geluid 63 3.12.5 Geur 64 3.12.6 Klimaat en duurzame energie 65 3.12.7 Externe veiligheid 67 3.12.8 Elektromagnetische straling 67 3.12.9 Uitvoering 68 3.13 Welstand 69 3.13.1

Introductie en beleidskader welstand 69 3.13.2 Aandachtspunten 69 3.13.3 Ambities 69 2

3.13.4 Uitvoering

70

4. RUIMTELIJKE HOOFDSTRUCTUUR 71 4.1 Bouwstenen 71 4.2 Wonen 71 4.2.1 Programmatische context en opgave wonen 71 4.2.2 Ruimtelijk structuurbeeld vanuit perspectief wonen 72 4.3 Werken 73 4.3.1 Programmatische context en opgave werken 73 4.3.2 Ruimtelijk structuurbeeld vanuit perspectief werken 74 4.4 Infrastructuur 75 4.4.1 Programmatische context en opgave infrastructuur 75 4.4.2 Ruimtelijk structuurbeeld vanuit perspectief infrastructuur 75 4.5 Landschap en cultuurhistorie 77 4.5.1 Programmatische context en opgave landschap en cultuurhistorie 77 4.5.2 Ruimtelijk structuurbeeld vanuit perspectief landschap/cultuurhistorie 77 4.6 Het Ruimtelijk Structuurbeeld verbeeld 77

5. DEELGEBIEDVISIES 5.1 Open kommengebied 5.1.1 Bestaand 5.1.2 Behouden / versterken 5.1.3 Ontwikkelen 5.2 Bedrijventerreinen 5.2.1 Bestaand 5.2.2 Behouden / versterken 5.2.3 Ontwikkelen 5.3 Duiven 5.3.1 Bestaand 5.3.2 Behouden / versterken 5.3.3 Ontwikkelen 5.4 Groessen 5.4.1 Bestaand 5.4.2 Behouden / versterken 5.4.3 Ontwikkelen 5.5 Loo 5.5.1 Bestaand 5.5.2 Behouden / versterken 5.5.3 Ontwikkelen 5.6 Oeverwallengebied 5.6.1 Bestaand 5.6.2 Behouden / versterken 5.6.3 Ontwikkelen 5.7 Uiterwaarden 5.7.1 Bestaand 5.7.2 Behouden / versterken

79 80 80 80 80 82 82 82 82 86 86 86 87 90 90 90 91 93 93 93 94 96 96 97 97 100 100 100 3

5.7.3 Ontwikkelen 101 5.8 Randen van Duiven 103 5.8.1 Bestaand 103 5.8.2 Behouden / versterken 103 5.8.3 Ontwikkelen 104 5.9 A15: Alleen een doorgetrokken A15 mèt ruimtelijke kwaliteit 106 5.9.1 Achtergrond en houding gemeente Duiven 106 5.9.2 Naar een integrale gebiedsgerichte benadering vanuit ruimtelijke kwaliteit 107 5.9.3 Inhoudelijk standpunt en voorwaarden vanuit ruimtelijke kwaliteit 108

6.

UITVOERINGSPARAGRAAF 115 6.1 Inleiding 115 6.1.1 Proces- en beleidsinstrumentarium 117 6.2 Juridische instrumenten 118 6.3 Financiële instrumenten 118 6.9.1 Inleiding 118 6.3.2 Bandbreedte mogelijkheden en besluit inzet extra financiële instrumenten 119 6.3.3 Kostenverhaal 122 6.3.4 Landschappelijke inpassing onderdeel van verplicht te verhalen gebiedseigen kosten 123 6.3.5 Bovenwijkse voorzieningen 124 6.9.6 Bovenplanse verevening 125 6.3.7 Bijdrage ruimtelijke ontwikkeling 126 6.3.8 Subsidies en bijdragen van andere overheden en semioverheden129 6.3.9 Inzet algemene middelen gemeentebegroting 130

BIJLAGEN Bijlage 1: Visiekaart Bijlage 2: Deelgebiedsvisiekaarten Bijlage 3: Dorpsvisie Groessen Bijlage 4: Dorpsplan Loo Bijlage 5: Zienswijzennota Bijlage 6: Raadsvoorstel Bijlage 7: Raadsbesluit

132 133 133 134 134 135 135 136 136 137 137 138 138 139 139

4

5

1.

VERANTWOORDING; EEN NIEUWE STRUCTUURVISIE 1.1

Waarom een nieuwe structuurvisie voor Duiven?

Op 14 december 2009 heeft onze gemeenteraad de Structuurvisie, omgevingsvisie voor een duurzaam Duiven, vastgesteld. Sinds 2009 is er sprake van diverse veranderingen op verschillende ruimtelijke relevante beleidsterreinen. Denk hierbij onder meer aan de besluitvorming van de rijksoverheid over de A15, het geheel vernieuwde landschapsbeleid, het detailhandelsbeleid, de ontwikkeling van energie-milieutechnologie op InnoFase en de herziening van de gemeentelijke nieuwbouwopgave. Weliswaar leiden deze ontwikkelingen niet tot een wezenlijk andere ruimtelijke hoofdstructuur, maar de veranderingen zijn zodanig van aard dat het nodig is om de Structuurvisie 2009 volledig te actualiseren, waarbij het sedert 2009 binnen onze gemeente nieuw ontwikkelde ruimtelijk relevante beleid is meegenomen. Naast de wijzigingen in het gemeentelijk beleid is de afgelopen vijf jaar ook de maatschappelijke context veranderd. De maakbare en volledig te plannen samenleving is steeds meer verleden tijd. Dat heeft gevolgen voor het ruimtelijk domein. Individuele investeringen en meer organische gebiedsontwikkelingen zijn steeds vaker de dragers van ruimtelijke ontwikkelingen. Dit zien we zeer zeker als positief, want dit leidt tot meer afwisseling, betrokkenheid, kwaliteit en een beter en duurzamer antwoord op de daadwerkelijke behoeften uit de samenleving.

Individuele, kleinschalige investeringen vinden immers alleen plaats wanneer mensen er zelf profijt van hebben en het leidt tot een beter woon-, leef-, verblijf- of onderneemklimaat. Daarnaast spelen er de ingrijpende decentralisaties op het sociaal-maatschappelijke vlak en de daaraan gerelateerde bezuinigingen. Ook wij gaan andere accenten leggen binnen de beperkingen van onze middelen en instrumenten. De nu voorliggende Structuurvisie 2015 geeft duidelijkheid over de koers voor het gemeentelijk handelen en de ruimtelijke kaders die wij als gemeente hanteren bij het afwegen van initiatieven. Dit kan ook bijdragen aan het sneller doorlopen van procedures. Deze Structuurvisie biedt ook een inspiratiefunctie voor partijen in de samenleving om initiatieven te doen ontplooien. Wij zullen veel minder dan voorheen actief aan het roer staan om zelf ruimtelijke ontwikkelingen te sturen. We bieden meer ruimte voor particulieren binnen richtinggevende kaders met ruimte voor maatwerk. De Structuurvisie geeft de hoofdkoers, gemeentebreed, voor de ruimtelijk relevante thema’s en voor de verschillende gebieden. Het vormt een afwegingskader met handvatten om meer op afstand regie te voeren, zonder op de stoel van de uitvoering te gaan zitten. Wij zijn er ons van bewust dat dit nodig is.

We beseffen ook dat het niet van vandaag op morgen te realiseren is, om zowel daadwerkelijk invulling te geven aan onze nieuwe rol, als ook aan het nieuwe bijbehorende regie-instrumentarium. Dit is ook een proces van leren in de praktijk, samen met anderen. We zien deze structuurvisie daarom als een levend document, dat zich in de loop der tijd dynamisch ontwikkelt naar een dergelijk instrument. Daar waar er omissies zijn, wordt de Structuurvisie op termijn aangepast. Bij één van de komende herzieningen zullen ook de gevolgen van de nieuwe Omgevingswet worden meegenomen. Deze nieuwe wet vervangt onder meer de huidige Wet ruimtelijke ordening en treedt naar verwachting in 2018 in werking.

6

1.1.1 Inhoudelijke aanleiding: ambitie en visie In en rond de gemeente Duiven vinden allerlei ontwikkelingen plaats zoals de realisatie van een nieuw centrumplan, de revitalisering van de bedrijventerreinen Centerpoort-Nieuwgraaf en CenterpoortNoord, de ontwikkeling van de bedrijventerreinen InnoFase, Seingraaf, Graafstaete en De Nieuweling, de verbeteringen in de interne verkeersstructuur, de komst van de rijksweg A15, woningbouw en het versterking van de groenstructuur. De kwaliteit van de leefomgeving wordt hierbij als belangrijk economisch en sociaal-maatschappelijk goed gezien. Tegelijkertijd zorgt de economische crisis voor een bemoeilijking van de realisatie van al deze ambities. Dit brede scala aan ontwikkelingen heeft naast ruimtelijke gevolgen, ook gevolgen voor bijvoorbeeld de luchtkwaliteit, de waterhuishouding en de bodemkwaliteit, met andere woorden voor de milieukwaliteit in het algemeen. Om te voorkomen dat de samenhang tussen al deze ontwikkelingen uit het oog wordt verloren en er alleen op sectorale terreinen beleid en deelkeuzes worden gemaakt, is gekozen voor een integrale structuurvisie. De structuurvisie geeft de ontwikkelingsrichting van de gemeente voor de komende jaren. De uitgangspunten voor de visie zijn gebaseerd op de begrippen ‘kwaliteit en duurzaamheid’.

Dit betekent dat specifieke kwaliteiten moeten worden behouden en benut en dat is de (on)mogelijkheden van het gebied centraal staan en niet het functionele programma!

1.1.2 Maar ook: een structuurvisie is gewoon wettelijk verplicht Sinds 1 juli 2008 geldt de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Eén van de belangrijkste veranderingen ten opzichte van de daarvoor geldende WRO, is dat elke gemeente verplicht is één of meer structuurvisies vast te stellen. De verwachting is dat in de Omgevingswet die vanaf 2018 zal gaan gelden, een dergelijke strategische visie ook verplicht zal zijn. Een structuurvisie bevat kaders en beleid en bevat geen normstelling zoals wel het geval is bij bestemmingsplannen. Het opnemen van een uitvoeringsprogramma of -agenda is wettelijk verplicht, waarin we als bestuur aangeven hoe we de verschillende instrumenten voornemens zijn in te zetten zodat bijgedragen wordt aan het bereiken van de doelen en ambities uit de structuurvisie. De structuurvisie bevat geen juridisch bindende normen en is alleen zelfbindend voor ons als opsteller. Omdat de toekomst niet voorzien kan worden, is het mogelijk om beargumenteerd af te wijken van de structuurvisie wanneer zich op termijn onvoorziene omstandigheden voordoen. Wanneer er regelmatig sprake is van dergelijke afwijkingen, dan kan overwogen worden om de structuurvisie te actualiseren. De wetgever heeft gekozen voor een zo groot mogelijke vrijheid voor het gemeente- bestuur. De structuurvisie is wettelijk gezien grotendeels vorm-, inhouds- en procedurevrij.

Er is geen herzieningsplicht om de structuurvisie te herzien binnen een bepaalde termijn. Omdat deze structuurvisie voor een belangrijk deel inhoudelijk gebaseerd is op bestaand beleid, heeft vooraf en tijdens het opstellen van deze structuurvisie geen uitgebreid overleg met partijen uit de samenleving plaatsgevonden. Deze partijen zijn in 2009 betrokken en tevens zo nodig bij de afzonderlijke (thematische) beleidsdocumenten, waarop de structuurvisie gebaseerd is. In paragraaf 1.5 wordt uitgebreider op communicatie en het proces ingegaan.

1.1.3 Wettelijk kader Vanuit de Wro gelden er dus maar zeer beperkt vereisten voor de structuurvisie. Vanuit andere wetgeving gelden enige aanvullende aandachtspunten en vereisten: • op basis van de Wet milieubeheer kan het zijn dat er een planMERprocedure doorlopen dient te worden, dit is aan de orde wanneer er bijvoorbeeld sprake is van kaderstelling voor (plan)MERplichtige activiteiten. Hierna wordt hierop ingegaan; • wil een structuurvisie inzetbaar zijn als grondslag voor de vestiging van voorkeursrecht gemeenten, dan moeten in die structuurvisie aanwijzingen over de (toekomstige) bestemming worden gegeven. Dit is vooralsnog voor de gemeente Duiven niet aan de orde; • op basis van de Natuurbeschermingswet 1998 geldt dat er mogelijk een plicht is om een passende beoordeling op te stellen, wat tevens betekent dat de planMERprocedure doorlopen

7

•

dient te worden. Dit is aan de orde wanneer er sprake is van significant negatieve effecten op (de instandhoudingsdoelstellingen van) een Natura2000-gebied. Ten slotte wordt in de Waterwet een relatie gelegd met de structuurvisie.

PlanMER-plicht? Een planMER is een milieueffectrapportage (MER) voor een specifiek (ruimtelijk) plan. Het kan voorkomen dat gekoppeld aan het opstellen van een structuurvisie een planMERprocedure doorlopen dient te worden, met als onderdeel het opstellen van een planMER. Dit is het geval als: • De structuurvisie kaders stelt voor grote ingrepen zoals aangegeven in het bij de Wet milieubeheer behorende Besluit milieueffectrapportage; • significante negatieve gevolgen van projecten / activiteiten zoals benoemd in de structuurvisie voor Natura 2000-gebieden niet uit te sluiten zijn. Hoewel de komst van de verlengde A15 een voorbeeld is van een grote ingreep in de ruimte, geeft dit geen aanleiding om de structuurvisie als planMER-plichtig aan te merken. De A15 wordt immers geïnitieerd en gerealiseerd door hogere overheden. De structuurvisie vormt daarom niet het kader waaruit de A15 voortvloeit. De structuurvisie heeft juist als doel om een goede ruimtelijke inpassing van dit rijksproject te borgen en waar mogelijk te voorkomen dat er sprake is van negatieve effecten. Voor (de verschillende planniveaus van) het project wordt een eigen (plan)MERprocedure doorlopen.

Daarnaast geeft deze structuurvisie geen kaders voor grote ruimtelijke ingrepen die significante negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden kunnen hebben, als gevolg waarvan een passende beoordeling en daarmee ook een planMER noodzakelijk is.

1.2 SV 2015 volledige actualisatie SV 2009 tot 'levend document' De structuurvisie uit 2009 wordt met dit document volledig geactualiseerd. Daarnaast is het document zodanig opgezet en ingericht, dat indien een thema actualisatie behoeft of voor een nieuw thema met ruimtelijke impact beleid ontwikkeld wordt, dit eenvoudig in de structuurvisie kan worden opgenomen. Hiermee wordt de structuurvisie een dynamisch en ‘levend document’. Naast uiteraard de Structuurvisie 2009, is bij het opstellen van deze Structuurvisie 2015 gebruik gemaakt van het collegeprogramma; de programmabegroting 2014-2017; beleid van andere overheden en gemeentelijk beleid op de diverse thema’s. De onderdelen / thema’s waar specifiek sprake is van actualisatie (ten opzichte van de SV 2009) betreffen Binnenstedelijk, Buitengebied, Erfgoed, Economie, Duurzaam InnoFase, Detailhandelsbeleid, Vrijetijdseconomie, Overige Bedrijventerreinen, Arbeidsmarktbeleid, Landschap, Milieu & Duurzaamheid, Verkeer, Wonen, Zorg (& RO), Waterplan, Welstand en A15; maatschappelijke ontwikkelingen en meer algemeen de wet- en regelgeving. De illustratie op de volgende pagina geeft schematisch weer hoe de beleidsdocumenten en de dorpsvisie Groessen en het Dorpsplan Loo (de kleinere cirkels) input vormen voor het grotere geheel, de structuurvisie.

8

Landschapsontwikkelingsplan (LOP)

Ontwikkelingskader Buitengebied

Ambities Inpassing A15 Duiven

Duivens Verkeersen Vervoersplan

(DVVP)

STRUCTUURVISIE 2015 Woonvisie Duiven

Welstandsnota

Dorpsplan Loo Dorpsvisie Groessen

1.3 Inzet en doel structuurvisie 1.3.1 Kader voor plannen en projecten De structuurvisie van de gemeente Duiven is een kaderstellende nota voor de uitvoering van een deel van de plannen en activiteiten. De structuurvisie wordt vertaald in de visie, doelen en uitgangspunten voor de afdelingsplannen, teamplannen, projecten en beheerplannen. Deze zijn op hun beurt bepalend, leidend voor de taakuitoefening voor de afdelingen en teams. De structuurvisie en de vertaling daarvan naar afdelingen en teams vormen het kader voor de te maken keuzes in de uitoefening van de taken en hieraan gerelateerd de inzet van middelen waaronder juridische, beleidsmatige en communicatieve instrumenten. In de structuurvisie staat een aantal belangrijke bestuurlijke ambities centraal. De visie geeft een bestuurlijk antwoord op de volgende vragen: • wat willen wij; • hoe doen wij het; • wat hebben wij ervoor over. Gemeentelijk beleid wordt bepaald en beïnvloed door een tal van factoren en actoren. Beleidsprocessen hangen op een ingewikkelde manier samen. Binnen de structuurvisie wordt door middel van een centrale visie richting gegeven aan beleidsprocessen waardoor een integrale prioriteitstelling tussen deze beleidsprocessen mogelijk wordt. Deze visie is een borgingsinstrument voor de grip op ambities en prioriteitenstelling zodat er bewuste keuzes gemaakt kunnen worden.

Deze visie wordt vastgesteld door de gemeenteraad. De structuurvisie heeft daarmee een tweeledig doel: • een politiek ruimtelijk-strategisch model waarmee een ruimtelijk structuurbeeld geborgd wordt; • richtinggevend voor beleid en uitvoeringsprogramma’s binnen de organisatie..

9

1.3.2 SV 2015 gericht op uitnodigingsplanologie en overheidsparticipatie Als gevolg van de in de eerste paragraaf beschreven transitie is er sprake van een beweging van toelatingsplanologie (alleen toetsen of iets mag) naar ‘uitnodigingsplanologie’. Hierbij hebben we als gemeente veel meer een faciliterende rol, krijgen burgerinitiatieven meer de ruimte, nodigen wij de samenleving hiertoe expliciet uit, streven we waar mogelijk zelfs naar ‘overheidsparticipatie’, maar we blijven ons als gemeentelijke overheid wel verantwoordelijkheid voelen voor de bescherming van waarden en kwetsbaren. In de visie van de gemeente Duiven staat ‘samen’ centraal. De overheid is ontstaan vanuit de samenleving en niet andersom. De rol van de overheid is door de jaren heen echter steeds groter geworden. Deze tijden veranderen. Steeds meer en steeds vaker willen en nemen inwoners zelf het initiatief, ontwikkelen plannen of ideeën om hun buurt, hun leefomgeving te verbeteren. De overheid hoeft dan in feite alleen ruimte te geven, verbindingen te leggen en te ondersteunen waar nodig. Dit vraagt een andere rol en andere houding, van zowel de overheid als de inwoner. Loslaten of juist nemen van verantwoordelijkheid, samenwerken, stimuleren en kijken naar mogelijkheden in plaats van onmogelijkheden. Dit zien we als overheidsparticipatie. De Structuurvisie geeft de kaders op bestuurlijk niveau.

Vooral in de uitvoering daarvan, willen we als gemeente Duiven de gelegenheid voor eigen initiatieven open houden. Daar waar de mensen en/of partijen uit de samenleving eigen initiatieven ontwikkelen, eigen verantwoordelijkheden willen en kunnen nemen, bekijken we als gemeente samen met de initiatiefnemer(s) op welke manier dat het beste kan. De gemeente laat los, faciliteert en ondersteunt. Uitnodigingsplanologie betekent niet dat alles zonder meer mag! We hanteren de volgende filosofie en procesgang bij het afwegen van initiatieven die niet passen binnen de geldende bestemmingsplannen: • uitgangspunt: goed luisteren naar de mensen, binnen kaders kleinschalige particuliere initiatieven maximaal mogelijk maken, immers dynamiek (investeringen) is noodzakelijk voor leefbaarheid, vitaliteit, ruimtelijke kwaliteit; • initiatief beoordelen op betekenis voor de gemeente Duiven in het algemeen; • vervolgens beoordelen op de mate waarin voldaan/bijgedragen wordt aan de benoemde ambities en aandachtspunten bij de relevante thema`s en deel- gebied(en) in de structuurvisie en andere beleidsnota’s; • ook wordt beoordeeld of de locatie voldoende geschikt is voor het initiatief; • er wordt beoordeeld of de concrete invulling en `vormgeving` van het initiatief voldoende bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van die locatie en de omgeving; • Als gemeente denken we (pro-)actief met de

initiatiefnemers mee om tot een goede, kwalitatief hoogwaardige inpassing te komen van een initiatief waarvan het eerste gevoel is dat deze positief is voor Duiven. Hierbij willen waar mogelijk de (onnodige) onderzoeklasten voor de initiatiefnemers voorkomen en dragen intern bij aan een zo adequaat en efficiënt mogelijk proces gericht op het voorkomen van onnodige vertraging; • Als dit proces met succes is doorlopen en er wordt een positief principebesluit tot medewerking genomen, wordt het publiekrechtelijke traject gestart. Dat vormt de basis voor de daadwerkelijke realisatie (zoals het opstellen van een bestemmingsplan, een omgevingsvergunning en een privaatrechtelijke (anterieure) overeenkomst).

10

1.4 Coalitieakkoord: "Samen werken we aan onze gemeente" De nieuwe werkwijze en transitie is ook intrinsiek verweven in het coalitieakkoord 2014-2018, deze stelt: “De gemeente moet een uitnodigende houding hebben naar inwoners, verenigingen, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Een houding die gericht is op dialoog, een houding die open en transparant is. We willen daarbij, uitgaand van wederkerigheid, de uitdagingen en problemen duurzaam en integraal oppakken en oplossen.” Zoals eerder beschreven zien we de structuurvisie als een levend en dynamisch document, welke wanneer nodig geactualiseerd kan en dient te worden. Alleen dan kan het immers ook zijn gebruikswaarde behouden! Het vaststellen van een nieuw coalitieakkoord kan een directe aanleiding vormen voor actualisatie of accent- verleggingen in de structuurvisie. Daarom worden hierna expliciet de opdrachten per programma uit het actuele coalitieakkoord geformuleerd, zoals deze ook mede een leidraad zijn geweest voor de inhoud van deze structuurvisie ten aanzien van de thema’s en gebieden. Openbare ruimte • Zorg voor een faciliterende rol bij het uitbreiden en verbeteren van de digitale infrastructuur op de bedrijventerreinen en in de woonwijken en het buitengebied samen met inwoners en bedrijven. • Ga bij het opstellen van het nieuwe DVVP uit van de actuele normen. Veiligheid in de woonwijken is leidend.

Betrek bewoners bij de oplossingsrichtingen zowel voor de inrichting als bij de handhaving. • Evalueer het snippergroenbeleid, onderzoek daarbij de effectiviteit en leg een relatie met de gedachte om in het kader van overheidsparticipatie inwoners actiever hierbij te betrekken. Economische zaken • Onderzoek en doe voorstellen hoe de acquisitie van nieuwe bedrijven en verkoop van meer gronden kan worden gerealiseerd. Werk hierbij een concrete opdracht uit waarin de doelstellingen en benodigde eenmalige investeringen zijn opgenomen. Streef daarbij naar het maximaal benutten en vullen van de huidige bedrijventerreinen en belichten van de sterke punten van Duiven en de Liemers. • Leg hierover contact met de huidige bedrijven en de punten zoals die zijn opgenomen in de Liemerse economische agenda. • Bij contacten met bedrijven vragen om meer werkervaringsplaatsen beschikbaar te stellen en/of meer werkplekken voor mensen met een arbeidsbeperking. • De vrije tijdseconomie zien als kerntaak waarbij de gemeente een faciliterende rol heeft en probeert beperkingen weg te nemen. • Zet Duiven meer op de kaart door het naar de gemeente toehalen van meer evenementen met een bovengemeentelijke uitstraling. Doe onderzoek of daarvoor de toeristenbelasting gedeeltelijk kan worden ingezet.

Milieu • Werk in het kader van het bevorderen van de duurzaamheid de afspraken uit het energie-akkoord van de VNG uit en zorg ervoor dat inwoners de burgers en bedrijven actief over de mogelijkheden worden geïnformeerd. Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting • Benut met het oog op de leefbaarheid de mogelijkheden die er zijn om te bouwen binnen de toegewezen capaciteit (hard en zacht) maximaal en handhaaf zo de beschikbare woningbouwcapaciteit en behoud het beschikbare contigent. • Inwoners die mantelzorg willen bieden in de eigen woning maximaal informeren over de ruimere mogelijkheden die er komen op het vlak van vergunningsvrij bouwen. Zorg ervoor dat hierbij sprake is van een meedenkende houding.

11

•

• •

De minister heeft besloten tot doortrekking van de A15, de aanleg daarvan is hiermee een feit. Gezien de impact die dit heeft op onze gemeente, de inwoners en het landschap vragen wij het college zich sterk te maken voor: o Een maximale inpassing met minimale overlast. o Compensatie voor verlies aan sociale en fysieke leefbaarheid. o Herhuisvesting in het buitengebied. o Verhalen van kosten die we maken als gemeente op de initiatiefnemers. o Minimale gezondheidseffecten. Samen met de ondernemers creatieve oplossingen bedenken om meer bezoekers van onze bedrijventerreinen ook het centrum van Duiven te laten bezoeken. Blijf de leefbaarheid en vitaliteit van het centrum actief bevorderen.

1.5 Communicatie naar burgers en maatschappelijke organisaties Het gemeentebestuur wenst de participatie van burgers in besluitvormingsprocessen te versterken. Duidelijke communicatie is hierbij belangrijk. Dat geldt vanzelfsprekend ook voor de Structuurvisie. In deze paragraaf wordt uiteengezet hoe het communicatietraject rondom de structuurvisie is verlopen. Daarnaast wordt aangegeven hoe over toekomstige (aangepaste, toegevoegde of gewijzigde) onderdelen zal worden gecommuniceerd. Een korte terugblik. In 2009 is via een interactief traject de nieuwe Structuurvisie tot stand gekomen. In de zogenaamde consultatieronde zijn verschillende communicatiemiddelen ingezet om bewoners en andere belanghebbenden (stakeholders en andere overheden) actief te betrekken bij de totstandkoming van deze structuurvisie. Communiceren over de actualisatie 2014 Het college van B&W vindt het waardevol als vooral de mensen en partijen die in 2009 actief hebben meegedacht, ook bij deze actualisatie de gelegenheid krijgen mee te denken. Vandaar dat het college ervoor heeft gekozen om voor de door burgemeester en wethouders vastgestelde ontwerpversie een uitgebreider inspraaktraject open te stellen. Er is gekozen voor het participatieniveau ‘meedenken’. Dat wil zeggen dat de actoren input kunnen leveren, welke afgewogen wordt en betrokken bij het opstellen van de definitieve structuurvisie.

Er wordt een discussieavond met stakeholders georganiseerd. Daarnaast worden de dorpsraden Groessen en Loo apart geïnformeerd. Hierbij wordt aandacht gegeven aan de dorpsvisie voor beide kernen en hoe deze visies een plaats in de Structuurvisie hebben gekregen. Daarnaast is en zal in informerende zin gecommuniceerd worden via de gemeente- pagina ‘Informeel’, de website, de projectpagina op de website en twitter. De in voorgaande alinea genoemde eerdere deelnemers worden uitgenodigd voor een inloopavond. Tijdens de inloopavond krijgen zij de gelegenheid kennis te nemen van de actualisatie en een reactie daarop in te dienen. Blijven communiceren, ook bij wijzigingen en nieuwe onderdelen in de toekomst Dat deze geactualiseerde Structuurvisie zo opgezet is dat het een ‘levend’ document is, betekent dat het na vaststelling op onderdelen kan wijzigen. Als gemeentebestuur vinden we het belangrijk dat inwoners en andere belanghebbenden goed geïnformeerd blijven worden over toekomstige wijzigingen en/of aanvullingen. Hiervoor maken we in eerste instantie de gebruik van de gemeentepagina ‘Informeel’, de website en persberichten. Indien een gewijzigd of aanvullend onderdeel (naar verwachting) concrete gevolgen heeft voor belanghebbenden, dan worden deze partijen uiteraard eerst zelf geïnformeerd.

12

1.6 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk treft u de volgende onderdelen aan: • Hoofdstuk 2 omvat een beschrijving van de (kern)kwaliteiten van Duiven. Dit wordt vertaald in een landschappelijke analyse, waaruit een aantal bijzondere waarden wordt benoemd, als basis voor het beleidskader, de mogelijkheden en het ruimtelijk structuurbeeld. • Hoofdstuk 3 beschrijft alle deelthema’s afzonderlijk, gebaseerd op de beschikbare beleidsdocumenten. Deze deelthema’s zijn elk onderverdeeld in vier sub paragrafen: introductie en beleidskader, aandachtspunten, ambities en uitvoering. Wanneer we ten aanzien van een aanvullend ruimtelijk relevant thema een nieuw beleidsdocument vaststellen, wordt dit op hoofdlijnen in hoofdstuk 3 verwerkt en vindt zo nodig een doorvertaling plaats naar de deelgebieden. • Hoofdstuk 4 typeert de hoofdstructuur, waarbij integraal gewogen en op hoofdlijnen ‘antwoord’ gegeven wordt op een aantal relevante ruimtelijke vraagstukken. • Hoofdstuk 5 omvat een uitwerking van de hoofdlijnen toegespitst op de verschillende deelgebieden op ons grondgebied, hier komen de dwarsrelaties tussen de diverse deelthema’s duidelijk naar voren. • Hoofdstuk 6 is de wettelijk verplichte uitvoeringsparagraaf van de structuurvisie.

13

2.

KERNKWALITEITEN EN GEZICHTEN VAN DUIVEN 2.1 Inleiding Een visie voor de toekomst moet geworteld zijn in ‘dat wat er nu is’. De kernkwaliteiten van Duiven moeten gekoesterd en versterkt worden, ze vormen het startpunt voor de toekomst. Enerzijds worden deze bepaald door landschappelijke (hoofd)structuren en waarden die de huidige opbouw van de gemeente grotendeels verklaren. Anderzijds kenmerkt Duiven zich door een grote verscheidenheid aan bijzondere waarden, bijvoorbeeld haar specifieke betekenis en karakteristiek als woon-, werk- en winkelgemeente: de verschillende gezichten van Duiven. Paragraaf 2.2 omvat de analyse van landschappelijke (hoofd)structuren en waarden. in paragraaf 2.3 staan de verschillende gezichten van Duiven centraal.

2.2

Landschappelijke analyse

Ons Duivens grondgebied is landschappelijk onder te verdelen in drie hoofdzones: 1. de rivierenzone in het zuiden met daarin de uiterwaarden, een dynamisch rivierenlandschap en het reliëfrijke stroomruggenlandschap; een kleinschalig oud cultuurlandschap met de dorpen Groessen en Loo; 2. de centrale lijnstadzone met daarin de kern Duiven die op één lijn ligt samen met de aangrenzende kernen Westervoort en Zevenaar; 3. de noordelijke komzone gekenmerkt door het karakteristieke, laaggelegen, open jong agrarisch ontginningslandschap. 1

Deze drie zones zijn grofweg begrensd door de Nederrijn / het Pannerdensch Kanaal , de spoorlijn Arnhem-Duiven-Doetinchem en de A12. In een bredere context is duidelijk zichtbaar dat de kernen Westervoort, Duiven en Zevenaar ‘opgehangen’ zijn tussen het spoor en de A12. In figuur 1 is bovengenoemde hoofdstructuur weergegeven. Binnen deze hoofdzonering zijn verschillende structuren te herkennen, waarvan de herkomst terug te voeren is op verschillende periodes en natuurlijke en/of menselijke invloeden. Deze structuren zijn in de loop der tijd laag voor laag op elkaar gestapeld, er heeft interactie plaatsgevonden, uiteindelijk heeft het samenspel geleid tot de indeling in deze hoofdzones. Er zijn drie hoofdingrediënten die hieraan ten grondslag hebben gelegen, welke in deelparagrafen hierna worden beschreven: 1. allereerst zijn de structuren van de ondergrond te onderscheiden, zoals die zich manifesteren in het landschap door reliëf of geomorfologische kenmerken. In feite is hier sprake van de eerste, ofwel ‘oude’ structuur; 2. vervolgens zijn autonome structuren onderscheiden, die in vergelijking met de ‘oude’ structuren meer recent zijn toegevoegd, kortweg de ‘nieuwe structuren’; 3. ten slotte zijn dwarsrelaties onderscheiden; structuren die zich manifesteren op het snijvlak van oude en nieuwe structuren.

1

De benaming ‘Pannerdensch Kanaal’ of Nederrijn leidt regelmatig tot verwarring. Beide benamingen worden in Duiven vaak gehanteerd voor hetzelfde stuk rivier. Het Pannerdensch Kanaal is officieel tussen Doornenburg en Huissen gegraven, daarna stroomt de rivier verder als Nederrijn’ richting Arnhem en verder. Binnen de gemeentegrenzen van Duiven is feitelijk alleen de benaming Nederrijn van toepassing. In de structuurvisie worden voor de duidelijkheid beide benamingen gehanteerd.

14

Figuur 1: Hoofdstructuur gemeente Duiven

2.2.1 Natuurlijke ondergrond (oude structuur) De natuurlijke ondergrond in Duiven wordt vooral gekenmerkt door structuren veroorzaakt door het rivierensysteem van de Rijn en de IJssel. Opduikingen (van nature hoger gelegen plekken in het landschap) in de vorm van rivierduinen, oude stroomruggen van meanders en terrasresten zijn in het reliëf in verschillende mate zichtbaar. Door de onophoudelijke riviersedimentatie liggen de oudste opduikingen inmiddels het diepst in het landschap (ter hoogte van de huidige komgronden), terwijl de jongere stroomruggen hoger liggen (bijvoorbeeld ter plaatse van het huidige Groessen). Deze opduikingen vormden in de tijd voor de bedijking vanzelfsprekend de plaatsen waar men zich ging vestigen. Zo is Duiven ontstaan op een oude rivierdonk, Loo op een stroomrug van een oude Rijnmeander, en Groessen en de buurtschap Helhoek op crevasse-overslaggronden zijn ontstaan bij een oeverwaldoorbraak (in feite een natuurlijke dijkdoorbraak). Ook het bebouwingslint aan de Rouvenenstraat in het kommengebied is bijvoorbeeld duidelijk gelegen op een opduiking van terrasresten van de Rijn, die gedurende het geologisch tijdvak het Pleistoceen bovenlangs Montferland stroomde via het tracé van de huidige oude IJssel (zie figuur 2). Ook in de verkaveling zijn een aantal aan de rivier gerelateerde structuren nog duidelijk herkenbaar.

15

Figuur 2: Pleistocene Rijn

Dat de historie van verschillende stroomruggen in het landschap nog zo goed is af te lezen, is te danken aan de bedijking. Sinds ongeveer 1270 zijn er in heel Nederland aaneengesloten bandijken aangelegd en zijn alle rivieren tussen de bandijken gefixeerd. Dit heeft ervoor gezorgd dat de door de rivier geschreven geschiedenis niet meer door zichzelf kon worden uitgewist. Wel ontstond een nieuw fenomeen: dijkdoorbraken. Met de realisatie van de bandijk in Duiven volgden vele dijkdoorbraken waarvan de littekens nog duidelijk in het landschap aanwezig zijn in de vorm van doorbraakgerelateerde elementen: wielen (of ‘waaien’ volgens lokaal spraakgebruik, getuige de buitengedijkte Boerboomwaai of de Waai van Bosman), oudhoevig land, kwelkommen en dammen en resten van ringdijken. Tegenwoordig zijn dit natuur- en cultuurhistorisch interessante objecten. Met een dijkdoorbraak ontstond een wiel en de grond uit het wiel dat landinwaarts verspreid werd, ook wel bekend als ‘overslaggrond’. De overslaggronden in Duiven waren eerst ‘onlanden’ waar niets op wilde groeien, behalve tabak. Door vele jaren van tabaksteelt werden deze onvruchtbare gronden vruchtbaar. Op die wijze ontstond juist op deze gronden de huidige glascultuur bestaande uit kassencomplexen. Dijkdoorbraken vonden vaak plaats ter hoogte van de zwakke plaatsen in de dijk.

Een dijk werd doorgaans op een ondoorlatende ondergrond aangelegd, meestal op de kleilaag aan de voet van een oeverwal. Wanneer dit niet mogelijk was - bijvoorbeeld ter hoogte van een oude meander - ontstond een kwelgevoelige plek, waar de dijk bij hoogwater verzwakte. In Duiven is dit duidelijk te zien aan de vele doorbraaklittekens op plaatsen waar de dijk oude meanders kruiste (waaien of kolken).

16

De natuurlijke ondergrond is voor een groot deel bepalend geweest voor de ontwikkeling van de gemeente Duiven. In feite is het gehele (cultuur-)landschap van Duiven ontwikkeld als één groot riviervolgend landschap (zie figuur 3). In het huidige landschap is dit nog steeds zeer goed zichtbaar aan verkaveling- en wegenpatronen en de ligging van de oude dorpskernen van Duiven, Groessen en Loo. De ronde vorm van het Looveld ligt bijvoorbeeld precies binnen een oude meander van de Rijn. Een ander voorbeeld is de ligging van de Rijksweg. Deze weg volgt enkele hoger gelegen stroomruggen in het landschap waarlangs gelijktijdig de eerste lintbebouwing is ontstaan. Gezamenlijk hebben deze oude structuren, in wisselwerking met het gebruik door de mens een goed bewaard gebleven gaaf ensemble gecreëerd, dat uniek is in Nederland. De natuurlijke ondergrond is daarom een belangrijke kernkwaliteit, omdat hierin de eerste identiteit van Duiven ligt opgeborgen.

Figuur 3: Oud cultuurlandschap

17

2.2.2 Autonome lijnen (nieuwe structuur) De autonome lijnen of nieuwe structuren in Duiven trekken zich in tegenstelling tot de oude structuren nauwelijks iets aan van het onderliggend landschap. Overduidelijke structuren zijn de spoorlijn Arnhem-Winterswijk, de A12, de toekomstige A15 en de Betuwelijn. Het Pannerdensch Kanaal zou als de oudste autonome structuur in de buurt van Duiven beschouwd kunnen worden. Het is in eerste instantie aangelegd als Retranchement (dit is een verdedigingswerk) tegen de legers van Lodewijk XIV in 1707. Dat tijdens de aanleg weinig rekening is gehouden met de natuurlijke ondergrond blijkt wel uit het feit dat het kanaal door een aantal zwakke plekken toch ging meanderen en door de vele dijkdoorbraken die volgden. Zoals het natuurlijke landschap de basis is geweest voor het ontstaan van onder andere de drie dorpskernen en de lintbebouwing, zo is te zien dat de autonome structuren de basis zijn geweest voor de verdere ontwikkeling van de gemeente. De latere uitbreidingen van Duiven in het kader van het groeikernbeleid, hangen bijvoorbeeld nauw samen met de ligging van het spoor en de A12. Door deze ontsluitingsmogelijkheden en de nabijheid van Arnhem lag het voor de hand om Duiven aan te wijzen als plaats waar de bevolkingsgroei van Arnhem opgevangen moest worden.

De basisgedachte van de oorsprong van Duiven op een rivierdonk - bouwen op hoger gelegen delen om droge voeten te houden - is daarbij verlaten, immers de uitbreidingswijken zijn juist gebouwd in het omringende, natte kommengebied. De bedrijventerreinen van Duiven zijn tevens grotendeels ontstaan langs de nieuwe autonome structuur van de A12, omdat dit een gewilde vestigingsplaats was met grote voordelen qua bereikbaarheid en ligging ten opzichte van grote steden in Nederland en Duitsland. Onderliggende natuurlijke structuren hebben daarin een veel minder grote rol gespeeld. De autonome structuren hebben hiermee gezorgd voor een omkering in het landschap. Vonden vroeger ontwikkelingen plaats langs oude natuurlijke structuren, tegenwoordig zijn de ontwikkelingen vooral opgehangen aan de autonome structuren. In figuur 4 zijn de autonome structuren weergegeven.

18

Figuur 4: Kaart autonome structuren

19

2.2.3 Dwarsrelaties Op het snijvlak van oude en nieuwe structuren manifesteren zich zogenaamde dwarsrelaties. De ligging van de Betuwelijn en de toekomstige A15 staan als het ware haaks op de lineaire zones van de rivier, lijnstad en kom. Door de Betuwelijn is het zuidoosten van de gemeente fysiek ‘afgesneden’ van het noordwesten. Ook door de komst van de A15 in de gemeente, zoals deze in het standpunttracé staat, zal deze in gang gezette verwijdering alleen maar toenemen, omdat het deel langs Zevenaar moeilijker bereikbaar en zichtbaar zal worden vanuit het westen. Dit zal in de toekomst de fysiek-landschappelijke relatie tussen Duiven en Zevenaar verzwakken. Dit vormt overigens een extra aanleiding voor een door ons geambieerde verdiepte ligging. Een andere belangrijke dwarsrelatie is het groenblauwe raamwerk tussen Duiven en Westervoort en Duiven en Zevenaar. Het raamwerk wordt gevormd door de hoofdafwatering van het gebied. Bij deze hoofdafwatering is voornamelijk gebruik gemaakt van de ligging van oude stroomgeulen en crevassegeulen, die in de jonge komontginning tot rechte zegen zijn vergraven. Het Horsterpark is een doelbewust gecreëerd recreatiegebied om te voorkomen dat Duiven en Westervoort aan elkaar vastgroeien en om het groenblauwe raamwerk tussen beide kernen te behouden.

In figuur 5 zijn alle in deze paragraaf besproken hoofdstructuurdragers weergegeven van waaruit de huidige driedeling (rivier, lijnstad, kom) is ontstaan.

Figuur 5: Kaart hoofdstructuurdragers

20

2.3 Bijzondere waarden geven Duiven haar vele gezichten Duiven kan op verschillende wijzen getypeerd en gepositioneerd worden, afhankelijk van de ‘bril’ die men daarbij op heeft. Duiven heeft een aantal bijzondere waarden, die ervoor zorgen dat ze verschillende gezichten heeft, welke hierna uitgewerkt worden. Het samenspel van deze gezichten geeft Duiven haar unieke karakter: • landschap: Duiven als landschappelijk bijzonder gebied; • wonen: kern Duiven als verstedelijkt dorp; • economie: Duiven als economische groeikern; • landbouw: Duiven als agrarische gemeente; • infrastructuur: Duiven centrale spin in het web van (inter)nationale infrastructuur; • klimaat: Duiven als voorbeeld én stimulator van duurzame energie; • cultuurhistorie: Duiven als cultuurhistorisch waardevolle gemeente. 2.3.1 Duiven als landschappelijk bijzonder gebied Het landschap van Duiven is het resultaat van een aantal factoren en de wisselwerking daartussen: bodem, water, natuur en de mens. In de loop der tijd zijn verschillende typen landschappen ontstaan. Voorgaande paragraaf 2.2. omvat een landschappelijke analyse, figuur 9 geeft hiervan een verbeelding. Belangrijke onderdeken van ons waardevolle landschappelijke gezicht: • Het Rijnstrangengebied, een belangrijk overblijfsel van een oude rivierloop van de Rijn.

Samen met het dijklandschap ten zuiden van Loo vormt dit en een onderdeel van het grotere natuurgebied de Gelderse Poort. • In het noordwestelijk deel van de gemeente ligt nog een gedeelte van de landschappelijk waardevolle IJsselbandijk. • Het binnen- en buitendijkse stroomruggengebied (de geul en de sedimentatie in de vorm van oeverwallen) is waardevol door de wisselwerking tussen het natuurlijke gevormde reliëf en het menselijk gebruik (verkaveling, (lint)bebouwing, wegenpatronen). Het is ook cultuurhistorisch waardevol (zie ‘2.3.7 cultuurhistorie’). • De crevassegeulen (doorbraken van oeverwallen bij hoogwater) en de ermee samenhangende ligging van de dorpen Groessen en Loo. Zij zijn getuigen van de vroegere invloed van de rivieren op het gebied. • De ontginning van het landschap vanuit beide dorpen heeft geresulteerd in twee polders met de duidelijke slagenverkaveling zoals we dat ook zien in een Hollandse polder; het Looveld en de Groessche Weide. Deze twee gebieden zijn om die reden uniek voor de gemeente Duiven. • Het laaggelegen kommengebied is bijzonder door de lage ligging. In dit gebied ligt (ten noorden van InnoFase en Centerpoort-Noord) zelfs de laagste plek van de hele gemeente!

21

Figuur 6: Kaart landschappelijke structuur

2.3.2 Kern Duiven als verstedelijkt dorp Duiven is een woongemeente bij uitstek, met nadruk op de kern Duiven. Dit is niet altijd zo geweest. De gemeente Duiven bestond amper 25 jaar geleden nog uit drie kleine dorpen in een grotendeels agrarisch landelijk gebied. In 1970 had de gemeente nog maar 7.000 inwoners. Als gevolg van de groeikernstatus nam het aantal inwoners tussen 1988 en 1998 toe van 13.800 tot 24.500. Het aantal woningen verdubbelde van 4500 tot 9000. De groei richtte zich vooral op de kern Duiven. De nieuwbouwwijken liggen concentrisch gebundeld binnen de toen aangelegde hoofdontsluitingsroutes en dit heeft geleid tot een vrij compacte verstedelijking. In 2003 wordt het hoogste inwonertal bereikt: 26.162. Sinds 2006 schommelt het aantal inwoners rond de 25.500. Resultaat van deze groeikernperiode is het grote aandeel nieuwbouwwijken, waar maar liefst 80% van de woningvoorraad jonger is dan 35 jaar. Keerzijde is dat de woningvoorraad relatief eenzijdig is. Dat

22

Duiven in trek is als woonlocatie wordt onder andere geïllustreerd door een lage doorstroming die ligt onder het regionale gemiddelde. Slechts 2% van de voorraad staat leeg, wat lager is dan het regionaal gemiddelde van 3%. De dorpen Loo en Groessen zijn eveneens gegroeid, maar in een veel bescheidener mate dan Duiven. Opvallend is dat de woonkern Duiven nooit vervlochten is geraakt met de kerkdorpen Groessen en Loo, die nog steeds een landelijk karakter kennen. De woonkernen van de nabijgelegen buurgemeenten Westervoort en Zevenaar zijn zichtbaar vanuit de kern Duiven, maar zijn eveneens nooit aan Duiven vastgegroeid. Met de aanleg van het Horsterpark is een groene buffer tussen Duiven en Westervoort gecreëerd. Dit versterkt de uitstraling van Duiven als verstedelijkt dorp: een grote woningvoorraad, dicht bij stedelijk voorzieningenpakket in een groene omgeving. 2.3.3 Duiven als economische groeikern Naast traditionele groeikern op het gebied van wonen, is Duiven door de ontwikkeling van een aantal regionale bedrijventerreinen ook te typeren als economische groeikern. Opvallend is dat de economische groei gescheiden heeft plaatsgevonden van de groei als woonkern. Vanaf de jaren ’70 bestond er al enige bedrijvigheid langs de A12. Ten noorden van de A12 lag Roelofshoeve (nu: InnoFase) met de vuilverbranding en de rioolwaterzuiveringsinstallatie.

Ten zuiden van de A12 lag Nieuwgraaf. Na 1989 groeit Nieuwgraaf (nu: Centerpoort-Nieuwgraaf) verder en vanaf 1997 worden de nieuwe terreinen Centerpoort-Noord en -Zuid aangelegd. Op dit moment (december 2014) worden De Nieuweling, Graafstaete en InnoFase uitgegeven en ook aan Seingraaf wordt gewerkt. Deze “tweede groeikerntaak” heeft de gemeente zelf geïnitieerd, maar vloeit ook voort uit beleids- en bestuurlijke keuzen van de provincie Gelderland en de Stadsregio Arnhem Nijmegen. Beide beschouwen de A12-zone als één van de economische zwaartepunten van de regio. Grootschalige bedrijven als IKEA, Makro en Intratuin zijn te vinden ten zuiden van de A12, op de bedrijventerreinen Centerpoort-Nieuwgraaf en Graafstaete. Vergeleken met het Gelderse gemiddelde valt ook op dat de sectoren groothandel en transportbedrijven zeer goed in Duiven zijn vertegenwoordigd. Grotere kantooractiviteiten zijn in Duiven niet te vinden langs de A12. Deze dienen bij voorkeur bij openbaar vervoersvoorzieningen plaats te vinden. Naast de grote bedrijventerreinen kent Duiven nog vier kleinere terreinen: ’t Holland en De Nieuweling, de Helhoek en Welleveld/ Spoorzone. Het aanbod aan horecabedrijven is relatief beperkt. Bijzonder is, dat het grote aantal bedrijven(terreinen) in Duiven, heeft geleid tot een grotere omvang van de werkgelegenheid dan de Duivense beroepsbevolking.

2.3.4 Duiven als agrarische gemeente Naast de vele en grootschalige, stedelijke bedrijventerreinen waardoor Duiven getypeerd (en door velen gekend) wordt, is Duiven nog steeds ook een agrarische gemeente van belang. Het open kommengebied ten noorden van Duiven en het gebied tussen Duiven en Zevenaar heeft bijna uitsluitend een agrarische functie. In het oeverwallengebied rond Groessen en Loo zijn naast akkeren grasland ook tuinbouwconcentraties aanwezig. Uiteraard hebben de (inter)nationale trends als schaalvergroting ook invloed op Duiven, hierdoor neemt de werkgelegenheid in de agrarische sector namelijk af. 2.3.5 Duiven centrale spin in het web van (inter)nationale infrastructuur Dat er in Duiven zoveel economische activiteiten/bedrijven gevestigd zijn en ook haar aantrekkingskracht als woonlocatie, komt voor een belangrijk deel door haar centrale ligging en goede bereikbaarheid. Duiven is bereikbaar via vele (inter)nationale infrastructurele verbindingen die ons grondgebied doorsnijden: de Nederrijn /Het Pannerdensch Kanaal (sinds 1708), de spoorlijn (sinds e 1855), de A12 (begin jaren ’60 van de 20 eeuw) en de Betuwespoorlijn (2006). Daarnaast zijn er 2 infrastructurele projecten van (inter)nationaal niveau van grote invloed voor Duiven:

23

-

-

De Betuwespoorlijn is sinds 2008 in gebruik, deze loopt via een tunnel onder de Nederrijn /het Pannerdensch kanaal naar Zevenaar en zal minder (goederen-) spoorbewegingen over het traject Duiven-Arnhem tot gevolg hebben. Binnen enkele jaren zal de rijksweg A15 doorgetrokken worden vanaf het knooppunt Ressen. Het eerste deel zal parallel aan de Betuwespoorlijn lopen, om vervolgens tussen Duiven en Zevenaar aan te sluiten op de A12 (zie H3 en H5).

2.3.6 Duiven als voorbeeld én stimulator van duurzame energie Als gemeente Duiven hebben we een belangrijke voorbeeldfunctie en stimuleren we intensief het opwekken van duurzame energie. Een typerend voorbeeld is het gebruik van de restwarmte die ontstaat bij de afvalverbranding door de AVR voor de verwarming van de meerderheid van de huizen en bedrijven in Duiven. Daarnaast wordt in het gebied ten noorden van Centerpoort-Noord en ten westen van de Giesbeeksestraat een locatie met vier windmolens ontwikkeld voor het geclusterd opwekken van windenergie. Daarnaast zijn er in onze gemeente verschillende installaties voor warmte-koude-opslag (WKO) gerealiseerd. Als gemeente Duiven werken we mee aan de “De Groene Kracht”. Samen met de partijen Milieusamenwerking Regio Arnhem (MRA), Milieusamenwerking Afvalverwerking Regio Nijmegen (MARN) en Stadsregio Arnhem Nijmegen hebben we dit gezamenlijke klimaatbeleid ondertekend. We zien dat bundeling van krachten leidt tot grotere regionale slagkracht en efficiency. Ambities op het vlak van groene energie, energieneutraal bouwen, energie- en milieutechnologie (EMT) en duurzame mobiliteit verstaan zich goed met een (stads)regionale schaalgrootte. 2.3.7 Duiven als cultuurhistorisch waardevolle gemeente Onze cultuurhistorische waardevolle elementen zijn onlosmakelijk verbonden met de landschappelijke waarden (zie ook paragraaf 2.2).

Nu is nog veel herkenbaar / herleidbaar van de oudste natuurlijke structuren. Deze structuren worden breed gewaardeerd. Het historisch wegenpatroon is hier een belangrijk voorbeeld van. De situatie die omstreeks 1735 bestond is nog goed herkenbaar met wegen zoals de Rijksweg, Heilweg-Molenstraat-Schraleweidsestraat, Burgemeester Van Dorth tot Medlerstraat-Eltensestraat-Loostraat, Heiliglandsestraat, Dorpstraat-Lijkweg en KerkakkersLeuvensestraat alsmede kerkepaden in Groessen en Loo. Voorbeelden van gebieden en gebouwen met een bijzondere betekenis in de drie kernen zijn: Voor Duiven bijvoorbeeld de Remigiuskerk met kerkhof, De Woerd en De Eng. De Woerd is zeer waardevol. In de loop van de Ploenstraat, Woerdstraat en Lombokstraat met de laanbeplanting komt dit tot uitdrukking. De Eng is nog een herkenbaar deel. De bebouwing ligt hier op de rand van een rivierdonk. Kenmerkend voor het centrum is de diversiteit in bouwwerken (woningen, villa’s, boerderijen, bedrijven en bijzondere bouwwerken) die omgeven zijn door bomen en hagen. Langs de Rijksweg staan enkele waardevolle panden. In het dorp Groessen geldt dat de historisch-ruimtelijke opbouw goed bewaard is gebleven. De woerd is goed herkenbaar aan de iets verhoogde ligging en aan het historisch karakter van de lintbebouwing.

De T-as boerderijen op terpen geven een goed beeld van de historische oriëntatie op hoger gelegen gronden. In het dorp Loo is de historische opbouw van de Loostraat, Loodijk en Husselarijstraat herkenbaar gebleven. Haaks daarop takken stegen aan. De open weide tussen het kerkepad en de molenromp dragen bij aan het dorpse karakter. De Husselarijstraat kent (weerszijden) historische bebouwing met laanbeplanting. Kenmerkend voor de gemeenschap en haar geschiedenis, is dat Duiven een van de weinige gemeenten in Nederland is, waar elke dorpskern nog haar eigen eeuwenoude processie kent. Deze tradities hebben ook invloed uitgeoefend op het wegenpatroon (processiepaden).

24

3.

BELEIDSTHEMA'S 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk staan de beleidsthema’s centraal. In de volgende hoofdstukken worden de dwarsverbanden gelegd. Uiteraard is bij het maken van de thematische beleidskeuzen wel ‘over de grenzen’ gekeken. Zoals beschreven, zien we de structuurvisie als een levend document. Dit betekent dat bij thematische beleidswijzigingen of een ‘nieuw’ ruimtelijk relevant beleidsveld, de structuurvisie daarop aangepast wordt. Afhankelijk van de omvang daarvan, zal de formele vaststellingsprocedure opnieuw doorlopen worden (met bijbehorende inspraak). Dit themahoofdstuk vormt een belangrijk onderdeel bij de afweging van initiatieven: heeft een initiatief bijvoorbeeld betrekking op het thema wonen, dan wordt dat deel er in ieder geval bij betrokken. Een tweede belangrijk onderdeel is de paragraaf uit hoofdstuk 5 welke betrekking heeft op het deelgebied waarin het initiatief gelegen is. ‘Iets’ is als beleidsthema benoemd, wanneer er een specifieke beleidsnota voor opgesteld is. Daarom komen ook andere thema’s dan de klassieke thema’s (wonen en werken e.d.) aan de orde. Eerst komen de klassieke (sectorale) beleidsthema’s aan de orde, vervolgens de gebiedsgerichte thema’s en daarna de meer bijzondere beleidsthema’s.

De volgende sectorale beleidsthema’s komen in dit hoofdstuk aan bod: • Landschap & natuur; • Cultuurhistorie, erfgoed & archeologie; • Water; • Economie; • Wonen; • Zorg (&RO); • Verkeer; Gebiedsgerichte beleidsthema’s • Binnenstedelijk; • Buitengebied; • A15. Bijzondere beleidsthema’s: regie op kwaliteit leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit • Milieu en Duurzaamheid; • Welstand. Elk thema is onderverdeeld in vier sub-paragrafen, te weten introductie, aandachts- punten, ambities en uitvoering.

3.2 Landschap & natuur 3.2.1 Introductie en beleidskader landschap & natuur Het landschap in de gemeente Duiven is het resultaat van een aantal factoren en de wisselwerking daartussen: bodem, water, natuur en de mens. De rivieren hebben in vroegere tijden het landschap in grote mate bepaald. Sinds het opwerpen van dijken, is die invloed minder geworden, dijkdoorbraken daargelaten. In de loop der tijd zijn verschillende typen landschappen ontstaan. Hoofdstuk 2 omvat hiervan een analyse, leidend tot inzicht in de landschappelijke waarden en kernkwaliteiten van onze mooie gemeente.

25

Door de rivieren en hun dynamiek in het verleden, hebben we een relatief groot oppervlak aan natuurgebied binnen onze gemeentegrenzen, vooral aan de flanken. Dit zijn niet alleen fraaie natuurgebieden omdat we dat zelf zo ervaren als we er wandelen en fietsen of op een andere manier recreëren, maar het zijn ook natuurgebieden met een (formele) beschermde status. Het uiterwaardenen Rijnstrangenlandschap is onderdeel van het grotere (gemeentegrensoverstijgende) gebied De Gelderse Poort, wat aangewezen is als Natura 2000-gebied. In het verleden was dit gebied tevens Nationaal Landschap, maar met het vaststellen van de Rijksstructuurvisie Infrastructuur en Ruimte is deze status vervallen. Echter de eerdere status toont nog wel de nationale importantie van dit gebied! De Gelderse Poort is een 6.000 hectare groot rivierenlandschap tussen de Duitse grens en de steden Arnhem en Nijmegen. De relatief kleine gebieden in de uiterwaarden aan onze andere flank, langs de IJssel, hebben ook de Natura 2000-status. Verder zijn er op kleinere schaal gebieden met natuurwaarden, zoals graslanden, bossen en natuurlijke elementen zoals poelen en wielen. Het bestaande beleid voor het thema natuur en landschap is opgenomen in het Landschapsontwikkelingsplan 2014. Wanneer hierin relevante wijzigingen plaatsvinden, wordt deze structuurvisie aangepast.

Voor uitwerkingen en onderbouwingen wordt verwezen naar deze beleidsdocumenten. De Flora- en faunawet vormt een vast onderdeel van het kader, waaraan ook bij verstedelijkingsprojecten wordt getoetst. In een aantal gevallen leidt dat tot concrete natuurbeschermende maatregelen. De Groessche Weide

Als gemeente Duiven hebben we in het verlengde van het Landschapsbeleidsplan 1996 in de periode 1996 en 2006 veel energie gestoken in daadwerkelijke landschapsontwikkeling, bijvoorbeeld door aanzienlijk te investeren in particuliere erfbeplantingsprojecten, aanleg van paddenpoelen en onderhoud van hoogstamfruitboomgaarden. Daarnaast werken we ook op andere manieren aan natuurontwikkeling, bijvoorbeeld door samen met betrokken partijen zorg te dragen voor ecologische ontwikkeling van oevers en natuurlijke inrichting van waterretentiegebieden. Ook in het kader van de landinrichting wordt werk-met-werk gemaakt en vindt natuur- en landschapsontwikkeling plaats. 3.2.2 Aandachtspunten Met het huidige beleid zetten we in het algemeen in op het zoveel mogelijk handhaven en versterken van landschappelijke kwaliteit. Specifiek geldt daarnaast: • Dat enkele gebieden aangeduid zijn als ‘open karakteristiek’ die in beginsel gevrijwaard van bebouwing moeten blijven. Dat geldt voor het kommengebied gelegen ten noorden van de A12 en de gebieden ten oosten van de Giesbeeksestraat en het Looveld. • Dat het gebied tussen Duiven en Westervoort is aangewezen als landschappelijke buffer tussen twee sterk verstedelijkte dorpen. Het deel ten zuiden van de spoorlijn is inmiddels als het Horsterpark ingericht, waarmee in fysieke zin een stedelijk uitloopgebied is gerealiseerd.

• Dat tussen Duiven en Zevenaar door de stadsregio en de provincie een groot gebied als GIOS-gebied (Groen In en Om de Stad) is aangewezen. Dit maakt onderdeel uit van de A15zone, zie hiervoor paragraaf 3.11. Daarnaast vinden we het in het algemeen van groot belang dat er sprake is van een goede en kwalitatief hoogwaardige “landschappelijke inpassing” bij functieveranderingen en andere ontwikkelingen. Wanneer hiervan geen sprake is, zullen we over het verzoek geen positief principebesluit afgeven. Bij de afweging nemen we het volgende mee.

26

Het Landschapsontwikkelingsplan benoemt als aandachtspunten en opgaven: • Behoud, herstel en versterking van de karakteristieken van de verschillende landschappen. Uitgangspunt is de indeling in landschapstypen en de daarbij behorende landschappelijke kwaliteiten (ruimtelijk, cultuurhistorische en natuurwaarden) in afstemming op de hoofdfunctie (agrarisch of natuur) van het buitengebied. Versterken van de samenhang tussen (waardevolle) landschapselementen is punt van aandacht. • Behoud en versterking van bestaande parels en pareltjes van cultuurhistorie en natuur. Dit zijn de elementen die de bijzondere kwaliteiten van het buitengebied en de beleving daarvan bepalen. • Nieuwe ontwikkelingen als dorpsuitbreidingen, nieuwe wegen, nieuwe erven en grote stallen dienen ingezet te worden voor versterking van landschappelijke kwaliteiten en herstel van landschapsstructuren. • Vergroten van de relatie tussen de kernen en het buitengebied. Dorpsranden en kernrandzones vormen het raakvlak tussen de dorpen en het buitengebied. Bij de versterking van de beleving van het Duivense landschap vanuit de dorpen spelen zichtlijnen en doorzichten op het buitengebied een grote rol, maar ook een zorgvuldige inpassing van de (nieuwe) randen, versterking van de landschappelijke structuren in en om de kernen, entrees en wegbeplantingen langs invalswegen.

• De komende periode zullen we een strategie bepalen voor het behoud, herstel en aanleg van kleine landschapselementen en erfbeplantingen. Daarbij is het van belang om middelen voor aanleg en duurzaam beheer van landschapselementen beschikbaar te maken, prioriteiten te stellen en een aanpak voor efficiënte inzet van middelen te bepalen. Gerelateerd hieraan denken we na over de vraag hoe het behoud van erf- en kavelgrensbeplantingen kan worden gestimuleerd en georganiseerd. • Daarnaast werken we aan de financiële en organisatorische borging voor ontwikkeling van natuur en landschap. In de uitvoeringsparagraaf (H6) hebben we hiervoor (als onderdeel daarvan) een eerste voorstel opgenomen. Specifiek voor de A15 zone en de grotere invloedssfeer hechten we grote waarde aan een landschappelijke investering als compensatie voor de aanleg van de A15 (zie paragraaf 3.11). Een specifiek aandachtspunt welke we meenemen in het natuurbeleid in ontwikkeling, betreft de actieve natuurontwikkeling op percelen die in ons eigendom zijn. Hiervoor zijn enkele percelen in de laatste herziening van het bestemmingsplan Buitengebied bestemd als ‘natuur’. Onderzocht wordt hoe op deze percelen - maar ook elders in het landschap - te ontwikkelen natuur eventueel ingezet kan worden voor het verkrijgen van gebiedsdekkende ontheffingen op basis van de Flora- en faunawet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=44a31ae2-1165-4b0f-98cf-d5cdba78b84f